Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Overijssel wil concessie IJssel-Vecht jaar uitstellen

De Overijsselse Provinciale Staten willen dat de provincie samen met Flevoland en Gelderland in gesprek gaan over het opschuiven van de aanbesteding van de concessie IJssel-Vecht. De provincie vreest dat er door de coronacrisis te veel onzekerheid is rondom de aanbesteding.

De aanbesteding moet eind 2021 starten, waarna de concessie in december 2022 start. Tot die tijd loopt er een noodconcessie, nadat bleek dat Keolis had gefraudeerd bij de vorige aanbesteding. De provincie Overijssel wil eerst meer duidelijkheid over de reizigersaantallen tijdens en na de coronacrisis. In de conceptversie van het Plan van Eisen voor de aanbesteding is hier al rekening mee gehouden. De concessie moet een ‘ademende concessie’ worden, met ruimte voor flexibiliteit.

Als de aanbesteding inderdaad wordt opgeschoven zou de noodconcessie langer duren dan 24 maanden. Het is overigens de vraag of dat gebeurt. De Provinciale Staten van Flevoland verwierpen eerder nog een motie waarin werd opgeroepen de aanbesteding uit te stellen.

Bron: OVpro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

De Gordiaanse GOKIT knoop

Tijdens het vaststellen van een aanbestedings- en contracteringsstrategie in de bouwsector komt regelmatig de Gordiaanse GOKIT knoop op tafel. GOKIT is een acroniem voor de belangrijkste aspecten van een project. Het wordt een Gordiaanse knoop als alles belangrijk wordt bevonden:

[G – Geld] De aanbieding moet – uiteraard – zo  goedkoop mogelijk zijn.
[O – Organisatie] Er wordt ontzorging en flexibiliteit verwacht, een opdrachtnemer die zich met zijn organisatie volledig schikt naar de wensen en belangen van de opdrachtgever.
[K – Kwaliteit] De aanbieding moet voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn uitgevraagd, liefst meer en als deze eisen voor onderdelen nog niet volledig zijn uitgewerkt, dan gelden de hoogste die er zijn.
[I – Informatie] Volledige transparantie gevraagd en
[T – Tijd] Opleveren binnen de gestelde planning, ook als de voorgaande werkzaamheden langer duren.

Vaak wordt bij dit acroniem de “R” toegevoegd voor risico’s die gemakshalve ook zo veel mogelijk worden overgedragen aan de opdrachtnemer. Papier is immers geduldig en risico’s zijn eenvoudig weg te schrijven in een overeenkomst.

De reclame van Royal Club Ginger Ale dringt zich op: CHOOSE!!

De Gordiaanse GOKIT knoop losmaken is één van de interessante aspecten van aanbestedingen. Enerzijds omdat het opdrachtgevers dwingt om daadwerkelijk te bepalen wat de belangrijkste aspecten van een project zijn en dat dus niet alles mogelijk is. Anderzijds omdat veel aanbieders – als in het sprookje van Hans Christian Andersen “De nieuwe kleren van de keizer” – lang meegaan in het bevestigen van de Knoop. Zeker als de markt voor de aanbieders slechter is, kan er veel voor de laagste prijs.  

Als een aanbestedingsprocedure een startpunt is van een onderhandeling (bij private procedures mag dat!) kan het ook juist een bewuste tactiek zijn. Alles vragen en al naar gelang de antwoorden en kosten, in een later stadium bepalen welk aspect van G(R)OKIT komt te vervallen. De ratio hierachter zou kunnen zijn dat de belangrijkste aspecten pas worden vastgesteld op het moment dat de consequenties bekend zijn. Ik vraag me echter af of dit altijd zo bewust gebeurt.

Voor een cursus Tendermanagement die ik aan opzetten ben met een oud-collega, ben ik er nog niet uit wat de beste strategie is bij overvragende aanbestedende organisaties. In een ideale wereld worden hierover tijdens de aanbestedingsprocedure vragen gesteld zodat duidelijk wordt wat de opdrachtgever echt wil. Maar ook voor de gegadigde kan het toneelstukje van Hans Christian Andersen een bewuste strategie zijn. Als de opdrachtgever niet weet wat hij wil hebben, dan is alles wat je aanbiedt, in beginsel goed. Zaak is de aspecten die weg worden gegeven tijdens de onderhandelingen, zorgvuldig af te prijzen.

Misschien is een fase waarin de opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk het project doornemen voordat de definitieve overeenkomst wordt getekend (zoals een bouwteam) toch een betere manier om de beste prijs-kwaliteitverhouding te realiseren. Gezamenlijk bekijken welke aspecten van een project het meeste waarde opleveren voor de opdrachtgever. Als daarover duidelijkheid is, kom je er meestal ook wel uit met de kosten. Sprookjes kunnen we dan thuis laten, om ze voor te lezen aan de kinderen.   

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijzonder hoogleraar Schotanus: ‘Open house kan tot circa 20% meer zorgvraag leiden’

In de markt van thuiszorg kan circa twintig procent van de vraag veroorzaakt worden door leveranciers. Een flink percentage. Dit komt doordat veel zorgaanbieders gecontracteerd worden, wat kan zorgen voor prikkels om cliënten langer aan te houden, meer of andere diensten aan te bieden of meer cliënten aan te trekken. Dat vertelt Fredo Schotanus in de podcast van De Gunningsfactor.

Fredo Schotanus is sinds 1 december 2019 bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop aan de Universiteit Utrecht en daarnaast principal consultant bij Significant Synergy. Samen met promovendi startte hij in 2020 drie onderzoeken. In 2021 komt er nog een vierde onderzoek bij. De onderzoeken gaan over duurzaam en sociaal inkopen, transparantie en effectiviteit en Jeugdzorg.

Open house zorgt voor meer kosten
Reden dat Fredo het in de podcast over de opvallende resultaten in de thuiszorg heeft, is een onderzoek van Olivier van Noort, die momenteel promoveert bij Jan Telgen (Universiteit Twente), Joris van de Klundert (Erasmus) en Fredo zelf. Over open house zegt Fredo dat het als aanbesteder zeker in je toolkit moet zitten.

Het is alleen lang niet altijd de geschikte methode. Volgens de hoogleraar is het te makkelijk om te zeggen: ‘als we veel partijen contracteren, dan zal een deel niet worden gebruikt’. Zo simpel is het niet. Uit het onderzoek van Olivier naar wijkverpleging en persoonlijke verzorging blijkt dat meer zorgaanbod in onderzochte regio’s leidt tot circa twintig procent extra vraag en extra kosten. Volgens Fredo zou ook in open-house systemen van gemeenten een dergelijke zorgtoename kunnen ontstaan door het toegenomen aanbod. 

Bovendien is het veel moeilijker om de zorgaanbieders te sturen en beheersen als er honderden gecontracteerd zijn. Fredo signaleert dat er veel verloop is bij contractmanagers in de zorg. Dit heeft mogelijk als reden dat zij overvraagd worden. De hoogleraar stelt dat er in de zorg meer aandacht moet komen voor het contractmanagementproces en de relatie met aanbieders en minder voor het inkoopproces.

Promovenda Madelon Wind gaat nu bij Louise Knight (Universiteit Twente) en Fredo onderzoek doen naar de stand van zaken binnen de Jeugdzorg.

Aanbesteders: wees transparant en deel data
Het onderzoek van promovendus Jakub Supera, dat wordt begeleid door Vita Titl en Fredo, gaat over transparanter en effectiever inkopen. Transparantie in de publieke inkoop kan volgens Fredo nog beter. Zeker als het gaat om het delen van data. Nederlandse aanbesteders maken bijvoorbeeld zelden de prijs bekend van de winnaar, terwijl dit verplicht is. Als data netjes zou worden gedeeld, zou dit aantonen waar publiek geld heen gaat, onderzoek vergemakkelijken én kunnen andere overheden zien waar soortgelijke aankopen worden gedaan.

Vanuit de Rijksoverheid wordt er nu ook gewerkt aan een verplichting om te rapporteren op duurzaamheid. Als het aan Fredo lag, dan zouden álle kwaliteitsscores gedeeld worden van de winnaar. Denk bijvoorbeeld aan de score op kwaliteit, duurzaamheid, innovatie, circulariteit en sociale aspecten.

Duurzaam inkopen is nog geen common practice
Het derde onderzoek dat in gang is gezet gaat over duurzaam en sociaal inkopen. Promovendus voor dit onderzoek is Ruben Nicolas, die wordt begeleid door Helen Toxopeus, Willem Janssen en Fredo. Afgelopen jaar is er ook een onderzoek gedaan door studente Kim Gaaikema naar de aandacht voor circulariteit binnen aanbestedingen. Die bleek heel beperkt te zijn. De term circulair (ook gerelateerde termen zoals recyclen en hergebruik) komen heel weinig terug. Fredo stelt dat er een aantal mooie best practices zijn, maar een common practice is er nog niet.

Fredo Schotanus, bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop en principal consultant bij Significant Synergy.

De redenen voor het ontbreken van een common practice zijn divers. Er is onder andere nog niet altijd commitment in het bestuur en bij opdrachtgevers. Soms is er voor duurzaam of circulair inkopen meer budget nodig. Op lange termijn levert het geld op voor de maatschappij, maar het heeft wel impact op de begroting van morgen. Ook is er een impact op risico’s: het is nieuw en dus kunnen er meer fouten in sluipen. En uit onderzoek van student Jacco van Berkel volgt dat een ambitieus plan, zoals Inkopen met Impact, ook significant effect heeft.

Daarnaast is er volgens Fredo capaciteit en kennis nodig. Inkopers moeten getraind worden en er moeten best practices gebruikt kunnen worden. Hier zien we de link met het onderzoek naar transparantie, want Fredo zou het liefst zien dat geslaagde tenders (ook tijdens de contractduur) gelabeld worden in TenderNed. Dan kun je de best practices ook makkelijker terugvinden.

Winactie podcast
We zijn benieuwd naar jou als lezer en luisteraar. Stel ons jouw vraag, stuur je opmerking of verhaal. Wellicht nemen we die mee in een volgende podcast of blog. Mail naar podcast@aanbestedingscafe.nl. De leukste inzendingen krijgen inkoopstripboeken opgestuurd.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe EU-regelgeving moet buitenlandse concurrentie tegengaan

De Europese Commissie (EC) presenteerde vorige week een voorstel voor het inperken van buitenlandse concurrentie op Europese aanbestedingen. Hiermee hoopt de EU bedrijven die overheidssubsidie ontvangen, te weren van de Europese markt.

Het voorstel komt in grote lijnen overeen met het eerder gepresenteerde witboek, ter bevordering van een gelijk speelveld voor bedrijven binnen de EU. Concreet zal de EC, als de nieuwe regelgeving van kracht wordt, bedrijven kunnen controleren op oneerlijke concurrentie. Overnames van bedrijven met een omzet van meer dan 500 miljoen euro en deelname aan aanbestedingen vanaf 250 miljoen euro, moeten voortaan gemeld worden bij de EC. Ook kan de EC bedrijven opdragen marktverstoring tegen te gaan door staatssteun terug te betalen.

Deelname aan aanbestedingen van buitenlandse bedrijven die staatssteun ontvangen is een doorn in het oog van Europese bedrijven. Afgelopen maart vroegen infrabedrijven bijvoorbeeld nog aandacht voor Chinese inmenging in de baggersector.

Het voorstel moet nog worden besproken door het Europees Parlement en de lidstaten voor het in werking treedt.

Bron: De Limburger, ec.europa.eu

Partner van Aanbestedingscafé:

AMBER Alert zonder aanbesteding opgenomen in Burgernet

De vermist-kind-alertering AMBER Alert wordt direct opgenomen in Burgernet 2.0, zonder dat er een nieuwe aanbesteding wordt gestart. Dat liet demissionair minister Grapperhaus vorige week weten aan de Tweede Kamer.

Voorheen werd een Amber ALERT verstuurd via software van Netpresenter, een commerciële partij. Na het aflopen van de overeenkomst met Netpresenter werd in 2017 een aanbesteding aangekondigd, omdat contractverlenging in strijd was met de aanbestedingswetgeving. Netpresenter ging in beroep tegen de voorgenomen aanbesteding, waardoor de aanbesteding uitgesteld werd en het ministerie het contract met Netpresenter jaarlijks verlengde. Aan die constructie komt op 22 juli a.s. een einde, als het contract tussen het ministerie en Netpresenter afloopt. De vermist-kind-alertering wordt vanaf dat moment direct ondergebracht bij Burgernet.

Burgernet 2.0
De Tweede Kamer verzocht het ministerie al in 2017 te onderzoeken of Amber ALERT ondergebracht kon worden bij Burgernet. Integratie met Burgernet, het platform van de politie dat burgers attendeert op verdachte zaken of vermiste personen, was toen nog niet mogelijk. Inmiddels is Burgernet vernieuwd en bestaat het platform onder de naam Burgernet 2.0. Nu integratie met Burgernet wel mogelijk is kiest het kabinet ervoor om AMBER Alert te integreren in Burgernet.

Het is niet duidelijk welke waarde de opdracht voor de vermist-kind-alertering heeft. In de constructie met Netpresenter was de Nederlandse overheid jaarlijks 1,1 miljoen euro kwijt, meer dan het drempelbedrag voor een Europese aanbesteding. Grapperhaus laat alleen weten dat de kosten die bij de overstap naar Burgernet komen kijken, op circa 200.000 euro uitkomen.

Voordelen
Diverse kamerleden hebben de afgelopen maand vragen gesteld over de veranderingen rondom AMBER Alert. Demissionair minister Grapperhaus verklaart niet waarom er niet is gekozen voor een aanbesteding. Hij stelt alleen dat de voorkeur uitgaat naar een geïntegreerd systeem. Vanwege technische, juridische en organisatorische voordelen en het grote bereik op social media, is besloten om de vermist-kind-alertering onder te brengen bij Burgernet. “De in 2017 voorgenomen aanbesteding heeft dus door de vertraging voortvloeiend uit de juridische procedures en de daarna gewijzigde mogelijkheden bij Burgernet uiteindelijk niet plaatsgevonden”, schrijft hij in antwoord op gestelde kamervragen.

Partner van Aanbestedingscafé:

3 x scheve machtsverhoudingen tussen aanbesteder en inschrijver

Aanbestedende diensten zetten procedures graag naar hun hand en krijgen hier alle ruimte voor. De machtsverhouding is namelijk hartstikke scheef en er is wantrouwen aan beide kanten van de tafel. Dit klinkt als een boude uitspraak, maar ik sta in mijn mening niet alleen.

Op 22 maart las ik in een waardevol artikel op Aanbestedingscafé, waarin top-aanbestedingsadvocaat Frederik van Nouhuys zijn licht laat schijnen op de aanbestedingspraktijk: “Het systeem zit vol met wantrouwen: aanbesteders denken dat de markt hen een poot wil uitdraaien. En dat vertrekpunt leidt tot steeds meer procedurele regels in plaats van inhoudelijke verbetering.”

Ik denk ook dat er sprake is van wantrouwen. Maar ik ben van mening dat er meer aan de hand is dan dat. Drie redenen waarom inschrijvers vaak aan het kortste eind trekken:

1. Aanbestedende diensten kunnen makkelijk misbruik maken van hun macht
Zo voelt het althans sterk aan de andere kant van de tafel. In een afwijzingsgesprek dat ik vorig jaar voerde met een opdrachtgever en een aanbestedende dienst gebeurde het volgende: wij waren het niet eens met de gegeven puntenscore en de motivatie daarbij. In onze ogen had de aanbestedende dienst een vraag uit de nota van inlichtingen niet betrokken, waardoor zij de inschrijving vanuit een verkeerde achtergrond had beoordeeld.

Op het moment dat wij in het gesprek dichtbij dit euvel (en ons gelijk) kwamen, veranderde de inhoud en de toon van het gesprek. Ineens werden er ook andere zaken uit de inschrijving aangehaald die eigenlijk niet zouden deugen. Ook werd er letterlijk gezegd: “de motivatie kan best aangepast worden, maar we zullen deze altijd zo verwoorden dat het cijfer nog steeds een 6 blijft”.

Een dergelijke toon aanslaan kan alleen als je niets te vrezen hebt. Wat moet je hiermee als inschrijver? Een rechtszaak beginnen over een ‘subjectief’ element uit de beoordeling met als eis de aanbesteding in te trekken? Een onbegonnen zaak. En slecht voor de relatie. Negentig procent van onze klanten begint geen rechtszaak uit angst om in de toekomst geen opdrachten meer te krijgen, ook al adviseren wij anders. Het wantrouwen zit dus in elk geval aan beide kanten.

2. Aanbestedende diensten hoeven zich niet verplaatsen in inschrijvers
Op het moment dat ik deze blog schrijf komt de stoom uit mijn oren. Een van onze opdrachtgevers heeft een hoop tijd en geld gespendeerd aan het opstellen van een mooie offerte voor een Europese aanbesteding die al vanaf de start niet geheel vlekkeloos verliep. Zo werd de nota van inlichtingen “vanwege onvoorziene omstandigheden” verplaatst naar een onbekende datum in de toekomst. Hierna werd ook de inschrijvingsdatum uitgesteld. Een nieuwe datum voor het gunningsbesluit ontvingen we niet. Mogelijk heeft de aanbestedende dienst na intern beraad besloten dat het wijzer is om, in plaats van de verwachtingen niet waar te kunnen maken, helemaal geen verwachtingen meer te scheppen. Gewoon, omdat het kan.

Het grote wachten kon beginnen. Een maand na indiening was het (al) zover: daar kwam het verlossende bericht. Derde plaats van de vijftien inschrijvers. Je slikt je teleurstelling weg en besluit de motivatiebrief te lezen. Helaas bood de brief weinig soelaas. Sterker nog: de naam van de winnende partij ontbrak. Ook konden we slechts heel summier herleiden waarom de kwaliteit minder goed was beoordeeld en zagen we puntenscores staan, die volgens het beoordelingsmodel uit de leidraad rekenkundig niet mogelijk waren.

Eerlijk is eerlijk; we ontvingen ruim binnen de bezwaartermijn een antwoord van het klachtenloket. Inhoudelijk kregen we een zeer uitgebreide reactie op onze vragen. Maar we lazen ook iets onvoorstelbaars. De klachtencommissie had namelijk ontdekt dat de beoordelaars cijfers hebben gegeven, die zijn opgeteld en gemiddeld, wat ook de bedoeling was. Deze aanpak stond echter “abusievelijk” niet in de aanbestedingsdocumenten. Oeps, een kleine omissie. In de brief schreven zij dat ze hier voortaan beter op gaan letten. En het gaat nog verder!

3. Aanbestedende diensten gebruiken het klachtenloket als stroman
De beoordelingscommissie heeft de inschrijving van onze klant nog even onder de loep genomen. De uitkomst van deze onrechtmatige exercitie was dat er “niets” veranderde aan de positie van onze inschrijving. “Voor vier andere inschrijvers verandert de rangorde wel, maar dit zijn de nummers 6, 7, 8 en 9. Aangezien zij niet kunnen winnen handhaaft Aanbestedende dienst de huidige scores”.

En de conclusie van het hele verhaal is al even ontluisterend: “Na de relevante stukken en beoordelingssheets te hebben bekeken en gesprekken te hebben gevoerd met verschillende betrokkenen, twijfelt de klachtencommissie niet aan de juistheid van de beoordeling en het voorgenomen besluit”.

Ik vrees dat er twee zaken aan de hand waren hier, die niet op zichzelf staan. Hoe onafhankelijk is de klachtencommissie eigenlijk? En hoe zit het met de kennis van het aanbestedingsrecht? Weet deze aanbestedende dienst werkelijk niet dat het niet volgen van de procedure, zoals genoemd in de leidraad, tot een ongeldige aanbesteding leidt en dat dit een grove schendig van het aanbestedingsrecht betreft? Of houdt men zich van de domme in de hoop dat de inschrijver nog dommer is?

Ook in dit voorbeeld volgde er geen gang naar de rechter. Want wat levert het op? Hoogstens een nieuwe kans van 1 op 15 in een nieuwe aanbesteding. Om daar duizenden euro’s voor uit te geven gaat zeker kleinere mkb-bedrijven vaak veel te ver.

Aanbestedingswet aanpassen dan maar?
In de plannen van Demissionair Staatssecretaris Mona Keijzer (Kamerbrief maatregelen verbeterde rechtsbescherming februari 2021) staat dat zij de wet wil aanpassen. Wanneer een klacht is ingediend bij het in de wet verplicht te stellen klachtenloket heeft dit een opschortende werking; de procedure moet on hold gezet worden tot de klacht is afgehandeld. Dat is mooi, maar wat helpt deze verplichting? Elke aanbestedende dienst heeft binnen het huidige recht al alle mogelijkheid om procedures op te schorten, maar het gebeurt niet. Waarom niet? Omdat men daar helemaal geen zin in heeft. Ik heb dan ook mijn twijfels of de klachtafhandeling verbetert door extra regels in te voeren. Het zou alleen werken als we ook regelen dat het klachtenloket onafhankelijk en ter zaken kundig is. De onafhankelijkheid is in de plannen van Mona Keijzer geborgd met de eis dat de behandelaar van de klacht niet betrokken mocht zijn bij de aanbesteding. De slager keurt dus nog steeds zijn eigen vlees. Hij moet daar alleen een andere medewerker voor inzetten. Zo blijft de klachtencommissie alsnog een stroman naar mijn mening.

Hoe komt het dan toch nog goed?
In mijn ogen niet met nog meer regels in de Aanbestedingswet of uitwerkingen in de Gids Proportionaliteit. Wel met een mentaliteitsverandering en wijziging van de houding ten aanzien van aanbesteden en zakendoen met elkaar. Ik mis persoonlijk contact, een goed gesprek van mens tot mens en oog en waardering voor elkaars belangen. Als we ons steeds verder terugtrekken in loopgraven met steeds meer ‘wapens’ om elkaar in bedwang te houden, dan ben ik bang dat de vrede nog lang ver te zoeken blijft. Laten we vooral weer verder gaan met het vervolgtraject Beter Aanbesteden en weer met elkaar in gesprek gaan! Op 28 september organiseren wij een meet en greet met inkopers, waarbij we met inschrijvers en inkopers om de tafel gaan om stellingen met elkaar te bespreken en vooral te leren en meer begrip te krijgen voor elkaars uitdagingen en belangen.

TenderSucces is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vroegtijdig leveranciers betrekken leidt tot betere ICT-aanbestedingen

In de private sector is het heel gewoon: leveranciers vroegtijdig betrekken bij het inkoopproces. Bij publieke inkoop gebeurt dit veel minder vaak. Dat is jammer, want early supplier involvement kan veel voordelen opleveren bij ICT-aanbestedingen in het publieke domein. Dat concludeert Jeroen Arentsen in zijn afstudeerproject dat hij uitvoerde bij Supply Value. Zijn scriptie werd eind maart bekroond met de Sourcing Nederland Scriptieprijs 2020.

Arentsen baseert zijn conclusies op literatuuronderzoek en een uitgebreide vragenlijst waarop meer dan 150 ICT-inkopers, actief in het publieke domein, reageerden. De belangrijkste uitkomst: leveranciers door middel van marktconsultaties betrekken levert effectievere, en dus betere aanbestedingen op. Door een marktconsultatie in te zetten kunnen inkopers hun uitvraag beter specificeren. Early supplier involvement biedt niet alleen voordelen voor inkopers, ook leveranciers hebben er baat bij. Inkopers zijn namelijk geneigd leveranciers te betrekken die ze al kennen. Dat zijn bijvoorbeeld leveranciers die eerder al eens deelnamen aan een marktconsultatie. Kortom, het loont voor inkoper én leverancier om in de pre-tenderfase samen te werken, vooral bij de inkoop van complexe IT-zaken zoals cloudoplossingen en de inhuur van ICT-personeel.

Jeroen Arentsen, Procurement Consultant Supply Value

Complex en onzeker
De inkopers die deelnamen aan het onderzoek zijn voor het grootste deel werkzaam bij gemeenten en het Rijk. Zij betrekken leveranciers vooral bij complexe inkoopopdrachten, waarbij de technologische onzekerheid en leveringsonzekerheid hoog zijn. Dat is iets wat vaak bij ICT-inkoop komt kijken. Volgens Arentsen maakt het de ICT een interessante sector. “De ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. Het is voor inkopers niet altijd eenvoudig om ontwikkelingen in de ICT bij te houden. Juist daarom is het handig om leveranciers te betrekken, die kunnen je als inkoper op de hoogte brengen van al die ontwikkelingen.”

Arentsen ontdekte een positieve relatie tussen het betrekken van leveranciers en de effectiviteit van de aanbesteding. Daarnaast keek hij naar het effect als er geen procedure, zoals een marktconsultatie, werd toegepast. Dat blijkt een negatief effect te hebben op de kwaliteit van de aanbesteding. Kun je daaruit concluderen dat het dan aan te raden is altijd te kiezen voor een marktconsultatie? “Nee, zeker niet”, zegt Arentsen. “Als je als ICT-inkoper precies weet wat de markt te bieden heeft is het niet zo zinvol. Maar als je niet goed op de hoogte bent van de laatste technologische ontwikkelingen, dan wel. Je kunt dan een betere uitvraag in de markt zetten.” Arentsen keek bij zijn onderzoek alleen naar ICT-inkoop in het publieke domein, maar het zou kunnen dat zijn bevindingen ook relevant zijn voor andere sectoren. “Dat zou dan wel een sector moeten zijn die dezelfde uitdagingen kent, waarin heel veel gebeurt en waarin die technologische onzekerheid ook aanwezig is”, zegt hij.


Het is voor inkopers niet altijd eenvoudig om ontwikkelingen in de ICT bij te houden. Juist daarom is het handig om leveranciers te betrekken.

Jeroen Arentsen, Procurement Consultant Supply Value

Inkopers mijden risico’s
Niet elke inkoper die deelnam aan het onderzoek was enthousiast over het betrekken van leveranciers. Hij kreeg regelmatig de reactie: “Dat mag helemaal niet.” Of: “Dat past niet bij onze organisatie.” Volgens Arentsen spelen inkopers in het publieke domein liever op zeker, uit angst voor een rechtszaak of onrechtmatige aanbesteding. “Dat zit in de cultuur. In de private sector kun je de leverancier bellen. Die komt dan gewoon langs en die kijkt mee met je ontwerp. In de publieke sector gebeurt dat veel minder, daar kiezen inkopers meestal voor zekerheid en wordt er weinig gebruik gemaakt van de ruimte die er is.” Hij vermoedt dat inkopers lang niet altijd op welke manieren zij leveranciers kunnen betrekken tijdens de pre-tender fase. Of wat er mogelijk is met niet-standaard aanbestedingsprocedures, zoals de concurrentiegerichte dialoog, mededingingsprocedure met onderhandeling of een innovatiepartnerschap.

Hoe kun je als inkoper dan wél leveranciers betrekken, zonder dat risico te lopen? Dat kan op twee manieren. Een inkoper kan de markt in de pre-tender fase betrekken via een marktconsultatie en/of eigen deskresearch. Uit het onderzoek van Arentsen bleek dat vooral de marktconsultatie veel wordt toegepast door inkopers. Door middel van deskresearch kan een inkoper zelf nagaan wat verschillende leveranciers te bieden hebben. “Je betrekt de leverancier op deze manier natuurlijk veel minder dan wanneer je in gesprek gaat”, zegt Arentsen. Een tweede mogelijkheid is toepassing van de niet standaard aanbestedingsprocedures. “Binnen die procedures is veel interactie met leveranciers mogelijkheid, ook face-to-face in plaats van via papier. Toch worden deze niet-standaard procedures bijna nooit toegepast. Inkopers kiezen vaak voor de standaard openbare of niet-openbare aanbesteding waar die face-to-face-interactie niet in zit.”


In de publieke sector moeten inkopers alles volgens de regels doen. Ze zitten daardoor veel meer vast aan aanbestedingsprocedures.

Jeroen Arentsen, Procurement Consultant Supply Value

Van privaat naar publiek
Arentsen voerde zijn afstudeeronderzoek uit bij Supply Value. Voor hij daar startte had hij vooral interesse in de industrie en de private sector. Aanvankelijk wilde hij daar onderzoek naar doen, maar gaandeweg kwam hij uit bij ICT-aanbestedingen in de publieke sector. Dat was vrijwel helemaal nieuw voor hem. Toch won hij eind vorige maand de Sourcing Nederland Scriptieprijs. De jury prijst zijn onderzoek omwille van de relevantie, het gedegen literatuuronderzoek en de duidelijke conclusies die Arentsen trekt. Zelf had hij niet verwacht zulke goede resultaten te boeken. “Dat het zo zou uitpakken wist ik ook niet. Maar ik heb nauw contact gehad met mijn begeleiders, zowel bij Supply Value als de universiteit en iedereen wilde graag helpen. Dat motiveerde me enorm.”

Arentsen werkt inmiddels als Procurement Consultant bij Supply Value. Of hij zich bezig wil blijven houden met publieke inkoop van ICT-middelen weet hij nog niet, maar zijn interesse is door zijn afstudeeronderzoek wel toegenomen. “Nu ik een paar keer via Supply Value bij een overheidsorganisatie heb gewerkt vind ik die maatschappelijke waarde ook erg interessant”, vertelt hij. Zijn afstudeeronderzoek krijgt bovendien nog een staartje. Hij wil workshops organiseren om verder uit te zoeken welke invloeden spelen bij early supplier involvement in publieke inkoop.

En hij mag de studiereis die bij het winnen van de scriptieprijs hoort nog gaan maken. Een reis naar Japan, dat lijkt hem wel wat. “Early supplier involvement komt van oorsprong uit de Japanse automotive. Ik zou het wel gaaf vinden om daarheen te gaan.” Of misschien juist de andere kant op, richting Caribisch Nederland, om daar vanuit de Nederlandse overheid workshops te geven. “Het moet een avontuur worden, maar het moet natuurlijk ook wel verdieping en kennisdeling meebrengen!”

Aanbevelingen voor de praktijk
Ga je binnenkort aan de slag met een ICT-aanbesteding? Laat je dan op weg helpen met deze aanbevelingen van Supply Value, gebaseerd op het onderzoek van Jeroen Arentsen:

Meer weten over het onderzoek van Jeroen Arentsen en Supply Value? Lees het Supply Value whitepaper ‘Leveranciers vroegtijdig betrekken bij ICT-aanbestedingen binnen het publieke domein’ of neem contact op met Jeroen Arentsen via j.arentsen@supplyvalue.nl.

Supply Value is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Stichting Open Nederland zet aanbestedingen in markt

Stichting Open Nederland (SON), belast met het organiseren van een Nederlandse ‘testsamenleving’, zet de komende tijd verschillende aanbestedingen in de markt. Vorige maand kwam er veel kritiek nadat bleek dat de stichting een budget van 925 miljoen euro tot zijn beschikking kreeg, zonder dat er was aanbesteed.

SON heeft zeven aanbieders van testlocaties geworven die vanaf mei ‘zullen worden ingezet om het landelijk fijnmazig netwerk van testaanbieders te organiseren’, zo laat demissionair minister Hugo de Jonge weten aan de Tweede Kamer. Hiervoor is een open-houseprocedure gevolgd. Volgende week volgt er een nieuwe aanbesteding. Daarnaast besteedt SON ook de bemensing van XL-teststraten aan, waarna deze XL-teststraten eind juni operationeel moeten zijn.

Niet-transparant
Onderzoeksplatform Follow the Money onthulde vorige maand dat de Nederlandse overheid de opdracht voor het organiseren van een testsamenleving, ter waarde van 925 miljoen euro, niet had aanbesteed. Ook bleek dat SON een aanbieder van coronatesten direct in de arm had genomen, ook zonder aan te besteden. Aanbestedingsexperts noemden dit hoogst ongebruikelijk en spraken van een zeer niet-transparante handelswijze.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: beroep op Grossman slaagt deze keer niet

Significant deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een situatie waarin een beroep op het Grossman-verweer niet slaagt.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een Europese aanbesteding gehouden voor asfaltwerken. Slechts een kleine groep gegadigden kan inschrijven doordat gebruik is gemaakt van een regeling die bepaalt dat slechts erkende ondernemingen mogen deelnemen, terwijl de aard van de werkzaamheden dit niet noodzakelijk maakt. De gunningsbeslissing moet daarom worden ingetrokken, aldus één van de inschrijvers.

De aanbestedende dienst beroept zich op het ‘Grosmann-verweer’. Dit betekent, kortweg, dat de inschrijver zich tijdens de aanbestedingsprocedure dient te melden met dergelijke bezwaren en niet na de gunning. Anders verspeelt de inschrijver zijn rechten.

Het resultaat
Opmerkelijk is wat de rechter zegt over het Grossmann-verweer: “Dit beroep slaagt, gelet op de stand van de huidige jurisprudentie, niet. Er is sprake van een serieuze en niet-gerechtvaardigde beperking van het aantal gegadigden in strijd met wezenlijke uitgangspunten van het aanbestedingsrecht. Dat is tegenover alle (potentiële) gegadigden onrechtmatig en moet dan ook hersteld worden.’

Een beroep op het Grosmann-verweer slaagt dus niet in alle gevallen. Zeker niet als de rechter van oordeel is dat een aanbestedende dienst in strijd met wezenlijke uitgangspunten van het aanbestedingsrecht heeft gehandeld.

Partner van Aanbestedingscafé:

Gros Europese landen loopt achter op gebied van innovatie door inkoop

Onderzoeksbureau PWC onderzocht hoe goed de EU-lidstaten het doen op het vlak van innovatie door inkoop. Nagenoeg alle Europese landen realiseren de potentie van innovatie door inkoop onvoldoende. Nederland doet het als een van de weinige landen overwegend goed.

Dat veel Europese landen innovatie door inkoop onvoldoende benutten was al bekend. De EU liet hier in 2015 onderzoek naar doen. PWC ontwikkelde een benchmarking methode waardoor duidelijk wordt hoe goed nationaal beleid bijdraagt aan innovatie door inkoop en hoeveel landen investeren in de inkoop van innovatieve oplossingen. Daarvoor nam PWC 27 lidstaten, plus Zwitserland, Noorwegen het het Verenigd Koninkrijk onder de loep.

Op het gebied van nationaal beleid scoort Finland het hoogst, gevolgd door Zwitserland en Nederland. De landen die onder het Europees gemiddelde scoren liggen veelal in Oost-Europa. Ook Ierland hoort hierbij. De onderzoekers gebruikten een set indicatoren tot een score te komen. ‘Innovation procurement’-beleid vervult gemiddeld slechts een kwart van het potentieel. De landen die het goed doen beschikken over een overheid die zich committeert aan innovatie door inkoop, stellen doelen en meten die en hebben een concreet actieplan en budget om die doelen te bereiken.

Investeren in innovatie
Het rapport kijkt ook naar het aandeel investeringen in innovaties. Daar behoort Nederland tot de ‘top performers’. De Nederlandse overheid investeert een kleine twaalf procent van het totale publieke inkoopbudget in innovatieve oplossingen. Volgens de onderzoekers is een minimale investering van zeventien procent nodig in een ‘gezonde economie’. Veel van deze investeringen worden gedaan in de zorg, het OV, algemene publieke diensten en publieke orde.

Opvallend is dat veel innovaties worden ingekocht omdat de leverancier op eigen initiatief een vernieuwende dienst of product aandraagt. Ook worden de meeste innovatieve oplossingen niet via openbare aanbestedingen uitgevraagd, maar ingekocht zonder dat de uitvraag gepubliceerd wordt.

ICT
Ten slotte keken de onderzoekers naar de inkoop van innovatieve ICT omdat deze sector voor een groot deel bijdraagt aan de efficiëntie en effectiviteit van de publieke sector. Hierop scoort Nederland matig. Slechts drie procent van het totale budget voor publieke inkoop wordt hierin geïnvesteerd. Voor een gezonde economie zouden Europese landen moeten streven naar een investering van minimaal tien procent. Alleen Finland, Ierland en Zweden komen enigszins in de buurt bij dit doel. Het Europees gemiddelde ligt op 3,5 procent.

Om de scores te verbeteren dienen landen een concreet actieplan op te stellen, moeten overheden zich committeren aan innovatie door inkoop en dient er voldoende geïnvesteerd te worden in innovatie. In het bijzonder in innovatieve ICT-oplossingen. Als dit niet gebeurt is de kans groot dat economische groei afremt.

Bron: onderzoeksrapport ‘The strategic use of public procurement for innovation in the digital economy’

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor: Hoogleraar Schotanus: '20% zorgvraag veroorzaakt door leveranciers'


In deze podcast spreken we Fredo Schotanus, adviseur bij Significant Synergy en sinds eind 2019 hoogleraar publieke inkoop bij de Universiteit van Utrecht en opvolger van Jan Telgen. Hij heeft een gekke start gehad als hoogleraar in coronatijd. Hoe is hem dat vergaan en welke onderzoeken zijn er gestart? Daarover voelen we hem aan de tand.

Over die onderzoeken kunnen we alvast een tipje van de sluier oplichten: dit zijn er drie. Over duurzaam en sociaal inkopen, transparantie en effectiviteit én Jeugdzorg.

Op basis van deze drie onderzoeken, leggen we Fredo een aantal pittige stellingen voor:

  1. Aanbestedende diensten vinden circulair of duurzaam inkopen maar gedoe
  2. De huidige manier van zorg inkopen zorgt niet voor de beste prijs-kwaliteit
  3. Aanbestedend Nederland koopt niet transparant in 

Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te delen en je te abonneren.

Wil je kans maken op de inkoopstripboeken? Laat ons dan weten wat je van de podcast vindt en welke onderwerpen we zeker nog moeten behandelen. Of vertel ons jouw verhaal. Stuur dit naar: podcast@aanbestedingscafe.nl.

Andere interessante linkjes naar aanleiding van de podcast: 

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding uitgelicht: Inburgeringstrajecten

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: Nationale aanbesteding Inburgeringstrajecten.

Wat is het?
Nationale aanbesteding Inburgeringstrajecten.

Wie koopt in?
De gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar, ondersteund door de Connectie.

Wat wordt er aanbesteed?
In het huidige inburgeringsstelsel ligt de verantwoordelijkheid voor de inburgering bij de inburgeringsplichtigen zelf. Het blijkt dat dit niet effectief is, het slagingspercentage van inburgeringsplichtigen is sinds de invoering van de huidige wet inburgering gezakt van 78 procent naar dertig procent. Om daar verbetering in te brengen wordt de Wet Inburgering per 1 januari 2022 gewijzigd. Gemeenten krijgen de regie over het inburgeringsproces: zij zijn verplicht om asielstatushouders passend taalonderwijs aan te bieden gekoppeld aan een passend participatietraject en om gezins- en andere migranten te adviseren op dit gebied. Ook houden gemeenten zicht op de kwaliteit van de cursussen. Uitgangspunt is dat inburgeringsplichtigen sneller de taal leren en (vrijwilligers) werk vinden, wat hun zelfredzaamheid vergroot. De ambitie is: Inburgeren als instrument voor meedoen in de samenleving en meedoen in de samenleving als instrument naar succesvol inburgeren.

De aanbesteding is opgedeeld in drie percelen: Onderwijsroute, B1-route (Nederlands op B1-niveau) en Zelfredzaamheidsroute. De aanbestedende dienst is voornemers per perceel een raamovereenkomst met twee inschrijvers aan te gaan. Naast onderwijs en participatie wordt er binnen ieder perceel ook gevraagd om specifiek aandacht te geven aan o.a. digitale vaardigheden, kinderopvang en deelnemers met een beperking.

Uitdaging voor de inkoper
Bestuursadviseur Dion Vreman, gemeente Arnhem:Leren en participeren tegelijkertijd; we zijn ervan overtuigd dat dat voor nieuwkomers de snelste weg is naar een zelfstandig bestaan in de Nederlandse samenleving. Met deze aanbesteding geven we als gemeenten richting aan het gewenste inburgeringsaanbod. We zijn heel benieuwd hoe partijen op basis van hun kennis en ervaring hier invulling aan geven.”

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

TenderNed publiceert vijf meest gemaakte fouten

TenderNed heeft geïnventariseerd welke fouten aanbestedende diensten het vaakst maken op het platform, gebaseerd op data van de servicedesk. Er zijn vijf onderdelen waarbij het vaak misgaat.

De fout die het vaakst gemaakt wordt is het gebruiken van meerdere talen bij een publicatie op Tender Electronic Daily (TED), het Europese aanbestedingsplatform. TED wijst de publicatie dan af, bijvoorbeeld als een Nederlandse tekst wordt gecombineerd met een Engelstalige tekst. Aanbestedende diensten kunnen dat voorkomen door één taal te gebruiken.

Ook zien aanbestedende diensten de noodzaak van het rectificeren van een aanbesteding over het hoofd als zij de specifieke gegevens van een aanbesteding wijzigen. Zij dienen te kiezen voor het publiceren van een rectificatie of het kenbaar maken van correcties aan geselecteerd ondernemingen. Daarnaast komt het voor dat een kluis al tijdens een lopende marktconsultatie sluit, waardoor de marktconsultatie niet vervolgd kan worden. Soms is er geen tweede lokaal beheerder voorhanden waardoor bepaalde taken binnen TenderNed niet kunnen worden uitgevoerd als de beheerder afwezig is. Ten slotte ronden aanbestedende diensten marktconsultatie soms op onjuiste wijze af, waardoor TED de publicatie weigert.  

Voorkomen en herstellen
Aanbestedende diensten kunnen deze fouten voorkomen door bij een marktconsultatie te kiezen voor een datum ver in de toekomst voor de uiterlijke ontvangst van inschrijvingen, een tweede lokaal beheerder toe te voegen en een marktconsultatie af te ronden door deze de status ‘Afgerond’ te geven in plaats van te kiezen voor vroegtijdige beëindiging van de aanbesteding.  

Bron: Tenderned.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

HIS geeft tips voor beoordeling inschrijving

De Haagse Inkoopsamenwerking (HIS) maakte onderstaand filmpje om medewerkers op weg te helpen bij de beoordeling van offertes en inschrijvingen. De tijd nemen en objectief blijven zijn volgens de HIS essentieel.

De Rijksoverheid is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Het DNA van Significant Synergy: kwaliteit en samenwerken

Significant Synergy is een bekende naam in de wereld van inkoop en aanbesteden. Wat onderscheidt dit adviesbureau van andere in de branche? Merle Olvers en Rémon van Buuren, beiden consultant bij Significant Synergy, bieden een inkijkje.

Significant Synergy richt zich als inkoopadviesbureau voornamelijk op de publieke sector. Dat is precies wat Merle en Rémon trok toen ze beiden 3,5 jaar geleden bij Significant Synergy startten. Merle was net klaar met haar studie Facility Management, pas 20 jaar oud toen ze begon als junior consultant. Inmiddels is Merle doorgegroeid tot medior consultant. Ze houdt zich bezig met het begeleiden van aanbestedingen, inkoopprofessionaliseringstrajecten en ze maakt deel uit van het expertiseteam ‘Externe Inhuur’, dat geleid wordt door Rémon.

Met hem werkte ze ook aan een van haar eerste klussen voor Significant Synergy: het begeleiden van een aanbesteding. “Als je net binnenkomt is die samenwerking cruciaal. Stap-voor-stap uitleg krijgen, aan de hand meegenomen worden, dat heeft me heel erg geholpen. Je kunt natuurlijk wel handvatten krijgen in een training maar in de praktijk zie je dat je toch andere dingen tegen kunt komen dan wat je is verteld.”

Altijd samen
De focus op samenwerking is een belangrijk speerpunt voor Significant Synergy. Consultants werken altijd in een team van twee of meer aan een opdracht. Niemand werkt op detacheringsbasis bij een klant. Collega’s met meer ervaring begeleiden junioren zonder dat er sprake is van hiërarchie. Ook junior consultants krijgen snel verantwoordelijkheid. Zowel Merle als Rémon zijn enthousiast over die aanpak. “Er staat altijd een collega naast je die meekijkt op de kritische momenten. We moeten de kwaliteit voor onze klanten immers waarborgen. En het is toch prettig om een sparringspartner te hebben als je voor het eerst zelfstandig een aanbesteding gaat doen”, vertelt Merle. Voor Rémon was de rol van mentor een van de redenen om 3,5 jaar geleden voor een functie bij Significant Synergy te kiezen. “Je krijgt echt een rol bij het opleiden van junioren, starters of collega’s met wat ervaring. Dat kenmerkt Significant Synergy.”


Onze collega’s maken het verschil. We hebben een heel leuk, enthousiast en ambitieus team van collega’s die samen de schouders eronder zetten, om het beste resultaat te behalen voor de klant.

Merle Olvers, medior consultant Significant Synergy

Kwaliteit is een ander kernwoord dat bij de organisatie past, vertelt Rémon. “Ik ken de organisatie in beginsel echt als een expert in aanbesteden met een hoog kwaliteitsniveau. Dat sprak me heel erg aan”, vertelt hij. Significant Synergy weet goed wat er speelt in de markt van opdrachtgevers en leveranciers. Verder richt de organisatie zich ook steeds meer op bijdragen aan maatschappelijke impact. Dit omdat de organisatie dit een belangrijk thema vindt en omdat het realiseren van die maatschappelijke impact in de nabije toekomst dé uitdaging voor de Nederlandse overheid is.

Interessante opdrachten
Rémon werkte zes jaar als bidmanager bij Randstad en kwam bij Significant Synergy terecht toen hij zich bezon op een volgende stap in zijn carrière. Het inkoopvak sprak hem aan, vooral het domein van aanbesteden. “Ik kende Significant Synergy al vanuit mijn rol als bidmanager. Ik had toen veel contact met inkoopadviesbureaus. Significant stond toen al bovenaan mijn lijstje.” Significant Synergy werkt volgens hem niet alleen vanuit de rol van inkoop maar heeft ook aandacht voor de markt. “Dus als je een bepaalde vraag stelt, wat betekent dat voor die markt? Voor die marktpartijen?”


Ik ken de organisatie in beginsel echt als een expert in aanbesteden met een hoog kwaliteitsniveau. Dat sprak me heel erg aan

Rémon van Buuren, senior consultant

Toen hij stopte als bidmanager en begon in de rol van consultant was dat wel even wennen. “In het begin kreeg ik te horen: doe vooral wat je leuk vindt. Maar dan is de vraag, wat vind je leuk?” Rémon draaide mee in verschillende projecten en kreeg alle ruimte om te ontdekken waar hij energie van kreeg. “Ik wilde graag naar buiten, meer van de wereld zien. En dat doe ik nu zeker. Je krijgt echt een kijkje in de keuken, bij de centrale en decentrale overheid, het onderwijs, de zorg, noem maar op. Dus dat is heel interessant.”

Rémon houdt zich voornamelijk bezig met adviestrajecten voor de organisatie van inhuur binnen een organisatie en het begeleiden van aanbestedingen en implementatietrajecten. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de doorontwikkeling van de propositie ‘Externe Inhuur’ bij Significant Synergy. Dat vakgebied is volop in beweging. “Er is sprake van continu opvolgende wetgeving op arbeid. Dat leidt tot onrust en onzekerheid bij onze opdrachtgevers.” Ook de diversiteit aan mogelijkheden voor het (rechtmatig) organiseren van inhuur roept vragen op bij klanten. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt tot nieuwe vormen van inhuur en toename van het aantal zzp’ers. Dat vraagt om een andere benadering van de markt. Daar ondersteunen we onze klanten bij.”

Zijn leukste klus tot nu toe? Die vond plaats bij de Sociale Verzekeringsbank. “Daar zat ik met drie petten op aan tafel. Als projectleider, om het allemaal intern te organiseren, als inkoopadviseur en als specialist op het gebied van inhuur. Dus dat was een stevige rol binnen een grote en complexe organisatie. Een mooie ervaring, ook nog eens met een mooi resultaat. Daar heb ik veel van geleerd.”


Je krijgt echt een kijkje in de keuken, centrale overheid, decentraal, onderwijs, waterschappen, noem maar op.

Rémon van Buuren, senior consultant Significant Synergy

Werken op afstand
Het hoofdkantoor van de Significant Groep bevindt zich in Utrecht. Normaal gesproken werken daar circa honderd consultants, waarvan er veertig actief zijn voor Significant Synergy. Door de coronacrisis werken Merle, Rémon en hun collega’s vanzelfsprekend al maanden thuis. Merle vindt het geen probleem om vanuit huis te werken, hoewel ze de interactie tijdens brown paper sessies die ze met klanten houdt, wel mist. “Digitaal communiceren is gewoon anders. Het is minder persoonlijk. Je kunt minder elkaars non-verbale houding lezen. Dat vind ik af en toe wel lastig.” Goed doorvragen en persoonlijke interesse tonen tijdens digitale sessies helpt, vertelt ze. En onderling houden collega’s ook contact, door af en toe bij te praten via de telefoon of door een sociale activiteit via Zoom te organiseren. “Laatst is er bijvoorbeeld digitaal muffins gebakken. Alle kinderen van alle collega’s stonden lekker voor de camera te bakken”, vertelt ze lachend. “En afgelopen vrijdag hadden collega’s een muziekbingo georganiseerd. Dat past ook wel bij de collega’s. We houden wel van gezelligheid!”

Kopje koffie
Significant Synergy is altijd op zoek naar talent. Er stromen regelmatig junioren in, net als Merle, direct vanuit de schoolbanken. Daarvoor onderhoudt Significant goed contact met verschillende onderwijsinstellingen. Bij de sollicitatieprocedure maken kandidaten altijd eerst kennis met het team om te kijken of het klikt. De persoonlijke benadering staat voorop. “De eerste contacten zijn heel warm en persoonlijk. Tijdens mijn sollicitatiegesprek voelde ik me heel erg op mijn gemak”, herinnert ze zich.

Het werven van medior en senior consultants is lastiger. Rémon: “De senior inkopers die wij graag aan ons bedrijf willen binden liggen niet voor het oprapen.” Zelf liep hij ooit een borrel van Significant Synergy binnen, gewoon om eens kennis te maken. Stel dat een ervaren inkoper toch de sprong wil wagen naar een inkoopadviesbureau als Significant? “Een borrel binnenlopen is op dit moment een beetje lastig”, zegt hij lachend. “Maar kom vooral eens een kop koffie drinken”, zegt hij. “Niet per se voor een sollicitatie, maar gewoon met een van onze adviseurs. Zo kom je op een laagdrempelige manier te weten hoe wij ons werk doen en wat werken bij Significant betekent. Er zijn genoeg mensen die daar tijd voor willen maken!”

Significant is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Open source lijdt onder aanbestedingsregels

De rol van opensource-initiatieven blijft beperkt bij de overheid en dat is onder meer te wijten aan aanbestedingsregels. Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken is uitgevoerd. Aanbestedingen zouden anders moeten worden ingericht om meer ruimte te creëren voor open source bij overheidsorganisaties.

Overheden moeten opensource-proof gaan aanbesteden, is het advies. De huidige regels zorgen ervoor dat slechts een beperkt aantal (grote) IT-partijen grote opdrachten verwerven. De onderzoekers pleiten ervoor het openbaar maken van de code te verplichten bij opdrachten voor overheden. Ook het mee laten wegen van licentiekosten over een periode van vijf tot tien jaar in de aanbestedingsprijs zou kunnen helpen, net als het opstellen van inkoopstandaarden voor inkopers.

In 2020 riep staatssecretaris Knops overheden op om broncodes van te ontwikkelen overheidssoftware zoveel mogelijk te delen. Het uitgangspunt is ‘open, tenzij’. Als dit principe niet verenigbaar is met veiligheidsbelangen wordt software niet gedeeld. De onderzoekers pleiten ervoor de uitzonderingsgronden waarop overheden mogen kiezen voor ‘tenzij’ – het niet openbaar maken – te concretiseren. Opensource moet sterker als standaard gepositioneerd worden zodat uitzonderingen alleen mogelijk zijn als dat strikt noodzakelijk is.

Kennisopbouw
Daarnaast moeten overheden gaan investeren in kennis over open source, met pilots en experimenten. De onderzoekers concluderen dat er nog maar weinig broncodes worden gedeeld, er weinig kennis en ervaring met opensource-communities is en er onduidelijkheden over de kosten, investeringen en juridische zaken zijn, bijvoorbeeld rondom aansprakelijkheid en licenties.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaf opdracht tot het onderzoek omdat er nog veel onbekend is over opensource-communities terwijl overheden steeds vaker broncodes van software via deze communities willen laten ontwikkelen. Het onderzoek werd uitgevoerd door Ton Baetens, Arnout Ponsioen en Linda de Veen en is hier te vinden.

Bron: Computable.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Wat kunnen aanbesteders verwachten naar aanleiding van de verkiezingen?

Met de verkiezingen achter de rug zitten we in de aanloop naar de vorming van een nieuwe coalitie. Bijzonder spannend, gezien alle ontwikkelingen. Of misschien toch niet? De kans op een voortzetting van de huidige coalitie lijkt immers groot, eventueel met een andere premier en een kleine aanpassing links of rechts. De vraag is of doorgaan met deze coalitie ook leidt tot voortzetting van het huidige beleid, of dat er mogelijk toch zaken zullen veranderen. Ik was benieuwd en heb me verdiept in de verkiezingsprogramma’s van VVD, D66 en CDA om te kijken of er voorspellingen kunnen worden gedaan voor de publieke inkoop.

Het eerste wat opvalt zijn de verschillen. In het programma van de VVD wordt nauwelijks iets gezegd over de aanbestedingspraktijk, terwijl D66 op meerdere plaatsen haar ideeën ventileert met betrekking tot de wijze waarop de overheid aanbestedingen zou moeten vormgeven. Er wordt zelfs gesproken over het aanpassen van de aanbestedingswet en de Europese regelgeving. Dit is overigens niet gedreven vanuit een onvrede met de huidige wet- en regelgeving. Maar daarover later meer…

Zijn er dan helemaal geen overeenkomsten tussen de ideeën van deze drie partijen? Zeker wel, maar daarvoor moeten we eerst wat meer afstand nemen. Als je de verkiezingsprogramma’s naast elkaar legt en door de oogharen bekijkt, dan zijn er wel degelijk onderwerpen die overeen komen.

Eigen economie eerst
Zo is voor alle drie de partijen de versterking van onze economie en de bescherming tegen oneerlijke concurrentie een thema. VVD stelt bijvoorbeeld dat buitenlandse bedrijven benadeeld of uitgesloten moeten worden bij aanbestedingen als ze staatssteun ontvangen. Hetzelfde zou moeten gelden voor Europese bedrijven die dergelijke leveranciers en daardoor een oneerlijk concurrentievoordeel hebben. D66 komt met nagenoeg hetzelfde voorstel, terwijl CDA een stapje verder gaat en een versoepeling wil van de aanbestedingsregels, waardoor aanbestedende diensten makkelijker aan Nederlandse of Europese bedrijven kunnen gunnen.

Duurzaamheid via de aanbestedingswet
Ook duurzaamheid is een gemeenschappelijk onderwerp. Wat het CDA betreft gaan klimaatbeleid en industriebeleid hand in hand onder de noemer ‘Rentmeesterschap in duurzaamheid en klimaat’, waarbij waar nodig aanbestedings- en mededingingsregels worden aangepast. Ook in het programma van de VVD is ruime aandacht voor de transitie naar een duurzame economie. En hoewel er geen directe link wordt gelegd met de aanbestedingspraktijk, mag je verwachten dat er ruimte is om mee te gaan met voorstellen van andere partijen op het gebied van duurzaamheid en aanbesteden. Waarschijnlijk zullen die voorstellen van D66 komen. Zij hebben namelijk nogal wat te zeggen over duurzaamheid en aanbesteden.

Dat begint al met de stelling dat de overheid voor al haar uitgaven de impact op het klimaat en milieu actief moet verlagen en circulaire principes mee moet nemen bij alle aanbestedingen in de bouw en infrastructuur. Ook stelt D66 onder de kop ‘Nederland circulair in 2050’, dat circulaire principes moeten worden meegenomen in alle aanbestedingen van fysieke producten. Opvallend: de partij belooft de Aanbestedingswet aan te passen om sterker te sturen op het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Zouden we dan een nieuw gunningscriterium gaan krijgen?

Uitsluiten op basis van OESO-richtlijnen
Het aanpassen van de wet om meer te kunnen sturen op maatschappelijke doelstellingen heeft overigens niet alleen betrekking op duurzaamheid, maar ook op het stimuleren van sociale meerwaarde. De aanpassing van de aanbestedingswet is er volgens D66 namelijk mede op gericht om het sociaal ondernemers makkelijker te maken om mee kunnen doen aan aanbestedingen (ik neem dan aan dat er niet ‘meedoen’ wordt bedoeld, maar ‘winnen’). CDA denkt in dezelfde richting en wil het mogelijk maken om maatschappelijke ondernemingen voorrang te geven bij overheidsaanbestedingen.

Een ander interessant idee is het voorstel van D66 om bedrijven van aanbestedingen te kunnen uitsluiten indien ze niet voldoen aan de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen. Ik ben benieuwd of dit betekent dat men nieuwe uitsluitingsgronden wil toevoegen.

Stoppen met aanbesteden van de zorg
Alle drie de partijen lijken het eens te zijn dat er minder marktwerking in de zorg moet zijn. Zo heeft de VVD het over het “aanpakken van problemen als gevolg van doorgeschoten marktwerking en doorgeschoten bureaucratie, zoals toegenomen regeldruk…” (overigens zonder dat daar consequenties voor de aanbestedingspraktijk aan worden verbonden). CDA gaat verder en wil af van “ingewikkelde aanbestedingen” onder het credo “de zorg is geen markt, maar mensenwerk”. D66 is nog explicieter en zegt eventueel de Europese regels aan te willen passen om ervoor te zorgen dat gemeenten geen Wmo-aanbestedingen meer hoeven te doen als dit geen toegevoegde waarde heeft.

Dus, wat kunnen we nu verwachten?
Er zouden dus best eens veranderingen voor de aanbestedingspraktijk kunnen komen. De kans is immers groot dat VVD, D66 en CDA elkaar opnieuw vinden in een nieuwe coalitie. Mocht dat gebeuren, dan zal men -als we de partijprogramma’s moeten geloven – vrijwel zeker inzetten op nieuwe uitsluitingsgronden om productieketens uit met name Aziatische landen te kunnen weren. Ik ben wel benieuwd hoe dat er in praktijk uit zou moeten zien. Ik kan me voorstellen dat men het over de boeg van de OESO-richtlijnen gooit, gezien de landen die bij de OESO zijn aangesloten. Twee vliegen in één klap voor D66.

Als het om aanbesteden gaat, dan zullen gemeenten met name uitkijken naar de plannen met Wmo-aanbestedingen. De Nederlandse overheid dringt natuurlijk al langer aan op verandering bij de Europese Commissie en de aanbestedingsplicht wordt al een tijdje op grote schaal omzeild met bijvoorbeeld open house constructies. Grote veranderingen hoeven we dus niet te verwachten, maar ik kan me voorstellen dat bestuurders en inkopers toch een klein dansje zullen doen als er daadwerkelijk veranderingen komen.

Zelf ben ik erg benieuwd naar de kansen voor een gunningscriterium ‘maatschappelijke waarde’ of ‘meest groene oplossing’. Natuurlijk begrijp ik dat je deze waarden ook op een andere manier in aanbestedingen kunt meenemen. Maar als je er een gunningscriterium van maakt, dan kun je het als overheid vervolgens ook verplichten. Of dat ook gaat gebeuren? Om eerlijk te zijn: ik denk het niet. Maar dromen mag altijd…

Partner van Aanbestedingscafé:

De eerste stap naar een eerlijkere bouwaanbesteding

Als een bouwbegroting heel plat wordt geslagen, dan bestaat deze uit hoeveelheden (vermenigvuldigd met prijzen), een inschatting van de kosten gerelateerd aan het bouwproces (onder meer verwerkt in de Algemene Bouwplaatskosten, verder ABK) en diverse opslagen.

Bij een traditionele aanbesteding (uitvraag – aanbieding – gunning) is de totale som van deze begroting leidend. De aanbieder met de laagste prijs wordt het werk gegund. Al biedt de huidige aanbestedingswet meer kaders en wordt gunnen op basis van de laagste prijs niet op voorhand geaccepteerd. In private aanbestedingen is het nog steeds meer de regel dan uitzondering.

Als de voorgenoemde (en platgeslagen) begroting nader wordt bekeken, dan zijn de ABK altijd lastig te duiden en dus ook lastig te vergelijken: zijn twee of drie uitvoerders nodig op een project en worden die ook daadwerkelijk ingezet als het werk wordt gegund? De directe kosten (hoeveelheden x prijs) zouden in de basis voor minder discussie moeten zorgen. Het is toch duidelijk hoeveel deuren er in een gebouw zitten, hoeveel kubieke meter beton er nodig is en hoe lang de heipalen zijn? Niets is minder waar!

Zeker als de aannemers (dan gegadigden) tijdens de aanbestedingsprocedure zelf verantwoordelijk worden gehouden voor het inschatten en/of controleren van de hoeveelheden, leveren verschillen in de hoeveelheden de nodige discussie op, voor en na de gunning.

De in Engeland gangbare quantity surveyor zou hiervoor een oplossing kunnen bieden. Deze functionaris is verantwoordelijk voor het tellen van de hoeveelheden zodat alle aanbiedingen op dit onderdeel een gelijk uitgangspunt hebben (lees beter met elkaar te vergelijken zijn). De prijzen achter de hoeveelheden, dienen als uitgangspunt als deze hoeveelheden onverhoopt toch verschillen tijdens de realisatiefase.

Toch wordt de quantity surveyor in Nederland niet vaak toegepast. Een verklaring kan zijn dat de opdrachtgever (de aanbestedende organisatie) kosten moet maken voor iets wat hij ook bij de gegadigden kan neerleggen en hiermee als opdrachtgever het risico van de juistheid van de hoeveelheden naar zich toetrekt. Het voorgenoemde risico (verschillende hoeveelheden in de aanbiedingen) maar ook het feit dat in zijn totaliteit de proceskosten hoger zijn, worden derhalve geaccepteerd.

Ook de beperkte aansprakelijkheid van deze functionaris kan een oorzaak zijn. De veel toegepaste DNR-2011 is relatief mild voor adviseurs, zeker als deze wordt vergeleken met de aansprakelijkheid (en dus risico’s) die aannemers hebben in het volledige ontwerp- en bouwproces. Toch zijn in de dagelijkse praktijk weinig ontwerpende partijen die voor dit onderdeel hun hand in het vuur durven te steken.

De aantrekkelijkheid van een aanbesteding (lagere tenderkosten bij de gegadigden, meer transparantie in de uitvraag, beter te controleren aanbiedingen) zou groter worden als een quantity surveyor wordt ingezet. Als door een Bill of Quantities ook het gedoe tijdens de uitvoeringsfase afneemt, zou het logisch zijn dat deze functionaris ook in Nederland snel gangbaar wordt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Roermond vergeet nieuwe afvalbakken Europees aan te besteden

Inwoners van de gemeente Roermond moeten een jaar langer wachten op nieuwe afvalbakken. De gemeente zag de noodzaak tot Europees aanbesteden over het hoofd. Door de fout moeten inwoners van Roermond mogelijk een hogere afvalstoffenheffing gaan betalen tot de nieuwe afvalbakken er staan.

Het was de bedoeling dat de afvalbakken in de gemeente per 1 juli 2021 vernieuwd zouden worden. Daartoe had afvalinzamelaar Van Kaathoven de opdracht, ter waarde van 1,4 miljoen euro, van de gemeente gekregen. Een derde partij maakte bezwaar, waarna de gemeente advies inwon bij een juridisch expert. Die bevestigde dat de gemeente inderdaad Europees aan had moeten besteden. De voorgenomen ‘omwisseling’ van de afvalbakken staat nu gepland voor 1 juli 2022.

Afvalstoffenheffing omhoog
Dat de gemeente de voorgenomen datum van 1 juli 2021 niet haalt heeft mogelijk nadere gevolgen. In contractafspraken staat dat als de gemeente deze datum niet haalt, deze in gebreke blijft tegenover de afvalinzamelaar. Het inzamelen met de huidige afvalbakken kost meer moeite en geld, waardoor inwoners van de gemeente mogelijk meer afvalstoffenheffing moeten gaan betalen.

Bron: De Limburger

Partner van Aanbestedingscafé:

Bonusaflevering De Gunningsfactor: 'aanbestedende dienst: ga in gesprek met inschrijver'

Op 12 februari 2021 zond staatssecretaris Mona Keijzer twee brieven aan de Tweede Kamer waarin ze maatregelen aankondigt om de rechtsbescherming voor inschrijvers op aanbestedingen te verbeteren. Deels zet ze deze gelijk in werking. Zo dient ze gelijktijdig ook een gewijzigde Gids Proportionaliteit in. 

Rob en Daan van Rozemond advocaten bespreken de maatregelen. Welke problemen moeten worden opgelost en in hoeverre gaat dat met deze maatregelen lukken? Dat gesprek leidt ook tot nodige vragen, zoals over de reikwijdte van de nieuwe vernietigingsgrond ‘grove schending van het aanbestedingsrecht’. 

“Ik kom zelf uit een ondernemersdorp, dus ik weet hoe belangrijk je volgende opdracht is. In loondienst ga je ’s ochtends naar je werk en weet je dat je betaald wordt. Als ondernemer weet je dat wanneer je opdracht afgelopen is, er een volgende opdracht klaar moet staan. Geen opdracht in je portefeuille betekent dat er geen geld binnenkomt”, aldus Mona Keijzer.

“Als jij als aanbestedende dienst denkt dat je niet met de markt in gesprek mag om te kijken wat oplossingen zijn voor je probleem, dan kan het zomaar zo zijn dat jouw aanbesteding dat probleem ook niet gaat oplossen. En dat is vanuit het algemeen belang natuurlijk ook dramatisch.”

“Dus het gaat om die combinatie: zorgen dat wat je aanbesteed ook leidt tot een goede oplossing én tot een redelijke prijs voor ondernemers.”

Nieuwsgierig geworden? Luister de hele podcast.

De brief van de Staatssecretaris met de nieuwe maatregelen is onder meer te vinden via deze link. De brief met de nieuwe Gids Proportionaliteit tref je hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Economisch Meest Voordelige Coalitie

Van het verkiezingscircus rollen we in het formatiecircus. Verslavend, vermakelijk maar vooral verontrustend. Soms verlang ik naar aanbestedingsprocedures in de politiek. Laat alle partijen maar eens concreet op papier zetten hoe zij de komende vier jaar in zouden gaan vullen. Laat ze met beloftes komen die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn.

In plaats daarvan worden we als beoordelingsteam van dertien miljoen stemgerechtigden opgescheept met schijnwerkelijkheden. Zoals de dagelijkse peilingen die we dagelijks krijgen voorgeschoteld, en de ‘winnaars’ die na ieder debat worden uitgeroepen. En worden onze avonden gevuld met talkshows die het nooit hebben over de partijprogramma’s, maar veel liever over het Kaag- of Wopke-effect. Een effect dat ze overigens zelf hebben bedacht, en dat alleen maar ontstaat omdát ze het zo vaak benoemen.

Gek geregeld eigenlijk in dit land. Voor de aanschaf van nieuwe printers en koffiebekers vragen we een dichtgetimmerd plan en doen we er alles aan om een objectieve en rechtmatige beoordeling te verzekeren. We eisen complete procesbeschrijvingen om te voorkomen dat er ook maar iets in een verkeerde kleurtint wordt geleverd. Personen, bedrijfsnamen en presentaties hebben vaak geen plaats in die beschrijvingen, omdat ze af zouden leiden van de inhoud en subjectiviteit in de hand werken. Maar om gekozen te worden om het land te leiden is het belangrijker hoe je jezelf manoeuvreert door stevige debatten en gezellige koffieshows.

Dat burgers zich wel degelijk met de inhoud willen bemoeien blijkt uit hoe het in Zwitserland werkt. Geen land ter wereld waar directe democratie zo in de samenleving zit verankerd. Zo kunnen burgers zelf referenda organiseren, waar stemgerechtigden vier á vijf keer per jaar over kunnen beslissen. Via een folder krijgen ze een duidelijk overzicht van het probleem, en krijgen ze zorgvuldig geselecteerde voors en tegens te lezen. Niet de persoon, maar het probleem is leidend.

Hoe mooi zou het zijn als we een keer echt zouden weten waarvoor we kiezen? Dat we verschillende partijprogramma’s met elkaar kunnen vergelijken zonder het hele mediacircus eromheen? Een keer niet kiezen voor hoop-in-bange-dagen-Mark, we-zijn-het-zat-Thierry of toch-maar-eens-een-vrouw-Sigrid, maar programma’s beoordelen op behaalde resultaten en specifieke beloftes.

De toekomst van dit land. In maximaal drie A4 en volledig anoniem.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheidsopdrachten: wel of niet clusteren?

Inkopen is keuzes maken. Als overheidsinkoper heb je te maken met verschillende, soms zelfs conflicterende belangen. Wat kies je? Welk belang weegt zwaarder? En hoe bepaal je dat? Deze vragen spelen bijvoorbeeld een rol bij het clusteren of splitsen van overheidsopdrachten. Door de vele klachten en procedures over clusteren, lijkt het in de basis een juridische kwestie. In dit blog laat ik zien dat de keuze toch vooral een inkooptechnische vraag is. Niet alleen rechtmatigheid, maar juist doelmatigheid is bepalend.

Clusteren: hoe zit dat?
Clusteren is het samenvoegen van twee of meer opdrachten om deze als één aanbesteding in de markt te zetten. De Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) stelt hier een aantal voorwaarden aan. Zo mogen opdrachten niet ‘onnodig’ worden samengevoegd (1). Door de vele rechterlijke uitspraken en adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts hierover, lijkt het vooral een juridische kwestie. Toch is dat niet zo. Eigenlijk moet de discussie beginnen met de vraag of er überhaupt sprake is van meerdere opdrachten. Is dat niet het geval? Dan is er ook geen sprake van clustering.

Is het één opdracht?
Het is dus belangrijk om vooraf te onderzoeken of er sprake is van één of meerdere opdracht(en). Dat lijkt simpel, maar in de praktijk blijkt het een stuk complexer. Er is bijvoorbeeld geen wetsartikel dat bepaalt welke verschillende producten of diensten gelijksoortig zijn. In de inkoopwereld zijn er wel indelingen gemaakt die de mate van homogeniteit tussen verschillende productgroepen of diensten aangeven. Bovendien hebben gelijksoortige producten of diensten vaak dezelfde begincijfers in de toegekende CPV-codes. Daarnaast zijn er andere manieren om de homogeniteit van een product of dienst te bepalen. Je kunt dit ook bepalen aan de hand van een aantal vragen.

Vragen die je kunt stellen:
• Hebben de diensten of producten dezelfde functie of dienen ze hetzelfde doel? Met andere woorden: zijn ze qua inhoud soortgelijk en is er sprake van een samenhangende opdracht?
• Wordt in de inkoopbehoefte voorzien door dezelfde leverancier?
• Is er sprake van één kostensoort en/of vallen ze in dezelfde productcategorie?
• Vertonen de afnemers van de diensten of gebruikers van het product veel overeenkomsten?
• Vallen de producten in dezelfde kwadrant binnen de Kraljic matrix?

Is het antwoord op de meeste vragen ‘ja’? Dan kun je spreken over één opdracht. De opdracht kan dan via één aanbestedingsprocedure in de markt worden gezet. De discussie over een clusterverbod vervalt daarmee automatisch. De praktijk leert bovendien dat juridische toetsing van art. 1.5 Aw 2012 meestal achterwege blijft als vooraf duidelijk is dat het om één opdracht gaat (2). Is het antwoord op de meeste vragen ‘nee’? Dan gaat het om twee of meer opdrachten.

Wat is de inkoopbehoefte?
De korte vragenlijst hierboven geeft een goede eerste indruk. Voor nader onderzoek, kijk je ook naar de inkoopbehoefte. Is dat wat wordt ingekocht voor de hele organisatie bestemd, maar met verschillend gebruik per afdeling? Denk bijvoorbeeld aan een ICT-oplossing die op verschillende manieren wordt ingezet. Dan kan het toch gaan om een ongelijksoortige opdracht. Wordt er juist ingekocht voor één specifieke afdeling? Dan is de kans groot dat het gaat om een gelijksoortige opdracht.

Wat zegt de markt?
Tot slot kijken we naar de markt. Is de inkoopbehoefte reëel? En kan deze worden voorzien door één leverancier? Als er intern genoeg kennis in huis is, is deskresearch voldoende. In de praktijk wordt er vaak gekozen voor een combinatie van desk- en fieldresearch. De gedachte is dat de markt beter op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Na de interne analyse én de marktconsultatie heb je voldoende kennis om te bepalen of het om één of meerdere opdrachten gaat. Bovendien kun je hierna beter onderbouwen waarom ervoor is gekozen om de opdrachten samen te voegen (3). De beslissingsboom hieronder geeft een weergave van de homogeniteitsvraag, waarbij geldt hoe meer vragen met ja kunnen worden beantwoord hoe waarschijnlijker het is dat er sprake is van homogeniteit.

De inkoopbehoefte bepaalt
Onnodige samenvoeging komt regelmatig voor. Een overheidsorganisatie zet een opdracht geclusterd in de markt, maar na toetsing blijkt het om twee of meer opdrachten te gaan. Er is dan onterecht geconcludeerd dat de inkoopbehoefte homogeen is. Om ingewikkelde procedures te voorkomen, is het belangrijk om gedegen vooronderzoek te doen. Daarbij wordt gekeken naar de interne behoefte en het karakter van de markt. De uitkomst van het onderzoek bepaalt de keuze om wel of niet te clusteren. Hierdoor is clusteren niet zozeer een juridisch vraagstuk, maar vooral een inkoopaangelegenheid.

Voetnoten:
1. Aanbestedingswet 2012, artikel 1.5 lid 1.
2. Zie onder meer de uitspraken Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden 13 januari 2015; Gerechtshof Den Haag 9 juni 2015; Gerechtshof Den Bosch 1 december 2015.
3. Aanbestedingswet 2012, artikel 1.5 lid 2.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Open house leidt tot grote stijging zorgaanbieders

Uit onderzoek van Follow the Money en regionale dagbladen blijkt dat inkoop via open house heeft geleid tot een grote toename van zorgaanbieders. In veel provincies kwamen er sinds 2014 honderden zorgaanbieders bij.

In 2014 waren er nog 384 bedrijven actief op het gebied van jeugdzorg, in 2021 zijn dat er 2752. Follow the Money vroeg de gegevens op bij de Kamer van Koophandel. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant kwamen honderden nieuwe organisaties op. In de provincie Gelderland vertienvoudigde het aantal aanbieders in de periode tussen 2014 en 2021 zelfs. Een deel van de bedrijven combineert jeugdzorg met andere bedrijfsactiviteiten, zoals ‘koeriersdiensten’ en ‘auto’s reinigen’.

Daardoor rijst de vraag of deze organisaties in het vak zitten voor het geld, stelt Thijs Jansen, directeur van stichting Beroepseer. “Door het open-housemodel komen aanbieders binnen die eigenlijk om de verkeerde redenen in de zorg zitten: die het om het geld doen, of die eigenlijk geen jeugdzorg leveren, omdat de gemeente niet duidelijk heeft gedefinieerd wat daar wel en niet onder valt.”

Expertise
“In die eerste jaren lag de drempel voor toelating laag, is mijn indruk”, stelt Niels Uenk, onderzoeker bij het Public Procurement Center. “Dat een zorgaanbieder moet voldoen aan minimale kwaliteitseisen, wil niet zeggen dat de eisen zelf minimaal zijn.” Die lage drempel is volgens aanbestedingsadvocaat Tim Robbe niet inherent aan de methode open house. Gemeenten kunnen wel degelijk strenge eisen stellen, bijvoorbeeld via contractonderhandelingen, maar het lef of de expertise daarvoor ontbreken vaak.

Met het oog op stijgende kosten willen veel gemeenten de inkoop binnen het sociaal domein herzien. Zo stapt de zorgregio de Achterhoek vanaf 2022 af van open house en scherpt de gemeente Arnhem eisen voor zorgaanbieders aan. Volgens Uenk zou het jammer zijn als gemeenten massaal afstappen van het open-housemodel. “Er valt binnen een open-housestructuur prima af te bakenen”, meent hij.

Keuzevrijheid
Met de open house methode kunnen gemeenten elke zorgaanbieder die voldoet aan bepaalde eisen, een (raam)contract aanbieden. In 2018 kocht negentig procent van de gemeenten zorg in via open house. Gemeenten kiezen vaak voor deze constructie omdat cliënten hiermee grote keuzevrijheid hebben en kunnen kiezen voor kleine, innovatieve zorgaanbieders.  

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: Rank reversal

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een klacht rondom de beoordelingsmethode ‘rank reversal’.

Wat is er gebeurd?
Een aanbesteder heeft op 15 augustus 2019 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten. De aanbesteder wenst raamovereenkomsten te sluiten met meerdere ondernemers voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten. De opdracht is verdeeld in drie percelen.

Als gunningscriterium hanteert de aanbestedende dienst de ‘beste prijs-kwaliteit verhouding’, waarbij voor kwaliteit een wegingsfactor van tachtig procent en voor prijs een wegingsfactor van twintig procent geldt. Wat betreft de weging van de prijs past de aanbestedende dienst ‘rank reversal’ als beoordelingsmethode toe. Het maximaal aantal te behalen punten (200 punten) wordt toegekend aan de inschrijving met het laagst gewogen gemiddelde bedrijfstarief.

De overgebleven inschrijvingen krijgen vervolgens in rangorde van hoog naar laag tarief 15 punten in mindering toegekend. Een en ander leidt tot een klacht bij de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE).

De klacht
De klacht ziet erop dat de (relatieve) beoordelingsmethode bij het financiële subgunningscriterium het risico in zich bergt dat de inschrijver die als winnaar uit de bus komt niet steeds de partij is die – per saldo – de beste prijs-kwaliteitverhouding aanbiedt en verder in strijd is met de beginselen van gelijkheid en transparantie.

Het resultaat
De CvAE acht de klacht gegrond. Het toepassen van een relatieve beoordelingsmethode bij een gunningscriterium voor prijs in de vorm van ‘rank reversal’ kan leiden tot een situatie dat een winnende inschrijver niet de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft aangeboden. Dit is in strijd met artikel 2.115 lid 4 en lid 5 van de Aanbestedingswet 2012.

Bekijk advies 554 van de CvAE hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

MVI: Top-down sturen of juist andersom?

PIANOo publiceerde onlangs de resultaten van een onderzoek naar de rollen en sturingsmechanismen die een rol spelen bij intern opdrachtgeverschap op het gebied van MVI. Belangrijkste conclusie: er zijn al veel langetermijndoelen gesteld, maar om tot concrete resultaten te komen is er meer bestuurlijke druk nodig. Helder, dat zeker, maar ik vraag me af of de druk niet juist vanuit de organisatie moet komen.

Onderzocht is op welke wijze duurzaamheidsambities bij enkele decentrale overheden in hun rol als publiek opdrachtgever worden vertaald naar de uitvoeringspraktijk. Wat blijkt? Alle onderzochte partijen zijn hiermee bezig. Op zich niet verwonderlijk. MVI is een breed gedragen maatschappelijk thema en overal om ons heen zien we organisaties worstelen met het in praktijk brengen van MVI. Het is daarom mooi om te zien dat uit het onderzoek ook blijkt dat er in alle lagen van de organisaties een grote gedrevenheid is om de duurzaamheidsambities te realiseren.

Dit begint al bij de top. Een positieve constatering uit het onderzoek is dat er in alle gevallen op bestuurlijk niveau ambitieuze doelstellingen zijn vastgelegd. Echter: daarna gaat het vaak mis. Er wordt in praktijk namelijk niet hard op deze doelstellingen gestuurd. Andere, op een kortere termijn gerichte ambities krijgen meer bestuurlijke aandacht. Daarnaast ontbreekt het vaak aan concrete tussendoelen. Er is een stip op de horizon voor in de verre toekomst, maar mijlpalen ernaartoe zijn niet vastgelegd, waardoor sturen en bewaken lastig wordt.

Ik denk dat we deze situatie allemaal herkennen. We zijn het er meestal wel over eens dat duurzaamheid belangrijk is en ook vanuit bestuur en management komt een dergelijk signaal. De boodschap is dan bijvoorbeeld dat er bij alle inkooptrajecten aandacht moet zijn voor duurzaamheid. Maar wat vaak ontbreekt zijn de meetbare doelstellingen en de nulmeting: waar staan we nu? De boodschap uit het onderzoek is dan ook dat er concrete tussendoelen met KPI’s nodig zijn, vertaald naar een sluitend programma, gevolgd door monitoren van en sturen op deze KPI’s.

Terug naar de kop van dit artikel. Volgens PIANOo is meer bestuurlijke druk noodzakelijk voor succes. Zeker, bestuurlijke druk kan geen kwaad, maar waarom draaien we het niet om? Er is een stip op de horizon, een ambitie gedragen door een bestuurder. En we weten dat duurzaamheid leeft in alle lagen van de organisatie. Waarom dan niet de druk vanuit de professionals laten komen? Mijn boodschap: als MVI je aan het hart gaat, neem initiatief, zoek je collega’s op en formuleer samen die tussendoelen en KPI’s. Maak een plan en leg dat bij die bestuurder. Niks maakt bestuurders zo blij als een organisatie die met ze meedenkt. Bestuurder blij, wij blij…

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor: Henk Timmer over veranderingen in de Gids Proportionaliteit


Op 12 februari kondigde Mona Keijzer een pakket aan maatregelen aan. Dit pakket moet de (rechts)positie van ondernemers versterken. Voor een deel van de maatregelen wordt de wet gewijzigd. Voor een ander deel van de maatregelen wordt de Gids Proportionaliteit gewijzigd. Over dit onderdeel spreken wij met Henk Timmer, eigenaar van Aanbestedingszaken.

De gewijzigde Gids Proportionaliteit kan al snel in werking treden, namelijk op zijn vroegst 1 juli 2021. Wat betekent dit voor de praktijk?

Henk noemt de volgende punten:


1. Extra verplichtingen voor de aanbesteder bij de vragenronde
2. Een verplichte bezwaarperiode bij meervoudige onderhandse aanbestedingen
3. Minder snel rechtsverwerking bij klachten
4. SAS-diensten onder de 750.000 euro kunnen niet meer direct worden gegund
5. De aanbesteder moet een onafhankelijk klachtenmeldpunt instellen

De belangrijkste wetswijzigingen zijn: 

We leggen bij Henk stellingen voor, zoals: 

Ook gaan we dieper in op de rol van de Commissie van Aanbestedingsexperts. 

In de podcast verwijzen we onder meer naar: 

Partner van Aanbestedingscafé:

Keolis niet uitgesloten bij nieuwe ov-aanbesteding

Vervoerder Keolis zal niet op voorhand worden uitgesloten bij de nieuwe aanbesteding voor het openbaar vervoer in de provincies Overijssel, Gelderland en Flevoland. Wel kan de vervoerder uitgesloten worden op basis van nog te bepalen uitsluitingscriteria.

De gunning voor het busvervoer in de provincies werd vorig jaar ingetrokken nadat bleek dat Keolis had gesjoemeld bij de aanbesteding. Keolis verzorgt nu het vervoer op basis van een noodconcessie die tot 2022 geldt. De provincies zetten nu een nieuwe aanbesteding in de markt voor de periode daarna.

Vertrouwen
Op de vraag of de vervoerder voldoende heeft gedaan om het vertrouwen te herstellen, wil de provincie Overijssel geen antwoord geven. Volgens Keolis-concessiemanager René Nekkers is dat het geval: “We hebben sindsdien veel stappen gezet. Er is een verbeteringsprogramma in gang gezet, de gedragscode is aangescherpt, er zit een compleet nieuwe directie. We zijn transparant geweest is alles wat er speelt, delen alle informatie. Ik zie geen enkele reden waarom er geen vertrouwen zou zijn.” 

Toekomst
Met de nieuwe aanbesteding kan de markt zich inschrijven voor een contract met een looptijd van dertien jaar. In de vorige aanbesteding was dat nog tien jaar. Inclusief de twee jaren noodconcessie omvat de nieuwe periode een complete economische en technische levensduur van een bus. De winnende vervoerder moet elke drie jaar een ontwikkelplan opstellen en zal de huidige bussen van Keolis over moeten nemen indien Keolis bij de nieuwe aanbesteding verliest.

Bron: destentor.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding uitgelicht: Rijksbrede Plekchecker

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze nieuwe rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. 

Wat is het?
Marktconsultatie Rijksbrede Plekchecker.

Door wie wordt er ingekocht?
Henk Feunekes (UBR|HIS) namens het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de Rijksoverheid.

Wat wordt er aanbesteed?
De Rijksoverheid wil de norm voor het aantal werkplekken per FTE laten dalen. Met de daling van de norm groeit de behoefte voor een oplossing waarmee de Rijksmedewerker eenvoudig collega’s en beschikbare werkplekken kunnen vinden. Via de plekchecker kan de medewerker elk type beschikbare werkplek (Werkomgeving) vinden, bijvoorbeeld een vergaderruimte of een stilte werkplek, en desgewenst direct een reservering maken.

De behoefte voor een dergelijke oplossing bestond al voor COVID-19, door de coronamaatregelen zijn de beschikbare werkplekken schaars en is de noodzaak voor het reserveren van een werkplek via een plekchecker enkel gegroeid. De Rijksoverheid zet daarom deze marktconsultatie uit, om de markt te bevragen voor een geschikte oplossing. Hieruit zal een Europese Aanbesteding volgen.

Uitdaging van de inkoper
Henk Feunekes: “Aan de aanbesteding doen de vier concern dienstverleners (CDV’s) van de Rijksoverheid mee. Elke CDV heeft een eigen facilitair managementinformatiesysteem (FMIS) dat als bron-/basissysteem dient te worden gebruikt door de plekchecker. In elk FMIS zijn de gebouwgegevens vastgelegd. De reserveringen worden in het FMIS vastgelegd.

De uitdaging binnen deze aanbesteding is dat alle Rijksmedewerkers een Werkomgeving moeten kunnen zoeken, vinden en eventueel reserveren. Dus over het werkgebied van een CDV heen. Daarom spreken we in de aanbesteding van een Rijksbrede plekchecker. Om die reden moet er een gemeenschappelijk programma van eisen en wensen worden opgesteld waar alle vier CDV’s achter staan. Verder dienen er binnen de Rijksoverheid diverse gremia hun goedkeuring te geven voor de aanbesteding. Ook de AVG is nadrukkelijk in beeld. Uiteraard moet de te verwerven Rijksbrede plekchecker kunnen communiceren met de bij de CDV’s in gebruik zijnde FMIS.

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging.

CTM Solution is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Verdacht patroon zichtbaar bij inzet intermediairs

Er is een verdacht patroon zichtbaar in onderzochte schoonmaakaanbestedingen uit de periode 2018-2020. Dat concludeert het Public Procurement Research Center in haar rapport over de effecten van intermediairs bij aanbestedingen.

Het patroon blijkt uit de analyse die PPRC deed op een database van 224 aanbestedingen. Eén aanbieder nam een intermediair in de arm en won met behulp van deze intermediair vervolgens vijf van de tien aanbestedingen. De onderzoekers stellen dat de winkans onevenredig hoog uitvalt bij de inzet van deze intermediair en spreken van een significante afwijking. Nader onderzoek is volgens het PPRC gewenst.

UBR|HIS
PPRC voerde het onderzoek uit in opdracht van UBR|HIS. Twijfels over de toegevoegde waarde van intermediairs bij aanbestedingen vormden de aanleiding voor de analyse. Daarnaast vermoedde men dat intermediairs misbruik maken van hun positie. PPRC analyseerde honderden aanbestedingen in de schoonmaak- en verzekeringssector en hield twaalf interviews met diverse betrokkenen. Uit het vooronderzoek blijkt dat intermediairs kennis en kunde meebrengen maar ook kostbaar en partijdig kunnen zijn.

Beluister ook de aflevering van podcast De Gunningsfactor over dit onderwerp, met Richard Lennartz, directeur van UBR|HIS.

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgen over Chinese concurrentie bij Europese infra-aanbestedingen

Afgelopen week protesteerden baggerbedrijven in Brussel tegen Chinese concurrentie bij grote infraprojecten die Europees aanbesteed worden. Europese ondernemingen vrezen dat ze weg worden geconcurreerd nu Chinese baggeraars zich inschrijven op infraprojecten in Duitsland en Polen.

Chinese baggerbedrijven kunnen zich wel inschrijven op Europese aanbestedingen terwijl Europese baggeraars geen toegang krijgen tot de Chinese markt. Dat is oneerlijk, stelt de baggersector. En niet alleen de gesloten Chinese markt is een probleem, ook de subsidie die Chinese bedrijven van de staat krijgen speelt een grote rol. Daardoor kunnen bedrijven uit China zeer lage prijzen hanteren. Europese baggeraars betichten de Chinezen van prijsdumping. Ook Nederlandse baggerbedrijven Van Oord en Boskalis deden mee aan de actie.

Ingrijpen
Volgens de Europese koepelorganisatie van de baggerindustrie EuDa nam het mondiale aandeel van Chinese baggeraars de afgelopen tien jaar sterk toe, van zeven procent naar 21 procent. EuDa pleit voor een gelijk speelveld en ingrijpen door de Europese Commissie zodat Europa beter kan optreden tegen prijsdumping. “Zo zou het mogelijk moeten worden om in het uiterste geval Chinese baggerconcerns uit te kunnen sluiten van Europese aanbestedingen”, zegt EuDA-voorzitter Paris Sansoglou.

Kamervragen
Het CDA heeft kamervragen gesteld over de zorgen van de baggersector. De partij wil onder meer weten welke middelen Nederland en Europa hebben om de ontwikkelingen rondom prijsdumping en ongelijke concurrentie tegen te gaan.

Vorig jaar ontstond ook al ophef over Chinese inmenging in de Europese en Nederlandse markt toen vervoerder Keolis koos voor elektrische bussen van Chinese fabrikant BYD in plaats van bussen van het Nederlandse VDL.

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Van Nouhuys: 'Er is helaas veel wantrouwen bij aanbesteders'

“Al tijdens mijn schooltijd ben ik gevoed met gedachte dat het bij bedrijven gaat om continuïteit”, vertelt Frederik van Nouhuys, eigenaar Straatman Koster Advocaten. “Publieke opdrachtgevers zijn te veel gefixeerd op prijs en risico en kunnen bijvoorbeeld niet begrijpen dat een organisatie iets doet onder de kostprijs. Kostprijs is echter niet waar het in een bedrijf om draait. Een bedrijf is veel meer bezig met continuïteit: zicht op een volgende opdracht tijdens je huidige opdracht. En voor continuïteit moet een onderneming investeren. Op onderdelen niet alle kosten doorberekenen, is daar een vorm van. Dit is een van de verschillen tussen de publieke en private markt, die zorgt voor moeizame discussies in aanbestedingen.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Toen ik een jaar of 12 was kwam ik via mijn vader in aanraking met het aanbestedingsrecht. Mijn vader was jurist bij Rijkswaterstaat en werkte met aanbestedingen volgens prijsregelingen voor de bouw. Dat waren kort gezegd de door de overheid gereguleerde prijsprocedures. Dat was destijds heel normaal en zorgde, als je er goed naar kijkt, voor continuïteit. Later kwam het Europees recht er doorheen en die zaten op een andere koers.”

“Toen ik na mijn studie bij De Brauw aan de slag ging, wisten zij van de achtergrond van mijn vader. Dus toen zeiden ze: aanbestedingsrecht zit in je bloed, dus ga dat ook maar hier doen. Het was dus niet mijn plan om in het aanbestedingsrecht terecht te komen, maar uiteindelijk is het goed bevallen.”

Wat vind je zo leuk aan het aanbestedingsrecht?
“Het rechtsgebied zelf stelt ‘heel weinig’ voor, omdat het goed beschouwd vooral een procedurebeschrijving is. Maar het mooie is dat het een proces is waarin economische vraagstukken in alle denkbare verschijningsvormen voorkomen, en daardoor problemen en uitdagingen telkens net anders zijn. Het draait altijd om inkoop, maar iedere markt werkt weer anders en daar moet het proces op worden aangepast. Het aanbesteden van schoolboeken is bijvoorbeeld volstrekt anders dan het aanbesteden van een OV-concessie. Het is beide aanbesteden, maar daar houdt het wel op. En in beide gevallen zegt de wet: je moet goed omschrijven wat je wil en een objectief en transparant proces volgen.”

Frederik van Nouhuys, eigenaar Straatman Koster advocaten

“Daarnaast  vind ik het boeiend dat ik soms aan de kant van de opdrachtgever sta en dan weer aan de kant van de inschrijver. Soms procedeer je over de gunningsbeslissing en een andere keer weer over de uitvoering van het contract. Deze diversiteit zorgt ervoor dat je dit vak heel lang kan doen, zonder dat het saai wordt.”

Welk moment in je carrière heeft de meeste indruk gemaakt?
“Een van de zaken die op mij grote indruk heeft gemaakt, is de Valys-zaak die het tot het Hof van Justitie in Luxemburg heeft gehaald. Aanbestedingen zijn meestal een kort geding. Dus het aantal aanbestedingszaken dat bij de Hoge Raad terecht komt is al heel klein. En dan moet de Hoge Raad ook nog prejudiciële vragen stellen, voordat het bij het Hof van Justitie komt. Dat was een bijzondere ervaring.”

“De andere bijzondere zaak ging over kantoormeubilair. De winnende partij had een proefopstelling gemaakt tijdens de aanbesteding, met tafels die duidelijk niet voldeden. Mijn cliënt maakte vervolgens een kort geding aanhangig. We lieten een foto van de proefopstelling zien en stelden dat dit niet voldeed. De aanbestedende dienst antwoordde dat de proefopstelling niet hetzelfde hoefde te zijn als de aanbieding in de offerte. Dat lijkt mij vreemd, want hoe beoordeel je dan? Maar in de offerte zou ook een foto toegevoegd worden met de aangeboden tafels. Dan ligt de oplossing voor de hand: laat deze foto maar zien! Dat was echter niet nodig volgens de rechter. Ik verloor de zaak. Dus twee maanden later stond het hele gemeentehuis vol met de tafels van de proefopstelling die niet voldeden aan de eisen.”

“Dit laat zien dat er onvoldoende rechtsbescherming is binnen het aanbestedingsrecht. Er wordt verondersteld dat het een proces tussen twee gelijke partijen is. Maar dat is het niet. Dus de aanbesteder, die in de verdedigende positie zit, stelt van alles en hoeft dat niet te onderbouwen. Maar degene die de procedure aanhangig maakt, moet alle klachten onderbouwen, maar kan dat niet doordat hij maar gedeeltelijke informatie heeft. Daar is een ongelijkheid.”


Er is onvoldoende rechtsbescherming binnen het aanbestedingsrecht. Er wordt verondersteld dat het een proces tussen twee gelijke partijen is. Maar dat is het niet.

Frederik van Nouhuys, eigenaar Straatman Koster advocaten

Dat klinkt alsof er nog wel wat te verbeteren valt aan de aanbestedingspraktijk.
“Inderdaad. Het systeem zit vol met wantrouwen: aanbesteders denken dat de markt hen een poot wil uitdraaien. En dat vertrekpunt leidt tot steeds meer procedurele regels in plaats van inhoudelijke verbetering.”

“Er zijn drie dingen die ik wil noemen over slechte ontwikkelingen binnen aanbestedend Nederland: 

Het eerste is dat je nog steeds ziet dat opdrachtgevers bewust afzien van het verstrekken van adequate informatie over de opdracht. Partijen stellen vragen en het beleid is dat het antwoord zo kort mogelijk gehouden wordt en dat vervolgvragen bemoeilijkt worden door maar één nota van inlichtingen in te plannen. Deze nota komt tien dagen voor de sluitingsdatum, want de wet zegt dat dat de minimumtermijn is. Succes ermee. 

Niemand koopt zo zijn badkamer in toch? Tien dagen voordat de aannemer begint, gooi je nog wat informatie zijn kant op en verwacht je dat het goedkomt? Wie verzint dat? En dan is de reactie van de gemiddelde aanbesteder: ‘Het mag van de wetgever, dus we doen het zo tot iemand klaagt’.

Daarnaast zeggen aanbesteders vaak: ‘Als het niet bevalt, dan dien je maar een formele klacht in of ga je naar de rechter. En anders ben je je rechten kwijt’. Het is toch raar dat je denkt dat dit een basis is om zaken op te doen? Een vaak gehoorde klacht is dat zaken zo juridisch worden, maar dat is precies wat je oogst als je reguleert dat er direct formeel en expliciet moet worden geklaagd.


Het systeem zit vol met wantrouwen: aanbesteders denken dat de markt hen een poot wil uitdraaien. En dat vertrekpunt leidt tot steeds meer procedurele regels in plaats van inhoudelijke verbetering.

Frederik van Nouhuys, eigenaar Straatman Koster advocaten

Tot slot worden er helaas steeds vaker onwaarheden verteld door overheden omdat ze ermee wegkomen. In de rechtszaal hoeven aanbestedende diensten weinig te bewijzen, dus kunnen ze in grote mate stellen wat ze willen. Een ander voorbeeld is een zaak waarin NS tegen mijn cliënt zei: ‘ga niet procederen. We doen een kortstondig contract en daarna kun je weer meedingen’. Vervolgens gunnen ze heimelijk voor vijftien jaar een contract. Dit zijn grote instanties die gewoon een loopje nemen met de waarheid.”

Hoe ziet jouw ideaalbeeld eruit?
“Vertel als aanbesteder gewoon wat je doet in de aanbesteding. Iedereen denkt dat marktpartijen graag willen procederen. Dat willen ze eigenlijk helemaal niet. Alleen op een gegeven moment maak je inschrijvers zo pissig dat ze zeggen: nu is het klaar. Als je in het voortraject gewoon meer tijd besteedt aan het verfijnen van de opdracht en accepteert dat je iets kan hebben opgeschreven dat mogelijk niet klopt, dan krijg je een veel betere en positievere uitkomst.”

“Vaak ligt er te weinig focus op de inhoudelijke doelmatigheid. Waarom zou je als opdrachtnemer bijvoorbeeld niet twee inschrijvingen mogen indienen? Het staat nergens in de wet dat het niet mag. En toch staat in bijna alle aanbestedingsstukken dat het verboden is. Je mag maar één kans krijgen. Waarom? Het is toch geen kansspel? Als ik twee goede offertes uitwerk en ik neem die moeite, waarom zouden die dan niet allebei beoordeeld mogen worden?”

Heb je ook tips voor inschrijvers?
“Ja. Met name: lees goed, wees precies en durf vragen te stellen. Marktpartijen stellen nog weleens geen vragen omdat het vervelend wordt gevonden door de aanbesteder. Maar het einddoel is wilsovereenstemming en dan moet je elkaar echt goed begrijpen. Vragen stellen moet, maar het is wel relevant hoe je het brengt. Als je het beleefd en to the point formuleert, hoeft het ook niet het gevoel op te wekken dat je de aanbesteder incompetent vindt. Besef daarnaast dat vertrouwen vanuit de markt moet worden opgebouwd. Het is geen cadeau, maar iets dat moet worden verdiend.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtsbescherming van inschrijvers bij aanbestedingen: toekomstmuziek?

In dit artikel is al de ongelijke rechtsbescherming van inschrijvers ten opzichte van aanbesteders beschreven aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Er zijn inmiddels vele praktijkvoorbeelden in een breed spectrum aan branches: bouw, telefonie, ICT, zorg enz. In dit tweede deel wordt ingegaan op de voorgestelde oplossing van de staatssecretaris.

Oplossingsvoorstel staatssecretaris Mona Keijzer
De ongelijke rechtsbescherming tussen afgewezen inschrijvers enerzijds, en aanbesteders anderzijds, is er al sinds 1 april 2013 toen de Aanbestedingswet in werking trad. In artikel 4.15 Aanbestedingswet staat limitatief opgesomd in welke gevallen vernietiging aan de orde kan zijn, bijv. indien ten onrechte de overeenkomst niet is aangekondigd op TenderNed of direct na voorlopige gunning tot contractsluiting is overgegaan. De Hoge Raad heeft de limitatieve opsomming van vernietigingsgronden bevestigd en opgemerkt dat buiten het aanbestedingsrecht vernietiging slechts kan indien sprake is van een wilsgebrek of sprake is van strijd met de openbare orde of de goede zeden.

We zijn inmiddels beland in 2021, het jaar waarin de staatssecretaris de bezwaren – eindelijk – hoort. Zie hiervoor haar brief van 12 februari 2021 met een uitwerking van de maatregelen voor verbeterde rechtsbescherming voor ondernemers.

Een belangrijk voorstel is het volgende: “Ik ben voornemens dat te doen door aan artikel 4.15 van de Aanbestedingswet 2012 een vierde vernietigingsgrond toe te voegen die de mogelijkheid biedt om een reeds gesloten overeenkomst ook bij grove schendingen van de regels van de Aanbestedingswet te vernietigen. Dit geeft rechters meer mogelijkheden om overeenkomsten in hoger beroep te vernietigen, mocht dat in een uiterst geval nodig zijn. Door naar grove schendingen te verwijzen, zorg ik dat aanbestedende diensten en winnende ondernemers niet constant hoeven te vrezen dat reeds gesloten overeenkomsten worden vernietigd.

In geval van ‘grove’ schendingen van het aanbestedingsrecht kan in ‘uiterste’ gevallen waar het ‘nodig’ is, het gerechtshof in hoger beroep de aanbestede overeenkomst alsnog vernietigen. En als vernietiging dan eigenlijk aan de orde is, dan kan het hof toch hiervan afwijken in verband met het algemeen belang of als alternatief beslissen om de looptijd van de overeenkomst in te perken. Met andere woorden: op papier klinkt het als een mooi verbetervoorstel, maar in de praktijk zal dit ondernemers niet of nauwelijks helpen.

Wat ondernemers wel helpt? Net als met veel oplossingen, mensen die kritisch zijn en openstaan voor oplossingen. Kritische inschrijvers die een dialoog opzoeken, al dan niet via marktconsultaties en nota’s van inlichtingen. Kritische aanbesteders die bij het beantwoorden van vragen en bezwaren zich afvragen wat er gebeurt als ze het antwoord beginnen met “ja” of “akkoord”. Kritische rechters die geen genoegen nemen met de beperkte en eenzijdige informatievoorziening van de gemeente, maar doorvragen naar de inschrijving, gebieden belangrijke stukken te overleggen of beoordelaars durven te bevragen. Mogelijkheden die de huidige praktijk en regelgeving reeds biedt, maar waar wel gebruik van moet worden gemaakt. Zullen we elk onze rol pakken?

Partner van Aanbestedingscafé:

Leermiddelen bewust aanbesteden leidt tot hogere onderwijskwaliteit

Uit onderzoek van adviesbureau Thaesis komt naar voren dat bewust aanbesteden van leermiddelen de onderwijskwaliteit van het voortgezet onderwijs kan verhogen. Vaker aanbesteden in percelen, onderlinge samenwerking en een flexibeler inkoopfunctie geven scholen meer invloed op leermiddelen, wat de onderwijskwaliteit ten goede komt. Het onderzoek is gebaseerd op interviews met uitgevers, distributeurs, onderwijsinstellingen en brancheorganisaties.

Grote distributeurs en uitgevers domineren de markt van fysieke leermiddelen. Scholen kopen primair fysieke leermiddelen in via aanbestedingen waarop distributeurs van leermiddelen inschrijven. Zij fungeren als ‘one stop shop’, wat de inkoop eenvoudig en eenduidig maakt voor scholen. Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden om samen aan onderwijsvernieuwing te werken via die leermiddelen beperkt. Door de invoering van de Wet Gratis Schoolboeken in 2008 kwam de nadruk op kostenefficiëntie te liggen, en niet op kwaliteit.

Ook aanbesteden als instrument vormt een obstakel. Het stimuleert kwaliteitsverbetering en vernieuwing onvoldoende. Volgens de schooldirecteuren die meewerkten aan het onderzoek schaadt aanbesteden het vertrouwen tussen aanbieder en afnemer. De focus ligt op prijs en contractuele voorwaarden, wantrouwen en juridische conflicten liggen op de loer.

Bewust aanbesteden
Scholen kunnen zelf voor verandering zorgen, bijvoorbeeld door hun onderwijsvisie leidend te maken bij inkoop. Volgens Thaesis helpt het om te kiezen voor aanbesteden in percelen, voor geaggregeerd aanbesteden en om de inkoopfunctie flexibeler te maken. Aanbesteden in percelen stelt scholen in staat diensten en leermiddelen bij meerdere aanbieders af te nemen waardoor zij beter kunnen sturen op onderwijskwaliteit en -vernieuwing. Onderwijsinstellingen moeten dan wel zakendoen met meerdere partijen, wat om professionalisering van contractmanagement vraagt.

Daarnaast kunnen onderwijsinstellingen samenwerken bij aanbestedingen, door kennis te delen of samen een aanbesteding uit te schrijven. Ten slotte kan een school ervoor kiezen de inkoopfunctie flexibeler te maken door vaker in te kopen dan ze nu doen. Vaak is dat eens in de vier tot zes jaar. Vaker inkopen leidt tot meer contact met aanbieders. Zo kunnen scholen beter inspelen op veranderende behoeften op onderwijsgebied.

Het onderzoek is hier te lezen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor met Richard Lennartz: 'Intermediair bood product voor 100K meer aan'


In diverse sectoren schakelen aanbestedende diensten regelmatig intermediairs of brokers / resellers in bij de totstandkoming en/of uitvoering van contracten. Intermediairs leveren niet zelf de diensten of goederen, maar nemen een tussenpositie tussen de aanbestedende dienst en de leverancier aan.

Er bestaan twijfels over de toegevoegde waarde van deze tussenpositie. De twijfels gaan soms zelfs zo ver dat men vermoedt dat intermediairs misbruik maken van de tussenpositie. Om die reden heeft HIS, een uitvoerende inkooporganisatie voor zes rijksdepartementen, PPRC gevraagd om vooronderzoek te doen.

Wij spreken de drijvende kracht achter dit onderzoek: Richard Lennartz, directeur van het UBR | HIS. Hij stelt dat voor hem de druppel was dat hij hetzelfde product/dienst van dezelfde leverancier via brokers voor €100K meer aangeboden kreeg. Op een bedrag van €50K.

We vragen hem onder meer naar de aanleiding en de uitkomsten van het onderzoek. En de gevolgen. Hoe gaat het HIS nu voortaan om met intermediairs? Worden ze überhaupt nog wel ingeschakeld? En welke tools hebben aanbestedende diensten in handen?

Naast dit hoofdonderwerp gaan we ook in op de laatste nieuwtjes van Aanbestedingscafe.nl en leggen we Richard een aantal prikkelende stellingen voor.

 Linkjes:

Partner van Aanbestedingscafé:

Strop voor sociaal domein Maastricht

Een door de gemeente Maastricht ingehuurde interim-directeur die orde op zaken moest stellen binnen het sociaal domein, gunde in zijn positie rechtstreeks opdrachten aan zakenpartners. Ook liet hij dure onderzoeken uitvoeren naar het aanbestedings- en inkoopbeleid van de gemeente. De inzet van de interim-directeur kostte de gemeente vermoedelijk in totaal bijna een half miljoen euro.

Henk Dekkers werd in 2020 door de gemeente ingehuurd om het begrotingstekort op te lossen. De gemeente betaalde Dekkers in totaal 214.000 euro voor zijn werkzaamheden. Nu blijkt dat Dekkers rechtstreeks deelopdrachten gunde aan zakenpartners. Daarnaast liet hij voor vermoedelijk 250.000 euro onderzoeken uitvoeren naar het aanbestedings- en inkoopbeleid van de gemeente.

Geen grip
Dekkers weigerde de gemeente van tussenrapportages te voorzien. Een wethouder geeft aan dat de gemeente nauwelijks grip had op de interim-directeur. Dekkers levert eind december een rapport op waarin hij zonder onderbouwing een nog groter begrotingstekort voorspelde. De rapporten werden bekostigd uit de reguliere budgetten van de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. In januari stapte hij op omdat hij zich niet wilde schikken naar gemeentelijk, centraal inkoopbeleid.

Maastricht moet dit jaar 27 miljoen euro bezuinigen op het sociaal domein. Contracten lopen veelal door tot 2022 of daarna, wat ingrijpen lastig maakt. Omdat Maastricht centraal inkoopt voor de hele regio Zuid-Limburg zijn de tekorten van de gemeente in de hele regio voelbaar.

Bron: De Limburger

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtsbescherming van inschrijvers bij aanbestedingen: de praktijk

De Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen schrijven voor dat sprake dient te zijn van ‘daadwerkelijke, snelle en effectieve rechtsbescherming’ bij aanbestedingen. Maar in hoeverre is daar sprake van als jaarlijks EUR 140 miljard via aanbestedingen in Nederland wordt uitgegeven en slechts een handvol bezwaren van ondernemers gehonoreerd wordt? En hoe kwalijk is het dat een voorzieningenrechter bij discussies moet oordelen in beperkte tijd met een onvolledig dossier? Natuurlijk zal een bezwaar dan eerder worden afgewezen!

Op 16 februari 2018 kopte het FD al: “Gemeenten en bedrijfsleven: aanbesteden moet beter”. De frustratie van (met name MKB-)bedrijven bij aanbestedingen leidde tot een Actieagenda Beter Aanbesteden. Hierin staat een breed scala aan aanbevelingen van aanbesteders en inschrijvers om de praktijk van aanbestedingen te verbeteren voor ondernemingen. Een in mijn ogen veel belangrijker gevolg van al deze aandacht en dit gelobby, was het onderzoek naar en de voorgestelde maatregelen voor de bescherming van inschrijvers ten opzichte van aanbestedende diensten bij de rechter. Want ja, er gaan zo nu en dan zaken niet goed bij aanbestedingen die leiden tot onterechte gunningen. Dan heb ik het niet over verkeerde bussen of speedboten in de uitvraag, maar over onterechte gunningen en verkeerde procedures. Rechtsbescherming van inschrijvers laat veel te wensen over.

Probleem geschetst aan de hand van een praktijkvoorbeeld
Stel dat een gemeente een aanbesteding uitschrijft voor het ontwerpen en bouwen van een nieuw gemeentehuis. In de eisen staat onder andere opgenomen dat de bouwer ervaring moet hebben met bepaalde modulaire systemen en bij de bouw hier ook gebruik van moet maken. Jij, als expert in het betreffende modulaire vraagstuk, weet dat er slechts drie spelers in de markt actief zijn die dit kunnen. En toch wordt een vierde partij de winnaar; een partij van wie jij weet dat die (i) niet die ervaring heeft en (ii) pretendeert modulair te zullen werken terwijl hij dat niet kan. Wat doe je?

In de praktijk steken partijen er tijd en moeite in om de gemeente hierop te wijzen en te overtuigen beter te onderzoeken of inschrijvers kunnen wat ze beloven. De gemeente? Die gaat af op de mooie blauwe ogen van deze winnaar of stuurt een e-mail met: “Ik neem aan dat je voldoet aan de eisen zoals je dat hebt opgenomen in je inschrijving?”. Ja natuurlijk!

En dan is inmiddels de periode van twintig dagen waarbinnen je bezwaar kunt maken tegen de uitkomst van de aanbesteding al bijna voorbij. Bezwaar maken, dat houdt in: een advocaat inschakelen die – indien zelf ook overtuigd – een kort gedingdagvaarding moet opstellen met alle bezwaren en een zittingsdatum moet vragen bij de kortgedingrechter. Op de zitting, waar in de regel in principe enkele uren voor wordt uitgetrokken, moet de rechter worden overtuigd dat hetgeen de voorgenomen winnaar zegt niet klopt en dat de gemeente bovendien de inschrijving niet goed heeft beoordeeld. Je staat hierbij al met 3-0 achter: je hebt geen inzage in de inschrijving van deze vermeende winnaar, je hebt geen zicht op de beoordeling en de stukken van de gemeente hierover en – niet zelden het geval – op de zitting zul je in een kort tijdsbestek het verweer van de gemeente horen, daarop moeten reageren en de rechter moeten overtuigen dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld. Het is dan ook niet gek dat veel bedrijven deze stap naar de rechter überhaupt niet zetten.

Maar stel dat je deze stap zet, de rechter jou gelijk geeft en je dus de 3-0 achterstand weet om te zetten naar een 3-4 overwinning. Wat dan? In deze gevallen kan een aanbesteder in hoger beroep onder het mom van “nieuwe ronde, nieuwe kansen” het geschil opnieuw voorleggen aan het gerechtshof. Letterlijk een tweede kans voor de gemeente.

Stel dat je de stap naar de rechter hebt gezet, maar geen gelijk hebt gekregen? Dan staat het de gemeente vrij om de overeenkomst met de bouwer te sluiten en uitvoering eraan te geven. Dit gebeurt ook in de praktijk. En kun jij in hoger beroep om dit tegen te houden en het geschil opnieuw voor te leggen aan een rechter? Ja, in theorie wel, maar dat wordt hoogstens een pyrrusoverwinning. Het hof in hoger beroep mag de overeenkomst namelijk in zulke gevallen niet vernietigen. Je kunt hoogstens een nieuwe gerechtelijke (bodem)procedure starten voor schadevergoeding. Je moet dan in die procedure 1) aantonen dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, 2) de rechter ten onrechte dat niet heeft geoordeeld in kort geding en 3) jij hierdoor schade hebt geleden. Dat is een tijdrovende en dure procedure voor (hoogstens) een relatief kleine tegemoetkoming aan jouw schade en de gemaakte kosten. Met andere woorden, alleen de grote zaken lenen zich hiervoor, niet de gemiddelde aanbesteding waar een bouwer op inschrijft.

De staatssecretaris heeft voor dit voorbeeld van ongelijke rechtsbescherming een oplossing voorgesteld. Hier zal deel 2 van dit blog over gaan.

Partner van Aanbestedingscafé:

Omvang overheidsinkoop twee keer groter dan gedacht

De Nederlandse overheid koopt niet voor 73,3 miljard euro in, zoals lang werd verondersteld. Zodra uitgaven aan gezondheidszorg via zorgkantoren en zorgverzekeraars worden meegeteld komt de totale overheidsinkoop uit op het dubbele, ca. 140 miljard euro.

Het oorspronkelijke getal kwam voort uit onderzoek dat het ministerie van Economische Zaken in 2016 liet uitvoeren. In de berekening die leidde tot het bedrag van 73,3 miljard euro werden uitgaven via zorgkantoren en zorgverzekeraars buiten beschouwing gelaten. Het gaat met name om uitgaven onder de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Zorgverzekeringswet.

Rijksbegroting
Em. prof. dr. Jan Telgen pleit ervoor alle overheidsuitgaven mee te tellen, ongeacht het gebruikte kanaal. “Misschien dat de overheid en ook de politiek het belang van de overheidsinkoop gaat inzien als men beseft dat er niet 75 maar 140 miljard euro mee gemoeid is”, stelt hij. Hij concludeert dat de overheidsinkopen met de nieuwe berekening twintig procent van het Bruto Binnenlands Product beslaan. Afgezet tegen de totale begroting van de Nederlandse overheid beslaan overheidsinkopen zelfs 45 procent van het totaal.

Coördinatie
Telgen hekelt het gebrek aan een overkoepelend beleid. “Nu is er niemand overall verantwoordelijk voor de manier waarop deze enorme hoeveelheid geld wordt ingezet in onze nationale economie.” Rijksbreed werken vanuit probleemvelden of aandachtsvelden zou volgens Telgen een betere aanpak zijn, waarbij inkoop een van deze aandachtsvelden vormt.

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouw negen Amsterdamse basisscholen in één keer aanbesteed

De gemeente Amsterdam wil de bouw van negen nieuwe basisscholen in één keer aanbesteden, via een innovatiepartnerschap. Niet alleen architecten maar ook bouwbedrijven en toeleveranciers kunnen meepraten over het ontwerp. De aanpak moet leiden tot de bouw van innovatieve schoolgebouwen, tegen een lagere prijs.

De gemeente hoopt dat bouwbedrijven en architecten een modulair bouwconcept ontwikkelen. Zo moet elke school een gebouw krijgen dat past bij de specifieke basisschool. Nu worden schoolgebouwen veelal ontworpen door een architect en vervolgens gebouwd door een aannemer. “Dat maakt het bouwen van een basisschool relatief duur”, aldus Ellen Brand, sr. bouwmanager bij de Gemeente Amsterdam. Met de nieuwe aanpak komt de gemeente tegemoet aan de wens van aannemers. Zij willen graag eerder betrokken worden zodat het ontwerp beter afgestemd kan worden op materiaalgebruik en werkwijze. De gemeente formuleert gunningscriteria maar laat het winnende consortium vrij in het uitwerken van de plannen. “We willen echt dat partijen met innovatie in hun DNA aanhaken bij dit project”, zegt Brand.

Budget
Het in één keer aanbesteden van negen schoolgebouwen moet het voor de betrokken partijen rendabel maken om een nieuw bouwconcept te ontwikkelen. De gemeente investeert zelf tachtig miljoen euro in de periode 2023-2040. Daarnaast kunnen aanbestedingen met innovatiepartnerschap gesubsidieerd worden, waardoor er extra budget voor circulair bouwen beschikbaar is.

Tijdens de marktconsultatie op 9 april kunnen geïnteresseerde partijen elkaar leren kennen en samenwerkingsverbanden vormen. Ook moet dan duidelijk worden of de opdracht werkbaar is voor geïnteresseerde partijen.

Bron: TechnischWeekblad.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Is stilstand vooruitgang?

Op 12 februari 2021 heeft de staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer geïnformeerd over een pakket van maatregelen om de rechtsbescherming van ondernemers bij aanbestedingen te verbeteren. Een maatregel die in het oog springt is de beoogde introductie van opschortende termijnen voor het afhandelen van klachten. Is stilstand vooruitgang?

Opschortende termijnen bij klacht over ‘design van de aanbesteding’
Er bestaat al een verplichte opschortende termijn voorafgaand het sluiten van de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst (art. 2.127 Aw 2012). Als het aan de staatsecretaris ligt komt er ook een opschortende termijn in het geval een ondernemer vóór de uiterste datum voor inschrijving een klacht indient bij het klachtenloket van de aanbestedende dienst over de opzet van de aanbesteding. De staatssecretaris spreekt van klachten over het ‘design van de aanbesteding’. Te denken valt aan klachten over disproportionele geschiktheidseisen of discriminerende technische specificaties. De aanbestedende dienst moet de uiterste termijn voor inschrijving verschuiven, als dit nodig is voor de afhandeling van een klacht over het ‘design van de aanbesteding’.

Als de ondernemer het niet eens is met de uitkomst van de klachtafhandeling door het klachtenloket van de aanbestedende dienst, kan hij een klacht indienen bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. Ook hier wil de staatssecretaris voorzien in een opschortende termijn. De aanbestedingsprocedure wordt automatisch opgeschort met veertien dagen op het moment dat de Commissie een klacht over het ‘design van de aanbesteding’ in behandeling neemt. De aanbestedende dienst mag de aanbestedingsprocedure alleen voortzetten, als er sprake is van ‘dwingende redenen van algemeen belang’.

Het is de bedoeling dat de Commissie de klacht binnen de opschortende termijn van veertien dagen afhandelt, maar als dit niet lukt, hoeft de aanbestedende dienst de aanbestedingsprocedure niet nog langer op te schorten.

Opschortende termijn bij klacht over selectie- en gunningsbeslissingen
De aanbestedende dienst moet bij een Europese aanbesteding ten minste twintig dagen wachten met het sluiten van de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst (art. 2.127 Aw 2012). Als een ondernemer binnen die termijn een kort geding aanhangig heeft gemaakt, moet de aanbestedende dienst wachten met het sluiten van de overeenkomst totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan (art. 2.131 Aw 2012). De staatssecretaris wil dat de opschortende termijn ook wordt verlengd, wanneer een ondernemer bij het klachtenloket van de aanbestedende dienst een klacht heeft ingediend. Hierdoor moet de ondernemer voldoende gelegenheid krijgen om na de afhandeling van zijn klacht een kort geding aanhangig te maken, als hij het niet eens is met de uitkomst van de klachtafhandeling door het klachtenloket van de aanbestedende dienst.

Van de kant van ondernemers is gepleit voor verdere opschorting in geval een ondernemer een klacht indient bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. De staatssecretaris heeft daarbij bedenkingen vanwege de vermeende complexiteit van de rol van de Commissie. De staatsecretaris zal daarom een pilot starten die gericht is op het versterken van de klachtenlokketten bij selectie- en gunningsbeslissingen.  

Verder gaat de staatssecretaris nadenken over opschortende termijnen bij selectiebeslissingen en niet-Europese aanbestedingen.

Verbetering of niet?
Op dit moment zijn aanbestedende diensten niet verplicht de aanbestedingsprocedure in afwachting van de afhandeling van een klacht op te schorten. Doordat aanbestedende diensten in veel gevallen ook niet bereid zijn de aanbestedingsprocedure vrijwillig op te schorten en de afhandeling van een klacht lang kan duren, komen de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts geregeld als mosterd na de maaltijd. Dat is jammer, want de adviezen van de Commissie zijn doorgaans van hoogstaande kwaliteit en goed onderbouwd. Als de plannen van de staatssecretaris doorgang vinden, zal de betekenis van de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts voor de aanbestedingspraktijk naar mijn verwachting groeien.

Een nadeel is dat aanvullende opschortende termijnen voor vertraging van de aanbestedingsprocedure kunnen zorgen. Het ontstaan van vertraging hebben aanbestedende diensten overigens gedeeltelijk zelf in de hand. Wanneer zij ervoor zorgen dat klachten snel worden afgehandeld, kan de vertraging worden beperkt of zelfs voorkomen.

Of stilstand in dit geval vooruitgang betekent, is naar mijn mening afhankelijk van de uitwerking van de maatregelen. Voorwaarde voor een beroep op de aanvullende opschortende termijnen is bijvoorbeeld dat de ondernemer zijn klacht ‘tijdig’ indient. Maar wat is ‘tijdig’? Dit is een van de aspecten waarover de staatsecretaris zich nog moet buigen. Een andere belangrijke vraag is of de Commissie van Aanbestedingsexperts over voldoende capaciteit zal beschikken om klachten snel af te handelen.

Ik wacht de ontwikkelingen in elk geval met belangstelling af. Nu maar hopen dat het wetgevingstraject niet door de komende verkiezingen en de daaropvolgende kabinetsformatie tot stilstand komt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Maastrichtse zorg in gedrang door gemiste deadlines

De gemeente Maastricht sluit vier zorgaanbieders uit omdat zij te laat inschreven voor een aanbesteding. De aanbieders, die al jaren zorg leveren aan de gemeente, stellen dat ze de deadlines misten vanwege coronagerelateerde omstandigheden. Zij vechten het besluit van de gemeente aan bij de rechter. Volgens de rechter stelt de gemeente zich te formeel op.

De zorgaanbieders willen dat de gemeente de inschrijving alsnog accepteert. Als dat niet gebeurt ligt faillissement op de loer. Ook zijn er zorgen over de continuïteit van de zorg voor cliënten. Over de te late inschrijvingen bestaat geen twijfel, die zijn soms dagen na de deadline ingediend. Dat was echter te wijten aan omstandigheden door de coronacrisis, stelt jeugdzorgaanbieder NJoy4Kidz. De organisatie had naar eigen zeggen de handen vol aan de gevolgen van de schoolsluiting van medio december. Er was daardoor geen tijd om naar de lopende aanbesteding te kijken.

Slechte naam
De rechter stelde in de eerste zitting dat de gemeente zich te formeel opstelt. De advocaat van de gemeente Maastricht vond dat een van de zorginstellingen niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de andere vijf gemeenten aan wie de aanbieder zorg levert, niet gedagvaard waren. Daarop antwoordde de rechter: „De overheid is er toch voor en namens de burger? Een redelijk bekwame gemeente moet dit soort debatten voorkomen. Maar dit is kennelijk een overheid die oorlog wil en niet meedenkt met de burger. En Maastricht heeft al zo’n slechte naam.”

Andere zorgaanbieders hebben al aangegeven bezwaar te zullen maken als de rechter de zorgaanbieders in de zaak in het gelijk stelt. Volgens hen is dat in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De uitspraak volgt op 11 maart.

Bron: DeLimburger.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Het inkoopbeleid van Nederlandse gemeenten is vaak sterk verouderd

Jaarlijks kopen gemeenten voor miljarden euro’s in via aanbestedingen. Daarbij zijn ze opzoek naar de beste prijs-kwaliteitverhouding van leveringen, diensten en werken. Door middel van een actueel inkoopbeleid brengen gemeenten het inkoopproces in kaart door huidige doelstellingen, uitgangspunten en kaders te beschrijven. Door inzichtelijkheid en transparantie in een inkoopbeleid te creëren kan een bedrijf beter inspelen op de gestelde vragen en zo een beter passende offerte aanbieden. Daarom is het voor gemeenten belangrijk om aandacht te besteden aan het professionaliseren en actualiseren van het inkoopbeleid. Zo weten bedrijven dat wat in het beleid staat nog steeds klopt met wat de gemeente voor ogen heeft.

Veel Nederlandse gemeenten hebben een verouderd inkoopbeleid. Uit onderzoek blijkt dat 218 van de 355 gemeenten een inkoopbeleid heeft van voor 2019.

Reikwijdte onderzoek
In dit onderzoek is het inkooplandschap van Nederlandse gemeenten in kaart gebracht. Het inkoopbeleid van alle 355 gemeenten in Nederland zijn geanalyseerd op een aantal aspecten. Per gemeente zijn naar aspecten als actualiteit, leveranciersselectie, klachtenprocedure, Social Return on Investment, duurzaamheidscriteria en de aanmeldprocedure voor opdrachten onder de Europese drempel gekeken.

Gebruik de QR-code om de onderzoeksresultaten in te zien.

Alle vindbare beleidstukken erbij gepakt is 61% ouder dan twee jaar en dus voor 2019 gepubliceerd. Maar liefst 38 gemeenten hebben geen inkoopbeleid op hun website staan. Daarnaast zijn er twee gemeenten die geen publicatiedatum op hun inkoopbeleid hebben staan. Het onderzoek heeft uiteindelijk plaatsgevonden onder 317 gemeenten.

Veelal geen aanmeldprocedure voor onderdrempelige opdrachten
Ondernemers kunnen op basis van het inkoopbeleid bij bijna 80% van de gemeenten niet achterhalen hoe zij zich kunnen aanmelden voor enkelvoudige en meervoudige onderhandse procedures. Opmerkelijk, aangezien meer dan 98% van de procedures beneden de Europese drempelwaarden liggen. 84% van de gemeenten geeft aan dat zij wel rekening houden met het MKB en lokale ondernemingen, maar door het niet hebben van een aanmeldprocedure weten deze ondernemers niet waar zij zich kunnen melden. Volgens Marcel van Putten (clustercoördinator Inkoop en Subsidies binnen de provincie Groningen en voorzitter van IPNN) kan dit te maken hebben met de inkoopvolwassenheid van de organisatie. Marcel Stuijts (directeur van inkoopsamenwerking Bizob) zei hierover dat hij pleit dat elke gemeente een aanmeldprocedure moet opnemen op de website of in het inkoopbeleid.

Veel aandacht voor Social Return
Maar liefst 87% van de gemeenten hebben Social Return opgenomen in hun inkoopbeleid. Het valt op dat zeker niet bij alle aanbestedingen Social Return wordt toegepast. Siep Eilander (voorzitter van NEVI): “Gemeenten zijn er zeker mee bezig, maar weerbarstig is het ook. Het valt niet mee om dat in 100% van de aanbestedingen toe te passen.” Geconcludeerd kan worden dat gemeenten zich steeds meer bewust zijn van het feit dat Social Return toegepast moet worden en waar de aanbesteding zich ervoor dient, wordt het ook toegepast.

Duurzaamheidsparagraaf altijd aanwezig
De duurzaamheidsparagrafen zijn veelal uitgebreid beschreven in het inkoopbeleid. Vaak zijn ze globaal geformuleerd. In bijna alle inkoopbeleidsstukken zijn de doelstellingen niet concreet geformuleerd. Wanneer het naar specifieke dienst- en productgroepen wordt vertaald, dan kunnen doelstellingen en eisen makkelijker specifieker en meetbaarder worden opgesteld. Dit kan door in het beleid op te nemen dat gemeenten in zijn aanbestedingen dit in concrete normen en uitgangspunten vastlegt. Colette Gonsalves (Juridisch adviseur binnen VNG) gaf aan dat gemeenten te weinig controleren of bedrijven zich wel houden aan de duurzaamheidscriteria die ze hebben opgesteld. Dit komt doordat contractmanagement binnen gemeenten nog wel beter ontwikkeld kan worden. Door contracten beter te monitoren kan gekeken worden of daadwerkelijk wordt gedaan wat met het bedrijf is afgesproken.

Sophia Campfens, auteur van het onderzoek

Klachtenafhandeling
Opmerkelijk is dat maar 55% gemeenten een klachtenprocedure hebben opgenomen voor aanbestedingen. Waarom heeft niet elke gemeente dit beschreven? Onze indruk is dat bijna de helft van de gemeenten het niet belangrijk vindt op de klachtenafhandeling te beschrijven. Het beschrijven alleen al kan veel juridische procedures voorkomen.

Toegevoegde waarde voor de praktijk
De resultaten uit dit onderzoek geven inzicht in hoe gemeenten invulling kunnen geven aan de inkoopfunctie. De resultaten geven gemeenten inzicht in de verschillende aspecten die geanalyseerd zijn en waar ze nog punten laten liggen in het inkoopbeleid. Aan de hand van bovenstaande gegevens kunnen gemeenten hun inkoopbeleid aanpassen en optimaliseren, waardoor zij uiteindelijk de voorlichting over hun inkoopbeleid verbeteren en zo bedrijven beter voor hun inkoopopdrachten interesseren. Uiteindelijk hopen wij hiermee dat in de toekomst steeds meer gemeenten aanmeldprocedures voor onderdrempelige opdrachten toepassen en MKB-bedrijven meer kans maken om mee te dingen naar aanbestedingen.

Melissa Timpen, auteur van het onderzoek

Aanbevelingen voor inkopers en gemeenten
Zorg ervoor dat je inkoopbeleid aanhaakt op de beweging en verandering in de beleidsvoering en dat de informatie die in het inkoopbeleid staat nog steeds klopt en past bij waar de gemeente op dat moment voor staat. Communiceer daarnaast met ondernemers over waar ze zich kunnen aanmelden voor jullie enkelvoudig en meervoudig onderhandse opdrachten. Beschrijf vervolgens een klachtenprocedure voor het aanbestedingsproces en voorkom zo juridische procedures. Ook is het slim om de duurzaamheidscriteria iets specifieker en meetbaarder te benoemen. Tot slot: beschrijf praktisch hoe de gemeente invulling wil geven aan Social Return en hoe dit in de praktijk werkt.

De auteurs van dit onderzoek, Melissa Timpen en Sophia Campfens, studeren aan de Hanzehogeschool Groningen. Ze zijn voor dit onderzoek genomineerd voor de Nevi Award (beste onderzoeksverslag).

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: extern adviseur betrokken bij beoordeling

Significant deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over betrokkenheid van een externe adviseur bij de kwalitatieve beoordeling van inschrijvingen.

Wat is er gebeurd?
Een gemeente heeft een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de opdracht ‘Visiteregeling parkeren’. De gemeente liet zich bij de aanbesteding adviseren door een adviesbureau. Een inschrijver diende op deze aanbesteding een inschrijving in, maar omdat zij als tweede in de rangorde eindigde werd de opdracht niet aan hem gegund.

Het bezwaar
De afgewezen inschrijver gaat in bezwaar en richt zich daarbij tegen de samenstelling van het beoordelingsteam voor een van de gunningscriteria en de daarop door beoordelaars toegekende scores. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat zij erop mocht vertrouwen dat het beoordelingsteam zou bestaan uit ‘onbevangen medewerkers van de gemeente’ die verder niet bij de aanbesteding betrokken zijn of zijn geweest. Achteraf blijkt dat niet enkel medewerkers van de gemeente, maar eveneens medewerkers van het adviesbureau deelnamen aan de beoordelingsprocedure.

Het resultaat
• De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Uit de aanbestedingsrechtelijke beginselen blijkt niet dat bij de aanbesteding betrokken personen niet mogen deelnemen aan het beoordelingsteam;
• Het feit dat de betrokkenheid van het adviesbureau bij de aanbesteding
specialistische/marktkennis meebrengt, maakt niet dat een eerlijke en objectieve beoordeling onmogelijk is. Dit leidt dus niet automatisch tot
belangenverstrengeling en willekeur.

Uitspraak: Rechtbank Rotterdam, 28-12-2020, ECLI:NL:RBROT:12356.

Partner van Aanbestedingscafé:

EC keurt tweede ronde staatssteun doelgroepenvervoer goed

Het Rijk mag opnieuw staatssteun verlenen aan door de coronacrisis getroffen vervoerders die actief zijn in het doelgroepenvervoer. De Europese Commissie (EC) heeft hiervoor goedkeuring verleend. Aan de nieuwe steunronde zijn wel strengere voorwaarden verbonden.

De steunmaatregelen zijn van toepassing op verleende diensten in het derde kwartaal van 2020. Niet-uitgevoerde ritten waarvoor een contract is afgesloten met een gemeente worden gecompenseerd tot zeventig procent. Diverse vervoersvormen komen in aanmerking voor de regeling: wmo-vraagafhankelijk vervoer, participatiewetvervoer en vervoer naar wmo-dagbesteding in het kader van de Jeugdwet.

Tweede steunronde
Het is de tweede keer dat de EC toestemming verleent voor het geven van staatssteun. Toen viel de staatssteun nog onder compensatie van directe gevolgen van de corona-uitbraak en coronamaatregelen van de overheid. Nu valt de steun onder het Tijdelijk Steunkader (TSK), dat bedoeld is om de economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Omdat het pakket onder het TSK valt zijn strengere voorwaarden van toepassing. Het maximale steunbedrag mag niet boven 1,8 miljoen euro per onderneming uitkomen. Ook niet-gedekte vaste kosten kunnen gecompenseerd worden, met een maximum van tien miljoen euro. Een vervoerder moet dan wel minimaal dertig procent omzetverlies hebben geleden.

Het ministerie van BZK adviseert gemeenten doorbetalingen die zij verstrekken in het doelgroepenvervoer in overeenstemming met de voorwaarden te verlenen om mogelijke strijd met Europese regelgeving rondom staatssteun te voorkomen.

Bron: Taxipro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Routekaart 4.0: Hopeloos verdwaald

Wat dachten we het toch altijd goed voor elkaar te hebben in ons ‘waanzinnig gave’ land. We waren verheven boven de stuntelende Belgen, de grillige Britten en de corrupte Italianen. En kijk waar we nu staan: we worden uitgelachen om ons vaccinatiebeleid, gooien om de haverklap scholen open en dicht en hebben in de toeslagenaffaire ontdekt dat we een totaal falende rechtsstaat hebben.

We blijken hopeloos verdwaald. En tot overmaat van ramp krijgen we iedere week een nieuwe routekaart. Maar als je niet weet waar je staat en waar je heen wilt, is een plattegrond überhaupt niks waard.

Neem de avondklok van afgelopen maand. De grootste inperking van vrijheid sinds de Tweede Wereldoorlog en ook nog eens anti-democratisch doorgedrukt. En dat onder leiding van de partij die vrijheid en democratie in de naam heeft staan. Blijkbaar is de pandemie zó urgent en onzeker dat politieke idealen even aan de kant moesten worden geschoven.

Maar is het hele punt nu juist niet dat je idealen je zouden moeten hélpen om met urgentie en onzekerheid om te gaan? Overbevolking, armoede, klimaatproblematiek; thema’s die net zo onzeker en urgent zijn. Maar terwijl een pandemie volledig wordt overgelaten aan ‘de deskundigen’ in een outbreak management team, worden de andere uitdagingen in verkiezingen platgeslagen tot 120 of 130 op de snelweg.

Dat het ook anders kan zagen we toen we afgelopen jaar een klant hielpen inschrijven op een aanbesteding. De gemeente Groningen had een hele praktische opdracht: het herinrichten van een straat, inclusief warmtenet, stenen en groenstrook. Normaal moet je dan van alles schrijven over communicatiemanagement, borging en continuïteit. Het resultaat is vaak dat inschrijvers ongeveer hetzelfde plan indienen, met af en toe een verrassende keuze of meerwaarde.

Maar deze uitvraag was idealistisch van aard. En als linkse gemeente was de vraag: hoe zou je deze opdracht zo sociaal mogelijk uit kunnen voeren? Wat volgde was een stortvloed aan enthousiasme en creativiteit bij ons en onze klant. Van lunch bij lokale ondernemers tot projecten met basisscholen; juist omdat deze aanbesteding niet was platgeslagen wisten we met een maximale score de verwachtingen van de gemeente ruimschoots te overtreffen.

En we zien daar gelukkig steeds meer ruimte voor. Nationale werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB Nederland publiceerden deze week haar agenda voor de komende tien jaar, en de ambities zijn groot. Tegenover het vrijemarktdenken zetten ze het Rijnlands model 2.0, waar overheid en ondernemer de handen ineenslaan. Van innovatie en inclusiviteit tot een duurzaam leefklimaat: ondernemers zijn de sleutel naar het oplossen van maatschappelijke vraagstukken in hun omgeving, op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

Aanbestedingen zijn nu precies de concretisering van die ambities. Het is de plek waar je door experimenteren en samenwerken komt tot idealen in de praktijk. Dat werkt niet als inkopers aanbestedingen blijven platslaan, en steeds minutieus de route uitstippelen. Ik hoop dat Gemeente Groningen, VNO-NCW en MKB Nederland de voorbode zijn, en dat we steeds meer idealen om weten te zetten in acties. Een goede aanbesteding is een expeditie, waar overheden en ondernemers samen de mogelijkheden verkennen. En dat werkt alleen als we toegeven dat we hopeloos verdwaald zijn.

Partner van Aanbestedingscafé:

D66 stelt vragen over aanbesteding beveiliging Schiphol

D66-kamerlid Van Weyenberg heeft het ministerie van I&W, Financiën en SZW om uitleg gevraagd over beveiligingsaanbestedingen op Schiphol. Hij vraagt zich af of het risico voor de teruglopende vraag naar beveiligingsdienste terecht bij de beveiligingsbedrijven is neergelegd.

Door de coronacrisis is er minder vraag naar beveiligingsdiensten. Van Weyenberg vraagt de verantwoordelijke ministers of het risico voor die teruglopende vraag volledig wordt neergelegd bij de beveiligingsbedrijven die op Schiphol opereren. Daarnaast vraagt hij zich af of het klopt dat beveiligingsbedrijven geen gebruik kunnen maken van de Tijdelijke noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Er zou geen goede vergelijking met het voorgaande jaar gemaakt kunnen worden waardoor beveiligingsbedrijven naast de regeling grijpen.

Verantwoordelijkheid
Indien Schiphol wel gebruik kan maken van de NOW stelt Van Weyenberg voor de beveiligingsbedrijven aan te merken als ‘startend’, zodat ze wel gebruik kunnen maken van de regeling. Hij vindt dat de luchthaven verantwoordelijkheid moet nemen omdat het een staatsdeelneming is. Het niet doorbetalen van beveiliging zou volgens hem op den duur een risico kunnen vormen omdat beveiligingspersoneel schaars is.

Arbeidsomstandigheden
Vorige maand ontstond er nog ophef over de arbeidsomstandigheden van beveiligers. Vakbond CNV stelde dat het aanbestedingsbeleid op Schiphol is doorgeslagen. Nieuwe dienstverleners die personeel van andere beveiligingsbedrijven overnemen houden weinig tot geen rekening met bestaande afspraken over werktijden. Daarnaast zouden de bedrijven steevast laag inschrijven, wat volgens de CNV ten koste gaat van de arbeidsvoorwaarden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Digitalisering en verduurzaming bij de Raad

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: digitalisering en verduurzaming bij de Raad voor de rechtspraak.

Voor wie?
De Raad voor de rechtspraak (de Raad)

Wat wordt er aanbesteed?
Kantoorbenodigdheden t.b.v. de Raad.

Uitdaging voor de inkoper bij de aanbesteding
Bij de Raad werken meer dan tienduizend mensen dagelijks in een kantooromgeving. Deze medewerkers hebben behoefte aan allerlei kantoorbenodigdheden. Binnen de Raad vindt stap voor stap een digitaliseringsslag van het administratieve proces plaats. Hierdoor zal de komende jaren de behoefte aan kantoorbenodigdheden verder afnemen. Door de coronapandemie zijn de cijfers van 2020 lager, vandaar dat als uitgangspunt 2019 is opgenomen. Deze digitalisering staat echter nog maar aan het begin en het totale proces zal naar verwachting nog enkele jaren in beslag nemen. Vanwege de breedte van het assortiment valt niet nauwkeurig af te bakenen wat wel en niet tot de opdracht behoort.

De uitdaging zit in het verduurzamen van de kantoorartikelen. De Raad streeft naar een efficiënte duurzame bedrijfsvoering, en heeft hiervoor ook kwaliteitscriteria opgenomen. Denk hierbij aan verminderde milieulast van de verpakkingsmaterialen en vergroening van het assortiment.

De aanbestedende dienst gunt de inschrijver de exclusieve levering van het basisassortiment. Als de volledige digitalisering voltooid is, wordt er nauwelijks nog gebruik gemaakt van papieren dossiers. Vanaf dat moment zal er dus geen of minimaal behoefte zijn aan artikelen die worden gebruikt in een papieren dossieromgeving. Naar verwachting is die situatie niet binnen vier jaar bereikt.

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Aankondigingen vanaf medio april pas na 48 uur op TenderNed

Omdat aankondigingen vanwege Europese richtlijnen eerst op Tender Electronic Daily (TED) gepubliceerd dienen te worden zullen aankondigingen vanaf medio april niet meer direct op TenderNed verschijnen. PIANOo raadt aanbestedende diensten daarom aan hun planning aan te passen.

Nu verschijnen aankondigingen direct op TenderNed. Als deze vanaf medio april eerst op TED gepubliceerd worden duurt het minstens 48 uur voor de aankondiging op TenderNed zichtbaar is. TED kan deze aankondigingen echter niet binnen 48 uur verwerken. TenderNed mag de aankondigingen alsnog na 48 uur publiceren op het eigen platform, ook al staan deze nog niet op TED.

In de praktijk zullen vooraankondigingen, aankondigingen van de opdracht, gegunde opdracht en vrijwillige transparantie vooraf, alsmede wijzigingen van opdrachten pas na 48 uur zichtbaar zijn. Alleen rectificaties en vroegtijdige beëindigingen zullen nog steeds direct op TenderNed verschijnen.

Om inschrijvers voldoende tijd te geven raadt PIANOo aanbestedende diensten aan voortaan de datum van publicatie aan te houden in plaats van de datum van verzending.

Bron: PIANOo.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: in hoeverre koopt het Rijk in met impact?

In deze rubriek licht Significant Synergy periodiek een specifiek thema door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Tenderdashboard. Het Tenderdashboard verzamelt informatie over alle gepubliceerde aanbestedingen. Onze klanten helpen wij daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en datagedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. Verkregen marktinformatie en inzichten delen wij hier. Doe er je voordeel mee!

Terugblik en doelstellingen
In deze vierde rubriek – en de eerste van 2021 – blikken wij terug op de realisatie van de inkoopdoelstellingen van de Rijksoverheid. In het kabinetsbeleid over de inkoopstrategie van het Rijk, genaamd Inkopen met Impact, formuleert het kabinet inkoopdoelstellingen aan de hand van vijf thema’s. Het kabinetsbeleid Inkopen met Impact (2019) stelt dat duurzaam, sociaal en innovatief inkopen voortaan de standaard is. Met haar manier van inkopen van producten en diensten wil de Rijksoverheid:

• Klimaatneutraal zijn in 2030;
• Vijftig procent minder primair grondstoffengebruik realiseren in 2030 en volledig circulair zijn in 2050;
• Arbeidsparticipatie stimuleren, onder meer door het creëren van vijfduizend participatiebanen;
• Internationale productieketens verduurzamen door middel van het voorkomen of aanpakken van misstanden op het gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieu;
• Innovatie stimuleren, onder meer door op te treden als launching customer.

Charlotte van Hesse, consultant bij Significant Synergy

In hoeverre kocht het Rijk in 2019 en 2020 in met impact? En zijn zij op weg de doelstellingen te realiseren? Daar slaan wij ons Tenderdashboard eens op na. Te beginnen met het thema innovatie! Ben je benieuwd naar onze uitkomsten op de andere thema’s? Laat het in een reactie weten wat volgens jou het volgende thema moet zijn om verder in te duiken.




Het Rijk als inkooporganisatie
Maar eerst gaan wij kort in op het Rijk als inkooporganisatie. Het Rijk is een verzamelnaam voor de twaalf ministeries, vele uitvoerende diensten en Hoge Colleges van Staat (rijksoverheid.nl). Het Rijk koopt jaarlijks voor ruim tien miljard euro in bij vele bedrijven. Met de lokale en regionale overheden samen loopt dit bedrag zelfs op tot rond de 73 miljard euro. “Met die inkoop kunnen en willen wij een verschil maken”, stelt het Rijk.

Significant Synergy voert momenteel opnieuw onderzoek uit naar het inkoopvolume van het Rijk. Aan het einde van dit kwartaal kunnen wij hier de resultaten van verwachten.

Ons Tenderdashboard
In onze database brengen wij voor dit artikel alle aanbestedingen van het Rijk in kaart voor de jaren 2019 en 2020. Op deze manier kunnen wij op basis van data eens kijken wat het Rijk allemaal doet om bovenstaande doelstellingen te behalen.

En wat verstaat ons Tenderdashboard dan onder Rijksoverheid? Het dashboard calculeert in dat de naam van de aanbestedende diensten minstens één van de volgende woorden bevat: ‘ministerie’, ‘IUC’, ‘rijk’ of ‘defensie’. Het dashboard filtert uit deze termen de dataset, oftewel de gegevens die de lezer interessante informatie opleveren. Bovenstaande levert ons binnen enkele seconden een resultaat op van 1.055 unieke aanbestedingen die door 37 aanbestedende diensten in de markt zijn gezet in 2019. Het jaar 2020 telt 1.391 unieke aanbestedingen door 39 aanbestedende diensten. Ook een interessant gegeven is het aantal marktconsultaties die het Rijk uitvoerde. In 2019 waren dit er 156 en in 2020 151. Met een marktconsultatie gebruikt het Rijk de kennis van de markt om bijvoorbeeld duurzaamheid en innovatie te stimuleren. Oftewel: meer mogelijkheden om maatschappelijke doelstellingen te bereiken.

Houd bij de resultaten uit het dashboard wel een slag om de arm. Want ons dashboard herkent in TenderNed uitsluitend de aanbestedingen met de door ons gebruikte zoektermen. Een volledig overzicht geven de cijfers daarom waarschijnlijk niet, maar het geeft ons wel een indruk van wat er speelt binnen het Rijk op het gebied van innovatie.   


Uitkomsten Tenderdashboard – Thema innovatie  



Met onze zoektermen rondom het thema innovatie komen we uit op 21 aanbestedingen in 2019 en 23 in 2020. De top drie aanbesteders zijn het ministerie van Defensie, het ministerie van Economische Zaken en Rijkswaterstaat (RWS). Dit geldt voor zowel 2019 als 2020. Vooral het ministerie van Economische Zaken (waaronder de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO)) is zichtbaar bezig met dit thema. Van vijf innovatieve aanbestedingen in 2019 naar tien in 2020. Deze top drie verrast ons niet zozeer. Defensie staat algemeen bekend als sterk innoverende sector, RWS heeft al enige tijd een eigen innovatieagenda en RVO staat voor een duurzame en economisch sterke samenleving, onder meer te bereiken door te innoveren en het uitvoeren van SBIR-competities.

Procedures
Wanneer wij kijken naar de gebruikte procedures dan zien we dat er in de meeste gevallen gekozen wordt voor de traditionele vorm, namelijk openbaar. Dit is op zich opvallend, maar zegt niet alles. Wij komen veel andere manieren van aanbesteden tegen binnen de mogelijkheden van de Aanbestedingswet. Ons oog valt bijvoorbeeld op een aanbesteding van het ministerie van Defensie. Het gaat om een aanbesteding waarbij een innovatie competitie wordt georganiseerd. Deze competitie heeft als doel innovatie in Nederland te stimuleren via een prijsvraag. De focus ligt op het MKB en startups die in Nederland gevestigd zijn. Het Rijk maakt aanbestedingen hiermee toegankelijker voor alle bedrijven, een positieve ontwikkeling! Even doorzoeken in het dashboard en we komen meer van dit soort competities tegen.


Het valt op dat het Rijk weinig bijzondere procedures gebruikt zoals de concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap.


Wat steeds vaker terugkomt is SBIR (Small business innovation research). De kern van het instrument SBIR is de manier waarop de overheid via een innovatiecompetitie ondernemers uitdaagt om met innovatieve producten en diensten te komen om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. In ons dashboard zien wij dat het ministerie van Economische Zaken frequent SBIR-competities uitvoert in opdracht van verschillende overheidsdiensten. Iedere SBIR-competitie leidt tot opdrachten voor onderzoek en ontwikkeling op wisselende onderwerpen. De overheid is daarbij een potentiële afnemer (‘launching customer’) van de ontwikkelde producten. Een actueel voorbeeld is de competitie voor duurzame mondneusmaskers. Ondernemers worden uitgedaagd om nieuwe innovatieve producten of product-dienstcombinaties te ontwikkelen om de transmissie van virussen zoals COVID-19 zoveel mogelijk te reduceren door het ontwikkelen van duurzame mondneusmaskers voor de zorg.

Type opdrachten
Tenslotte kijken wij naar het type opdrachten. Volgens PIANOo is er een aantal thema’s waarin innovatiegericht inkopen goed tot zijn recht komt. Denk aan: veiligheid, energie, watermanagement, verkeersmanagement, openbare ruimte, facilitair management en de gezondheidszorg. Zien we dit dan ook terug in ons dashboard? Wel als het thema’s veiligheid, energie, watermanagement, verkeersmanagement en openbare ruimte betreft. Een greep uit deze aanbestedingen: detectieapparatuur, opzet van watermanagementmodellen, verlichtingsconcepten voor (snel)wegen en wegverbredingen. Het thema facilitair management komt opvallend genoeg nauwelijks naar voren. Met ontwikkelingen op het gebied van afvalzorg en smartbuildingconcepten hadden wij hier anders verwacht. Een wereld te winnen dus. Een mogelijke verklaring voor het ontbreken van aanbestedingen op het gebied van gezondheidszorg is dat dit vooral decentraal wordt ingekocht.

Rinke Meijer, partner van Significant Groep

Met deze opdrachten geef je overigens niet alleen invulling aan innovatie, maar draag je ook bij aan de andere doelstellingen van het Rijk. Innovatie gaat vaak hand in hand met maatschappelijk verantwoord inkopen. Mooie voorbeelden hiervan zijn de aanbesteding voor innovatieve elektrische blus- en hulpverleningsvoertuigen en de aanbesteding circulaire innovaties voor snelgroeiende steden.


Wat valt ons verder op?

De rubriek – Aanbestedingsdata ontleed
Het jaar 2020 was voor Significant Synergy ook het jaar dat wij startten met deze rubriek. De volgende onderwerpen passeerden de revue:  

In 2021 zetten wij onze rubriek voort en ontleden we nog meer aanbestedingsdata voor onze lezers. Op welk thema kunnen wij volgens jou later dit jaar het beste wat dieper ingaan? Laat het in een reactie weten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Maatregelen verbetering rechtsbescherming bekend

De ministerraad heeft ingestemd met een set nieuwe maatregelen ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden. De nieuwe maatregelen moeten erop toezien dat klachten tijdig worden afgehandeld en dat ondernemers een duidelijker motivering krijgen als hun inschrijving niet tot gunning leidt. Daarnaast ligt er een voorstel voor aanpassing van de Gids Proportionaliteit.

Het is de bedoeling dat elke publieke opdrachtgever in de toekomst over een klachtenloket beschikt, met duidelijke termijnen. Staatssecretaris Keijzer bereidt een wetsvoorstel voor om in de Aanbestedingswet 2021 de verplichting op te nemen voor alle aanbestedende diensten tot het instellen van een dergelijk onafhankelijk loket. Dat kan ook in de vorm van een (regionaal verband). Ondernemers moeten daardoor kunnen rekenen op tijdige klachtafhandeling. De klachtafhandeling wordt gemonitord om de voortgang van de professionalisering van de klachtafhandeling te bewaken. Aanbestedende diensten moeten daarnaast beter motiveren waarom ondernemers opdrachten niet gegund krijgen.

Als het wetsvoorstel erdoorheen komt zal er ook een wijziging ten aanzien van de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) plaatsvinden. De CvAE moet al vóór inschrijving een advies kunnen uitbrengen, waardoor de adviezen meer impact krijgen.

Wijziging Gids Proportionaliteit
Naast het maatregelenpakket ontvangt de Tweede Kamer ook een ontwerp van een gewijzigd Aanbestedingsbesluit met een aanpassing van de Gids Proportionaliteit. Daarover vroeg Keijzer in november 2019 al advies aan de Adviescommissie Gids Proportionaliteit. Volgens Keijzer passen sommige publieke opdrachtgevers rechtsverwerkingsclausules te strikt toe. “Dit leidt tot rechtsverwerking in gevallen waarin dat onredelijk is en resulteert in een gevoel van onrechtvaardigheid bij opdrachtnemers”, schrijft ze aan de Tweede Kamer. Ondernemers ervaren de toepassing van dergelijke clausules als ‘doorgeslagen’. De wijziging van de Gids Proportionaliteit heeft tot doel buitensporige toepassing van rechtsverwerkingsclausules in te perken.

De Tweede Kamer heeft vier weken de tijd om te reageren op het voorstel.

Bron: Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor met Suzanne Brackmann: 'hier kan ik me echt boos over maken'


In deze podcast spreken we Suzanne Brackmann over het onderwerp rechtsbescherming. Suzanne zou je kunnen kennen als aanbestedingsadvocaat en eigenaar van Brackmann aanbestedingsspecialist. Ze helpt inschrijvende partijen met juridisch advies, procesvoering en begeleiding bij aanbesteden. Als je meer wilt weten over haar carrière en hoe ze in het aanbestedingsvak terecht is gekomen, lees dan zeker het interview met Suzanne van december.

We refereren in het interview ook naar het interview met Anke Stellingwerff Beintema.

Rechtsbescherming is natuurlijk een breed onderwerp. Dat maakt het ook zo interessant. We hebben het onder meer over rechtsbescherming als de aanbesteding in volle gang is: onderzoeksplicht en rechtsverwerkingsclausules. Ook praten we over het kort geding dat mogelijk volgt: moet een klager of rechter niet inzicht krijgen in de inschrijvingen van de tegenpartij? Tot slot komt ook rechtsbescherming na een gesloten contract aan bod: wat als dan blijkt dat de winnaar zich niet aan de eisen houdt, kan je daar als marktpartij nog iets mee?

Stellingen die we aan Suzanne Brackmann voorleggen zijn:

• Bij een rechtszaak moet een inschrijver altijd inzicht krijgen in de inschrijving van de winnende partij.
• Aanbestedende diensten hollen de rechtsbescherming van inschrijvers uit met rechtsverwerkingsclausules.
• Als afgevallen inschrijvers een aanbestedende dienst na een gesloten contract wijzen op een wezenlijke wijziging in de opdracht, dan wordt daar niets mee gedaan.
• Als een inschrijver de aanbestedende dienst tijdens een aanbesteding wijst op een fout, dan hebben de aanbestedende diensten onderzoeksplicht. In de praktijk wordt deze onderzoeksplicht onvoldoende uitgevoerd.

Partner van Aanbestedingscafé:

Provincie Zuid-Holland stapt over op circulair aanbesteden

Bij elke aanbesteding van de provincie Zuid-Holland wordt circulariteit voortaan meegewogen. Dat legde de provincie vorige week vast in een nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid.

De provincie wil dat inkopers opdrachtnemers nog sterker gaan bevragen op circulariteit, voornamelijk bij bouwopdrachten. Aannemers moeten bij hun inschrijving aangeven hoe zij circulair gaan bouwen. Een team van inkoopadviseurs begeleidt de provincie om de transitie naar volledig circulair inkopen en aanbesteden te maken. Innoveren is niet langer vrijblijvend, stelt gedeputeerde Willy de Zoete over het nieuwe beleid. “Innovatieve aannemers die kunnen laten zien dat ze op dit vlak meedenken, hebben bij ons echt een streepje voor.”

In totaal heeft de provincie een inkoopvolume van 340 miljoen euro per jaar. De provincie eindigde vorig jaar oktober al op de negende plek in de lijst met duurzame publieke opdrachtgevers. Hoe zwaar circulariteit gaat wegen bij aanbestedingen is nog niet duidelijk.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Sterke groei aantal ondernemers op TenderNed sinds start coronacrisis

Uit data van TenderNed blijkt dat er veertig procent meer nieuwe ondernemingen zich hebben geregistreerd in vergelijking met de jaren ervoor. De stijging startte in april en hield de rest van het jaar aan.

In totaal registreerden 6377 ondernemingen zich in 2020 op TenderNed. Ook het aantal ondernemersaccounts steeg sterk, met 10490 registraties in 2020 ten opzichte van circa 6000 gebruikers in de jaren ervoor. TenderNed vermoedt dat de coronacrisis de stijging heeft veroorzaakt. Het aantal aanbestedende diensten groeide met 84, ongeveer een kwart minder dan in de jaren ervoor.

Meer aankondigingen in derde en vierde kwartaal
Naast het groeiend aantal ondernemingen op TenderNed nam ook het aantal aankondigingen toe in de laatste twee kwartalen van 2020. Er werden in de laatste zes maanden 500 aankondigingen meer gepubliceerd dan in de eerste twee kwartalen.

Bron: TenderNed.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Buyer groups een middel voor duurzame reorganisatie

In 2020 zijn er zestien buyer groups rondom vastgoed, bouwmaterialen, GWW, mobiliteit, bedrijfsvoering en polymeren bij afvalwaterzuivering opgericht. Binnen een buyer group werken de publieke opdrachtgevers samen aan een gedeelde marktvisie en -strategie voor het verduurzamen van de productcategorie. Dit jaar implementeren zij de uitkomsten in hun aanbestedingspraktijk. “We willen met de buyer groups een gedragsverandering teweegbrengen”, stelt Floris den Boer, coördinator van de buyer groups vanuit PIANOo. AanbestedingsCafe.nl spreekt hem en nog twee kernfiguren: Maarten van Kesteren van het ministerie I&W en Monique Donker-Blacha, projectleider van de buyer group circulaire scholen.

De buyer groups zijn een initiatief van het Rijk, IPO, VNG en UWV. PIANOo, Rijkswaterstaat en RVO ondersteunen de buyer groups. Zij worden gefinancierd uit de Klimaatenveloppe (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en het budget circulair bouwen (ministerie van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties). Doel van de buyer groups is om via gecoördineerde inkoop de markt uit te dagen om te komen tot circulaire oplossingen die de C02-uitstoot en het grondstofverbruik verminderen.

Een jaar na aanvang buyer groups
De zestien buyer groups zijn vorig jaar aan de slag gegaan met het maken van een plan van aanpak. Op dit moment werken ze toe naar een marktvisie en -strategie. Den Boer: “Er zijn maandelijkse (online) bijeenkomsten, waarin de plannen geconcretiseerd worden en de haalbaarheid en risico’s hiervan onderzocht wordt. Ook wordt er al gekeken hoe de groep de ambities in een aanbesteding terug wil laten komen. Dit noemen we vraagharmonisatie. Als steeds meer opdrachtgevers dezelfde eisen en wensen opnemen in de aanbestedingsstukken, biedt dit veel meer duidelijkheid aan ondernemers. Tegelijkertijd communiceren de groepen hun voortgang en inzichten, zodat andere opdrachtgevers daar ook profijt van hebben. Tot slot de implementatiefase: het laten landen van de bevindingen in de aanbestedingen.” Donker-Blacha: “De huidige concretiseringsfase houdt voor de buyer group circulaire scholen in dat we onderzoeken hoe we de vragen, die overeenkomen tussen de scholen, generiek in de markt kunnen zetten.”


Als steeds meer opdrachtgevers dezelfde eisen en wensen opnemen in de aanbestedingsstukken, biedt dit veel meer duidelijkheid aan ondernemers.

Floris den Boer, coördinator buyer groups bij PIANOo

Deelnemers uit alle aanbestedingshoeken
De deelnemers aan de buyer groups zijn heel divers. Binnen de buyer group circulaire scholen doen bijvoorbeeld gemeenten, schoolbesturen en een inkoopsamenwerking mee. De schoolbesturen vertegenwoordigen veertien tot twintig scholen die binnenkort gerenoveerd of nieuw gebouwd worden.

Donker-Blacha: “In Nederland worden scholen betaald door de gemeente en de school is meestal de bouwmeester. Er wordt een integraal huisvestingsplan opgesteld door de gemeente. Hierin staat welke school toe is aan renovatie of nieuwbouw, en welk budget hieraan gekoppeld is. De gemeente stelt bovendien een aantal eisen of wensen, waarop de school moet sturen. We zijn momenteel met de deelnemers aan het verkennen of we breed gedragen ambities kunnen formuleren. Met de deelnemers, maar ook met marktpartijen, gaan we zo ontdekken hoe ver we kunnen gaan in de vraagharmonisatie. Als vraagharmonisatie bereikt kan worden, zou je ook kunnen denken aan gezamenlijk bouwmeesterschap voor meerdere scholen, maar dit is niet direct het doel van deze buyer group.”

Circulaire inkoopangst
Zijn deze buyer groups echt nodig om duurzaam in te kopen? Is het niet een kwestie van opnemen in de eisen? “Zo simpel is het niet”, stelt Donker-Blacha. “Opdrachtgevers zijn nu vaak nog terughoudend om duurzaam in te kopen. De budgetten voor scholen zijn erg krap en er is een veronderstelling dat de duurzame oplossing ook de duurste oplossing is. Door de vraag te harmoniseren en vergroten kunnen we hier iets aan doen.” Den Boer antwoord bevestigend: “Duurzaam inkopen is niet moeilijk. Je zet het in de eisen en klaar. Maar het is wel hartstikke risicovol. Je hebt de kans dat je een oplossing krijgt die zich nog nergens bewezen heeft en anders uitpakt dan verwacht. Het kan dan wel een circulaire oplossing zijn, maar als het niet voldoet aan de verwachtingen, dan moet je daar als opdrachtgever verantwoording voor afleggen. De veilige route is dan: doen wat je altijd al deed.”


Duurzaam inkopen is niet moeilijk. Je zet het in de eisen en klaar. Maar het is wel hartstikke risicovol.

Floris den Boer, coördinator buyer groups bij PIANOo

Van Kesteren: “Persoonlijk zou ik het liefst gaan naar ‘duurzaam, tenzij’, dus dat je moet uitleggen waarom je iets niet duurzaam inkoopt. Dat zou de ideaalwereld zijn, maar daar zijn we nog niet.” Dat ‘duurzaam, tenzij’ nog geen eis is, heeft mede te maken met vastgelegde kennis. Den Boer: “Veel gemeenten hebben bijvoorbeeld een handboek openbare ruimte. Dat is een boekwerk van driehonderd tot vierhonderd pagina’s met onder meer het legpatroon van de stoeptegels, de verf voor de lantaarnpalen en de type bomen die we neerzetten. Alles is uitgedacht voor bijna elke inkoopcategorie. Dat gooi je niet zo makkelijk overboord voor een duurzamere oplossing. Dat is de spanning waar we nu in zitten.”

Organisatiebreed veranderen
Volgens de drie geïnterviewden zijn de buyer groups geslaagd als de uitkomsten terug te zien zijn in de aanbestedingen. Den Boer voegt daarnaast toe: “Ik hoop dat dit traject daadwerkelijk de benodigde verandering bewerkstelligt in de hele organisatie. Van beleid, opdrachtgevers, beheerders tot inkopers. Verduurzaming vraagt van iedereen een gedragsverandering.”

Voor de toepassing van de duurzame oplossingen uit de buyer groups is dus gedragsverandering nodig. De opdrachtgevers die zich hebben aangemeld voor een buyer group hebben echter al de intentie om met duurzaamheid aan de slag te gaan. Ze brengen concrete projecten in. Hoe worden de organisaties die de verandering het hardst nodig hebben, ook betrokken?

Den Boer: “Het is natuurlijk een koplopersbenadering. De duurzame transitie is voor veel partijen risicovol en tijdrovend. Door het samen te doen, verdeel je het werk, risico’s en kunnen we een versnelling aanbrengen. Daarnaast vragen we de groepen die meedoen om actief uit te dragen wat ze aan het doen zijn, zodat zij ook andere opdrachtgevers kunnen overtuigen.”


Persoonlijk zou ik het liefst gaan naar ‘duurzaam, tenzij’, dus dat je moet uitleggen waarom je iets niet duurzaam inkoopt. Dat zou de ideaalwereld zijn, maar daar zijn we nog niet.

Maarten van Kesteren, beleidsmedewerker ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Donker-Blacha ziet dat de buyer groups geen heilige graal zijn, maar wel een stap in de goede richting. “Je gaat denken vanuit gemeenschappelijkheid. Nu wordt er vaak nog per school ingekocht, wat niet efficiënt is en waardoor scholen ook niet als een ‘markt’ worden gezien. Wij willen kijken hoe we het generieke deel van de opdrachten zo goed mogelijk kunnen optuigen. Uiteraard heeft iedere school ook een uniek karakter, maar door het gemeenschappelijke gelijk te trekken, geven we een duidelijk signaal af aan de markt. We zeggen hiermee: als je hierin investeert, zijn meerdere scholen geïnteresseerd.”

Veranker duurzaamheid in je organisatie
Een reden dat de zestien buyer groups een succes lijken te worden, is omdat alle stakeholders betrokken en gecommitteerd zijn. Een tip die Den Boer mee wil geven aan opdrachtgevers die duurzaam willen gaan inkopen: “Zorg dat de duurzame ambitie in je hele organisatie verankerd is. Bijvoorbeeld: wij willen graag de meest duurzame school van Nederland zijn of de meest duurzame gemeente. Als dit organisatiebreed gedragen wordt, gaat iedereen er ook makkelijker in mee. Anders blijft duurzaam inkopen het een ‘ding’ van de inkoopafdeling.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Webinars moeten fouten bij aanbestedingen door inschrijvers voorkomen

Gemeenten kunnen aanbieders in het sociaal domein vanaf dit voorjaar informeren over do’s en don’ts bij aanbestedingsprocedures, via webinars. Die moeten voorkomen dat goede aanbieders buiten de boot vallen doordat ze fouten maken bij aanbestedingen.

“Door de koppeling tussen het geven van algemene informatie over aanbesteden in het sociaal domein en het behandelen van de aanbesteding van een gemeente/regio tijdens een op maat gemaakte webinar, kunnen foutjes door aanbieders in de aanbestedingsprocedure worden voorkomen”, valt te lezen op de website van het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein, initiatiefnemer van de webinars.  

De eerste webinar werd in december gegeven aan aanbieders in de regio Zuid Oost Brabant. Circa honderd partijen namen deel aan de online sessie. Andere gemeenten kunnen vanaf dit voorjaar gebruik gaan maken van de webinars. Daarin wordt informatie uit e-learning modules die binnenkort ook beschikbaar is, toegespitst op aanbestedingen in de regio. Eind vorig jaar kwam het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein al met e-learning modules voor aanbestedende diensten.

Gemeenten kunnen zich nog opgeven voor het organiseren van webinars als zij binnenkort een aanbestedingsprocedure binnen het sociaal domein starten.

Bron: Inkoopsociaaldomein.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

VWS kocht sneltesten zonder Europees aan te besteden

Het ministerie van Volksgezondheid heeft in oktober vorig jaar sneltesten ingekocht via een onderhandse procedure. De inkoop van de testen had echter via een Europese aanbesteding moeten gebeuren, stelt hoogleraar Europees en nationaal aanbestedingsrecht Pieter Kuypers in een publicatie van onderzoeksplatform Follow the Money.

Het ministerie maakte in oktober gebruik van de onderhandelingsprocedure met dwingende spoed, waardoor onderhandse inkoop van sneltesten van drie leveranciers mogelijk werd. Die procedure werd vorig jaar in het leven geroepen door de EU om snelle inkoop voor de bestrijding van het coronavirus mogelijk te maken. Maar Nederland had gewoon Europees aan moeten besteden, stelt Kuypers. “In oktober 2020 kon je eigenlijk niet meer stellen dat de aankoop van testen onvoorzien was, nog afgezien van de andere voorwaarden. Ik kan me voorstellen dat je een beperkte hoeveelheid testen koopt om die periode te overbruggen, maar hier gaat het om vele miljoenen testen, benodigd voor een langere periode.”

Eind oktober schreef het ministerie wel een eerste aanbesteding uit voor de inkoop van sneltesten. Het is nog niet bekend aan wie de aanbesteding is gegund.

Vijf leveranciers
Naast manier van inkopen zijn er nog meer aandachtspunten. Zo scoort een deel van de goedgekeurde sneltesten onder de maat en krijgen andere fabrikanten geen toegang tot de markt, stelt Follow the Money op basis van gesprekken met leveranciers. Zij ‘stuiten op een muur’ bij het ministerie en het RIVM. Die laatste wil nieuwe leveranciers niet opnemen in een lijst van nu vijf goedgekeurde fabrikanten. Er is voor andere leveranciers geen manier om hun sneltesten goedgekeurd te krijgen, zoals in Duitsland wel gebeurt. GGD’en en commerciële teststraten mogen alleen de sneltesten van de vijf goedgekeurde fabrikanten gebruiken. Alleen voor ziekenhuislaboratoria geldt een uitzondering.

Omdat de sneltesten over een CE-keurmerk bevatten zouden de testen vrij verhandeld moeten kunnen worden binnen Europa. Daarom is de werkwijze van het ministerie en het RIVM volgens Kuypers in strijd met Europese wetgeving.

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer onderzoek nodig naar inzet intermediairs bij aanbestedingen

De inzet van intermediairs bij aanbestedingen pakt lang niet altijd voordelig uit voor aanbestedende diensten en vereist nader onderzoek. Dat blijkt uit een vooronderzoek dat het Public Procurement Research Centre (PPRC) uitvoerde in opdracht van de Haagse Inkoopsamenwerking (HIS). Het onderzoek is uitgevoerd omdat er twijfels bestaan over de toegevoegde waarde van intermediairs, die een tussenpositie innemen tussen aanbestedende diensten en leveranciers.

Intermediairs brengen kennis en kunde mee, zowel op het vlak van (Europees) aanbesteden als binnen een bepaalde sector. Dit is een van de voordelen van de inzet van intermediairs, wijst het onderzoek uit. Voorwaarde is wel dat intermediairs maatwerk leveren, afgestemd op de behoeften van de aanbestedende dienst. Intermediairs brengen echter ook partijdigheid en een te hoge mate van standaardisatie mee. Sommige aanbieders schatten hun winkans bij bepaalde intermediairs bij voorbaat erg laag in en wijten dit aan persoonlijke voorkeuren van inkopers. Dit is voor aanbieders echter geen reden om af te zien van inschrijving. Door hoge standaardisatie binnen het dienstverleningsmodel van intermediairs wordt de markt onvoldoende uitgedaagd en worden eisen en wensen van opdrachtgevers vaak onvoldoende beschreven. Het is daardoor voor opdrachtnemers onduidelijk wat de opdrachtgever wil. Bij aanbestedingen zonder intermediairs kan een aanbieder vaak op creatievere inschrijven, waardoor de winkans hoger is.

Hoge kosten
Het onderzoek wijst daarnaast uit dat intermediairs vaak extra (verplichte) diensten aanbieden waar de aanbestedende dienst voor moet betalen. Dit leidt tot hogere kosten. Bij de inzet van partijen die zelf leveranciers contracteren bestaat bovendien het risico dat prijzen over de kop gaan. Aanbestedende diensten geven aan dat zij geen zicht hebben op tarieven. Intemediairs die totaalpakketten aanbieden en bijvoorbeeld ook contractmanagement voor hun rekening nemen, ondermijnen volgens de onderzoekers de vakkennis van werknemers van een aanbestedende dienst.

Vorig jaar protesteerden tolken nog tegen de inzet van intermediairs voor het aanbesteden van vertaaldiensten voor overheidsorganisaties. Zij vreesden dat de kwaliteit van tolkdiensten omlaag zou gaan en dat intermediairs te weinig zouden betalen.

Significante afwijkingen
De resultaten komen naar voren uit twaalf interviews en een analyse van meer dan tweehonderd aanbestedingen. Het onderzoek richt zich op intermediairs in de publieke sector waarbij drie soorten intermediairs worden onderscheiden: partijen die gecontracteerd worden om opdrachten uit te zetten bij leveranciers of zzp’ers, intermediairs die een aanbesteding uitvoeren voor een aanbestedende dienst of die de aanbesteding uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor leveranciersselectie en contractmanagement.

De onderzoekers verwachten dat de resultaten ook van belang zijn voor de inzet van intermediairs in de private sector omdat dezelfde problematiek daar ook optreedt. Uit oriënterende statistische analyses komen al significante afwijkingen naar voren. Nader onderzoek is daarom gewenst, concluderen de onderzoekers.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: In hoeverre kan een aanbestedende dienst dwingende voorschriften opnemen?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over het opnemen van dwingende voorschriften bij een aanbesteding.

Een gemeente heeft een aanbesteding georganiseerd voor de “Opvang slachtoffers huiselijk geweld” voor een periode vanaf 1 januari 2020. De gemeente heeft bericht dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan een aanbieder en daarbij de aanbieding van de zittende aanbieder uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding. De zittende en afgewezen aanbieder heeft de gemeente in kort geding gedagvaard. Tijdens de voorbereiding van het kort geding is gebleken dat er, tijdens de aanbestedingsprocedure, tussen de zittende aanbieder en de gemeente contact is geweest met de directeur Bedrijfsvoering bij de gemeente. Om deze reden wordt de zittende leverancier uitgesloten van verdere deelname aan de aan besteding, aangezien een contactverbod als dwingend voorschrift in de aanbesteding is opgenomen.

Juridisch gezien
Afgezien van (verplichte en facultatieve) uitsluitingsgronden die limitatief zijn, heeft een aanbestedende dienst ook het recht voorschriften in de aanbestedingsprocedure vast te leggen, die door inschrijvers dienen
te worden nageleefd. Het contactverbod zoals vastgelegd in het aanbestedingsdocument en is daarvan een voorbeeld. Het voorschrift strekt er immers toe de gelijke behandeling van inschrijvers te waarborgen en te
voorkomen dat inschrijvers op een niet-transparante manier contact hebben met de aanbestedende dienst. Het voorschrift gaat ook niet verder dan nodig om dat doel te bereiken. Tevens zijn de gevolgen van overtreding van het verbod in de aanbestedingsdocumenten vastgelegd, te weten uitsluiting van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.

Het blijft immers mogelijk voor de inschrijver contact te zoeken met de aanbestedende dienst over de lopende aanbesteding, maar dat contact moet dan wel plaatsvinden via de in de aanbestedingsdocumenten aangeduide personen, niet zijnde de directeur Bedrijfsvoering van de gemeente. Het hof acht ook het gevolg van uitsluiting, gelet op het belang dat door het voorschrift wordt beschermd, niet disproportioneel. Voor inschrijvers is bovendien duidelijk wat het voorschrift inhoudt en wat de consequentie van schending van het voorschrift is en zij kunnen daarnaar handelen.

Het resultaat en de relatie tot de praktijk
• Het hof acht de automatische uitsluiting, gelet op het belang dat door het voorschrift wordt beschermd, niet disproportioneel. Voor inschrijvers is bovendien duidelijk wat het voorschrift inhoudt en wat de consequentie van schending van het voorschrift is en zij kunnen daarnaar handelen;

• Een aanbestedende dienst mag, naast uitsluitingsgronden, ook dwingende voorschriften in aanbestedingsdocumenten vast leggen, indien duidelijk is wat de voorschriften inhouden én wat de gevolgen zijn van het niet naleven daarvan.

Handig
Voor de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2020:2382, Gerechtshof Den Haag, 200.267.632/01 (rechtspraak.nl).

Ga voor meer informatie naar: https://synergy.significant – groep.nl/rapportages.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Is een benaderverbod in aanbestedingsstukken toelaatbaar?

In bijna in iedere aanbestedingsleidraad kom je hem tegen: het benaderverbod. Ondernemers mogen met vragen of opmerkingen over de aanbesteding alleen contact opnemen met de in de aanbestedingsleidraad genoemde persoon. Benaderen zij toch iemand anders, dan volgt uitsluiting van deelname aan de procedure. Je komt het benaderverbod zo vaak tegen, dat je er misschien nooit over hebt nagedacht: mogen aanbesteders wel een benaderverbod opnemen in hun aanbestedingsstukken? Die vraag kreeg het Hof Den Haag onlangs te beantwoorden.

Facultatieve uitsluitingsgrond ‘onrechtmatige beïnvloeding’
De vraag naar de toelaatbaarheid van het benaderverbod komt voort uit de in artikel 2.87 lid 1 onderdeel i van de Aanbestedingswet bedoelde uitsluitingsgrond. De aanbesteder kan een ondernemer uitsluiten die heeft geprobeerd om het besluitvormingsproces van de aanbesteder onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de aanbestedingsprocedure kan bezorgen of door nalatigheid misleidende informatie heeft verstrekt die een belangrijke invloed kan hebben op besluiten over uitsluiting, selectie en gunning. Een benaderverbod strekt er ook toe onrechtmatige beïnvloeding van de aanbestedingsprocedure en bevoordeling van ondernemers te voorkomen. Er bestaan dus overeenkomsten tussen het benaderverbod en de artikel 2.87 lid 1 onderdeel i van de Aanbestedingswet bedoelde uitsluitingsgrond.

Volgens de rechtspraak zijn de in de Aanbestedingswet opgenomen facultatieve uitsluitingsgronden limitatief. Dit betekent dat lidstaten (en aanbesteders) buiten de in de Aanbestedingswet geregelde gevallen geen andere uitsluitingsgronden mogen toepassen, tenminste voor zover deze zien op de professionele kwaliteiten van ondernemers, zoals integriteit, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid. Lidstaten (en aanbesteders) mogen wel daarnaast uitsluitingsmaatregelen vaststellen die beogen te waarborgen dat het beginsel van gelijke behandeling en het transparantiebeginsel in acht worden genomen. Dit onderscheid blinkt niet uit in helderheid.

Contactverbod beoogt gelijke behandeling te waarborgen
Ziet een benaderverbod op de professionele kwaliteiten van ondernemers of beoogt hij de gelijke behandeling van ondernemers en transparantie te waarborgen? Het Hof Den Haag meent het laatste. Een benaderverbod strekt er volgens hem toe de gelijke behandeling van inschrijvers te waarborgen en te voorkomen dat inschrijvers op een niet transparante manier contact hebben met de aanbesteder. Een aanbesteder mag dus een benaderverbod opnemen in de aanbestedingsstukken.

In het oordeel van het hof lijkt ook een rol te spelen dat bij het toepassen van facultatieve uitsluitingsgronden alleen gedragingen voorafgaand aan inschrijving kunnen worden betrokken, terwijl een benaderverbod ook in de fase ná inschrijving, de beoordelingsfase, van belang is. Die redenering is op zich goed te volgen, maar de in de tijd beperkte werking van de facultatieve uitsluitingsgronden, berust op een ongelukkige implementatie van de aanbestedingsrichtlijn (2014/24/EU) door de Nederlandse wetgever. Artikel 57 lid 5 van de aanbestedingsrichtlijn bepaalt dat de aanbesteder op ieder moment tijdens een aanbestedingsprocedure een ondernemer waarop een facultatieve uitsluitingsgrond van toepassing is, kan uitsluiten. De Nederlandse wetgever heeft in artikel 2.87 lid 2 van de Aanbestedingswet de gedragingen die de aanbesteder in aanmerking mag nemen bij het toepassen van facultatieve uitsluitingsgronden, beperkt tot gedragingen die zich voor inschrijving hebben voorgedaan.

Bekijk de uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeente Amsterdam stopt deel aanbestedingen sociaal domein

Het college van B&W heeft besloten alle aanbestedingsprocedures voor de Wmo en Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen stop te zetten. Aanleiding is onduidelijkheid in de lopende procedures, schrijft Wethouder Zorg Simone Kukenheim aan de gemeenteraad.

Na een voorlopige gunning in twee aanbestedingstrajecten afgelopen november spanden zes partijen een kort geding aan tegen de gemeente. Zij vonden dat het onvoldoende duidelijk was hoe cliëntplekken verdeeld zouden worden. Daarop won de gemeente Amsterdam juridisch advies in. Uit dat advies blijkt dat de gehanteerde aanbestedingsprocedure inderdaad onvoldoende duidelijkheid gaf over de verdelingssystematiek van de cliëntplekken. De gemeente kiest stopt alle lopende aanbestedingen en is voornemens een nieuwe, transparantere aanbesteding te starten.  

Vertraging
Het was de bedoeling dat de nieuwe contracten met een duur van zes jaar zouden bijdragen aan de transitie van het sociale stelsel in de gemeente Amsterdam, waarbij Buurtteam zouden worden ingezet. Het college vindt het ‘bijzonder teleurstellend’ dat de aanbestedingen gestopt moeten worden en heeft opdracht gegeven tot een onafhankelijke evaluatie van de gevolgde procedures. De inkoopprocedures zijn naar schatting met twaalf maanden vertraagd. De gemeente verlengt de huidige contracten met zorgaanbieders zodat de zorg voor inwoners van Amsterdam niet in het gedrang komt.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Outreachend jongerenwerk

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: De focus op social return on Investment (SROI) in aanbesteding ‘Outreachend jongerenwerk’ van de gemeente Alkmaar

Wat?
De focus op social return on Investment (SROI) in aanbesteding ‘Outreachend jongerenwerk’

Wie?
Gemeente Alkmaar

Wat wordt er aanbesteed?
De opdracht heeft betrekking op het uitvoeren van het Outreachend jongerenwerk in de gemeente Alkmaar.

De inkoper en coordinator SROI over deze aanbesteding:

Carla Sels, Inkoopadviseur Gemeente Alkmaar:
“Als gemeente vinden we het belangrijk een inclusieve samenleving na te streven. Vanuit Inkoop bevorderen we dit door – daar waar passend – SROI op te nemen in aanbestedingen.”

Ying Hung Lee, Coördinator SROI
Wij zijn er van overtuigd dat veel opdrachtnemers die binnen het sociaal domein werken ook sociaal zijn. Maar ‘sociaal’ is een breed begrip en heeft niet per definitie te maken met SROI (Social Return On Investment). SROI is een instrument om de afstand van mensen tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Daarbij richt het zich met name op het investeren in mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door hen bijvoorbeeld een arbeidsplek aan te bieden of op te leiden, komen zij weer een stap dichterbij de arbeidsmarkt. En op dat terrein zien we mooie mogelijkheden! Ook bij aanbestedingen met een maatschappelijk karakter. Zeker wanneer gemeente en bedrijven de samenwerking opzoeken, gebruikmaken van elkaars expertise en elkaars creativiteit weten te prikkelen.

Binnen de aanbesteding ‘Outreachend jongerenwerk’ is SROI opgenomen als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde. Dat biedt veel ruimte om na gunning met opdrachtnemers samen te kijken naar hoe dit ingevuld kan worden. We zoeken daarbij naar de win-win. Met als centrale vraag: ‘Hoe verbinden we mensen die een extra steuntje in de rug nodig hebben op de arbeidsmarkt aan wat een opdrachtnemer belangrijk vindt voor de eigen organisatie?’.

Over Halte Werk
De coördinatie van SROI is ondergebracht bij Halte Werk. Halte Werk is de sociale dienst van de gemeenten Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk. De organisatie voert voor deze gemeenten de Participatiewet, schuldhulpverlening en aanverwante regelingen uit. Daarnaast werkt Halte Werk op het gebied van jongeren en zelfstandigen ook voor andere gemeenten.

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Ministerie start pilot met leveranciers die arbeidswetten overtraden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid start een pilot waarbij het ministerie in gesprek gaat met leveranciers die arbeidswetten overtraden. Dat moet ertoe leiden dat leveranciers de regels in de toekomst beter gaan naleven. Dat schrijft minister Koolmees aan de Tweede Kamer.

De pilot volgt op een onderzoek naar de mogelijkheden die de Aanbestedingswet 2012 biedt om bedrijven die arbeids­wetten meermaals overtreden uit te sluiten van overheidsopdrachten. De minister kiest voor gesprekken met leveranciers omdat de Aanbestedingswet weinig ruimte biedt voor het uitsluiten van leveranciers die over de schreef zijn gegaan. De wet schrijft voor dat uitsluiting proportioneel moet zijn en inschrijvers de kans moeten krijgen verbetering te laten zien. Het uitsluiten van leveranciers is volgens Koolmees daarom ‘juridisch zeer complex en in de praktijk moeilijk uitvoerbaar’. Ook aanvullende maatregelen lijken weinig effectief. De Haagse Inkoopsamenwerking had in 2018 en 2019 slechts te maken met vier leveranciers die een boete ontvingen voor het overtreden van de arbeidswet.

De pilot moet ervoor zorgen dat beboete leveranciers de arbeidswet in de toekomst beter na gaan leven. Bij ernstige overtredingen kan het ministerie alsnog kiezen voor het beëindigen van het contract. De pilot duurt tot en met 2023.

Partner van Aanbestedingscafé:

Covid-19 en aanbesteden (“Ik hoef Diederik Gommers niet bij Op1 te zien zitten”)

Beste Mark,  

Allereerst mijn oprechte dank voor je inzet in deze moeilijke tijden. Ik heb het afgelopen jaar vaak gedacht dat ik erg blij ben, dat ik niet in je schoenen sta. De verantwoordelijkheid die je draagt lijkt me verschrikkelijk zwaar en hoe goed je het ook doet, achteraf krijg je toch gezeur. Ik sta echt versteld hoe sommige politici ook nog politiek gewin uit deze crisis proberen te halen.  

Toch zijn er ook wel zaken die minder goed gaan en daarbij wil ik je graag, namens de aanbestedingscommunity, de helpende hand toesteken. Wij zijn bij aanbestedingen gewend om complexe (inkoop)processen met meerdere aspecten te combineren. We houden rekening met de kwaliteit, de duurzaamheid, de maatschappelijke waarde, de leverdatum, de garantietermijn, social return en aan alles hangt ook nog een prijskaartje.  

Dat lijkt wel een beetje op waar we nu bij covid-19 mee geconfronteerd worden: wat zijn de gevolgen voor de IC’s en de ziekenhuizen, welke bedrijfstakken steunen we en op welke manier, wat zijn de psychologische effecten voor de bevolking, en niet te vergeten, wanneer komt de bodem van de schatkist in zicht?  

Wat wij bij aanbestedingen doen, is de opdracht verdelen in verschillende gunningscriteria waarbij we eerst moeten bepalen hoe belangrijk de criteria zijn ten opzichte van elkaar. Laten we dat nu ook eens doen voor de covid-19-crisis. Ik heb drie criteria bedacht. Als je er even voor gaat zitten zijn er natuurlijk wel meer te bedenken.  

Criterium 1 is de gevolgen voor de IC’s en de ziekenhuizen. Zeer terecht is het uitgangspunt dat we willen voorkomen dat artsen à la minute keuzes over leven en dood moeten maken. Dat heeft met beschaving en met ethiek te maken. Het is zelfs zo dat je zou kunnen stellen dat het voorkomen van de ‘à la minute beslissing over leven of dood’ niet een (gunnings)criterium is, maar een eis. In de aanbestedingswereld is dat heel normaal. Sommige zaken zijn een eis (daar moet je aan voldoen) en andere zaken een gunningscriterium (daar kun je op scoren). Laten we daarom zeggen dat het voorkomen van het overstromen van de IC’s een eis is. Wat er ook gebeurt, hier valt niet aan te tornen.  

De normale drukte in de ziekenhuizen is uiteraard ook van belang, zeker als daarvoor andere operaties uitgesteld moeten worden. Maar dat deel is geen eis, daarbij kun je wel degelijk een calculatie van de effecten maken en die vergelijken met andere criteria.  

Het tweede criterium is de economie. Welk leed veroorzaak je op korte en lange termijn door strenge lockdownmaatregelen? Ik juich toe dat er ruimhartig gesteund wordt, maar daar zitten ook grenzen aan. Als we de schatkist nu leeg laten lopen voor sportschoolhouders, cafébazen, reisadviseurs en theatermakers, heeft dat op lange termijn gevolgen voor onze ‘normale’ uitgaven (onderwijs, gezondheidszorg, wegenonderhoud etc). Toch is het wel degelijk een belangrijk criterium. Het zou heel slecht, en vooral ook oneerlijk zijn, als we de gevolgen van de strijd tegen covid-19 afwentelen op een aantal branches. Het beoordelen van die gevolgen kan alleen door een deskundige beoordelingscommissie met specifieke kennis over dit soort zaken.  

Het derde criterium is het psychologische effect op de bevolking. Het ligt voor de hand dat sommige toch al kwetsbare mensen in de problemen komen. Het vervelende hierbij is dat we dat moeilijk kunnen kwantificeren. Je hebt nu eenmaal mensen die altijd zeuren, en je hebt mensen die echt door de maatregelen in ernstige psychische problemen zijn gekomen. Dat onderscheid is moeilijk. In de aanbestedingswereld hebben we ook zoiets, en dat is duurzaamheid. Er zijn allerlei mooi klinkende initiatieven, maar de echte effecten van het vragen naar duurzame oplossingen zullen pas over een aantal jaren duidelijk worden. Dan pas kun je zeggen of het zin had om het afval te laten inzamelen met elektrische vrachtauto’s. Ook hier is vertrouwen op de mening van deskundige beoordelaars het enige wat je kunt doen.  

Bij aanbestedingen maken we eerst een verdeling. Hoe belangrijk zijn de criteria ten opzichte van elkaar. We hebben de IC’s een eis gemaakt, dus we houden drie criteria over. Je moet dan keuze maken in belangrijkheid. Bijvoorbeeld criterium 1 (druk ziekenhuizen) telt mee voor veertig procent, criterium 2 (economische gevolgen) telt mee voor veertig procnet en criterium 3 (psychische gevolgen) telt mee voor twintig procent. Die verhouding, die keuze wordt gemaakt door de politiek verantwoordelijken, en bewaakt door de inkoper. Ik laat bewust even het prijscriterium buiten beschouwing, maar het mag duidelijk zijn dat dat ook een rol speelt.  

Voor alle drie de criteria geldt dat je de inschrijvingen (bij covid-19 de gevolgen van de verschillende maatregelen) moet laten beoordelen door deskundige beoordelingscommissies. Criterium 1 wordt beoordeeld door wat nu het OMT (Outbreak Management Team) genoemd wordt, criterium 2 door een beoordelingscommissie van vooraanstaande economen, ondernemers en wetenschappers, en criterium 3 door een beoordelingscommissie van psychologen en sociologen. Zoals je ziet praten we dus over verschillende disciplines.  

Ook hierbij valt een les uit de aanbestedingswereld te leren. Bij ons zijn de namen van de leden van de beoordelingscommissie niet bekend. Hierdoor voorkomen we oneigenlijke beïnvloeding en zorgen we ervoor dat die mensen onbelast door externe factoren, hun eerlijke deskundige mening kunnen geven. Bovendien stellen wij in de aanbestedingswereld dat het niet gaat om de individuele mening van de beoordelaars, maar om hun gezamenlijke oordeel. Ik vind het heel raar om te zien dat de leden van het OMT zonder enige terughoudendheid hun mening in het openbaar verkondigen. Hoe sympathiek ik Diederik Gommers ook vind, ik hoef hem niet bij Op1 te zien zitten.  

Iets anders is hoe zo’n beoordelingscommissie (zoals het OMT) tot een keuze moet komen. Wij in de aanbestedingscommunity zijn er allang achter dat in consensus (gezamenlijk) tot een keuze komen zo’n beetje de slechtst denkbare werkwijze is. Feitelijk bepalen degenen met de hoogste rang of de grootste mond dan wat er gebeurt. Daarom zeggen wij, laat de beoordelaars eerst los van elkaar de keuzes maken (de cijfers geven), zet ze vervolgens om de tafel om hierover te discussiëren (zonder dat er dan beslissingen genomen worden), en laat dan daarna de individuele beoordelaars op hun eigen werkplek hun definitieve keuze of beoordeling maken.  

De andere commissieleden weten dus ook niet wat voor cijfer hun mede-beoordelaars uiteindelijk gegeven hebben. Op deze manier is er wel een uitwisseling van meningen, maar kan ieder lid toch onbevangen zijn eigen oordeel geven. (Ik heb eens zo’n echte ‘vergadertijger’ horen opscheppen, dat hij de vergadering net zo lang rekte tot iedereen murw was, om dan op het laatste moment, als iedereen moe was en naar huis wilde, zijn eigen voorstel erdoor te drukken)  

En let op, Mark, geen rapportcijfers laten geven. Die vertekenen het beeld, niemand geeft een 1,2,3, 9 en 10. Beter is het consumentenbondsysteem.  

Dus: moeten de basisscholen weer open?  

Min min absoluut niet  
Min niet  
Neutraal geen mening  
Plus ja  
Plus plus zo snel mogelijk  

(Je kunt er nog wat plussen en minnen bijdoen, maar hiermee benut je tenminste het hele spectrum.)  

In het inkoopproces is de inkoper de spil. In het covid-proces ben jij die spil, Mark. Jij moet de generalist zijn, die naar aanleiding van de resultaten van de beoordelingscommissies, samen met het parlement de knopen doorhakt. En jij moet die keuzes ook verantwoorden en uitleggen. In de aanbestedingswereld noemen wij dat het transparantiebeginsel en daaruit voort komt de motiveringsplicht. In de gunningsbeslissing wordt uitgelegd waarom er gekozen wordt voor oplossing/inschrijving A en niet voor oplossing/inschrijving B. Jij doet dat goed, Mark, die persconferenties zijn prima te begrijpen, en in de Tweede Kamer ga je er dieper op in, precies zoals het hoort.  

Beste Mark, ik hoop dat je er wat aan hebt. Ik wil graag gezegd hebben dat ik bijzonder blij bent dat jij nu onze minister-president bent, al is het demissionair. Ik heb diep respect voor jouw functioneren onder deze extreem moeilijke omstandigheden en ik zal op je te stemmen zolang je je verkiesbaar stelt (dat is nogal wat als je weet dat ik mijn hele leven al op de PvdA stem…).  

Maar wat mij betreft mag je strenger zijn naar je ‘beoordelingscommissies’. Hun functie is het geven van een deskundig oordeel over hun deeltje van de aanbesteding/coronacrisis, en niet het aanwakkeren van het publieke debat. Prima, als iemand dat wil, maar stap dan uit het OMT.  

Partner van Aanbestedingscafé:

OV-sector onderzoekt alternatieve aanbestedingsvormen

Vanwege de aanhoudende onzekerheid voor OV-bedrijven zoekt de OV-sector naar alternatieve manieren van aanbesteden. Kennisplatform CROW en het samenwerkingsverband van decentrale OV-autoriteiten (DOVA) ondervroegen vijf vervoerders over de huidige stand van zaken en gewenste aanpassingen.

Volgens CROW heeft aanbesteden op korte termijn geen zin. Door de coronacrisis kampen vervoerders met onzekere reizigersaantallen. Vervoerders kunnen daardoor het risico van de opbrengsten bij een doorsnee aanbesteding niet dragen. Dat leidde vorig jaar al tot minimale animo voor concessies, zoals bij de Valleilijn. Overheden kiezen daardoor voor noodconcessies met een kortere looptijd, zoals bij de concessie Rijn-Waal.

Uit de marktverkenning komen twee alternatieve scenario’s naar voren: een ‘blauw’ en ‘rood’ pakket. In het blauwe scenario is de overheid verantwoordelijk voor de ontwikkelfunctie en de opbrengsten. De vervoerders verzorgen de bestelde diensten, dragen het kostenrisico, maar zijn niet opbrengstverantwoordelijk. Het rode pakket houdt vast aan de huidige aanbestedingsmethoden maar introduceert meer dialoog. Het opbrengstrisico ligt (tijdelijk) deels of geheel bij de overheid, en er komen afspraken over risicoverdeling en een uitgebreidere financieringsregeling voor materieel. 

Op- en afschalen
Vervoerders pleiten daarnaast voor een aantal andere aanpassingen. Zo willen ze tijdens de duur van de concessie het vervoersaanbod kunnen op- en afschalen. Ook willen ze een andere verdeling van de financieringslasten van het materieel en geven aan wat de een optimale grootte van een concessie is: een omzet van tussen de 40 en 80 miljoen euro per jaar.

Bron: CROW.nl, OVpro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

CvAE acht klacht relatieve beoordelingsmethode gegrond

De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) stelt in een van haar meest recente adviezen dat een ingediende klacht over de relatieve beoordelingsmethode gegrond is. Het hanteren van een relatieve beoordelingsmethode met de mogelijkheid van ‘rank reversal’ bij twee subgunningscriteria is in deze zaak volgens de CvAE in strijd met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.

De ingediende klacht draait om een Europese openbare procedure voor een overheidsopdracht voor WMO-vervoer waarbij een relatieve beoordelingsmethode met de mogelijkheid van rank reversal is toegepast. Rank reversal houdt in dat de relatieve beoordeling, waarbij inschrijvende partijen met elkaar worden vergeleken, opnieuw gerangschikt worden indien een inschrijvende partij wegvalt of wordt toegevoegd.

De commissie acht de relatieve beoordelingsmethode met de mogelijkheid van rank reversal in dit geval in strijd met de Aanbestedingswet, Europese wetgeving en de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. Dit omdat de inhoud van de scoreregels van de subgunningscriteria pas na inschrijving vast komen te staan. Die inhoud kan de voorbereiding van de inschrijvingen wezenlijk beïnvloeden, schrijft de CvAE. Daarbij vindt de commissie dat het risico bestaat dat de opdracht niet wordt gegund aan de economisch meest voordelige inschrijving. De aanbestedende dienst handelt volgens de commissie in dit geval in strijd met art. 2.114 van de Aanbestedingswet.

Relatieve beoordeling toepassen
De commissie benadrukt dat relatieve beoordeling met rank reversal in bepaalde gevallen nog wel toe te passen is, mits de inhoud van de scoreregels van een of meer subgunningscriteria de voorbereiding van de inschrijvingen niet wezenlijk kan beïnvloeden. Verder adviseert de commissie aanbestedende diensten alle inschrijvingen met elkaar te vergelijken indien gebruik wordt gemaakt van een relatieve beoordeling met rank reversal, en niet alleen met de beste inschrijving. De methode is volgens de commissie niet geschikt voor eendimensionale éénvoudige gunningscriteria die objectief meetbaar zijn, wel voor inkoopprocedures met complexe gunningscriteria en inschrijvingen.

Bron: CvAE

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten gaan strenger toezien op toelating sociale voorzieningen

Door begrotingstekorten voor het sociaal domein zullen veel gemeenten selectiever te werk gaan bij het toewijzen van gemeentelijke voorzieningen zoals jeugdzorg, opvang en bijstand. Dat blijkt onderzoek van EenVandaag, de Groene Amsterdammer en Investico.

Negen op de tien respondenten gaf aan dat er bij de eigen gemeente te weinig geld is voor het sociaal domein. Als gevolg van het geldtekort overweegt de helft van de gemeenten strenger te selecteren bij het toewijzen van hulpverlening. Een deel van de gemeenten doet dit zelfs al. Een respondent geeft aan dat er in gesprekken met inwoners wordt gestuurd op minder of kortere en goedkopere begeleiding.

Begrotingsgat
In een aantal gemeenten wordt geschoven met geld. Door de tekorten binnen het sociaal domein op te vangen gaat er bijvoorbeeld minder geld naar sportvoorzieningen. Vier op de tien deelnemers zegt dat belastingen worden verhoogd om de tekorten terug te dringen. Vooral gemeenten die over een jeugdzorginstelling beschikken hebben financiële problemen. Respondenten vinden dat het Rijk hen onvoldoende compenseert voor gemaakte kosten. Vorige maand bleek nog dat gemeenten 1,7 miljard euro meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat ze binnenkrijgen.

Aan het onderzoek deden ambtenaren en wethouders van 151 gemeenten mee.

Bron: EenVandaag

Partner van Aanbestedingscafé:

Stuntelende inkopers? Anoniem klagen!


Als je met een paar aanbestedingen meeloopt raak je al snel gewend aan de grillen van de inkopers. Vragen beantwoorden ze zo vaag mogelijk, en fouten worden zelden toegegeven. Toch weten ze ook altijd weer te verrassen.

Afgelopen maand alleen al hadden we weer genoeg voorbeelden. Een inkoper die weigert toe te geven dat de leidraad onduidelijk is bijvoorbeeld, en vervolgens alle inschrijvingen terzijde moeten leggen omdat niemand de leidraad heeft begrepen. Het zal eens aan de inkoper liggen.

Af en toe lijkt het bijna machtsmisbruik. Zoals de ambtenaren die ‘vakantiereces’ in hun aanbesteding opnemen, en inschrijvers vragen om vóór maandag 4 januari 7 uur ’s ochtends (!) hun inschrijving in te dienen. Het doet denken aan de middelbare school, de leraren die het Hemelvaartsweekend inluiden met huiswerk voor maandagochtend.

Wat kun je als inschrijver doen tegen dit soort gestuntel? Je hebt een paar vragenrondes waarin je ongelijkheid aan kunt tonen en je onvrede kunt uiten. Maar de praktijk wijst uit dat inkopers daar meestal niks mee doen. En aan het eind van de rit kun je een rechtszaak aanspannen als de aanbesteding niet in je voordeel is geëindigd. Maar een rechter zal waarschijnlijk zeggen dat je van tevoren had moeten klagen. De bekende Grossman-regel: wie z’n mond houdt tot na de gunning, heeft z’n recht op klagen verspeeld.

Blijkbaar is klagen dus de oplossing. Maar ook daar zitten een paar addertjes onder het gras. Allereerst komt je klacht altijd terecht bij iemand van de Aanbestedende Dienst. De slager keurt zijn eigen vlees. Daarna kun je nog met je klacht terecht bij de Commissie van Aanbestedingsexperts, maar dat advies is niet bindend en in de praktijk vrijwel onbruikbaar.

Ook zal je klacht je niet geliefder maken bij de inkoper. Vergelijk het met een proefwerk op diezelfde middelbare school; geen enkele leerling gaat de docent wijzen op fouten of slordigheden, want dat zal z’n cijfer vast niet ten goede komen. En aanbestedingen gaan over samenwerkingen van meerdere jaren, dan wil je niet degene zijn die direct al vervelend begint te doen. Uiteindelijk zul je je klacht vaak ook nog moeten uitvechten bij de rechter, waarmee je sowieso iedere mogelijkheid tot samenwerking verspeeld hebt. 

Elke inschrijver die dus denkt een goede kans te maken zal wel twee keer nadenken om die winkans op het spel te zetten en de AD te wijzen op een onduidelijke of onrechtmatige aanbesteding. Niemand durft een klacht in te dienen totdat ze verloren hebben. De klas roept pas wat er allemaal mis was met het proefwerk zodra de eerste onvoldoendes binnen zijn.

De dialoog tussen de onschendbare inkoper en de kwetsbare inschrijver is op dit moment nog een ouderwetse machtsverhouding, waar je niks durft te zeggen totdat je toch al niks meer te verliezen hebt. Die ouderwetse verhouding is inmiddels wel een keertje uit de mode, en staat uiteindelijk een eerlijk en goed aanbestedingsproces in de weg.

Wordt het daarom niet eens tijd om anoniem klagen te introduceren? Zonder het risico op imagoschade durven aanbieders misstanden aan te kaarten die voor alle inschrijvers van belang zijn. Met een anoniem meldpunt doorbreek je de aloude hiërarchie, en geef je inschrijvers eenzelfde onschendbaarheid als de inkopers nu hebben. Wie weet heeft het bedrijfsleven eind dit jaar dan ook een vakantiereces.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Waalhaven voor de vierde keer uitgesteld

De aanleg van de containerhaven in Waalwijk kan nog steeds niet starten. De aanbesteding is voor de vierde keer uitgesteld, ditmaal vanwege stikstofbeperkingen. De containerhaven had volgens de oorspronkelijke planning al in 2020 klaar moeten zijn.

Waalwijk wil een jachthaven transformeren tot een haven waar containerschepen aan kunnen leggen. Twee jaar geleden wilde de gemeente de klus al gunnen aan aannemerscombinatie Mourik Infra-FL maar de opdracht is nooit definitief gegund. In 2017 werd de aanbesteding uitgesteld omdat er geen biedingen kwamen op het DBFMO-contract. Geïnteresseerde partijen vonden dat er te veel risico’s aan het project kleefden. Een jaar later werd het contract als RAW-bestek in de markt gezet, waarop de aannemerscombinatie het beste aanbod deed. De opdracht heeft een waarde van 24,2 miljoen euro.

Daarna gooiden stikstofbeperkingen roet in het eten. De gemeente wilde dit oplossen door stikstofrechten op te kopen. Dat is niet gelukt, onduidelijk is waarom. De voorlopige gunningsdatum is nu met een maand verlengd.

Bron: BD.nl, Aanbestedingsnieuws.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijksbrede MVI-criteria geüpdatet

De MVI-criteria die overheidsorganisaties kunnen gebruiken om maatschappelijk verantwoord in te kopen zijn aangepast. Met de wijzigingen zijn de criteria voortaan uniform omschreven. Daarnaast zijn er criteria op het gebied van social return toegevoegd en zijn de criteria voor de inkoop van circulair kantoormeubilair grootschalig gewijzigd.

De rijksbrede MVI-criteria moeten overheidsorganisaties helpen hun circulaire ambities te concretiseren en hun uitvraag richting de markt uniform te organiseren. De criteria worden elk jaar aangepast zodat ze overeenkomen met nieuwe Europese wet- en regelgeving. Gebruikers kunnen feedback geven op de criteria, die ook wordt gebruikt om ze te verbeteren.

MVI-tool
De MVI-criteria zijn terug te vinden in de MVI-tool van de overheid, waarbij inkopers een uitvraag kunnen doen die past bij het ambitieniveau van de organisatie. Er zijn drie niveaus, van een standaardaanbesteding waarbij niet-duurzame oplossingen worden uitgesloten, tot het uitvragen van innovatieve oplossingen.

Bron: Denkdoeduurzaam.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Stellingwerff Beintema: 'Beperkte rechtsbescherming voor inschrijvers'

“De parels in mijn carrière zijn de momenten dat ik win voor een eiser met een echte rechtsvraag”, stelt Anke Stellingwerff Beintema, advocaat en partner bij Maasdam Broers Fischer advocaten. “Winnen voor de eiser (oftewel de inschrijvende kant) is het meest uitdagend, omdat zij bij voorbaat al met 1-0 achterstaan. Dit heeft te maken met de beperkte rechtsbescherming.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Ik heb een master privaatrecht en Europees recht gevolgd. Er zijn maar weinig onderwerpen die beide richtingen dekken. Dus toen ik een scriptie moest schrijven heb ik voor Europees aanbestedingsrecht gekozen. Dit rechtsgebied vond ik erg interessant. Daarom heb ik, toen ik in 2001 de advocatuur in ging, ook gesolliciteerd bij Loyens & Loeff. Zij zochten namelijk iemand met kennis van het aanbestedingsrecht.”

Wat vind je zo leuk aan het aanbestedingsrecht?
“Je hebt veel soorten cliënten in verschillende sectoren, dat maakt het divers. Ook beslaat aanbestedingsrecht alle werkzaamheden van een advocaat: begeleiding van aanbestedingsprocedures, advisering en procederen. Daarnaast vind ik het prettig dat het geen eindeloos durende procedures zijn. Je hebt ook rechtsgebieden, waarin alleen geadviseerd wordt en waarbij je nooit bij een rechtbank terecht komt. Of rechtsgebieden waar je ellenlange bodemprocedures hebt. Aanbestedingsrecht is het beste van de drie werelden.”

“Ik vind ook alles even leuk. Sommige advocaten zien procederen als een doel, maar ik vind het mooier om resultaat te bereiken, zonder dat de gang naar de rechter nodig is. Daar krijg ik meer voldoening van.”


“Ik vind het mooier om resultaat te bereiken zonder dat de gang naar de rechter nodig is”

Anke Stellingwerff Beintema, aanbestedingsadvocaat

Welk moment in je carrière heeft de meeste indruk gemaakt?
“De momenten wanneer ik win voor een eiser en er echt een rechtsvraag aan de orde komt. Dat blijft mij altijd het meest bij. Lang geleden voerde ik een procedure voor Douwe Egberts. Er was gevraagd om koffie met een duurzaamheidskeurmerk, maar moet je daar al over beschikken op moment van inschrijving of pas op moment van uitvoering? Dit was een van de eerste uitspraken, waarin werd geoordeeld dat als het in het programma van eisen staat, dat je er pas bij uitvoering over hoeft te beschikken. Nu is het standaard rechtspraak. Je draagt als advocaat dus bij aan het rechtsgebied.”

Anke Stellingwerff Beintema,
aanbestedingsadvocaat

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?
“Op het vlak van rechtsbescherming zie ik wel verbeterpunten. Als eiser ben je nu altijd in het nadeel. Je schrijft een dagvaarding en pas op de zitting hoor je het verweer. Je kunt wel een beetje anticiperen op het verwachte verweer, maar toch is het redelijk improviseren tijdens de zitting.”

“Een ander aandachtspunt is dat hoger beroep meestal geen zin heeft. Eén rechter bepaalt dus in een snelle procedure over jouw zaak. En meestal verliest de eiser. Dat is merkwaardig, want je gaat niet zomaar naar de rechter. Je kunt nog in hoger beroep, dan maak je misschien nog kans op een schadevergoeding, maar niet meer op de opdracht. Dat is beperkte rechtsbescherming, vind ik. Terwijl er best wat overheidsopdrachten zijn, waarbij het gunnen helemaal niet zo’n spoed heeft. Dan kan best wel een arrest in turbo spoedappèl afgewacht worden.”

Waarom verliest de eiser nu meestal?
“Onder meer vanwege het eerste punt: een schriftelijke ronde ontbreekt. Dus de eiser kan een minder goed verweer voeren tegen het verweer van de aanbestedende dienst. Aanbestedende diensten kunnen zich ook makkelijk verschuilen achter de bedrijfsvertrouwelijke informatie van de beoogde winnaar. En de rechter is vervolgens lijdelijk en vraagt niet door of vraagt niet om inzage in de inschrijving van de beoogde winnaar. In België belandt de hele inschrijving van beide partijen bij de rechter. Dan kan hij met zijn eigen ogen nakijken of er iets is misgegaan. Als eiser ben je in Nederland altijd op een achterstand.”  

Als een schriftelijke ronde wordt toegevoegd, vergroot dit dan de winkans van eisers?
“Ja dat denk ik wel. En die schriftelijke ronde vindt nu door corona ook plaats. Rechters willen de zitting zo kort mogelijk houden en vragen het verweer van de aanbestedende dienst al op voorhand op papier. Dit krijgt de eiser ook te zien. Het gevolg is een veel beter debat. Ik vind dit een eerlijker proces, want de zaak wordt gewonnen op de inhoud en niet omdat iemand te weinig tijd heeft om zich voor te bereiden op het verweer. Ik heb gehoord dat rechters dit ook een positieve ontwikkeling vinden in aanbestedingszaken, dus hopelijk wordt dit na corona voortgezet.”

“Het probleem voor de eiser blijft natuurlijk wel dat er geen inzage is in de inschrijving van de winnaar. Rechters doen zich erg lijdelijk voor. Dat hoort opzichte ook wel bij een civiele procedure, maar het is niet wenselijk.”


“Ook na corona hopelijk een schriftelijke ronde bij aanbestedingsrechtszaak”

Anke Stellingwerff Beintema, aanbestedingsadvocaat

Heb je tot slot nog tips voor de aanbestedende dienst en de inschrijver?
“De aanbestedende dienst zou ik willen adviseren om vragen van inschrijvers serieus te nemen. Kijk hierbij ook goed naar de vraag achter de vraag en antwoord niet altijd per definitie ‘nee’. Hou hierbij ook de belangen van de inschrijver in het vizier en zoek naar manieren om hierin tegemoet te komen zonder dat dit uiteraard afbreuk doet aan de eigen belangen.”

“Voor de inschrijver: wees precies in het opstellen van je inschrijving. Ik zie vaak dat er veel wordt vergeten door inschrijvers. Dan wordt aan mij gevraagd: kan dit nog hersteld worden? Er zijn zeker mogelijkheden voor herstel, maar zelfs al zou een aanbestedende dienst herstel willen toestaan, dan nog mag dit niet zomaar. Het voelt erg zuur als je een simpele post vergeet in te vullen en de aanbestedende dienst je dan uitsluit. Terwijl de aanbestedende dienst ook een goede aanbieding mist. Dit is in niemands belang. Wees dus zorgvuldig.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Een derde begrote infraprojecten het Rijk doorgeschoven

Van de elf miljoen euro die het Rijk in 2018 beschikbaar stelde voor de aanleg van infraprojecten is sindsdien slechts 7,3 miljard besteed. Een derde van de begrote infraprojecten is de afgelopen jaren doorgeschoven, blijkt uit de Infrastructuurmonitor 2020-2021 van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Het aandeel projecten dat in de beginfase vertraging oploopt zal dit jaar naar verwachting verdubbelen.

Het EIB noemt meerdere oorzaken voor het doorschuiven van projecten: capaciteitsproblemen, hoge complexiteit van projecten en de stikstofproblematiek. Een gedeelte van het budget dat bij het Regeerakkoord in 2018 werd vastgesteld is zelfs doorgeschoven tot na 2025. De komende jaren komt er wel meer geld beschikbaar voor de aanleg van hoofdwegen, vaarwegen en spoorwegen, met een piek in 2023 en 2024. In die jaren zal er zo’n 8,5 tot negen miljard euro beschikbaar zijn vanuit het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Vertraagde projecten
In de verkennings- en planfase van wegenbouwprojecten verdubbelde de vertraging (wijziging van het opleveringsjaar) ten opzichte van 2020. In dat jaar raakte nog vijftien procent van alle startende projecten vertraagd. In 2021 voorspelt het EIB dat bijna dertig procent van de projecten vertraagd raakt. Dat is te wijten aan de stikstofproblematiek, maar het EIB noemt ook PFAS en mogelijke vertraging bij aanbestedingstrajecten door bemoeilijkte communicatie, veroorzaakt door de coronacrisis. Bij wegenbouwprojecten die zich al in de realisatiefase bevinden is deze stijging niet te zien.

Partner van Aanbestedingscafé:

CNV: Beveiligers dupe van aanbesteding beveiligingsdiensten Schiphol

Beveiligers die begin vorige maand zijn overgeplaatst als gevolg van de laatste aanbesteding van beveiligingsdiensten op Schiphol, ondervinden daar de nadelen van. Nieuwe werkgevers houden soms geen rekening met bestaande afspraken. Bij de aanbesteding zou bovendien sprake zijn van concurrentie op arbeidsvoorwaarden, stelt vakbond CNV. De vakbond stapt namens veertig beveiligers naar de rechter.

Begin december hoorden veel beveiligers op Schiphol dat ze voortaan voor een andere werkgever zouden werken. Die nieuwe werkgever houdt zich lang niet altijd aan gemaakte afspraken met de werknemer. Beveiligers moeten ineens nachtdiensten draaien of werken op tijden die niet verenigbaar zijn met hun privésituatie. Vakbond CNV stapt naar de rechter om beveiligingsbedrijven te dwingen zich wel aan deze afspraken te houden.

De goedkoopste aanbieder
De vakbond maakt zich ook zorgen om concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Voor de aanbesteding werd uitgeschreven hadden betrokken partijen afgesproken geen concessies te doen aan arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Dat lijkt in de praktijk wel zo te zijn. De oorzaak daarvan ligt volgens CNV en FNV niet alleen bij de beveiligingsbedrijven maar ook bij Schiphol. De luchthaven kiest steevast voor de goedkoopste aanbieders. Medio 2019 waren er ook al zorgen over nieuwe beveiligingscontracten omdat de luchthaven toen liet weten de prijs leidend te laten zijn bij de aanbesteding van de beveiliging.

Bron: Trouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Defensieproject GrIT gaat definitief van start

Staatssecretaris Barbara Visser heeft vorige week haar handtekening gezet onder het contract voor het Grensverleggend IT-project (GrIT), dat de IT-infrastructuur bij Defensie moet verbeteren. Hiermee kan het project, dat in de aanbestedingsfase veel kritiek oogstte, definitief van start. Consortium Athena (IBM, Unica en Atos) mag het zeven jaar durende project uitvoeren.

Begin vorig jaar zette Visser de aanbesteding nog on hold en koos zij voor ‘heroverweging’ van het ingezette traject. Het Bureau ICT Toetsing (BIT) had tot dat moment al drie keer stevige kritiek geuit op de opzet van het project. Het project zou te complex en risicovol zijn. Athena dreigde vervolgens een miljoenenclaim bij Defensie neer te leggen vanwege opgelopen vertraging en reeds gemaakte kosten.

Scenario’s
Visser schreef daarop aan de Tweede Kamer dat ze bij de heroverweging twee scenario’s zou onderzoeken: een waarbij gestreefd zou worden naar een geleidelijke realisatie van de nieuwe IT-infrastructuur, in samenwerking met meerdere marktpartijen, en een scenario waarbij het toenmalige plan opgeknipt zou worden en er strakke afspraken met de leveranciers gemaakt zouden worden. Defensie koos voor deze laatste aanpak, die eind 2020 positief beoordeeld is door het BIT. Het project is nu opgeknipt in meerdere fasen, bevat stuurmiddelen om prestaties van het consortium af te dwingen en kan op elk moment worden beëindigd. Ook kan Defensie nieuwe leveranciers toevoegen aan het contract.

Het GrIT-project moet de verouderde en versplinterde IT-infrastructuur van Defensie verbeteren. Dat zal in totaal zeven jaar in beslag nemen. In de eerste fase worden onder andere twintig datacenters gebouwd en zal er een extra beveiligd netwerk en een eigen, mobiel netwerk voor Defensie worden aangelegd.

Bron: AGConnect.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: verkeerde naam in tendermodule, uitsluiting?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over het gebruiken van een verkeerde naam in Negometrix.

De gemeente Venlo (hierna: de Gemeente), heeft een Europese aanbesteding gehouden met voorselectie voor sociale en specifieke diensten op sociaalmaatschappelijk terrein. Gegadigden konden hun aanmeldingen indienen via de digitale tendermodule van Negometrix.

Op 5 juli 2019 heeft de Gemeente per brief aan de combinatie Buurtteams medegedeeld dat zij samen met gegadigde RadarUitvoering wordt uitgenodigd tot het indienen van een Inschrijving. Per brief van 1 oktober 2019 deelt de Gemeente aan Buurtteams mede dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan Incluzio. Incluzio behoort tot hetzelfde concern als RadarUitvoering. Incluzio had zich in zowel de selectie- als gunningsfase ingeschreven, en alle documenten waren gesteld op naam van Incluzio. Als reden voor het feit dat in de brief van 5 juli 2019 de naam van RadarUitvoering is gebruikt, voert de Gemeente aan dat Incluzio voor de aanmelding gebruik heeft gemaakt van het Negometrix-account van RadarUitvoering. Hierdoor wordt in de brief de naam van de houder van het Negometrix-account genoemd in plaats van de naam van de daadwerkelijke inschrijver Incluzio. Buurtteams vordert hierom in kort geding dat de inschrijving van Incluzio ongeldig wordt verklaard.

De voorzieningenrechter gaat hierin niet mee. Voldoende aannemelijk is dat de vermelding van RadarUitvoering in de brief van 5 juli 2019 berust op een vergissing van de Gemeente en dat er vanuit moet worden gegaan dat de aanmelding in werkelijkheid is ingediend door Incluzio. Dit kan men vaststellen aan de hand van de onderdelen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). Deze is op naam van Incluzio ingediend bij de Gemeente. De inschrijving van Incluzio is niet ongeldig.

Juridisch gezien
Van belang is dat uit een aanmelding ondubbelzinnig blijkt wie deze heeft ingediend. Indien dit het geval is, kan de aanmelding niet ongeldig worden verklaard om de simpele reden dat deze is ingediend middels een verkeerd account. De ingediende stukken zijn leidend, niet het aanbestedingsplatform.

Algemeen
De voorzieningenrechter oordeelt dat:

➢ Gebruikmaking van het Negometrix account van RadarUitvoering door Incluzio heeft niet tot gevolg dat een UEA dat is gesteld op naam van Incluzio in feite door RadarUitvoering is ingediend;

➢ De Gemeente heeft met de geopenbaarde onderdelen van het UEA voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanmelding door Incluzio is ingediend. De Gemeente kon wegens geheimhouding volstaan met het openbaren van deze onderdelen;

➢ Het account is een medium dat voor de aanmelding wordt gebruikt. Door wie de aanmelding wordt ingediend moet worden vastgesteld aan de hand van de aanmelding zelf.

In relatie tot de praktijk
✓ Let goed op wie de aanmelding heeft ingediend! Als uitgangspunt geldt dat de ingediende stukken, in het bijzonder het UEA, de naam vermelden van de daadwerkelijke gegadigde. Noem daarom die naam in je correspondentie met gegadigden, niet de naam van het account op de tendermodule;

✓ Ben je inschrijver of gegadigde? Maak het de aanbestedende dienst makkelijk en handel vanuit het account waarop je daadwerkelijk gaat inschrijven.

Bron: Gerechtshof Den Haag 10 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2019:13433

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe handreiking 'Burgerinitiatieven en het aanbestedingsrecht' beschikbaar

Decentrale overheden kunnen sinds vorige week gebruik maken van de handleiding ‘Burgerinitiatieven en het aanbestedingsrecht’. De handreiking is opgesteld door de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken en is bedoeld om ambtenaren te ondersteunen bij het vinden van de juiste plaats voor burgerinitiatieven in relatie tot het aanbestedingsrecht.

De nieuwe handreiking moet ervoor zorgen dat gemeentelijke beleidsmedewerkers, inkopers en burgerinitiatieven de gewenste positie voor burgerinitiatieven in relatie tot het aanbestedingsrecht vinden. Burgers nemen steeds vaker het initiatief om in de eigen buurt of stad iets bij te dragen en nemen soms ook taken over die eerder bij de gemeente lagen. Het uitdaagrecht (Right to Challenge) maakt dit mogelijk. Tegelijkertijd gaven gemeenten en burgerinitiatieven in een onderzoek van de Nationale Ombudsman aan dat zij het aanbestedingsrecht als obstakel ervaren in relatie tot burgerinitiatieven.

Vijf routes
De handreiking ‘Burgerinitiatieven en het aanbestedingsrecht’ moet uitkomst bieden. Gemeenten kunnen op vijf verschillende manieren ondersteuning bieden aan initiatieven in relatie tot het aanbestedingsrecht. Onder andere door voor een voorbehouden aanbesteding te kiezen of de aanbesteding ‘burgerinitiatief-proof’ te maken’.

Zowel inkopers die burgerinitiatieven willen ondersteunen zonder in strijd te handelen met het aanbestedingsrecht als burgerinitiatieven die meer willen weten over aanbesteden en het aanbestedingsrecht, kunnen de handreiking gebruiken. De handreiking is hier te bekijken.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kennis delen en standaardisatie moeten Sociaal Domein verder helpen

Uit de Monitor Sociaal Domein 2020 blijkt dat er grote verschillen zijn in de mate van samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Ook blijven de administratieve lasten bij aanbestedingen hoog. Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, wil gemeenten ondersteunen met kennisdeling en standaardisatie. Daarnaast blijft hij zich inzetten voor een herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijn binnen het sociaal domein, schrijft hij aan de Tweede Kamer.

De Jonge beloofde eind oktober een kwalitatief onderzoek naar aanbesteden in het Sociaal Domein uit te laten voeren toen hij de resultaten van een kwantitatief onderzoek en de Monitor gemeentelijke zorginkoop naar de Tweede Kamer stuurde. Het kwalitatieve onderzoek met de titel ‘Monitor sociaal domein 2020’, onderschrijft de kwantitatieve onderzoeken die eerder al werden uitgevoerd naar inkoop en aanbesteden binnen het Sociaal Domein.

Met het nieuwste onderzoek worden vier actielijnen met aanbevelingen onderscheiden. Zo moet weloverwogen inzet van inkoop en contracteren worden bevorderd met kennisdeling en moet een verbeterde de samenwerking tussen gemeenten en aanbieders leiden tot goede zorg en ondersteuning. Standaardisatie moet de administratieve druk verlichten. Ten slotte moet inkoop ingericht worden als een continu leer- en verbeterproces om transformatiedoelstellingen te behalen. De Jonge zet bij alle actielijnen in op het delen van kennis en praktijkervaringen en het aanbieden van handreikingen en opleidingen.

Europastrategie
De Jonge pleit daarnaast al geruime tijd voor een aanpassing van de Europese aanbestedingsrichtlijn binnen het sociaal domein. De hoge administratieve lasten en minimale grensoverschrijdendheid, zoals bleek uit eerder onderzoek door Deloitte, pleiten volgens De Jonge voor afschaffing. Hij informeert de Tweede Kamer over de resultaten van zijn inspanningen. Er zijn vooralsnog weinig concrete acties vanuit de EU in reactie op Nederlandse initiatieven om de problemen in het sociaal domein zichtbaar te maken. Hij ziet wel dat andere Europese lidstaten worstelen met dezelfde problematiek. “Een Europese aanbestedingsprocedure is in veel gevallen slecht geschikt om de beste zorg voor burgers te realiseren waarbij continuïteit, lokaal partnerschap en samenwerking voorop staan”, schrijft hij. De Jonge blijft zoeken naar medestanders binnen de EU en onderhoudt contact met fracties binnen het Europees Parlement.

Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015
Om een brug te slaan tussen de huidige praktijk en een eventuele wijziging van het aanbestedingsrichtlijnen heeft De Jonge een Wetsvoorstel maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 opgesteld. Nu de internetconsultatie voor het voorstel is gesloten, gaat het naar de Raad van State. Om gemeenten te helpen de transitie te maken worden voor deze nieuwe wet handreikingen opgesteld. In 2021 volgen pilots waarbij de nieuwe wet in de praktijk wordt gebracht.

Partner van Aanbestedingscafé:

Je kunt het evenredigheidsbeginsel niet ‘uitzetten’


Direct nadat ik op de website European procurement newsfacts gelezen had dat de grootste denkers over het evenredigheidsbeginsel uitgenodigd zouden worden voor een Europese congres over dit onderwerp, begon ik mijn koffer te pakken. En inderdaad, de volgende dag zat de uitnodiging in de mail. Mijn veelgeroemde publicatie ‘proportionality in a developing European Procurement Realism’ (met maar liefst 156 voetnoten) was in Europa ingeslagen als een bom, en werd in de internationale vaktijdschriften beschreven als ‘the first real insightful conclusion about proportionality’. Ik had echter in eigen land scherpe kritiek en grove verwijten gekregen, vooral uit orthodoxe aanbestedingskringen. Mijn lidmaatschap van de vereniging van aanbestedingsrecht was zelfs met onmiddellijke ingang opgezegd.   

Het congres werd gehouden in Rome en dat gaf mij de mogelijkheid om het nuttige met het aangename te combineren. Samen met mijn Duitse collega Herr Doctor Günther Wollschein, de eminente rechtsgeleerde uit Bonn, die verscheidene boeiende voetnoten heeft geschreven bij het Connexxion-arrest, bezocht ik het Piazza San Pietro (Sint-Pietersplein), dat door Bernini werd ontworpen. Op het plein staan ook twee fonteinen (uit 1612 en 1675) en een Egyptische obelisk. In de top van de obelisk is volgens de legende een stuk van het kruis aangebracht waaraan Jezus gestorven is.  

We wandelden richting de obelisk, maar ik merkte aan Günther dat hij niet op zijn gemak was. Aan de voet van de obelisk keek Günther spiedend over het plein, alsof hij achter ieder heiligenbeeld een vijand vermoedde. Hij kwam wat dichterbij en zei toen zachtjes : “You were right, you cannot skip the proportionalityprinciple.” Ik deinsde achteruit. Met niet aflatende ijver had hij mij de afgelopen maanden bekritiseerd. En nu, hier in het aanzicht van de grootste Vaticaanse kunstschatten, gaf hij zijn ongelijk toe. Ik wilde reageren, maar hij was te snel. Hij maakte zich met een ruk uit de voeten en verdween uit zicht, verdwijnend achter een groep nonnen van de Orde der Benedictinessen.  

De volgende dag begon het congres en tot mijn verbazing was Günther afwezig. Misschien was hij gewoon te laat, misschien… Ik maakte me zorgen.  

De eerste spreker was een Belg, prof. dr. Ewout B. Vandendunge, die in Oxford doceerde, en furore had gemaakt door een prikkelende dissertatie getiteld “The proportionality principle in a rapidly changing procurement environment”. Vandendunge was onbetwistbaar dé expert op dit gebied. Het grootste bezwaar dat ik tegen hem had, was echter zijn adamsappel, een enorm onsmakelijke knoeperd, waar je, of je wilde of niet, naar moest blijven kijken.  

De broodmagere Belg had ook dit keer veel noten op zijn zang. Hij beweerde dat iedereen het Connexxion-arrest al jaren verkeerd interpreteerde. Algemeen werd aangenomen dat het Connexxion-arrest inhield dat een proportionaliteitstoets bij een ernstige fout niet nodig was, tenminste, als volgens de aanbestedingsvoorwaarden, deze inschrijver zonder meer moest worden uitgesloten. De formulering in het arrest was echter zo onduidelijk, dat volgens Vandendunge de betekenis juist precies omgekeerd was.  

VandenDunge boog zich voorover, waardoor zijn adamsappel nog groter leek dan normaal. De zaal was doodstil geworden en op zachte toon zei hij: “Denk nu eens na mennekes, uit overweging 2 van de richtlijn volgt dat het evenredigheidsbeginsel algemeen van toepassing is op procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten. Dat kunde ge dan toch niet zomaar uitzetten” De zaal was doodstil, en ik merkte dat door de verschillende snelheden van de simultaanvertalers er steeds op andere plekken onrust uitbrak.  

Nu weet ik dat het evenredigheidsbeginsel in overweging 1 van de richtlijn staat, maar met een schok besefte ik dat de wakkere Belg de oude richtlijn 2004/18 bedoelde, en niet 2014/24. Die richtlijn was van toepassing toen het Connexxion-arrest werd uitgesproken. Maar eigenlijk deed dat er niet toe.  

Inwendig juichte ik van vreugde. Dit was precies wat ik al jaren beweerd had. Iets wat algemeen van toepassing is, een beginsel nota bene, kun je niet zomaar uitsluiten door een tekstje in de aanbestedingsstukken. Stel je voor dat dat ook zou mogen bij het transparantie of het gelijkheidsbeginsel. Een algemeen beginsel is van toepassing op elke aanbesteding!  

De adamsappel had mij inmiddels echter zo in zijn greep dat ik, als ik in het bezit van een scherp mes was geweest, hem op dat moment, eigenhandig had verwijderd. Toch drong wat hij gezegd had door tot in de diepste krochten van mijn geest. Een algemeen beginsel kun je niet uitsluiten. Dat was precies wat ik al jaren beweerd had. De vakbladen hadden mij gedemoniseerd, de aanbestedingselite had mij uitgelachen, ik was ontslagen als redacteur van de Tender Nieuwsbrief. Maar ik had gelijk gekregen: het evenredigheidsbeginsel was altijd van toepassing.  

Drie maanden na het congres kreeg ik een email van Günther Wollschein. Het was hem allemaal teveel geworden en hij had zich teruggetrokken uit de aanbestedingswereld. Hij was in zijn geboorteplaats Brünhoff am Rhein een winkeltje in naald en garen begonnen en was gelukkiger dan ooit.  

Noot van de schrijver: Ik ben op dit moment de verzamelde columns van Godfried Bomans aan het lezen, wellicht heeft dat wat invloed gehad op mijn schrijfstijl.  

Partner van Aanbestedingscafé:

KoopWijsPrijs 2020 gaat naar ministerie van Defensie

Op het digitale congres MVI ontving het ministerie van Defensie vorige week de KoopWijsPrijs 2020. Het ministerie wint de prijs voor de duurzame inkoop van tropenpakken voor de Koninklijke Marine.

Er waren in totaal acht inzendingen voor de wedstrijd die elk jaar door de Rijksoverheid georganiseerd wordt. De overheidsinstantie met het meest vooruitstrevende project op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) krijgt de prijs in handen. Het ministerie van Defensie gunde de opdracht voor de tropenpakken aan een fabrikant die hoog scoorde op duurzaamheidscriteria, door het gebruik van gerecyclede materialen en plastic afval.

Er waren drie genomineerden. Naast het ministerie van Defensie waren ook de gemeenten Leiden en Noordenveld genomineerd. De gemeente Leiden blonk uit door als eerste gemeente in Nederland de MilieuKostenIndicator (MKI) mee te nemen bij de aanbesteding van bushokjes. De gemeente Noordenveld paste de percelenregeling toe voor de inkoop van energie. Zo kon de gemeente een Europese aanbesteding uitschrijven maar was het toch mogelijk een lokale energiecoöperatie te contracteren.

Bron: PIANOo

Partner van Aanbestedingscafé:

Vervolg verbetering rechtsbescherming en Beter Aanbesteden in 2021

Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken, kondigt in een kamerbrief aan dat zowel het aangekondigde plan ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden als het vervolgprogramma van Beter Aanbesteden, in het eerste kwartaal van 2021 vorm krijgen. Beiden waren eind 2019 al aangekondigd door Keijzer.

Keijzer verwacht begin 2021 een integraal plan voor de verbetering van rechtsbescherming naar de Tweede Kamer te kunnen sturen. Dit plan komt mede tot stand door de ingestelde klankbordgroep die zich heeft gebogen over maatregelen op diverse deelgebieden, zoals klachtafhandeling vóór het moment van inschrijving. De klankbordgroep werd in het leven geroepen nadat onderzoeksbureau KWINK in 2019 onderzoek deed naar de rechtsbescherming bij aanbesteden.

Wel schrijft de staatssecretaris dat niet alle obstakels zijn weggenomen: “De klankbordgroep heeft niet voor alle onderwerpen een oplossing gevonden. Dit geldt met name voor de wens van ondernemers voor laagdrempelige geschilbeslechting bij gunnings- en selectiebeslissingen. Dit is geschilbeslechting op het moment dat er een voorlopig gunningsbesluit ligt, en er dus al een winnaar is aangewezen. In deze gevallen is er sprake van een meerpartijenverhouding: naast de klagende partij is ook de winnaar direct belanghebbende. Dit is complexe materie die nog nader verkend moest worden.”

Vervolgprogramma Beter Aanbesteden
Naast het plan ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden komt er ook een vervolg op het programma Beter Aanbesteden. Dat liep tot de zomer van 2019. Omdat zowel aanbestedende diensten als ondernemers aangaven behoefte te hebben aan een structureel vervolg wordt er gewerkt aan een opvolgend programma. VNO-NCW/MKB-Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben daartoe het initiatief genomen.

“Het programma zal zich onder andere richten op dialoog en samenwerking tussen overheden en ondernemers en het creëren van bewustwording over hoe aanbesteden kan bijdragen aan het ondersteunen van het MKB en aan maatschappelijke doelen”, schrijft Keijzer aan de Tweede Kamer.

PIANOo zal vanaf het eerste kwartaal van 2021 landelijke ondersteuning gaan bieden. Hiervoor wordt jaarlijks 1,5 miljoen euro vrijgemaakt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Brackmann: 'Aanbestedingsrecht niet uitgekristalliseerd'

“Aanbestedingsrecht is zo interessant, omdat je nog veel zelf moet invullen”, vertelt Suzanne Brackmann. Zij is een ervaren aanbestedingsadvocaat en eigenaar van advocatenkantoor Brackmann Aanbestedingsspecialist. “Als je voor een zaak pleit, komt het nog wel eens voor dat je het kwartje bij de rechter ziet vallen.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Ik ben niet vanaf het eerste moment advocaat in de aanbestedingspraktijk. In het begin van mijn carrière werkte ik bij een groot Zuidas-kantoor en deed veel bouwrechtzaken. Na ongeveer twee jaar kwam er een vraag binnen van een aannemer: ‘we zijn bezig met een aanbesteding en ik heb een vraag, kan ik deze bij jou kwijt?’ Ik had geen idee waar dit precies over ging, maar ik ben het gaan onderzoeken. Intern kon niemand mij echt vertellen wat aanbesteden inhield. Tot ik een wettenbundel vond met daarin een richtlijn. Toen wist ik dat ik mijn specialisatie had gevonden.

We zijn nu bijna 25 jaar verder. Het vak heeft zich natuurlijk ontwikkeld en er zijn inmiddels allerlei leerstukken, waaronder het leerstuk van de abnormaal lage prijs en het leerstuk van de wezenlijke wijziging. Maar toen ik begon, was dit er nog helemaal niet. Er was zelfs geen Nederlands recht. We hadden alleen een Europese richtlijn en er was een wetje dat zei dat die richtlijn Nederlands recht was. Dat maakte het ook erg leuk. Veel vraagstukken behandelde ik op basis van de beginselen, onderbuikgevoel en rechtsgevoel. Zo is het begonnen voor mij.”

Suzanne Brackmann © 2017 Mark Prins Fotografie

Vervolgens ben je een eigen kantoor begonnen.
“Na tien jaar besloot ik inderdaad in 2004 om mijn eigen kantoor te beginnen. Het was toen duidelijk dat ik zou focussen op het aanbestedingsrecht. Sinds een aantal jaar krijgen we ook steeds meer vragen van klanten die niet honderd procent de kern van het aanbestedingsrecht raken, maar daar wel aan gerelateerd zijn. Denk aan contractvragen, zoals: een opdrachtnemer gaat failliet, wat nu? En: ik kan het niet meer doen voor de prijs in de offerte, wat zijn de mogelijkheden? Dat is dus wel bijzonder: dat we vanuit een specialisme nu weer verbreden.”


Wat vind je zo leuk aan het aanbestedingsrecht?
“Juridisch is het aanbestedingsrecht interessant, omdat je ontzettend veel zelf moet bedenken. Het recht is namelijk niet uitgekristalliseerd. Als advocaat werk je daardoor mee aan de ontwikkeling van het rechtsgebied. Daarnaast natuurlijk omdat het procesrecht is. Je kunt blijven corresponderen, maar uiteindelijk moet er een keuze gemaakt worden: gaan we procederen of niet? En dat procederen is voor advocaten de kers op de taart. Daarin komt alles samen.

Aanbestedingsrecht gaat inhoudelijk ook echt ergens over. In mijn allereerste jaren als advocaat deed ik ondernemingsrecht en ging het over aandeelhoudersconstructies. Dat vond ik best van een hoog abstractieniveau. Nu kijk ik om me heen en ik zie dingen waar ik bij betrokken ben geweest. Dat kan het onderhoud van een weg zijn of het uniform van de boa. Die concreetheid spreekt mij erg aan.”

“Juridisch is het aanbestedingsrecht interessant, omdat je ontzettend veel zelf moet bedenken. Het recht is namelijk niet uitgekristalliseerd.

Suzanne Brackmann, aanbestedingsadvocaat

Waar procedeer je vaak over?
“Een zaak die veel terugkomt is de herbeoordeling: de inschrijver is niet tevreden over de punten die hij heeft gekregen en wil dat er nogmaals naar de beoordeling van zijn inschrijving wordt gekeken. Dat is een veelvoorkomende vraag, maar leidt zelden tot succes. Een vraag met een grotere winkans is de herbeoordeling van de winnende partij. Dus: ik begrijp niet waarom de nummer 1 deze punten heeft gekregen.

Deze vraag kreeg ik in een van mijn allereerste zaken. Dit was een kortgedingprocedure over een aanbesteding voor bedrijfskleding. Mijn cliënt was een inschrijvende partij en zei: ik snap waarom ik deze punten heb gekregen, maar ik snap niet waarom de nummer 1 heeft gewonnen.

Dit was in de tijd dat de eisen aan de gunningsbeslissing nog niet zo nauw omschreven waren. We hebben toen betoogd dat we ook willen weten waarom de nummer 1 zijn punten heeft gekregen, want misschien klopt dit wel niet. Tijdens deze zaak zag ik het kwartje vallen bij de rechter en dan weet je dat het goed gaat komen. Ik zeg niet dat dit de opmaat is geweest voor hoe het nu in de wet is geregeld, maar dit soort uitspraken zijn wel onderdeel van de ontwikkeling van het rechtsgebied.”

Welke ontwikkeling valt je op sinds de start van je carrière?
“25 jaar geleden was het sentiment rondom aanbesteden erg negatief. Ik kreeg vaak de vraag: kun jij voorkomen dat we moeten aanbesteden? Die vraag krijg ik nu misschien nog maar één keer per jaar. Dat is een stuk ontwikkeling, kennis en volwassenwording van aanbestedende diensten en bedrijven.”

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?
“We doen het best goed, al zijn we niet het braafste jongetje van de klas zoals wel eens beweerd wordt. Ik heb een vrij algemeen beeld dat Duitsland en Denemarken het wel een tandje beter doen. Hier is het aanbestedingsrecht vooral eenvoudiger en strakker geregeld. Als ik het afzet tegen de rechtspraak van het Hof van Justitie, dan heeft Italië een probleem. Maar ook Slovenië, Spanje en Frankrijk komen met enige regelmaat terug in de arresten. Maar laten we eerlijk zijn: ook Nederland.”

“25 jaar geleden was het sentiment rondom aanbesteden erg negatief. Ik kreeg vaak de vraag: kun jij voorkomen dat we moeten aanbesteden? Die vraag krijg ik nu misschien nog maar één keer per jaar.

Suzanne Brackmann, aanbestedingsadvocaat

Waar kan Nederland in verbeteren?
“Hier ligt een voortrekkersrol voor aanbestedende diensten. Zij zouden aanbestedingen minder formalistisch moeten maken. Neem bijvoorbeeld de uitsluitingssanctie. Deze is vrij streng en zo creëert de aanbestedende dienst geen ruimte voor zichzelf om een partij niet uit te sluiten. Deze sanctie komt in erg veel leidraden terug. Mijn tip: beperk dit nu eens tot het hoogstnoodzakelijke. Dus alleen die gedragingen met uitsluiting sanctioneren die ook echt tot uitsluiting moeten leiden.”

Mooie tip. Heb je er ook een voor de inschrijvende kant?
“Ja: elke inschrijving is maatwerk. Schrijf je inschrijving naar de aanbestedende dienst. Dat betekent ook dat als je wordt beoordeeld op meerwaarde, dat je moet kijken naar de doelstellingen die de dienst heeft voor deze aanbesteding. Stem daar je meerwaarde op af. Het klinkt simpel, maar ik zie dat inschrijvers nog steeds de neiging hebben om vooral hun eigen verhaal te vertellen. Mijn tip: ga op de stoel van de aanbestedende dienst zitten en vertel je eigen verhaal, maar zo dat de aanbestedende dienst zijn vraag en zijn probleem herkent en de oplossing ervan waardeert.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rekenkamer kritisch op Amsterdamse inkoop jeugdzorg

De Rekenkamer van Amsterdam concludeert dat een complexe inkooporganisatie oorzaak is van de plotselinge stijgende jeugdzorgkosten in 2018. In dat jaar was de gemeente 42 miljoen euro meer kwijt aan jeugdzorg, zonder dat de gemeente wist waarom.

Er werd in 2018 vaker een beroep gedaan op jeugdzorg maar daarmee valt de enorme kostenstijging niet te verklaren. Gemaakte berekeningen over verwachte kostenbesparingen klopten niet, volgens de Rekenkamer. Ook zou de inkooporganisatie te complex zijn. Ook onderzoeksplatform Follow the Money sprak met zorgaanbieders over de kwestie. Aanbieders zeggen dat de gemeente regelmatig te veel betaalde en dat inkoopmanagers te weinig kennis van zaken hadden.

Maatregelen
De gemeente zegt de problemen te herkennen en neemt maatregelen. Het digitale inkoopsysteem voor jeugdzorg gaat opnieuw op schop. Ook vindt de gemeente dat het rijk te weinig financiële middelen beschikbaar stelt voor het jeugdzorgbudget. De Rekenkamer is ook hierop kritisch: de gemeente neemt te weinig verantwoordelijkheid.

Parool.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Zeesluis IJmuiden: barrière in aanbestedingsland

Voor wie het niet heeft meegekregen: IJmuiden bouwt aan de grootste zeesluis ter wereld. En die verdient een naam van formaat. Daarom schreven Rijkswaterstaat en de gemeente Velsen een prijsvraag uit voor de beste naam. Want hoe creatief de overheid ook is, als je inwoners zelf laat meedenken creëer je draagvlak, vergroot je de bekendheid én kom je tot de mooiste ideeën.

En dat bleek: de prijsvraag leverde maar liefst 5.000 inzendingen op. Na een lang en weloverwogen selectieproces met de meest creatieve namen (pluimpje voor Sluisje McSluisface) heet de zeesluis in IJmuiden vanaf nu…. Zeesluis IJmuiden. Van de vijf mensen die deze naam hadden ingezonden kreeg de eerste een gratis rondleiding.

De kans dat je dit niet hebt meegekregen is vrij klein. Want het nieuws en het bijbehorende filmpje – met fancy dronebeelden, zonovergoten gezichten en opbeurend reclamemuziekje – veroverden binnen korte tijd alle media. Viraal met een r ver boven de 1.

En dat is niet verwonderlijk: naast dat het een komisch verhaal is raakt het aan een breed gedragen sentiment. Namelijk dat onze overheden zijn doorspekt met luie en talentloze ambtenaren die hun oordeel laten bepalen door een angst voor verandering en complete fantasieloosheid. Dat sentiment zit diep, ook bij bedrijven die zich willen inschrijven op aanbestedingen.

Van de week sprak ik een bedrijf dat bij de herinrichting van een natuurgebied minpunten kreeg omdat ze als meerwaarde een uitkijktoren opnamen in hun inschrijving. Want ja, de overheid zat vooral in over de randzaken. Er konden mensen van de toren afvallen en ze hadden geen zin om dat ding te onderhouden. Hoe ver durf je als ondernemer nog te gaan om “buitengewoon veel meerwaarde” en “creatieve/innovatieve elementen” te bieden als dit soort vondsten zo eenvoudig worden afgestraft?

Creativiteit wordt in de uitvraag aangemoedigd, maar als het erop aankomt concurreer je met het veilige alternatief van de huidige situatie en/of zittende partij. En hoe overtuig je iemand van een nieuw idee als het oude aantoonbaar nog gewoon werkt? Wat is het nut van een creatieve inschrijving als het beoordelingsteam vooral warm wordt van de KPI’s van de zittende partij?

Zeesluis IJmuiden is vooral een mooi voorbeeld van hoe het niet moet. Waarom daag je in vredesnaam de markt uit als je uiteindelijk toch kiest voor de meest suffe en inspiratieloze inzending? Waarom vragen om al die meerwaarde en creativiteit als je je kop niet boven het maaiveld uit durft te steken?

Hoezeer de gunningscriteria ook zijn vastgelegd, het beoordelen van plannen blijft mensenwerk. Een innovatieve inschrijving alleen is niet genoeg; het vraagt ook om beoordelaars met verbeeldingsvermogen, vernieuwingsdrang en een beetje lef. Laten we hopen dat de volgende aanbesteding een paar McSluisfaces in het beoordelingsteam heeft zitten.

Partner van Aanbestedingscafé:

ACM beboet bouwers om prijsafspraken aanbestedingen

Vier bouwbedrijven hebben een boete van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gekregen omdat zij prijsafspraken maakten met concurrenten bij de inschrijving op aanbestedingen van de gemeente Amsterdam.

Opvallend genoeg wilden de bedrijven de opdrachten niet binnenhalen maar zichzelf in de kijker zetten voor toekomstige klussen. Twee bouwers schreven stelselmatig hoger in na contact met hun concurrent. Zo won de concurrent maar bleven ze wel zichtbaar.

De gemaakte prijsafspraken zijn in strijd met de Mededingingswet, oordeelt de ACM. In totaal moeten de vier bouwbedrijven 330.000 euro boete betalen. Het gaat om vier kleine hoveniers- en infrabouwbedrijven die zich inschreven op opdrachten van de gemeente Amsterdam. De gemeente had ze hiervoor uitgenodigd.

De boetes bedragen vijftien procent van de inschrijfprijs. Een van de bedrijven moet meer betalen omdat deze bouwer in 2005 en 2006 ook al in de fout ging. De betrokken bedrijven accepteren de boetes en nemen maatregelen om frauduleus handelen in de toekomst te voorkomen.

Bron: Parool.nl, Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Zaak aanbesteding hoofdrailnet naar Europees Hof

Het kort geding over de onderhandse gunning van het hoofdrailnet aan de NS heeft vorige week niet geleid tot een uitspraak. De voorzieningenrechter kon niet oordelen of de onderhandse gunning in strijd is met Europese regelgeving. Het Europees Hof van Justitie moet zich nu gaan buigen over de zaak.

Nadat deze zomer bekend werd dat staatssecretaris Van Veldhoven ervoor kiest ook na 2024 de concessie voor het hoofdrailnet onderhands aan de NS te gunnen, spanden Arriva, Transdev, Qbuzz, Keolis en EBS, verenigd in de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN) een rechtszaak aan. De vervoerders stelden dat deze beslissing in strijd zou zijn met Europese wet- en regelgeving. Hoewel de EU met het Vierde Spoorwegpakket pleit voor een verplichte Europese aanbesteding om marktwerking op het spoor te bevorderen, koos Van Veldhoven er toch voor om onderhands te gunnen voor het moment waarop strengere regelgeving van kracht wordt (eind 2023). De vervoerders betoogden voor de rechter dat de nieuwe regels op die manier opzettelijk omzeild worden.

Van Veldhoven liet aan de Tweede Kamer weten dat ze met de vroege gunning risico’s rondom het hoofdrailnet wil minimaliseren. De Kamer steunde haar in haar besluit.

Aannemelijk
De rechter vond de onderbouwing van de vervoerders aannemelijk maar vindt de onderbouwing onvoldoende voor een inhoudelijke uitspraak, ook omdat een uitspraak vergaande gevolgen heeft. “Het is aan het Hof van Justitie van de EU om uiteindelijk te beslissen over de interpretatie van een EU-verordening”, stelde de rechter daarom. Na afloop van de zaak liet de FMN weten dat de federatie wil dat de Nederlandse staat om opheldering vraagt bij de EU.

Bron: OVPro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor: Zo gaat het met de infra-sector en het sociaal domein

Afgelopen maand waren er veel nieuwtjes over infra aanbestedingen en op het vlak van sociaal domein. Hier praten we je in 20 minuten doorheen. 

Links:

In de volgende podcast zullen we nader ingaan op de vraag: wel of niet aanbesteden in het sociaal domein. Abonneer je op De Gunningsfactor om op de hoogte te blijven!

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe goed ben jij in Tendermatching?

De derde aflevering van Tenderen staat klaar! In deze aflevering: Tendermatching. Ga jij de strijd met de Efficiency Buzzer aan?

CTM Solution is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: te laat ingediende gedragsverklaring

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een te laat ingediende gedragsverklaring aanbesteden.

De provincie heeft een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd om een contract te kunnen sluiten voor het onderhoud van de glasvezelinfrastructuur ten behoeve van bruggen en sluizen. Op de
aanbestedingsprocedure zijn de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) en het
Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) van toepassing. De
onderneming R. heeft na een uitnodiging daartoe een inschrijving ingediend. Zij heeft bij de inschrijving echter geen gedragsverklaring aanbesteden (GVA) ingediend, waar de provincie wel om heeft gevraagd. Om deze reden heeft de provincie de inschrijving van R. als ongeldig terzijde gelegd.

R. is het niet eens met de uitsluiting. Zij stelt dat de wijze waarop zij de
aanbestedingsstukken heeft begrepen in lijn is met artikel 7.10.2 ARW 2016
Daarin is bepaald dat de aanbesteder niet verlangt dat een onderneming bij
haar inschrijving gegevens en inlichtingen op een andere wijze verstrekt, als deze gegevens en inlichtingen in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) kunnen worden gevraagd. R. stelt dat de GVA is bedoeld als bewijs dat geen van de door de provincie gehanteerde uitsluitingsgronden op haar van toepassing zijn. Dit verklaart R. ook in het UEA. De GVA geeft dus inlichtingen die de provincie ook uit het UEA kan verkrijgen. Als uitgangspunt geldt daarom dat de provincie in de inschrijving genoegen moet nemen met het UEA en alleen van de inschrijver die in aanmerking komt voor gunning een GVA mag verlangen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter oordeelt dat:
• Op grond van artikel 1.22 Aw 2012 mag een aanbestedende dienst gemotiveerd afwijken van voorschriften uit het ARW 2016. De provincie heeft in dit geval gemotiveerd waarom zij al bij inschrijving over de GVA wilde beschikken. Zij voldoet daarmee aan artikel 1.22 Aw 2012.

In relatie tot de praktijk
• Als je een inschrijver bent, zorg dan dat je alle gevraagde documenten op tijd aanlevert. Als je niet zeker weet of/hoe een bepaald document moet worden aangeleverd, vraag dit dan in het kader van de nota van inlichtingen.
• Als je een aanbesteder bent die gebruikmaakt van het ARW 2016 maar afwijkt van een of meer bepalingen daarin, motiveer dit dan goed!

Aanbesteders mogen gemotiveerd afwijken van de voorschriften uit
het ARW 2016. Dit vloeit voort uit artikel 1.22 van de Aanbestedingswet 2012.

Bron: Rechtbank Den Haag 27 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8792

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Breda doet beroep op ouders om kosten jeugdhulp te beperken

De gemeente Breda wil dat ouders en opvoeders in grotere mate bijspringen voor er een voorziening voor jeugdhulp wordt geboden. Zo wil de gemeente de oplopende kosten in het Sociaal Domein drukken en tekorten terugdringen. Dit jaar kijkt de gemeente tegen een tekort van 2,5 miljoen euro aan.

In de plannen staat dat ouders en opvoeders een grotere rol moeten krijgen, ook financieel. De gemeente gaat wel toetsen of de eigen opvang nadelig is voor het gezin. Als ouders door het bieden van hulp minder kunnen werken, moeten zij aantonen hoeveel hun inkomen daalt. Als het gezinsinkomen tot onder 120 procent van het minimumloon daalt, springt de gemeente bij. Daarnaast kijkt de gemeente naar het inkoopproces, het op- en afschalen van zorg, het gebruik maken van het voorliggend veld zoals vroege signalering en opvang via de huisarts en verschillende initiatieven op grensvlak van jeugdzorg en onderwijs.

De plannen staan omschreven in de Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2020. Volgende maand neemt de gemeenteraad een besluit over de plannen.  

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Provinciale Staten grijpen in bij vastgelopen megaproject Groningen

De Provinciale Staten van Groningen gaan advies inwinnen bij externe deskundigen inzake het project Ring-Zuid in Groningen. Het project dreigt veel duurder uit te vallen en grote vertraging op te lopen omdat de verhoudingen tussen opdrachtgever Rijkwaterstaat, aannemer Herepoort en de provincie verstoord zijn.

Deskundigen op het vlak van bouwkunde, staats- en bestuursrecht moeten antwoord geven op de vraag of en hoe de provincie het project kan bijsturen. De vraag is hoeveel ruimte daarvoor bestaat binnen de gesloten contracten.

Het project Ring-Zuid werd in 2016 gegund aan aannemer Herepoort en heeft een waarde van 388 miljoen euro. Door vertraging en oplopende kosten dreigt het project veel duurder uit te vallen. Hoewel de provincie geen opdrachtgever is, moet deze wel de extra kosten dragen. Daarmee loopt de provincie het risico dat de geplande aanleg van een treinverbinding naar Duitsland, een spoorlijn tussen Veendam en Stadskanaal en de verbreding van de N33 niet doorgaan. Het rijk liet afgelopen zomer al weten geen extra geld beschikbaar te stellen.

Slepende kwestie
Er is het hele jaar al ophef over de Ring-Zuid. Het is niet duidelijk hoeveel extra kosten het project precies met zich meebrengt. Naar verwachting gaat het om enkele miljoenen. Twee weken geleden liet Herepoort weten voorlopig alleen verder te gaan met bouwdelen die niet kunnen wachten, omdat de onderhandelingen over de financiering van extra kosten nog niet rond zijn.

Eerder pleitte de oppositie binnen de Provinciale Staten al voor het opknippen en opnieuw aanbesteden van het project. Volgens de nieuwe planning moet de Ring-Zuid in 2024 klaar zijn, drie jaar later dan gepland.

Bron: DvhN.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Economisch imperialisme en het buurtinitiatief

In Nederland komt het steeds vaker voor dat inwoners van een straat, buurt of wijk zelf aan de slag gaan met een maatschappelijk vraagstuk. Ze gaan zelf het buurthuis exploiteren, het groenonderhoud doen of de zorg leveren aan hun buren. Deze buurtinitiatieven hebben vrijwel nooit een winstoogmerk. Ze hebben ook niet de ambitie om te concurreren met anderen of om te professionaliseren. Deze ‘buurtinitiatieven’ vragen de gemeentelijke overheid regelmatig om steun.

En dan gebeuren er interessante dingen.

Burgerinitiatieven zijn immers bij de huidige stand van het recht ‘ondernemer’ in de zin van de Aanbestedingswet. Een ondernemer is elke entiteit die ongeacht winstoogmerk of wijze van financiering een product of dienst aanbiedt op een markt. Als dan vervolgens ook alle andere elementen van de definitie van ‘overheidsopdracht’ gelden, dan moeten gemeenten het initiatief opeens aanbesteden.

Dat is op zichzelf al vreemd natuurlijk. Het initiatief ligt bij een paar buurtbewoners. Gemeenten moeten aanbesteden als ze willen financieren. En vervolgens kunnen de buurtbewoners die het initiatief zijn gestart het initiatief verliezen aan andere ‘ondernemers’. Het initiatief is hun initiatief niet meer.

Dit doet zich natuurlijk allemaal een beetje vreemd voor. En praktisch gezien hoeft het ook allemaal niet zo problematisch te zijn. Veel buurtinitiatieven vragen immers financiering voor bedragen ver beneden de Europese drempelwaarden. Enkelvoudig onderhandse verlening is dan mogelijk. En anders is altijd nog de route van het subsidiëren mogelijk. Zo denkt men.

Het probleem is echter dat aanbestedingsrecht, maar ook het subsidierecht dat steeds meer van het aanbestedingsrecht overneemt, bij uitstek een rechtsgebied is dat zich leent voor economisch imperialisme. De politiek filosoof Rutger Claassen bedoelt hiermee dat de economische wetenschap overal economie van maakt, overal markten ziet, altijd schaarste aanwezig acht die de overheid moet verdelen. De aanbestedingsjuristen en steeds meer bestuursrechtjuristen doen mee aan dat imperialisme.

De definitie van ondernemer bijvoorbeeld is zo ruim, dat natuurlijk vrijwel iedereen die iets aanbiedt aan een ander daaronder valt. Door het begrip ‘buurtinitiatief’ te economiseren, valt het direct onder het begrip ‘ondernemer’. Waarom zou je onder de drempel enkelvoudig gunnen aan een ondernemer? Met aanbestedingsrecht an sich is niets mis. Maar door de reikwijdte van het aanbestedingsrecht op deze manier op te rekken, door overal schaarste en economie te zien, slaan we wellicht door.

Dat zien we ook in de jurisprudentie over schaarse subsidies. Nergens in de wetsgeschiedenis is te vinden dat overheden subsidies via een soort concurrentiemechanisme moeten verdelen. Toch is in de jurisprudentie deze trend zichtbaar, waarbij men inspiratie put uit het aanbestedingsrecht. Ook het subsidierecht raakt dus steeds mee ‘ge-economiseerd’, terwijl het primair bedoeld is om maatschappelijk wenselijke activiteiten te financieren. Daar hoeft helemaal geen economie bij te komen kijken. Er is geen schaarste. De enige die een buurtinitiatief uitvoert is de buurt zelf. Er zijn geen andere ‘ondernemers’ die een gelijke kans moeten krijgen op de financiering.

Als we burgerinitiatieven waardevol achten, dan lijkt het mij belangrijk de economisering ervan (alsook de economisering van het subsidierecht overigens) te heroverwegen.

Partner van Aanbestedingscafé:

EC negeerde belangenverstrengeling inhuur vermogensbeheerder

De Europese Commissie heeft belangenverstrengeling bij het inhuren van vermogensbeheerder BlackRock onvoldoende meegewogen, oordeelde de Ombudsman van de Europese Commissie vorige week. BlackRock mag na het winnen van een Europese aanbesteding advies geven over de rol van klimaat in bankenregulering, terwijl het bedrijf zelf grootschalig investeert in fossiele brandstoffen.

De gunning aan BlackRock, dit voorjaar, leidde al tot ophef onder Europarlementariërs en activisten. Die dienden een klacht in. De Ombudsman oordeelt nu dat de Commissie ‘strenger’ en ‘waakzamer’ had moeten zijn, maar is geen sprake van het overtreden van de aanbestedingsregels. Wel adviseert de Ombudsman de Europese Commissie de Europese klimaatambities voortaan mee te nemen bij een dergelijke aanbesteding.

Invloed
BlackRock schreef zich met een opvallend laag tarief in voor de opdracht. Dat kan een poging tot beïnvloeding zijn, waarschuwt de Ombudsman. De komende jaren wil de Europese Commissie de grip op de financiële sector verstevigen, om ook daar vergroening te realiseren. BlackRock zou daarom wellicht meer invloed willen krijgen op besluitvorming over de financiële sector. Dat beeld wordt versterkt door een rapport dat de Corporate Europe Observatory vorige week uitbracht. Dat stelt dat BlackRock de afgelopen tijd probeerde nieuwe criteria voor duurzame investeringen af te zwakken.

De Europese Commissie verweert zich met het argument dat er geen sprake was van belangenverstrengeling omdat de adviserende tak van BlackRock losstaat van de investeringstak.

Bron: NRC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Het succes van Aanbesteden in 10 dagen

Voorbereidingen treffen voor een Europese aanbesteding, de uitvraag specificeren en alle benodigde documentatie opstellen, dat proces duurt soms maanden. “Kan dat niet veel sneller, zoals we dat ook in de private sector doen?”, dacht men bij Supply Value. Dat kan inderdaad, want met de Supply Value-methode ‘Aanbesteden in 10 dagen’ lukt het organisaties een complexe aanbesteding binnen tien of soms zelfs vijf dagen compleet voorbereid te hebben. 

De techniek werd eigenlijk geboren uit frustratie, vertelt Menno van Drunen, oprichter van Supply Value. “Klanten zeggen vaak dat ze Europese aanbestedingen erg ingewikkeld vinden, dat het zo lang duurt. Mijn stelling is dat het helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, als je maar weet wat je wilt kopen en de juiste mensen weet samen te brengen.”

Het is niet vreemd dat juist Supply Value deze methode heeft ontwikkeld. De organisatie begeleidt bedrijven al meer dan tien jaar bij het stroomlijnen en verbeteren van hun inkoopproces en het opstellen en uitvoeren van sourcingstrategie. Daarnaast levert het adviesbureau diensten op het gebied van supply chain & operations en digitale netwerksamenwerking. De ervaring met inkoop en aanbesteden, efficiënt werken in teams en Agile sprinttechnieken is nu gebundeld in de tool ‘Aanbesteden in 10 dagen’. Een uniek instrument waarmee het aanbestedingsproces een stuk sneller, goedkoper en beter verloopt.

Tien dagen intensief samenwerken
Bijzonder aan de methode is dat iedereen die bijdraagt aan het voorbereiden van de aanbesteding en de publicatie, tien dagen vrij moet maken in de agenda. Best een opgave voor drukbezette opdrachtgevers, materiedeskundigen en inkopers, maar deze toewijding levert ook veel op. Omdat tijdens die tien dagen de focus (vrijwel) volledig op de aanbesteding ligt, wordt er veel efficiënter gewerkt. Daarnaast is het ook leuker, zegt Van Drunen. “Op deze manier werken geeft meer energie, de kwaliteit van de aanbesteding verbetert en uiteindelijk zijn de kosten ook lager”, vertelt van Drunen.

“Europees aanbesteden hoeft niet ingewikkeld te zijn, als je maar weet wat je wilt kopen en de juiste mensen weet samen te brengen.”

Menno van Drunen, oprichter Supply Value

Supply Value integreert bij Aanbesteden in 10 dagen ook aspecten van Agile werken, Design Thinking en de Value Sprint Methodiek, en inspireert het team met opdrachten die de creativiteit en samenwerking bevorderen. Dat kan zowel op kantoor als online. Elke dag stelt het team met behulp van de experts van Supply Value doelen, met duidelijke deliverables. Aan het einde van de dag wordt er geëvalueerd. Waar staat het team? Wat kan er beter? Op die manier kan het team gedurende de tien dagen blijven verbeteren.

Inkoopproces in kaart brengen
Toewijding is een belangrijke factor bij Aanbesteden in 10 dagen, maar inzicht in het inkoopproces en de besluitvorming net zo goed. Vaak blijft een aanbesteding hangen op sleutelfiguren binnen een bedrijf, de drukste personen op wiens handtekening de inkoper wacht. Door deze personen op een centraal beslismoment bij elkaar te brengen lossen die knelpunten vanzelf op. Dat betekent dat alle expertises betrokken worden, inhoudsdeskundigen, de afdeling finance, inkoop en juridische experts.

De Value Sprint Methode in zes stappen (klik voor vergroting)

Door gebruik te maken van de door Supply Value ontwikkelde Value Sprint Methode kunnen de wensen van de organisatie snel in kaart worden gebracht en wordt continu gevalideerd of de voorbereide aanbesteding aansluit bij deze wensen. Naast deze methode heeft Supply Value ook een set van 120 andere tools waarmee zij meer waarde levert in minder tijd. Afhankelijk van de aard van de aanbesteding kunnen teams bij Aanbesteden in 10 dagen ook gebruik maken van deze instrumenten, zoals het (IT) Value Sourcing Model voor de inkoop van IT-oplossingen, of het Value Contract Management model dat compleet inzicht geeft in het inkoopproces van de organisatie.

Succes in de praktijk
Sinds het begin van dit jaar biedt Supply Value Aanbesteden in 10 dagen aan. De techniek werd de afgelopen maanden al succesvol toegepast bij het UWV en het ministerie van BZK, VWS en SZW. Deelnemers zijn enthousiast over het werken in een multidisciplinair team, waarbij alle benodigde kennis en expertise direct voorhanden is. De snelle besluitvorming draagt niet alleen bij aan een effectieve werkwijze, maar motiveert ook om samen aan de aanbesteding te werken. Aan het einde van de rit ligt er een publicatie, het concrete resultaat van tien dagen hard werken.

Is ‘Aanbesteden in 10 dagen’ vanaf nu dan altijd de heilige graal bij het aanbesteden? “Als je technisch compleet kunt specificeren misschien niet, maar bij het inkopen van complexe dienstverlening of software is deze techniek heel erg geschikt”, zegt van Drunen. “Als je met deze focus werkt, kun je heel snel meters maken en meer kwaliteit leveren tegen lagere kosten.”

Supply Value is Premium Partner van Inkoperscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Speel het Spel der Aanbestedingen!

In de derde aflevering van Tenderen kun je meedoen aan het enige echte Spel der Aanbestedingen. Tune in, op 3 december, om deze aflevering van de meest verwarrende aanbestedingsshow van Nederland te zien!

CTM Solution is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Grossmann: de strijd tussen de rechtbank Den Haag en de rechtbank Midden-Nederland

Tot voor kort gingen alle rechtbanken in Nederland ervan uit dat het Grossmann-arrest inhield dat het niet voldoende was om vragen te stellen. Er moest ook een kort geding aanhangig gemaakt worden.  

Dat vond de Rechtbank Midden-Nederland in 2016 ook nog (ECLI:NL:RBMNE:2016:1480): “Voor zover Krämer meent dat zij door het stellen van haar vraag in Negometrix tijdig haar bezwaar tegen de wijziging heeft geuit, volgt de voorzieningenrechter haar daarin niet. Zoals het gerechtshof Den Haag in genoemd arrest heeft overwogen, en zoals IJbouw in dit verband terecht heeft aangevoerd, kan het stellen van een vraag niet gelijk worden gesteld aan het maken van bezwaar.”  

Vorig jaar hebben echter drie (nieuwe?) rechters van de rechtbank Midden-Nederland gevonnist dat vragen stellen wel voldoende was, en dat een inschrijver zijn rechten niet verspeelde als hij geen kort geding aanhangig maakte.  

ECLI:NL:RBMNE:2019:5093 Rechtbank Midden-Nederland: “Voor zover Provincie Utrecht en DOVA en Strukton vinden dat van een proactief inschrijver ook kan worden verlangd dat hij een kort geding opstart onmiddellijk nadat het aan hem duidelijk wordt dat de aanbestedende dienst zijn bezwaren verwerpt dan gaat dit standpunt niet op. Uit het Grossmann-arrest kan dit niet worden opgemaakt. De strekking van dat arrest is dat er geklaagd moet worden op een moment dat de aanbestedende dienst er nog wat aan kan doen, en dat is hier gebeurd.”  

Voor de goede orde, dit is onjuist. Wie ook de andere taalversies van Grossmann leest, kan niet anders dan concluderen dat er een kort geding aanhangig dient te worden gemaakt. Grossmann gaat wel degelijk uit van een beroepsprocedure bij een door de lidstaat vastgestelde instantie. (“challenges it before the body responsible”, “attaquer celle-ci devant l’instance responsable” en “vor der zuständigen Stelle anzufechten”).  

Het mag duidelijk zijn dat dit tot verwarring gaat leiden. In een zaak bij de rechtbank Den Haag (over een aanbesteding met een geraamde waarde van €242.500.000), werd er door de advocaat van de klagende partij fijntjes op gewezen dat Grossmann volgens de rechtbank Midden-Nederland niet inhield dat er een kort geding aanhangig moest worden gemaakt. Zijn cliënt had namelijk in de twee vragenrondes haar bezwaren tegen de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure aangekaart, en dat was volgens hem voldoende.  

De reactie van de rechtbank Den Haag is opmerkelijk: “Het beroep van Protinus op twee vonnissen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland gaat niet op, aangezien die uitspraken een andere situatie betreffen. Daarin was immers geen sprake van een rechtsverwerkingsclausule zoals aan de orde in de onderhavige aanbesteding, waarbij al vóór de bekendmaking van de gunningbeslissing in kort geding diende te worden opgekomen tegen de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure.”  

Dit suggereert dat er dus een rechtsverwerkingsclausule moet zijn opgenomen. Dit lijkt mij echter totaal niet relevant. Ook zonder rechtsverwerkingsclausule geldt Grossmann gewoon.  

Er is bij deze rechtszaak nog iets aan de hand. De staat krijgt een uitbrander van de rechter omdat ze geen beroep doet op Grossmann: “De Staat heeft aangevoerd op die clausule geen beroep te doen. Op zichzelf is de Staat – anders dan Protinus – weliswaar van oordeel dat de (aangepaste) rechtsbeschermingsclausule toelaatbaar is, maar hij prefereert een inhoudelijke rechterlijke toetsing met betrekking tot de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure. Kennelijk stelt de Staat hier zijn eigen belang voorop, wat niet goed valt te rijmen met het karakter van een aanbestedingsprocedure, waarin de Staat ook rekening dient te houden met de gerechtvaardigde belangen van alle inschrijvers en in het bijzonder de ‘winnaars’. Van de Staat had dan ook mogen worden verwacht dat hij zich op de – volgens hem dus rechtmatige – rechtsbeschermingsclausule had beroepen indien Protinus deze – ook volgens hem – niet in acht heeft genomen. Indien een beroep op een dergelijke clausule zou mogen worden overgelaten aan de discretie van de aanbestedende dienst kan dat leiden tot favoritisme en/of willekeur, welk risico hoe dan ook moet worden uitgesloten.”  

Dat gaat wel heel ver. De rechter wil bepalen welke verdediging de staat zou moeten voeren. Dat is best vreemd. Bovendien kan ik me indenken dat de staat over zo’n grote aanbesteding ‘een inhoudelijke rechterlijke toetsing’ wil. Het gaat om een kwart miljard! Dan verdienen inschrijvers toch juist een inhoudelijk oordeel.  

De vraag die mij het meeste bezighoudt is waarom de rechtbank Den Haag niet gewoon zegt dat Midden-Nederland ernaast zit. Het lijkt alsof ze de rechtbank Midden-Nederland in bescherming nemen, door te zeggen dat er bij deze aanbesteding nu eenmaal een rechtsverwerkingsclausule is, waardoor er sprake is van ‘een andere situatie’. Maar hiermee creëer je in feite weer nieuwe onduidelijkheid. Dit suggereert namelijk dat Grossmann niet opgaat als er geen rechtsverwerkingsclausule is!  

Hoe werkt dat tussen rechtbanken? Het is toch heel vreemd dat de ene rechtbank structureel anders over Grossmann oordeelt dan de andere? Nogmaals, het ging hier om een aanbesteding met een geraamde waarde van €242.500.000. Dan kan het toch niet zo zijn dat het uitmaakt waar het kort geding dient?  

Partner van Aanbestedingscafé:

Rotterdamse ambtenaren fraudeerden jarenlang

Verschillende ambtenaren van de afdeling Uitvoerende Werken van de gemeente Rotterdam hebben jarenlang gefraudeerd. Dat blijkt uit onderzoek, ingezet na tips van de Rijksrecherche. Vijf bedrijven profiteerden van de corrupte gang van zaken, die van 2008 tot 2019 liep.

De fraude vond op verschillende manieren plaats. Zo keurden ambtenaren valse facturen goed, of lieten zij werkzaamheden aan het eigen huis uitvoeren. Ook kon een aannemer extra kosten opvoeren bij de gemeente. In ruil daarvoor kocht de aannemer goederen voor de ambtenaar die dit goedkeurde. De ambtenaar verkocht de spullen weer door.

Een andere ambtenaar stuurde zelf werkbonnen met verhoogde bedragen door naar een leverancier, die deze weer bij de gemeente indiende. De ambtenaar richtte een eigen onderneming op om dit mogelijk te maken en rekende ook zijn werkzaamheden door aan de betreffende aannemer.

Opvallend is dat de ambtenaren al die jaren los van elkaar opereerden. Slechts een ambtenaar wist van een frauderende collega.

Onvoldoende toezicht
De grootschalige fraude was mogelijk omdat de gemeente onvoldoende zicht had op de nevenfuncties en het functioneren van de ambtenaren. Het onderzoeksrapport stelt dat de fraude met beter toezicht waarschijnlijk niet was voorgekomen. De gemeente zet een traject voor integriteitsverbetering op. Vijf betrokken medewerkers zijn al ontslagen, vier anderen zijn geschorst.

De schade kan oplopen tot twee miljoen euro, mogelijk meer als partijen die zijn benadeeld bij aanbestedingen van de gemeente zich melden. De gemeente heeft zichzelf al als benadeelde partij gemeld bij het Openbaar Ministerie. Een deel van het onderzoek loopt nog.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

CvAE adviseert over subjectieve beoordelingssystematiek

De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) heeft een nieuw advies uitgebracht over subjectieve beoordelingssystematiek. Die is volgens de CvAE toegestaan mits de aanbestedende dienst de toepassing ervan voldoende objectiveert en de gunningsbeslissing zoveel mogelijk motiveert.

Het advies volgt na een klacht van een ondernemer die zich op een Europese openbare procedure inschreef om een raamovereenkomst af te sluiten voor het op landelijk niveau beheren en onderhouden van fietsen door de inzet van fietsherstellers. De ondernemer stelde dat de beoordelingssystematiek aan de hand waarvan de scores op de kwalitatieve gunningscriteria werden bepaald, onvoldoende transparant was en te subjectief was.

Motivering
De CvAE verklaart de klacht ongegrond. Met de juiste aanpak is de beoordelingssystematiek wel degelijk correct. De commissie adviseert beoordeling door meerdere beoordelaars, die eerst individueel beoordelen en dan tot consensus komen. Daarnaast moet de systematiek op alle inschrijvingen gelijk worden toegepast. Ten slotte moet het ook voor de inschrijvende partij duidelijk zijn waarom de aanbesteder wel of niet overgaat tot gunning:

“Ten slotte dient de aanbestedende dienst zijn uiteindelijke beslissing te motiveren op een wijze die het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk maakt om (a) de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen en (b) te controleren of de beoordeling de (voorlopige) gunningsbeslissing rechtvaardigt. Bij de onderhavige beoordelingssystematiek, waarin vooraf niet concreet is aangegeven hoe een inschrijving een bepaalde score kan behalen, dient de gunningsbeslissing aan een afgewezen inschrijver dan ook duidelijk te maken welke door de winnende inschrijver voorgestelde oplossingen uiteindelijk een betere score hebben opgeleverd dan door de afgewezen inschrijver voorgestelde oplossingen en waarom dat zo is.”

Wel schrijft de commissie dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de gunningsbeslissing, omdat de systematiek veel ruimte laat voor subjectiviteit.

Over de CvAE
De Commissie van Aanbestedingsexperts is ingesteld door de minister van Economische Zaken om de kwaliteit van het plaatsen van overheidsopdrachten in Nederland te verbeteren. De Commissie heeft de taak te bemiddelen tussen partijen bij klachten in verband met een aanbesteding en het geven van niet- bindende adviezen naar aanleiding van klachten in verband met een aanbesteding.

Bron: Commissievanaanbestedingsexperts.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: inzicht in lokale economie

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: een initiatief waarbij de lokale economie wordt betrokken met een groslijst, uitgevoerd door Pim Benneker van de gemeente Buren. 

Wat?
Groslijst

Wie?
Pim Benneker voor de gemeente Buren

Wat wordt er aanbesteed?
Een van de beleidskaders van de gemeente Buren is om de lokale economie actief te betrekken bij aanbestedingen, zonder uiteraard het belang van de optimale prijskwaliteitsverhouding uit het oog te verliezen. Om inzicht te krijgen in de lokale ondernemers en hen directer aan te kunnen spreken hebben zij het initiatief van een groslijst ontwikkeld. Dit middel wil de gemeente gaan gebruiken om voor de enkelvoudige en meervoudige onderhandse aanbestedingen regionale bedrijven uit te nodigen. Deze groslijst is nu gepubliceerd, en lokale ondernemers kunnen zich vanaf nu aan gaan melden.

Uitdaging van de inkoper
Pim Benneker: “Wij als inkopers hebben onvoldoende kennis over alle bedrijven in de regio, waar ze zitten en in welke branche ze werkzaam zijn. We kunnen niet weten wat iedereen doet. Om dit inzicht wel te krijgen, is de groslijst een uitgelezen tool om in te zetten. Met dit hulpmiddel willen we leveranciers selecteren voor onderhandse aanbestedingen.”

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat moet gunning onderhoud bruggen herzien

VolkerWessels heeft de gunning van bruggen en sluizen in de omgeving van Rotterdam succesvol aangevochten. Afgelopen week oordeelde de rechter dat Rijkswaterstaat het gunningsbesluit inderdaad moet herzien.

KWS Infra en VolkerRail, onderdeel van VolkerWessels, spanden een kort geding aan omdat de afwijzing van Rijkswaterstaat onvoldoende gemotiveerd zou zijn en de beoordeling volgens de bouwers op ‘op meerdere concrete denkfouten en onvolkomenheden’ was. Rijkswaterstaat gunde de opdracht voor het onderhoud aan bruggen in Zuid-Holland, ter waarde van vijftien tot twintig miljoen euro, eind augustus aan Dynniq en Knook.

De rechter stelt nu dat Rijkswaterstaat de gunning moet intrekken en de inschrijving van VolkerWessels binnen vier weken opnieuw moet beoordelen. Rijkswaterstaat heeft de inschrijving op cruciale punten niet goed geïnterpreteerd. VolkerWessels werd afgewezen omdat zij volgens Rijkswaterstaat urgente onderhoudstaken wilde combineren met preventief, planmatig onderhoud. Dat was volgens Rijkswaterstaat te risicovol. De rechter stelt dat de beoordeling van de inschrijving van VolkerWessels op onderdelen ‘onjuist’ en ‘onbegrijpelijk’ is.

De rechtbank vroeg wel aandacht voor de beduidend lagere inschrijving van de Dynniq en Knook. Als blijkt dat de inschrijving van VolkerWessels binnen de geldende puntensystematiek niet kán winnen, hoeft Rijkswaterstaat niet over te gaan tot herziening.

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Gratis e-learning Sociaal Domein

Het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein biedt gratis e-learning aan inkoopprofessionals die hun kennis over het Sociaal Domein willen verbreden en verdiepen. De modules gaan onder andere in op het inkoopproces, marktanalyse, leveranciers- en contractmanagement binnen het Sociaal Domein.

De e-learning modules kunnen ook gevolgd worden door medewerkers van (zorg)aanbieders die zich bezighouden met inkoop, of door (inkoop)adviseurs die actief zijn in dit vakgebied. Binnenkort zijn er ook e-learning modules beschikbaar specifiek gericht op (zorg)aanbieders.

De modules duren twintig tot dertig minuten en bestaan uit video’s, tekst, interviews, podcasts en oefentoetsen. Aanmelden voor de e-learning modules kan hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Moeten bewijsstukken van vóór de datum van inschrijving dateren? (II)

Vorig jaar februari schreef ik een column naar aanleiding van een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant. Dit vonnis gaat over een verklaring van de belastingdienst, een van de bewijsstukken om aan te tonen dat op de ondernemer geen uitsluitingsgrond van toepassing is. Uit het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant volgt dat bewijsstukken, zoals een verklaring van de Belastingdienst, op het tijdstip van inschrijving door de betrokken instantie moeten zijn afgegeven, ook al hoeven zij pas ná inschrijving op verzoek van de aanbesteder te worden verstrekt.

In mijn column plaatste ik een kritische kanttekening bij dit vonnis. De rechtbank Oost-Brabant baseert zijn oordeel op de letterlijke tekst van artikel 2.89 lid 3 van de Aanbestedingswet. Hierin staat dat de verklaring van de belastingdienst op het tijdstip van indiening van de inschrijving (of verzoek tot deelneming) niet ouder mag zijn dan 6 maanden. Daarmee is naar mijn mening niet gezegd dat de verklaring vóór het indienen van de inschrijving moet zijn afgegeven. De Aanbestedingswet bepaalt ook niet dat een inschrijver op het tijdstip van het indienen van zijn inschrijving al in het bezit moet zijn van de bewijsstukken en in de parlementaire geschiedenis is daarvoor ook geen aanwijzing te vinden. Een verklaring die na het indienen van de inschrijving door de betrokken instantie is afgegeven, is (normaliter) niet ouder dan zes maanden gerekend vanaf het tijdstip van inschrijving en voldoet aan de letterlijke tekst van artikel 2.89 van de Aanbestedingswet. Naar mijn mening moet de aanbesteder deze verklaring dan ook als bewijsstuk accepteren.

Tot mijn spijt gaat de rechtsontwikkeling de andere kant op. De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) vindt namelijk ook dat bewijsstukken vóór het tijdstip van inschrijving door de betrokken instantie moeten zijn afgegeven, zo blijkt uit een advies van 24 juli 2020. De CvAE leidt dit net als de rechtbank Oost-Brabant af uit artikel 2.89 (en art. 2.13.9 ARW, de pendant van art. 2.89 Aw). De CvAE licht dit oordeel helaas niet toe.

Opvallend is dat de CvAE in de Europese Aanbestedingsrichtlijn wel ruimte ziet voor ruimhartigere regeling. Artikel 2.89 van de Aanbestedingswet zou verder gaan dan nodig is. Maar hier hebben ondernemers weinig aan. Dit betekent namelijk dat de Nederlandse wetgever eerst de Aanbestedingswet moet aanpassen, voordat aan de nodeloos strenge praktijk een einde kan worden gemaakt. Dat gaat waarschijnlijk niet gebeuren, zeker niet op korte termijn. Dus ondernemer, houd je bewijsstukken up to date!

Partner van Aanbestedingscafé:

OM trekt hoger beroep ov-concessie Limburg in

Het Openbaar Ministerie trok afgelopen vrijdag het hoger beroep in een fraudezaak rondom een ov-concessie in Limburg in. Er is niet voldoende bewijs. De zaak leidde tot het op non-actief stellen van diverse betrokkenen, waardoor zij volgens het OM daarnaast al genoeg gestraft zijn.

De betreffende concessie werd in 2015 gewonnen door Albellio, onderdeel van NS. Dat gebeurde met behulp van een schijnconstructie. De oprichter van Qbuzz liet een directielid van concurrent Veolia via een adviesbureau inhuren. In ruil daarvoor zou hij informatie over de concessie aan de NS verstrekt hebben.

De betrokken voormalig bestuurders en de directeur van een adviesbureau stonden daarom in 2017 voor de rechter, vanwege frauduleus handelen bij het binnenhalen van de concessie. Enkelen van hen moesten het veld ruimen na een intern onderzoek van de NS. De NS kreeg een boete van 41 miljoen euro van de Autoriteit Consument & Markt. De concessie ging uiteindelijk naar Arriva.

De rechtbank in Den Bosch sprak de betrokkenen in 2017 vrij. Volgens de rechtbank kon niet bewezen worden dat er sprake was van valsheid in geschrifte, omkoping en het lekken van bedrijfsgeheimen. Het OM ging daarop in hoger beroep. Volgens het OM was er wel degelijk sprake van valsheid in geschrifte, en eiste celstraffen tot twaalf maanden en een boete.

Het OM stelt nu dat een hoger beroep ‘uiteindelijk niet de weg is die het OM moet gaan bewandelen’.

Bron: FD.nl, 1Limburg.nl, OM.nl

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres