Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 4

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Corona in Sociaal Domein: we denken pas na over alternatieven als het niet anders kan
In gesprek met Marco van der Spek-Stikkelorum over de invloed van het coronavirus op het sociaal domein. Huishoudelijke hulp kun je één à twee weken uitstellen, maar na drie weken wordt het wel anders.” Tegelijkertijd konden veel mensen ook wél zonder de dingen waar ze gewend aan waren, zag hij. Een pleidooi voor meer flexibiliteit, minder ‘onzinnige zorg’ en zelfredzaamheid.

Column: Welkom bij de Aanbestedingstombola!
Hoe goed voorspel jij de uitkomst van deze tien rechtszaken? Theo van der Linden stelde een quiz samen. Meer dan vijf goed? Dan ben je een heuse kenner.

Aanbestedingsdata ontleed: volop kansen op de markt van inhuur van derden
De experts van Significant Synergy legden aanbestedingsdata van de jaren 2018, 2019 en 2020 naast elkaar en maakte een overzichtelijk en zeer informatief Aanbestedingsdashboard. Wat blijkt? Op de markt van inhuur van derden zijn volop kansen voor de komende jaren.

Column: Ernstige twijfels rechtmatigheid aanbesteding corona-apps
De markt zag zelden zulke hoge spoed als bij de aanbesteding van de corona-app door het ministerie van VWS. Is deze snelheid terecht en geoorloofd, vraagt Inge van Laarhoven zich af. Had men het niet beter in bestaande contracten met leveranciers kunnen zoeken?

Stikstof: raamcontracten net zo belangrijk als duurzame gunningscriteria
Om de stikstofuitstoot in de bouw omlaag te krijgen is het net zo belangrijk om in te zetten op langetermijncontracten. Dat biedt bouwers zekerheid, stelt Programmamanager Aanbesteden bij CROW, Joost Fijneman. “Bouwers moeten zeker weten dat zij hun investering terugverdienen. Zodra die beweging is ingezet, zou die zich als een olievlek kunnen verspreiden.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 3

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Boekrecensie: Ben ik in beeld?
Menig thuiswerker heeft er al heel wat conference-calls op zitten in 2020. Worstel je af en toe nog met Zoom-meetings of videobellen? Of wil je weten hoe je het écht professioneel aanpakt? Volgens recensent Peter Streefkerk is het boek “Ben ik in Beeld?” dan zeker een aanrader.

Erasmus MC bereidde zich in januari al voor op corona
Strategisch Inkoper bij het Erasmus MC Vincent Suttorp vertelt hoe hij en zijn collega’s de uitbraak van het coronavirus dit voorjaar beleefden. Een goede voorbereiding en afstemming was essentieel om een tekort aan geneesmiddelen te voorkomen. “De eerste stap is heel proactief zijn richting je leveranciers: ‘Oké, hoe ga je dit aanpakken?’”

Trends in het Sociaal Domein: hoe speel je daarop in?
In toenemende mate krijgt het sociaal- en zorgdomein te maken met meerjarige aanbestedingen die de verhoudingen tussen kwaliteit en prijscomponenten op scherp zetten. Het rommelt en aangemoedigd door de coronacrisis moeten organisaties meer dan ooit inzetten op innovatie. Welke ontwikkelingen en trends spelen er in het sociaal domein en waar kun je als inschrijver op inspelen?

Als het aan de EU ligt: circulair aanbesteden minder vrijblijvend
De EU introduceert een nieuw actieplan voor een Europese circulaire economie, met de titel ‘Voor een schoner en concurrerender Europa.’ In dit plan staan 35 aanvullende maatregelen om een Europese circulaire economie te bevorderen. Het meest opvallend? Circulair aanbesteden wordt minder vrijblijvend. De EU wil targets en rapportages introduceren om circulair inkopen verder te stimuleren.

How to: aanbesteden voor thuiswerkers
Ga je ook na deze zomervakantie thuis aan de slag? Lees dan deze ervaringen en tips over aanbesteden voor thuiswerkers. Over de voordelen van digitaal werken, minder reistijd en de uitdaging van videobellen en aanbesteden in onzekere tijden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 2

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

De uitdagingen van circulair aanbesteden
Circulair aanbesteden. Een mooi begrip, maar ook een abstract begrip. Welke uitdagingen zitten er eigenlijk aan circulair aanbesteden? Hoe schrijf je nu een goede circulaire aanbesteding uit? En hoe maak je die concreet genoeg, zodat de inschrijvende partij er mee aan de slag kan en de opdracht tot het gewenste resultaat leidt? Om dat uit te zoeken spraken we met drie ervaringsdeskundigen op het gebied van circulair aanbesteden.

Column: mag opdracht ongewijzigd worden aanbesteed?
Een aanbesteder mag een aanbestedingsprocedure afbreken zonder dat daarvoor bijzondere omstandigheden zijn vereist. De vrijheid van de aanbesteder om een opdracht opnieuw aan te besteden is beperkter. Maar hoe zit het ook alweer met het heraanbesteden van een ongewijzigde opdracht?

Aanbesteden in coronatijd: denk goed na over rechtsbescherming
Toen het coronavirus zijn intrede deed, brak voor aanbestedende diensten en bedrijven een onzekere tijd aan. Waar moet je vanuit juridisch oogpunt dan extra op letten als je aanbesteding in de startblokken staat? Claire Lombert, aanbestedingsadvocate bij Loyens & Loeff, geeft tips en aandachtspunten.

Zo vergroot stakeholdersmanagement je kansen in het Sociaal Domein
Je wilt je inschrijven op een aanbesteding in het sociaal domein. Wat kan je dan voorafgaand aan deze aanbesteding al doen om je kansen te vergroten? “Stakeholdermanagement”, antwoordt Sikko Bakker, aanbestedingsspecialist bij TenderSucces. “Hiermee haal je de juiste informatie op om onderscheidend vermogen te creëren, doordat je precies weet wat er speelt.”

Column: Aanbesteden anno 2020, andere dingen te doen
Columnist Johan Stolk hekelt het uitstellen van klimaatplannen door het kabinet na het uitbreken van de coronacrisis. “Nu deadlines worden opgeschort en aanbestedingen worden uitgesteld, is het aan organisaties en overheden om de impactmogelijkheden binnen aanbestedingen serieus te verkennen. Want veel mensen, ook ministers, hebben nog andere dingen te doen.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 1

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Column: Zijn we eindelijk van BVP af, zitten we ineens met RCC
Columnist Theo van der Linden ontleedt het nieuwe verschijnsel ‘RCC’: “Net nu we eindelijk van BVP af zijn, doemt het volgende wondermiddel alweer op: RCC ofwel Rapid Circular Contracting. Ik heb de brochure van de Stichting Circulaire Economie doorgenomen, maar ik word niet meteen enthousiast. Wat is RCC?”

Juridische verankering duurzaamheidseisen vraagt systeemverandering
In gesprek met Dr. Willem Janssen, universitair onderzoeker en docent Europees en Nederlands aanbestedingsrecht bij het Public Procurement Research Centre van de Universiteit Utrecht. “We moeten niet zo halsstarrig vasthouden aan het systeem dat we nu hebben. Velen zeggen dat de professionalisering van aanbestedende diensten, ook betekent dat er duurzamer aanbesteed gaat worden. Dat zou goed kunnen, maar waarom zouden we achterblijven met het recht?”

Column: Uitsluitingsgronden en zelfreinigende maatregelen
Fouten kun je maar beter ruiterlijk toegeven. Dat geldt niet alleen voor onjuiste tweets over beweerdelijk wangedrag van bepaalde bevolkingsgroepen, maar ook voor fouten die hebben geleid tot uitsluiting van deelname aan een aanbestedingsprocedure. Een inschrijver die vanwege een ‘ernstige beroepsfout’ van deelname aan een aanbestedingsprocedure was uitgesloten, kan hierover meepraten, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Mr. Arthur van Heeswijck legt uit hoe een ernstige beroepsfout ondernemers kan blijven achtervolgen.

Circulair aanbesteden: impulsen van de overheid
In 2016 lanceerde de overheid het rijksbrede programma ‘Circulaire economie’, met een zeer ambitieuze doelstelling: een volledig circulaire economie in 2050. Door in te zetten op circulair hoopt de overheid klimaatverandering tegen te gaan. In 2030 moet het verbruik van metalen, fossiele brandstoffen en mineralen al met de helft zijn afgenomen. Welke impulsen geeft het Rijk aan de markt om dat te bewerkstelligen, specifiek op het gebied van circulair aanbesteden? Wat is er tot nu toe al gedaan? En wat staat er nog op de rol?

Column: minister De Jonge pleit voor meer ellende in de zorg
Columnist Johan Stolk kan zich niet vinden in het voorstel van de minister van VWS. “Hugo de Jonge pleitte weer eens tegen aanbestedingen in het sociaal domein. “De zorg is geen markt, laat staan een Europese markt”. Soepeler procedures dus en een afschaffing van de aanbestedingsplicht, als het aan de minister van Volksgezondheid, Zonnebank en Schoenen ligt. Klinkt mooi natuurlijk. Niemand houdt van plichten en iedereen houdt van vrijheid. Maar wie verder kijkt dan z’n neus lang is, ziet dat de schoen heel ergens anders wringt.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Provincies trekken concessie Keolis in

De provincies Overijssel, Flevoland en Gelderland hebben gisteren laten weten dat zij de concessie IJssel-Vechtstreek niet langer verlenen aan vervoerder Keolis. Keolis heeft volgens de provincies opzettelijk onjuiste informatie verstrekt tijdens het aanbestedingstraject.

De drie provincies stelden een onderzoek in nadat Keolis zelf melding maakte van ‘onrechtmatigheden’ bij de aanbesteding bij de provincies en het Openbaar Ministerie. Op basis van dat onderzoek besloten de provincies de concessie in te trekken. Keolis kwam in opspraak naar aanleiding van berichten van onderzoeksplatform Follow the Money, die meldde dat Keolis side letters had gebruikt om de aanbesteding te winnen.

Teleurgesteld
Nu de provincies de concessie intrekken heeft Keolis nog een maand de tijd in beroep te gaan. Keolis is teleurgesteld over het besluit: “We zijn vol vertrouwen geweest over een goede afloop, juist door openheid te hebben geboden en in te hebben gezet op herstel. Wij zijn van mening dat alle benodigde stappen zijn ondernomen voor herstel”, zegt het vervoersbedrijf.

Geen hinder
Omdat Keolis in december van dit jaar al zou starten met vervoer in de regio zoeken de provincies naar een noodoplossing, zodat reizigers geen hinder ondervinden. De concessie moet daarnaast opnieuw aanbesteed worden.

Het OM buigt zich nog over de zaak. Vorige week liet staatssecretaris Keijzer al weten dat zij geen apart onderzoek instelt naar de gang van zaken.

Bron: NOS.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Stikstof: Raamcontracten net zo belangrijk als duurzame gunningscriteria

De aanbestedingspraktijk in de bouwsector kreeg er flink van langs in het recente eindrapport van het Adviescollege Stikstofaanpak. De huidige aanbestedingspraktijk werd zelfs ‘weinig hoopgevend’ genoemd. Emissiearm bouwen wordt nog te weinig gestimuleerd en aanbestedende diensten maken te weinig gebruik van (zwaarwegende) duurzaamheidscriteria. Wat is er nodig om ook bij aanbestedingen de transitie naar lagere (stikstof)emissies te kunnen maken?

Het vorige artikel over het eindrapport van het Adviescollege Stikstofaanpak vind je hier: ‘Juridische list’ geen optie voor kabinet rondom stikstofproblematiek.

Vooral de infrasector zit erom te springen: ruimte om weer te kunnen bouwen. In het eindrapport onderkent het Adviescollege de benarde positie van bouwers in Nederland. Tegelijkertijd moet ook de bouwsector zelf actie ondernemen om de stikstofuitstoot naar beneden te brengen, ook al is de bouw lang niet de grootste veroorzaker van die uitstoot. Om de stikstofuitstoot flink naar beneden te brengen, moeten de aanbestedingsregels volgens het Adviescollege op de schop. In toenemende mate moeten opdrachtgevers scherpere eisen stellen aan de emissies van een bouwproject.

“Aanbestedende diensten dienen zich te committeren aan een oplopend aandeel van aanbestedingen waarin zo laag mogelijke emissies een doorslaggevende rol in de gunning spelen. Het Rijk moet op korte termijn met medeoverheden en semipublieke partijen sluitende afspraken maken over aanbestedingsregels.” Om bedrijven te stimuleren over te gaan op laag-emissiematerieel moet de overheid bovendien subsidie verlenen. Daarnaast zou de overheid volgens de experts juridisch vast moeten leggen dat emissies van bouwprojecten in maximaal tien jaar worden teruggebracht met tachtig procent.

Het belang van langlopende contracten
Het Adviescollege zet dus in op duurzame gunningscriteria en het stimuleren van de aanschaf van laagemissiematerieel. Volgens Joost Fijneman, programmanager Aanbesteden bij kennisplatform CROW, zijn dat niet de enige opties. Fijneman ziet in de praktijk dat het werken in bouwteams en het afsluiten van langlopende (raam)contracten ook kunnen leiden tot flinke emissiereducties. “Op het moment dat je, als marktpartij, weet dat je een raamcontract hebt en je weet dat je de komende vier jaar voor een gemeente werkt, en je bespreekt dan de mogelijkheden voor het beperken van emissies, wordt het veel gemakkelijker om maatregelen te nemen. De kosten daarvan kun je immers uitsmeren over alle projecten die de komende vier jaar langskomen. Dat lukt niet als je dat moet gaan doen voor dat ene project dat er nu aankomt.” Het werkt ook omdat de prijs niet leidend is bij dergelijke aanbestedingen. “Je hebt de prikkel om opportunistisch gedrag te vertonen eruit gehaald. Dat is belangrijk.”

Door voor een bouwteamcombinatie te kiezen kan een aanbestedende dienst de markt bovendien meer vrijheid geven. Dat opent de weg naar een transparant gesprek over de mogelijkheden van emissiereductie. En daar komen vaak betere resultaten uit dan wanneer de aannemer eenzijdig een plan of een aanbieding maakt om daarmee zo goed mogelijk invulling te geven aan een gunningcriterium, zegt hij.

Gunningscriteria bieden zekerheid
Toch staan die gunningscriteria niet voor niets in het rapport, stelt Fijneman. “Het voordeel van die gunningscriteria is dat je daarmee niemand op voorhand uitsluit. Daarmee staat het haaks op andere manieren, dat je het gewoon voorschrijft, dat je er geschiktheidseisen van maakt of het in besteksbepalingen zet. Op het moment dat je dat doet, maak je wel een schifting tussen partijen, maar die is erg zwart-wit: je voldoet wel of je voldoet niet. Het voordeel van gunningscriteria is dat er een ingroeimodel in zit.”

Daarnaast biedt het breed en consequent gebruik van gunningcriteria door de Nederlandse opdrachtgevers voor bouwers ook zekerheid, volgens Fijneman. Ondernemers dat dit de nieuwe praktijk wordt en weten dat investeren in nieuw, schoon materieel loont. “Maar het is, zeker op de korte termijn, nog effectiever om dat te doen binnen raamcontracten omdat een bouwer dan echt zeker weet: binnen dit raamcontract kan ik een heleboel van die investering al gaan terugverdienen.”

Op het moment dat je, als marktpartij, weet dat je een raamcontract hebt en je weet dat je de komende vier jaar voor een gemeente werkt, en je bespreekt dan de mogelijkheden voor het beperken van emissies, dan wordt het veel gemakkelijker om maatregelen te nemen.

Joost Fijneman, Programmamanager Aanbesteden bij CROW

Juridisch vastleggen
Hoe gaat het verder? Minister Schouten liet onlangs in een kamerbrief weten inderdaad juridisch vast te willen leggen dat de stikstofuitstoot in de bouw met tachtig procent omlaag moet in de komende tien jaar. Daarmee volgt ze het advies van het Adviescollege op. Ze wijdde in die brief slechts een enkele zin aan de opmerkingen over aanbesteden: “Aan publieke zijde zijn afspraken nodig over aanbesteding en de ontwikkeling en inzet van een stimuleringsregeling.”

Maar hoe krijg je aanbestedende diensten daadwerkelijk zover om vaker uit te vragen op duurzaamheidscriteria? Fijneman maakt een vergelijking met de Gids Proportionaliteit. “De Gids was bedoeld als flankerend beleid maar werd op een gegeven moment ook wettelijk als uitgangspunt vastgesteld. Je ziet, pas als het die status krijgt, dan gaan aanbestedende diensten ermee aan de slag. Alle handreikingen, aanbevelingen, commissies en voorlichting, die hadden heel weinig effect.” Een Gids Duurzaamheid dan maar? “Ja, dat zou best een aardige optie zijn om verder te onderzoeken. Met dezelfde comply-or-explain-formule erin.”

Volgens Fijneman zit het hem vooral in de combinatie van langetermijncontracten en duurzame gunningscriteria, waarbij bouwers weten dat zij hun investering terugverdienen. Zodra die beweging is ingezet, zou die zich als een olievlek kunnen verspreiden, denkt hij. “Als je dit op een aantal plekken hebt doorgevoerd en je een flink aantal partijen mee hebt, die op deze manier hun investering hebben kunnen doen met voldoende zekerheid, dan nemen al die partijen bij volgende aanbestedingen deel met emissiearm of emissieloos materieel. Als daar dan die gunningscriteria bij komen die maakt dat ze daar ook nog een voordeeltje hebben, dan moet de rest ook mee.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Staatssecretaris ziet af van eigen onderzoek naar mogelijke fraude Keolis

Staatssecretaris Keijzer laat het aan de provincies om onderzoek te doen naar de mogelijke fraude bij de aanbesteding van de concessie IJssel-Vechtstreek. Dat laat ze weten aan de Tweede Kamer. Kamerleden hadden gevraagd of zij bereid was een onderzoek in te stellen.

Keijzer stelt dat het reeds ingestelde onderzoek van de provincies Flevoland, Overijssel en Gelderland afdoende is. Indien er strafbare feiten zijn gepleegd is het aan het Openbaar Ministerie om de zaak verder op te pakken. Als de lopende onderzoeken zijn afgerond wil Keijzer wel in gesprek met de provincies om te bekijken welke lessen er uit de zaak getrokken kunnen worden.

Vandaag besluiten de drie provincies of ze de verleende concessie aan Keolis intrekken.

Onderzoeksplatform Follow the Money meldde eind mei dat er gebruik gemaakt zou zijn van side-letters, waardoor het vereiste zero-emissie-materieel niet geleverd hoefde te worden. Keolis meldde daarop zelf het voorkomen van onrechtmatigheden bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: volop kansen op de markt van inhuur van derden

In deze nieuwe rubriek licht Significant Synergy elke zes weken een specifieke markt door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Aanbestedingsdashboard. Het Aanbestedingsdashboard verzamelt informatie over alle openbare aanbestedingen in Nederland. De publieke aanbestedingsmarkt kan daardoor efficiënt geanalyseerd en gepresenteerd worden. Onze klanten helpen we daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en data gedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. In deze rubriek delen wij deze marktinformatie en verkregen inzichten. Doe er je voordeel mee!

In deze eerste publicatie gaan we in op de markt van de inhuur van extern personeel (derden).

De markt voor inhuur van personeel kent tal van (contract-)vormen van inhuur zoals uitzenden, payrolling, detachering en inzet van zelfstandigen. Daarnaast kiezen organisaties voor verschillende inhuur modellen om de flexibele schil te organiseren, waaronder raamovereenkomsten, Dynamische aankoopsystemen, Managed service providers en brokers.

Schaarste op de arbeidsmarkt en de implementatie van Wet arbeidsmarkt en balans  zijn enkele voorbeelden van ontwikkelingen welke invloed hebben (gehad) op de markt voor inhuur van personeel en mogelijk op de wijze waarop publieke organisaties hun inhuurbeleid vormgeven en voorzien in hun personele behoeften. Aan de hand van beschikbare marktinformatie trachten wij de effecten van deze ontwikkelingen nader te duiden.

In onze database hebben wij daarom bovenstaande zoektermen en thema’s gebruikt en daarnaast diverse relevante CPV-codes. Individuele aanvragen binnen Dynamisch aankoopsystemen zijn uit de resultaten gefilterd om een zuiver beeld te geven van de omvang van de markt en ontwikkelingen in de markt.

Dat levert ons binnen enkele seconden een resultaat op van 847 unieke aanbestedingen die door 399 aanbestedende diensten in de markt zijn gezet sinds 1 januari 2015. Met onze algoritmes zoeken we vervolgens in de aankondigingen van deze aanbestedingen naar diverse velden en indicatoren, zoals de gevolgde procedure, de aard van de opdracht, de looptijd, gunningscriteria en andere relevante onderwerpen. Aanvullend zoeken wij in onderliggende aanbestedingsdocumenten op TenderNed, zoals beschrijvend documenten, programma’s van eisen en nota’s van inlichtingen naar relevante thema’s, zoals Social Return en COVID-19, en welke effecten thema’s hebben op de ontwikkeling van de publieke markt.

Zodra wij ons Aanbestedingsdashboard updaten, krijgen we de volgende resultaten:

Inzichten met betrekking tot het aantal aanbestedingen:
Jaarlijks worden in Nederland ruim honderdvijftig inhuur-gerelateerde aanbestedingen gepubliceerd. Ongeveer een derde hiervan betreffen Dynamisch Aankoopsystemen. Het aantal gepubliceerde dynamische aankoopsystemen loopt sinds 2016 jaarlijks terug. Dit is te verklaren doordat de destijds aankomende afschaffing van de IIB-diensten heeft geleid tot een tijdelijke piek in het aantal gepubliceerde Dynamische Aankoopsystemen in verband met het verlicht aanbestedingsregime dat hiervoor gold. Dit aantal stabiliseert zich weer in de opvolgende jaren.

Figuur 2: Aantal aanbestedingen per jaar

Op dit moment zijn er 127 lopende inhuur-gerelateerde aanbestedingen, waarvoor marktpartijen zich in kunnen schrijven. Twintig hiervan betreffen reguliere aanbestedingen en 107 hiervan betreffen Dynamisch Aankoopsystemen. Dat het aantal lopende Dynamische Aankoopsystemen hoger ligt, dan het aantal dat jaarlijks wordt gepubliceerd, komt voort uit het feit dat het gedurende de volledige looptijd van een Dynamisch Aankoopsysteem mogelijk is voor marktpartijen om in te schrijven en toe te treden tot de betreffende DAS. Dit betekent dus dat verschillende sinds 2016 nog steeds toegankelijk zijn voor marktpartijen.

Figuur 3: Aantal aanbestedingen per maand in 2018, 2019 en 2020

Er zijn weinig effecten waarneembaar in het aantal aanbestedingen in 2020 vergeleken met voorgaande jaren in verband met COVID-19. In maart en april werden zelfs ruim meer aanbestedingen gepubliceerd ten opzichte van voorgaande jaren. Achtergrond hierbij is onder meer dat organisaties de uitkomsten en toepassingen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) afwachtten alvorens een aanbesteding te publiceren die toekomstbestendig is. Dit is overigens een ontwikkeling welke breder in de markt voor externe inhuur zichtbaar is.


Inzichten met betrekking tot de marktverhoudingen en -ontwikkelingen:


Figuur 4: Prijs-kwaliteitverhouding

Inzichten met betrekking tot aanbestedingsstrategieën en inrichting: In 87 procent van de aanbestedingen telt het gunningscriterium kwaliteit zwaarder mee, dan het gunningscriterium prijs. Het gunningscriterium prijs weegt in vijftig procent van de aanbestedingen voor twintig tot veertig procent mee. Het valt op dat deze trend zich ook in 2020 doorzet met een stijging van 7 procent, ondanks de kostenverhoging van inhuur voor opdrachtgevers welke bijvoorbeeld de implementatie van de Wet Arbeidsmarkt in balans op 1 januari 2020 te weeg heeft gebracht.

Figuur 5: Aantal percelen

Ruim 82 procent van de aanbestedingen bestaat uit één perceel. Waar wel voor een aanbesteding in meerdere percelen wordt gekozen, is dit in de meeste gevallen vanwege een knip in de inhoud (bijvoorbeeld ICT en juridisch personeel). In enkele gevallen wordt een knip gemaakt in het type dienstverlening (bijvoorbeeld payroll en uitzenden).

Figuur 6: Toegepaste procedures

In ruim 64 procent procent van de aanbestedingen is de openbare procedure gevolgd, en in bijna 24 procent procent is de niet-openbare procedure gevolgd. In de jaren 2015 en 2016 komen we nog enkele afmeldingen in verband met IIB-diensten tegen. Slechts in enkele aanbestedingen wordt een andere procedure gevolgd, zoals een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegericht dialoog.

Ondanks dat het aantal aanbestedingen op het gebied van inhuur van extern personeel (nog) geen daling laat zien onder invloed van het coronavirus, verwachten wij wel dat deze effecten naar de toekomst toe zichtbaar worden. Daarnaast blijft nieuwe wetgeving op arbeid in aantocht, waaronder de vervanging van de wet DBA. Aanbestedende diensten zullen blijven onderzoeken of het gehanteerde inhuurmodel nog steeds past bij de (HR-doelstellingen) van de organisatie en vanwege de veranderingen in de arbeidsmarkt in staat blijven om kandidaten (voor schaarse functies) te blijven bereiken. Zo nee, kan dit van invloed zijn op een (nieuwe) aanbesteding voor het toekomstbestendig inhuren van personeel.

Welke keuzes maak je als organisatie voordat je besluit tot het extern inhuren van personeel? Hoe realiseer je grip op de kwaliteit en de kosten van externe inhuur? Significant helpt bij het uitwerken van een passende inhuurstrategie en contracteren van de voor uw organisatie optimale inhuuroplossing. Onze ervaring in het domein ‘externe inhuur’ richt zich onder meer op opstellen van een inhuurstrategie, de optimalisatie van het inhuurproces en het (Europees) aanbesteden van (raam)overeenkomsten voor inhuur van personeel. Neem voor meer informatie contact op met de consultants van Significant Synergy.

Dit artikel is geschreven door Rémon van Buuren, Frank van den Dool en Niels van Bruggen.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Gids Proportionaliteit en ARW gewijzigd

Per 1 juli zijn de Gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement Werken (ARW) gewijzigd. In de Gids Proportionaliteit is nu expliciet opgenomen dat het disproportioneel is om op voorhand tenderkostenvergoedingen uit te sluiten bij het voortijdig intrekken van een aanbesteding. De ARW is niet inhoudelijk gewijzigd.

In de nieuwe versie is voorschrift 3.8B toegevoegd. Een aanbestedende dienst moet voortaan per geval bekijken of een tenderkostenvergoeding aan de orde is, ook bij het intrekken van een aanbesteding.

De wijziging is doorgevoerd nadat staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de Adviescommissie Gids Proportionaliteit raadpleegde over het op voorhand uitsluiten van tenderkostenvergoedingen. De Adviescommissie vond het niet nodig dit apart op te nemen in de Gids, maar de staatssecretaris besloot daar toch toe.

“Ik wil graag dat het voor zowel aanbestedende diensten als inschrijvers duidelijk is dat bedingen die tenderkostenvergoedingen bij ingetrokken aanbestedingen uitsluiten disproportioneel zijn”, schreef Keijzer destijds aan de Tweede Kamer.

ARW
Bij de ARW gaat het alleen om (taalkundige) correcties en het corrigeren van onjuiste verwijzingen. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

De nieuwste versie van beide documenten vind je hier.

Bron: PIANOo.nl, Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Samenwerken bij aanbestedingen: tips voor het UEA

De aanbestedingswet ziet een inschrijver als één ondernemer die een inschrijving heeft ingediend. De wetgever begrijpt echter ook dat dit niet altijd kan en dat je anderen nodig kan hebben om bijvoorbeeld te voldoen aan de eisen of om een goede propositie neer te zetten. Daarom zijn er mogelijkheden ingebouwd om samen met anderen mee te doen aan een aanbesteding. Dit kan in de vorm van een beroep op derden, de inzet van onderaannemers, combinatievorming of een mix van deze vormen.

Inge van Laarhoven, eigenaar van TenderSucces, ging hier uitgebreid op in tijdens de (online) kennissessie ‘Samenwerken bij aanbestedingen’. Ook kwam het invullen van het UEA aan bod en werden casussen en interessante vragen van deelnemers behandeld.

Tips UEA bij samenwerkingen

In deze blog naar aanleiding van het webinar geven we je daarom graag een aantal tips mee als het gaat om het UEA bij het inschrijven met andere partijen.

1. Doe je beroep op een derde? Vul dan ‘Nee’ in bij de vraag of je samen met anderen deelneemt

Het beroep op derden vul je in bij ‘Deel II C: informatie over beroep op draagkracht van andere entiteiten’. Hier benoem je ook de specifieke draagkracht waarop je steunt voor elk van de derden. De derden moeten zelf ook een UEA-formulier invullen, alhoewel dit minder uitgebreid is dan voor de inschrijver zelf. Zij vullen namelijk alleen de organisatiegegevens en uitsluitingsgronden in en voorzien het formulier van een handtekening. Let op dat met ‘andere entiteiten’ ook een moeder, – zuster, -of dochteronderneming wordt bedoeld!

2. Als je beroep doet op de referenties van een onderaannemer, waar vul je dan wat in?

Deze partij vul je dan ook in bij ‘Deel II C: informatie over beroep op draagkracht van andere entiteiten’. Hierbij benoem je tevens dat deze partij ook een onderaannemer is. Alleen bij zuivere onderaanneming, zonder beroep op draagkracht, vul je Deel II D in, wanneer hier in de aanbestedingsdocumenten om gevraagd wordt. In dat geval is het namelijk niet nodig voor de onderaannemer om ook een UEA in te vullen.

3. Bij het inschrijven als combinatie vullen alle partijen een eigen UEA in

Wanneer je als combinatie inschrijft zijn alle partijen elk hoofdelijk aansprakelijk en moeten zij los van elkaar het UEA volledig invullen. In dit geval moet er bij de vraag ‘Neemt de ondernemer samen met anderen deel aan de aanbestedingsprocedure?’ ‘Ja’ geantwoord worden.

4. Je hebt onderaannemers, zodra deze een deel, van de in de aanbesteding beschreven opdracht, uit (gaan) voeren

Een van de interessante vragen in het webinar was: ‘Waar trek je de grens tussen onderaanneming of uitbesteding/leverancier? Dit is inderdaad een grijs gebied waar veel discussie in ontstaat. Maar in het algemeen kun je stellen dat wanneer je een onderdeel van de opdracht zoals omschreven in de aanbestedingsdocumenten uitbesteed, dat deze partij dan een onderaannemer is. Bijvoorbeeld: de opdracht betreft schoonmaak en glasbewassing; de glasbewassing besteed je uit aan een onderaannemer. De in te kopen schoonmaakmiddelen die je voor deze opdracht nodig hebt, betrek je van een leverancier. Wanneer het leveren van schoonmaakmiddelen aan de klant óók een onderdeel van de opdracht is, wordt deze leverancier mogelijk wél een onderaannemer. Lees dus altijd goed in de documenten na wat de opdrachtomschrijving is.

5. Vragen of onduidelijkheden? Stel vragen!

Let op dat de aanbestedingsleidraad en bijlagen altijd in samenhang moeten worden gelezen. Staat er in de leidraad NIET dat de derde die je inzet een UEA moet invullen? Dan moet je dit tóch doen, omdat dit wél duidelijk in het UEA staat. Zie hiervoor een uitspraak van rechtbank Amsterdam.

Twijfel je over de informatie die je moet verstrekken of zijn er onduidelijkheden? Stel vragen! Begin daarom, zeker wanneer je in samenwerking inschrijft, al vóór de sluiting van de vragenronde met het invullen of verzamelen van alle formele invuldocumenten, zodat je bij onduidelijkheden nog aan de bel kunt trekken.

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Kan vendor lock-in beroep op ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ rechtvaardigen?

Als klant kun je afhankelijk worden van een bepaalde leverancier; overstappen op een andere leverancier is niet mogelijk of zeer kostbaar. Dit heet een ‘vendor lock-in’. Een vendor lock-in is in het algemeen erg vervelend, maar als aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kun je van de nood een deugd maken. Een vendor lock-in kan er namelijk toe leiden dat de opdracht maar door één bepaalde leverancier kan worden uitgevoerd. Dan heeft aanbesteden geen zin en komt de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ (lees: onderhands gunnen) in beeld.

Auteursrechten op broncode
Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De kwestie ging over een diagnosesysteem van treinen: een systeem dat – kort gezegd – het functioneren van verschillende onderdelen van een trein, zoals de aandrijving, remmen en airco, in de gaten houdt. De aanbesteder, een speciale-sectorbedrijf, wilde het diagnosesysteem van treinen die in de periode 1995-2008 waren geleverd, aanpassen. Daarvoor moesten onder meer onderdelen worden vervangen en de software geüpgraded.

De auteursrechten op de broncode van de software van het diagnosesysteem berustten bij de oorspronkelijke leverancier. Zonder die broncodes was het volgens de aanbesteder niet mogelijk de gevraagde aanpassingen van het diagnosesysteem te realiseren. De aanbesteder meende dat de opdracht maar aan één bepaalde ondernemer kon worden gegund, de oorspronkelijke leverancier die rechthebbende was op die auteursrechten.

Bescherming uitsluitende rechten
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf mag de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toepassen, wanneer uitsluitende rechten moeten worden beschermd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat. Onder ‘uitsluitende rechten’ vallen intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten. Wanneer auteursrechten in de weg staan aan gunning van een opdracht aan een ander dan de rechthebbende op die auteursrechten, kan dit dus reden zijn om de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toe te passen.

Bewijslast
Het is aan de aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf om te bewijzen dat aan de voorwaarden voor toepassing van de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ is voldaan. De rechtbank onderstreept dit in haar vonnis. Zij geeft ook aan dat een marktconsultatie niet de enige manier is om het noodzakelijke bewijs te leveren, zoals de klagende leverancier stelde.

In dit specifieke geval beriep de aanbesteder zich op een rapport dat een adviesbureau in zijn opdracht had opgesteld. De rechtbank wijst klachten over onafhankelijkheid van het rapport van de hand. Zij vindt bovendien dat het rapport voldoende steun biedt voor het standpunt van de aanbesteder, dat de broncodes noodzakelijk waren om de opdracht uit te voeren. Daar had de klagende leverancier volgens de rechtbank onvoldoende tegenover gesteld.

De rechtbank vindt het verder aannemelijk dat alleen de oorspronkelijke leverancier over de auteursrechten beschikt. De rechtbank concludeert dat de opdracht maar door één bepaalde ondernemer kan worden uitgevoerd, de oorspronkelijke leverancier.

Redelijk alternatief of substituut
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan zich niet beroepen op de bescherming van uitsluitende rechten, wanneer er een redelijk alternatief of substituut bestaat (waarvoor meerdere aanbieders bestaan).

De klagende leverancier meende dat de aanbesteder het diagnosesysteem volledig kon laten vervangen. Dit is volgens de rechtbank geen alternatief, laat staan een redelijk alternatief. Dit zou namelijk tot een wezenlijk andere, veel duurdere opdracht leiden. Bovendien zou vervanging van het diagnosesysteem een risico vormen voor de bedrijfsvoering van de aanbesteder.  

Conclusie: de aanbesteder mocht de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toepassen.

De volledige uitspraak is hier te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Europees Agentschap omzeilt aanbestedingsprocedure bij sluiten contract met McKinsey

Het Europees Ondersteuningsbureau voor Asielzaken (EASO), een EU-agentschap, sloot in 2016 een contract af van consultancybureau McKinsey voor 992.000 euro, zonder daarvoor een aanbestedingsprocedure te volgen. Het contract volgde op een pro-bono aanbod van McKinsey aan de Europese Commissie.

EASO stelde dat het agentschap voor deze aanpak koos vanwege ‘tijdgebrek en politieke druk’. De Europese Rekenkamer liet het agentschap destijds al weten dat de gevolgde procedure niet correct was. De kwestie komt nu pas naar buiten na onderzoek van Der Spiegel en het Balkan Investigative Reporting Network (Birn).

Gratis advies
Voor het contract met EASO gesloten werd, bood McKinsey al aan om de Europese Commissie gratis te adviseren over asielbeleid. McKinsey onderzocht de situatie op de Griekse eilanden en bracht onder andere advies uit over een efficiëntere afhandeling van asielaanvragen. Die adviezen werden overgenomen, zonder te vermelden dat deze van McKinsey afkomstig waren.

De Europese Commissie moet nog reageren op de kwestie.

Bron: Trouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Provincies besluiten in juli over mogelijk frauduleus tot stand gekomen concessie Keolis

De provincies Overijssel, Flevoland en Gelderland nemen op 7 juli een besluit over de reeds verleende concessie aan vervoerder Keolis. Die kwam mogelijk op frauduleuze wijze tot stand, met behulp van side letters. De provincies moeten nu besluiten of de aanbesteding gegund blijft of ingetrokken wordt.

De tijd dringt voor de provincies, vooral voor Overijssel. Daar zou Keolis al in december het busvervoer gaan verzorgen. Bij het intrekken van de gunning moet er op zeer korte termijn een nieuwe aanbesteding worden uitgeschreven. Omdat het openbaar vervoer vanwege de coronacrisis minder passagiers vervoert, kan die aanbesteding flink duurder uitvallen. Als de aanbesteding gegund blijft, kunnen andere vervoerders die ten tijde van de gunning buiten de boot vielen, kostbare claims indienen. Op dit moment loopt er een onderzoek naar de consequenties van de door Keolis zelf gemelde onrechtmatigheden.

PVV boos over beslissing in zomerperiode
Dat de provincies begin juli een knoop doorhakken heeft tot woede bij de Overijsselse Provinciale Staten geleid. Met name de PVV-fractie is niet te spreken over de aanpak. De Provinciale Staten van Overijssel zijn al met reces als er op 7 juli wordt vergaderd over de aanbesteding. De kans is groot dat de bewindslieden pas in september weer mee kunnen praten, als de beslissing al is gevallen.

Bron: Omroep Flevoland, de Stentor.

Partner van Aanbestedingscafé:

'Juridische list' geen optie voor kabinet rondom stikstofproblematiek

Het Adviescollege Stikstofproblematiek bracht het afgelopen jaar maar liefst vier rapporten uit nadat de Raad van State in mei 2019 een streep zette door het Programma Aanpak Stikstof. Afgelopen maand presenteerde het college – onder leiding van oud-minister Remkes – het eindrapport. Als het kabinet de adviezen opvolgt leidt dat tot verregaande hervormingen in de landbouw. Komt er dan weer ruimte voor de Nederlandse bouwsector? En welke gevolgen heeft het eindadvies voor aanbestedingen in de bouw?

Het eindrapport, met de titel “Niet alles kan overal”, bevat een advies voor een structurele oplossing voor de stikstofproblematiek. Het eerdere rapport “Niet alles kan”, was vooral gericht op kortetermijnoplossingen. Naar aanleiding van dat rapport schroefde het kabinet de maximumsnelheid op diverse snelwegen terug naar 100km/u. Daarna volgde nog een apart rapport over de landbouw en de luchtvaart. In “Niet alles kan overal”, zet het adviescollege aanbevelingen voor een structurele aanpak uiteen. Waar eerdere kabinetten volgens het college het belang van natuur en economie wilden verenigen en geen knopen durfden door te hakken, is dat nu geen optie meer. “Het verzinnen van een ‘juridische list’ is, los van de vraag of die er zou zijn, in de ogen van het Adviescollege onacceptabel.”

Hervorming landbouw
Het Adviescollege pleit ervoor te streven naar natuurherstel in Natura 2000-gebieden en de stikstofemissie- en depositie te verlagen. De totale emissie moet volgens het Adviescollege met minstens vijftig procent zijn verminderd in 2050. Die doelstelling zou juridisch verankerd moeten worden, als resultaatsverplichting. De helft van het rapport is gewijd aan structurele veranderingen in de landbouw. Deze sector draagt voor een zeer groot deel bij (88 procent) aan de totale uitstoot van NH3 – ammoniak. Andere sectoren, zoals de bouw en industrie, zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van stikstofoxiden (NOx). Die uitstoot neemt al af door bestaande maatregelen, maar voor de landbouw is zijn er nog geen geldende regels die stikstofuitstoot aan banden leggen.

Om de uitstoot van ammoniak tegen te gaan zet het college in op kringlooplandbouw, modernisatie van mestbeleid en ruimtelijke ordening. Uitkoop van boerenbedrijven is alleen nuttig als deze zich direct naast een zwaarbelast natuurgebied zijn gevestigd. Ook het verhandelen van stikstofrechten wordt niet aangeraden. Dat zou te complex zijn, zich alleen op reductie van stikstof richten (en niet op methaan of nitraat), en leidt tot buitensporige schaalvergroting omdat investeringen terugverdiend moeten worden.

Mobiliteit, industrie en bouw
Na het verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen is het advies geen extra maatregelen te nemen ten aanzien van mobiliteit op de weg. Het Klimaatakkoord, Schone Lucht Akkoord en strengere (Europese) normen voor emissieloos verkeer dragen al bij aan verminderde uitstoot. De verwachte afname van het gebruik van fossiele brandstoffen leidt ook tot een verminderde stikstofuitstoot in de industrie. Extra maatregelen kunnen worden ingezet, maar dat is afhankelijk van de invulling van het Klimaatakkoord 2030.

Achilleshiel
In tegenstelling tot bedrijven in andere sectoren, hebben bouwbedrijven sinds het afschaffen van de PAS geen vrijwaring voor activiteiten waarbij stikstofuitstoot optreedt. Het is de “Achilleshiel van de sector”, stelt het Adviescollege. Bovendien wordt de bouw hard geraakt door de stikstofregels, terwijl de sector zelf relatief weinig uitstoot veroorzaakt. Toch ziet men mogelijkheden in de branche zelf. Bouwers die betrokken waren bij het Adviescollege gaven aan dat het mogelijk is binnen tien jaar emissie met tachtig procent te verlagen. Het Adviescollege pleit ervoor ook dit doel juridisch te verankeren. Door materieel te verduurzamen, materialen opnieuw te gebruiken en elektrisch te werken zou de sector verder verduurzaamd kunnen worden.

De hamvraag is: komt er dan extra ruimte voor de bouw? En hoe snel komt die er? Branchevereniging Bouwend Nederland reageerde positief op het eindrapport. “Remkes z’n aanbevelingen moeten worden opgevolgd om stikstofruimte te scheppen voor nieuwe activiteiten”, zei voorzitter Maxime Verhagen. Een belangrijk instrument daarvoor is de ‘drempelwaarde’. Bouwend Nederland pleit al langer voor een dergelijke waarde voor de bouw. Vorige week maakte minister Schouten van Landbouw bekend dat het kabinet de mogelijkheden voor een drempelwaarde op korte termijn gaat onderzoeken. Als de drempelwaarde er komt, hoeft er voor bouwprojecten die onder de drempelwaarde blijven geen speciale natuurvergunning aangevraagd te worden. Maar, daarmee is nog structurele geen oplossing gevonden voor stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase van bouwprojecten in de infrasector. 

Kritisch op aanbestedingspraktijk
Ook bouwaanbestedingen komen aan bod in het eindrapport. Het Adviescollege is kritisch en vindt dat er op dat vlak ruimte is voor verbetering. Zo zouden overheidsinstanties veel vaker uit moeten vragen op duurzame gunningscriteria. Emissiearm bouwen wordt nog nauwelijks gestimuleerd in aanbestedingen. “Alle afspraken over ‘duurzaam inkopen’ ten spijt, is tot op heden de aanbestedingspraktijk weinig hoopgevend. Slechts in 26 procent van de aanbestedingen vormen duurzaamheidsaspecten een onderdeel van de gunningscriteria.”

Dit is deel 1 van twee artikelen over het eindrapport van het Adviescollege Stikstofaanpak. In deel 2 gaan we verder in op de aanbevelingen en het mogelijke effect op de aanbestedingspraktijk.

Partner van Aanbestedingscafé:

Duurzaamheid in twee derde van openbare aanbestedingen geen factor

In 64,8% van de openbare aanbestedingen in 2019, speelde duurzaamheid geen rol. Dat is de conclusie van het Aanbestedingsinstituut, dat aanbestedingen uit 2019 onderzocht op de factor duurzaamheid. Ten opzichte van het jaar ervoor groeide het aantal aanbestedingen waarbij duurzaamheid opgenomen was in de gunningscriteria wel, met ruim tien procent. Ook weegt duurzaamheid in de gunningscriteria zwaarder mee dan in voorgaande jaren.

Het Aanbestedingsinstituut constateert geen verschil tussen aanbestedingen in de infra- en woning-en utiliteitsbouw. In beide takken werd even vaak uitgevraagd op duurzame criteria. Het ‘duurzaam uitvoeren van de opdracht’ werd het vaakst genoemd, daarna werken met de CO2-prestatieladder. Gemeenten vragen vaker om een duurzaam resultaat. Vaak betreft dit een energie- of duurzaamheidslabel voor een gebouw of MKI waarde voor een infrawerk.

Duurzaamheid weegt wel zwaarder
Hoewel het aantal aanbestedingen waarin duurzaamheid wordt meegenomen blijft steken op een derde van het totaal, wegen gunningscriteria waarin duurzaamheid is opgenomen wel zwaarder dan voorheen. In vergelijking met 2017 en 2018 krijgen duurzaamheidscriteria meer gewicht. Het aantal projecten waarbij duurzaamheidscriteria voor minder dan vijftien procent werden meegewogen, nam af. Daarentegen steeg het aantal projecten waarbij duurzaamheid tussen de vijftien en veertig procent meewoog.

Het Aanbestedingsinstituut deed het onderzoek naar duurzaamheid en het gebruik van duurzame gunningscriteria bij openbare aanbestedingen in opdracht van Bouwend Nederland.

Bron: Bouwend Nederland

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Maatschappelijke waarde: nepnieuws!

Het beste boek dat ik de afgelopen tien jaar gelezen heb is The Game van Alessandro Baricco. Een van de beste verhalen erin is het volgende (in mijn woorden, Baricco schrijft veel mooier). Een Frans tijdschrift onthulde dat president Hollande een jonge minnares had. Zijn officiële partner, de journaliste Valerie Trierweiler verbrak de relatie en kondigde meteen aan dat ze een boekje open zou doen over haar leven met François Hollande. Iedereen wist dat het een boek vol vuile was zou worden.

Op de dag dat het boek verscheen, hing de eigenaar van een onafhankelijke boekwinkel in Lorient (Bretagne) een plakkaat in de etalage met als tekst ‘wij hebben het boek van Trierweiler niet…’ met een smiley erachter. Een voorbijganger maakte er een foto van en die ging viral. Andere boekhandelaren in Frankrijk volgden zijn voorbeeld en hingen affiches in de etalage: ‘wij zijn boekverkopers, we hebben elfduizend boeken en we hebben geen zin om de vuilnisbak van Trierweiler en Hollande te zijn.’ Zo werd het plakkaat in die etalage een symbool voor de strijd van het goede boek tegen de pulp.

Op een dag stuurde een regionaal dagblad een journalist naar Lorient om de boekhandelaar, die dit alles gestart was, te interviewen. En wat bleek? Hij had het plakkaat alleen maar opgehangen omdat hij het boek van Trierweiler nog niet had binnengekregen, en er de hele ochtend al mensen naar kwamen vragen. Zijn actie had dus helemaal niets te maken met een heilige oorlog om Balzac, Maupassant of Proust te verdedigen tegen de stroom pulp. Nepnieuws, maar wel nepnieuws met een boodschap die blijkbaar leefde.

Wij kennen in de aanbestedingswereld ook zo’n geval. In de aanbestedingswet (artikel 1.4 lid 2) staat: “De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf draagt zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.”

Dat klonk natuurlijk geweldig: maatschappelijke waarde! Wat een mooie term en wat goed dat het kamerlid Koppejan dit begrip door middel van een amendement in de wet had laten opnemen. Al snel werd dit begrip een soort verzamelcontainer voor maatschappelijk verantwoord aanbesteden, duurzaamheid, social return etc. Er kwamen zelfs rechtszaken waarbij rechters moesten beslissen of inschrijving A of inschrijving B de meeste maatschappelijke waarde vertegenwoordigde.

Maar had Koppejan dit eigenlijk wel op het oog? Welnee, bij nadere bestudering van zijn amendement kunnen we het volgende lezen:
“Op dit moment ontbreekt het aan een duidelijk doel in de wet ten aanzien van het zoveel mogelijk maatschappelijke waarde creëren voor de uitgave van publieke middelen. Met ruim honderd miljard euro aan jaarlijkse uitgaven waarop de Aanbestedingswet van toepassing is, is er sprake van een groot maatschappelijk belang om deze publieke middelen zo goed mogelijk te besteden waardoor zo veel mogelijk maatschappelijke waarde wordt gecreëerd. Voorbeelden in andere landen laten zien dat hier met gericht overheidsbeleid op het gebied van aanbestedingen, belangrijke besparingen zijn te realiseren voor de overheid.”

Het ging hem dus om besparingen! MVO en duurzaamheid konden hem geen barst schelen. Wie daar nog over twijfelt kan ook de motie nog eens nalezen die Koppejan samen met het kamerlid Ziengs een dag voor het amendement indiende.

“overwegende:
– dat in andere landen substantiële besparingen (in Engeland bijna 4,5 mld. in negen maanden) bereikt worden met een gericht beleid ten aanzien van alle overheidsinkopen; – dat de beroepsvereniging van inkopers in Nederland (NEVI) volop kansen ziet om soortgelijke besparingen te realiseren voor de Nederlandse overheidsinkopen; van mening, dat ook voor Nederland dergelijke grote besparingen via een gecoördineerde en professionele benadering van alle inkopen in de publieke sector bereikt kunnen worden”

Het ging Koppejan dus puur om geld, maar blijkbaar was maatschappelijke waarde het goede begrip op het goede moment, en maakte het geen verschil dat het niet zo bedoeld was.

Ik vind dat discussies over duurzaamheid en maatschappelijke waarde gevoerd moeten worden op basis van feiten en niet op basis van gevoel en vage termen. Daarom ben ik ook zo blij met de manier waarop Fredo Schotanus de ontwikkelingen rond de coronacrisis probeert te gebruiken om te kijken hoe dat invloed kan hebben op de maatschappelijke impact van toekomstige aanbestedingen. Er zijn nu beleidsnota’s genoeg verschenen, laten we maar eens aan de slag gaan, zoeken naar realistische, haalbare en meetbare doelen. Als corona één ding duidelijk heeft gemaakt is het dat sommige zaken prima mogelijk zijn: minder vliegen, minder autorijden, meer thuiswerken, videoconferencing etc. etc., allemaal goed voor het milieu.

Alfred de Weert noemde ooit op een spreekbeurt automatenkoffie, waarbij de bonen per kopje koffie vers gemalen worden, ‘Hummer-koffie’. Hij rekende zijn publiek voor, wat het op jaarbasis aan uitstoot kostte om koffiebonen te vervoeren (i.p.v. het extract dat voorheen gebruikt werd), hoeveel kilometers de onderhoudsmonteurs extra aflegden om de automaten te onderhouden en wat de milieukosten waren om de overgebleven drab ook weer af te voeren en te hergebruiken. Als je dat naast elkaar zet dan kun je eigenlijk niet anders dan concluderen dat koffieautomaten waarin koffiebonen ter plekke gemalen worden het milieu enorm belasten.

Wat nodig is, is lef. Welke aanbestedende dienst schopt die bonenautomaten weer de deur uit? Koppejan heeft het dan misschien niet zo bedoeld, maar echte maatschappelijke waarde is wel een goed idee.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kabinet haalt voor 44 miljoen euro infraprojecten naar voren

Minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) stelt ruim 44 miljoen euro beschikbaar voor een eerste pakket om bouwwerkzaamheden te versnellen. Ook haalt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de aanbesteding voor de A58 en de A1 naar voren. Het eerder inplannen van de werkzaamheden moet een impuls geven aan de Nederlandse bouwsector.

Van Nieuwenhuizen maakt melding van de investering van 44,1 miljoen euro in een voortgangsrapportage over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De verbreding van de A1 bij knooppunt Azelo stond gepland voor 2022, maar wordt nu bewust eerder in de markt gezet. Naast grote bouwprojecten, worden ook onderhoudswerkzaamheden aan de Nederlandse infrastructuur eerder ingepland. Het gaat dan om het versneld uitvoeren van asfaltwerkzaamheden, onderhoud en renovatie aan sluizen, tunnels of bruggen of werk voor de kustlijnzorg. De vervroegde werkzaamheden moeten de bouwsector ondersteunen nu deze te maken krijgt met de coronacrisis en de al langer spelende stikstofproblematiek.

Investeren in fietsinfrastructuur
Daarnaast wil het ministerie fors investering in fietsinfrastructuur. Aan het einde van de huidige kabinetsperiode moet er in totaal een half miljard euro aan investeringen gedaan zijn om de infrastructuur voor de fietser te verbeteren. Dan gaat het onder meer om de aanleg van fietssnelwegen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Appeldoorn Tendermanagement fuseert met Resolt IP en TenderBuilders

Adviesbureaus Appeldoorn Tendermanagement, Resolt IP en TenderBuilders gaan samen verder onder de merknaam Roger. Met het samenwerkingsverband hopen de partijen in te spelen op toenemende klantvragen en -behoeften.

Appeldoorn Tendermanagement is ruim zestien jaar actief op het gebied van tendermanagement. TenderBuilders richt zich voornamelijk op bouw- en aanbestedingsadvies. Resolt IP begeleidt bedrijven bij het ontwikkelen van innovatieve inkoopstrategieën. Roger moet voortaan klanten in alle sectoren strategisch advies en ondersteuning gaan bieden op het gebied van inkoop en aanbesteden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Concessie hoofdrailnet opnieuw onderhands gegund aan NS

De Nederlandse Spoorwegen krijgen de concessie voor het hoofdrailnet opnieuw gegund voor tien jaar. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat omzeilt daarmee net op tijd strengere Europese regelgeving die buitenlandse concurrentie op het spoor moet vergemakkelijken.

De huidige gunning aan de NS loopt voor een periode van tien jaar vanaf 2015, en zou dus in 2024 aflopen. Het kabinet kiest opnieuw voor een onderhandse gunning aan de NS, en niet voor een aanbesteding van het hoofdrailnet. De concessie wordt net gegund voor er vanuit Europa strengere regels ingaan. De Europese Commissie wil dat er in de toekomst meer concurrentiemogelijkheden zijn op het spoor, ook voor buitenlandse vervoerders. Het kabinet stelt wel als voorwaarde dat de prestaties van de NS verder omhooggaan. Enkele regionale lijnen worden vanaf 2025 wel aanbesteed, zoals de sprinter tussen Zwolle en Leeuwarden.

Nadelen van aanbesteden
Van Veldhoven ziet een aantal nadelen kleven aan een aanbesteding van het vervoer op het hoofdnet. Het net zou opgeknipt moeten worden voor diverse aanbestedingen, een complexe aangelegenheid waar voor het aflopen van de huidige concessie te weinig tijd voor is. Daarnaast is het netwerk dichtbereden en complex. Nederland zou ook een ‘testcase’ worden voor de nieuwe Europese regels, die volgens Van Veldhoven deels nog onduidelijk zijn. “Aanbesteding van de integrale HRN-vervoerconcessie is zeer complex en risicovol voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer”, schrijft ze aan de Tweede Kamer. Door voor een nieuwe onderhandse gunning te kiezen wil ze eventuele risico’s minimaliseren.

Volgens Van Veldhoven staat het belang van de reiziger voorop, ongeacht de manier van gunnen. “De Commissie erkent dat er situaties zijn waarin je toch niet voor aanbesteding zou willen kiezen. In het belang van de reiziger”, stelt ze.

Bron: de Volkskrant

Partner van Aanbestedingscafé:

OV-sector zoekt naar scenario’s voor aanbesteden tijdens en na coronacrisis

Omdat door de coronacrisis reizigersaantallen in het openbaar vervoer sterk zijn teruggelopen, zoekt de branche naar oplossingen voor het insteken van concessies voor de komende maanden en jaren. Het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad werkt hiervoor een aantal scenario’s uit.

Het is voor vervoerders lastig zich in te schrijven als onduidelijk is hoeveel reizigers verwacht kunnen worden op trajecten. Bovendien is het onzeker hoe lang vervoerders rekening moeten houden met de 1,5-metersamenleving. Branchevereniging OV-NL ziet dat vervoerders momenteel slechts veertig procent van het normale aantal reizigers vervoeren. Dat aantal kan dit jaar nog oplopen naar zeventig procent, maar van volledig herstel is in 2020 nog geen sprake.

Lopende concessies
Ook voor lopende concessies zijn er grote gevolgen. Gemaakte afspraken over reizigersgroei, boetes, bonussen en verlengingen moeten worden herzien. Diverse aanbestedingen voor openbaar vervoer worden op dit moment uitgesteld of anders ingestoken. Zo kiest de Provincie Friesland ervoor eerst in gesprek te gaan met busvervoerders voor de aanbesteding wordt opgestart.

Bron: OV-magazine.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Ministerie van Financiën stelt aanbesteding betalingsverkeer uit vanwege coronavirus

Minister Hoekstra van Financiën heeft de Tweede Kamer laten weten dat de aanbesteding van betalingsverkeer van de Rijksoverheid worden uitgesteld. Potentiële leveranciers geven aan zich niet optimaal voor te kunnen bereiden op de inschrijving. Daarom worden pas vanaf augustus nieuwe aanbestedingen voor betalingsverkeer van de Rijksoverheid gepubliceerd.

“De financiële instellingen die mogelijk belangstelling hebben voor de aanbesteding ‘girale betalingsverkeer Rijk’ gaven in een vragenronde in meerderheid aan dat de gewijzigde werkwijze en werkzaamheden ten gevolge van het coronavirus, een optimale voorbereiding van een inschrijving op dit moment bemoeilijkt”, schrijft Hoekstra in een brief aan de Tweede Kamer. Hij kondigde in maart van dit jaar al aan dat het Rijk de aanbestedingen uit zou schrijven.

Alleen de aanbesteding voor betaalverkeer via creditcards loopt nu. Deze bevindt zich in de beoordelingsfase. De rest van de publicaties volgt later dan gepland omdat het ministerie verwacht anders te weinig of ongeschikte inschrijvingen te zullen ontvangen. De nog te publiceren aanbestedingen worden vanaf augustus steeds met tussenpozen van twee maanden openbaar gemaakt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtsverwerking en het nut van de 'meeliftbepaling'

In de SDU nieuwsbrief Vind Inkoop & aanbesteding van 26 mei jl. stond een ‘vraag van de maand’ over de mogelijkheid van inschrijvers om mee te liften op vragen die andere potentiële inschrijvers stellen over de aanbestedingsstukken. Het gegeven antwoord op deze vraag kwam er in hoofdlijnen op neer dat inschrijvers volgens de auteur kunnen meeliften op vragen van andere inschrijvers en dat een bepaling waarin expliciet is opgenomen dat meeliften niet is toegestaan, mogelijk als disproportioneel zal worden aangemerkt.

In de praktijk nemen aanbestedende diensten vaak een dergelijke ‘meeliftbepaling’ op. Op grond van deze bepaling kunnen inschrijvers na gunning niet klagen over zaken waarover niet door henzelf, maar alleen door andere gegadigden vóór inschrijving is geklaagd. Ik ben van mening dat een dergelijke bepaling niet disproportioneel is en het nog steeds nuttig is deze in de aanbestedingsdocumenten op te nemen.

Laat ik voorop stellen dat een door de aanbestedende dienst gegeven antwoord – ongeacht de vraag of een meeliftbepaling is opgenomen – voor alle inschrijvers op gelijke wijze geldt. Het is dus niet nodig om vragen die bijvoorbeeld gericht zijn op verduidelijking van teksten in de aanbestedingsdocumenten nogmaals te stellen, als een andere gegadigde de betreffende vraag reeds heeft gesteld en de aanbestedende dienst die vraag heeft beantwoord.

Dat neemt niet weg dat het onder omstandigheden van een gegadigde wel verlangd mag worden dat hij zelf kenbaar maakt bezwaren te hebben over bepalingen in de aanbestedingsdocumenten. Ik zal een (fictief) voorbeeld schetsen:

Gegadigde A is een kleine aannemer die inschrijft op een calamiteitenbestek van een wegbeheerder. In de gunningsmethodiek is bepaald dat een hogere score kan worden verkregen wanneer de aannemer aantoont in staat te zijn, om meerdere calamiteiten gelijktijdig af te wikkelen. Ook kunnen punten worden verdiend voor “de beschrijving van de aard en omvang van de voor de opdracht beschikbare bedrijfsmiddelen”.

Gegadigde A, meent dat deze gunningscriteria grote marktpartijen een voorsprong geven. De aanbestedende dienst antwoordt in de NvI dat zij niet bereid is om de gunningsmethodiek aan te passen aangezien zij objectieve gronden heeft om deze gunningsmethodiek te hanteren. Zij heeft er daarbij op gewezen dat het in het verleden regelmatig is voorgekomen dat zich gelijktijdig meerdere verkeersincidenten voordeden en dat het daarom van belang is dat de opdrachtnemer, mede gelet op de omvang van het wegareaal van de wegbeheerder, in staat is op een goede wijze met een dergelijke situatie om te gaan. Meerdere gegadigde schrijven in. Gegadigde B, een grote onderneming, doet de winnende inschrijving. Gegadigde C, een MKB bedrijf, eindigt als tweede. Gegadigde C spant een kort geding aan en stelt dat zij als MKB bedrijf geen eerlijke kans heeft gehad op de opdracht.

In dit geval loopt gegadigde C mijn inziens wel degelijk een reëel risico om aan te lopen tegen het Grossmann-verweer als zij zich eerst in het kader van het Kort Geding verzet tegen de gehanteerde gunningsmethodiek. C heeft zich niet eerder over de gunningsmethodiek beklaagd en deze methodiek vormde voor haar als zodanig kennelijk ook geen beletsel om te inschrijven. Van C kon worden verwacht dat zij, wanneer zij – al dan niet n.a.v. het door de Aanbestedende Dienst gegeven antwoord – meende dat de aanbesteding zodanig gebrekkig was dat deze niet kon worden voortgezet en zij ook bereid was dit standpunt in rechte af te dwingen, dit voor inschrijving zelfstandig aan de aanbestedende dienst kenbaar zou maken en dit niet pas aan te kaarten als komt vast te staan dat zij niet de winnende inschrijving heeft gedaan. Zie in dit verband ook rechtsoverweging 9 van ECLI:NL:GHDHA:2015:2944. Dit geldt te meer als de aanbestedende dienst de zogeheten meeliftbepaling in de aanbestedingsstukken had opgenomen.

Een meeliftbepaling is naar onze mening in geval als hiervoor geschetst ook niet disproportioneel. De aanbestedende dienst heeft er belang bij om tijdig te weten of en zo ja welke bezwaren potentiële gegadigden hebben tegen de aanbestedingsdocumenten zodat de aanbestedende dienst tijdig bij kan sturen. Daarbij is ook van belang om te weten ‘hoe breed’ een bezwaar leeft. Als meerdere gegadigden zich beklagen over het effect van de gunningsmethodiek – zal een aanbestedende dienst mogelijk eerder geneigd zijn om haar methodiek in heroverweging te nemen. Zo zou in het geschetste voorbeeld de aanbestedende dienst mogelijk een opdeling in percelen hebben willen overwegen. Als C echter eerst na het gunningsbesluit met bezwaren komt, handelt zij onvoldoende pro actief en lijkt het erop dat zij eerst na afwijzing, het argument van A aangrijpt om zodoende te proberen een heraanbesteding af te dwingen.

Wellicht denkt u hier anders over. Wij zijn benieuwd naar uw visie! Vindt u dat C te laat is met haar klacht over de gunningsmethodiek?

Wij constateren overigens dat in de rechtspraak een tendens zichtbaar is dat een beroep op het Grossmann-verweer minder vaak slaagt. Wij verwijzen u in dit verband graag naar onze eerdere nieuwbrief hierover.

Rechters lijken meer indringend te toetsen of er voldoende redenen zijn om rechtsverwerking aan ten nemen. De rechtbank Oost Brabant overwoog recentelijk:

Als uitgangspunt geldt dat van rechtsverwerking slechts sprake kan zijn als de schuldeiser, in dit geval [eiseres] , zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende, maar is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden vereist als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar, in dit geval [gedaagde] , het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de schuldenaar zijn aanspraak niet (meer) geldend zou maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Bij de beoordeling van de vraag of stilzitten aan de zijde van [gedaagde] redelijkerwijs onaanvaardbaar is, dient mede in aanmerking te worden genomen of [gedaagde] voldoende duidelijk heeft gemaakt dat stilzitten tot rechtsverwerking zou kunnen leiden.

Wanneer in de aanbestedingsstukken derhalve een duidelijke rechtsverwerkingsclausule en een meeliftbepaling is opgenomen, zal een gegadigde die zich niet (zelf) vóór inschrijving over de aanbestedingsstukken heeft beklaagd sneller tegen het Grossmann-verweer aanlopen!

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouw in spagaat: tussen corona en stikstof

Hoewel de bouw in Nederland niet stil is komen te liggen door de coronacrisis zijn de vooruitzichten allerminst rooskleurig. Een door het coronavirus veroorzaakte recessie zou voor de hele bouw problemen op kunnen leveren en het aantal tenders voor de inframarkt neemt af. Ook een structurele oplossing voor de stikstof- en PFAS-problematiek is er vooralsnog niet.

Eerst stikstof, toen PFAS, nu corona. Het zit de Nederlandse bouwsector niet mee. Vooral de infrasector heeft te lijden onder de stikstofregels. Het coronavirus zorgt daarbij voor een economische neergang, die ook voor andere takken in de bouw gevolgen kan hebben. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voorspelde onlangs dat de grond-, weg- en waterbouw dit jaar met acht procent kan krimpen, in 2021 met 5,5 procent. Voor de nieuwbouw komt het EIB uit op tien procent voor beide jaren. In totaal zou de coronacrisis de gehele bouwsector 40.000 banen kunnen kosten.

In het gezamenlijk manifest ‘Samen doorbouwen aan Nederland’, stellen het Rijk, marktpartijen, provincies en gemeenten dat de bouw als motor van de economie aan de gang moet blijven. Rijkswaterstaat kondigde in het verlengde daarvan onlangs aan infraprojecten naar voren te halen om zo de bouwsector te steunen. Maar, daar komen de stikstofregels weer om de hoek kijken. Bouwers krijgen hoe dan ook te maken met ‘investeringsbeperkingen’, zegt Ruben Heezen van Bouwend Nederland. “Als je het hebt over de aanleg of verbreding van nieuwe wegen, dan krijg je te maken met extra stikstofdepositie in de gebruiksfase. Daar hebben we nog geen structurele oplossing voor.”

Niet alleen van infrabouwers, maar ook van partijen in de woning- en utiliteitsbouw krijgt Bouwend Nederland signalen over een teruglopend aantal aanvragen en krimpende orderportefeuilles. Heezen vreest vooral voor de middellange en lange termijn. “Bedrijven kunnen nu nog verder werken met een orderportefeuille van drie tot zes maanden, maar als er niets bij komt dan gaat het natuurlijk opdrogen. Daar zit de grootste uitdaging voor de komende tijd.” 

Gemeenten besteden minder aan
Ook al wil iedereen dat er doorgebouwd wordt, lang niet elke gemeente lukt het om opdrachten in de markt te zetten. Bouwend Nederland ziet dat vooral kleine gemeenten daar moeite mee hebben. “We krijgen veel signalen dat er wat speelt wat betreft onderhandse aanbestedingen. Dat daar heel weinig bij komt, vooral vanuit gemeenten”, zegt Heezen. Dat heeft volgens hem te maken met een tekort aan geld en mankracht. “Je ziet gemeenten niet voldoende middelen hebben om daarmee door te gaan. In crisissituaties hebben gemeenten de gaten die zijn ontstaan op het sociale domein, proberen te dichten met andere budgetten, zoals die voor groenonderhoud en infrastructuur.” Andere gemeenten hakken geen knopen door omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn.

Jan Michiel Hebly, hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht en aanbestedingsadvocaat, herkent dat beeld. “Er wordt heel verschillend gereageerd door aanbestedende diensten, of ze nou wel of niet doorgaan met aanbestedingen. Sommige gemeenten zie je bijna stilvallen en anderen kiezen ervoor om door te gaan en te kijken waar het schip strandt.”

Heezen vindt niet dat er alleen naar gemeenten gekeken moet worden. “Uiteindelijk heeft het Rijk ervoor gekozen om in hun steunpakketten een grote taak naar de gemeenten over te dragen, dus het zou logisch zijn extra middelen in het gemeentefonds te stoppen, bedoeld voor de infrastructuur.” Zo zouden gemeenten de portefeuilles op peil kunnen houden.

Vertrouwen in de markt
Bij een recessie speelt consumentenvertrouwen ook mee, vooral voor de woningbouw. Bedrijven geven nu al aan dat kopers zich terugtrekken uit (nieuw)bouwprojecten. Heezen is dan ook voorstander van het stimuleren van dat vertrouwen bij consumenten, door te kijken naar startersleningen, de Nationale Hypotheekgarantie en het afschaffen van de overdrachtsbelasting. Ook woningcorporaties zouden gesteund kunnen worden, door de verhuurdersheffing te verlagen. “Dat zijn maatregelen die je nu zou moeten gaan nemen, zodat dat effect zich resulteert in 2021.” Hij hoopt dat het kabinet concrete maatregelen aankondigt op Prinsjesdag.

Leren van de vorige crisis
In 2008 kreeg de bouw ook te kampen met een flinke crisis. Kunnen we daar iets van leren? “Zeker”, zegt Heezen. “Tijdens de vorige crisis zagen we dat de overheid zeker in het begin van de crisis vrij afwachtend heeft gereageerd. Er zijn geen forse steunpakketten al vrij snel tijdens de crisis gelanceerd, voor de sector. Er zijn wel een aantal maatregelen genomen maar die kwamen vrij laat op gang.” Hij vindt dat betrokken partijen er nu op tijd bij zijn, voor wat betreft de coronacrisis. “Wat daarbij wel echt een grote kanttekening is, met name voor de infra en aanbestedingen, is dat die stikstof en PFAS-problematiek opgelost moet worden.”
Ook als het Rijk en gemeenten meer gaan aanbesteden, blijven stikstof en PFAS een probleem. Bouwbedrijven proberen dat op te lossen door gebruik te maken van de ADC-toets. Aanbestedende diensten vragen vaker om emissieloos te bouwen. En er ontstaat ruimte door verlaging van de maximumsnelheid op wegen, maar niet overal. Zo heeft de gemeente Zaanstad grote moeite om aan de woningvraag te voldoen omdat in die regio ook de woningbouw geraakt wordt door de stikstofregels. Elders in het land is dat minder het geval. “Ruimte creëren kan bijvoorbeeld door het extern salderen van natuurherstel wat breder mogelijk te maken, maar hier is wel een structurele oplossing voor nodig en die hebben we op dit moment niet.”

“In feite moeten de kosten voor het schoonmaken van PFAS of het voorkomen van verdere PFAS-vervuiling door degenen die de vervuiling veroorzaken betaald worden, in the end is dat de consument”, volgens Hebly. Moet dat dan van belastinggeld? “Dat is niet ondenkbaar, zoals we ook met zijn allen de verduurzaming van het autopark moeten dragen omdat de overheid vindt dat er meer elektrisch gereden moet worden.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Nog geen medische apparatuur en mondkapjes geleverd via Europese aanbestedingen

De door de Europese Commissie uitgeschreven aanbestedingen voor beschermingsmiddelen en medische apparatuur hebben nog geen daadwerkelijke levering opgeleverd voor Nederland. Dat schrijft Minister van Rijn in reactie op kamervragen over de Europese aanbestedingen.

Vanaf 28 februari konden alle EU-lidstaten zich inschrijven voor deelname aan de Europese aanbestedingen. Op dit moment lopen er vier Europese aanbestedingen: twee procedures voor persoonlijke beschermingsmiddelen, één voor beademingsapparatuur en één voor laboratoriumapparatuur en materiaal.

Schaarste
Van Rijn laat weten dat ook op Europees niveau beschermingsmiddelen en medische apparatuur schaars zijn. “Bij de Europese aanbestedingsprocedures loopt de EC tegen vergelijkbare problematiek aan als de individuele lidstaten die persoonlijke beschermingsmiddelen en andere hulpmiddelen proberen in te kopen. Voorbeelden hiervan zijn de schaarste van de middelen, lange levertijden en de noodzaak tot aanvullende controle op kwaliteit van beschermingsmiddelen die niet uit Europa komen.”

Er wordt op dit moment een inventarisatie gemaakt van leverbare producten. Tot nu toe blijkt dat geen van de middelen op korte tijd geleverd kan worden. Voor beademingsapparatuur kijken de lidstaten zelfs tegen een levertermijn van 52 weken aan bij het bedrijf dat de aanbesteding heeft gewonnen.

Landelijk Consortium Hulpmiddelen
Nederland heeft zich voor alle procedures ingeschreven. Voor drie van de vier aanbestedingen heeft de Europese Commissie inmiddels raamcontracten getekend met bedrijven. Medische apparatuur en beschermingsmiddelen die de afgelopen tijd wel geleverd konden worden, zijn ingekocht door Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Provincie start onderzoek naar aanbesteding Keolis

De provincie Overijssel is een juridisch onderzoek gestart naar mogelijke fraude bij de aanbesteding van busvervoer in de regio. Vorige week werd bekend dat vervoersmaatschappij Keolis side letters inzette en zo de concessie voor het traject IJssel-Vechtstreek in de wacht sleepte.

“We hebben tot vorige week geen reden tot twijfel gehad over de aanbieding van Keolis. Op basis van de stukken en documenten konden wij niet vermoeden dat er sprake zou zijn van onregelmatigheden”, melden de Gedeputeerde Staten van Gelderland in een brief. Het onderzoek moet uitwijzen hoe de door Keolis vermelde onregelmatigheden er concreet uitzien en welke gevolgen deze hebben voor de uitkomst van de aanbesteding. Overijssel is namens de provincies Gelderland en Flevoland penvoerder voor de aanbesteding en het onderzoek.

Kamervragen
Ook in de Tweede Kamer zijn afgelopen week vragen gesteld over de mogelijke fraude. CDA-kamerleden Palland en Amhaouch willen van Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat weten of de side letters die door Keolis zijn ingezet gedeeld kunnen worden met de Kamer. Daarnaast vragen ze of de staatssecretaris bereid is een eigen onderzoek te starten, naast het onderzoek op provinciaal niveau.

In de door Keolis gebruikte side letters stond dat de leverancier voor de elektrische bussen geen gevolgen zou ondervinden als de bussen niet of later geleverd zouden worden. De inzet van zero-emissie voertuigen was echter een vereiste voor het winnen van de aanbesteding.

Bron: destentor.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Tolkdiensten overheid toch aanbesteed

Minister Grapperhaus van Justitie heeft de Tweede Kamer laten weten dat tolkdiensten toch aanbesteed zullen worden, ondanks aanhoudend protest van tolken en vertalers. Het intern regelen van tolkdiensten – waardoor een aanbesteding niet noodzakelijk is – is volgens Grapperhaus geen optie.

Grapperhaus geeft in een kamerbrief aan dat hij niet wil kiezen voor het intern regelen van tolkdiensten, via het inhuren van tolken bij het Rijk of door eigen medewerkers in te zetten als intermediair. Volgens Grapperhaus is het aantal benodigde tolkdiensten te groot en te divers. Ook overschrijdt de grootste opdrachtgever, het OM, met het aantal benodigde tolken de drempelwaarden voor het aanbesteden. De huidige wijze van inkoop is als onrechtmatig beoordeeld door de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer, schrijft hij. Daarom zal de inkoop van tolkdiensten voortaan via aanbestedingen verlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van intermediairs.

Parlementair advocaat
Tolken protesteren al vanaf begin dit jaar tegen de voorgenomen inkoop van tolkdiensten via aanbestedingen. Die zouden moeten verlopen via bemiddelingsbureaus, waarbij een deel van de verdiensten dáár, en niet bij de tolken terecht komt. Daarop volgden meerdere gesprekken met de branche en werd er een parlementair advocaat ingeschakeld. Deze concludeerde onlangs dat aanbesteden alleen noodzakelijk is als de overheid kiest voor inkoop via intermediairs.

“Gegeven het advies van de parlementair advocaat en mijn reactie hierop ga ik ervan uit dat er voldoende helderheid is geboden en ga ik over tot het uitvoeren van de aanbestedingen in lijn met de ontwikkelde systematiek”, schrijft de minister. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Gunning miljoenenopdracht Damen gaat door vanwege fusie Duitse scheepsbouwers

De gunning van de Duitse miljoenenorder aan scheepsbouwer Damen voor vier marineschepen gaat definitief door. Het Duitse German Naval Yards trekt zijn bezwaar tegen de gunning in omdat het nu deel uitmaakt van het consortium waarmee Damen de opdracht gaat uitvoeren.

Damen sleepte begin dit jaar de opdracht voor de bouw van vier Duitse marineschepen in de wacht. Het Duitse Naval Yards tekende bezwaar aan tegen de gunning omdat het bedrijf vermoedde dat er onrechtmatigheden in het spel waren. Omdat German Naval Yards is gefuseerd met een partij die reeds deel uitmaakte van het consortium waarmee Damen de schepen zal bouwen, breekt German Naval Yards de voorgenomen juridische procedure af. Dat maakte de Duitse minister van Defensie, Annegret Kramp-Karrenbauer bekend.

Gevoelige informatie
Niet alleen de Duitse scheepsbouwer maakte bezwaar tegen de gunning aan een Nederlandse partij. Ook in de Duitse politiek gingen geluiden op de opdracht niet naar een Nederlands bedrijf te laten gaan, vanwege het delen van gevoelige defensie-informatie.

Er was besloten een Europese aanbesteding in de markt te zetten omdat Duitse bedrijven te hoge tarieven rekenden. Daarop zegde Kramp-Karrenbauer aan het Duitse parlement toe dat de keuze voor Europees aanbesteden een eenmalige was.

 

Bron: Nieuwsbladtransport.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Meld je aan voor het webinar ‘Succesvol aanbesteden in het Sociaal Domein en de zorgsector’

Het sociaal en zorgdomein krijgen toenemend te maken met meerjarige aanbestedingen die de verhoudingen tussen kwaliteit en prijscomponenten op scherp zetten.

• Hoe leg je hierbij op de juiste wijze prioriteiten en hoe “lees” je de opdrachtgever of opdrachtnemer om de strategie van jouw organisatie in kaart te brengen en succesvolle verbeteracties te starten?

• Hoe ga je op een slimme manier om met deze aanbestedingen en wat komt er allemaal aan bod om tot het beste resultaat te komen?

Tijdens de webinar ‘Succesvol aanbesteden in het Sociaal Domein en de zorgsector krijg je van aanbestedingsstrateeg Sikko Bakker diverse tips en manieren aangereikt om een aanbesteding succesvol te organiseren. 

Sikko Bakker heeft ruim 30 jaar ervaring in de zorg en het sociaal domein. Hij is een ervaren aanbestedingsstrateeg en verbinder pur sang. Werkzaam bij de VNG als strateeg Wonen en Zorg. Maatschappelijke impact creëren is zijn motto.

Aanmelden kan hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

How to: aanbesteden voor thuiswerkers

De coronacrisis laat het op dit moment niet toe om elkaar in levenden lijve te zien. Hoe ga je te dan werk, als je als thuiswerker midden in een aanbesteding zit? Het is niet wenselijk aanbestedingen te pauzeren of stoppen, juist nu niet. Partijen hebben opdrachten hard nodig met de voorspelde recessie en aflopende contracten moeten vernieuwd worden. Twee experts vertellen over hun werkwijze tijdens de coronacrisis.

Inkoopadviseur Arjan Groen overlegt sinds de start van de coronacrisis digitaal met behulp van Microsoft Teams, Skype en telefoon. Groen is werkzaam bij inkoopcentrum Pro Mereor, dat tijdens de coronacrisis blijft werken aan aanbestedingsvraagstukken. Hij merkt dat er voor- en nadelen aan digitaal werken zitten. “Je moet alles digitaal met elkaar bespreken. Face-to-face is het eenvoudiger te sleutelen aan een behoeftevraag. En als je kritisch met elkaar moet overleggen is dat digitaal ook lastiger.” Desondanks merkt hij dat samen digitaal aan aanbestedingsdocumentatie werken soepel verloopt. Ook is hij minder tijd kwijt aan reizen. Hij adviseert aanbestedende diensten hoe dan ook om door te gaan met aanbesteden, juist nu.

Ook Maurice van Doorn merkt dat digitaal werken uitdagingen oplevert. Hij is consultant bij Hospitality Group en adviseert bij aanbestedingen, in de rol van projectleider of als materiedeskundige. “Elkaar diep in de ogen kijken gaat via internet toch net even wat anders. Het is toch complexer om dingen uitgelegd te krijgen, dingen onderling begrepen te krijgen.” Hij merkt dat de implementatie van aanbestedingen in deze onzekere tijd om creatieve oplossingen vraagt. Opdrachtgever en leverancier moeten samen naar oplossingen zoeken als de coronacrisis tot een probleem leidt bij een inkooptraject.

Creativiteit en maatwerk
Dat teams nu niet bij elkaar kunnen komen hoeft geen obstakel te zijn, ook niet in het geval van een schouwing. Van Doorn organiseerde een digitale versie, waarbij opnames werden gemaakt. Die werden naar alle deelnemende partijen gestuurd. Dat heeft ook zo zijn voordelen. “Je weet heel dan dat iedereen dezelfde informatie krijgt. Wat bij een schouwing sowieso vaak al lastig is, want de ene leverancier durft niet om het hoekje te gaan kijken want als hij op het hoekje gaat kijken wil iedere andere leverancier op het hoekje gaan kijken.”

Maurice van Doorn, consultant

Onzekerheid
De onzekerheid over de nu geldende maatregelen maakt een aanbesteding aangaan hoe dan ook een uitdaging, niet alleen voor opdrachtgevers maar ook voor leveranciers. Dat zag Van Doorn onlangs nog bij de implementatie van een leasecontract voor een wagenpark. “Daar waren netjes alle auto’s besteld en toen gingen alle autofabrieken plat. Dan zit je met een situatie waarin geen leverancier redelijkerwijs in die vorm de dingen uit kan leveren zoals je dat bedoeld hebt.”

Van Doorn: “Je weet helemaal niet weet hoe dingen zich gaan ontwikkelen. Dus je moet ook met zijn allen wel zorgen dat je daar in je aanbestedingen een slimme manier in verzint om elkaar daar in redelijkheid en billijkheid bepaalde situaties later in te vullen, maar ook wel om dat zodanig in te richten dat je dat op een eerlijke manier met iedereen ook bespreekbaar, oplosbaar en financierbaar maakt.” Ook daarin schuilt volgens hem het belang van maatwerk.

Wel denkt hij dat het voor een aantal sectoren grote invloed gaat hebben tijdens de implementatiefase. “Het zou mij niets verbazen is als dit grote invloed op cateringdienstverlening heeft, of op de schoonmaak. De kaders en mogelijkheden wisselen momenteel regelmatig. Want hoe ga je een bedrijfsrestaurant nu inrichten, of vergaderservice inregelen?” Partijen moeten volgens Van Doorn dan wel met elkaar om tafel gaan zitten. “Dit is een vorm van overmacht waarin je elkaar gewoon op een eerlijke manier moet bejegenen, rekening houdend met de kaders van de regelgeving. Je moet zorgen dat je op een objectieve en meetbare manier de ruimte creëert om de situaties die er nu zijn ook naar de toekomst goed in je aanbesteding te vangen.” Met scenario’s werken is dan een optie, of realistische afspraken maken over situaties waarin meer of minder werk voorhanden is.

Arjan Groen, inkoopadviseur

Aflopende contracten
Coronacrisis of niet, veel instellingen krijgen vroeg of laat te maken met aflopende contracten. Groen adviseert klanten ondanks de onzekere tijd, zoveel mogelijk aanbestedingen in de markt te zetten. “Dat biedt hoop aan bedrijven. Zij weten dat ze de gunning hebben als ze weer aan de slag kunnen.” Alleen als een aanbesteding praktisch niet uitvoerbaar is, zou hij pas op de plaats maken. “Er ontstaat anders echt een stuwmeer aan aanbestedingen. Dan loop je tegen een muur als je weer aan de slag wilt.” Instellingen zullen bovendien op een gegeven moment nieuwe leveranciers moeten hebben. “In enkele gevallen kun je een overeenkomst verlengen met een paar maanden. Maar als het contract is afgelopen is de coronacrisis alleen geen juridische basis om te verlengen. Dan zul je wel moeten”, voorspelt Groen.

Ook Van Doorn vindt dat aanbestedende diensten zaken niet op de lange baan moeten schuiven. “Wachten niet tot er een oplossing is. We weten niet hoe lang dit duurt en we helpen de economie er ook niet mee. Juist aanbestedende diensten hebben de mogelijkheid aanjager te zijn. Bij de overheid is het nu een stuk eenvoudiger te besluiten over uitgaven dan op een hoop plaatsen in het bedrijfsleven.”

Digitale geletterdheid
Nog een uitdaging: digitaal overleggen. “Online vergaderen moet je leren”, merkt Groen op. Hij besteedt nu meer aandacht aan het voorbereiden van online bijeenkomsten. “De nadruk komt nog meer te liggen op goed je huiswerk doen.” En hij zorgt ervoor dat digitale vergaderingen volgens een strak plan verlopen. Maar een grote groep mensen overeenstemming laten bereiken blijft digitaal toch een grotere uitdaging. “Als je fysiek bij elkaar bent kun je zien hoe mensen op elkaar reageren en ingrijpen. Je komt nu in een heel andere synergie terecht. Mensen die achter een laptop zitten reageren anders dan als je bij elkaar zit.”

Groen verwacht dat sommige nieuwe werkwijzen ook na de coronacrisis nog wel blijven. Vaker op afstand werken als dat mogelijk is, en digitaal samenwerken in bepaalde fasen van de aanbesteding. Want iets minder vaak lang in de auto, dat bevalt best goed. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Trends in het sociaal domein: hoe speel je daarop in?

In toenemende mate krijgt het sociaal- en zorgdomein te maken met meerjarige aanbestedingen die de verhoudingen tussen kwaliteit en prijscomponenten op scherp zetten. Het rommelt en aangemoedigd door de coronacrisis moeten organisaties meer dan ooit inzetten op innovatie.

Welke ontwikkelingen en trends spelen er in het sociaal domein en waar kun je als inschrijver op inspelen? Deze vraag stelden we aanbestedingsstrateeg Sikko Bakker. Sikko is al dertig jaar werkzaam in het sociaal domein en adviseert zowel gemeenten als aanbieders. Daarnaast is hij werkzaam bij de VNG.

Welke ontwikkelingen spelen er op dit moment in het sociaal domein?
“Een trend die te maken heeft met de coronacrisis is dat aanbestedingen in het sociaal domein wel uitgesteld worden, in tegenstelling tot andere aanbestedingen. Er wordt ook met terughoudendheid gekeken naar nieuwe aanbestedingen, waarbij nieuwe aanbieders toe kunnen treden. Dit ligt gevoelig, omdat men denkt dat een nieuwe organisatie niet snel kan excelleren als het gaat om de uitvoering. Voor de uitvoering heb je namelijk veel contact en overleg nodig en zowel aanbieders als gemeenten hebben nu zoveel te regelen dat de aanbesteding er echt niet meer bij kan. Budgetten worden onzekerder en het is ook onduidelijk wat de vraag zal zijn de komende maanden en jaren. Het is daardoor lastig prioriteiten stellen als het gaat om jeugdhulp, maatschappelijke opvang, begeleiding, beschermd wonen, toename werkloosheid en armoede.

Ook ontstaat door de coronaproblematiek weer de vraag hoe de leefbaarheid in wijken kan worden gewaarborgd. Hier is de afgelopen jaren flink in geïnvesteerd. De huidige situatie heeft invloed op lopende opdrachten en op te maken bestuurlijke keuzes, wijze van inkopen en inhoudelijke prioriteiten. Kunnen organisaties de vraag aan? Waar zit de omslag als het gaat om tijdelijk en structureel geld en focus om in het sociaal domein een stabiele koers te varen? Binnenkort zullen er op dit vlak ook diverse overheidsprogramma’s en subsidietrajectentrajecten bijkomen. Dit zijn kansen voor de huidige partijen om mee te doen met subsidietenders en Europese aanbestedingen.

Een derde trend die aangezwengeld wordt door de huidige situatie heeft te maken met digitalisering. Deze trend kan de bovenstaande ontwikkelingen verzachten. Denk aan het gebruik van gemeenschappelijke portals, videobellen en andere vormen van informatienetwerken om toch contact te leggen met klanten en de organisatie aan te sturen. Dit zal een steeds grotere rol spelen in tenders en geeft partijen, die dit goed geregeld hebben, een voorsprong in een aanbesteding. De vraag die elke organisatie zich moet stellen bij digitalisering is: “in hoeverre wil je investeren in je toekomst en in nieuwe vormen van dienstverlening op afstand?” Om hierin te ondersteunen zijn er stimuleringssubsidies vanuit het Rijk voor onder meer E-health en beeldbellen.

Waar zouden zorg- en welzijnsorganisaties zich nog meer in kunnen profileren?
Het is van belang om extra voordelen en meerwaarde rond je organisatie te creëren. Het is slim om tijdens een aanbesteding extra projecten, contacten of innovaties te laten zien, die ook werken en toegevoegde waarde creëren. Het is niet een kwestie van afwachten tot je de opdracht krijgt. Het gaat er ook om hoe je voorafgaand aan de aanbesteding al op ontwikkelingen hebt ingespeeld. Denk aan de digitaliseringstrend, maar ook: ken je de gemeente en haar wijken al? Heb je al contacten gelegd? Worden innovatieve projecten van jouw organisatie al gesteund door subsidies?”

Kunnen deze inspanningen ook na de gunning nog bijdragen?
“Uiteraard draagt het ook bij aan de uitvoering van de opdracht. Maar er speelt inderdaad nog meer mee. Als de opdracht goed loopt, kunnen organisaties er meer opdrachten bij krijgen. Daarnaast is het voor een gemeente niet altijd nodig om opnieuw aan te besteden en wordt de opdracht bij tevredenheid vaak verlengd. Een aanbesteding kost een gemeente namelijk veel tijd en geld. Ter illustratie: Rotterdam heeft voor Jeugdzorg ongeveer 2,5 miljoen euro uitgegeven aan het organiseren van een nieuwe aanbestedingsronde en dan hebben we de implementatiekosten nog niet in kaart gebracht. Uiteindelijk is maar acht procent aan nieuwe partijen gegund. Zonde.”

De monitor gemeentelijke zorginkoop 2019 toont aan dat negentig procent nog altijd niet wordt aanbesteed.

Sikko Bakker, aanbestedingsspecialist bij TenderSucces

“Boven de aanbestedingsdrempel (in het sociaal domein is deze € 750.000) is het wel verplicht om aan te besteden. Maar daar kan je heel creatief mee omgaan. Sommige aanbestedingen worden wel gepubliceerd, maar binnen een bepaalde context, waardoor slechts een aantal partijen mee kunnen doen.

Bovendien wordt er nog gesleuteld aan de regels. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge maakt zich er hard voor om de EU-aanbesteding af te schaffen in het sociaal domein. Het is ook een politiek vraagstuk: is zorg iets wat je op de markt moet zetten? Of is het iets wat je gewoon goed moet regelen vanuit de overheid?”. In elk geval is aanbesteden nu nog gewoon verplicht.

Wat is het probleem achter deze vragen?
“We hebben op dit moment de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wmo en de Jeugdwet. Vier wetten die allemaal over verschillende onderdelen van een persoon (kunnen) gaan. Maar die burger heeft gewoon één vraag of probleem dat op verschillende terreinen speelt. De financiën maken dat die persoon in vieren wordt gedeeld, met alle problemen dat dit weer oplevert. Er moet een transitie gaan plaatsvinden, waarbij de vraag van de klant leidend wordt. Gemeenten willen dit graag, maar kunnen alleen vanuit de Wmo of Jeugdwet sturen. Naar mijn mening is het dus niet de vraag: moet je aanbesteden of niet? Maar juist: Waar leg je de regie en hoe ga je vanuit de klantvraag het systeem opnieuw inrichten?”

TenderSucces is partner van Aanbestedingscafe.nl.

Op 27 mei gaat Sikko Bakker dieper in op het stakeholdermanagement en de scenario’s tijdens het webinar ‘Succesvol aanbesteden in het Sociaal Domein en de zorgsector’. Aanmelden kan hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Keolis fraudeert bij aanbesteding ov-concessie

Vervoermaatschappij Keolis heeft op frauduleuze wijze de aanbesteding voor ov-concessies in de IJssel-Vechtstreek binnengehaald. Door via side letters geheime afspraken te maken over de levering van elektrische bussen met busbouwers Ginaf en BYD lukte het om de aanbesteding binnen te halen, zonder daadwerkelijk levergaranties te krijgen. Dat melden bronnen aan onderzoeksjournalistiek platform Follow the Money.

Keolis kwam via de side letters overeen dat de leveranciers geen gevolgen zou ondervinden van het te laat of niet leveren van elektrische bussen. De zero-emissie voertuigen waren noodzakelijk voor het winnen van de aanbesteding. Op papier was dat geregeld zodat Keolis de opdracht ter waarde van 900 miljoen euro gegund zou krijgen, maar in werkelijkheid hoefde de leverancier de levering niet te garanderen zonder daarvoor gestraft te worden. Die garanties waren wel degelijk een vereiste voor de aanbesteding.

Chinese leverancier
Begin dit jaar schreef de Nederlandse busfabrikant VDL nog een boze brief over de keuze voor een Chinese leverancier in plaats van een Nederlandse fabrikant. Keolis had voor BYD gekozen omdat VDL volgens de vervoerder geen zekerheden kon geven over het leveren van de elektrische bussen. Diverse partijen in de Tweede Kamer stelden naar aanleiding hiervan kamervragen. Staatssecretaris Keizer van Economische Zaken beloofde een onderzoek in te stellen en liet onlangs nog aan de Tweede Kamer weten dat er geen sprake was van onjuist handelen bij de aanbesteding.

De directeur die de sideletters getekend heeft, is geschorst. Dat geldt ook voor de vlootmanager van Keolis. Het vervoersbedrijf laat weten afstand te nemen van de werkwijze en maatregelen te treffen.

 

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

Zo vergroot stakeholdermanagement je kansen in het sociaal domein

Je wilt je inschrijven op een aanbesteding in het sociaal domein. Wat kan je dan voorafgaand aan deze aanbesteding al doen om je kansen te vergroten? “Stakeholdermanagement”, antwoordt Sikko Bakker, aanbestedingsspecialist bij TenderSucces. “Hiermee haal je de juiste informatie op om onderscheidend vermogen te creëren, doordat je precies weet wat er speelt.”

“Aanbesteders willen zien dat je weet hoe het in hun gemeente werkt en dat je de problemen die daar spelen identificeert. Het werkt in je voordeel als je daarop inspeelt. Denk bijvoorbeeld aan het aangaan van verrassende samenwerkingen, bijvoorbeeld op het vlak van trainingen voor vrijwilligers of het reduceren van de bestaande (overbodige) kosten.”

Politieke doel achterhalen
Sikko ziet dat wat er in aanbestedingen staat en wat een gemeente echt wil niet altijd 100% overeenkomt. “Je moet weten wat het intrinsieke doel is van de beoordelaars. De vraag die niet in de aanbesteding staat, maar wel politiek of op korte termijn door de opdrachtgever gewenst is. Je moet bovendien kunnen inschatten of de gemeente echt een verandering aan wil gaan, of dat ze eigenlijk wel tevreden zijn over de huidige werkwijze [lees: huidige leverancier].”

Drie stakeholdergroepen
Hoe ga je aan de slag? “Stakeholdermanagement bestaat uit drie belangrijke pijlers: de gemeente, de professionals in het veld en de concurrentie. Binnen de gemeente is het goed om te weten wie er aan de touwtjes trekt. Wie ken je hiervan al? Wie moet je leren kennen? Daarnaast is het belangrijk om te weten wat er speelt in de gemeente en zijn wijken/buurten: welke problemen spelen er? Welke knelpunten en successen ervaren de professionals in de praktijk? Daar liggen namelijk kansen voor transformaties. Tot slot moet je je concurrenten leren kennen. Als je weet wat zij gaan doen en welke allianties zij aangaan, kun je ook jouw strategie stevig en onderscheidend vormgeven.”

Stakeholdermanagement in de praktijk
“Een mooi voorbeeld van stakeholdermanagement is de inschrijving die ik heb begeleid voor Welzijnskwartier. Zij wilden graag het jeugd- en jongerenwerk in de gemeente Noordwijk gaan uitvoeren. In dit offerteproces vroegen we ons af: wat is nu de beste oplossing die door de beoordelaars als een succes wordt ervaren en die ze niet hadden verwacht? Hiervoor keken we naar kwaliteit, inhoud en de prijs.

Waar we achter kwamen is dat de gemeente hele dure panden had waar het jongerenwerk in plaatsvond. Dit kostte hen een derde van het budget wat voor professionals beschikbaar was. Hebben ze die panden nodig om de uitvoering vorm te geven? Niet echt. En hoewel we vanwege de lopende contracten niet direct van de panden af konden, was het wel mogelijk om in de inschrijving te stellen dat we uiteindelijk een derde van de structurele financiering van vastgoed eruit wilden halen. Zo konden we meer professionals in de praktijk neerzetten (zonder meerkosten) en samenwerken met buurthuizen en welzijnsorganisaties. Hiermee haalden we een hoge score bij de beoordelaars en lieten we zien dat we gewenste transformaties konden aanjagen.”

Doorrekenen van scenario’s
Naast de stakeholderanalyse was in dit voorbeeld van Welzijnskwartier ook de doorrekening in de businesscase een belangrijke factor. “Hier is het ontwikkelen van scenario’s, om de beste keuze te maken voor jouw organisatie, zeer effectief. Stel dat je het idee hebt dat je inhoudelijk op een aantal punten niet zo sterk bent, dan kan je ook de prijs naar beneden bijstellen, maar je moet wel weten of je het ook kan uitvoeren na de gunning. Hoe bereken je dat en welke risico’s wil je hierin nemen? Hoe bereken je de gewenste prijs/kwaliteit? Daar zijn verschillende scenario’s voor.”

TenderSucces is partner van Aanbestedingscafe.nl.

Op 27 mei gaat Sikko Bakker dieper in op het stakeholdermanagement en de scenario’s tijdens het webinar ‘Succesvol aanbesteden in het Sociaal Domein en de zorgsector’. Aanmelden kan hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Welkom bij de aanbestedingstombola!

Ik geef altijd met veel plezier cursussen, maar ik haal ook heel veel voldoening uit het grasduinen in jurisprudentie, en uitzoeken wat ik wel en niet in mijn cursussen zal gebruiken. Ik maak hiervoor van elke rechtszaak over aanbestedingen een korte samenvatting. Dat doe ik altijd op de volgende manier. Ik maak eerst een opsomming van de feitelijke gebeurtenissen (wie, wat, waar, wanneer, waarom). Dan weet ik waar het over gaat, en daarna probeer ik te voorspellen wie er zal winnen, de aanbestedende dienst of de inschrijver (welke filosoof zei toch, dat mannen in hun hart altijd kinderen blijven?).

Sommige zaken zijn volstrekt duidelijk, maar heel vaak kan het beide kanten op. Dat is ook wel logisch, want niemand begint een rechtszaak, wanneer hij geen kans denkt te hebben om te winnen. Ik vind dat wij in Nederland kundige rechters hebben en in het merendeel van de zaken over aanbestedingen volgt er een weloverwogen oordeel. Toch zijn er altijd zaken waarbij ik verrast word en de uitkomst heel anders is dan ik had vermoed.

Ik heb een klein quizje voor jullie gemaakt met tien stellingen over rechtszaken. Onderaan de bladzijde geef ik de goede antwoorden. Als je er meer dan vijf goed hebt, dan ben je een heuse kenner.

1. Mag een aanbestedende dienst er bij de vierde gunningsbeslissing (!?) achter komen dat een inschrijving ongeldig blijkt te zijn? Ja of nee

2. Er is twijfel over de geloofwaardigheid van een inschrijving. Vindt de rechter het een argument voor de geloofwaardigheid dat de inschrijver akkoord gaat met een malus-regeling? Ja of nee

3. Een aanbestedende dienst vraagt bij een aanbesteding voor externe communicatie-uitingen: “Ervaring met het doorvertalen van een merkpositionering naar een meerjarig merkidee en vervolgens op basis hiervan het ontwikkelen van een merkcampagneconcept. Een merkidee is een overkoepelende gedachte voor creatie van merkcommunicatie en onder een merkpositionering wordt verstaan ‘het merkwiel bestaande uit o.a. de elementen brand role, brand personality, brand belief optellend naar een brand promise.’” De rechter vindt dit geen transparant selectiecriterium. Waar of niet waar?

4. De zittende dienstverlener vraagt in een vergadering of er een gezamenlijk aanvalsplan bestaat om meerjarig te bouwen aan het welzijn van de doelgroep die te maken heeft met huiselijk geweld. Mag dat of loopt dit al vooruit op de nieuwe aanbesteding?

5. Bij een relatieve beoordeling blijkt uit de tabel met punten voor een criterium, dat BoitenLuhrs en Flanderijn en Bouwman nul punten en Bazuin vierhonderd punten scoorden. De rechter vindt dit absurd en stelt dat er niet gegund mag worden. Waar of niet?

6. Een uitsluitingsgrond hoeft niet van toepassing te worden verklaard als er sprake is van vertrouwenwekkende of zelfreinigende maatregelen. De rechter zegt echter dat  het bedrijf ook spijt moet hebben van zijn ‘fouten’? Waar of niet?

7. Bij een aanbesteding voor bushokjes krijgt een inschrijver minder punten om de volgende reden: “U heeft hier ‘voldoende’ gescoord. U zou hier een hogere score hebben ontvangen wanneer u meer maatregelen beschreven zou hebben die de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers écht verhogen.” Als de rechter uitgelachen is over de ‘kwaliteitsbeleving van de reizigers’ stelt hij vast dat deze motivering onvoldoende is. Waar of niet?

8. Is het feit dat inschrijvers kennis hebben kunnen nemen van de identiteit van de andere inschrijvers een reden om een aanbesteding te staken? Ja of nee?

9. De beoordelingscommissie bestaat uit een intern team van zeven personen, bestaande uit beleidsadviseurs en relatiemanagers. Vindt de rechter dit voldoende transparantie verschaffen? Ja of nee?

10. Voor de transformatie van beschermd wonen naar thuiswonen-plus staat zes maanden. De rechter zegt dat dat een jaar moet worden. Waar of niet?

Zoals gezegd, petje af als je er meer dan vijf goed hebt. Heb je ze alle tien goed, dan heb je gespiekt en volsta ik met een berisping. Heb je ze allemaal fout dan ga ik graag, als de coronacrisis weer afgelopen is, een cappuccino met je drinken.

 

De goede antwoorden: 1. Ja 2. Ja 3. Niet waar, de rechter vindt het prima 4. Loopt vooruit en mag dus niet 5. Niet waar 6. Waar 7. Niet waar, rechter heeft geen enkel probleem met dit geleuter 8. Ja 9. Ja 10. Waar

Partner van Aanbestedingscafé:

Geen sprake van belangenverstrengeling aanbesteding marineschepen

Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat laat weten dat er geen sprake is geweest van belangenverstrengeling bij de aanbesteding van drie marineschepen, tussen 2017 en 2019. Een door Rijkswaterstaat ingehuurde adviseur die betrokken was bij de aanbesteding, bleek een patent te hebben op een techniek die op de nieuwe schepen werd toegepast.

De opdracht voor de drie Multi Purpose Vessels (MPV-30) ging bij gunning naar de Friese werf Bijlsma Wartena. De werf die naast de opdracht greep, protesteerde tegen de rol van de ingehuurde adviseur. De VVD vroeg om opheldering, waarna Rijkswaterstaat een onderzoek instelde. Van Nieuwenhuizen laat in een kamerbrief weten:

“Het onderzoek naar de vermeende belangenverstrengeling tijdens de aanbesteding van de MPV-30 concludeert: er is geen belangenverstrengeling en/of persoonlijke bevoordeling van de externe adviseur geconstateerd; wel was er sprake van schijn van belangenverstrengeling. RWS neemt maatregelen om bij volgende aanbestedingen ook de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.”

Ongeschikt
Eerder bleek dat de aangekochte schepen ongeschikt waren voor hun taak. Al tijdens de bouw concludeerde Rijkswaterstaat dat de schepen te diep lagen. Ook het zicht van de stuurman zou belemmerd worden door de kraan op het dek. Van Nieuwenhuizen laat weten dat de schepen toch in gebruik kunnen worden genomen. Het eerste schip wordt nog dit jaar opgeleverd.

Partner van Aanbestedingscafé:

Waterschappen zetten stappen richting duurzame inkoop en aanbestedingen

De Nederlandse waterschappen hebben vorig jaar nieuwe stappen gezet richting duurzamere inkoop en aanbesteden. Er is een gezamenlijke inkoopstrategie ontwikkeld en er is gebruik gemaakt van CO2-beprijzing. Dat blijkt uit het rapport ‘Op weg naar klimaatneutrale en circulaire waterschappen’.

In 2019 heeft de Unie van Waterschappen zich middels elf projecten beziggehouden met duurzaam inkopen en aanbesteden. Financiering voor deze projecten kwam rechtstreeks uit de Klimaatenvelop van het Rijk. Hiermee worden gemeenten en andere overheden gestimuleerd ervaring op te doen met klimaatneutraal en circulair inkopen. De projecten draaiden voornamelijk om bewustwording en toepassing van CO2-beprijzing.

Resultaten
In het eindrapport worden de resultaten van de projecten gegeven. Zo heeft een aantal waterschappen zich gecertificeerd voor de CO2-prestatieladder, zijn meer waterschappen gaan werken met de DuboCalc, een tool waarmee milieu-impact van een ontwerp op verschillende milieuthema’s bepaald kan worden, waaronder CO2. Daarnaast is er een gezamenlijke inkoopstrategie opgezet. Ook is er voor het eerst gewerkt met de door het RIVM ontwikkelde monitor voor MVI bij de waterschappen.

Het is de bedoeling dat de gebruikte tools de komende tijd worden uitgerold bij alle Nederlandse waterschappen.

Bron: Unie van Waterschappen

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden in coronatijd: “Denk goed na over rechtsbescherming”

Aanbesteden kan normaal gesproken al een ingewikkelde bezigheid zijn en met de intrede van het coronavirus breekt een onzekere tijd aan. Waar moet je vanuit juridisch oogpunt nu extra op letten als je aanbesteding in de startblokken staat? Claire Lombert, aanbestedingsadvocate bij Loyens & Loeff, geeft tips en aandachtspunten.

Let op proportionaliteit

“Waar het altijd om gaat bij aanbestedingen is gelijke behandeling en proportionaliteit. Je kunt nu zorgen dat je proportioneel bezig bent door inschrijvers wat meer tijd te geven. Maar je moet er ook op letten dat je niet één partij gaat voortrekken voor de andere”, zegt Lombert. Volgens haar moeten aanbestedende diensten ook goed nadenken over alternatieven die ze aanbieden. “Bij een schouw zou je kunnen denken aan een videoverbinding of webinar, maar je alternatieven moeten wel gelijkwaardig zijn”.

Claire Lombert, aanbestedingsadvocate

Communiceer met elkaar
Het zijn onzekere tijden. Wie nu een contract wil afsluiten weet niet hoe de situatie er over een paar weken of maanden uitziet. De markt informeren en je aankondiging aanpassen, luidt het advies van Lombert in dat soort gevallen. “Je zult heel goed moeten nadenken over bijvoorbeeld een fluctuerende afname in je contract. Je moet een beetje creatief zijn, door te werken met omzetstaffels bijvoorbeeld. Je vraagt inschrijvers dan een inschrijvende partij om meerdere prijzen te geven voor verschillende omzetdrempels.”

Onder bepaalde voorwaarden mag je opdrachten wijzigen
Volgens de Aanbestedingswet mag een opdracht niet wezenlijk gewijzigd worden, maar binnen de wet zijn er wel degelijk mogelijkheden. Bijvoorbeeld door aanvullende diensten af te nemen. “Daar zijn specifieke vrijstellingen voor, in het geval van onvoorziene omstandigheden of als die aanvullende dienst noodzakelijk is geworden en je kan niet van opdrachtnemer wisselen.” De Aanbestedingswet staat het bijvoorbeeld toe de opdracht te wijzigen tot tien procent bij leveringen en diensten of vijftien procent bij werken.

…en verlengen
Ook verlengen kan in bepaalde omstandigheden. “Wat je niet moet doen, zonder dat je daar een basis voor in je contract hebt, is er nog een jaar aan vastplakken.” Volgens Lombert wordt de overbruggingsovereenkomst nu vaak genoemd in het kader van de coronacrisis. Maar daar moet een aanbestedende dienst wel mee oppassen. “Die overeenkomst mag niet langer duren dan noodzakelijk en er moeten zwaarwegende omstandigheden zijn. Als de overbruggingsovereenkomst boven de Europese drempelbedragen komt, dan gelden daarvoor dezelfde strenge eisen als voor de uitzondering van de dwingende spoed.” Bij die strenge eisen moet er echt sprake zijn van dwingende spoed, veroorzaakt door externe omstandigheden die de aanbestedende dienst niet had kunnen voorzien.

Rechtsbescherming blijft belangrijk
Lombert benadrukt dat rechtsbescherming belangrijk blijft in deze periode. “Er gaan nu wel stemmen op om van de Alcatel-termijn af te zien, om dus geen kans te geven om te klagen over een gunning.  Ik denk dat je daar heel voorzichtig mee moet omgaan want daarmee zet je wel de rechtsbescherming aan de kant.” De Alcatel-termijn wijst op de verplichte opschortende periode die in elke aanbesteding van kracht is na de gunning. De termijn geeft verliezende partijen de mogelijkheid de gunning aan te vechten. Door af te zien van die termijn kan een aanbesteding nog sneller doorgang vinden en lopen partijen geen risico op een rechtszaak. Lombert ziet niets in het afschaffen van die termijn. Het is risicovol omdat de aanbestede overeenkomst kwetsbaar wordt voor vernietiging. “Ik zou juist zeggen: draai het om. Verleng die termijn, want voor inschrijvende partijen is het nu best lastig om snel te beslissen over het starten van een kort geding te zorgen dat er een dagvaarding ligt.”

Over de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging vooraf
Onlangs kondigde de Europese Commissie in Richtsnoeren aan dat een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging vooraf mogelijk is, om nog sneller te kunnen inkopen wanneer dat nodig is. Maar hoe weet je nu wanneer je die procedure mag toepassen? “De bottom line is dat je geen andere alternatieven hebt.” Als alle andere verkorte procedures geen uitkomst bieden, kun je dus voor deze aanpak kiezen. Het is dan wel zaak die keuze te motiveren. Een aanbestedende dienst moet de motivatie opnemen in het proces verbaal en na de gunning ook publiceren op TenderNed.

Maar ook hier plaatst Lombert een kanttekening. Volgens haar ligt misbruikrisico op de loer. “Deze overeenkomst is puur bedoeld als overbrugging tot je de mogelijkheid hebt een reguliere procedure te voeren waarbij concurrentie plaatsvindt.” Het is dus niet de bedoeling via deze weg een overeenkomst voor jaren af te sluiten.

En die corona-app dan?
Hoe kijkt Lombert in dat licht dan aan tegen de recente aanbesteding van de corona-app door het ministerie van Volksgezondheid? “Ja, wat daar is gebeurd is een beetje gek. Ze zijn eerst begonnen met een marktconsultatie, of eigenlijk een mix van een aanbieding en een marktconsultatie. Want op basis daarvan konden wel direct oplossingen gekozen worden.” De gestelde termijn van vier dagen tot de deadline was wel heel kort. “De wens om het snel te doen werkte uiteindelijk tegen.”

Het ministerie had het ook anders kunnen doen, door zich bijvoorbeeld te laten adviseren door één partij. “Dat is nou juist de mogelijkheid die de dwingende spoed biedt, dat je met één partij kunt onderhandelen. Normaal gesproken zal zo’n adviesopdracht een aanbestedingsplichtige opdracht zijn, maar daarvoor heb je die uitzondering van dwingende spoed.” Met het advies had het ministerie vervolgens de specificaties verder kunnen aanscherpen en een programma van eisen kunnen opstellen.  “Als die partij die geadviseerd heeft ook een partij is die mee wil doen, dan moet je er in het vervolgtraject wel voor zorgen dat er voldoende Level Playing Field is, dus dat die andere partijen dezelfde informatie hebben als die ene partij die geadviseerd heeft.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Europese Commissie wil dat overheden vaker duurzaam gaan aanbesteden

De Europese Commissie vindt dat overheden te weinig kiezen voor duurzame aanbestedingen en wil dat er vaker duurzame, sociale en innovatiegerichte overwegingen opgenomen worden in aanbestedingen. Een target voor ‘groene’ aanbestedingen ligt in het verschiet. Ook moeten er duidelijke richtlijnen komen op dit vlak, zodat ambtenaren voldoende rechtszekerheid krijgen bij het uitvragen van duurzame overheidsopdrachten.

‘Groen’ en duurzaam aanbesteden draagt bij aan het behalen van Europese en nationale klimaatdoelstellingen. De afdeling Economische Zaken, Waterschapsbeleid en Levenskwaliteit van de Europese Commissie wil daarom dat het aantal groene aanbestedingen omhooggaat.

Obstakels
De werkgroep herkent een aantal obstakels voor duurzaam aanbesteden. Zo zouden Europese aanbestedingsregels soms in strijd zijn met duurzame doelstellingen. Autoriteiten zien het gebruik van groene specificaties bijvoorbeeld als een juridisch risico in verband met discriminatie, corruptie, transparantie en begunstiging. Duurzame aanbestedingen zijn volgens de groep ingewikkelder en vereisen specifieke kennis. Ook ontbreekt het aan monitoring van de effecten van groen aanbesteden en wordt er onvoldoende rekening gehouden met negatieve milieukosten in begrotingen.

Aanbevelingen
Om het aantal groene aanbestedingen omhoog te krijgen doet de Europese Commissie een aantal aanbevelingen. Zo zou er een doelstelling voor het aantal groene aanbestedingen per overheid moeten komen. Dat werd al genoemd in het recent gepubliceerde Actieplan voor een Europese Circulaire Economie. Daarnaast moeten ambtenaren duidelijke instrumenten en richtlijnen krijgen voor het doen van groene aanbestedingen en moet er een Europees platform met inkoopnetwerk komen. 

De targets voor een aantal verplichte duurzame aanbestedingen moeten verder vorm krijgen in sectorspecifieke richtlijnen, zoals nu bijvoorbeeld al het geval is bij Europese richtlijnen voor schone voertuigen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuw UU Centre for Public Procurement gaat van start

De lancering van het nieuwe UU Centre for Public Procurement (UUCePP) is een feit. Het centrum, verbonden aan de Universiteit van Utrecht, gaat zich bezighouden met multi- en interdisciplinair onderzoek op het gebied van aanbesteden en publieke inkoop, onder leiding van professor Elisabetta Manunza (Rechtsgeleerdheid) en professor Fredo Schotanus (Economie).

Verankering
“We zijn heel blij dat we met het UUCePP een blijvende positie binnen de universiteit hebben kunnen verwerven. Hiermee zijn onze werkzaamheden echt verankerd. En we zijn verheugd een rol te mogen spelen in het verder brengen van de doelstelling van onze universiteit: het bouwen aan een betere wereld”, licht professor Manunza toe. Het team bestaat nu al uit tien onderzoekers, voornamelijk gelieerd aan het departement Rechtsgeleerdheid. Dat team wordt uitgebreid met promovendi vanuit de Leerstoel Publieke Inkoop bij het departement Economie van professor Schotanus.

Interdisciplinair werd er in Utrecht al vanaf 2013 gewerkt via het samenwerkingsverband ‘Public Procurement Research Centre’ dat Manunza met Jan Telgen (UT) oprichtte. Daar gaven beiden leiding aan tot Jan Telgen met emeritaat ging. Met de benoeming van Fredo Schotanus als bijzondere hoogleraar Publieke Inkoop die daarop volgde, kreeg het nieuwe UUCePP langzaam vorm. Binnen het centrum komt de nadruk te liggen op onderzoek naar rechtvaardige en duurzame regulering, stimulering en benutting van de markt voor overheidsopdrachten.

Onderzoek
Het eerste wapenfeit volgt volgende maand al. Op 2 juni komen de resultaten van een onderzoek naar het opzetten van een adaptieve krijgsmacht naar buiten, in opdracht van het ministerie van Defensie. Manunza: “Mensen denken vaak dat wij klassiek, traditioneel juridisch onderzoek uitvoeren, maar dat is niet zo. We kijken of systemen in staat zijn de doelen te realiseren waarvoor zij bedacht zijn. We doen fundamenteel onderzoek naar daadwerkelijke problemen en die proberen we met een andere, nieuwe blik te bekijken. Daarbij is het nodig veel verder te kijken dan het aanbestedingsrecht.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Regio Eindhoven zet zorgaanbestedingen stop vanwege coronacrisis

Eindhoven zet samen met tien omringende gemeenten zorgaanbestedingen voor jeugdzorg stop. Dit omdat zorgaanbieders aangeven niet te kunnen inschrijven op uitgezette aanbestedingen vanwege de coronacrisis. Lopende contracten die eind dit jaar aflopen worden nu zo veel mogelijk verlengd.

Het gaat om aanbestedingen voor jeugdzorg vanaf 2021 tot 2025. De regio Eindhoven besloot tot het intrekken van de aanbestedingen na signalen van zorgaanbieders. Zij stellen door de coronacrisis zich niet of moeilijk in te kunnen schrijven. Daarnaast moeten zorginstellingen en -aanbieders alle zeilen bij zetten om de jeugdzorg anders vorm te geven, aan de hand van de nu geldende richtlijnen.

Aanbestedingslast
Door te kiezen voor contractverlenging hopen de gemeenten de aanbestedingslast tijdelijk weg te nemen bij zorgaanbieders. Bovendien is er veel onzekerheid over de komende maanden. Gemeenten en zorgaanbieders weten nog niet hoe de situatie zich ontwikkelt en welke langetermijneffecten het coronavirus heeft. Die onduidelijkheid is volgens de gemeenten ook een reden te kiezen voor de intrekking van aanbestedingen.

Bron: ED.nl

 

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Mag aanbesteder onderaanneming beperken?

Mijn inspiratie voor columns haal ik vaak uit rechtspraak. De coronacrisis treft vrijwel alle facetten van de maatschappij, dus ook de rechtspraak. Vermoedelijk zijn hierdoor in de afgelopen weken weinig uitspraken verschenen in aanbestedingsgeschillen. Daarom bespreek ik in deze column twee uitspraken van het Hof van Justitie van de EU van eind vorig jaar. Het HvJ EU had in deze zaken de vraag te beantwoorden of een aanbesteder het percentage van de opdracht dat in onderaanneming wordt gegeven mag beperken.

Recht van beroep op onderaanneming
In beide zaken ging het om een Italiaanse nationale regel die het gedeelte van de opdracht dat de inschrijver aan derden in onderaanneming mag uitbesteden, beperkt tot dertig procent van de opdrachtsom. Het doel van deze regeling is het bestrijden van infiltratie van de georganiseerde misdaad in de markt voor overheidsopdrachten.

Het Hof van Justitie zet in zijn arresten het recht van inschrijvers om zich voor de uitvoering van de opdracht te beroepen op onderaanneming voorop. De aanbesteder mag het beroep op onderaanneming in principe alleen verbieden, wanneer hij de capaciteiten van de betreffende onderaannemer niet kan toetsen.

Beperking van beroep op onderaanneming
Mag het beroep op onderaanneming verder worden beperkt? Het antwoord op deze vraag is ja, maar alleen onder strenge voorwaarden.

Het Hof van Justitie herinnert eraan dat lidstaten maatregelen mogen treffen om de openbare zedelijkheid, de openbare orde of veiligheid te beschermen, mits deze maatregelen in overeenstemming zijn met de Europese verdragen, waaronder de beginselen van het vrije verkeer van diensten en de vrijheid van vestiging. Bovendien hebben lidstaten een zekere beoordelingsmarge bij het vaststellen van maatregelen ter waarborging van de nakoming van de ‘transparantieverplichting’. Elke lidstaat is namelijk zelf het best in staat om in het licht van zijn specifieke historische, juridische, economische of sociale omstandigheden te bepalen welke situaties gedragingen in de hand werken die inbreuken op deze verplichting zouden kunnen meebrengen.

Het bestrijden van infiltratie van de georganiseerde misdaad in de markt voor overheidsopdrachten is een legitiem doel om het recht op onderaanneming te beperken, aldus het Hof van Justitie. Maar daar houdt het goede nieuws voor de gedaagde Italiaanse aanbesteders op.

Maatregelen die het beroep op onderaanneming beperken, moeten namelijk evenredig (proportioneel) zijn. Dat betekent onder meer dat de maatregelen niet verder mogen gaan dan nodig is om het nagestreefde doel te bereiken. Dat deed de bestreden Italiaanse nationale regel wel. De regel was namelijk algemeen en abstract. Hij hield geen rekening met de specifieke sector en andere concrete omstandigheden van het geval.

Betekenis voor Nederlandse aanbestedingspraktijk
In Nederland kennen we geen regels die het beroep van inschrijvers op onderaanneming verder beperken dan de aanbestedingsrichtlijnen. Individuele aanbesteders die het nodig vinden het beroep op onderaanneming te beperken, zouden daarvoor mogelijk steun kunnen vinden in de besproken arresten. Maar daarvoor moeten zij in elk geval erg goede redenen hebben. Bovendien mag het nagestreefde doel niet met minder vergaande maatregelen zijn te bereiken. Het Hof van Justitie werpt grote drempels op voor beperking van onderaanneming. De betekenis van de besproken arresten voor de Nederlandse aanbestedingspraktijk lijkt dan ook beperkt.

Een optie om het beroep op onderaanneming te beperken die mogelijk interessanter is voor aanbesteders, is te vinden in artikel 63 lid 2 van Richtlijn 2014/24/EU. Deze bepaling, die in de besproken arresten overigens niet aan de orde komt, is omgezet in artikel 2.95 lid 2 van de Aanbestedingswet. De bepaling biedt de mogelijkheid bij opdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn en bij opdrachten voor diensten en werken voor te schrijven dat bepaalde ‘kritieke taken’ door de inschrijver zelf worden uitgevoerd. Of wanneer de inschrijver een samenwerkingsverband van ondernemers is, door een deelnemer aan dat samenwerkingsverband.

HvJ EU 27 november 2019, zaak C-402/18

HvJ EU 26 september 2019, zaak C-63/18

Partner van Aanbestedingscafé:

Recensie: Basis/opfris cursus Europees aanbesteden

Machiavelli zei ooit: “Never waste the opportunity offered by a good crisis” waarop Winston Churchill vijf eeuwen later een variant bedacht: “Never let a good crisis go to waste”. Beide uitspraken zouden zeer goed van toepassing kunnen zijn op de afgelopen weken door Theo van der Linden in zeer korte tijd ontwikkelde online training ‘Basis/opfriscursus Europees aanbesteden’.

Tom Poes, verzin een list
Als gevolg van de coronacrisis en de daaruit voortvloeiende intelligente lockdown werden vanuit de overheid een aantal weken geleden bijeenkomsten van meer dan twee mensen verboden. Het zorgde er bij Theo van der Linden, eigenaar van VdLC, voor dat hij zijn komende aanbestedingstrainingen moest annuleren. Zijn inkomstenbron droogde net zoals bij vele andere trainingsbureau’s in rap tempo op. Theo van der Linden zou echter Theo van der Linden niet zijn als hij een oplossing bedacht. Helemaal in de geest van de uitspraak van Oliver B. Bommel in de boeken van Maarten Toonder: “Tom Poes verzin een list”, ging hij aan de slag. In slechts drie weken tijd wist hij zijn basis/opfriscursus over Europees aanbesteden om te bouwen tot een online training.

Training voorbij voordat je er erg in hebt
Het volgen van een dag training bij Theo van der Linden is voorbij voor je er erg in hebt. Dat kan je eveneens zomaar gebeuren bij de vier videotrainingen die deel uitmaken van de online training. De vijftig minuten per video zijn hoogstwaarschijnlijk niet toevallig gekozen, want het aantal minuten is precies gelijk aan de lestijd in het middelbaar en hoger (beroeps) onderwijs. De spanningsboog, hoe lang iemand gericht (geconcentreerd) bezig kan zijn, wordt daarmee niet op de proef gesteld. Waarmee je als ‘thuiscursist’ wel op de proef wordt gesteld, is het feit dat je de training in je eigen omgeving volgt en daardoor dus wel kan worden afgeleid. Zeker in deze tijden, met eventuele partners en kinderen plus huishoudelijke klussen om je heen. De video’s in afzondering bekijken is dan ook het dringende advies.    

Net als een artiest mist Theo zijn publiek (en het publiek hem)
Met op de achtergrond van de video’s de skyline van New York is het in eerste instantie even wennen, maar dat gevoel verdwijnt snel als Theo van der Linden in beeld verschijnt. Op de hem bekende manier vertelt hij zijn verhaal, waarbij je, zeker als je hem al eens live hebt mogen aanschouwen, alleen zijn gebruikelijke interactie met de zaal mist. En dat geldt omgekeerd voor hem ook, want als trainer maakt hij normaal gesproken goed gebruik van de vragen en opmerkingen die hij vanuit de zaal ontvangt. Naast Theo van der Linden verschijnen verder links in beeld de teksten en dat oogt logisch. Voelt logisch, omdat we van nature van links naar rechts lezen. De voorbeelden die in beeld verschijnen zijn duidelijk en compact verwoord. Ze zijn van toegevoegde waarde en maken het gesproken verhaal van Theo van der Linden af.

Wat krijg je voor je geld?
Als je de vier video’s bekijkt valt verder op dat zijn taalgebruik duidelijk is. In gewoon Nederlands zonder moeilijke juridische terminologie behandelt hij in de video een grote hoeveel onderwerpen uit de aanbestedingswetgeving. Onder meer de oorsprong van de wetgeving, de daarbij behorende aanbestedingsprincipes transparantie, non-discriminatie, objectiviteit en proportionaliteit en voor welke organisaties het (Europees) aanbesteden verplicht is komen aan bod.

Hij gaat in op de verschillende soorten aanbestedingen die in de wetgeving staan opgenomen en alle processtappen die bij de meest voorkomende aanbestedingen (openbaar en niet openbaar) horen. Deze onderdelen van de wetgeving wisselt Theo van der Linden af met bekende en minder bekende toepasselijke jurisprudentie. Wat je zowel in de videotrainingen als in het cursusboek wel mist, is structuur in de vorm van een (soort van) inhoudsopgave. Alle onderwerpen staan zowel in het boek als op de website achter elkaar, waardoor je het overzicht snel kwijtraakt. Ook het later terugzoeken van een fragment wordt daarmee moeilijk. Hier zit absoluut nog een punt van verbetering in.

Als verzekeringsadviseur kom ik graag bij de mensen thuis    
Het was ooit een bekende slogan van een verzekeringsbedrijf op televisie. “Als verzekeringsadviseur kom ik graag bij de mensen thuis” en dat is precies wat Theo van der Linden met deze online training doet. Hij komt bij je thuis en presenteert daar zijn training exclusief voor jou. In combinatie met de pdf-editie van het cursusboek waarin de behandelde onderwerpen en bijbehorende jurisprudentie opgenomen zijn, heb je een adequate combi te pakken. Ter compensatie van de onmogelijkheid om direct je vragen te stellen, krijg je als cursist de gelegenheid via e-mail vragen te stellen die vervolgens op werkdagen binnen 24 uur door Theo van der Linden via e-mail worden beantwoord. Directe feedback via vraag en antwoord ontbreekt dus helaas bij deze vorm van training  

Eindoordeel
Met het einde van het verplicht thuiswerken nog niet direct helemaal in zicht, is de online training ‘Basis/opfriscursus Europees aanbesteden’ een goede, zakelijke investering. Een investering die je snel terugverdient, al is het alleen maar omdat je de reistijd naar en van Theo van der Linden zijn favoriete trainingslocatie in Baarn bespaart. Tel uit die eerste winst. Het voordeel van de video training is verder dat je je eigen tijd kunt indelen en bepaalde onderwerpen nog eens kunt terugzien. Als de materie je bij de eerste keer niet helemaal duidelijk is geworden. Ook dat is pure winst, omdat je bij een live training niet al te vaak wilt inbreken als je iets niet snapt. Je wilt dan niet als onnozel overkomen en raad eens, dat mag je nu volop zijn. Onnozel. Zonder de verstorende blikken van anderen. Dat is toch goud waard?

Beoordeling

De online training ‘Basis/opfriscursus Europees aanbesteden’ is verkrijgbaar via de website van VdLC en vanzelfsprekend direct uit voorraad leverbaar. Stuur een bericht naar het e-mail adres vdlc@bart.nl en je ontvangt via e-mail de link naar de training en het bijbehorende boek in pdf-format.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aantal gepubliceerde aanbestedingen terug op normale niveau

Het aantal gepubliceerde (Europese) aanbestedingen, rectificaties en vroegtijdige beëindigingen keert terug naar het normale niveau, vergeleken met de eerste weken sinds de uitbraak van het coronavirus in Nederland. Dat blijkt uit een analyse van Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo.

Vanaf de uitbraak van het virus in week 11 was er een stijging van het aantal rectificaties te zien. Dat was in lijn met de oproep van PIANOo om ruimhartig om te gaan met inschrijftermijnen en die zo nodig te verruimen. Het aantal vroegtijdige beëindigingen liet alleen in de daaropvolgende week (12) een lichte stijging zien. Vanaf die week is het aantal vroegtijdige beëindigingen gestaag gedaald. Deze bevinden zich nu weer op het reguliere niveau. Dat geldt ook voor het totale aantal gepubliceerde aanbestedingen.

Werken, leveringen en diensten
Gegevens uitgesplitst naar het soort aanbesteding laten allen dezelfde trends zien. Het aantal gepubliceerde aanbestedingen ligt rond hetzelfde gemiddelde als in deze weken in 2019.

Alleen het aantal gepubliceerde aanbestedingen voor werken en leveringen steeg sterk in week 16 (van 13 tot 19 april). Zo werden er 35 werken gepubliceerd, tegenover de tien die normaliter wekelijks online komen te staan. Voor leveringen was er een stijging van twintig procent te zien, van een gemiddelde van 54 naar 63 publicaties.

Partner van Aanbestedingscafé:

Decentrale overheden nemen gezamenlijk iDiensten af via Europese aanbesteding

Via een gebundelde Europese aanbesteding nemen Nederlandse decentrale overheden voortaan zogeheten iDiensten af. Gemeenten en provincies kunnen diverse diensten op het vlak van veiligheid en mobiliteit afnemen ‘as a service’. Omdat er gezamenlijk raamovereenkomsten zijn opgesteld hoeven gemeenten voortaan geen eigen (Europese) aanbesteding uit te schrijven.

Gemeenten en provincies stelden gezamenlijk specificaties op voor de Europese aanbesteding, samen met marktpartijen. Ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft ondersteuning geboden bij het traject. Het overstappen op iDiensten maakt onderdeel van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO-MIRT).

Beter en goedkoper
Decentrale overheden kunnen met de nieuwe aanpak mobiliteit, veiligheid en slimme centrales afnemen als dienst. Daardoor moeten deze diensten goedkoper af te nemen zijn en in kwaliteit toenemen. Het gaat dan om verkeerstoezicht, het bedienen van bruggen, maar ook om eventmanagement, tunnelbewaking en parkeerbeheer.

De provincie Noord-Holland zal naar verwachting als eerste decentrale overheid overstappen op een iDienst, voor de bediening van bruggen en sluizen in de regio.

Bron: beveiligingsnieuws.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Jeugdzorg worstelt met coronacrisis

Jeugdzorgaanbieders hebben op meerdere vlakken last van de coronacrisis. Lang niet alle aanbieders krijgen voldoende financiële zekerheid van opdrachtgevers, waartoe de VNG en het Rijk vorige maand opriepen. Ook loopt de werkdruk op, zijn er te weinig beschermingsmiddelen en krijgen aanbieders te maken met aflopende contracten.

Uit onderzoek van de Conrisq-groep, een samenwerkingsverband van ggz- en jeugdzorgorganisaties, blijkt dat niet alle gemeenten gehoor geven aan de oproep van de VNG en het Rijk. Deze deden begin vorige maand een dringend beroep op decentrale overheden om jeugdzorginstellingen door te blijven betalen en eventuele extra kosten te vergoeden. Zo konden zij in elk geval tot 1 juli voldoende liquiditeit garanderen bij jeugdzorgaanbieders.

Ook als dat wel gebeurt kampen jeugdzorginstellingen met uitdagingen. Zo zijn er te weinig beschermingsmiddelen voor zorgverleners en loopt de werkdruk op. Jongeren in gesloten instellingen moeten vaker binnen blijven en het verlenen van zorg op afstand, met behulp van beeldbellen, legt ook extra druk op hulpverleners.

Aanbestedingsdruk
Daarnaast lopen contracten binnen de jeugdzorg dit jaar af. Instellingen zullen boven op de al stijgende werkdruk aan de slag moeten met nieuwe aanbestedingstrajecten. Conrisq adviseert waar mogelijk bestaande contracten te verlengen, maar raadt in alle gevallen aan te kijken naar de veranderende zorgbehoefte op de lange termijn. In nieuwe contracten moet ook voor de lange termijn rekening worden gehouden met zorg op afstand en het werken in kleinere groepen.

Bron: Zorgvisie.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Parlementair advocaat: geen aanbestedingsplicht voor tolkdiensten

Het is voor de Nederlandse overheid niet verplicht om de diensten tolken via een aanbestedingsprocedure in te kopen. Dat stelt de ingeschakelde parlementair advocaat in een advies aan de Tweede Kamer.

Eerder zei minister Grapperhaus van Justitie nog dat Nederland wel verplicht was tolkdiensten aan te besteden. Daarop vroeg de Tweede Kamer om een parlementair advocaat, die de zaak moest uitzoeken. Uit het advies van de advocaat blijkt dat er alleen een aanbestedingsplicht geldt als het ministerie met intermediairs gaat werken. De aanbestedingsplicht is echter niet aanwezig als tolkdiensten intern geregeld worden, zonder tussenkomst van derden. Daarop wil de Kamer weten waarom het Rijk ervoor wil kiezen tolkdiensten toch via intermediairs in te kopen.

Protest
De tolken protesteren sinds begin dit jaar fel tegen de voorgenomen nieuwe aanpak. Zij zouden met de nieuwe plannen ingehuurd worden via bemiddelingsbureaus. Die werkwijze zou voor de overheid een grotere pool aan tolken opleveren. Tolken zijn daarentegen bang dat hun inkomsten dalen en dat de kwaliteit van tolkdiensten naar beneden gaat omdat met de nieuwe regels ook tolken met een B1-niveau ingehuurd kunnen worden.

Het advies van de parlementair advocaat ligt op dit moment bij de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer. Minister Grapperhaus heeft nog niet gereageerd.

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: aanbesteden anno 2020: andere dingen te doen

Vijf jaar na de eerste rechtszaak van Urgenda zou het kabinet op 1 april dan eindelijk haar nieuwe klimaatplannen presenteren. Maar vlak voor het weekend deelden ze mee “voorlopig niet met nieuwe maatregelen” te komen om CO2-uitstoot terug te dringen. Want ja, COVID-19 hè. “Veel mensen, ook wij, hebben nu andere dingen te doen”, vond Zijne Onhandigheid Eric Wiebes.

Gelukkig werd ook deze mededeling snel ingetrokken en volgden er toch een aantal maatregelen. Want afgelopen jaren schoven we toch langzaam de goede kant op. In aanbestedingen kwam mondjesmaat meer ruimte voor circulaire maatregelen, sociale ondernemingen kregen meer kans op opdrachten en steeds meer gemeenten durfden het experiment aan. De grote stappen moesten nog komen, maar onder druk van wereldwijde klimaatdemonstraties leken overheden en bedrijven niet veel langer onder die verantwoordelijkheid uit te kunnen komen. Totdat het coronavirus elke krant, talkshow en Facebookdiscussie kaapte.

Het doet gelijk denken aan de financiële crisis van 2008: zodra de schatkist wordt geraakt, is er even geen ruimte voor ideologie. Of, nou ja, niet voor een ‘groene’ ideologie.

Maar is dat niet precies waar we het nu over moeten hebben? De oorzaak van de crisis ligt juist in onze vrije-markt-ideologie: door grootschalige vleesproductie sloeg het virus over, door onze vliegdrang verspreidde het binnen no-time wereldwijd. En net als de crisis in 2008 heeft de vrije markt niet de oplossing voor de problemen die ze zelf veroorzaakte; voor besluiten, maatregelen en financiële middelen kijkt ze naar de overheid.

In deze tijd zien we waar de wereld toe in staat is. Jarenlang schoven we de grote plannen voor ons uit met de hectiek van alledag als excuus. Terwijl we vonden dat de samenleving ‘moest’ doordenderen, is er blijkbaar wel de ruimte om de markt stil te zetten voor het grotere belang.

Voor veel mensen is dit de tijd voor de klussen die je normaal altijd voor je uit blijft schuiven. Er is na deze crisis geen excuus meer voor rommelige garages, overwoekerde tuintjes en ongelakte plinten.

Dat geldt ook voor de politiek en het bedrijfsleven; het is de periode om de plannen te maken die je al jaren voor je uitschuift. Nu deadlines worden opgeschort en aanbestedingen worden uitgesteld, is het aan organisaties en overheden om de impactmogelijkheden binnen aanbestedingen serieus te verkennen. Want veel mensen, ook ministers, hebben nog andere dingen te doen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Schiphol stelt gunning nieuwe A-terminal uit

Vanwege de coronacrisis stelt luchthaven Schiphol de gunning voor de bouw van de geplande nieuwe A-terminal uit. Die terminal moest de druk op de luchthaven verminderen, maar vanwege de afgenomen passagiersaantallen valt de noodzaak voor de nieuwe terminal volgens de luchthaven weg.

De keuze van de luchthaven is opvallend, want de nieuwe terminal had pas na 2023 klaar moeten zijn. Schiphol zegt er rekening mee te houden dat de passagiersstromen zoals voor de coronacrisis normaal waren, zich pas over enkele jaren herstellen. Daarom wordt de bouw van de terminal toch uitgesteld en kiest de luchthaven ervoor onderhoudswerkzaamheden aan bestaande landingsbanen en gebouwen voorrang te geven.

Oorspronkelijk zou in juni van dit jaar een beslissing vallen over de gunning voor de bouw van de nieuwe terminal maar die volgt op een later moment. De luchthaven moet de nieuwe planning nog bekendmaken.

Bron: luchtvaartnieuws.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat introduceert langere onderhoudscontracten

Drie grote onderhoudscontracten van Rijkswaterstaat krijgen een andere vorm. Er wordt ingezet op een langere contractduur en het benutten van specifieke expertise van aannemers bij infra-projecten.

De nieuwe contracten zijn onderdeel van het project ‘Op weg naar een vitale infra’. Het gaat om twee contracten voor onderhoud aan wegen en één voor onderhoud aan vaarwegen, in het oosten van het land.

Concurrentiegerichte dialoog light
Het prestatiecontract voor het hoofdwegennet bij Rijkwaterstaat West-Nederland Noord krijgt een contractduur van vijf jaar met optie tot verlenging van drie jaar. Daarbij wil Rijkswaterstaat gebruik gaan maken van de concurrentiegerichte dialoog light bij de aanbesteding en inzetten op Best Value.

Voor prestatiecontracten in Noord Nederland wordt de contractduur ook verlengd. Bovendien zullen opdrachten worden opgedeeld naar werksoort. Daardoor moeten gespecialiseerde partijen sneller betrokken kunnen worden.

Onderhoud vaarwegen
Ook het prestatiecontract voor vaarwegen in Oost-Nederland krijgt een duur van vijf jaar en bij de selectie van partijen wordt gebruik gemaakt van Beste Kwaliteit Prijs Verhouding (BKPV) en de Milieu Kosten Indicator (MKI). Rijkswaterstaat roept betrokken partijen op daarbij data te verzamelen over het areaal en die te delen, zodat de onderhoudsopgave in de toekomst beter te voorspellen valt.

Als de aanpassingen van de contracten goede resultaten opleveren zullen meer onderhoudscontracten worden aangepast. De nieuwe contracten worden binnenkort gepubliceerd.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid maakt onderwerpen buyer groups bekend

De dertien onderwerpen voor de nog op te starten buyer groups zijn bekend gemaakt door de overheid. De overheid wil binnen alle groepen een gedeelde marktvisie en -strategie ontwikkelen om gezamenlijke inkoopkracht te vergroten.

Publieke opdrachtgevers zullen actief worden benaderd voor deelname aan de buyer groups. PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden en Rijkswaterstaat leveren een secretaris die elke groep gaat begeleiden. De volgende thema’s zijn geselecteerd, op basis van impact, draagvlak en opschaalbaarheid:

• Polymeren bij afvalwaterzuiveringen;

• Circulaire nieuwbouw van scholen;

• Circulaire renovatie van woningcorporatie woningen;

• ICT hardware en datacenters;

• Circulair textiel;

• Circulaire bouwmaterialen;

• Houtbouw/houtrenovatie;

• Circulaire nieuwbouw woningen;

• Zero emissie bouwmaterieel;

• Mobiliteit;

• CO2-arm beton;

• Duurzame wegverharding en bebording.

De buyer groups zijn een vervolg op de Leernetwerken die PIANOo de afgelopen twee jaar organiseerde. Het is de bedoeling dat de marktvisie en – strategie door de deelnemende opdrachtgevers in de praktijk wordt gebracht bij toekomstige aanbestedingen. De buyer groups moeten in de zomer van 2020 van start gaan.

Bron: PIANOo.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Ernstige twijfels rechtmatigheid aanbesteding corona-apps

Het kabinet wil razendsnel twee corona-apps de wereld in helpen. Innovatieve ondernemers kregen slechts de paasdagen de tijd om een voorstel in te sturen en voor 18 april moeten de apps klaar zijn voor een publieke proef, de zogenaamde ‘appathon’. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) omzeilt de normale procedure en zet de opdracht geheel naar eigen inzicht en met volle vaart ‘in de markt’. In dit geval mag de overheid direct met appbouwers onderhandelen, wat normaal uit den boze is. Is deze snelheid terecht en geoorloofd?

Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking
Bij hoge uitzondering mag er gebruik worden gemaakt van de ‘onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking’. Het inkoopproces wordt zo minder transparant, maar in een crisissituatie moet er snel gehandeld worden. Tot zover kan ik er zeker begrip voor opbrengen.

Maar een publicatie van een aanbesteding op Goede Vrijdag en dan de dag na Pasen om 12:00 uur reactie verwachten vind ik disproportioneel. Een publicatie op 11 april wordt namelijk pas op 12 april uitgestuurd door systemen met tendersignalering. Vanwege het paasweekend zullen veel bedrijven deze e-mails pas op dinsdagochtend lezen, waardoor ze hoogstens een paar uur hadden om te reageren. Een stressvolle klus, die ook ten koste van de zorgvuldigheid gaat.

Bliksemprocedure voor apps: mag dat wel?
Voor het mogen doorlopen van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking gelden strikte regels, die ook door de Europese Commissie op 1 april nog eens duidelijk zijn ingekleurd. Aanbestedende diensten kunnen deze methode alleen in strikt noodzakelijke gevallen inzetten, waarbij sprake is van dwingende spoed door gebeurtenissen die de aanbestedende dienst niet kon voorzien. Daarnaast moet het voor de aanbestedende dienst onmogelijk zijn om de verkorte termijnen voor openbare procedures, niet-openbare procedures en mededingingsprocedures met onderhandeling in acht te nemen (art. 2.74 AW2012).

De commissie doelt in haar toelichting vooral op de noodzakelijke behoeften van zorginstellingen en ziekenhuizen, zoals beschermingsmiddelen, laboratoriumcapaciteit, behandelingsfaciliteiten en bedden. Het is maar de vraag of dit ook voor deze apps mocht gelden.

Aanbesteding als marktconsultatie is geen procedure
Daar komt nog bij dat het ministerie er nu voor heeft gekozen om deze ‘aanbesteding’ op TenderNed te publiceren als marktconsultatie, waardoor het feitelijk geen procedure is. Een marktconsultatie is namelijk bedoeld ter voorbereiding op een aanbesteding. Het ministerie zegt dat ze gebruik maken van een procedure met verkorte termijnen. Bij een dergelijke procedure horen belangstellenden tenminste tien dagen te hebben om hun inschrijving in te dienen en niet slechts drie. Het is niet precies bekend hoe deze marktconsultatie zich gaat vervolgen, maar het lijkt erop alsof het ministerie op basis van de uitkomsten van de consultatie direct wil gunnen.

De planning is als volgt:

Als de inschrijver niet wordt verkozen, krijgt hij daar bovendien geen bericht van. Hiermee lijkt ook het transparantiebeginsel volledig losgelaten te worden. In feite gunt het ministerie met deze werkwijze rechtstreeks aan een marktpartij. Mijns inziens konden alleen partijen die al op de hoogte waren op tijd aan dit verzoek voldoen en zich op tijd voorbereiden op het testweekend.

Zorgen over oplevering en privacy
Partijen die niet voor dinsdag 14 april 12:00 uur hebben gereageerd, vallen buiten de boot voor deze overheidsopdracht. De eis was namelijk dat er op 18 april al een pilot werd gedraaid en dat de app eind deze maand live kan. Dat is alleen mogelijk als er een bestaande oplossing wordt gebruikt, want een app binnen een paar dagen na de gunning opleveren lijkt mij onmogelijk. Ook bestaan er twijfels over de borging van privacy, wat ook bleek uit de test afgelopen weekend.

Twijfels over rechtmatigheid
Ik snap wel dat het ministerie op dit moment zoekt naar creatieve oplossingen, maar ik heb zelf het idee dat de ‘aanbesteding’ van de app er een voor de bühne is geweest.

Bovendien heb ik ernstige twijfels over de rechtmatigheid van deze procedure. Er zijn volgens het ministerie 750 inschrijvingen binnengekomen die in twee dagen beoordeeld moeten worden. Mij lijkt dit aantal onwaarschijnlijk veel en een lastige opgave om dit in zo’n korte tijd te verwerken. Afgelopen weekend is er met zeven apps getest tijdens de appathon. Geen enkele app bleek te voldoen.

Het Rijk heeft ongetwijfeld bestaande contracten met leveranciers van apps; hadden ze het daar niet kunnen zoeken? Dit zou een rechtmatige manier zijn conform 2.163e Aw 2012: een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure worden gewijzigd wanneer de behoefte aan wijziging het gevolg is van omstandigheden die een zorgvuldige aanbestedende dienst niet kon voorzien. Dat zou toch een stuk eenvoudiger en logischer geweest zijn?

Of dit alles daadwerkelijk onrechtmatig is, kan echter alleen door de rechter getoetst worden als een ondernemer gaat procederen óf Nederland op de vingers getikt wordt door de Europese Commissie. Beide situaties zie ik in deze hectische tijd niet zo snel gebeuren.

Partner van Aanbestedingscafé:

Appathon VWS leidt nog niet tot gedroomde corona-app

De appathon die dit weekend werd gehouden door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft nog niet geleid tot dé corona-app. Veiligheidsexperts zijn zeer kritisch op de gepresenteerde software en de insteek van de procedure. In zes van de zeven apps was een beveiligingslek te vinden.

De appathon volgde op de haastig uitgeschreven aanbesteding van het ministerie. Daarop kwamen 660 plannen binnen waarvan er zeven werden gepresenteerd tijdens de appathon. Tijdens die sessie, die een heel weekend duurde, werden bouwers ondervraagd door experts en konden geïnteresseerden via Youtube meekijken. De corona-app moet de GGD’s gaan ondersteunen bij het uitvoeren van contactonderzoeken.

Beveiligingslekken
Tijdens het weekend bleek dat er beveiligingslekken in zes van de zeven apps zaten. RTL Nieuws vond zondagochtend persoonsgegevens van tweehonderd personen in de broncode van corona-app Covid19. Daarop namen de bouwers maatregelen. Meer functionaliteiten werden tijdens de appathon verbeterd, maar geen van de apps is af.

Geen kant-en-klare oplossing
Het ministerie van VWS erkent dat er nog geen kant-en-klare app beschikbaar is. Privacy-deskundigen hekelen de snelheid waarmee de corona-apps ontwikkeld moeten worden. “Signalen van experts die de afgelopen dagen deelnamen aan een consultatie waarbij een grote lijst met ingediende voorstellen passeerden, waren zeer verontrustend”, schrijft organisatie Bits of Freedom. “De enorme haast waarmee het proces werd ingestoken deed op allerlei manieren afbreuk aan een al wankel vertrouwen.” Een aantal experts die de honderden voorstellen moesten beoordelen trok zich vroegtijdig terug uit het proces. Ze meenden te weinig tijd te hebben voor een goede beoordeling.

Het ministerie maakte voor de razendsnelle aanbesteding gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vooraf, sinds kort toegestaan door de EU om overheidsinstellingen de mogelijkheid te geven snel te handelen bij inkooptrajecten gerelateerd aan de coronacrisis.

Vervolgstappen
Vandaag buigt de toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens zich over de app. Morgen vindt er een hoorzitting met experts plaats. Daarna neemt het kabinet een beslissing over volgende stappen. Aanstaande woensdag volgt een kamerdebat over de corona-app.

Bron: NOS.nl, FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Busbouwers en OV brancheverenigingen roepen op tot doorzetten aanbestedingen

Nederlandse fabrikanten van bussen en branchevereniging RAI roepen op nieuwe aanbestedingen voor bussen door te zetten. Kiezen voor het verlengen van bestaande concessies kan tot groot verlies van werkgelegenheid leiden, stellen zij.

Door de coronacrisis is het aantal vervoersbewegingen flink afgenomen. Daardoor komt er minder geld binnen en zijn nieuwe orders essentieel voor busfabrikanten. Branchevereniging RAI en fabrikanten roepen het ministerie van Infrastructuur daarom op aanbestedingen door te zetten, zodat de sector het hoofd boven water kan houden. Een ander argument is het vergroenen van OV-materieel. Door nu niet te kiezen voor nieuwe orders komen duurzamere bussen later op de markt.

Vervoerders
Voor vervoerders zou het juist goed uitkomen de huidige aanbestedingen te verlengen. Dat zou betekenen dat zij geen geld kwijt zijn aan nieuw materieel.

Bovendien is het nog onduidelijk hoe het OV-landschap er na de coronacrisis uit gaat zien. Als meer mensen thuis blijven werken zullen er ook op de lange termijn minder reizigers zijn, en zullen vervoerders moeten rekenen op dalende inkomsten. Met dat onzekere vooruitzicht is het lastig nieuwe orders in de markt te zetten.

Bron: Volkskrant.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Corona: Nog steeds meer aanbestedingen aangepast dan normaal

Uit een analyse van TenderNed door expertisecentrum aanbesteden PIANOo blijkt dat er nog steeds meer aanbestedingen worden aangepast dan normaal. Dat is te wijten aan de coronacrisis. Er werden in week 14 tweemaal zoveel aanbestedingen aangepast. Het gaat dan vooral om termijnverlengingen.

In week 14 werden er 63 aanbestedingen aangepast, ten opzichte van 33 in dezelfde week in 2019. Er worden niet meer aanbestedingen voortijdig afgebroken dan normaal. Ook laat het aantal nieuwe aanbestedingen geen afwijkend beeld zien. Er wordt een regulier aantal aanbestedingen gepubliceerd op het platform.

Vanaf week 11 was er een piek te zien in het aantal rectificaties. Ook het aantal vroegtijdige beëindigingen liet toen een kleine stijging zien.

Bron: PIANOo.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

De ingrediënten voor circulair aanbesteden: samenwerking, bewustwording en overtuigingskracht

Meestal bekijken we inkoop vanuit de kant van de inkoper of aanbestedende dienst, maar hoe vergaat het de verkopende partij als die een circulair product aan de man wil brengen? We vroegen het aan marktpartijen die een circulair product op de markt hebben gebracht of verkopen.

Je bent in gesprek met een gemeente die jouw circulaire kantoormeubilair wil afnemen. Maar de financiële systemen ondersteunen alleen een afschrijving op lineaire basis. En daarmee valt een veelbelovende circulaire aanbesteding in het water. Of een opdracht ketst af omdat het de inkopende organisatie te veel geld kostte na te gaan welke kostenbesparing circulair werken op zou leveren.

Het zijn twee opvallende obstakels die Douwe Jan Boersma als circulair ondernemer al tegen is gekomen. OPnieuw! voorziet overheidsinstanties en andere bedrijven onder andere van refurbished of remanufactured kantoormeubilair. Zo verwerkte OPNieuw! Afvalbakken van vliegmaatschappij Corendon tot nieuwe producten en zijn onderdelen van oude NS-sprinters gebruikt voor een meubellijn.

Samenwerken
Volgens Boersma moeten instanties veel meer dan bij de inkoop van lineaire producten, investeren in tijd, geld en samenwerking. Aan die investering ontbreekt het nog weleens. “Men denkt “we gaan even een stuk schrijven, we zetten er een paar juristen op, we huren een bureau in en daarmee hebben we de situatie wel onder controle, maar zo werkt het niet.” Edwin Loman, accountmanager bij Recell, beaamt dat samenwerking extra belangrijk is bij een circulaire aanpak. Dat begint voor hem al bij de productie. Recell maakt van gebruikt wc-papier uit rioolwater cellulose. Dat wordt bijvoorbeeld toegepast in asfalt, om ontmenging van het verse asfalt te voorkomen. “Wij kunnen alleen opschalen als er voldoende vraag is naar ons product, en als er voldoende reststromen beschikbaar zijn.” Partners uit de hele keten zijn nodig om van het product een succes te maken. “En dan moet je kijken hoe je daar samen een gesloten keten kunt maken, dat is natuurlijk het mooist”, zegt Loman.

Zowel Boersma als Loman zien dat de innovatiekracht veelal bij kleine bedrijven vandaan komt. Volgens Boersma zetten grote bedrijven zich graag als circulair en innovatief in de markt, maar hoeven de grootste innovaties daar niet vandaan te komen. Loman: “Ik denk dat de echt interessante innovaties voornamelijk bij kleinere start-ups ontstaan. Grote bedrijven doen wel aan ontwikkeling maar je ziet dat heel veel innovaties bij eenpitters of kleine bedrijven vandaan komen.”

Bewustwording en overtuigingskracht
De bewustwording van de circulaire economie, ondanks impulsen van de Nederlandse overheid en andere initiatieven, is volgens Boersma nog wel onder de maat. “Ik zeg niet dat grote bedrijven geen bewustwording hebben, maar er zijn heel veel overheidsinstellingen waar de bewustwording laag is.” Er is volgens hem vaak onduidelijkheid over de definitie van circulariteit. Veel mensen denken dat het hergebruik van materialen behelst, maar hij hanteert zelf een veel breder begrip. Het sociale aspect bijvoorbeeld, maar ook verder kijken dan alleen CO2-impact.

Bij de levering van FSC-hout aan overheidsprojecten merkt Ellard Schutte dat de wil er zeker is. Hij is, commercieel medewerker bij Wijma, leverancier van hardhout. Wijma zit regelmatig aan tafel bij aanbestedingen voor gww-projecten van Rijkswaterstaat. In zijn ervaring kiest de overheid nagenoeg altijd voor een duurzaam product, ook al is dat duurder dan niet gecertificeerd hout. “De Nederlandse overheid is daar heel erg streng in. Maar in het buitenland merk je dat dat minder leeft. In Nederland stimuleren ze juist een verantwoord, duurzaam product, waar in het buitenland de prijs vaker een argument is.”

Schutte merkt dat ‘circulair’ een steeds belangrijker thema wordt bij de verkoop van bouwmaterialen. De vraag neemt vooralsnog niet toe, maar er de concurrentie op de markt voor circulaire materialen groeit. Andere branches springen maar al te graag in op de circulaire trend. “Vroeger was er een beperkt aantal producten, maar op dit moment maakt composiet bijvoorbeeld echt een opmars. Producenten hameren graag op het circulaire aspect, terwijl het CO2– technisch helemaal niet zo milieuvriendelijk is.”

Die ontwikkeling leidt er ook toe dat er meer overtuigingskracht nodig is om producten aan de man te brengen bij een (circulaire) opdracht. “Wij merken vooral dat de overtuigingskracht voor je product groter moet zijn omdat de concurrentie groter is. En soms is het lastig om het prijsverschil uit te leggen tussen de duurzame keuze en de iets minder duurzame keuze.” Ook Loman merkt dat. “Mensen komen niet aanwaaien en zeggen, doe me maar wat. Er is wel interesse, maar het gaat niet over één nacht ijs.”

Is Nederland circulair in 2050?
Over de doelen van de Nederlandse overheid is hij ook stellig. In zijn ogen is het niet verstandig van nul naar honderd te willen gaan. “Stel gewoon doelen, realistisch.” Hij geeft nog een voorbeeld: “Een overheidsaanbesteding waar wij zijdelings bij betrokken waren is uitgegeven en toen weer teruggetrokken omdat die niet realistisch was. Daarin vroegen ze of wij konden herstofferen zonder nietjes. Dat is op zich geen probleem, dat is technisch mogelijk. Maar er wordt niets over het esthetische gedeelte gezegd. Want als je herstoffeert zonder nietjes kun je de stof lang niet zo straktrekken, dus heb je meer kans op plooien. Dus ik merk wel dat er veel theoretici aan het woord zijn die nooit bij ons zijn geweest om te kijken hoe het werkt in de praktijk.”

Boersma blijft ondanks de uitdagingen optimistisch: “Je moet een paar mensen hebben die zeggen: we willen dit gewoon. Er zijn mensen die heel graag willen, ook bij overheidsinstellingen. Die gaan er echt voor.”

Ook Loman denkt dat de gestelde doelen behoorlijk ambitieus zijn. Hóe die te behalen resultaten meetbaar gemaakt moeten worden, is de volgende vraag.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid zet haastig marktconsultatie op voor corona-app

De Nederlandse overheid wil razendsnel input hebben voor een nog te ontwikkelen corona-app. Vorige week vrijdag werd een marktconsultatie op TenderNed gepubliceerd. Op 14 april, om 12:00 uur, moeten geïnteresseerde partijen zich hebben ingeschreven. De snelle gang van zaken leidt tot kritiek bij politieke partijen en tech-experts.

Minister Hugo de Jonge kondigde op 7 april j.l. aan dat de overheid apps in wil zetten om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en te monitoren. Zo zou ook de economie sneller van het slot gehaald kunnen worden. Dergelijke apps moeten nog ontwikkeld worden. Daarom heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op Goede Vrijdag een ‘Uitnodiging slimmen digitale oplossingen Corona’ geopend. Partijen hadden – inclusief het paasweekend – slechts vijf dagen om zich in te schrijven. Daarbij vraagt het ministerie expliciet of de aangeboden oplossingen in de maand april al getest of in productie genomen kunnen worden. Aanstaande zaterdag wil men al starten met een publieke proef van één of meerdere apps.

Kritiek
D66-kamerlid Kees Verhoeven begrijpt dat er haast geboden is bij de ontwikkeling van dit soort apps, maar vindt dat het doel van de apps vooralsnog te onduidelijk is. De Tweede Kamer heeft volgens hem onvoldoende invloed op het proces. “Het is een aanbestedingsproces geworden, terwijl het een ontwerpproces had moeten zijn”, zegt Marleen Stikker, directeur van Waag Society. Diverse experts dringen er op aan de broncode openbaar te maken. Dat zou argwaan onder burgers, met het ook op privacy, weg kunnen nemen. Daardoor kunnen ook meerdere ontwikkelaars tegelijk aan dezelfde app werken.

In Singapore wordt al een app gebruikt om contactonderzoek te doen. De ervaring daar leert dat dit alleen werkt ter ondersteuning van ‘handmatig’ contactonderzoek, uitgevoerd door professionals.

Bron: BNR.nl, FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

EU: Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vooraf is bij dwingende spoed toegestaan

De Europese Commissie laat in zogeheten Richtsnoeren weten dat een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vooraf, bij hoge uitzondering en onder specifieke omstandigheden, toegestaan is. Zo wil de Europese Commissie overheidsinkopers in alle lidstaten meer handvatten geven om de coronacrisis het hoofd te bieden.

Het toestaan van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vooraf geldt alleen voor inkoop onder onvoorziene omstandigheden, waarbij een reguliere (openbare) aanbesteding of versnelde procedure niet toereikend is. In het meest dringende geval kunnen overheidsinkopers zelfs rechtstreeks gunnen aan een vooraf geselecteerde ondernemer. Die ondernemer moet dan wel de vereiste levering kunnen uitvoeren.

In dit soort gevallen zal het voornamelijk gaan om de inkoop van beschermingsmiddelen zoals mondkapjes en andere medische materialen en apparatuur, die binnen enkele dagen of uren moeten worden ingekocht.

Markt inschakelen
Daarnaast roept de Europese Commissie op inkopers de markt in te schakelen voor het vinden van oplossingen. Inkopers kunnen bijvoorbeeld leveranciers verzoeken hun productie op te schalen. Voor aankopen op de middellange termijn spoort de Commissie inkopers aan gezamenlijk in te kopen “om een betere prijs-kwaliteitverhouding te verkrijgen en te zorgen voor een bredere toegang van bedrijven tot de zakelijke mogelijkheden en een breder aanbod van beschikbare voorraden”.

Verkorte termijnen
In spoedeisende gevallen kunnen normale inschrijftermijnen worden verkort tot 15 dagen bij een openbare aanbesteding en 10 dagen bij een niet-openbare aanbesteding. Per geval moet beoordeeld worden of het om een spoedeisende situatie gaat.

De onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vooraf kan alleen worden ingezet in de overbruggingsperiode “tot er stabielere oplossingen kunnen worden gevonden, zoals een raamcontract voor leveringen of diensten dat via de gewone procedure (met inbegrip van de versnelde procedure) wordt geplaatst.”

Lees de Richtsnoeren van de Europese Commissie betreffende het gebruik van het kader voor overheidsopdrachten in de door de Covid‐19-crisis veroorzaakte noodsituatie hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Als het aan de EU ligt: Circulair aanbesteden minder vrijblijvend

Niet alleen de Nederlandse overheid geeft impulsen om circulair inkopen en aanbesteden te stimuleren. Ook de EU zet stappen richting een circulaire economie. In 2015 presenteerde Europa al een eerste actieplan. Deze maand kondigde de EU een nieuw actieplan voor een Europese circulaire economie aan, met de titel “Voor een schoner en concurrerender Europa.”

In dit plan staan 35 aanvullende maatregelen om een Europese circulaire economie te bevorderen. Het meest opvallend? Circulair aanbesteden wordt minder vrijblijvend. De EU wil targets en rapportages introduceren om circulair inkopen verder te stimuleren.

Net als Nederland ziet ook de EU het belang in van circulariteit. In 2050 moet elke lidstaat klimaatneutraal zijn en moet de EU gezamenlijk komen tot een CO2-uitstoot van nul. De Europese Commissie kwam in 2015 al met een actieplan getiteld “Closing the loop – An EU action plan for the circular economy”. Hierin waren 54 maatregelen te vinden die een circulaire economie in de EU moesten bevorderen. Het ging onder andere over het tegengaan van het dumpen van plastic in zeeën, maar ook het aanpakken van onechte ‘groene’ claims en afvalmanagement. Het verbod op wegwerpplastic dat in 2021 ingaat is bijvoorbeeld een resultaat van het eerste actieplan.

Nieuwe maatregelen
Nu komt er een set nieuwe maatregelen bij in de vorm van een aanvullend actieplan. Jos Pees, adviseur Duurzaamheid bij Kenniscentrum Europa decentraal, vertelt dat circulariteit voor het eerst groot op de Europese agenda kwam met het vorige actieplan. “In het eerste plan uit 2015 lag de nadruk vooral op maatregelen die zich richtten op de laatste fase van een productcyclus, de afvalfase. Het nieuwe actieplan vormt de volgende stap, waarbij er meer aandacht is voor het proces hoger in de productieketen.” Ecodesign, noemt men dat. Pees: “Op het moment dat je afval hebt met veel vervuilende stoffen kun je dat niet handmatig inzamelen of hergebruiken.” Door vroeger in een productieketen te letten op het gebruik van grondstoffen met het oog op hergebruik, is het later eenvoudiger producten te recyclen.

“Daarnaast stond het voorgaande actieplan meer op zichzelf. Circulaire economie is een breed onderwerp en dit nieuwe actieplan wordt echt als een integraal deel van de Green Deal gepresenteerd. Het is één van de onderdelen om tot een klimaatneutraal beleid te komen”, zegt hij.

Voor een schoner en concurrerender Europa
In het nieuwe actieplan zijn 35 aanvullende maatregelen te vinden die tussen 2020 en 2023 in moeten gaan. Nieuw is onder andere de wet- en regelgeving voor consumenten. De EU wil dat consumenten meer slagkracht krijgen op het gebied van circulariteit. Zo komt er recht op reparatie voor consumenten die goederen hebben gekocht en moeten consumenten betere toegang krijgen tot informatie over circulariteit. Daarnaast worden er meer sectoren dan voorheen betrokken in dit actieplan, waaronder de ICT, de elektronica-, vervoer- en textielsector. Er komt meer aandacht voor de risico’s van microplastics, materiaalefficiëntie in de bouw moet omhoog en LCA’s worden opgenomen in openbare aanbestedingen. Ook moet stedelijk afval in 2030 gehalveerd zijn en moet er een EU-breed afvalscheidingsbeleid komen.

Targets en rapportages
In het vorige plan gaf de EU al een voorzet voor groene criteria die decentrale overheden konden gebruiken als ze circulair wilden inkopen of aanbesteden. In het nieuwe plan wil men een stap verder gaan. Zo moet er een target komen voor het aantal groene overheidsopdrachten dat overheden geven en wil de Europese Commissie dat hierover wordt gerapporteerd. Circulair aanbesteden wordt minder vrijblijvend. Pees vindt het een interessante maatregel. “Als je criteria voor minimale groene overheidsopdrachten gaat instellen voor meer sectoren kan dat zeker zoden aan de dijk zetten. Het opstellen van rapportages brengt mogelijk wel administratieve lasten met zich mee voor ambtenaren.” Het is op dit moment nog niet bekend hoe die rapportages precies opgezet moeten worden.

Implementeren kost tijd
“Het is lastig om op dit moment te meten wat de effecten zijn van de maatregelen die uit het vorige actieplan zijn voortgekomen”, zegt Pees. “Neem het afvalpakket dat in 2015 is geïntroduceerd. De wijziging van de richtlijnen is pas in 2018 aangenomen en krijgt dit jaar pas vorm in nationale wetgeving. Veel van die doelen – als je spreekt van recyclen van stedelijk afval of gescheiden inzamelen – gaan pas in voor 2030 of 2035. Dus dat duurt even voor dat je dat daadwerkelijk kunt meten.” Alles wat al wel meetbaar is, wordt vastgelegd in Eurostat. Waarom komt er dan nu toch een nieuw actieplan? “Bij beleid op duurzame onderwerpen is er steeds sprake van een voortschrijdend inzicht. Het moet steeds beter. Na dit actieplan zul je weer een volgende stap zien. Als we 100% circulair zijn, zijn we klaar, daarvoor niet”, zegt hij.

Nederland loopt voorop
Nederland is volgens Pees al een heel eind op het gebied van circulariteit. De Nederlandse overheid stelde eerder doelen op voor een circulaire economie dan de EU. “De doelstellingen die wij neerzetten, zoals Nederland circulair in 2050, die gaan verder dan wat er op Europees niveau is afgesproken. Op het gebied van circulariteit lopen wij zeker voor. In tegenstelling tot hernieuwbare energie, daarin zijn we niet per se het beste jongetje van de klas”, zegt Pees.

Economische belangen
In dit nieuwe actieplan gaat het niet alleen om het klimaat. Het draait ook om economische belangen. Men schat in dat een groeiende circulaire economie het Europese BBP kan doen groeien met een half procent en dat er 700.000 banen in Europa bij kunnen komen door het stimuleren van een circulaire economie. Het gebruik van circulaire materialen zou volgens de Europese Commissie bovendien de kosten voor productiebedrijven moeten terugdringen, waardoor die een betere positie op de wereldmarkt krijgen. Dus moet het actieplan niet alleen de weg wijzen naar een schoner, maar ook naar een concurrerender Europa.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vattenfall ziet af van deelname aanbesteding Nederlands windpark op zee

Energiebedrijf Vattenfall schrijft zich niet in voor de aanbesteding voor het windpark Hollandse Kust Noord. De aanbesteding werd afgelopen donderdag geopend, maar door onzekere economische omstandigheden als gevolg van het coronavirus voelt het Zweedse energiebedrijf zich genoodzaakt af te zien van deelname. Dat is opvallend, want het bedrijf won al twee maal de aanbesteding voor de aanleg van vergelijkbare windparken op zee.

Vattenfall ziet dat er problemen ontstaan in de hele energieketen. Er is minder vraag naar energie vanwege de beperkende coronamaatregelen. Daarnaast voorziet het energiebedrijf dat er betalingsachterstanden zullen ontstaan. Voorlopig houdt Vattenfall zich daarom bezig met bestaande energiecentrales en projecten.

Hollandse Kust Zuid
Eerder won Vattenfall de aanbesteding voor twee andere grote, Nederlandse windparken op zee: Hollandse Kust Zuid I & II en Hollandse Kust Zuid III & IV. Samen met het nieuwe windpark Hollandse Kust Noord en het nog aan te leggen windpark Hollandse Kust West, vormen de windparken een belangrijk instrument voor het behalen van klimaatdoelstellingen uit het Parijs-akkoord. De windparken Hollandse Kust Zuid I t/m IV leveren energie voor drie miljoen huishoudens.

Welke partijen nog wel in de race zijn voor de lopende aanbesteding van het windpark is nog niet bekend. Het windpark Hollandse Kust Noord moet in 2023 klaar zijn.

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakbond CNV roept op tot pauzeren OV-aanbestedingen

OV-aanbestedingen zouden een jaar moeten worden uitgesteld als het aan vakbond CNV ligt. Vanwege de coronacrisis zou er te weinig tijd en aandacht voor aanbestedingen zijn. De vakbond vreest dat nieuwe contracten vanwege financieel zwaar weer bij OV-bedrijven, te mager uitpakken voor het personeel.

“Wij vinden het in deze crisistijd zeer onverstandig om door te gaan met aanbestedingstrajecten, omdat het slecht zal uitpakken voor reizigers en werknemers”, stelt het CNV. De vakbond roept op tot het uitstellen van nieuwe en lopende aanbestedingen, in elk geval tot volgend jaar. Dat zou rust moeten brengen voor werknemers en de OV-bedrijven in het algemeen. Het CNV is bang er door de coronacrisis te weinig geld voorhanden is om een goede aanbieding voor een concessie. Banenverlies ligt dan volgens de vakbond dan op de loer.

Lopende aanbestedingen
Op dit moment loopt er een aantal aanbestedingen voor concessies, onder andere in Friesland. Gedeputeerde Avine Fokkens van de provincie Friesland laat weten de aanbesteding te willen heroverwegen. Ze vraagt zich af of dit het juiste moment is voor het doorzetten van de ov-aanbesteding. De aanbesteding voor de OV-concessie voor de periode 2022-2032 loopt juist nu in de provincie. Mogelijkheid tot verlengen van het huidige contract is er niet, tenzij het Rijk of de Europese Unie toestemming verleent.

Bron: Frieschdagblad.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingen aangepast in verband met coronacrisis

Aanbestedende partijen passen hun aanbestedingen veelvuldig aan. Dat is de conclusie van Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo, na een beknopte analyse van aanbestedingen op TenderNed.

Vooral de planning van aanbestedingen wordt veelvuldig aangepast. Normaal verschijnen er gemiddeld 37 rectificaties per week, maar in de eerste week na de verscherpte maatregelen in week 12, waren dat er 103. In 85% van de gevallen gaat het om een Europese aanbesteding. Driekwart van de rectificaties betreft een aanpassing van de planning.

Vroegtijdige beëindiging
Daarnaast waren er ook meer vroegtijdige beëindigingen van aanbestedingen dan normaal, maar of die trend doorzet is nog niet duidelijk. Diverse partijen roepen op om juist in deze tijd gewoon door te blijven gaan met aanbesteden. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, stelde deze week nog dat het uitstellen of laten vervallen van aanbestedingen “nergens voor nodig” is.

Bron: PIANOo.nl, BNR.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Zuidasdok opnieuw aanbesteed: extra kosten lopen mogelijk op tot 1 miljard

Het infraproject ‘Zuidasdok’ wordt opnieuw aanbesteed, in deelpakketten. Dat heeft minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur laten weten aan de Tweede Kamer. Het Rijk zal een extra budgetinvestering van 700 miljoen tot 1 miljard euro moeten doen om het project doorgang te laten vinden.

Medio 2019 staakte aannemerscombinatie Zuidplus (Heijmans, Fluor en Hochtief) de werkzaamheden omdat deze niet volgens de gemaakte afspraken konden worden gerealiseerd. Er was te weinig tijd en geld, volgens de bouwers. Er volgde een herijkingstraject onder leiding van oud-minister Sybilla Dekker. Op basis van dat traject en gesprekken met de aannemerscombinatie is nu besloten het project opnieuw aan te besteden, in deelpakketten. Het totale traject moet hierdoor ‘beter hanteerbaar’ worden, waarbij het Rijk voor elk afzonderlijk deelpakket een aannemer zoekt met de juiste expertise. Dekker concludeerde dat er geen mogelijkheden waren tot versnelling of versobering van het project. Zij pleit voor ‘voortvarend’ handelen, zodat de druk op de OV-terminal en de A10 snel afneemt.

Deelpakketten
“Om het project beter beheersbaar te maken hebben de gezamenlijke opdrachtgevers besloten om het project serieel in werkpakketten uit te voeren in plaats van integraal. Daarmee wordt de complexiteit teruggedrongen en wordt de beheersbaarheid vergroot door het verminderen van de onderlinge afhankelijkheden van de verschillende projectonderdelen”, schrijft Van Nieuwenhuizen in de kamerbrief. Naar verwachting wordt het laatste deelpakket pas tussen 2032 en 2036 opgeleverd. Oorspronkelijk zou het project in 2028 gereed zijn.

Aanbestedingswet
De aanbesteding voortzetten met aannemerscombinatie Zuidplus is volgens Van Nieuwenhuizen geen optie: “Doorgaan met de huidige opdrachtnemer, zonder opnieuw aan te besteden staat […] op zeer gespannen voet met de aanbestedingswetgeving.”

Zuidplus rondt dit jaar nog enkele werkzaamheden af. Een planning voor de rest van het project verschijnt naar verwachting in het tweede deel van 2020.

Partner van Aanbestedingscafé:

DNB stopt met Europese tender voor gebundelde inkoop standaardsoftware

De Nederlandsche Bank zet een aanbesteding voor de gebundelde inkoop van standaardsoftware stop. De DNB had hiervoor in 2015 een Europese tender opgezet. Andere Europese banken en financiële instellingen konden hierbij aanhaken. Nu stopt de DNB met de tender omdat de noodzakelijke concurrentiestelling door een overname van geselecteerde partijen in het geding komt.

De uitgezette opdracht had zes jaar moeten lopen en had een geschatte waard van 75 tot honderd miljoen euro. De aanbesteding was ontworpen met een concurrentiestelling, die door een overname van geselecteerde partijen niet langer bestaat. Het bedrijf SoftwareOne neemt Comparex over. Beide partijen waren geselecteerd voor de raamovereenkomst. Een derde partij was al afgevallen.

Daarom ziet de DNB af van voortzetting. “De (uiteindelijke) fusie van beide raamcontractanten maakt voortzetting van de raamovereenkomst – juridisch gezien – onmogelijk”, stelt de DNB.

In plaats daarvan heeft de DNB zich nu aangesloten bij de rijksbrede standaardsoftwareaanbesteding EASP (Europese Aanbesteding voor Standaard Programmatuur) 2019.

Bron: Channelweb

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat: we doen er alles aan om bouw door te laten gaan

In een brief aan Bouwend Nederland laat Rijkswaterstaat weten dat lopende projecten en aanbestedingen ondanks het coronavirus gewoon doorgaan. Desnoods moet er op alternatieve wijze worden aanbesteed.

Directeur van Rijkswaterstaat, Michèle Blom, schrijft in de brief dat Rijkswaterstaat de Nederlandse bouw niet zomaar in de steek laat. Ze erkent dat de bouw het de afgelopen tijd al zwaar heeft gehad, met de stikstof- en Pfascrisis. Nu komt het coronavirus daar nog bovenop.

De brief komt in een reactie op de brancheverenging, die had gevraagd projecten naar voren te halen om bouwbedrijven te steunen. Ze schrijft: “Ons is alles eraan gelegen u te ondersteunen waar mogelijk. Ik zal er alles aan doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt om het werk zoveel als verantwoord mogelijk door te laten gaan.”

Alternatief aanbesteden
Wat betreft aanbestedingen roept Blom op om desnoods op alternatieve wijze aan te besteden, vooral in de dialoogfase. Vertraging moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Als er in de uitvoer van projecten toch vertraging ontstaat zal de hele sector bovendien soepel moeten omgaan met dergelijke omstandigheden. Rijkswaterstaat legt bijvoorbeeld minder snel boetes op bij opgelopen vertragingen.

Bouwend Nederland zelf kijkt alweer vooruit. De verduurzaming van de bouw moet doorgaan, valt te lezen op de website van de brancheorganisatie. “Het is van groot maatschappelijk belang dat de sector, zodra de coronacrisis dit weer toestaat, op volle slagkracht verder kan.”

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Coronavirus: oproep inschrijftermijn aanbestedingen te verruimen

Expertisecentrum PIANOo roept op inschrijftermijnen van lopende aanbestedingen te verruimen in verband met het coronavirus.

“PIANOo adviseert aanbestedende diensten hun lopende aanbestedingen te bekijken en te bepalen of de coronacrisis invloed heeft op hun aanbestedingsprocedures. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verlengen van eventueel gestelde termijnen”, is te lezen op de website van PIANOo.

Thuiswerken
Omdat veel mensen in verband met het coronavirus thuis werken kan het volgens het Expertisecentrum Aanbesteden lastiger zijn in teamverband een aanmelding of inschrijving tot stand te brengen. Indien aanbestedende diensten hier gehoor aan willen geven, dienen zij alle betrokken partijen gelijktijdig dezelfde informatie verstrekken. Daar hoort in het geval van een Europese aanbesteding of een nationale procedure met voorafgaande bekendmaking, een rectificatie in TenderNed bij.

Partner van Aanbestedingscafé:

Ernstige beroepsfout en MVO van toepassing bij nieuwe aanbestedingen betalingsverkeer Rijksoverheid

Minister Hoekstra van Financiën heeft de Tweede Kamer laten weten dat de ernstige beroepsfout voortaan van toepassing wordt verklaard bij aanbestedingen inzake betalingsverkeer van de Rijksoverheid. Ook Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen krijgt meer aandacht, zodat opdrachten in de toekomst sneller gegund kunnen worden op basis van MVO-criteria, schrijft hij in een kamerbrief.

Facultatieve uitsluitingsgrond
Hoekstra kondigt aan dat de ernstige fout een aanvullende, facultatieve uitsluitingsgrond kan zijn voor inschrijvers op aanbestedingen voor betalingsverkeer van de Rijksoverheid. Deze facultatieve uitsluitingsgrond vult de verplichte uitsluitingsgrond uit de Aanbestedingswet 2012 aan. Daarmee kan een inschrijvende partij ook worden uitgesloten als deze herroepelijk is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, omkoping, witwassen, terrorisme of kinderarbeid. De verplichte uitsluitingsgrond sluit inschrijvers uit die onherroepelijk zijn veroordeeld voor deze misdrijven.

Het ministerie neemt daarnaast aanvullende opzeggingsgronden op in nieuwe contracten. Op die manier kan het Rijk contracten beëindigen voor de looptijd verstreken is. Ook lopende contracten worden aangepast, in overleg met de gecontracteerde partijen.

MVO
Op het gebied van MVO worden duurzaamheid, beheerst beloningsbeleid en social return meegenomen. Daarnaast moeten inschrijvers verklaren dat zij niet investeren in clustermunitie en mensenrechten respecteren.

Betrouwbaarheid
Binnenkort zullen de aanbestedingen voor creditcards en giraal betalingsverkeer voor de Rijksoverheid gepubliceerd worden. “Niet alleen bij de aanbesteding zelf maar ook gedurende de looptijd van de overeenkomst zal er extra aandacht worden besteed aan de betrouwbaarheid van de contractspartij”, schrijft Hoekstra in de kamerbrief.

Alle aanbestedingen zullen worden gegund op basis van beste-kwaliteit-prijs-verhouding.

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeente Den Helder handelt onrechtmatig voor een bedrag van 1,2 miljoen euro

In de jaarrekening van de gemeente Den Helder over 2019 is een opeenstapeling aan fouten te vinden. De vier onrechtmatigheden zijn samen goed voor 1,2 miljoen euro. Bij twee aanbestedingen is te lang gebruik gemaakt van de verlengingsoptie.

Voor de aanbestedingen in het sociale domein waren contracten afgesloten die niet nogmaals verlengd hadden mogen worden. Daarnaast verleende de gemeente subsidie zonder te toetsen of er op die manier sprake zou zijn van staatssteun en loopt er een pilot met een maatschappelijke partner die in strijd is met fiscale regels en de Participatiewet.

Goedkeurende verklaring
Als het bedrag van 1,2 miljoen euro verder oploopt tot 2 miljoen euro, krijgt de gemeente Den Helder geen goedkeurende verklaring van de accountant. De accountantscontrole loopt nog.

Bron: Noord-Hollands Dagblad

Partner van Aanbestedingscafé:

Strenger toezicht Commissariaat voor de Media na fouten in aanbestedingen

Minister Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media laat aan de Tweede Kamer weten dat er strenger toezicht komt op het Commissariaat voor de Media. In januari werd bekend dat het Commissariaat fouten had gemaakt bij aanbestedingen met een waarde van meer dan 50.000 euro.

NRC berichtte in januari dat het Commissariaat niet alleen had nagelaten meerdere offertes op te vragen bij de inkoop van goederen en diensten, maar dat er ook buitensporig veel geld gemoeid was met die inkoop. Het Commissariaat verantwoordde niet waarom het afweek van de geldende regels.

Extra aandacht
Slob schrijft aan de kamer: “Er is rond het Commissariaat een situatie ontstaan die extra aandacht en inspanningen vergt van zowel het Commissariaat als het ministerie. […] Naar aanleiding van dit onderzoek wordt met hoge prioriteit ingezet op het krijgen van meer inzicht in de eigen doelmatigheid bij het Commissariaat. Daar hoort bij dat er meer inzicht en transparantie komt in en over de verschillende componenten van eigen bedrijfsvoering, waaronder inkoop.”

Hij laat daarnaast weten dat hij de AuditDienstRijk (ADR) zal vragen toezicht te houden op de jaarrekening van het Commissariaat. Volgende maand volgt het resultaat van een onderzoek naar de governance van het Commissariaat.

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgen over arbeidsomstandigheden buschauffeurs bij aanbesteding Fries busvervoer

Buschauffeurs en vakbond FNV maken zich zorgen over arbeidsomstandigheden bij de aanbesteding van busvervoer in de provincie Friesland. Verschillende partijen benadrukken het belang van het werken onder de juiste cao.

Het huidige aanbestedingsbestek biedt uitvoerders de mogelijkheid buschauffeurs onder verschillende cao’s te laten werken, bijvoorbeeld die van touringcars. De uitvoerder is op die manier goedkoper uit, maar die werkwijze is nadelig voor de chauffeurs. Zij maken langere dagen en verdienen minder. Buschauffeurs spreken ook over te weinig tijd tussen ritten door en een te hoge werkdruk.

De aanbesteding voor busvervoer in de provincie Friesland voor de periode 2022-2032 is eind vorig jaar gestart. Omdat het gaat om de inkoop van busvervoer over tien jaar vinden chauffeurs en de vakbond het extra belangrijk dat er voldoende aandacht is voor arbeidsomstandigheden.

Regionale politieke partijen hebben inmiddels amendement ingediend, waardoor de cao voor stad- en streekbusvervoer leidend moet worden.  

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden met slimme mix van specialisten

Ton Lammers

Inkoopspecialist ICT – Belastingdienst

Het Douane Laboratorium in Amsterdam doet onderzoek voor de Douane, een onderdeel van de Belastingdienst. Als het systeem voor het vastleggen van de onderzoeksresultaten aan vervanging toe is, pakt inkoopspecialist Ton Lammers de aanbesteding op. De kracht van dit inkooptraject? ‘De gedegen voorbereiding en een aanbestedingsteam dat van alle markten thuis is.’

Samenstelling van producten
Is dit vruchtensap, nectar of limonade? Een belangrijke vraag voor de Douane, want de samenstelling van een product bepaalt welke douanewetgeving van toepassing is. Voor chemisch onderzoek naar producten schakelt de Douane het Douane Laboratorium in. Het lab doet 15.000 tot 20.000 onderzoeken per jaar waarbij gegevens van meer dan 100.000 analyses worden ingevoerd. De resultaten die uit het onderzoek komen, worden vastgelegd in een Laboratorium Informatie Management Systeem (LIMS). Na jarenlange trouwe dienst is het systeem van het lab hard aan vervanging toe. Het is verouderd, vernieuwingen zijn niet goed toe te passen en er is te veel onderhoud nodig. Bij het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) in Apeldoorn dat de ICT van de Belastingdienst inkoopt, komt de vraag binnen om het LIMS te vervangen.

Multidisciplinair aanbestedingsteam
Inkoopspecialist Ton Lammers gaat aan de slag met een marktanalyse om geschikte marktpartijen in kaart te brengen. Daarnaast worden de specificaties opgesteld. ‘Bewust hebben we gekozen voor een multidisciplinair aanbestedingsteam. Met een mix van specialisten: IT-architecten, gebruikers, technisch consultants, juristen, economen en natuurlijk inkoopspecialisten. Samen zijn we gaan brainstormen. Wat is de bestaande situatie? Waar lopen we tegenaan? Welke functionaliteiten missen we? We wilden bijvoorbeeld naar een web based applicatie en een mobiele toepassing.’

 

‘Aanvankelijk vroegen we inschrijvers om gebruiksvriendelijkheid op papier aan te tonen. Maar we wilden meer bewijs’

 

Gebruiksvriendelijkheid staat voorop
De zoektocht naar een leverancier begint. Gevraagd wordt om een nieuw LIMS te leveren en te implementeren, inclusief beheer, onderhoud en het instrueren van de gebruikers van het systeem. Ton: ‘We hebben ruim de tijd genomen om de markt mee te laten denken over de technische mogelijkheden. De eisen werden daardoor steeds verfijnder.’ Volgende stap is het bepalen van de gunningscriteria. ‘Uiteindelijk zijn dat er zes geworden. Je vraagt bijvoorbeeld naar wat de applicatie technisch kan en naar de gebruiksvriendelijkheid. Aanvankelijk vroegen we de inschrijvers om dit op papier aan te tonen. Maar we wilden meer bewijs.’

Demonstratie in het lab
Het aanbestedingsteam besluit een zogenaamde use case, ofwel een beschrijving van het gedrag van het systeem, samen met de medewerkers van het laboratorium op te stellen. Zo kun je nagaan hoe het systeem in de praktijk werkt. Leveranciers moesten in een simulatie laten zien hoe dit voor hun voorstel zou uitpakken. Ton: ‘De leveranciers van de twee best beoordeelde inschrijvingen hebben we uitgenodigd om een demonstratie te geven. We wilden graag met eigen ogen zien hoe de applicatie werkt. Deze werkwijze is misschien arbeidsintensief, maar het was voor ons wel de moeite waard. Zo kregen we echt een goed beeld van de realiteit.’

Langlopend contract
Met de winnende partij is een contract voor vijf jaar gesloten met een mogelijke verlenging van tien jaar. Ton: ‘Omdat we met dit nieuwe systeem lang vooruit willen, hebben we voor zo’n lange termijn gekozen. De implementatie vergt heel wat. Je past namelijk toch processen in de organisatie aan om de applicatie goed te kunnen gebruiken.’ De winnende partij is een nieuwe speler op de markt. ‘Er zijn best veel spelers op de markt, ook de grote ICT-reuzen leveren dit soort toepassingen. Wij hebben een leverancier geselecteerd die zich echt heeft gespecialiseerd in laboratoriumapplicaties. Een jonge partij met de bijbehorende kenmerken: vlot en bereikbaar via korte lijntjes.’

Extra werk door Brexit
Voor de implementatie is gerekend op een jaar. Ton: ‘Dit doen we stapsgewijs. Het Douane Laboratorium kan het werk niet even een week stilleggen. We kunnen dus niet in één keer om. De leverancier sluit daarom stap voor stap een onderdeel aan.’ Het huidige systeem blijft zo lang als nodig in de lucht en wordt geleidelijk afgebouwd. Rond de zomer van 2020 zal het nieuwe LIMS helemaal werken. Wat is de impact daarvan? Ton: ‘Dan werken de laboranten met een veel moderner en flexibeler systeem. Ze kunnen veel eenvoudiger onderzoeksprocessen doorlopen en monsters analyseren. Met de Brexit komt er extra veel werk op het Douane Laboratorium af. Het lab moet de invoer van een van onze grootste handelspartners gaan controleren, wat kan leiden tot twintig procent meer workload. Deze applicatie zal daarbij enorm ondersteunen.’

Denken vanuit een ideaal
Ton kijkt met plezier terug op een goed verlopen aanbesteding. Wel had de doorlooptijd wat hem betreft wat korter gemogen: ‘Maar we wilden er zeker van zijn dat de eisen klopten. Toen we dit op orde hadden, waren we ook echt tevreden.’ En wat was vooral de kracht van dit traject? ‘De samenwerking in het multidisciplinaire team sprong eruit voor mij. Iedereen bracht kennis in en iedereen was betrokken. Die mix van expertise heeft enorm bijgedragen aan het eindresultaat. De mensen die met het LIMS werken hebben meegedacht over de wensen. De IT-architect maakte vervolgens de vertaalslag naar de ICT-specificaties. Hij haalde de medewerkers echt uit hun comfortzone. Met effect. Als je een systeem lange tijd gebruikt, zie je soms niet meer wat je mist. Ze moesten leren om niet vanuit het huidige systeem te denken, maar vanuit een ideaal.’

Meld je aan voor meer informatie over Inkoop bij de Rijksoverheid

Partner van Aanbestedingscafé:

De uitdagingen van circulair aanbesteden

Circulair aanbesteden. Een mooi begrip, maar ook een abstract begrip. Welke uitdagingen zitten er eigenlijk aan circulair aanbesteden? Hoe schrijf je nu een goede circulaire aanbesteding uit? En hoe maak je die concreet genoeg, zodat de inschrijvende partij er mee aan de slag kan en de opdracht tot het gewenste resultaat leidt? Om dat uit te zoeken spraken we met drie ervaringsdeskundigen op het gebied van circulair aanbesteden.

Circulaire verkeersborden voor een aantal gemeenten in Noord-Holland. Bij een dergelijke aanbesteding zit senior consultant Koen Spekreijse van Significant Synergy aan tafel. Verkeersborden van bamboe of andere duurzame materialen zijn allang geen verre toekomstdroom meer. Maar, dat stelt betrokken partijen ook voor nieuwe vragen en uitdagingen.

Circulair inkopen hoeft bijvoorbeeld niet altijd te leiden tot een duurzame oplossing. “Circulariteit bijt soms andere doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Iets kan heel circulair zijn maar is dan weer niet klimaatgericht. Je kunt het geheel aan impact onvoldoende overzien. Op heel veel producten kan het wel. In de bouw calculeert men allerlei waarden op materialen, met materiaalpaspoorten zodat je de herkomst kunt herleiden. Maar voor een hele hoop producten is dat er nog niet.”

Wat verstaan we onder circulair?
Jaco Poppe, directeur van ingenieursbureau BOOT, ziet dat het niet altijd duidelijk is wat men precies onder ‘circulair’ verstaat. BOOT is onder andere betrokken bij circulaire sloopprojecten. “Het is de kunst om de aannemer de ruimte te geven om zelf ook zijn duurzame werkwijze te kunnen inzetten. Daar moet je hem op uitdagen. Daar heb je wel beoordelingssystematiek voor nodig. En dat betekent dat je de juiste vragen moet stellen. Voor ons is het belangrijk te weten: hoe ga je duurzaam slopen en wat versta je daar dan onder?” Uitvragen wat nodig is en de invulling overlaten aan de markt, wordt volgens hem steeds belangrijker.

Spekreijse onderschrijft dat. Volgens hem weet de leverancier vaak beter hoe zij een probleem circulair kunnen oplossen dan de inkopende partij. “Het is dan een uitdaging om het voorschrijven van de oplossing los te laten en de specificatie zo functioneel mogelijk te maken.”

Kansen
Volgens Poppe zijn er ook mogelijkheden, los van kosten die uitgedrukt worden in euro’s. Door bijvoorbeeld naar de milieuwaarde en CO2-beprijzing te kijken. Poppe: “Die kun je zeker meenemen, of kijken naar de Milieu Kosten Indicator (MKI). Op die manier zijn er verschillende mogelijkheden, als iemand een aanbieding heeft met minder CO2-uitstoot telt dat ook mee in de weging. Maar dan moet de inschrijvende partij dat ook kunnen aantonen, hij moet het wel waarmaken.”

In sommige sectoren kunnen die indicatoren goed gemeten en berekend worden. Met DuboCalc bijvoorbeeld, in de bouw. Volgens Spekreijse wordt het lastiger als je dat soort tools niet tot je beschikking hebt, maar niet onmogelijk. “Dan helpt het bijvoorbeeld om de 10-R-methode te gebruiken. Daarnaast werken we bij Significant met de radarmethode. Die zegt dat het hebben van een Life Cycle Analyse (LCA) en MKI een stuk bewijslast vormt. Het hebben van die bewijslast is dan al een criterium. Daarmee blijf je weg van de inhoud, en focus je veel meer op het proces. Je vertrouwt erop dat het proces de circulaire oplossing brengt.”

Opportunisme
Over dat waarmaken heeft Poppe nog wel een aanbeveling. “Je moet wel zorgen dat er een boetebeding in het contract komt, anders heb je kans dat je pootje gelicht wordt.” Hij maakt het regelmatig mee dat een partij zich met mooie beloften en een lage prijs inschrijft, maar het vervolgens niet waarmaakt. “Dat is vervelend, want dan ben je duurzaam aan het aanbesteden en het gros gaat er heel serieus mee om maar een paar hebben er dan geen zin in en komen er gewoon mee weg.”

Ook politieke agenda’s werken circulair aanbesteden volgens Spekreijse soms tegen. Gemeenten zwakken circulaire ambitie in aanbestedingen soms bewust af, omdat de vorige bijvoorbeeld tegenvallend financieel resultaat laat zien. Gemeenten gaan het risico van een verdere kostenstijging dan uit de weg. Het politieke belang en aankomende verkiezingen gaan dan een rol spelen.

Kleine ondernemers
De schaal waarop circulair ingekocht wordt kan ook een obstakel vormen, zowel voor gemeenten als ondernemers. Voor kleine aannemers kan circulair werken bijvoorbeeld een uitdaging zijn, volgens Poppe. “Je ziet dat kleine aannemers bij gemeenten behoorlijk actief zijn, maar als je dan circulair wilt werken zul je als opdrachtgever echt zelf moeten bedenken hoe je het hebben wilt. Die invulling kun je van zo’n kleine partij eigenlijk gewoon niet verlangen.” Bovendien is er volgens hem weinig ruimte voor extra financiële middelen als er circulair wordt aanbesteed. “Er is geen ruimte om als aannemer 10.000 euro meer te vragen. De concurrentie doet dat ook niet, dus een lage prijs blijft belangrijk.”

‘Superambitieus ‘
Zijn met al deze uitdagingen de gestelde doelen wel haalbaar? “Die doelen zijn superambitieus.”, zegt Poppe. “Waar je tegenaan loopt is dat je in Nederland niet eens voldoende grondstoffen hebt om compleet circulair te worden. De vraag naar grondstoffen is vele malen hoger dan dat er op dit moment aan circulair materiaal vrijkomt. We hebben meer nodig dan er beschikbaar is, en wat er is, wordt heel vaak nog niet circulair ingezet.”

Spekreijse vestigt zijn hoop op technologische ontwikkelingen: “Ik heb mijn twijfels, over de haalbaarheid en objectiveerbaarheid. Ik denk dat technologie zoals die van de blockchain, echt nodig is om dit op een objectieve manier te kunnen verantwoorden.”

De komende weken belichten we steeds een ander aspect van circulair aanbesteden. Bent u betrokken bij circulaire aanbestedingen en wilt u uw ervaringen, kennis of mening delen? Mail dan naar redactie@aanbestedingscafé.nl!

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten hebben moeite om zero emissie doelgroepenvervoer te realiseren

Uit onderzoek van de vereniging Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur blijkt dat gemeenten moeite hebben met het realiseren van zero emissie doelgroepenvervoer. Dat is volgens de gemeenten vooral te wijten aan een gebrek aan laadpalen en voertuigen die elektrisch of op waterstof rijden.

In 2025 moeten alle gemeenten volgens het Bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer het vervoer plaats laten vinden met voertuigen die geen schadelijke uitstoot veroorzaken. Het akkoord werd in 2018 gesloten. Op dat moment sloten 49 gemeenten zich aan.

Hoewel het aantal laadpalen voor elektrische auto’s in Nederland toeneemt, blijft het lastig zero emissie doelgroepenvervoer voor elkaar te krijgen. Dat heeft volgens de onderzoekers ook te maken met specifieke uitdagingen van doelgroepenvervoer. Zo is er een tekort aan bussen waarin rolstoelgebruikers vervoerd kunnen worden en is het niet toegestaan een elektrische bus met rijbewijs B te besturen. Daarvoor zijn dit soort bussen te zwaar.

Vanaf 2021 dienen gemeenten hun vervoer deels klimaatneutraal in te kopen. De EU schrijft voor dat er tussen 2012 en 2025 minstens 38,5% van het openbare en goederenvervoer schoon aanbesteed moet worden.

Bron: Europadecentraal.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat maakt fouten bij aanbesteding SAR

Rijkswaterstaat heeft bij de aanbesteding van helikopters voor de Search- and Rescue-dienst (SAR) in 2016 een onduidelijk programma van eisen neergelegd. Als gevolg daarvan kan bij een grote crisissituatie mogelijk niet de juiste hulp worden verleend. Dat is de uitkomst van een onderzoek naar de hulpverlening op zee. Het rapport werd vorige week gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Rijkswaterstaat schreef de aanbesteding in 2015 uit. Tot 2012 verzorgde Defensie de reddingsvluchten zelf, met eigen Lynx-helikopters. De opdracht werd gegund aan het Belgische Noordzee Helikopters Vlaanderen (NHV), op basis van de laagste prijs. Toen er twijfels rezen over het functioneren van de helikopters en de SAR in het algemeen, stelde minister Cora van Nieuwenhuizen een onderzoek in.

Onduidelijk Programma van Eisen
De onderzoekers concluderen nu dat Rijkswaterstaat onvoldoende kennis had om een duidelijk en onderbouwd programma van eisen neer te leggen. ”[Het] Programma van Eisen dat ten grondslag ligt aan de dienstverlening [is] zeer breed interpreteerbaar en moeilijk te handhaven. Dit heeft ertoe geleid dat er al sinds de gunning voortdurend discussie is of het bedrijf al dan niet voldoet aan de gestelde eisen”, zeggen de onderzoekers in het rapport. Het onderzoek werd uitgevoerd door veiligheidsdeskundigen van KLM en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

Geringe kennis
Het rapport looft de inzet van de bemanning en voorziet geen kritische veiligheidsproblemen als er op korte termijn maatregelen worden genomen. Wel zijn de onderzoekers kritisch op de rol van Rijkswaterstaat: “Rijkswaterstaat wordt in het contractbeheer gehinderd door geringe kennis van luchtvaart en SAR”. Ook het contractbeheer en audits zijn niet op orde. Bovendien, zeggen de onderzoekers, heeft Rijkswaterstaat niet adequaat gereageerd op zorgen en klachten van derden. In 2015 waren er al grote zorgen over de toereikendheid van de NHV-helikopters.

Daarom zal Defensie voortaan de aanbesteding van het materieel verzorgen. De volgende aanbesteding zal plaatsvinden in 2022. Van Nieuwenhuizen zal op korte termijn de contracteisen opnieuw bekijken en externe expertise inschakelen.

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer onzekerheid en minder grote infraprojecten in 2020

Voor 2020 staan er minder grote projecten voor de grond-, weg- en waterbouw bij Rijkswaterstaat op de inkoopplanning. Voor dertig infraprojecten is het niet zeker of en wanneer deze worden aanbesteed. Gww-bouwers moeten ook op de lange termijn rekening houden met meer onderhoudscontracten en minder grote projecten, schrijft Cobouw.

In de gww-inkoopplanning van Rijkswaterstaat staat een aantal projecten met het predicaat ‘onzeker’ naast de plandatum. Dat heeft alles te maken met PFAS- en stikstofregels die de doorgang van grote projecten belemmeren. Rijkswaterstaat geeft alleen zekerheid over de aanbesteding van de stormvloedkering Ramspol en Limburgse kanalen.

Eén megaproject
Er staat slechts één megaproject met een contractwaarde van meer dan 500 miljoen euro op de planning, de verbreding van de A27 bij Houten-Hooipolder. Dat project zou eind 2021 aanbesteed worden maar krijgt vooralsnog de status ‘onzeker’.

Voor het eerst maakte Rijkswaterstaat een overzicht van gww-projecten met een contractwaarde van meer dan 100 miljoen euro. Ook daarin zijn een aantal projecten opgenomen met plandatum ‘onzeker’. Rijkswaterstaat zal die status aanpassen na nog in te plannen zittingen van de Raad van State, als er meer duidelijk is over het Programma Aanpak Stikstof (PAS).

Focus op onderhoud en beheer
Omdat het aantal grote infraprojecten op lijkt te drogen komt de focus automatisch meer te liggen op onderhouds- en beheercontracten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Circulair aanbesteden: impulsen van de overheid

In 2016 lanceerde de overheid het rijksbrede programma ‘Circulaire economie’, met een zeer ambitieuze doelstelling: een volledig circulaire economie in 2050. Door in te zetten op circulair hoopt de overheid klimaatverandering tegen te gaan. In 2030 moet het verbruik van metalen, fossiele brandstoffen en mineralen al met de helft zijn afgenomen. Welke impulsen geeft het Rijk aan de markt om dat te bewerkstelligen, specifiek op het gebied van circulair aanbesteden? Wat is er tot nu toe al gedaan? En wat staat er nog op de rol? Daar gaan we in dit artikel dieper op in.

Klimaatenveloppe
Initiatieven die vanuit de overheid bij moeten dragen aan een circulaire economie worden bekostigd uit de zogeheten ‘Klimaatenveloppe’. Die enveloppe bevat 300 miljoen euro die de regering jaarlijks – tot en met 2030 – reserveert voor aan klimaat verwante uitgaven. De overheid erkent daarbij het belang van circulair inkopen en aanbesteden voor een positieve impact op het klimaat.

Door zelf circulair te gaan inkopen en aanbesteden wil het Rijk samen met alle overheden al in 2021 1 megaton CO2 besparen. In 2023 moeten tien inkooplijnen van het Rijk circulair zijn. In de Klimaatenvelop voor 2019 werd daarom 7,5 miljoen euro gereserveerd voor het stimuleren van circulair inkopen. Voor 2020 maakt het kabinet nog eens 80 miljoen euro vrij, specifiek om circulaire projecten in de weg- en waterbouw die CO2-reductie opleveren, te stimuleren.

In het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 is dan ook te lezen: “Met circulair beheer en aanbesteden kunnen zij een voorbeeldrol vervullen richting andere vastgoedeigenaren en opdrachtgevers. Dat geeft een positieve impuls aan de markt.” Dat betekent dat ook leveranciers mee zullen moeten bewegen als zij willen leveren aan de overheid. Het gaat niet langer alleen om (de laagste) prijs, maar ook om hergebruik van grondstoffen en het realiseren van een circulair ontwerp. Daarnaast is het ook de uitdaging voor de opdrachtgever de eisen op het gebied van circulariteit goed te verwoorden.

Leernetwerken
De overheid stelt niet alleen geld beschikbaar maar stimuleert ook het delen van kennis. In 2018 en 2019 organiseerde Rijkswaterstaat leernetwerken. Tijdens deze bijeenkomsten konden deelnemers ervaringen op het gebied van circulair inkopen en aanbesteden uitwisselen. De leernetwerken werden georganiseerd per sector, waaronder de Bouw, Energie, maar ook Catering en Hout. Daarnaast konden aanbestedende diensten in 2019 subsidie aanvragen voor het inwinnen van extern advies over maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI), onder de Subsidieregeling advies bij klimaatneutraal en circulair inkopen.

Experimenteren met CO2-schaduwbeprijzing
Het inzetten van CO2-schaduwbeprijzing is één van de instrumenten waarmee het kabinet hoopt 1 megaton CO2 minder uitstoot te realiseren bij de eigen inkoop. Het beprijzen van COvoor de energiesector is in 2017 al opgenomen in het huidige regeerakkoord, waarin staat dat CO2-beprijzing moet worden ingezet om klimaatverandering in de toekomst tegen te gaan. Door de fictieve waarde van de belasting van CO2-uitstoot mee te nemen bij een aanbesteding (zonder dat daar echte geldstromen aan vast zitten), kan de milieubelasting van een aanbieding hoger of lager uitvallen. Door een waarde voor broeikasgassen mee te nemen in inkoopprocessen, kan interne CO2-beprijzing gebruikt worden om te sturen op klimaatgericht en maatschappelijk verantwoord inkopen. Op dit moment wordt dit toegepast bij projecten in de grond-, weg- en waterbouw (gww). CO2-uitstoot vormt dan een onderdeel van de milieukostenindicator (MKI). Bij een lage CO2-belasting ontstaat een milieuvoordeel, dat wordt omgezet in een financieel gunningsvoordeel. Een inschrijving met een lage CO2-belasting kan dus leiden tot een lagere inschrijving, waardoor de kans om te winnen toeneemt.

Bij de aanbesteding van grote gww-projecten gebruikt Rijkswaterstaat al een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA), waarin de CO2-schaduwprijs is opgenomen. In de toekomst moet dat ook voor kleinere aanbestedingen gaan gebeuren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een aantal onderdelen van de overheid al voor 2050 volledig circulair werken, zoals de Waterschappen. Dit overheidsorgaan moet in 2030 al volledig circulair aanbesteden.

Buyer groups
Het spreekt vanzelf dat ook in 2020 nieuwe initiatieven opduiken, wil men de gestelde doelen voor 2023, 2030 en 2050 halen. Zo worden er op dit moment vanuit het Rijk, IPO, VNG en UWV zogeheten ‘buyer groups’ opgezet, die voortbouwen ‘op de inzichten van afgelopen jaar rondom CO2-beprijzing’, net als de leernetwerken van 2018 en 2019. De buyer groups bestaan uit initiators en deelnemers. De initiators stellen een markt- en strategievisie op die vervolgens in de praktijk wordt gebracht. Deelnemers kunnen aanhaken en de ontwikkelde concepten in de eigen organisatie toepassen. In de markt- en strategievisie zijn doelen met betrekking tot CO2-reductie en circulariteit opgenomen. De dertien groepen worden op dit moment samengesteld en moeten vanaf 1 juli starten.

Lopende projecten
Als we inzoomen op de grond-, weg- en waterbouw zien we dat Rijkswaterstaat inzet op pilotprojecten, zoals voor circulaire viaducten. Rijkswaterstaat investeert vijf miljoen euro in zogeheten Small Business Innovation Research. Daarbij brengen partijen offertes uit en subsidieert het Rijk deels de ontwikkeling van innovatieve oplossingen. Bij een succesvol pilotproject kan het ontwerp of het product, in dit geval een viaduct, in de markt worden gezet. Rijkswaterstaat kan daarbij optreden als launching customer. Als deze aanpak werkt, volgen SBIR-trajecten voor andere weg- en waterbouwprojecten. Het is één van de manieren waarop de overheid inzet op nog snellere ontwikkeling van circulaire initiatieven.

De komende weken belichten we steeds een ander aspect van circulair aanbesteden. Bent u betrokken bij circulaire aanbestedingen en wilt u uw ervaringen, kennis of mening delen? Mail dan naar redactie@aanbestedingscafé.nl!

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten kiezen vaker voor open house bij inkoop Wmo en jeugdzorg

Nederlandse gemeenten kiezen vaker voor een open house-constructie bij de inkoop van Wmo-zorg en jeugdhulp. Dat blijkt uit de Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2019. Daarin zijn alle inkoopdocumenten voor overeenkomsten vanaf 1 januari 2019, van alle 355 gemeenten, onder de loep genomen.

Van alle uitbestedingen in 2019 was voor Wmo 51% een open house-constructie en voor inkoop 36%. De Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2018 liet nog een ander beeld zien. Daaruit bleek dat gemeenten wel inkochten via open house maar dit niet zo noemden. Daardoor besteedden zij vaak onnodig aan.

Overige trends
Het onderzoek, uitgevoerd door het Public Procurement Research Centre, stelt verder vast dat gemeenten vaker budgetplafonds hanteren. Het aantal budgetplafonds nam jarenlang af, maar stijgt nu weer. Daarnaast vragen gemeenten inschrijvende partijen vaker om transformatieplannen te presenteren. Gemeenten nemen dit op als voorwaarde of eis voor de aanbesteding. Bij de inkoop van jeugdhulp wordt opvallend vaak gebruik gemaakt van een subsidietender, bij 9% van de nieuwe jeugdhulpovereenkomsten die in zijn gegaan per 1 januari 2019.

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Bekijk de complete Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2019 hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat gaat experimenteren met tweefasencontract

Rijkswaterstaat heeft vijf weg- en waterbouwprojecten aangewezen om te experimenteren met een nieuw tweefasencontract. Daarin wordt de inschrijfprijs pas vastgesteld nadat het ontwerp is uitgewerkt en technische risico’s duidelijk zijn, meldt Cobouw.

Rijkswaterstaat vreest dat projecten in de toekomst anders niet langer kunnen worden uitgevoerd. Dat is te lezen in het actieplan ‘Op weg naar een vitale infrasector’, in handen van Cobouw. Daarom wil Rijkswaterstaat nu zelf stappen zetten om risico’s bij weg- en waterbouwprojecten in te dammen. Onder meer de Ring Utrecht Zuid, de A27 Houten Hooijpolder en het renoveren van sluizen in Zeeland zijn aangewezen als pilotprojecten voor het experimenteren met het tweefasencontract.

Te risicovol
Een jaar geleden stelde onderzoeksbureau McKinsey al vast contracten van Rijkswaterstaat vaak te risicovol zijn voor weg- en waterbouwers. Daardoor ontstaan vaak problemen bij het aanbesteden of tijdens de uitvoering, partijen haken af na het zien van de gestelde eisen of durven de gok niet te nemen vanwege hoge risico’s. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het project ViA15. De nieuwe aanpak zou daar verandering in moeten brengen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: De opdracht op 3A4, inschrijven in drie kwartier

Ik mag graag kritisch zijn over in mijn ogen modieuze uitwassen van het aanbesteden. Toch kan ik ook heel blij zijn. Het initiatief van de HIS (Haagse Inkoop Samenwerking) om te proberen de opdrachten in 3A4-tjes te beschrijven is een van de meest veelbelovende initiatieven die ik in de 23 jaar dat ik me met aanbesteden bezighoud, heb gehoord.

Ik vind het een geweldig idee en ik wil de HIS graag helpen om in één keer door te pakken. De HIS helpt met de 3A4-aanpak het bedrijfsleven op een geweldige manier. Waarom inschrijvers dan ook niet nog verder helpen door het inschrijven zelf te vereenvoudigen?

Aanbestedingen liggen terecht onder vuur. Het is vaak een tijdrovend juridisch circus en het lijkt tegenwoordig bijna onmogelijk om een aanbesteding te winnen zonder hulp van tekstschrijvers en acteurs.

Wat zou het mooi zijn als ook de inschrijving zelf vereenvoudigd kan worden. Ik heb daar een ideetje over. Op de dag van de aanbesteding komen twee vertegenwoordigers van iedere inschrijver naar het kantoor van de aanbestedende dienst, waar ze twintig multiple-choice vragen moeten beantwoorden. Vijf van die vragen zijn van tevoren al verstrekt. Dat zijn de vragen naar concrete feiten zoals bijvoorbeeld de prijs, de leverdatum, de garantietermijn, de responsetijd bij storingen etc.

De overige vijftien vragen zijn opgesteld om het inzicht, de technische bekwaamheid, de kennis van zaken over duurzaamheid, de ideeën over MVO etc. van de inschrijvers te toetsen. Bij iedere vraag zijn er vier mogelijke antwoorden. Van tevoren heeft een deskundige beoordelingscommissie beoordeeld hoeveel punten er met elk antwoord verdiend kan worden. Het is dus niet zoals bij ‘gewone’ multiple choice dat twee antwoorden meteen als onzin weggestreept kunnen worden. Nee, het zijn vier zinnige antwoorden. De beoordelingscommissie (die de antwoorden dus niet heeft opgesteld) geeft een cijfer per antwoord. Aan het eind van de dag wordt de score opgemaakt en direct aan de inschrijvers bekend gemaakt. Ik heb ook al een naam bedacht: ‘instant procurement’ of de ‘instant aanbesteding’.

Maar mis je dan niet de inbreng van de markt zult u zeggen? Nee, want die inbreng hoort helemaal niet thuis in een aanbesteding, die hoort plaats te vinden vóór de aanbesteding. Om de kennis van de markt te benutten wordt voorafgaand aan iedere aanbesteding een officiële of officieuze marktconsultatie gehouden. Die kennis wordt meegenomen bij het formuleren van de aanbesteding op de 3A4-tjes. Tijdens de aanbesteding is het dus helemaal niet meer nodig om ‘de kennis van de markt’ te benutten.

Een ander voordeel is, dat je af bent van de tientallen rechtszaken waarbij een inschrijver vindt dat hij een 8 i.p.v. een 6 had moeten krijgen voor zijn plan van aanpak. De beoordelingscommissie beoordeelt immers alleen de kwaliteit van ieder antwoord, zonder dat er nog sprake is van een inschrijver. Vriendjespolitiek of favoritisme is hierdoor uitgesloten.

En het is bovendien een opstapje naar de toekomst, de gamification van het aanbesteden. Mijn voorspelling: over vijf jaar worden aanbestedingen beslist door inschrijvers een game te laten spelen.

Partner van Aanbestedingscafé:

The Learning Network spant vierde rechtszaak aan over aanbesteding schoolboeken

Schoolboekendistributeur The Learning Network (TLN) spant na drie verlopen zaken nogmaals een rechtszaak aan tegen scholenkoepel stichting Carmel. TLN is het niet eens met de aanbesteding voor schoolboeken, die te specifiek zou zijn en hen zou uitsluiten van deelname. Dat meldt de Volkskrant.

Voor TLN staat er veel op het spel. De uitkomst van de rechtszaak kan de wijze waarop scholen hun studieboeken inkopen flink veranderen. Op dit moment kopen scholen hun boeken in via distributeurs zoals TLN. Als de rechter oordeelt dat TLN de zaak opnieuw verliest, kunnen scholen hun boeken en licenties voortaan rechtstreeks inkopen.

Digitalisering
TLN treedt op als tussenpersoon en regelt onder meer het sorteren en vervoer van boeken. Door toenemende digitalisering is dat lang niet altijd nodig, en wordt de rol van TLN steeds minder belangrijk. Voor scholen levert het aanschaffen van digitale licenties juist meer op. Leerlingen kunnen zo meerdere lesmethoden gebruiken.

Europees recht
TLN spant de rechtszaak aan omdat de distributeur vindt dat de aanbesteding in strijd is met Europese regels. Dat is in eerdere zaken nog niet aan bod gekomen.

Stichting Carmel vertrouwt erop dat de scholengemeenschap ook in deze vierde zaak aan het langste eind trekt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat investeert 5 miljoen euro in doorontwikkeling circulaire viaducten

Tijdens de Week van Circulaire Economie kondigde Rijkswaterstaat aan 5 miljoen euro in de doorontwikkeling van circulaire viaducten te steken. Het Rijk wil zo innovatie op het gebied van duurzame weg- en waterbouw versnellen.

Via Small Business Innovation Research (SBIR) wil de overheid investeren in de ontwikkeling van circulaire opties. De SBIR Circulaire Viaducten richt zich hierbij specifiek op viaducten over (rijks)wegen. Net als bij andere SBIR-competities is de overheid niet alleen investeerder, maar streeft het Rijk ook naar op te treden als ‘launching customer’. Rijkswaterstaat kan een succesvol, doorontwikkeld product aan het einde van de looptijd van het project dus ook afnemen. Rijkswaterstaat gaat bedrijven actief steunen bij het ontwikkelen van innovaties en laat een aantal partijen gelijktijdig oplossingen ontwikkelen, die vervolgens in de praktijk worden toegepast.

2030
Omdat Rijkswaterstaat al vanaf 2030 volledig circulair wil inkopen en bouwen moet er zoveel mogelijk kennis gedeeld worden. Bovendien moet er een groot aantal bruggen vernieuwd worden, waardoor de noodzaak tot innoveren nog groter wordt.

Werkwijze
Geïnteresseerde partijen kunnen een offerte uitbrengen en presenteren aan de opdrachtgever. Een onafhankelijke beoordelingscommissie bekijkt de offertes en beslist welke partijen een haalbaarheidsonderzoek mogen uitvoeren. Daarna volgt er een fase waarin oplossingen getest worden, zodat er aan het einde van het traject een prototype ligt. Hierbij zijn ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de aanbestedende dienst betrokken. Rijkswaterstaat kan er vervolgens voor kiezen de oplossing af te nemen maar is daar niet toe verplicht.

De SBIR gericht op viaducten over (rijks)wegen is de eerste SBIR-oproep. Het traject moet uitwijzen of het bijdraagt aan de ontwikkeling van innovatieve, circulaire (bouw)producten. Zo ja, dan kan SBIR ook worden ingezet voor stalen en beweegbare bruggen, ecoducten en onderdoorgangen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Uitsluitingsgronden en zelfreinigende maatregelen

Fouten kun je maar beter ruiterlijk toegeven. Dat geldt niet alleen voor onjuiste tweets over beweerdelijk wangedrag van bepaalde bevolkingsgroepen, maar ook voor fouten die hebben geleid tot uitsluiting van deelname aan een aanbestedingsprocedure. Een inschrijver die vanwege een ‘ernstige beroepsfout’ van deelname aan een aanbestedingsprocedure was uitgesloten, kan hierover meepraten, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

Ernstige beroepsfout
Artikel 2.87 lid 1 sub c van de Aanbestedingswet bepaalt dat de aanbestedende dienst een ondernemer kan uitsluiten die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken. Een ‘ernstige beroepsfout’ is geen vastomlijnd begrip. Volgens de rechtspraak omvat een ‘ernstige beroepsfout’ elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de ondernemer.

Terugkijkperiode
Bij de toepassing van de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ betrekt de aanbestedende dienst alleen ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van aanmelding of inschrijving hebben voorgedaan (art 2.87 lid 2 sub b Aanbestedingswet). Een ‘ernstige beroepsfout’ kan een ondernemer dus een behoorlijke periode achtervolgen.

Zelfreinigende maatregelen
Er is een manier voor ondernemers om te ontkomen aan uitsluiting van deelname aan aanbestedingsprocedures gedurende de terugkijktermijn. Artikel 2.87a van de Aanbestedingswet bepaalt namelijk dat de aanbestedende dienst de ondernemer waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is, in de gelegenheid stelt te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Bij deze zogenaamde ‘zelfreinigende maatregelen’ valt te denken aan (art. 2.87a lid 2 Aanbestedingswet):

Als de aanbestedende dienst de ‘zelfreinigende maatregelen’ toereikend acht, wordt de betrokken ondernemer niet uitgesloten.

De rechtbank Den Haag
In de zaak bij de rechtbank Den Haag had de ondernemer in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument aangegeven dat op hem de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ van toepassing is. Hij had toegelicht welke ‘zelfreinigende maatregelen’ hij had genomen en nog van plan was te nemen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De ondernemer gaf ook aan dat de verweten gedragingen waren veroorzaakt door onvoldoende kennis van het aanbestedingsrecht en onjuist juridisch advies.

Die opmerkingen vielen niet in goede aarde bij de aanbestedende dienst. De aanbestedende dienst vond de opmerkingen ongeloofwaardig en meende dat de ondernemer onvoldoende verantwoordelijkheid nam en de feiten bagatelliseerde. Daar dacht de rechter hetzelfde over. Van de ondernemer mocht worden verwacht dat hij het boetekleed zou aantrekken. Dat liet hij na.

De ondernemer was er niet in geslaagd zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De aanbestedende dienst mocht de ondernemer uitsluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure. Zo blijft de ‘ernstige beroepsfout’ de betrokken ondernemer achtervolgen.

Zie ook de uitspraak op: rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Mislukte modernisatie Basisregistratie Personen wordt lesstof voor ICT- en inkoopafdelingen overheid

ICT- en inkoopafdelingen van de Rijksoverheid krijgen in 2020 lesstof naar aanleiding van de mislukte modernisering van de Basisregistratie Personen (BRP). Uit het rapport dat in 2018 verscheen, kunnen lessen getrokken worden. De lesstof zal ook gebruikt worden bij inkoop- en ICT-opleidingen binnen het Rijk, dat communiceerde minister Knops op 27 januari j.l. via een kamerbrief.

‘Niet te stoppen’
In 2017 zette toenmalig minister Ronald Plasterk de ingezette modernisatie van de BRP stop na een negatief rapport van Bureau ICT Toetsing (BIT). De betrokken partijen, leveranciers, gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, reageerden furieus. Daarop werd een onderzoekscommissie ingesteld. Die onderzoekscommissie presenteerde medio 2018 het rapport ‘Niet te stoppen’, waaruit nu vier ‘lessen’ worden gecommuniceerd naar relevante afdelingen binnen de overheid. Daaronder valt ook het Afwegingskader ICT-opdrachten, waar wordt bepaald of en hoe een ICT-aanbesteding moet worden aangepakt.

Vier lessen
Knops noemt in zijn kamerbrief vier lessen die uit het BRP-dossier getrokken kunnen worden:

  1. Kies bewust voor inzet van een inspanningsverplichting of een resultaatverplichting bij opdrachten aan de markt
  2. Zorg voor duidelijkheid en stabiliteit omtrent het gewenste resultaat
  3. Werk met kleinere en meer beheersbare stappen
  4. Werk met richtlijnen voor kwaliteitsborging en controle

Daarnaast noemt hij enkele reeds doorgevoerde verbeteringen, zoals het benoemen van leveranciersmanagers voor grote leveranciers zoals Microsoft en Oracle. Ten slotte wil Knops in 2020 ook een aantal cases gepubliceerd zien waarin zaken wel goed zijn verlopen, om daar ook lering uit te kunnen trekken.

Bron: Computable.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

TenneT schrijft voor de derde keer aanbesteding hoogspanningslijn Zeeland uit

Netbeheerder TenneT heeft voor de derde keer een aanbesteding uitgeschreven om aannemers te vinden voor de bouw van een hoogspanningslijn. De aanbesteding voor de lijn, tussen Borssele en Rilland, is al twee keer mislukt.

De eerste keer werd het werk gegund aan bouwcombinatie Heijmans-Europoles. TenneT zegde daarna, eind 2018, het contract met beide bedrijven om omdat men in de ogen van TenneT niet kon voldoen aan gestelde eisen wat betreft kwaliteit en planning. Daarover loopt op dit moment een zaak bij de Raad van Arbitrage.

Bij de tweede aanbesteding schreven twee partijen zich in: KWS en Strukton. TenneT gunde het werk toen niet omdat er volgens het bedrijf te weinig inschrijvingen waren. Daarover spande KWS vervolgens een rechtszaak aan.

TenneT optimistisch
Ondanks eerdere tegenslagen denkt TenneT dat er zich deze ronde voldoende aannemers inschrijven. Er zou voldoende mankracht voorhanden moeten zijn omdat een aantal grote projecten in Nederland zijn afgerond op het moment dat de bouw in Zeeland van start gaat. Ook zijn de lopende rechtszaken geen probleem voor de nieuwe aanbesteding.

De netbeheerder zoekt twee aannemers omdat er meerdere werkzaamheden tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd, op twee verschillende plekken. Het gaat dan om het realiseren van de fundering voor de masten. In totaal moeten er 107 hoogspanningsmasten komen te staan.

Er loopt ook een aanbestedingsprocedure voor de bouw van de hoogspanningsmasten zelf. Volgende week wordt bekend welke aannemer deze opdracht gegund krijgt.

Bron: Omroep Zeeland

Partner van Aanbestedingscafé:

Gunning opdracht Duitse marineschepen aan Damen leidt tot grote ophef

Damen won twee weken geleden de opdracht die via een Europese aanbesteding was uitgeschreven door de Duitse overheid. De Nederlandse schepenbouwer mag vier fregatten leveren, een opdracht ter waarde van 5,3 miljard euro. German Naval Yards (GNY), de Duitse partij die in de running was voor de opdracht, tekende bezwaar aan. Nu heeft ook de Duitse politiek twijfels bij het delen van gevoelige informatie met een Nederlands bedrijf.

Damen Shipyards won de grootste order ooit in de geschiedenis van de Duitse krijgsmacht. Ook het Nederlandse Thales heeft baat bij de uitslag van de aanbesteding. Thales levert elektronische systemen binnen de klus. Toen bekend werd dat Damen de order binnen had gehaald, moest het Duitse parlement nog goedkeuring geven voor de uitvoering. GNY liet vorige week al weten dat zij het niet eens zijn met de uitkomst van de Europese aanbesteding:

‘We hebben ernstige twijfels over de rechtmatigheid van het besluit en zullen daarom alle juridische middelen gebruiken die tot onze beschikking staan’, liet de topman van GNY weten.

Het lijkt erop dat het Duitse parlement nu ook in verweer komt. De Duitse minister van Defensie Annegret Kramp-Karrenbauer noemde de gunning aan een Nederlands bedrijf zelfs een ‘zondeval, die zich niet mag herhalen’. Dat deed ze nadat ze felle kritiek kreeg van politici en het Duitse bedrijfsleven toen bekend werd dat Damen de opdracht kreeg. Toch profiteert de Duitse industrie ook van de opdracht, gegund aan het Nederlandse bedrijf uit Vlissingen. Damen zal samenwerken met meerdere Duitse leveranciers, waardoor 80% van de investeringen in Duitsland blijft.

Het is opvallend dat de order Europees is aanbesteed. Dat is niet gebruikelijk voor dit soort opdrachten in Duitsland. Volgens de Duitse krant Handelsblatt werd deze keer een uitzondering gemaakt om ervoor te zorgen dat Duitse werven hun aanbiedingen scherp instaken, met als doel de prijs te drukken.

Bronnen: FD, BNR Nieuwsradio

Partner van Aanbestedingscafé:

Tolken verzetten zich tegen nieuw aanbestedingssysteem

Nederlandse tolken zijn boos over voorgenomen plannen van minister Grapperhaus van Veiligheid en Justitie. Om het tekort aan tolken op te lossen wil hij soepeler regels voor het inhuren van vertalers en tolken. Een groot aantal van hen was vorige week uit protest niet beschikbaar voor vertaaldiensten bij overheidsinstanties, zoals de politie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Door de criteria voor tolken te versoepelen zou er een groter register moeten ontstaan waaruit de overheid kan putten. Met de nieuwe aanbestedingsregels moet de overheid voortaan zakendoen met bemiddelingsbureaus. Daardoor blijft er minder geld over voor de tolken zelf. Daarnaast hoeven tolken niet meer te voldoen aan de eerder geldende scholingseisen, waardoor volgens de tolken de kwaliteit omlaaggaat.

De tolken zijn het hier niet mee eens en vroegen aandacht voor hun zaak tijdens een hoorzitting, waarin zij met een aantal Tweede Kamerleden in gesprek gingen.

De Tweede Kamer gaat nog in debat over de zaak. Het is nog niet bekend wanneer dat plaatsvindt.

Bron: LC, de Volkskrant.

Partner van Aanbestedingscafé:

De prijsbodem van vervoersaanbestedingen

Op 19 december jl. heeft TaxiPro op haar website een artikel gepubliceerd, genaamd ‘Hopelijk is de bodem bereikt met vervoersaanbestedingen’:

“Het gebeurt steeds vaker dat op vervoersaanbestedingen geen geldige inschrijvingen binnenkomen. De reden: vervoerders denken voor de geboden vergoedingen niet rendabel te kunnen werken. (…) Toch worden opdrachten in het doelgroepenvervoer uiteindelijk allemaal gegund. Dat was althans tot voor kort het geval. Dit jaar kwam er een bescheiden kentering op gang, zo stelde TaxiPro onlangs vast. De eerste poging tot aanbesteding van zittend ziekenvervoer door Zilveren Kruis leverde geen geldige inschrijvingen op. Vervoerders konden of wilden simpelweg niet binnen de geboden bandbreedte voor tarieven inschrijven. Gunning vond pas na een nieuwe aanbesteding plaats. In Den Helder zijn zelfs twee pogingen om het Wmo-vervoer te gunnen mislukt. En bij de aanbesteding van werkbedrijf Soweco uit Almelo kwam slechts één geldige inschrijving binnen, wat niet genoeg was om het werk te gunnen.”

AMvB reële prijs Wmo vast te stellen in dialoog met de aanbieders
Het is opvallend dat gemeenten twee jaar na de inwerkingtreding van de AMvB reële prijs Wmo, bandbreedtes voor tarieven hanteren waar de taxibedrijven kennelijk niet mee uit de voeten kunnen. Wmo-vervoer valt immers ook onder deze AMvB. Dit vraagt om een zorgvuldig proces van de zijde van de gemeente en openheid van aanbieders over de kosten die zij maken bij het leveren van een dienst.

Blijkens de Nota van toelichting bij de AMvB is de gemeente verplicht om voorafgaand aan de aanbesteding de tarieven in dialoog met de gegadigde aanbieders vast te stellen; minimumtarieven (men mag hogere tarieven offreren) of vaste tarieven (dan wordt niet op prijs geconcurreerd).

Deze dialoog kan via een – bij voorkeur openbare – marktconsultatie vorm krijgen en waarbij de gemeente gespecificeerde kostprijzen uitvraagt. Let wel: “Volledigheidshalve wordt benadrukt dat het college niet verplicht is aan iedere aanbieder de specifieke kostprijs van die onderneming te betalen. Het college neemt een besluit over een reële prijs aan de hand van de in artikel 5.4 genoemde kostprijselementen en de beschikbare kostprijsinformatie.” (Nota van Toelichting 2.1)

Maar het is zeer de vraag of taxibedrijven in de huidige marktsetting voorafgaand aan een aanbesteding hun kostprijzen en kostenopbouw willen delen met de gemeente. Ook hier biedt de AMvB een escape; een derde optie die indertijd op het nippertje is toegevoegd aan de AMvB, is dat de gemeente wel als vanouds de tarieven in concurrentie uitvraagt zonder minimumtarief, maar dan wel via een specificatiemodel dat ten minste is gebaseerd op de volgende kostprijselementen:

a. de kosten van de beroepskracht;
b. redelijke overheadkosten;
c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
d. reis en opleidingskosten;
e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en
f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.”

Toetsing gemeente of gespecificeerde tarieven reëel zijn
In dit laatste model heeft de gemeente vervolgens de verplichting om te controleren of de ontvangen gespecificeerde tariefonderdelen zich minimaal op kostprijsniveau bevinden. Dit is lastig en hier zal je vaak externe expertise voor nodig hebben. Maar externe expertise is wellicht ook nodig om de uitkomsten van een dialoogsessie goed te kunnen beoordelen.

Voor alle drie tarieven (minimum, vast, concurrentie) heb je dus een kostprijsspecificatiemodel nodig. Wil je goed inzicht krijgen in de kostprijsopbouw, en om dit goed te kunnen duiden, is een nadere uitwerking in subonderdelen nodig. Zeer waarschijnlijk zit dit in de Kostenberekeningstool Doelgroepenvervoer van CROW.

Hoe goed die tool ook is; gemeenten moeten de invulling van alle kostprijsonderdelen wel toetsen met de marktpartijen voorafgaand aan de aanbesteding, en op basis van plausibele argumenten en voortschrijdend inzicht ook zaken bijstellen als dit nodig is voor een reële prijs. De gegadigde taxibedrijven moeten op hun beurt open zijn over hun kostprijzen en onderbouwing daarvan; hetzij in de dialoogsessie, hetzij bij de inschrijving op het onderdeel tarieven. Beide partijen hebben belang bij reële prijzen voor de continuïteit, dan moeten ook beide partijen transparant zijn. De gemeenten over het dialoogproces, bijbehorende uitvraag en de totstandkoming van reële tarieven c.q. de beoordeling van geoffreerde tarieven; de aanbieders over hun kostenspecificatie.

Toepassing AMvB Reële prijs is geen sinecure
Overigens is een goede invulling van de AMvB reële prijs lastige materie. De opdracht met haar scope (wel of geen clustering), geschiktheidseisen en uitvoeringseisen zijn mede bepalend voor de kostprijs van een te leveren dienst; historische kostprijzen alleen voldoen strikt genomen niet. Zeker niet wanneer de aan te besteden opdracht behoorlijk afwijkt van uitgevoerde opdrachten waarop de historische kostprijs is gebaseerd. In de dialoog met aanbieders over reële tarieven zou je idealiter dan ook al de contouren van de opdracht moeten hebben, of je zou voor zaken die afwijken van hetgeen gebruikelijk was, expliciet moeten vragen welke invloed dit naar schatting zal hebben op de kostprijs.

Naast de opdrachtscope is ook de vertaling naar een reële prijs geen appeltje-eitje-proces. Als je in dialoog met de aanbieders, voorafgaand aan de aanbesteding, gespecificeerde prijsinformatie ontvangt, dan doemt de vraag op: hoe bepaal je nu een “reële prijs”? Neem je dan de laagste prijs (mits alle prijsonderdelen door ingeschakelde expertise al reëel zijn bestempeld), of neem je een gemiddelde ergens van?  Bij een gemiddelde is dan de vraag: ongewogen of gewogen; grote aanbieders zullen een andere kostprijsopbouw hebben dan kleine. Hoe bepaal je de wegingsfactoren? En hoe onderbouw je de vastgestelde reële prijs, of nog specifieker: hoe verantwoord je de keuze van het bedrag per specificatieregel? Voeg je alle ontvangen tarieven en specificaties geanonimiseerd toe als bijlagen bij het aanbestedingsdocument? Het handelingskader zal ook afhangen van hoe er wordt ingekocht; bij een Open House-toelatingsprocedure voor zorg zal je meer zaken in dialoog plenair kunnen bespreken, dan in een hoog competitieve aanbesteding.

Kortom, veel vragen; een nadere duiding van hoe een en ander in te vullen, lijkt dan ook zeer welkom, al is het maar onder het mantra van ‘Pas toe of leg uit’.

Belang van marktconsultaties
In elk geval is het belang van marktconsultaties nog groter geworden met de komst van de AMvB reële prijs; in veel gevallen zijn er feitelijk twee nodig. Een opdrachtinhoudelijke ter toetsing van bijvoorbeeld de opdrachtscope, geschiktheidseisen, uitvoeringseisen, vergoedingssystematiek e.d., en een voor de vaststelling van de tarieven. In de planning dient hier natuurlijk rekening mee te worden gehouden. Een rekenvoorbeeld, gemakshalve uitgaande van 1 januari als startdatum van de nieuwe overeenkomst: rekening houdend met een minimale implementatietijd van 3 maanden (liever 1 à 2 maanden langer), 1½ maand zomervakantie, ca. 4 maanden aanbestedingsprocedure, dan blijft het eerste kwartaal over voor de consultaties en bestekproductie. Voorafgaand hieraan zullen er ambtelijke evaluaties en besluitvorming moeten zijn.

Voorkom onderschatting van doorlooptijden
Kortom, wil je in alle fases zorgvuldig kunnen handelen, dan zal er vroegtijdig een reële planning op moeten worden gesteld als gemeenschappelijk product van o.a. Beleid en Inkoop. De benodigde tijd voor een zorgvuldig inkoopproces wordt geregeld onderschat; als je een traject zoals hierboven moet doorlopen in bijvoorbeeld 10 maanden tijd vanaf de ambtelijke start, dan is er erg veel tijdsdruk wat de kwaliteit van allerlei belangrijke keuzes niet bepaald positief zal beïnvloeden. Kortom, begin op tijd!

Partner van Aanbestedingscafé:

De Jonge bepleit opnieuw afschaffing Europese aanbesteding voor zorg

Afgelopen week sprak minister Hugo de Jonge met verschillende Europarlementariërs over de verplichte Europese aanbesteding voor de zorg. Hij pleit er al langer voor die verplichte aanbesteding af te schaffen, omdat deze volgens hem vooral voor tijdrovende procedures zorgen en weinig bijdragen aan kwaliteit van de zorg.

De minister wil bij de Europese Commissie aandringen op een evaluatie en herziening van de aanbestedingsrichtlijn die sinds 2016 van kracht is. De Jonge wil het liefst terug naar de regels zoals die voor 2016 golden voor de inkoop van zorg.

Volgens De Jonge is het niet logisch te denken dat buitenlandse partijen in Nederland zorg gaan verlenen. Bovendien is het voor zorgaanbieders lastig continuïteit te waarborgen met het huidige systeem en echt te investeren. Elke zorgaanbieder weet dat contracten vroeg of laat weer aflopen.

De minister verzocht de Europese Commissie in maart 2019 al om de regels voor aanbesteding van gemeentelijke zorg te veranderen. In november van dat jaar maakte De Jonge bekend dat aanbestedingsregels voor de Wmo en Jeugdzorg alvast versoepeld worden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Commissariaat voor de Media overtrad jarenlang aanbestedingsregels

Het Commissariaat voor de Media overtrad jarenlang de geldende aanbestedingsregels voor overheidsinstanties. De toezichthouder vroeg tientallen keren te weinig offertes op bij opdrachten met een waarde van meer dan 50.000 euro, blijkt uit onderzoek van NRC.

Het Commissariaat van de Media heeft een toezichthoudersfunctie en controleert of publieke omroepen ontvangen geld rechtmatig besteden. Net als alle andere overheidsorganisaties is de toezichthouder verplicht om minstens drie offertes aan te vragen bij partijen als er een opdracht van boven de 50.000 euro verstrekt moet worden. Dat heeft het orgaan de afgelopen vijf jaar enkele tientallen keren nagelaten.

Alleen als een overheidsorganisatie kan verantwoorden waarom men van de procedure af moet wijken, is dit toegestaan. Het Commissariaat geeft toe dat die motivatie meer dan eens ontbreekt.

Er is inmiddels een intern onderzoek ingesteld en regels en procedures zijn aangescherpt. Om meer grip te krijgen op de inhuur van externe krachten is bovendien een compliance officer aangesteld.

Partner van Aanbestedingscafé:

Zijn we eindelijk van BVP af, zitten we ineens met RCC

Net nu we eindelijk van BVP af zijn, doemt het volgende wondermiddel alweer op: RCC ofwel Rapid Circular Contracting. Ik heb de brochure van de Stichting Circulaire Economie doorgenomen, maar ik word niet meteen enthousiast. Wat is RCC? Zelf zeggen ze: “RCC besteedt geen voorbestemde eindoplossing aan, maar een samenwerkingscontract. Kenmerkend voor RCC is dat de betrokken partijen samenwerken vanuit een Programma van Ambitie (PvA) in plaats van het traditionele Programma van Eisen (PvE).”

De achterliggende gedachte hiervan is dat de deskundigheid van de markt ten volle benut moet worden. Dit uitgangspunt wordt sinds de jaren 80 in aanbestedingen gebruikt, bij wat we toen ‘functionele bestekken’ noemden. Toch zijn er elk jaar weer mensen die dit idee met veel trompetgeschal, zijnde het ei van Columbus, opnieuw introduceren. RCC gaat overigens nog een stapje verder, hierbij gaat de aanbestedende dienst een ‘inspirerend partnerschap’ aan met de markt.

Iedereen is het erover eens dat circulariteit erg belangrijk is. RCC belooft ‘een optimale en circulair verantwoorde inzet van productiemiddelen, producten, materialen en grondstoffen.’ Het opmerkelijke is echter dat de methode RCC eigenlijk niets met circulair inkopen te maken heeft. Het onderscheidende feit van RCC is, dat opdrachtgever en opdrachtnemer samenwerken vanuit een programma van ambitie, maar dat heeft op zich weer niets met circulariteit te maken. Je kunt ook samen de ambitie uitspreken om meer leden van de LHBT-gemeenschap te integreren in de dienstverlening, of om alle producten sneller te leveren. Het had net zo goed RC kunnen heten. Maar ja, dat verkoopt natuurlijk minder.

Het taalgebruik in de genoemde brochure is niet bepaald indrukwekkend. Ik lees: “RCC werkt totaal anders: ingewikkelde vraagstukken en taaie kwesties worden in goed overleg aangevlogen en leiden – met wederzijdse goedkeuring – tot weloverwogen keuzes en meer flexibiliteit naar de toekomst toe.”

Dat heb ik nou altijd al gedacht, dat het in goed overleg aanvliegen van taaie kwesties leidt tot meer flexibiliteit naar de toekomst toe.

De RCC-ers zijn ook niet vies van een bijvoeglijk naamwoord of wat overdrijving op zijn tijd: “RCC creëert een inspirerend partnerschap. Partijen zoeken niet naar de verschillen, om uiteindelijk, als het (weer) misgaat, bij een rechter terecht te komen. Partijen staan voor een waardevolle relatie en gezamenlijke circulaire prestatie gericht op vakmanschap, kwaliteit, waarde creatie, innovatie en vertrouwen.” Waarom moet het toch altijd zo zelfvoldaan en pretentieus?

Om eerlijk te zijn vind ik dat opgezwollen taalgebruik niet eens het ergste. Wat mij het meest stoort is dat RCC naïef en dom is. Die kritiek verwachten ze blijkbaar, want ze schrijven er zelf het volgende over: ‘Wellicht bekruipt u bij het lezen van deze toelichting het gevoel dat RCC wel erg uitgaat van een “naïef vertrouwen in de mensheid” en is het in uw ogen een “softe aanpak” van het benaderen van de markt. Niets is minder waar. Wij kiezen allerminst voor een “ik vertrouw je op je blauwe ogen”-insteek. Het vraagt lef om een dergelijk traject aan te gaan, duidelijk te zijn over belangen, onzekerheden te benoemen, open boeken te hanteren en altijd de lange termijn centraal te stellen. En voor wie niet waar kan/wil maken wat is beloofd, hanteren wij een exit-strategie.’

Laten ik het nu eens klip en klaar benoemen. Iedere ondernemer wil zo veel mogelijk winst maken. Dat is de essentie van ondernemerschap. Een gelijkwaardig partnerschap tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bestaat niet. Bij elke beslissing zal de ondernemer nadenken over de financiële consequenties. Een ondernemer die een briljante ingeving heeft (heel duurzaam), die zal leiden tot omzetverlies, houdt echt zijn mond. Komt er een idee voorbij dat geld kan opleveren, dan zal hij het enthousiast begroeten. Het is volstrekt irreëel om te denken dat ondernemers hun eigen belang uit het oog zullen verliezen.

Is dat slecht en zijn ondernemers slechte mensen? Welnee, het vereist alleen bij opdrachtgevers een realistische en nuchtere kijk op de gang van zaken. Zeker bij de overheid, waar niet je eigen geld, maar belastinggeld wordt uitgegeven. Een partnerschap met een dienstverlener of leverancier is onnatuurlijk, een partnerschap is alleen mogelijk met gelijkwaardige partners. Wat nodig is, is correct en kritisch opdrachtgeverschap.

Aanbesteden is maatwerk. Iedere aanbesteding moet anders aangevlogen worden (haha). Het is een logisch idee dat overheidsinkopers nadenken over circulariteit en dat onderwerp, indien mogelijk, in hun aanbestedingen meenemen. Maar, dat kan prima binnen de geldende mogelijkheden. Een aanbesteding op laagste prijs met een aantal goed geformuleerde eisen over de circulariteit, kan veel meer resultaat hebben dan een ingewikkelde BPKV of RCC-aanbesteding.

We liepen in Nederland als enige land in de wereld achter BVP aan. Dean Kashiwagi moet steeds gierend van de lach teruggereisd zijn naar Arizona, zich verwonderend over die maffe Nederlanders die zijn praatjes (“down, down”) klakkeloos slikten, en een vermogen over hadden voor certificaatjes en seminars. Inmiddels is het wel duidelijk dat het Best Value gedachtengoed flinterdun is en dat de inkoopcommunity er met open ogen ingetrapt is.

Laten we ervoor zorgen dat ons dat met RCC niet overkomt. Ik stel voor dat wij “allerminst kiezen voor een ik vertrouw je op je blauwe ogen-insteek” en het fenomeen RCC uiterst kritisch benaderen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Pilot rechtsbijstand: Raad voor Rechtsbijstand ontweek bewust verplichte aanbesteding

Uit onderzoek van NRC blijkt dat de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) bewust een verplichte aanbesteding ontweek in een pilot voor een nieuwe organisatie van rechtsbijstand. Verzekeraar Achmea kreeg consumentenzaken toegewezen die anders naar een advocaat zouden gaan. Het aantal verwachte zaken werd bewust naar beneden bijgesteld zodat er geen verplichte aanbesteding nodig was.

Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming startte de pilot om te onderzoeken of de door de staat gesubsidieerde rechtsbijstand voordeliger en sneller verleend kon worden. Normaal gesproken kan een consument via de Raad voor Rechtsbijstand een beroep doen op een advocaat. Dekker wilde zien of die taken deels overgenomen konden worden door juridisch medewerkers, verbonden aan rechtsbijstandsverzekeraars.

Voorkeur voor Achmea
Volgens NRC ontweek de RvR de verplichte aanbesteding bewust omdat de Raad niet wilde dat andere verzekeraars mee zouden dingen. ‘De overheidsinstanties werken zeer nauw samen met de verzekeraar. Om te zorgen dat ze met Achmea in zee konden gaan, zijn zelfs aanbestedingsregels ontweken. Andere verzekeraars maakten geen kans’, schrijft de krant.

Verlaging aantal zaken
Om te zorgen dat Achmea werd uitgekozen voor de pilot, schakelde de RvR een adviesbureau op het gebied van Europees aanbestedingsrecht in. Dat bureau stelde vast dat de opdracht de aanbestedingsgrens van 750.000 euro dreigde te overschrijden en er dus wel degelijk een verplichte aanbesteding plaats diende te vinden. De RvR bracht op basis van die informatie het aantal zaken met 25% terug, zodat men onder de aanbestedingsgrens bleef.

De RvR laat aan NRC weten dat men voorkeur had voor Achmea omdat er al eerder een proef was uitgevoerd met deze verzekeraar. In die proef deden echter ook twee andere verzekeraars mee.

Consumenten die rechtsbijstand zoeken kunnen overigens nog steeds zelf kiezen of zij een advocaat of hulp van Achmea inschakelen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Juridische verankering duurzaamheidseisen vraagt systeemverandering

Er is steeds meer aandacht voor de maatschappelijke potentie van aanbestedingen. In de praktijk lijkt deze echter onvoldoende benut te worden. Zo wordt in Europa nog altijd meer dan 60% van de opdrachten op laagste prijs aanbesteed, en ook in Nederland wordt kwaliteit (en daarmee duurzaamheid) nog te vaak verwaarloosd. Dr. Willem Janssen, universitair onderzoeker en docent Europees en Nederlands aanbestedingsrecht bij het Public Procurement Research Centre van de Universiteit Utrecht, stelt daarom dat we “kritisch moeten nadenken over het juridische systeem dat we nu hebben, dat volledig gericht is op mogelijkheden en gaan naar een systeem dat meer gericht is op verplichtingen.”

Janssen legt uit dat we aanbesteden nu vooral zien als “een middel om een interne markt te creëren en om belastinggeld effectief uit te geven. Aanbestedende diensten zijn gebonden aan procedurele regels op basis van transparantie, gelijkheid en proportionaliteit, maar binnen die regels hebben zij veel keuzeruimte. Individuele aanbestedende diensten mogen per aanbesteding kijken welke keuzes zij willen maken. Als we duurzaamheid belangrijk vinden en als de potentie van instrumentele aanbestedingen echt zo groot is dan zouden we ervoor moeten kiezen om die keuzevrijheid te beperken. Dat zou wel een systeemverandering vereisen. We zouden anders naar het aanbestedingsrecht moeten kijken dan we nu doen.”

Politieke wil
Volgens Janssen is er genoeg juridische ruimte voor een andere blik op het aanbestedingsrecht. “Nederland moet natuurlijk rekening houden met de Europees-rechterlijke kader. Zolang aanpassingen niet leiden tot een beperking van de interne markt lijkt het Europese recht geen remmende rol te spelen. Sterker nog, de Europese Commissie heeft zelf in 2010 voorgesteld om duurzame verplichtingen op te nemen in de huidige aanbestedingsregels. Dat voorstel is destijds neergesabeld door verschillende lidstaten en stakeholders. Het zou geen ruimte geven voor maatwerk. Fundamenteel onderzoek naar het juridische kader, en of dat op Europees of nationaal niveau geïntroduceerd moet worden, is zeker een vereiste om deze stap te kunnen maken.“

Zorgplicht aanbesteders
In Nederland lijkt nu wat politieke wil te ontstaan, stelt Janssen. “GroenLinks heeft recent een motie voorgesteld aan de Tweede Kamer waarin ze stellen dat duurzaamheid altijd een rol moet spelen bij aanbestedingen. Dat begint al een beetje te lijken op een verplichting, al stelt die motie nog niet voor dat gunnen op laagste prijs niet meer mag.” Nederland loopt bovendien ook in juridisch opzicht voor op de rest van Europa. “Artikel 1.4, lid 2 van de Aanbestedingswet vereist dat aanbestedende diensten zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen moeten creëren. Het probleem is dat dit een onduidelijke en niet effectieve verplichting is. Aanbestedende diensten kunnen er makkelijk omheen. Rechters die bijvoorbeeld moeten bepalen of aanbestedende diensten aan deze zorgplicht hebben voldaan, verwijzen vaak naar het gebruik van gunningscriteria. Wanneer je dus gunt op basis van gunningscriteria, heb je volgens de rechter aan je zorgplicht voldaan. Zo wordt  dit artikel tot symboolwetgeving gepromoveerd.”

Hiërarchie gunningscriteria
Om duurzame aanbestedingseisen in de praktijk juridisch te verankeren zijn dus andere maatregelen nodig. Zo zou je volgens Janssen kunnen werken aan de hiërarchie van gunningscriteria. “Nu stelt de wet dat je een motiveringsverplichting hebt, wanneer je op levenscycluskosten wil gunnen. Dat legt een drempel voor overheden om te gunnen op laagste levenscycluskosten. Terwijl dat volgens mij een hele goede manier is om from cradle to cradle producten te becijferen en op basis daarvan te gunnen. Met de strijd tegen klimaatverandering in je achterhoofd zou je kunnen kiezen om een motiveringsverplichting te eisen wanneer je niet gunt op laagste levenscycluskosten. Je draait daardoor de denkwijze van publieke inkopers om.” 

Sectorspecifieke regulering
Een andere mogelijkheid, stelt Janssen, is om wettelijke verplichtingen aan de producten zelf op te leggen. “Een voorbeeld daarvan op Europees niveau is het Clean Vehicle Directive, een voertuigenrichtlijn waarin, simpel gezegd, staat hoe een aanbestedende dienst moet beoordelen of een voertuig schoon is. Dergelijke sectorspecifieke regulering sluit dan goed aan bij bepaalde producten. Risico is dat zo een lappendeken van regulering ontstaat. Los daarvan, zou je ook kunnen bepalen dat de doelstelling van de aanbestedingsregels is om duurzame producten, diensten en werken in te kopen. Nu is het in Nederland zoeken naar de echte doelstellingen van de Aanbestedingswet. Tot slot zou je stevige targets kunnen introduceren die bepalen welk percentage van de aanbestedingen duurzaam moet zijn. Essentieel is dan de metingsmethode en de sanctie die staat op het niet halen van een target; een stok achter de deur.”

Dubbele bewijslast
Janssen benadrukt dat er dus meerdere manieren zijn om duurzaamheidseisen om een verandering van een systeem van mogelijkheden naar een systeem van verplichtingen teweeg te brengen. Hij stelt wel dat er nog veel onderzoek nodig is naar wat de meeste effectieve manier is. Duidelijk is wel dat zo een verandering gevolgen gaat hebben voor de rol van aanbesteders, inschrijvers en rechters. Hij wijst daarbij naar een advies van de Commissie van Aanbestedingsexperts, ten aanzien van Artikel 1.4, lid 2. “De Commissie concludeerde dat wanneer een inschrijvende partij stelt dat een aanbestedende dienst niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, de marktpartij dit moet bewijzen. Vervolgens moet de aanbestedende dienst bewijzen waarom zij wel zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor publieke middelen heeft gecreëerd. Dit zou een mooi startpunt zijn voor de discussie over een nieuw systeem .”

Private handhaving
Met dit advies in handen, zullen nog steeds veel vragen beantwoord moeten worden bij de vormgeving van het nieuwe systeem. “Wat is appellabel? Wat kun je voor de rechter brengen en wat niet? En welk bewijs moet je precies leveren, op basis van welke rechtsgronden op welk moment in de procedure?” Een uitdaging is bovendien dat je marktpartijen zo een belangrijkere rol geeft. Je zet ze aan de ene kant in een positie waarmee ze ervoor kunnen zorgen dat overheden wel duurzaam aanbesteden. Dit is een vorm van private handhaving, waar in andere rechtsgebieden positieve ervaringen mee zijn, maar aan de andere kant beperk je de discretionaire ruimte die overheden hebben om zelf beslissingen te maken. Er bestaat een gevaar dat je het helemaal dicht reguleert, waardoor je helemaal geen ruimte meer hebt voor maatwerk.  Daarnaast, wanneer je rechters wil laten beslissen over dit soort vraagstukken, moet je ze ook voorzien van meer kennis over duurzaamheid of andere beleidsdoelstellingen. Daarom zijn overigens ook de ontwikkelingen in de Urgenda zaak zo interessant. Gaat de rechter op de stoel van de inkoper zitten?”

Professionalisering inkoop
Ondanks deze potentiële dilemma’s vindt Janssen dat het nuttig is om een systeemverandering te verkennen. “We moeten niet zo halsstarrig vasthouden aan het systeem dat we nu hebben. Velen zeggen dat de professionalisering van aanbestedende diensten, ook betekent dat er duurzamer aanbesteed gaat worden. Dat zou goed kunnen, maar waarom zouden we achterblijven met het recht? Klimaatverandering is een urgent probleem en het kan effectief zijn om aanbestedingen een belangrijke rol te laten spelen in de bestrijding van dit probleem. Als juristen zouden we ons continu moeten afvragen: welke rol speelt of zou het recht moeten spelen in deze situatie? Hoe houden we het aanbestedingsrecht toekomst-proof?”

Partner van Aanbestedingscafé:

Staatssecretaris belooft aanbesteding Chinese bussen te onderzoeken

Staatssecretaris Mona Keijzer liet eind december aan De Telegraaf weten dat ze de aanbesteding van Chinese bussen door vervoerder Keolis zal onderzoeken. Het Chinese BYD won de opdracht voor het leveren van 259 elektrische bussen. Daarmee ging de opdracht voorbij aan het Nederlandse VDL, waar VDL zelf en diverse partijen in de Tweede Kamer verbaasd op reageerden.

„De vraag is of hier sprake is van oneerlijke concurrentie. Dat weet ik nog niet”, zegt Keijzer over de kwestie. CDA Tweede kamerlid Mustafa Amhaouch wil de factor werkgelegenheid voortaan meenemen in aanbestedingen. ‘Je wil innovatie, je wil werkgelegenheid, dan is dit een goed moment om te checken wat hier gaande is’.

Zijn uitspraak is in lijn met het opiniestuk van VDL-topman Wim van der Leegte. Hij waarschuwde de politiek voor de consequenties van de keuze voor Chinese leverancier als BYD. “Natuurlijk hebben wij een zakelijk belang bij het leveren van bussen. Maar als voorvechter van het behoud van werkgelegenheid in de hoogwaardige Nederlandse maakindustrie maken wij ons oprecht grote zorgen door de gunningen van de genoemde concessies”, schreef hij op de website van VDL. “Het bestellen van Chinese bussen zal leiden tot structurele consequenties voor de werkgelegenheid in Nederland.”

Amhaouch stelde medio december kamervragen over de aan BYD gegunde busorder van Keolis. Hij vroeg de staatssecretaris onder andere of er sprake was van eerlijke concurrentie en of het mogelijk is een voorkeur uit te spreken voor Europese bedrijven bij dit soort aanbestedingen. Eenzelfde oproep deed de Franse president Macron eerder in 2019 al.

Keijzer heeft vooralsnog laten weten dat ze de kamervragen pas na ‘benodigde afstemming’ kan beantwoorden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Te weinig aandacht voor MVO in schoonmaakaanbestedingen

Uit een onderzoek van Service Management blijkt dat de schoonmaakbranche vindt dat er te weinig aandacht is voor maatschappelijk verantwoord ondernemen bij schoonmaakaanbestedingen. Daarnaast laten de ruim 250 deelnemers weten dat zij schoonmaakaanbestedingen regelmatig onduidelijk, niet objectief of eenduidig vinden wat betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen.

38% van de ondervraagden vindt dat er in het algemeen te weinig aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is bij schoonmaakaanbestedingen. Van de respondenten vindt 31% dat er niet naar juiste informatie over maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt gevraagd, en meer dan de helft vindt dat er met onduidelijke en verschillende criteria wordt gewerkt. Daarnaast stelt Service Management dat de schoonmaakbranche behoefte heeft aan ondersteuning. Regels rondom social return ‘worden gezien als complex’ en lang niet alle bedrijven in de schoonmaakbranche ‘zijn bekend met het fenomeen circulair ondernemen’.

Onderzoek naar maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt elk jaar uitgevoerd door Service Management. Het volledige whitepaper is hier te downloaden. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Een goede inkoper wil niet 'ontzorgd' worden

Het grootste jeukwoord bij aanbestedingen is zonder enige twijfel ‘ontzorgen’. Het is een aantal jaren geleden bedacht en nu al bijna niet meer weg te denken bij aanbestedingen.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Keuze voor Chinese busbouwer leidt tot vragen over concurrentie binnen aanbestedingen

Vervoerder Keolis koos bij de aankoop van 259 elektrische bussen voor Chinese busbouwer BYD en niet voor de VDL Groep uit Noord-Brabant. Dat leidde tot ophef en Kamervragen van het CDA. Ook aanbestedingsexperts vragen zich af hoe bedrijven om moeten gaan met Chinese concurrentie binnen aanbestedingen, meldt het Eindhovens Dagblad.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Provincie Zeeland halveert aantal jeugdzorgaanbieders

De Provincie Zeeland werkt vanaf 2020 nog maar met honderd jeugdzorgaanbieders in plaats van de huidige tweehonderd organisaties. In de nieuwe aanbesteding kiest de provincie met name voor regionale aanbieders, meldt Omroep Zeeland. Zo zou de zorg beter en sneller georganiseerd kunnen worden.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

FlixBus: aanbesteding nachttrein onjuist

Busbedrijf FlixBus vindt dat de aanbesteding van de nachttrein tussen Amsterdam en Wenen oneerlijk is verlopen, meldt Nu.nl. Daarover heeft de Duitse vervoerder een brief geschreven naar minister Cora van Nieuwenhuizen.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteder, let op gelijk speelveld tussen bestaande dienstverlener en andere inschrijvers!

De aanbesteder moet natuurlijk altijd een gelijk speelveld tussen inschrijvers waarborgen, maar bij het aanbesteden van een opdracht die de continuering van lopende diensten omvat, verdient dit aspect extra aandacht. De kans is namelijk groot dat de bestaande dienstverlener ten opzichte van andere potentiële inschrijvers over een kennisvoorsprong beschikt. De aanbesteder zal voldoende informatie moeten verstrekken in de aanbestedingsstukken om concurrentievervalsing te voorkomen. Bij een aanbesteding van uitvaartdiensten ging dit volgens de rechtbank Amsterdam mis.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Top 10 innovatievriendelijke instrumenten en -inkopers in de publieke sector

PIANOo stelde een top 10 samen van innovatievriendelijke inkoopinstrumenten én -inkopers in de publieke sector. Het inzetten van innovatievriendelijke instrumenten als een marktconsultatie, prijsvraag of innovatiepartnerschap kan het inkopen van innovaties makkelijker maken, zo meldt het expertisecentrum.  

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Ontzorg bij een aanbesteding en blijf bij de bedoeling

Het afgelopen jaar heeft Pro Mereor de Europese aanbesteding voor het Kunstmuseum voor de beveiligingsdiensten uitgevoerd. Samen met Hans Buurman, Deputy Director van het Kunstmuseum in Den Haag, blikt Pro Mereor hierop terug en bespreken ze het aanbesteden in algemene zin. Inkoopadviseur van Pro Mereor, Arjan Groen, was, in combinatie met de hoofdbeveiliging van het Kunstmuseum, verantwoordelijk voor het procedurele en juridische stuk van de aanbesteding.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeentelijke software-aanbesteding voorlopig stopgezet

Door de te grote risico’s stopt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met een mega-aanbesteding van GT Software. Het project was bedoeld om met meer dan honderd deelnemende gemeenten software in te kopen tegen scherpe tarieven. In maart 2020 gaan de partijen opnieuw met de plannen rond-de-tafel, zo meldt AG Connect.

(meer…)
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres