Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Esthetiek en aanbesteden, een lastige combinatie

De inzet van leden van een ontwerpteam in bouwprojecten is voorafgaand aan een ontwerpproces lastig in te schatten. Enerzijds omdat de doorlooptijd in veel gevallen meerdere jaren omvat. Anderzijds omdat gaandeweg veel verandert en er heel (heel) veel beslissingen genomen worden die weer invloed hebben op het onderdeel waarop de aanbieding is gedaan. Ook de volgordelijkheid van het verkrijgen van informatie speelt mee. In beginsel wordt eerst een (esthetisch) ontwerp gemaakt en wordt daarna pas gekeken hoe dit ontwerp constructief en bouwfysisch realiseerbaar is.

Een wispelturige opdrachtgever of een opdrachtgever waarbij budget en ambities niet op één lijn zitten, is in deze een extra complicerende factor. Als dan de welstandscommissie ook nog “moeilijk gaat doen”, begin je als lid van het ontwerpteam te twijfelen of het accepteren van de betreffende opdracht wel zo verstandig is geweest.

Vanuit bestuurskundig oogpunt blijft de welstandscommissie en publieke invloed op esthetiek een interessant fenomeen. Enkele jaren geleden had een stadsarchitect van naam (en derhalve met een visie op esthetiek) aanzienlijke invloed op bouwproject van een andere architect. Laatstgenoemde architect, ook geen onbekende, had echter een conflicterende visie op esthetiek. Het eindresultaat was diverse wijzigingen op het ontwerp en een langer en intensiever – maar vooral ook erg stroef– ontwerpproces.  Botsende karakters sluiten niet aan bij de zo genoemde “algemene beginselen van behoorlijk bestuur”.

Het wordt helemaal lastig als een ontwerp aangepast moet worden en daarom “opnieuw” langs de welstandscommissie moet. Sommige wijzigen lijken in de ogen van een niet-estheticus futiel, maar leveren genoeg basis voor veel discussie en gedoe en daarom meerkosten. De zichtbaarheid van installaties is bijvoorbeeld een van de pijnpunten die vaak terugkomt, omdat deze nooit in de eerste renders (waarheidsgetrouwe visualisaties van een ontwerp) zijn opgenomen, maar er wel moeten komen omdat het gebouw anders niet gebruikt kan worden.

Interessant hierbij is de wisselwerking tussen architect en de welstandscommissie waarbij deze commissie soms als alibi wordt gebruikt om juist niet te veel aan het ontwerp te veranderen. Dit is lastig als het project budgettair uit de pas loopt, een fenomeen dat ook vaak voorkomt. Een minder mooi gebouw, maar binnen budget gerealiseerd of een mooi ontwerp dat op de tekentafel blijft liggen: Salomon zou zijn zwaard erbij moeten pakken om tot een oordeel te komen.

Onder het mom van “wij willen geen Belgische toestanden” waarbij wordt verwezen naar het soms dubieuze straatbeeld bij onze zuiderburen, heeft de welstandscommissie best veel invloed gekregen. Maar waar bijvoorbeeld de rechtspraak de afgelopen jaren stappen heeft gezet met het publiekelijk verantwoorden van haar uitspraken, blijft de welstandscommissie toch vaak een black box. Hoewel gemeentelijk beleid hieromtrent wordt vastgesteld, blijft er toch altijd veel discretionaire ruimte over voor deze commissie.

Bestuurskundig onwenselijk en voor aanbestedingen in de bouw- en vastgoed erg lastig. Als vooraf niet duidelijk is wat de gewenste inzet is van het ontwerpteam en ook niet duidelijk is wat de uiteindelijke bouwkosten zijn, begint een bouwontwikkeling toch net iets minder lekker. Zeker bij binnenstedelijke en renovatieprojecten die steeds vaker voorkomen of bij verduurzamingsvraagstukken die bijna onmogelijk zijn omdat het betreffende gebouw in een beschermd stadsgezicht staat of een gemeentelijk monument is.

Partner van Aanbestedingscafé:

De voorwaarden voor het wijzigen van een gunningscriterium

In de praktijk wordt er door inkopers van een wezenlijke wijziging gesproken als een aanbestedende dienst gedurende de looptijd van de aanbesteding een selectie- of gunningscriterium wijzigt of laat vervallen tijdens een lopende aanbesteding. De gedachte hierachter is dat het wijzigen of laten vervallen van een selectie- of gunningscriterium tijdens de aanbestedingsprocedure niet is toegestaan. Mag een aanbestedende dienst onder geen beding een selectie- of gunningscriterium wijzigen of laten vervallen?  Op basis van enkele rechterlijke uitspraken kan worden geconcludeerd dat er onder bepaalde voorwaarden van deze hoofdregel mag worden afgeweken. Wat zijn de voorwaarden voor deze uitzondering en hoe kan de aanbestedende dienst hier het beste mee omgaan? Zijn er mogelijkheden voor een inschrijver om zich tegen een wezenlijke wijziging te verzetten?

Is er sprake van een wezenlijke wijziging?
Artikelen 2.163a tot en met  2.163g Aanbestedingswet 2012 regelt wanneer de overheidsopdracht mag worden gewijzigd nadat ze zijn gegund. Laten we voorop stellen dat het aanbestedingsrecht eigenlijk zegt: gij zult niet wijzigen. Vervolgens heeft de Aanbestedingswet een aantal artikelen die wijzingen wel mogelijk maken, mits deze niet wezenlijk zijn. In voornoemde artikelen worden overwegingen uit het Pressetext arrest[1] gecodificeerd. Bepalingen over het wijzigen van het voorwerp of voorwaarden van de opdracht tijdens de aanbestedingsprocedure zijn echter amper terug te vinden in de Aanbestedingswet. Centrale vraag in deze discussie is of een wijziging van een selectie- of gunningscriterium nimmer is toegestaan en daarom onrechtmatig. Daarom concentreren wij ons in dit artikel met name op artikel 2.163g Aw 2012 en laten de andere artikelen m.b.t. de wezenlijke wijziging in deze blog achterwege.

Het antwoord op deze vraag zal doorgaans luiden: een wijziging is niet meer toegestaan indien de wijziging wezenlijk is. Er wordt gesproken van een wezenlijke wijziging als de wijziging van de opdracht ertoe leidt dat de opdracht materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht (artikel 2.163g lid 2 Aw 2012). Een concretere uitwerking van deze bepaling is wanneer de wijziging van de opdracht zou kunnen leiden tot meer belangstelling van inschrijvers of tot andere inschrijvingen (artikel 2.163g lid 3 sub a Aw 2012). Hiernaar refereert men als er gesproken wordt over het veranderen van de kring der potentiële gegadigden die belangstelling hebben voor de opdracht.

Wij komen nu bij de vraag of de voornoemde regeling met betrekking tot de wijziging van de overeenkomst in zijn algemeenheid analoog kan worden geïnterpreteerd op de situatie van een lopende aanbesteding. Het wijzigen van het gunningscriterium zal in principe leiden tot een opdracht die materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht. Vanuit de jurisprudentie heerst dan ook de opvatting dat het wijzigen van bijvoorbeeld het selectie- of gunningscriterium in beginsel niet is toegestaan (Wienstroom arrest)[2]. Het gevolg hiervan zou dan zijn dat bij het wijzigen van modaliteiten als een selectie- of gunningscriterium  men de procedure dient af te breken en de gewijzigde opdracht dient aan te besteden (heraanbesteden). Er wordt ook in dit kader onderscheid gemaakt tussen een wezenlijke wijziging voor het verstrijken van de uiterste termijn en erna waarbij gedacht wordt dat een rectificatie, enkel in het geval van vóór het verstrijken van de termijnen, mogelijk is[3].


[1]ECLI:EU:C:2008:351
[2] Zaak C-448/01 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:62001CJ0448)
[3] https://www.pianoo.nl/nl/inkoopproces/fase-2-doorlopen-aanbestedingsprocedure/aankondigen/niet-wezenlijke-wijziging; https://www.aanbestedingscafe.nl/wiki/rectificatie/


In deze discussie zijn er twee interessante uitspraken die besproken zullen worden. De voorzieningenrechters in Utrecht[1] en in Gelderland[2] hebben in verschillende situaties bepaald dat het wijzigen van de voorwaarden en het gunningscriterium weliswaar een wezenlijke wijziging oplevert, maar dat laat onverlet dat de aanbestedingsprocedure niet hoefde te worden stopgezet. In de eerste zaak heeft het Waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) een Europese aanbesteding gehouden voor het verlenen van technische adviesdiensten. Bij de publicatie van de Nota van Inlichtingen heeft HDSR het verzoek van een van de inschrijvers ingewilligd om het maximaal te behalen aantal punten op kwaliteit te verhogen van 200 punten naar 300 punten. IV-Water, die tijdens de aanbesteding door een ongeldige inschrijving ter zijde is gelegd, heeft in kort geding een heraanbesteding gevorderd[3]. Het gunningscriterium kwaliteit is volgens IV-Water ernstig verzwaard. In rechtsoverweging 4.12 motiveert de voorzieningenrechter waarom deze niet meegaat in de stelling van IV-Water. Kortgezegd komt de motivatie hierop neer:  het aanpassen van het puntenaantal levert een wezenlijke wijziging op. Echter, “het is in beginsel mogelijk om vóór het verstrijken van de termijn van inschrijving de in het bestek bekendgemaakte gunningscriteria nog te wijzigen. Een voorwaarde hiervoor is wel, dat de wijziging tijdig aan alle potentiële inschrijvers bekend is gemaakt, zodat zij hun inschrijving hierop hebben kunnen aanpassen”. Een tijdige[4] bekendmaking van de wijziging waarbij alle potentiële inschrijvers ervan op de hoogte is blijkt voldoende te zijn om van een heraanbesteding af te zien.

In de procedure bij de voorzieningenrechter Gelderland betrof het een aanbesteding die georganiseerd werd door de publiekrechtelijke rechtspersoon “BVO DRAN” (een samenwerking van achttien gemeente in de regio Arnhem-Nijmegen). Ten aanzien van de gunning golden er een aantal spelregels. De aanbesteding was onderverdeeld in negen percelen (A t/m I). Een inschrijver mocht in principe maximaal drie percelen verwerven. Met betrekking tot percelen E, H en I was er sprake van een zogenaamde ‘combinatiebeperking’. Vanwege de omvang van deze percelen mocht een inschrijver maximaal één van deze grote percelen gegund krijgen in combinatie met slechts één van de kleinere percelen. De combinatiebeperking bleek uiteindelijk in de weg te staan voor het gunnen van perceel I. Van de drie inschrijvers op dat perceel moest er één ongeldig worden verklaard. De overige twee kwamen door de combinatiebeperking niet in aanmerking voor gunning. BVO DRAN besloot hierdoor de combinatiebeperking te laten vervallen om het gunnen van het perceel mogelijk te maken. De inschrijver waarvan zijn inschrijving ongeldig was verklaard, maakte hiertegen bezwaar en vorderde intrekking van de gunningsbeslissing. Een belangrijke vraag hierbij was of er sprake was van een wezenlijke wijziging. De voorzieningenrechter gaat niet mee in de stelling dat er sprake is van een wezenlijke wijziging. Voor zover er sprake is van een wezenlijke wijziging is deze slechts theoretisch en dat is niet voldoende om een heraanbesteding te eisen. “De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bij deze stand van zaken niet zo kan zijn dat enkel op basis van deze theoretische kans BVO DRAN kan worden gedwongen tot heraanbesteding van perceel I over te gaan”. Verder is niet vast komen te staan dat de potentiele kring der gegadigden is veranderd. “In een dergelijk geval mag van een ongeldig verklaarde inschrijver in ieder geval worden verlangd dat hij concreet en onderbouwd duidelijk maakt dat er een gerede kans is dat anders zou zijn ingeschreven indien de later vervallen eis van meet af aan helemaal niet was gesteld”. De bewijslast voor het aantonen van een wezenlijke wijziging lag dus bij de ongeldig verklaarde inschrijver.


[1] ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3469
[2] ECLI:NL:RBGEL:2020:1630
[3] De vordering tot heraanbesteding was feitelijk een subsidiaire vordering. De primaire vordering was het alsnog (laten) beoordelen van de inschrijving van IV-Water
[4] In dit geval is de wijziging 10 september 2012 gepubliceerd en de termijn voor ontvangst inschrijving was 21 september 2012. De bekendmaking wijziging werd als tijdig beschouwd. M.i. moet er bij een wezenlijke wijziging een ruimere termijn worden aangehouden dat de wettelijke minimumtermijn.


Verder valt uit rechtsoverweging 4.11 op te maken dat BVO DRAN in de aanbestedingsstukken heeft willen voorzien in de situatie waarin de combinatiebeperking gunning van de opdracht in de weg zou staan. Zij hadden zich voorgenomen om in een dergelijk geval de  onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking te volgen (artikel 2.32 Aw 2012). Aan de voorwaarden van artikel 2.32 Aw 2012 werd in deze casus niet voldaan maar uit het voorbehoud is op te maken dat BVO DRAN niet koste wat kost aan de combinatiebeperking wilde vasthouden. Goed beschouwd had BVO DRAN het voorbehoud in de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig en transparant moeten regelen.

Conclusie
Indien een aanbestedende dienst tijdens een lopende aanbestedingsprocedure voornemens is een selectie- of gunningscriterium te wijzigen zal dat getoetst moeten worden aan het leerstuk van de wezenlijke wijziging. In beginsel wordt aangenomen dat het wijzigen of het laten vervallen van dergelijke criterium tijdens een aanbesteding een wezenlijke wijziging oplevert. De invloed van de wijzing moet wel reëel zijn aangezien de theoretische kans op een wezenlijke wijziging onvoldoende zou kunnen zijn om een heraanbesteding te vorderen. De inschrijver die een beroep doet op de (theoretische) wezenlijke wijziging moet derhalve goed onderbouwen dat de wijziging hem daadwerkelijk anders heeft doen inschrijven. De aanbestedende dienst die een wezenlijke wijziging wil doorvoeren voor de uiterlijke termijn van inschrijving dient deze tijdig te doen en moet ervoor zorgen dat alle potentiële inschrijvers van de wijziging op de hoogte zijn. Een goed middel hiervoor is de rectificatie. Hierbij dient dan wel voldoende extra tijd in de aanbesteding te worden meegenomen om het voor een potentiele inschrijver mogelijk te maken om bij zijn inschrijving rekening te houden met de consequenties van deze wijziging. Echter is mijns inziens het gevolg van een wezenlijke wijziging, ongeachte de fase in de aanbesteding, het afbreken van de procedure en de gewijzigde opdracht in de markt zetten. Dit is denk ik een logische conclusie als er uitgegaan wordt van een analoog toepassing de van artikelen 2.163a t/m  2.163g Aw 2012.

Het helpt als de aanbestedende dienst een voorbehoud heeft vastgelegd in de aanbestedingsstukken om te ruimte te creëren voor een wezenlijke wijziging. Dan is het vooraf transparant wanneer en wat er wezenlijk gewijzigd gaat worden. Inschrijvers kunnen dan tijdens de aanbesteding hiermee rekening houden. Er dergelijk voorbehoud moet dan wel duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn. Hierbij valt ook te denken aan de herzieningsclausule.

Adjust is hét consultancybureau op het gebied van inkoop en contractmanagement. Wilt u als overheidsorganisatie uw inkoopbehoefte verkennen of het clusteren van uw opdracht(en) onderzoeken? Onze experts inkoop publieke domein helpen u graag!

Partner van Aanbestedingscafé:

Let's talk about it

‘Dialoogprocedures’, zoals de mededingingsprocedure met onderhandeling en concurrentiegerichte dialoog, zie ik, in navolging van de grond-, weg- en waterbouwaanbestedingen, ook in ‘mijn’ branche (de ICT-dienstverlening) steeds vaker terug. Ik ben wel een fan moet ik zeggen. Dialooggesprekken zijn een beetje als daten: je bent aan het onderzoeken ‘wat voor vlees je in kuip hebt’, of er een goede match is. Mits goed uitgevoerd zou je het ook kunnen zien als preventieve relatietherapie. Door wederzijds een beter begrip te creëren, ontstaat een meer open en transparante relatie en voorkom je een ‘huwelijkscrisis’ tijdens de uitvoering.

Win-win

‘Dialoogprocedures’ brengen de interactie tussen opdrachtgever en potentiële opdrachtnemers naar een hoger niveau. De gesprekken geven beide kanten veel meer informatie over elkaars achtergronden, doelstellingen, (informatie)behoeften, overwegingen, belangen en prioriteiten. Elkaar zaken écht kunnen uitleggen, in plaats van de, vaak wat geforceerde, schriftelijke wijze van communicatie middels de nota’s van inlichtingen, zorgt voor wederzijds begrip.

Daarnaast starten deze procedures nagenoeg altijd met een selectiefase. Dit betekent voor ons als Inschrijver een grotere winkans als wij tot de geselecteerden behoren. Bovendien zijn we in staat een kwalitatief betere inschrijving te doen, die beter aansluit bij de daadwerkelijke behoeften.

Nog wel de nodige uitdagingen

Daarentegen zijn ‘dialoogprocedures’ ook duur en tijdrovend. Het moet het dan ook echt wel waard zijn. In ons geval is dat bijvoorbeeld als de gevraagde ICT-oplossing uit meerdere technologieën c.q. standaardoplossingen bestaat, de scope, specificaties en/of het technisch ontwerp nog niet (geheel) vastliggen en/of sprake is van innovatieve technologie. Ook moet de contractwaarde groter dan gemiddeld zijn om de investering te rechtvaardigen. Qua bidkosten gaat het immers snel om een factor twee van de kosten van een reguliere niet-openbare procedure.

Cruciaal voor het succes zijn een goede voorbereiding en uitvoering … van beide kanten! Dus geen agenda’s die de dag ervoor pas worden rondgestuurd, onvoldoende visie op de oplossing, alleen maar eenzijdig zenden of alleen informatie ophalen, geen ruimte voor additionele agendapunten, een door juristen gedreven gesprek, de kaarten tegen de borst houden, aanwezigheid van ‘angst’ om ongewild een partij te bevoordelen, niet een USP van één partij met de concurrentie delen, een onlogische volgorde in de dialooggesprekken (als gevolg van vakanties), het tweede dialooggesprek dat het eerste tegenspreekt of deelnemers van dezelfde partij die elkaar tijdens een dialoog tegenspreken, belangrijke eisen die tijdens of zelfs na het laatste dialooggesprek wijzigen … We hebben dit allemaal meegemaakt.

Een andere complicerende factor is de onbalans in het stadium waarin beide zich bevinden: waar voor de opdrachtgever de gesprekken vooral bedoeld zijn om de vraag duidelijker te specificeren, willen de opdrachtnemers graag hun oplossingsideeën toetsen. Oftewel, wij zijn al een fase verder. Het is voor ons dan ook zaak de flexibiliteit te behouden om in een aanpassing van de vraag mee te kunnen gaan.

Tot slot, laat die 2500 euro onkostenvergoeding voor de niet-winnaars maar zitten … dat voelt als een alimentatie van 15 euro in de maand. Dat bedankt-etentje voor het bidteam voor hun langdurige inzet, reizen naar de dialooglocatie en additionele werk voor de voorbereiding van de dialoogrondes betalen we dan ook wel zelf.

‘Nee’ is ook een antwoord

Ondanks dat zowel opdrachtgevers op ICT-gebied als wij als opdrachtnemer nog veel te leren hebben, ervaren wij de ‘dialoogprocedures’ toch vooral als positief. De sfeer is eigenlijk altijd constructief en eerlijk. Het begin is een beetje aftasten, maar als iedereen eenmaal ontdooid is, is het vaak nog best gezellig ook. En ‘nee’ is ook een prima antwoord als een van beide een vraag niet kan beantwoorden. Door de dialogen zie je de partijen gedurende procedure meer naar elkaar toe bewegen … of juist niet. Ook dat laatste is prima en voor ons als een van de gegadigden hét moment om ons terug te trekken. Beter niet trouwen, dan een echtscheiding!

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E10: De negatieve kanten van Open House


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Onderzoek termijn Tenderned en IPI

Sinds 1 januari is de gids Proportionaliteit op een aantal vlakken aangepast. De meest in het oog springende veranderingen waren het verplicht instellen van een klachtenloket en de aanbevelingen ten aanzien van te stellen termijnen. Los daarvan was er afgelopen jaar de waarschuwing van Tenderned om rekening te houden met een extra 48 uur i.v.m. een wijziging in de wijze waarop aanbestedingen digitaal worden gepubliceerd. Hetzelfde Tenderned onderzocht nu of deze verlenging ook in de praktijk gehanteerd wordt. In 78,6% van de aanbestedingen is dat het geval.

Een ander nieuwtje kwam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na akkoord van de Europese Commissie bieden zijn nu het Internationaal Aanbestedingsinstrument aan. Nederlandse bedrijven kunnen deze zogenoemde IPI gebruiken als er extra beperkingen worden opgelegd door buitenlandse markten of organisaties.

Lees hier het bericht

Onderwerp 2: ‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Op Aanbestedingscafe.nl verscheen een interview met Elisabetta Manunza. Zij is hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Utrecht University. De aanleiding voor dat interview was een onderzoek dat zij met een aantal collega’s had uitgevoerd over de loterij-branche. Ze keek daarbij met name naar wet- en regelgeving rondom het toekennen van loterijdiensten door de overheid. In het interview noteerden we een aantal opvallende uitspraken, die ik met jullie wil doornemen.

Allereerst stelt zij aan de kaak, dat voor inkoop door overheden de aanbestedingswet geldt, maar dat we in Nederland afwijken van Europa door aan verkoop door de overheid lang niet altijd regels te stellen.

Daarnaast stelt Manunza in het interview dat aan het gebruik van Open House-methoden flink wat negatieve effecten hangen, omdat de gunningsfase ontbreekt. Zij zegt daarover “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot een betere prestatie.

Lees het interview hier

Onderwerp 3: Tenderman: Hardleerse politicus in aanbestedingsland

7. Afronding

We zijn al weer bij het slot van deze aflevering. Alle genoemde berichten zijn te lezen op Aanbestedingscafe.nl en je vindt ze in de shownotes. Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Heel hartelijk dank aan mijn gasten: Alfred de Weert, Marco van der Spek-Stikkelorum en Niels Uenk.

En uiteraard ook aan alle luisteraars. Vergeet je niet te abonneren op deze podcast in je favoriete podcast app. Dan word je automatische geïnformeerd als er een nieuwe aflevering te beluisteren is. De volgende aflevering wordt over twee weken gepubliceerd. Tot dan!

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe te handelen bij een abnormaal lage inschrijving? 

Ik mag in mijn columns graag wat lichte kritiek uiten op aanbestedende diensten die het in mijn ogen niet goed doen, maar ik wil dit keer eens de loftrompet steken voor een aanbestedende dienst die het in mijn ogen, en in de ogen van de rechtbank Den Haag, op een bepaald vlak juist heel goed doet. Het betreft Rijkswaterstaat en het onderwerp waarover het gaat is de abnormaal lage inschrijving. 

In korte tijd zijn er drie rechtszaken gepubliceerd waarin Rijkswaterstaat zich moest verantwoorden voor het al dan niet uitsluiten van een inschrijver die naar hun mening een lage (abnormaal lage?) inschrijfprijs had. In de eerste rechtszaak ging het erover dat ze wel zaken wilden doen met de lage inschrijver, in de andere twee rechtszaken wilden ze de lage inschrijvers uitsluiten. 

In de eerste zaak (ECLI:NL:RBDHA:2021:11682) was er sprake van een behoorlijk prijsverschil. Dit waren de prijzen: 

Gebr. € 19.292.270,00 

VOF Via Optimum€ 34.939.599,58 

BAM Infra bv€ 42.766.000,00 

[A] BV en [B] BV € 44.831.900,00 

Dat is een flink verschil, dus Rijkswaterstaat heeft de inschrijving van Gebr. uitvoerig onderzocht. In de rechtszaak valt te lezen wat ze allemaal onderzocht hebben. Een kostendeskundige van de Staat heeft alle inschrijvingssommen integraal en zowel individueel als onderling onderzocht. Naar aanleiding van deze analyse is de inschrijvingssom uitvoerig en op iedere post bestudeerd. Rijkswaterstaat heeft daarna schriftelijk vragen gesteld over betreffende individuele posten die vragen opriepen. Die vragen zijn door Gebr. mondeling beantwoord en integraal besproken en daarna heeft Gebr. uitgebreid schriftelijk geantwoord. Rijkswaterstaat heeft de gegeven antwoorden vervolgens door interne deskundigen laten beoordelen én door de kostendeskundige. Vervolgens hebben Rijkswaterstaat en Gebr. in een gesprek hierover verder gedebatteerd. De inschrijver heeft bij de beantwoording van de vragen volgens Rijkswaterstaat alle vragen uitvoerig en tot op detailniveau beantwoord, inzicht gegeven in haar (innovatieve) werkwijze, haar doelmatige aanpak en haar strategie onderbouwd, haar bedrijfsmodel en verdienmodel toegelicht en tot op het niveau van de individuele posten een (financiële) onderbouwing gegeven. Rijkswaterstaat stelt dat hij na uitvoering van dit onderzoek begrijpt hoe de inschrijvingssom van Gebr. is opgebouwd en moet concluderen dat het hierbij om realistische bedragen gaat die in redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden.  

De rechter vindt dat Rijkswaterstaat voldoende inzicht heeft gegeven in de uitgevoerde controle en genoegzaam onderbouwd heeft dat en waarom hij tot de conclusie kwam dat de inschrijving realistisch is. 

In de tweede (ECLI:NL:RBDHA:2021:13967) en derde zaak (ECLI:NL:RBDHA:2022:1606) 

komt Rijkswaterstaat wel tot de conclusie dat de aangeboden prijzen abnormaal laag zijn, maar ook in deze zaken vindt de rechter dat Rijkswaterstaat correct gehandeld heeft.  

Bij een aanbesteding voor een Prestatiecontract Kunstwerken Oost-Nederland stelt Rijkswaterstaat vragen over een in hun ogen erg lage inschrijving van Combinatie Sherpa, maar die worden volgens Rijkswaterstaat onvoldoende beantwoord. De rechter is het daarmee eens. 

Lees mee: 
“Van Combinatie Sherpa had mogen worden verwacht dat zij (direct en op eigen initiatief) concretere antwoorden had gegeven, had toegelicht welke (slimme) oplossingen zij op welke onderdelen voor ogen heeft, hoe zij daarmee nog steeds aan alle minimumeisen kan voldoen, maar voor aanzienlijk lagere kosten, voorzien van een (rekenkundige) onderbouwing. Ervaring en specialisatie kunnen weliswaar tot “goede inschatting en scherpte” leiden – Combinatie Sherpa heeft ter zitting benadrukt dat daarvan bij haar sprake is – maar de voorzieningenrechter acht begrijpelijk dat Rijkswaterstaat bij de onderhavige prijsverschillen voor een ontkrachting van haar vermoeden daar meer inzicht in heeft willen krijgen. Nu zij dat niet heeft gekregen, heeft Rijkswaterstaat naar voorshands oordeel tot de in geschil zijnde conclusie kunnen komen.” 

Net als in de tweede zaak komt in de derde zaak aan de orde of Rijkswaterstaat de partij die ze wil uitsluiten wel voldoende de kans gegeven heeft om zich daartegen te verweren. In de jurisprudentie wordt dat een contradictoir debat genoemd. In beide zaken stelt de rechter dat Rijkswaterstaat dat correct heeft gedaan: 

De rechter zegt in de derde zaak (ECLI:NL:RBDHA:2022:1606) 

In dit geding liggen de vragen voor of er (i) een debat heeft plaatsgevonden op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 2.116 Aw en artikel 4.36 ARW en (ii) of Rijkswaterstaat op basis van dit debat heeft kunnen komen tot een afwijzing van de inschrijving van Combinatie Ostrea op de grond dat er sprake is van een abnormaal lage inschrijving en/of niet realistische inschrijving. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moeten beide vragen bevestigend worden beantwoord. 

Dus, worstel je met een abnormaal lage inschrijving en weet je niet hoe te handelen, lees deze drie rechtszaken. Het meeste leer je toch van de praktijk. 

Wat nog wel grappig is: bij een van de rechtszaken maakte Rijkswaterstaat gebruik van wat ze zelf noemen een concurrentiegerichte dialoog LIGHT. Krijgen we binnenkort ook de niet-openbare procedure LIGHT?  

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Wat zijn ‘vertrouwenwekkende’ maatregelen?

In de Aanbestedingswet staat dat overheden kunnen besluiten om een uitsluitingsgrond niet van toepassing te verklaren, omdat het betreffende bedrijf maatregelen heeft getroffen om het vergrijp in de toekomst te voorkomen. In de eerste versie van de aanbestedingswet in 2012 stond in de memorie van toelichting dat ondernemingen ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ konden nemen waardoor uitsluiting onredelijk was:

“Ondernemingen kunnen vertrouwenwekkende maatregelen nemen, waardoor het onredelijk wordt om de desbetreffende onderneming uit te sluiten.”

En:

“Gezien de diversiteit aan overtredingen en de te nemen vertrouwenwekkende maatregelen is het onmogelijk om centraal vast te leggen welke maatregelen in het concrete geval voldoende zijn om alsnog te worden toegelaten tot een overheidsopdracht. De vertrouwenwekkende maatregel moet er in ieder geval wel op gericht zijn om redelijkerwijs herhaling van het delict te kunnen voorkomen.”

Let hier vooral op de formulering. De maatregel moet redelijkerwijs herhaling van het delict kunnen voorkomen.

Bij de wijziging van de wet in 2016 werd inschrijvers ook de mogelijkheid geboden om op eigen initiatief aan te tonen dat ze ‘schoon schip’ gemaakt hadden. In de memorie van toelichting stond dat als volgt geformuleerd:

“Ondernemingen krijgen in dit wetsvoorstel de mogelijkheid om op eigen initiatief hun betrouwbaarheid aan te tonen bij de aanbestedende dienst in de gevallen dat zij schade hebben vergoed of actief hebben meegewerkt met de onderzoekende autoriteiten en maatregelen hebben genomen om verdere fouten te voorkomen. Indien de aanbestedende dienst van oordeel is dat de maatregelen voldoende zijn, hoeft de ondernemer niet uitgesloten te worden. Momenteel ligt het initiatief om van uitsluiting af te zien alleen bij de aanbestedende dienst.”

Onlangs was er voor het eerst een rechtszaak waarbij de aanbestedende dienst moest beoordelen of de door het bedrijf genomen maatregelen inderdaad wel vertrouwenwekkend waren.

In eerste instantie vindt de aanbestedende dienst de inschrijver echter niet berouwvol genoeg:

Uw weergave dat de oorzaken enkel te wijten zijn aan het onvoldoende beschikken over kennis en kunde van het toepasselijke aanbestedingsrecht en onjuiste externe advisering geven geen volledig beeld van de feiten en omstandigheden die ten grondslag hebben gelegen aan de onrechtmatige gedragingen van de ernstige beroepsfout. Daarmee worden de oorzaken van de ontstane situatie nog steeds onvoldoende erkend en geadresseerd en lijken zelfs door u te worden gebagatelliseerd.”

Dit lijkt mij erg subjectief. Natuurlijk zal het bedrijf de overtreding enigszins trachten te bagatelliseren. Maar het gaat toch om de maatregelen die ze nemen en niet om de mate van schuldgevoel. Het gaat nog verder. De aanbestedende dienst schrijft:

“Volledigheidshalve merk ik op dat de beschreven maatregelen op zich zelf in veel gevallen te prematuur zijn om de effectieve werking daarvan te kunnen beoordelen en zijn vele maatregelen benoemd die SQL (…) voornemens is te treffen. Om de betrouwbaarheid van SQL (…) te kunnen aantonen moeten de passende maatregelen reeds zijn geïmplementeerd om de preventieve werking en effectiviteit te kunnen beoordelen. Alles overziend kom ik tot de conclusie dat de maatregelen op dit moment onvoldoende de betrouwbaarheid van SQL (…) aantonen. Uw inschrijving wordt derhalve niet toegelaten tot de (…) aanbesteding (…)”

Wat zou SQL dan wel moeten doen? Je zou zeggen dat, als de aanbestedende dienst zo goed weet wat er zou moeten gebeuren, dat ze prima kunnen aangeven wat er wel voldoende is. Maar daar beginnen ze niet aan:

“Zoals in ons gesprek op 3 juli 2019 benoemd, zullen wij niet aangeven welke concrete maatregelen SQL (…) zou moeten nemen. Het is aan SQL (…) om te bepalen welke maatregelen zij wil nemen en passend acht.”

Waarom eigenlijk niet? Waarom niet gewoon duidelijk zijn over wat je verlangt? Het is toch geen inhoudelijke vraag over een aanbesteding?

Later schrijft de aanbestedende dienst ook nog:

“Wij moeten helaas concluderen dat de maatregelen zoals beschreven in de (concept) verklaring van SQL (…) nog onvoldoende toereikend zijn. SQL (…) lijkt de oorzaken van de ontstane situatie te marginaliseren of onvoldoende te erkennen en adresseren. Oorzaken lijken volgens ons ‘geïnstitutionaliseerd’ in de organisatie en structureler van aard te zijn.”

Van hard bewijs dat het is ‘geïnstitutionaliseerd’ is enkele sprake. SQL ‘lijkt’ de oorzaak te marginaliseren, de oorzaken ‘lijken’ geïnstitutionaliseerd. Een uitsluiting kan heel vergaande gevolgen voor een bedrijf hebben. Ik vind het allemaal erg gratuit. Een aanbestedende dienst zou dit soort zaken toch veel beter moeten onderbouwen.

SQL stapt naar de rechter, maar die maakt het alleen nog maar erger voor ze. In zijn vonnis zegt hij:

“Overigens tekent de voorzieningenrechter daarbij nog aan dat de voorgestelde maatregelen lang niet allemaal al zijn geïmplementeerd en dus ook nog niet kunnen worden gecontroleerd, dan wel op effectiviteit kunnen worden beoordeeld. De vorderingen van SQL dienen dan ook te worden afgewezen.”

Wat betreft de implementatie heeft de rechter een punt, maar het beoordelen op effectiviteit slaat nergens op. Deze redenering betekent dat het dus niet alleen zou gaan om ‘vertrouwenwekkende maatregelen’, maar om de effectiviteit van de vertrouwenwekkende maatregelen. Tel dan rustig nog maar twee of drie jaar op bij de uitsluiting.

Dit kan toch nooit de bedoeling van de wetgever zijn. Het idee achter de ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ is dat bedrijven een tweede kans verdienen als ze maatregelen nemen die de betreffende uitsluitingsgrond ‘redelijkerwijs’ kunnen voorkomen. Dat gevoel had ik bij deze zaak helemaal niet.

Naschrift: Vlak voordat ik deze column wilde insturen werd het hoger beroep gepubliceerd. Het hof zegt o.a.: “Hoewel dus niet kan worden gezegd dat de Staat in redelijkheid op 23 september 2019 niet kon oordelen dat de (voor)genomen maatregelen op dat moment onvoldoende de betrouwbaarheid van SQL aantoonden, wenst het hof op te merken dat de situatie voor een volgende aanbesteding kan veranderen indien de door SQL voorgestelde maatregelen succesvol worden geïmplementeerd. Een erkenning van de directeur van SQL van kwaad opzet kan in redelijkheid niet worden gevergd, ook al niet omdat die directeur in ieder geval tijdens dit geding in eerste aanleg en in hoger beroep nader doordrongen lijkt te zijn geraakt van de ernst van de situatie en van zijn eigen tekortkoming daarin. De Staat dient een en ander in aanmerking te nemen bij een volgende aanbesteding.”

Wordt vervolgd!

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Mag opdracht ongewijzigd worden aanbesteed?

Een aanbesteder mag een aanbestedingsprocedure afbreken zonder dat daarvoor bijzondere omstandigheden zijn vereist. De vrijheid van de aanbesteder om een opdracht opnieuw aan te besteden is beperkter. Als uitgangspunt geldt dat dit alleen is toegestaan, wanneer de voorwaarden van de opdracht wezenlijk worden gewijzigd. Er zijn uitzonderingen op dit uitgangspunt. Eén hiervan komt aan de orde bij een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Onvoldoende concurrentie
Een aanbesteder mag een aanbestedingsprocedure staken, wanneer het concurrentieniveau te laag is, bijvoorbeeld omdat er maar één geldige inschrijving is ontvangen. Deze opvatting wordt breed gedragen. Volgens de rechtbank Gelderland kan een te laag concurrentieniveau ook reden zijn om een opdracht ongewijzigd opnieuw aan te besteden. In dit opzicht is de uitspraak baanbrekend te noemen. Voor zover mij bekend is dit een keer eerder geoordeeld, namelijk door de rechtbank Oost-Brabant in 2015.

Strikte eisen aan vaststelling van ontbreken voldoende concurrentie
Gelukkig heeft de rechtbank Gelderland oog voor de risico’s van heraanbesteding van een ongewijzigde opdracht. Het valt niet te rijmen met de beginselen van het aanbestedingsrecht, als een aanbesteder onder het mom van ‘een te laag concurrentieniveau’ een aanbestedingsprocedure die niet naar zijn zin verloopt, staakt en de opdracht ongewijzigd opnieuw aanbesteedt. Om dit te voorkomen moeten volgens de rechter “strikte eisen” worden gesteld aan de vaststelling dat er in onvoldoende mate sprake is van concurrentie. Van de aanbesteder wordt een nauwkeurige motivering verwacht.

Hoe liep de zaak af?
De zaak bij de rechtbank Gelderland liep voor de aanbesteder (een speciale-sectorbedrijf) goed af. De zaak betrof een (Europese) onderhandelingsprocedure met aankondiging voor een opdracht voor civiele werkzaamheden ten behoeve van de uitbreiding van een elektriciteitsnetwerk. De opdracht was verdeeld in twee percelen. Elke inschrijver kon maximaal één perceel gegund krijgen.

De aanbesteder ontving zeven aanmeldingen. Zes gegadigden werden tot de inschrijvingsfase toegelaten. De aanbesteder ontving maar twee inschrijvingen. De aanbesteder nodigde beide inschrijvers uit voor deelname aan de onderhandelingsfase, maar annuleerde vervolgens de gesprekken en staakte de aanbestedingsprocedure. Kort daarop startte de aanbesteder een nieuwe aanbestedingsprocedure. Alleen de planning en de gunningscriteria waren aangepast.

De rechter oordeelde dat de aanbesteder de aanbestedingsprocedure onder de gegeven omstandigheden mocht intrekken en de opdracht ongewijzigd mocht heraanbesteden. Of er sprake was van een wezenlijke wijziging, kon daarom in het midden blijven. De aanbesteder had geprobeerd concurrentie uit te lokken, maar had slechts twee inschrijvingen ontvangen. Omdat een inschrijver maar een perceel gegund kon krijgen, stond al voor aanvang van de onderhandelingsfase vast dat beide inschrijvers elk een perceel gegund zouden krijgen. Van concurrentie was daardoor in werkelijkheid geen sprake meer.

Bekijk de gehele uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Minister de Jonge pleit voor méér ellende in de zorg

Afgelopen maand pleitte Hugo de Jonge weer eens tegen aanbestedingen in het sociaal domein. “De zorg is geen markt, laat staan een Europese markt”. Soepeler procedures dus en een afschaffing van de aanbestedingsplicht, als het aan de minister van Volksgezondheid, Zonnebank en Schoenen ligt.

Klinkt mooi natuurlijk. Niemand houdt van plichten en iedereen houdt van vrijheid. Maar wie verder kijkt dan z’n neus lang is, ziet dat de schoen heel ergens anders wringt.

Want de aanbestedingsplicht is lang niet zo strikt als de minister doet voorkomen. Sterker nog, tot 750.000 bestaat er in het sociaal domein überhaupt geen aanbestedingsplicht. Kom je daarboven, dan biedt de zogenaamde SAS-procedure heel veel vrijheid om het proces zelf vorm te geven. Zo hoef je binnen de zorg en welzijn geen geschiktheidseisen, uitsluitingsgronden en selectiecriteria te hanteren, hoef je de regels voor gunningscriteria niet te volgen en kun je zelf een termijn bepalen voor de aanbesteding.

Wat een verademing, zoveel vrijheid in aanbesteden. Totdat je als gemeente een Wmo-aanbesteding in de markt gaat zetten. Op Pianoo.nl, het expertisecentrum voor aanbesteden, is een complete pagina gereserveerd voor aanbestedingen in het sociaal domein. Wie even doorklikt op de pagina, vindt naast tientallen handreikingen en protocollen, rapportages en een 10-staps-wegwijzer zelfs een complete metrokaart met 6 stations, 26 substations en 38 subsubstations. Met zoveel beschrijvingen, routes en afslagen wordt de kans dat je verdwaalt alleen maar groter.

En dat merk je in de praktijk. Waar aanbestedingen in ‘reguliere’ dienstverlening zoals de ICT, detachering of communicatie redelijk overzichtelijk en uniform zijn, is het in het sociaal domein altijd maar afwachten waar de Aanbestedende Dienst mee aankomt. De laatste Wmo-inschrijving waar ik bij ondersteunde, kwam met 30 bijlages maar liefst op 300 pagina’s in totaal. Dat was voor aanbieders zo onduidelijk dat er nog eens 600 vragen (!!!) bovenop kwamen.

Terwijl zorgverleners moeten beknibbelen op elke minuut die ze met hun cliënt hebben, laten overheden hen duimdikke dossiers doorploegen, vragen doorgronden en uitgebreide plannen schrijven.

Het afschaffen van de aanbestedingsplicht en het versoepelen van procedures klinkt misschien aanlokkelijk, maar aanbestedingen werken juist vanwége die strikte procedures. Ze zorgen dat overheden een duidelijke richtlijn hebben, en geven de markt de macht om in te grijpen waar het misgaat. Strikte spelregels houden de procedure voor beide partijen voorspelbaar, overzichtelijk en eerlijk.

De missie van Hugo de Jonge om aanbestedingen in het sociaal domein aan te pakken is absoluut toe te juichen. In de jungle van de aanbestedingen hebben we alleen geen behoefte aan eindeloze mogelijkheden, maar aan gebaande paden en een werkend kompas. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Uitsluitingsgronden en zelfreinigende maatregelen

Fouten kun je maar beter ruiterlijk toegeven. Dat geldt niet alleen voor onjuiste tweets over beweerdelijk wangedrag van bepaalde bevolkingsgroepen, maar ook voor fouten die hebben geleid tot uitsluiting van deelname aan een aanbestedingsprocedure. Een inschrijver die vanwege een ‘ernstige beroepsfout’ van deelname aan een aanbestedingsprocedure was uitgesloten, kan hierover meepraten, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

Ernstige beroepsfout
Artikel 2.87 lid 1 sub c van de Aanbestedingswet bepaalt dat de aanbestedende dienst een ondernemer kan uitsluiten die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken. Een ‘ernstige beroepsfout’ is geen vastomlijnd begrip. Volgens de rechtspraak omvat een ‘ernstige beroepsfout’ elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de ondernemer.

Terugkijkperiode
Bij de toepassing van de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ betrekt de aanbestedende dienst alleen ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van aanmelding of inschrijving hebben voorgedaan (art 2.87 lid 2 sub b Aanbestedingswet). Een ‘ernstige beroepsfout’ kan een ondernemer dus een behoorlijke periode achtervolgen.

Zelfreinigende maatregelen
Er is een manier voor ondernemers om te ontkomen aan uitsluiting van deelname aan aanbestedingsprocedures gedurende de terugkijktermijn. Artikel 2.87a van de Aanbestedingswet bepaalt namelijk dat de aanbestedende dienst de ondernemer waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is, in de gelegenheid stelt te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Bij deze zogenaamde ‘zelfreinigende maatregelen’ valt te denken aan (art. 2.87a lid 2 Aanbestedingswet):

Als de aanbestedende dienst de ‘zelfreinigende maatregelen’ toereikend acht, wordt de betrokken ondernemer niet uitgesloten.

De rechtbank Den Haag
In de zaak bij de rechtbank Den Haag had de ondernemer in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument aangegeven dat op hem de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ van toepassing is. Hij had toegelicht welke ‘zelfreinigende maatregelen’ hij had genomen en nog van plan was te nemen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De ondernemer gaf ook aan dat de verweten gedragingen waren veroorzaakt door onvoldoende kennis van het aanbestedingsrecht en onjuist juridisch advies.

Die opmerkingen vielen niet in goede aarde bij de aanbestedende dienst. De aanbestedende dienst vond de opmerkingen ongeloofwaardig en meende dat de ondernemer onvoldoende verantwoordelijkheid nam en de feiten bagatelliseerde. Daar dacht de rechter hetzelfde over. Van de ondernemer mocht worden verwacht dat hij het boetekleed zou aantrekken. Dat liet hij na.

De ondernemer was er niet in geslaagd zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De aanbestedende dienst mocht de ondernemer uitsluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure. Zo blijft de ‘ernstige beroepsfout’ de betrokken ondernemer achtervolgen.

Zie ook de uitspraak op: rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

De prijsbodem van vervoersaanbestedingen

Op 19 december jl. heeft TaxiPro op haar website een artikel gepubliceerd, genaamd ‘Hopelijk is de bodem bereikt met vervoersaanbestedingen’:

“Het gebeurt steeds vaker dat op vervoersaanbestedingen geen geldige inschrijvingen binnenkomen. De reden: vervoerders denken voor de geboden vergoedingen niet rendabel te kunnen werken. (…) Toch worden opdrachten in het doelgroepenvervoer uiteindelijk allemaal gegund. Dat was althans tot voor kort het geval. Dit jaar kwam er een bescheiden kentering op gang, zo stelde TaxiPro onlangs vast. De eerste poging tot aanbesteding van zittend ziekenvervoer door Zilveren Kruis leverde geen geldige inschrijvingen op. Vervoerders konden of wilden simpelweg niet binnen de geboden bandbreedte voor tarieven inschrijven. Gunning vond pas na een nieuwe aanbesteding plaats. In Den Helder zijn zelfs twee pogingen om het Wmo-vervoer te gunnen mislukt. En bij de aanbesteding van werkbedrijf Soweco uit Almelo kwam slechts één geldige inschrijving binnen, wat niet genoeg was om het werk te gunnen.”

AMvB reële prijs Wmo vast te stellen in dialoog met de aanbieders
Het is opvallend dat gemeenten twee jaar na de inwerkingtreding van de AMvB reële prijs Wmo, bandbreedtes voor tarieven hanteren waar de taxibedrijven kennelijk niet mee uit de voeten kunnen. Wmo-vervoer valt immers ook onder deze AMvB. Dit vraagt om een zorgvuldig proces van de zijde van de gemeente en openheid van aanbieders over de kosten die zij maken bij het leveren van een dienst.

Blijkens de Nota van toelichting bij de AMvB is de gemeente verplicht om voorafgaand aan de aanbesteding de tarieven in dialoog met de gegadigde aanbieders vast te stellen; minimumtarieven (men mag hogere tarieven offreren) of vaste tarieven (dan wordt niet op prijs geconcurreerd).

Deze dialoog kan via een – bij voorkeur openbare – marktconsultatie vorm krijgen en waarbij de gemeente gespecificeerde kostprijzen uitvraagt. Let wel: “Volledigheidshalve wordt benadrukt dat het college niet verplicht is aan iedere aanbieder de specifieke kostprijs van die onderneming te betalen. Het college neemt een besluit over een reële prijs aan de hand van de in artikel 5.4 genoemde kostprijselementen en de beschikbare kostprijsinformatie.” (Nota van Toelichting 2.1)

Maar het is zeer de vraag of taxibedrijven in de huidige marktsetting voorafgaand aan een aanbesteding hun kostprijzen en kostenopbouw willen delen met de gemeente. Ook hier biedt de AMvB een escape; een derde optie die indertijd op het nippertje is toegevoegd aan de AMvB, is dat de gemeente wel als vanouds de tarieven in concurrentie uitvraagt zonder minimumtarief, maar dan wel via een specificatiemodel dat ten minste is gebaseerd op de volgende kostprijselementen:

a. de kosten van de beroepskracht;
b. redelijke overheadkosten;
c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
d. reis en opleidingskosten;
e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en
f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.”

Toetsing gemeente of gespecificeerde tarieven reëel zijn
In dit laatste model heeft de gemeente vervolgens de verplichting om te controleren of de ontvangen gespecificeerde tariefonderdelen zich minimaal op kostprijsniveau bevinden. Dit is lastig en hier zal je vaak externe expertise voor nodig hebben. Maar externe expertise is wellicht ook nodig om de uitkomsten van een dialoogsessie goed te kunnen beoordelen.

Voor alle drie tarieven (minimum, vast, concurrentie) heb je dus een kostprijsspecificatiemodel nodig. Wil je goed inzicht krijgen in de kostprijsopbouw, en om dit goed te kunnen duiden, is een nadere uitwerking in subonderdelen nodig. Zeer waarschijnlijk zit dit in de Kostenberekeningstool Doelgroepenvervoer van CROW.

Hoe goed die tool ook is; gemeenten moeten de invulling van alle kostprijsonderdelen wel toetsen met de marktpartijen voorafgaand aan de aanbesteding, en op basis van plausibele argumenten en voortschrijdend inzicht ook zaken bijstellen als dit nodig is voor een reële prijs. De gegadigde taxibedrijven moeten op hun beurt open zijn over hun kostprijzen en onderbouwing daarvan; hetzij in de dialoogsessie, hetzij bij de inschrijving op het onderdeel tarieven. Beide partijen hebben belang bij reële prijzen voor de continuïteit, dan moeten ook beide partijen transparant zijn. De gemeenten over het dialoogproces, bijbehorende uitvraag en de totstandkoming van reële tarieven c.q. de beoordeling van geoffreerde tarieven; de aanbieders over hun kostenspecificatie.

Toepassing AMvB Reële prijs is geen sinecure
Overigens is een goede invulling van de AMvB reële prijs lastige materie. De opdracht met haar scope (wel of geen clustering), geschiktheidseisen en uitvoeringseisen zijn mede bepalend voor de kostprijs van een te leveren dienst; historische kostprijzen alleen voldoen strikt genomen niet. Zeker niet wanneer de aan te besteden opdracht behoorlijk afwijkt van uitgevoerde opdrachten waarop de historische kostprijs is gebaseerd. In de dialoog met aanbieders over reële tarieven zou je idealiter dan ook al de contouren van de opdracht moeten hebben, of je zou voor zaken die afwijken van hetgeen gebruikelijk was, expliciet moeten vragen welke invloed dit naar schatting zal hebben op de kostprijs.

Naast de opdrachtscope is ook de vertaling naar een reële prijs geen appeltje-eitje-proces. Als je in dialoog met de aanbieders, voorafgaand aan de aanbesteding, gespecificeerde prijsinformatie ontvangt, dan doemt de vraag op: hoe bepaal je nu een “reële prijs”? Neem je dan de laagste prijs (mits alle prijsonderdelen door ingeschakelde expertise al reëel zijn bestempeld), of neem je een gemiddelde ergens van?  Bij een gemiddelde is dan de vraag: ongewogen of gewogen; grote aanbieders zullen een andere kostprijsopbouw hebben dan kleine. Hoe bepaal je de wegingsfactoren? En hoe onderbouw je de vastgestelde reële prijs, of nog specifieker: hoe verantwoord je de keuze van het bedrag per specificatieregel? Voeg je alle ontvangen tarieven en specificaties geanonimiseerd toe als bijlagen bij het aanbestedingsdocument? Het handelingskader zal ook afhangen van hoe er wordt ingekocht; bij een Open House-toelatingsprocedure voor zorg zal je meer zaken in dialoog plenair kunnen bespreken, dan in een hoog competitieve aanbesteding.

Kortom, veel vragen; een nadere duiding van hoe een en ander in te vullen, lijkt dan ook zeer welkom, al is het maar onder het mantra van ‘Pas toe of leg uit’.

Belang van marktconsultaties
In elk geval is het belang van marktconsultaties nog groter geworden met de komst van de AMvB reële prijs; in veel gevallen zijn er feitelijk twee nodig. Een opdrachtinhoudelijke ter toetsing van bijvoorbeeld de opdrachtscope, geschiktheidseisen, uitvoeringseisen, vergoedingssystematiek e.d., en een voor de vaststelling van de tarieven. In de planning dient hier natuurlijk rekening mee te worden gehouden. Een rekenvoorbeeld, gemakshalve uitgaande van 1 januari als startdatum van de nieuwe overeenkomst: rekening houdend met een minimale implementatietijd van 3 maanden (liever 1 à 2 maanden langer), 1½ maand zomervakantie, ca. 4 maanden aanbestedingsprocedure, dan blijft het eerste kwartaal over voor de consultaties en bestekproductie. Voorafgaand hieraan zullen er ambtelijke evaluaties en besluitvorming moeten zijn.

Voorkom onderschatting van doorlooptijden
Kortom, wil je in alle fases zorgvuldig kunnen handelen, dan zal er vroegtijdig een reële planning op moeten worden gesteld als gemeenschappelijk product van o.a. Beleid en Inkoop. De benodigde tijd voor een zorgvuldig inkoopproces wordt geregeld onderschat; als je een traject zoals hierboven moet doorlopen in bijvoorbeeld 10 maanden tijd vanaf de ambtelijke start, dan is er erg veel tijdsdruk wat de kwaliteit van allerlei belangrijke keuzes niet bepaald positief zal beïnvloeden. Kortom, begin op tijd!

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteder, let op bij afwijzen van abnormaal lage inschrijving

Een aanbesteder kan op grond van artikel 2.116 van de Aanbestedingswet een ‘abnormaal lage inschrijving’ afwijzen. De beoordeling of daarvan sprake is, is een discretionaire bevoegdheid van de aanbesteder. De aanbesteder moet wel zorgvuldig te werk gaan bij het onderzoek naar de inschrijving en alle voorgeschreven stappen afronden, zo blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Een aanbesteder die te snel zijn conclusies trekt, riskeert door de rechter te worden teruggefloten.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Waarom verplicht aanbesteden eigenlijk heel raar is...

Nederland is een democratische rechtsstaat. In een democratische rechtsstaat heeft de politiek het primaat, zoals dat heet. Dat betekent dat de politiek uiteindelijk bepaalt hoe de maatschappij en het recht zich moeten ontwikkelen. De politiek, dat is dan de wetgever en het openbaar bestuur dat deels uit die wetgever voortkomt. Denk Parlement en regering. Of Gemeenteraad en college van B&W. Kan de politiek zomaar doen wat het wil met die ontwikkeling? Nee, want naast democratie is er ook die rechtsstaat. De wetgever, en het openbaar bestuur, bepalen hoe de maatschappij en het recht zich moeten ontwikkelen binnen de kaders van het recht.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Nota van Irritaties

“Goedemorgen, Jeroen van communicatiebureau H!p”

“Goedemorgen Jeroen, welkom, ga zitten. Frits van der Houwen, Gemeente Havenzande. Was de opdracht duidelijk?”

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Van EKO tot ISO: onmisbaar certificaat of overbodige eis?

Tientallen wensen en eisen, dichtgetimmerde formulieren en strakke deadlines: wie wil inschrijven op een aanbesteding moet zich behoorlijk in het zweet werken. En net als u alle moed hebt verzameld moet u ook nog uw kwaliteit of milieuvriendelijkheid bewijzen met een ISO certificering. Niet iets dat elk bedrijf zomaar heeft liggen.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

MKB-vriendelijk aanbesteden is een slecht idee

Ik heb het een beetje gehad met die pleidooien voor MKB-vriendelijk aanbesteden, waarbij een voorkeur voor lokale partijen als een zegen voor het aanbesteden wordt beschouwd. MKB-vriendelijk aanbesteden is slecht en dom, en zou verboden moeten worden.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Mag aanbesteder in compatibiliteitseis naar merk verwijzen?

Veel producten die aanbesteders door middel van aanbestedingsprocedures aanschaffen staan niet op zichzelf. Zij moeten kunnen functioneren in combinatie met reeds aangeschafte producten en systemen. ICT-producten zijn hier een goed voorbeeld van. Mag een aanbesteder in de aanbestedingsstukken naar merken van bestaande producten en systemen verwijzen om de compatibiliteit van de te leveren producten te waarborgen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) laat in een recent gepubliceerd advies zijn licht schijnen over dit onderwerp.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Wanneer kan aanbesteder met beroep op dwingende spoed afzien van reguliere Europese aanbestedingsprocedure?

Wanneer de uitkomst van een reguliere Europese aanbestedingsprocedure niet kan worden afgewacht, is de aanbesteder bevoegd de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toepassen (lees: onderhands gunnen). Als voorwaarde geldt dat de dwingende spoed is veroorzaakt door onvoorziene gebeurtenissen, die bovendien niet aan de aanbesteder zijn te wijten (art. 2.32 lid 1 sub c en 3.36 lid 1 sub d Aw). Vooral de laatste voorwaarde, de ontstane situatie mag niet aan de aanbesteder zijn toe te rekenen, kan in de praktijk een lastig te nemen horde zijn. De rechtbank Den Haag is in een recente uitspraak opvallend mild voor de aanbesteder.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Waarop te letten bij boetebeding en bonus-malusregeling?

Boetebedingen en bonus-malusregelingen zijn populaire instrumenten onder aanbesteders om een opdrachtnemer aan te sporen de voorwaarden van een opdracht na te leven. Ondernemers zijn over het algemeen minder enthousiast en stellen vaak vragen over deze bepalingen. In een nuttig deeladvies ‘ten overvloede’ geeft de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) aan waarop een aanbesteder moet letten bij het opstellen van een boetebeding of een bonus-malusregeling.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtsstaat in de inkooppraktijk

Nederland is een rechtsstaat omdat iedereen zich aan het Nederlandse recht moet houden: burgers, organisaties en overheid. Zo staat het op de website van de Nederlandse rechtspraak, www.rechtspraak.nl. Wat betekent de definitie van ‘rechtstaat’ voor de praktijk? En meer specifiek voor de inkooppraktijk in het sociaal domein?

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Inzetten op duurzaamheid en het Grossmann-dilemma

Ik woon in een multiculturele wijk in Den Haag waar diversiteit de normaalste zaak van de wereld is. Vorige week had ik een afspraak bij mijn huisarts. Niets ernstigs, maakt u zich geen zorgen. We raakten aan de praat over de communicatie met patiënten die slecht Nederlands spreken. Hij vertelde me dat dat erg mee viel tegenwoordig, en dat er heel af en toe, bij een ouder iemand, een kind ‘ingezet’ werd om te vertalen. Hij besloot met de conclusie dat ‘alles beter was dan in Wassenaar te zitten discussiëren met patiënten met internet-uitdraaien’.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

“Er zijn grenzen aan de verwarring”

“Er zijn (…) grenzen aan de verwarring die een aanbesteder met foute antwoorden mag zaaien.” Deze zin is een citaat uit een recent vonnis van de rechtbank Amsterdam. Hoewel op de aanbesteder de plicht rust de voorwaarden van een aanbestedingsprocedure op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze te formuleren, trekken inschrijvers toch vaak aan het kortste eind in geschillen waarin de transparantie van de aanbestedingsvoorwaarden ter discussie staat.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

De uitvinder van aanbesteden was een mens

In het oude Rome kregen zegevierende generaals een zogenaamde triomftocht. Zij mochten paraderen door de straten van Rome met hun legioen en hun ‘buit’. De generaal zelf stond op een versierde kar getrokken door een aantal witte ossen. Een slaaf hield een lauwerkrans boven zijn hoofd. Het volk van Rome schreeuwde de generaal alle lofprijzingen toe. Maar niet onbelangrijk, de slaaf fluisterde ook altijd in het oor van de generaal: ‘bedenk dat je een mens bent’.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

De uitvinder van het aanbesteden moet achter slot en grendel!

Begin maart geef ik op een grote beurs een workshop over aanbesteden. Aangezien je ruim van tevoren al een titel moet doorgeven, en de titel deelnemers moet trekken, had ik bedacht: ‘ze moeten de uitvinder van het aanbesteden doodschieten’. De workshop zat inderdaad vrij snel vol, maar de organisatie had ook dermate boze reacties gekregen op de titel, dat ze mij verzochten om die te veranderen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Moeten bewijsstukken van vóór de datum van inschrijving dateren?

Bij een openbare aanbestedingsprocedure hoeft alleen de inschrijver die de ‘economisch meest voordelige inschrijving’ heeft gedaan, bewijsstukken te verstrekken om aan te tonen dat op hem geen uitsluitingsgrond van toepassing is (art. 2.102 Aw 2012). Het verstrekken van bewijsstukken vindt dus ná inschrijving plaats. Toch moet de inschrijver al op het tijdstip van het indienen van de inschrijving in het bezit zijn van de bewijsstukken; (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

De kerstvakantie is voorbij

De kerstvakantie is voorbij. Het nieuwe jaar is begonnen. Zoals de trouwe lezer weet, bestaan mijn vakanties vooral ook uit lezen. Deze vakantie heb ik mij gestort op de stoïcijnen: Epictetus, Seneca, Marcus Aurelius. Ik doe dat vooral om voor mijzelf te beoordelen of ik de wijsheden van deze heren ook in mijn eigen leven een plek kan geven. Maar, zoals altijd, zie ik ook verbanden met het domein waarin ik veel werk: het sociaal domein. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

2019 wordt het jaar van de grote veranderingen

Graag wil ik mijn eerste column in 2019 gebruiken om tien voorspellingen op aanbestedingsgebied te doen. Ik voorzie dat 2019 een van de boeiendste jaren op dit vakgebied zal worden. Ik zie overal initiatieven die me aanspreken en ik ontmoet veel jonge mensen met mooie grote dromen. Let’s get started! (geen idee waarom ik dit in het Engels zeg)  (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe flexibel is de raamovereenkomst?

De raamovereenkomst is een geliefd inkoopinstrument onder aanbestedende diensten. Zolang de werkelijke afname niet totaal uit de pas loopt met de geprognotiseerde hoeveelheid, zijn opdrachten efficiënt én rechtmatig op basis van de gesloten raamovereenkomst te gunnen, zo is de gedachte. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) perkt de flexibiliteit van de raamovereenkomst in een recente uitspraak in. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden zit het nieuwe Sovjet inkoopmodel sociaal domein in de weg

Een tijd terug schreef ik voor deze website een column over de film ‘Groundhog day’. In die column laat ik zien dat eigenlijk alles wat er nu gebeurt op het terrein van inkoop in het sociaal domein, ook al gebeurde bij de introductie van de Wmo 2007 tien jaar geleden. In dat rijtje past ook het wetsvoorstel van GroenLinks en SGP om de ‘aanbestedingsplicht’ voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet uit de Aanbestedingswet 2012 te halen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

De aanbestedende dienst 'strikes back'!

Aan het eind van het jaar leek het mij wel aardig om eens wat trends in de aanbestedingsjurisprudentie te formuleren. In mijn optiek zijn er vijf ontwikkelingen die onderscheiden kunnen worden. Op de eerste plaats neemt het aantal rechtszaken over de kwalitatieve beoordeling van inschrijvingen enorm toe. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Naar een uniforme behandeling van inschrijvingsgebreken

Hoe ga je als aanbesteder om met een inschrijver die een beroep doet op een onderaannemer om aan een geschiktheidseis te voldoen, maar dit niet op de juiste wijze vermeldt in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en bovendien vergeet het UEA van zijn onderaannemer bij zijn inschrijving te voegen? (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Nooit te laat om te leren van je fouten

Met de te laat bestelde en niet op tijd geleverde winterkleding voor onze militairen die eind oktober op oefening moeten in Noorwegen, kwam de Nederlandse overheid binnen korte tijd weer met één van haar aanbestedingen negatief in het nieuws. Veel is er dit keer nog niet duidelijk over het hoe en waarom van de gemaakte fouten bij deze aanbesteding. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Zonder inhoud is een proces bezigheidstherapie

Gemeenten gaven in 2017 724 miljoen euro meer uit dan begroot in het sociaal domein. De overschrijdingen in de jeugdzorg van 600 miljoen euro zijn zelfs ‘onverklaard’. Het valt niet te ontkennen dat ‘binnen begroting blijven’ een belangrijk onderwerp is op menige politieke en bestuurlijke agenda. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderkostenvergoeding? Een onoplosbaar probleem

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag spreekt Arjan Peters zijn verbazing uit over het feit dat de jaarlijkse prijs van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde voor het beste academische artikel naar een artikel ging dat in het Engels (kinderengels volgens Peters) geschreven was: “Mapping the demographic landscape of characters in recent Dutch prose; a quantitative approach to literary representaton’. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Moet aanbesteder prijs van winnende inschrijver kenbaar maken?

De aanbesteder moet in de mededeling van de gunningsbeslissing de ‘kenmerken en relatieve voordelen’ van de uitgekozen inschrijving vermelden (2.130 lid 2 Aw). Met andere woorden: hij moet de gunningsbeslissing motiveren. Betekent dit dat de aanbesteder de prijs van de winnende inschrijver kenbaar moet maken, als de ‘laagste prijs’ het gunningscriterium is? (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Het democratisch misverstand en de perfecte aanbesteding

Het woord dat het meest gebezigd is tijdens de algemene beschouwingen is het woord ‘Dividendbelasting’. Oppositie-partijen betoogden in ferme taal dat die 2 miljard beter aan zorg, onderwijs of wat dan ook besteed kon worden. Ook in ingezonden brieven in mijn Volkskrant, op Twitter en op allerlei andere platforms viel kritiek op deze maatregel te lezen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteder, laat contract niet in een la verdwijnen!

Als de handtekeningen onder het contract zijn gezet, wil de aandacht voor aanbestedingsrechtelijke verplichtingen weleens verslappen. Een correctie uitvoering van een gegunde opdracht is echter niet alleen in het belang van de aanbesteder en eventuele eindgebruikers, maar ook noodzakelijk om de gelijke behandeling van ondernemers te waarborgen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Reële tarieven? Ten opzichte van wat?

Gemeenten die zorg en hulp inkopen in het sociaal domein, moeten daarvoor zogenaamde “reële prijzen” betalen. Dat is onder andere vastgelegd in artikel 2.12 Jeugdwet en artikel 2.6.6 Wmo 2015. Voor de Wmo 2015 gelden nog explicietere regels die zijn vastgelegd in artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit.  (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Moeten vrouwen geweerd worden uit beoordelingscommissies?

Stichting VU heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering van een roosterapplicatie. Naar aanleiding van de aanbesteding zijn er drie inschrijvingen ontvangen. Op 8 maart 2018 ontving Advitrae het bericht dat zij na beoordeling van de inschrijvingen als tweede is geëindigd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wanneer mag aanbesteder merk voorschrijven?

Het valt niet altijd mee de specificaties van een opdracht functioneel of met behulp van normen te omschrijven. Verwijzen naar een merk is echter slechts onder uitzonderlijke omstandigheden toegestaan. Het simpelweg toevoegen van de woorden “of gelijkwaardig” aan de omschrijving van het product is, anders dan weleens wordt gedacht, onvoldoende. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Inschrijvingen ICT-aanbesteding beoordeeld door bode, koffiejuffrouw en conciërge

In maar liefst drie aangespannen kort gedingen heeft de rechtbank Midden-Nederland de in mijn opinie meest onwenselijke uitspraak gedaan die mogelijk is. Het betrof de deskundigheid van de beoordelingscommissie en de rechter vond dat die voor deze aanbesteding onvoldoende was, en dat daarom de beoordeling opnieuw moest. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wie moet Mathijs Huizing opvolgen?

Mathijs Huizing, de ‘aanjager’ van het project Beter Aanbesteden is op 14 juni benoemd als wethouder in de gemeente Oegstgeest. Hij stopt dus met ‘aanjagen’.
Toen hij net benoemd was heb ik daar nogal scherp op gereageerd. Ik vond het dubieus dat minister Kamp een partijgenoot, die geen enkele kennis van aanbesteden had, naar voren schoof voor deze functie. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Schaarste bij ideeën over de verdeling van schaarste

Wellicht merkte u al op dat een nieuw rechtsgebied zich ontwikkelt. Ik heb het over het zogenaamde ‘verdelingsrecht’, waar het aanbestedingsrecht onderdeel van uitmaakt. Verdelingsrecht gaat over recht van toepassing op de verdeling van schaarse publieke middelen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wezenlijke wijziging van opdracht bij heraanbesteding: ook als opdracht definitief is gegund

Aanbestedende diensten zijn in principe bevoegd een aanbesteding in te trekken, ook na ontvangst van inschrijvingen. De vrijheid om een opdracht opnieuw aan te besteden is volgens de rechtspraak beperkter. Tenzij er geen geldige inschrijvingen zijn ontvangen of er procedurele fouten zijn begaan, zal de opdracht ‘wezenlijk’ moeten worden gewijzigd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Grosmann revisited

Het Grossmann verweer is verworden tot een standaard bepaling in het aanbestedingsdocument die niet zelden vergaande consequenties heeft voor klagende inschrijvers. De strekking van deze bepaling is dat een klagende inschrijver zijn recht om te klagen over de aanbestedingsprocedure heeft verwerkt (hier dus bij de rechter geen beroep meer op kan doen), indien deze klachten al in een eerder stadium van de aanbesteding naar voren hadden kunnen worden gebracht. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wanneer terugbesteden niet kan en wat daaraan te doen

Gemeenten en andere decentrale overheden hebben de afgelopen jaren op Europees niveau succesvol gevochten voor meer uitzonderingen op – de soms niet altijd welkome – aanbestedingsplicht. Tijdens het Brusselse wetgevingsproces werden honderden amendementen van artikel 12 aanbestedingsrichtlijn (2014/24/EU) voorgesteld. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoera voor Joba van den Berg!

Ik heb niet zoveel met het CDA. Het idee dat je politiek bedrijft vanuit een religieus perspectief spreekt mij niet aan. Ook voor de geliefde leider Sybrand Buma gaat mijn hart niet echt sneller kloppen. Maar er is weer hoop.CDA-kamerlid Joba van den Berg houdt in een blog een pleidooi voor ‘rechters die over inhoudelijke kennis beschikken’ als het gaat om aanbesteden. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Is prijs een vies woord?

Voor consumenten speelt de prijs vaak een belangrijke rol bij het doen van grote aankopen. Toch lijkt in aanbestedingsland prijs steeds meer een vies woord te worden. Gunning op basis van prijs zou leiden tot ‘vechtcontracten’ en een ‘race naar de bodem’. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Motiveren van de gunningsbeslissing

De motivering van de gunningsbeslissing blijkt in de praktijk een lastige opgave. Regelmatig word ik benaderd met de vraag welke punten in de motivering van de gunningsbeslissing dienen te worden opgenomen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Open House: wel blijven nadenken natuurlijk

Op 1 maart 2018 zorgde het Tirkkonen arrest van het Hof van Justitie EU voor flink wat reuring. Het Hof bepaalde namelijk, tegen alle verwachtingen in, dat wat wij in Nederland het “Zeeuws model” noemen al “open house” is. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

"De accountmanager moet een lekker wijf zijn"

Afgelopen week was ik alweer druk bezig met de voorbereidingen voor de jurisprudentiemarathon aanbestedingsrecht, die ik samen met Suzanne Brackmann geef. Hiervoor bestudeer ik alle rechtszaken van het afgelopen half jaar om een selectie van de meest boeiende te maken. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wat is ‘onomstotelijk’ bewijs?

Gunningscriteria moeten controleerbaar zijn. Een aanbestedende dienst kan niet simpelweg afgaan op de blauwe ogen van een inschrijver, maar moet daadwerkelijk kunnen toetsen in welke mate een inschrijving beantwoordt aan de gunningscriteria (art. 2.113a Aanbestedingswet). (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Het hek is van de dam… door landbouwadviesdiensten

Eens in de zoveel tijd wijst het Hof van Justitie EU een arrest dat werkelijk richting geeft aan inhoudelijke discussies over de werking van het aanbestedingsrecht. Denk aan arresten als “Telaustria”, “An Post”, “Grossman” en “Falk DAK”. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Beter aanbesteden: Inkopers moeten meer El Ahmadi en minder Ziyech zijn

Vorig jaar werd Feijenoord voor het eerst in 18 jaar weer kampioen. Kenners waren het er over eens, dat middenvelder Karim El Ahmadi hier een groot aandeel in had. El Ahmadi was, zoals ze dat noemen, een dienende speler. Hij speelde in dienst van het elftal, veroverde heel veel ballen, deed geen gekke dingen, maar was o zo belangrijk voor het team. In Amsterdam bij Ajax speelt Hakim Ziyech. Ziyech is een artiest, een tovenaar aan de bal (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Zijn woningcorporaties aanbestedende diensten?

Het zal de frequente bezoeker van deze website waarschijnlijk niet zijn ontgaan: de Europese Commissie vindt dat Nederlandse woningcorporaties als aanbestedende diensten zijn aan te merken en daarom de Europese aanbestedingsregels moet naleven. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Paritair opgestelde voorwaarden; comply or explain?!

In afwijking van wat is bepaald in de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor geïntegreerde contracten 2005 (verder:UAV-GC), oordeelde de Raad van Arbitrage voor de Bouw op 27 december jl. dat een faalrisico ter zake van bodemsaneringswerkzaamheden bij een opdrachtnemer rust. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Actieagenda beter aanbesteden?

Op 16 februari ontving Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat de actieagenda “Beter Aanbesteden”. De agenda bevat 23 acties op basis van aanbevelingen van een groep aanbestedende diensten en ondernemers. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechters moeten niet voor wetgever spelen

De trias politica houdt in dat de staat opgedeeld is in drie organen die elkaars functioneren bewaken. Het gaat uit van een wetgevende macht die wetten opstelt, een uitvoerende macht die het dagelijks bestuur van de staat uitoefent en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wat is de omvang van de motiveringsplicht?

Artikel 2.130 lid 1 van de Aanbestedingswet bepaalt dat de mededeling van de gunningsbeslissing  ‘relevante redenen’ moet bevatten. Blijkens artikel 2.130 lid 2 van de Aanbestedingswet wordt daaronder in ieder geval verstaan de ‘kenmerken en relatieve voordelen van de uitkozen inschrijving’ (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Bij twijfel… ALTIJD doen!

Het berekenen van de opdrachtwaarde van een aan te besteden (diensten)opdracht wil nog wel eens leiden tot hevige discussies. Dit is met name het gevolg van verwarring die ontstaat door het bepaalde in artikel 2.21 van de Aanbestedingswet.  (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Maatschappelijke waarde

In artikel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet is opgenomen dat aanbestedende diensten zoveel mogelijk maatschappelijke waarde moeten creëren bij het inzetten van publieke middelen. Maatschappelijke waarde noemt men ook wel “best value for taxpayer’s money”. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe zou ik de Blankenburgtunnel aanbesteed hebben

Nog nooit kreeg ik op een column zoveel reacties als op mijn column over de aanbesteding van de Blankenburgtunnel, waarvan ik vond dat het kwaliteitsdeel buitenproportioneel hoog was (€185.000.000 fictieve korting voor een plan van 35 pagina’s) . (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Waar zijn we nou helemaal mee bezig?!

Onlangs oordeelde de rechtbank Oost-Brabant dat de gemeente Boxmeer als aanbestedende dienst een inschrijver terecht had uitgesloten op grond van het feit dat deze inschrijver, in strijd met het bepaalde in het aanbestedingsdocument, rechtstreeks telefonisch contact had gezocht met de aanbestedende dienst. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Eerst zien, dan geloven?

Afgewezen inschrijvers vragen zich weleens af of de winnende inschrijver wel voldoet aan de gestelde eisen. Soms vragen zij de aanbesteder inzage te geven in de aanbieding van de winnende inschrijver, zodat zij dit zelf kunnen controleren. Is de aanbesteder verplicht deze informatie met afgewezen inschrijvers te delen? Deze vraag kwam aan de orde in een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Adem in, adem uit

Iedere aanbestedende dienst kijkt er graag naar uit; een nieuwe aanbesteding in de markt zetten. Daarin moet je goed voorbereid zijn. Want wat wil je nu eigenlijk uitvragen. En welke partij wil je het liefste? (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Overleg

De rechter draagt de gemeente Tilburg en omliggende gemeenten op om overleg te voeren over tarieven voor specialistische jeugdhulp. Dat overleg moeten zij voeren met zorginstellingen die een bijzondere positie innemen in de lokale zorginfrastructuur. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Methode aanbesteding Blankenburgtunnel disproportioneel

Op 8 november 2017 heeft de rechtbank Den Haag gevonnist dat de aanbesteding van de Blankenburgtunnel rechtmatig is verlopen. Ik heb persoonlijk echter wel wat kanttekeningen bij deze aanbesteding. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden maakt soms meer kapot dan je lief is

Europees aanbesteden in het personenvervoer komt de laatste jaren steeds vaker negatief in het nieuws. De vicieuze cirkel waarin deze sector terecht is gekomen kende afgelopen week weer een slachtoffer aan de kant van de personenvervoerders. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

D-Day!

25 Mei 2018 wordt een juridische D-day. De dag dat de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) de huidige wet- en regelgeving op het gebied van gegevensbescherming binnen de Europese lidstaten vervangt. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Beroep bekwaamheid derde toegestaan bij meervoudig onderhandse procedure?

Als een ondernemer niet zelfstandig kan voldoen aan de gestelde geschiktheidseisen, dan kan hij een beroep doen op de draagkracht of bekwaamheid van een derde. Deze rechtsregel vloeit voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedende dienst zoekt game-changer met can-do-mentaliteit

“Ik weet niet wanneer het is misgegaan, waar en waarom, maar ergens op een tweesprong in de geschiedenis van de wereld vond iemand het nodig het woord ‘kwaliteit’ te introduceren op kantoor. Iedereen reageerde stomverbaasd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Gedrag, gedragen, gedrocht

Ik wil het toch eens even hebben over een gevoelig onderwerp met u. Een belangrijk onderdeel van de aanbestedingsprocedure is de keuze voor de wijze waarop de aanbesteding verloopt. En dan bedoel ik de keuze voor het digitale systeem. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Wat doe je met een foutieve koppeling in een prijzenblad?

Een foutieve koppeling in een prijzenblad, twee inschrijvers die hier ieder op geheel eigen wijze mee omgaan en een aanbesteder die eigenhandig een inschrijving aanpast. Dat zijn de ingrediënten van een interessant vonnis dat de rechtbank Amsterdam kortgeleden heeft gewezen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsrecht en rechten van cliënten

Op 14 juni 2016 ratificeerde Nederland, na 10 jaar, het Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Dit verdrag draagt de deelnemende staten op deze rechten te waarborgen. In artikel 3 sub a van het Verdrag lezen wij het volgende (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

“Er is niet geoordeeld volgens de regelen des rechts, maar als goede mannen naar billijkheid”

Een van de leukste onderdelen van mijn werk is het voorbereiden van de cursussen. Ik zit dan in mijn werkkamer, muziekje op, grote mok koffie bij de hand en kies dan welke informatie ik in mijn cursussen ga gebruiken. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Belang en budget – Hart of Hard?

De zomer is voorbij, het gewone leven begint (gelukkig) weer voor velen. Dat geldt zeker ook voor de aanbestedingen. Iedereen begint weer vol enthousiasme en frisse moed aan de kansen die er op de markt liggen. Want die zijn er momenteel volop! (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Welke mate van proactiviteit mag aanbesteder van inschrijvers verwachten?

Aanbesteders verwachten van ondernemers die belangstelling hebben voor een opdracht een proactieve houding. Dat is goed te begrijpen. Natuurlijk ligt het op de weg van de aanbesteder om heldere criteria te formuleren en – meer in het algemeen – de aanbestedingsregels na te leven. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

De “relatie”

Afgelopen maandag kwam ik terug van mijn zomervakantie. Volledig uitgerust zetelde ik mij achter mijn laptop. Ik had maar liefst 12(!) aanvragen voor een kort geding in mijn mailbox zitten. Allemaal zorg- en welzijnsinstellingen die het niet eens waren met een voorlopige gunningsbeslissing (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Kanttekeningen handreiking PIANOo voor selectie bij meervoudig onderhands aanbesteden

PIANOo heeft onlangs een nieuwe handreiking gepubliceerd voor de selectie van ondernemers bij een meervoudig onderhandse aanbesteding. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Burgercollectieven vallen buiten het aanbestedingsrecht

Op 7 juli publiceerde Prof. mr. dr. Manunza in de Staatscourant het artikel “Burgercollectieven en aanbestedingsrecht”. Het artikel veronderstelt dat burgerinitiatieven onder de werking van het aanbestedingsrecht vallen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Presentaties en interviews moeten verboden worden bij aanbestedingen

Een paar weken geleden zei een rechter in een door KPN aangespannen rechtszaak, dat presentaties en zelfs mondelinge offertes gewoon toegestaan zijn bij aanbestedingen: “Met betrekking tot dit nadere betoog overweegt de voorzieningenrechter (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Warm, warmer, warmst – aanbesteden is hot!

Heeft u ook last van de warmte? En dan bedoel ik niet de zomerse hittegolf die door Nederland voerde afgelopen week. Ik bedoel de stoom die momenteel bij veel ondernemers uit de oren komt. Want het aantal aanbestedingen lijkt momenteel een vlucht te nemen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Groundhog-day!

Groundhog Day is een film met Bill Murray uit 1993. De film voert het concept van deja vue tot in het extreme door. Murray is een weerman die op onverklaarbare wijze iedere dag opnieuw dezelfde dag doorleeft. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Mag referentieopdracht onderaannemer meetellen?

Mag inschrijver referentieopdracht van onderaannemer optellen bij eigen referentieopdracht om aan geschiktheidseis te voldoen?

Aanbesteders stellen vaak eisen aan de beroepsbekwaamheid van inschrijvers. Bekend zijn de ‘kerncompetenties’. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Voet tussen de deur(waarder) – Drie keer is toch scheepsrecht?

In mijn eerste column op Aanbestedingscafe nam ik u mee in de soap rondom de deurwaarders. Ik sprak de hoopvolle verwachting uit dat de derde aanbestedingsprocedure dit keer succesvol zou verlopen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden als vorm van gratis consultancy

In de Nederlandse taal worden fouten soms zo gebruikelijk dat zij op een gegeven moment als correct geaccepteerd worden. Zo was in vroeger dagen ‘eier’ het meervoud van het woord ‘ei’. Omdat men dat niet meer als een meervoud voelde werd het uiteindelijk ‘eieren’. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Let op: oude Gedragsverklaring Aanbesteden na 1 juli 2017 niet langer geldig!

Om de inwerkingtreding van nieuwe regelgeving soepel te laten verlopen bevatten wetten vaak overgangsrecht. Dit geldt ook voor de Aanbestedingswet 2012, die per 1 juli 2016 ingrijpend is gewijzigd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid draagt ook zelf steentje bij aan een betere wereld

Onlangs is het Manifest maatschappelijk verantwoord inkopen 2016-2020 door een groot aantal overheidsinstellingen ondertekend. In plechtige volzinnen wordt de basis gelegd voor de eisen en wensen die de komende jaren in aanbestedingen terug gaan komen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Het sociaal domein is één grote stationshal: deal with it!

Omdat ik afgelopen dagen tweemaal hernieuwd in aanraking kwam met het Cynefin model van Dave Snowden, leek het mij interessant om daarover weer eens wat te schrijven. Dit weekend plaatste iemand, die voor het eerste het model leerde kennen, op LinkedIn een post hierover. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Goede zorg gaat uit van de relatie

Uit onderzoek blijkt dat de ‘klik’ tussen cliënt en zorgverlener het belangrijkste werkzame bestandsdeel is van een interventie. Dat klinkt logisch, maar toch gaan we in Nederland voor een groot deel uit van het biologisch-medisch paradigma. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Waarschuwing voor de zorgorganisatie: uitgesloten of niet?

Onlangs stond ik een zorgorganisatie bij in kort geding. De zorgorganisatie was in een aanbesteding voor de Wmo 2015 uitgesloten. Hij had een offerte ingediend met de verkeerde formulieren. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Van UEA naar beter?

Sinds 18 april 2016 geldt op de toch al drukke snelweg van het aanbestedingsrecht een extra trajectcontrole. Sinds die dag moeten alle aanbestedende diensten namelijk het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) gebruiken in plaats van de Nederlandse Eigen Verklaring. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Stemmen op basis van de beste prijs kwaliteit verhouding (de EMVI-verkiezingen)

Binnenkort gaan we stemmen en het leek me aardig om eens met aanbestedings-ogen naar ons verkiezingsmodel te kijken. Dat ligt meer voor de hand dan je zou denken, want feitelijk is het kiezen van partijen prima te vergelijken met het kiezen van een leverancier (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteders komen van Mars, inschrijvers van Venus

Elke dag blijf ik mij verbazen over de immer grote verschillen tussen aanbesteders en inschrijvers. De haat-liefde verhouding tussen aanbesteders en inschrijvers blijft mij mateloos boeien. Laten we eerst eens inzoomen op ons sterrenstelsel en meer specifiek de planeten Mars en Venus: (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Alternatieve feiten

Het is gebeurd. Trump is president. Het is niemand ontgaan. De eerste weken van het presidentschap zijn ongekend. Trump heeft een enorme geldingsdrang, een enorm ego, maar ook erkenning nodig als een klein jongetje (“kijk mij eens!”). (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Jan Terlouw en de perfecte aanbesteding

In het gedicht ‘het huwelijk’ van Willem Elsschot overweegt een man zijn wat in het slop geraakte huwelijk daadkrachtig te beëindigen door zijn vrouw dood te slaan. Uiteindelijk doet hij dat niet, wat heeft geleid tot een van de beroemdste citaten uit de Nederlandse literatuur (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Voet tussen de deur(waarder)

Volgt u ook de hele soap rond de deurwaardersdiensten van het CJIB? Ik neem u graag even mee terug in de tijd. Om nog maar eens even de acteurs en het script helder te krijgen. Tenslotte willen we allemaal wel weten wat we nu kunnen verwachten. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

BVP voor de PVV

‘Goedemorgen allemaal, ik open de vergadering van de PVV-catering-commissie. Wat we vanochtend moeten doen is de specificaties opstellen voor de aanbesteding van de catering voor het bedrijfsrestaurant in de Tweede Kamer. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Doelen in het nieuwe jaar

Op dit moment zit ik nog middenin mijn kerstvakantie. Hoewel, vorige week had ik al een zitting en deze week moet ik een ondernemingsplan, drie beroepsschriften en een zogenaamde conclusie van tussenkomst schrijven. Hoe dan ook, ik hoef niet de weg op, half Nederland door en dat is voor mij vakantie genoeg.

In mijn vakanties lees ik ook veel. Dat schreef ik al eerder naar aanleiding van mijn zomervakantie. Deze vakantie ben ik bezig met Gilgamesh (het oudste epos ooit op schrift gesteld), een biografie over Garibaldi (zoek maar op Google op) en de biografie over Hitler geschreven door Ian Kershaw. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

De constante verandering

Vast een herkenbaar beeld voor je: de wekker gaat, je stapt uit bed, snel douchen, de auto in of met de trein. Je projecten goed uitvoeren, op jouw manier. Vergaderen, informeren, interne klanten overtuigen, leden van het projectteam meekrijgen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Van der Linden op dreef tijdens oudjaars aanbestedingsconference

Op 13 december speelde Theo van der Linden alweer voor het derde achtereenvolgende jaar zijn oudjaars aanbestedingsconference in Theater Pepijn in Den Haag. Voor een select gezelschap van aanbestedingscoryfeeën (werkelijk iedereen was er!) nam hij de aanbestedingswereld op de hak.

Op het podium lagen een stuk of wat lege waterflesjes en als een soort running gag probeerde Van der Linden om ze op te laten stijgen (up! up! up!) (meer…)

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres