Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Focus Rijksvastgoedbedrijf op energiebesparing, hergebruik en samenwerking

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gaat slimmer en duurzamer werken. Dat stelt Annuska Bloemert, hoofd inkoop van het RVB. Projecten worden samengevoegd tot programma’s zodat kennis en oplossingen uit de markt sneller en breder kunnen worden toegepast.

Energieneutraal
Het RVB zet via aanbestedingen jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro in de markt weg. Dat moet steeds duurzamer en innovatiever. Bij aanbestedingen voor onderhoud, verbouw en nieuwbouw is er steeds meer aandacht voor energiebesparing, hergebruik van bouwmaterialen en innovatieve samenwerkingen. Zo moet in een tijd van capaciteitstekorten, hoge energieprijzen en dure grondstoffen het beheer van RVB-gebouwen en terreinen in 2030 volledig circulair zijn. Het doel is om de gebouwen in 2050 energieneutraal te hebben.

Samen met de markt
Om die ambities te halen, moet het RVB slimmer werken. Zo worden projecten in grotere programma’s gebundeld en worden duurzamere bouwmethoden gebruikt. Om al deze ideeën vorm te geven, werkt het RVB nauw samen met de markt. Daarbij erkent het RVB dat er soms problemen ontstaan. Daarom besteedt het RVB veel aandacht aan een goede relatie met marktpartijen. Zo kunnen problemen constructief worden opgelost.

Contractvormen
Het gebruik van verschillende contractvormen wordt bovendien steeds gangbaarder. Het RVB ziet dat nieuwe ideeën dan meer ruimte krijgen. Ontwerp, bouw en optioneel onderhoud worden steeds vaker in één contract samengevoegd (DB of DBM). Het is daarbij van groot belang dat risico’s onderling goed worden besproken en verdeeld.

Maatwerk
Standaardcontracten zullen bij het RVB dagelijkse praktijk blijven. Wel merkt Bloemert als hoofd inkoop op dat er steeds maatwerk wordt geleverd: welke contractvorm past het best bij welk project? Er is steeds aandacht voor alternatieve manieren om zaken op te pakken. Contact met de markt blijft daarbij belangrijk, het RVB verbetert de werkwijze continu.

https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/actueel/nieuws/2022/04/14/sneller-slimmer-en-duurzamer-samenwerken

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo adviseert over prijsstijgingen bij overheidsopdrachten

Prijzen stijgen sterk doordat energie duurder is, net als grondstoffen. Tel daarbij de oorlog in Oekraïne op en het beeld is compleet. Er kunnen problemen ontstaan bij lopende opdrachten en bij de gunning van nieuwe opdrachten. PIANOo heeft op een rijtje gezet hoe opdrachtgevers hiermee om kunnen gaan. PIANOo adviseert de risico’s van prijsstijgingen in redelijkheid te verdelen.

Publieke opdrachtgevers hoeven het ondernemersrisico niet automatisch over te nemen. Het is van belang gemaakte afspraken onder de loep te nemen en te bekijken of risico’s evenwichtig zijn verdeeld.

Wanneer beide partijen besluiten prijsstijgingen door te voeren, kan dit het best voor een korte periode gebeuren. Daarnaast is het belangrijk bij zowel nieuwe aanbestedingen als wijzigingen van bestaande contracten heldere afspraken te maken over prijsstijgingen. Zo kunnen indexatiebepalingen, herzieningsclausules of risicoregelingen problemen in de toekomst ondervangen.

Een uitgebreid overzicht van juridische mogelijkheden en beperkingen bij prijsstijgingen heeft PIANOo samengevoegd op haar website.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/hoe-omgaan-met-prijsstijgingen-bij-overheidsopdrachten

Partner van Aanbestedingscafé:

Kort geding Damen Shipyards Group betekenisvol voor bouwindustrie

Wanneer leveringsproblemen ontstaan door de situatie in Oekraïne hoeven inschrijvers op aanbestedingen niet eenzijdig de risico’s te dragen. Tot dat oordeel komt de rechtbank Haarlem in een zaak die scheepsbouwer Damen aanspande.

Damen spande een zaak aan tegen onderzoeksinstituut NIOZ/NMF over een onderzoeksschip met een waarde van 62 miljoen euro. De aanbesteding hiervoor startte in 2020, Damen is één van de drie laatst overgebleven inschrijvers. Het bedrijf maakte al een miljoen euro aanbestedingskosten, maar kan nu geen definitieve inschrijving doen.

De kans dat materialen niet op tijd geleverd worden, is door de oorlog aanzienlijk gestegen. De voorzieningenrechter is het ermee eens dat een boete van 25.000 euro per dag bij overschrijding van de levertijd van 31 maanden onredelijk is. Dat risico hoeft Damen niet eenzijdig te dragen.

Ook bouwers in andere sectoren kunnen deze uitspraak in hun voordeel gebruiken. Het gesprek met opdrachtgevers over leveringstermijnen en contractbepalingen is hiermee opengebroken. Ook aansprakelijkheid is nu onderwerp van gesprek, omdat de rechter in hetzelfde vonnis oordeelde dat Damen niet als enige volledige aansprakelijkheid draagt.

Bron: https://www.cobouw.nl/304718/rechter-leveringsproblemen-door-oorlog-zijn-niet-alleen-risico-van-aannemer

Partner van Aanbestedingscafé:

VNG vraagt ministerie om hulp bij nieuwe gascontracten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gasleveranciers vraagt contracten aan gemeenten aan te bieden. Door het vijfde sanctiepakket tegen Rusland moeten contracten met Russische entiteiten voor 10 oktober 2022 opgezegd zijn. De overheid compenseert prijsstijgingen door het sluiten van nieuwe contracten niet.

Gezamenlijke aanbesteding
Op dit moment hebben zo’n 120 Nederlandse gemeenten een contract met het Russische Gazprom. De VNG wil voor al deze gemeenten een gezamenlijke aanbesteding organiseren, maar is bang dat na openstelling geen reacties zullen volgen. Het ministerie ziet het niet als haar taak om marktpartijen te beïnvloeden.

Ontheffing
Het is mogelijk ontheffing te krijgen voor beëindiging van bestaande contracten, maar energiecontracten worden vooralsnog niet generiek uitgesloten. Reden hiervoor is het feit dat generieke ontheffingen de effectiviteit van sancties teniet zullen doen. Voorwaarden voor ontheffing zijn nog in de maak, aanvragen worden individueel beoordeeld. Over boetes door vroegtijdige opzegging van contracten hoeven gemeenten zich volgens het ministerie geen zorgen te maken. die hoeven zij niet te betalen volgens de Europese sanctieverordening.

Circulaire
Het ministerie heeft de circulaire ‘Nieuw sanctiepakket Rusland heeft gevolgen voor overheidsaanbestedingen’ gepubliceerd. Hierin worden de gevolgen van het laatste sanctiepakket besproken en geeft het ministerie antwoord op specifieke vragen.

Bron: https://europadecentraal.nl/gevolgen-verbod-deelname-russische-entiteiten-aan-overheidsopdrachten/#more-79166

Bron: https://www.dvhn.nl/binnenland/Economische-Zaken-wil-gemeenten-niet-helpen-met-gascontracten-27646348.html

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar mogelijk kartel in wegmeubilair

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzoekt of bedrijven die wegmeubilair maken de concurrentieregels hebben overtreden. Eerder deze maand deed de ACM een inval om een mogelijk kartel tussen deze bedrijven nader te onderzoeken. Het vermoeden bestaat dat bedrijven onderling prijsafspraken maakten voor overheidsaanbestedingen van wegmeubilair. Concurrentie op zaken als prijs, kwaliteit en innovatie krijgt op die manier geen kans en de opdrachtgever krijgt niet het beste wat de markt te bieden heeft.

Als de ACM concludeert dat de regels inderdaad zijn overtreden, volgt er een boete.

https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-onderzoekt-mogelijk-kartel-wegmeubilair

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: april 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft met verschillende partijen een raamovereenkomst gesloten voor het verrichten van ontwerpdiensten. Onder deze raamovereenkomst heeft de aanbestedende dienst een opdracht uitgezet door middel van een mini-competitie. De partij die deze opdracht heeft verloren, kan zich niet vinden in de gunningsbeslissing. Reden hiervoor is dat de verliezende partij van mening is dat de opgegeven aspecten die volgens de aanbestedende dienst aandacht behoeven, onjuist zijn en niets te maken hebben met gunningscriterium (G3). Deze aspecten hebben in strijd met de aanbestedingsstukken tot een puntenaftrek geleid. Met het wegvallen van deze negatieve aspecten (kanttekeningen) verdient de verliezende partij de maximale score voor G3 en dient de opdracht aan deze partij gegund te worden.

Het resultaat
Ter zitting heeft de aanbestedende dienst onderkend dat de kanttekeningen in de motivering van de gunningsbeslissing enkel bedoeld zijn als aandachtspunten voor de uitvoeringsfase en niet zijn meegenomen in de beoordeling. De voorzieningenrechter gaat hierin mee. Daarom blijft enkel het ingenomen standpunt dat alleen het benoemen van positieve aspecten moet leiden tot de maximale score ‘uitstekend’ over. Dit standpunt wordt niet gevolgd door de voorzieningenrechter. De rechter stelt dat het goed onderbouwen en in kaart brengen van de belangrijkste aspecten in dit geval niet een automatische score van ‘uitstekend’ rechtvaardigt. De wijze van waardering sluit volgens de voorzieningenrechter aan bij de betekenis van ‘uitstekend’ in de Van Dale: “Zo bijzonder goed dat het opvalt, voortreffelijk”.

Relatie tot de praktijk
Wees je ervan bewust dat kanttekeningen niet thuishoren in de motivering en zorg dat waarderingstermen aansluiten bij de uitvraag en het beoordelingskader.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kamer stemt in met eenvoudiger gemeentelijke zorginkoop

De aanbesteding van jeugdzorg wordt eenvoudiger. De Tweede Kamer ging akkoord met wijzigingen van zowel de Jeugdwet als Wmo. Deze vallen onder de Europese aanbestedingsrichtlijn. Contracten afsluiten is daardoor vaak ingewikkeld, kostbaar en tijdrovend. Omdat nog onduidelijk is of uitsluiting van de aanbestedingsrichtlijn mogelijk is, wordt nu gekozen voor een wetsvoorstel met bepalingen die de bestaande procedures versimpelen.

Vervallen emvi-criterium
Allereerst vervalt het emvi-criterium, ofwel gunning op basis van de goedkoopste inschrijving. Gemeenten kunnen door de wijziging vooraf kwaliteitseisen opstellen en een maximum tarief. Aanbieders kunnen vervolgens zelf beslissen of zij willen inschrijven.

Verplichtingen
Gemeenten kunnen in de nieuwe situatie ook verplicht worden reële prijzen af te spreken. Denk aan het meenemen van inflatie in de tarieven. Ook continuïteit van zorg krijgt een prominentere plek, gemeenten kunnen bijvoorbeeld gedwongen worden contracten met een vaststaande looptijd af te sluiten.

Vervolg
Wanneer de wijzigingen van kracht worden, is nog onduidelijk. De Eerste Kamer moet zich eerst nog buigen over de wetswijziging.

Bron: https://www.nji.nl/nieuws/kamer-stemt-in-met-vereenvoudiging-inkoop

Partner van Aanbestedingscafé:

Elisabetta Manunza pleit voor brede blik bij aanbestedingen

Hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza stelt dat Nederland laks omgaat met de fundamentele waarden van de rechtsstaat. In een interview met onderzoeksplatform Follow the Money vraagt de hoogleraar aan de Universiteit Utrecht zich af waarom de politiek bijvoorbeeld geen vragen stelde over het niet openbaar aanbesteden in de mondkapjesdeal. Uit de vrijgekomen informatie blijkt dat er geen enkele afweging over aanbestedingsregels is geweest. Manunza noemt dat ‘treurig én gevaarlijk’.

Nederlandse handelsgeest
Volgens Manunza is de handelsgeest in Nederland zo sterk dat we elke buitenlandse investering als handel zien, terwijl andere landen soms best vanuit andere ideologische belangen kunnen handelen. Ze vindt de winst van openbare aanbestedingen het voorkomen van vriendjespolitiek en corruptie. Manunza: “Via aanbestedingen kunnen we toezicht houden op de wijze waarop de overheid fundamentele zaken die het dagelijkse leven van burgers raken inricht.”

Brede blik
Manunza pleit ervoor dat de overheid de laagste prijs anders moet berekenen. Volgens haar moeten ook aspecten als bijvoorbeeld milieuvervuiling, sociale veiligheid en mensenrechten mee worden genomen in de afwegingen. Landen die de democratische rechtsorde ondermijnen komen dan niet meer als beste naar voren, ondanks hun wellicht lagere prijs.

Ethiek
Door een grotere rol voor ethiek in de economie toe te kennen en de bewustwording te vergroten, moet de mentaliteit rondom aanbestedingen kunnen veranderen, denkt Manunza. Geld mag niet de enige drijfveer zijn en de huidige regels bieden voldoende mogelijkheden om bij aanbestedingen beter te screenen dan nu gebeurt.

Bron: https://www.ftm.nl/artikelen/interview-elizabetta-manunza

Partner van Aanbestedingscafé:

Opzeggen en boete niet betalen

Tijdens de podcast van 17 maart jl. van deze website kwam uiteraard ook de situatie in Oekraïne ter sprake. Omdat de podcast over aanbesteden gaat, zoomde het gesprek snel in op de aanbestedingsrechtelijke kaders van het opzeggen van contracten met gasleveranciers. En dan concreet een gasleverancier die relaties heeft met een land dat een ander land is binnengevallen.

Op het moment van deze podcast waren er nog geen richtlijnen vanuit de landelijke politiek. Een gewaardeerd advocatenkantoor bood wel al juridische hulp bij het opzeggen van de betreffende contracten die vaak, na een (Europese) aanbestedingsprocedure tot stand waren gekomen. Ook kwamen adviezen voorbij over het uitsluiten van deze gasleverancier bij toekomstige aanbestedingsprocedures.

De casus bleef – mede door de afschuwelijke beelden op televisie en internet – malen. Als het evident is dat de betreffende gasleverancier direct of indirect (via Nederlandse rechtspersonen) een oorlog subsidieert, dan moet daarmee per direct gestopt worden. Welke rechtsvorm, contractvorm of aanbestedingsvorm er ook aan gekoppeld is. Welke lokale bestuurder (gemeente, waterschap of provincie) durft per direct te stoppen met deze gasleverancier?

In het geopolitieke krachtenveld geldt het adagium “quod licet Iovi non licet bovi” en het recht van de sterkste . Het aanbestedingsrecht daarentegen heeft onder meer als doel dat iedereen gelijke kansen krijgt en gelijk behandeld wordt. Dus waarom het (Europese) aanbestedingsrecht gebruiken ten faveure van een entiteit die deze rechten niet eerbiedigt. Zelfs naar internationale maatstaven is de inval discutabel, al moet eerlijkheidshalve wel gewezen worden op een stemming van de Algemene Vergadering van de VN waarin door een aanzienlijk deel van de landen niet tegen de inval is gestemd.

Door het opzeggen van het contract met deze gasleverancier, zou er mogelijk een boete betaald moeten worden. De vraag is of de betreffende publieke organisatie dat ook moet doen. Want waarom een financier van misdaden tegen de menselijkheid compenseren voor gederfde inkomsten? Sterker nog, hoewel het appels en peren zijn, er zijn nog andere groepen in Nederland die gecompenseerd moeten worden voor gederfde inkomsten of schade die hen is toegebracht. Denk aan de ouders van de toeslagenaffaire en de Groningers met hun beschadigde huizen. De betreffende gasleverancier mag dus achter in de rij aansluiten.

Mocht het tot een gerechtelijke procedure komen, dan heeft het rechtssysteem van Nederland voldoende ervaring met talmen en treuzelen, werkgroepen en adviescolleges, Kamercommissies en parlementaire enquêtes om het betalen van deze boete op de lange termijn te schuiven. En als na de allerlaatste rechterlijke uitspraak blijkt dat de boete (met rente) toch betaald moet worden, dan toch gewoon niet doen. Omdat sommige regels niet voor iedereen gelden.

In oorlogstijd is het aanbestedingsrecht (of de overeenkomsten die hieruit volgen) niet altijd bruikbaar omdat naar snelle (geo)politieke oplossingen gezocht moeten worden. En hierbij dient niet het (aanbestedings)recht, maar de moraal leidend te zijn.

En als het achteraf bezien toch allemaal erg oneerlijk was voor de betreffende gasleverancier, dan biedt Koningin Amalia (of een van haar kinderen) in 2095 alsnog namens Nederland haar excuses aan. Want zelfs als Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, duurt het erg lang voordat hiervoor officieel excuses wordt aangeboden. De betreffende gasleverancier kan aan Indonesië vragen hoelang hij hierop moet wachten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Hogere vergoeding voor tolken in overheidsdienst

Tolken die werken voor de Rijksoverheid krijgen een hogere vergoeding. In plaats van 43,98 euro per uur is hun tarief naar 55 euro per uur verhoogd door minister Yeşilgöz-Zegerius van Jusitie en Veiligheid. De verhoging komt tijdens een grootscheepse stelselherziening in de aanbesteding van tolkdiensten.

Onderhandelingen
Tolken hebben met het aangepaste tarief in de nieuwe systematiek een steviger basis voor onderhandelingen over de betaling van hun diensten. Zij worden door de overheid regelmatig ingezet bij bijvoorbeeld rechtszaken, verhoren van verdachten door de politie en bij (asiel)procedures voor de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND).

Europese richtlijnen
In het verleden werden door rijksoverheidsorganisaties vaak tolken ingezet die niet ingeschreven stonden in het Register beëdigde tolken en vertalers. Zo’n registratie is vereist om een goede kwaliteit te kunnen garanderen. Tolkdiensten worden volgens Europese richtlijnen aanbesteed. Het Rijk besteedt tolkdienstverlening vaak uit aan intermediairs. In de zomer van 2020 was er al een eerste stelselherziening. Er werd toen een minimumtarief voor de inhuur van externe tolken afgesproken. Het is de bedoeling dat de vergoedingen zich nu verder naar boven ontwikkelen.

Monitoring
Het is de bedoeling dat de verhoging van het minimumtarief per 1 januari 2023 gaat gelden. De inzet van gekwalificeerde tolken wordt ondertussen verder gemonitord. In deze monitoring brengt de minister meer transparantie aan, om onder andere meer inzicht op de ontwikkeling van vergoedingen te bieden.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/13/minimumtarief-tolken-in-overheidsdienst-tussentijds-verhoogd

Partner van Aanbestedingscafé:

Brancheorganisaties infrasector vragen begrip van opdrachtgevers

Door de oorlog in Oekraïne bestaan er in de infrasector veel onzekerheden over onder meer kosten, leveringen en het doorgaan van projecten. Zes brancheorganisaties vragen opdrachtgevers om coulance en goed overleg. Het gaat om Bouwend Nederland, Cumela, MKB Infra, Techniek Nederland, de Vereniging van Waterbouwers en Koninklijke NL Ingenieurs.

Onzekerheden
Bedrijven zien door de oorlog stagnaties in levering van materiaal, gestegen inkoopprijzen van grondstoffen en energie en toename van bouwtijd en bouwkosten. Ook onzekerheid over marktontwikkelingen is momenteel een belangrijk onderwerp.

Risicoverdeling
Ondernemers vrezen uitstel of afstel van aanbestedingen en projecten. Tegelijkertijd durven ze zelf niet altijd nieuwe contracten aan te gaan door alle onzekerheden. Het is onduidelijk wat de risico’s zijn, terwijl deze in contracten vaak bij ondernemers liggen. Dit bedreigt volgens de brancheorganisaties de continuïteit van de bouw en bouwbedrijven. Afspraken over de risicoverdeling van aanbestedingen zijn in de maak.

Afspraken
Steeds meer opdrachtgevers hebben oog voor de problemen die leven. Zij gaan met ondernemers in gesprek over mogelijke alternatieven voor de gangbare risicoverdeling. Voor het voortbestaan van bedrijven is het noodzakelijk dat alle opdrachtgevers zich zo opstellen, vinden de brancheorganisaties. Met de meeste betrokken ministeries zijn al gesprekken gevoerd. Ze werken daarom aan een gezamenlijk Handelingskader Oekraïne. De infrasector wil graag met alle opdrachtgevers om tafel zodat er snel afspraken gemaakt kunnen worden.

In gesprek blijven
Zolang er geen afspraken op tafel liggen, vragen de brancheorganisaties om een welwillende houding naar infrabedrijven. Het gaat dan om flexibiliteit bij vertragingen en coulance wanneer materialen of producten niet leverbaar zijn. De organisaties benadrukken dat in gesprek blijven en samen zoeken naar oplossingen uiteindelijk het belangrijkst zijn.

https://www.infrasite.nl/ondernemen/2022/04/12/infrasector-vraagt-begrip-van-opdrachtgevers-in-moeilijke-tijd/

Partner van Aanbestedingscafé:

Mondkapjesdebat heeft geen gevolgen voor positie minister De Jonge

Minister Hugo de Jonge kan aanblijven als minister van Volkshuisvesting. Hij overleefde een motie van wantrouwen van de PvdA over de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Het onderzoek van Deloitte hiernaar moet voor de zomer zijn afgerond.

Motie van wantrouwen
De Jonge zou volgens indieners van de motie van wantrouwen niet eerlijk zijn geweest over zijn betrokkenheid bij de mondkapjesdeal. De motie van wantrouwen werd door een meerderheid van de kamer ondersteund. De Jonge bood zijn excuses aan voor het feit dat hij de Kamer onvolledig informeerde. De coalitie nam hier genoegen mee en geeft De Jonge voorlopig het voordeel van de twijfel.

Mondkapjesdeal
Uit onderzoek bleek dat De Jonge zich meer met de deal had bemoeid dan hij steeds aangaf. Daarvoor bood hij zijn excuses aan. Hij wil nu het vertrouwen herstellen. Er volgt na het onderzoek van Deloitte ook nog een parlementaire enquête over de gang van zaken. De kwestie draait om een deal met Sywert van Lienden die voor 100 miljoen euro persoonlijke beschermingsmiddelen zou leveren. Hij verklaarde dat destijds zonder winstoogmerk te doen, maar bleek later miljoenen te hebben verdiend aan de deal.

https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10472746/de-jonge-overleeft-mondkapjesdebat-na-motie-van-wantrouwen

Partner van Aanbestedingscafé:

Herzien verdeelmodel gemeentefonds vanaf 2023

De verdeling van het gemeentefonds is ernstig verouderd. Door onder meer decentralisaties in het sociaal domein sluit het niet meer aan bij de huidige tijd. Bovendien is het model in 20 jaar gebruik ingewikkeld en ondoorzichtig geworden. Vanaf 1 januari 2023 wordt daarom een compleet herzien verdeelmodel gebruikt. Het doel is het model weer goed aan te laten sluiten bij de kosten van gemeenten.

Totstandkoming
Verdeling van middelen en kostenontwikkeling van gemeenten zijn steeds meer uit elkaar gaan lopen. Onder meer decentralisaties in het sociaal domein zijn hieraan debet. In maart 2019 startte daarom een onderzoek naar een mogelijke nieuwe verdeling. VNG en gemeenten trokken hierin samen op onder leiding van een stuurgroep en begeleidende commissies vanuit diverse ministeries en departementen. Na ruim 100 bijeenkomsten ligt nu een nieuw verdienmodel op tafel. Dit model komt bovendien tegemoet aan een motie uit de Tweede Kamer met het verzoek een eenvoudiger model te implementeren.

Analyse
De eerste berekeningen laten zien dat geen enkele gemeente er in de periode 2022-2025 op achteruit zal gaan bij invoering van het nieuwe model. Uitgangspunt voor het model zijn gegevens uit 2017. Voor dat jaar en kalenderjaar 2019 blijkt het nieuwe model de kosten goed te volgen. Voor 2020 wordt op dit moment een analyse uitgevoerd die eind deze maand gereed moet zijn. Zo’n analyse vindt daarna jaarlijks plaats om het model eventueel aan te kunnen passen.

Ingroeipad
Ook gemeenten met beperkte financiële draagkracht en lagere sociaal economische status moeten weerbaar zijn en blijven. Voor deze gemeenten komt er tot en met 2025 een apart ingroeipad. Na de Voorjaarsnota wordt de definitieve doorwerking van het coalitieakkoord bekend. Dan is ook de analyse van het sociaal domein 2020 afgerond. Welke gemeenten een aangepaste planning krijgen, wordt in mei bekendgemaakt.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/06/nieuwe-verdeling-van-het-gemeentefonds-vanaf-2023

Partner van Aanbestedingscafé:

Minister Jetten roept bedrijven op Russiche olie, kolen en gas niet meer in te kopen

Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten roept grote Nederlandse bedrijven op geen Russische kolen, olie en gas meer in te kopen. Hij wijst op de eigen verantwoordelijkheid van deze bedrijven.

Importverbod
De Europese Commissie wil een Europees importverbod op Russisch steenkool invoeren. Daar verdient Rusland nu jaarlijks zo’n 4 miljard euro mee. Jetten roept bedrijven op nu al te bekijken of ze hun grondstoffen elders in kunnen kopen. Hij wijst naar landen als Brazilië, Australië en Zuid-Afrika als alternatief. De uitdaging ligt er volgens de minister in om een geschikte mix te krijgen die vergelijkbaar is met de huidige inkooop.

Olieboycot
De impact voor Nederland bij een olieboycot wordt nu geanalyseerd. Dat gebeurt in samenwerking met de Europese Commissie en andere lidstaten. De totale inkoop van Russische olie en gas vanuit Nederland stilleggen vindt Jetten onverstandig. Hij ziet dat liever in Europees verband gebeuren, omdat Nederland een doorvoerfunctie voor heel Europa heeft. Een boycot zou andere lidstaten mogelijk nadelig beïnvloeden.

Doorvoerland
Zo’n 90% van de steenkool die in de havens van Rotterdam en Amsterdam binnenkomt, wordt doorgevoerd naar Duitsland. Slechts 10% komt binnen voor binnenlands gebruik. Nederland verdient dus grof geld met de steenkolenhandel. In het geval van een boycot zal Nederland dit voelen, weet ook Jetten. Hij benadrukt dat het collectief pijn zal doen, maar dat alles op alles gezet moet worden om de afhankelijkheid van Rusland af te bouwen. Bron: https://www.bnr.nl/nieuws/economie/10472590/jetten-roept-bedrijven-op-stop-met-inkoop-van-russische-olie-kolen-en-gas

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe marktvisie zero-emissie stadslogistiek voor gemeenten

In 2025 implementeren tientallen gemeenten een zero-emissie stadslogistiek (ZES). Dit moet bijdragen aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Bij de eigen inkoop moeten gemeenten dit beleid nu al in de overwegingen meenemen om te voorkomen dat contracten op termijn strijdig zijn met het verkeersbesluit van de ZES-zonde. Transportmiddelen moeten bijvoorbeeld emissieloos zijn, of het nu gaat over de wagens die kantoorartikelen leveren, gebruikt worden bij het aanleggen van een nieuwe weg of de inkoop van eigen voertuigen van de gemeente.

De Buyer Group zero emissie inkoop van PIANOo heeft een nieuwe marktvisie zero-emissie stadslogistiek opgesteld. Dit document helpt inkopers met kennis en praktijkvoorbeelden. Daarnaast houdt de Buyer Group marktconsultaties op basis waarvan de gezamenlijke marktvisie over ZES is ontwikkeld. De marktvisie kan gebruikt worden om de inkoopstrategie te bepalen.

https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/raadpleeg-nieuwe-marktvisie-bij-inkoop-zero-emissie-stadslogistiek?utm_source=linkedin&utm_medium=social&utm_campaign=20220331&utm_term=rvo_pianoo

Partner van Aanbestedingscafé:

Stikstofcrisis beïnvloedt inkoopplanning Rijkswaterstaat

De stikstofcrisis beheerst  de planning van verschillende grote werken van Rijkswaterstaat. Dat blijkt uit de nieuwe inkoopplanning die de organisatie openbaar maakte. Alle infraprojecten ondervinden de impact van een uitspraak van de Raad van State over de stikstofberekening van ViA15. De onzekerheid over de manier waarop de stikstofneerslag in dit project wordt berekend, blijft voor onzekerheid op grote schaal zorgen. De gevolgen brengt Rijkswaterstaat momenteel zo goed mogelijk in beeld.

Consequenties
Projecten lopen door deze voortdurende onzekerheid vertraging op en dat heeft financiële consequenties. De geschatte contractwaarde van projecten loopt op. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat prioriteert ondertussen infrawerken waarvan een tracébesluit bij de Raad van State ligt. Ondanks de onzekere gevolgen van de uitspraak over de ViA15 begint Rijkswaterstaat wel met stikstofberekeningen van een aantal andere projecten.

Planning
Na publicatie van de vorige inkoopplanning, zijn een aantal projecten in de markt gezet. De marktbenadering van een nieuw onderdeel van de Zuidasdok staat voor de tweede helft van 2023 gepland. De PPO HWS Haringvliet KT2 is verschoeven van een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure naar een openbare aanbesteding. De nieuwe contractwaarde hiervan ligt tussen de 100 en 200 miljoen euro.

Extra middelen
Er ligt nog eens 1,5 miljard euro aan extra middelen uit het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds voor de instandhouding van de Nederlandse infrastructuur hebben gevolgen voor het werk en de aanbestedingen van Rijkswaterstaat. Als de middelen zijn verdeeld door de minister, ontstaat hierover ook meer duidelijkheid.

Bron: https://www.cobouw.nl/304090/stikstof-blijft-aanbesteding-van-rijkswaterstaatprojecten-beheersen

Partner van Aanbestedingscafé:

Tender Hacks

‘Tender Hacks’ als titel van een boek klinkt best wel spannend. Zeker als je weet dat hacks tegenwoordig redelijk vaak in het nieuws komen en dat de gevolgen van (computer)hacks ingrijpend kunnen zijn. De combinatie met het woord ‘tender’ is dan in eerste instantie misschien wat vergezocht, maar uitnodigend klinkt die titel zeker. Net als de opmaak van de titel overigens. Helemaal als je niets of niet zoveel weet van het inschrijven op aanbestedingen. Nieuwsgierig geworden naar dit boek van auteur Karel Koppens? Lees dan deze recensie en/of schaf het boek aan.      

Verplichte, interessante kost 

Nu zijn er al meer boeken geschreven over het inschrijven op aanbestedingen (zie ook de lijst onder deze recensie). Boeken die allemaal hun specifieke kwaliteiten hebben en het waard zijn om gelezen te worden. ‘Waarom zou je dit boek dan moeten aanschaffen?’, hoor ik je denken. In ieder geval zou dit boek verplichte kost moeten zijn voor mensen die niets of weinig weten van het inschrijven op aanbestedingen, maar daar als mogelijke inschrijver wel wat meer over te weten zouden willen komen. Daarnaast is het boek interessant voor beginnende tendermanagers of mensen die voor de keuze staan om in dit vak aan de slag te gaan.     

For tendermanagers only?

Betekent dit tegelijkertijd dat het boek alleen maar geschikt is voor mensen aan de inschrijvende kant en daar werkzaam zijn als tendermanager? Nee, niet direct, want als je bij een aanbestedende dienst werkt als inkoper of betrokken bent als projectlid bij een aanbesteding en ook nog eens beschikt over voldoende inlevingsvermogen in de andere kant van de tafel, vind je in dit boek voldoende interessant materiaal. In ieder geval om jezelf een beeld te vormen van hoe een inschrijving of offerte tot stand komt. Wat daar allemaal bij komt kijken en deels van invloed is op het beeld dat er van de inschrijver en zijn dienstverlening bij de beoordelaars overkomt.     

Enthousiasme werkt aanstekelijk  

Wat vanaf de inleiding opvalt aan dit boek is het aanstekelijke enthousiasme van auteur Karel Koppens over het inschrijven op aanbesteden. De ondertitel van die inleiding geeft daarbij al een indicatie: welkom in de wondere wereld van aanbestedingen. Want dat het aanbesteden naast de noodzakelijke en saaie regelgeving ook leuke en hilarische momenten oplevert is minder bekend. Hoewel, dat geldt niet voor mensen zoals Theo van der Linden, Suzanne Brackmann en Octavia Siertsema, die dat tijdens hun trainingen geregeld vermelden. Ook Karel Koppens weet met zijn relativerende schrijfstijl geregeld een glimlach op je gezicht te toveren. Bijvoorbeeld door het gebruik van onverwachte metaforen als die van een Formule 1 race en Doutzen Kroes, waar zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd is.               

Verwachtingsmanagement over de inhoud

Verwacht als lezer echter geen boek met een uitgebreide literatuurlijst of hoofdstukken vol met theoretische onderbouwingen. Het boek is super praktisch en goed leesbaar. De checklists zijn overzichtelijk, handig in gebruik en goed toepasbaar. Daardoor lees je het boek waarschijnlijk in het minder dan drie à 4 uur uit. Als je dan denkt dat je er bent, kom je bedrogen uit. Het echte werk moet dan nog beginnen, met het nadenken over wat Karel Koppens je heeft aangereikt. En vooral alles organiseren binnen je eigen organisatie. Daar zal absoluut veel meer tijd in gaan zitten dan je denkt. Dat zal ook gedurende langere tijd nodig zijn om een goed draaiend tendermanagementproces binnen je bedrijf te realiseren.         

Bidproces is ook projectmanagement

Wat in ieder geval blijft hangen zijn de onderdelen die zijn afgeleid van de projectmanagementtheorie, zoals een goede voorbereiding en uitgebreide kick-off met je projectteam. Een projectteam dat je zorgvuldig samenstelt en waarvoor je ook een goede rolverdeling afspreekt op basis van het RASCI-model. Iets waar in geen enkel boek over inschrijven op aanbestedingen tot nog toe aandacht aan was besteed. Net zo min als het woord stakeholderanalyse daarin terug te vinden was, maar uiteindelijk wel een belangrijk element vormt voor het al dan niet succesvol inschrijven op aanbestedingen. Iets wat als tendermanger toch je uiteindelijke doel zal en moet zijn, namelijk die offerteprocedure winnen.           

Eindoordeel

Het enthousiasme en de liefde voor het vak van tendermanagement (ook vaak bidmanagement genoemd) spatten ervan af in dit boek. Je zou ‘Tender Hacks’ met wat fantasie één grote salespitch voor het beroep van tender- of bidmanager kunnen noemen. Uiteraard naast de kennis die Karel Koppens deelt in dit 100 pagina’s tellende boek. Maar zoals gezegd kunnen inkopers en projectleden ook voldoende ‘lesmateriaal’ uit dit boek halen. Met het spiegelen van de delen over projectmanagement bijvoorbeeld. Of de specifieke hoofdstukken 15 (over het schrijfproces) en 16 (over de tekstscan) en ook daar het spiegelen toepassen. Met name de ondertitel van dat hoofdstuk 15, ‘Eerst denken en dan pas doen’, zou menig inkoper tot zelfreflectie moeten aanzetten.

Beoordeling
Aanvullende literatuur
Aanvullende informatie
Boekgegevens

Auteur Karel Koppens is aanbestedingsspecialist en ervaren senior commercieel manager. Verder is hij ook coach, trainer, interim professional en inspirator als het gaat om inschrijven op aanbestedingen en sales management. Karel haalt zijn energie uit het leiden, coachen en verbeteren van mensen, het optimaliseren van processen en het behalen van doelstellingen. Hij is ervaren in het managen van de volgende omgevingen: productie, administratie, marketing en sales. Karel heeft gewerkt in Nederland, Duitsland, Zwitserland en België.

Nederlandstalig | Paperback, 100 blz.

Tender Valley | 1e druk, 2022

EAN: 978-94-6437349-3

Het boek ‘Tender Hacks’ is verkrijgbaar via Bol.com en direct uit voorraad leverbaar. Klik hier om het boek te bestellen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderman #9: Hardleerse politicus in aanbestedingsland


Dus Hugo de Jonge vond het ‘echt een goed idee’ om Sywert van Lienden mondkapjes te laten leveren. „Je kunt die Sywert beter inside pissing out hebben dan outside pissing in. <…> Hoop echt dat het lukt.” appte de Jonge aan topambtenaar Van Den Dungen.

Het lobbyen door De Jonge bij de geruchtmakende mondkapjesdeal is opmerkelijk. Ambtenaren van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen waren namelijk al huiverig voor een deal met Van Lienden. Zij waarschuwden de bewindslieden. Zijn aanbod leek simpelweg „too good to be true”, appte Van Den Dungen.

Hoogleraar public affairs Arco Timmermans van Universiteit Leiden ziet hier niet direct belangenverstrengeling in. Maar vindt het wel laakbaar dat De Jonge het advies van zijn eigen ambtenaren in de wind sloeg. Je zou uit het eerder geciteerde appje ook kunnen concluderen dat De Jonge met de deal een tegenstander en mede CDA-er in zijn armen sloot.

Maar wat als het op een succes wat uitgelopen? Hadden we er dan ook zo naar gekeken? Het is achteraf altijd makkelijk praten. En hoe zit het met de ambtenaren die de deal moesten vormgeven? De paniek moet enorm geweest zijn. Op een andere manier kun je dit geblunder niet verklaren. Als liefhebber van ons vakgebied doet het vooral pijn. Omdat je weet dat het eenvoudig voorkomen had kunnen worden.

Van een afstandje is het makkelijk oordelen over wat er in Den Haag gebeurt. Maar hoe zit dat op andere niveaus? Als een minister zijn deskundige ambtenaren opzij schuift omdat hij het beter denkt te weten. Hoe doet een wethouder dat in een gemeente dan? Schuift die met de beste intenties een bekende naar voren voor een onderhandse deal? Laat de inkoopafdeling van een academische ziekenhuis zich beïnvloeden door een goed bedoeld adviesje van een specialist met een netwerk?

Voor ieder die twijfelt hoe tegen deze situaties aan te kijken, het volgende. In aanbestedingsland zijn we soms tot grote frustratie gebonden aan wetgeving. Inschrijvers en aanbestedende diensten vervloeken regelmatig de regels. Maar onder aan de streep zijn zij en alle verstandige mensen in ons vakgebied het er over eens. De regels zijn grotendeels fair. En hoe meer alle betrokkenen de regels omarmen, hoe beter het zal gaan.

Politici en bestuurders hebben wat mij betreft niets te zoeken in aanbestedingsland. Laat het inkopen voor de maatschappij over aan specialisten. Juist in crisistijd moet je vertrouwen op de kennis en ervaring van professionals.

Een duidelijke les voor iedereen die met aanbestedingen te maken heeft. Negeer politici die – ongetwijfeld vanuit de allerbeste intenties – zich bemoeien met aanbestedingen. Vergeet nooit dat een politicus per definitie ook een andere agenda heeft. Andersom is het niet de rol van een politicus of bestuurder om op de stoel van de deskundige te gaan zitten. Het gaat namelijk niet om je intentie, maar om een verstandige en rechtmatige deal. Als je dat onderschat, kan het uitlopen op een flinke blamage.

En voor degene die denkt dat Hugo de Jonge inmiddels zijn les weg geleerd heeft. Op de vraag of hij nu dacht ‘had ik maar nooit contact opgenomen met Sywert van Lienden’? Antwoordde hij: „Zeker niet, alles is gedaan met de juiste intenties.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Nice guys finish last

Stel. Je bent inschrijver, en de gemeente heeft een aanbesteding uitgeschreven met Personeel als belangrijk gunningscriterium. Hier wordt gevraagd om een cv aan te leveren van de relatiebeheerder, waar je afhankelijk van de ervaring en kwaliteiten een onvoldoende, voldoende, goed of uitstekend scoort. Ga je dan eerlijk zijn, en die nieuwe en onervaren medewerker voorstellen die je wilt gaan inzetten? Of draag je die vertrekkende topmedewerker aan, waarvan je weet dat ze weg is voordat het contract ingaat?

Er is een soort ongeschreven regel onder inschrijvers dat dit moet kunnen. Opdrachtgevers kunnen namelijk niet eisen dat een medewerker die je voorstelt na gunning ook bij je aan het werk is. Mensen gijzelen is nog altijd strafbaar in dit land.

Een leugentje om bestwil, omdat je personeel toch niet in de hand hebt. Maar wat is het verschil met andere factoren? We kunnen nou moeilijk zeggen dat we die wel in de hand hebben. Eén verkeerde vleermuis en de wereld ligt twee jaar op z’n gat, één tiran met territoriumdrift en we zitten zonder graan, gas en olie.

Hoe ver ga je in je beloftes? In de praktijk kun je met een hoop wegkomen. Want prijzen, producten en planningen zijn afhankelijk van heel veel factoren. En laten we eerlijk zijn; contractmanagement is nu niet bepaald het sterkste punt van aanbestedende diensten. Zoveel gesteggel over punten en komma’s in de leidraad, zo weinig controle is er zodra de opdracht eenmaal loopt.

Sommige inschrijvers weten dat in hun voordeel te gebruiken. Schrijven bijvoorbeeld in met een laag uurtarief, en boeken gewoon structureel wat extra uren zodra de opdracht loopt. Of benoemen in hun inschrijving de ambitie om hun wagenpark te verduurzamen omdat ze toch weten dat de aanbestedende dienst daar nooit meer op terugkomt. Inschrijvers pakken de ruimte die ze geboden wordt. Doe je dat niet, gaat de opdracht naar de concurrent.

Nieuwkomers in de aanbestedingswereld zijn huiverig om beloftes op te schrijven die ze misschien niet waar kunnen maken. Ambities worden zorgvuldig geformuleerd, in de overtuiging dat een inschrijving wordt ingelijst bij de opdrachtgever op kantoor. Maar de inschrijvers die al langer meelopen weten precies waar ze wel en niet mee wegkomen. Je zou denken dat een inschrijving – toch een soort script van de toekomstige samenwerking – er tijdens de opdracht regelmatig bij wordt gehaald om te kijken of iedereen z’n rol nog scherp heeft. Maar die inschrijving belandt onderin de la zodra de gunning definitief is. Het resultaat is dat leugenaars worden beloond en eerlijkheid wordt bestraft. Nice guys finish last.

Dus terwijl de inkoper de strengste eisen hanteert in lettertypes, marges en regelafstand, kraait de contractmanager nergens meer naar zodra je eenmaal binnen bent. Volgens mij is dat een belangrijke reden dat veel ondernemers de aanbestedingsprocedure als een wassen neus zien. Natuurlijk, je hebt niet alles in de hand, maar er zijn echt wel beloftes waar je zelf in kunt sturen en aan gehouden mag worden. Zonder druk van de opdrachtgever gaat dat niet gebeuren. Misschien hebben we geen behoefte aan steeds strengere poortwachters, maar mag het fort zelf af en toe gewoon wat beter bewaakt worden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: maart 2022

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over stroomlijning van een interview tijdens een aanbesteding.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de aanschaf van middelgrote en grote veegwagens. In het programma van eisen is voorzien in de optie om bij de winnende inschrijver veegwagens af te nemen met een duurzame/afwijkende aandrijftechniek (eis 23). De prijs mag maximaal 200% van de winnende inschrijving bedragen. Over deze eis is onenigheid ontstaan. De partij die niet voor gunning in aanmerking komt stelt dat de gunningssystematiek, in combinatie met eis 23 niet leidt tot de keuze voor de economisch meest voordelige inschrijving. De aanbestedende dienst en winnende inschrijver stellen zich op het standpunt dat de partij heeft nagelaten om vragen te stellen over deze eis en haar bezwaren niet kenbaar heeft gemaakt. Om deze reden heeft de partij haar rechten verwerkt. 

Het resultaat
Het hof stelt eerst dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken de aanbestedende dienst zich er niet tegen kan verzetten dat een inschrijver dit gebrek in een procedure voor de rechter aan de orde stelt. Ook al heeft de inschrijver daarover vóór de inschrijving geen bezwaren geuit. Bovendien oordeelt het hof dat eis 23 geen deel (meer) mag uitmaken van deze aanbesteding, omdat toepassing van de eis kan leiden tot een andere opdracht en de eis niet voldoet aan de eisen die aan een herzieningsclausule worden gesteld. De eis kent vage termen, is onduidelijk en kent geen enkele tijdsduiding.

Relatie tot de praktijk
Wees je bewust dat fundamentele gebreken waarover geen bezwaren zijn geuit toch bij de rechter aan de orde gesteld kunnen worden en dat een mogelijke wijziging van de opdracht wordt voorzien in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule. 

Bekijk de complete uitspraak van 15 februari hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Chinese douanescanners mogelijk veiligheidsrisico

Bij de aanbesteding van de huidige douanescanners is geen quick scan nationale veiligheid toegepast. Dat antwoordt minister Yesilgöz van Justitie en Veiligheid op kamervragen van het CDA over de huidige Nuctech-scanners die op Schiphol en in de Rotterdamse haven worden gebruikt. Deze Chinese scanners zijn aanbesteed vóór 2021, toen de douane deze scan is gaan toepassen bij alle aanbestedingen.

Quick scan
Er is overheidsbeleid opgesteld dat voorschrijft dat nationale en veiligheidsoverwegingen worden meegewogen bij de inkoop en aanbesteding van producten en diensten. Ter ondersteuning hiervan werd de quick scan nationale veiligheid ontwikkeld. Deze scan moet organisaties bij de inkoop en aanbesteding van diensten en producten ondersteunen om een risicoanalyse te maken. Eventuele maatregelen kunnen aan de hand van de resultaten van de scan worden genomen.

Nuctech-aanbesteding
De bewuste quick scan bestond nog niet toen de Nuctech-aanbesteding liep. Het kabinet kan niet garanderen dat de Chinese overheid geen enkele toegang heeft tot de scanners of data van de bewuste apparaten. Er loopt op dit moment een onderzoek om te identificeren welke onderdelen van de scan- en detectie-infrastructuur kwetsbaar zijn voor aanvallen door statelijke actoren.

Bron: Security.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Factsheet Dialoog als aanleiding tot gesprek

Het vierjarige programma Beter Aanbesteden heeft dialoog tussen aanbestedende diensten en marktpartijen als centraal thema. De dialoog wordt nog niet altijd voldoende gezocht en gevoerd voorafgaand aan en tijdens aanbestedingen. Nut en noodzaak van dialoog is nu in een factsheet samengevoegd.

Vraag een aanbod op een goede manier bij elkaar brengen zou continu het uitgangspunt moeten zijn. door een goede dialoog voorkomen partijen te verzanden in discussies over incidenten. De factsheet moet een grotere kennis over het inkoopproces en het belang van dialoog en samenwerking vergroten. Het moet een aanleiding tot gesprek zijn.

Programma Beter Aanbesteden moet de spanning rondom aanbestedingsprocedures wegnemen. Het proces moet voor iedereen zo natuurlijk en eenvoudig mogelijk verlopen zonder wet- en regelgeving uit het oog te verliezen.

Partijen die willen bijdragen aan meer dialoog tussen overheid en marktpartijen of die zelf ideeën hebben, kunnen contact opnemen met één van de regiomanager van Beter Aanbesteden.

Bron: Piano

Partner van Aanbestedingscafé:

Utrechtse onderzoeker lid European Procurement Law Group

Willem A. Janssen, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, wordt lid van de European Procurement Law Group (EPLG). Janssen meldt via LinkedIn uitgenodigd te zijn voor de groep. Hij is al een aantal jaar betrokken bij het academische werk van de groep en zet de samenwerking nu met plezier op een meer gestructureerde manier voort.

De EPLG ontstond in 2008 toen een klein groepje experts in publieke aanbestedingen besloot regelmatig contact te hebben om relevante aspecten van het werkveld te bespreken. Leden van de groep beschouwen de vergelijkende benadering waardevol en noodzakelijk om te begrijpen hoe publiek aanbestedingsrecht wordt ontwikkeld en toegepast in de Europese Unie en de lidstaten.

Bron: Linkedin Willem A. Janssen

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkoopplanning Rijksvastgoedbedrijf 2022-2023 naar 1,5 miljard euro

Uit de gepubliceerde ‘Inkoopplanning maart 2022’ van het Rijksvastgoedbedrijf, blijkt dat er in de periode 2022-2023 zo’n 1,5 miljard euro wordt geïnvesteerd in nieuwbouw, renovatie en verduurzaming. Het gaat in de inkoopplanning om aan te besteden projecten groter dan 5 miljoen euro.

Inkoopplanning
Alle aanbestedingen in de inkoopplanning gaan over panden, locaties en werkzaamheden van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in de volle breedte. Het gaat om zowel duurzame nieuwbouw als bijvoorbeeld onderhoudsprojecten. Ook een aantal grote opdrachten van de Raad voor de Rechtsspraak staan op de planning. Jaarlijks zet het RVB zo’n 1,5 miljard euro aan opdrachten in de markt, de grootste hiervan zijn opgenomen in de Inkoopplanning maart 2022.

Opvallende projecten
Een van de opvallende projecten is het duurzame, houten Rijkskantoor in Den Haag met de naam Monarch IV. Ook de rechtbank in Almelo springt eruit, doordat de opdrachtnemer hier ontwerp, bouw én onderhoud (DBM) op zich neemt. Via TenderNed worden beide projecten nog voor de zomer aangeboden.

Duurzame projecten
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Dienst ICT-Uitvoering (DICTU) kunnen in Assen een duurzame renovatie tegemoet zien van zo’n 50 miljoen euro. Het Nationaal Archief in Den Haag krijgt een groen dak in een project van zo’n 15 tot 20 miljoen euro. Deze projecten komen ook voor de zomer op de markt.

Derde kwartaal
In het derde kwartaal moet de grootschalige renovatie van het Rechtbankgebouw aan de Prins Clauslaan in Den Haag op de planning staan. In dit project gaan gebouwgebruik en werkzaamheden samen.

Ambities
Twee keer per jaar wordt de inkoopplanning van de RVB gepubliceerd. De ambities op gebied van verduurzaming en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) zijn hierin overzichtelijk opgenomen. Vanaf 1 januari 2022 stelt het RVB bijvoorbeeld eisen aan cultuur en gedrag op het gebied van veiligheid in aanbestedingen. Ook worden er sinds dit jaar contracteisen ingevoerd op gebied van schoon bouwen. Deze eisen gaan niet alleen over de bouwwerkzaamheden, maar ook over zaken als vervoer van machines en materialen.

Klik hier voor de hele inkoopplanning.

Bron: BouwendNederland

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E10: De negatieve kanten van Open House


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Onderzoek termijn Tenderned en IPI

Sinds 1 januari is de gids Proportionaliteit op een aantal vlakken aangepast. De meest in het oog springende veranderingen waren het verplicht instellen van een klachtenloket en de aanbevelingen ten aanzien van te stellen termijnen. Los daarvan was er afgelopen jaar de waarschuwing van Tenderned om rekening te houden met een extra 48 uur i.v.m. een wijziging in de wijze waarop aanbestedingen digitaal worden gepubliceerd. Hetzelfde Tenderned onderzocht nu of deze verlenging ook in de praktijk gehanteerd wordt. In 78,6% van de aanbestedingen is dat het geval.

Een ander nieuwtje kwam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na akkoord van de Europese Commissie bieden zijn nu het Internationaal Aanbestedingsinstrument aan. Nederlandse bedrijven kunnen deze zogenoemde IPI gebruiken als er extra beperkingen worden opgelegd door buitenlandse markten of organisaties.

Lees hier het bericht

Onderwerp 2: ‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Op Aanbestedingscafe.nl verscheen een interview met Elisabetta Manunza. Zij is hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Utrecht University. De aanleiding voor dat interview was een onderzoek dat zij met een aantal collega’s had uitgevoerd over de loterij-branche. Ze keek daarbij met name naar wet- en regelgeving rondom het toekennen van loterijdiensten door de overheid. In het interview noteerden we een aantal opvallende uitspraken, die ik met jullie wil doornemen.

Allereerst stelt zij aan de kaak, dat voor inkoop door overheden de aanbestedingswet geldt, maar dat we in Nederland afwijken van Europa door aan verkoop door de overheid lang niet altijd regels te stellen.

Daarnaast stelt Manunza in het interview dat aan het gebruik van Open House-methoden flink wat negatieve effecten hangen, omdat de gunningsfase ontbreekt. Zij zegt daarover “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot een betere prestatie.

Lees het interview hier

Onderwerp 3: Tenderman: Hardleerse politicus in aanbestedingsland

7. Afronding

We zijn al weer bij het slot van deze aflevering. Alle genoemde berichten zijn te lezen op Aanbestedingscafe.nl en je vindt ze in de shownotes. Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Heel hartelijk dank aan mijn gasten: Alfred de Weert, Marco van der Spek-Stikkelorum en Niels Uenk.

En uiteraard ook aan alle luisteraars. Vergeet je niet te abonneren op deze podcast in je favoriete podcast app. Dan word je automatische geïnformeerd als er een nieuwe aflevering te beluisteren is. De volgende aflevering wordt over twee weken gepubliceerd. Tot dan!

Partner van Aanbestedingscafé:

Twee kanten van een medaille, indexeren bouwkosten is één

Een prijsvaste aanbieding geeft duidelijkheid voor beide contractpartijen, ook in de bouwsector. Menig aannemingsovereenkomst kent daarom bepalingen die goed geformuleerd omschrijven dat (echt) alle kosten, ook de toekomstige prijsstijgingen, zijn opgenomen in de aanneemsom. In feite wordt met de prijsvaste aanbieding het risico op prijsstijgingen afgekocht. Als de werkelijke prijsstijgingen lager zijn dan ingeschat door de aannemer, heeft de aannemer een grotere marge en de opdrachtgever te veel betaald. En vice versa.

Voor de toekomstige prijsstijgingen wordt door beide contractpartijen in een glazen bol gekeken. Een glazen bol die helder is bij een evenwichtig economisch klimaat, maar troebel wordt als op het Europese continent oorlog uitbreekt. Als de prijsvaste aanbieding onderdeel is van een aanbestedingsprocedure, worden prijsstijgingen ingeschat in concurrentie waardoor sommige aannemers geneigd zijn hun glazen bol wat extra op te poetsen zodat deze nog helderder wordt: een scherpere prijs, voordeel voor de opdrachtgever!  

Omdat een evenwichtig economisch klimaat snel onevenwichtig kan worden, denk aan complexe financiële producten (2008-‘11), dwarsliggende boten (2018), nieuwe virussen (2019-heden), en nu een oorlog (2022-heden), zijn er juridische uitwegen voor als prijsstijgingen te extreem zijn.

De veel gebruikte UAV 2012 kent paragraaf 47 (Kostenverhogende omstandigheden) en in de UAV-GC komt een gelijkstrekkende bepaling voor in paragraaf 44. Boven dat alles (er zijn immers meer soorten aannemingsovereenkomsten) is er het Burgerlijk Wetboek met artikel 7:753 BW. Als de prijsstijgingen te extreem zijn (als vuistregel wordt hierbij 5% aangehouden), dan kan de aannemer in voorkomende gevallen bij een prijsvaste aannemingssom toch recht hebben op bijbetaling.

Contractpartijen kunnen echter voornoemde bepalingen contractueel uitsluiten: dus (toch) geen recht op bijbetaling. En de rechter kan vervolgens besluiten dat het uitsluiten van deze bepalingen niet proportioneel is: dus (toch weer) wel recht op bijbetaling. Een prijsvaste aanneemsom lijkt duidelijkheid te bieden, maar niet in alle situaties.

Tot zover de contractbepalingen.
Als aanbestedende organisatie wordt het pas echt lastig als aannemers geen noodzaak hebben om hun glazen bol op te poetsen (er is immers genoeg werk) of als aannemers zelfs weigeren in hun glazen bol te kijken omdat deze zo troebel is geworden als een kubel beton. Het inschatten van prijsstijgingen wordt dan simpelweg onmogelijk. Bouwend Nederland adviseert zijn achterban in een recente Aanwijzing dat de risicoregeling bij een troebele glazen bol uitkomst kan bieden. De risicoregeling houdt kort door de bocht in dat bouwkosten geïndexeerd worden tijdens de contractperiode.

Indexeren als het ei van Columbus tegen prijsstijgingen en prijsvaste aanbiedingen.
Bouwend Nederland vergeet echter de andere kant van de medaille: het bieden van transparantie over de opbouw van de bouwkosten. Als de staalprijzen stijgen, wil dat niet zeggen dat de arbeidskosten navenant meestijgen. Een totaalprijs voor een staalconstructie levert bij indexering een onredelijke prijsverhoging op omdat dan ook de arbeidskosten worden geïndexeerd. Klinkt logisch, de praktijk wijst vaak uit anders uit. Ook kan worden afgevraagd of onderaannemers en leveranciers evenredig meeprofiteren van het recht op indexeren. Anekdotes over creatief onderbouwde prijsstijgingen bij scopewijzigingen zijn er te over. Het gebrek aan transparantie als startpunt van een hogere winstmarge voor de hoofdaannemer.

Gezien het lijstje van crises in de derde alinea, lijkt het indexeren van de bouwkosten een betere default optie dan de prijsvaste aanbieding. De aannemingssom zou hierdoor in beginsel zelfs lager moeten zijn omdat hierin de risico-opslag voor prijsstijgingen niet meer is opgenomen. Om dit risico voor opdrachtgevers overzichtelijk te houden, moeten aannemers volledig transparant zijn over de opbouw van de kosten en hun inkoopproces. Een vaardigheid die in veel gevallen nog verder ontwikkeld moet worden.

De Aanwijzing van Bouwend Nederland over prijsstijgingen kan dus worden uitgebreid met een extra paragraaf over transparantie en samenwerken in de keten. Dan komt het allemaal wel goed.

Partner van Aanbestedingscafé:

Grootste deel inschrijftermijnen boven wettelijk minimum

Het grootste deel van de aanbestedingen die op TenderNed zichtbaar zijn, houdt rekeningen met de verlengde inschrijftermijn. In mei 2021 voerde TenderNed een wijziging door die ervoor zorgde dat publicaties pas na 48 uur zichtbaar zijn. PIANOo adviseerde daarop de inschrijftermijn te verlengen. De meeste aanbestedende diensten lijken daar rekening mee te houden.

TenderNed voerde een analyse uit waarbij verschillende procedures mee werden genomen. Het gaat om openbare, niet-openbare, concurrentiegerichte dialoog en innovatiepartnerschap. In 78,6% van de aanbestedingen wordt een inschrijftermijn van 48 uur of meer boven het minimaal vereiste. Het feit dat kluissluitingen niet in het weekend mogen vallen is in de analyse meegenomen.

Opvallend is dat openbare procedures iets vaker worden verlengd (78,9%) dan niet-openbare procedures (74%). Bij 6,2% wordt exact 48 uur bij de inschrijftermijn opgeteld. In 72,4% van de gevallen is de inschrijftermijn zelfs langer dan het advies van PIANOo. Ook aanbestedingen waarbij tussentijds inschrijftermijnen moeten worden verlengd zijn hierin meegenomen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een extra vragenronde.

Bron: TenderNed

Partner van Aanbestedingscafé:

Invulling social return in bouwaanbestedingen steeds ingewikkelder

Bouwbedrijven worstelen steeds meer met het vinden van de juiste mensen voor hun werk. De verplichting tot social return is hierbij een steeds groter probleem. Het is de bedoeling dat via deze eis mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk worden geholpen. In de praktijk blijkt dat de kaartenbakken veelal leeg zijn.

Gemeenten en andere publieke opdrachtgevers kunnen social return als eis in aanbestedingen opnemen. Een percentage van de aanneemsom moet dan worden ingevuld door mensen in te zetten die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Wordt niet aan deze eis voldaan, dan volgt een boete voor de opdrachtnemer.

De groep inzetbare mensen is op de huidige krappe arbeidsmarkt bijzonder klein. Tijdens de economische crisis was dit juist andersom. Daarnaast speelt ook het probleem van geschiktheid van beschikbare mensen. De bouwprojecten zijn relatief kort ten opzichte van sectoren als schoonmaak of groenvoorziening. Bovendien vereisen ze meer kennis over bijvoorbeeld veiligheid en vakspecifieke werkzaamheden.

Bron: Cobouw

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Wat heeft een onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel te maken met aanbesteden? Meer dan je denkt. Overheden verstrekken schaarse rechten aan kansspelaanbieders door ze vergunningen te verlenen. De uitgangspunten en omstandigheden die daarbij komen kijken, lijken sterk op die van het aanbesteden.

Het Utrecht University Center for Public Procurement (UUCePP) deed in opdracht van het ministerie van Justitie & Veiligheid onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel. Specifiek keek de onderzoeksgroep naar de conformiteit van beoogde hervormingen in het Nederlandse loterijenstelsel met het Europees recht. Daarbij ging het om de ruimte die de Nederlandse overheid heeft om nationaal beleid te voeren – zoals o.a. het goededoelenbeleid – en regulering aan te nemen zonder in strijd met het Europees recht te handelen.

Aanbestedingscafe.nl sprak prof. dr. Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht over het onderzoek. Daarin zijn meerdere interessante links met aanbesteden te vinden.

Duaal stelsel

Prof. mr. Elisabetta Manunza, prof. mr. Sybe de Vries, mr. dr. Willem Janssen en mr. Anouk van der Veer namen drie scenario’s onder de loep. Het huidige Nederlandse loterijenstelsel is een duaal stelsel, waarin ruimte is voor staatsloterijen – die een monopolie hebben – en andere loterijen, die alleen kunnen opereren via een vergunning (onder het meervergunningenstelsel). Aanbieders die de markt op gaan onder het meervergunningenstelsel moeten hun opbrengst deels afstaan aan een goed doel. De BankGiroLoterij en Vriendenloterij zijn hier voorbeelden van.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Utrecht University

Uit het onderzoek van UUCePP blijkt dat het huidige duale stelsel juridisch toelaatbaar is. Wel zijn vereisten of verboden onrechtmatig wanneer deze gericht zijn op het verwezenlijken van economische doelstellingen of wanneer ze niet proportioneel zijn. Vanzelfsprekend mogen buitenlandse aanbieders niet worden uitgesloten. Dat is in strijd met de geldende Europese eisen. Het poolingverbod (het verbod op het vermengen van Nederlandse en buitenlandse loterijen) mag volgens de onderzoekers worden gerechtvaardigd. Pas als duidelijk aangetoond kan worden dat (verdere) doelstellingen van niet-economische aard, zoals consumentenbescherming, worden nagestreefd, zou het poolingverbod gerechtvaardigd kunnen worden. De Nederlandse overheid mag het poolingverbod dus niet inzetten om de eigen staatskas te spekken met eigen loterijen die onder het monopoliestelsel vallen.

Mede naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek constateerde voormalig minister van Rechtsbescherming Dekker al dat er geen noodzaak is tot herziening van het Nederlandse loterijenstelsel.

Coherent recht

Prof. mr. Elisabetta Manunza legt uit dat het van groot belang is dat de Nederlandse wet- en regelgeving aansluit op de Europese. Anders kunnen kansspelaanbieders zich tot de rechter wenden en een gerechtelijke procedure starten. Ze vindt coherentie als rechtsbeginsel in het algemeen, belangrijk. “Beslissingen van de overheid en geldende regelgeving moeten coherent zijn, ook met regelgeving waar deze onderdeel van is en andere relevante onderdelen van het recht en het rechtssysteem.” Manunza deed in 2016 ook al onderzoek naar de houdbaarheid van monopolies binnen het Nederlandse loterijenstelsel in opdracht van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de nationale wet- en regelgeving rondom kansspelen in de loop der jaren is verbeterd. Het stelsel is volgens haar steeds beter in lijn gebracht met het Europees recht.

Wetgeving omtrent overheidsaankopen en -verkopen

Er is nog een reden dat Manunza verheugd is over het onderzoek. “Hieruit blijkt opnieuw dat het aanbestedingsrecht andere belangrijke rechtsterreinen de laatste twintig jaar in grote mate heeft beïnvloed.”, vertelt ze. Het Europees aanbestedingsrecht, een relatief nieuw rechtsgebied, wordt volgens Manunza gekenmerkt door een sterke dynamiek. “Die heeft in de laatste vijftig jaar voor een flinke uitbreiding van dit rechtsgebied gezorgd. Steeds meer verschillende vormen waarmee de overheid de markt benadert, zijn gaandeweg aan competitieve toedelings- en verdelingssystemen onderworpen. Niet alleen dankzij regulering, zoals in geval van de overheidsáánkopen maar dankzij rechtsprocedures van marktpartijen nu ook schaarse vergunningen, zoals in het geval van kansspelen, verkoop van grond en gebouwen”, legt ze uit.

Manunza vertelt dat er in Nederland geen regulering bestaat die specifiek over de verkoop van onroerende zaken van de overheid gaat. In dat opzicht verschilt Nederland van andere lidstaten. Bij de kansspelen is dat anders. Hier is het EU-Verdrag wel van toepassing. Er bestaat echter geen secundaire regulering in de vorm van richtlijnen of verordeningen omdat de EU op het terrein van de kansspelen geen wetgevende bevoegdheden heeft. “Op het verkopen van eigendomsrechten is het EU Werkingsverdrag neutraal, door een bepaling die bepaalt dat het verdrag het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet laat. Door de afwezigheid van die regels is de rechtspositie van particulieren niet sterk.”

Manunza pleitte in diverse publicaties voor regelgeving rondom deze materie en was daarom verheugd dat de Hoge Raad onlangs oordeelde dat gemeenten gelijke kansen moeten bieden bij de verkoop van grond. De Hoge Raad baseert zijn beslissing niet op het verdrag of andere regulering maar op een van de oudste rechtsbeginselen: het gelijkheidsbeginsel.


Dat we wel regels hebben over het verwerven van eigendom, maar geen regels over het vervreemden daarvan, is niet coherent.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

“De vraag of je de schaarse rechten zoals bij kansspelen, of bij de verkoop van grond en gebouwen, moet verdelen in competitie – bijvoorbeeld met aanbestedingsprocedures – speelt al lang bij de rechter in Nederland”, vertelt Manunza. Waar bij overheidsopdrachten verregaande nationale en Europese wetgeving bestaat, is dat bij het verkopen of bezwaren van schaarse rechten niet in gelijke zin het geval. Europa laat de regulering van kansspelen bij de lidstaten en neemt een neutrale houding in bij de vervreemding van overheidseigendom. Wat dat laatste betreft, geldt dat de EU ‘indirect’ wel competitieve verkoop stimuleert. Als je namelijk niet tegen marktwaarde verkoopt, bestaat het vermoeden dat er staatsteun is verstrekt. Maar wat als er wel tegen marktwaarde wordt verkocht, maar niet via een competitieve procedure? Dan maken andere belangstellende burgers geen kans op het verkrijgen van dat onroerend goed. Volgens Manunza is dit niet alleen incoherent maar levert een ongelijke behandeling – vanuit dat perspectief – en dus onrechtmatigheid op. De uitspraak van de Hoge Raad is volgens haar een goede stap in de invulling van deze leemte. De wetgever is nu aan zet.

Vergelijkbaar met inbesteden

Meer vragen die bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel rezen, zijn direct te relateren aan de aanbestedingspraktijk. Zo zijn kansspelaanbieders die opereren onder het meervergunningenstelsel het lang niet altijd eens over de verplichte hoogte van de afdracht aan goede doelen. Manunza vergelijkt die afdracht met social return bij aanbestedingen. “Het gaat bij beide om het vrij verkeer van diensten en de vraag of beperkingen door de overheid wel of niet gerechtvaardigd kunnen worden”, legt ze uit.

Ook bij de kansspelen die vallen onder de monopolies, spelen aan aanbestedingsrecht gerelateerde zaken. Daarover is de afgelopen jaren al veel geprocedeerd. Manunza en haar collega’s toetsten het monopoliestelsel onder meer aan de toezichteisen die door het Hof van Justitie van de EU in inbestedingszaken zijn geformuleerd. “In het Europees recht geldt het coherentiebeginsel. Als het Hof van Justitie bij inbestedingszaken specifieke eisen aan het toezicht stelt, en een monopolie kenmerken vertoont van een inbestedingsconstructie, gelden die twee als ‘vergelijkbare’ terreinen. Dan dient er ook non-contradictie en coherentie te bestaan tussen de toezichtregels die in beide sectoren gelden.”, vertelt Manunza. “Als aan die eisen is voldaan, is één op één gunnen mogelijk. Ook daarbij is het dus belangrijk dat het nationaal recht en het Europees recht – dat voorrang heeft – coherent zijn.”

Zet die nationale bril af

Bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel ging het om de toets van nationaal recht aan het Europees recht. Manunza beklemtoont dat het aanbestedingsrecht in Nederland nog steeds door een nationaalrechtelijke bril wordt bekeken. En daar zitten risico’s – en dus nadelen – aan. “Als je dat doet, zie je niet alle mogelijkheden die er zijn. Veel kwesties hebben een Europees component, en dienen vanuit een Europeesrechtelijk perspectief te worden bestudeerd. Anders kom je tot de verkeerde conclusie. En als je het systeem van Europees recht in zijn geheel beheerst, kun je veel beter zien waarom zaken zo zijn of hoe je zaken kunt oplossen. Heel vaak laten we in Nederland oplossingen liggen omdat we dat systeem niet goed beheersen. Sommige zaken mogen en moeten soms zelfs in het nationaal recht worden ingevuld, en dat wordt onvoldoende gedaan.” Het is dus zaak dat juristen hun blik verbreden en over de landsgrenzen heen kijken, aldus Manunza.


Vaak laten we oplossingen liggen omdat we het Europese systeem niet goed kennen.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

Onterecht negatief over aanbesteden

Wat kunnen we nog meer uit dit onderzoek meenemen, als we kijken naar het aanbestedingsrecht? “In Nederland spreekt men nog veel te vaak in negatieve termen over aanbestedingen”, zegt Manunza. Ze wijst naar discussies over de rechtmatigheid van bestuurlijk aanbesteden. In Nederland is de zorg lang en vaak aan de hand hiervan ingekocht, met vaak negatieve gevolgen. “Dat laatste is een tijdje populair geweest, maar later moesten men ervan terugkomen. Met een kleine groep collega’s riepen we al langer dat het in strijd was met het Europees recht. Nu weten we dat zeker dankzij twee Europese rechtszaken over open house, ook een soort vergunningsstelsel. Door de verduidelijking die het Hof van Justitie daarin gaf, over open house, weten we nu dat open house mag, maar bestuurlijk aanbesteden niet.”

Volgens Manunza is men er zich alsnog onvoldoende van bewust dat het toepassen van open house negatieve effecten heeft, omdat de gunningfase ontbreekt. “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot ‘meer’: meer innovatieve, duurzame of sociale inschrijvingen. Daardoor kan alle kracht die bij de markt ligt onvoldoende worden benut met gevolgen voor de kwaliteit van de ingekochte goederen.” Volgens Manunza is de gunning een essentieel element om creatieve, innovatieve oplossingen uit te lokken.


De gunning is essentieel om vast te stellen of het éne bod beter is dan het ander.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht

“Vaak horen we zeggen dat aanbesteden ingewikkeld is. Dat komt omdat men niet eenvoudig kan uitleggen wat een aanbesteding is. Maar de essentie van aanbesteden is dat er aan een ieder gelijke kansen worden gegeven. Zo kun je laten zien dat je in die procedure de beste bent, zodat je een kans hebt om mooie dingen voor onze samenleving te doen. Het is een kwestie van rechtvaardigheid.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bescherming veiligheidsbelangen bij aanbestedingen moet beter

Vitale infrastructuren zijn kwetsbaar bij infiltratie van vijandige mogendheden binnen belangrijke overheidsdiensten. De aandacht voor dat probleem is de laatste twee jaar hard gegroeid. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht verkenden op verzoek van de Nationale Politie de juridische ruimte binnen geldende aanbestedingsregels. Het doel is de nationale veiligheidsbelangen in de toekomst beter te kunnen beschermen.

In het onderzoeksrapport ‘Naar een betere bescherming van veiligheidsbelangen bij de aankopen van de Nationale Politie: Een eerste verkenning van enkele aanbestedingsrechtelijke vraagstukken’ analyseren de onderzoekers het speelveld en doen zij aanbevelingen.

Naïef

De onderzoekers stellen dat Nederland minder naïef zou moeten zijn bij inkoop en gebruik van apparatuur en technologie uit het buitenland. Zulke overheidsopdrachten creëren veiligheidsrisico’s zoals verstoring van de continuïteit van vitale infrastructuur, spionage, weglekken van staatsgeheimen en onwenselijke afhankelijkheid.

Screeningssysteem

Nederland loopt achter in de trend om minder afhankelijkheid van ‘strategische goederen’ na te streven. Via wetgeving op EU-niveau zijn veiligheidsbelangen binnen aanbestedingsprocedures geborgd. ‘Onbetrouwbare’ ondernemers kunnen worden gescreend en eventueel uitgesloten, maar in Nederland bestaat geen screeningssysteem dat op nationale veiligheid bij overheidsaankopen is gericht. Toch krijgen veel overheden en nutsbedrijven hier vroeg of laat mee te maken. Voor hen is het nu ingewikkeld veiligheidsrisico’s af te stemmen met aanbestedingsregels.

Voorbeeld

Het Ministerie van Defensie kan als goed voorbeeld dienen. Dit ministerie beschikt over een screeningssysteem dat ruimte biedt voor strenge eisen aan de betrouwbaarheid van ondernemers. Ook de herkomst van geleverde of gebruikte producten valt onder toezicht. Het probleem van bescherming van nationale veiligheid bij overheidsaankopen is breder dan aankopen van Politie en Defensie.

Aanbevelingen

Een nationaal algemeen of specifiek (juridisch) screeningssysteem voor veiligheidsbelangen bij overheidsaankopen kan helpen in de aanpak. Tot die tijd blijft het voor overheden ingewikkeld welke aanbestedingsregelgeving in welk geval van toepassing is. Nationale veiligheid zal daardoor niet altijd voldoende mee worden gewogen in aankoopprocedures.

Bron: UU.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Three Strikes Out


De ene pandemie is nog nauwelijks uitgeraasd of de volgende dient zich al weer aan. Oorlog. Deze keer niet veroorzaakt door een virus, maar door één rus. Oekraïne weert zich kranig, terwijl het westen angstvallig toekijkt. En hoewel iedere parallel met ons dagelijkse werk mank gaat, ga ik toch een poging doen.

Is deze oorlog een ver van je bed show of heb je voor jouw organisatie al in kaart gebracht wat de gevolgen op korte en lange termijn zijn? Wacht je tot je leidinggevende er opdracht toe geeft? Of laat je het aan een chique consultant over?

Met alle respect, aanbesteder, inschrijver of contractmanager. Het ligt juist nu wel erg voor de hand dat je al een sourcing analysis gemaakt hebt. Jouw leveranciers en hun toeleveranciers heb je vanzelfsprekend tegen het licht gehouden. Komen er producten of delen daarvan uit Oekraïne en Rusland? Worden er bedrijven in de ketens geraakt door de Swift-beslissingen? Of misschien door een van andere sancties?

Voor een goede professional moet het inmiddels een abc-tje zijn om dat in kaart te brengen. Tel maar na. Eerst had je te maken met Brexit, die potentieel gevolgen had voor de goederen en diensten die je inkocht. Daarna heeft Corona je heel duidelijk gemaakt dat toeleveringsketens flink verstoord kunnen raken. Als je dan nu nog loopt te wijfelen, dan is het echt Three Strikes Out. Zet maar een kruisje bij ‘Ongeschikt’.

Een geluk bij een ongeluk voor aanbesteders is, dat men doorgaans weinig te maken heeft met buitenlandse leveranciers. Het overgrote deel van de aanbestedingen wordt gegund aan Nederlandse leveranciers. Zelfs zoiets eenvoudigs als schoonmaak blijkt lastig te verkopen over de grens, werd al eens betoogd in deze podcast. Eigenlijk is dat een enorm gemiste kans. Er moeten een enorme hoeveelheid goede leveranciers in het buitenland zijn.

Nou ja, behalve de afgelopen jaren dan.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijk vergoedt bouwers voor extra kosten Zeesluis IJmuiden

Bouwbedrijven BAM en VolkerWessels krijgen samen bijna 60 miljoen euro van het Rijk. De bouwers van ’s werelds grootste zeesluis gaven tientallen miljoenen euro’s meer uit dan begroot.

Deze opgelopen kosten zijn naar hun mening ook deels voor rekening van het Rijk als opdrachtgever. Een onafhankelijke geschillencommissie geeft hen gelijk in hun eis voor een vergoeding. Dat schrijft minister Mark Harbers van Infrastrucuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer.

Extra kosten

Rijkswaterstaat wijzigde contracten met de bouwbedrijven en moet daar nu 10,4 miljoen euro voor betalen. Ook is er 49,5 miljoen euro toegekend vanwege kosten die de bouwers moesten maken door allerlei vertragingen in het project. De totale kosten van Zeesluis IJmuiden vielen 112 miljoen hoger uit dan begroot. In een eerder stadium tekende het Rijk al voor tientallen miljoenen euro’s extra.

Tegenvallers

De bouw van de enorme zeesluis maakt het mogelijk dat grotere schepen de haven van Amsterdam kunnen bereiken. Vanaf het begin waren er tegenvallers in de bouw. Er lagen bijvoorbeeld meer kabels, leidingen en oude sluisdelen dan voorzien. Ook ondervonden de bouwers problemen met de constructie waarin de sluisdeuren moesten komen.

Bron: nu.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E9: Oekraïne, Beter Aanbesteden en het tweefasencontract


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Oorlog in Oekraïne

Ook in deze podcast kunnen we niet heen om de oorlog in Oekraïne heen. In Nederland ontstonden vragen bij decentrale overheden hoe om te gaan met deze oorlog. Zo hebben diverse gemeenten en waterschappen contracten met het Russische Gazprom. Kun je daar onderuit? En welke invloed heeft de oorlog op het aanbesteden?

https://www.aanbestedingscafe.nl/juridische-notitie-aanbestedingsvragen-russische-leveranciers-voor-decentrale-overheden/

https://www.aanbestedingscafe.nl/waterschappen-heroverwegen-contracten-gazprom/

Onderwerp 2: Tenderman

Ook Tenderman gaat niet voorbij aan de oorlog in Oekraïne. Want de echt inkoper is inmiddels wel voorbereid op een crisis, of toch niet?

Onderwerp 3:Tweefasencontract in de bouw wordt populairder

Bouwers als BAM en Heijmans schrijven zich niet langer in op grote Rijksaanbestedingen omdat die te risicovol zijn. Dat kan problemen opleveren voor de overheid. Tegelijkertijd wint het tweefasencontract, dat risico’s moet verminderen, aan populariteit. Is dat de oplossing?

https://www.aanbestedingscafe.nl/populariteit-twee-fasen-contract-groeit/

https://www.aanbestedingscafe.nl/bouwers-zien-af-van-grote-infraprojecten-rijk/

Onderwerp 4: Programma Beter Aanbesteden

Aanbestedingscafe.nl sprak met programmadirecteur Niels van Ommen over het programma Beter Aanbesteden. Is het volgens de gasten in de podcast zinvol om een nieuw programma op te starten?

https://www.aanbestedingscafe.nl/beter-aanbesteden-ken-de-kaders-zodat-je-elkaar-kunt-opzoeken-voor-echte-dialoog/

Met gasten Theo van der Linden, eigenaar van VDLC publishers, Richard Lennartz, directeur van UBR|HIS en Steven Oosterling, senior adviseur aanbesteden en contracteren bij 4Building.

Partner van Aanbestedingscafé:

Back to normal

Geen mondkapjes meer, geen anderhalve meter, (deels) terug naar kantoor… Nederland is weer open. Zelfs de drie zoenen lijken alweer razendsnel hun herintrede te doen – nee heren, zakelijk hoeft dat echt niet meer. Velen, waaronder ikzelf, vragen zich af hoe dit ‘nieuwe normaal’ eruit gaat zien. Wat heeft dit met aanbestedingen te doen? Nou, meer dan je denkt!

Vroegere tijden

Toen ik acht jaar geleden als bidmanager startte zaten we nog in het ‘oude regime’. Er waren weinig beperkingen. Aanbestedingen waren redelijk recht-toe-recht-aan: geen voorgeschreven lettertypes, regelafstand, marges en puntgroottes, niet anoniem en vooral generieke vragen die in een onbeperkt aantal pagina’s mochten worden beantwoord. Nu wil ik zeker niet terug naar dat laatste. Ik zie onze accountmanager nog naar zijn auto lopen met maar liefst zes dozen vol ringbanden, elk met meer dan honderdvijftig pagina’s (zes percelen, acht beoordelaars). Maar vragen als ‘hoe beoordeelt de inschrijver of de potentiële kandida(a)t(en) voldoe(t)(n) aan de gevraagde kennis, competenties en ervaring?’, ‘hoe handelt de inschrijver indien blijkt dat bepaald personeel slechts beperkt voor handen is, of als het matchingsproces niet tot het gewenste resultaat leidt?’ en ‘hoe zorgt de inschrijver dat hij van relevante ontwikkelingen in het vakgebied op de hoogte is?’ waren eenduidig en daarmee relatief eenvoudig te beantwoorden.

Aanbesteden voor gevorderden

Wat ik begrijp is dat dit soort vragen niet langer resulteren in discriminerende antwoorden. Ook is de markt veranderd en is er sprake van een chronisch tekort aan ICT-personeel. Logisch dat aanbestedende diensten op zijn minst bewijsmateriaal (prestatie-informatie) willen zien van dat de inschrijvers waarmaken wat ze beloven, dat het antwoord toetsbaar is. Maar vragen als ‘welke mechanismen onderkent u in zijn algemeenheid in een relatie voor levering ICT-resources tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer die zouden kunnen leiden tot het niet parallel lopen van de belangen van opdrachtnemer en opdrachtgever, welke mechanismen onderkent u in het bijzonder en als er verschillen tussen beide zijn, kunt u aangeven wat de oorzaak is?’ – waarbij de onderliggende doelstelling nog steeds is de best passende kandidaat aangeboden te krijgen –  schieten wat mij betreft het doel voorbij. En ook zinsneden als ‘voor opdrachtnemer geldt dat het paard wel naar de bron geleid kan worden, maar dat het paard niet gedwongen kan worden om te drinken. Hoe kan deze problematiek vermeden worden?’ – waar het gaat om kennisoverdracht – laten ons inschrijvers behoorlijk ‘puzzled’ achter. Als schrijver heb ik overigens wél enorm van deze prachtige metafoor genoten.

Het nieuwe normaal

Zojuist las ik in een bestek de volgende vragen: ‘welke maatregelen zal de inschrijver specifiek voor de opdrachtgever nemen om in deze krappe arbeidsmarkt toch steeds tijdig tijdelijke medewerkers met de juiste, schaarse kennis en competenties aan te kunnen bieden?’ en ‘hoe vult u het proces van behoud van kennis in met een werkbare rolverdeling tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en tijdelijke medewerker?’ Hè hè, ‘back to normal’, maar dan 2.0: specifieke, concrete vragen, toegesneden op de problematiek van de opdrachtgever, in een beperkt aantal pagina’s. Daar kunnen wij als inschrijver wat mee. Vasthouden dit nieuwe normaal!

Partner van Aanbestedingscafé:

Juridische notitie Aanbestedingsvragen Russische leveranciers voor decentrale overheden

De inval van Rusland in Oekraïne levert ook bij decentrale overheden veel vragen op. Kenniscentrum Europa decentraal heeft een juridische notitie opgesteld waarin veel aanbestedingsrechtelijke vragen worden beantwoord.

De afgelopen dagen kwam van veel verschillende kanten de vraag of het mogelijk is contracten met Russische leveranciers te beëindigen. Veel van deze contracten zijn volgens Europese regels aanbesteed en sommige lopen via Nederlandse dochterbedrijven. Vanwege de situatie in Oekraïne willen veel partijen van deze contracten af.

De belangrijkste conclusie uit de notitie is dat de aanbestedende dienst een lopend contract alleen eenzijdig kan ontbinden wanneer hierover in de overeenkomst afspraken zijn opgenomen. Anders bestaat het risico dat er een schadevergoeding aan de leverancier moet worden betaald.

Discriminatieverbod
Tegelijkertijd liggen er natuurlijk aanbestedingen in het verschiet. Om Russische leveranciers hiervan uit te sluiten, moet de Aanbestedingswet 2012 ter hand worden genomen. De decentrale overheid moet in de rol van aanbestedende dienst het discriminatieverbod altijd in acht nemen.

Ondernemingen die in Nederland zijn geregistreerd, vallen niet onder de economische sancties tegen Rusland. Zij zijn daarom niet uit te sluiten bij een eventuele nieuwe verplichte aanbestedingsprocedure. Het is niet duidelijk of dit nog op de agenda van de Europese Commissie staat. De situatie ontwikkelt zich echter per dag, dus die mogelijkheid kan zich later nog voordoen.

Notitie
De Juridische notitie Aanbestedingsvragen Russische leveranciers is te vinden op de website van Europa decentraal.

Bron: Europadecentraal

Partner van Aanbestedingscafé:

Populariteit twee-fasen contract groeit

Bij infrawerken en gemeentelijke opdrachtgevers wordt het twee-fasen-contract steeds populairder. De meest aanbestede contractvorm van het Rijk is met 63% vooralsnog het traditionele contract. Het aantal aanbestedingen bleef nagenoeg gelijk bij infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw. Bij bouwprojecten verschuift één en ander, zo blijkt uit onderzoek van Cobouw.

Het twee-fasen-contract damt risico’s bij grote complexe werken in, want pas na de eerste ontwerpfase in samenspraak met de opdrachtgever, komt de prijs voor de uitvoeringsfase op tafel. In bijna drie jaar tijd verzevenvoudigde de keus voor de twee-fasen contractvorm, zo blijkt uit cijfers van het Aanbestedingsinstituut Bouw en Infra. Het gaat om cijfers uit alle openbare Europese en Nederlandse aanbestedingen in de sectoren infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U).

Verdeling

De meeste twee-fasen-contracten zitten de afgelopen jaren niet bij gemeenten, Rijk of provincies. Voornamelijk speciale sectorbedrijven, scholen en universiteiten hebben deze contracten in portefeuille. Daarna volgen waterschappen en dan gemeenten.

Moderne contractvormen

Het twee-fasen-contract mag dan vaker voorkomen, het aantal ‘moderne’ contractvormen zakte tussen 2017 en 2020 juist, met name in de sectoren B&U en infradiensten. In de infrawerken is de daling van moderne contractvormen minder sterk. Binnen het Rijk geven Rijkswaterstaat en ProRail de meeste moderne contracten uit, met name Defensie houdt vast aan de traditionele vorm.

Meest aanbestede contractvorm

Wanneer de totale verdeling van contracten wordt bekeken, valt op dat het aandeel ‘traditionele’ contractvormen in de bouwsector gelijk blijft, ondanks de verschuivingen tussen twee-fasen-contracten en moderne contracten. Bij het Rijk blijft in 2021 de traditionele vorm met 63% de meest aanbestede contractvorm. In deze contractvorm beschrijft de opdrachtgever tot in detail wat de opdrachtnemer moet doen. Dit contract wordt wel in verschillende varianten gebruikt.

Krachtenbundeling

De markt bundelt kennis en krachten steeds meer, dat kan goed met twee-fasen-contracten. McKinsey noemde dit al in 2019 als één van de oplossingen voor risico’s die bij grote Rijkswaterstaat-projecten aan het licht kwamen.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Flinke stappen nodig om hoge verwachtingen publieke inkoopfunctie waar te maken

Uit verkennend onderzoek van Significant Synergy en Nevi naar de publieke inkoopfunctie in 2021 blijkt dat het inkoopveld sterk in beweging is. Er moeten nog flinke stappen worden gezet, met name in waardecreërende processen en ondersteunende infrastructuur. De verwachtingen van de publieke inkoopfunctie zijn hoog, zowel bij beleidsmakers als bij het bredere publiek.

Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats. Dit keer vulden zo’n 150 respondenten een vragenlijst in. Dit waren bijvoorbeeld inkopers, contract- en leveranciersmanagers of consultants. De spreiding op basis van inkoopvolume was ruim: van organisaties met een spend lager dan 50 miljoen euro tot meer dan 250 miljoen euro. De resultaten van het onderzoek werden besproken met experts binnen het publieke inkoopdomein.

Inkoop en aansturing

Allereerst ging het onderzoek in op de randvoorwaarden om inkoopdoelstellingen te realiseren. De belangrijkste randvoorwaarde vinden respondenten met 63% beschikbare tijd en capaciteit van medewerkers. Daarna volgen actueel informatiemanagement (42%) en beschikbaarheid van systemen voor contract- en leveranciersmanagement (42%). Populairste oplossing bij ondersteuning van de inkoopfunctie blijkt het contractmanagementsysteem te zijn, maar liefst 49% van de respondenten zet deze tool in. Ook de spend-analysetool (42%) en aanbestedingssoftware (40%) zijn veelgebruikte hulpmiddelen. Het meest gebruikte besturingsmodel is het centrale model (34%), gevolgd door gecoördineerd (28%), hybride (22%) en decentraal (16%).

Thema’s bij inkoop

Het inkoopbeleid van organisaties wijzigde de afgelopen jaren door gewijzigde doelstellingen (45%), verouderd beleid (28%) en veranderde aanbestedingswetgeving (28%). Belangrijk is de maatschappelijke bijdrage van het inkoopbeleid. Bijna de helft van de respondenten vindt dat onderwerpen als social return, innovatie en betrekken van het MKB nu echt in het inkoopbeleid verankerd zijn. De onderzoekers concluderen dat het goed gaat, maar beter moet. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks 83 miljard euro. Daarmee kan publieke inkoop grote maatschappelijke impact hebben.

Innovatie

Smart contracting zou volgens 24% van de respondenten een bruikbare innovatieve ontwikkeling kunnen zijn. In de praktijk blijkt vaak dat innovatie niet verder gaat dan automatisering van inkoperstaken. Ongeveer een derde van de respondenten geeft aan niet precies te weten wat innovatie voor inkoop kan betekenen. Hier is dus mogelijk nog veel te winnen.

Contract- en leveranciersmanagement

Ook op gebied van aandacht voor contract- en leveranciersmanagement liggen nog veel kansen. Zeker respondenten van organisaties met een spend tot 250 miljoen gaven aan dat daar maar weinig aandacht voor is. Zo’n 40% van de respondenten zegt dat er geen onderscheid tussen typen leveranciers wordt gemaakt bij het management van leveranciers.

Gezamenlijke inkoop

Externe hulp inschakelen of inkoopsamenwerkingen aangaan kunnen aanbestedende diensten helpen hun inkoopbeleid naar een hoger niveau te tillen. Met name voor diensten met een volume tot 150 miljoen euro is hier winst te behalen. Zij blijken nu nog maar weinig bijzondere aanbestedingsprocedures in te zetten. Opvallend is echter dat inkoopsamenwerking binnen het publieke domein maar op beperkte schaal plaatsvindt. Tussen de 7% en 30% van het totale inkoopvolume wordt gezamenlijk ingekocht en dan vooral bij grotere inkooporganisaties.

Meer aandacht

Na afloop van het onderzoek gingen experts in op de resultaten. Zij merken op dat rechtmatigheid eigenlijk steeds minder een issue zou mogen zijn. Tegelijkertijd zou er meer aandacht mogen zijn voor verdere ontwikkeling van de competenties, inspelen op actuele thema’s en het verlagen van toeleveringsrisico’s.

Bron: Significant Synergy

Partner van Aanbestedingscafé:

De Nota, leuker kunnen we het niet maken…

Menig artikel en rechtszaak gaan in op het nut en de noodzaak van vragen stellen tijdens een aanbestedingsprocedure. Raakt een inschrijver zijn rechten kwijt als hij geen vragen stelt? Welke commercieel gevoelige informatie moet en mag je delen? Zelden wordt ingegaan op het proces rondom de nota van inlichtingen. En eerlijk is eerlijk, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dit een leuk onderdeel van aanbesteden vindt.

De aanbiedingen van een adviseur voor het deelnemen aan een ontwerpteam zijn meestal gebaseerd op de fasering van de Standaardtaakbeschrijving (STB): een post voor de VO-fase, DO-fase et cetera aangevuld met een urenstaat voor aanvullende werkzaamheden. In fase 07 van de STB komt echter “Prijs en Contractvorming” (PC) aan bod. Een onderdeel dat traditioneel na het afronden van de TO-fase plaats vindt, maar met alle hybride, tweefasen en innovatieve contractvormen op elk moment in het ontwerpproces kan worden ingepland.

Ik ben nog geen offerte van een architect of constructeur tegengekomen die naast de VO-, DO-, TO- en UO-fase ook een post voor de PC-fase heeft meegenomen. Wel esthetische begeleiding tijdens de uitvoeringsfase. Dus PC wordt bewust of onbewust overgeslagen.

Wat betekenen al die afkortingen? 

  • VO = Voorlopig Ontwerp of Voorontwerp
  • DO = Definitief Ontwerp
  • TO = Technisch Ontwerp
  • PC = Prijs en Contractvorming
  • UO = Uitvoeringsgereed Ontwerp

Als er geen uren voor gerekend worden, is er ook geen tijd voor en worden de betreffende werkzaamheden tussen alle andere werkzaamheden ingepland. En gezien de workload bij menig architect, constructeur en installatieadviesbureau, is er weinig ruimte om er iets tussendoor te doen.

Kortom, de Nota van Inlichtingen krijgt niet altijd de aandacht die het document verdient.

De factor tijd

Los van het feit dat het inschatten van het aantal uren dat nodig is voor een aanbestedingsprocedure erg lastig is. Krijg je tien of honderd vragen? Zijn er één of drie vragenrondes? Reken je alleen het beantwoorden van de vragen (het invullen van een Excel-bestand) of ook de afstemming met de ontwerpteamleden die hiervoor nodig is?

En zoals hiervoor al is genoemd, het beantwoorden van vragen is ook niet leuk. Zeker als er vragen binnenkomen die jou erop wijzen dat je een ontwerpfout hebt gemaakt. Dit betekent herstelwerkzaamheden (lees: extra uren!), vaak binnen de tijdspanne waarin de Nota gepubliceerd moet worden (lees: stress!).

Gewezen worden op fouten, er eigenlijk geen tijd voor hebben maar wel snel moeten handelen en de betreffende kosten niet kwijt kunnen. Als dit het recept was voor een maaltijd, dan zullen de gasten die je hebt uitgenodigd voor een diner, met buikpijn vertrekken. Kortom, ruimte voor verbetering.

Als we beginnen met de standaard adviseursopdrachten uitbreiden met een (stel)post voor de Nota van Inlichtingen. Dus ook een post PC meenemen!. Dan gaan de uren die hieraan worden besteed niet ten koste van de ontwerpwerkzaamheden en wordt de betreffende inzet gewoon vergoed.

Vra-mi-bo

Wellicht moet het beleid ook zijn dat er niet meer wordt gewerkt met vragenrondes, maar met de mogelijkheid om continu vragen te stellen. Dit is toegestaan en gebeurt ook regelmatig. Voordeel is dat de werkdruk ten aanzien van dit onderdeel gelijkmatiger wordt verspreid. Tweede voordeel is dat – mochten er grote fouten zijn gemaakt – het ontwerpteam hier eerder op gewezen kan worden.

Softwarematig zou het proces ook beter ondersteund kunnen worden. Het rondsturen en samenvoegen van Excel-bestanden is iets uit het tijdperk van Windows 95. Dit kan zeker beter!

Last but not least, plan naast de vrij-mi-bo ook een vra-mi-bo in. Bij elke vijftig vragen (en antwoorden) een borrel! Het mag weer, en het maakt vragen beantwoorden een gezellige bezigheid.

De Nota van Inlichtingen, we kunnen het leuker en makkelijker maken!

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid gebruikt omstreden Chinese camera’s zonder dat te weten

Nederlandse gemeenten en overheidsorganisaties maken massaal gebruik van Chinese camera’s zonder dat ze daarvan op de hoogte zijn. Centraal overzicht ontbreekt bij diverse ministeries en gemeenten. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksplatform Follow the Money.

Follow the Money ontdekte dat 51 Nederlandse gemeenten Chinese camera’s gebruiken. Mogelijk zijn dat er meer. De Nationale Politie schafte 700 Chinese camera’s aan om verkeer te monitoren. Het ministerie van Financiën maakt ook gebruik van de camera’s. Bovendien zijn de camera’s ook geïnstalleerd in twee gerechtsgebouwen. Het gaat om camera’s van Chinese fabrikant Dahua en Hikvision. Dahua en Hikvision zijn deels in handen van de Chinese overheid. Als de Chinese overheid daarom vraagt, moeten de bedrijven data vrijgeven. Dat kunnen dus ook beelden zijn die in Nederland zijn gemaakt.

De VS verbood Amerikaanse bedrijven in 2021 zaken te doen met deze fabrikanten, omdat Dahua en Hikvision betrokken zouden zijn bij mensenrechtenschendingen. Dahua zou bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware hebben ontwikkeld om Oeigoeren te kunnen herkennen.

Politiecamera’s

Follow the Money vroeg decentrale overheden en overheidsinstanties naar de herkomst van camera’s die momenteel in gebruik zijn. Veel overheden konden niet aangeven van welke camera’s ze gebruikmaken. De Nationale Politie ontkende enkele weken geleden nog dat zij Chinese camera’s inzetten. Nu blijkt dat de 700 camera’s zijn ingekocht via een aanbesteding die is gewonnen door Connection Systems BV. Dat bedrijf werkt nagenoeg alleen met camera’s van Dahua. De camera’s van de Nationale Politie zijn inderdaad door die fabrikant geleverd. De camera’s die in worden gezet op het ministerie van Financiën zijn ingekocht door het Rijksvastgoedbedrijf.

Zowel ministeries als gemeenten hebben geen overzicht van de camera’s die zij gebruiken. Grote gemeenten zoals Den Haag en Amsterdam kopen die camera’s in via Europese aanbestedingen, waarbij leveranciers of tussenpersonen moeten vermelden welke camera’s zij leveren. Informatie over de herkomst van de camera’s is dus voorhanden, maar overheidsinstanties hebben die niet paraat.

Naïef

Vanaf 2019 hebben diverse kamerleden kamervragen gesteld over de aanwezigheid van Chinese camera’s in Nederland. Toenmalig minister van Justitie Ferd Grapperhaus liet toen weten dat het niet te achterhalen was hoeveel camera’s van Dahua en Hikvision actief zijn. Voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven ziet dat de regering terughoudend is bij het beantwoorden van vragen over dit soort kwesties. “De positie van Nederland ten opzichte van China zorgt voor ingewikkelde dilemma’s op het gebied van handel, mensenrechten en geopolitieke verhoudingen. Elke keuze heeft gevolgen, vandaar die terughoudendheid.”

SP-kamerlid Van Nispen stelt dat mensenrechten en veiligheid in aanbestedingen nog steeds ondergeschikt zijn aan de laagste prijs. “Beveiligingsapparatuur in de publieke ruimte kan noodzakelijk zijn, maar is ook een forse inbreuk op de privacy. Dan moet je niet het risico vergroten dat buitenlandse overheden deze data in handen kunnen krijgen. Veiligheid zal voorop moeten staan. We horen de tijd van naïviteit voorbij te zijn”

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

OM start strafrechtelijk onderzoek naar stichting Van Lienden

Het Openbaar Ministerie (OM) start een strafrechtelijk onderzoek naar de stichting van Sywert van Lienden. Het gaat om de Stichting Hulptroepen Alliantie, die in de coronacrisis betrokken was bij een mondkapjesdeal van de overheid. De fiscale opsporingsdienst FIOD heeft drie mensen aangehouden, waaronder Van Lienden zelf.

Van Lienden zegde bij de start van de coronacrisis in Nederland belangeloos hulp toe en regelde mondkapjes ter waarde van 100 miljoen euro voor de Nederlandse overheid. Nadien bleek dat de mondkapjes niet gebruik konden worden en dat Van Lienden en zijn compagnons miljoenen euro winst hadden gemaakt. Van Lienden erkende dit tijdens een uitzending van Buitenhof, maar zei wel dat het geld niet onrechtmatig was verkregen. Hij beloofde de winst een maatschappelijke bestemming te geven.

Oplichting

Uitzendbureau Randstad, dat kosteloos medewerkers inzette voor het project van Van Lienden, diende eind vorig jaar een aanklacht in tegen de stichting. Daarop is het OM een nu strafrechtelijk onderzoek gestart. “Justitie heeft nu kennelijk voldoende materiaal in handen voor een verdenking van oplichting”, zegt Randstad-advocaat Peter Plasman.

Volgens het OM zijn er mogelijk meer bedrijven betrokken geweest, op dezelfde manier als de stichting van Van Lienden. Daar doet het OM ook onderzoek naar.

Bron: NOS

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: gelijk speelveld?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over stroomlijning van een interview tijdens een aanbesteding.

Wat is er gebeurd?

Een aanbestedende dienst is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor het sluiten van een nieuwe raamovereenkomst met een vaste uitlener voor uitzendkrachten. De partij die niet voor gunning in aanmerking komt, heeft bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Zij stelt onder meer dat de interviewers de regie in handen hadden moeten houden door aan de hand van een lijst met vragen, die op gelijke wijze aan alle inschrijvers werd voorgelegd, een gelijk speelveld te creëren, zodat een objectieve beoordeling had kunnen plaatsvinden. Het wederzijds uitwisselen van goede en slechte ervaringen over de huidige dienstverlening mag daar geen onderdeel van uitmaken. Dit is volgens de partij ten onrechte wel gebeurd. De partij vordert dat de voorlopige gunning wordt ingetrokken.

Het resultaat

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen aanbestedingsrechtelijke regel is die dwingt tot een zo vergaande stroomlijning van een interview in een aanbestedingsprocedure. Dat zou de vrijheid van een beoordelingsteam om naar aanleiding van het verloop van het gesprek door te vragen ook te zeer inperken. Voor het verwijt dat de huidige samenwerking in negatieve zin is meegewogen in de beoordeling is geen steun te vinden in de voorlopige gunningsbeslissing en nadere motivering. De vordering van de partij wordt afgewezen.

Relatie tot de praktijk

Wees je bewust van de vrijheid van een beoordelingsteam om tijdens een interview door te vragen, maar zorg wel dat de vragen teruggevoerd kunnen worden naar de inschrijving. Een stroomlijning van een interview is niet noodzakelijk.

Bekijk de volledige uitspraak hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer inclusie en diversiteit door aanbestedingen (“Wij laten een non-binaire genderqueer de beoordeling doen”)

Soms denk ik dat ik in een ander universum leef. Als ik zo’n Joris Luyendijk hoor beweren dat de macht in dit land ligt bij ‘witte heteromannen met zeven vinkjes’ dan betwijfel ik of wij wel in hetzelfde land leven. In mijn Nederland word ik namelijk omringd door sterke en ter zake kundige vrouwen. Mijn huisarts is een vrouw, mijn notaris is een vrouw, mijn advocaat is een vrouw, mijn therapeut is een vrouw, mijn accountant is een vrouw, mijn minister van Financiën is een vrouw en op mijn vakgebied aanbesteden kom ik zowel aan de inkopende kant als aan de inschrijvende kant steeds meer super gemotiveerde en deskundige vrouwen tegen. Het is een kwestie van tijd totdat er net zo veel vrouwelijke als mannelijke CEO’s zijn. Ik geloof ook heel erg in het credo van de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb: ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’. Geef iedereen een goede start en gelijke kansen, en de talenten komen boven drijven, ongeacht afkomst, gender of kleur.  

Dat neemt niet weg dat het een goed idee is om bij aanbestedingen te kijken of diversiteit en inclusie een rol kunnen spelen bij bijvoorbeeld inhuur. We lopen daar wel tegen een rare afweging aan, want een van de grondbeginselen van het aanbesteden is het gelijkheidsbeginsel. Het bevoordelen (of benadelen) van bedrijven of mensen druist daar natuurlijk tegen in.  

Bij een grote aanbesteding voor assessment-diensten probeerde de aanbestedende dienst het als volgt op te lossen: “Inschrijver toont aan dat met de beschikbare instrumenten, vooroordelen tijdens het (pre) selectieproces zijn geminimaliseerd, zodat er Biasfree kan worden geselecteerd. Hiermee wordt Opdrachtgever in staat gesteld om Kandidaten te selecteren die mogelijk hinder ondervinden van een conventionele assessmentprocedure en manier van vraagstelling. Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.”  

Als ik dit soort teksten lees dan probeer ik me altijd in te denken wat de bedrijven gaan opschrijven. Er is ooit een onderzoek geweest dat aantoonde dat mannen hoger scoorden op intelligentietests, omdat die tests door mannen, en dus vanuit een mannelijk perspectief gemaakt waren. Maar dat hoorde ik twintig jaar geleden voor het eerst, dus je mag aannemen dat dat inmiddels verholpen is.  

Ik denk dat de inschrijvers zich nu uit zullen gaan putten in beschrijvingen over maatregelen om (ook onbewuste) voorkeuren te voorkomen: meerdere beoordelaars van verschillende pluimage, anonieme selectie, geen visueel contact als dat niet nodig is, illustraties en voorbeelden bij testen niet alleen gebaseerd op Westerse cultuur etc etc. Het zal voor de aanbestedende dienst overigens nog een heel probleem worden om de inschrijvingen te vergelijken. (Krijgt een psychologisch adviesbureau extra punten omdat er ook een non-binaire genderqueer in dienst is die de geschiktheid van kandidaten beoordeelt?)  

Het echte probleem zit in de laatste zin: “Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.” Kijk, dat kan niet. Als je die zin letterlijk neemt dan zou het volgende antwoord de meeste punten op moeten leveren:  

“Als erkend psychologisch adviesbureau proberen wij een zo eerlijk en objectief mogelijk beeld van de geschiktheid van kandidaten voor een functie te geven. Ons hele beroep is er zelfs op gericht om onderbuikgevoelens uit te sluiten en kandidaten zo eerlijk en objectief mogelijk te beoordelen. Omdat uw voorkeur uitgaat naar diversiteit in het personeelsbestand zullen wij speciaal voor uw organisatie deze principes verloochenen en er voor zorgen dat er door lichte manipulatie van de testresultaten meer mensen van kleur, meer mensen met een lichte psychische stoornis, meer mensen met een fysieke handicap, meer mensen met een bijzondere genderidentiteit en meer ouderen (leeftijdsdiversificatie!) in aanmerking komen voor de betreffende functies. Alleen dat garandeert een optimaal positief effect op de diversiteit binnen uw organisatie. ”  

Dat lijkt mij niet de bedoeling. Hoe moet het dan wel? Ik zou als aanbestedende dienst vooraf gaan praten met een aantal assessmentbureaus en ze gewoon de vraag voorleggen hoe je het beste kunt garanderen dat er bij de selectie van kandidaten geen ruis ontstaat door verschillen in gender, afkomst, kleur etc. Dat levert een pakket aanbevelingen op, en daar maak je eisen van, die gewoon voor iedere inschrijver gelden. De aanbesteding wordt beslist op de prijs en eventueel de andere gunningscriteria.  

Verder denk ik aan het volgende. Zo’n dertig jaar geleden kwam je de volgende zin nog wel eens tegen: ‘bij gelijke geschiktheid wordt de voorkeur gegeven aan een vrouw’. Of en hoeveel die zin geholpen heeft zullen we nooit exact weten, maar hij paste in het tijdsbeeld. Ik stel voor dat we nu weer zo’n soort zin opnemen, die moet helpen bij het creëren van diversiteit en inclusie bij overheidsorganisaties. Mijn voorstel: ‘Bij vergelijkbare kwaliteit van de kandidaten zal de aanbestedende dienst de diversiteit binnen het team waarin de betrokkene gaat werken mee laten wegen bij de uiteindelijke keuze’.  

Niet ‘gelijke’ kwaliteit maar ‘vergelijkbare’ kwaliteit, omdat volgens mij twee mensen nooit exact dezelfde kwaliteiten hebben, en niet ‘organisatie’ maar ‘team’ omdat het team het niveau is waar de diversiteit een rol speelt. Het gaat er niet om dat vrijwel alle administratief medewerkers van een organisatie van kleur zijn, maar dat er ook in de directie iemand van kleur komt te zitten.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Niet aanbesteden ICT-project leidde tot beschuldiging fraude

Gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo beschuldigden ICT-bedrijven en een ambtenaar van fraude nadat ze een groot ICT-project verzuimden aan te besteden. Volgens de directeur van één van de betrokken ICT-bedrijven, beschuldigden de gemeenten de betrokken partijen van fraude om onder de gevolgen uit te komen.

De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo kopen samen in via werkverband BUCH. De gemeenten wilden gaan samenwerken op één platform en huurden daarvoor ICT-bedrijven in. Ook al ging het om een opdracht van 12 miljoen euro, verspreid over vijf jaar, de gemeenten besteedden de klus niet aan.

Zooitje

De inkoopafdeling verzocht de ICT-bedrijven na enige tijd hun facturen aan te passen. Jeroen Camijn, directeur van betrokken ICT-bedrijf CA-Mijn-IT: “Er mochten aanvankelijk geen namen op staan van ICT-specialisten, later moest dat juist weer wel. Ik heb begrepen dat dat te maken had met het feit dat de ICT-projecten niet Europees waren aanbesteed, terwijl dat wel had gemoeten. Daarom moesten we op een bepaalde manier factureren. De afdeling inkoop van de BUCH maakte er een zootje van.”

Fraude

Na verloop van tijd zette het werkverband het project stop. Bij aanvang van het project hadden de gemeenten de ICT-bedrijven gevraagd een kostenbesparing van 1,4 miljoen euro per jaar te realiseren. Toen bleek dat doel niet haalbaar was door het stoppen van het project, beschuldigde de BUCH een ambtenaar van fraude. “Ik denk dat de algemeen directeur dat later moest verantwoorden aan de gemeenteraden. Hij kon niet vertellen wanneer die besparingen dan wel zouden worden gehaald. Ik denk dat hij toen heeft gedacht: als ik de kaart ’fraude’ trek, hoef ik het niet uit te leggen aan de burgers en de gemeenteraden”, zegt Camijn.

Schadevergoeding

De betreffende ambtenaar heeft van de gemeente een schadevergoeding van €75.000 ontvangen. Volgens Camijn heeft de BUCH al een ton uitgegeven aan rechtszaken. De gemeenten proberen nog steeds €280.000 euro op de ICT-bedrijven te verhalen. De rechter wees een eerste eis af, maar de BUCH gaat in hoger beroep. Dat dient in mei.

“Wij als kleine ICT-bedrijven zijn er klaar mee. We hebben dat gegoochel met facturen omdat er geen Europese aanbesteding was geweest nooit willen vertellen, ook om de BUCH niet te schaden. Maar nu zijn we het zat. We gaan zelf schadevergoeding eisen, in totaal zo’n 2 miljoen euro”, aldus Camijn.

Bron: Noord-Hollands Dagblad

Partner van Aanbestedingscafé:

12.000 euro voor een tweedaagse cursus


De grootste jungle in aanbestedingsland vormt zonder enige twijfel het woud aan opleidingen, trainingen en cursussen. Het aanbod inkoop- en aanbestedingsopleidingen is overweldigend. En het is niet bepaald eenvoudig om als onwetende goed onderbouwd een keuze te kunnen maken uit het aanbod. Bijkomend aspect zijn de torenhoge bedragen die gevraagd worden. En dat is nog los van de investering in tijd die je als professional of organisatie doet.

Aanbestedingscafe heeft een uitgebreide zoektool waar je het complete aanbod in kaart krijgt. Het overzicht toont ruim 250 opleidingen. Grote landelijke aanbieders staan erin, maar ook op aanbesteden toegespitste bedrijven. Daarnaast vind je er ook een hele waslijst aan eenmansbedrijven. Die overigens ook door een vrouw geleid kunnen worden.

Een ding hebben alle aanbieders gemeen: ze vragen astronomische bedragen voor hun product. Ze noemen dat overigens geen prijs, maar investering. Want stel je voor dat je denkt dat je onnodig geld uitgeeft! Waar die bedragen op gebaseerd zijn, mag Joost weten. Laat ik om dat te illustreren eens inzoomen op een training. Ik koos er een voor het aanbesteden van Werken. Deze training vind je bij verschillende aanbieders. Bij een opleider uit het oosten van het land volg je deze tweedaagse training voor een kleine 1.300 euro. Bij een klasje van tien deelnemers levert dat de aanbieder dus een 13.000 euro op. Minus zaalhuur, kopieerkosten en lunch blijft er nog een ruime 12.000 euro over. Dat is een vorstelijke vergoeding voor twee dagen werk. Een groter klasje geeft uiteraard een nog leuker rekensommetje.

De bandbreedte van de bedragen die gevraagd worden voor opleidingen, cursussen en trainingen is niet heel breed. Het verschilt wel iets, maar niet wezenlijk. Dat is te verklaren uit het feit dat de kwaliteit van de training vooraf nauwelijks te vergelijken is. Je bent zeer afhankelijk van de kwaliteit van het lespakket en de mate waarin de trainer in staat is kennis over te brengen. Een trainer kan zeer deskundig zijn, maar als hij of zij het niet kan overbrengen, dan is die kennis niet veel waard. In dat kader denk ik nog wel eens aan een van mijn hoogleraren van destijds. Zeer hoog geleerd, maar niet in staat om het over te brengen. Per saldo, waardeloos onderwijs dus. Ook het aantal jaar ervaring zegt niet veel. Denk maar terug aan je middelbare school. Daar liepen ook docenten rond die al jaren les gaven, maar geen idee hadden hoe ze kennis moesten overdragen.

Doet het er eigenlijk toe hoe goed de opleider is? Of wordt het succes grotendeels bepaald door de leerling? Uiteindelijk moet hij of zij de abstracte theorie in praktijk brengen. En het resultaat daarvan is de echte opbrengst van de opleiding.

Het vakgebied is enorm breed. De inzichten veranderen. Of je je nou laat opleiden door een grote club met een enorme staat van dienst, of door een cowboy die de klassieke lijnen wat vaker durft los te laten. Wat mij betreft is een ambitieuze aanbesteder nooit uitgeleerd.

Of zoals Einstein het ooit zei: “Het einde van leren, dat is de dood”.

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking klachtafhandeling bij aanbesteden gepubliceerd

Het ministerie van Economische Zaken heeft een handreiking gepubliceerd die overheden moet helpen bij het opzetten van een klachtenloket voor aanbestedingen. Het is de bedoeling dat het klachtenloket verplicht wordt voor elke publieke opdrachtgever. Het is één van de maatregelen ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden.

De handreiking geeft concrete handvatten en kaders voor het opzetten van een klachtenloket. De handreiking benadrukt dat een ondernemer doorgaans eerst vragen zou moeten stellen en dan pas, indien het antwoord niet toereikend is, over zou moeten gaan tot het indienen van een klacht. Daarnaast moet het klachtenloket onafhankelijk zijn, en moet er voldoende tijd zijn voor het afhandelen van de klacht. Degene die de klacht van de inschrijver behandelt, mag niet betrokken zijn geweest bij de aanbesteding die het betreft.

Procedure

In de handreiking staat een gedetailleerd stappenplan over de klachtenprocedure zelf. De inschrijver dient een klacht in, waarna het klachtenloket in overleg treedt met inschrijver en aanbestedende dienst. Het klachtenloket laat de aanbestedende dienst onder meer weten of de aanbesteding of standstilltermijn moet worden opgeschort. De aanbestedende dienst moet het advies van het loket overnemen, tenzij deze een afwijkend standpunt kan motiveren. De uitkomsten van de klachtenprocedure worden geanonimiseerd gecommuniceerd in de Nota van Inlichtingen. De inschrijver bepaalt vervolgens of deze vervolgstappen wil nemen.

Verbetering rechtsbescherming

Het klachtenloket moet ervoor zorgen dat inschrijvers klachten beter kunnen indienen, en dat opdrachtgevers deze sneller afhandelen. Pas na aanpassing van de Aanbestedingswet 2012 zal het klachtenloket daadwerkelijk verplicht worden gesteld voor publieke opdrachtgevers. Het is de bedoeling dat het klachtenloket periodiek geëvalueerd wordt door de aanbestedende dienst die het loket heeft ingesteld.

Bron: Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E8: Hoge inhuurtarieven, misbruik zorggeld en dure opleidingen


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

https://www.aanbestedingscafe.nl/scholen-besteden-inhuur-aan-om-hoge-inhuurtarieven-tegen-te-gaan/

Onderwerp 2: Kamer wil misbruik zorggeld en excessieve winsten aanpakken

De Tweede Kamer wil dat misbruik van zorggeld en excessieve winsten worden aangepakt. Het toezicht op zorgaanbieders moet worden verscherpt, zodat malafide zorgaanbieders geen gebruik kunnen maken van zorgbudgetten. Minister van Langdurige Zorg Conny Helder, erkent dat het toezicht op zorgaanbieders bij sommige gemeenten nog niet optimaal is ingericht. Zij belooft gemeenten beter te gaan ondersteunen bij het opsporen van fraude.

https://www.aanbestedingscafe.nl/kamer-wil-misbruik-zorggeld-en-excessieve-winsten-aanpakken/

Onderwerp 3: Tenderman

Dit keer buigt Tenderman zich over het opleidingsaanbod voor aanbesteders. Want er valt veel te leren, maar cursussen zijn ook schrikbarend duur. Een ‘vol’ klasje van tien cursisten levert zomaar 12.000 euro of meer op. En wat krijg je daar eigenlijk voor terug?

Met gasten Niels Uenk, directeur Public Procurement Research Centre, Alfred de Weert, directeur Tendermanagement bij CSU en Frans Slingerland, directeur Publieke Sector bij Supply Value.

Partner van Aanbestedingscafé:

Stinkende idealen: van slagveld naar proeftuin

Eén van m’n oude schoolvrienden is tegenwoordig ‘groene investeerder’; hij gaat in gesprek met duurzame ondernemers en stopt zijn geld in de initiatieven waar hij vertrouwen in heeft. Bij onze laatste borrel kwam hij net terug van een tiny housing project dat was afgeketst. Terwijl het idee zo mooi was; landbouwgrond gebruiken voor een beheerderswoning, een paar kleine betaalbare woningen en als kers op de taart een prachtig voedselbos voor de bewoners. Maar helaas. Klassiek gevalletje not-in-my-backyard, vertelde hij.

Ironisch wel. Middenin een woningcrisis klagen over je achtertuin als mensen voorstellen om voor zichzelf de kleinst denkbare woonruimte te bouwen. Maar daarnaast lag vooral de achterdocht van omwonenden in de weg. “Onder het mom van duurzaamheid kan je tegenwoordig alles verkopen”, kopte de lokale krant zelfs.

Stinkende idealen

En dat is wat je steeds vaker ziet: duurzame ambities worden gewantrouwd. Want idealen van een commerciële partij? Die stinken. Daar móet wel iets achter zitten. De focus van overheden ligt niet op hoe de aanbesteding creativiteit van ondernemers kan stimuleren, maar op hoe de uitvraag greenwashing voorkomt. Die angst is zo diepgeworteld dat aanbestedingen volledig worden dichtgetimmerd, en de bewegingsruimte van welwillende ondernemers wordt ingeperkt tot een schamel SROI-percentage van 2%.

Een tijdje geleden zagen we datzelfde wantrouwen richting OmbudsMan Aanbesteding (OMA). OMA is een stichting zonder winstoogmerk, opgericht door marktpartijen die het slagveld tussen inkopers en inschrijvers niet meer aan konden zien. Gestart omdat beide partijen niet genoeg hebben aan de rechter of de Commissie van Aanbestedingsexperts, maar in een vroeg stadium gebaat zijn bij laagdrempelig advies.

Denk bijvoorbeeld aan al die keren dat een vraag niet of onduidelijk wordt beantwoord. Of die aanbesteding die toch écht niet te rijmen is met de klimaatdoelstellingen voor 2030. Je kunt als inschrijvende partij moeilijk gaan doen, maar dan loopt het vaak al snel uit op een rechtszaak of verstoorde relatie. Met toegankelijk en praktisch advies in het voortraject maak je de relatie tussen inkoper en inschrijver veel gelijkwaardiger.

Maar al snel werden de idealen van OMA in twijfel getrokken. Marktpartijen met idealen, dat kán gewoon niet kloppen. Er dook een anonieme Tenderman op die vrijelijk aannames en korte metten maakte met het initiatief. Een andere column suggereerde dat de voorbeeldadviezen op de website onrealistisch zijn, terwijl ze rechtstreeks uit de praktijk komen. En lezers vroegen zich hardop af “What’s in it voor de initiatiefnemers?”.

Van voedselbos naar proeftuin

Misschien komt het door het tiny housing project, maar deze situatie doet me denken aan een voedselbos. Waar nieuwe generaties aan het zaaien zijn, terwijl de oudere generaties achterdochtig over het hek leunen: “Waarom plukken ze niet meer dan ze op kunnen?”

De waarheid is: omdat we zien dat het bos verschraalt als we op dezelfde voet doorgaan. We moeten slim en doeltreffend te werk gaan als we willen dat er morgen überhaupt nog wat te plukken valt. Dan zou het helpen als we dat voedselbos gebruiken als proeftuin, waar ruimte is voor goede én slechte ideeën. En dan heb je weinig aan cynisme, maar des te meer aan meedenken over de bedoelingen van betrokkenen en hoe we de doelstellingen samen bereiken.

Want of het nu gaat om woonruimte voor iedereen of eerlijke aanbestedingsprocedures; we zien allemaal dat het beter kan en moet. De tijd lijkt rijp om te experimenteren. Nu alleen nog een geschikte achtertuin zien te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Bredase aanbestedingen nog niet op orde

De gemeente Breda heeft in 2021 mogelijk voor 6 miljoen euro fouten gemaakt bij Europese aanbestedingen. De kans bestaat dat de jaarrekening wordt afgekeurd. Dat gebeurde in 2020 ook al, toen er voor 13 miljoen euro verkeerd werd aanbesteed. De gemeente werkt sindsdien aan het professionaliseren van de inkoop. 

De fouten komen voor bij uiteenlopende aanbestedingen, bijvoorbeeld voor de inkoop van smartphones, de uitbreiding van thuiswerkplekken, de bestrijding van de eikenprocessierups en de snelbalie bijzondere bijstand. Sinds het afkeuren van de jaarrekening over 2020 werkt de gemeente aan het doorvoeren van verbeteringen. De afdeling Control gaat alle lopende contracten na, op zoek naar fouten. Toch is CDA-raadslid Huib Jansen niet verbaasd over de fouten die nu aan het licht zijn gekomen. “Met het doorploegen van alle lopende contracten is het niet vreemd dat er nu weer 6 miljoen aan fouten is gevonden, maar goed is het niet. Als organisatie moet je jezelf achter de oren krabben.”

Jaarplanning

Wethouder Bedrijfsvoering Boaz Adank is tevreden over de voortgang van het verbeterproject. “Het verbeterplan is in volle uitvoering. Een belangrijke stap is het maken van een duidelijke jaarplanning. Hierdoor krijgen we meer overzicht in de te plannen aanbesteding en dat gaat ons enorm helpen. Daarnaast wordt het hele inkoop- en betalingsproces opnieuw ingericht en zijn er strenge controles. De impact van alle maatregelen op de teams inkoop en inhuur is echt groot.”

Bron: BN de Stem

Partner van Aanbestedingscafé:

Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen.

De gezamenlijke aanbesteding van 29 schoolbesturen in de regio Rotterdam en Den Haag in 2020 is een voorbeeld van een dergelijke aanbesteding. De schoolbesturen zetten een aanbesteding van 116 miljoen euro in de markt, en contracteerden vier uitzendbureaus. Daardoor konden de scholen maximale prijzen afspreken met uitzendbureaus. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

Korte termijn

Schoolbestuurders stellen dat het normaal is dergelijke bureaus in te huren. AOb-bestuurder Jelmer Evers is het daar niet mee eens. “De toename van tijdelijkheid, flex en uitzendconstructies voor onderwijzend personeel vind ik ontzettend problematisch. Ze maken die commerciële partijen steeds belangrijker en worden er alleen maar afhankelijker van. Het is een vorm van privatisering en commercialisering.” Volgens Evers maken scholen het probleem alleen maar groter door voor een kortetermijnoplossing te kiezen. Hij pleit voor het opzetten van invalpools en actie vanuit de overheid, om het lerarentekort structureel op te lossen.

Ronnie Geuzinge, hoofd bedrijfsvoering bij het Roelof van Echten College in Hoogeveen, erkent dat scholen de situatie in stand houden door te kiezen voor commerciële uitzendbureaus. Tegelijkertijd zitten scholen bij een tekort met de handen in het haar. “Moet je dan een vak niet laten geven omdat je niemand voor de klas hebt staan?” Het lerarentekort is in sommige regio’s zo groot dat ook detacheerders niet aan de vraag kunnen voldoen.

Bron: AOb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rekenkamer


Arno Visser is een man met overzicht en visie. Als President van de Algemene Rekenkamer overziet hij de uitgaven van de overheid. De financiële resultaten van ons land verschijnen in zijn rapporten. Cijfers laten zien waar het goed gaat en waar het beter kan. Ook ziet hij verschillen tussen ogenschijnlijk vergelijkbare onderdelen en gebieden in ons land. Doordat hij op een afstand kijkt, ziet hij soms beter dan de direct betrokkenen waar het goed gaat en waar kansen liggen. En geloof het of niet. Volgens de rekenmeester ligt de oplossing bij aanbestedingen. Zag je die aankomen? Ik leg het uit.

Visser opende dit jaar traditiegetrouw met een essay in Elsevier Weekblad. Daarin stelde hij de investering in goede digitale systemen aan de kaak. Volgens hem gaat daar nog altijd veel mis. Het vernietigende rapport van parlementaire onderzoekerscommissie onder leiding van Ton Elias is inmiddels acht jaar oud. Maar we hebben sindsdien elementaire lessen nog niet geleerd.

Een van de pijnlijkste confrontaties daarmee zien we volgens de rekenmeester in de huidige pandemie. 25 lokale GGD’en, die op hun beurt weer samenwerkingsverbanden zijn tussen een kleine vierhonderd gemeenten, blijken IT-technisch op verschillende onderdelen eigen systemen aangekocht te hebben. Op zich geen probleem, maar deze systemen bleken nauwelijks op elkaar aan te sluiten door het ontbreken van gedeelde uitgangspunten. Voor de leek op IT-gebied, denk aan een datum die je op allerlei verschillende wijzen kunt opslaan. Als dat niet aansluit dan valt er weinig tussen systemen uit te wisselen. In een medische omgeving is een datum dan nog een eenvoudig voorbeeld. De GGD-systemen bleken zo slecht met elkaar te communiceren, dat een goede verdeling van medische hulpmiddelen over het land onmogelijk bleek. Met als gevolg: tekorten aan de ene kant van het land, overschotten aan de andere kant.

Volgens Visser begint een goed gedigitaliseerde overheid bij standaarden. Voordat je iets aanschaft moet daar overeenstemming over zijn. Als er niet voldoende standaarden zijn, dan stel je die op. De versnippering van overheidsdiensten, hogere en lagere overheden en uitvoeringsinstanties hoeft volgens Visser een goede uitvoering niet in de weg te staan. Als ieder onderdeel zich maar onderwerpt aan de gekozen standaard. Dat laatste lijkt een flinke drempel. Maar volgens de praeses van de Rekenkamer hebben alle overheden daar een uitermate geschikt middel voor. Inderdaad. Aanbestedingen!

Inderdaad, luisteraar. Aanbesteden als middel om een hoger doel te bereiken. Als dat geen bemoedigend begin is van het nieuwe jaar!

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E7: Rank reversal, slechte contracten en vergeten aan te besteden


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Rank reversal bij relatieve methodes

In de vorige podcast bespraken we een onderzoek naar relatieve scoremethodes. Onderzoekers bekeken een groot aantal Nederlandse aanbestedingen en ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat. Zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden, veranderde de volgorde in de uitslag.

Fredo Schotanus, één van de onderzoekers, is te gast in deze podcast. Hij vertelt uitgebreid over het onderzoek, waarna we met onze gasten ook in gaan op de praktijk.

https://www.aanbestedingscafe.nl/pas-methoden-die-rank-reversal-toestaan-niet-toe-bij-publieke-inkoop/

Onderwerp 2: Contracten in de bouw

Onlangs opende Koning Willem-Alexander de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Een combinatie van BAM en VolkerWessels haalde dankzij een veel lagere prijs dan de concurrenten de opdracht binnen. Deze lagere prijs zou gerechtvaardigd zijn, dankzij ‘inventieve methodes’. Maar bij de realisatie viel dat toch tegen en trok Rijkswaterstaat de portemonnee. Is Rijkswaterstaat naïef geweest? En zijn aannemers de dupe van slechte contractering, of zit het probleem ergens anders?

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/01/25/ook-na-opening-blijft-de-nieuwe-zeesluis-ijmuiden-een-splijtzwam-a4083206
https://www.aanbestedingscafe.nl/contracten-een-kind-kan-de-was-doen/

Onderwerp 3: Tenderman

Het oog van Tenderman viel op een essay van Arno Visser, President van de Algemene Rekenkamer. Die schreef in weekblad Elsevier over het versnipperde IT-landschap van de GGD’en. Een goed gedigitaliseerde overheid begint bij het creëren van standaarden en het naleven daarvan. En laat aanbesteden daar nou net hét middel voor zijn!

Onderwerp 4: Nieuw inkoopbeleid en vergeten aan te besteden

In Limburg heeft gedeputeerde Ad Roest een voorstel ingediend die zou moeten leiden tot meer marktwerking. Als het aan de provincie ligt, stapt de provincie over op meervoudig onderhandse aanbestedingen bij opdrachten met een waarde van 20.000 tot 50.000 euro. De Provinciale Staten zien echter niets in het voorstel, omdat er dan voor de ca. 200 aanbestedingen per jaar extra personeel nodig is. Wie heeft gelijk?

En deze week werd bekend dat het ministerie van Binnenlandse Zaken 9 ton uitgaf aan een videoplatform dat nooit in gebruik genomen is. Door tijdsdruk was het project niet aanbesteed. In Amsterdam ontstond ophef over het inhuren van een directeur voor een lustrumcommissie, die een goede bekende van de burgemeester bleek. Burgemeester Halsema noemde het een bedrijfsongelukje. Met de twee ton die de gemeente al heeft uitgegeven, zit Amsterdam net aan de goede kant van de streep.

https://www.aanbestedingscafe.nl/limburgse-politiek-ziet-aangepast-inkoopbeleid-niet-zitten/
https://www.aanbestedingscafe.nl/videobelplatform-overheid-van-886-000-euro-niet-aanbesteed-nooit-gebruikt/

Gasten: Richard Lennartz (UBR|HIS), Steven Oosterling (4Building) en Fredo Schotanus (UU, Significant Synergy).

Reageren op de podcast? Mail naar [email protected].

Partner van Aanbestedingscafé:

Inhuur Amsterdamse programmadirecteur overschrijdt aanbestedingsdrempel

De gemeente Amsterdam heeft zonder aan te besteden een programmadirecteur ingehuurd, terwijl dat wel had gemoeten. De gemeente beëindigt de samenwerking per direct omdat de totale kosten voor de maand februari boven de aanbestedingsdrempel van 214.000 euro uitkomen.

Programmadirecteur Lennart Booij is ingehuurd om de viering van het 750-jarig bestaan van de stad Amsterdam te organiseren. Studentenblad Propria Cures ontdekte na een Wob-verzoek dat de totale vergoeding voor Booij in februari boven de aanbestedingsdrempel uit zou komen. De gemeente stopt de samenwerking nu per 1 februari en schrijft alsnog een openbare aanbesteding uit. Booij werd ingehuurd vanaf 2019. Oorspronkelijk was het idee dat hij 9 maanden werd ingehuurd, waarvoor hij 90.000 euro zou ontvangen. Hij bleef echter werkzaam voor de gemeente, waardoor de kosten voor zijn diensten veel hoger uitvielen.

Geen waarschuwingssysteem

Burgermeester Femke Halsema noemt de situatie in een brief aan de gemeenteraad ‘een fout die helaas vaker kan voorkomen in de gemeentelijke organisatie’. Ze stelt dat er geen waarschuwingssysteem is. Er had volgens Halsema eerder gestart moeten worden met een aanbesteding.

Bron: FD.nl, Propria Cures

Partner van Aanbestedingscafé:

Contracten, een kind kan de was doen

Als “adviseur aanbesteden en contracteren” is het altijd lastig om aan je kinderen uit te leggen wat voor werk je hebt. In die zin had ik beter brandweerman of politieagent kunnen zijn (los van de vraag of ik daarvoor geschikt ben). Maar eerlijk is eerlijk, één van de voordelen van de coronamaatregelen van het afgelopen jaar, is dat kinderen meer inzicht krijgen in het werk van hun ouders: de hele dag achter een beeldscherm zitten en bellen. Voorheen was het altijd ver weg in een kantoor waar je dan een keer langs reed en zei: “Kijk, hier werk ik”.

Papa, wat is contracteren?

Uit het archief haalde ik twee overeenkomsten. Toevallig een klassieke UAV-2012 aannemingsovereenkomst en een ontwerpopdracht voor een architect op basis van de DNR-2014.

Ik moest mijzelf inhouden om niet vol enthousiasme te gaan oreren over de verschillen tussen de UAV-2012 en de UAV-gc en voor en nadelen van de DNR. Dit sluit niet echt aan bij de belevingswereld van een prepuber. Na tien seconden stilte kwam de vraag waarom het ene document zoveel dikker was dan het andere.

Toen was ik stil…

Waarom bestaat een gemiddelde ontwerpopdracht die aan een architect wordt gegeven (aan het begin van een ontwerpproces) uit enkele pagina’s en wordt, in veel gevallen, de DNR (bijna) volledig van toepassing verklaard? Dikwijls is dit zelfs de offerte die door de architect is opgesteld en ondertekend wordt door de opdrachtgever. De aannemingsovereenkomst is daarentegen in veel gevallen een lijvig stuk proza met de nodige uitsluitingen van UAV en als het een beetje mee zit ook nog eens wat extra ontwerprisico voor de aannemer.  

Het verschil in de mate waarin de UAV en de DNR ongewijzigd worden toegepast is extra bevreemdend als je bedenkt dat de UAV door de markt (paritair door opdrachtgevers en opdrachtnemers) is opgesteld en de DNR is opgesteld door de adviseurs zelf. De DNR is in de basis dus redelijk voordelig voor adviseurs.

Is het de omvang van de opdracht (de totale advieskosten zijn circa tien tot vijftien procent van de totale bouwkosten) of is het vertrouwen in de adviseur zo veel groter dan het vertrouwen in de aannemer? Hoe groter het wantrouwen, hoe dikker het contract? Wellicht een combinatie. Mogelijk wordt in de fase waarin de architect wordt gecontacteerd, nog niet nagedacht over de aanbestedings- en contracteringsstrategie. Een onderwerp dat eigenlijk integraal uitgewerkt moet zijn voordat enig contract of opdracht wordt aanbesteed.

Wat zou het effect zijn op het ontwerpproces als dezelfde effort die in een aannemingsovereenkomst wordt gestopt, ook wordt besteed aan de adviseursovereenkomst? Mogelijk wordt de kwaliteit van het ontwerp beter en zou daardoor de aannemingsovereenkomst wat dunner kunnen worden. Het laatste is sowieso een mooi streven voor 2022.

Partner van Aanbestedingscafé:

Voormalig medewerkers Keolis ingezet bij aanbesteding concessie IJssel-Vecht

Voormalig medewerkers van vervoersbedrijf Keolis, die zijn ontslagen vanwege fraude bij de aanbesteding rondom de concessie IJssel-Vecht in 2020, zijn in dienst genomen door Qbuzz. Daar werken ze mee aan het binnenhalen van diezelfde, opnieuw uitgeschreven aanbesteding. Dat meldt RTV Oost.

In het voorjaar van 2020 bleek vervoerder Keolis geheime afspraken te hebben gemaakt met het Chinese bedrijf BYD. Dat bedrijf leverde elektrische bussen die essentieel waren voor het binnenhalen van de concessie IJssel-Vechtstreek. Toen de fraude aan het licht kwam, trokken de provincies Overijssel, Flevoland en Gelderland de gunning in. Daarna trad er een noodconcessie in werking. Momenteel loopt de nieuwe aanbesteding voor de concessie IJssel-Vecht, waaraan o.a. Keolis opnieuw meedoet.

Morele verantwoordelijkheid

Volgens RTV Oost zijn er twee voormalig medewerkers betrokken bij de inschrijving van Qbuzz. In een reactie stelt Qbuzz dat dat volgens het ov-bedrijf geen probleem is omdat de medewerkers niet zijn niet expliciet verbonden zijn aan of veroordeeld zijn voor de fraude. Qbuzz stelt dat het onlogisch zou zijn medewerkers uit te sluiten, omdat ook Keolis zelf niet is uitgesloten van de nieuwe aanbesteding voor de concessie IJssel-Vecht.

Volgens bedrijfsethicus Wim Dubbink ontloopt Qbuzz morele verantwoordelijkheid met deze aanpak. Ook oud-medewerkers zelf zouden zich hier niet voor moeten lenen. “Keolis heeft een boete van bijna drie miljoen euro gekregen. Die kregen ze niet omdat ze hier en daar per ongeluk een steekje hebben laten vallen. Dat is omdat er fraude is gepleegd”, zegt Dubbink.

Niet betrokken bij aanbesteding

Opvallend is dat Qbuzz niet expliciet ontkent dat er oud-Keolismedewerkers betrokken zijn bij de huidige aanbesteding. Volgens een woordvoerder van Qbuzz zijn er in 2020, voor de fraude van Keolis aan het licht kwam, meerdere Keolis-medewerkers overgestapt naar Qbuzz. Die zijn niet betrokken bij tenderactiviteiten van Qbuzz. Qbuzz wijst erop dat het binnen de ov-sector heel normaal is dat medewerkers tijdens een concessieovergang overstappen naar een andere werkgever.

Zowel Keolis als de provincie Overijssel willen niet reageren op de bevindingen van RTV Oost.

Bron: RTV Oost

Partner van Aanbestedingscafé:

Kwaliteit steeds belangrijker bij taxi-aanbestedingen

Dat vervoerders (extreem) laag inzetten bij Europese aanbestedingen voor taxivervoer is nog geen verleden tijd, maar kwaliteit en andere aspecten worden wel steeds belangrijker bij taxi-aanbestedingen.

Volgens Ronald Derks, senior adviseur contractbeheer bij Forseti, zijn lage inschrijvingen bij taxi-aanbestedingen nog steeds actueel. Vijf jaar geleden deed onderzoeksbureau SEO hier al onderzoek naar in opdracht van diverse vakbonden. De FNV trok begin vorig jaar nog aan de bel over abnormaal lage inschrijvingen. Tegelijkertijd komen aspecten zoals duurzaamheid, efficiency en communicatie vaker aan bod bij aanbestedingen. “Opdrachtgevers betalen graag een reële prijs voor goede kwaliteit. Deze ontwikkeling juichen wij toe, maar inschrijvers komen soms nog steeds met erg scherpe tarieven in een aanbesteding”, zegt Derks. Dat een betere beloning voor chauffeurs tot hogere kosten leidt, is volgens Derks al snel acceptabel voor opdrachtgevers. Lage kosten zijn dus niet langer leidend.

Het belang van contractbeheer

Derks stelt wel dat het belangrijk is dat zowel inschrijver als reiziger erop kunnen vertrouwen dat de winnende partij zijn afspraken nakomt. Daar ligt een taak voor de opdrachtgever. “Meer gunnen op kwaliteit is goed, maar zonder goede implementatie en goed contractmanagement is het een lege huls.”

Bron: taxipro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Limburgse politiek ziet aangepast inkoopbeleid niet zitten

Als het aan de provincie Limburg ligt, stapt de provincie over op meervoudig onderhandse aanbestedingen bij opdrachten met een waarde van 20.000 tot 50.000 euro. De Provinciale Staten zien echter niets in het voorstel.

Gedeputeerde Ad Roest vindt dat de huidige werkwijze, waarbij de provincie gebruikmaakt van enkelvoudige onderhandse aanbestedingen, tot onvoldoende marktwerking leidt. Daarom wil hij overstappen op meervoudig onderhandse aanbestedingen bij opdrachten ter waarde van 20.000 tot 50.000 euro. De provincie zou voortaan drie partijen moeten uitnodigen. Dat zou gevolgen hebben voor circa 210 aanbestedingen per jaar. De provincie zou er wel extra personeel voor moeten aannemen en opdrachten gaan twee tot vier weken later van start. In uitzonderlijke situaties zou afwijken van het nieuwe beleid mogelijk moeten zijn, als er bijvoorbeeld behoefte is aan specifieke expertise.

Geen politieke steun

Het provinciebestuur kan zelf beslissen het inkoopbeleid te wijzigen, maar legde het voorstel toch voor aan de Provinciale Staten (PS). Die verzetten zich tegen de voorgenomen wijzigingen, omwille van de extra belasting voor provincie en opdrachtnemer. D66 stelt dat er ook verkeerd aanbesteed kan worden met de voorgenomen wijzigingen. Alleen Lokaal-Limburg en de Partij voor de Dieren (PvdD) zagen brood in het voorstel. Volgens hen zou de nieuwe aanpak ertoe leiden dat niet steeds ‘dezelfde kliek’ opdrachten krijgt, en past het beleid in een nieuwe bestuurscultuur.

Gedeputeerde Roest legt eind dit jaar een nieuw voorstel aan de Statencommissie voor.

Bron: De Limburger, 1Limburg.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Experts vrezen voor overvloed ov-aanbestedingen

In 2024 loopt een groot aantal noodconcessies af. Omdat er de komende jaren veel ov-aanbestedingen plaats zullen vinden, kan dat leiden tot problemen bij decentrale overheden. Zij lopen het risico dat aanbieders minder interessante concessies links laten liggen, stellen ov-experts.

“Bij een te groot aantal aanbestedingen lopen overheden de kans dat concessies met een lagere kostendekkingsgraad, minder ontwikkelmogelijkheden of grotere risico’s minder succesvol worden dan anderen”, stelt Henk Meurs, bijzonder hoogleraar Mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling aan de Radboud Universiteit. Daarom werken decentrale overheden aan een aangepaste aanbestedingskalender. Dat moet leiden tot een beperkt aantal aanbestedingen per jaar, zegt Nico van Paridon, adjunct-directeur van de Vervoerregio Amsterdam. “Als we hier niets aan doen, moeten vervoerders straks kiezen op welke concessies ze wel en niet gaan bieden – met alle ellende van dien. Zij krijgen met overbelasting van de biedingscapaciteit te maken en dat betekent een strijd tussen decentrale overheden.”

Langere concessies

Naast een groot aantal aankomende aanbestedingen, zien de ov-experts nog meer uitdagingen voor de sector. Concessies worden steeds langer, waardoor nieuwe ov-bedrijven zich niet of nauwelijks kunnen inschrijven. Bij aanbestedingen wordt vaak om jarenlange ervaring gevraagd, en moeten vervoerders flink investeren in elektrisch vervoer. Ook timmeren overheden aanbestedingen nog te vaak dicht, waardoor ov-bedrijven verbetermogelijkheden niet door kunnen voeren.

Daar staat tegenover dat er ook veel positieve veranderingen zichtbaar zijn geworden. Vervoerders en overheden zijn de afgelopen jaren beter gaan samenwerken, er is meer vertrouwen ontstaan tussen partijen en het inkoopproces is geprofessionaliseerd. Sinds de introductie van marktwerking binnen het ov is de sector bovendien veel efficiënter gaan werken.

Bron: ov-magazine.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E6: Politie teruggefloten, waterstof en rank reversal


Of beluister de podcast in je favoriete podcast app:

Spotify
https://open.spotify.com/show/0wshAqwFYaDstBOYf5lJCN

Apple Podcasts
https://podcasts.apple.com/nl/podcast/de-gunningsfactor/id1542748108

Google Podcast
https://podcasts.google.com/feed/aHR0cHM6Ly9mZWVkcy5idXp6c3Byb3V0LmNvbS8xNDM4NDA4LnJzcw

 

Onderwerp 1: Waterstof

Voor de jaarwisseling hadden we in deze podcast al aandacht voor de commotie die in Den Haag ontstaan was rondom de aanbesteding van doelgroepenvervoer. De gemeente besloot om waterstof-aangedreven voertuigen uit te sluiten omdat waterstof als brandstof niet voldoende groen opgewekt zou kunnen worden. OrangeGas, een van de exploitanten van het waterstoftankstation in Den Haag, stapte daarop naar de rechter. De rechter besloot echter dat de gemeente in haar recht stond. 

Goed waterstofnieuws kwam er deze week uit Groningen. Daar wil de provincie voor deze zomer nog een aanbesteding afronden voor de inzet van waterstoftreinen, ter vervanging van vervuilende dieseltreinen. Arriva zou eigenaar worden van deze waterstoftreinen. Na het aflopen van de concessie zou de nieuwe uitvoerder van de lijn dan de treinen overnemen. 

  1. Arriva laat concessie liggen vanwege onbetrouwbare Chinese bussen 
  2. Groningen wil waterstoftreinen aanbesteden voor zomer 2022
  3. Rechter keurt uitsluiting Haagse waterstoftaxi’s goed
Onderwerp 2: ‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Onder meer hoogleraar Fredo Schotanus en emeritor professor Jan Telgen onderzochten een flink aantal Nederlandse aanbestedingen. Ze ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat bij toepassing van een veelgebruikte relatieve scoremethode, zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden. De uitkomst is strijdig met de huidige opvatting dat rank reversal bijna niet voorkomt. De onderzoekers stellen dat relatieve methoden die rank reversal mogelijk maken niet bij publieke inkoop gebruikt zouden moeten worden. Het is volgens hen in strijd met de principes van publieke inkoop. 

‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Onderwerp 3. Tenderman

Tenderman geniet nog in de sneeuw van een verlengde feestdagenvakantie. Daarom deze keer geen column maar een kleine reflectie op het onlangs gepresenteerde coalitieakkoord. Hoe vaak denken de gasten dat aanbesteding of een afgeleid woord voorkwam in het 50 pagina’s tellende akkoord?

Antwoord: 1 keer: “Voor deze coalitie is het mkb belangrijk.  Het groei- en innovatief vermogen van mkbondernemers en bedrijven wordt versterkt en ondernemerschap wordt gestimuleerd. Dat betekent onder meer een betere positie van ondernemers en een meer strategische benutting van overheidsaanbestedingen.”

Onderwerp 4. ‘Voortzetten politie-aanbesteding na advies CVAE is onzorgvuldig’

Onlangs schreef de Commissie van Aanbestedingsexperts op haar website dat de rechtbank Den Haag geoordeeld had dat het onzorgvuldig is om na een advies, waarin meerdere bezwaren gegrond zijn verklaard, zonder nadere toelichting en/of zonder verlenging van de inschrijftermijn de aanbestedingsprocedure voort te zetten. Dit overkwam de politie in een rechtszaak die door een van de inschrijvers was aangespannen.

‘Voortzetten politie-aanbesteding na advies CVAE is onzorgvuldig’

Gasten: Claire Lombert (Clairfort advocaten), Menno van Drunen (Supply Value), Theo van der Linden (VDLC publishers).

Reageren op de aflevering? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo: ‘Zorg voor werkbare termijnen na invoering nieuwe Gids P’

PIANOo raadt aanbestedende diensten in bepaalde gevallen een ruimere inschrijftermijn aan te houden dan wettelijk verplicht is. Door wijzigingen in de nieuwe Gids Proportionaliteit kunnen inschrijvers voorbereidingstijd tekortkomen, waardoor de kans op goede inschrijvingen afneemt.

De nieuwe Gids Proportionaliteit per 1 januari 2022 vraagt aanbestedende diensten meer rekening te houden met de belangen van potentiële inschrijvers. De Gids Proportionaliteit stelt bijvoorbeeld dat het bij complexe aanbestedingen verstandig is gebruik te maken van meerdere Nota’s van Inlichtingen. Daardoor kunnen inschrijvers meer tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op een aanbesteding.

TED en TenderNed

Daarbij worden aankondigingen sinds mei vorig jaar niet meer direct op TenderNed geplaatst, maar zit daar een vertraging van 48 uur in. Pas 48 uur na het verzenden van een aankondiging naar TED, het Europese aanbestedingenplatform, verschijnt deze op TenderNed. Omdat de inschrijftermijn gaat lopen vanaf het moment dat de aanbesteding naar TED wordt verstuurd, verliezen inschrijvers standaard twee dagen om de aanbesteding te bekijken of informatie op te vragen. Bij publicatie voor het weekend kan dat oplopen tot drie of vier dagen

Tijd tekort

PIANOo vreest dat potentiële inschrijvers tijd tekortkomen om zich voor te bereiden op een aanbesteding. Daarom pleit PIANOo ervoor om bij publicatie op vrijdagen, bij het organiseren van een schouw of bij gebruik van meerdere Nota’s van Inlichtingen een ruimere inschrijftermijn aan te houden dan wettelijk nodig is. Dat geeft inschrijvers meer tijd, waardoor de aanbestedende dienst een grotere kans heeft op goede inschrijvingen.

Bron: PIANOo

Partner van Aanbestedingscafé:

De samenleving kan veel leren van de aanbestedingswereld (en waarom Pieter Omtzigt geen held is)

Op de dag dat het nieuwe kabinet beëdigd werd, heb ik een avondje zitten zappen tussen de programma’s waarin de nieuwe ministers en staatssecretarissen aan mochten schuiven. Wat daarbij opvalt is de zuurgraad waarmee de journalisten en politieke duiders deze mensen benaderen. ‘Is er nog wel vertrouwen in de politiek?’, ‘Hoe kan een coalitie met dezelfde partijen nu voor een andere bestuurscultuur zorgen?’, ‘Mijnheer Rutte, bent u wel de geschikte man om 10 jaar wanbeleid ongedaan te maken?’.  

Het lijkt wel of er een deken van collectieve verbittering over de samenleving is gegooid waar geen enkele ruimte meer is voor hoop of positiviteit. Alles wat misgegaan is of misgaat wordt in grote bewoordingen uitgemeten, terwijl wat goed gaat amper aandacht krijgt. Ook lijkt het wel of het volstrekt onacceptabel is dat sommige beslissingen voor een bepaalde groep negatieve gevolgen heeft.  

Neem nou de coronamaatregelen. We hebben een clubje deskundigen (het OMT) die met modellen probeert te berekenen wat de gevolgen zijn van bepaalde maatregelen. Ik stel me zo voor dat zij zeggen: basisscholen dicht 100 besmettingen per dag minder, horeca dicht 50 besmettingen per dag minder, ’s avonds binnenblijven 75 besmettingen per dag minder, iedereen een mondkapje 30 besmettingen per dag binnen etc. Die informatie gaat naar het kabinet en die moeten vervolgens de knoop doorhakken. Kiezen ze voor de scholen, dan is de horeca ontevreden, kiezen ze voor de sportscholen dan zijn de theaters ontevreden, enzovoort. Toch moet er iemand kiezen en in ons land is dat gelukkig een democratisch gekozen regering die verantwoording hierover aflegt aan de volksvertegenwoordiging. Ook ik zet weleens vraagtekens bij de keuzes, maar één ding is zeker, we hoeven in Nederland niet bang te zijn dat de sportscholen tegen alle verwachtingen in toch open mogen blijven omdat de broer van Mark Rutte een sportschool heeft. Als een sector gedupeerd is dan mag een vertegenwoordiger van die sector bij Op1 of Jinek komen zeggen ‘dat het niet meer uit te leggen is’, waarna de presentator instemmend knikt.  

Ik denk vaak dat de samenleving een voorbeeld zou kunnen nemen aan de aanbestedingswereld. Wij hebben al sinds jaar en dag het probleem van de moeilijke keuzes. Vroeger noemden we dat EMVI (Economisch meest voordelige inschrijving) en tegenwoordig heet het Beste Prijs Kwaliteit Verhouding (BPKV). Ook deze methodiek wordt gekenmerkt door het feit dat we keuzes moeten maken. Bij een aanbesteding voor leerlingenvervoer is er een inschrijver die heel goed is in het begeleiden en coachen van de chauffeurs, er is een inschrijver die auto’s met heel veilig sluitende deuren heeft (geen vingers ertussen), er is een inschrijver die een app levert waarbij je met GPS precies kunt zien waar je kind zich bevindt, er is een heel flexibele inschrijver waarbij je tot het einde van de schooltijd het afleveradres kunt veranderen (niet thuis maar bij oma), er is een inschrijver die alleen maar elektrische auto’s heeft en dus heel duurzaam is, en er is een inschrijver die heel erg goedkoop is. Ga er maar aanstaan om dat te vergelijken en te wegen.  

Bovendien moeten wij bij aanbestedingen vooraf al bepalen hoe zwaar we ieder criterium meewegen. Ook dat is verdomd lastig. Als we bij een aanbesteding van bureaustoelen circulariteit het belangrijkste criterium maken dan kan het zo zijn dat we uitkomen op een stoel die ergonomisch minder verantwoord is en gaat leiden tot rugklachten bij 10% van de gebruikers. Aanbesteden is voortdurend dit soort afwegingen maken en daarin keuzes maken.  

Het mooie is dat de aanbestedingscommunity (zowel inkopers als inschrijvers) hier op een realistische en volwassen manier mee omgaat. Wij zijn het regelmatig niet met elkaar eens, maar teleurgestelde bedrijven staan niet met een fakkel op de stoep van het gemeentehuis als ze het net niet gewonnen hebben. Ze maken wel gebruik van hun recht om een klacht in te dienen bij de aanbestedende dienst of de Commissie van Aanbestedingsexperts, en soms beginnen ze zelfs een rechtszaak. Ook dat laatste is een teken van volwassenheid. Je begint toch een rechtszaak tegen je potentiële en beoogde klant. In het ‘normale’ leven zou dat de verhoudingen erg op scherp zetten, in de aanbestedingswereld is het een geaccepteerd verschijnsel. Vrijwel iedereen begrijpt dat we bij onenigheid onafhankelijke rechters een oordeel kunnen laten vellen. Een mooie ontwikkeling.  

Wat mij persoonlijk erg bevalt aan de aanbestedingswereld is dat we geen helden hebben. Iemand als Kashiwagi die beweerde dat zijn methode als een soort zwaartekrachtwet tot de juiste leverancier leidt, wordt welwillend aangehoord, maar we blijven kritisch, en proberen het positieve in de methode te blijven zien. De echte helden zijn de duizenden mensen, inkopers en bidmanagers, op de werkvloer die iets proberen op te lossen en het steeds iets beter te doen. Pieter Omtzigt is een uitstekend kamerlid en hij verdient alle lof voor het feit dat hij de toeslagenaffaire aan het licht heeft gebracht. Een held zou hij zijn als hij staatssecretaris van Financiën was geworden en had gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat er over twee jaar nooit meer zo iets dergelijks zou kunnen gebeuren.  

Wij, hier in de aanbestedingscommunity, zijn wel helden, kleine helden. We weten dat de wereld niet in een dag veranderd kan worden, maar we proberen met de middelen die ons ter beschikking staan zo goed en zo eerlijk mogelijk zaken te doen. Het gaat met vallen en opstaan, maar we blijven doorgaan.  

Iedereen een heel gelukkig 2022!  

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Methoden voor het selecteren van leveranciers die rank reversal mogelijk maken, zouden niet moeten worden toegepast bij publieke inkoop. Dat betogen Fredo Schotanus, Gijsbert van den Engh, Yoran Nijenhuis en Jan Telgen in hun onderzoek naar rank reversal in gunningsmodellen die gebruik maken van relatieve scoremethoden.

De wetenschappers onderzochten 303 Nederlandse aanbestedingen. Ze ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat bij toepassing van een veelgebruikte relatieve scoremethode, zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden. De uitkomst is strijdig met de huidige opvatting dat rank reversal bijna niet voorkomt. Volgens de onderzoekers is dat een vaak geopperd argument vóór het gebruik van deze methoden.

Rank reversal slaat op de wijze waarop inschrijvingen gerangschikt worden. Wanneer er een niet-winnende inschrijving wordt toegevoegd of verwijderd, kan er door rank reversal een nieuwe winnende inschrijving ontstaan. Het toevoegen of verwijderen van een niet-winnende inschrijving kan dus invloed hebben op de uiteindelijke gunning.

In strijd met principes

De vier concluderen dat relatieve methoden die rank reversal mogelijk maken niet bij publieke inkoop gebruikt zouden moeten worden, uitzonderingen daargelaten. Het is volgens hen in strijd met de principes van publieke inkoop. Ook zou het in het algemeen leiden tot een minder goede prijs-kwaliteit verhouding van de inschrijvingen.

Bron: Sciencedirect.com

Partner van Aanbestedingscafé:

Groningen wil waterstoftreinen aanbesteden voor zomer 2022

De provincie Groningen wil voor de start van de zomer van 2022 vier waterstoftreinen hebben aanbesteed. Als dat lukt, kunnen de waterstoftreinen in 2025 gaan rijden op regionale lijnen. Groningen is de eerste provincie die overstapt op waterstoftreinen.

Er is 52 miljoen euro nodig om de aankoop van de vier treinen te financieren. Daarvan moet 10 tot 15 miljoen euro van de Nederlandse overheid komen. 5,8 miljoen is toegezegd door de Europese Unie. De provincie moet dan wel 20 miljoen euro lenen bij de Europese Investeringsbank. Daarnaast stelt de overheid 12 miljoen euro beschikbaar voor een waterstoftankstation.

Het is de bedoeling dat de waterstoftreinen onder meer op de lijn richting Stadskanaal en op de Wunderline richting Duitsland gaan rijden. In 2020 werden proeven uitgevoerd, waaruit bleek dat de waterstoftreinen een goede vervanger zijn voor de huidige dieseltreinen. Ze zijn zuiniger en 50% stiller.

Eigenaarschap

Er lopen gesprekken met vervoerder Arriva, die momenteel het regionale treinvervoer in Groningen verzorgt. Arriva wordt hoogstwaarschijnlijk eigenaar van de nieuwe waterstoftreinen. Als een ander bedrijf het vervoer in de toekomst op de Groningse lijnen gaat verzorgen, zal deze ook de waterstoftreinen overnemen.

Bron: GIC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Arriva laat concessie liggen vanwege onbetrouwbare Chinese bussen

Vervoerder Arriva dingt niet meer naar de concessie IJssel-Vechtstreek. Arriva wil de 259 elektrische bussen van Keolis niet overnemen vanwege aanhoudende technische problemen. Arriva kan te weinig concurreren met andere inschrijvers als de vervoerder de eigen inkoop niet mag regelen.

De bussen die vervoerder Keolis aanschafte voor de vorige aanbesteding, kampen regelmatig met technische problemen. In december stonden er nog zestig bussen te wachten op reparatie. CEO Anne Hettinga stelt dat Arriva zelf wil bepalen met welk materieel de vervoerder rijdt. “We hebben er serieus naar gekeken, maar de verplichte overname van het Chinese materieel – inclusief alle contracten voor garantie, service en onderhoud – maakt dat voor ons onmogelijk. Daar hebben we geen zin in”, zegt hij. De coronapandemie speelt volgens Arriva geen rol bij de keuze af te zien van inschrijving.

Volgens Hettinga kan Arriva onvoldoende het verschil maken als het bedrijf niet zelf contracten kan afsluiten. “Daar kun je bij een aanbesteding een fors verschil op maken, daar ligt voor een deel de power van een groot bedrijf als Arriva. Die commerciële speelruimte is er nu niet.”

Noodconcessie

De inschrijving voor de concessie IJssel-Vechtstreek sloot op 15 december 2021. De nieuwe aanbesteding volgt op de noodconcessie die ingesteld werd nadat bleek dat Keolis had gefraudeerd bij de laatste aanbesteding in 2020. Tot de nieuwe concessie is vergeven, verzorgt Keolis het vervoer op de noodconcessie. De winnaar van de concessie mag het busvervoer in Gelderland, Overijssel en Flevoland de komende dertien jaar gaan verzorgen. De overname van de door Keolis ingekochte bussen is onderdeel van de aanbesteding.

Bron: De Stentor

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Mutsaers: ‘Aanvullende wetgeving is een goede ontwikkeling’

Ondernemers in Nederland hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming tekortschiet. “Je kunt op dit moment eigenlijk maar één keer beroep aantekenen in een aanbestedingszaak, een hoger beroep is haast onmogelijk”, zegt Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman en gespecialiseerd in het Europese en Nederlandse aanbestedingsrecht. “Binnenkort komt de wetgever met aanvullende wetgeving. Dat lijkt mij een prima ontwikkeling.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Matthijs Mutsaers, advocaat Hekkelman Advocaten

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Na mijn studie privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen ging ik als advocaat aan de slag in de algemene overheidspraktijk. Mijn toenmalige patroon betrok mij in haar onteigeningspraktijk, maar dat rechtsgebied bleek mij minder goed te liggen. Zij stelde voor dat ik me eens zou verdiepen in aanbestedingsrecht. Daar heb je veel actie, veel kort gedingen en niet al te lang lopende dossiers, zo gaf ze aan. Dat bleek een schot in de roos. Het kantoor waar ik toen werkte, deed veel in aanbestedingsrecht en die zaken kwamen op mijn bordje terecht. Er was toen nog niet zoveel Nederlandse regelgeving over aanbesteden; er waren feitelijk alleen Europese richtlijnen. Die puzzel sprak me aan. Ook de enorme variëteit in zaken, van het inkopen van kogelwerende vesten voor de NAVO-troepenmacht tot de bouw van een hoofdkantoor van een nutsbedrijf, maakte het ontzettend leuk.”  

Wat vind je nog meer leuk aan aanbestedingsrecht?
“De afwisseling en de juridische uitdaging: de wisselwerking tussen Europees en Nederlands recht, maar ook met subsidierecht. Het levert een interessante puzzel op om die systemen allemaal in elkaar te passen, afhankelijk van de materie die wordt ingekocht. De manier waarop Nederland de Europese aanbestedingsregels in nationale wetgeving heeft omgezet, is niet altijd even duidelijk. Dit levert interessante vraagstukken op.”

Sta je meestal aan de kant van de aanbesteders of van de inschrijvers en wat heeft je voorkeur?
“In de meeste gevallen sta ik aanbesteders bij. Hekkelman heeft een stevige overheidspraktijk en aanbestedende diensten vinden het fijn als je hun taal spreekt. Ik heb zelf niet per se een voorkeur. De overheidspraktijk past mij wel goed, ook door de maatschappelijke en politieke component. Die maakt het extra uitdagend en leuk om te doen.”

“Ik zie de rechtszaal regelmatig vanbinnen als vertegenwoordiger van aanbesteders. Bijvoorbeeld als een inschrijver die op de tweede plaats is geëindigd, het niet eens is met de waardering van zijn inschrijving, omdat die volgens hem te laag is. Dan moeten wij de rechter uitleggen waarom die waardering wél juist is en dat het ook wettelijk deugt. Soms wordt ook beweerd dat de nummer 1 van de inschrijving niet voldoet aan de eisen of dat er sprake is van manipulatieve inschrijving. Er kunnen allerlei soorten leuke zaken op je bord komen.”

“Als ik voor inschrijvers optreed, zie ik de andere kant van de medaille. Dat is goed, omdat je zo meer begrip krijgt voor beide kanten. Ik vind het heel waardevol om beide kanten op een goede manier te kunnen bedienen en bij te staan. En met mijn kennis van aanbestedende diensten kan ik ook aan inschrijvers uitleggen wat aanbesteders belangrijk vinden en hoe de inschrijving daarop is af te stemmen.”


De manier waarop Nederland de Europese aanbestedingsregels in nationale wetgeving heeft omgezet, is niet altijd even duidelijk. Dit levert interessante vraagstukken op.

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak aan?
“Ondernemers die willen deelnemen aan een aanbestedingsprocedure komen regelmatig al met vragen voordat zij inschrijven op de aanbesteding. Ze willen dan bijvoorbeeld weten of bepaalde eisen proportioneel zijn. Of ze zijn op zoek naar de beste manier om als samenwerkingsverband in te schrijven. Maar er komen ook vragen langs over uitsluitingsgronden en aanbestedingsdocumenten. In veel gevallen kun je dan al op strategisch niveau meedenken met inschrijvers. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat hun positie verzwakt door het stellen van bepaalde vragen, of door te adviseren zo vroeg mogelijk bezwaar te maken tegen bepaalde eisen. Zeer diverse vragen dus.”

Welke zaken maken op jou de meeste indruk?
“De zaken waarin een onervaren inschrijver terzijde wordt gelegd vanwege een vormfout. Als ik de aanbestedende dienst daarover moet adviseren, leidt dat soms tot onbevredigende situaties. Dat zijn pijnlijke zaken en dat doet ook wel iets met je rechtsgevoel. Het is dan misschien juridisch wel de juiste uitkomst, maar geen bevredigende. Je wil natuurlijk op inhoud beoordelen, dus het is zonde als je daar door formaliteiten niet aan toekomt. Wat ook indruk maakt, is als de zittende dienstverlener zijn contract kwijtraakt aan een concurrent. Dit heeft dan grote gevolgen voor die ondernemer en zijn personeel. Maar er zijn natuurlijk ook zaken die in positieve zin indruk maken: een zwaar bevochten overwinning in de rechtszaal of een baanbrekende rechterlijke uitspraak.”

Welk moment in je carrière staat je het meest bij?
“Ik heb allerlei mooie en interessante zaken meegemaakt. Er sprong er voor mij één in het bijzonder uit: een zaak waarin ik een aanbestedende dienst vertegenwoordigde. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU: zij wilde weten of het Nederlandse systeem van rechtsbescherming in aanbestedingszaken voldeed aan de Europese regels op dat vlak. Ik mocht die zaak schriftelijk bepleiten, samen met vertegenwoordigers van de Nederlandse Staat. Wij hebben toen bepleit dat het Nederlands systeem wel degelijk voldoet aan Europese eisen en voorwaarden en het Hof van Justitie is daarin meegegaan. Dit was de eerste prejudiciële procedure die ik meemaakte.
Het is ook nog steeds een actueel onderwerp. Ondernemers hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming in aanbestedingszaken in Nederland tekortschiet. Uit een arrest van de Hoge Raad van een aantal jaren geleden volgt dat een afgewezen inschrijver eigenlijk maar één keer beroep kan aantekenen tegen een gunningsbeslissing en dat een hoger beroep op aanbestedingsrechtelijke gronden praktisch haast onmogelijk is. Binnenkort komt de wetgever daarom met aanvullende wetgeving. Dat lijkt mij een prima ontwikkeling.”


Ondernemers hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming in aanbestedingszaken in Nederland tekortschiet

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?
“Dat is een moeilijke vraag, want het is maar waar je naar kijkt. Als ik het beperk tot mijn eigen praktijk, zie ik dat de wil van aanbesteders er is om het zo goed en zorgvuldig mogelijk te doen. Natuurlijk gaat er soms wat mis. Maar in de rechtspraak zie je dat in de meeste gevallen de aanbestedende dienst in het gelijk wordt gesteld door de Nederlandse rechters. En dat Nederlandse zaken niet zo vaak bij het Europese Hof van Justitie terechtkomen. Daaruit zou je kunnen concluderen dat Nederlandse aanbestedende diensten het best goed doen.”

Zijn er verbeterpunten?
“Altijd. Zo kan de wetgeving op onderdelen duidelijker worden geformuleerd. Het ligt op de weg van de wetgever en de Eerste en Tweede Kamer om daar kritisch naar te kijken. Worden Europese regels wel goed vertaald naar Nederlandse regels? En op sommige punten is aanvullende wetgeving nodig.”

“Daarnaast kunnen sommige aanbestedende diensten nog verbeteren qua professionaliteit. Leef én lees je goed in in de branche van de aanbesteding. Weet wat gebruikelijk is in die branche en wat wel en niet haalbaar is. Ook bij bepaalde contractuele voorwaarden moet je weten of dat gebruikelijke eisen zijn en of inschrijvers daar wel aan kunnen voldoen. Als de aanbesteding al loopt, zijn zulke zaken moeilijk aan te passen, dus verdiep je daar vooraf in.”

“Van inschrijvers kun je eigenlijk hetzelfde zeggen: ook zij moeten zich goed verdiepen in de wensen en verwachtingen van de aanbestedende dienst en hun aanbieding daarop aanpassen. Stel in een zo vroeg mogelijk stadium kritische vragen en wacht niet tot het laatste moment. Voor beide partijen geldt dus: lees en leef je in elkaars positie in. Daar voorkom je een hoop ellende en rechtszaken mee.”


Te veel regels maken het aanbestedingsproces ook erg complex. Hier heb ik gemengde gevoelens bij.

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Welke ontwikkeling valt je op sinds de start van je carrière?
“Ik zie een enorme toename in het aantal aanbestedingsregels. De huidige aanbestedingswet is een zeer lijvig document. Dat is misschien ook wel onvermijdelijk. Als je de aanbestedingsprocedure en – voorwaarden slechts op hoofdlijnen beschrijft, is dat voer voor rechtszaken. Hieruit volgt jurisprudentie, die later vaak wordt vertaald in een wet. Dat leidt dus vanzelf tot meer, gedetailleerdere regels. Maar te veel regels maken het aanbestedingsproces ook erg complex. Dus hier heb ik gemengde gevoelens bij.”

“Daarnaast zijn er steeds meer actoren actief in aanbestedingsrecht, zoals de accountant die meekijkt of contracten op de juiste manier tot stand zijn gekomen. Ook is er de Commissie van Aanbestedingsexperts en een klachtenregeling bijgekomen. Dat leidt ook weer tot nieuwe dynamiek.”  

“Daarnaast dijt de werking van het aanbestedingsrecht steeds verder uit. En het groeit mee met de maatschappelijke ontwikkelingen. Op dit moment zijn verduurzaming en circulariteit belangrijk. Hoe kan het aanbestedingsrecht daar een bijdrage aan leveren? Het aanbestedingsrecht is een levend instrument. Never a dull moment.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Dit was aanbestedingsjaar 2021


In deze aflevering blikken we terug op het aanbestedingsjaar. In de (virtuele) studio praat Sander van den Broek met Eline Lagendijk uit de redactie van Aanbestedingscafe.nl. Veel van de besproken nieuwsfeiten zijn terug te vinden in het artikel op Aanbestedingscafe.nl met daarin lijstjes met best gelezen berichten:

Dit zijn de beste artikelen van 2021

Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected] 

Partner van Aanbestedingscafé:

Het Grooote Ongenoegen

Zo, aanbesteders, inschrijvers en inkopers. Het was me het jaartje wel. Voor mij was het het jaar van het Groooote Ongenoegen. Kent u die nog? Het Grooote Ongenoegen was een item in het radio 2 programma Spijkers met Koppen. De presentator ging in gesprek met een burger die zich ergens enorm over opwond. Een stoeptegel die los zat, of een wethouder die steevast op de stoep parkeerde. En die wethouder was er dan ook om uit te leggen waarom de auto daar werd neergezet. Hilariteit alom.

Hilarisch was het dit jaar zeker niet. Door de pandemie werd ons leven flink beperkt. Beperkende maatregelen werden afgekondigd, aangepast of weer teruggedraaid. Je had er een weektaak aan om het allemaal te volgen. Werkte je met het buitenland, dan benijd ik je zeker niet. Complete supply chains vielen stil. En niet alleen door een dwarsliggend containerschip in het Suezkanaal.

Corona was voor menig professional reden om zijn Grooote Ongenoegen te delen met de wereld. De één deed zich voor als virus-expert, de ander wist beter dan de rest wat proportioneel was en een derde vond het weer nodig daar iets van te vinden. LinkedIn stond er vol mee. Regelmatig zag ik een aanbestedingsprofessional zijn of haar mening delen. Doorgaans zal de betreffende professional nog geen post liken uit vrees daarmee een statement af te geven. Maar nu was het ongenoegen zo groot, dat hij of zij het niet voor zich kon houden. Zijn standpunt moest gehoord worden.

Zelfs in lollige whatsapp-groepen was je niet veilig. Menige groep werd gebruikt om anderen te overtuigen van het een of het ander. Uit pure balorigheid heb ik eens gedreigd de hele groep te gaan vervelen met mijn beursanalyses bij het eerstvolgende offtopic-bericht.

Laat er geen misverstand over bestaan. Discussie en maatschappelijk debat is nodig bij zo’n heftige epidemie. Maar om zakelijke media te gebruiken om een persoonlijke opvattingen te delen, dat gaat te ver. De inhoud is meestal subjectief, suggestief en dient doorgaans geen enkel ander doel dan de aandacht op het individu te vestigen. Het zegt meer over de persoon dan over de inhoud. Liever had ik gelezen over de professionele uitdagingen. Die moeten toch enorm geweest zijn? Of over de creatieve oplossing voor de uitdagingen die de pandemie met zich mee bracht?

Aanbesteder, jouw werk is te belangrijk om te verzanden in geklaag over de omstandigheden. Jij zorgt ervoor dat de maatschappij functioneert. Jouw werk zorgt ervoor dat de centen zinvol worden besteed.

Daarom alvast een tip voor een goed voornemen voor het nieuwe jaar: schrijf iedere week een bericht over het mooie werk van aanbesteden op LinkedIn. Of een ander medium natuurlijk. Leg uit wat we voor prachtigs doen met het belastinggeld. Praat niet over ‘doelgroepenvervoer’, maar leg uit dat dankzij de gemeente Charly naar school gebracht wordt, waardoor zijn gezin niet overbelast wordt. Of leg uit dat gelukt is om het nieuwe zwembad duurzamer dan ooit te maken.

Voor nu, fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar, met hopelijk minder ongenoegen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Dit zijn de beste artikelen van 2021

Het nieuwe jaar breekt bijna aan. Tijd om nog één keer terug te blikken op 2021. Dit zijn de best gelezen artikelen, nieuwsberichten en columns van 2021 op Aanbestedingscafe.nl.

Artikelen

  1. Topadvocaat Versteeg: ‘In mijn eerste aanbestedingszaak vroeg de inschrijver om een rode kaart’
  2. Het inkoopbeleid van Nederlandse gemeenten is vaak sterk verouderd
  3. Topadvocaat Van Nouhuys: ‘Er is helaas veel wantrouwen bij aanbesteders’
  4. Topadvocaat Stellingwerff Beintema: ‘Beperkte rechtsbescherming voor inschrijvers’
  5. Topadvocaat Verberne: ‘Transparantie moet voorop staan’
  6. ‘Inhuur van personeel is niet alleen een inkoopfeestje’
  7. Topadvocaat Essers: ‘Beter aanbesteden is een missie’
  8. Aanbestedingsdata ontleed: in hoeverre koopt het Rijk in met impact?
  9. Aanbestedingsalert: verkeerde naam in tendermodule, uitsluiting?
  10. Overheidsopdrachten: wel of niet clusteren?

Aanbestedingsnieuws

  1. Verdacht patroon zichtbaar bij inzet intermediairs
  2. Nieuwe aanbestedingsvormen voor versterkingsoperatie Groningen
  3. Omvang overheidsinkoop twee keer groter dan gedacht
  4. Kabinet koopt nog meer testcapaciteit in ondanks onbenutte teststraten
  5. Almelo beschuldigt afvalverwerker van ontduiken aanbesteding
  6. Niet aanbesteden opdracht snelteststichting mogelijk onrechtmatig
  7. Aankondigingen vanaf medio april pas na 48 uur op TenderNed
  8. CvAE acht klacht relatieve beoordelingsmethode gegrond
  9. Gemeente Amsterdam stopt deel aanbestedingen sociaal domein
  10. Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen

Columns en podcasts

  1. Aanbesteding inkoopdiensten: de staat heeft lak aan de aanbestedingswet
  2. To hell with consensus!
  3. Stichting Ombudsman Aanbesteding
  4. De eerste voorbeeldadviezen van de ombudsman aanbesteden (OMA)
  5. Relatief scoren en Cambuur-uit: altijd lastig
  6. Podcast De Gunningsfactor met Richard Lennartz: ‘Intermediair bood product voor 100K meer aan’
  7. CvAE – Hoge Raad 7-0
  8. Covid-19 en aanbesteden (“Ik hoef Diederik Gommers niet bij Op1 te zien zitten”)
  9. Aanbesteding winnen? ‘Lezen, lezen, lezen!’
  10. Podcast De Gunningsfactor: Hoogleraar Schotanus: ‘20% zorgvraag veroorzaakt door leveranciers’
Partner van Aanbestedingscafé:

Relatief beoordelen? Onontkoombaar!

De afgelopen jaren heb ik met enige regelmaat stukken gepubliceerd over de relatieve rekenmethode. Ik werd dan steevast door experts als Jan Telgen, Hans Kuiper en Fredo Schotanus gecorrigeerd. Dat was zeer leerzaam. Ik weet nu dat de relatieve rekenmethode afgeraden moet worden vanwege het feit dat aanbestedende diensten de uitkomst van de aanbesteding kunnen manipuleren (de Staffing/Manpower-zaak), dat de relatieve methode bij een openbare procedure (waarbij het aantal deelnemers onbepaald is) een loterij is, maar ook dat manipulatie door een nep-inschrijver in de praktijk niet voorkomt (er schijnt één voorbeeld uit Italië bekend te zijn).  

Bij een niet-openbare procedure geldt dat er dan maar vijf inschrijvers zijn, en de kans op uitval van een van die vijf (rank reversal) klein is, omdat alle selectiedocumenten al gecontroleerd zijn door de aanbestedende dienst. Daar zou je dus in bepaalde gevallen voor een relatieve rekenmethode kunnen kiezen, hoewel ook daar natuurlijk, al is het in mindere mate, het loterij-element nog meespeelt. (Is het zo in orde Jan, Hans en Fredo?) Vandaag wil ik het echter niet hebben over de relatieve rekenmethode, maar over het relatief beoordelen van bijvoorbeeld plannen van aanpak, wat daar overigens vaak mee op een hoop gegooid wordt.  

Een zekere mate van vergelijking  

Ik ging er eigenlijk altijd van uit dat een inhoudelijke beoordeling altijd in een zekere mate van vergelijking tot stand komt. Een voorbeeld. Een beoordelingscommissie moet vijf plannen van aanpak beoordelen. De cijfers die ze mogen geven zijn 0 – 2 – 4 – 6 – 8 – 10. Een beoordelaar gaat het eerste plan (bedrijf A) lezen en is danig onder de indruk. Over ieder criterium heeft de inschrijver prima ideeën. Hij geeft ze een 8. Dan gaat hij plan twee (bedrijf B) lezen en tot zijn verbazing is dat nog veel beter. Niet getreurd, bedrijf B krijgt een 10. Maar dan komt bedrijf C, en het lijkt wel of die eerste twee er amper over nagedacht hebben. Wat doet de beoordelaar? Bedrijf A wordt een 6, bedrijf B wordt een 8 en bedrijf C wordt de 10. Dit gebeurt nog twee keer en uiteindelijk eindigt bedrijf A dus op een 2. Is dit een probleem? De rechtbank Gelderland vindt van niet: “Afgezien van het meer principiële bezwaar dat dit een beoordeling in een andere aanbesteding betrof, geldt dat, zoals hiervoor gezegd, de beoordeling in een geval als dit in een zekere mate van vergelijking van de inschrijvingen tot stand komt. (ECLI:NL:RBGEL:2020:2407 Rechtbank Gelderland)  

De docentenmethode  

Maar er zijn ook deskundigen die zeggen dat je wel degelijk plannen van aanpak kunt beoordelen zonder te vergelijken. We noemen dit de docentenmethode. Een docent geeft een proefwerk met 20 vragen. Studenten die op een vraag het goede antwoord geven, krijgen 1 punt per vraag, studenten die het bijna goed hebben een half punt, en studenten die het fout hebben geen punt. Zo worden alle studenten apart van elkaar beoordeeld en heeft de score van de een dus geen effect op de score van de ander. Een prima werkwijze, maar hij is wel afhankelijk van een zeer belangrijke factor: de docent weet wat het goede antwoord is!  

Het perfecte plan van aanpak  

De vraag is nu: kan de docentenmethode ook bij aanbestedingen? Ik ben geneigd die vraag met ‘nee’ te beantwoorden. Wanneer vraagt een aanbestedende dienst om een plan van aanpak? Dat is wanneer zij hoopt nieuwe creatieve, innovatieve ideeën uit de markt te halen. Als de aanbestedende dienst het perfecte plan van aanpak (het goede antwoord!) al in zijn hoofd heeft, dan is het een vorm van zinloze werkverschaffing om bedrijven te laten proberen daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. Dan kun je beter je perfecte plan van aanpak als eis voorschrijven en hoef je nooit voor de rechter het verschil uit te leggen tussen inschrijving A (‘vertrouwenwekkend’) en inschrijving B (‘zeer vertrouwenwekkend’).  

Kleine stukjes  

Een oplossing die ik in de praktijk wel zie, is dat inkopers de beoordelaars instrueren om kleine deeltjes van het plan van aanpak apart te beoordelen. Bijvoorbeeld wat staat erin over veiligheid (goed 1, beetje goed 1/2, niks 0), wat staat erin over de planning, wat staat erin over de communicatie, wat staat erin over de risico’s, etc etc. Hierdoor wordt de beoordeling in ieder geval meer toetsbaar en vermijden we beoordelingen als ‘het plan van aanpak gaf mij geen goed gevoel’.  

Maar, lastig blijft het en ik denk dat in sommige gevallen een (inhoudelijke) relatieve beoordeling zelfs onontkoombaar zal zijn.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Dit is het meest gelezen artikel van 2021

Elk jaar kijken we in de laatste week van het jaar terug. Wat vonden jullie de meest interessante artikelen op Aanbestedingscafe.nl?

Dit jaar sprak Aanbestedingscafe.nl diverse topadvocaten uit de aanbestedingspraktijk. Het interview met aanbestedingsadvocaat Daan Versteeg lazen jullie het meest. Dat artikel werd maar liefst 2750 keer gelezen! Daarmee liet het de column van Theo van der Linden Aanbesteding inkoopdiensten: ‘De staat heeft lak aan de aanbestedingswet’ (2610 views) nèt voor. Ons populairste nieuwsbericht ging over verdachte patronen bij de inzet van intermediairs, naar aanleiding van onderzoek door het Public Procurement Research Centre.

Wil je nog één keer terugblikken op afgelopen jaar? Lees dan het overzicht van de tien best gelezen artikelen, columns en nieuwsberichten dat we aanstaande woensdag publiceren. Op naar een nieuw, interessant aanbestedingsjaar in 2022!

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkoop Rijksoverheid vanaf 2022 online in te zien

De Rijksoverheid maakt informatie over de eigen inkoop openbaar op een online platform. Vanaf 2022 kan iedereen inzien waar overheidsgeld aan is uitgegeven en wat de Rijksoverheid wil bereiken met de inkoop. Met bekendmaking van rijksbrede inkoopplannen wil de rijksoverheid dat het bedrijfsleven zich beter kan voorbereiden op zakendoen met de overheid.

Op dit moment is op de website van de Rijksoverheid ook al informatie te vinden over rijksbrede inkoop, zoals aanbestedingen en contracten. Het nieuwe platform moet die informatie straks beter en duidelijker weergeven. Bovendien kunnen gebruikers ook de rijksbrede inkoopplannen inzien. De inkoopplannen worden begin 2022 bekendgemaakt. Bedrijven kunnen daarin terugvinden welk duurzaam, sociaal of innovatief aanbod – per bedrijfstak – wordt verwacht. Daarnaast zullen evaluaties over de rijksinkoop en best practices op het platform te vinden zijn. Ook kunnen gebruikers vragen stellen over de beschikbaar gestelde informatie.

Alleen als het vrijgeven van informatie omwille van juridische of veiligheidsredenen niet kan, worden de details van inkooptrajecten of aanbestedingen niet openbaar gemaakt. De overheid zal dan wel toelichten waarom dit niet kan.

Digitaal transparant

Om de data zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van bedrijven, werkt de Rijksoverheid bij de ontwikkeling van het online platform samen met de Open State Foundation (OSF). OSF – een onafhankelijke stichting die zich richt op een digitaal transparantie overheid – deed dit jaar onderzoek naar de informatiebehoefte van het bedrijfsleven. De overheid neemt een deel van de gedane suggesties over en ontwikkelt het platform met behulp van EU-subsidie.

Bron: Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Met Telgen de bananenrepubliek uit

Toen ik het wereldje van aanbesteden betrad, onderzocht de consultancy-tak van Price Waterhouse Coopers jaarlijs de stand van aanbesteden in Europa. Ieder land kreeg een score op basis van transparantie, opvolgen van de Europese aanbestedingsregels en aanverwante onderdelen. Ik was redelijk geschokt over ons eigen landje. Nederland bungelde onderaan het lijstje. We bakten er niks van. Bananenrepubliek!

Doen we het vandaag de dag beter? Als je onze overheid moet geloven dan is dat zonder enige twijfel het geval. Sterker nog, de mensen die daar de voorhoede vormen waarschuwen regelmatig dat we niet het beste jongetje in de klas moeten willen zijn. De realiteit is echter dat 15 jaar later we nog niet verder zijn dan een matige middenmoter. En dat WE het sowieso zover geschopt hebben, is vooral de verdienste van enkele individuen.

Bij de eerder genoemde business unit van PWC had emeritus professor Jan Telgen een dikke vinger in de pap. Telgen had er zelf alle belang bij dat we in Nederland meer oog zouden krijgen voor aanbesteden. Meer aandacht betekent namelijk meer geld. Meer geld voor zijn onderzoekswerk via de Universiteit en het eerder genoemde consultancybureau.

Maar wie in deze zinnen enig cynisme hoort, moet ik teleurstellen. Het is juist die aanpak geweest die onze aanbestedingspraktijk enorm vooruit geholpen heeft. Ik zal dat toelichten.

Als je iets op de goede wijze wilt doen, dan moet je weten hoe je dat aanpakt. Net als met de meeste dingen in het leven is dat met aanbesteden niet anders. Je onderzoekt of je wel op de goede weg zit. Bij Telgen staat buiten kijf dat hij een grote bijdrage leverde aan onderzoek naar aanbestedingen. Maar het is niet alleen zijn academische werk waar ik op doel. Telgen initieerde veel aanvullend onderzoek. Motiveerde hogere en lagere overheden om hetzelfde te doen. Hij was nauw betrokken bij PIA. Dat staat voor Professioneel Inkopen en Aanbesteden, het succesvolle initiatief van de overheid om aanbesteden naar een professioneler niveau te brengen. Vandaag is daarvan nog veel te herkennen op de website van Pianoo.

Aanbesteden is mensenwerk. Naast kennis heb je ook veel vaardige mensen nodig. Via de opleidingen aan Universiteit Twente interesseerde hij veel studenten voor het inkoopvak. Telgen stond met één been in de wetenschap en met het andere in het commerciële bedrijfsleven. Daardoor hielp hij overheden met goed opgeleide professionals en jonge mensen met oefenterrein voor hun net opgedane kennis. Telgen wist op formidabele wijze academische kennis te combineren met het pragmatisme dat nodig is in aanbestedingsland. Met een enorme schare aan geïnteresseerden, wetenschappers, onderzoekers en professionals tot gevolg.

Ik weet het. Telgen heeft ons niet in zijn eentje uit de bananenrepubliek geleid. Er moest veel water door de Rijn voordat we ons ontworstelden aan de kelder van de ranglijst. En we zijn er lang niet. Uitdagingen genoeg. Maar aan het eind zal het zijn zoals met onze vaccinatieprogramma’s. We starten in de achterhoede en roepen dat we niet het beste jongetje hoeven te zijn. Maar eenmaal op stoom, stellen we een toppositie veilig. Mede dankzij emeritus professor Jan Telgen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Friesland wil miljoenenopdracht onderhands gunnen

De provincie Friesland wil dat aannemers BAM en Van Oord de aanleg van de geplande vismigratierivier tussen de Waddenzee en het IJsselmeer voor hun rekening nemen. Het project kost 40 miljoen euro, maar de provincie denkt dat een onderhandse gunning mogelijk is.

De vismigratierivier wordt aangelegd onder de Afsluitdijk. Daar zijn BAM en Van Oord momenteel ook bezig met werkzaamheden. Zij zouden nu al kunnen starten met de aanleg, zonder dat de provincie eerst een Europese aanbestedingsprocedure hoeft te starten. Wanneer een andere aannemer de klus moet klaren, zou die volgens de provincie moeten wachten tot BAM en Van Oord klaar zijn. In het geval van uitstel houdt de provincie rekening met 9,7 miljoen aan extra kosten.

Juridisch houdbaar

Gedeputeerde Avine Fokkens erkent wel dat andere partijen een rechtszaak kunnen aanspannen als de provincie over gaat tot een onderhandse gunning. Volgens Fokkens is een onderhandse gunning ‘juridisch houdbaar’.

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Niets is wat het lijkt, of wel?

Als inschrijver op veel verschillende ICT-aanbestedingen, komen wij even zoveel gunnings-, score- en beoordelingsmodellen tegen. Sterker nog, over de jaren heen heb ik het gevoel dat aanbestedende diensten hierin steeds creatiever zijn geworden. De Aanbestedingswet biedt hierin ook veel vrijheid, dus waarom niet? Gecombineerd met de eveneens complexer wordende formules om de kwaliteits- en prijsscore te bepalen, maakt dit aanbesteden voor ons inschrijvers steeds meer hogere wiskunde. Een prijs-kwaliteitverhouding van 30-70 volgens de tabel in de leidraad kan in werkelijkheid zomaar 70-30 zijn. Is dit écht een bewuste keuze? Dat vraag ik me met enige regelmaat af.

Weg van de ‘schoolsysteem’-score

Positief vind ik de trend in onze branche dat steeds vaker dominant wordt gescoord. Waarderingen als 1-4-6-8-10 punten of 25%-50%-75%-100% van het maximum te behalen punten maken het voor ons inschrijvers mogelijk daadwerkelijk invulling te geven aan het gevraagde partnerschap of de continue innovatie, die wat extra kost. We weten allemaal dat traditionele ‘schoolsysteem’-scores – tot frustratie van iedere inschrijver – neigen naar het toekennen van cijfers per (sub)subgunningscriterium tussen de vijf en acht. ‘Negens en tienen geven wij nuchtere Nederlanders niet’, heb ik zelfs letterlijk een keer teruggekregen. Als dan ook nog eens gescoord wordt op basis van gewogen gemiddelden, ontlopen de eindscores op kwaliteit elkaar vaak maar enkele tienden. Per saldo: prijs is doorslaggevend.

Overigens kwam ik recentelijk een mooie variant tegen die de ‘schoolsysteem’-score wel weer dominant maakt: 30% van de punten wordt gegeven bij een ‘ruim voldoende’ (vergelijkbaar met het in Nederland algemeen gangbare rapportcijfer 7), 70% bij een ‘goed’ (vergelijkbaar met een 8) en 90% bij een ‘zeer goed’ (vergelijkbaar met een 9). Wat hier dan weer niet duidelijk is: wat maakt een beantwoording ruim voldoende, goed of zeer goed? Oftewel ‘vage’ beoordelingsmaatstaven, zo’n andere tenenkrommende.

‘Vage’ en niet-onderscheidende beoordelingsmaatstaven

Van ons inschrijvers wordt verwacht dat wij ‘dat wij S-M-A-R-T schrijven, dat we het aangebodene concreet onderbouwen met controleerbare berekeningen, etc.’ Maar hoe zit dat aan de andere kant? Wij hebben regelmatig te maken met vage beoordelingsmaatstaven, zoals: u krijgt 75% van de punten als u ‘veel meerwaarde’ biedt en 100% bij ‘zeer veel meerwaarde’. Deze maatstaf nodigt bovendien uit tot relatief, in plaats van absoluut, beoordelen: om aan de beste inschrijver de 100% score te geven en aan nummer twee 75%. Maar misschien had nummer twee ook wel ‘heel veel meerwaarde’, alleen niet zoveel als nummer één…

Een ander voorbeeld: ‘met een volledige beantwoording wordt 100% van de punten gescoord’ en met een ‘vrijwel volledige beantwoording 75%’. Iedere partij die regelmatig op aanbestedingen inschrijft weet dat regel nummer één is: beantwoord alle vragen volledig. Kortom, het pakken van die 100% van de punten op kwaliteit is relatief eenvoudig en dus wordt ook dit een prijsfeestje.

Té dominante scores

Een laatste variant die ik wil belichten zijn de ‘té dominante scores’. Een voorbeeld: 66% van de punten worden gescoord ‘als de uitwerking goed aansluit bij het kwaliteitscriterium’, 100% van de punten bij ‘een uitwerking die van zeer goede kwaliteit is en zeer goed onderbouwd, waarbij Inschrijver zeer goed inhoudelijk, relevant en toepasselijk ingaat op de gevraagde aandachtspunten’. De beoordeling op deze heeft nog niet plaatsgevonden, maar ik voel hem al aankomen: alle inschrijvers gaan die 66% scoren, de 100% is nagenoeg niet haalbaar.

Makkelijker kunnen we het niet maken

Kortom, ik ben benieuwd waar deze creativiteit in gunnings-, score- en beoordelingsmodellen heen gaat. Voorlopig houd ik het maar op een variant op de voormalige slogan van de Belastingdienst: ‘Aanbesteden, makkelijker kunnen we het niet maken, maar juist daardoor misschien wel leuker.’ Aan ons inschrijvers de mooie uitdaging om voor iedere aanbesteding de gunningsmethodiek in de volle breedte en de effecten daarvan op de totaalbeoordeling te doorgronden, en hier onze inschrijfstrategie op aan te passen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Telgen, Open House, Gids P en opschudding in vastgoed


Nieuws in deze aflevering:

Herziening Gids Proportionaliteit (per 1 januari 2022)
‘Tijd dringt voor Zuidasdok’
Overheden moeten gelijke kansen bieden bij grondverkoop vastgoedprojecten
Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen


De gasten in deze aflevering:

Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Over twee weken volgt de laatste aflevering van dit jaar, waarin we terugblikken op dit aanbestedingsjaar.

Partner van Aanbestedingscafé:

Achterhoek besteedt als een van de eerste gemeenten onderwijsroute aan

Acht gemeenten in de Achterhoek hebben als een van de eerste gemeenten de onderwijsroute, onderdeel van de nieuwe Wet Inburgering, aanbesteed. Daarvoor zijn de gemeenten in gesprek gegaan met aanbieders, waardoor de aanbesteding binnen budget bleef. Vorig jaar trokken diverse organisaties nog aan de bel, omdat aanbestedingen van onderwijs aan inburgeraars nog dreigden te mislukken.

De Achterhoekse gemeenten deelden de aanbesteding op in drie delen. In de eerste fase werden aanbieders uitgenodigd een plan van aanpak in te dienen, zonder een prijs te noemen. Zes aanbieders gaven daar gehoor aan. Vervolgens nodigden de gemeenten de aanbieders uit voor een gezamenlijk en individueel gesprek. De gemeenten vroegen de aanbieders onder meer of de aanbesteding opgedeeld moest worden in kleinere delen.

In de tweede fase konden de aanbieders een aangepast plan van aanpak indienen, en werden prijzen besproken. De gemeenten vroegen de aanbieders om een uniforme prijs, zodat de gemeente alle aanbiedingen kon vergelijken. Uiteindelijk contracteerden de gemeenten twee aanbieders. Volgens Arthur van de Meerendonk, die als extern adviseur bij de aanbesteding betrokken was, duurde de aanbesteding inclusief dialoogfase niet langer dan een reguliere aanbesteding. Door de dialoog aan te gaan kregen beide partijen meer begrip voor elkaar en ontstond er een betere relatie, aldus Jorik Huizinga, wethouder in Doetinchem.

Ontoereikend budget

Veel gemeenten worstelen met de nieuwe Wet Inburgering. Vorig jaar trokken diverse gemeenten aan de bel omdat aanbieders zich niet inschreven op aanbestedingen voor het organiseren van de onderwijsroute. Aanbieders vonden de geboden tarieven over het algemeen te laag. Na bestuurlijk overleg met onder meer SZW, het ministerie van Onderwijs (OCW), gemeentekoepel VNG en de MBO Raad is medio vorige maand besloten dat centrumgemeenten van arbeidsmarktregio’s de komende twee jaar in totaal 24 miljoen euro krijgen om het lesaanbod voor inburgeraars te organiseren.

Als de nieuwe Wet Inburgering op 1 januari 2022 in gaat, krijgen gemeenten meer taken rondom de inburgering van inwoners. Er zijn in totaal drie routes voor inburgeraars. De onderwijsroute is er daar één van. Die moet jonge inburgeraars (tot 28 jaar) naar regulier Nederlands onderwijs leiden, waarbij jongeren minimaal taalniveau B1 beheersen.

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Nature of Nurture? - II

In het eerste deel van het tweeluik over nature (aanleg) en nurture (opvoeding) in de bouwsector beschreef ik de soms stroeve relatie tussen (publieke) opdrachtgevers en aannemers vanuit de nurture-benadering. Maar ook de nature-benadering kan interessant zijn. Als wordt gekeken naar de organisatorische DNA van (publieke) opdrachtgevers en aannemers, zijn de nodige verschillen zichtbaar.

Alleen al in de risicobeleving is het verschil groot. Een aannemer kan als private onderneming failliet gaan. Een vertraging op een bouwproject heeft direct invloed op de inkomsten van een aannemer en kan dus tot financiële problemen leiden. De salarissen en andere bedrijfskosten moeten immers wel gewoon betaald worden. Voor een (publieke) opdrachtgever levert een vertraging gemiddeld genomen minder problemen op. Met de opmerking van een publieke aanbesteder “dan doet die aannemer toch niet mee met deze aanbestedingsprocedure” wordt dan ook weinig begrip getoond voor de situatie van een gemiddelde aannemer. De noodzaak om werk te hebben kan groter zijn dan de luxe om niet mee te doen aan een slecht georganiseerde (of oneerlijke) aanbestedingsprocedure.

Publieke opdrachtgevers hebben naast een bouwproject veel meer stakeholders en belangen waarmee rekening gehouden moet worden. Een verkeerssituatie veranderen (als civiel bouwproject) hangt samen met routes van het openbaar vervoer (lopende concessies!) en kan voor verplaatsing van overlast zorgen (weerstand omgeving). Verkeersstromen hangen weer samen met toekomstige woningbouw en ontwikkeling van bedrijventerreinen. Publieke traagheid valt derhalve goed te verklaren en dan komt de politieke besluitvorming (coalitievorming, verkiezingen et cetera) hier nog bovenop. Gedoe waar een aannemer vanuit zijn project veelal geen notie van heeft, maar wel last van kan hebben.

“De” publieke opdrachtgever bestaat ook eigenlijk niet. Veel werkzaamheden worden door externe organisaties uitgevoerd en al die organisaties hebben ook weer belangen. Voordat een werk op de markt komt, heeft er eigenlijk al een complete veldslag plaatsgevonden tussen commerciële en (organisatie) politieke belangen. Een aannemer moet binnen de tijd die nog over is, het werk maken.

Als bij een aanbestedingsprocedure ook nog wordt gewerkt met (regionale) inkooporganisaties, worden inhoud (intern) en proces (extern) van elkaar gescheiden. Inkoop wordt zo professioneler ingericht maar wel op afstand van de organisatie die moet werken met hetgeen dat wordt ingekocht. Gevoel krijgen bij een opdracht en opdrachtgever is voor een gegadigde daardoor niet altijd eenvoudig. Terwijl dit wel zinvol kan zijn voor de toekomstige samenwerking.

Mogelijk speelt ook het gemiddelde opleidingsniveau bij de verschillende organisaties een rol. Zeker bij de kleinere aannemers zijn de mensen op kantoor vaak praktische mensen (opleidingsniveau MBO-HBO) waarbij een (publieke) opdrachtgever het opleidingsniveau veelal HBO-WO is.

Wel of geen risico lopen, geen zicht op (of begrip voor) elkaars belangen en een praktisch of formele werkwijze. Ook in de basis zijn aannemers en (publieke) opdrachtgevers verschillend. Hoewel je ze niet over een kam moet scheren – projectmatig werken blijft mensenwerk – biedt ook de nature-benadering een mooi kader om te kijken naar de bouwsector. Een kijkje in elkaars keuken kan daarom best leerzaam zijn!

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Tijd dringt voor Zuidasdok’

Als er niet snel besluiten worden genomen over het Zuidasdok, loopt het project vast. Daarvoor waarschuwt projectbureau Zuidasdok. Bovendien moet het kabinet niet 700 miljoen euro, maar 1,2 miljard euro extra beschikbaar stellen voor het project.

Het projectbureau Zuidasdok trekt aan de bel in een nieuwe voortgangsrapportage over het Zuidasdok. Het project moet een ondertunnelde A10 en een uitgebreid station Amsterdam Zuid opleveren. Vorig jaar werd het infraproject, na advies van de commissie Dekker, opgedeeld in zeven percelen. Diezelfde commissie schatte in dat er 700 miljoen euro extra nodig was om het project te voltooien. Nu gaat het om 1,2 miljard euro.

Nieuw kabinet

De lange formatie zit het Zuidasdok in de weg. Voormalig minister van Infrastructuur, Cora van Nieuwenhuizen, liet het aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over het Zuidasdok. Nu dat nieuwe kabinet nog niet gevormd is, komt het project volgens het projectbureau Zuidasdok in gevaar. “Er heeft in de afgelopen periode geen voortgang in de besluitvorming over de toekenning van het gevraagde aanvullende budget plaatsgevonden. Er is ook nog geen zicht op wanneer besluitvorming zal plaatsvinden”, valt te lezen in de voortgangsrapportage. Als er voor maart 2022 geen besluit is genomen over de planning en het budget, loopt het project helemaal vast, waarschuwt het projectbureau.  

Thuiswerken

Ook de coronapandemie gooit roet in het eten. Het is nog maar de vraag of het Zuidasdok in 2036, volgens de laatste planning, af is. Dat komt door het vele thuiswerken sinds het begin van de coronacrisis. Door hogere onvoorziene kosten en stijgende materiaalprijzen moet het totale budget van 3,245 miljard euro bovendien met 145 miljoen verhoogd worden.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: intrekken aanbesteding bij één inschrijving

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over het intrekken van een aanbestedingsprocedure bij het overblijven van één (geldige) inschrijving.

Wat is er gebeurd?

Een aanbestedende dienst heeft een aanbesteding gepubliceerd voor de levering van tandheelkundige verbruiksartikelen. Na herbeoordeling van de inschrijvingen heeft de aanbestedende dienst geconcludeerd dat twee van de drie inschrijvingen alsnog terzijde gelegd zouden moeten worden. Hierdoor blijft maar één (geldige) inschrijving over. Vervolgens is besloten de aanbestedingsprocedure in te trekken, omdat voldoende concurrentie en mededinging ontbreken. De inschrijver die als enige is overgebleven, is het hier niet mee eens. Deze inschrijver vordert dat het besluit tot intrekking wordt ingetrokken en dat aanbestedingsprocedure wordt hervat.

Het resultaat

• De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij elke aanbestedingsprocedure als uitgangspunt geldt dat ondernemers met gelijke kansen kunnen inschrijven op overheidsopdrachten en dat sprake moet zijn van vrije concurrentie. Het feit dat nu nog maar één geldige inschrijver voor gunning in aanmerking blijkt te komen, ongeacht waardoor dat wordt veroorzaakt, schuurt met dit principe.
• Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet onbegrijpelijk dat de aanbesteding is ingetrokken nadat de aanbestedende dienst tot het inzicht is gekomen dat een te laag concurrentieniveau aan de orde was. Bovendien heeft de aanbestedende dienst de redenen voor de intrekkingsbeslissing voldoende gemotiveerd.

Relatie tot de praktijk

Maak in het geval dat er maar één inschrijver overblijft een goede afweging of voldoende concurrentie en mededinging aanwezig is en neem op basis daarvan een gemotiveerd besluit tot intrekking of voortzetting van de procedure.

Bekijk de hele uitspraak hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Herziening Gids Proportionaliteit (per 1 januari 2022)

Met ingang van 1 januari 2022 wordt de nieuwe (derde) herziene druk van de Gids Proportionaliteit van kracht. De herziening is onderdeel van een maatregelenpakket ter verbetering van de rechtsbescherming van inschrijvers bij (Europese) aanbestedingen dat op initiatief van voormalig staatsecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer in gang is gezet. De herziening Gids Proportionaliteit heeft voornamelijk betrekking op rechtsverwerkingsclausules en geeft daarbij concrete handvatten voor de proportionele toepassing ervan. In deze blog zal per fase in de aanbestedingsprocedure worden beschreven welke gevolgen de herziening heeft.

Vragenronde

Met de gewijzigde Gids Proportionaliteit wordt een constructieve interactie tijdens de vragenronde van de aanbesteding gestimuleerd. Zowel de aanbestedende dienst als de potentiële inschrijver/gegadigde heeft er belang bij om in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijkheid te scheppen over de (scope) van de opdracht en de contractdocumenten. Hierbij dient acht te worden geslagen op het evenwicht tussen enerzijds het aannemen van een proactieve houding door vroegtijdig vragen te stellen door potentiële inschrijvers/gegadigden en anderzijds een gepaste houding door de aanbestedende dienst als het gaat om rechtsverwerking. De aanbestedende dienst moet redelijke termijnen aanhouden voor het stellen van vragen en met name bij complexe overheidsopdrachten is het verantwoord om meerdere vragenronden te organiseren.

Onder omstandigheden kan het verstandig zijn om vragen in behandeling te nemen ook al is de termijn voor het stellen van vragen verstreken. In dit verband geeft de Gids Proportionaliteit als voorbeeld de situatie waarbij het antwoord op een vraag tot een wezenlijke wijziging van de opdracht zou leiden. Als de termijn voor inschrijving nog niet is verstreken en er is sprake van een wezenlijke wijziging, kan er rectificatie plaatsvinden. Indien na de termijn van inschrijving, sprake is van een wezenlijke wijziging, dan kan er geen rectificatie plaatsvinden en zal er heraanbesteding moeten plaatsvinden. Het verdient wel de aanbeveling om de beslissing tot heraanbesteding alsnog via de Nota van Inlichtingen kenbaar te maken, ook na het verstrijken van de termijn, met name op grond van het proportionaliteitsbeginsel.

Inschrijvingsfase

Doorgaans stelt de aanbestedende dienst eisen aan de wijze en vorm van de inschrijving om uniformiteit in de beoordeling te waarborgen. Desalniettemin kleven er nadelen aan het al te rigide vasthouden aan vormvereisten. Er worden in dit verband drie redenen dan wel voorbeelden gegeven:

  1. Te weinig inschrijvingen omdat de vormvereisten te hoog zijn opgeschroefd;
  2. De kans op fouten in de inschrijving neemt toe omdat de lat om aan de vormvereisten te voldoen te hoog ligt;
  3. Vormvereisten worden te belangrijk en leiden af van de inhoud.

Bovenstaande situaties schieten het doel van vormvereisten voorbij en staan eveneens op gespannen voet met het proportionaliteitsbeginsel. Mijns inziens is het vragen van een aanvullende UEA van onderaannemers van de inschrijvende ondernemer eveneens een disproportionele vormvereiste. Bij een beroep op een onderaannemer voor het uitvoeren van een deel van de opdracht blijft de inschrijvende ondernemer evenwel verantwoordelijk voor het uitgevoerde werk. Aangezien de inschrijvende ondernemer hoofdelijke aansprakelijk en verantwoordelijk is voor de uitgevoerde werkzaamheden, zal alleen hij hoeven te verklaren dat de (facultatieve) uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn.

Alcateltermijn

Het hanteren van een bezwaartermijn bij een Europese aanbestedingsprocedure levert weinig discussies aangezien deze in de Aanbestedingswet 2012 is vastgelegd. Wat weleens tot discussies leidt is de vraag of bij onderhandse procedures eveneens een termijn voor het indienen van bezwaren door afgewezen inschrijvers moet worden aangehouden. Dit leek mij meer dan logisch aangezien afgewezen inschrijvers in de gelegenheid moeten worden gesteld om op te komen tegen de gunningsbeslissing. De herziene Gids Proportionaliteit maakt een eind aan deze discussie. Direct gunnen is strijdig met het proportionaliteitsbeginsel. Het is verstandig om een termijn van minimaal zeven kalenderdagen aan te houden.

Rechtsbescherming en Klachtafhandeling

Potentiële inschrijvers/gegadigden worden aangespoord niet alleen om een proactieve houding aan te nemen bij het stellen van vragen maar eveneens bij het aan de kaak stellen van onjuistheden. Het moet duidelijk zijn dat het een klacht betreft en het moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden ingediend bij de aanbestedende dienst. Van de aanbestedende dienst wordt ook een actieve opstelling verwacht. Zij dient inhoudelijk in te gaan op de relevante bezwaren die zijn gemaakt en deze te voorzien van een duidelijk en onderbouwd antwoord. Het op voorhand uitsluiten van de opschortende werking van een bezwaar is disproportioneel en is niet toegestaan.

Onder omstandigheden is het proportioneel om – nadat de voorlopige gunning heeft plaatsgevonden – bezwaren in behandeling te nemen die betrekking hebben op informatie die pas bij het voornemen tot gunning is verkregen. Verder wordt in de Gids Proportionaliteit aandacht gevraagd voor een het instellen van een “klachtenloket” in het kader van professionele aanbesteding. In de huidige klachtenregeling is het instellen van een klachtenloket op basis van de Aanbestedingswet 2012 facultatief. In een wetsvoorstel dat noopt tot aanpassing van deze wet zal het instellen van een onafhankelijk klachtenloket worden verplicht.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

 

Partner van Aanbestedingscafé:

Nature of nurture? - I

Al heel lang wordt in de psychologie onderscheid gemaakt tussen nature (aanleg) en nurture (opvoeding) en al net zolang is hier discussie over. Zoals bij veel psychologische discussies zal de waarheid ergens in het midden liggen. Als adviseur aanbesteden en contracteren moet je eigenlijk ver weg van deze discussie blijven. Alhoewel, dit denkkader kan ook gebruikt worden in de bouwsector, aanbesteden vraagt namelijk de nodige psychologische kennis.

Jarenlang werden aannemers grotendeels (middels bestek) opgedragen wat ze moesten bouwen. Tot op het spreekwoordelijke schroefje was uitgewerkt wat zij moesten doen waarbij de ontwerpverantwoordelijkheid bij de betreffende opdrachtgever en zijn adviseurs lag. De aannemer werd zodoende nauwelijks gestimuleerd om mee en na te denken, alleen “dom” uitvoeren wat is opgedragen. Ondertussen werd uiteraard wel nagedacht over de mogelijkheid om meerwerk te claimen als gevolg van fouten in het bestek. De juiste creativiteit werd verkeerd ingezet.

De gunning van een werk geschiedde daarbij vaak op laagste prijs. Voorts werd een aannemer niet beloond als hij zijn werk goed had uitgevoerd. Door stringente aanbestedingsregels kon hij de enveloppe met zijn aanbieding voor een volgend project in de bus doen naast aanbiedingen van andere aannemers. Allemaal evenveel kans. Goed je best doen op een project loonde dus niet echt.

Dom uitvoeren wat gezegd wordt, alleen beoordeeld worden op (laagste) prijs en geen beloning als het werk goed wordt uitgevoerd. Bij de opvoeding van kinderen zou dit een goede basis zijn voor ontsporing op latere leeftijd. De breed uitgemeten verstoorde relatie tussen (publieke) organisaties en aannemers zou deels hierdoor verklaard kunnen worden.

Dat bouwcontracten nu geïntegreerd zijn en zijn opgebouwd uit twee of meer fasen en dat een gunning op basis van prijs en kwaliteit wordt gebaseerd, wil niet zeggen dat de oude gedragspatronen direct verdwijnen. Gelukkig is het geheugen van een organisatie of sector niet heel goed. Dit in tegenstelling tot de mens waar een problematische jeugd vaak de oorzaak is van een problematische ouderschap.

De generatie die de afgelopen tien jaar begonnen is met werken, weet niet beter dan dat er meer is dan vechtcontracten en perverse prikkels. Waar gebrekkige communicatie al zo lang ik werk, wordt genoemd als een van de oorzaken van de verstoorde relatie tussen aannemers en opdrachtgevers, kan de nieuwe generatie ook daadwerkelijk beter communiceren.

Kortom, nurture verklaart een hoop, maar biedt ook hoop dat het allemaal wel weer goed komt. In deel 2 wordt ingegaan op nature, wellicht biedt dit onderwerp ook meer duidelijkheid.

Partner van Aanbestedingscafé:

Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen

Het niet correct toepassen van de Europese aanbestedingsregels blijft net als voorgaande jaren de grootste oorzaak van afgekeurde jaarrekeningen bij gemeenten. Er is wel een positieve trend zichtbaar. De accountant keurde dit jaar wel meer jaarrekeningen goed dan in 2020.

Uit het Onderzoek verantwoording gemeenten, dat elk jaar wordt gehouden door het ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt dat 90,1% van de jaarrekeningen is goedgekeurd. In 2019 was dat nog 85,3%. 7,1% van de jaarrekeningen over 2020 werd goedgekeurd met een beperking (7,1%), terwijl 2,5% werd afgekeurd op rechtmatigheid. Van de gemeente Hof van Twente ontbreekt de jaarrekening. Deze gemeente werd vorig jaar getroffen door een cyberaanval.

In 2020 was het onjuist toepassen van de Europese aanbestedingsregels in 8,8% van de gevallen de oorzaak van het goedkeuren met beperking, of het afkeuren van de jaarrekening, tegenover 11% het jaar ervoor. Waar in 2019 nog in 2% van de gevallen een jaarrekening werd afgekeurd op fouten met betrekking tot het sociaal domein, was dat in 2020 nog maar 0,3% – slechts één gemeente. In 2015, het jaar waarin de decentralisatie van het sociaal domein plaatsvond, werd minder dan de helft van de gemeentelijke jaarrekeningen direct goedgekeurd.

Coronacrsisis

De coronacrisis lijkt weinig invloed te hebben gehad op de jaarrekeningen: bij slechts negen gemeenten rechtmatigheidsfouten vanwege het overschrijden van investeringskredieten of de begroting, zonder dat de raad hier toestemming voor had gegeven. “Dit kan mogelijk te maken hebben met de noodzaak van snel handelen tijdens de coronacrisis”, schrijft Kajsa Ollongren, demissionair minister van Binnenlandse Zaken, aan de Tweede Kamer.

Drentse gemeenten

Gemeenten in de provincie Drenthe krijgen het vaakst te horen dat de jaarrekening niet voldoet. De accountant keurde 41% van alle ingediende jaarrekeningen van Drentse gemeenten goed met een beperking, of helemaal af. Kleine gemeenten met minder dan 10.000 inwoners kregen hier het vaakst mee te maken.

Bron: CMweb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

TenderSucces biedt gratis training SMART schrijven aan

TenderSucces biedt inschrijvers een gratis training SMART schrijven aan. Wie zich inschrijft neemt deel aan een mini-training in 1 week. Je ontvangt elke dag een e-mail, waarmee je leert hoe je een optimale SMART-tekst schrijft en je denkpatronen volledig in kunt stellen op SMART-schrijven.

Na 1 week weet je:

TenderSucces is Partner van Aanbestedingscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

De eerste voorbeeldadviezen van de ombudsman aanbesteden (OMA)

De stichting OMA (Ombudsman aanbesteden) heeft een website. Ik weet dat omdat Menno Karres bij berichten op LinkedIn over OMA steeds #Theo van der Linden opneemt (net als trouwens heel veel meer namen). Ik heb hem gevraagd daarmee te stoppen, omdat ik niks te maken heb met OMA, maar dat dringt niet goed door. Gelukkig maar, denk ik achteraf, want dan had ik geen kennis kunnen nemen van de nieuwe website van de stichting. Op de website staan namelijk wat voorbeeldadviezen die beslist aandacht verdienen.  

Boekingssysteem  

Het eerste advies gaat over een nieuw boekingssysteem voor hotel- en vergaderlocaties, dat volgens de klagende partij vanwege COVID een jaar uitgesteld moet worden. OMA verzoekt in haar advies om de aanbesteding met een jaar uit te stellen en de aanbestedende dienst gaat daar zonder problemen dankbaar in mee. OMA ziet er ook nog een positieve kant aan: “Dit jaar kunt u gebruiken om te onderzoeken hoe de behoefte naar hotel- en vergaderlocaties zich ontwikkelt in de markt én binnen uw eigen organisatie. In de tussentijd voorziet de huidige leverancier u van de dienstverlening die u van hen gewend bent.” Hier staat dus dat je als aanbestedende dienst, als de overeenkomst afgelopen is, gewoon nog een jaartje zonder problemen door mag gaan. Hier zullen veel overheden blij mee zijn. Persoonlijk zou ik denken dat er dan gekeken moet worden of zo’n korte tijdelijke opdracht dan misschien onderhands aanbesteed moet worden, maar de experts van OMA hebben daar blijkbaar geen moeite mee. Mooie zin ook: “In de tussentijd voorziet de huidige leverancier u van de dienstverlening die u van hen gewend bent.”  

Niet inschrijven  

In het tweede voorbeeldadvies stelt een aanbestedende dienst onevenredig hoge eisen. Het advies van OMA is briljant in zijn eenvoud: “We adviseren opdrachtnemer dan ook om niet in te schrijven als de aanbesteding onveranderd blijft.” Wat een vondst! Een dergelijk advies stijgt wat mij betreft ver uit boven de € 250,- die ervoor betaald moet worden. Als ik de klagende inschrijver was zou ik het bedrag verdubbelen en een grote taart laten bezorgen bij OMA thuis (Oma’s appeltaart?).  

Heraanbesteding afdwingen  

Ook het derde voorbeeldadvies mag er zijn. Ik lees: “De Rijksoverheid is via een Europese aanbesteding op zoek naar dienstverleners die adviesdiensten aanbieden. De gevraagde adviesdiensten gaan van eenvoudig (uitvoerend niveau) tot zeer complex (strategisch advies). Ook gaan ze over zeer veel verschillende departementen. Ondanks dat worden deze diensten samengevoegd in slechts twee percelen. Een inschrijver vraagt zich af of dit wel mag.”  

Het advies is wederom zeer doordacht: “De Ombudsman Aanbesteding adviseert inschrijver om heraanbesteding af te dwingen. De samenvoeging van zulke verschillende adviesdiensten is namelijk niet te rechtvaardigen.” Zo dan! Daar zullen ze van schrikken bij de Rijksoverheid, een inschrijver die heraanbesteding gaat afdwingen! Maar zie, in het parallelle universum van OMA volgt een officieel bericht dat de aanbesteding wordt stilgelegd, en enkele maanden later volgt een herziene aanbesteding in diverse percelen in plaats van slechts twee.  

Sympathiek

Er zijn bijzonder kundige mensen betrokken bij de oprichting van OMA, waarvan ik er een aantal persoonlijk ken en zeer respecteer om hun vakmanschap, Menno Karres voorop. Het zou mooi zijn als OMA een waardevolle aanvulling wordt op de beroepsmogelijkheden die er al zijn, maar ik heb er een hard hoofd in. Ik lees wel eens een rechtszaak of een advies van de CVAE, en dan valt me altijd op dat voor de standpunten van beide partijen wel wat te zeggen valt. Het is zelden volstrekt duidelijk wie er gelijk en wie er ongelijk heeft. Bovendien zijn de belangen altijd groot, het gaat bij Europese aanbestedingen vaak om veel geld, en je hebt ook een gedegen kennis van de jurisprudentie nodig om tot een goed doordacht advies te komen. Het idee dat drie experts (voor een vergoeding van € 50,- ieder) zich binnen 72 uur zullen inlezen in de zaak, om daarna virtueel bij elkaar te gaan zitten om tot een weloverwogen oplossing komen, en die ook nog in een advies op te schrijven, is sympathiek, maar ik denk dat het niet gaat werken. Ik hoop oprecht dat ik ongelijk heb.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe aanbestedingsvormen voor versterkingsoperatie Groningen

Het ministerie van BZK gaat experimenteren met nieuwe aanbestedingsvormen om de versterkingsopgave in Groningen een boost te geven. De komende jaren worden complete dorpen, wijken en buurten ‘als opdracht verstrekt’. Ook kleine bouwers kunnen aanhaken door gebruik te maken van het Groninger Model.

Het ministerie hoopt voldoende bouwcapaciteit vrij te maken door in te zetten op de nieuwe aanbestedingsvormen. Die capaciteit is essentieel om de beoogde planning voor het versterken van woningen in de provincie Groningen te halen. De woningen hebben versterking nodig omdat er regelmatig aardbevingen plaatsvinden. In 2023 moeten alle huiseigenaren in de regio weten of hun woning versterking nodig heeft. In 2028 moet de complete versterkingsoperatie zijn afgerond. Naar schatting zullen 13.700 van de 27.000 woningen versterkt moeten worden.

Groninger Model

Het ‘Groninger Model’ is ontwikkeld door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Het model voorziet in kortere opdrachten waardoor ook kleine bouwers kunnen aanhaken, schrijft demissionair minister Kajsa Ollongren aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat aannemers steeds het complete versterkingsproces voor hun rekening nemen, van opname tot de versterking zelf.

Meerjarenversterkingsplan

Bouwbedrijven geven aan behoefte te hebben aan eenvoudiger procedures rondom contracten en lagere administratieve lasten, inzake de versterkingsoperatie in Groningen. Ook geven ze aan graag in bouwteams te werken. Daarover blijft de NCG met hen in gesprek. Het idee te experimenteren met nieuwe aanbestedingsvormen maakt deel uit van het Meerjarenversterkingsplan (MJVP), dat afgelopen maand werd vastgelegd.  

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouw waarschuwt voor risico’s nieuwe UAC-GV

Volgens bouwbedrijven en juristen verslechtert de positie van aannemers in de nieuwe UAC-GV, een veelgebruikte contractvorm in de bouw. Het was de bedoeling dat de nieuwe vorm van de UAC-GV, waaraan betrokken partijen al vijf jaar werken, die positie juist zou verbeteren. De nieuwe versie moet begin volgend jaar definitief worden gemaakt, maar critici vinden dat de herziening beter afgeblazen kan worden.

De herziening van de UAV-CG (Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen) moet leiden tot minder bouwconflicten. De huidige vorm van de UAV-GC stamt uit 2005. Vijf jaar geleden startte de herziening en dit jaar lag er voor het eerst een conceptversie.

Kritiek uit de bouwsector

Critici vinden dat het concept bij lange na niet voldoende is. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk wie – onder welke omstandigheden – verantwoordelijkheid draagt voor het aanleveren van onvoldoende informatie, en hoe het zit met aansprakelijkheid. Bouwbedrijf BAM verwijst ook naar de veel uitgebreidere toelichting van de nieuwe variant, terwijl de UAV-GC juist versimpeld moest worden.

CROW bevestigt dat opdrachtnemers kritiek hadden op de conceptversie. Zij ontvingen vijftig schriftelijke reacties van juristen en bouwbedrijven. Die stelden onduidelijkheden rondom verantwoordelijkheid, risico’s en aansprakelijkheid aan de kaak.

Herziene contractvorm

Opdrachtgevers en bouwbedrijven gebruiken de UAC-GV bij aanbestedingen waarbij bouwbedrijven niet alleen de werkzaamheden uitvoeren, maar ook verantwoordelijk zijn voor het ontwerp. De herziening startte in 2015, onder begeleiding van kennisplatform CROW. Opdrachtgevers als Rijkswaterstaat werkten eraan mee, evenals brancheorganisatie Bouwend Nederland. CROW stelde onlangs een onafhankelijk adviseur aan om het proces rondom de herziening te begeleiden.

Grote klus

CROW heeft nog steeds goede hoop dat er begin volgend jaar een nieuwe UAC-GV ligt. Pieter Litjes, directeur van CROW, erkent dat het herzien van de UAC-GV een veel grotere klus was dan men vooraf dacht. “Het concept omvat veel uiteenlopende onderwerpen waarbij het in zo’n onderhandelingsproces met zeer grote financiële belangen geven en nemen is. Op het ene onderwerp bindt de ene partij in, en de andere partij bij een ander onderdeel.”

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Essers: ‘Beter aanbesteden is een missie’

“Een aanbestedende dienst die een rechtszaak hoe dan ook wil winnen, is niet goed bezig”, stelt Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten. Hij is gespecialiseerd in aanbestedings- en mededingingsrecht. “Alles beter dan een heraanbesteding of intrekking van een voorlopige gunning, zo lijkt het soms. Ik zou graag meer ambtenaren zien die zich hiertegen verzetten.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
Maurice van Essen, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

“Dat was in 1990, tijdens mijn stage bij Shell waar ik mijn afstudeerscriptie schreef. De Richtlijn Nutssectoren was op dat moment in voorbereiding en dat was het onderwerp van mijn scriptie. Wil Wedekind, één van de eerste docenten aan de Nederlandse universiteiten die zich specifiek richtte op het aanbestedingsrecht, begeleidde mijn scriptie. Daarna liep ik stage bij Van Doorne, waar ik een advocate ondersteunde bij het schrijven van een rapport over de EU-aanbestedingsrechtspraak. “

“Na mijn afstuderen begon ik als advocaat bij Van Benthem & Keulen met als specialisatie het aanbestedings- en mededingingsrecht. Dat was daar toen nieuw. Er was ook nog geen www.rechtspraak.nl. Omdat een goede kennis van de rechtspraak cruciaal was in kort gedingen en vonnissen nauwelijks gepubliceerd werden, besloot ik hier iets mee te doen. Ik vroeg de andere aanbestedingsadvocaten om mij regelmatig de bij hen bekende vonnissen toe te sturen. Die bundelde ik en verspreidde ik weer onder de advocaten. Dat was ook het begin van de samenwerking met Gert Wim van de Meent. Dit resulteerde in het ontstaan van de Kennisbank VIND van SDU en het Handboek Aanbestedingsrecht.“

Wat vind je er leuk aan?

“De aanbestedingsrecht-community, van de mensen bij aanbestedende diensten en inschrijvers tot de consultants: iedereen die bezig is met het aanbestedingsrecht probeert samen tot beter aanbesteden te komen. Beter aanbesteden is een missie. Daarom heb ik het Handboek Aanbestedingsrecht ook als ondertitel gegeven: Naar een verantwoord aanbestedingsbeleid.

Daarnaast spreekt het raakvlak van mededinging en aanbesteding mij aan en de Europese dimensie waarin dit speelt. Ook vind ik de combinatie van adviseren en procederen leuk. Dat levert een dynamische praktijk op waarin mijn ervaring een toegevoegde waarde heeft. Je kunt voor ondernemingen belangrijke resultaten boeken als je een zaak op de juiste wijze insteekt. Maar soms moet je cliënten juist afremmen, bijvoorbeeld als ze hun verlies in een aanbesteding om emotionele redenen niet kunnen accepteren.

Tot slot is het interessant om je te kunnen verdiepen in de producten of diensten van een onderneming. Je leert bedrijven en markten kennen. Dat is ook wat ik het leuke vind aan het mededingingsrecht, mijn tweede tak van sport: dat je zo via je werk de economie leert kennen.”

Sta je meestal aan de kant van de aanbesteders of van de inschrijvers?

“Ik sta meestal aan de kant van de inschrijvers. Na mijn periode bij Van Benthem & Keulen ging ik naar Loeff Claeys Verbeke, later Loyens & Loeff, dat maar weinig overheden tot haar klanten kon rekenen. Dat is zo gebleven sinds ik in 2017 voor mezelf en later voor Clairfort ging werken. Dat neemt niet weg dat ik ook weleens voor overheden optreed. Dat is in de praktijk geen probleem. De standpunten van de aanbesteders verdedig je bijvoorbeeld ook als je voor een inschrijver tussenkomt. Je moet beide kanten dus kunnen verdedigen.”

Wat heeft je voorkeur?

“Ik heb geen voorkeur. Ik denk wel dat het optreden voor een overheid een andere instelling vergt. Als advocaat van een inschrijver wil je natuurlijk in de eerste plaats de zaak voor je cliënt winnen. Bij een overheid spelen, als het goed is, ook overwegingen van algemeen belang en van eerlijke mededinging mee. Als een klager gelijk heeft, dan moet een aanbesteder een voorlopige gunning herroepen. Het gaat dan niet om winnen of verliezen, maar om het beste contract. Een aanbestedende dienst of een advocaat van een aanbestedende dienst die hoe dan ook een rechtszaak wil winnen, is niet goed bezig.”

“Helaas zie ik steeds vaker dat aanbestedende diensten er zo niet inzitten. Ze willen vooral winnen en houden zo nodig zelfs informatie achter of traineren het verstrekken van informatie. Alles beter dan een heraanbesteding of intrekking van een voorlopige gunning, zo lijkt het soms. Misschien heeft het te maken met de heersende bestuurscultuur waarin aanbestedende diensten over het algemeen met dergelijk gedrag weg kunnen komen omdat een adequaat intern of extern toezicht ontbreekt. Ik zou graag meer ambtenaren zien die zich hiertegen verzetten. Daarbij speelt mee dat de rechtsbescherming gebrekkig is. Van de rechter heeft de aanbesteder meestal niets te vrezen.”


Een aanbestedende dienst of een advocaat van een aanbestedende dienst die hoe dan ook een rechtszaak wil winnen, is niet goed bezig.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak aan?

“Je wordt meestal gebeld kort nadat een afwijzingsbrief op de deurmat is gevallen. Dan is een snelle analyse nodig over proceskansen. Soms kun je in die fase met een brief een rechtszaak voorkomen. Een aanbestedende dienst zit immers niet per se te wachten op een kort geding. Dat is natuurlijk het mooiste, dat een rechtszaak voorkomen wordt. Ook zijn er steeds meer vragen over wijziging van overeenkomsten gedurende de uitvoering van een opdracht. Dat heeft misschien mede met corona te maken.”

“Ook zie je wel dat inschrijvers in hun offerte gouden bergen beloven die ze vervolgens niet kunnen waarmaken. In zo’n situatie loop je weer tegen de rol van de overheid aan. Die zal bij dreigende wanprestatie eerder geneigd zijn om een oogje dicht te knijpen of om de overeenkomst aan te passen, dan dat ze de opdracht intrekt en overgaat tot een heraanbesteding. Zo wordt het opportunistisch inschrijven echter beloond. Dit ondermijnt het doel van een gunning van een opdracht aan de economische meest voordelige inschrijver door een aanbestedende dienst.”

Welke zaken maken op jou de meeste indruk?

“De momenten in de rechtszaal waren het meest spannend. Ik heb er heel wat gezien. In Luxemburg voor prejudiciële beslissingen, bij de voorzieningenrechters in de arrondissementen, bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven voor aanbestedingen in het openbaar vervoer. Daar moet het gebeuren en daar kun je verschil maken voor een cliënt. Ik kan me wel opwinden over ongeïnteresseerde rechters. Daar kun je dan tijdens de zitting niet veel van laten merken. Maar dan sta je na een uur weer buiten en voel je een plaatsvervangende schaamte voor de rechterlijke macht tegenover jouw cliënt, een ondernemer die met het volste vertrouwen in de rechtstaat naar de zitting kwam. Ik zou graag aan de hand van camerabeelden een keer een beoordelingsgesprek met zo’n rechter willen houden.”


Ik kan me wel opwinden over ongeïnteresseerde rechters. Dan sta je na een uur weer buiten en voel je een plaatsvervangende schaamte voor de rechterlijke macht tegenover jouw cliënt.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?

“Ik kom gelukkig aan beide kanten veel mensen tegen die wel ambitie hebben en die het hart wel op de juiste plaats hebben en zo bijdragen aan de missie om het aanbesteden in Nederland te verbeteren. In de praktijk denken we in Nederland al snel dat we het goed doen, terwijl in het buitenland sprake is van vriendjespolitiek. Of dat echt zo is, valt moeilijk te meten, denk ik.”

“Ik vraag me ook weleens af: hoe zou dat bij de inkoop van medische hulpmiddelen tijdens het begin van de coronacrisis zijn gegaan? Hebben de verantwoordelijke politici gedacht: laten we transparant en non-discriminatoir inkopen, want dat kan best snel en levert de beste resultaten op? Of hebben ze gedacht: voor aanbesteden hebben we nu even geen tijd. We moeten snel inkopen en pakken wat we pakken kunnen. Ik kan me voorstellen dat in dat soort situaties toch al snel wordt afgezien van een aanbesteding omdat het vertrouwen hierin ontbreekt. Dat is niet terecht. Het is niet alleen in strijd met alles waarvoor de interne markt en het aanbestedingsrecht staan, maar het leidt ook tot miskopen. De politiek zou dan beter naar ervaren inkopers moeten luisteren.”

Zijn er verbeterpunten?

“Ja, voortdurend. Producten en diensten ontwikkelen zich snel en dus moeten ook aanbestedingsprocedures continu worden aangepast. Je moet telkens weer eerst een zorgvuldige marktverkenning doen en aan de hand daarvan bepalen welke inkoopmethode de beste is. Ik zie veel innovatiekracht bij de aanbestedende diensten en geloof in een voortdurende verbetering van het aanbestedings- en inkoopbeleid. Dat is iets wat de aanbestedende diensten niet aan inkoopconsultants kunnen overlaten, maar wat ze samen met hen moeten doen.”

“Een goed voorbeeld is de inkoop in het sociale domein. Daarin moeten gemeenten reële tarieven hanteren, die aan de hand van een marktonderzoek en een prijsconsultatie moeten worden vastgesteld. En dat binnen de context van financiële tekorten van gemeenten op dit gebied en zogenaamde zorgcowboys die misbruik proberen te maken van het systeem. Om hierin op de juiste manier de beschikbare rekentools en modellen te hanteren, is voor gemeenten topsport. Zij hebben toegewijde inkopers nodig, die binnen de gemeente de nodige dekking om de gewenste resultaten te boeken.”

“Ook aan de zijde van de rechtsbescherming en de rechterlijke macht is er nog veel ruimte voor verbetering. Het gebeurt nog te vaak dat aanbestedende diensten wegkomen met een onrechtmatige gunningsbeslissing of een onrechtmatige wijziging van een contract, omdat een rechter voor de gemakkelijke weg kiest. Meestal is dat het gunningsresultaat en de aanbesteding in stand laten. En omdat een hoger beroep vaak niet zinvol is, omdat het contract al definitief wordt gegund na een uitspraak in eerste aanleg, komen de voorzieningenrechters daarmee weg. Dit zou wat mij betreft eens goed mogen worden onderzocht.  


Dat is natuurlijk het mooiste, dat een rechtszaak voorkomen wordt.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Gevolg van deze gang van zaken is dat advocaten in hun advisering over proceskansen er al rekening mee moeten houden welke rechtbank bevoegd is en zelfs wie de voorzieningenrechter is. Het is niet fraai, maar bij sommige rechters weet je vooraf al dat je met bepaalde eisen niet aan hoeft te komen.”

Heb je tips voor aanbesteders en inschrijvers?

“Voor aanbestedende diensten: zie het aanbesteden als een missie, als een sport om zo goed mogelijke inkoopresultaten te realiseren. Een succesvolle aanbesteding is niet een aanbesteding die een rechterlijke toets doorstaat, maar juist een aanbesteding die tot een economische voordelige en duurzame inkoop leidt. Daag jezelf uit om in die sport de gouden medaille te halen.”

“Voor inschrijvers: zorg dat je kennis van het aanbestedingsrecht up-to-date is. Dat is gewoon nodig om succesvol op een aanbestedingsmarkt te kunnen opereren. Zowel om de beste inschrijving in te kunnen dienen als om geen kansen te missen na een voorlopige gunning. Doe dat samen met anderen, bijvoorbeeld via een platform als Aanbestedingscafé. Dat maakt het extra leuk.”

Welke ontwikkeling valt je op sinds de start van je carrière?

 “Naast de al genoemde ontwikkelingen, zie ik dat het onderwijs aan de universiteiten in het aanbestedingsrecht achterblijft. Nog steeds schrijven meer studenten een scriptie over het mededingingsrecht dan over het aanbestedingsrecht. In de advocatuur en bij het bedrijfsleven en de overheid is de vraag naar aanbestedingsjuristen juist veel groter. In de praktijk blijkt dat advocaat-stagiaires de aanbestedingspraktijk erg leuk vinden. Vaak is het tijdens hun studie niet genoeg aan bod gekomen. Een goede ontwikkeling is dat steeds meer advocatenkantoren beschikken over een advocaat met een specialisatie in het aanbestedingsrecht. Daar zit veel talent bij en dat helpt weer bij de verdere ontwikkeling van het aanbestedingsrecht en de aanbestedingspraktijk. Ook komen steeds meer fora om ervaringen en best practices uit te wisselen en is er een actieve vereniging voor aanbestedingsrecht. Dat zijn allemaal goede ontwikkelingen!”

Partner van Aanbestedingscafé:

Plucheplakkers en greenwashers: een potje moddergooien

Laatst zat ik in een coupé met twee scholieren die net terugkwamen van een lesje maatschappijleer. De ene legde de ander het verschil uit tussen links en rechts in de politiek, en illustreerde dat met een paar standpunten.

En wat er toen gebeurde was vrij bijzonder. De ander gebruikte de standpunten niet om te ontdekken of hij zelf links of rechts was, maar vond van zichzelf al dat hij rechts was en besloot daarmee wat hij van de standpunten vond.

“Ons overheidsgeld is niet bedoeld om buitenlandse vluchtelingen op te vangen”

“Is dat links of rechts?”

“Rechts”

“Oké helemaal mee eens”

Het is ontzettend moeilijk om niet in kampen te denken. En hoe complexer onze samenleving wordt, hoe meer modder we lijken te gooien. Links of rechts, wappie of schaap, reaguurder of gutmensch; bij gebrek aan tijd, interesse en aandacht slaan we iedere discussie het liefste dood met een makkelijk label.

Volgens mij is het juist een van de grootste uitdagingen als mens om die labels uit te schakelen. Want die labels maken het voeren van een echte discussie onmogelijk.

Voordat je publiekelijk het nut van vaccinaties of coronapassen aan de kaak stelt, moet je tegenwoordig eerst vertellen dat je zelf wel gevaccineerd bent en niet gelooft in een complot van Bill Gates. We willen eerst horen in welk kamp iemand zit voordat we bereid zijn om te luisteren naar de argumenten. En dat is precies de verkeerde volgorde.

Dit hokjesdenken wordt nog verder versterkt als we anoniem zijn voor elkaar. Enerzijds omdat we de ander niet kennen, en dus zelf aannames doen waarmee een makkelijk karikatuur kunnen vormen. En anderzijds omdat de ander ons niet ziet, zodat we alles kunnen roepen zonder bang te zijn voor de consequenties.

Bij aanbestedingen heb je alle ingrediënten voor een potje moddergooien. De overheid en de markt staan recht tegenover elkaar en doen alle communicatie anoniem via papier. En dan worden inkopers al snel luie plucheplakkers die niets van het bedrijfsleven snappen, en inschrijvers onbetrouwbare greenwashers die alleen maar geld willen verdienen. Pak er een willekeurige NvI bij, en tussen de regels door lees je de vooroordelen en het wantrouwen beide kanten op.

Zelfs op dit platform doen we eraan mee. Inkoperscafé.nl is er voor de inkopers en Aanbestedingscafé.nl voor de inschrijvers. Van nieuwsberichten tot kennisbanken en columns; we houden de werelden van overheid en markt strikt gescheiden. En dan vertrek je vanuit karikaturen. Eerlijk is eerlijk, ik doe daar als columnist iedere maand vrolijk aan mee.

Wat mij betreft wordt het tijd voor een aanbestedingscafé voor inkopers en inschrijvers. Waar we hetzelfde nieuws krijgen, dezelfde columns lezen en het gesprek kunnen voeren voorbij de labels, aannames en vooroordelen. We hebben dezelfde uitdaging. Laten we eens proberen om minder over, en meer met elkaar te praten. Want wie met modder gooit, verliest onvermijdelijk grond.

Partner van Aanbestedingscafé:

Ballast Nedam loopt miljoenenopdracht mis door inschrijffout

Ballast Nedam liep dit jaar de miljoenenopdracht voor onderhoud aan de Utrechtsebaan mis omdat het bedrijf een fout maakte in de inschrijvingsdocumenten. Bovendien ontstond er drie tot vier maanden vertraging omdat Ballast Nedam de gunning aan BAM aanvocht.

Ballast Nedam schreef zich in voor het project onder de naam Ballast Nedam Road Specialties. Bij het indienen van de inschrijvingsdocumenten ontbraken de benodigde Verklaring omtrent Rechtmatigheid, het Inschrijvingsbiljet en de Inschrijvingsstaat. Die bleken op naam van Ballast Nedam Infra te staan. Ballast Nedam Infra had zich niet ingeschreven als hoofdaannemer, maar zou als onderaannemer van Ballast Nedam Road Specialties optreden. Daarop verklaarde de gemeente Den Haag de inschrijving van Ballast Nedam ongeldig.

Kort geding

De opdracht voor het onderhoud aan de Utrechtsebaan, deel van de A12, ging daarop naar BAM. Ballast Nedam vocht de gunning vervolgens aan. Het bedrijf stelde dat Ballast Nedam Road Specialties en Ballast Nedam Infra over dezelfde statutair bestuurder beschikten. De rechter vond dit geen argument en stelde dat Ballast Nedam Infra en Ballast Nedam Road Specialties een geheel andere rol in de aanbestedingsprocedure hadden. De gemeente Den Haag heeft de inschrijving dus terecht ongeldig verklaard.

BAM kon door de rechtszaak geen voorwerk verrichten, waardoor het onderhoud aan de Utrechtsebaan drie tot vier maanden vertraging heeft opgelopen.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Drempelbedragen 2022-2023 stijgen licht

De drempelbedragen voor Europese aanbestedingen stijgen vanaf 1 januari 2022 licht. Dit zijn de bedragen waarboven een Europese aanbesteding verplicht is. De nieuwe drempelbedragen gelden twee jaar en zijn dus geldig tot en met 31 december 2023.

De bedragen stijgen met €1.000 tot €32.000. Bij de vorige bepaling van de drempelbedragen gingen deze nog omlaag.

De nieuwe drempelbedragen zijn: 

Concessieovereenkomsten (Richtlijn 2014/23): 

Klassieke sectoren (Richtlijn 2014/24): 

Speciale sectoren (Richtlijn 2014/25): 

Defensie en veiligheid (Richtlijn 2009/81): 

Bron: Europadecentraal.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

'Tenderned als goksite'


Met drie gasten bespraken we twee actuele onderwerpen in aanbestedingsland. Allereerst, de beslissing van het ministerie van VWS om de gunning van het analyseren van coronatesten twee maanden op te schorten. Daarnaast speelt op het wereldtoneel de klimaattop in Glasgow een belangrijke rol op dit moment. Moet duurzaam aanbesteden verplicht worden?

Presentatie: Sander van den Broek

Nieuws dat voorbij komt in deze aflevering:

De gasten in deze aflevering:

Daarnaast in de podcast een nieuwe column van Tenderman. Vraag of een opmerking? Mail naar [email protected].

Partner van Aanbestedingscafé:

Alle ministeries voeren CO2-prestatieladder in

Alle negen ministeries gaan de C02-prestatieladder gebruiken bij inkoop. De nieuwe aanpak moet leiden tot duurzamere inkoop en bijdragen aan het doel in 2030 klimaatneutraal te zijn.

De Rijksoverheid is volgens analyse van het RIVM verantwoordelijk voor 18% van de totale klimaatimpact. Om in 2030 klimaatneutraal te zijn, is meer actie nodig. Het ministerie van I&W en het ministerie van EZK kochten al in met behulp van de CO2-prestatieladder. Nu stapt ook de rest van de ministeries over op inkoop met behulp van de CO2-prestatieladder.

Organisaties die werken met de CO2-prestatieladder moeten zich daarvoor certificeren. Jaarlijks voert een externe partij een audit uit. De organisatie gaat in eerste instantie aan de slag met de eigen CO2-uitstoot. Hoe hoger de organisatie op de ladder komt, hoe verder deze ook in de keten aan de slag gaat met duurzaamheid. In totaal beslaat de CO2-prestatieladder vijf treden. Ook bedrijven kunnen zich certificeren, waardoor ze gunstiger uit de bus kunnen komen bij aanbestedingen.

Concrete stappen

Ivo Bonajo, programmamanager duurzame bedrijfsvoering Rijksoverheid, is blij met de invoering van de CO2-prestatieladder. “Met het besluit om de CO2-prestatieladder in te voeren laat de Rijksoverheid zien zelf serieus aan de slag te zijn met deze boodschap. Ik vind dit een mooie stap en goed signaal. Tegelijk besef ik me dat we er hiermee nog niet zijn en ons succes zal afhangen van de concrete maatregelen en stappen die we nog moeten zetten.”

Bron: Denkdoeduurzaam.nl, SKAO.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Stichting Ombudsman Aanbesteding

Onlangs circuleerde op LinkedIn een aantal berichten over een heuse aanbestedingsombudsman. In de berichten komt naar voren dat deze ombudsman een loket wil zijn voor als je een klacht hebt bij een lopende aanbestedingsprocedure.  Als je een klacht indient bij de ombudsman, zal een groep personen advies uitbrengen over je situatie.

Door de jaren heen heb ik heel wat meldpunten gezien. Voor een adviesbureau of detacheerder kan het commercieel interessant zijn om zo’n meldpunt te hebben. Want iemand met een probleem, is een potentiële klant. In ruil voor een bescheiden adviesje kun je daarom een klant binnenhalen. So far, niets nieuws onder de zon.

Last resort

Het gebruik van de term ‘ombudsman’ wekt het gevoel dat dit anders is. Hoewel er meerdere ombudsmannen zijn, is er maar één Nationale Ombudsman. Die is door de overheid ingesteld als ‘last resort’ voor als je als burger nergens meer heen kunt. De ombudsman heeft geen macht om beslissingen van de overheid te veranderen. Maar het instituut heeft wel budget om klachten te onderzoeken. En omdat het door de overheid zelf is ingesteld, heeft het ook gezag. Een oordeel van de ombudsman doet er toe in conflicten tussen burgers en de overheid.

Hoe zit het nu met deze Aanbestedingsombudsman? In het bericht staat een link naar een website. Deze link brengt me naar een website waar een tekst is te lezen over Stichting Ombudsman Aanbesteden. Gek genoeg wordt hier de afkorting OMA gebruikt. Als je Stichting Ombudsman Aanbesteden afkort, krijg je een heel andere afkorting, namelijk: SOA. Ook de website zelf wekt verwarring. Het oogt schreeuwerig. De informatie is weinig gestructureerd en het lijkt eerder op een promotiepraatje.

De website verwart nog verder. Allereerst is de website niet versleuteld. Dat is een soort basisbeveiliging. Bij een ‘last resort’ verwacht je dat alles in het werk is gesteld om de klager te beschermen. Dat gaat hier in de basis dus al niet goed.  Daarnaast is het internetadres, in jargon het domein, vreemd: de website staat op een subdomein van Karres.nl. Volgende de SIDN, de stichting die over .nl-domeinen waakt, is dit domein eigendom van Metaregistrar B.V. in Gouda. Even Googlen levert weinig concrete informatie op. Een belletje naar het vermeldde 088-nummer levert niets op. Er wordt niet opgenomen. Dan maar verder zoeken op de website. Als ik doorklik, kom ik de gegevens van Karres BV tegen. Dat klinkt logisch gezien de naam van het domein en omdat een van de initiatiefnemers zo heet. Maar wat heeft dat dan met deze stichting te maken?

Beter aanbesteden?

Hoe meer ik rondklik, hoe vreemder het me allemaal voorkomt. Is dit de plek voor mijn aanbestedingsklacht? Verder lezend op de website lees ik het doel van OMA, de afkorting voor Stichting Ombudsman Aanbesteden. OMA is van mening dat aanbesteden beter moet omdat de overheid per jaar maar liefst 140 miljard euro uitgeeft aan diensten en producten. OMA is blijkbaar een beetje in de war, want in werkelijkheid gaat het om ongeveer de helft. En wat OMA precies bedoelt met beter aanbesteden, wordt me niet duidelijk.

Verder lezend blijkt dat ik voor 250 euro een advies krijg van drie erkende experts. De experts zouden uit een verder niet toegelichte ‘community’ komen. Wat onder erkend verstaan wordt, wordt ook niet uitgelegd. Maar voor zover ik weet, bestaat er geen officiële erkenning of register van experts. Wel moeten we goed begrijpen dat de stichting onafhankelijk is. Dat wordt zo vaak gemeld dat ik er ongemakkelijk van wordt.

Ombudsman of adviesbureau?

Ik had mezelf een hoop tijd bespaard als ik eerder in het register van de Kamer van Koophandel had gekeken. De stichting heeft zichzelf namelijk ingedeeld bij adviesbureaus. Er wordt dus gewoon een betaald adviesje aangeboden. Waarom dat wordt vertroebeld met de term ombudsman en een vaag web namen, claims en toelichtingen is mij onduidelijk. Ik voel mij een beetje bedonderd omdat rond de term ‘ombudsman’ een zweem hangt van ‘je recht halen’, ‘er wordt geluisterd naar mijn klacht’.

Je snapt mijn punt. Predikaten als ‘ombudsman’, ‘expert’,  ‘deskundig’, ‘onafhankelijk’ moet je verdienen. En als je ze verdiend hebt, dan ga je daar zorgvuldig mee om. Als je ze klakkeloos gebruikt om een dienst te verkopen, zeg dat dan gewoon. Probeer je niet anders voor te doen dan je bent.

Deze columnist weet genoeg. Dit loket laat ik aan mijn neus voorbij gegaan. Ik wens de zelfbenoemde ombudsmannen en ombudsvrouwen veel succes.

Deze column is ook te beluisteren in de nieuwste aflevering van podcast De Gunningsfactor. Of beluister de laatste aflevering over de nieuwe Gids Proportionaliteit, met o.a. Theo van der Linden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingen taalonderwijs inburgering in gevaar

Er is onvoldoende kennis over taalonderwijs bij gemeenten. Daardoor komt de kwaliteit van het taalonderwijs dat inburgeraars moeten volgen, in het geding. Bij diverse gemeenten dreigen aanbestedingen voor taalonderwijs te mislukken, terwijl de Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 van kracht is.

In oktober bleek dat aanbestedingen voor de Onderwijsroute in verschillende gemeenten dreigen te mislukken. Aanbieders schrijven zich niet in omdat zij het budget niet toereikend vinden, bleek uit onderzoek van Andersson Elffers Felix. De Onderwijsroute bereidt die 18- tot 28-jarige statushouders voor op een studie in het mbo of hoger onderwijs.

Opnieuw beginnen

Jaco Dagevos, hoogleraar integratie en migratie bij de Erasmus Universiteit en wetenschappelijke medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, twijfelt of gemeenten bij de inkoop van taalonderwijs voldoende selecteren op kwaliteit. Als de nieuwe inburgeringswet per 1 januari 2022 ingaat, moeten gemeenten dat onderwijs in gaan kopen. Dat deden ze voor 2013 ook, maar dat ging volgens Dagevos toen moeizaam. Hij verwacht dat dat nu niet anders zal zijn. “Inmiddels is de kennis over de inburgeringsmarkt weg. Gemeenten moeten weer helemaal opnieuw beginnen.” Inburgeraars moeten na het inwerkingtreden van de nieuwe Wet Inburgering 2021 taalniveau B1 halen, een niveau hoger dan het huidige vereiste niveau: A1.

Kwaliteit

Aanbieders van taalonderwijs maken zich ook zorgen over de kwaliteit. Gemeenten laten de invulling van het onderwijs grotendeels over aan de aanbieders. Degenen die het scherpst inschrijven, bepalen hoe zij onderwijs geven, zegt taalschooleigenaar Payman Moghaddam. Dat kan ertoe leiden dat migranten straks standaard taalonderwijs krijgen, in plaats van taalles op maat. En dat terwijl het inburgeringsonderwijs volgens Dagovos vaak te schools en te weinig praktijkgericht is. “Het sluit ook niet aan bij behoefte van de cursisten”, zegt hij.

Bovendien gaat het gesprek over taalonderwijs voor inburgeraars te weinig over kwaliteit, vindt Moghaddam. Zo is de gemeente Rotterdam druk met het opwerpen van barrières voor malafide taalscholen en het voorkomen van fraude. “Rotterdam heeft een kwaliteitsconvenant gesloten met alle taalscholen en daarin draait het vooral om het controleren van de eisen die aan taalscholen gesteld worden.”

Bron: Binnenlandsbestuur

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: overeenkomst ontbonden

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over ontbinding van de overeenkomst bij schending van verplichtingen uit de aanbestedingsdocumenten.

Wat is er gebeurd?

De gemeente Veldhoven heeft op 30 november 2017 een Europese aanbesteding georganiseerd voor het selecteren van een dienstverlener voor het verrichten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2018 – 2019 e.v. Op 9 april 2018 hebben de gemeente en Van Gerwen een overeenkomst inzake leerlingenvervoer gesloten. De gemeente heeft de overeenkomst op 19 maart 2019 ontbonden en stelt zich op het standpunt dat Van Gerwen een aantal verplichtingen uit de aanbestedingsdocumenten niet of niet voldoende is nagekomen. In deze procedure is aan de orde de vraag of de gemeente terecht in 2019 tot ontbinding van de overeenkomst is overgegaan en als dat niet het geval is of Van Gerwen in dat geval schade heeft geleden die door de gemeente vergoed dient te worden.

Het resultaat

• De rechtbank is van oordeel dat Van Gerwen op een aantal punten toerekenbaar tekort is geschoten en de gemeente in dit geval terecht tot ontbinding is overgegaan.

• De rechtbank neemt hierbij met name in acht dat de ‘doelgroep’ waar het hier om gaat zeer kwetsbare kinderen betreft, waar zeer zorgvuldig mee omgegaan dient te worden. Met name het feit dat de reistijd van enkele kinderen in sommige gevallen niet voldeed aan de reistijd genoemd in het aanbestedingsdocument vindt de rechtbank zwaarwegend genoeg om de ontbinding te rechtvaardigen.

Relatie tot de praktijk

• Wees je bewust van de invloed van aanbestedingsdocumenten op de gehele uitvoeringsfase van een overeenkomst en het belang van contractmanagement. Goed contractmanagement kan je helpen in dergelijke situaties.

Bekijk de hele uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

'Geen verwachting van politiek'


Een nieuw seizoen, een nieuw format. Iedere twee weken nemen we met een aantal experts uit het veld het laatste aanbestedingsnieuws door. Gasten in de aflevering:

Theo van der Linden
De eerste gast van vandaag is eigenaar van VDLC publishers, columnist op Aanbestedingscafe en schrijver van de boeken ‘Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk’. Daarnaast is hij een van de meest gevraagde sprekers op het gebied van aanbestedingen in Nederland. Hij weet als geen ander om op een vlotte manier ingewikkelde vraagstukken tot de essentie terug te brengen. Doe daar een portie humor bij en je begrijp dat hij niet mag ontbreken in deze podcast.

Eline Lagendijk
De tweede gast van vandaag is freelance journalist en eigenaar van Bureau Gember. Menig aanbestedingsexpert werd al onderworpen aan haar kritische vragen. Wie haar nog niet kent, moet vaker Aanbestedingscafe bezoeken. Want het laatste aanbestedingsnieuws is daar dankzij haar dagelijks te lezen.

In deze aflevering praten we over:

Nieuws:
https://www.aanbestedingscafe.nl/nieuwe-gids-proportionaliteit-gepubliceerd/

https://www.inkoperscafe.nl/handreikingen-verantwoordelijk-marktgedrag-bij-inkopen-diensten/

Reactie, vraag of opmerkingen?

Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te liken en te delen en je te abonneren. Heb je een vraag of opmerkingen, stuur dan een mail naar: [email protected]

Informatie over partnering met podcast de Gunningsfactor?

Er zijn ook mogelijkheden om je product, dienst of bedrijf te promoten. Interesse? Stuur dan een mail naar: [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederland had geen plan voor inkoop mondkapjes

Uit een reconstructie van De Correspondent blijkt dat de Nederlandse overheid allesbehalve voorbereid was op het tekort aan mondkapjes dat ontstond aan het begin van de coronapandemie.

Hoewel Ernst Kuipers eind februari 2020 nog meldde dat Nederland beschikte over een jaarvoorraad mondkapjes, kwamen ziekenhuizen in het zuiden van het land al snel zonder te zitten. De situatie was medio maart ronduit nijpend. René Dullaart, hoofd Inkoop van het Erasmus UMC, vertelt aan De Correspondent hoe hij wekenlang probeerde mondkapjes in te kopen in Europa. In eerste instantie zouden de GGD’s dit doen, maar de opdracht belandde bij Dullaart en Gerwin Meijer, hoofd van de inkoopsamenwerking van de vereniging van academische ziekenhuizen.

Deal of geen deal?

De overheid wilde mondkapjes inkopen via aanbestedingen, maar Dullaart schat in dat dat te lang duurt en spreekt zich daarover uit. Dullaart wordt al snel verantwoordelijk voor de inkoop van mondkapjes die op zeer korte termijn nodig waren. Hij krijgt van alle kanten aanbiedingen, leads die vaak nergens op uitlopen. Hij sluit een deal met het Belgische Pharmasimple, via tussenpersonen. Het beursgenoteerde bedrijf zou ook aan de Belgische overheid leveren. Uiteindelijk komt de deal niet tot stand. De tussenpersoon via wie Dullaart inkoopt, blijkt opgelicht te zijn. Daarna benadert Dullaart een kennis in China. Via die weg weet hij wel mondkapjes in te slaan, waarvan een deel later alsnog wordt afgekeurd.

Onvoorbereid

Aan de start van de coronapandemie stond Nederland volgens Amerikaanse onderzoekers in de top-3 van best voorbereide landen. Dat kwam met name door de aanwezigheid van het RIVM en de GGD’s. Dullaart concludeert desondanks dat Nederland niet goed was voorbereid op het tekort aan mondkapjes. Hij uit zowel kritiek op zichzelf als op de overheid. Er was geen plan. “Dat is misschien wel een puntje van aandacht voor het vervolg”, zegt hij.

Onderzoek afwachten

Het ministerie van VWS stelt in een reactie: “Het is goed dat alles boven water komt nu de crisis grotendeels achter ons lijkt te liggen. Daar kunnen we alleen maar van leren.” Het ministerie heeft Deloitte gevraagd onderzoek te doen naar de gang van zaken rondom de inkoop van mondkapjes. Dat wil het ministerie eerst afwachten, als bevestiging op het verhaal van De Correspondent.

Bron: De Correspondent

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe Gids Proportionaliteit gepubliceerd

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de nieuwe Gids Proportionaliteit gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe versie van kracht. De wijzigingen in de Gids moeten bijdragen aan betere rechtsbescherming bij aanbesteden.

In februari van dit jaar stuurde Mona Keijzer, destijds staatssecretaris van Economische Zaken, een ontwerp van een gewijzigd Aanbestedingsbesluit met een aanpassing van de Gids Proportionaliteit. Daarover vroeg Keijzer in november 2019 al advies aan de Adviescommissie Gids Proportionaliteit. Volgens Keijzer passen sommige publieke opdrachtgevers rechtsverwerkingsclausules te strikt toe. “Dit leidt tot rechtsverwerking in gevallen waarin dat onredelijk is en resulteert in een gevoel van onrechtvaardigheid bij opdrachtnemers”, schreef ze aan de Tweede Kamer. Ondernemers ervaren de toepassing van dergelijke clausules als ‘doorgeslagen’.

De wijzigingen in de Gids Proportionaliteit moeten de buitensporige toepassing van rechtsverwerkingsclausules beperken en goede klachtafhandeling bevorderen. Voornamelijk hoofdstuk 4, Aanbestedingsfase, is aangepast. De exacte aanpassingen vind je hier.

Bron: PIANOo.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Provincie Zeeland genomineerd voor Procura+ Award

De provincie Zeeland maakt kans op de Procura+ Award voor ‘Procurement Initiative of the Year”. Zeeland is genomineerd omdat de provincie de Social Development Goals als uitgangspunt neemt voor alle inkoop van de provincie tussen 2021 en 2024.

In 2017 inventariseerde Zeeland welke impact publieke inkoop op het behalen van de SDG’s kon maken. Daarna begon de provincie de voortgang met betrekking tot de SDG’s te monitoren. Ook werden er gesprekken gevoerd met NGO’s, beleidsmedewerkers, onderzoekers, leveranciers en inkopers. Uiteindelijk stelde de provincie zich tot doel impact te maken op zeven SDG’s, via alle inkoop die tussen 2021 en 2024 gedaan zou worden.

Finalisten

Zeeland neemt het op tegen de Finse hoofdstad Helsinki. Helsinki gebruikt CO2-footprintcriteria om duurzame publieke inkoop te stimuleren. In totaal zijn negen finalisten in de race voor verschillende Procura+ Awards. Praag en Zuid-Moravië, beide gelegen in Tjechië, zijn genomineerd voor ‘Innovation Procurement of the Year’ en ‘Sustainable Procurement of the Year’. Twee Spaanse overheidsinstellingen maken kans op de prijs voor ‘Outstanding Innovation Procurement in ICT’.

Haarlem

De Procura+ Awards worden elk jaar uitgereikt aan Europese overheidsinstanties die bijzonder innovatief of duurzaam hebben aanbesteed. Vorig jaar won de gemeente Haarlem de ‘Procurement Initiative of the Year 2020’ Award voor de duurzame aanbesteding van grond-, weg- en waterbouw. De gemeente werkte daarin nauw samen met leveranciers die grote vrijheid hadden om te innoveren.

Bron: procuraplus.org

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Verberne: ‘Transparantie moet voorop staan’

“Begin met het einde”, tipt Gijs Verberne, advocaat en partner bij Van Doorne. “Begin een te starten aanbesteding met het formuleren van de te bereiken doelstellingen.”

Verberne adviseert deze doelen vast te leggen in een conceptovereenkomst, inclusief de zorgen die zich kunnen voordoen (gunningscriteria). “Vraag je bij de selectiecriteria vervolgens af of een inschrijver die zorgen eerder succesvol heeft opgelost en doe dan pas een aankondiging. Veel aanbestedingen zijn niet altijd goed doordacht, niet afgestemd met contractbeheerders of eindgebruikers. Aanbesteden is een middel, geen doel op zich.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?

“Professor Wedekind, de eerste Nederlandse hoogleraar in het Europees en nationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, inspireerde mij als collega met zijn ‘heilige vuur’ voor dit rechtsgebied. Toen dit rechtsgebied nog in de kinderschoenen stond, werkte ik met hem samen bij Van Doorne, kantoor van de Rijksadvocaat, voor met name overheden. Daarnaast ben ik les blijven geven aan universiteit en later ook aan de Hogeschool van Utrecht.”

Gijs Verberne, advocaat en partner bij Van Doorne Advocaten
Je staat meestal aan de kant van de aanbesteders?

“Ja. We begeleiden bijvoorbeeld veel overheden bij complexe publieks-privaatrechtelijke samenwerkingen, zoals bij te realiseren infrastructuur, energietransitie en te verrichten openbaar vervoer.  Een ander deel van het werk is het voeren van rechtszaken, bijvoorbeeld het voeren van verweer namens een aanbestedende dienst in kort geding tegen een afgewezen inschrijver. Die afwisseling is interessant. De praktijk voer ik samen met een fantastisch en gedegen team dat presteert op hoog niveau. Een prettige groep mensen om mee samen te werken.”

Inmiddels ben je partner bij Van Doorne.

“Ja, al sinds 2006. Ik heb na mijn studie allerlei richtingen uitgeprobeerd en heb zo Van Doorne leren kennen.”  

Wat vind je zo leuk aan het aanbestedingsrecht?

“Ten eerste: het omvangrijke rechtsgebied: het beslaat internationaal, Europees, nationaal recht (zowel civiel als bestuursrecht). Ook is het met name bij procederen interessant zuiver en zorgvuldig te blijven redeneren. Daarbij geldt ook dat regressief redeneren voorkomen moet worden: een rechter kiest dan gevoelsmatig en intuïtief en gaat die keuze vervolgens onderbouwen. Dit is mijns inziens zuiver noch zorgvuldig. Immers, feiten maken het recht en niet andersom.”

“Een ander mooi aspect is de menselijke kant, de beleving. Van zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver. Het is dan wel een zakelijk geschil, maar je moet ook als mensen met elkaar blijven praten. Het is het spel. Je mag je verzetten tegen een uitslag, maar kunt buiten de rechtszaal wel gewoon op een prettige manier met elkaar omgaan.”

“Ook het rechtsgebied zelf spreekt me aan: de techniek, de internationale regels waaraan je moet voldoen. Er zijn zo veel aspecten die een aanbesteding kunnen beïnvloeden.. Aanbestedingsrecht is en blijft enorm in ontwikkeling. Dat maakt het heel afwisselend en ontzettend leuk. Daarnaast is het ook maatschappelijk relevant om een bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld de energietransitie of het openbaar vervoer.”

Als je kijkt naar de aanbestedingspraktijk in Nederland, hoe doen we het dan?

“Goed, absoluut. Maar het kan natuurlijk altijd beter. Er is de afgelopen jaren al veel geprofessionaliseerd. Wat beter zou kunnen, is contractbeheer. Vaak mist er structuur in contracten, vooral over hoe je met elkaar in contact blijft. Daar zijn nu ook opleidingen voor, met aandacht voor communicatie: hoe voer je een gesprek, hoe stel ik de juiste vragen, hoe stem ik zaken af? Het kan enorm helpen in de samenwerking te luisteren, open vragen te stellen en rekening te houden met de persoon/persoonlijkheid tegenover je. Als die communicatie verbetert, krijg je een professionelere relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Er is altijd wisselwerking, het is een illusie dat je een opdrachtnemer kunt managen of directief aansturen.”

Communicatie is dus belangrijk. Hoe zit dat bij het procederen?

“In een civielrechtelijk kort geding is het voor de rechter soms lastig te controleren of wat er beweerd wordt, ook klopt. De rechter moet het in beginsel doen met de documenten die zijn overgelegd. Daaruit volgt feitelijk een systeem van ‘marginale’ toetsing. De aanbestedende dienst heeft de inhoudelijke kennis, de rechter toetst veelal alleen of het proces goed is verlopen Bij het bestuursrecht vindt naar mijn oordeel veelal een grondiger toets plaats, omdat de rechter dan over alle op het besluit betrekking hebbende documenten beschikt.”

 
“In de meeste aanbestedingsrechtelijke geschillen oordeelt de burgerlijke voorzieningenrechter. De rechter zit daar in zijn eentje en zijn beslissing kan vrij grote gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk dat de aanbestedende diensten transparant en met respect communiceren met inschrijvers. Ze moeten hun beslissingen goed motiveren en niet te angstig zijn in hun uitleg. Dus niet alleen het juridische afdekken, maar ook rekening houden met emoties. Soms wordt een rechtszaak puur gevoerd op emoties. De inschrijvende partij heeft hart en ziel gestoken in zijn plan en dan krijgt hij een onduidelijke of slecht geformuleerde afwijzing.”

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak bij jou aan?

“Dat varieert. Soms krijgen we vooraf al vragen: Klopt het bestek? Mag dit? Hoe moeten we de vraag formuleren? Zijn we proactief genoeg? Moeten we nu al procederen? Dat laatste bijvoorbeeld als er wordt toegeschreven naar één partij. Van aanbesteders krijg je weer andere vragen, bijvoorbeeld: mogen we op door ons gewenste wijze de aanbesteding vormgeven, gaat dit goed? Dan kijken we met ons team vanuit verschillende disciplines hoe je dat vormgeeft. Dat doe ik niet alleen, dat doen we samen vanuit allerlei perspectieven, zoals ook techniek of wijze van inkoop en financieel.”

Welk moment in je carrière heeft de meeste indruk gemaakt?

“Dat is niet per se één moment. Ik vind het altijd mooi als je juridisch scherper kunt zijn dan de ander zodat een cliënt het gewenste einddoel haalt, zoals een succesvolle aanbesteding of gewonnen rechtszaak.  Ik krijg elke keer energie uit de samenwerking met cliënten en met het team. Samen tot een goed resultaat komen, dus dat het doel is bereikt. Dat zijn de mooie momenten.”

Heb je tips voor aanbesteders?

“Ik heb nog wel een praktische tip: benoem per gunningscriterium het te bereiken doel: wat wil je bereiken? Wat is de gewenste eindsituatie? Wanneer ben je er blij mee als aanbestedende dienst? Dan kan de inschrijver hier zijn eigen invulling aan geven. Dus geen algemene plannen van aanpak of visie vragen, zonder dat de aanbestedende dienst enige functionele richting geeft.”  

Je geeft zelf les, dus opleiden vind je ook belangrijk?

“Zeker, daarom heb ik ook veel lesgegeven aan de Universiteit en Hogeschool van Utrecht en veel gepubliceerd. Dat vind ik ook erg leuk om te doen. En voor de wethouders hebben we samen met de Nederlandse Vereniging van Wethouders en de Universiteit Tilburg een opleiding voor bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen opgezet. Veel van mijn Van Doorne-collega’s dragen daaraan bij. Er worden zowel juridische als managementvakken gegeven, zodat wethouders en bestuurders in de publieke sector ook hun vak goed kunnen uitoefenen.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bij een goed kwaliteitssysteem kan Grossmann op vakantie

Bij aanbestedingsprocedures waar de aanbestedende dienst een publieke organisatie is, blijft het altijd bijzonder dat een werkend kwaliteitssysteem één van de eisen is die aan de inschrijver wordt gesteld. Hierbij wordt de vaak gebruikte ISO-9001 certificering bedoeld, of gelijkwaardig. De aanbestedende dienst mag natuurlijk niet dat specifieke certificaat voorschrijven.

Dit is bijzonder omdat bijna geen enkele publieke organisatie zelf dat certificaat (of gelijkwaardig) heeft. Als zo’n kwaliteitssysteem het bewijs is dat de interne bedrijfsvoering op orde is, dan zou dat kunnen betekenen dat de organisaties die dat niet hebben, de organisatie niet op orde hebben. Andersom kun je redeneren dat publieke organisaties die hun interne organisatie wel op orde hebben (maar dan zonder gecertificeerd kwaliteitssysteem), deze vraag helemaal niet hoeven te stellen. Kwaliteit kan immers bestaan zonder certificering. Beoordeel het product of de dienst die geleverd wordt en niet de interne organisatie van de opdrachtnemer.

Daar is Grossman weer

Naar aanleiding van een recente brief aan de Tweede Kamer – onder meer over de rechtsverwerkingsclausule met het bekende en beruchte Grossmann-arrest – wordt er weer het nodige gepubliceerd op de bekende online gremia. ‘Mag je (moet je) klagen tijdens de aanbestedingsprocedure met het risico dat de kans op gunnen daardoor afneemt?’ Welke Aanbesteden Dienst wenst immers een contract te sluiten met een zeurende partij die ook nog gelijk kan hebben? Een benadering die overigens alleen hout snijdt als de afdeling die aanbesteedt niets te maken heeft met de afdeling die het contract moet beheren. 


Kwaliteit kan immers bestaan zonder certificering. Beoordeel het product of de dienst die geleverd wordt en niet de interne organisatie van de opdrachtnemer.


Een goed werkend kwaliteitssysteem bij een Aanbestedende Dienst kan waarschijnlijk veel gedoe voorkomen. Zo zou in één van de processtappen de vraag ‘voldoet deze aanbesteding aan de Gids Proportionaliteit of breder, aan de aan aanbestedingswet?’ aan bod kunnen komen. Ik zie het stroomschema al voor me. Dat deze vraag pas buiten de organisatie wordt gesteld, is in feite het bewijs van gebrekkige kwaliteitsborging binnen de organisatie. En als deze vraag binnen de organisatie met ‘ja’ is beantwoord, maar er tijdens de procedure toch (terechte) vragen worden gesteld, dan wordt met een goed kwaliteitssysteem (plan-do-check-act!) de volgende procedure nog beter voorbereid. Dit heet een lerende organisatie.

De uitdaging zit niet in betere rechtsbescherming tijdens aanbestedingsprocedures of in juridisch dichtgetimmerde formuleringen in leidraden, maar in een betere interne organisatie van een Aanbestedende Dienst.

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres