Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Derde trede safety culture ladder vanaf 2025 verplicht bij veiligheid in aanbesteding

Ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) stellen vanaf 1 januari 2025 trede 3 van de Safety Culture Ladder (SCL) verplicht bij Veiligheid in Aanbesteding (ViA). Doordat de SCL-methodiek is gewijzigd, is deze ingangsdatum nu vastgelegd. Vanaf nu zijn certificaten of statements niet meer 1 jaar geldig, maar 3 jaar. Daarbij geldt wel een hercontrole in jaar 2 en 3.

Bedrijven die meedoen in een aanbesteding moeten met ViA aantonen minimaal op trede 2 van de SCL staan. Het uiteindelijke doel van ViA is om veilig gedrag in de hele keten te stimuleren. Door van trede 2 naar trede 3 te gaan, moet de hele keten mee in het realiseren van meer veiligheid.

Vanaf 1 januari 2025, als de nieuwe eis ingaat, is het Approved Self Assessment niet meer mogelijk. Er wordt nog gezocht naar een oplossing voor de proportionaliteit die door het vervallen van dit niveau van bewijsmiddelen ter discussie komt te staan. Ondertekenaars van de GCVB zoeken samenwerking met de sector en brancheorganisaties om dit probleem op te lossen.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/09/veiligheid-in-aanbesteding-vanaf-2025-trede-3-safety-culture-ladder-vereist

Partner van Aanbestedingscafé:

Het Urker syndroom in de architectuur

Het Urker Syndroom (officieel de “ziekte van Van Buchem”) is een aandoening die voornamelijk op Urk voorkomt. Toen Urk nog een eiland was (dus voor de aanleg van de Noordoostpolder), was het immers lastig om een partner te vinden als gevolg van de kleine populatie van potentiële partners. Doordat deze zoektocht soms dicht bij huis eindigde, ontstonden uiteindelijk weeffouten in de genen. Een gesloten systeem vergroot de saamhorigheid, maar heeft dus ook nadelen. Een meer open systeem heeft ook nadelen, maar zorgt wel voor nieuwe inzichten en contacten. Hetgeen soms weer verfrissend kan zijn.

Wat voor nog niet ingepolderde eilanden of voor andere afgesloten samenlevingen geldt, geldt ook voor de dienstensector. Als iets te lang is afgesloten van de buitenwereld, gaat het wat muf ruiken. Soms is de oorzaak een geografische ligging en het ontbreken van een verbinding, in andere situaties is het de interpretatie van de wettelijke kaders. In dit geval de Aanbestedingswet.

De Aanbestedingswet is van kracht sinds 2012 en op 1 november van dit jaar vieren we haar tiende verjaardag. Inmiddels zijn er wijzigen doorgevoerd maar de basis uit 2012 staat nog steeds.

In artikel 2.93 van deze wet staat dat “een ondernemer zijn technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid aantoont op een of meer manieren” hetgeen “afhankelijk is van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten”. Bij het aantonen van deze bekwaamheid geldt dat een referentie niet ouder mag zijn dan vijf jaar (werken) of drie jaar (diensten en leveringen).

De leeftijd van de aanbestedingswet is inmiddels twee of ruim drie keer ouder dan de termijn waarbinnen een referentie mag worden aangeleverd. Kijken we naar het ontwerpen van scholen of ziekenhuizen, dan zien we bij aanbestedingen vaak dezelfde architecten voorbijkomen. Iedereen die in deze sectoren werkt, kan een lijst van architecten opstellen en waarschijnlijk overlapt deze lijst voor 90% met de lijst van een andere ervaringsdeskundige. Heeft een architectenbureau geen ervaring met een school dan kan men niet meer inschrijven. Soms wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen een basisschool en een middelbare school waardoor de ene ervaring niet mag worden ingezet voor het andere project.

Aanbestedende Diensten spelen meestal graag op safe en willen voor een schoolgebouw een architect die al eerder een schoolgebouw heeft ontworpen. Hierdoor is geleidelijk het Urker Syndroom in de architectuur geslopen. Dit is jammer omdat deze dienst juist de aanjager zou moeten zijn voor creatieve en verfrissende ontwerpoplossingen.

Dit is niet alleen jammer, maar ook onnodig.

Is, als het huisvestingsplan en het Programma van Eisen goed zijn uitgewerkt, het echt noodzakelijk om de ervaring van een gelijkwaardig project te hebben? Of kan deze referentie-eis worden verbreed? Als een Aanbestedende Dienst een eis stelt, moet deze voldoen aan het hiervoor genoemde artikel. Maar nergens in deze wet staat dat de eis niet ruimer geformuleerd mag worden. Een bedrijfsverzamelgebouw een zorgcomplex van gelijke omvang zouden ook een goede referentie kunnen zijn voor een schoolgebouw. Een niet te enge referentie-eis sluit daarnaast ook aan bij voorschrift 3.5 F van de Gids Proportionaliteit.

De Aanbestedingswet biedt meer ruimte dan het lijkt en door deze ruimte ook te gebruiken, gaan aanbestedingsresultaten vanzelf minder muf ruiken. Minder muffe aanbestedingsresultaten zijn een mooi cadeau voor deze jubilaris en geven deze wet meteen een goede basis voor het volgende decennium.

Partner van Aanbestedingscafé:

De rechtbank Den Haag is op de hand van de aanbestedende diensten! 

Begin augustus werd op rechtspraak.nl het vonnis gepubliceerd van een rechtszaak die was aangespannen tegen de Gemeenten Hardenberg en Ommen. Het ging over een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor de reparatie en renovatie van de riolering in de Gemeenten. Opvallend daarbij was dat de uitspraak was gedaan door de rechtbank in Den Haag. Blijkbaar hadden de gemeenten aangegeven dat een eventueel kort geding daar moest dienen. 

Een paar dagen later luisterde ik (tijdens het uitlaten van de honden, ik kan het iedereen aanraden) naar de podcast van Peter Streefkerk en Octavia Siertsema. Zij hadden het over een aantal Limburgse gemeenten die hun rechtszaken over aanbestedingen ook lieten voorkomen in Den Haag. 

Hoe komt dat en waarom is dat? Ik ben bang dat ik daar verantwoordelijk voor ben. Ik zal het uitleggen. 

Een aantal jaren geleden had ik regelmatig stageplekken voor studenten van de Haagse Hogeschool. Een voordeel van stagiaires is dat je ze af en toe in kunt zetten voor klusjes waar je zelf geen zin in hebt. Omdat ik elk half jaar met Suzanne Brackmann een marathon over aanbestedingsrechtszaken organiseerde leek het mij wel aardig om eens te (laten) tellen in hoeveel gevallen de aanbestedende diensten wonnen, en in hoeveel gevallen de inschrijvers wonnen. 

De uitkomst was opmerkelijk. Ik had al eens hetzelfde laten doen voor de adviezen van de commissie van aanbestedingsexperts en daar was de verhouding ongeveer 50/50 geweest. In de helft van de adviezen werd de klacht als gegrond beschouwd, in de andere helft als niet gegrond. 

Bij de rechtbanken was dat echter niet zo. Ik heb het voor verschillende jaren laten tellen en telkens kwam het uit op een verhouding 70/30. In 70% van de gevallen won de aanbestedende dienst, in 30% van de gevallen won de inschrijver. Maar er was in ieder jaar een uitzondering en dat was de rechtbank Den Haag. Daar lag de verhouding op 80/20. 

Ik vond dat interessante informatie dus ik vertelde dat op cursussen, ik heb er volgens mij ook wel eens een blog op linkedin aan gewijd, kortom, het 80/20 verhaal is van mij afkomstig. 

Uiteraard ga je nadenken hoe dat kan komen. Een eerste verklaring die in mij opkwam was dat de rechtbank in Den Haag de regels beter zou kennen, omdat ze nu eenmaal meer zaken deden dan de andere rechtbanken. In die tijd, ik praat nu over zo’n acht jaar geleden, waren er zo’n 200 rechtszaken per jaar en ongeveer 80 daarvan dienden er in Den Haag. (dat is trouwens nu nog steeds zo). Het was dus logisch dat de Haagse rechters er meer verstand van hadden dan een rechter in Overijssel die twee aanbestedingszaken per jaar doet. Toch verklaarde dat niet waarom aanbestedende diensten vaker wonnen. Ergens meer verstand van hebben betekent niet per se dat de overheid in het voordeel is. 

Ook de mogelijkheden van een old-boys-network of vriendjespolitiek kunnen m.i. uitgesloten worden. Aanbestedingsrechters in Nederland zijn volstrekt onafhankelijk en ik ben er 100% van overtuigd dat rechters in Nederland op basis van de feiten proberen een goed oordeel te vellen. Dat ik het soms niet met zo’n oordeel eens ben is een andere zaak, maar de eerlijkheid van Nederlandse rechters staat volgens mij niet ter discussie.  

Maar wat kan dan wel de oorzaak zijn van het verschil tussen Den Haag en de andere rechtbanken? Ik heb geen 100% bevredigend antwoord maar ik heb inmiddels wel een idee.  

Mijn klantenkring bestond tien jaar geleden voor het grootste deel uit lagere overheden (gemeenten, waterschappen, provincies) en inschrijvers (bedrijven). Vanaf 2012 is ook de Rijksoverheid belangrijk geworden en ging ik meer cursussen geven voor ministeries. Mijn cursisten zijn dan meestal inkopers, projectleiders en juristen. Op een gegeven moment viel het mij op dat ik een bepaald verhaal steeds vaker hoorde. Een inschrijver had na de gunning een klacht en dreigde met een kort geding. Het ministerie riep dan de hulp in van de Landsadvocaat die beoordeelde of de klacht terecht was of niet, en hoe groot de kans was dat een eventueel kort geding verloren zou kunnen worden.  

En nu komt het: ik heb diverse malen, van verschillende inkopers en juristen gehoord dat zij vonden dat de Landsadvocaat in hun ogen te snel koos om de aanbesteding, dan maar in te trekken omdat er een behoorlijke kans was dat het kort geding verloren zou worden. Op zich is dit natuurlijk voor een advocaat een uitstekend advies, maar inkopers klaagden vaak, dat ze ook wel nieuwsgierig waren of wat zij bedacht hadden door de rechter goedgekeurd zou worden. 

Toen ik hierover ging nadenken leek dit mij wel een redelijk plausibele verklaring voor het feit dat de rechtbank Den Haag vaker in het voordeel van de aanbestedende dienst beslist. Als je moeilijke zaken vaker intrekt gaat je win-percentage omhoog.  

Ik weet overigens niet of de verhouding in Den Haag nog steeds 80/20 is, ik heb het al jaren niet meer laten tellen, en mijn conclusie is ook geen wetenschappelijk onderbouwde verklaring, maar tot nog toe de enige die voor mij enig hout snijdt. Ik houd me aanbevolen voor andere verklaringen. 

Mijn advies aan aanbestedende diensten in het land, ga lekker naar een rechtbank in de buurt.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding 2.000 flexwoningen van start

In de strijd tegen krapte op de woningmarkt heeft minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening opdracht gegeven om 2.000 flexwoningen aan te schaffen. Tegelijkertijd wordt er vanuit de corporatiesector een grotere aanbesteding voorbereid. Hiermee moet de bouwcapaciteit groter en sneller worden, zodat ook komende jaren de bouw door kan gaan.

De aanbesteding van de flexwoningen door het Rijksvastgoedbedrijf valt samen met het aandragen van locaties door gemeenten en corporaties. Hiermee moet het proces van daadwerkelijke realisatie sneller gaan. Ook zorgt grootschalige inkoop via 1 vastgoedorganisatie met inkoopexpertise voor standaardisering en daarmee voor een verkorting van levertijden.

Het is de bedoeling dat in de periode 2022-2024 in totaal 37.500 flexwoningen worden gerealiseerd. Dit jaar nog 7.500 en de 2 daaropvolgende jaren steeds 15.000. Het ministerie heeft een Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting opgetuigd om gemeenten, provincies en corporaties te ondersteunen bij versnelde realisatie van mogelijkheden die zij zien. Het Rijk werkt nog aan een garantstelling om financiële risico’s van projecten op te vangen.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/09/07/het-rijk-versnelt-bouwen-flexwoningen-aanbesteding-voor-2000-woningen-gestart

Partner van Aanbestedingscafé:

Schiphol koerst op uitbreiding

Uit een marktconsultatie gepubliceerd op TenderNed blijkt dat luchthaven Schiphol voornemens is een eerder uitgestelde uitbreiding alsnog uit te voeren. De aanbesteding voor een nieuwe terminal, de zogenoemde Terminal Zuid, werd in 2020 tijdens de coronacrisis opgeschort. Nu bereidt Schiphol de aanbesteding alsnog voor.

Noodzakelijke uitbreiding
Ondanks de aangekondigde krimp van de luchthaven van 500.000 naar 440.000 vliegbewegingen, is de nieuwbouw volgens Schiphol wel degelijk nodig. Onder meer capaciteitsproblemen moeten ermee worden opgelost en renovatie op andere plekken opgevangen.

Stikstof
De impact van onder meer stikstofneerslag in de regio is nog onduidelijk. Het ministerie van Landbouw had aanvullende vragen waardoor Schiphol een tweede aanvraag voor een natuurvergunning heeft gedaan. Deze gaat echter nog uit van 500.000 vliegbewegingen dus Schiphol bereidt opnieuw een aanvraag voor.

Overige projecten
Naast het grote contract voor de nieuwe terminal, heeft de luchthaven ook andere bouwprojecten op stapel staan. De sterk verouderde C-pier moet bijvoorbeeld vernieuwd en uitgebreid naar 2 verdiepingen om ruimte te maken voor grotere toestellen, zitplaatsen en doorstroming van passagiers.

Planning
De aanbestedingen zijn gepland voor 2024, de input uit de huidige marktconsultaties wordt gebruikt voor het definitieve ontwerp van de terminal. Verwacht wordt dat de winnaar van de aanbesteding in 2026 kan gaan bouwen zodat in 2032 100.000 vierkante meter vloeroppervlakte kan worden geopend. De marktconsultatie loopt nog tot en met 9 september.

Conflict
Tegelijkertijd speelt er rondom de A-pier op Schiphol een juridisch conflict. De bouwkosten rijzen de pan uit en intussen is BAM Bouw en Techniek als nieuwe aannemer aangesteld. Inmiddels staan Schiphol en de oorspronkelijke aannemerscombinatie Ballast Nedam met het Turkse TAV lijnrecht tegenover elkaar in een strijd om miljoenen euro’s.

Bron: https://fd.nl/bedrijfsleven/1450410/schiphol-gaat-uitbreiden-met-nieuwe-terminal-nei2cavleJZr en https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/05/minder-vluchten-en-toch-nieuwbouw-a4140806

Partner van Aanbestedingscafé:

Internationaal Aanbestedingsinstrument in werking getreden

Om te zorgen dat Europese bedrijven die buiten de Europese Unie overheidsopdrachten willen uitvoeren beter toegang krijgen tot die aanbestedingen, is het Internationaal Aanbestedingsinstrument in werking getreden. Hiermee moeten bedrijven binnen en buiten de EU evenveel kans maken op een opdracht.

Maatregelen
Landen buiten de EU, zogenoemde derde landen, kunnen rekenen op maatregelen als zij EU-bedrijven beperkingen opleggen bij aanbestedingen. Wanneer bedrijven uit zo’n land binnen de EU meedingen naar een aanbesteding, wordt hun prijs automatisch verhoogd. Daarmee wordt hun aanbod onaantrekkelijker dan dat van EU-bedrijven die inschrijven. In enkele gevallen kunnen bedrijven uit derde landen zelf worden uitgesloten van aanbestedingen.

Gelijk speelveld
Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat en minister Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beschouwen het aanbestedingsinstrument als stevige stok achter de deur om een gelijk internationaal speelveld te creëren.

Wijziging Aanbestedingswet
Toepassing van het aanbestedingsinstrument wordt verplicht voor aanbestedende diensten. De Aanbestedingswet wordt op technische gronden gewijzigd. Daarnaast volgt er voorlichtingsmateriaal vanuit de overheid om aanbestedende diensten en inschrijvende ondernemers op de hoogte te brengen van de exacte voorwaarden.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/08/29/nederlandse-bedrijven-meer-kans-op-overheidsopdrachten-buiten-eu

Partner van Aanbestedingscafé:

Lancering Leidraad Vertraging & Verstoring in de Bouw aanstaande

Tijdens het congres van Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) in Den Haag op 30 augustus wordt de Leidraad Vertraging & Verstoring in de bouw gepresenteerd. De leidraad is bedoeld om langdurige processen over meerkosten en wijzigingen bij bouwprojecten te voorkomen. Het is onder meer een hulpmiddel tijdens het opstellen van contracten. De eerste exemplaren van de Leidraad worden uitgereikt aan Maxime Verhagen en Doekle Terpstra, voorzitters van respectievelijk Bouwend Nederland en Techniek Nederland.

Bron: https://www.cobouw.nl/307275/juristen-zijn-bouwgeschillen-zat-en-lanceren-anti-ruzie-leidraad-trek-eerder-aan-de-bel en https://www.dutcharbitrationassociation.nl/events/seminar-vertraging-verstoring-in-de-bouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Ieder jaar 25 ton CO2 bespaard met de logistieke Haagse Hub

Strategisch contractmanager Peter van Boven van het ministerie van Financiën stond aan de wieg van het aanbestedingsproject De Haagse Hub. Een project met impact, want de logistieke hub aan de rand van Den Haag scheelt 90% leveringen in de binnenstad per dag.

‘In Den Haag zijn veel kantoorpanden en overheidsgebouwen dicht bij elkaar’, zegt Peter. ‘Voor elke bestelling bij een leverancier ging een aparte bestelbus de stad in. Dat zorgde voor veel verkeersbewegingen, en daardoor luchtvervuiling. In 2015 is de Rijksoverheid samen met gemeente Den Haag een project gestart om te onderzoeken hoe bevoorrading slimmer en duurzamer kon. Dat project is uitgemond in een aanbesteding voor een logistieke hub. Een bijzonder complexe aanbesteding, omdat ik als contractmanager niet alleen te maken had met de contractant, maar ook met leveranciers voor wie de werkwijze veranderde.’

Vol busje
Het concept van de hub is niet nieuw, zegt Peter. ‘Supermarktketens werken ook met distributiecentra om hun supermarkten in de steden te bevoorraden. Vanuit de logistieke hub aan de rand van de stad worden leveringen gebundeld de binnenstad in vervoerd. Dus in plaats van dat er een halfleeg busje met alleen papier naar de Turfmarkt rijdt, is dat zero emissie busje nu ook gevuld met koffie en wc-papier. Dat geeft meer rust voor leveranciers, die alles bij de hub afleveren en niet zelf de binnenstad in hoeven, maar ook voor de expeditieruimtes in de kantoren waar niet om de zoveel minuten een volgende levering voor de deur staat.’

Stadslogistiek
Gekozen is voor een partij die zowel de opslag in de logistieke hub als het transport naar de binnenstad op zich neemt. Peter: ‘Zo’n organisatie bestond nog niet, en Stadslogistiek Den Haag is dan ook specifiek voor deze aanbesteding opgericht, als dochteronderneming van PostNL. Met gemeente Den Haag en het Rijk als opdrachtgever heeft Stadslogistiek Den Haag een gegarandeerd volume zodat de investeringen snel worden terugverdiend. Bijzonder aan deze aanbesteding is dat we dus in zee zijn gegaan met een partij die vanaf nul moest beginnen.’

25 ton CO2
Op 1 januari 2020 ging de dienstverlening van start. Wat is er tot nu toe bereikt? Peter: ‘Als contractmanager denk ik mee over hoe we de lat qua duurzaamheid steeds wat hoger kunnen leggen. We begonnen met 200 leveringen in de week, nu zijn dat er 1.400. Elke levering bespaart meerdere ritten. Ieder jaar kan de hub 25 ton CO2 besparen, wat gelijkstaat aan 175 keer vliegen van Amsterdam naar Parijs.’ Met de hub is een landelijke beweging in gang gezet. Peter: ‘Dit project heeft landelijk een enorme boost gegeven aan slimmere logistiek. Stadslogistiek is flink gegroeid en is nu met hubs bezig in 70 steden. Daar hebben ook rijksorganisaties met landelijke dekking veel profijt van.’

Circulair
Peter ziet volop kansen om binnen dit contract tot nog mooiere resultaten te komen. ‘Het Rijk streeft naar 100% circulair: niet bezitten, maar gebruiken. Het zou mooi zijn als de hub op den duur niet alleen goederen levert, maar ook weer inzamelt. Dan wordt er dus altijd gereden met een volle wagen, wat natuurlijk nog milieuvriendelijker is.’ Dat Stadslogistiek meer hubs ontwikkelt, vindt hij een goede zaak. ‘In de toekomst brengt een leverancier zijn goederen bij een hub dichtbij, en die vervoert het vervolgens weer naar een hub in de buurt van de klant.’

Ambassadeur
Contractmanagement is veel meer dan leveranciers aan hun afspraken houden, zegt Peter. ‘Dat is nog weleens het beeld, dat wij alleen maar contracten nalopen. In deze rol ben ik juist veel meer bezig met de relatie en samenwerking. Ik ben echt een ambassadeur van de Haagse Hub en probeer zowel rijksorganisaties als leveranciers ‘aan boord’ te krijgen. Sommige hebben koudwatervrees, dan is het mijn taak ze te overtuigen van de impact. Hoe groter de uitdaging, hoe leuker ik het vind.’

Meer weten over Peters werk als contractmanager in dit project? Bekijk dan het webinar.

Wil je ook bijdragen aan een eerlijke, duurzame maatschappij door in te kopen met impact? Meld je dan aan voor updates over inkoop bij het Rijk.

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo herhaalt webinar Inkoop en de jaarlijkse accountantscontrole

Op het PIANOo-congres in juni werd een presentatie gegeven over het proces van controle op rechtmatig inkopen. Dit webinar Inkoop en de jaarlijkse accountantscontrole wordt op 29 september herhaald. Om controle achteraf te vereenvoudigen en voorbereid te zijn op de komende wetswijziging, is dit webinar nuttig voor iedereen die bij het inkoopproces betrokken is.

Tijdens het webinar legt Christa van Lent van Baker Tilly meer uit over de denkwijze van de accountant, risico’s in aanbestedingen en de aankomende wetswijziging. Daarnaast krijgen deelnemers veel concrete hulpmiddelen om rechtmatig in te kopen. Denk aan handvatten over de organisatie en spendanalyse. Na het webinar is ruim de tijd voor het behandelen van vragen.

Meer informatie en de mogelijkheid tot aanmelden is te vinden via de website van PIANOo.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/meld-je-aan-voor-het-webinar-inkoop-en-de-jaarlijkse-accountantscontrole

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Augustus 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst is een aanbestedingsprocedure gestart voor ‘Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp’. De aanbestedende dienst heeft aangekondigd dat zij voornemens is een inschrijver uit te sluiten van de aanbesteding in verband met een ernstige fout in de uitoefening in de beroepsuitoefening (artikel 2.87 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012 (Aw)), omdat zij op basis van anonieme fraudemeldingen bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) ernstige risico-indicatoren ziet in het kader van integriteit van de inschrijver. De inschrijver kan zich hier niet in vinden en vindt het niet terecht dat zij op basis van anonieme meldingen bij het IKZ wordt uitgesloten zonder dat de melding verder is onderzocht.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanbestedende dienst de inschrijver niet had mogen uitsluiten van de aanbesteding, omdat de aanbestedende dienst niet meer heeft dan vermoedens. Niet gebleken is dat die vermoedens nader zijn onderzocht, en zij kunnen dan ook niet leiden tot de conclusie dat de aanbestedende dienst aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ernstige fout in de beroepsuitoefening. Ook is de inschrijver onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zij voldoende maatregelen heeft genomen om haar betrouwbaarheid te bewijzen (artikel 2.87a lid 1 Aw).

Betekenis voor de praktijk
Zorg dat je vermoedens van een ernstige fout ook aannemelijk kunt maken, je alleen fouten betrekt die zich in de drie jaar voorafgaand aan de inschrijving hebben voorgedaan (artikel 2.87 lid 1 sub c Aw) en dat je de inschrijver in de gelegenheid stelt om te bewijzen dat voldoende maatregelen zijn genomen om de betrouwbaarheid aan te tonen

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat deelt gegevens met ACM

Rijkswaterstaat en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) hebben hun samenwerking aangepast. Rijkswaterstaat is als publieke opdrachtgever verplicht alle gegevens over hun aanbestedingen te delen met de ACM. Dat ging in het verleden op verzoek, vanaf nu verloopt dit proces rechtstreeks. Opdrachten die Rijkswaterstaat via TenderNed publiceert gebruikt de ACM als bron om te controleren of Rijkswaterstaat de Mededingingswet naleeft.

Aan inschrijvers die bezwaar hebben tegen het delen van gegevens adviseert Rijkswaterstaat om niet in te schrijven op hun aanbestedingen.

De aanbestedingen van Rijkswaterstaat zijn jaarlijks goed voor zo’n 3 tot 4 miljard euro. Om de markt te informeren over voorgenomen projecten en relevante ontwikkelingen, publiceert Rijkswaterstaat regelmatig een inkoopplanning. Wanneer opdrachten daadwerkelijk worden aanbesteed, verschijnen zij op TenderNed. Daarvandaan haalt de ACM gegevens op.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/08/alle-gegevens-over-aanbestedingen-rijkswaterstaat-gedeeld-met-acm

Partner van Aanbestedingscafé:

Esthetiek en aanbesteden, een lastige combinatie

De inzet van leden van een ontwerpteam in bouwprojecten is voorafgaand aan een ontwerpproces lastig in te schatten. Enerzijds omdat de doorlooptijd in veel gevallen meerdere jaren omvat. Anderzijds omdat gaandeweg veel verandert en er heel (heel) veel beslissingen genomen worden die weer invloed hebben op het onderdeel waarop de aanbieding is gedaan. Ook de volgordelijkheid van het verkrijgen van informatie speelt mee. In beginsel wordt eerst een (esthetisch) ontwerp gemaakt en wordt daarna pas gekeken hoe dit ontwerp constructief en bouwfysisch realiseerbaar is.

Een wispelturige opdrachtgever of een opdrachtgever waarbij budget en ambities niet op één lijn zitten, is in deze een extra complicerende factor. Als dan de welstandscommissie ook nog “moeilijk gaat doen”, begin je als lid van het ontwerpteam te twijfelen of het accepteren van de betreffende opdracht wel zo verstandig is geweest.

Vanuit bestuurskundig oogpunt blijft de welstandscommissie en publieke invloed op esthetiek een interessant fenomeen. Enkele jaren geleden had een stadsarchitect van naam (en derhalve met een visie op esthetiek) aanzienlijke invloed op bouwproject van een andere architect. Laatstgenoemde architect, ook geen onbekende, had echter een conflicterende visie op esthetiek. Het eindresultaat was diverse wijzigingen op het ontwerp en een langer en intensiever – maar vooral ook erg stroef– ontwerpproces.  Botsende karakters sluiten niet aan bij de zo genoemde “algemene beginselen van behoorlijk bestuur”.

Het wordt helemaal lastig als een ontwerp aangepast moet worden en daarom “opnieuw” langs de welstandscommissie moet. Sommige wijzigen lijken in de ogen van een niet-estheticus futiel, maar leveren genoeg basis voor veel discussie en gedoe en daarom meerkosten. De zichtbaarheid van installaties is bijvoorbeeld een van de pijnpunten die vaak terugkomt, omdat deze nooit in de eerste renders (waarheidsgetrouwe visualisaties van een ontwerp) zijn opgenomen, maar er wel moeten komen omdat het gebouw anders niet gebruikt kan worden.

Interessant hierbij is de wisselwerking tussen architect en de welstandscommissie waarbij deze commissie soms als alibi wordt gebruikt om juist niet te veel aan het ontwerp te veranderen. Dit is lastig als het project budgettair uit de pas loopt, een fenomeen dat ook vaak voorkomt. Een minder mooi gebouw, maar binnen budget gerealiseerd of een mooi ontwerp dat op de tekentafel blijft liggen: Salomon zou zijn zwaard erbij moeten pakken om tot een oordeel te komen.

Onder het mom van “wij willen geen Belgische toestanden” waarbij wordt verwezen naar het soms dubieuze straatbeeld bij onze zuiderburen, heeft de welstandscommissie best veel invloed gekregen. Maar waar bijvoorbeeld de rechtspraak de afgelopen jaren stappen heeft gezet met het publiekelijk verantwoorden van haar uitspraken, blijft de welstandscommissie toch vaak een black box. Hoewel gemeentelijk beleid hieromtrent wordt vastgesteld, blijft er toch altijd veel discretionaire ruimte over voor deze commissie.

Bestuurskundig onwenselijk en voor aanbestedingen in de bouw- en vastgoed erg lastig. Als vooraf niet duidelijk is wat de gewenste inzet is van het ontwerpteam en ook niet duidelijk is wat de uiteindelijke bouwkosten zijn, begint een bouwontwikkeling toch net iets minder lekker. Zeker bij binnenstedelijke en renovatieprojecten die steeds vaker voorkomen of bij verduurzamingsvraagstukken die bijna onmogelijk zijn omdat het betreffende gebouw in een beschermd stadsgezicht staat of een gemeentelijk monument is.

Partner van Aanbestedingscafé:

Uitvoeringsbudget Sportakkoord aangepast voor inclusieve speeltuinen

Gemeenten die uitvoeringsbudget aanvroegen en toegekend kregen onder de Regeling Sportakkoord en Leefstijlinterventies 2020-2022 mogen dat geld nu ook gebruiken om speeltuinen toegankelijker te maken. Voor 1 januari 2024 moet het budget besteed en verantwoord zijn. Een bestedingsdoel kan dus nu ook het toegankelijker maken van speeltuinen zijn.

Speeltuinen zijn nu vaak gericht op kinderen zonder beperking. Door het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is er nu extra budget voor het inclusiever maken van deze publieke ruimte. Alle kinderen in de buurt moeten samen kunnen spelen, toegankelijker speeltuinen kunnen hieraan bijdragen.

Bron: https://vng.nl/nieuws/regeling-sportakkoord-verruimd-voor-inclusieve-speeltuinen

Partner van Aanbestedingscafé:

Willem Janssen komende 4 jaar voorzitter adviescommissie Gids Proportionaliteit

Minister Jetten van Economische Zaken en Klimaat heeft mr. dr. Willem Janssen benoemd tot voorzitter van de adviescommissie Gids Proportionaliteit. Vanaf 1 september brengt Janssen met zijn commissie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het ministerie over wettelijke wijzigingen in de Gids. Janssen is nu hoofddocent en onderzoeker in het Europees en Nederlands aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Hij ziet zijn benoeming als uitgelezen kans om het aanbestedingsrecht en daarmee de Nederlandse praktijk te verbeteren.

De benoeming van Willem Janssen is voor 4 jaar. De commissie bestaat verder uit vertegenwoordigers van alle relevante partijen in de aanbestedingspraktijk. Zowel markt als overheid neemt deel aan de commissie waardoor de belangen uit de praktijk leiden tot een effectievere aanbestedingsregulering.

Bron: https://www.uu.nl/nieuws/willem-janssen-benoemd-tot-voorzitter-adviescommissie-gids-proportionaliteit

Partner van Aanbestedingscafé:

De voorwaarden voor het wijzigen van een gunningscriterium

In de praktijk wordt er door inkopers van een wezenlijke wijziging gesproken als een aanbestedende dienst gedurende de looptijd van de aanbesteding een selectie- of gunningscriterium wijzigt of laat vervallen tijdens een lopende aanbesteding. De gedachte hierachter is dat het wijzigen of laten vervallen van een selectie- of gunningscriterium tijdens de aanbestedingsprocedure niet is toegestaan. Mag een aanbestedende dienst onder geen beding een selectie- of gunningscriterium wijzigen of laten vervallen?  Op basis van enkele rechterlijke uitspraken kan worden geconcludeerd dat er onder bepaalde voorwaarden van deze hoofdregel mag worden afgeweken. Wat zijn de voorwaarden voor deze uitzondering en hoe kan de aanbestedende dienst hier het beste mee omgaan? Zijn er mogelijkheden voor een inschrijver om zich tegen een wezenlijke wijziging te verzetten?

Is er sprake van een wezenlijke wijziging?
Artikelen 2.163a tot en met  2.163g Aanbestedingswet 2012 regelt wanneer de overheidsopdracht mag worden gewijzigd nadat ze zijn gegund. Laten we voorop stellen dat het aanbestedingsrecht eigenlijk zegt: gij zult niet wijzigen. Vervolgens heeft de Aanbestedingswet een aantal artikelen die wijzingen wel mogelijk maken, mits deze niet wezenlijk zijn. In voornoemde artikelen worden overwegingen uit het Pressetext arrest[1] gecodificeerd. Bepalingen over het wijzigen van het voorwerp of voorwaarden van de opdracht tijdens de aanbestedingsprocedure zijn echter amper terug te vinden in de Aanbestedingswet. Centrale vraag in deze discussie is of een wijziging van een selectie- of gunningscriterium nimmer is toegestaan en daarom onrechtmatig. Daarom concentreren wij ons in dit artikel met name op artikel 2.163g Aw 2012 en laten de andere artikelen m.b.t. de wezenlijke wijziging in deze blog achterwege.

Het antwoord op deze vraag zal doorgaans luiden: een wijziging is niet meer toegestaan indien de wijziging wezenlijk is. Er wordt gesproken van een wezenlijke wijziging als de wijziging van de opdracht ertoe leidt dat de opdracht materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht (artikel 2.163g lid 2 Aw 2012). Een concretere uitwerking van deze bepaling is wanneer de wijziging van de opdracht zou kunnen leiden tot meer belangstelling van inschrijvers of tot andere inschrijvingen (artikel 2.163g lid 3 sub a Aw 2012). Hiernaar refereert men als er gesproken wordt over het veranderen van de kring der potentiële gegadigden die belangstelling hebben voor de opdracht.

Wij komen nu bij de vraag of de voornoemde regeling met betrekking tot de wijziging van de overeenkomst in zijn algemeenheid analoog kan worden geïnterpreteerd op de situatie van een lopende aanbesteding. Het wijzigen van het gunningscriterium zal in principe leiden tot een opdracht die materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht. Vanuit de jurisprudentie heerst dan ook de opvatting dat het wijzigen van bijvoorbeeld het selectie- of gunningscriterium in beginsel niet is toegestaan (Wienstroom arrest)[2]. Het gevolg hiervan zou dan zijn dat bij het wijzigen van modaliteiten als een selectie- of gunningscriterium  men de procedure dient af te breken en de gewijzigde opdracht dient aan te besteden (heraanbesteden). Er wordt ook in dit kader onderscheid gemaakt tussen een wezenlijke wijziging voor het verstrijken van de uiterste termijn en erna waarbij gedacht wordt dat een rectificatie, enkel in het geval van vóór het verstrijken van de termijnen, mogelijk is[3].


[1]ECLI:EU:C:2008:351
[2] Zaak C-448/01 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:62001CJ0448)
[3] https://www.pianoo.nl/nl/inkoopproces/fase-2-doorlopen-aanbestedingsprocedure/aankondigen/niet-wezenlijke-wijziging; https://www.aanbestedingscafe.nl/wiki/rectificatie/


In deze discussie zijn er twee interessante uitspraken die besproken zullen worden. De voorzieningenrechters in Utrecht[1] en in Gelderland[2] hebben in verschillende situaties bepaald dat het wijzigen van de voorwaarden en het gunningscriterium weliswaar een wezenlijke wijziging oplevert, maar dat laat onverlet dat de aanbestedingsprocedure niet hoefde te worden stopgezet. In de eerste zaak heeft het Waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) een Europese aanbesteding gehouden voor het verlenen van technische adviesdiensten. Bij de publicatie van de Nota van Inlichtingen heeft HDSR het verzoek van een van de inschrijvers ingewilligd om het maximaal te behalen aantal punten op kwaliteit te verhogen van 200 punten naar 300 punten. IV-Water, die tijdens de aanbesteding door een ongeldige inschrijving ter zijde is gelegd, heeft in kort geding een heraanbesteding gevorderd[3]. Het gunningscriterium kwaliteit is volgens IV-Water ernstig verzwaard. In rechtsoverweging 4.12 motiveert de voorzieningenrechter waarom deze niet meegaat in de stelling van IV-Water. Kortgezegd komt de motivatie hierop neer:  het aanpassen van het puntenaantal levert een wezenlijke wijziging op. Echter, “het is in beginsel mogelijk om vóór het verstrijken van de termijn van inschrijving de in het bestek bekendgemaakte gunningscriteria nog te wijzigen. Een voorwaarde hiervoor is wel, dat de wijziging tijdig aan alle potentiële inschrijvers bekend is gemaakt, zodat zij hun inschrijving hierop hebben kunnen aanpassen”. Een tijdige[4] bekendmaking van de wijziging waarbij alle potentiële inschrijvers ervan op de hoogte is blijkt voldoende te zijn om van een heraanbesteding af te zien.

In de procedure bij de voorzieningenrechter Gelderland betrof het een aanbesteding die georganiseerd werd door de publiekrechtelijke rechtspersoon “BVO DRAN” (een samenwerking van achttien gemeente in de regio Arnhem-Nijmegen). Ten aanzien van de gunning golden er een aantal spelregels. De aanbesteding was onderverdeeld in negen percelen (A t/m I). Een inschrijver mocht in principe maximaal drie percelen verwerven. Met betrekking tot percelen E, H en I was er sprake van een zogenaamde ‘combinatiebeperking’. Vanwege de omvang van deze percelen mocht een inschrijver maximaal één van deze grote percelen gegund krijgen in combinatie met slechts één van de kleinere percelen. De combinatiebeperking bleek uiteindelijk in de weg te staan voor het gunnen van perceel I. Van de drie inschrijvers op dat perceel moest er één ongeldig worden verklaard. De overige twee kwamen door de combinatiebeperking niet in aanmerking voor gunning. BVO DRAN besloot hierdoor de combinatiebeperking te laten vervallen om het gunnen van het perceel mogelijk te maken. De inschrijver waarvan zijn inschrijving ongeldig was verklaard, maakte hiertegen bezwaar en vorderde intrekking van de gunningsbeslissing. Een belangrijke vraag hierbij was of er sprake was van een wezenlijke wijziging. De voorzieningenrechter gaat niet mee in de stelling dat er sprake is van een wezenlijke wijziging. Voor zover er sprake is van een wezenlijke wijziging is deze slechts theoretisch en dat is niet voldoende om een heraanbesteding te eisen. “De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bij deze stand van zaken niet zo kan zijn dat enkel op basis van deze theoretische kans BVO DRAN kan worden gedwongen tot heraanbesteding van perceel I over te gaan”. Verder is niet vast komen te staan dat de potentiele kring der gegadigden is veranderd. “In een dergelijk geval mag van een ongeldig verklaarde inschrijver in ieder geval worden verlangd dat hij concreet en onderbouwd duidelijk maakt dat er een gerede kans is dat anders zou zijn ingeschreven indien de later vervallen eis van meet af aan helemaal niet was gesteld”. De bewijslast voor het aantonen van een wezenlijke wijziging lag dus bij de ongeldig verklaarde inschrijver.


[1] ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3469
[2] ECLI:NL:RBGEL:2020:1630
[3] De vordering tot heraanbesteding was feitelijk een subsidiaire vordering. De primaire vordering was het alsnog (laten) beoordelen van de inschrijving van IV-Water
[4] In dit geval is de wijziging 10 september 2012 gepubliceerd en de termijn voor ontvangst inschrijving was 21 september 2012. De bekendmaking wijziging werd als tijdig beschouwd. M.i. moet er bij een wezenlijke wijziging een ruimere termijn worden aangehouden dat de wettelijke minimumtermijn.


Verder valt uit rechtsoverweging 4.11 op te maken dat BVO DRAN in de aanbestedingsstukken heeft willen voorzien in de situatie waarin de combinatiebeperking gunning van de opdracht in de weg zou staan. Zij hadden zich voorgenomen om in een dergelijk geval de  onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking te volgen (artikel 2.32 Aw 2012). Aan de voorwaarden van artikel 2.32 Aw 2012 werd in deze casus niet voldaan maar uit het voorbehoud is op te maken dat BVO DRAN niet koste wat kost aan de combinatiebeperking wilde vasthouden. Goed beschouwd had BVO DRAN het voorbehoud in de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig en transparant moeten regelen.

Conclusie
Indien een aanbestedende dienst tijdens een lopende aanbestedingsprocedure voornemens is een selectie- of gunningscriterium te wijzigen zal dat getoetst moeten worden aan het leerstuk van de wezenlijke wijziging. In beginsel wordt aangenomen dat het wijzigen of het laten vervallen van dergelijke criterium tijdens een aanbesteding een wezenlijke wijziging oplevert. De invloed van de wijzing moet wel reëel zijn aangezien de theoretische kans op een wezenlijke wijziging onvoldoende zou kunnen zijn om een heraanbesteding te vorderen. De inschrijver die een beroep doet op de (theoretische) wezenlijke wijziging moet derhalve goed onderbouwen dat de wijziging hem daadwerkelijk anders heeft doen inschrijven. De aanbestedende dienst die een wezenlijke wijziging wil doorvoeren voor de uiterlijke termijn van inschrijving dient deze tijdig te doen en moet ervoor zorgen dat alle potentiële inschrijvers van de wijziging op de hoogte zijn. Een goed middel hiervoor is de rectificatie. Hierbij dient dan wel voldoende extra tijd in de aanbesteding te worden meegenomen om het voor een potentiele inschrijver mogelijk te maken om bij zijn inschrijving rekening te houden met de consequenties van deze wijziging. Echter is mijns inziens het gevolg van een wezenlijke wijziging, ongeachte de fase in de aanbesteding, het afbreken van de procedure en de gewijzigde opdracht in de markt zetten. Dit is denk ik een logische conclusie als er uitgegaan wordt van een analoog toepassing de van artikelen 2.163a t/m  2.163g Aw 2012.

Het helpt als de aanbestedende dienst een voorbehoud heeft vastgelegd in de aanbestedingsstukken om te ruimte te creëren voor een wezenlijke wijziging. Dan is het vooraf transparant wanneer en wat er wezenlijk gewijzigd gaat worden. Inschrijvers kunnen dan tijdens de aanbesteding hiermee rekening houden. Er dergelijk voorbehoud moet dan wel duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn. Hierbij valt ook te denken aan de herzieningsclausule.

Adjust is hét consultancybureau op het gebied van inkoop en contractmanagement. Wilt u als overheidsorganisatie uw inkoopbehoefte verkennen of het clusteren van uw opdracht(en) onderzoeken? Onze experts inkoop publieke domein helpen u graag!

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Juli 2022

Wat is er gebeurd?
Na een ontoereikende beoordeling van een Proof of Concept (POC) van de voorgenomen nummer 1 heeft een aanbestedende dienst deze partij uitgesloten en de opdracht voorlopig gegund aan de nummer 2. De nummer 1 heeft bezwaar tegen deze beslissing gemaakt, omdat zij niet tijdig is uitgenodigd voor de POC en maar een halve dag heeft gehad om de POC voor te bereiden. De aanbestedende dienst onderschrijft dit bezwaar. Daarom heeft de aanbestedende dienst de oorspronkelijke nummer 1 toegezegd dat zij opnieuw een POC mocht houden zonder dit te delen met andere inschrijvers. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee in strijd is gehandeld met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. De aanbestedende dienst moet daarom een nieuwe aanbestedingsprocedure uitschrijven.

Het resultaat
De aanbestedende dienst is het niet eens met het oordeel van de voorzieningenrechter en is in hoger beroep gegaan. Het hof is van oordeel dat de gebrekkigheid in communicatie geen grond biedt voor intrekking van de aanbestedingsprocedure. De aanbestedende dienst heeft gehandeld zoals zij op grond van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel diende te handelen, omdat zij verplicht was de tekortkoming van het niet tijdig uitnodigen van de voorgenomen nummer 1 voor de POC te herstellen. Voor het intrekken van de gunningsbeslissing voorafgaande aan de POC die opnieuw mocht worden gedaan was nog geen aanleiding.

Betekenis voor de praktijk
Wees je ervan bewust dat je als aanbestedende dienst gehouden bent
tekortkomingen te herstellen en zorg dat je hierbij zorgvuldig handelt. Ook in de
communicatie richting de andere inschrijvers.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Beoordelaars baseren hun oordelen vaak op irrelevante informatie

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het zesde deel uit die reeks.

Statistiek is beter dan intuïtie
Hoe goed is het menselijk beoordelingsvermogen vergeleken met een formule? Kahneman haalt in zijn boek Ruis onderzoeken aan waaruit met overtuigend bewijs bleek dat simpele mechanische modellen in het algemeen superieur waren aan menselijke oordelen. Een simpel mechanisch model is feitelijk de regel van een beoordelaar gevat in een formule. De belangrijkste eigenschap van zo’n model is dat een en dezelfde regel op alle gevallen loslaat. Elke voorspeller heeft een gewicht, en dat gewicht is voor alle gevallen gelijk. U zou nu kunnen denken dat dit beperkend is voor een goede voorspelling. `Dat is niet zo. Wij mensen’ halen er namelijk allerlei nuances bij als we beslissingen nemen, houden rekening met zaken als context en moment. Feitelijk maken we allerlei aanvullende beslisregels. In de praktijk blijken die aanvullende beslisregels niet te kloppen, of zaken als ons gemoed of het weer beïnvloeden de inschattingen van de context – onterecht. Denk hierbij ook aan de invloed van het halo-effect: als je iets of iemand op een bepaald aspect positief beoordeelt, je die ook op andere aspecten positief beoordeelt. Het horn-effect is het tegenovergestelde.

Neil Young
Een voorbeeld: je hebt voor € 200,- een kaartje voor het Neil Young-concert in Brussel gekocht. Je vriend Bob wilde ook een kaartje kopen maar had geluk. Hij kreeg een gratis kaartje van een andere vriend die toch niet bleek te kunnen. De dag voor het concert wordt er een sneeuwstorm aangekondigd en zware verkeersoverlast voorspeld. Wie van de twee zal gemakkelijker besluiten om niet te gaan? Iedereen voelt aan dat dat vriend Bob is. Toch is dat, als je er goed over nadenkt, raar. De echte beslissing is hoe veilig is het op de weg, hoe groot is het risico dat ik in een ongeluk terechtkom etc. Het feit of je voor het kaartje betaald hebt of niet zou eigenlijk irrelevant moeten zijn, maar dat is het niet.

Complexiteit levert geen accurate voorspellingen op
In zijn eerste boek ‘Ons feilbare denken’ geeft Kahneman tientallen voorbeelden waarbij mensen hun beslissing baseren op feiten die eigenlijk niet relevant zijn. Kahneman noemt dat de validiteitsillusie. Complexiteit en een overvloedige hoeveelheid informatie leveren door de bank genomen geen accurate voorspellingen op. We zien die validiteitsillusie vaak bij voorspellende beoordelingen. De oorzaak is het onvermogen om onderscheid te maken tussen enerzijds het beoordelen en wegen van beschikbaar bewijs, en anderzijds het voorspellen van de concrete uitkomst. Mechanische modellen, aldus Kahneman, doen het vrijwel altijd beter dan mensen.

Algoritmen
De onderzoeken waar Kaheman naar verwijst zijn redelijk oud, maar zeker niet gedateerd. De uitkomsten gelden nog steeds. Tegenwoordig noemen we die mechanische modellen algoritmen. Met de huidige stand van de ICT zijn die algortimen vele malen geavanceerder te maken dan de mechanische modellen waar Kahneman naar verwijst. Maar zelfs de mechanische benaderingen van bijna lachwekkende regels doen het doorgaans beter dan de mens. Dat dringt ook op alle fronten door in de samenleving. Er wordt geen voetballer meer gekocht zonder dat er een indrukwekkende hoeveelheid statistische gegevens aan te pas komt.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkooppraktijk werken we vaak al met formules die eigenlijk mechanische modellen zijn. Zo bepalen we welke elementen we belangrijk vinden, kennen een gewicht toe aan die elementen en als de offertes binnen zijn, dan scoren we op die elementen. Vervolgens zetten we de scores in de formule die we vooraf hebben opgesteld, en de uitkomst bepaalt de winnaar. De inkoper werkt dus al met een mechanisch model, zou je kunnen denken. Ja en nee.

Ja: de inkoper stopt de cijfers in een model en er komt een cijfer uit

Nee: de cijfers zelf komen vaak niet tot stand door een mechanische formule, maar door persoonlijke voorspellende oordelen. Om het Plan van Aanpak nog maar eens als voorbeeld te nemen: alle elementen overziend, geven beoordelaars het een cijfer. Expliciet en impliciet nemen ze daarbij allemaal zaken mee die ook minder relevant zijn als voorspellende waarden. De beoordelaars geven mogelijk aan enkele elementen in het Plan van Aanpak een expliciet cijfer, maar aan een groot aantal elementen impliciet. Vervolgens wegen ze dat onderling, en die weging gebeurt bij elk Plan van Aanpak geheel in lijn met de validiteitsillusie. En zo krijgt het ene Plan van Aanpak een 7 en het andere een 9. Hoezo mechanische formule?

Wat zijn goede voorspellers?
In de boordeling van dit soort zaken zou je precies moeten aangeven welke elementen je belangrijk vindt: wat zijn goede voorspellers voor de toekomst. Vervolgens beoordeel je elk element in elk Plan van Aanpak afzonderlijk, en geeft ze afzonderlijk een cijfer. Het eindcijfer voor een Plan van Aanpak is vervolgens enkel en uitsluitend een formule met daarin die cijfers verwerkt. Die formule is: alle cijfers opgeteld gedeeld door het aantal cijfers. Oftewel: gewoon het gemiddelde.

Nog meer eenvoud: simpele regels
Spaarzame modellen zijn modellen van de werkelijkheid die er belachelijk simplistisch uitzien, als rekensommetjes op een bierviltje. Maar in bepaalde settings kunnen ze verrassend goede voorspellingen opleveren. In zijn boek Ruis haalt Kahneman onderzoeken aan op justitieel gebied: recidive en vrijlating op borg. Deskundigen gebruikten een groot aantal variabelen – tot 137 toe – om te bepalen of iemand op borgtocht vrij mocht komen of dat er sprake zou kunnen zijn van recidive. Onderzoekers ontdekten dat het werken met slechts enkele variabelen, leidde tot betere uitkomsten.

Werken met simpele `spaarzame’ modellen verdient dus de voorkeur boven modellen met talloze variabelen. Zelflerende modellen (artificial intelligence) zijn echter nog een stuk beter

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Stop met het zoeken naar grote aantallen indicatoren die moeten helpen bepalen of een aanbieder een goede dienstverlener gaat zijn. Zoek naar die paar indicatoren, die paar voorspellers, en zet die in en dan ook alleen die. Welke dat in het algemeen zijn, of welke dat specifiek zijn voor bepaalde goederen, diensten of werken is onderwerp van nader onderzoek. Onderzoek op weg naar vereenvoudiging en weg van de validiteitsillusie.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Vergelijkingsoordelen, keuze van de schaal en geforceerde classificatie

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het vijfde deel uit die reeks.

Maximaal zeven waarden op onderlinge intensiteit vergelijken
Stel er zijn vier touwtjes van verschillende lengte. Ze zijn allevier tussen de 5 en 10 centimeter lang. De lengteverschillen zijn echter gelijk. U krijgt steeds één touwtje te zien en u moet dan een getal van 1 tot 4 noemen, waarbij 1 voor het kortste stukje staat en 4 voor het langste. Niet moeilijk. Stel nu dat het om vijf touwtjes gaat. Ook nu moet u telkens een getal noemen, in dit geval van 1 tot en met 5. Nog steeds niet moeilijk. Wanneer begint u fouten te maken? Dat is rond het magische getal van zeven touwtjes. Verrassend genoeg hangt dit aantal nauwelijks af van het bereik van de lengtes: als die tussen 5 en 15 centimeter zouden variëren, zou u nog steeds na ongeveer zeven touwtjes de mist in gaan. Een test met in luidheid variërende tonen of kleuren van verschillende helderheid zou vergelijkbare uitkomsten laten zien.

Er zit een duidelijk constante grens aan het vermogen van mensen om aparte labels te plakken op stimuli in een bepaalde dimensie. Die grens ligt rond de zeven labels. Deze grens is van groot belang: we kunnen niet beter presteren dan dat ons vermogen is.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
We zijn volgens de lessen van Kahneman prima in staat om aan aanbiedingen van vier leveranciers waardeoordelen te geven en daarbij het onderlinge onderscheid goed tot uitdrukking te brengen. Dat geldt ook voor aanbiedingen van vijf leveranciers en van zes leveranciers. Hebben we aanbestedingen waar we aanbiedingen van zeven of meer leveranciers hebben? Dan is ons vermogen om een goed onderscheid te maken eenvoudigweg niet meer toereikend. Het komt met name bij openbare aanbestedingen voor dat er zeven of meer aanbiedingen zijn. De les uit Kahneman is dat we die dan niet goed kunnen beoordelen en leveranciers dus ongewild en onbedoeld tekortdoen. (Hoe vaak komt het bij jullie voor dat je zeven of meer aanbiedingen hebt….?)

Als we deze les vertalen naar de inkooppraktijk, dan betekent dat dat we moeten zorgen dat we minder dan zeven te beoordelen inschrijvingen hebben. Bij een aanbesteding kan dat door te werken met een preselectie en er op basis van goede selectiecriteria voor te zorgen dat maximaal zes leveranciers een offerte mogen uitbrengen. De Gids Proportionaliteit stelt dat wanneer je meer dan tien inschrijvers verwacht, je de niet-openbare procedure zou moeten kiezen. Op basis van Kahneman zou je dat al bij meer dan zeven verwachte inschrijvingen moeten doen.

Gebruik vergelijkingen in plaats van labels
Ons vermogen dingen te vergelijken is veel groter dan ons vermogen ze een plek op een schaal te geven. Wat zou u doen als u een gedetailleerde schaal moest gebruiken bijvoorbeeld om de kwaliteit van een restaurant op aan te geven? Een vijfsterrenschaal zou goed te doen zijn, maar het is onmogelijk elke waarde van een 10-puntschaal met afronding 1 cijfer achter de komma op een betrouwbare manier te gebruiken. De oplossing voor dit probleem is simpel, al kost ze wel wat tijd.

Kahneman illustreert dat aan de hand van de beoordeling van restaurants. Geef een restaurant eerst een waarde op basis van 1 tot en met 5 sterren. Feitelijk deelt u ze dan in een van de vijf categorieën. Daarna stelt u binnen de categorie de rangorde vast. Wat meestal prima te doen is: uw weet waarschijnlijk heel goed of u Joe’s Pizza beter vindt dan Fred’s Burger, of elk ander restaurant. De psychologie van deze exercitie is simpel. Bij expliciete vergelijkingen tussen te beoordelen zaken is kun je een veel verfijnder onderscheidend maken dan als je iets rechtstreeks moet beoordelen met een score. In feite is dit een vorm van relatief beoordelen, wat niet verward moet worden met de relatieve rekenmethode (met risico op rank reversal).

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkoop zou je met het toepassen van vergelijkingen in plaats van labels, dus wél veel leveranciers op een goede manier kunnen beoordelen. In het restaurant-voorbeeld uit Ruis gebruikt Kahneman het sterrenmodel. Bij beoordelen van kwaliteit van bijvoorbeeld (elementen van) een Plan van Aanpak kun je iets vergelijkbaars doen. Je kunt de aanbiedingen eerst grofweg indelen in categorieën als slecht, voldoende, goed of uitstekend. Vervolgens ga je binnen elke categorie de aanbiedingen onderling vergelijken en in volgorde plaatsen. Je wist al in welke categorie ze vallen (slecht etc.). Je hebt vooraf al de bandbreedte van elk categorie bepaald (slecht loopt bijvoorbeeld van 1 tot 6, voldoende van 6 tot 7,5, goed van 7,5 tot 9, en uitstekend is 9 of hoger. Je kent al de volgorde van de aanbiedingen binnen elke categorie, en het toekennen van op een cijfer achter de komma afgeronde score is dan goed te doen.

Schalen anders interpreteren
Kahneman beschrijft een analyse van strafzaken waarbij de juryleden zich moeten uitspreken over straffen. De hypothese was dat juryleden het er over het algemeen wel over eens zijn hoe streng ze de gedaagde willen straffen. Ze kwamen echter tot sterk uiteenlopende bedragen komen als ze die `strengheid’ in Dollars moesten uitdrukken.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkooppraktijk hebben we in de regel templates met daarin een model voor het scoren van de aanbiedingen van leveranciers. Zo’n model bestaat dan uit de verbale labels zoals: slecht – onvoldoende – voldoende – goed – uitstekend. En als we geen model in een template hebben die we voor alle aanbestedingen gebruiken, dan hebben we in de regel binnen één aanbesteding wel een model dat we voor alle te scoren elementen gebruiken.

Onze veronderstelling was altijd dat zo’n model helder en duidelijk is. En door consequent hetzelfde model te hanteren, scoren we ook consequent op dezelfde wijze. De les uit Ruis is dat we deze veronderstelling maar gauw overboord moeten zetten. De duidelijkheid van eenzelfde schaal verschilt per te beoordelen element. We moeten bij aanbestedingen daarom op zoek naar modellen die passen bij de te beoordelen elementen. Dat kan (zal) betekenen dat we voor een communicatieplan een volstrekt ander scoremodel zullen hebben als voor een planning, een duurzaamheidsplan of een plan voor de inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Gezien de hoeveelheid ruis die optreedt bij de illustratieve onderzoeken van Kahneman, moeten we die scoremodellen ook nog eens heel precies uitwerken om ruis zoveel mogelijk te elimineren. Als de ruis bij aanbestedingen net zo groot is als bij de strafzaken uit het onderzoek van Kahneman, is het tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van ruis om te beginnen al een uitdagende ambitie.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

De Delphi-methode

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het vierde uit die reeks.

Hiërarchie in beoordelingscommissies
In onze vorige bijdrage zijn we ingegaan op de hiërarchie die er in veel beoordelingscommissies zit. Dat kan gaan om de respect-expert ten opzichte van de ‘gewone’ expert, de directeur ten opzichte van zijn of haar ondergeschikte of een extravert persoon ten opzichte van een introvert persoon. Als de dominante persoon ook als eerste aan het woord komt (het openingsbod) dan is er eigenlijk geen sprake meer van een goed functionerende beoordelingscommissie.

In dit artikel gaan we nog een stapje verder. Moet je, met de kennis van Kahneman in je achterhoofd überhaupt nog wel werken met een beoordelingscommissie die in consensus tot een beslissing komt.

Het beoordelen van een plan van aanpak is feitelijk voorspellen
Bij aanbestedingen gaat het erom welke prijs je betaalt en wat je daarvoor krijgt. In veel gevallen: gáát krijgen want diensten komen niet kant en klaar van de plank, maar produceert de leverancier op het moment dat er behoefte aan is, met de mensen die hij er op dat moment voor beschikbaar stelt. Het beoordelen van inschrijvingen gaat dus in veel gevallen feitelijk ook om het voorspellen van toekomstige gebeurtenissen:

Delphi-methode vermindert ruis
Kahneman zet dus grote vraagtekens bij de mogelijkheid om met een groep mensen in een discussie (consensusbijeenkomst) tot een eerlijk oordeel te komen. Een alternatief om met een groep mensen tot een gezamenlijk oordeel te komen is volgens Kahneman de Delphi-methode. Volgens de klassieke methode zijn er meerdere rondes. Bij de eerste ronde dienen deelnemers anoniem schattingen of meningen in bij een moderator. Bij elke volgende ronde geven de deelnemers opnieuw hun schattingen en meningen, en geven daarbij ook hun redenen mee. Dat gebeurt nog steeds anoniem. De bedoeling is dat de schattingen beter worden en daardoor dichter bij elkaar komen te liggen. Na een x-aantal vooraf vastgestelde rondes en eerder als er geen bijstellingen van scores meer zijn, neem je het gemiddelde als zijnde de consensus score.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Er vindt geen consensusbespreking plaats waarbij de beoordelaars hun scores delen en toelichten, om vervolgens toe te werken naar een consensus score. De inkoopadviseur deelt eerst de toegekende scores anoniem en vraagt iedereen om op basis van het totaaloverzicht een eventueel bijgestelde score in te dienen, aangevuld met redenen voor die score. De inkoopadviseur verspreidt dat weer onder de beoordelaars, allemaal in een keer en zodanig dat er niet een eerste en een laatste beoordeling is. Na enkele vooraf bepaalde rondes rekent de inkoopadviseur de gemiddelde score uit. Dat is tevens de consensus score.

Met deze aanpak is de consensus score ontdaan van elementen als de macht van het openingsbod, de macht van de manipulatie en de macht van de hiërarchie. De informatie cascade elimineer je hiermee ook.

En nu we toch steeds meer gewend zijn aan werken op afstand: je hoeft er niet fysiek voor bij elkaar te komen in een gezamenlijke bijeenkomst. Voor de rondes hoeven de beoordelaars zelfs niet eens precies tegelijk beschikbaar te zijn. Beschikbaarheid in een time window is voldoende. Deze manier ondersteunt daarmee het in opmars zijnde tijd- en plaatsonafhankelijk werken.

Eenvoudige versie
De Delphi-methode met meerdere rondes kan voor een eenvoudige kleine opdracht te omslachtig zijn. Een simpele variant zou kunnen zijn dat de deelnemers eerst schriftelijk een eerste score en een motivering geven die door de moderator/inkoper/procesbegeleider anoniem gedeeld worden onder de deelnemers. De deelnemers geven schriftelijk commentaar op in hun ogen ‘vreemde’ cijfers of beoordelingen. Dat deelt de inkoopadviseur weer met alle deelnemers die op basis daarvan hun punten mogen (niet: moeten) aanpassen. Het gemiddelde cijfer is de uiteindelijke score en uit de schriftelijk gemaakte opmerkingen destilleert de inkoper de tekst voor de motivering.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Drie gulden regels voor inkopen met impact 

Vorige week was ik aanwezig bij de aansprekende en inspirerende oratie van prof. dr. ing. Fredo Schotanus met als titel ‘een betere wereld begint bij publieke inkoop’. Ik wil uiteraard graag mijn steentje bijdragen en ik heb daarom bedacht: “Drie gulden regels voor inkopen met impact”.  

Ik sluit daarbij qua opzet aan bij Schotanus. Hij zegt: er zijn drie elementen, de prijs, de ‘gewone’ kwaliteit en de impactdoelen. Het onderscheidende element is dat de impactdoelen geen rechtstreeks effect hebben op de kwaliteit, maar wel reuze belangrijk zijn. Als je kantoorstoelen koopt hebben de ‘gewone’ gunningscriteria rechtstreeks effect op de stoel (zit hij lekker, mooie kleur, snel geleverd etc etc). De impactdoelen hebben geen rechtstreeks effect. Een stoel zit niet lekkerder omdat hij van circulaire materialen gemaakt is, na afloop hergebruikt kan worden, of in elkaar geknutseld is door een genderqueer van kleur met een wahjong-uitkering). 
Daarom is het goed om realistische doelen te stellen.  

Gulden regel 1 : Bepaal de impactdoelen vooraf en samen met de markt 
Ga ruim voor de aanbesteding in gesprek met de markt om te bepalen welke ‘impactdoelen’ er bij deze opdracht passen. Noem het nog geen marktconsultatie maar noem het een marktoriëntatie. Bepaal samen met de markt welke doelen haalbaar zijn. Circulariteit? Diversiteit en inclusie? Hergebruik of tweedehands? CO2-footprint? Social return? Realiseer je daarbij dat iedere aanbesteding maatwerk is. De impactdoelen voor scootmobiels zullen heel andere zijn dan die voor een bouwproject. De gemeente Almere besloot om gebruikte scootmobiels te reviseren en opnieuw in te zetten. Een slim en duurzaam idee maar ze moesten zich wel voor de rechter verantwoorden omdat een klant vond dat de vering van een gebruikte scootmobiel toch echt minder was dan die van een nieuwe. De gemeente won de rechtszaak overigens wel. Ook criteria met betrekking tot diversiteit en inclusie zijn in sommige branches volstrekt onzinnig. Wie de situatie op de arbeidsmarkt een beetje kent zal beseffen dat je in sommige branches soms al dol blij moet zijn met een oudere witte man.  

Gulden regel 2: Leg een bedrijf geen irreële voorwaarden op. 
Gaan we de impactdoelen meenemen in de selectie (geschiktheidseisen of selectiecriteria?) of bij de gunning (eisen of wensen?) 
Bij de selectie gaat het om impact op bedrijfsniveau. Bij de gunning gaat het om impact bij de uitvoering van de opdracht 
Als je Impactdoelen bij de selectie wilt toepassen moet je je heel goed afvragen hoe ver je juridisch wilt en kunt gaan. Denk maar eens aan de volgende vragen: 
Hoeveel mensen van kleur heeft u in dienst en in welke posities? (mag dit? Privacy?) 
Hoeveel voertuigen binnen uw totale wagenpark zijn elektrisch? (is dit proportioneel?) 
Hoeveel medewerkers eten vegan? (privacy?)  
Is uw kantine vegan? (werken de arbeiders dan beter?) 
We zien nu een hausse aan certificaatjes, maar ik vind dat je daar grote vraagtekens bij moet zetten. De bekendste is de CO2-prestatieladder. Op het eerste gezicht een sympathiek initiatief, maar het is een bedrijfscertificaat. Hoe proportioneel is het dat een kleine gemeente van heel groot bouwbedrijf mag eisen dat alle onderdelen van dat bedrijf op het hoogste CO2-niveau zitten. Gelukkig heeft de rechtbank in Den Haag Rijkswaterstaat gelijk gegeven in een zaak waarin de opdracht door de winnaar van de aanbesteding uitgevoerd zou gaan worden op niveau 5 terwijl deze inschrijver een certificaat op bedrijfsniveau niveau 3 had. De rechter vond dat terecht geen probleem. Onthoud: leg een bedrijf geen irreële voorwaarden op. 

Gulden regel 3 : Een aanbesteding op laagste prijs kan het meest duurzaam zijn. 
Houd altijd in je achterhoofd: een aanbesteding op laagste prijs kan tien keer zoveel impact hebben als een aanbesteding op levenscycluskosten of BPKV. Het is een enorm misverstand dat alle duurzaamheids- en MVO-criteria altijd een gunningscriterium (waarop je kunt scoren) moeten zijn. Het zal in veel gevallen veel praktischer zijn om (na de marktoriëntatie!) gewoon de meest duurzame oplossing voor te schrijven. Je hoort altijd zeggen dat aanbestedende diensten de kennis van de markt moeten benutten. Zeker, niks mis mee, maar dat kan ook voorafgaand aan de aanbesteding. We komen er steeds meer achter dat aanbestedingsprocedures waarin samen met inschrijvers aan de oplossing gewerkt wordt, niet altijd succesvol zijn. Vraag maar aan Rijkswaterstaat hoe de concurrentiegerichte dialoog heeft gewerkt bij de renovatie van de Afsluitdijk?  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe inkoopplanning Rijkswaterstaat gepubliceerd

De nieuwe inkoopplanning van Rijkswaterstaat is gepubliceerd. Hierin staan voorgenomen opdrachten die nog niet zijn aanbesteed. Door voor 40 GWW-projecten factsheets te publiceren met kerninformatie hebben inschrijvers informatie om beter af te kunnen wegen welke projecten voor hen interessant zijn.

Extra middelen
De vorige inkoopplanning dateert van maart 2022. Sindsdien is voor meerdere werken een marktbenadering gestart. Daarnaast is in het coalitieakkoord structureel 1,5 miljard euro aan extra middelen toegevoegd. Dit bedrag is bedoeld voor instandhouding van bestaande infrastructuur via het Mobiliteitsfonds (1,25 miljard) en het Deltafonds (0,5 miljard). De exacte verdeling van de gelden volgt later.

Onzekerheid en vertraging
De stikstofproblematiek blijft voor onzekerheid zorgen bij een aantal projecten. Uitbreidings- en aanlegprojecten lopen hierdoor vertraging op. De geplande datum voor de start van de marktbenadering is bij deze projecten vooralsnog niet bekend. In de volgende inkoopplanning, november 2022, is hierover mogelijk meer duidelijk.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/06/rijkswaterstaat-publiceert-nieuwe-inkoopplanning-juni-2022

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijna een kwart minder CO2-uitstoot gemeenten door inzet CO2-prestatieladder

De CO2-uitstoot van gemeenten die de CO2-prestatieladder gebruiken is in 2 jaar tijd met gemiddeld 23,9 procent gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO).

Uitstoot in beeld
Met de CO2-prestatieladder kunnen overheden en bedrijven hun eigen CO2-uitstoot meten en verlagen. Bovendien kunnen ze de uitstoot in de hele keten in beeld brengen. Zo kunnen overheidsinstanties bij aanbestedingen eenvoudig beoordelen of inschrijvers serieus bezig zijn met het verminderen van hun CO2-uitstoot. Bedrijven die aan kunnen tonen dat zij hun uitstoot verminderen, krijgen vervolgens voorrang bij de inschrijving.

Lokale energietransitie
De deelnemende gemeenten blijken concrete doelen te stellen en zich daar ook goed aan te houden. De lokale energietransitie wordt daarmee geloofwaardiger voor burgers die ook hun steentje bij moeten dragen. Doordat het systeem duidelijk maakt waar CO2-reductie behaald kan worden, zijn efficiënte maatregelen te nemen.

Deelnemers
Er maken inmiddels ongeveer 150 organisaties gebruik van de prestatieladder, onder meer alle provincies, tientallen gemeenten en een aantal ministeries, waterschappen en gemeentelijke regelingen.

Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/gemeenten-met-prestatieladder-verminderen-co2-uitstoot-met-een-kwart

Partner van Aanbestedingscafé:

De macht van het openingsbod

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het derde uit die reeks.

Het beïnvloeden van de keuze
We denken altijd dat in een goed geleide consensusbespreking alle beoordelaars even veel invloed hebben. Kahneman geeft in zijn boek RUIS echter vele voorbeelden hoe mensen (onbewust) beïnvloed worden en wat de macht is van het ‘openingsbod’.

In zijn boek haalt Kahneman een grootschalig onderzoek aan van Sagalnik e.a. met muziek. Proefpersonen konden uit 72 nieuwe nummers kiezen welke ze zo goed vonden dat ze die zouden downloaden. Als de onderzoekers de nummers neutraal presenteerden, kozen de duizenden proefpersonen uiteindelijk de beste nummers. De beste kwamen bovenaan, en de slechte bungelden onderaan. Als er bij een nummer al een getal stond van het aantal downloads, dan was dat bepalend voor het uiteindelijke aantal downloads. Nummers met een toevallig vroege download, werden daarna vaker gedownload. En omgekeerd. De beste nummers kwamen nooit helemaal onderaan en de slechte nummers nooit helemaal bovenaan, maar voor de rest was de volgorde tamelijk willekeurig.

Ze hebben het onderzoek daarna uitgebreid waarbij ze de aantallen downloads manipuleerden. Ze jokten over de aantallen downloads en zetten een hoog aantal bij de minst goede nummers, en een laag aantal bij de beste nummers. Dit drukte de uitkomst in hoge mate. De volgorde was namelijk niet meer tamelijk willekeurig zoals in het vorige experiment, maar de slechtere nummers stonden vooral bovenaan en de betere nummers onderaan. Dus een openingsbod, zelfs als het gemanipuleerd is, is in hoge mate bepalend voor de uiteindelijke uitkomst.

Informatiecascade
Ook op kleinere schaal kan het openingsbod doorslaggevend zijn. We noemen dit een informatiecascade. In het onderzoek van Sagalnik zagen de proefpersonen alleen maar een cijfer staan. Je kunt nog een stap verder gaan, namelijk door ook toe te lichten waarom je een bepaalde keuze beter vindt. Karel, Sophie en Petra zijn kandidaat voor een belangrijke functie. Tien collega’s moeten bepalen wie van de drie het wordt. Elke collega brengt zijn mening naar voren en onderbouwt die mening met argumenten. Arthur begint en Sophie is volgens hem de beste kandidaat. Barbara weet nu hoe Arthur erover denkt. Het ligt voor de hand dat ze zich bij Arthur aansluit als ze zelf ook enthousiast is. Maar stel dat ze er nog niet uit is. Slaat ze Arthurs mening hoog aan, dan is de kans groot dat ze Arthurs mening overneemt. Peter geeft als derde zijn mening. Arthur en Barbara hebben gezegd dat Sophie het moet worden, maar Peter ziet dat anders. Op basis van de beperkte informatie vindt hij Karel beter. Toch kan hij zich aansluiten bij Arthur en Barbara. Dat doet hij niet omdat hij laf is, maar omdat hij open staat voor andere meningen. Hij denkt misschien dat Arthur en Barbara gegronde redenen hebben om zo enthousiast over Sophie te zijn. Tenzij nummer vier, David, denkt over echt betere informatie te beschikken dan zijn voorgangers, zal hij zijn voorgangers waarschijnlijk volgen. Als hij dat doet dan zit hij vast in een zogenoemde informatie cascade en als een mak schaap volgen. De kans dat de rest de eerste mening volgt is groot, ook al hebben ze een goede reden aan te nemen dat een andere kandidaat de betere is. Pas als de groeiende consensus de plank helemaal misslaat gaan ze er misschien nog tegenin. Zo niet, dan eindigt de stemming unaniem voor Sophie. Vanwege het openingsbod van Arthur.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Wie mag bij een bespreking van de individuele scores als eerste een toelichting geven? Die keuze zou net als bij het muziekexperiment bepalend kunnen zijn voor het vervolg van de bespreking en daarmee van de scores die individuen uiteindelijk geven. Je moet je dus altijd goed afvragen wie het openingsbod van een bespreking doet, waarom diegene dat zou moeten zijn, en hoe je de bespreking vervolgens zodanig inricht dat je de macht van het openingsbod vermindert of nog beter: elimineert.

Wie geef je het openingsbod?
Inkopers denken vaak dat een individu de uitkomst van een consensusbespreking niet kan manipuleren als we met een consensusscore werken: iedereen is immers onderdeel van de bespreking. De les uit Ruis vertaald naar de inkooppraktijk is dat dat weleens een illusie kan zijn. Iemand die een bepaalde uitkomst wil hebben, de daarbij passende scores geeft én die scores als openingsbod mag uitbrengen, zou weleens in hoge mate bepalend kunnen zijn voor de uitkomst. We zagen dat je al moet nadenken over wie je waarom het openingsbod zou moeten geven. Je zou je met de kennis van dit manipulatie experiment ook moeten afvragen wie je het openingsbod juist niet wilt laten geven, en ook waarom niet.  

Drie soorten hiërarchie
Er zijn drie soorten hiërarchie waar je als inkoper op moet letten. Ten eerste de respect-expert ten opzichte van de ‘gewone’ expert. Er is altijd een expert die meer gepubliceerd heeft, meer ervaring heeft of om een andere reden alom gerespecteerd wordt. Het is verstandig om diegene niet als eerste het woord te geven omdat zijn mening die van de anderen zal beïnvloeden. Ten tweede is er de hiërarchie in rang. Als de directeur of de manager in de beoordelingscommissie zit moet ook hij of zij als laatste aan het woord komen. En tenslotte hebben we nog het verschil tussen introverte en extraverte mensen. Een inkoper/procesbegeleider moet ervoor zorgen dat ook de beoordelaars die zich niet graag in een groep op de voorgrond zetten hun inbreng hebben. Laten we de groupthink dat ongewenste beïnvloeding eigenlijk niet kan plaatsvinden, voor de zekerheid maar gauw verlaten.

Het openingsbod is dus van groot belang. In het volgende artikel zullen we zien dat Kahneman überhaupt niet veel wil weten van consensusbeoordelingen.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Voor herstel vatbare vormfouten

Fouten maken is menselijk en het komt regelmatig voor dat Aanbestedende diensten zaken moet aanpassen of rectificeren gedurende de aanbestedingsprocedure. Het maken van fouten is echter niet beperkt tot de zijde van Aanbestedende diensten. Inschrijvende ondernemingen maken om allerlei redenen ook fouten. De vraag die dan rijst is in hoeverre kans moet worden geboden om de fouten te herstellen zonder dat aan de beginselen van het aanbestedingsrecht geweld wordt gedaan. In deze blog zullen we het vraagstuk van het herstellen van (vorm)fouten, die worden gemaakt door inschrijvende ondernemingen, bespreken. Wij gaan verkennen aan welke voorwaarde voldaan moet worden om de mogelijkheid tot herstel van (vorm)fouten te geven. We zullen ook nagaan in welke situaties het herstel van vormfouten indruist tegen het aanbestedingsrecht en derhalve onrechtmatig is.

Het SAG- en Manova arrest

In het SAG-arrest ging het om een geding tussen het Úrad  (Bureau voor openbare aanbestedingen) en ondernemingen, waaronder SAG, zijn uitgesloten van een in de loop van het jaar 2007 uitgeschreven aanbestedingsprocedure, met het oog op de verrichting van diensten op het gebied van de inning van tolgelden op autosnelwegen en op bepaalde wegen. De uitsluiting volgde nadat SAG en de andere inschrijvende onderneming  een nadere toelichting hadden gegeven over hun abnormale lage inschrijving. De reden hiervoor was dat SAG niet voldoende had geantwoord op het verzoek om toelichting bij de abnormaal lage prijzen bij hun inschrijving. Voorts voldeed de inschrijving van SAG niet aan bepaalde in het bestek vastgelegde voorwaarden. De vraag die dan rijst is of de uitsluiting gerechtvaardigd was of is de uitsluiting disproportioneel en had SAG in staat moeten worden gesteld om die fouten te herstellen?

Doorgaans wordt er uitgegaan van het beginsel dat er geen kans op herstel mag worden geboden. Bij de beoordeling van een inschrijving moet worden uitgegaan van de inschrijving zoals die bij het sluiten van de inschrijftermijn zijn ontvangen. Het beginsel van gelijke behandeling en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult  tenzij het gaat om een (kleine) aanvulling of verbetering. Dit heeft het Hof later bevestigd in het Manova-arrest. In dit arrest wordt uitgelegd dat herstel wordt geboden als het voornamelijk gaat om het rechtzetten van kennelijk materiële fouten of klaarblijkelijk een eenvoudige precisering die er niet toe mag leiden dat een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Voorts kan de verbetering alleen betrekking hebben op gegevens die waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor einde van de inschrijvingstermijn.

Wat houden de begrippen ” rechtzetten van kennelijk materiële fouten” en ” klaarblijkelijk eenvoudige precisering” in en worden ze in de rechtspraak of literatuur verder gedefinieerd? Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn de begrippen niet concreet gedefinieerd maar er is legio  rechtspraak waaruit geconcludeerd mag worden dat het hier moet gaan om onder de omstandigheden van het geval  heel geringe fout of omissie die evident is. Hieronder volgt er een samenvatting van drie rechterlijke uitspraken die deze conclusie illustreert.

  1. De voorzieningenrechter in Amsterdam oordeelde dat het niet opsturen van het UEA van de onderaannemer bij de inschrijving van de hoofdaannemer voor herstel vatbaar was[1]. Het was bij de inschrijving van de hoofdaannemer (blijkens het UEA) duidelijk dat een beroep werd gedaan op de draagkracht van de betreffende onderaannemer. Door de omstandigheden van het geval kon worden opgemaakt dat de fout door de hoofaannemer evident is en voor een eenvoudig herstel vatbaar blijkt.
  2. De rechtbank Gelderland meende dat het wijzigen of aanvullen van een opgegeven referent na de inschrijvingstermijn rechtens niet meer toelaatbaar was. De eerdere opgegeven referent kon niet bevestigen dat de inschrijver in de afgelopen drie jaar aan ten minste vijf cliënten van de referent specialistische ggz zorg heeft verleend. In de aanbestedingsstukken is verwoord dat inschrijvers na het verstrijken van de inschrijvingstermijn in hun inschrijving geen (inhoudelijke) wijzigingen mogen aanbrengen. In dat kader is het de inschrijver na inschrijving, waarin de inschrijver een bepaalde referent voor een bepaald type ggz heeft opgegeven, niet toegestaan de inschrijving te wijzigen door een andere referent in de regio op te geven. Zelfs niet na vaststellen van het feit dat in de geschiktheidseis in beginsel geen geografische beperking zijn gesteld[2]. In mijn beleving heeft de rechtbank geen herstel geboden omdat de fout redelijk eenvoudig te voorkomen was en ook niet per ongeluk is gemaakt.
  3. De rechtbank Den Haag overwoog dat het onbeantwoord laten van een vraag over een facultatieve uitsluitingsgrond in het UEA niet  als een kennelijke fout mocht worden gezien en daarom niet voor herstel vatbaar was. Ook hierin was m.i. de omstandigheden van het geval bepalend. Het was vast komen te staan dat een combinant een ander versie UEA had gebruikt bij hun inschrijving dan zulks door Aanbestedende dienst is verstrekt. De ongeldigheid van de inschrijving zat niet zozeer in het gebruik van het afwijkend UEA. Het gebruik van een afwijkend UEA vergroot echter wel de kans op fouten bij de invulling ervan. De combinant is hierdoor vergeten de facultatieve uitsluitingsgronden aan te vinken en de daarbij behorende vraag te beantwoorden. Deze omstandigheden wegen ook zwaar omdat in de aanbestedingsleidraad specifiek aandacht was gevraagd voor het invullen van het UEA[3]. Door goed de aanbestedingsstukken te lezen en op te letten bij het invullen van het UEA had de fout voorkomen kunnen worden is mijn inschatting. Zulke fouten komen blijkbaar niet voor herstel in aanmerking


Aanbestedingsleidraad: kan bepaling

De discussie of er wel of geen herstelmogelijkheid moet worden geboden kan worden beslecht door de formulering in de aanbestedingsleidraad. Als er in de aanbestedingsleidraad een uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie is opgenomen is “het rechtzetten van kennelijk materiële fouten” of het aanbrengen van “klaarblijkelijk een eenvoudige precisering” niet toegestaan. Dit volgt eveneens uit het Manova-arrest en andere rechtspraak[4]. Aanbestedende diensten moeten zich immers houden aan hun eigen vastgestelde (spel)regels anders handelt men in strijd met het transparantiebeginsel van het aanbestedingsrecht. Aanbestedende diensten doen er dus goed aan bij het formuleren van de uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie ruimte te maken om te beoordelen of de omstandigheden van het geval een herstelmogelijkheid toelaat. Dit kan door middel van de zogenaamde kan-bepaling. Het enkele feit dat er een vormfout wordt ontdekt in de inschrijving leidt dan niet zonder meer tot het uitsluiten van de desbetreffende inschrijver.


[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6753

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:375

[3]https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7599

[4] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62012CJ0336;    https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7169

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking Aanbesteden Zero Emissie gepubliceerd

De Buyer Group Zero Emissie Bouwmaterieel (ZEB) heeft de eerste documenten die ze heeft opgesteld openbaar gemaakt. Pieter Litjens, directeur CROW en gezicht van het Netwerk Duurzaam GWW, nam de Handreiking Aanbesteden Zero Emissie Bouwmaterieel  in ontvangst. Hiermee kunnen publieke opdrachtgevers beter en sneller emissieloos bouwmaterieel uitvragen bij aanbestedingen van GWW-projecten.

De Buyer Group ZEB is bedoeld om duurzame inkoop te stimuleren zodat emissieloos bouwmaterieel sneller de norm wordt. De handreiking ondersteunt in die ambitie met inspiratie en kennis voor inkopers. Alle informatie staat er overzichtelijk bij elkaar. Meer informatie over de duurzaamheidswinst van zero emissie bouwmaterieel en tips om hier op uit te vragen in aanbestedingen, zijn te vinden bij de Buyer Group.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/handreiking-voor-versneld-aanbesteden-met-zero-emissie-bouwmaterieel

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Juni 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht ‘Harmonisatie doelgroepenvervoer’. Inschrijvers is gevraagd om een directe kilometerprijs per vervoersstroom in te dienen. In de minimumeisen is opgenomen dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs dienen aan te bieden. Een van de inschrijvers is bericht dat de door haar opgegeven prijEen aanbestedende dienst heeft een aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht ‘Harmonisatie doelgroepenvervoer’. Inschrijvers is gevraagd om een directe kilometerprijs per vervoersstroom in te dienen. In de minimumeisen is opgenomen dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs dienen aan te bieden. Een van de inschrijvers is bericht dat de door haar opgegeven prijzen onder kostprijs zijn of abnormaal laag en dat een of meer kostencomponenten zijn verwerkt in andere vervoersstromen. Dit maakt de inschrijving ongeldig. Vervolgens zijn een aantal inschrijvers in de gelegenheid gesteld hun prijzen aan te passen naar een voor alle vijf de vervoersstromen marktconform en exploitabel niveau, onder de voorwaarde dat het gewogen gemiddelde in het prijzenblad niet wijzigt. Hiertoe zijn twee inschrijvers niet bereid, omdat zij van mening zijn dat op basis van synergieën en schaalvoordelen tot een realistische prijs per vervoersstroom is gekomen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de eis dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs aan dienen te bieden onvoldoende duidelijk en voor meerdere uitleg vatbaar is. Het gevolg hiervan is dat de inschrijvingen onderling niet goed vergelijkbaar zijn. Dit gebrek in de aanbestedingsprocedure kan enkel worden hersteld met een heraanbesteding.

Betekenis voor de praktijk
Zorg dat eisen voldoende duidelijk zijn en niet voor meerdere uitleg vatbaar zodat inschrijvingen onderling goed vergelijkbaar zijn. Consulteer bij twijfel de markt, bijvoorbeeld met een (mini-)marktconsultatie per e-mail over de betreffende eis.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Chinese bedrijven geweerd in aanbestedingen windparken op zee

TenneT, landelijk netbeheerder, kan bij toekomstige aanbestedingen makkelijker Chinese bedrijven uitsluiten. Vanwege potentiële veiligheidsrisico’s mogen Chinese partijen in de toekomst niet meer inschrijven op aanbestedingen van TenneT voor vitale delen van het elektriciteitsnetwerk. Minister Rob Jetten vindt de risico’s voor de staatsveiligheid te groot, daarom wil hij een wijziging in de elektriciteitswet aanbrengen. Hierdoor kan TenneT risicovol geachte bedrijven makkelijker weren.

Duidelijkheid
TenneT verklaart zelf te hebben gevraagd om meer duidelijkheid over hoe om te gaan met Chinese partijen. Zij schrijven in bij aanbestedingen voor vitale infrastructuur, zoals de opdracht voor twee hoogspanningsstations en transformatorplatforms op zee, ook wel ‘stopcontacten op zee’ genoemd. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat legde vorig jaar de aanbesteding voor één van die twee projecten stil vanwege de veiligheidsrisico’s.

Nationale veiligheid
De voorgestelde wetswijziging moet de toenemende zorgen over de nationale veiligheid enigszins sussen. Jetten stelt zich bewust te zijn van de risico’s van mogelijke Chinese inmenging in de Europese energie-infrastructuur. Tegelijk benadrukt hij dat alleen Chinese afkomst niet voldoende is om als bedreigend aangemerkt te worden.

Extra eisen
Uit een veiligheidsanalyse bij TenneT die het ministerie in 2020 deed, bleek dat de veiligheid beter gewaarborgd zou kunnen worden. Door dit nieuwe beleid worden er nu extra eisen aan partijen gesteld bij aanbestedingen. Chinese bedrijven kunnen nu geweerd worden. Zij nemen een steeds prominentere plaats in bij aanbestedingen in het Europese net, ook bij TenneT in Duitsland en Nederland wonnen zij recent grote opdrachten.

Aanbesteding heropend
De eerdere, stilgelegde aanbesteding van de twee ‘stopcontacten op zee’ wordt volgens de nieuwe regels geopend. De criteria voor een Europese aanbesteding worden gebruikt, maar ze worden zó opgesteld dat Chinese bedrijven niet in kunnen schrijven.

Geen kans
Daarnaast verandert het aanbestedingsproces van TenneT in de basis. Alle geplande aansluitingen tot 2030 worden nu als geheel aanbesteed. Dat betekent met een bedrag van € 30 miljard een van de grootste publieke aanbestedingen in ons land. Vereiste is dat inschrijvers een bewezen trackrecord hebben in de bewuste technologie in Europa. Concreet betekent dit dat Chinese bedrijven geen kans maken.

Nieuwe ambities
De samenwerkingsovereenkomst wordt voor maximaal acht jaar afgesloten. Zo moet de doelstelling van de landen rond de Noordzee worden gehaald. Zij hebben recent de ambities voor windparken op zee naar boven bijgesteld. Leveranciers hebben door de langere samenwerkingsovereenkomsten een grotere leveringszekerheid en kunnen nu beter productiecapaciteit vast gaan leggen.

Bron: https://fd.nl/bedrijfsleven/1443061/chinezen-verbannen-bij-aanleg-cruciale-delen-stroomnet-nwf2caxz5AlF

Partner van Aanbestedingscafé:

The wisdom of the crowd

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het tweede uit die reeks.

Zonnig weer? Je academische titel is minder waard…
Iedereen heeft last van wat Kahneman gelegenheidsruis noemt. Een onderzoek naar 700.000 huisartsconsulten liet bijvoorbeeld zien dat artsen aan het eind van een lange dag significant vaker opiaten voorschreven. Zelfs het weer heeft een meetbare invloed op professionele beoordelingen.

Uri Simonsson toonde aan dat toelatingsbureaus van universiteiten als het bewolkt is meer gewicht toekennen aan de academische prestaties van een kandidaat, en als de zon schijnt meer aan andere aspecten van zijn of haar CV. De titel van zijn artikel hierover was: ‘Clouds make nerds look good’. Oftewel: toevallige externe factoren bepalen hoe wij beoordelen. En laten de uitkomsten van aanbestedingen nu in hoge mate van beoordelingen af laten hangen….

Simpele oplossing kan uitkomst bieden
Een heel eenvoudige oplossing om dit soort ruis te verminderen is volgens Kahneman door simpelweg meer beoordelaars in te zetten. Hij geeft daar echter gelijk de kanttekening bij, dat dat in veel gevallen gewoonweg te kostbaar zal zijn. In zijn boek geeft hij het voorbeeld van een docent die opstellen van leerlingen uit de derde klas moet nakijken. Als hij dat gewoon alleen zelf doet kunnen er allerlei zaken zijn die het eerlijk beoordelen beïnvloeden (ruzie met zijn echtgenote, zijn nieuwe auto net aangereden, net een prijs gewonnen ect).

Hij kan het proces dus wat zuiverder maken door bijvoorbeeld een collega te vragen de opstellen ook na te kijken. Hij zou de relatief complexe beoordelingstaak kunnen structureren, of de opstellen vaker kunnen lezen en dan in een andere volgorde. Een gedetailleerde scorerichtlijn als checklist zou ook kunnen helpen en hij zou ook elk opstel op hetzelfde tijdstip van de dag kunnen lezen om gelegenheidsruis te vermijden.

Wisdom of the crowd: niet nieuw, nog wel steeds actueel
Het beoordelen met meerdere personen noemt Kahneman ‘the wisdom of the crowd’. Al in 1907 vroeg Francis Galton, een veelzijdig geleerde en een neef van Darwin, 787 bezoekers van een jaarmarkt het gewicht van een grote prijs-os te schatten. Geen van de bezoekers noemde het juiste gewicht, 1198 pond, maar het gemiddelde van de schattingen was 1200 en zat er dus maar 2 pond naast.

Tijdens het live experiment bij het PIANOocongres hebben we dat ook zelf aangetoond. We hadden een pot met 297 Napoleons erin en ruim 150 mensen hebben geschat hoeveel erin zaten. Niemand had het juiste antwoord, maar het gemiddelde van de massa zat er slechts 3 naast.

Wisdom of the crowd werkt uitstekend als je een antwoord in de goede richting zoekt
Kahneman brengt bij wisdom of the crowd een nuance aan. Als het gaat om een complexe zaak met veel verschillende elementen, waarvoor specialistische kennis nodig is, zal een beoordelingscommissie van 100 personen eerder meer dan minder ruis geven. Ook bij zeer complexe zaken werkt besluitvorming in grote groepen eerder polariserend en dus ruisversterkend. Men beweegt mee met een expert en versterkt elkaar in die richting. Of beweegt mee met het openingsbod. Of met een hiërarchisch hoger geplaatst persoon.

Maar… als je een antwoord op een vraag zoekt waarbij het gaat om inschattingen en inzichten, dan heeft de crowd veel wisdom. Het kan dus nut hebben om bij aanbestedingen met meer – lees: veel meer –  beoordelaars te werken.

En bij aanbestedingen zoeken we ook vaak dat soort antwoorden
Denk bijvoorbeeld aan de  nieuwe kleur voor de aan te schaffen leerlingenvervoerbusjes. Dan is het mogelijk en misschien zelfs wenslijk om de ouders of zelfs de kinderen mee te laten beslissen. Er is geen technische kennis voor nodig om te bepalen welke kleur je het mooist vindt.

En nog vaker voorkomend bij aanbestedingen: het beoordelen van Plannen van Aanpak. Daarbij proberen we dan objectief in te schatten hoe groot de kans is dat een bepaald Plan van Aanpak tot succes leidt. Hierbij gaat het immers om inschattingen en inzichten.

Praktische bezwaren oplossen leidt mogelijk zelfs tot betere aanbestedingen
Een argument tegen ‘the wisdom of the crowd’ bij aanbestedingen zou kunnen zijn dat als 100 beoordelaars kennis nemen van de plannen van aanpak van inschrijvers, er geen sprake meer is van de bescherming van bedrijfsgevoelige informatie. Dit is prima oplosbaar. Je kunt dat bijvoorbeeld oplossen door niet een uitgebreid plan van aanpak te laten schrijven, maar de inschrijvers korte stukjes per onderwerp te laten schrijven die niet herleidbaar zijn tot de inschrijver. Die stukjes zou je dan bijvoorbeeld zelfs met multiple choice vragen door de 100 beoordelaars kunnen laten beoordelen.

De aanbesteding wordt er mogelijk zelfs stukken beter van: je dwingt de aanbieders zich op de kern te richten, en vraagt ze niet om lange lappen proza op te leveren.

Let wel op! Ook bij een groep moet je een duidelijk beoordelingskader hebben
Bij aanbestedingen is het gebruik van een beoordelingscommissie volstrekt ingeburgerd. Toch was dat niet altijd zo. Pijnacker Hordijk (Aanbestedingsrecht, vierde druk 2009), zei hier nog het volgende over: “Een in de praktijk steeds vaker opkomende vraag is of de beoordeling van de inschrijvingen door een team van beoordelaars voldoende objectief en transparant is. Op zichzelf doet het er niets toe of de beoordeling plaatsvindt door één beoordelaar of een team van beoordelaars, omdat een beoordeling hoe dan ook dient plaats te vinden aan de hand van duidelijke, precieze en ondubbelzinnige criteria en dienovereenkomstig ook aan de hand van die criteria toetsbaar dient te zijn. Het is derhalve een misvatting dat een subjectieve beoordeling door een aantal beoordelaars alsnog objectief en transparant wordt door die beoordelingen te middelen.”

Goede balans zoeken zijn we aan onze stand verplicht
Kahneman geeft aan dat er een grens zit aan een investering in ruisreductie. Het lijkt echter vanzelfsprekend om juist bij aanbestedingen, waarbij het gaat om het uitgeven van belastinggeld, te proberen de ruis zo laag mogelijk te houden. Je zou wel kunnen redeneren dat er bij een Europese aanbesteding van € 20.000.000,- meer aan ruisreductie gedaan moet worden dan bij een meervoudig onderhandse aanbesteding voor € 50.000,-.

De impact van beoordelingen van kwaliteit is bij aanbestedingen groot, en nu we steeds minder op prijs inkoper zelfs steeds groter en daarmee vaak zelfs doorslaggevend. We zijn het aan onze stand verplicht om goed na te denken of we méér moeten doen om uitkomsten minder/niet van toevalligheden af te laten hangen.  

Clouds make nerds look good … laten wij ervoor zorgen dat zoiets niet geldt voor onze aanbestedingen!

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

De visafslag voor aannemers

Soms is een bijeenkomst met vakidioten nuttig. Deze mensen hoeven elkaar niets uit te leggen, iedereen heeft meer dan basiskennis van de materie, kent de afkortingen en – bij aanbestedingen – de jurisprudentie en de geschiedenis van de aanbestedingswet. Een onderwerp kan direct de diepte in gaan.

Een samenzijn (lees: borrel) met slimme mensen zonder of met heel weinig kennis van de materie kan daarentegen ook nuttig zijn. Zo ook de inzichten van een kind die, niet geremd door enige juridische kennis, vragen stelt over de dikte van een overeenkomst.

Net als over de prestaties van het nationale voetbalelftal en hun coach, de politici in Den Haag (of nog erger: Brussel) en het weer, zijn over aanbesteden ook heel veel meningen. Te ingewikkeld, niet eerlijk, te duur, geen goede start van de samenwerking et cetera, et cetera. Op zich zijn al meerdere columns te vullen met alleen de kritieken op het aanbesteden. Nadeel is wel dat het zulke zure stukjes worden…

Nadat de betreffende borrel verder vorderde, werd de aanbestedingswet voor de bouwsector aan de kant geschoven en vervangen door een visafslag.

In de bouw wordt wel eens gekscherend gezegd dat de aannemer die het werk wordt gegund, de meeste fouten heeft gemaakt in zijn begroting. Het goed afprijzen van een bestek (technisch ontwerp [1]) van een groot werk, is dan ook een helse klus met een grote kans op fouten. Met vaak gedoe over meer en minderwerk als het werk eenmaal is gegund. De bouwteam-, tweefasen- en verificatiemodellen zijn er onder meer om de ervoor te zorgen dat de aannemer een correcte en volledige prijs kan indienen. Blijkbaar is een reguliere aanbestedingsprocedure daarvoor niet altijd de eigenlijke manier.

Terug naar de visafslag.

Als een bouwbegroting wordt platgeslagen, bestaat deze uit Directe Bouwkosten, de Algemene Bouwplaatskosten en opslagen (percentages) voor de Algemene Kosten, Winst en Risico, CAR-verzekering en soms Coördinatie.

De Directe Bouwkosten en de Algemene Bouwplaatskosten zijn een broedplaats voor fouten. Zeker als tijdens de aanbestedingsprocedure contractueel risico’s ten aanzien van de volledigheid van de begroting naar de aannemer worden geschreven.

Het enige contractmodel waarover – disclaimer: n=1 – de opdrachtgever en de aannemer een positief verhaal vertelden, was het Ronde Tafel model [2]. Hierbij werden met een open begroting en met vaste opslagen een bouwproject uitgevoerd. Deze open begroting werd niet alleen beoordeeld op basis van de blauwe ogen van de aannemer maar ook met een (accountant) controle op kantoor van de aannemer. Hoewel vertrouwen goed is, blijkt controle toch soms nodig. Door deze controle verkleint de zorg van veel opdrachtgevers dat een open begroting minder open is dan wordt voorgespiegeld door de aannemer.

In een (omgekeerde) visafslag, waarin een oplopende klok de hoogte van de opslagen aangeeft, kunnen Inschrijvers op een knop drukken als ze de betreffende opslagen (marges) accepteren. De Inschrijver die het eerst drukt, wordt het werk gegund. Heel eerlijk en weinig tenderkosten.

Als deze bouwafslag-aanbesteding middels een niet-openbare procedure wordt georganiseerd, is de Aanbestedende Dienst er ook nog van verzekerd dat de Inschrijver die op de knop drukt, in staat is het werk te maken. Deze controle wordt immers uitgevoerd in de eerste fase van de niet-openbare procedure.

Lage tenderkosten, geen gedoe meer over indexeren (er wordt immers ingekocht tegen de dan geldende prijzen) en een duidelijk kader waarbinnen meer en minderwerk wordt gerekend. Welke aannemer wil dit nu niet? Nu nog zorgen voor weinig bouwfouten en de marges zullen omhoogschieten.

Naast het feit dat de Opdrachtgever vooraf een goede directieraming moet maken, zullen er vast meer haken en ogen zitten aan deze aanbestedingsvorm. Maar als oplossing voor heel veel nadelen van aanbesteden, lijkt het een mooi alternatief om verder uit te werken.

****
Ad 1: betreft een ontwerp dat zeer nauwkeurig is uitgewerkt door het ontwerpteam.
Ad 2: zoek op YouTube “Ronde tafel” en een naam van een grote aannemer.

Partner van Aanbestedingscafé:

Taxi- en zorgvervoer met steeds betere kwaliteit aanbesteed

Aanbestedingen in taxi- en zorgvervoer zijn van steeds hogere kwaliteit. Dat is de conclusie die Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) trekt in het jaarverslag 2021. Er is een toename van kwaliteitseisen in de bestekken en de aandacht voor ondergrenstarieven groeit.

Minder aanbestedingen
AIM beoordeelt aanbestedingen jaarlijks op zo’n vijftig criteria. In 2021 waren dit dertig aanbestedingen. Door corona konden de aantallen van voorgaande jaren niet worden gehaald. De verwachting is dat dit in 2022 en daarna weer bijtrekt door een inhaalslag van uitgestelde aanbestedingen die alsnog op de markt komen.

Looptijden
Opvallend is dat de aanbevelingen van het AIM niet altijd gelijk worden opgenomen in een bestek. Toch blijken ze bij latere aanbestedingen alsnog een rol te spelen. Een van de aanbevelingen uit eerdere jaren was de looptijd van contracten. In 2021 valt eindelijk op dat looptijden van contracten langer zijn. Dat betekent dat arbeidscontracten voor onbepaalde tijd ook vaker tot de mogelijkheden behoren. De inzet van zero emissie voertuigen is inmiddels bijna standaard een gunningscriterium. Naast de grotere aandacht voor duurzaamheid, is de toename van kwaliteitseisen, de cao-verklaring en aandacht voor ondergrenstarieven ook goed nieuws uit de sector.

Aandachtspunten
Het AIM adviseert om bij inkoop alsnog rekening te houden met corona. Bovendien spelen de stijgende brandstofprijzen een grote rol in de vervoerskosten. Beide zaken verdienen aandacht van de sector. Bron: https://www.taxipro.nl/contractvervoer/2022/06/21/kwaliteit-aanbestedingen-taxi-en-zorgvervoer-gaat-omhoog/?gdpr=accept

Partner van Aanbestedingscafé:

Intensieve samenwerking Rijkswaterstaat en markt verloopt positief

Rijkswaterstaat en de markt intensiveren hun samenwerking in het transitieprogramma ‘Op weg naar een vitale infrasector’. De samenwerking begint steeds meer vorm te krijgen met nieuwe vormen van aanbesteden en projectuitvoering die gangbaarder worden. Doel is een innovatieve, duurzame sector te realiseren met projecten die voorspelbaar en met een goede risicobeheersing verlopen.

Transitieaanpak
Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat informeerde de Tweede Kamer over de monitoring en doorontwikkeling van de transitieaanpak. Hieruit blijkt dat het programma werkt en positief wordt ervaren door de markt. Inmiddels zijn er meer dan 10 projecten waarin het twee-fasen contract wordt gebruikt, bijvoorbeeld de verbreding van de snelweg A27 Houten-Hooipolder, de renovatie van de IJsselbruggen in de A12 en de renovatie van de tunnels in de snelweg A73. Ook de portfolio-aanpak wordt soms gebruikt, bijvoorbeeld bij de renovatie van de Haringvlietbrug en de Papendrechtsebrug.

Taskforce Infra
Daarnaast zijn een aantal onderhoudscontracten aanbesteed met verbeteringen, zoals een langere doorlooptijd en meer oog voor de samenwerking. Deze is sinds 2020 geïntensiveerd met behulp van de nieuw opgerichte Taskforce Infra. Hierin nemen Rijkswaterstaat en een brede infracoalitie deel met als doel de transitie aan te jagen.

Blijvende verandering
De transitieaanpak wordt in het komende jaar doorgezet met een steeds groter accent op borgen van resultaten in het marktbeleid van Rijkswaterstaat. Hiermee moet een blijvende verandering worden gerealiseerd en bestendigd. Ook de houding en het gedrag van infrawerkers maakt deel uit van de nieuwe aanpak, net als een intensievere kennisuitwisseling met vergelijkbare programma’s en initiatieven bij andere opdrachtgevers. In een volgende monitor komt meer aandacht voor de effecten van de nieuwe samenwerkingsvormen en de (financiële) beheersing van projecten.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/06/samenwerking-rws-en-markt-verder-geintensiveerd-transitie-naar-vitale-infrasector-op-stoom

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederlandse bedrijven profiteren van aanbestedingsmarkt

Vooral Nederlandse bedrijven profiteren van de contracten die de Nederlandse overheid aanbesteedt. Dat blijkt uit onderzoek van Cobouw. In de top 25 van bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren, voerden in 2021 infrabouwers de boventoon. Met afstand de grootste opdracht was die voor renovatie van de Amsterdamse kademuren, een contract ter waarde van 750 miljoen euro.

Nederlandse bedrijven profiteren
Cobouw analyseerde bijna 400 aanbestedingen die in 2021 via TenderNet werden gepubliceerd. In totaal was met al deze opdrachten 3,4 miljard euro gemoeid. Daarmee is de investering 400 miljoen euro hoger dan het jaar ervoor. Hoewel iets meer dan de helft van de contracten Europees is aanbesteed, zijn het vooral de Nederlandse bedrijven die profiteren van alle uitgezette opdrachten. Daarmee zet de dalende trend van buitenlandse bouwers op de inframarkt zich voort.

Top 3 contracten
Het contract in Amsterdam voor vervanging van de kademuren is het grootste gegunde contract in 2021. Het werk aan de openbaarvervoerterminal in Amsterdam-Zuid staat met een waarde van ruim 3 miljoen euro op een tweede plek. De derde in de ranglijst van opdrachten naar waarde is met ruim 126 miljoen voor de reconstructie van de N65 tussen Vught en Haaren.

Opdrachten
Gekeken naar het aantal tenders komen Heijman Infra en Strukton Rail met ieder 15 binnengesleepte contracten als beste uit de bus. Rijkswaterstaat is met 41 aanbestedingen de grootste opdrachtgever, direct gevolgd door gemeente Amsterdam, ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf. Na Amsterdam is van de decentrale overheden provincie Brabant de grootste aanbesteder.

Criteria en procedures
Het belangrijkste criterium in aanbestedingen is die van de prijs-kwaliteitverhouding. Zo’n 86 procent van de contracten werd op deze grond gegund. In 14 procent van de contracten gaf de laagste prijs van de inschrijvers de doorslag. De meeste tenders, 145, werden in 2021 niet-openbaar aanbesteed. De openbare procedure werd in 138 gevallen toegepast gevolgd door onderhandse gunning voor 40 aanbestedingen.

Bron: https://www.cobouw.nl/305788/gunningenonderzoek-2021-kadebouwers-floreren-steeds-minder-buitenlanders-op-markt

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingen windparken op zee voor vergunningverlening op de markt

In 2030 moet Nederland 21 gigawatt aan energie op zee opwekken. Dat is zo’n 75% van het landelijke energieverbruik. De ministerraad heeft definitief vastgesteld waar de windparken op zee komen. Ook is de planning van het hele ontwikkeltraject nu helder, in totaal wordt er zo’n 16 miljard euro geïnvesteerd. De aanbesteding voor de windparken opent vanaf 2025

Minister Jetten voor Klimaat en Energie stelt dat de Noordzee de grootste, groene energiebron van het land moet worden. De windparken moeten zo snel mogelijk gereed zijn om de doelen voor 2030 te halen. TenneT gaat contracten voor fabricage van platforms, kabels en apparatuur gunnen voordat definitieve vergunningen rond zijn. Op die manier hoopt de netbeheerder de aanleg volgens planning te kunnen realiseren.

Nederland legde recent vast samen met Denemarken, Duitsland en België om vóór 2050 150 gigwatt aan energie op te wekken in de Noordzee. Hiervan moet 65 gigawatt in 2030 gerealiseerd zijn.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/10/planning-windenergie-op-zee-2030-gereed

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe deskundig zijn de beoordelaars?

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het eerste uit die reeks.

In zijn boek gaat Kahneman uitgebreid in op de kwaliteit van beoordelaars. Het zal geen verrassing zijn dat ook hij vindt dat hoe deskundiger de beoordelaars zijn, hoe beter het eindoordeel zal zijn. Bij zeer vakkundige beoordelaars is er sprake van minder ruis en ook van minder bias. Maar Kahneman is kritisch over het vaststellen van die kwaliteit. De superioriteit van de echte experts ten opzichte van anderen is in zijn ogen alleen verifieerbaar als we de beschikbaarheid hebben over de uitkomst van hun oordelen/voorspellingen. Maar daar ontbreekt het vaak aan. 

In zijn boek werkt Kahneman twee voorbeelden heel uitgebreid uit. Een heel zakelijk voorbeeld is het vaststellen van verzekeringspremies, iets waarbij je zou vermoeden dat de experts redelijk dicht bij elkaar zouden eindigen, wat in de praktijk echter niet zo is. Het tweede voorbeeld is het bepalen van de strafmaat door rechters. Kahneman erkent dat de rol van een rechter juist is om een oordeel te nuanceren. Als er iemand doodgereden wordt, dan maakt het voor de strafmaat uit of het door een dronken chauffeur met diverse waarschuwingen gebeurt, of door een man die met zijn hoogzwangere vrouw op weg naar het ziekenhuis is. Maar het vergrijp blijft hetzelfde, en het vonnis zou binnen bepaalde marges moeten blijven. De uitkomsten die Kahneman echter vond door vonnissen te vergelijken gaan echter veel verder dan dat. Hij schrijft:  

“In een groot onderzoek uit 1981 kregen 208 federale rechters allemaal dezelfde zestien hypothetische zaken voorgelegd. De bevindingen waren schokkend. In slechts drie van de zestien zaken was er unanimiteit wat betreft het opleggen van een gevangenisstraf. Zelfs als de meest rechters het erover eens waren dat een gevangenisstraf gepast was, was er grote variatie in de duur daarvan. In een fraudezaak met als gemiddelde straf van 8,5 jaar was de zwaarste straf levenslang. In een ander geval was de gemiddelde straf 1,1 jaar, maar de zwaarste 15 jaar.” 

In feite is wat een beoordelingscommissie bij een aanbesteding doet, het voorspellen van de beste aanpak. De experts lezen vijf plannen van aanpak en proberen te voorspellen welk plan van aanpak in de praktijk het beste zal werken. Met de inzichten van Kahneman moeten we hier grote vraagtekens bij zetten.  

Op de eerste plaats betwijfelt Kahneman de haalbaarheid van perfecte voorspellingen. Hij noemt dat de ‘ontkenning van onwetendheid’. Het probleem is volgens hem dat mensen geloven in de voorspelbaarheid van gebeurtenissen die in feite onvoorspelbaar zijn, waarmee ze impliciet ontkennen dat er een grens is aan wat je kunt voorzien. Als je naar moderne aanbestedingen kijktdan is het op zijn plaats om vraagtekens te zetten bij gunningscriteria als ‘flexibiliteit’ en ‘samenwerking’. Dit zijn zulke veelomvattende en feitelijk vage begrippen dat je jezelf de vraag moet stellen of een tekstje in een plan van aanpak überhaupt wel een indicatie is van hoe de komende samenwerking gaat verlopen of hoe flexibel de opdrachtnemer zal blijken te zijn. Dat neemt niet weg dat je een goede samenwerking en een flexibele werkhouding gedurende de uitvoering wel kunt belonen met bijvoorbeeld een bonus- of malussysteem, maar als gunningscriterium bij de aanbesteding hoort het niet thuis. 

Op de tweede plaats stelt Kahneman dat je je steeds moet afvragen hoe deskundig de experts in werkelijkheid zijn. Als het om eenvoudige of meetbare taken gaat is het gemakkelijk om vast te stellen of een aanpak succesvol was of niet: de WC is gerepareerd, er is een bepaald bedrag aan omzet gehaald, er zijn 100 facturen verstuurd etc. Bij aanbestedingen die wat ingewikkelder zijn, is het veel moeilijker om toekomstig succes vast te stellen. Er kunnen vaak tientallen redenen zijn waarom een leverdatum niet gehaald wordt of waarom er toch meerkosten zijn. Het menselijk brein is volgens Kahneman over het algemeen niet goed in staat grote aantallen factoren ook nog eens in onderlinge samenhang goed te beoordelen. Er zijn volgens Kahneman beoordelaars die dat wel goed kunnen. De deskundigheid van beoordelaars is volgens Kahneman te meten, maar dat is niet eenvoudig en vereist analyses over een langere termijn. Beoordelaars bij een aanbesteding worden eigenlijk nooit onderworpen aan een evaluatie van de juistheid van hun oordeel. Dat zou, op lange termijn wel een indicatie van hun deskundigheid geven. Het vertrouwen dat we nu hebben in bepaalde experts is meestal gebaseerd op het respect dat ze onder hun collega’s genieten. Kahneman noemt dat respect-experts. Training, ervaring en (zelf)vertrouwen zorgen ervoor dat respect-experts geloof in hun inzicht weten af te dwingen. Maar zegt Kahneman, deze zaken vormen geen garantie voor de kwaliteit van hun oordelen. Hij gaat hier heel erg ver in. Hij zegt:  
“Zijn we nagegaan of de experts die wij vertrouwen het beter doen dan pijltjesgooiende chimpansees?” 

Dit is het eerste artikel uit de reeks naar aanleiding van het boek ‘Ruis’ van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Let's talk about it

‘Dialoogprocedures’, zoals de mededingingsprocedure met onderhandeling en concurrentiegerichte dialoog, zie ik, in navolging van de grond-, weg- en waterbouwaanbestedingen, ook in ‘mijn’ branche (de ICT-dienstverlening) steeds vaker terug. Ik ben wel een fan moet ik zeggen. Dialooggesprekken zijn een beetje als daten: je bent aan het onderzoeken ‘wat voor vlees je in kuip hebt’, of er een goede match is. Mits goed uitgevoerd zou je het ook kunnen zien als preventieve relatietherapie. Door wederzijds een beter begrip te creëren, ontstaat een meer open en transparante relatie en voorkom je een ‘huwelijkscrisis’ tijdens de uitvoering.

Win-win

‘Dialoogprocedures’ brengen de interactie tussen opdrachtgever en potentiële opdrachtnemers naar een hoger niveau. De gesprekken geven beide kanten veel meer informatie over elkaars achtergronden, doelstellingen, (informatie)behoeften, overwegingen, belangen en prioriteiten. Elkaar zaken écht kunnen uitleggen, in plaats van de, vaak wat geforceerde, schriftelijke wijze van communicatie middels de nota’s van inlichtingen, zorgt voor wederzijds begrip.

Daarnaast starten deze procedures nagenoeg altijd met een selectiefase. Dit betekent voor ons als Inschrijver een grotere winkans als wij tot de geselecteerden behoren. Bovendien zijn we in staat een kwalitatief betere inschrijving te doen, die beter aansluit bij de daadwerkelijke behoeften.

Nog wel de nodige uitdagingen

Daarentegen zijn ‘dialoogprocedures’ ook duur en tijdrovend. Het moet het dan ook echt wel waard zijn. In ons geval is dat bijvoorbeeld als de gevraagde ICT-oplossing uit meerdere technologieën c.q. standaardoplossingen bestaat, de scope, specificaties en/of het technisch ontwerp nog niet (geheel) vastliggen en/of sprake is van innovatieve technologie. Ook moet de contractwaarde groter dan gemiddeld zijn om de investering te rechtvaardigen. Qua bidkosten gaat het immers snel om een factor twee van de kosten van een reguliere niet-openbare procedure.

Cruciaal voor het succes zijn een goede voorbereiding en uitvoering … van beide kanten! Dus geen agenda’s die de dag ervoor pas worden rondgestuurd, onvoldoende visie op de oplossing, alleen maar eenzijdig zenden of alleen informatie ophalen, geen ruimte voor additionele agendapunten, een door juristen gedreven gesprek, de kaarten tegen de borst houden, aanwezigheid van ‘angst’ om ongewild een partij te bevoordelen, niet een USP van één partij met de concurrentie delen, een onlogische volgorde in de dialooggesprekken (als gevolg van vakanties), het tweede dialooggesprek dat het eerste tegenspreekt of deelnemers van dezelfde partij die elkaar tijdens een dialoog tegenspreken, belangrijke eisen die tijdens of zelfs na het laatste dialooggesprek wijzigen … We hebben dit allemaal meegemaakt.

Een andere complicerende factor is de onbalans in het stadium waarin beide zich bevinden: waar voor de opdrachtgever de gesprekken vooral bedoeld zijn om de vraag duidelijker te specificeren, willen de opdrachtnemers graag hun oplossingsideeën toetsen. Oftewel, wij zijn al een fase verder. Het is voor ons dan ook zaak de flexibiliteit te behouden om in een aanpassing van de vraag mee te kunnen gaan.

Tot slot, laat die 2500 euro onkostenvergoeding voor de niet-winnaars maar zitten … dat voelt als een alimentatie van 15 euro in de maand. Dat bedankt-etentje voor het bidteam voor hun langdurige inzet, reizen naar de dialooglocatie en additionele werk voor de voorbereiding van de dialoogrondes betalen we dan ook wel zelf.

‘Nee’ is ook een antwoord

Ondanks dat zowel opdrachtgevers op ICT-gebied als wij als opdrachtnemer nog veel te leren hebben, ervaren wij de ‘dialoogprocedures’ toch vooral als positief. De sfeer is eigenlijk altijd constructief en eerlijk. Het begin is een beetje aftasten, maar als iedereen eenmaal ontdooid is, is het vaak nog best gezellig ook. En ‘nee’ is ook een prima antwoord als een van beide een vraag niet kan beantwoorden. Door de dialogen zie je de partijen gedurende procedure meer naar elkaar toe bewegen … of juist niet. Ook dat laatste is prima en voor ons als een van de gegadigden hét moment om ons terug te trekken. Beter niet trouwen, dan een echtscheiding!

Partner van Aanbestedingscafé:

Jaarrapportage Commissie van Aanbestedingsexperts uitgebracht

De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) presenteerde haar 9e jaarrapportage. Ditmaal een verslag over een periode van 10 maanden, te weten 1 maart 2021 tot en met 31 december 2021. Vanaf nu brengt de Commissie per kalenderjaar een verslag uit.

Aangepaste rol
De Commissie krijgt een aangepaste rol waarbij zij zich richt op klachten die eerder in het aanbestedingsproces opkomen. Bovendien zal de Commissie sneller advies uitbrengen en krijgen de adviezen meer gewicht. Enkel klachten over het ontwerp van de aanbesteding (designklachten) worden in behandeling genomen. Hierover volgt binnen 2 weken advies. Gedurende die periode wordt de aanbestedingsprocedure opgeschort tenzij aanbestedende diensten deugdelijk gemotiveerd van het advies kunnen afwijken.

Reactie minister
Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat schrijft enthousiast te zijn over de jaarrapportage van de CvAE. Ze roemt de commissie voor haar betrokkenheid, deskundigheid en grote inzet. De rol van de CvAE acht zij belangrijk voor de aanbestedingspraktijk. De minister zegt voornemens te zijn de rol van de Commissie verder te versterken zodat deze een waarborg kan vormen voor effectieve rechtsbescherming bij aanbesteden.

Bron: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/actueel/nieuws/2022/06/08/9e-periodieke-rapportage-van-de-commissie-van-aanbestedingsexperts

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek crisisinkoop beveelt meer balans en duidelijke prioriteiten aan

Het onderzoek naar Material Supply Strategies in a Crisis (MaSSC) van het Public Procurement Research Centre (PPRC) in Utrecht brengt de inkoop van schaarse middelen in een crisis. Het onderzoek bestaat uit 3 delen: het eerste deel ging voornamelijk over de Nederlandse problematiek en bijbehorende aanpak. Het tweede deel keek naar diezelfde vraag over de grens, in 33 landen op 5 continenten. De bevindingen zijn nu samengebracht in een slotakkoord.

Aanpak
Om te zorgen dat de wereld beter voorbereid is op een toekomstige crisis, werden internationaal 45 lokale experts op het gebied van publieke inkoop en crisisrespons geïnterviewd. De geleerde lessen beschrijft het MaSSC-onderzoeksteam aan de hand van 5 thema’s die naar voren kwamen: bestuur en organisatiestructuren, wet- en regelgeving, leveringsproblematiek, inkoopexpertise en IT-systemen.

Centrale en professionele inkoop
Een gecentraliseerde of decentrale inrichting van het zorgstelsel, blijkt niet uit te maken voor de ontstane problemen bij inkoop tijdens de crisis. Belangrijker blijkt centralisatie van inkoop tijdens een crisis. Daarbij zijn factoren als vertrouwen in een centrale inkooporganisatie en goede inkoopexpertise van doorslaggevend belang. Professionals zoeken een betere balans tussen het optimaal benutten van inkoopprofessionaliteit en het volgen van de regels. Meer transparantie is het doel van alle geïnterviewden, omdat alle partijen de reguliere aanbestedingsregels als belemmerend ervoeren.

Politieke keuzes
Over maatregelen om tekorten te vermijden zijn experts wereldwijd het eens: noodvoorraden, lokalere productie, raamcontracten en sourcen via meerdere ketens worden door hen allemaal genoemd. Er zijn politieke keuzes nodig om tekorten in toekomstige crises te voorkomen. De vraag is of landen duurdere maatregelen nemen en bijvoorbeeld voorraden aan gaan houden als het mogelijk nog jaren duurt voor een volgende pandemie de kop opsteekt.

Nederland
De inkoopkennis is in ons land op niveau, maar deze werd onvoldoende benut door beperkte voorbereiding en moeizame coördinatie in de opstartfase. Door vast te leggen welke expertises wanneer nodig zijn en waar deze zich bevinden kan dit in een volgende crisis beter gaan.

Aanbestedingsregels beperken
Uit het MaSSC-onderzoek zijn 3 belangrijke conclusies te trekken. Ten eerste is de balans tussen inkoopprofessionaliteit en regelgeving een belangrijk punt. Ondanks de beperkingen van aanbestedingsregels blijken ad hoc organisatie en inkoop geen goede keuze. Transparantie en accountability komen hierbij in het gedrang. Strak vasthouden aan aanbestedingsregels leverde weer beperkingen op bij het gebruikmaken van aanwezige inkoopprofessionaliteit, innovatie en flexibiliteit.

Kennis en macht in balans
Vervolgens is de balans tussen kennis en macht iets om rekening mee te houden. Mogelijk levert het voordelen op wanneer relevante experts worden geïnventariseerd en gelokaliseerd zodat deze in korte tijd opgeroepen kunnen worden voor een beroep op hun expertise in crisistijd.

Prioriteiten
Tenslotte is het belangrijk prioriteiten te stellen. De onderzoekers adviseren inkoop ondersteunende IT in basis op orde te brengen, voordat landen geavanceerde systemen optuigen. De basis beschouwen zij als crisisstructuren die ook rondom inkoop en distributie ingezet kunnen worden. Landen kunnen best een stip op de horizon zetten, maar ambities moeten wel realistisch zijn en er moeten geen stappen worden overgeslagen op weg naar het doel.

Bron: https://www.pprc.eu/internationaal-onderzoek-naar-crisis-inkoop-in-de-deal-zorgen-voor-de-juiste-kennis-op-de-juiste-plaats/

Partner van Aanbestedingscafé:

VNG verplicht digitale specificaties bij opvragen basisgegevens

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verklaart vanaf oktober 4 specificaties voor het opvragen van basisgegevens verplicht voor overheidsorganisaties. Gemeenten moeten in gesprek gaan met softwareleveranciers over de implementatie van deze maatregel. De vastgestelde specificaties moeten daarna vast onderdeel worden van aanbestedingen.

Lokale kopie vermijden
Gemeenten moeten de standaarden gebruiken om basisgegevens direct bij de bron op te vragen. Wanneer zij dit niet kunnen of willen doen, zijn ze verplicht dit toe te lichten. De maatregel van de VNG is bedoeld om lokale kopieën van de basisregistratie te vermijden. Deze kopieën kunnen verouderd zijn waardoor fouten in de dienstverlening ontstaan. Bovendien is het duur en technisch ingewikkeld om aan te sluiten op lokale kopieën.

Inkopers aan zet
De 4 specificaties voor applicaties, zogenoemde API’s, hebben betrekking op het Kadaster, de WOZ, BRP en BAG. Het is nu aan de gemeentelijke ICT- en inkoopafdelingen om het gesprek met leveranciers aan te gaan. Alleen zo kunnen nieuwe aanbestedingen volgens de nieuwe regels worden uitgeschreven.

Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/vng-verklaart-api-specificaties-tot-standaard

Partner van Aanbestedingscafé:

Voorzitter Anne Fischer-Braams verlaat Commissie van Aanbestedingsexperts

Op dinsdag 31 mei verliet Anne Fischer-Braams de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) als voorzitter. Ze bekleedde de functie de afgelopen 5 jaar. De CvAE roemt Fischer-Braams om haar enorme kennis van en ervaring met aanbestedingsrecht. De commissie zegt haar erkentelijk te zijn voor haar bijdrage aan een betere aanbestedingspraktijk en rechtspositie van ondernemers.

De CvAE zal zich verder doorontwikkelen. De opvolging van Fischer-Braams loopt nog. Tegelijkertijd zijn er meerdere parttime secretarisfuncties vacant.

Bron: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/actueel/nieuws/2022/06/03/vertrek-anne-fischer-braams-als-voorzitter-cvae

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouwsector enthousiast over verduurzamingsplannen De Jonge

Bouwend Nederland is blij met het beleidsprogramma ‘Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’ dat minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op 1 juni presenteerde. Er ontstaan duidelijkheid en perspectief voor zowel de sector als burgers.

De energietransitie krijgt een boost door het programma zodat innovatiever en duurzamer bouwen en verbouwen meer ruimte kunnen krijgen. Om een versnelling te bereiken is het van belang dat duurzaamheid een grotere rol krijgt in aanbestedingen. Momenteel speelt duurzaamheid in 37,2% van de openbare aanbestedingen een rol in de gunning.

Duurzame woningen moeten op termijn voor iedereen mogelijk zijn. Die ambitie wil minister De Jonge realiseren zonder mensen voor hoge kosten te stellen. Door de publiek-private samenwerking te zoeken, hoopt De Jonge alle duurzaamheidsambities te kunnen halen. Bouwend Nederland werkt samen met het Rijk en andere partners om uitvoering van programmalijnen te versnellen en op te schalen.

https://www.bouwendnederland.nl/actueel/nieuws/27096/verduurzamingsplannen-de-jonge-geven-bouwsector-handelingsperspectief

Partner van Aanbestedingscafé:

Intentieverklaring bouw en Rijk om bouwproductie op gang te houden

In de intentieverklaring ‘Samen Doorbouwen In Onzekere Tijden’ hebben Rijk en brancheverenigingen uit de bouw afspraken gemaakt over leveringsproblemen en hogere materiaalprijzen. Onder meer de ministeries van Volkshuisvesting en Infrastructuur en Waterstaat hebben hun handtekening onder deze afspraken gezet. Doel is de bouwproductie op gang te houden.

Door de oorlog in Oekraïne zijn leveringsproblemen aan de orde van de dag. Ook kostenstijgingen zorgen voor problemen in bouwprojecten. Belanghebbenden zijn nu overeengekomen dat opdrachtnemers en opdrachtgevers in goed overleg risico’s moeten spreiden. De intentie was er bij verschillende partijen al langer, door de verklaring is deze nu ook geformaliseerd.

Voor bestaande contracten moeten partijen ook met elkaar in gesprek. Ondertekenaars verklaren bovendien dat zij in goed vertrouwen samenwerken zodat bouwstromen niet zullen haperen.

De intentieverklaring is een algemene richtlijn. Per programma en branche zal een nadere  uitwerking moeten komen. Bouwend Nederland werkt daar momenteel aan.

Bron: https://www.cobouw.nl/305461/bouw-en-rijk-tekenen-intentieverklaring-rond-kostenstijgingen  

Partner van Aanbestedingscafé:

Open aanbestedingen jeugdzorg jagen kosten op

Sinds de Jeugdwet in 2015 inging is de jeugdzorg zo’n 50 procent duurder geworden. Tegelijkertijd is de kwaliteit in diezelfde periode achteruit gegaan. Staatssecretaris Van Ooijen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bericht hierover aan de Tweede Kamer.

Hogere kosten, lagere kwaliteit
ABN Amro deed onderzoek naar de status van de jeugdzorg in Nederland sinds invoering van de Jeugdwet. Volgens de bank is deze snel ingevoerd, wat de kwaliteit van jeugdzorg in het gedrang heeft gebracht. Doordat nu vaker open aanbestedingen uit worden geschreven, wordt meer onnodige en langdurige zorg verleend aan kinderen. Daardoor zijn de kosten veel hoger dan voor de wet inging.

Specialistische jeugdzorg
Specialistische jeugdzorg wordt sinds invoering van de wet nauwelijks meer verleend. De wachtlijsten in deze sector zijn desondanks opgelopen terwijl de kwaliteit laag is. De jeugdzorgorganisaties die deze specialistische zorg verlenen krijgen te weinig geld en kunnen kwetsbare kinderen daardoor niet de dure zorg verlenen die zij nodig hebben.

Oplossingen
ABN Amro ziet twee oplossingen voor de huidige status van de jeugdzorg. Allereerst moet afgekaderd worden welke zorg echt nodig is op kosten van de overheid. Daarnaast moet er een toezichthouder komen die controleert waaraan het geld wordt uitgegeven.

Bron: https://www.bnr.nl/nieuws/gezondheid/10476579/kosten-jeugdzorg-sinds-decentralisatie-met-50-procent-gestegen

Partner van Aanbestedingscafé:

Opnieuw aanbesteden renovatie Afsluitdijk moet financieel debacle oplossen

Het renovatiewerk aan de Afsluitdijk loopt verder vertraging op. De kosten rijzen ondertussen de pan uit. Doordat Rijkswaterstaat onjuiste berekeningen gebruikte, valt de renovatie van de spuisluizen in de Afsluitdijk honderden miljoenen euro’s duurder uit. Voorlopig ligt het werk stil en wordt de opdracht opnieuw aanbesteed.

Extra kosten
Vorig jaar bleek dat het werk twee jaar langer zou gaan duren en 120 miljoen euro extra zou kosten. Daar komt nu nog eens 238 miljoen bij. Daarnaast zijn de kosten voor nieuwe spuisluizen ongeveer 100 miljoen euro. Hoeveel dit exact zal zijn, moet blijken nadat een nieuwe aanbesteding is uitgeschreven. Het totale budget voor de renovatie gecombineerd met het onderhoud voor 25 jaar daarna is nu opgehoogd naar 2 miljard euro. In de oorspronkelijke berekeningen in 2018 was dit 921 miljoen.

Patroon
Regeringspartij CDA stelt dat de overheid in een patroon lijkt te vervallen. Bij het opstellen van het programma van eisen en bij de aanbesteding van grote infrastructurele projecten worden grote fouten gemaakt. Bouwers profiteren hiervan, maar de belastingbetaler draait op voor de kosten. D66 sluit zich hierbij aan.

Geschil
Over een bedrag van 87 miljoen euro rondom de renovatie bestaat nog steeds een geschil. Hierover neemt een Commissie van Deskundiger vermoedelijk pas volgend jaar een besluit.

Bronnen: https://nos.nl/l/2429620 en https://www.volkskrant.nl/es-b06ef8e1

Partner van Aanbestedingscafé:

Altijd weer die Raad

Nu de eerste aanbestedingsresultaten bekend worden met aanbiedingen waarin de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zijn verwerkt, is de stemming in aanbestedingsland snel omgeslagen. Installatieprijzen 20-30% hoger dan gebudgetteerd (en soms wel meer) en 15-25% prijsstijgingen in de bouwbegrotingen (en soms wel meer). De eerste bouwprojecten worden al on hold gezet omdat het budget niet toereikend is. Aanbiedingen worden onder voorbehoud ingediend.

Over prijsstijgingen binnen bestaande overeenkomsten (afgesloten voor oorlog) is al genoeg gezegd en geschreven. Voor de nog te sluiten overeenkomsten is indexeren de nieuwe mantra. Al is geen enkele index volledig dekkend voor een specifiek project en blijft discussie ontstaan welk risico redelijkerwijs wel bij de aannemer kan blijven.     

Toch is dit maar de helft van het verhaal.

De relatie opdrachtgever – aannemer kan wel geïndexeerd zijn, al dan niet aangevuld met vooropdrachten en/of andere betalingstermijnen, de betreffende opdrachtgever heeft wel een project dat duurder is dan begroot. Wat nu?

Als een gemeenteraad één, twee jaar geleden goedkeuring heeft gegeven voor de financiering van een bouwproject dat op dat moment nog ontworpen moet worden, zal dat project in een geheel andere wereld op de markt komen als het uiteindelijk wordt gebouwd. Het budget dat toentertijd door de Raad is goedgekeurd, vaak als resultaat van (politieke) onderhandelingen en aannames omdat het nog ontworpen moet worden, is daardoor in de meeste gevallen niet meer toereikend.  

In een normale wereld zijn het in toom houden van het ontwerpteam, bewonersparticipatie, het niet wijzigen van het Programma van Eisen en het inschatten van nieuwe ontwikkelingen al erg lastig. Laat staan als er boten dwarsliggen, Corona de wereld over gaat en er oorlog is in Oekraïne. De begrotingspost om dergelijke tegenvallers op te vangen kan zonder veel pijn worden verlaagd zolang er niets misgaat. Risico gestuurd ontwerpen en begroten blijft helaas iets voor academische fijnproevers.

Degenen die bekend zijn met gemeentelijke besluitvormingsprocessen, weten ook dat het krijgen van goedkeuring op budgetten een hell of a job is, zeker rondom de verkiezingen. Nog interessanter wordt het als na deze verkiezingen de verhoudingen in de Raad aanzienlijk zijn gewijzigd. Probeer dan maar eens terug te komen op eerdere afspraken.

Maar terug naar het project dat duurder is dan begroot.

Als het startpunt is dat een gemeenteraad alleen financiering goedkeurt voor bouwprojecten die echt nodig zijn, dan zou sec de indexering geen budgettaire problemen mogen opleveren. In die zin dat extra budget als gevolg van indexering als besluit een hamerslag moet zijn. Ook als de verhoudingen in de Raad zijn gewijzigd. Materieel verandert er namelijk niets en de betrokken partijen mogen in dit kader een bepaalde rechtszekerheid verwachten van publieke organisaties. En laten we eerlijk wezen, er is nog steeds heel veel geld beschikbaar in Nederland.

Net als dat van aannemers mag worden verwacht dat zij transparant zijn ten aanzien van de opbouw van de bouwkosten waardoor alleen geïndexeerd wordt wat geïndexeerd mag worden, kan hetzelfde worden verwacht ten aanzien van interne verantwoording van een bouwproject.

De gemeenteraad zou de meerkosten – mits deze het gevolg zijn van indexering – zonder politiek gekonkel moeten goedkeuren. Als gedurende het ontwerpproces ook programmatische wijzigingen zijn doorgevoerd waardoor wordt afgeweken van de grondslag van de eerst goedkeuring, kan hierover wel een debat worden gevoerd. Nog beter is om vooraf een ruimer budget aan te vragen zodat er meer ruimte is voor de genoemde uitdagingen tussen besluit en oplevering.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Mei 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een aankondiging gepubliceerd voor de Europese aanbesteding voor het beheer en de exploitatie van een zwembad. De inkoper heeft geconstateerd en medegedeeld aan een van de inschrijvers dat de inschrijfsom door aanpassingen van inschrijver in het inschrijfformulier dermate hoog is dat een gunning op beste prijs/kwaliteit onwaarschijnlijk is. De inschrijver reageert dat een fout is geslopen in het formulier, maar de aanbestedende dienst geeft aan dat de fout niet mag worden gecorrigeerd. De inschrijver stelt zich vervolgens op het standpunt dat de aanbestedende dienst de beoordelingssystematiek heeft geschonden door over de prijs te oordelen voordat de beoordelingscommissie de inschrijving heeft kunnen bekijken, terwijl in de aanbestedingsdocumenten wordt beschreven dat eerst de kwaliteit wordt beoordeeld en dan pas de prijs. Door van deze volgorde af te wijken wordt gehandeld in strijd met de aanbestedingsbeginselen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanbestedende dienst is afgeweken van de door haar gekozen beoordelingssystematiek. Dit levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter schending op van de aanbestedingsbeginselen. Dit leidt ertoe dat de aanbesteding op deze wijze geen doorgang meer kan vinden en een nieuwe aanbesteding gestart moet worden.

Betekenis voor de praktijk
Houd je aan de vastgestelde beoordelingssystematiek en gebruik een absolute beoordelingsmethode voor de prijs zodat de inschrijver voorafgaand aan het inschrijven kan zien of de prijsberekening incorrect is.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Transformatie naar betere wereld door aanbestedingen

Opdrachtgevers en inkopers die bij willen dragen aan een betere wereld kunnen het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) gebruiken. Door de gezamenlijke inkoopkracht van jaarlijks ruim 85 miljard euro aan producten, werken en diensten kunnen Nederlandse overheden met hun inkoopgedrag wezenlijk bijdragen aan diverse grote transities.

Maatschappelijke doelen
Het manifest benoemt zes concrete maatschappelijke doelen. Het gaat om milieu en biodiversiteit, klimaat, circulair (inclusief biobased), social return, diversiteit en inclusie en ketenverantwoordelijkheid (internationale sociale voorwaarden).

Organisatie als geheel
Met hun inkoopkracht kunnen Nederlandse  overheden marktpartijen stimuleren steeds meer duurzame en sociale producten en diensten te ontwikkelen en vermarkten. Het manifest is gericht op inkoop, maar neemt daarbij de hele organisatie mee. Het begint bij een visie, uiteindelijk is de hele organisatie van belang om bij te dragen aan de maatschappelijke doelen.

Ambities
Deelnemers worden door het manifest gestimuleerd doelen te stellen én te behalen. Kenniscentrum PIANOo biedt ondersteuning om ambities waar te maken en steeds hogere kwaliteit te leveren. Het Manifest MVOI 2022-2025 is de opvolger van de editie 2016-2021.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/manifest-helpt-bij-goed-opdrachtgeverschap-en-maatschappelijk-verantwoord-inkopen

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsregels tijdens coronapandemie niet goed nageleefd

In de coronapandemie zijn aanbestedingsregels niet goed nageleefd. Hoogleraar aanbestedingsrecht Elizabetta Manunza keek op verzoek van onderzoeksplatform Follow the Money naar opdrachten die de GGD in twee jaar coronacrisis verstrekte. Onder meer de gunning van twee nieuwe opdrachten aan bestaande samenwerkingspartner SOS International roept vragen op.

SOS International
Manunza merkt op dat doelmatigheid niet goed in overweging is genomen. SOS International was al actief voor de GGD en had personeel met een medische achtergrond in dienst. Desondanks zou dat allebei geen rol mogen spelen bij het verstrekken van nieuwe opdrachten aan de organisatie. Overige opties hadden volgens Manunza verkend moeten worden.

Versnelde procedure
De waarde van de verleende contracten is onbekend. Wel wist Follow the Money te achterhalen dat het bedrag boven de aanbestedingsdrempel van € 50.000 ligt. Enkelvoudig, onderhands aanbesteden was dus niet de juiste weg. Manunza wijst op een versnelde procedure die partijen verplicht binnen tien dagen met een voorstel te komen. Zij concludeert dat de twee verstrekte opdrachten heel goed rechtmatig aanbesteed hadden kunnen worden. Ze wijst op de risico’s van het overslaan van de regels. Concurrentie ontbreekt nu en dat kan de samenleving veel geld kosten. Het brengt de rechtsstaat bovendien in gevaar, vindt Manunza.

https://www.ftm.nl/artikelen/recordwinsten-gesjoemel-corona-callcenters

Partner van Aanbestedingscafé:

Verantwoording besteding publiek geld voor derde jaar op rij ter discussie

Zo’n 15,5 miljard euro publiek besteed geld is vorig jaar mogelijk niet rechtmatig gespendeerd. De Algemene Rekenkamer constateert dat aan de hand van financiële jaarverslagen van de ministeries. De tolerantiegrens, een foutmarge voor besteding van publieke gelden, is voor het derde jaar op rij overschreden. In plaats van 1 procent stond over 2021 maar liefst 5 procent van de ontvangsten, uitgaven en verplichtingen ter discussie. De rechtmatigheid van de besteding van deze bedragen is niet na te gaan.

Coronacrisis
Een belangrijke oorzaak van de problemen met verantwoording van publiek geld is de coronacrisis. Deze heeft structurele zwakheden in de bedrijfsvoering van het Rijk blootgelegd. Onvoldoende bezetting van financiële en ondersteunende diensten bij het Rijk liggen hieraan ten grondslag. Dit punt moet worden opgelost om een herhaling van zetten in de toekomst te voorkomen.

Volksgezondheid en Defensie
Met name het ministerie van Volksgezondheid komt slecht uit de bus. Vorig jaar was het financiële beheer verbeterd ten opzichte van 2020, maar de Rekenkamer heeft het nog steeds over een ‘ernstige onvolkomenheid’. Ook het ministerie van Defensie moet zaken verbeteren. Er werden fouten gemaakt bij aanbestedingen en het parlement werd niet op tijd ingelicht over uitgaven. Bovendien is er al een aantal jaar geen goed zicht op de munitievoorraad.

Algoritmes
Ander belangrijk punt uit het rapport van de Rekenkamer gaat over algoritmes in computersystemen. Deze zijn nuttig en noodzakelijk, maar voldoen niet allemaal aan de basiseisen. Mogelijk is controle hierdoor gebrekkig, bestaat de mogelijkheid van vooringenomenheid in het werk, ontstaan er datalekken of is ongeautoriseerde toegang mogelijk.

Aardbevingsschade
Daarnaast blijken afhandeling van de aardbevingsschade en de bijbehorende versterkingsoperatie vertraagd. De uitvoeringskosten van de afhandeling zijn volgens de Rekenkamer bovendien bijzonder hoog: 74% van het totale bedrag aan schadevergoedingen.

Tegemoetkoming ondernemers
Van ruim 13 miljard euro aan uitgaven en verplichtingen vanwege de tegemoetkoming in vaste lasten voor ondernemers tijdens de coronacrisis kon het ministerie van Economische Zaken de rechtmatigheid niet aantonen. De Rekenkamer maakte daarom in april officieel bezwaar. Dat bezwaar werd recent weer ingetrokken nadat het ministerie ‘forse inspanningen’ had geleverd om de bewijzen alsnog te leveren.

Reactie minister Kaag
Minister Kaag van Financiën vindt dat de overheidsfinanciën eind 2021 beter waren dan verwacht, zeker omdat corona in 2021 een grote rol speelde. Het financieel management stond volgens Kaag vorig jaar onder druk en dat ging soms ten koste van de rechtmatigheid. Het kabinet gaat hier nu extra aandacht aan geven om te voorkomen dat incidentele onrechtmatigheden een structureel karakter krijgen.

Bron: https://nos.nl/artikel/2429286-rekenkamer-hekelt-financiele-verantwoording-rijk-kennis-en-kunde-ontbreken

Partner van Aanbestedingscafé:

Nee joh, júllie zijn lekker SMART

Als iets de afgelopen jaren wel duidelijk is geworden, is het ons heilige geloof in cijfers. Van stappentellers tot tevredenheidsonderzoeken en van coronapieken tot klimaatscenario’s; hoe stuurloos het soms ook lijkt, als we het in een grafiek gieten hebben we nog ergens het idee dat we er controle over hebben. Ging het beter of slechter dan vorig jaar? Oké, dan weten we dat we het volgend jaar anders moeten doen.

De politiek smult van dit soort cijfers. Het geeft ze een bewijs dat hun beleid geslaagd is, of juist munitie om de zittende partijen mee om de oren te slaan. Niet voor niets vragen gemeenten in aanbestedingen dan ook om zo SMART mogelijk te zijn. Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden: hoe meer details, hoe beter de gemeente weet waar ze aan toe zijn.

Meten is meten

Maar als iets de afgelopen jaren óók duidelijk is geworden, is het wel hoe ongelooflijk gekleurd die cijfers zijn. Want wie bedoelen we nu precies als we het over coronaslachtoffers hebben? De definities liepen nogal uiteen; de mensen die vanwege covid werden opgenomen, de mensen die werden opgenomen en toevallig ook positief testten, of de mensen die door de lockdownmaatregelen zelf klachten krijgen? Een arts zal daar heel anders over denken dan een artiest. Wat je precies meet, hangt dus heel erg af van wie er meet.

Hetzelfde geldt voor die SMART-eis van gemeenten. Want wat betekent meetbaar precies? Want je kunt alles wel in cijfers uitdrukken, maar dat zegt nog niks.

Juridisch koekje van eigen deeg

En warempel, na jaren smijten met SMART vindt ook de rechter het genoeg geweest. Bij een aanbesteding voor WMO-diensten in de gemeenten Oldambt, Stadskanaal en Pekela oordeelde de rechtbank Noord-Nederland dat de aanbestedende dienst zélf niet SMART genoeg was. “Het criterium dat het plan van aanpak door het beoordelingsteam als acceptabel en realistisch moet worden beoordeeld, is te vaag.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik even blij opveerde toen ik dit las. Een mooi koekje van eigen deeg. Van de rechter moeten gemeenten het criterium verder objectiveren, omdat de inschrijver anders alsnog is overgeleverd aan het subjectieve oordeel van het beoordelingsteam. Want wat de één acceptabel en realistisch vindt, daar kijkt de ander weer compleet anders tegenaan.

Maar die blijdschap maakte al snel plaats voor doemscenario’s. Want als je beoordelingscriteria gaat dichttimmeren gaat de meetspiraal alleen nog maar dieper. Moet de aanbestedende dienst dan precies gaan vertellen welke service, levertijden en kwaliteit ze acceptabel en realistisch vinden? Het gevolg is dan dat aanbestedingen een soort checklist worden, dat inschrijvingen meer en meer op elkaar gaan lijken en uiteindelijk alleen prijs nog de doorslag kan geven.

Kleurplaat

Volgens mij zitten we helemaal op het verkeerde spoor. Het probleem is niet dat SMART niet SMART genoeg is, het probleem is dat een goede inschrijver soms niet in cijfers te vatten is. En dat een samenwerking ook gewoon mensenwerk is, met partijen waar je een goed of slecht gevoel bij krijgt. Natuurlijk is het goed dat we objectiviteit inbouwen in aanbestedingen. Maar het is ook goed om te accepteren dat 100% objectiviteit niet bestaat. Geef inschrijvers geen kleurplaten met in ieder vakje een getal om aan te geven welke kleur het moet worden. Maar bouw vrijheid in om buiten de lijntjes te kleuren; dat is waar de artiest zich echt pas laat zien.

Partner van Aanbestedingscafé:

Open source verplicht bij aanbestedingen voor software kunstmatige intelligentie

Open source software wordt verplicht bij open aanbestedingen voor software op het gebied van kunstmatige intelligentie. Het Europees parlement besloot hiertoe met het aannemen van een resolutie. Het is de bedoeling dat er door de resolutie meer grensoverschrijdend wordt samengewerkt in Europa. Bovendien moet de resolutie investeringen en innovatie op gebied van kunstmatige intelligentie in de Europese Unie stimuleren.

Met open source kan iedereen software gebruiken, aanpassen en delen. Op dit moment is er in de AI Act nog geen standpunt opgenomen over open source software. Nieuwe regelgeving is in de maak. Kunstmatige intelligentie moet Europese democratische waarden en mensenrechten ten alle tijden respecteren. Experts houden de gang van zaken op gebied van democratie en mensenrechten bij het opstellen van de nieuwe regelgeving kritisch in het oog. https://www.agconnect.nl/artikel/europa-gaat-open-source-verplicht-stellen-bij-ai-aanbestedingen

Partner van Aanbestedingscafé:

Focus Rijksvastgoedbedrijf op energiebesparing, hergebruik en samenwerking

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gaat slimmer en duurzamer werken. Dat stelt Annuska Bloemert, hoofd inkoop van het RVB. Projecten worden samengevoegd tot programma’s zodat kennis en oplossingen uit de markt sneller en breder kunnen worden toegepast.

Energieneutraal
Het RVB zet via aanbestedingen jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro in de markt weg. Dat moet steeds duurzamer en innovatiever. Bij aanbestedingen voor onderhoud, verbouw en nieuwbouw is er steeds meer aandacht voor energiebesparing, hergebruik van bouwmaterialen en innovatieve samenwerkingen. Zo moet in een tijd van capaciteitstekorten, hoge energieprijzen en dure grondstoffen het beheer van RVB-gebouwen en terreinen in 2030 volledig circulair zijn. Het doel is om de gebouwen in 2050 energieneutraal te hebben.

Samen met de markt
Om die ambities te halen, moet het RVB slimmer werken. Zo worden projecten in grotere programma’s gebundeld en worden duurzamere bouwmethoden gebruikt. Om al deze ideeën vorm te geven, werkt het RVB nauw samen met de markt. Daarbij erkent het RVB dat er soms problemen ontstaan. Daarom besteedt het RVB veel aandacht aan een goede relatie met marktpartijen. Zo kunnen problemen constructief worden opgelost.

Contractvormen
Het gebruik van verschillende contractvormen wordt bovendien steeds gangbaarder. Het RVB ziet dat nieuwe ideeën dan meer ruimte krijgen. Ontwerp, bouw en optioneel onderhoud worden steeds vaker in één contract samengevoegd (DB of DBM). Het is daarbij van groot belang dat risico’s onderling goed worden besproken en verdeeld.

Maatwerk
Standaardcontracten zullen bij het RVB dagelijkse praktijk blijven. Wel merkt Bloemert als hoofd inkoop op dat er steeds maatwerk wordt geleverd: welke contractvorm past het best bij welk project? Er is steeds aandacht voor alternatieve manieren om zaken op te pakken. Contact met de markt blijft daarbij belangrijk, het RVB verbetert de werkwijze continu.

https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/actueel/nieuws/2022/04/14/sneller-slimmer-en-duurzamer-samenwerken

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo adviseert over prijsstijgingen bij overheidsopdrachten

Prijzen stijgen sterk doordat energie duurder is, net als grondstoffen. Tel daarbij de oorlog in Oekraïne op en het beeld is compleet. Er kunnen problemen ontstaan bij lopende opdrachten en bij de gunning van nieuwe opdrachten. PIANOo heeft op een rijtje gezet hoe opdrachtgevers hiermee om kunnen gaan. PIANOo adviseert de risico’s van prijsstijgingen in redelijkheid te verdelen.

Publieke opdrachtgevers hoeven het ondernemersrisico niet automatisch over te nemen. Het is van belang gemaakte afspraken onder de loep te nemen en te bekijken of risico’s evenwichtig zijn verdeeld.

Wanneer beide partijen besluiten prijsstijgingen door te voeren, kan dit het best voor een korte periode gebeuren. Daarnaast is het belangrijk bij zowel nieuwe aanbestedingen als wijzigingen van bestaande contracten heldere afspraken te maken over prijsstijgingen. Zo kunnen indexatiebepalingen, herzieningsclausules of risicoregelingen problemen in de toekomst ondervangen.

Een uitgebreid overzicht van juridische mogelijkheden en beperkingen bij prijsstijgingen heeft PIANOo samengevoegd op haar website.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/hoe-omgaan-met-prijsstijgingen-bij-overheidsopdrachten

Partner van Aanbestedingscafé:

Kort geding Damen Shipyards Group betekenisvol voor bouwindustrie

Wanneer leveringsproblemen ontstaan door de situatie in Oekraïne hoeven inschrijvers op aanbestedingen niet eenzijdig de risico’s te dragen. Tot dat oordeel komt de rechtbank Haarlem in een zaak die scheepsbouwer Damen aanspande.

Damen spande een zaak aan tegen onderzoeksinstituut NIOZ/NMF over een onderzoeksschip met een waarde van 62 miljoen euro. De aanbesteding hiervoor startte in 2020, Damen is één van de drie laatst overgebleven inschrijvers. Het bedrijf maakte al een miljoen euro aanbestedingskosten, maar kan nu geen definitieve inschrijving doen.

De kans dat materialen niet op tijd geleverd worden, is door de oorlog aanzienlijk gestegen. De voorzieningenrechter is het ermee eens dat een boete van 25.000 euro per dag bij overschrijding van de levertijd van 31 maanden onredelijk is. Dat risico hoeft Damen niet eenzijdig te dragen.

Ook bouwers in andere sectoren kunnen deze uitspraak in hun voordeel gebruiken. Het gesprek met opdrachtgevers over leveringstermijnen en contractbepalingen is hiermee opengebroken. Ook aansprakelijkheid is nu onderwerp van gesprek, omdat de rechter in hetzelfde vonnis oordeelde dat Damen niet als enige volledige aansprakelijkheid draagt.

Bron: https://www.cobouw.nl/304718/rechter-leveringsproblemen-door-oorlog-zijn-niet-alleen-risico-van-aannemer

Partner van Aanbestedingscafé:

VNG vraagt ministerie om hulp bij nieuwe gascontracten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gasleveranciers vraagt contracten aan gemeenten aan te bieden. Door het vijfde sanctiepakket tegen Rusland moeten contracten met Russische entiteiten voor 10 oktober 2022 opgezegd zijn. De overheid compenseert prijsstijgingen door het sluiten van nieuwe contracten niet.

Gezamenlijke aanbesteding
Op dit moment hebben zo’n 120 Nederlandse gemeenten een contract met het Russische Gazprom. De VNG wil voor al deze gemeenten een gezamenlijke aanbesteding organiseren, maar is bang dat na openstelling geen reacties zullen volgen. Het ministerie ziet het niet als haar taak om marktpartijen te beïnvloeden.

Ontheffing
Het is mogelijk ontheffing te krijgen voor beëindiging van bestaande contracten, maar energiecontracten worden vooralsnog niet generiek uitgesloten. Reden hiervoor is het feit dat generieke ontheffingen de effectiviteit van sancties teniet zullen doen. Voorwaarden voor ontheffing zijn nog in de maak, aanvragen worden individueel beoordeeld. Over boetes door vroegtijdige opzegging van contracten hoeven gemeenten zich volgens het ministerie geen zorgen te maken. die hoeven zij niet te betalen volgens de Europese sanctieverordening.

Circulaire
Het ministerie heeft de circulaire ‘Nieuw sanctiepakket Rusland heeft gevolgen voor overheidsaanbestedingen’ gepubliceerd. Hierin worden de gevolgen van het laatste sanctiepakket besproken en geeft het ministerie antwoord op specifieke vragen.

Bron: https://europadecentraal.nl/gevolgen-verbod-deelname-russische-entiteiten-aan-overheidsopdrachten/#more-79166

Bron: https://www.dvhn.nl/binnenland/Economische-Zaken-wil-gemeenten-niet-helpen-met-gascontracten-27646348.html

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar mogelijk kartel in wegmeubilair

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzoekt of bedrijven die wegmeubilair maken de concurrentieregels hebben overtreden. Eerder deze maand deed de ACM een inval om een mogelijk kartel tussen deze bedrijven nader te onderzoeken. Het vermoeden bestaat dat bedrijven onderling prijsafspraken maakten voor overheidsaanbestedingen van wegmeubilair. Concurrentie op zaken als prijs, kwaliteit en innovatie krijgt op die manier geen kans en de opdrachtgever krijgt niet het beste wat de markt te bieden heeft.

Als de ACM concludeert dat de regels inderdaad zijn overtreden, volgt er een boete.

https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-onderzoekt-mogelijk-kartel-wegmeubilair

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert April 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft met verschillende partijen een raamovereenkomst gesloten voor het verrichten van ontwerpdiensten. Onder deze raamovereenkomst heeft de aanbestedende dienst een opdracht uitgezet door middel van een mini-competitie. De partij die deze opdracht heeft verloren, kan zich niet vinden in de gunningsbeslissing. Reden hiervoor is dat de verliezende partij van mening is dat de opgegeven aspecten die volgens de aanbestedende dienst aandacht behoeven, onjuist zijn en niets te maken hebben met gunningscriterium (G3). Deze aspecten hebben in strijd met de aanbestedingsstukken tot een puntenaftrek geleid. Met het wegvallen van deze negatieve aspecten (kanttekeningen) verdient de verliezende partij de maximale score voor G3 en dient de opdracht aan deze partij gegund te worden.

Het resultaat
Ter zitting heeft de aanbestedende dienst onderkend dat de kanttekeningen in de motivering van de gunningsbeslissing enkel bedoeld zijn als aandachtspunten voor de uitvoeringsfase en niet zijn meegenomen in de beoordeling. De voorzieningenrechter gaat hierin mee. Daarom blijft enkel het ingenomen standpunt dat alleen het benoemen van positieve aspecten moet leiden tot de maximale score ‘uitstekend’ over. Dit standpunt wordt niet gevolgd door de voorzieningenrechter. De rechter stelt dat het goed onderbouwen en in kaart brengen van de belangrijkste aspecten in dit geval niet een automatische score van ‘uitstekend’ rechtvaardigt. De wijze van waardering sluit volgens de voorzieningenrechter aan bij de betekenis van ‘uitstekend’ in de Van Dale: “Zo bijzonder goed dat het opvalt, voortreffelijk”.

Relatie tot de praktijk
Wees je ervan bewust dat kanttekeningen niet thuishoren in de motivering en zorg dat waarderingstermen aansluiten bij de uitvraag en het beoordelingskader.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kamer stemt in met eenvoudiger gemeentelijke zorginkoop

De aanbesteding van jeugdzorg wordt eenvoudiger. De Tweede Kamer ging akkoord met wijzigingen van zowel de Jeugdwet als Wmo. Deze vallen onder de Europese aanbestedingsrichtlijn. Contracten afsluiten is daardoor vaak ingewikkeld, kostbaar en tijdrovend. Omdat nog onduidelijk is of uitsluiting van de aanbestedingsrichtlijn mogelijk is, wordt nu gekozen voor een wetsvoorstel met bepalingen die de bestaande procedures versimpelen.

Vervallen emvi-criterium
Allereerst vervalt het emvi-criterium, ofwel gunning op basis van de goedkoopste inschrijving. Gemeenten kunnen door de wijziging vooraf kwaliteitseisen opstellen en een maximum tarief. Aanbieders kunnen vervolgens zelf beslissen of zij willen inschrijven.

Verplichtingen
Gemeenten kunnen in de nieuwe situatie ook verplicht worden reële prijzen af te spreken. Denk aan het meenemen van inflatie in de tarieven. Ook continuïteit van zorg krijgt een prominentere plek, gemeenten kunnen bijvoorbeeld gedwongen worden contracten met een vaststaande looptijd af te sluiten.

Vervolg
Wanneer de wijzigingen van kracht worden, is nog onduidelijk. De Eerste Kamer moet zich eerst nog buigen over de wetswijziging.

Bron: https://www.nji.nl/nieuws/kamer-stemt-in-met-vereenvoudiging-inkoop

Partner van Aanbestedingscafé:

Elisabetta Manunza pleit voor brede blik bij aanbestedingen

Hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza stelt dat Nederland laks omgaat met de fundamentele waarden van de rechtsstaat. In een interview met onderzoeksplatform Follow the Money vraagt de hoogleraar aan de Universiteit Utrecht zich af waarom de politiek bijvoorbeeld geen vragen stelde over het niet openbaar aanbesteden in de mondkapjesdeal. Uit de vrijgekomen informatie blijkt dat er geen enkele afweging over aanbestedingsregels is geweest. Manunza noemt dat ‘treurig én gevaarlijk’.

Nederlandse handelsgeest
Volgens Manunza is de handelsgeest in Nederland zo sterk dat we elke buitenlandse investering als handel zien, terwijl andere landen soms best vanuit andere ideologische belangen kunnen handelen. Ze vindt de winst van openbare aanbestedingen het voorkomen van vriendjespolitiek en corruptie. Manunza: “Via aanbestedingen kunnen we toezicht houden op de wijze waarop de overheid fundamentele zaken die het dagelijkse leven van burgers raken inricht.”

Brede blik
Manunza pleit ervoor dat de overheid de laagste prijs anders moet berekenen. Volgens haar moeten ook aspecten als bijvoorbeeld milieuvervuiling, sociale veiligheid en mensenrechten mee worden genomen in de afwegingen. Landen die de democratische rechtsorde ondermijnen komen dan niet meer als beste naar voren, ondanks hun wellicht lagere prijs.

Ethiek
Door een grotere rol voor ethiek in de economie toe te kennen en de bewustwording te vergroten, moet de mentaliteit rondom aanbestedingen kunnen veranderen, denkt Manunza. Geld mag niet de enige drijfveer zijn en de huidige regels bieden voldoende mogelijkheden om bij aanbestedingen beter te screenen dan nu gebeurt.

Bron: https://www.ftm.nl/artikelen/interview-elizabetta-manunza

Partner van Aanbestedingscafé:

Opzeggen en boete niet betalen

Tijdens de podcast van 17 maart jl. van deze website kwam uiteraard ook de situatie in Oekraïne ter sprake. Omdat de podcast over aanbesteden gaat, zoomde het gesprek snel in op de aanbestedingsrechtelijke kaders van het opzeggen van contracten met gasleveranciers. En dan concreet een gasleverancier die relaties heeft met een land dat een ander land is binnengevallen.

Op het moment van deze podcast waren er nog geen richtlijnen vanuit de landelijke politiek. Een gewaardeerd advocatenkantoor bood wel al juridische hulp bij het opzeggen van de betreffende contracten die vaak, na een (Europese) aanbestedingsprocedure tot stand waren gekomen. Ook kwamen adviezen voorbij over het uitsluiten van deze gasleverancier bij toekomstige aanbestedingsprocedures.

De casus bleef – mede door de afschuwelijke beelden op televisie en internet – malen. Als het evident is dat de betreffende gasleverancier direct of indirect (via Nederlandse rechtspersonen) een oorlog subsidieert, dan moet daarmee per direct gestopt worden. Welke rechtsvorm, contractvorm of aanbestedingsvorm er ook aan gekoppeld is. Welke lokale bestuurder (gemeente, waterschap of provincie) durft per direct te stoppen met deze gasleverancier?

In het geopolitieke krachtenveld geldt het adagium “quod licet Iovi non licet bovi” en het recht van de sterkste . Het aanbestedingsrecht daarentegen heeft onder meer als doel dat iedereen gelijke kansen krijgt en gelijk behandeld wordt. Dus waarom het (Europese) aanbestedingsrecht gebruiken ten faveure van een entiteit die deze rechten niet eerbiedigt. Zelfs naar internationale maatstaven is de inval discutabel, al moet eerlijkheidshalve wel gewezen worden op een stemming van de Algemene Vergadering van de VN waarin door een aanzienlijk deel van de landen niet tegen de inval is gestemd.

Door het opzeggen van het contract met deze gasleverancier, zou er mogelijk een boete betaald moeten worden. De vraag is of de betreffende publieke organisatie dat ook moet doen. Want waarom een financier van misdaden tegen de menselijkheid compenseren voor gederfde inkomsten? Sterker nog, hoewel het appels en peren zijn, er zijn nog andere groepen in Nederland die gecompenseerd moeten worden voor gederfde inkomsten of schade die hen is toegebracht. Denk aan de ouders van de toeslagenaffaire en de Groningers met hun beschadigde huizen. De betreffende gasleverancier mag dus achter in de rij aansluiten.

Mocht het tot een gerechtelijke procedure komen, dan heeft het rechtssysteem van Nederland voldoende ervaring met talmen en treuzelen, werkgroepen en adviescolleges, Kamercommissies en parlementaire enquêtes om het betalen van deze boete op de lange termijn te schuiven. En als na de allerlaatste rechterlijke uitspraak blijkt dat de boete (met rente) toch betaald moet worden, dan toch gewoon niet doen. Omdat sommige regels niet voor iedereen gelden.

In oorlogstijd is het aanbestedingsrecht (of de overeenkomsten die hieruit volgen) niet altijd bruikbaar omdat naar snelle (geo)politieke oplossingen gezocht moeten worden. En hierbij dient niet het (aanbestedings)recht, maar de moraal leidend te zijn.

En als het achteraf bezien toch allemaal erg oneerlijk was voor de betreffende gasleverancier, dan biedt Koningin Amalia (of een van haar kinderen) in 2095 alsnog namens Nederland haar excuses aan. Want zelfs als Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, duurt het erg lang voordat hiervoor officieel excuses wordt aangeboden. De betreffende gasleverancier kan aan Indonesië vragen hoelang hij hierop moet wachten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Hogere vergoeding voor tolken in overheidsdienst

Tolken die werken voor de Rijksoverheid krijgen een hogere vergoeding. In plaats van 43,98 euro per uur is hun tarief naar 55 euro per uur verhoogd door minister Yeşilgöz-Zegerius van Jusitie en Veiligheid. De verhoging komt tijdens een grootscheepse stelselherziening in de aanbesteding van tolkdiensten.

Onderhandelingen
Tolken hebben met het aangepaste tarief in de nieuwe systematiek een steviger basis voor onderhandelingen over de betaling van hun diensten. Zij worden door de overheid regelmatig ingezet bij bijvoorbeeld rechtszaken, verhoren van verdachten door de politie en bij (asiel)procedures voor de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND).

Europese richtlijnen
In het verleden werden door rijksoverheidsorganisaties vaak tolken ingezet die niet ingeschreven stonden in het Register beëdigde tolken en vertalers. Zo’n registratie is vereist om een goede kwaliteit te kunnen garanderen. Tolkdiensten worden volgens Europese richtlijnen aanbesteed. Het Rijk besteedt tolkdienstverlening vaak uit aan intermediairs. In de zomer van 2020 was er al een eerste stelselherziening. Er werd toen een minimumtarief voor de inhuur van externe tolken afgesproken. Het is de bedoeling dat de vergoedingen zich nu verder naar boven ontwikkelen.

Monitoring
Het is de bedoeling dat de verhoging van het minimumtarief per 1 januari 2023 gaat gelden. De inzet van gekwalificeerde tolken wordt ondertussen verder gemonitord. In deze monitoring brengt de minister meer transparantie aan, om onder andere meer inzicht op de ontwikkeling van vergoedingen te bieden.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/13/minimumtarief-tolken-in-overheidsdienst-tussentijds-verhoogd

Partner van Aanbestedingscafé:

Brancheorganisaties infrasector vragen begrip van opdrachtgevers

Door de oorlog in Oekraïne bestaan er in de infrasector veel onzekerheden over onder meer kosten, leveringen en het doorgaan van projecten. Zes brancheorganisaties vragen opdrachtgevers om coulance en goed overleg. Het gaat om Bouwend Nederland, Cumela, MKB Infra, Techniek Nederland, de Vereniging van Waterbouwers en Koninklijke NL Ingenieurs.

Onzekerheden
Bedrijven zien door de oorlog stagnaties in levering van materiaal, gestegen inkoopprijzen van grondstoffen en energie en toename van bouwtijd en bouwkosten. Ook onzekerheid over marktontwikkelingen is momenteel een belangrijk onderwerp.

Risicoverdeling
Ondernemers vrezen uitstel of afstel van aanbestedingen en projecten. Tegelijkertijd durven ze zelf niet altijd nieuwe contracten aan te gaan door alle onzekerheden. Het is onduidelijk wat de risico’s zijn, terwijl deze in contracten vaak bij ondernemers liggen. Dit bedreigt volgens de brancheorganisaties de continuïteit van de bouw en bouwbedrijven. Afspraken over de risicoverdeling van aanbestedingen zijn in de maak.

Afspraken
Steeds meer opdrachtgevers hebben oog voor de problemen die leven. Zij gaan met ondernemers in gesprek over mogelijke alternatieven voor de gangbare risicoverdeling. Voor het voortbestaan van bedrijven is het noodzakelijk dat alle opdrachtgevers zich zo opstellen, vinden de brancheorganisaties. Met de meeste betrokken ministeries zijn al gesprekken gevoerd. Ze werken daarom aan een gezamenlijk Handelingskader Oekraïne. De infrasector wil graag met alle opdrachtgevers om tafel zodat er snel afspraken gemaakt kunnen worden.

In gesprek blijven
Zolang er geen afspraken op tafel liggen, vragen de brancheorganisaties om een welwillende houding naar infrabedrijven. Het gaat dan om flexibiliteit bij vertragingen en coulance wanneer materialen of producten niet leverbaar zijn. De organisaties benadrukken dat in gesprek blijven en samen zoeken naar oplossingen uiteindelijk het belangrijkst zijn.

https://www.infrasite.nl/ondernemen/2022/04/12/infrasector-vraagt-begrip-van-opdrachtgevers-in-moeilijke-tijd/

Partner van Aanbestedingscafé:

Mondkapjesdebat heeft geen gevolgen voor positie minister De Jonge

Minister Hugo de Jonge kan aanblijven als minister van Volkshuisvesting. Hij overleefde een motie van wantrouwen van de PvdA over de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Het onderzoek van Deloitte hiernaar moet voor de zomer zijn afgerond.

Motie van wantrouwen
De Jonge zou volgens indieners van de motie van wantrouwen niet eerlijk zijn geweest over zijn betrokkenheid bij de mondkapjesdeal. De motie van wantrouwen werd door een meerderheid van de kamer ondersteund. De Jonge bood zijn excuses aan voor het feit dat hij de Kamer onvolledig informeerde. De coalitie nam hier genoegen mee en geeft De Jonge voorlopig het voordeel van de twijfel.

Mondkapjesdeal
Uit onderzoek bleek dat De Jonge zich meer met de deal had bemoeid dan hij steeds aangaf. Daarvoor bood hij zijn excuses aan. Hij wil nu het vertrouwen herstellen. Er volgt na het onderzoek van Deloitte ook nog een parlementaire enquête over de gang van zaken. De kwestie draait om een deal met Sywert van Lienden die voor 100 miljoen euro persoonlijke beschermingsmiddelen zou leveren. Hij verklaarde dat destijds zonder winstoogmerk te doen, maar bleek later miljoenen te hebben verdiend aan de deal.

https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10472746/de-jonge-overleeft-mondkapjesdebat-na-motie-van-wantrouwen

Partner van Aanbestedingscafé:

Herzien verdeelmodel gemeentefonds vanaf 2023

De verdeling van het gemeentefonds is ernstig verouderd. Door onder meer decentralisaties in het sociaal domein sluit het niet meer aan bij de huidige tijd. Bovendien is het model in 20 jaar gebruik ingewikkeld en ondoorzichtig geworden. Vanaf 1 januari 2023 wordt daarom een compleet herzien verdeelmodel gebruikt. Het doel is het model weer goed aan te laten sluiten bij de kosten van gemeenten.

Totstandkoming
Verdeling van middelen en kostenontwikkeling van gemeenten zijn steeds meer uit elkaar gaan lopen. Onder meer decentralisaties in het sociaal domein zijn hieraan debet. In maart 2019 startte daarom een onderzoek naar een mogelijke nieuwe verdeling. VNG en gemeenten trokken hierin samen op onder leiding van een stuurgroep en begeleidende commissies vanuit diverse ministeries en departementen. Na ruim 100 bijeenkomsten ligt nu een nieuw verdienmodel op tafel. Dit model komt bovendien tegemoet aan een motie uit de Tweede Kamer met het verzoek een eenvoudiger model te implementeren.

Analyse
De eerste berekeningen laten zien dat geen enkele gemeente er in de periode 2022-2025 op achteruit zal gaan bij invoering van het nieuwe model. Uitgangspunt voor het model zijn gegevens uit 2017. Voor dat jaar en kalenderjaar 2019 blijkt het nieuwe model de kosten goed te volgen. Voor 2020 wordt op dit moment een analyse uitgevoerd die eind deze maand gereed moet zijn. Zo’n analyse vindt daarna jaarlijks plaats om het model eventueel aan te kunnen passen.

Ingroeipad
Ook gemeenten met beperkte financiële draagkracht en lagere sociaal economische status moeten weerbaar zijn en blijven. Voor deze gemeenten komt er tot en met 2025 een apart ingroeipad. Na de Voorjaarsnota wordt de definitieve doorwerking van het coalitieakkoord bekend. Dan is ook de analyse van het sociaal domein 2020 afgerond. Welke gemeenten een aangepaste planning krijgen, wordt in mei bekendgemaakt.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/06/nieuwe-verdeling-van-het-gemeentefonds-vanaf-2023

Partner van Aanbestedingscafé:

Minister Jetten roept bedrijven op Russiche olie, kolen en gas niet meer in te kopen

Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten roept grote Nederlandse bedrijven op geen Russische kolen, olie en gas meer in te kopen. Hij wijst op de eigen verantwoordelijkheid van deze bedrijven.

Importverbod
De Europese Commissie wil een Europees importverbod op Russisch steenkool invoeren. Daar verdient Rusland nu jaarlijks zo’n 4 miljard euro mee. Jetten roept bedrijven op nu al te bekijken of ze hun grondstoffen elders in kunnen kopen. Hij wijst naar landen als Brazilië, Australië en Zuid-Afrika als alternatief. De uitdaging ligt er volgens de minister in om een geschikte mix te krijgen die vergelijkbaar is met de huidige inkooop.

Olieboycot
De impact voor Nederland bij een olieboycot wordt nu geanalyseerd. Dat gebeurt in samenwerking met de Europese Commissie en andere lidstaten. De totale inkoop van Russische olie en gas vanuit Nederland stilleggen vindt Jetten onverstandig. Hij ziet dat liever in Europees verband gebeuren, omdat Nederland een doorvoerfunctie voor heel Europa heeft. Een boycot zou andere lidstaten mogelijk nadelig beïnvloeden.

Doorvoerland
Zo’n 90% van de steenkool die in de havens van Rotterdam en Amsterdam binnenkomt, wordt doorgevoerd naar Duitsland. Slechts 10% komt binnen voor binnenlands gebruik. Nederland verdient dus grof geld met de steenkolenhandel. In het geval van een boycot zal Nederland dit voelen, weet ook Jetten. Hij benadrukt dat het collectief pijn zal doen, maar dat alles op alles gezet moet worden om de afhankelijkheid van Rusland af te bouwen. Bron: https://www.bnr.nl/nieuws/economie/10472590/jetten-roept-bedrijven-op-stop-met-inkoop-van-russische-olie-kolen-en-gas

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe marktvisie zero-emissie stadslogistiek voor gemeenten

In 2025 implementeren tientallen gemeenten een zero-emissie stadslogistiek (ZES). Dit moet bijdragen aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Bij de eigen inkoop moeten gemeenten dit beleid nu al in de overwegingen meenemen om te voorkomen dat contracten op termijn strijdig zijn met het verkeersbesluit van de ZES-zonde. Transportmiddelen moeten bijvoorbeeld emissieloos zijn, of het nu gaat over de wagens die kantoorartikelen leveren, gebruikt worden bij het aanleggen van een nieuwe weg of de inkoop van eigen voertuigen van de gemeente.

De Buyer Group zero emissie inkoop van PIANOo heeft een nieuwe marktvisie zero-emissie stadslogistiek opgesteld. Dit document helpt inkopers met kennis en praktijkvoorbeelden. Daarnaast houdt de Buyer Group marktconsultaties op basis waarvan de gezamenlijke marktvisie over ZES is ontwikkeld. De marktvisie kan gebruikt worden om de inkoopstrategie te bepalen.

https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/raadpleeg-nieuwe-marktvisie-bij-inkoop-zero-emissie-stadslogistiek?utm_source=linkedin&utm_medium=social&utm_campaign=20220331&utm_term=rvo_pianoo

Partner van Aanbestedingscafé:

Stikstofcrisis beïnvloedt inkoopplanning Rijkswaterstaat

De stikstofcrisis beheerst  de planning van verschillende grote werken van Rijkswaterstaat. Dat blijkt uit de nieuwe inkoopplanning die de organisatie openbaar maakte. Alle infraprojecten ondervinden de impact van een uitspraak van de Raad van State over de stikstofberekening van ViA15. De onzekerheid over de manier waarop de stikstofneerslag in dit project wordt berekend, blijft voor onzekerheid op grote schaal zorgen. De gevolgen brengt Rijkswaterstaat momenteel zo goed mogelijk in beeld.

Consequenties
Projecten lopen door deze voortdurende onzekerheid vertraging op en dat heeft financiële consequenties. De geschatte contractwaarde van projecten loopt op. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat prioriteert ondertussen infrawerken waarvan een tracébesluit bij de Raad van State ligt. Ondanks de onzekere gevolgen van de uitspraak over de ViA15 begint Rijkswaterstaat wel met stikstofberekeningen van een aantal andere projecten.

Planning
Na publicatie van de vorige inkoopplanning, zijn een aantal projecten in de markt gezet. De marktbenadering van een nieuw onderdeel van de Zuidasdok staat voor de tweede helft van 2023 gepland. De PPO HWS Haringvliet KT2 is verschoeven van een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure naar een openbare aanbesteding. De nieuwe contractwaarde hiervan ligt tussen de 100 en 200 miljoen euro.

Extra middelen
Er ligt nog eens 1,5 miljard euro aan extra middelen uit het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds voor de instandhouding van de Nederlandse infrastructuur hebben gevolgen voor het werk en de aanbestedingen van Rijkswaterstaat. Als de middelen zijn verdeeld door de minister, ontstaat hierover ook meer duidelijkheid.

Bron: https://www.cobouw.nl/304090/stikstof-blijft-aanbesteding-van-rijkswaterstaatprojecten-beheersen

Partner van Aanbestedingscafé:

Tender Hacks

‘Tender Hacks’ als titel van een boek klinkt best wel spannend. Zeker als je weet dat hacks tegenwoordig redelijk vaak in het nieuws komen en dat de gevolgen van (computer)hacks ingrijpend kunnen zijn. De combinatie met het woord ‘tender’ is dan in eerste instantie misschien wat vergezocht, maar uitnodigend klinkt die titel zeker. Net als de opmaak van de titel overigens. Helemaal als je niets of niet zoveel weet van het inschrijven op aanbestedingen. Nieuwsgierig geworden naar dit boek van auteur Karel Koppens? Lees dan deze recensie en/of schaf het boek aan.      

Verplichte, interessante kost 

Nu zijn er al meer boeken geschreven over het inschrijven op aanbestedingen (zie ook de lijst onder deze recensie). Boeken die allemaal hun specifieke kwaliteiten hebben en het waard zijn om gelezen te worden. ‘Waarom zou je dit boek dan moeten aanschaffen?’, hoor ik je denken. In ieder geval zou dit boek verplichte kost moeten zijn voor mensen die niets of weinig weten van het inschrijven op aanbestedingen, maar daar als mogelijke inschrijver wel wat meer over te weten zouden willen komen. Daarnaast is het boek interessant voor beginnende tendermanagers of mensen die voor de keuze staan om in dit vak aan de slag te gaan.     

For tendermanagers only?

Betekent dit tegelijkertijd dat het boek alleen maar geschikt is voor mensen aan de inschrijvende kant en daar werkzaam zijn als tendermanager? Nee, niet direct, want als je bij een aanbestedende dienst werkt als inkoper of betrokken bent als projectlid bij een aanbesteding en ook nog eens beschikt over voldoende inlevingsvermogen in de andere kant van de tafel, vind je in dit boek voldoende interessant materiaal. In ieder geval om jezelf een beeld te vormen van hoe een inschrijving of offerte tot stand komt. Wat daar allemaal bij komt kijken en deels van invloed is op het beeld dat er van de inschrijver en zijn dienstverlening bij de beoordelaars overkomt.     

Enthousiasme werkt aanstekelijk  

Wat vanaf de inleiding opvalt aan dit boek is het aanstekelijke enthousiasme van auteur Karel Koppens over het inschrijven op aanbesteden. De ondertitel van die inleiding geeft daarbij al een indicatie: welkom in de wondere wereld van aanbestedingen. Want dat het aanbesteden naast de noodzakelijke en saaie regelgeving ook leuke en hilarische momenten oplevert is minder bekend. Hoewel, dat geldt niet voor mensen zoals Theo van der Linden, Suzanne Brackmann en Octavia Siertsema, die dat tijdens hun trainingen geregeld vermelden. Ook Karel Koppens weet met zijn relativerende schrijfstijl geregeld een glimlach op je gezicht te toveren. Bijvoorbeeld door het gebruik van onverwachte metaforen als die van een Formule 1 race en Doutzen Kroes, waar zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd is.               

Verwachtingsmanagement over de inhoud

Verwacht als lezer echter geen boek met een uitgebreide literatuurlijst of hoofdstukken vol met theoretische onderbouwingen. Het boek is super praktisch en goed leesbaar. De checklists zijn overzichtelijk, handig in gebruik en goed toepasbaar. Daardoor lees je het boek waarschijnlijk in het minder dan drie à 4 uur uit. Als je dan denkt dat je er bent, kom je bedrogen uit. Het echte werk moet dan nog beginnen, met het nadenken over wat Karel Koppens je heeft aangereikt. En vooral alles organiseren binnen je eigen organisatie. Daar zal absoluut veel meer tijd in gaan zitten dan je denkt. Dat zal ook gedurende langere tijd nodig zijn om een goed draaiend tendermanagementproces binnen je bedrijf te realiseren.         

Bidproces is ook projectmanagement

Wat in ieder geval blijft hangen zijn de onderdelen die zijn afgeleid van de projectmanagementtheorie, zoals een goede voorbereiding en uitgebreide kick-off met je projectteam. Een projectteam dat je zorgvuldig samenstelt en waarvoor je ook een goede rolverdeling afspreekt op basis van het RASCI-model. Iets waar in geen enkel boek over inschrijven op aanbestedingen tot nog toe aandacht aan was besteed. Net zo min als het woord stakeholderanalyse daarin terug te vinden was, maar uiteindelijk wel een belangrijk element vormt voor het al dan niet succesvol inschrijven op aanbestedingen. Iets wat als tendermanger toch je uiteindelijke doel zal en moet zijn, namelijk die offerteprocedure winnen.           

Eindoordeel

Het enthousiasme en de liefde voor het vak van tendermanagement (ook vaak bidmanagement genoemd) spatten ervan af in dit boek. Je zou ‘Tender Hacks’ met wat fantasie één grote salespitch voor het beroep van tender- of bidmanager kunnen noemen. Uiteraard naast de kennis die Karel Koppens deelt in dit 100 pagina’s tellende boek. Maar zoals gezegd kunnen inkopers en projectleden ook voldoende ‘lesmateriaal’ uit dit boek halen. Met het spiegelen van de delen over projectmanagement bijvoorbeeld. Of de specifieke hoofdstukken 15 (over het schrijfproces) en 16 (over de tekstscan) en ook daar het spiegelen toepassen. Met name de ondertitel van dat hoofdstuk 15, ‘Eerst denken en dan pas doen’, zou menig inkoper tot zelfreflectie moeten aanzetten.

Beoordeling
Aanvullende literatuur
Aanvullende informatie
Boekgegevens

Auteur Karel Koppens is aanbestedingsspecialist en ervaren senior commercieel manager. Verder is hij ook coach, trainer, interim professional en inspirator als het gaat om inschrijven op aanbestedingen en sales management. Karel haalt zijn energie uit het leiden, coachen en verbeteren van mensen, het optimaliseren van processen en het behalen van doelstellingen. Hij is ervaren in het managen van de volgende omgevingen: productie, administratie, marketing en sales. Karel heeft gewerkt in Nederland, Duitsland, Zwitserland en België.

Nederlandstalig | Paperback, 100 blz.

Tender Valley | 1e druk, 2022

EAN: 978-94-6437349-3

Het boek ‘Tender Hacks’ is verkrijgbaar via Bol.com en direct uit voorraad leverbaar. Klik hier om het boek te bestellen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderman #9: Hardleerse politicus in aanbestedingsland


Dus Hugo de Jonge vond het ‘echt een goed idee’ om Sywert van Lienden mondkapjes te laten leveren. „Je kunt die Sywert beter inside pissing out hebben dan outside pissing in. <…> Hoop echt dat het lukt.” appte de Jonge aan topambtenaar Van Den Dungen.

Het lobbyen door De Jonge bij de geruchtmakende mondkapjesdeal is opmerkelijk. Ambtenaren van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen waren namelijk al huiverig voor een deal met Van Lienden. Zij waarschuwden de bewindslieden. Zijn aanbod leek simpelweg „too good to be true”, appte Van Den Dungen.

Hoogleraar public affairs Arco Timmermans van Universiteit Leiden ziet hier niet direct belangenverstrengeling in. Maar vindt het wel laakbaar dat De Jonge het advies van zijn eigen ambtenaren in de wind sloeg. Je zou uit het eerder geciteerde appje ook kunnen concluderen dat De Jonge met de deal een tegenstander en mede CDA-er in zijn armen sloot.

Maar wat als het op een succes wat uitgelopen? Hadden we er dan ook zo naar gekeken? Het is achteraf altijd makkelijk praten. En hoe zit het met de ambtenaren die de deal moesten vormgeven? De paniek moet enorm geweest zijn. Op een andere manier kun je dit geblunder niet verklaren. Als liefhebber van ons vakgebied doet het vooral pijn. Omdat je weet dat het eenvoudig voorkomen had kunnen worden.

Van een afstandje is het makkelijk oordelen over wat er in Den Haag gebeurt. Maar hoe zit dat op andere niveaus? Als een minister zijn deskundige ambtenaren opzij schuift omdat hij het beter denkt te weten. Hoe doet een wethouder dat in een gemeente dan? Schuift die met de beste intenties een bekende naar voren voor een onderhandse deal? Laat de inkoopafdeling van een academische ziekenhuis zich beïnvloeden door een goed bedoeld adviesje van een specialist met een netwerk?

Voor ieder die twijfelt hoe tegen deze situaties aan te kijken, het volgende. In aanbestedingsland zijn we soms tot grote frustratie gebonden aan wetgeving. Inschrijvers en aanbestedende diensten vervloeken regelmatig de regels. Maar onder aan de streep zijn zij en alle verstandige mensen in ons vakgebied het er over eens. De regels zijn grotendeels fair. En hoe meer alle betrokkenen de regels omarmen, hoe beter het zal gaan.

Politici en bestuurders hebben wat mij betreft niets te zoeken in aanbestedingsland. Laat het inkopen voor de maatschappij over aan specialisten. Juist in crisistijd moet je vertrouwen op de kennis en ervaring van professionals.

Een duidelijke les voor iedereen die met aanbestedingen te maken heeft. Negeer politici die – ongetwijfeld vanuit de allerbeste intenties – zich bemoeien met aanbestedingen. Vergeet nooit dat een politicus per definitie ook een andere agenda heeft. Andersom is het niet de rol van een politicus of bestuurder om op de stoel van de deskundige te gaan zitten. Het gaat namelijk niet om je intentie, maar om een verstandige en rechtmatige deal. Als je dat onderschat, kan het uitlopen op een flinke blamage.

En voor degene die denkt dat Hugo de Jonge inmiddels zijn les weg geleerd heeft. Op de vraag of hij nu dacht ‘had ik maar nooit contact opgenomen met Sywert van Lienden’? Antwoordde hij: „Zeker niet, alles is gedaan met de juiste intenties.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Nice guys finish last

Stel. Je bent inschrijver, en de gemeente heeft een aanbesteding uitgeschreven met Personeel als belangrijk gunningscriterium. Hier wordt gevraagd om een cv aan te leveren van de relatiebeheerder, waar je afhankelijk van de ervaring en kwaliteiten een onvoldoende, voldoende, goed of uitstekend scoort. Ga je dan eerlijk zijn, en die nieuwe en onervaren medewerker voorstellen die je wilt gaan inzetten? Of draag je die vertrekkende topmedewerker aan, waarvan je weet dat ze weg is voordat het contract ingaat?

Er is een soort ongeschreven regel onder inschrijvers dat dit moet kunnen. Opdrachtgevers kunnen namelijk niet eisen dat een medewerker die je voorstelt na gunning ook bij je aan het werk is. Mensen gijzelen is nog altijd strafbaar in dit land.

Een leugentje om bestwil, omdat je personeel toch niet in de hand hebt. Maar wat is het verschil met andere factoren? We kunnen nou moeilijk zeggen dat we die wel in de hand hebben. Eén verkeerde vleermuis en de wereld ligt twee jaar op z’n gat, één tiran met territoriumdrift en we zitten zonder graan, gas en olie.

Hoe ver ga je in je beloftes? In de praktijk kun je met een hoop wegkomen. Want prijzen, producten en planningen zijn afhankelijk van heel veel factoren. En laten we eerlijk zijn; contractmanagement is nu niet bepaald het sterkste punt van aanbestedende diensten. Zoveel gesteggel over punten en komma’s in de leidraad, zo weinig controle is er zodra de opdracht eenmaal loopt.

Sommige inschrijvers weten dat in hun voordeel te gebruiken. Schrijven bijvoorbeeld in met een laag uurtarief, en boeken gewoon structureel wat extra uren zodra de opdracht loopt. Of benoemen in hun inschrijving de ambitie om hun wagenpark te verduurzamen omdat ze toch weten dat de aanbestedende dienst daar nooit meer op terugkomt. Inschrijvers pakken de ruimte die ze geboden wordt. Doe je dat niet, gaat de opdracht naar de concurrent.

Nieuwkomers in de aanbestedingswereld zijn huiverig om beloftes op te schrijven die ze misschien niet waar kunnen maken. Ambities worden zorgvuldig geformuleerd, in de overtuiging dat een inschrijving wordt ingelijst bij de opdrachtgever op kantoor. Maar de inschrijvers die al langer meelopen weten precies waar ze wel en niet mee wegkomen. Je zou denken dat een inschrijving – toch een soort script van de toekomstige samenwerking – er tijdens de opdracht regelmatig bij wordt gehaald om te kijken of iedereen z’n rol nog scherp heeft. Maar die inschrijving belandt onderin de la zodra de gunning definitief is. Het resultaat is dat leugenaars worden beloond en eerlijkheid wordt bestraft. Nice guys finish last.

Dus terwijl de inkoper de strengste eisen hanteert in lettertypes, marges en regelafstand, kraait de contractmanager nergens meer naar zodra je eenmaal binnen bent. Volgens mij is dat een belangrijke reden dat veel ondernemers de aanbestedingsprocedure als een wassen neus zien. Natuurlijk, je hebt niet alles in de hand, maar er zijn echt wel beloftes waar je zelf in kunt sturen en aan gehouden mag worden. Zonder druk van de opdrachtgever gaat dat niet gebeuren. Misschien hebben we geen behoefte aan steeds strengere poortwachters, maar mag het fort zelf af en toe gewoon wat beter bewaakt worden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: maart 2022

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over stroomlijning van een interview tijdens een aanbesteding.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de aanschaf van middelgrote en grote veegwagens. In het programma van eisen is voorzien in de optie om bij de winnende inschrijver veegwagens af te nemen met een duurzame/afwijkende aandrijftechniek (eis 23). De prijs mag maximaal 200% van de winnende inschrijving bedragen. Over deze eis is onenigheid ontstaan. De partij die niet voor gunning in aanmerking komt stelt dat de gunningssystematiek, in combinatie met eis 23 niet leidt tot de keuze voor de economisch meest voordelige inschrijving. De aanbestedende dienst en winnende inschrijver stellen zich op het standpunt dat de partij heeft nagelaten om vragen te stellen over deze eis en haar bezwaren niet kenbaar heeft gemaakt. Om deze reden heeft de partij haar rechten verwerkt. 

Het resultaat
Het hof stelt eerst dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken de aanbestedende dienst zich er niet tegen kan verzetten dat een inschrijver dit gebrek in een procedure voor de rechter aan de orde stelt. Ook al heeft de inschrijver daarover vóór de inschrijving geen bezwaren geuit. Bovendien oordeelt het hof dat eis 23 geen deel (meer) mag uitmaken van deze aanbesteding, omdat toepassing van de eis kan leiden tot een andere opdracht en de eis niet voldoet aan de eisen die aan een herzieningsclausule worden gesteld. De eis kent vage termen, is onduidelijk en kent geen enkele tijdsduiding.

Relatie tot de praktijk
Wees je bewust dat fundamentele gebreken waarover geen bezwaren zijn geuit toch bij de rechter aan de orde gesteld kunnen worden en dat een mogelijke wijziging van de opdracht wordt voorzien in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule. 

Bekijk de complete uitspraak van 15 februari hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Chinese douanescanners mogelijk veiligheidsrisico

Bij de aanbesteding van de huidige douanescanners is geen quick scan nationale veiligheid toegepast. Dat antwoordt minister Yesilgöz van Justitie en Veiligheid op kamervragen van het CDA over de huidige Nuctech-scanners die op Schiphol en in de Rotterdamse haven worden gebruikt. Deze Chinese scanners zijn aanbesteed vóór 2021, toen de douane deze scan is gaan toepassen bij alle aanbestedingen.

Quick scan
Er is overheidsbeleid opgesteld dat voorschrijft dat nationale en veiligheidsoverwegingen worden meegewogen bij de inkoop en aanbesteding van producten en diensten. Ter ondersteuning hiervan werd de quick scan nationale veiligheid ontwikkeld. Deze scan moet organisaties bij de inkoop en aanbesteding van diensten en producten ondersteunen om een risicoanalyse te maken. Eventuele maatregelen kunnen aan de hand van de resultaten van de scan worden genomen.

Nuctech-aanbesteding
De bewuste quick scan bestond nog niet toen de Nuctech-aanbesteding liep. Het kabinet kan niet garanderen dat de Chinese overheid geen enkele toegang heeft tot de scanners of data van de bewuste apparaten. Er loopt op dit moment een onderzoek om te identificeren welke onderdelen van de scan- en detectie-infrastructuur kwetsbaar zijn voor aanvallen door statelijke actoren.

Bron: Security.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Factsheet Dialoog als aanleiding tot gesprek

Het vierjarige programma Beter Aanbesteden heeft dialoog tussen aanbestedende diensten en marktpartijen als centraal thema. De dialoog wordt nog niet altijd voldoende gezocht en gevoerd voorafgaand aan en tijdens aanbestedingen. Nut en noodzaak van dialoog is nu in een factsheet samengevoegd.

Vraag een aanbod op een goede manier bij elkaar brengen zou continu het uitgangspunt moeten zijn. door een goede dialoog voorkomen partijen te verzanden in discussies over incidenten. De factsheet moet een grotere kennis over het inkoopproces en het belang van dialoog en samenwerking vergroten. Het moet een aanleiding tot gesprek zijn.

Programma Beter Aanbesteden moet de spanning rondom aanbestedingsprocedures wegnemen. Het proces moet voor iedereen zo natuurlijk en eenvoudig mogelijk verlopen zonder wet- en regelgeving uit het oog te verliezen.

Partijen die willen bijdragen aan meer dialoog tussen overheid en marktpartijen of die zelf ideeën hebben, kunnen contact opnemen met één van de regiomanager van Beter Aanbesteden.

Bron: Piano

Partner van Aanbestedingscafé:

Utrechtse onderzoeker lid European Procurement Law Group

Willem A. Janssen, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, wordt lid van de European Procurement Law Group (EPLG). Janssen meldt via LinkedIn uitgenodigd te zijn voor de groep. Hij is al een aantal jaar betrokken bij het academische werk van de groep en zet de samenwerking nu met plezier op een meer gestructureerde manier voort.

De EPLG ontstond in 2008 toen een klein groepje experts in publieke aanbestedingen besloot regelmatig contact te hebben om relevante aspecten van het werkveld te bespreken. Leden van de groep beschouwen de vergelijkende benadering waardevol en noodzakelijk om te begrijpen hoe publiek aanbestedingsrecht wordt ontwikkeld en toegepast in de Europese Unie en de lidstaten.

Bron: Linkedin Willem A. Janssen

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkoopplanning Rijksvastgoedbedrijf 2022-2023 naar 1,5 miljard euro

Uit de gepubliceerde ‘Inkoopplanning maart 2022’ van het Rijksvastgoedbedrijf, blijkt dat er in de periode 2022-2023 zo’n 1,5 miljard euro wordt geïnvesteerd in nieuwbouw, renovatie en verduurzaming. Het gaat in de inkoopplanning om aan te besteden projecten groter dan 5 miljoen euro.

Inkoopplanning
Alle aanbestedingen in de inkoopplanning gaan over panden, locaties en werkzaamheden van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in de volle breedte. Het gaat om zowel duurzame nieuwbouw als bijvoorbeeld onderhoudsprojecten. Ook een aantal grote opdrachten van de Raad voor de Rechtsspraak staan op de planning. Jaarlijks zet het RVB zo’n 1,5 miljard euro aan opdrachten in de markt, de grootste hiervan zijn opgenomen in de Inkoopplanning maart 2022.

Opvallende projecten
Een van de opvallende projecten is het duurzame, houten Rijkskantoor in Den Haag met de naam Monarch IV. Ook de rechtbank in Almelo springt eruit, doordat de opdrachtnemer hier ontwerp, bouw én onderhoud (DBM) op zich neemt. Via TenderNed worden beide projecten nog voor de zomer aangeboden.

Duurzame projecten
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Dienst ICT-Uitvoering (DICTU) kunnen in Assen een duurzame renovatie tegemoet zien van zo’n 50 miljoen euro. Het Nationaal Archief in Den Haag krijgt een groen dak in een project van zo’n 15 tot 20 miljoen euro. Deze projecten komen ook voor de zomer op de markt.

Derde kwartaal
In het derde kwartaal moet de grootschalige renovatie van het Rechtbankgebouw aan de Prins Clauslaan in Den Haag op de planning staan. In dit project gaan gebouwgebruik en werkzaamheden samen.

Ambities
Twee keer per jaar wordt de inkoopplanning van de RVB gepubliceerd. De ambities op gebied van verduurzaming en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) zijn hierin overzichtelijk opgenomen. Vanaf 1 januari 2022 stelt het RVB bijvoorbeeld eisen aan cultuur en gedrag op het gebied van veiligheid in aanbestedingen. Ook worden er sinds dit jaar contracteisen ingevoerd op gebied van schoon bouwen. Deze eisen gaan niet alleen over de bouwwerkzaamheden, maar ook over zaken als vervoer van machines en materialen.

Klik hier voor de hele inkoopplanning.

Bron: BouwendNederland

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E10: De negatieve kanten van Open House


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Onderzoek termijn Tenderned en IPI

Sinds 1 januari is de gids Proportionaliteit op een aantal vlakken aangepast. De meest in het oog springende veranderingen waren het verplicht instellen van een klachtenloket en de aanbevelingen ten aanzien van te stellen termijnen. Los daarvan was er afgelopen jaar de waarschuwing van Tenderned om rekening te houden met een extra 48 uur i.v.m. een wijziging in de wijze waarop aanbestedingen digitaal worden gepubliceerd. Hetzelfde Tenderned onderzocht nu of deze verlenging ook in de praktijk gehanteerd wordt. In 78,6% van de aanbestedingen is dat het geval.

Een ander nieuwtje kwam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na akkoord van de Europese Commissie bieden zijn nu het Internationaal Aanbestedingsinstrument aan. Nederlandse bedrijven kunnen deze zogenoemde IPI gebruiken als er extra beperkingen worden opgelegd door buitenlandse markten of organisaties.

Lees hier het bericht

Onderwerp 2: ‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Op Aanbestedingscafe.nl verscheen een interview met Elisabetta Manunza. Zij is hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Utrecht University. De aanleiding voor dat interview was een onderzoek dat zij met een aantal collega’s had uitgevoerd over de loterij-branche. Ze keek daarbij met name naar wet- en regelgeving rondom het toekennen van loterijdiensten door de overheid. In het interview noteerden we een aantal opvallende uitspraken, die ik met jullie wil doornemen.

Allereerst stelt zij aan de kaak, dat voor inkoop door overheden de aanbestedingswet geldt, maar dat we in Nederland afwijken van Europa door aan verkoop door de overheid lang niet altijd regels te stellen.

Daarnaast stelt Manunza in het interview dat aan het gebruik van Open House-methoden flink wat negatieve effecten hangen, omdat de gunningsfase ontbreekt. Zij zegt daarover “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot een betere prestatie.

Lees het interview hier

Onderwerp 3: Tenderman: Hardleerse politicus in aanbestedingsland

7. Afronding

We zijn al weer bij het slot van deze aflevering. Alle genoemde berichten zijn te lezen op Aanbestedingscafe.nl en je vindt ze in de shownotes. Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Heel hartelijk dank aan mijn gasten: Alfred de Weert, Marco van der Spek-Stikkelorum en Niels Uenk.

En uiteraard ook aan alle luisteraars. Vergeet je niet te abonneren op deze podcast in je favoriete podcast app. Dan word je automatische geïnformeerd als er een nieuwe aflevering te beluisteren is. De volgende aflevering wordt over twee weken gepubliceerd. Tot dan!

Partner van Aanbestedingscafé:

Twee kanten van een medaille, indexeren bouwkosten is één

Een prijsvaste aanbieding geeft duidelijkheid voor beide contractpartijen, ook in de bouwsector. Menig aannemingsovereenkomst kent daarom bepalingen die goed geformuleerd omschrijven dat (echt) alle kosten, ook de toekomstige prijsstijgingen, zijn opgenomen in de aanneemsom. In feite wordt met de prijsvaste aanbieding het risico op prijsstijgingen afgekocht. Als de werkelijke prijsstijgingen lager zijn dan ingeschat door de aannemer, heeft de aannemer een grotere marge en de opdrachtgever te veel betaald. En vice versa.

Voor de toekomstige prijsstijgingen wordt door beide contractpartijen in een glazen bol gekeken. Een glazen bol die helder is bij een evenwichtig economisch klimaat, maar troebel wordt als op het Europese continent oorlog uitbreekt. Als de prijsvaste aanbieding onderdeel is van een aanbestedingsprocedure, worden prijsstijgingen ingeschat in concurrentie waardoor sommige aannemers geneigd zijn hun glazen bol wat extra op te poetsen zodat deze nog helderder wordt: een scherpere prijs, voordeel voor de opdrachtgever!  

Omdat een evenwichtig economisch klimaat snel onevenwichtig kan worden, denk aan complexe financiële producten (2008-‘11), dwarsliggende boten (2018), nieuwe virussen (2019-heden), en nu een oorlog (2022-heden), zijn er juridische uitwegen voor als prijsstijgingen te extreem zijn.

De veel gebruikte UAV 2012 kent paragraaf 47 (Kostenverhogende omstandigheden) en in de UAV-GC komt een gelijkstrekkende bepaling voor in paragraaf 44. Boven dat alles (er zijn immers meer soorten aannemingsovereenkomsten) is er het Burgerlijk Wetboek met artikel 7:753 BW. Als de prijsstijgingen te extreem zijn (als vuistregel wordt hierbij 5% aangehouden), dan kan de aannemer in voorkomende gevallen bij een prijsvaste aannemingssom toch recht hebben op bijbetaling.

Contractpartijen kunnen echter voornoemde bepalingen contractueel uitsluiten: dus (toch) geen recht op bijbetaling. En de rechter kan vervolgens besluiten dat het uitsluiten van deze bepalingen niet proportioneel is: dus (toch weer) wel recht op bijbetaling. Een prijsvaste aanneemsom lijkt duidelijkheid te bieden, maar niet in alle situaties.

Tot zover de contractbepalingen.
Als aanbestedende organisatie wordt het pas echt lastig als aannemers geen noodzaak hebben om hun glazen bol op te poetsen (er is immers genoeg werk) of als aannemers zelfs weigeren in hun glazen bol te kijken omdat deze zo troebel is geworden als een kubel beton. Het inschatten van prijsstijgingen wordt dan simpelweg onmogelijk. Bouwend Nederland adviseert zijn achterban in een recente Aanwijzing dat de risicoregeling bij een troebele glazen bol uitkomst kan bieden. De risicoregeling houdt kort door de bocht in dat bouwkosten geïndexeerd worden tijdens de contractperiode.

Indexeren als het ei van Columbus tegen prijsstijgingen en prijsvaste aanbiedingen.
Bouwend Nederland vergeet echter de andere kant van de medaille: het bieden van transparantie over de opbouw van de bouwkosten. Als de staalprijzen stijgen, wil dat niet zeggen dat de arbeidskosten navenant meestijgen. Een totaalprijs voor een staalconstructie levert bij indexering een onredelijke prijsverhoging op omdat dan ook de arbeidskosten worden geïndexeerd. Klinkt logisch, de praktijk wijst vaak uit anders uit. Ook kan worden afgevraagd of onderaannemers en leveranciers evenredig meeprofiteren van het recht op indexeren. Anekdotes over creatief onderbouwde prijsstijgingen bij scopewijzigingen zijn er te over. Het gebrek aan transparantie als startpunt van een hogere winstmarge voor de hoofdaannemer.

Gezien het lijstje van crises in de derde alinea, lijkt het indexeren van de bouwkosten een betere default optie dan de prijsvaste aanbieding. De aannemingssom zou hierdoor in beginsel zelfs lager moeten zijn omdat hierin de risico-opslag voor prijsstijgingen niet meer is opgenomen. Om dit risico voor opdrachtgevers overzichtelijk te houden, moeten aannemers volledig transparant zijn over de opbouw van de kosten en hun inkoopproces. Een vaardigheid die in veel gevallen nog verder ontwikkeld moet worden.

De Aanwijzing van Bouwend Nederland over prijsstijgingen kan dus worden uitgebreid met een extra paragraaf over transparantie en samenwerken in de keten. Dan komt het allemaal wel goed.

Partner van Aanbestedingscafé:

Grootste deel inschrijftermijnen boven wettelijk minimum

Het grootste deel van de aanbestedingen die op TenderNed zichtbaar zijn, houdt rekeningen met de verlengde inschrijftermijn. In mei 2021 voerde TenderNed een wijziging door die ervoor zorgde dat publicaties pas na 48 uur zichtbaar zijn. PIANOo adviseerde daarop de inschrijftermijn te verlengen. De meeste aanbestedende diensten lijken daar rekening mee te houden.

TenderNed voerde een analyse uit waarbij verschillende procedures mee werden genomen. Het gaat om openbare, niet-openbare, concurrentiegerichte dialoog en innovatiepartnerschap. In 78,6% van de aanbestedingen wordt een inschrijftermijn van 48 uur of meer boven het minimaal vereiste. Het feit dat kluissluitingen niet in het weekend mogen vallen is in de analyse meegenomen.

Opvallend is dat openbare procedures iets vaker worden verlengd (78,9%) dan niet-openbare procedures (74%). Bij 6,2% wordt exact 48 uur bij de inschrijftermijn opgeteld. In 72,4% van de gevallen is de inschrijftermijn zelfs langer dan het advies van PIANOo. Ook aanbestedingen waarbij tussentijds inschrijftermijnen moeten worden verlengd zijn hierin meegenomen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een extra vragenronde.

Bron: TenderNed

Partner van Aanbestedingscafé:

Invulling social return in bouwaanbestedingen steeds ingewikkelder

Bouwbedrijven worstelen steeds meer met het vinden van de juiste mensen voor hun werk. De verplichting tot social return is hierbij een steeds groter probleem. Het is de bedoeling dat via deze eis mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk worden geholpen. In de praktijk blijkt dat de kaartenbakken veelal leeg zijn.

Gemeenten en andere publieke opdrachtgevers kunnen social return als eis in aanbestedingen opnemen. Een percentage van de aanneemsom moet dan worden ingevuld door mensen in te zetten die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Wordt niet aan deze eis voldaan, dan volgt een boete voor de opdrachtnemer.

De groep inzetbare mensen is op de huidige krappe arbeidsmarkt bijzonder klein. Tijdens de economische crisis was dit juist andersom. Daarnaast speelt ook het probleem van geschiktheid van beschikbare mensen. De bouwprojecten zijn relatief kort ten opzichte van sectoren als schoonmaak of groenvoorziening. Bovendien vereisen ze meer kennis over bijvoorbeeld veiligheid en vakspecifieke werkzaamheden.

Bron: Cobouw

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Wat heeft een onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel te maken met aanbesteden? Meer dan je denkt. Overheden verstrekken schaarse rechten aan kansspelaanbieders door ze vergunningen te verlenen. De uitgangspunten en omstandigheden die daarbij komen kijken, lijken sterk op die van het aanbesteden.

Het Utrecht University Center for Public Procurement (UUCePP) deed in opdracht van het ministerie van Justitie & Veiligheid onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel. Specifiek keek de onderzoeksgroep naar de conformiteit van beoogde hervormingen in het Nederlandse loterijenstelsel met het Europees recht. Daarbij ging het om de ruimte die de Nederlandse overheid heeft om nationaal beleid te voeren – zoals o.a. het goededoelenbeleid – en regulering aan te nemen zonder in strijd met het Europees recht te handelen.

Aanbestedingscafe.nl sprak prof. dr. Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht over het onderzoek. Daarin zijn meerdere interessante links met aanbesteden te vinden.

Duaal stelsel

Prof. mr. Elisabetta Manunza, prof. mr. Sybe de Vries, mr. dr. Willem Janssen en mr. Anouk van der Veer namen drie scenario’s onder de loep. Het huidige Nederlandse loterijenstelsel is een duaal stelsel, waarin ruimte is voor staatsloterijen – die een monopolie hebben – en andere loterijen, die alleen kunnen opereren via een vergunning (onder het meervergunningenstelsel). Aanbieders die de markt op gaan onder het meervergunningenstelsel moeten hun opbrengst deels afstaan aan een goed doel. De BankGiroLoterij en Vriendenloterij zijn hier voorbeelden van.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Utrecht University

Uit het onderzoek van UUCePP blijkt dat het huidige duale stelsel juridisch toelaatbaar is. Wel zijn vereisten of verboden onrechtmatig wanneer deze gericht zijn op het verwezenlijken van economische doelstellingen of wanneer ze niet proportioneel zijn. Vanzelfsprekend mogen buitenlandse aanbieders niet worden uitgesloten. Dat is in strijd met de geldende Europese eisen. Het poolingverbod (het verbod op het vermengen van Nederlandse en buitenlandse loterijen) mag volgens de onderzoekers worden gerechtvaardigd. Pas als duidelijk aangetoond kan worden dat (verdere) doelstellingen van niet-economische aard, zoals consumentenbescherming, worden nagestreefd, zou het poolingverbod gerechtvaardigd kunnen worden. De Nederlandse overheid mag het poolingverbod dus niet inzetten om de eigen staatskas te spekken met eigen loterijen die onder het monopoliestelsel vallen.

Mede naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek constateerde voormalig minister van Rechtsbescherming Dekker al dat er geen noodzaak is tot herziening van het Nederlandse loterijenstelsel.

Coherent recht

Prof. mr. Elisabetta Manunza legt uit dat het van groot belang is dat de Nederlandse wet- en regelgeving aansluit op de Europese. Anders kunnen kansspelaanbieders zich tot de rechter wenden en een gerechtelijke procedure starten. Ze vindt coherentie als rechtsbeginsel in het algemeen, belangrijk. “Beslissingen van de overheid en geldende regelgeving moeten coherent zijn, ook met regelgeving waar deze onderdeel van is en andere relevante onderdelen van het recht en het rechtssysteem.” Manunza deed in 2016 ook al onderzoek naar de houdbaarheid van monopolies binnen het Nederlandse loterijenstelsel in opdracht van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de nationale wet- en regelgeving rondom kansspelen in de loop der jaren is verbeterd. Het stelsel is volgens haar steeds beter in lijn gebracht met het Europees recht.

Wetgeving omtrent overheidsaankopen en -verkopen

Er is nog een reden dat Manunza verheugd is over het onderzoek. “Hieruit blijkt opnieuw dat het aanbestedingsrecht andere belangrijke rechtsterreinen de laatste twintig jaar in grote mate heeft beïnvloed.”, vertelt ze. Het Europees aanbestedingsrecht, een relatief nieuw rechtsgebied, wordt volgens Manunza gekenmerkt door een sterke dynamiek. “Die heeft in de laatste vijftig jaar voor een flinke uitbreiding van dit rechtsgebied gezorgd. Steeds meer verschillende vormen waarmee de overheid de markt benadert, zijn gaandeweg aan competitieve toedelings- en verdelingssystemen onderworpen. Niet alleen dankzij regulering, zoals in geval van de overheidsáánkopen maar dankzij rechtsprocedures van marktpartijen nu ook schaarse vergunningen, zoals in het geval van kansspelen, verkoop van grond en gebouwen”, legt ze uit.

Manunza vertelt dat er in Nederland geen regulering bestaat die specifiek over de verkoop van onroerende zaken van de overheid gaat. In dat opzicht verschilt Nederland van andere lidstaten. Bij de kansspelen is dat anders. Hier is het EU-Verdrag wel van toepassing. Er bestaat echter geen secundaire regulering in de vorm van richtlijnen of verordeningen omdat de EU op het terrein van de kansspelen geen wetgevende bevoegdheden heeft. “Op het verkopen van eigendomsrechten is het EU Werkingsverdrag neutraal, door een bepaling die bepaalt dat het verdrag het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet laat. Door de afwezigheid van die regels is de rechtspositie van particulieren niet sterk.”

Manunza pleitte in diverse publicaties voor regelgeving rondom deze materie en was daarom verheugd dat de Hoge Raad onlangs oordeelde dat gemeenten gelijke kansen moeten bieden bij de verkoop van grond. De Hoge Raad baseert zijn beslissing niet op het verdrag of andere regulering maar op een van de oudste rechtsbeginselen: het gelijkheidsbeginsel.


Dat we wel regels hebben over het verwerven van eigendom, maar geen regels over het vervreemden daarvan, is niet coherent.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

“De vraag of je de schaarse rechten zoals bij kansspelen, of bij de verkoop van grond en gebouwen, moet verdelen in competitie – bijvoorbeeld met aanbestedingsprocedures – speelt al lang bij de rechter in Nederland”, vertelt Manunza. Waar bij overheidsopdrachten verregaande nationale en Europese wetgeving bestaat, is dat bij het verkopen of bezwaren van schaarse rechten niet in gelijke zin het geval. Europa laat de regulering van kansspelen bij de lidstaten en neemt een neutrale houding in bij de vervreemding van overheidseigendom. Wat dat laatste betreft, geldt dat de EU ‘indirect’ wel competitieve verkoop stimuleert. Als je namelijk niet tegen marktwaarde verkoopt, bestaat het vermoeden dat er staatsteun is verstrekt. Maar wat als er wel tegen marktwaarde wordt verkocht, maar niet via een competitieve procedure? Dan maken andere belangstellende burgers geen kans op het verkrijgen van dat onroerend goed. Volgens Manunza is dit niet alleen incoherent maar levert een ongelijke behandeling – vanuit dat perspectief – en dus onrechtmatigheid op. De uitspraak van de Hoge Raad is volgens haar een goede stap in de invulling van deze leemte. De wetgever is nu aan zet.

Vergelijkbaar met inbesteden

Meer vragen die bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel rezen, zijn direct te relateren aan de aanbestedingspraktijk. Zo zijn kansspelaanbieders die opereren onder het meervergunningenstelsel het lang niet altijd eens over de verplichte hoogte van de afdracht aan goede doelen. Manunza vergelijkt die afdracht met social return bij aanbestedingen. “Het gaat bij beide om het vrij verkeer van diensten en de vraag of beperkingen door de overheid wel of niet gerechtvaardigd kunnen worden”, legt ze uit.

Ook bij de kansspelen die vallen onder de monopolies, spelen aan aanbestedingsrecht gerelateerde zaken. Daarover is de afgelopen jaren al veel geprocedeerd. Manunza en haar collega’s toetsten het monopoliestelsel onder meer aan de toezichteisen die door het Hof van Justitie van de EU in inbestedingszaken zijn geformuleerd. “In het Europees recht geldt het coherentiebeginsel. Als het Hof van Justitie bij inbestedingszaken specifieke eisen aan het toezicht stelt, en een monopolie kenmerken vertoont van een inbestedingsconstructie, gelden die twee als ‘vergelijkbare’ terreinen. Dan dient er ook non-contradictie en coherentie te bestaan tussen de toezichtregels die in beide sectoren gelden.”, vertelt Manunza. “Als aan die eisen is voldaan, is één op één gunnen mogelijk. Ook daarbij is het dus belangrijk dat het nationaal recht en het Europees recht – dat voorrang heeft – coherent zijn.”

Zet die nationale bril af

Bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel ging het om de toets van nationaal recht aan het Europees recht. Manunza beklemtoont dat het aanbestedingsrecht in Nederland nog steeds door een nationaalrechtelijke bril wordt bekeken. En daar zitten risico’s – en dus nadelen – aan. “Als je dat doet, zie je niet alle mogelijkheden die er zijn. Veel kwesties hebben een Europees component, en dienen vanuit een Europeesrechtelijk perspectief te worden bestudeerd. Anders kom je tot de verkeerde conclusie. En als je het systeem van Europees recht in zijn geheel beheerst, kun je veel beter zien waarom zaken zo zijn of hoe je zaken kunt oplossen. Heel vaak laten we in Nederland oplossingen liggen omdat we dat systeem niet goed beheersen. Sommige zaken mogen en moeten soms zelfs in het nationaal recht worden ingevuld, en dat wordt onvoldoende gedaan.” Het is dus zaak dat juristen hun blik verbreden en over de landsgrenzen heen kijken, aldus Manunza.


Vaak laten we oplossingen liggen omdat we het Europese systeem niet goed kennen.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

Onterecht negatief over aanbesteden

Wat kunnen we nog meer uit dit onderzoek meenemen, als we kijken naar het aanbestedingsrecht? “In Nederland spreekt men nog veel te vaak in negatieve termen over aanbestedingen”, zegt Manunza. Ze wijst naar discussies over de rechtmatigheid van bestuurlijk aanbesteden. In Nederland is de zorg lang en vaak aan de hand hiervan ingekocht, met vaak negatieve gevolgen. “Dat laatste is een tijdje populair geweest, maar later moesten men ervan terugkomen. Met een kleine groep collega’s riepen we al langer dat het in strijd was met het Europees recht. Nu weten we dat zeker dankzij twee Europese rechtszaken over open house, ook een soort vergunningsstelsel. Door de verduidelijking die het Hof van Justitie daarin gaf, over open house, weten we nu dat open house mag, maar bestuurlijk aanbesteden niet.”

Volgens Manunza is men er zich alsnog onvoldoende van bewust dat het toepassen van open house negatieve effecten heeft, omdat de gunningfase ontbreekt. “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot ‘meer’: meer innovatieve, duurzame of sociale inschrijvingen. Daardoor kan alle kracht die bij de markt ligt onvoldoende worden benut met gevolgen voor de kwaliteit van de ingekochte goederen.” Volgens Manunza is de gunning een essentieel element om creatieve, innovatieve oplossingen uit te lokken.


De gunning is essentieel om vast te stellen of het éne bod beter is dan het ander.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht

“Vaak horen we zeggen dat aanbesteden ingewikkeld is. Dat komt omdat men niet eenvoudig kan uitleggen wat een aanbesteding is. Maar de essentie van aanbesteden is dat er aan een ieder gelijke kansen worden gegeven. Zo kun je laten zien dat je in die procedure de beste bent, zodat je een kans hebt om mooie dingen voor onze samenleving te doen. Het is een kwestie van rechtvaardigheid.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Three Strikes Out


De ene pandemie is nog nauwelijks uitgeraasd of de volgende dient zich al weer aan. Oorlog. Deze keer niet veroorzaakt door een virus, maar door één rus. Oekraïne weert zich kranig, terwijl het westen angstvallig toekijkt. En hoewel iedere parallel met ons dagelijkse werk mank gaat, ga ik toch een poging doen.

Is deze oorlog een ver van je bed show of heb je voor jouw organisatie al in kaart gebracht wat de gevolgen op korte en lange termijn zijn? Wacht je tot je leidinggevende er opdracht toe geeft? Of laat je het aan een chique consultant over?

Met alle respect, aanbesteder, inschrijver of contractmanager. Het ligt juist nu wel erg voor de hand dat je al een sourcing analysis gemaakt hebt. Jouw leveranciers en hun toeleveranciers heb je vanzelfsprekend tegen het licht gehouden. Komen er producten of delen daarvan uit Oekraïne en Rusland? Worden er bedrijven in de ketens geraakt door de Swift-beslissingen? Of misschien door een van andere sancties?

Voor een goede professional moet het inmiddels een abc-tje zijn om dat in kaart te brengen. Tel maar na. Eerst had je te maken met Brexit, die potentieel gevolgen had voor de goederen en diensten die je inkocht. Daarna heeft Corona je heel duidelijk gemaakt dat toeleveringsketens flink verstoord kunnen raken. Als je dan nu nog loopt te wijfelen, dan is het echt Three Strikes Out. Zet maar een kruisje bij ‘Ongeschikt’.

Een geluk bij een ongeluk voor aanbesteders is, dat men doorgaans weinig te maken heeft met buitenlandse leveranciers. Het overgrote deel van de aanbestedingen wordt gegund aan Nederlandse leveranciers. Zelfs zoiets eenvoudigs als schoonmaak blijkt lastig te verkopen over de grens, werd al eens betoogd in deze podcast. Eigenlijk is dat een enorm gemiste kans. Er moeten een enorme hoeveelheid goede leveranciers in het buitenland zijn.

Nou ja, behalve de afgelopen jaren dan.

Partner van Aanbestedingscafé:

Bescherming veiligheidsbelangen bij aanbestedingen moet beter

Vitale infrastructuren zijn kwetsbaar bij infiltratie van vijandige mogendheden binnen belangrijke overheidsdiensten. De aandacht voor dat probleem is de laatste twee jaar hard gegroeid. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht verkenden op verzoek van de Nationale Politie de juridische ruimte binnen geldende aanbestedingsregels. Het doel is de nationale veiligheidsbelangen in de toekomst beter te kunnen beschermen.

In het onderzoeksrapport ‘Naar een betere bescherming van veiligheidsbelangen bij de aankopen van de Nationale Politie: Een eerste verkenning van enkele aanbestedingsrechtelijke vraagstukken’ analyseren de onderzoekers het speelveld en doen zij aanbevelingen.

Naïef

De onderzoekers stellen dat Nederland minder naïef zou moeten zijn bij inkoop en gebruik van apparatuur en technologie uit het buitenland. Zulke overheidsopdrachten creëren veiligheidsrisico’s zoals verstoring van de continuïteit van vitale infrastructuur, spionage, weglekken van staatsgeheimen en onwenselijke afhankelijkheid.

Screeningssysteem

Nederland loopt achter in de trend om minder afhankelijkheid van ‘strategische goederen’ na te streven. Via wetgeving op EU-niveau zijn veiligheidsbelangen binnen aanbestedingsprocedures geborgd. ‘Onbetrouwbare’ ondernemers kunnen worden gescreend en eventueel uitgesloten, maar in Nederland bestaat geen screeningssysteem dat op nationale veiligheid bij overheidsaankopen is gericht. Toch krijgen veel overheden en nutsbedrijven hier vroeg of laat mee te maken. Voor hen is het nu ingewikkeld veiligheidsrisico’s af te stemmen met aanbestedingsregels.

Voorbeeld

Het Ministerie van Defensie kan als goed voorbeeld dienen. Dit ministerie beschikt over een screeningssysteem dat ruimte biedt voor strenge eisen aan de betrouwbaarheid van ondernemers. Ook de herkomst van geleverde of gebruikte producten valt onder toezicht. Het probleem van bescherming van nationale veiligheid bij overheidsaankopen is breder dan aankopen van Politie en Defensie.

Aanbevelingen

Een nationaal algemeen of specifiek (juridisch) screeningssysteem voor veiligheidsbelangen bij overheidsaankopen kan helpen in de aanpak. Tot die tijd blijft het voor overheden ingewikkeld welke aanbestedingsregelgeving in welk geval van toepassing is. Nationale veiligheid zal daardoor niet altijd voldoende mee worden gewogen in aankoopprocedures.

Bron: UU.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijk vergoedt bouwers voor extra kosten Zeesluis IJmuiden

Bouwbedrijven BAM en VolkerWessels krijgen samen bijna 60 miljoen euro van het Rijk. De bouwers van ’s werelds grootste zeesluis gaven tientallen miljoenen euro’s meer uit dan begroot.

Deze opgelopen kosten zijn naar hun mening ook deels voor rekening van het Rijk als opdrachtgever. Een onafhankelijke geschillencommissie geeft hen gelijk in hun eis voor een vergoeding. Dat schrijft minister Mark Harbers van Infrastrucuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer.

Extra kosten

Rijkswaterstaat wijzigde contracten met de bouwbedrijven en moet daar nu 10,4 miljoen euro voor betalen. Ook is er 49,5 miljoen euro toegekend vanwege kosten die de bouwers moesten maken door allerlei vertragingen in het project. De totale kosten van Zeesluis IJmuiden vielen 112 miljoen hoger uit dan begroot. In een eerder stadium tekende het Rijk al voor tientallen miljoenen euro’s extra.

Tegenvallers

De bouw van de enorme zeesluis maakt het mogelijk dat grotere schepen de haven van Amsterdam kunnen bereiken. Vanaf het begin waren er tegenvallers in de bouw. Er lagen bijvoorbeeld meer kabels, leidingen en oude sluisdelen dan voorzien. Ook ondervonden de bouwers problemen met de constructie waarin de sluisdeuren moesten komen.

Bron: nu.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E9: Oekraïne, Beter Aanbesteden en het tweefasencontract


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Oorlog in Oekraïne

Ook in deze podcast kunnen we niet heen om de oorlog in Oekraïne heen. In Nederland ontstonden vragen bij decentrale overheden hoe om te gaan met deze oorlog. Zo hebben diverse gemeenten en waterschappen contracten met het Russische Gazprom. Kun je daar onderuit? En welke invloed heeft de oorlog op het aanbesteden?

https://www.aanbestedingscafe.nl/juridische-notitie-aanbestedingsvragen-russische-leveranciers-voor-decentrale-overheden/

https://www.aanbestedingscafe.nl/waterschappen-heroverwegen-contracten-gazprom/

Onderwerp 2: Tenderman

Ook Tenderman gaat niet voorbij aan de oorlog in Oekraïne. Want de echt inkoper is inmiddels wel voorbereid op een crisis, of toch niet?

Onderwerp 3:Tweefasencontract in de bouw wordt populairder

Bouwers als BAM en Heijmans schrijven zich niet langer in op grote Rijksaanbestedingen omdat die te risicovol zijn. Dat kan problemen opleveren voor de overheid. Tegelijkertijd wint het tweefasencontract, dat risico’s moet verminderen, aan populariteit. Is dat de oplossing?

https://www.aanbestedingscafe.nl/populariteit-twee-fasen-contract-groeit/

https://www.aanbestedingscafe.nl/bouwers-zien-af-van-grote-infraprojecten-rijk/

Onderwerp 4: Programma Beter Aanbesteden

Aanbestedingscafe.nl sprak met programmadirecteur Niels van Ommen over het programma Beter Aanbesteden. Is het volgens de gasten in de podcast zinvol om een nieuw programma op te starten?

https://www.aanbestedingscafe.nl/beter-aanbesteden-ken-de-kaders-zodat-je-elkaar-kunt-opzoeken-voor-echte-dialoog/

Met gasten Theo van der Linden, eigenaar van VDLC publishers, Richard Lennartz, directeur van UBR|HIS en Steven Oosterling, senior adviseur aanbesteden en contracteren bij 4Building.

Partner van Aanbestedingscafé:

Back to normal

Geen mondkapjes meer, geen anderhalve meter, (deels) terug naar kantoor… Nederland is weer open. Zelfs de drie zoenen lijken alweer razendsnel hun herintrede te doen – nee heren, zakelijk hoeft dat echt niet meer. Velen, waaronder ikzelf, vragen zich af hoe dit ‘nieuwe normaal’ eruit gaat zien. Wat heeft dit met aanbestedingen te doen? Nou, meer dan je denkt!

Vroegere tijden

Toen ik acht jaar geleden als bidmanager startte zaten we nog in het ‘oude regime’. Er waren weinig beperkingen. Aanbestedingen waren redelijk recht-toe-recht-aan: geen voorgeschreven lettertypes, regelafstand, marges en puntgroottes, niet anoniem en vooral generieke vragen die in een onbeperkt aantal pagina’s mochten worden beantwoord. Nu wil ik zeker niet terug naar dat laatste. Ik zie onze accountmanager nog naar zijn auto lopen met maar liefst zes dozen vol ringbanden, elk met meer dan honderdvijftig pagina’s (zes percelen, acht beoordelaars). Maar vragen als ‘hoe beoordeelt de inschrijver of de potentiële kandida(a)t(en) voldoe(t)(n) aan de gevraagde kennis, competenties en ervaring?’, ‘hoe handelt de inschrijver indien blijkt dat bepaald personeel slechts beperkt voor handen is, of als het matchingsproces niet tot het gewenste resultaat leidt?’ en ‘hoe zorgt de inschrijver dat hij van relevante ontwikkelingen in het vakgebied op de hoogte is?’ waren eenduidig en daarmee relatief eenvoudig te beantwoorden.

Aanbesteden voor gevorderden

Wat ik begrijp is dat dit soort vragen niet langer resulteren in discriminerende antwoorden. Ook is de markt veranderd en is er sprake van een chronisch tekort aan ICT-personeel. Logisch dat aanbestedende diensten op zijn minst bewijsmateriaal (prestatie-informatie) willen zien van dat de inschrijvers waarmaken wat ze beloven, dat het antwoord toetsbaar is. Maar vragen als ‘welke mechanismen onderkent u in zijn algemeenheid in een relatie voor levering ICT-resources tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer die zouden kunnen leiden tot het niet parallel lopen van de belangen van opdrachtnemer en opdrachtgever, welke mechanismen onderkent u in het bijzonder en als er verschillen tussen beide zijn, kunt u aangeven wat de oorzaak is?’ – waarbij de onderliggende doelstelling nog steeds is de best passende kandidaat aangeboden te krijgen –  schieten wat mij betreft het doel voorbij. En ook zinsneden als ‘voor opdrachtnemer geldt dat het paard wel naar de bron geleid kan worden, maar dat het paard niet gedwongen kan worden om te drinken. Hoe kan deze problematiek vermeden worden?’ – waar het gaat om kennisoverdracht – laten ons inschrijvers behoorlijk ‘puzzled’ achter. Als schrijver heb ik overigens wél enorm van deze prachtige metafoor genoten.

Het nieuwe normaal

Zojuist las ik in een bestek de volgende vragen: ‘welke maatregelen zal de inschrijver specifiek voor de opdrachtgever nemen om in deze krappe arbeidsmarkt toch steeds tijdig tijdelijke medewerkers met de juiste, schaarse kennis en competenties aan te kunnen bieden?’ en ‘hoe vult u het proces van behoud van kennis in met een werkbare rolverdeling tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en tijdelijke medewerker?’ Hè hè, ‘back to normal’, maar dan 2.0: specifieke, concrete vragen, toegesneden op de problematiek van de opdrachtgever, in een beperkt aantal pagina’s. Daar kunnen wij als inschrijver wat mee. Vasthouden dit nieuwe normaal!

Partner van Aanbestedingscafé:

Juridische notitie Aanbestedingsvragen Russische leveranciers voor decentrale overheden

De inval van Rusland in Oekraïne levert ook bij decentrale overheden veel vragen op. Kenniscentrum Europa decentraal heeft een juridische notitie opgesteld waarin veel aanbestedingsrechtelijke vragen worden beantwoord.

De afgelopen dagen kwam van veel verschillende kanten de vraag of het mogelijk is contracten met Russische leveranciers te beëindigen. Veel van deze contracten zijn volgens Europese regels aanbesteed en sommige lopen via Nederlandse dochterbedrijven. Vanwege de situatie in Oekraïne willen veel partijen van deze contracten af.

De belangrijkste conclusie uit de notitie is dat de aanbestedende dienst een lopend contract alleen eenzijdig kan ontbinden wanneer hierover in de overeenkomst afspraken zijn opgenomen. Anders bestaat het risico dat er een schadevergoeding aan de leverancier moet worden betaald.

Discriminatieverbod
Tegelijkertijd liggen er natuurlijk aanbestedingen in het verschiet. Om Russische leveranciers hiervan uit te sluiten, moet de Aanbestedingswet 2012 ter hand worden genomen. De decentrale overheid moet in de rol van aanbestedende dienst het discriminatieverbod altijd in acht nemen.

Ondernemingen die in Nederland zijn geregistreerd, vallen niet onder de economische sancties tegen Rusland. Zij zijn daarom niet uit te sluiten bij een eventuele nieuwe verplichte aanbestedingsprocedure. Het is niet duidelijk of dit nog op de agenda van de Europese Commissie staat. De situatie ontwikkelt zich echter per dag, dus die mogelijkheid kan zich later nog voordoen.

Notitie
De Juridische notitie Aanbestedingsvragen Russische leveranciers is te vinden op de website van Europa decentraal.

Bron: Europadecentraal

Partner van Aanbestedingscafé:

Populariteit twee-fasen contract groeit

Bij infrawerken en gemeentelijke opdrachtgevers wordt het twee-fasen-contract steeds populairder. De meest aanbestede contractvorm van het Rijk is met 63% vooralsnog het traditionele contract. Het aantal aanbestedingen bleef nagenoeg gelijk bij infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw. Bij bouwprojecten verschuift één en ander, zo blijkt uit onderzoek van Cobouw.

Het twee-fasen-contract damt risico’s bij grote complexe werken in, want pas na de eerste ontwerpfase in samenspraak met de opdrachtgever, komt de prijs voor de uitvoeringsfase op tafel. In bijna drie jaar tijd verzevenvoudigde de keus voor de twee-fasen contractvorm, zo blijkt uit cijfers van het Aanbestedingsinstituut Bouw en Infra. Het gaat om cijfers uit alle openbare Europese en Nederlandse aanbestedingen in de sectoren infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U).

Verdeling

De meeste twee-fasen-contracten zitten de afgelopen jaren niet bij gemeenten, Rijk of provincies. Voornamelijk speciale sectorbedrijven, scholen en universiteiten hebben deze contracten in portefeuille. Daarna volgen waterschappen en dan gemeenten.

Moderne contractvormen

Het twee-fasen-contract mag dan vaker voorkomen, het aantal ‘moderne’ contractvormen zakte tussen 2017 en 2020 juist, met name in de sectoren B&U en infradiensten. In de infrawerken is de daling van moderne contractvormen minder sterk. Binnen het Rijk geven Rijkswaterstaat en ProRail de meeste moderne contracten uit, met name Defensie houdt vast aan de traditionele vorm.

Meest aanbestede contractvorm

Wanneer de totale verdeling van contracten wordt bekeken, valt op dat het aandeel ‘traditionele’ contractvormen in de bouwsector gelijk blijft, ondanks de verschuivingen tussen twee-fasen-contracten en moderne contracten. Bij het Rijk blijft in 2021 de traditionele vorm met 63% de meest aanbestede contractvorm. In deze contractvorm beschrijft de opdrachtgever tot in detail wat de opdrachtnemer moet doen. Dit contract wordt wel in verschillende varianten gebruikt.

Krachtenbundeling

De markt bundelt kennis en krachten steeds meer, dat kan goed met twee-fasen-contracten. McKinsey noemde dit al in 2019 als één van de oplossingen voor risico’s die bij grote Rijkswaterstaat-projecten aan het licht kwamen.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Flinke stappen nodig om hoge verwachtingen publieke inkoopfunctie waar te maken

Uit verkennend onderzoek van Significant Synergy en Nevi naar de publieke inkoopfunctie in 2021 blijkt dat het inkoopveld sterk in beweging is. Er moeten nog flinke stappen worden gezet, met name in waardecreërende processen en ondersteunende infrastructuur. De verwachtingen van de publieke inkoopfunctie zijn hoog, zowel bij beleidsmakers als bij het bredere publiek.

Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats. Dit keer vulden zo’n 150 respondenten een vragenlijst in. Dit waren bijvoorbeeld inkopers, contract- en leveranciersmanagers of consultants. De spreiding op basis van inkoopvolume was ruim: van organisaties met een spend lager dan 50 miljoen euro tot meer dan 250 miljoen euro. De resultaten van het onderzoek werden besproken met experts binnen het publieke inkoopdomein.

Inkoop en aansturing

Allereerst ging het onderzoek in op de randvoorwaarden om inkoopdoelstellingen te realiseren. De belangrijkste randvoorwaarde vinden respondenten met 63% beschikbare tijd en capaciteit van medewerkers. Daarna volgen actueel informatiemanagement (42%) en beschikbaarheid van systemen voor contract- en leveranciersmanagement (42%). Populairste oplossing bij ondersteuning van de inkoopfunctie blijkt het contractmanagementsysteem te zijn, maar liefst 49% van de respondenten zet deze tool in. Ook de spend-analysetool (42%) en aanbestedingssoftware (40%) zijn veelgebruikte hulpmiddelen. Het meest gebruikte besturingsmodel is het centrale model (34%), gevolgd door gecoördineerd (28%), hybride (22%) en decentraal (16%).

Thema’s bij inkoop

Het inkoopbeleid van organisaties wijzigde de afgelopen jaren door gewijzigde doelstellingen (45%), verouderd beleid (28%) en veranderde aanbestedingswetgeving (28%). Belangrijk is de maatschappelijke bijdrage van het inkoopbeleid. Bijna de helft van de respondenten vindt dat onderwerpen als social return, innovatie en betrekken van het MKB nu echt in het inkoopbeleid verankerd zijn. De onderzoekers concluderen dat het goed gaat, maar beter moet. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks 83 miljard euro. Daarmee kan publieke inkoop grote maatschappelijke impact hebben.

Innovatie

Smart contracting zou volgens 24% van de respondenten een bruikbare innovatieve ontwikkeling kunnen zijn. In de praktijk blijkt vaak dat innovatie niet verder gaat dan automatisering van inkoperstaken. Ongeveer een derde van de respondenten geeft aan niet precies te weten wat innovatie voor inkoop kan betekenen. Hier is dus mogelijk nog veel te winnen.

Contract- en leveranciersmanagement

Ook op gebied van aandacht voor contract- en leveranciersmanagement liggen nog veel kansen. Zeker respondenten van organisaties met een spend tot 250 miljoen gaven aan dat daar maar weinig aandacht voor is. Zo’n 40% van de respondenten zegt dat er geen onderscheid tussen typen leveranciers wordt gemaakt bij het management van leveranciers.

Gezamenlijke inkoop

Externe hulp inschakelen of inkoopsamenwerkingen aangaan kunnen aanbestedende diensten helpen hun inkoopbeleid naar een hoger niveau te tillen. Met name voor diensten met een volume tot 150 miljoen euro is hier winst te behalen. Zij blijken nu nog maar weinig bijzondere aanbestedingsprocedures in te zetten. Opvallend is echter dat inkoopsamenwerking binnen het publieke domein maar op beperkte schaal plaatsvindt. Tussen de 7% en 30% van het totale inkoopvolume wordt gezamenlijk ingekocht en dan vooral bij grotere inkooporganisaties.

Meer aandacht

Na afloop van het onderzoek gingen experts in op de resultaten. Zij merken op dat rechtmatigheid eigenlijk steeds minder een issue zou mogen zijn. Tegelijkertijd zou er meer aandacht mogen zijn voor verdere ontwikkeling van de competenties, inspelen op actuele thema’s en het verlagen van toeleveringsrisico’s.

Bron: Significant Synergy

Partner van Aanbestedingscafé:

De Nota, leuker kunnen we het niet maken…

Menig artikel en rechtszaak gaan in op het nut en de noodzaak van vragen stellen tijdens een aanbestedingsprocedure. Raakt een inschrijver zijn rechten kwijt als hij geen vragen stelt? Welke commercieel gevoelige informatie moet en mag je delen? Zelden wordt ingegaan op het proces rondom de nota van inlichtingen. En eerlijk is eerlijk, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dit een leuk onderdeel van aanbesteden vindt.

De aanbiedingen van een adviseur voor het deelnemen aan een ontwerpteam zijn meestal gebaseerd op de fasering van de Standaardtaakbeschrijving (STB): een post voor de VO-fase, DO-fase et cetera aangevuld met een urenstaat voor aanvullende werkzaamheden. In fase 07 van de STB komt echter “Prijs en Contractvorming” (PC) aan bod. Een onderdeel dat traditioneel na het afronden van de TO-fase plaats vindt, maar met alle hybride, tweefasen en innovatieve contractvormen op elk moment in het ontwerpproces kan worden ingepland.

Ik ben nog geen offerte van een architect of constructeur tegengekomen die naast de VO-, DO-, TO- en UO-fase ook een post voor de PC-fase heeft meegenomen. Wel esthetische begeleiding tijdens de uitvoeringsfase. Dus PC wordt bewust of onbewust overgeslagen.

Wat betekenen al die afkortingen? 

  • VO = Voorlopig Ontwerp of Voorontwerp
  • DO = Definitief Ontwerp
  • TO = Technisch Ontwerp
  • PC = Prijs en Contractvorming
  • UO = Uitvoeringsgereed Ontwerp

Als er geen uren voor gerekend worden, is er ook geen tijd voor en worden de betreffende werkzaamheden tussen alle andere werkzaamheden ingepland. En gezien de workload bij menig architect, constructeur en installatieadviesbureau, is er weinig ruimte om er iets tussendoor te doen.

Kortom, de Nota van Inlichtingen krijgt niet altijd de aandacht die het document verdient.

De factor tijd

Los van het feit dat het inschatten van het aantal uren dat nodig is voor een aanbestedingsprocedure erg lastig is. Krijg je tien of honderd vragen? Zijn er één of drie vragenrondes? Reken je alleen het beantwoorden van de vragen (het invullen van een Excel-bestand) of ook de afstemming met de ontwerpteamleden die hiervoor nodig is?

En zoals hiervoor al is genoemd, het beantwoorden van vragen is ook niet leuk. Zeker als er vragen binnenkomen die jou erop wijzen dat je een ontwerpfout hebt gemaakt. Dit betekent herstelwerkzaamheden (lees: extra uren!), vaak binnen de tijdspanne waarin de Nota gepubliceerd moet worden (lees: stress!).

Gewezen worden op fouten, er eigenlijk geen tijd voor hebben maar wel snel moeten handelen en de betreffende kosten niet kwijt kunnen. Als dit het recept was voor een maaltijd, dan zullen de gasten die je hebt uitgenodigd voor een diner, met buikpijn vertrekken. Kortom, ruimte voor verbetering.

Als we beginnen met de standaard adviseursopdrachten uitbreiden met een (stel)post voor de Nota van Inlichtingen. Dus ook een post PC meenemen!. Dan gaan de uren die hieraan worden besteed niet ten koste van de ontwerpwerkzaamheden en wordt de betreffende inzet gewoon vergoed.

Vra-mi-bo

Wellicht moet het beleid ook zijn dat er niet meer wordt gewerkt met vragenrondes, maar met de mogelijkheid om continu vragen te stellen. Dit is toegestaan en gebeurt ook regelmatig. Voordeel is dat de werkdruk ten aanzien van dit onderdeel gelijkmatiger wordt verspreid. Tweede voordeel is dat – mochten er grote fouten zijn gemaakt – het ontwerpteam hier eerder op gewezen kan worden.

Softwarematig zou het proces ook beter ondersteund kunnen worden. Het rondsturen en samenvoegen van Excel-bestanden is iets uit het tijdperk van Windows 95. Dit kan zeker beter!

Last but not least, plan naast de vrij-mi-bo ook een vra-mi-bo in. Bij elke vijftig vragen (en antwoorden) een borrel! Het mag weer, en het maakt vragen beantwoorden een gezellige bezigheid.

De Nota van Inlichtingen, we kunnen het leuker en makkelijker maken!

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid gebruikt omstreden Chinese camera’s zonder dat te weten

Nederlandse gemeenten en overheidsorganisaties maken massaal gebruik van Chinese camera’s zonder dat ze daarvan op de hoogte zijn. Centraal overzicht ontbreekt bij diverse ministeries en gemeenten. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksplatform Follow the Money.

Follow the Money ontdekte dat 51 Nederlandse gemeenten Chinese camera’s gebruiken. Mogelijk zijn dat er meer. De Nationale Politie schafte 700 Chinese camera’s aan om verkeer te monitoren. Het ministerie van Financiën maakt ook gebruik van de camera’s. Bovendien zijn de camera’s ook geïnstalleerd in twee gerechtsgebouwen. Het gaat om camera’s van Chinese fabrikant Dahua en Hikvision. Dahua en Hikvision zijn deels in handen van de Chinese overheid. Als de Chinese overheid daarom vraagt, moeten de bedrijven data vrijgeven. Dat kunnen dus ook beelden zijn die in Nederland zijn gemaakt.

De VS verbood Amerikaanse bedrijven in 2021 zaken te doen met deze fabrikanten, omdat Dahua en Hikvision betrokken zouden zijn bij mensenrechtenschendingen. Dahua zou bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware hebben ontwikkeld om Oeigoeren te kunnen herkennen.

Politiecamera’s

Follow the Money vroeg decentrale overheden en overheidsinstanties naar de herkomst van camera’s die momenteel in gebruik zijn. Veel overheden konden niet aangeven van welke camera’s ze gebruikmaken. De Nationale Politie ontkende enkele weken geleden nog dat zij Chinese camera’s inzetten. Nu blijkt dat de 700 camera’s zijn ingekocht via een aanbesteding die is gewonnen door Connection Systems BV. Dat bedrijf werkt nagenoeg alleen met camera’s van Dahua. De camera’s van de Nationale Politie zijn inderdaad door die fabrikant geleverd. De camera’s die in worden gezet op het ministerie van Financiën zijn ingekocht door het Rijksvastgoedbedrijf.

Zowel ministeries als gemeenten hebben geen overzicht van de camera’s die zij gebruiken. Grote gemeenten zoals Den Haag en Amsterdam kopen die camera’s in via Europese aanbestedingen, waarbij leveranciers of tussenpersonen moeten vermelden welke camera’s zij leveren. Informatie over de herkomst van de camera’s is dus voorhanden, maar overheidsinstanties hebben die niet paraat.

Naïef

Vanaf 2019 hebben diverse kamerleden kamervragen gesteld over de aanwezigheid van Chinese camera’s in Nederland. Toenmalig minister van Justitie Ferd Grapperhaus liet toen weten dat het niet te achterhalen was hoeveel camera’s van Dahua en Hikvision actief zijn. Voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven ziet dat de regering terughoudend is bij het beantwoorden van vragen over dit soort kwesties. “De positie van Nederland ten opzichte van China zorgt voor ingewikkelde dilemma’s op het gebied van handel, mensenrechten en geopolitieke verhoudingen. Elke keuze heeft gevolgen, vandaar die terughoudendheid.”

SP-kamerlid Van Nispen stelt dat mensenrechten en veiligheid in aanbestedingen nog steeds ondergeschikt zijn aan de laagste prijs. “Beveiligingsapparatuur in de publieke ruimte kan noodzakelijk zijn, maar is ook een forse inbreuk op de privacy. Dan moet je niet het risico vergroten dat buitenlandse overheden deze data in handen kunnen krijgen. Veiligheid zal voorop moeten staan. We horen de tijd van naïviteit voorbij te zijn”

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

OM start strafrechtelijk onderzoek naar stichting Van Lienden

Het Openbaar Ministerie (OM) start een strafrechtelijk onderzoek naar de stichting van Sywert van Lienden. Het gaat om de Stichting Hulptroepen Alliantie, die in de coronacrisis betrokken was bij een mondkapjesdeal van de overheid. De fiscale opsporingsdienst FIOD heeft drie mensen aangehouden, waaronder Van Lienden zelf.

Van Lienden zegde bij de start van de coronacrisis in Nederland belangeloos hulp toe en regelde mondkapjes ter waarde van 100 miljoen euro voor de Nederlandse overheid. Nadien bleek dat de mondkapjes niet gebruik konden worden en dat Van Lienden en zijn compagnons miljoenen euro winst hadden gemaakt. Van Lienden erkende dit tijdens een uitzending van Buitenhof, maar zei wel dat het geld niet onrechtmatig was verkregen. Hij beloofde de winst een maatschappelijke bestemming te geven.

Oplichting

Uitzendbureau Randstad, dat kosteloos medewerkers inzette voor het project van Van Lienden, diende eind vorig jaar een aanklacht in tegen de stichting. Daarop is het OM een nu strafrechtelijk onderzoek gestart. “Justitie heeft nu kennelijk voldoende materiaal in handen voor een verdenking van oplichting”, zegt Randstad-advocaat Peter Plasman.

Volgens het OM zijn er mogelijk meer bedrijven betrokken geweest, op dezelfde manier als de stichting van Van Lienden. Daar doet het OM ook onderzoek naar.

Bron: NOS

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: gelijk speelveld?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over stroomlijning van een interview tijdens een aanbesteding.

Wat is er gebeurd?

Een aanbestedende dienst is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor het sluiten van een nieuwe raamovereenkomst met een vaste uitlener voor uitzendkrachten. De partij die niet voor gunning in aanmerking komt, heeft bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Zij stelt onder meer dat de interviewers de regie in handen hadden moeten houden door aan de hand van een lijst met vragen, die op gelijke wijze aan alle inschrijvers werd voorgelegd, een gelijk speelveld te creëren, zodat een objectieve beoordeling had kunnen plaatsvinden. Het wederzijds uitwisselen van goede en slechte ervaringen over de huidige dienstverlening mag daar geen onderdeel van uitmaken. Dit is volgens de partij ten onrechte wel gebeurd. De partij vordert dat de voorlopige gunning wordt ingetrokken.

Het resultaat

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen aanbestedingsrechtelijke regel is die dwingt tot een zo vergaande stroomlijning van een interview in een aanbestedingsprocedure. Dat zou de vrijheid van een beoordelingsteam om naar aanleiding van het verloop van het gesprek door te vragen ook te zeer inperken. Voor het verwijt dat de huidige samenwerking in negatieve zin is meegewogen in de beoordeling is geen steun te vinden in de voorlopige gunningsbeslissing en nadere motivering. De vordering van de partij wordt afgewezen.

Relatie tot de praktijk

Wees je bewust van de vrijheid van een beoordelingsteam om tijdens een interview door te vragen, maar zorg wel dat de vragen teruggevoerd kunnen worden naar de inschrijving. Een stroomlijning van een interview is niet noodzakelijk.

Bekijk de volledige uitspraak hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer inclusie en diversiteit door aanbestedingen (“Wij laten een non-binaire genderqueer de beoordeling doen”)

Soms denk ik dat ik in een ander universum leef. Als ik zo’n Joris Luyendijk hoor beweren dat de macht in dit land ligt bij ‘witte heteromannen met zeven vinkjes’ dan betwijfel ik of wij wel in hetzelfde land leven. In mijn Nederland word ik namelijk omringd door sterke en ter zake kundige vrouwen. Mijn huisarts is een vrouw, mijn notaris is een vrouw, mijn advocaat is een vrouw, mijn therapeut is een vrouw, mijn accountant is een vrouw, mijn minister van Financiën is een vrouw en op mijn vakgebied aanbesteden kom ik zowel aan de inkopende kant als aan de inschrijvende kant steeds meer super gemotiveerde en deskundige vrouwen tegen. Het is een kwestie van tijd totdat er net zo veel vrouwelijke als mannelijke CEO’s zijn. Ik geloof ook heel erg in het credo van de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb: ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’. Geef iedereen een goede start en gelijke kansen, en de talenten komen boven drijven, ongeacht afkomst, gender of kleur.  

Dat neemt niet weg dat het een goed idee is om bij aanbestedingen te kijken of diversiteit en inclusie een rol kunnen spelen bij bijvoorbeeld inhuur. We lopen daar wel tegen een rare afweging aan, want een van de grondbeginselen van het aanbesteden is het gelijkheidsbeginsel. Het bevoordelen (of benadelen) van bedrijven of mensen druist daar natuurlijk tegen in.  

Bij een grote aanbesteding voor assessment-diensten probeerde de aanbestedende dienst het als volgt op te lossen: “Inschrijver toont aan dat met de beschikbare instrumenten, vooroordelen tijdens het (pre) selectieproces zijn geminimaliseerd, zodat er Biasfree kan worden geselecteerd. Hiermee wordt Opdrachtgever in staat gesteld om Kandidaten te selecteren die mogelijk hinder ondervinden van een conventionele assessmentprocedure en manier van vraagstelling. Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.”  

Als ik dit soort teksten lees dan probeer ik me altijd in te denken wat de bedrijven gaan opschrijven. Er is ooit een onderzoek geweest dat aantoonde dat mannen hoger scoorden op intelligentietests, omdat die tests door mannen, en dus vanuit een mannelijk perspectief gemaakt waren. Maar dat hoorde ik twintig jaar geleden voor het eerst, dus je mag aannemen dat dat inmiddels verholpen is.  

Ik denk dat de inschrijvers zich nu uit zullen gaan putten in beschrijvingen over maatregelen om (ook onbewuste) voorkeuren te voorkomen: meerdere beoordelaars van verschillende pluimage, anonieme selectie, geen visueel contact als dat niet nodig is, illustraties en voorbeelden bij testen niet alleen gebaseerd op Westerse cultuur etc etc. Het zal voor de aanbestedende dienst overigens nog een heel probleem worden om de inschrijvingen te vergelijken. (Krijgt een psychologisch adviesbureau extra punten omdat er ook een non-binaire genderqueer in dienst is die de geschiktheid van kandidaten beoordeelt?)  

Het echte probleem zit in de laatste zin: “Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.” Kijk, dat kan niet. Als je die zin letterlijk neemt dan zou het volgende antwoord de meeste punten op moeten leveren:  

“Als erkend psychologisch adviesbureau proberen wij een zo eerlijk en objectief mogelijk beeld van de geschiktheid van kandidaten voor een functie te geven. Ons hele beroep is er zelfs op gericht om onderbuikgevoelens uit te sluiten en kandidaten zo eerlijk en objectief mogelijk te beoordelen. Omdat uw voorkeur uitgaat naar diversiteit in het personeelsbestand zullen wij speciaal voor uw organisatie deze principes verloochenen en er voor zorgen dat er door lichte manipulatie van de testresultaten meer mensen van kleur, meer mensen met een lichte psychische stoornis, meer mensen met een fysieke handicap, meer mensen met een bijzondere genderidentiteit en meer ouderen (leeftijdsdiversificatie!) in aanmerking komen voor de betreffende functies. Alleen dat garandeert een optimaal positief effect op de diversiteit binnen uw organisatie. ”  

Dat lijkt mij niet de bedoeling. Hoe moet het dan wel? Ik zou als aanbestedende dienst vooraf gaan praten met een aantal assessmentbureaus en ze gewoon de vraag voorleggen hoe je het beste kunt garanderen dat er bij de selectie van kandidaten geen ruis ontstaat door verschillen in gender, afkomst, kleur etc. Dat levert een pakket aanbevelingen op, en daar maak je eisen van, die gewoon voor iedere inschrijver gelden. De aanbesteding wordt beslist op de prijs en eventueel de andere gunningscriteria.  

Verder denk ik aan het volgende. Zo’n dertig jaar geleden kwam je de volgende zin nog wel eens tegen: ‘bij gelijke geschiktheid wordt de voorkeur gegeven aan een vrouw’. Of en hoeveel die zin geholpen heeft zullen we nooit exact weten, maar hij paste in het tijdsbeeld. Ik stel voor dat we nu weer zo’n soort zin opnemen, die moet helpen bij het creëren van diversiteit en inclusie bij overheidsorganisaties. Mijn voorstel: ‘Bij vergelijkbare kwaliteit van de kandidaten zal de aanbestedende dienst de diversiteit binnen het team waarin de betrokkene gaat werken mee laten wegen bij de uiteindelijke keuze’.  

Niet ‘gelijke’ kwaliteit maar ‘vergelijkbare’ kwaliteit, omdat volgens mij twee mensen nooit exact dezelfde kwaliteiten hebben, en niet ‘organisatie’ maar ‘team’ omdat het team het niveau is waar de diversiteit een rol speelt. Het gaat er niet om dat vrijwel alle administratief medewerkers van een organisatie van kleur zijn, maar dat er ook in de directie iemand van kleur komt te zitten.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Niet aanbesteden ICT-project leidde tot beschuldiging fraude

Gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo beschuldigden ICT-bedrijven en een ambtenaar van fraude nadat ze een groot ICT-project verzuimden aan te besteden. Volgens de directeur van één van de betrokken ICT-bedrijven, beschuldigden de gemeenten de betrokken partijen van fraude om onder de gevolgen uit te komen.

De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo kopen samen in via werkverband BUCH. De gemeenten wilden gaan samenwerken op één platform en huurden daarvoor ICT-bedrijven in. Ook al ging het om een opdracht van 12 miljoen euro, verspreid over vijf jaar, de gemeenten besteedden de klus niet aan.

Zooitje

De inkoopafdeling verzocht de ICT-bedrijven na enige tijd hun facturen aan te passen. Jeroen Camijn, directeur van betrokken ICT-bedrijf CA-Mijn-IT: “Er mochten aanvankelijk geen namen op staan van ICT-specialisten, later moest dat juist weer wel. Ik heb begrepen dat dat te maken had met het feit dat de ICT-projecten niet Europees waren aanbesteed, terwijl dat wel had gemoeten. Daarom moesten we op een bepaalde manier factureren. De afdeling inkoop van de BUCH maakte er een zootje van.”

Fraude

Na verloop van tijd zette het werkverband het project stop. Bij aanvang van het project hadden de gemeenten de ICT-bedrijven gevraagd een kostenbesparing van 1,4 miljoen euro per jaar te realiseren. Toen bleek dat doel niet haalbaar was door het stoppen van het project, beschuldigde de BUCH een ambtenaar van fraude. “Ik denk dat de algemeen directeur dat later moest verantwoorden aan de gemeenteraden. Hij kon niet vertellen wanneer die besparingen dan wel zouden worden gehaald. Ik denk dat hij toen heeft gedacht: als ik de kaart ’fraude’ trek, hoef ik het niet uit te leggen aan de burgers en de gemeenteraden”, zegt Camijn.

Schadevergoeding

De betreffende ambtenaar heeft van de gemeente een schadevergoeding van €75.000 ontvangen. Volgens Camijn heeft de BUCH al een ton uitgegeven aan rechtszaken. De gemeenten proberen nog steeds €280.000 euro op de ICT-bedrijven te verhalen. De rechter wees een eerste eis af, maar de BUCH gaat in hoger beroep. Dat dient in mei.

“Wij als kleine ICT-bedrijven zijn er klaar mee. We hebben dat gegoochel met facturen omdat er geen Europese aanbesteding was geweest nooit willen vertellen, ook om de BUCH niet te schaden. Maar nu zijn we het zat. We gaan zelf schadevergoeding eisen, in totaal zo’n 2 miljoen euro”, aldus Camijn.

Bron: Noord-Hollands Dagblad

Partner van Aanbestedingscafé:

12.000 euro voor een tweedaagse cursus


De grootste jungle in aanbestedingsland vormt zonder enige twijfel het woud aan opleidingen, trainingen en cursussen. Het aanbod inkoop- en aanbestedingsopleidingen is overweldigend. En het is niet bepaald eenvoudig om als onwetende goed onderbouwd een keuze te kunnen maken uit het aanbod. Bijkomend aspect zijn de torenhoge bedragen die gevraagd worden. En dat is nog los van de investering in tijd die je als professional of organisatie doet.

Aanbestedingscafe heeft een uitgebreide zoektool waar je het complete aanbod in kaart krijgt. Het overzicht toont ruim 250 opleidingen. Grote landelijke aanbieders staan erin, maar ook op aanbesteden toegespitste bedrijven. Daarnaast vind je er ook een hele waslijst aan eenmansbedrijven. Die overigens ook door een vrouw geleid kunnen worden.

Een ding hebben alle aanbieders gemeen: ze vragen astronomische bedragen voor hun product. Ze noemen dat overigens geen prijs, maar investering. Want stel je voor dat je denkt dat je onnodig geld uitgeeft! Waar die bedragen op gebaseerd zijn, mag Joost weten. Laat ik om dat te illustreren eens inzoomen op een training. Ik koos er een voor het aanbesteden van Werken. Deze training vind je bij verschillende aanbieders. Bij een opleider uit het oosten van het land volg je deze tweedaagse training voor een kleine 1.300 euro. Bij een klasje van tien deelnemers levert dat de aanbieder dus een 13.000 euro op. Minus zaalhuur, kopieerkosten en lunch blijft er nog een ruime 12.000 euro over. Dat is een vorstelijke vergoeding voor twee dagen werk. Een groter klasje geeft uiteraard een nog leuker rekensommetje.

De bandbreedte van de bedragen die gevraagd worden voor opleidingen, cursussen en trainingen is niet heel breed. Het verschilt wel iets, maar niet wezenlijk. Dat is te verklaren uit het feit dat de kwaliteit van de training vooraf nauwelijks te vergelijken is. Je bent zeer afhankelijk van de kwaliteit van het lespakket en de mate waarin de trainer in staat is kennis over te brengen. Een trainer kan zeer deskundig zijn, maar als hij of zij het niet kan overbrengen, dan is die kennis niet veel waard. In dat kader denk ik nog wel eens aan een van mijn hoogleraren van destijds. Zeer hoog geleerd, maar niet in staat om het over te brengen. Per saldo, waardeloos onderwijs dus. Ook het aantal jaar ervaring zegt niet veel. Denk maar terug aan je middelbare school. Daar liepen ook docenten rond die al jaren les gaven, maar geen idee hadden hoe ze kennis moesten overdragen.

Doet het er eigenlijk toe hoe goed de opleider is? Of wordt het succes grotendeels bepaald door de leerling? Uiteindelijk moet hij of zij de abstracte theorie in praktijk brengen. En het resultaat daarvan is de echte opbrengst van de opleiding.

Het vakgebied is enorm breed. De inzichten veranderen. Of je je nou laat opleiden door een grote club met een enorme staat van dienst, of door een cowboy die de klassieke lijnen wat vaker durft los te laten. Wat mij betreft is een ambitieuze aanbesteder nooit uitgeleerd.

Of zoals Einstein het ooit zei: “Het einde van leren, dat is de dood”.

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking klachtafhandeling bij aanbesteden gepubliceerd

Het ministerie van Economische Zaken heeft een handreiking gepubliceerd die overheden moet helpen bij het opzetten van een klachtenloket voor aanbestedingen. Het is de bedoeling dat het klachtenloket verplicht wordt voor elke publieke opdrachtgever. Het is één van de maatregelen ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden.

De handreiking geeft concrete handvatten en kaders voor het opzetten van een klachtenloket. De handreiking benadrukt dat een ondernemer doorgaans eerst vragen zou moeten stellen en dan pas, indien het antwoord niet toereikend is, over zou moeten gaan tot het indienen van een klacht. Daarnaast moet het klachtenloket onafhankelijk zijn, en moet er voldoende tijd zijn voor het afhandelen van de klacht. Degene die de klacht van de inschrijver behandelt, mag niet betrokken zijn geweest bij de aanbesteding die het betreft.

Procedure

In de handreiking staat een gedetailleerd stappenplan over de klachtenprocedure zelf. De inschrijver dient een klacht in, waarna het klachtenloket in overleg treedt met inschrijver en aanbestedende dienst. Het klachtenloket laat de aanbestedende dienst onder meer weten of de aanbesteding of standstilltermijn moet worden opgeschort. De aanbestedende dienst moet het advies van het loket overnemen, tenzij deze een afwijkend standpunt kan motiveren. De uitkomsten van de klachtenprocedure worden geanonimiseerd gecommuniceerd in de Nota van Inlichtingen. De inschrijver bepaalt vervolgens of deze vervolgstappen wil nemen.

Verbetering rechtsbescherming

Het klachtenloket moet ervoor zorgen dat inschrijvers klachten beter kunnen indienen, en dat opdrachtgevers deze sneller afhandelen. Pas na aanpassing van de Aanbestedingswet 2012 zal het klachtenloket daadwerkelijk verplicht worden gesteld voor publieke opdrachtgevers. Het is de bedoeling dat het klachtenloket periodiek geëvalueerd wordt door de aanbestedende dienst die het loket heeft ingesteld.

Bron: Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E8: Hoge inhuurtarieven, misbruik zorggeld en dure opleidingen


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

https://www.aanbestedingscafe.nl/scholen-besteden-inhuur-aan-om-hoge-inhuurtarieven-tegen-te-gaan/

Onderwerp 2: Kamer wil misbruik zorggeld en excessieve winsten aanpakken

De Tweede Kamer wil dat misbruik van zorggeld en excessieve winsten worden aangepakt. Het toezicht op zorgaanbieders moet worden verscherpt, zodat malafide zorgaanbieders geen gebruik kunnen maken van zorgbudgetten. Minister van Langdurige Zorg Conny Helder, erkent dat het toezicht op zorgaanbieders bij sommige gemeenten nog niet optimaal is ingericht. Zij belooft gemeenten beter te gaan ondersteunen bij het opsporen van fraude.

https://www.aanbestedingscafe.nl/kamer-wil-misbruik-zorggeld-en-excessieve-winsten-aanpakken/

Onderwerp 3: Tenderman

Dit keer buigt Tenderman zich over het opleidingsaanbod voor aanbesteders. Want er valt veel te leren, maar cursussen zijn ook schrikbarend duur. Een ‘vol’ klasje van tien cursisten levert zomaar 12.000 euro of meer op. En wat krijg je daar eigenlijk voor terug?

Met gasten Niels Uenk, directeur Public Procurement Research Centre, Alfred de Weert, directeur Tendermanagement bij CSU en Frans Slingerland, directeur Publieke Sector bij Supply Value.

Partner van Aanbestedingscafé:

Stinkende idealen: van slagveld naar proeftuin

Eén van m’n oude schoolvrienden is tegenwoordig ‘groene investeerder’; hij gaat in gesprek met duurzame ondernemers en stopt zijn geld in de initiatieven waar hij vertrouwen in heeft. Bij onze laatste borrel kwam hij net terug van een tiny housing project dat was afgeketst. Terwijl het idee zo mooi was; landbouwgrond gebruiken voor een beheerderswoning, een paar kleine betaalbare woningen en als kers op de taart een prachtig voedselbos voor de bewoners. Maar helaas. Klassiek gevalletje not-in-my-backyard, vertelde hij.

Ironisch wel. Middenin een woningcrisis klagen over je achtertuin als mensen voorstellen om voor zichzelf de kleinst denkbare woonruimte te bouwen. Maar daarnaast lag vooral de achterdocht van omwonenden in de weg. “Onder het mom van duurzaamheid kan je tegenwoordig alles verkopen”, kopte de lokale krant zelfs.

Stinkende idealen

En dat is wat je steeds vaker ziet: duurzame ambities worden gewantrouwd. Want idealen van een commerciële partij? Die stinken. Daar móet wel iets achter zitten. De focus van overheden ligt niet op hoe de aanbesteding creativiteit van ondernemers kan stimuleren, maar op hoe de uitvraag greenwashing voorkomt. Die angst is zo diepgeworteld dat aanbestedingen volledig worden dichtgetimmerd, en de bewegingsruimte van welwillende ondernemers wordt ingeperkt tot een schamel SROI-percentage van 2%.

Een tijdje geleden zagen we datzelfde wantrouwen richting OmbudsMan Aanbesteding (OMA). OMA is een stichting zonder winstoogmerk, opgericht door marktpartijen die het slagveld tussen inkopers en inschrijvers niet meer aan konden zien. Gestart omdat beide partijen niet genoeg hebben aan de rechter of de Commissie van Aanbestedingsexperts, maar in een vroeg stadium gebaat zijn bij laagdrempelig advies.

Denk bijvoorbeeld aan al die keren dat een vraag niet of onduidelijk wordt beantwoord. Of die aanbesteding die toch écht niet te rijmen is met de klimaatdoelstellingen voor 2030. Je kunt als inschrijvende partij moeilijk gaan doen, maar dan loopt het vaak al snel uit op een rechtszaak of verstoorde relatie. Met toegankelijk en praktisch advies in het voortraject maak je de relatie tussen inkoper en inschrijver veel gelijkwaardiger.

Maar al snel werden de idealen van OMA in twijfel getrokken. Marktpartijen met idealen, dat kán gewoon niet kloppen. Er dook een anonieme Tenderman op die vrijelijk aannames en korte metten maakte met het initiatief. Een andere column suggereerde dat de voorbeeldadviezen op de website onrealistisch zijn, terwijl ze rechtstreeks uit de praktijk komen. En lezers vroegen zich hardop af “What’s in it voor de initiatiefnemers?”.

Van voedselbos naar proeftuin

Misschien komt het door het tiny housing project, maar deze situatie doet me denken aan een voedselbos. Waar nieuwe generaties aan het zaaien zijn, terwijl de oudere generaties achterdochtig over het hek leunen: “Waarom plukken ze niet meer dan ze op kunnen?”

De waarheid is: omdat we zien dat het bos verschraalt als we op dezelfde voet doorgaan. We moeten slim en doeltreffend te werk gaan als we willen dat er morgen überhaupt nog wat te plukken valt. Dan zou het helpen als we dat voedselbos gebruiken als proeftuin, waar ruimte is voor goede én slechte ideeën. En dan heb je weinig aan cynisme, maar des te meer aan meedenken over de bedoelingen van betrokkenen en hoe we de doelstellingen samen bereiken.

Want of het nu gaat om woonruimte voor iedereen of eerlijke aanbestedingsprocedures; we zien allemaal dat het beter kan en moet. De tijd lijkt rijp om te experimenteren. Nu alleen nog een geschikte achtertuin zien te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Bredase aanbestedingen nog niet op orde

De gemeente Breda heeft in 2021 mogelijk voor 6 miljoen euro fouten gemaakt bij Europese aanbestedingen. De kans bestaat dat de jaarrekening wordt afgekeurd. Dat gebeurde in 2020 ook al, toen er voor 13 miljoen euro verkeerd werd aanbesteed. De gemeente werkt sindsdien aan het professionaliseren van de inkoop. 

De fouten komen voor bij uiteenlopende aanbestedingen, bijvoorbeeld voor de inkoop van smartphones, de uitbreiding van thuiswerkplekken, de bestrijding van de eikenprocessierups en de snelbalie bijzondere bijstand. Sinds het afkeuren van de jaarrekening over 2020 werkt de gemeente aan het doorvoeren van verbeteringen. De afdeling Control gaat alle lopende contracten na, op zoek naar fouten. Toch is CDA-raadslid Huib Jansen niet verbaasd over de fouten die nu aan het licht zijn gekomen. “Met het doorploegen van alle lopende contracten is het niet vreemd dat er nu weer 6 miljoen aan fouten is gevonden, maar goed is het niet. Als organisatie moet je jezelf achter de oren krabben.”

Jaarplanning

Wethouder Bedrijfsvoering Boaz Adank is tevreden over de voortgang van het verbeterproject. “Het verbeterplan is in volle uitvoering. Een belangrijke stap is het maken van een duidelijke jaarplanning. Hierdoor krijgen we meer overzicht in de te plannen aanbesteding en dat gaat ons enorm helpen. Daarnaast wordt het hele inkoop- en betalingsproces opnieuw ingericht en zijn er strenge controles. De impact van alle maatregelen op de teams inkoop en inhuur is echt groot.”

Bron: BN de Stem

Partner van Aanbestedingscafé:

Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen.

De gezamenlijke aanbesteding van 29 schoolbesturen in de regio Rotterdam en Den Haag in 2020 is een voorbeeld van een dergelijke aanbesteding. De schoolbesturen zetten een aanbesteding van 116 miljoen euro in de markt, en contracteerden vier uitzendbureaus. Daardoor konden de scholen maximale prijzen afspreken met uitzendbureaus. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

Korte termijn

Schoolbestuurders stellen dat het normaal is dergelijke bureaus in te huren. AOb-bestuurder Jelmer Evers is het daar niet mee eens. “De toename van tijdelijkheid, flex en uitzendconstructies voor onderwijzend personeel vind ik ontzettend problematisch. Ze maken die commerciële partijen steeds belangrijker en worden er alleen maar afhankelijker van. Het is een vorm van privatisering en commercialisering.” Volgens Evers maken scholen het probleem alleen maar groter door voor een kortetermijnoplossing te kiezen. Hij pleit voor het opzetten van invalpools en actie vanuit de overheid, om het lerarentekort structureel op te lossen.

Ronnie Geuzinge, hoofd bedrijfsvoering bij het Roelof van Echten College in Hoogeveen, erkent dat scholen de situatie in stand houden door te kiezen voor commerciële uitzendbureaus. Tegelijkertijd zitten scholen bij een tekort met de handen in het haar. “Moet je dan een vak niet laten geven omdat je niemand voor de klas hebt staan?” Het lerarentekort is in sommige regio’s zo groot dat ook detacheerders niet aan de vraag kunnen voldoen.

Bron: AOb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rekenkamer


Arno Visser is een man met overzicht en visie. Als President van de Algemene Rekenkamer overziet hij de uitgaven van de overheid. De financiële resultaten van ons land verschijnen in zijn rapporten. Cijfers laten zien waar het goed gaat en waar het beter kan. Ook ziet hij verschillen tussen ogenschijnlijk vergelijkbare onderdelen en gebieden in ons land. Doordat hij op een afstand kijkt, ziet hij soms beter dan de direct betrokkenen waar het goed gaat en waar kansen liggen. En geloof het of niet. Volgens de rekenmeester ligt de oplossing bij aanbestedingen. Zag je die aankomen? Ik leg het uit.

Visser opende dit jaar traditiegetrouw met een essay in Elsevier Weekblad. Daarin stelde hij de investering in goede digitale systemen aan de kaak. Volgens hem gaat daar nog altijd veel mis. Het vernietigende rapport van parlementaire onderzoekerscommissie onder leiding van Ton Elias is inmiddels acht jaar oud. Maar we hebben sindsdien elementaire lessen nog niet geleerd.

Een van de pijnlijkste confrontaties daarmee zien we volgens de rekenmeester in de huidige pandemie. 25 lokale GGD’en, die op hun beurt weer samenwerkingsverbanden zijn tussen een kleine vierhonderd gemeenten, blijken IT-technisch op verschillende onderdelen eigen systemen aangekocht te hebben. Op zich geen probleem, maar deze systemen bleken nauwelijks op elkaar aan te sluiten door het ontbreken van gedeelde uitgangspunten. Voor de leek op IT-gebied, denk aan een datum die je op allerlei verschillende wijzen kunt opslaan. Als dat niet aansluit dan valt er weinig tussen systemen uit te wisselen. In een medische omgeving is een datum dan nog een eenvoudig voorbeeld. De GGD-systemen bleken zo slecht met elkaar te communiceren, dat een goede verdeling van medische hulpmiddelen over het land onmogelijk bleek. Met als gevolg: tekorten aan de ene kant van het land, overschotten aan de andere kant.

Volgens Visser begint een goed gedigitaliseerde overheid bij standaarden. Voordat je iets aanschaft moet daar overeenstemming over zijn. Als er niet voldoende standaarden zijn, dan stel je die op. De versnippering van overheidsdiensten, hogere en lagere overheden en uitvoeringsinstanties hoeft volgens Visser een goede uitvoering niet in de weg te staan. Als ieder onderdeel zich maar onderwerpt aan de gekozen standaard. Dat laatste lijkt een flinke drempel. Maar volgens de praeses van de Rekenkamer hebben alle overheden daar een uitermate geschikt middel voor. Inderdaad. Aanbestedingen!

Inderdaad, luisteraar. Aanbesteden als middel om een hoger doel te bereiken. Als dat geen bemoedigend begin is van het nieuwe jaar!

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres