Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Innovatiepartnerschap als aanjager innovatiegerichte inkoop nauwelijks gebruikt

Een onderzoek van TenderNed toont aan dat het innovatiepartnerschap nauwelijks wordt gebruikt in aanbestedingen. Twee jaar na de introductie in 2016 werd de procedure 12 keer gebruikt. Na dat hoogtepunt verdween het innovatiepartnerschap langzaam van de radar. Vorig jaar werd het nog slechts 3 keer gebruikt.

Innovatiepartnerschap
Innovatiepartnerschap werd in 2016 in het leven geroepen om innovatiegericht inkopen aantrekkelijker te maken. Ondernemingen liepen niet meer het risico een innovatie te ontwikkelen die ze zelf vervolgens niet uit konden voeren. Het innovatiepartnerschap is bedoeld om een samenwerking te faciliteren tussen aanbestedende diensten en ondernemingen. In de samenwerking is dan opgenomen dat na de ontwikkelfase ook over wordt gegaan tot inkoop van de innovatie. De pre-commerciële en commerciële fase komen hierin samen.

Verwachte voordelen
Het was de bedoeling de administratieve last te verlagen door het innovatiepartnerschap te introduceren. De gedachte was dat een prototype dat tijdens een samenwerking werd ontwikkeld niet meer in een afzonderlijke aanbesteding ingekocht hoefde te worden. De vraag is of dit in de praktijk ook zo uitpakt.

Nadelen uit de praktijk
Nadelen van het innovatiepartnerschap zijn onder meer de lange looptijd en arbeidsintensiviteit. Innovatie kan ook gemakkelijk meegenomen worden in een aanbesteding door functioneel specificeren. Daarnaast willen inkopers in de commerciële fase soms verder kijken dan de bedrijven die deelnamen aan de ontwikkelfase. Door het innovatiepartnerschap is het voor aanbestedende diensten niet mogelijk oplossingen van andere bedrijven in te kopen als zij al een partnerschap zijn aangegaan met specifieke partijen.

Onderzoek
De werkgroep innovatiegericht inkopen buigt zich over de knelpunten bij innovatiegericht inkopen. Eind 2022 informeert minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer over de resultaten en mogelijke vervolgstappen.

Bron: https://www.tenderned.nl/cms/nieuws/innovatiepartnerschap-wordt-nauwelijks-gebruikt

Partner van Aanbestedingscafé:

Voor herstel vatbare vormfouten

Fouten maken is menselijk en het komt regelmatig voor dat Aanbestedende diensten zaken moet aanpassen of rectificeren gedurende de aanbestedingsprocedure. Het maken van fouten is echter niet beperkt tot de zijde van Aanbestedende diensten. Inschrijvende ondernemingen maken om allerlei redenen ook fouten. De vraag die dan rijst is in hoeverre kans moet worden geboden om de fouten te herstellen zonder dat aan de beginselen van het aanbestedingsrecht geweld wordt gedaan. In deze blog zullen we het vraagstuk van het herstellen van (vorm)fouten, die worden gemaakt door inschrijvende ondernemingen, bespreken. Wij gaan verkennen aan welke voorwaarde voldaan moet worden om de mogelijkheid tot herstel van (vorm)fouten te geven. We zullen ook nagaan in welke situaties het herstel van vormfouten indruist tegen het aanbestedingsrecht en derhalve onrechtmatig is.

Het SAG- en Manova arrest

In het SAG-arrest ging het om een geding tussen het Úrad  (Bureau voor openbare aanbestedingen) en ondernemingen, waaronder SAG, zijn uitgesloten van een in de loop van het jaar 2007 uitgeschreven aanbestedingsprocedure, met het oog op de verrichting van diensten op het gebied van de inning van tolgelden op autosnelwegen en op bepaalde wegen. De uitsluiting volgde nadat SAG en de andere inschrijvende onderneming  een nadere toelichting hadden gegeven over hun abnormale lage inschrijving. De reden hiervoor was dat SAG niet voldoende had geantwoord op het verzoek om toelichting bij de abnormaal lage prijzen bij hun inschrijving. Voorts voldeed de inschrijving van SAG niet aan bepaalde in het bestek vastgelegde voorwaarden. De vraag die dan rijst is of de uitsluiting gerechtvaardigd was of is de uitsluiting disproportioneel en had SAG in staat moeten worden gesteld om die fouten te herstellen?

Doorgaans wordt er uitgegaan van het beginsel dat er geen kans op herstel mag worden geboden. Bij de beoordeling van een inschrijving moet worden uitgegaan van de inschrijving zoals die bij het sluiten van de inschrijftermijn zijn ontvangen. Het beginsel van gelijke behandeling en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult  tenzij het gaat om een (kleine) aanvulling of verbetering. Dit heeft het Hof later bevestigd in het Manova-arrest. In dit arrest wordt uitgelegd dat herstel wordt geboden als het voornamelijk gaat om het rechtzetten van kennelijk materiële fouten of klaarblijkelijk een eenvoudige precisering die er niet toe mag leiden dat een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Voorts kan de verbetering alleen betrekking hebben op gegevens die waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor einde van de inschrijvingstermijn.

Wat houden de begrippen ” rechtzetten van kennelijk materiële fouten” en ” klaarblijkelijk eenvoudige precisering” in en worden ze in de rechtspraak of literatuur verder gedefinieerd? Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn de begrippen niet concreet gedefinieerd maar er is legio  rechtspraak waaruit geconcludeerd mag worden dat het hier moet gaan om onder de omstandigheden van het geval  heel geringe fout of omissie die evident is. Hieronder volgt er een samenvatting van drie rechterlijke uitspraken die deze conclusie illustreert.

  1. De voorzieningenrechter in Amsterdam oordeelde dat het niet opsturen van het UEA van de onderaannemer bij de inschrijving van de hoofdaannemer voor herstel vatbaar was[1]. Het was bij de inschrijving van de hoofdaannemer (blijkens het UEA) duidelijk dat een beroep werd gedaan op de draagkracht van de betreffende onderaannemer. Door de omstandigheden van het geval kon worden opgemaakt dat de fout door de hoofaannemer evident is en voor een eenvoudig herstel vatbaar blijkt.
  2. De rechtbank Gelderland meende dat het wijzigen of aanvullen van een opgegeven referent na de inschrijvingstermijn rechtens niet meer toelaatbaar was. De eerdere opgegeven referent kon niet bevestigen dat de inschrijver in de afgelopen drie jaar aan ten minste vijf cliënten van de referent specialistische ggz zorg heeft verleend. In de aanbestedingsstukken is verwoord dat inschrijvers na het verstrijken van de inschrijvingstermijn in hun inschrijving geen (inhoudelijke) wijzigingen mogen aanbrengen. In dat kader is het de inschrijver na inschrijving, waarin de inschrijver een bepaalde referent voor een bepaald type ggz heeft opgegeven, niet toegestaan de inschrijving te wijzigen door een andere referent in de regio op te geven. Zelfs niet na vaststellen van het feit dat in de geschiktheidseis in beginsel geen geografische beperking zijn gesteld[2]. In mijn beleving heeft de rechtbank geen herstel geboden omdat de fout redelijk eenvoudig te voorkomen was en ook niet per ongeluk is gemaakt.
  3. De rechtbank Den Haag overwoog dat het onbeantwoord laten van een vraag over een facultatieve uitsluitingsgrond in het UEA niet  als een kennelijke fout mocht worden gezien en daarom niet voor herstel vatbaar was. Ook hierin was m.i. de omstandigheden van het geval bepalend. Het was vast komen te staan dat een combinant een ander versie UEA had gebruikt bij hun inschrijving dan zulks door Aanbestedende dienst is verstrekt. De ongeldigheid van de inschrijving zat niet zozeer in het gebruik van het afwijkend UEA. Het gebruik van een afwijkend UEA vergroot echter wel de kans op fouten bij de invulling ervan. De combinant is hierdoor vergeten de facultatieve uitsluitingsgronden aan te vinken en de daarbij behorende vraag te beantwoorden. Deze omstandigheden wegen ook zwaar omdat in de aanbestedingsleidraad specifiek aandacht was gevraagd voor het invullen van het UEA[3]. Door goed de aanbestedingsstukken te lezen en op te letten bij het invullen van het UEA had de fout voorkomen kunnen worden is mijn inschatting. Zulke fouten komen blijkbaar niet voor herstel in aanmerking


Aanbestedingsleidraad: kan bepaling

De discussie of er wel of geen herstelmogelijkheid moet worden geboden kan worden beslecht door de formulering in de aanbestedingsleidraad. Als er in de aanbestedingsleidraad een uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie is opgenomen is “het rechtzetten van kennelijk materiële fouten” of het aanbrengen van “klaarblijkelijk een eenvoudige precisering” niet toegestaan. Dit volgt eveneens uit het Manova-arrest en andere rechtspraak[4]. Aanbestedende diensten moeten zich immers houden aan hun eigen vastgestelde (spel)regels anders handelt men in strijd met het transparantiebeginsel van het aanbestedingsrecht. Aanbestedende diensten doen er dus goed aan bij het formuleren van de uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie ruimte te maken om te beoordelen of de omstandigheden van het geval een herstelmogelijkheid toelaat. Dit kan door middel van de zogenaamde kan-bepaling. Het enkele feit dat er een vormfout wordt ontdekt in de inschrijving leidt dan niet zonder meer tot het uitsluiten van de desbetreffende inschrijver.


[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6753

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:375

[3]https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7599

[4] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62012CJ0336;    https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7169

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederlandse bedrijven profiteren van aanbestedingsmarkt

Vooral Nederlandse bedrijven profiteren van de contracten die de Nederlandse overheid aanbesteedt. Dat blijkt uit onderzoek van Cobouw. In de top 25 van bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren, voerden in 2021 infrabouwers de boventoon. Met afstand de grootste opdracht was die voor renovatie van de Amsterdamse kademuren, een contract ter waarde van 750 miljoen euro.

Nederlandse bedrijven profiteren
Cobouw analyseerde bijna 400 aanbestedingen die in 2021 via TenderNet werden gepubliceerd. In totaal was met al deze opdrachten 3,4 miljard euro gemoeid. Daarmee is de investering 400 miljoen euro hoger dan het jaar ervoor. Hoewel iets meer dan de helft van de contracten Europees is aanbesteed, zijn het vooral de Nederlandse bedrijven die profiteren van alle uitgezette opdrachten. Daarmee zet de dalende trend van buitenlandse bouwers op de inframarkt zich voort.

Top 3 contracten
Het contract in Amsterdam voor vervanging van de kademuren is het grootste gegunde contract in 2021. Het werk aan de openbaarvervoerterminal in Amsterdam-Zuid staat met een waarde van ruim 3 miljoen euro op een tweede plek. De derde in de ranglijst van opdrachten naar waarde is met ruim 126 miljoen voor de reconstructie van de N65 tussen Vught en Haaren.

Opdrachten
Gekeken naar het aantal tenders komen Heijman Infra en Strukton Rail met ieder 15 binnengesleepte contracten als beste uit de bus. Rijkswaterstaat is met 41 aanbestedingen de grootste opdrachtgever, direct gevolgd door gemeente Amsterdam, ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf. Na Amsterdam is van de decentrale overheden provincie Brabant de grootste aanbesteder.

Criteria en procedures
Het belangrijkste criterium in aanbestedingen is die van de prijs-kwaliteitverhouding. Zo’n 86 procent van de contracten werd op deze grond gegund. In 14 procent van de contracten gaf de laagste prijs van de inschrijvers de doorslag. De meeste tenders, 145, werden in 2021 niet-openbaar aanbesteed. De openbare procedure werd in 138 gevallen toegepast gevolgd door onderhandse gunning voor 40 aanbestedingen.

Bron: https://www.cobouw.nl/305788/gunningenonderzoek-2021-kadebouwers-floreren-steeds-minder-buitenlanders-op-markt

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek crisisinkoop beveelt meer balans en duidelijke prioriteiten aan

Het onderzoek naar Material Supply Strategies in a Crisis (MaSSC) van het Public Procurement Research Centre (PPRC) in Utrecht brengt de inkoop van schaarse middelen in een crisis. Het onderzoek bestaat uit 3 delen: het eerste deel ging voornamelijk over de Nederlandse problematiek en bijbehorende aanpak. Het tweede deel keek naar diezelfde vraag over de grens, in 33 landen op 5 continenten. De bevindingen zijn nu samengebracht in een slotakkoord.

Aanpak
Om te zorgen dat de wereld beter voorbereid is op een toekomstige crisis, werden internationaal 45 lokale experts op het gebied van publieke inkoop en crisisrespons geïnterviewd. De geleerde lessen beschrijft het MaSSC-onderzoeksteam aan de hand van 5 thema’s die naar voren kwamen: bestuur en organisatiestructuren, wet- en regelgeving, leveringsproblematiek, inkoopexpertise en IT-systemen.

Centrale en professionele inkoop
Een gecentraliseerde of decentrale inrichting van het zorgstelsel, blijkt niet uit te maken voor de ontstane problemen bij inkoop tijdens de crisis. Belangrijker blijkt centralisatie van inkoop tijdens een crisis. Daarbij zijn factoren als vertrouwen in een centrale inkooporganisatie en goede inkoopexpertise van doorslaggevend belang. Professionals zoeken een betere balans tussen het optimaal benutten van inkoopprofessionaliteit en het volgen van de regels. Meer transparantie is het doel van alle geïnterviewden, omdat alle partijen de reguliere aanbestedingsregels als belemmerend ervoeren.

Politieke keuzes
Over maatregelen om tekorten te vermijden zijn experts wereldwijd het eens: noodvoorraden, lokalere productie, raamcontracten en sourcen via meerdere ketens worden door hen allemaal genoemd. Er zijn politieke keuzes nodig om tekorten in toekomstige crises te voorkomen. De vraag is of landen duurdere maatregelen nemen en bijvoorbeeld voorraden aan gaan houden als het mogelijk nog jaren duurt voor een volgende pandemie de kop opsteekt.

Nederland
De inkoopkennis is in ons land op niveau, maar deze werd onvoldoende benut door beperkte voorbereiding en moeizame coördinatie in de opstartfase. Door vast te leggen welke expertises wanneer nodig zijn en waar deze zich bevinden kan dit in een volgende crisis beter gaan.

Aanbestedingsregels beperken
Uit het MaSSC-onderzoek zijn 3 belangrijke conclusies te trekken. Ten eerste is de balans tussen inkoopprofessionaliteit en regelgeving een belangrijk punt. Ondanks de beperkingen van aanbestedingsregels blijken ad hoc organisatie en inkoop geen goede keuze. Transparantie en accountability komen hierbij in het gedrang. Strak vasthouden aan aanbestedingsregels leverde weer beperkingen op bij het gebruikmaken van aanwezige inkoopprofessionaliteit, innovatie en flexibiliteit.

Kennis en macht in balans
Vervolgens is de balans tussen kennis en macht iets om rekening mee te houden. Mogelijk levert het voordelen op wanneer relevante experts worden geïnventariseerd en gelokaliseerd zodat deze in korte tijd opgeroepen kunnen worden voor een beroep op hun expertise in crisistijd.

Prioriteiten
Tenslotte is het belangrijk prioriteiten te stellen. De onderzoekers adviseren inkoop ondersteunende IT in basis op orde te brengen, voordat landen geavanceerde systemen optuigen. De basis beschouwen zij als crisisstructuren die ook rondom inkoop en distributie ingezet kunnen worden. Landen kunnen best een stip op de horizon zetten, maar ambities moeten wel realistisch zijn en er moeten geen stappen worden overgeslagen op weg naar het doel.

Bron: https://www.pprc.eu/internationaal-onderzoek-naar-crisis-inkoop-in-de-deal-zorgen-voor-de-juiste-kennis-op-de-juiste-plaats/

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar mogelijk kartel in wegmeubilair

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzoekt of bedrijven die wegmeubilair maken de concurrentieregels hebben overtreden. Eerder deze maand deed de ACM een inval om een mogelijk kartel tussen deze bedrijven nader te onderzoeken. Het vermoeden bestaat dat bedrijven onderling prijsafspraken maakten voor overheidsaanbestedingen van wegmeubilair. Concurrentie op zaken als prijs, kwaliteit en innovatie krijgt op die manier geen kans en de opdrachtgever krijgt niet het beste wat de markt te bieden heeft.

Als de ACM concludeert dat de regels inderdaad zijn overtreden, volgt er een boete.

https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-onderzoekt-mogelijk-kartel-wegmeubilair

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderman #9: Hardleerse politicus in aanbestedingsland


Dus Hugo de Jonge vond het ‘echt een goed idee’ om Sywert van Lienden mondkapjes te laten leveren. „Je kunt die Sywert beter inside pissing out hebben dan outside pissing in. <…> Hoop echt dat het lukt.” appte de Jonge aan topambtenaar Van Den Dungen.

Het lobbyen door De Jonge bij de geruchtmakende mondkapjesdeal is opmerkelijk. Ambtenaren van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen waren namelijk al huiverig voor een deal met Van Lienden. Zij waarschuwden de bewindslieden. Zijn aanbod leek simpelweg „too good to be true”, appte Van Den Dungen.

Hoogleraar public affairs Arco Timmermans van Universiteit Leiden ziet hier niet direct belangenverstrengeling in. Maar vindt het wel laakbaar dat De Jonge het advies van zijn eigen ambtenaren in de wind sloeg. Je zou uit het eerder geciteerde appje ook kunnen concluderen dat De Jonge met de deal een tegenstander en mede CDA-er in zijn armen sloot.

Maar wat als het op een succes wat uitgelopen? Hadden we er dan ook zo naar gekeken? Het is achteraf altijd makkelijk praten. En hoe zit het met de ambtenaren die de deal moesten vormgeven? De paniek moet enorm geweest zijn. Op een andere manier kun je dit geblunder niet verklaren. Als liefhebber van ons vakgebied doet het vooral pijn. Omdat je weet dat het eenvoudig voorkomen had kunnen worden.

Van een afstandje is het makkelijk oordelen over wat er in Den Haag gebeurt. Maar hoe zit dat op andere niveaus? Als een minister zijn deskundige ambtenaren opzij schuift omdat hij het beter denkt te weten. Hoe doet een wethouder dat in een gemeente dan? Schuift die met de beste intenties een bekende naar voren voor een onderhandse deal? Laat de inkoopafdeling van een academische ziekenhuis zich beïnvloeden door een goed bedoeld adviesje van een specialist met een netwerk?

Voor ieder die twijfelt hoe tegen deze situaties aan te kijken, het volgende. In aanbestedingsland zijn we soms tot grote frustratie gebonden aan wetgeving. Inschrijvers en aanbestedende diensten vervloeken regelmatig de regels. Maar onder aan de streep zijn zij en alle verstandige mensen in ons vakgebied het er over eens. De regels zijn grotendeels fair. En hoe meer alle betrokkenen de regels omarmen, hoe beter het zal gaan.

Politici en bestuurders hebben wat mij betreft niets te zoeken in aanbestedingsland. Laat het inkopen voor de maatschappij over aan specialisten. Juist in crisistijd moet je vertrouwen op de kennis en ervaring van professionals.

Een duidelijke les voor iedereen die met aanbestedingen te maken heeft. Negeer politici die – ongetwijfeld vanuit de allerbeste intenties – zich bemoeien met aanbestedingen. Vergeet nooit dat een politicus per definitie ook een andere agenda heeft. Andersom is het niet de rol van een politicus of bestuurder om op de stoel van de deskundige te gaan zitten. Het gaat namelijk niet om je intentie, maar om een verstandige en rechtmatige deal. Als je dat onderschat, kan het uitlopen op een flinke blamage.

En voor degene die denkt dat Hugo de Jonge inmiddels zijn les weg geleerd heeft. Op de vraag of hij nu dacht ‘had ik maar nooit contact opgenomen met Sywert van Lienden’? Antwoordde hij: „Zeker niet, alles is gedaan met de juiste intenties.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkooptrends 2022 volgens Supply Value

Supply Value onderzocht voor de tiende keer de inkooptrends voor het nieuwe jaar. Door inkoopprofessionals uit zowel (semi)publieke als private sectoren via een enquête te vragen hoeveel prioriteit zij verwachten te gaan geven aan vijftien actuele inkoopthema’s zijn de trends voor dit jaar in beeld gebracht.

Conclusies
Belangrijkste conclusie is dat contractmanagement dé inkooptrend zal worden. Ook partnerships met leveranciers en het alignen van inkoop met business en strategie scoren hoog.

Contractmanagement
Contractmanagement won flink aan prioriteit. De huidige onvoorspelbaarheid van prijzen en de onzekerheden in de toeleveringsketen maken dat goede afspraken belangrijk onderdeel van de inkoopfunctie zijn geworden. Proactief contractmanagement is hier een belangrijk onderdeel van.

Partnerships
Op de tweede plek staat de trend van partnerschappen met leveranciers. Daarmee zijn kwaliteit van diensten en leveringen zekerder en hebben leverancier en afnemer samen verantwoordelijkheid voor dezelfde doelstellingen.

Alignment
De derde trend is het alignen van inkoop met zowel business als strategie van een organisatie. Inkoop wordt steeds meer een strategische functie. Inkoopdoelstellingen kunnen beter worden afgestemd op bredere organisatiedoelstellingen. Zo worden keuzes van inkoop steeds meer genomen in het belang van de gehele organisatie en haar stakeholders.

Verwachtingen
Komende jaren is duurzaamheid naar verwachting een steeds belangrijker thema voor inkopers. Digitalisering en procesoptimalisatie van zowel de inkoopafdeling als de totale keten zullen ook een steeds grotere rol krijgen. Risicomanagement krijgt ook meer aandacht. Contract- en leveranciersmanagement behouden hun prominente rol, samen met partnerships.

Strategischer
Na tien jaar onderzoek concludeert Supply Value dat inkoop van een procesmatige naar een strategische functie is gegaan. De ontwikkelingen op het gebied van leveranciersmanagement, contractmanagement en procesoptimalisatie laten dit zien. De laagste prijs is niet meer het enige belangrijke, waarde krijgt een steeds belangrijkere plek. Dat uit zich in thema’s als innovatiegericht en duurzaam inkopen.

Thema’s
Inkoop wordt door de business ook steeds meer als strategisch toegevoegde waarde gezien. Digitalisering, klimaatverandering en grondstoffen schaarste spelen hierin een belangrijke rol. Digitalisering zorgde voor een verdere professionalisering en procesoptimalisatie. Klimaatverandering en grondstoffen schaarste zorgen dat inkopers anders zijn gaan inkopen. Partnerships dragen eraan bij dat de inkoop succesvol volgens nieuwe randvoorwaarden verloopt.

Bron: Facto

Partner van Aanbestedingscafé:

Utrechtse onderzoeker lid European Procurement Law Group

Willem A. Janssen, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, wordt lid van de European Procurement Law Group (EPLG). Janssen meldt via LinkedIn uitgenodigd te zijn voor de groep. Hij is al een aantal jaar betrokken bij het academische werk van de groep en zet de samenwerking nu met plezier op een meer gestructureerde manier voort.

De EPLG ontstond in 2008 toen een klein groepje experts in publieke aanbestedingen besloot regelmatig contact te hebben om relevante aspecten van het werkveld te bespreken. Leden van de groep beschouwen de vergelijkende benadering waardevol en noodzakelijk om te begrijpen hoe publiek aanbestedingsrecht wordt ontwikkeld en toegepast in de Europese Unie en de lidstaten.

Bron: Linkedin Willem A. Janssen

Partner van Aanbestedingscafé:

Voorlopig geen feitenrelaas over veelbesproken mondkapjesdeal

De Tweede Kamer kan voorlopig geen feitenrelaas tegemoetzien over de veelbesproken mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Het ministerie van Volksgezondheid deelt dit niet, ondanks expliciet verzoek van de Kamer. Zolang het onderzoek naar de deal nog loopt, zou dat niet zorgv111uldig en volledig zijn, meent minister Conny Helders van Medische Zorg.

Directe aanleiding voor het verzoek van de Tweede Kamer was de suggestie dat De Jonge bij een hoge ambtenaar aandrong om met Van Lienden in gesprek te gaan. Uit een publicatie van de Volkskrant bleek dit verzoek, Huge De Jonge stelt dat dit onjuiste suggesties van de krant zouden zijn.

Het is de bedoeling dat het onderzoek naar de gehele deal voor het zomerreces afgerond is. Onderzoeksbureau Deloitte houdt daarvoor wel een slag om de arm, omdat het bureau afhankelijk is van “onder andere de voortgang bij het te houden hoor- en wederhoorproces”.

Bron: Skipr

Partner van Aanbestedingscafé:

Grootste deel inschrijftermijnen boven wettelijk minimum

Het grootste deel van de aanbestedingen die op TenderNed zichtbaar zijn, houdt rekeningen met de verlengde inschrijftermijn. In mei 2021 voerde TenderNed een wijziging door die ervoor zorgde dat publicaties pas na 48 uur zichtbaar zijn. PIANOo adviseerde daarop de inschrijftermijn te verlengen. De meeste aanbestedende diensten lijken daar rekening mee te houden.

TenderNed voerde een analyse uit waarbij verschillende procedures mee werden genomen. Het gaat om openbare, niet-openbare, concurrentiegerichte dialoog en innovatiepartnerschap. In 78,6% van de aanbestedingen wordt een inschrijftermijn van 48 uur of meer boven het minimaal vereiste. Het feit dat kluissluitingen niet in het weekend mogen vallen is in de analyse meegenomen.

Opvallend is dat openbare procedures iets vaker worden verlengd (78,9%) dan niet-openbare procedures (74%). Bij 6,2% wordt exact 48 uur bij de inschrijftermijn opgeteld. In 72,4% van de gevallen is de inschrijftermijn zelfs langer dan het advies van PIANOo. Ook aanbestedingen waarbij tussentijds inschrijftermijnen moeten worden verlengd zijn hierin meegenomen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een extra vragenronde.

Bron: TenderNed

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Wat heeft een onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel te maken met aanbesteden? Meer dan je denkt. Overheden verstrekken schaarse rechten aan kansspelaanbieders door ze vergunningen te verlenen. De uitgangspunten en omstandigheden die daarbij komen kijken, lijken sterk op die van het aanbesteden.

Het Utrecht University Center for Public Procurement (UUCePP) deed in opdracht van het ministerie van Justitie & Veiligheid onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel. Specifiek keek de onderzoeksgroep naar de conformiteit van beoogde hervormingen in het Nederlandse loterijenstelsel met het Europees recht. Daarbij ging het om de ruimte die de Nederlandse overheid heeft om nationaal beleid te voeren – zoals o.a. het goededoelenbeleid – en regulering aan te nemen zonder in strijd met het Europees recht te handelen.

Aanbestedingscafe.nl sprak prof. dr. Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht over het onderzoek. Daarin zijn meerdere interessante links met aanbesteden te vinden.

Duaal stelsel

Prof. mr. Elisabetta Manunza, prof. mr. Sybe de Vries, mr. dr. Willem Janssen en mr. Anouk van der Veer namen drie scenario’s onder de loep. Het huidige Nederlandse loterijenstelsel is een duaal stelsel, waarin ruimte is voor staatsloterijen – die een monopolie hebben – en andere loterijen, die alleen kunnen opereren via een vergunning (onder het meervergunningenstelsel). Aanbieders die de markt op gaan onder het meervergunningenstelsel moeten hun opbrengst deels afstaan aan een goed doel. De BankGiroLoterij en Vriendenloterij zijn hier voorbeelden van.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Utrecht University

Uit het onderzoek van UUCePP blijkt dat het huidige duale stelsel juridisch toelaatbaar is. Wel zijn vereisten of verboden onrechtmatig wanneer deze gericht zijn op het verwezenlijken van economische doelstellingen of wanneer ze niet proportioneel zijn. Vanzelfsprekend mogen buitenlandse aanbieders niet worden uitgesloten. Dat is in strijd met de geldende Europese eisen. Het poolingverbod (het verbod op het vermengen van Nederlandse en buitenlandse loterijen) mag volgens de onderzoekers worden gerechtvaardigd. Pas als duidelijk aangetoond kan worden dat (verdere) doelstellingen van niet-economische aard, zoals consumentenbescherming, worden nagestreefd, zou het poolingverbod gerechtvaardigd kunnen worden. De Nederlandse overheid mag het poolingverbod dus niet inzetten om de eigen staatskas te spekken met eigen loterijen die onder het monopoliestelsel vallen.

Mede naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek constateerde voormalig minister van Rechtsbescherming Dekker al dat er geen noodzaak is tot herziening van het Nederlandse loterijenstelsel.

Coherent recht

Prof. mr. Elisabetta Manunza legt uit dat het van groot belang is dat de Nederlandse wet- en regelgeving aansluit op de Europese. Anders kunnen kansspelaanbieders zich tot de rechter wenden en een gerechtelijke procedure starten. Ze vindt coherentie als rechtsbeginsel in het algemeen, belangrijk. “Beslissingen van de overheid en geldende regelgeving moeten coherent zijn, ook met regelgeving waar deze onderdeel van is en andere relevante onderdelen van het recht en het rechtssysteem.” Manunza deed in 2016 ook al onderzoek naar de houdbaarheid van monopolies binnen het Nederlandse loterijenstelsel in opdracht van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de nationale wet- en regelgeving rondom kansspelen in de loop der jaren is verbeterd. Het stelsel is volgens haar steeds beter in lijn gebracht met het Europees recht.

Wetgeving omtrent overheidsaankopen en -verkopen

Er is nog een reden dat Manunza verheugd is over het onderzoek. “Hieruit blijkt opnieuw dat het aanbestedingsrecht andere belangrijke rechtsterreinen de laatste twintig jaar in grote mate heeft beïnvloed.”, vertelt ze. Het Europees aanbestedingsrecht, een relatief nieuw rechtsgebied, wordt volgens Manunza gekenmerkt door een sterke dynamiek. “Die heeft in de laatste vijftig jaar voor een flinke uitbreiding van dit rechtsgebied gezorgd. Steeds meer verschillende vormen waarmee de overheid de markt benadert, zijn gaandeweg aan competitieve toedelings- en verdelingssystemen onderworpen. Niet alleen dankzij regulering, zoals in geval van de overheidsáánkopen maar dankzij rechtsprocedures van marktpartijen nu ook schaarse vergunningen, zoals in het geval van kansspelen, verkoop van grond en gebouwen”, legt ze uit.

Manunza vertelt dat er in Nederland geen regulering bestaat die specifiek over de verkoop van onroerende zaken van de overheid gaat. In dat opzicht verschilt Nederland van andere lidstaten. Bij de kansspelen is dat anders. Hier is het EU-Verdrag wel van toepassing. Er bestaat echter geen secundaire regulering in de vorm van richtlijnen of verordeningen omdat de EU op het terrein van de kansspelen geen wetgevende bevoegdheden heeft. “Op het verkopen van eigendomsrechten is het EU Werkingsverdrag neutraal, door een bepaling die bepaalt dat het verdrag het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet laat. Door de afwezigheid van die regels is de rechtspositie van particulieren niet sterk.”

Manunza pleitte in diverse publicaties voor regelgeving rondom deze materie en was daarom verheugd dat de Hoge Raad onlangs oordeelde dat gemeenten gelijke kansen moeten bieden bij de verkoop van grond. De Hoge Raad baseert zijn beslissing niet op het verdrag of andere regulering maar op een van de oudste rechtsbeginselen: het gelijkheidsbeginsel.


Dat we wel regels hebben over het verwerven van eigendom, maar geen regels over het vervreemden daarvan, is niet coherent.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

“De vraag of je de schaarse rechten zoals bij kansspelen, of bij de verkoop van grond en gebouwen, moet verdelen in competitie – bijvoorbeeld met aanbestedingsprocedures – speelt al lang bij de rechter in Nederland”, vertelt Manunza. Waar bij overheidsopdrachten verregaande nationale en Europese wetgeving bestaat, is dat bij het verkopen of bezwaren van schaarse rechten niet in gelijke zin het geval. Europa laat de regulering van kansspelen bij de lidstaten en neemt een neutrale houding in bij de vervreemding van overheidseigendom. Wat dat laatste betreft, geldt dat de EU ‘indirect’ wel competitieve verkoop stimuleert. Als je namelijk niet tegen marktwaarde verkoopt, bestaat het vermoeden dat er staatsteun is verstrekt. Maar wat als er wel tegen marktwaarde wordt verkocht, maar niet via een competitieve procedure? Dan maken andere belangstellende burgers geen kans op het verkrijgen van dat onroerend goed. Volgens Manunza is dit niet alleen incoherent maar levert een ongelijke behandeling – vanuit dat perspectief – en dus onrechtmatigheid op. De uitspraak van de Hoge Raad is volgens haar een goede stap in de invulling van deze leemte. De wetgever is nu aan zet.

Vergelijkbaar met inbesteden

Meer vragen die bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel rezen, zijn direct te relateren aan de aanbestedingspraktijk. Zo zijn kansspelaanbieders die opereren onder het meervergunningenstelsel het lang niet altijd eens over de verplichte hoogte van de afdracht aan goede doelen. Manunza vergelijkt die afdracht met social return bij aanbestedingen. “Het gaat bij beide om het vrij verkeer van diensten en de vraag of beperkingen door de overheid wel of niet gerechtvaardigd kunnen worden”, legt ze uit.

Ook bij de kansspelen die vallen onder de monopolies, spelen aan aanbestedingsrecht gerelateerde zaken. Daarover is de afgelopen jaren al veel geprocedeerd. Manunza en haar collega’s toetsten het monopoliestelsel onder meer aan de toezichteisen die door het Hof van Justitie van de EU in inbestedingszaken zijn geformuleerd. “In het Europees recht geldt het coherentiebeginsel. Als het Hof van Justitie bij inbestedingszaken specifieke eisen aan het toezicht stelt, en een monopolie kenmerken vertoont van een inbestedingsconstructie, gelden die twee als ‘vergelijkbare’ terreinen. Dan dient er ook non-contradictie en coherentie te bestaan tussen de toezichtregels die in beide sectoren gelden.”, vertelt Manunza. “Als aan die eisen is voldaan, is één op één gunnen mogelijk. Ook daarbij is het dus belangrijk dat het nationaal recht en het Europees recht – dat voorrang heeft – coherent zijn.”

Zet die nationale bril af

Bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel ging het om de toets van nationaal recht aan het Europees recht. Manunza beklemtoont dat het aanbestedingsrecht in Nederland nog steeds door een nationaalrechtelijke bril wordt bekeken. En daar zitten risico’s – en dus nadelen – aan. “Als je dat doet, zie je niet alle mogelijkheden die er zijn. Veel kwesties hebben een Europees component, en dienen vanuit een Europeesrechtelijk perspectief te worden bestudeerd. Anders kom je tot de verkeerde conclusie. En als je het systeem van Europees recht in zijn geheel beheerst, kun je veel beter zien waarom zaken zo zijn of hoe je zaken kunt oplossen. Heel vaak laten we in Nederland oplossingen liggen omdat we dat systeem niet goed beheersen. Sommige zaken mogen en moeten soms zelfs in het nationaal recht worden ingevuld, en dat wordt onvoldoende gedaan.” Het is dus zaak dat juristen hun blik verbreden en over de landsgrenzen heen kijken, aldus Manunza.


Vaak laten we oplossingen liggen omdat we het Europese systeem niet goed kennen.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

Onterecht negatief over aanbesteden

Wat kunnen we nog meer uit dit onderzoek meenemen, als we kijken naar het aanbestedingsrecht? “In Nederland spreekt men nog veel te vaak in negatieve termen over aanbestedingen”, zegt Manunza. Ze wijst naar discussies over de rechtmatigheid van bestuurlijk aanbesteden. In Nederland is de zorg lang en vaak aan de hand hiervan ingekocht, met vaak negatieve gevolgen. “Dat laatste is een tijdje populair geweest, maar later moesten men ervan terugkomen. Met een kleine groep collega’s riepen we al langer dat het in strijd was met het Europees recht. Nu weten we dat zeker dankzij twee Europese rechtszaken over open house, ook een soort vergunningsstelsel. Door de verduidelijking die het Hof van Justitie daarin gaf, over open house, weten we nu dat open house mag, maar bestuurlijk aanbesteden niet.”

Volgens Manunza is men er zich alsnog onvoldoende van bewust dat het toepassen van open house negatieve effecten heeft, omdat de gunningfase ontbreekt. “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot ‘meer’: meer innovatieve, duurzame of sociale inschrijvingen. Daardoor kan alle kracht die bij de markt ligt onvoldoende worden benut met gevolgen voor de kwaliteit van de ingekochte goederen.” Volgens Manunza is de gunning een essentieel element om creatieve, innovatieve oplossingen uit te lokken.


De gunning is essentieel om vast te stellen of het éne bod beter is dan het ander.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht

“Vaak horen we zeggen dat aanbesteden ingewikkeld is. Dat komt omdat men niet eenvoudig kan uitleggen wat een aanbesteding is. Maar de essentie van aanbesteden is dat er aan een ieder gelijke kansen worden gegeven. Zo kun je laten zien dat je in die procedure de beste bent, zodat je een kans hebt om mooie dingen voor onze samenleving te doen. Het is een kwestie van rechtvaardigheid.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bescherming veiligheidsbelangen bij aanbestedingen moet beter

Vitale infrastructuren zijn kwetsbaar bij infiltratie van vijandige mogendheden binnen belangrijke overheidsdiensten. De aandacht voor dat probleem is de laatste twee jaar hard gegroeid. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht verkenden op verzoek van de Nationale Politie de juridische ruimte binnen geldende aanbestedingsregels. Het doel is de nationale veiligheidsbelangen in de toekomst beter te kunnen beschermen.

In het onderzoeksrapport ‘Naar een betere bescherming van veiligheidsbelangen bij de aankopen van de Nationale Politie: Een eerste verkenning van enkele aanbestedingsrechtelijke vraagstukken’ analyseren de onderzoekers het speelveld en doen zij aanbevelingen.

Naïef

De onderzoekers stellen dat Nederland minder naïef zou moeten zijn bij inkoop en gebruik van apparatuur en technologie uit het buitenland. Zulke overheidsopdrachten creëren veiligheidsrisico’s zoals verstoring van de continuïteit van vitale infrastructuur, spionage, weglekken van staatsgeheimen en onwenselijke afhankelijkheid.

Screeningssysteem

Nederland loopt achter in de trend om minder afhankelijkheid van ‘strategische goederen’ na te streven. Via wetgeving op EU-niveau zijn veiligheidsbelangen binnen aanbestedingsprocedures geborgd. ‘Onbetrouwbare’ ondernemers kunnen worden gescreend en eventueel uitgesloten, maar in Nederland bestaat geen screeningssysteem dat op nationale veiligheid bij overheidsaankopen is gericht. Toch krijgen veel overheden en nutsbedrijven hier vroeg of laat mee te maken. Voor hen is het nu ingewikkeld veiligheidsrisico’s af te stemmen met aanbestedingsregels.

Voorbeeld

Het Ministerie van Defensie kan als goed voorbeeld dienen. Dit ministerie beschikt over een screeningssysteem dat ruimte biedt voor strenge eisen aan de betrouwbaarheid van ondernemers. Ook de herkomst van geleverde of gebruikte producten valt onder toezicht. Het probleem van bescherming van nationale veiligheid bij overheidsaankopen is breder dan aankopen van Politie en Defensie.

Aanbevelingen

Een nationaal algemeen of specifiek (juridisch) screeningssysteem voor veiligheidsbelangen bij overheidsaankopen kan helpen in de aanpak. Tot die tijd blijft het voor overheden ingewikkeld welke aanbestedingsregelgeving in welk geval van toepassing is. Nationale veiligheid zal daardoor niet altijd voldoende mee worden gewogen in aankoopprocedures.

Bron: UU.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Flinke stappen nodig om hoge verwachtingen publieke inkoopfunctie waar te maken

Uit verkennend onderzoek van Significant Synergy en Nevi naar de publieke inkoopfunctie in 2021 blijkt dat het inkoopveld sterk in beweging is. Er moeten nog flinke stappen worden gezet, met name in waardecreërende processen en ondersteunende infrastructuur. De verwachtingen van de publieke inkoopfunctie zijn hoog, zowel bij beleidsmakers als bij het bredere publiek.

Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats. Dit keer vulden zo’n 150 respondenten een vragenlijst in. Dit waren bijvoorbeeld inkopers, contract- en leveranciersmanagers of consultants. De spreiding op basis van inkoopvolume was ruim: van organisaties met een spend lager dan 50 miljoen euro tot meer dan 250 miljoen euro. De resultaten van het onderzoek werden besproken met experts binnen het publieke inkoopdomein.

Inkoop en aansturing

Allereerst ging het onderzoek in op de randvoorwaarden om inkoopdoelstellingen te realiseren. De belangrijkste randvoorwaarde vinden respondenten met 63% beschikbare tijd en capaciteit van medewerkers. Daarna volgen actueel informatiemanagement (42%) en beschikbaarheid van systemen voor contract- en leveranciersmanagement (42%). Populairste oplossing bij ondersteuning van de inkoopfunctie blijkt het contractmanagementsysteem te zijn, maar liefst 49% van de respondenten zet deze tool in. Ook de spend-analysetool (42%) en aanbestedingssoftware (40%) zijn veelgebruikte hulpmiddelen. Het meest gebruikte besturingsmodel is het centrale model (34%), gevolgd door gecoördineerd (28%), hybride (22%) en decentraal (16%).

Thema’s bij inkoop

Het inkoopbeleid van organisaties wijzigde de afgelopen jaren door gewijzigde doelstellingen (45%), verouderd beleid (28%) en veranderde aanbestedingswetgeving (28%). Belangrijk is de maatschappelijke bijdrage van het inkoopbeleid. Bijna de helft van de respondenten vindt dat onderwerpen als social return, innovatie en betrekken van het MKB nu echt in het inkoopbeleid verankerd zijn. De onderzoekers concluderen dat het goed gaat, maar beter moet. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks 83 miljard euro. Daarmee kan publieke inkoop grote maatschappelijke impact hebben.

Innovatie

Smart contracting zou volgens 24% van de respondenten een bruikbare innovatieve ontwikkeling kunnen zijn. In de praktijk blijkt vaak dat innovatie niet verder gaat dan automatisering van inkoperstaken. Ongeveer een derde van de respondenten geeft aan niet precies te weten wat innovatie voor inkoop kan betekenen. Hier is dus mogelijk nog veel te winnen.

Contract- en leveranciersmanagement

Ook op gebied van aandacht voor contract- en leveranciersmanagement liggen nog veel kansen. Zeker respondenten van organisaties met een spend tot 250 miljoen gaven aan dat daar maar weinig aandacht voor is. Zo’n 40% van de respondenten zegt dat er geen onderscheid tussen typen leveranciers wordt gemaakt bij het management van leveranciers.

Gezamenlijke inkoop

Externe hulp inschakelen of inkoopsamenwerkingen aangaan kunnen aanbestedende diensten helpen hun inkoopbeleid naar een hoger niveau te tillen. Met name voor diensten met een volume tot 150 miljoen euro is hier winst te behalen. Zij blijken nu nog maar weinig bijzondere aanbestedingsprocedures in te zetten. Opvallend is echter dat inkoopsamenwerking binnen het publieke domein maar op beperkte schaal plaatsvindt. Tussen de 7% en 30% van het totale inkoopvolume wordt gezamenlijk ingekocht en dan vooral bij grotere inkooporganisaties.

Meer aandacht

Na afloop van het onderzoek gingen experts in op de resultaten. Zij merken op dat rechtmatigheid eigenlijk steeds minder een issue zou mogen zijn. Tegelijkertijd zou er meer aandacht mogen zijn voor verdere ontwikkeling van de competenties, inspelen op actuele thema’s en het verlagen van toeleveringsrisico’s.

Bron: Significant Synergy

Partner van Aanbestedingscafé:

Nog steeds veel belemmeringen bij circulair aanbesteden

Uit onderzoek van Vereniging Circulair Friesland en MKB Regio Zwolle blijkt dat overheden meer kunnen doen op het gebied van circulair inkopen en aanbesteden. Er bestaan nog veel knelpunten bij circulaire inkoop. Kostenoverwegingen, een tekort aan kennis en bewustzijn en een gebrek aan dialoog tussen overheid en markt zijn beperkende factoren, stellen de onderzoekers.

Overheden zijn deels afhankelijk van (Europese) wetgeving als zij circulair inkopen en aanbesteden willen bevorderen. Toch kunnen overheden, zoals gemeenten, zelf ook stappen zetten om circulariteit in het inkoopproces te bevorderen. De onderzoekers, Arnold Appelman (advocaat aanbestedingsrecht bij DeHaan) en Ernst van Bergen (Rijksuniversiteit Groningen), constateren dat er te weinig kennis is over circulair inkopen en aanbesteden, en dat overheid en markt elkaar nog te weinig begrijpen.

Maatschappelijke waarde

De onderzoekers doen veertien aanbevelingen voor het verbeteren van circulair inkopen en aanbesteden. Appelman en Van Bergen raden overheden onder meer aan te investeren in kennis over circulariteit, aansluiting te vinden bij bestaande initiatieven op het gebied van circulariteit, en hulp in te roepen van een ervaren partij wanneer er voor het eerst een circulair inkooptraject wordt opgestart. Daarnaast stellen zij dat circulariteit een verplicht onderdeel moet worden van inkoopopleidingen, en dat inkopers het minimaliseren van klimaatimpact gelijk moeten stellen aan het creëren van maatschappelijke waarde.

Bron: Duurzaam-ondernemen.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Methoden voor het selecteren van leveranciers die rank reversal mogelijk maken, zouden niet moeten worden toegepast bij publieke inkoop. Dat betogen Fredo Schotanus, Gijsbert van den Engh, Yoran Nijenhuis en Jan Telgen in hun onderzoek naar rank reversal in gunningsmodellen die gebruik maken van relatieve scoremethoden.

De wetenschappers onderzochten 303 Nederlandse aanbestedingen. Ze ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat bij toepassing van een veelgebruikte relatieve scoremethode, zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden. De uitkomst is strijdig met de huidige opvatting dat rank reversal bijna niet voorkomt. Volgens de onderzoekers is dat een vaak geopperd argument vóór het gebruik van deze methoden.

Rank reversal slaat op de wijze waarop inschrijvingen gerangschikt worden. Wanneer er een niet-winnende inschrijving wordt toegevoegd of verwijderd, kan er door rank reversal een nieuwe winnende inschrijving ontstaan. Het toevoegen of verwijderen van een niet-winnende inschrijving kan dus invloed hebben op de uiteindelijke gunning.

In strijd met principes

De vier concluderen dat relatieve methoden die rank reversal mogelijk maken niet bij publieke inkoop gebruikt zouden moeten worden, uitzonderingen daargelaten. Het is volgens hen in strijd met de principes van publieke inkoop. Ook zou het in het algemeen leiden tot een minder goede prijs-kwaliteit verhouding van de inschrijvingen.

Bron: Sciencedirect.com

Partner van Aanbestedingscafé:

NGO’s: ‘Rijksoverheid let te weinig op misstanden in de keten’

Uit onderzoek van MVO Platform, een samenwerkingsverband van vakbonden en NGO’s dat zich inzet voor eerlijke handel, blijkt dat de overheid lang niet altijd voor duurzame en eerlijke leveranciers kiest. In de steekproef van twintig aanbestedingen scoorden slechts twee aanbestedingen op niveau.

MVO Platform selecteerde twintig aanbestedingen uit de periode 2018-2021 en koos voor sectoren waarbij het risico op misstanden, mensenrechtenschendingen en milieuschade hoog is. Bij vier aanbestedingen besteedden inkopers helemaal geen aandacht aan eerlijke arbeidsomstandigheden. Dat gold bijvoorbeeld voor de Politie, die bij de inkoop van broeken voor een leverancier koos die recent uit het kledingconvenant was gezet. De Internationale Sociale Voorwaarden (ISV) werden in deze aanbestedingen niet toegepast. Met de ISV kan een aanbestedende dienst voorwaarden of eisen stellen aan de leverancier op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in waardeketens.

In veertien aanbestedingen was er beperkte aandacht voor omstandigheden in de productieketens. De aanbesteding van opslagapparatuur voor een datacenter door de Belastingdienst en de inkoop van koffie door Rijkswaterstaat scoorden wel goed. Zo vroeg Rijkswaterstaat leveranciers een plan voor ketenverduurzaming te presenteren. Ook spraken inkopers af dat koffieboeren een minimumprijs voor hun product zouden ontvangen.

Papieren beloften

Het onderzoek, met de titel ‘Goed voorbeeld doet volgen?’, wijst op het gebrekkig naleven van overheidsregels voor eerlijke inkoop. Voor sommige sectoren zijn die regels er überhaupt niet. “De huidige verplichting om voorwaarden te stellen voor verantwoorde ketens blijkt in de praktijk slechts van toepassing op een zeer klein deel van de aanbestedingen”, schrijven de onderzoekers.

Daarnaast kijkt de overheid nog te veel naar de beloften die bedrijven op papier doen, en te weinig naar reeds geleverde prestaties. Volgens de onderzoekers is er onvoldoende kennis bij de Rijksoverheid om ISV-beleid in de praktijk te brengen. De ISV zouden verplicht moeten worden toegepast bij alle aanbestedingen in hoogrisicosectoren. Daarnaast zou de Rijksoverheid jaarlijks moeten rapporteren over de toepassing en uitvoering.

Bron: MVO-platform.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Forse kritiek op inkoop jeugdzorg Groningse gemeenten

Groningse gemeenten hebben het aan zichzelf te wijten dat zij de grip op jeugdzorg kwijt zijn. Dat is de conclusie van het onderzoek dat Tim Robbe en Niels Uenk uitvoerden naar de inkoop van jeugdzorg, in opdracht van de gemeenten zelf. Instellingen dreigen failliet te gaan en aanbieders van buiten staan te trappelen om taken over te nemen van instanties die al jaren goed functioneren. De beoogde nieuwe inkoopmethode van de gemeenten zorgt bovendien voor nog meer risico’s.

Robbe en Uenk, experts op het gebied van inkoop binnen het sociaal domein, schrijven onder meer dat zij vermoeden dat gemeenten het eigen beleid niet consistent uitvoeren. Ook de organisatie en aansturing van het huidige stelsel zijn niet optimaal, net als de reflectie op het eigen beleid. Dat heeft volgens de experts bijgedragen aan het ‘ervaren van gebrek aan grip en zicht op kwaliteit’. Ze adviseren de gemeenten om zich bij te laten scholen.

Nieuwe inkoopmethode

De gemeente Groningen, Midden-Groningen en Veendam willen jeugdzorg in de toekomst anders in gaan kopen. Het is de bedoeling een beperkt aantal hoofdaannemers te selecteren, die vervolgens zaken moeten doen met onderaannemers. Op dit moment kopen de gemeenten nog in via het samenwerkingsverband Regionale Inkoop Groninger Gemeenten, onder leiding van de Groningse GroenLinks-wethouder Isabelle Diks.

De onderzoekers zetten echter vraagtekens bij de beoogde nieuwe werkwijze. Die moet leiden tot kostenbesparingen, efficiënter werken en betere samenwerking tussen hulpinstanties. “Deze verwachtingen klinken ons bekend in de oren. Andere gemeenten die eerder overstapten naar vergelijkbare modellen spraken dezelfde verwachtingen uit. Deze verwachtingen zijn nog nergens uitgekomen”, schrijven ze. Daarnaast kan de nieuwe werkwijze ertoe leiden dat kinderen zonder de benodigde zorg komen te zitten.

Daarentegen kleven er volgens Robbe en Uenk ook nadelen aan het huidige inkoopsysteem, waarbij iedere zorgaanbieder die zich kwalificeert, een contract met de gemeente kan afsluiten. Jeugdhulpverleners hebben er daardoor baat bij ‘zoveel mogelijk jeugdigen zoveel mogelijk hulp te bieden.’

Decentralisatie

Peter Verschuren, woordvoerder van de gemeente Groningen, erkent dat ‘niet alles goed is gegaan’ in de communicatie met jeudgzorgaanbieders. “Maar dat is ook onmogelijk als je ziet waarmee we in 2015 begonnen zijn toen de jeugdhulp van het rijk overging naar de gemeenten”, zegt hij. De gemeenten willen in gesprek met de zorgverleners om te zorgen voor betere samenwerking.  

Het rapport is nog niet openbaar gemaakt. Ook de gemeenteraad van de gemeente Groningen heeft nog geen inzage gehad. Wethouder Diks liet eerder weten dat het openbaar maken van het rapport de positie van de gemeente ten opzichte van aanbieders zou verslechteren. Het rapport kwam na een WOB-verzoek van een journalist in handen van Dagblad van het Noorden. Zowel aanbieders als fracties in de gemeenteraad zeggen zich overvallen te voelen door het nieuws dat de gemeenten willen overstappen op een nieuwe wijze van inkopen.

Bron: dvhn.nl, OOGTV

Partner van Aanbestedingscafé:

Nevi en Significant Synergy zoeken respondenten onderzoek publieke inkoop

Ontwikkelingen in de publieke inkoop volgen elkaar snel op. Nevi en Significant Synergy volgen deze op de voet en doen hier tweejaarlijks onderzoek naar. Zij zijn benieuwd hoe inkoopprofessionals tegen de stand van zaken binnen de eigen inkooporganisatie aankijken.

Om dit te weten te komen kunnen ze de hulp van inkoopprofessionals in de publieke sector goed gebruiken. Meedoen kan door de enquête in te vullen. Dit kan geheel anoniem en duurt ongeveer tien minuten. Deelnemers hebben tot en met 23 juli de tijd en naar verwachting volgen de resultaten van het onderzoek in september.

Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek? Ontvang deze in je mailbox door na het invullen van de enquête een mailadres achter te laten.

Significant Synergy en Nevi zijn Premium Partners van Inkoperscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten keren terug naar inspanningsverplichting in sociaal domein

Gemeenten kiezen bij nieuwe contracten in het sociaal domein veel vaker voor inspanningsgerichte contracten, in plaats van outputgerichte contracten. Ook sloten gemeenten minder contracten af en worden zorgproducten vaker opgeknipt. Het zijn enkele bevindingen uit de Monitor gemeentelijke zorginkoop 2021.

Elk jaar onderzoekt het Public Procurement Research Center (PPRC) gemeentelijke zorginkoopcontracten. Voor deze Monitor gemeentelijke zorginkoop 2021 onderzocht PPRC contracten die ingingen per 1 januari 2021. Onderzoekers Niels Uenk en Madelon Wind zien dat de eerder ingezette trend richting resultaatsverplichting, plotseling kentert. Gemeenten kiezen nu veel vaker voor een inspanningsgericht contract en keren als het ware terug naar enkele jaren geleden, toen inspanningsgerichte contracten nog de norm waren. Uenk en Wind denken dat dit te maken heeft met de coronacrisis. Volgens hen willen gemeenten grip houden op de kosten of durfden ze in het coronajaar niet over te stappen op een nieuw financieringsmodel.

Segmenteren
Daarnaast kiezen gemeenten ervoor ondersteuningsvormen binnen jeugdhulp opnieuw in te delen. Ze stemmen hun inkoopstrategie vervolgens af op de ondersteuningsvorm die ze inkopen. Voorheen werden Wmo en Jeugdhulp vaak nog ingekocht met dezelfde inkoopprocedure en bekostigingsvorm. “Als er een logische indeling wordt gehanteerd die aansluit bij bestaande structuren die gemeenten in afgelopen jaren hebben opgetuigd, is dit een positieve ontwikkeling. Dan passen gemeenten maatwerk toe bij het inkopen’, zegt Uenk. “Maar daar wringt de schoen. We zien dat jeugdhulpregio’s een nieuwe segmentering op te rigide wijze doorvoeren, met te weinig oog voor de effecten op het contracteren.” Volgens de onderzoekers draagt deze werkwijze bij aan meer administratieve lasten voor aanbieders.

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Gros Europese landen loopt achter op gebied van innovatie door inkoop

Onderzoeksbureau PWC onderzocht hoe goed de EU-lidstaten het doen op het vlak van innovatie door inkoop. Nagenoeg alle Europese landen realiseren de potentie van innovatie door inkoop onvoldoende. Nederland doet het als een van de weinige landen overwegend goed.

Dat veel Europese landen innovatie door inkoop onvoldoende benutten was al bekend. De EU liet hier in 2015 onderzoek naar doen. PWC ontwikkelde een benchmarking methode waardoor duidelijk wordt hoe goed nationaal beleid bijdraagt aan innovatie door inkoop en hoeveel landen investeren in de inkoop van innovatieve oplossingen. Daarvoor nam PWC 27 lidstaten, plus Zwitserland, Noorwegen het het Verenigd Koninkrijk onder de loep.

Op het gebied van nationaal beleid scoort Finland het hoogst, gevolgd door Zwitserland en Nederland. De landen die onder het Europees gemiddelde scoren liggen veelal in Oost-Europa. Ook Ierland hoort hierbij. De onderzoekers gebruikten een set indicatoren tot een score te komen. ‘Innovation procurement’-beleid vervult gemiddeld slechts een kwart van het potentieel. De landen die het goed doen beschikken over een overheid die zich committeert aan innovatie door inkoop, stellen doelen en meten die en hebben een concreet actieplan en budget om die doelen te bereiken.

Investeren in innovatie
Het rapport kijkt ook naar het aandeel investeringen in innovaties. Daar behoort Nederland tot de ‘top performers’. De Nederlandse overheid investeert een kleine twaalf procent van het totale publieke inkoopbudget in innovatieve oplossingen. Volgens de onderzoekers is een minimale investering van zeventien procent nodig in een ‘gezonde economie’. Veel van deze investeringen worden gedaan in de zorg, het OV, algemene publieke diensten en publieke orde.

Opvallend is dat veel innovaties worden ingekocht omdat de leverancier op eigen initiatief een vernieuwende dienst of product aandraagt. Ook worden de meeste innovatieve oplossingen niet via openbare aanbestedingen uitgevraagd, maar ingekocht zonder dat de uitvraag gepubliceerd wordt.

ICT
Ten slotte keken de onderzoekers naar de inkoop van innovatieve ICT omdat deze sector voor een groot deel bijdraagt aan de efficiëntie en effectiviteit van de publieke sector. Hierop scoort Nederland matig. Slechts drie procent van het totale budget voor publieke inkoop wordt hierin geïnvesteerd. Voor een gezonde economie zouden Europese landen moeten streven naar een investering van minimaal tien procent. Alleen Finland, Ierland en Zweden komen enigszins in de buurt bij dit doel. Het Europees gemiddelde ligt op 3,5 procent.

Om de scores te verbeteren dienen landen een concreet actieplan op te stellen, moeten overheden zich committeren aan innovatie door inkoop en dient er voldoende geïnvesteerd te worden in innovatie. In het bijzonder in innovatieve ICT-oplossingen. Als dit niet gebeurt is de kans groot dat economische groei afremt.

Bron: onderzoeksrapport ‘The strategic use of public procurement for innovation in the digital economy’

Partner van Aanbestedingscafé:

Open house leidt tot grote stijging zorgaanbieders

Uit onderzoek van Follow the Money en regionale dagbladen blijkt dat inkoop via open house heeft geleid tot een grote toename van zorgaanbieders. In veel provincies kwamen er sinds 2014 honderden zorgaanbieders bij.

In 2014 waren er nog 384 bedrijven actief op het gebied van jeugdzorg, in 2021 zijn dat er 2752. Follow the Money vroeg de gegevens op bij de Kamer van Koophandel. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant kwamen honderden nieuwe organisaties op. In de provincie Gelderland vertienvoudigde het aantal aanbieders in de periode tussen 2014 en 2021 zelfs. Een deel van de bedrijven combineert jeugdzorg met andere bedrijfsactiviteiten, zoals ‘koeriersdiensten’ en ‘auto’s reinigen’.

Daardoor rijst de vraag of deze organisaties in het vak zitten voor het geld, stelt Thijs Jansen, directeur van stichting Beroepseer. “Door het open-housemodel komen aanbieders binnen die eigenlijk om de verkeerde redenen in de zorg zitten: die het om het geld doen, of die eigenlijk geen jeugdzorg leveren, omdat de gemeente niet duidelijk heeft gedefinieerd wat daar wel en niet onder valt.”

Expertise
“In die eerste jaren lag de drempel voor toelating laag, is mijn indruk”, stelt Niels Uenk, onderzoeker bij het Public Procurement Center. “Dat een zorgaanbieder moet voldoen aan minimale kwaliteitseisen, wil niet zeggen dat de eisen zelf minimaal zijn.” Die lage drempel is volgens aanbestedingsadvocaat Tim Robbe niet inherent aan de methode open house. Gemeenten kunnen wel degelijk strenge eisen stellen, bijvoorbeeld via contractonderhandelingen, maar het lef of de expertise daarvoor ontbreken vaak.

Met het oog op stijgende kosten willen veel gemeenten de inkoop binnen het sociaal domein herzien. Zo stapt de zorgregio de Achterhoek vanaf 2022 af van open house en scherpt de gemeente Arnhem eisen voor zorgaanbieders aan. Volgens Uenk zou het jammer zijn als gemeenten massaal afstappen van het open-housemodel. “Er valt binnen een open-housestructuur prima af te bakenen”, meent hij.

Keuzevrijheid
Met de open house methode kunnen gemeenten elke zorgaanbieder die voldoet aan bepaalde eisen, een (raam)contract aanbieden. In 2018 kocht negentig procent van de gemeenten zorg in via open house. Gemeenten kiezen vaak voor deze constructie omdat cliënten hiermee grote keuzevrijheid hebben en kunnen kiezen voor kleine, innovatieve zorgaanbieders.  

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

Corona leidt tot minder en anders contracteren in sociaal domein

Op 1 januari 2021 startten aanzienlijk minder contracten voor de jeugdhulp en de Wmo. Ook de wijze van contracteren is veranderd. Aanbestedingen gericht op complexe veranderingen worden uitgesteld. Beide trends worden waarschijnlijk veroorzaakt door de coronacrisis. Dat blijkt uit de database gemeentelijke zorginkoop 2021, opgesteld door het Public Procurement Research Center (PPRC).

In de jeugdhulp werden 171 nieuwe contracten gestart, ten opzichte van 326 een jaar eerder. In de Wmo is een nog sterkere daling zichtbaar. Hier zijn 123 nieuwe contracten ingegaan ten opzichte van 308 in 2020. Gemeenten kiezen al langer voor het verlengen van bestaande contracten om stabiliteit te waarborgen. De coronacrisis lijkt die trend te versterken. Aanbestedingen die draaien om selectiever inkopen of wijziging in bekostiging zijn mogelijk uitgesteld vanwege de coronacrisis.

Er zijn iets meer langdurige contracten, met een maximale looptijd van zes jaar. In 2020 was dit nog 58 procent, nu 65 procent. In de jeugdhulp zijn er meer kortlopende contracten afgesloten: 32 procent van de jeugdhulpcontracten heeft een maximale duur van twee jaar ten opzichte van 21 procent vorig jaar. Ook de toepassing van inspanningsgerichte bekostiging steeg flink. Daarvan is nu sprake in zeventig procent van de gevallen, ten opzichte van 44 procent vorig jaar.

Monitor gemeentelijke zorginkoop
De database bevat contracteigenschappen van contracten die op 1 januari 2021 van kracht zijn. De database vormt de basis voor de Monitor gemeentelijke zorginkoop, die PPRC de afgelopen jaren in opdracht van het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein opstelde.

Bron: Inkoopsociaaldomein.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Verdacht patroon zichtbaar bij inzet intermediairs

Er is een verdacht patroon zichtbaar in onderzochte schoonmaakaanbestedingen uit de periode 2018-2020. Dat concludeert het Public Procurement Research Center in haar rapport over de effecten van intermediairs bij aanbestedingen.

Het patroon blijkt uit de analyse die PPRC deed op een database van 224 aanbestedingen. Eén aanbieder nam een intermediair in de arm en won met behulp van deze intermediair vervolgens vijf van de tien aanbestedingen. De onderzoekers stellen dat de winkans onevenredig hoog uitvalt bij de inzet van deze intermediair en spreken van een significante afwijking. Nader onderzoek is volgens het PPRC gewenst.

UBR|HIS
PPRC voerde het onderzoek uit in opdracht van UBR|HIS. Twijfels over de toegevoegde waarde van intermediairs bij aanbestedingen vormden de aanleiding voor de analyse. Daarnaast vermoedde men dat intermediairs misbruik maken van hun positie. PPRC analyseerde honderden aanbestedingen in de schoonmaak- en verzekeringssector en hield twaalf interviews met diverse betrokkenen. Uit het vooronderzoek blijkt dat intermediairs kennis en kunde meebrengen maar ook kostbaar en partijdig kunnen zijn.

Beluister ook de aflevering van podcast De Gunningsfactor over dit onderwerp, met Richard Lennartz, directeur van UBR|HIS.

Partner van Aanbestedingscafé:

UUCePP onderzoekt sociaal opdrachtgeverschap voor gemeente Amsterdam

Het Utrecht University Centre for Public Procurement (UUCePP) onderzoekt hoe publieke opdrachtgevers inkoop en aanbesteden kunnen inzetten om sociaal beleid bij opdrachtnemers te stimuleren. Het UUCePP doet dit in opdracht van de gemeente Amsterdam.

Promovendus Tom Huisjes, eerder werkzaam als docent Europees Recht, voert het onderzoek uit. Centraal staat de vraag hoe een publieke opdrachtgever sociaal beleid kan aanmoedigen en hoe dit juridisch te regelen valt, bijvoorbeeld via inkoop of een aanbesteding. Huisjes kijkt onder andere naar de Europese richtlijnen die zijn opgenomen in de Aanbestedingswet 2012. “Het is een actueel onderwerp en er is nog veel onontgonnen terrein.” Daarom is er ruimte voor ongebruikelijke onderzoeksmethoden, zoals het vergelijken van verschillende Europese richtlijnen. “De nuanceverschillen tussen de verschillende vertalingen gaven nieuwe inzichten voor de interpretatie ervan. ”

De gemeente Amsterdam wil het onderzoek gebruiken voor het opstellen van de nieuwe Leidraad Sociaal Opdrachtgeverschap. Daarnaast moet het de gemeente helpen gunningscriteria die sociaal opdrachtgeverschap bevorderen op te nemen in aanbestedingen.

Bron: UU.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer onderzoek nodig naar inzet intermediairs bij aanbestedingen

De inzet van intermediairs bij aanbestedingen pakt lang niet altijd voordelig uit voor aanbestedende diensten en vereist nader onderzoek. Dat blijkt uit een vooronderzoek dat het Public Procurement Research Centre (PPRC) uitvoerde in opdracht van de Haagse Inkoopsamenwerking (HIS). Het onderzoek is uitgevoerd omdat er twijfels bestaan over de toegevoegde waarde van intermediairs, die een tussenpositie innemen tussen aanbestedende diensten en leveranciers.

Intermediairs brengen kennis en kunde mee, zowel op het vlak van (Europees) aanbesteden als binnen een bepaalde sector. Dit is een van de voordelen van de inzet van intermediairs, wijst het onderzoek uit. Voorwaarde is wel dat intermediairs maatwerk leveren, afgestemd op de behoeften van de aanbestedende dienst. Intermediairs brengen echter ook partijdigheid en een te hoge mate van standaardisatie mee. Sommige aanbieders schatten hun winkans bij bepaalde intermediairs bij voorbaat erg laag in en wijten dit aan persoonlijke voorkeuren van inkopers. Dit is voor aanbieders echter geen reden om af te zien van inschrijving. Door hoge standaardisatie binnen het dienstverleningsmodel van intermediairs wordt de markt onvoldoende uitgedaagd en worden eisen en wensen van opdrachtgevers vaak onvoldoende beschreven. Het is daardoor voor opdrachtnemers onduidelijk wat de opdrachtgever wil. Bij aanbestedingen zonder intermediairs kan een aanbieder vaak op creatievere inschrijven, waardoor de winkans hoger is.

Hoge kosten
Het onderzoek wijst daarnaast uit dat intermediairs vaak extra (verplichte) diensten aanbieden waar de aanbestedende dienst voor moet betalen. Dit leidt tot hogere kosten. Bij de inzet van partijen die zelf leveranciers contracteren bestaat bovendien het risico dat prijzen over de kop gaan. Aanbestedende diensten geven aan dat zij geen zicht hebben op tarieven. Intemediairs die totaalpakketten aanbieden en bijvoorbeeld ook contractmanagement voor hun rekening nemen, ondermijnen volgens de onderzoekers de vakkennis van werknemers van een aanbestedende dienst.

Vorig jaar protesteerden tolken nog tegen de inzet van intermediairs voor het aanbesteden van vertaaldiensten voor overheidsorganisaties. Zij vreesden dat de kwaliteit van tolkdiensten omlaag zou gaan en dat intermediairs te weinig zouden betalen.

Significante afwijkingen
De resultaten komen naar voren uit twaalf interviews en een analyse van meer dan tweehonderd aanbestedingen. Het onderzoek richt zich op intermediairs in de publieke sector waarbij drie soorten intermediairs worden onderscheiden: partijen die gecontracteerd worden om opdrachten uit te zetten bij leveranciers of zzp’ers, intermediairs die een aanbesteding uitvoeren voor een aanbestedende dienst of die de aanbesteding uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor leveranciersselectie en contractmanagement.

De onderzoekers verwachten dat de resultaten ook van belang zijn voor de inzet van intermediairs in de private sector omdat dezelfde problematiek daar ook optreedt. Uit oriënterende statistische analyses komen al significante afwijkingen naar voren. Nader onderzoek is daarom gewenst, concluderen de onderzoekers.  

Partner van Aanbestedingscafé:

OV-sector onderzoekt alternatieve aanbestedingsvormen

Vanwege de aanhoudende onzekerheid voor OV-bedrijven zoekt de OV-sector naar alternatieve manieren van aanbesteden. Kennisplatform CROW en het samenwerkingsverband van decentrale OV-autoriteiten (DOVA) ondervroegen vijf vervoerders over de huidige stand van zaken en gewenste aanpassingen.

Volgens CROW heeft aanbesteden op korte termijn geen zin. Door de coronacrisis kampen vervoerders met onzekere reizigersaantallen. Vervoerders kunnen daardoor het risico van de opbrengsten bij een doorsnee aanbesteding niet dragen. Dat leidde vorig jaar al tot minimale animo voor concessies, zoals bij de Valleilijn. Overheden kiezen daardoor voor noodconcessies met een kortere looptijd, zoals bij de concessie Rijn-Waal.

Uit de marktverkenning komen twee alternatieve scenario’s naar voren: een ‘blauw’ en ‘rood’ pakket. In het blauwe scenario is de overheid verantwoordelijk voor de ontwikkelfunctie en de opbrengsten. De vervoerders verzorgen de bestelde diensten, dragen het kostenrisico, maar zijn niet opbrengstverantwoordelijk. Het rode pakket houdt vast aan de huidige aanbestedingsmethoden maar introduceert meer dialoog. Het opbrengstrisico ligt (tijdelijk) deels of geheel bij de overheid, en er komen afspraken over risicoverdeling en een uitgebreidere financieringsregeling voor materieel. 

Op- en afschalen
Vervoerders pleiten daarnaast voor een aantal andere aanpassingen. Zo willen ze tijdens de duur van de concessie het vervoersaanbod kunnen op- en afschalen. Ook willen ze een andere verdeling van de financieringslasten van het materieel en geven aan wat de een optimale grootte van een concessie is: een omzet van tussen de 40 en 80 miljoen euro per jaar.

Bron: CROW.nl, OVpro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Een derde begrote infraprojecten het Rijk doorgeschoven

Van de elf miljoen euro die het Rijk in 2018 beschikbaar stelde voor de aanleg van infraprojecten is sindsdien slechts 7,3 miljard besteed. Een derde van de begrote infraprojecten is de afgelopen jaren doorgeschoven, blijkt uit de Infrastructuurmonitor 2020-2021 van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Het aandeel projecten dat in de beginfase vertraging oploopt zal dit jaar naar verwachting verdubbelen.

Het EIB noemt meerdere oorzaken voor het doorschuiven van projecten: capaciteitsproblemen, hoge complexiteit van projecten en de stikstofproblematiek. Een gedeelte van het budget dat bij het Regeerakkoord in 2018 werd vastgesteld is zelfs doorgeschoven tot na 2025. De komende jaren komt er wel meer geld beschikbaar voor de aanleg van hoofdwegen, vaarwegen en spoorwegen, met een piek in 2023 en 2024. In die jaren zal er zo’n 8,5 tot negen miljard euro beschikbaar zijn vanuit het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Vertraagde projecten
In de verkennings- en planfase van wegenbouwprojecten verdubbelde de vertraging (wijziging van het opleveringsjaar) ten opzichte van 2020. In dat jaar raakte nog vijftien procent van alle startende projecten vertraagd. In 2021 voorspelt het EIB dat bijna dertig procent van de projecten vertraagd raakt. Dat is te wijten aan de stikstofproblematiek, maar het EIB noemt ook PFAS en mogelijke vertraging bij aanbestedingstrajecten door bemoeilijkte communicatie, veroorzaakt door de coronacrisis. Bij wegenbouwprojecten die zich al in de realisatiefase bevinden is deze stijging niet te zien.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kennis delen en standaardisatie moeten Sociaal Domein verder helpen

Uit de Monitor Sociaal Domein 2020 blijkt dat er grote verschillen zijn in de mate van samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Ook blijven de administratieve lasten bij aanbestedingen hoog. Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, wil gemeenten ondersteunen met kennisdeling en standaardisatie. Daarnaast blijft hij zich inzetten voor een herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijn binnen het sociaal domein, schrijft hij aan de Tweede Kamer.

De Jonge beloofde eind oktober een kwalitatief onderzoek naar aanbesteden in het Sociaal Domein uit te laten voeren toen hij de resultaten van een kwantitatief onderzoek en de Monitor gemeentelijke zorginkoop naar de Tweede Kamer stuurde. Het kwalitatieve onderzoek met de titel ‘Monitor sociaal domein 2020’, onderschrijft de kwantitatieve onderzoeken die eerder al werden uitgevoerd naar inkoop en aanbesteden binnen het Sociaal Domein.

Met het nieuwste onderzoek worden vier actielijnen met aanbevelingen onderscheiden. Zo moet weloverwogen inzet van inkoop en contracteren worden bevorderd met kennisdeling en moet een verbeterde de samenwerking tussen gemeenten en aanbieders leiden tot goede zorg en ondersteuning. Standaardisatie moet de administratieve druk verlichten. Ten slotte moet inkoop ingericht worden als een continu leer- en verbeterproces om transformatiedoelstellingen te behalen. De Jonge zet bij alle actielijnen in op het delen van kennis en praktijkervaringen en het aanbieden van handreikingen en opleidingen.

Europastrategie
De Jonge pleit daarnaast al geruime tijd voor een aanpassing van de Europese aanbestedingsrichtlijn binnen het sociaal domein. De hoge administratieve lasten en minimale grensoverschrijdendheid, zoals bleek uit eerder onderzoek door Deloitte, pleiten volgens De Jonge voor afschaffing. Hij informeert de Tweede Kamer over de resultaten van zijn inspanningen. Er zijn vooralsnog weinig concrete acties vanuit de EU in reactie op Nederlandse initiatieven om de problemen in het sociaal domein zichtbaar te maken. Hij ziet wel dat andere Europese lidstaten worstelen met dezelfde problematiek. “Een Europese aanbestedingsprocedure is in veel gevallen slecht geschikt om de beste zorg voor burgers te realiseren waarbij continuïteit, lokaal partnerschap en samenwerking voorop staan”, schrijft hij. De Jonge blijft zoeken naar medestanders binnen de EU en onderhoudt contact met fracties binnen het Europees Parlement.

Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015
Om een brug te slaan tussen de huidige praktijk en een eventuele wijziging van het aanbestedingsrichtlijnen heeft De Jonge een Wetsvoorstel maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 opgesteld. Nu de internetconsultatie voor het voorstel is gesloten, gaat het naar de Raad van State. Om gemeenten te helpen de transitie te maken worden voor deze nieuwe wet handreikingen opgesteld. In 2021 volgen pilots waarbij de nieuwe wet in de praktijk wordt gebracht.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rekenkamer kritisch op Amsterdamse inkoop jeugdzorg

De Rekenkamer van Amsterdam concludeert dat een complexe inkooporganisatie oorzaak is van de plotselinge stijgende jeugdzorgkosten in 2018. In dat jaar was de gemeente 42 miljoen euro meer kwijt aan jeugdzorg, zonder dat de gemeente wist waarom.

Er werd in 2018 vaker een beroep gedaan op jeugdzorg maar daarmee valt de enorme kostenstijging niet te verklaren. Gemaakte berekeningen over verwachte kostenbesparingen klopten niet, volgens de Rekenkamer. Ook zou de inkooporganisatie te complex zijn. Ook onderzoeksplatform Follow the Money sprak met zorgaanbieders over de kwestie. Aanbieders zeggen dat de gemeente regelmatig te veel betaalde en dat inkoopmanagers te weinig kennis van zaken hadden.

Maatregelen
De gemeente zegt de problemen te herkennen en neemt maatregelen. Het digitale inkoopsysteem voor jeugdzorg gaat opnieuw op schop. Ook vindt de gemeente dat het rijk te weinig financiële middelen beschikbaar stelt voor het jeugdzorgbudget. De Rekenkamer is ook hierop kritisch: de gemeente neemt te weinig verantwoordelijkheid.

Parool.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

SCP: overheid moet knelpunten Sociaal Domein aanpakken

Vijf jaar na de decentralisatie van de zorg concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat de resultaten van het nieuwe beleid achterblijven. Zwakke sociale groepen kunnen minder op steun uit hun omgeving rekenen dan gedacht. Het Rijk moet terug naar de tekentafel om structurele problemen op te lossen.

In 2015 werden de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet ingevoerd. De gedachte was dat gemeenten beter maatwerk konden leveren en efficiënter konden werken dan het Rijk. Door eerder lichte hulp te bieden zou doorstromen naar zwaardere vormen van hulpverlening niet nodig zijn. Daarbij moesten gemeenten ook gebruik maken van de eigen kracht van mensen en hun sociaal vangnet.

Nu ziet het SCP dat de deelname van mensen met een beperking aan de samenleving niet is toegenomen, dat er nog steeds knelpunten in de jeugdzorg zijn en de kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking nauwelijks zijn verbeterd. In het rapport ‘Sociaal Domein Op Koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’ schrijft het SCP dat de verwachtingen van het decentrale beleid te hoog gespannen waren. Gemeenten behalen vooralsnog geen betere resultaten dan het Rijk.

Herbezinnen en bijsturen
Vlak na de invoering van de Wmo en Participatiewet was er ook al kritiek. De toenmalige moeilijkheden werden toen geweten aan opstartproblemen. Vijf jaar na dato stelt het SCP dat de betrokken ministeries aan zet zijn. De overheid moet ‘herbezinnen en bijsturen’ om knelpunten op te lossen. Zo zouden kwetsbare groepen meer prioriteit moeten krijgen, zou de regelgeving minder complex moeten worden en moet de overheid de verwachtingen over de Participatiesamenleving bijstellen.

Het huidige stelsel aanpassen is volgens het SCP geen voor de hand liggende keuze. Er is nog ruimte voor verbetering. “Niets doen is in onze ogen géén optie. Hoewel een grote transformatie als die in het sociaal domein een zaak van lange adem is, vragen knelpunten die na vijf jaar nog bestaan wel degelijk om actie, in het belang van de kwetsbare burgers om wie het gaat”, is te lezen in het rapport.

Bron: Volkskrant.nl, SCP.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: weinig oog voor circulair inkopen bij Nederlandse gemeenten

In deze rubriek licht Significant Synergy periodiek een specifiek thema door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Tenderdashboard. Het Tenderdashboard verzamelt informatie over alle openbare aanbestedingen. Onze klanten helpen wij daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en data gedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. Verkregen marktinformatie en inzichten delen wij hier. Doe er je voordeel mee!

Circulair inkopen, de media staan er al een geruime tijd vol mee. Inkoop kan namelijk een bijdrage leveren aan een circulaire economie, een thema met zeer grote impact op het leefklimaat en op een duurzame wereld. Dat is nog eens wat anders dan als inkoper impact leveren op de kosten van je organisatie of op het voorkomen van rechtmatigheidsissues. Bijdragen aan strategische en maatschappelijke belangen, dat is waar ik zelf al vijftien jaar als inkoopprofessional warm voor draai.

Al sinds het akkoord van Parijs in 2015 en de daaruit door Nederland vertaalde doelstellingen ten aanzien van CO2-reductie en circulariteit, zet Nederland deze doelen door naar haar decentrale overheden. In 2050 zal de CO2-emissie 95 procent mogen zijn van de emissie in 1990 en zullen provincies, gemeenten en waterschappen honderd procent circulair moeten inkopen. Deze doelen lijken ver weg, maar er is tegelijkertijd veel aandacht voor. Zo richt Stichting Urgenda zich stevig en kritisch op de Nederlandse resultaten en inspanningen ten aanzien van de CO2-reductie, waar duidelijke stappen nog achterwege lijken te blijven. Maar hoe zit het met de stappen op het vlak van circulair inkopen? We slaan ons Tenderdashboard daar eens op na.

Gemeenten

Figuur 2: 47 gemeenten die het afgelopen jaar circulair aanbesteedden

Slechts veertien procent van de Nederlandse gemeenten koopt actief circulair in
We schrikken nogal van dit getal. Ongeveer vijftig gemeenten hebben in de afgelopen jaren aanbestedingen gepubliceerd met een duidelijke circulaire doelstelling. Gelukkig zien we wel dat de afgelopen jaren het aantal gemeenten dat actief circulair inkoopt iets verbetert. Zo waren dit in 2017 nog maar acht gemeenten en in 2019 waren het er 25. Wat ook een zichtbaar positieve beweging is, is dat het aantal aanbestedingen met een circulaire doelstelling de afgelopen jaren stevig toeneemt. Zo waren het er in 2017 nog maar tien. In 2019 groeide dat aantal naar meer dan vijftig (inclusief vooraankondigingen). Maar met een tussenstand van 33 aanbestedingen in 2020 lijkt deze exponentieel stijgende lijn zich vooralsnog niet door te zetten. In absolute getallen valt het circulair inkopen bij gemeenten ons tegen. We concluderen voorzichtig dat gemeenten nog worstelen met de aanpak van dergelijke aanbestedingen.

Positief: veel dialoog met de markt
Dat gemeenten worstelen met dit thema blijkt ook uit de vele marktconsultaties die worden uitgevoerd. Het vaker toepassen van de marktconsultatie zien we overigens als een positieve ontwikkeling. Het helpt om de inkoopvraag op de mogelijkheden van de markt af te stemmen, maar ook om de wijze van beoordelen vast te stellen. Omdat het meten van de mate van circulariteit in de praktijk nog heel lastig is, is die afstemming over de wijze van beoordelen erg belangrijk. Het borgt de transparantie en objectiviteit die de aanbestedingsregels vereisen.

In absolute getallen valt het circulair inkopen bij gemeenten ons tegen. We concluderen voorzichtig dat gemeenten nog worstelen met de aanpak van dergelijke aanbestedingen.

Het verschil in aantal marktconsultaties is overduidelijk. Bij aanbestedingen met een circulaire doelstellingen wordt in dertig procent van de gevallen een marktconsultatie toegepast. Over het geheel van aanbestedingen is dat maar negen procent. Deze ontwikkeling sluit goed aan op de aanbevelingen van onder andere PIANOo en Nevi. En het laat zien dat actief naar samenwerking wordt gezocht tussen inkopers en de markt om impact op dit thema te bereiken.

Bouwen, wegen, inrichten en…koffie
Bij deze analyse van ons Tenderdashboard verwachtten we dat gemeenten zich vooral op de vanuit circulair perspectief impactrijke grond-, weg- en waterbouw zouden richten bij hun aanbestedingen. Toch zien tussen de circulaire aanbestedingen van gemeenten steeds vaker bedrijfsvoeringsthema’s als de warme drankenvoorziening terug. We vinden inmiddels dus mooie voorbeelden op dit vlak. Het is mooi om te zien dat gemeenten hun warme drankenvoorziening circulair maken. Dat betekent namelijk dat zij de circulaire ambities ook echt de organisatie in brengen. De impact van zo’n inkooppakket als koffie mag dan geringer zijn dan die van grootschalige projecten in de openbare ruimte, het draagt zeker bij aan het begrip en draagvlak voor complexere circulaire aanbestedingen. Die vragen namelijk best wat van het aanpassingsvermogen van een organisatie.

Gemeenten besteden zaken als de kantoorinrichting, sanitaire middelen, kleding en drukwerk inmiddels ook circulair aan. Hier liggen dus kansen om de pionierende gemeenten op dit vlak te volgen. Ons advies: leer van elkaar en zoek elkaar op. En laten we de pionierende gemeenten aanmoedigen hun aandacht te verschuiven naar de impactrijke thema’s in de bouw en GWW vanuit de laagdrempeliger ervaringen die ze bij het inkopen van bijvoorbeeld koffie of sanitaire middelen reeds opdeden.

Niets boven intrinsieke motivatie
Vanuit onze ervaringen met circulaire aanbestedingen durven we wel te stellen dat de beperkt concrete doelstellingen op circulair inkopen zoals deze worden opgelegd niet echt richting geven aan de uitvoering van aanbestedingen. ‘100% circulair in 2050’, dat is best vaag en ver weg. Laat staan dat er al veel honderd procent circulaire oplossingen zijn voor de inkoopvraagstukken die wij in het hier en nu formuleren. Circulair inkopen vraagt dus om pionieren en om intrinsieke motivatie. Maar ook om doelstellingen op de lange termijn naar het hier en nu te vertalen. En om behaalde resultaten te vieren en te delen. Ondersteund door die intrinsieke motivatie geef je zo het enthousiasme de ruimte. Ook als de resultaten nog niet zo fors zijn, versterken ze het vliegwiel dat circulariteit aandrijft.

Wat betreft die intrinsieke motivatie en pioniersgeest valt het op dat de politieke stromingen de ambitie van gemeenten om circulair in te kopen beïnvloeden. Want bij de gemeenten die op basis van dit Tenderdashboard pionieren op het gebied van circulair inkopen staat duurzaamheid toch net hoger op de politieke agenda. Dit zorgt dus mede voor de juiste wind en motivatie in die organisaties.

Koen Spekreijse, Senior Adviseur bij Significant Synergy.

Eerste stap in circulair inkopen
De mooie voorbeelden van deze pioniers en de lessen die ze leren, effenen het pad voor de organisaties waar duurzaamheidsambities nog wat meer vorm moeten krijgen. In ieder geval op de onderwerpen waar nu de voorbeelden ontstaan, hoeven zij de uitdagingen van het circulair inkopen niet langer uit de weg te gaan. Organisaties kunnen Tenderned of het Tenderdashboard goed gebruiken om kansen te herkennen op de gebieden waar zij circulair kunnen inkopen. En om vervolgens logischerwijs de dialoog te zoeken met de markt en met collega’s. Zo is een eerste stap in het circulair inkopen eenvoudig gezet.

Koen Spekreijse is Senior Adviseur bij Significant Synergy en is daar onder andere verantwoordelijk voor het thema MVI. Wil je meer weten over circulair of maatschappelijk verantwoord inkopen en de impact voor jouw organisatie? Neem dan gerust contact met hem op.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Lessen uit vijftien jaar DBFM

In opdracht van Rijkswaterstaat en Bouwend Nederland voerden de Rijksuniversiteit Groningen en de Erasmus Universiteit onderzoek uit naar DFBM-contracten. De uitkomst: het DBFM-contract is voornamelijk geschikt voor projecten tussen de 200 en 400 miljoen euro die niet te complex van aard zijn. Een aantal zaken kan echter beter.

DBFM, het Design, Build, Finance & Maintenance-contract bestaat dit jaar vijftien jaar. Centraal in het onderzoek stond de vraag welke lessen er getrokken kunnen worden uit deze periode. De onderzoekers constateren dat de contractvorm kwalitatief hoogwaardige resultaten oplevert en door de hoge tijdsdruk zorgt voor tijdige oplevering. Binnen deze contractvorm is doorgaans meer aandacht voor onderhoud na oplevering. Daarnaast vindt er vaak procesinnovatie plaats binnen bouwprojecten op basis van DBFM.

Risicoverdeling en tenderkosten
Toch is er ook ruimte voor verbetering. Zo vinden deelnemers dat risico’s binnen het DBFM-contract nog te veel bij de opdrachtnemer ligt. Dit heeft te maken met de lange duur en soms grote complexiteit van projecten. “Voor sommige bedrijven is de risicoverdeling, naast hoge transactiekosten, reden om niet aan DBFM-aanbestedingen mee te doen”, schrijven de onderzoekers. Daarnaast is risicobeheersing bij een DBFM-contract moeilijker omwille van de vaak grote projectomvang. Ook zijn de tenderkosten vaak hoog bij aanbestedingen van DBFM-projecten.

In de loop der tijd is er veel expertise ontwikkeld op het gebied van DBFM, waardoor projecten met deze contractvorm professioneler worden aangepakt. Respondenten pleiten voor betere risicoverdeling en een selectieve toepassing van DBFM-contracten, op projecten waar de contractvorm goed bij past: niet te risicovol, niet te groot, met een groot deel nieuwbouw, niet te complex en niet te innovatief.

Bron: rapport ‘Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij RWS’

Partner van Aanbestedingscafé:

Doe mee aan het Inkooptrends onderzoek 2021

Dit jaar voert Supply Value voor de negende keer onderzoek naar inkooptrends uit onder private en publieke inkoopprofessionals. Wil je ook weten wat de inkooptrends van 2021 zijn? Nieuwsgierig hoe jouw organisatie presteert ten opzichte van branchegenoten? En ben je benieuwd naar concrete aanbevelingen waar je in de praktijk mee aan de slag kunt?

Doe dan mee aan het onderzoek en maak kans op een gratis training van de Supply Value academy (t.w.v. €500,-). De enquête is tot en met 6 november beschikbaar. Invullen duurt gemiddeld 6 minuten. De antwoorden worden anoniem verwerkt en deelnemers ontvangen gratis het onderzoeksrapport.

Ga naar de enquête.

Supply Value is Premium Partner van Inkoperscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe onderzeeboten Defensie nog duurder

De Algemene Rekenkamer concludeert dat de aanschaf van vier nieuwe onderzeeboten nog eens 730 miljoen euro extra gaat kosten. Dit bedrag komt bovenop de 1,14 miljard euro waarmee het budget al was verhoogd. In totaal kunnen de kosten op 3,5 tot 4 miljard euro uitkomen.

De Tweede Kamer had de Algemene Rekenkamer gevraagd te onderzoeken hoeveel extra kosten er gemoeid zouden zijn met de aanschaf van de nieuwe onderzeeërs. De aanbesteding loopt nog, waarvoor niet alleen Damen Shipyards in de running is, maar ook het Duitse Thyssen en het Franse Naval nog meedingen naar de gunning. De beslissing over de gunning werd een jaar geleden al verwacht. Toen die uitbleef en de Tweede Kamer alleen een tussenstand ontving van Defensie, vroeg men om een aanvullend onderzoek. De Algemene Rekenkamer stelt dat het huidige budget niet toereikend zal zijn voor de aanschaf en het in de vaart houden van de onderzeeboten.

In een reactie op het rapport laat minister Bijleveld van Defensie weten dat ze zich niet kan vinden in de conclusies van de Algemene Rekenkamer. Volgens Bijleveld is een verhoging van het budget niet noodzakelijk en biedt het gehanteerde budget voldoende financiële ruimte.

Bron: NRC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: Leermanagementsystemen in het onderwijs

In deze rubriek licht Significant Synergy elke zes weken een specifieke markt door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Aanbestedingsdashboard. Het Aanbestedingsdashboard verzamelt informatie over alle openbare aanbestedingen. Onze klanten helpen wij daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en data gedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. Verkregen marktinformatie en inzichten delen wij hier. Doe er je voordeel mee!

Leermanagementsystemen in het onderwijs
Onze tweede publicatie gaat over een specifiek ICT-pakket in het onderwijs, namelijk een leermanagementsystem (ook bekend als ‘elektronische leeromgeving’). Een leermanagementsysteem (hierna: LMS) is een online platform waarbinnen opleidingsactiviteiten georganiseerd kunnen worden. Zo kan door een LMS lesmateriaal beschikbaar worden gesteld en kunnen toetsen en opdrachten gemaakt en ingeleverd worden. Daarnaast zijn andere systemen (zoals een mediabibliotheek of een e-portfolio) vaak te koppelen met het LMS. Het LMS neemt hierdoor een centrale plaats in het applicatielandschap van een onderwijsinstelling in en speelt een belangrijke rol voor zowel leerlingen als docenten in het voortgezet onderwijs, mbo, hbo en wo.

De afgelopen jaren zien wij twee duidelijke ontwikkelingen in de markt voor leermanagementsystemen:

• Er is sprake van een sterke digitalisering in het onderwijs. Deze digitaliseringsslag gaat nog sneller door de situatie rondom COVID-19. Veel onderwijsinstellingen zijn hierdoor genoodzaakt om onderwijs op afstand te verzorgen. Waar voorheen een LMS voornamelijk bij het hbo en wo werd ingezet, zien wij dat ook steeds meer middelbare scholen en roc’s hiervan gebruik maken;

• In de afgelopen jaren is een aantal grote spelers toegetreden tot de Nederlandse markt voor leermanagementsystemen in het onderwijs. Dit terwijl voorheen veelal hbo- en wo-instellingen gebruikmaakten van een systeem (Blackboard) van een dominante marktspeler.

Aan de hand van beschikbare marktinformatie uit ons Aanbestedingsdashboard en onze ervaringen hebben wij de effecten van deze ontwikkelingen nader in kaart gebracht. Het Aanbestedingsdashboard is weergegeven in figuur 1. Wij doen een aantal constateringen met betrekking tot de contractduur, uitgevraagde prijs-kwaliteitverhouding, perceelindelingen en het gebruik van marktconsultaties. Wij hebben hierbij gekeken naar de openbare aanbestedingsdata uit januari 2015 tot en met juni 2020.

 

Contractduur
De duur van de overeenkomsten is in de afgelopen jaren verschoven. Zo werden in 2015/2016 relatief korte contracten gesloten met een looptijd tussen de drie en vijf jaar en is dit in 2019/2020 verschoven naar een looptijd tussen de acht en twaalf jaar. Het kiezen van de contractduur zorgt voor een spanningsveld met aan de ene kant de flexibiliteit als gekozen wordt voor een korte looptijd en aan de andere kant de zekerheid die je borgt door een lang contract.

Daarbij kan een langlopende contractduur leiden tot afhankelijkheid van een partij voor een cruciaal systeem met daarbij het gegeven dat de technologische ontwikkelingen niet stil staan tijdens de contractduur. Daarnaast is de implementatieperiode een factor die de keuze voor de looptijd van de contractduur beïnvloedt. De implementatieperiode is intensief en neemt veel tijd in beslag van de opdrachtnemer, maar ook van de opdrachtgever om het systeem goed te laten aansluiten bij het primaire proces.

Prijs-kwaliteit
Uit het dashboard is verder op te maken dat de prijs relatief gezien een lage weging heeft (tussen de tien procent en veertig procent, zie ook figuur 2). Dit is begrijpelijk gezien de centrale rol die het LMS heeft in het onderwijs. Het is voor aanbestedende diensten niet gewenst om voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten; dit kan ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Bovendien zijn de jaarlijkse licentiekosten ook goed te ramen waardoor het makkelijk is om tijdens de aanbesteding een onder- en bovengrens te stellen. Het criterium prijs is hierdoor minder onderscheidend.

Figuur 2: Weging prijs bij de verschillende aanbestedingen

Kanttekening hierbij is dat de implementatiekosten vaak onderdeel uitmaken van het prijscriterium bij een aanbesteding. Deze kosten zijn lastiger in te schatten, zeker als een aanbestedende dienst onvoldoende beeld heeft van de activiteiten die tijdens de implementatie uitgevoerd moeten worden. Dit vraagt om voldoende tijd te besteden tijdens een marktconsultatie aan dit onderwerp en daarnaast om een gedetailleerde beschrijving van de situatie en het gewenste resultaat op te nemen in de aanbesteding.

Percelen
Wij zullen bijna zeggen: logischerwijs passen de aanbestedende diensten geen percelen toe (zie ook figuur 3). In de markt voor leermanagementsystemen zijn implementatie en het systeem onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Fig 3: Perceelindeling bij de verschillende aanbestedingen

In de aanbestedingen die wij begeleiden zien wij dan ook vaak dat leveranciers van het LMS zelf de implementatie leiden of dat gebruik wordt gemaakt van een vaste implementatiepartner. Dit omdat kennis van het systeem cruciaal is voor de wijze waarop het LMS ingericht wordt bij een onderwijsinstelling. Als gevolg hiervan is het onwenselijk om implementatie en levering van het LMS op te splitsen in percelen, omdat het contracteren van meerdere leveranciers leidt tot onevenredige coördinatie en de onderlinge afstemming aanvullende risico’s met zich mee kan brengen.

Marktconsultatie
Het is noemenswaardig dat in de eerder genoemde periode zeven marktconsultaties zijn gepubliceerd op TenderNed. Dit aantal is enigszins laag maar hoeft nog niet zoveel te zeggen, het is niet verplicht om een marktconsultatie te publiceren via TenderNed.

Ga je voor een marktconsultatie? Denk dan aan onderstaande vragen:

Welke keuzes maak je als organisatie voordat je besluit tot het inkopen van een LMS? Hoe realiseer je dat het LMS aansluit bij het onderwijs dat je wilt geven? Significant Synergy helpt bij het uitwerken van een passende inkoopstrategie en contracteren van het voor jouw organisatie optimale LMS. Daarbij houden wij rekening met de implementatie alsook de wijze waarop de dienstverlening tijdens de contractperiode wordt vormgegeven. Neem voor meer informatie contact op met de consultants van Significant Synergy.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: volop kansen op de markt van inhuur van derden

In deze nieuwe rubriek licht Significant Synergy elke zes weken een specifieke markt door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Aanbestedingsdashboard. Het Aanbestedingsdashboard verzamelt informatie over alle openbare aanbestedingen in Nederland. De publieke aanbestedingsmarkt kan daardoor efficiënt geanalyseerd en gepresenteerd worden. Onze klanten helpen we daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en data gedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. In deze rubriek delen wij deze marktinformatie en verkregen inzichten. Doe er je voordeel mee!

In deze eerste publicatie gaan we in op de markt van de inhuur van extern personeel (derden).

De markt voor inhuur van personeel kent tal van (contract-)vormen van inhuur zoals uitzenden, payrolling, detachering en inzet van zelfstandigen. Daarnaast kiezen organisaties voor verschillende inhuur modellen om de flexibele schil te organiseren, waaronder raamovereenkomsten, Dynamische aankoopsystemen, Managed service providers en brokers.

Schaarste op de arbeidsmarkt en de implementatie van Wet arbeidsmarkt en balans  zijn enkele voorbeelden van ontwikkelingen welke invloed hebben (gehad) op de markt voor inhuur van personeel en mogelijk op de wijze waarop publieke organisaties hun inhuurbeleid vormgeven en voorzien in hun personele behoeften. Aan de hand van beschikbare marktinformatie trachten wij de effecten van deze ontwikkelingen nader te duiden.

In onze database hebben wij daarom bovenstaande zoektermen en thema’s gebruikt en daarnaast diverse relevante CPV-codes. Individuele aanvragen binnen Dynamisch aankoopsystemen zijn uit de resultaten gefilterd om een zuiver beeld te geven van de omvang van de markt en ontwikkelingen in de markt.

Dat levert ons binnen enkele seconden een resultaat op van 847 unieke aanbestedingen die door 399 aanbestedende diensten in de markt zijn gezet sinds 1 januari 2015. Met onze algoritmes zoeken we vervolgens in de aankondigingen van deze aanbestedingen naar diverse velden en indicatoren, zoals de gevolgde procedure, de aard van de opdracht, de looptijd, gunningscriteria en andere relevante onderwerpen. Aanvullend zoeken wij in onderliggende aanbestedingsdocumenten op TenderNed, zoals beschrijvend documenten, programma’s van eisen en nota’s van inlichtingen naar relevante thema’s, zoals Social Return en COVID-19, en welke effecten thema’s hebben op de ontwikkeling van de publieke markt.

Zodra wij ons Aanbestedingsdashboard updaten, krijgen we de volgende resultaten:

Inzichten met betrekking tot het aantal aanbestedingen:
Jaarlijks worden in Nederland ruim honderdvijftig inhuur-gerelateerde aanbestedingen gepubliceerd. Ongeveer een derde hiervan betreffen Dynamisch Aankoopsystemen. Het aantal gepubliceerde dynamische aankoopsystemen loopt sinds 2016 jaarlijks terug. Dit is te verklaren doordat de destijds aankomende afschaffing van de IIB-diensten heeft geleid tot een tijdelijke piek in het aantal gepubliceerde Dynamische Aankoopsystemen in verband met het verlicht aanbestedingsregime dat hiervoor gold. Dit aantal stabiliseert zich weer in de opvolgende jaren.

Figuur 2: Aantal aanbestedingen per jaar

Op dit moment zijn er 127 lopende inhuur-gerelateerde aanbestedingen, waarvoor marktpartijen zich in kunnen schrijven. Twintig hiervan betreffen reguliere aanbestedingen en 107 hiervan betreffen Dynamisch Aankoopsystemen. Dat het aantal lopende Dynamische Aankoopsystemen hoger ligt, dan het aantal dat jaarlijks wordt gepubliceerd, komt voort uit het feit dat het gedurende de volledige looptijd van een Dynamisch Aankoopsysteem mogelijk is voor marktpartijen om in te schrijven en toe te treden tot de betreffende DAS. Dit betekent dus dat verschillende sinds 2016 nog steeds toegankelijk zijn voor marktpartijen.

Figuur 3: Aantal aanbestedingen per maand in 2018, 2019 en 2020

Er zijn weinig effecten waarneembaar in het aantal aanbestedingen in 2020 vergeleken met voorgaande jaren in verband met COVID-19. In maart en april werden zelfs ruim meer aanbestedingen gepubliceerd ten opzichte van voorgaande jaren. Achtergrond hierbij is onder meer dat organisaties de uitkomsten en toepassingen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) afwachtten alvorens een aanbesteding te publiceren die toekomstbestendig is. Dit is overigens een ontwikkeling welke breder in de markt voor externe inhuur zichtbaar is.


Inzichten met betrekking tot de marktverhoudingen en -ontwikkelingen:


Figuur 4: Prijs-kwaliteitverhouding

Inzichten met betrekking tot aanbestedingsstrategieën en inrichting: In 87 procent van de aanbestedingen telt het gunningscriterium kwaliteit zwaarder mee, dan het gunningscriterium prijs. Het gunningscriterium prijs weegt in vijftig procent van de aanbestedingen voor twintig tot veertig procent mee. Het valt op dat deze trend zich ook in 2020 doorzet met een stijging van 7 procent, ondanks de kostenverhoging van inhuur voor opdrachtgevers welke bijvoorbeeld de implementatie van de Wet Arbeidsmarkt in balans op 1 januari 2020 te weeg heeft gebracht.

Figuur 5: Aantal percelen

Ruim 82 procent van de aanbestedingen bestaat uit één perceel. Waar wel voor een aanbesteding in meerdere percelen wordt gekozen, is dit in de meeste gevallen vanwege een knip in de inhoud (bijvoorbeeld ICT en juridisch personeel). In enkele gevallen wordt een knip gemaakt in het type dienstverlening (bijvoorbeeld payroll en uitzenden).

Figuur 6: Toegepaste procedures

In ruim 64 procent procent van de aanbestedingen is de openbare procedure gevolgd, en in bijna 24 procent procent is de niet-openbare procedure gevolgd. In de jaren 2015 en 2016 komen we nog enkele afmeldingen in verband met IIB-diensten tegen. Slechts in enkele aanbestedingen wordt een andere procedure gevolgd, zoals een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegericht dialoog.

Ondanks dat het aantal aanbestedingen op het gebied van inhuur van extern personeel (nog) geen daling laat zien onder invloed van het coronavirus, verwachten wij wel dat deze effecten naar de toekomst toe zichtbaar worden. Daarnaast blijft nieuwe wetgeving op arbeid in aantocht, waaronder de vervanging van de wet DBA. Aanbestedende diensten zullen blijven onderzoeken of het gehanteerde inhuurmodel nog steeds past bij de (HR-doelstellingen) van de organisatie en vanwege de veranderingen in de arbeidsmarkt in staat blijven om kandidaten (voor schaarse functies) te blijven bereiken. Zo nee, kan dit van invloed zijn op een (nieuwe) aanbesteding voor het toekomstbestendig inhuren van personeel.

Welke keuzes maak je als organisatie voordat je besluit tot het extern inhuren van personeel? Hoe realiseer je grip op de kwaliteit en de kosten van externe inhuur? Significant helpt bij het uitwerken van een passende inhuurstrategie en contracteren van de voor uw organisatie optimale inhuuroplossing. Onze ervaring in het domein ‘externe inhuur’ richt zich onder meer op opstellen van een inhuurstrategie, de optimalisatie van het inhuurproces en het (Europees) aanbesteden van (raam)overeenkomsten voor inhuur van personeel. Neem voor meer informatie contact op met de consultants van Significant Synergy.

Dit artikel is geschreven door Rémon van Buuren, Frank van den Dool en Niels van Bruggen.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Duurzaamheid in twee derde van openbare aanbestedingen geen factor

In 64,8% van de openbare aanbestedingen in 2019, speelde duurzaamheid geen rol. Dat is de conclusie van het Aanbestedingsinstituut, dat aanbestedingen uit 2019 onderzocht op de factor duurzaamheid. Ten opzichte van het jaar ervoor groeide het aantal aanbestedingen waarbij duurzaamheid opgenomen was in de gunningscriteria wel, met ruim tien procent. Ook weegt duurzaamheid in de gunningscriteria zwaarder mee dan in voorgaande jaren.

Het Aanbestedingsinstituut constateert geen verschil tussen aanbestedingen in de infra- en woning-en utiliteitsbouw. In beide takken werd even vaak uitgevraagd op duurzame criteria. Het ‘duurzaam uitvoeren van de opdracht’ werd het vaakst genoemd, daarna werken met de CO2-prestatieladder. Gemeenten vragen vaker om een duurzaam resultaat. Vaak betreft dit een energie- of duurzaamheidslabel voor een gebouw of MKI waarde voor een infrawerk.

Duurzaamheid weegt wel zwaarder
Hoewel het aantal aanbestedingen waarin duurzaamheid wordt meegenomen blijft steken op een derde van het totaal, wegen gunningscriteria waarin duurzaamheid is opgenomen wel zwaarder dan voorheen. In vergelijking met 2017 en 2018 krijgen duurzaamheidscriteria meer gewicht. Het aantal projecten waarbij duurzaamheidscriteria voor minder dan vijftien procent werden meegewogen, nam af. Daarentegen steeg het aantal projecten waarbij duurzaamheid tussen de vijftien en veertig procent meewoog.

Het Aanbestedingsinstituut deed het onderzoek naar duurzaamheid en het gebruik van duurzame gunningscriteria bij openbare aanbestedingen in opdracht van Bouwend Nederland.

Bron: Bouwend Nederland

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouw in spagaat: tussen corona en stikstof

Hoewel de bouw in Nederland niet stil is komen te liggen door de coronacrisis zijn de vooruitzichten allerminst rooskleurig. Een door het coronavirus veroorzaakte recessie zou voor de hele bouw problemen op kunnen leveren en het aantal tenders voor de inframarkt neemt af. Ook een structurele oplossing voor de stikstof- en PFAS-problematiek is er vooralsnog niet.

Eerst stikstof, toen PFAS, nu corona. Het zit de Nederlandse bouwsector niet mee. Vooral de infrasector heeft te lijden onder de stikstofregels. Het coronavirus zorgt daarbij voor een economische neergang, die ook voor andere takken in de bouw gevolgen kan hebben. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voorspelde onlangs dat de grond-, weg- en waterbouw dit jaar met acht procent kan krimpen, in 2021 met 5,5 procent. Voor de nieuwbouw komt het EIB uit op tien procent voor beide jaren. In totaal zou de coronacrisis de gehele bouwsector 40.000 banen kunnen kosten.

In het gezamenlijk manifest ‘Samen doorbouwen aan Nederland’, stellen het Rijk, marktpartijen, provincies en gemeenten dat de bouw als motor van de economie aan de gang moet blijven. Rijkswaterstaat kondigde in het verlengde daarvan onlangs aan infraprojecten naar voren te halen om zo de bouwsector te steunen. Maar, daar komen de stikstofregels weer om de hoek kijken. Bouwers krijgen hoe dan ook te maken met ‘investeringsbeperkingen’, zegt Ruben Heezen van Bouwend Nederland. “Als je het hebt over de aanleg of verbreding van nieuwe wegen, dan krijg je te maken met extra stikstofdepositie in de gebruiksfase. Daar hebben we nog geen structurele oplossing voor.”

Niet alleen van infrabouwers, maar ook van partijen in de woning- en utiliteitsbouw krijgt Bouwend Nederland signalen over een teruglopend aantal aanvragen en krimpende orderportefeuilles. Heezen vreest vooral voor de middellange en lange termijn. “Bedrijven kunnen nu nog verder werken met een orderportefeuille van drie tot zes maanden, maar als er niets bij komt dan gaat het natuurlijk opdrogen. Daar zit de grootste uitdaging voor de komende tijd.” 

Gemeenten besteden minder aan
Ook al wil iedereen dat er doorgebouwd wordt, lang niet elke gemeente lukt het om opdrachten in de markt te zetten. Bouwend Nederland ziet dat vooral kleine gemeenten daar moeite mee hebben. “We krijgen veel signalen dat er wat speelt wat betreft onderhandse aanbestedingen. Dat daar heel weinig bij komt, vooral vanuit gemeenten”, zegt Heezen. Dat heeft volgens hem te maken met een tekort aan geld en mankracht. “Je ziet gemeenten niet voldoende middelen hebben om daarmee door te gaan. In crisissituaties hebben gemeenten de gaten die zijn ontstaan op het sociale domein, proberen te dichten met andere budgetten, zoals die voor groenonderhoud en infrastructuur.” Andere gemeenten hakken geen knopen door omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn.

Jan Michiel Hebly, hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht en aanbestedingsadvocaat, herkent dat beeld. “Er wordt heel verschillend gereageerd door aanbestedende diensten, of ze nou wel of niet doorgaan met aanbestedingen. Sommige gemeenten zie je bijna stilvallen en anderen kiezen ervoor om door te gaan en te kijken waar het schip strandt.”

Heezen vindt niet dat er alleen naar gemeenten gekeken moet worden. “Uiteindelijk heeft het Rijk ervoor gekozen om in hun steunpakketten een grote taak naar de gemeenten over te dragen, dus het zou logisch zijn extra middelen in het gemeentefonds te stoppen, bedoeld voor de infrastructuur.” Zo zouden gemeenten de portefeuilles op peil kunnen houden.

Vertrouwen in de markt
Bij een recessie speelt consumentenvertrouwen ook mee, vooral voor de woningbouw. Bedrijven geven nu al aan dat kopers zich terugtrekken uit (nieuw)bouwprojecten. Heezen is dan ook voorstander van het stimuleren van dat vertrouwen bij consumenten, door te kijken naar startersleningen, de Nationale Hypotheekgarantie en het afschaffen van de overdrachtsbelasting. Ook woningcorporaties zouden gesteund kunnen worden, door de verhuurdersheffing te verlagen. “Dat zijn maatregelen die je nu zou moeten gaan nemen, zodat dat effect zich resulteert in 2021.” Hij hoopt dat het kabinet concrete maatregelen aankondigt op Prinsjesdag.

Leren van de vorige crisis
In 2008 kreeg de bouw ook te kampen met een flinke crisis. Kunnen we daar iets van leren? “Zeker”, zegt Heezen. “Tijdens de vorige crisis zagen we dat de overheid zeker in het begin van de crisis vrij afwachtend heeft gereageerd. Er zijn geen forse steunpakketten al vrij snel tijdens de crisis gelanceerd, voor de sector. Er zijn wel een aantal maatregelen genomen maar die kwamen vrij laat op gang.” Hij vindt dat betrokken partijen er nu op tijd bij zijn, voor wat betreft de coronacrisis. “Wat daarbij wel echt een grote kanttekening is, met name voor de infra en aanbestedingen, is dat die stikstof en PFAS-problematiek opgelost moet worden.”
Ook als het Rijk en gemeenten meer gaan aanbesteden, blijven stikstof en PFAS een probleem. Bouwbedrijven proberen dat op te lossen door gebruik te maken van de ADC-toets. Aanbestedende diensten vragen vaker om emissieloos te bouwen. En er ontstaat ruimte door verlaging van de maximumsnelheid op wegen, maar niet overal. Zo heeft de gemeente Zaanstad grote moeite om aan de woningvraag te voldoen omdat in die regio ook de woningbouw geraakt wordt door de stikstofregels. Elders in het land is dat minder het geval. “Ruimte creëren kan bijvoorbeeld door het extern salderen van natuurherstel wat breder mogelijk te maken, maar hier is wel een structurele oplossing voor nodig en die hebben we op dit moment niet.”

“In feite moeten de kosten voor het schoonmaken van PFAS of het voorkomen van verdere PFAS-vervuiling door degenen die de vervuiling veroorzaken betaald worden, in the end is dat de consument”, volgens Hebly. Moet dat dan van belastinggeld? “Dat is niet ondenkbaar, zoals we ook met zijn allen de verduurzaming van het autopark moeten dragen omdat de overheid vindt dat er meer elektrisch gereden moet worden.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Geen sprake van belangenverstrengeling aanbesteding marineschepen

Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat laat weten dat er geen sprake is geweest van belangenverstrengeling bij de aanbesteding van drie marineschepen, tussen 2017 en 2019. Een door Rijkswaterstaat ingehuurde adviseur die betrokken was bij de aanbesteding, bleek een patent te hebben op een techniek die op de nieuwe schepen werd toegepast.

De opdracht voor de drie Multi Purpose Vessels (MPV-30) ging bij gunning naar de Friese werf Bijlsma Wartena. De werf die naast de opdracht greep, protesteerde tegen de rol van de ingehuurde adviseur. De VVD vroeg om opheldering, waarna Rijkswaterstaat een onderzoek instelde. Van Nieuwenhuizen laat in een kamerbrief weten:

“Het onderzoek naar de vermeende belangenverstrengeling tijdens de aanbesteding van de MPV-30 concludeert: er is geen belangenverstrengeling en/of persoonlijke bevoordeling van de externe adviseur geconstateerd; wel was er sprake van schijn van belangenverstrengeling. RWS neemt maatregelen om bij volgende aanbestedingen ook de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.”

Ongeschikt
Eerder bleek dat de aangekochte schepen ongeschikt waren voor hun taak. Al tijdens de bouw concludeerde Rijkswaterstaat dat de schepen te diep lagen. Ook het zicht van de stuurman zou belemmerd worden door de kraan op het dek. Van Nieuwenhuizen laat weten dat de schepen toch in gebruik kunnen worden genomen. Het eerste schip wordt nog dit jaar opgeleverd.

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuw UU Centre for Public Procurement gaat van start

De lancering van het nieuwe UU Centre for Public Procurement (UUCePP) is een feit. Het centrum, verbonden aan de Universiteit van Utrecht, gaat zich bezighouden met multi- en interdisciplinair onderzoek op het gebied van aanbesteden en publieke inkoop, onder leiding van professor Elisabetta Manunza (Rechtsgeleerdheid) en professor Fredo Schotanus (Economie).

Verankering
“We zijn heel blij dat we met het UUCePP een blijvende positie binnen de universiteit hebben kunnen verwerven. Hiermee zijn onze werkzaamheden echt verankerd. En we zijn verheugd een rol te mogen spelen in het verder brengen van de doelstelling van onze universiteit: het bouwen aan een betere wereld”, licht professor Manunza toe. Het team bestaat nu al uit tien onderzoekers, voornamelijk gelieerd aan het departement Rechtsgeleerdheid. Dat team wordt uitgebreid met promovendi vanuit de Leerstoel Publieke Inkoop bij het departement Economie van professor Schotanus.

Interdisciplinair werd er in Utrecht al vanaf 2013 gewerkt via het samenwerkingsverband ‘Public Procurement Research Centre’ dat Manunza met Jan Telgen (UT) oprichtte. Daar gaven beiden leiding aan tot Jan Telgen met emeritaat ging. Met de benoeming van Fredo Schotanus als bijzondere hoogleraar Publieke Inkoop die daarop volgde, kreeg het nieuwe UUCePP langzaam vorm. Binnen het centrum komt de nadruk te liggen op onderzoek naar rechtvaardige en duurzame regulering, stimulering en benutting van de markt voor overheidsopdrachten.

Onderzoek
Het eerste wapenfeit volgt volgende maand al. Op 2 juni komen de resultaten van een onderzoek naar het opzetten van een adaptieve krijgsmacht naar buiten, in opdracht van het ministerie van Defensie. Manunza: “Mensen denken vaak dat wij klassiek, traditioneel juridisch onderzoek uitvoeren, maar dat is niet zo. We kijken of systemen in staat zijn de doelen te realiseren waarvoor zij bedacht zijn. We doen fundamenteel onderzoek naar daadwerkelijke problemen en die proberen we met een andere, nieuwe blik te bekijken. Daarbij is het nodig veel verder te kijken dan het aanbestedingsrecht.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Aantal gepubliceerde aanbestedingen terug op normale niveau

Het aantal gepubliceerde (Europese) aanbestedingen, rectificaties en vroegtijdige beëindigingen keert terug naar het normale niveau, vergeleken met de eerste weken sinds de uitbraak van het coronavirus in Nederland. Dat blijkt uit een analyse van Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo.

Vanaf de uitbraak van het virus in week 11 was er een stijging van het aantal rectificaties te zien. Dat was in lijn met de oproep van PIANOo om ruimhartig om te gaan met inschrijftermijnen en die zo nodig te verruimen. Het aantal vroegtijdige beëindigingen liet alleen in de daaropvolgende week (12) een lichte stijging zien. Vanaf die week is het aantal vroegtijdige beëindigingen gestaag gedaald. Deze bevinden zich nu weer op het reguliere niveau. Dat geldt ook voor het totale aantal gepubliceerde aanbestedingen.

Werken, leveringen en diensten
Gegevens uitgesplitst naar het soort aanbesteding laten allen dezelfde trends zien. Het aantal gepubliceerde aanbestedingen ligt rond hetzelfde gemiddelde als in deze weken in 2019.

Alleen het aantal gepubliceerde aanbestedingen voor werken en leveringen steeg sterk in week 16 (van 13 tot 19 april). Zo werden er 35 werken gepubliceerd, tegenover de tien die normaliter wekelijks online komen te staan. Voor leveringen was er een stijging van twintig procent te zien, van een gemiddelde van 54 naar 63 publicaties.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheden kopen vaker in op basis van MVI

Overheden kiezen vaker voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Dat blijkt uit een evaluatie van het MVI-beleid van de overheid over de periode 2015-2020. MVI komt vaker aan bod tijdens marktconsultaties en krijgt meer gewicht tijdens aanbestedingen. De evaluatie is uitgevoerd in opdracht van vijf ministeries en moet bijdragen aan besluitvorming over het vervolg van MVI-beleid.

Het Plan van Aanpak MVI moest destijds leiden tot handvatten voor duurzaam inkopen en aanbesteden, waarbij vaker gunningscriteria en dialoogfasen werden toegepast. Ook moesten bedrijven uit het mkb betere toegang krijgen tot overheidsopdrachten en moest er meer werkgelegenheid komen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

In het rapport ‘Evaluatie Plan van Aanpak MVI 2015-2020’ stellen de onderzoekers dat er een toename van het gebruik van MVI-gunningscriteria in aanbestedingen te zien is. Daarnaast krijgt MVI een groter gewicht in de scoringsmethodiek en komt het onderwerp vaker aan bod tijdens marktconsultaties. Overheden kopen vaker in op basis van MVI. Wel geven de onderzoekers aan dat zij geen causaal verband tussen het Plan van Aanpak MVI en grotere aandacht voor MVI kunnen aantonen.

MVI komt het vaakst aan bod tijdens het formuleren van de minimumeisen, maar wordt nog weinig toegepast bij contractmanagement of tijdens de contractfase. Social return, circulair, mkb- en milieuvriendelijk inkopen zijn de meest gebruikte thema’s in MVI-beleid. Biobased inkopen is het minst populair.

Aanbevelingen
De evaluatie leidt ook tot aanbevelingen voor toekomstig beleid. Zo kan het effect van MVI flink toenemen als MVI minder vrijblijvend wordt bij decentrale overheden. Daarnaast moet MVI-beleid bij inkopende organisaties in de gehele organisatie ingebed worden. Projectleiders en managers moeten beter doordrongen zijn van het belang van MVI, zodat inkopers hier concreet vorm aan kunnen geven. Dit is in lijn met de signalen die decentrale overheden afgaven tijdens het onderzoek. Zij stellen behoefte te hebben aan een duidelijke structuur en richtlijnen. Daarnaast hebben kleine decentrale overheden behoefte aan meer capaciteit:

“Succesvol toepassen van MVI staat of valt met voldoende tijd en capaciteit. Uit de interviews blijkt dat bij (met name kleinere) decentrale overheden het vaak ontbreekt aan capaciteit. Er is behoefte aan meer inkoop-fte’s zodat bijvoorbeeld betere marktconsultaties kunnen worden gehouden, zodat functionele aanbestedingen kunnen plaatsvinden en zodat gecontroleerd kan worden of contracten worden nageleefd. Bovendien is de functie van ‘inkoper’ is de laatste jaren erg veranderd: van een bestelfunctie naar aanbesteden en beleid uitvoeren. Hierdoor zijn er meer en andere mensen nodig.”

Ten slotte concluderen de onderzoekers dat de kennis van marktpartijen essentieel is voor ambitieuzer en realistischer MIV-beleid. Eigenaarschap van het onderwerp MVI bij het Rijk en structurele financiering kunnen bovendien helpen MVI nog beter op de kaart te zetten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Strenger toezicht Commissariaat voor de Media na fouten in aanbestedingen

Minister Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media laat aan de Tweede Kamer weten dat er strenger toezicht komt op het Commissariaat voor de Media. In januari werd bekend dat het Commissariaat fouten had gemaakt bij aanbestedingen met een waarde van meer dan 50.000 euro.

NRC berichtte in januari dat het Commissariaat niet alleen had nagelaten meerdere offertes op te vragen bij de inkoop van goederen en diensten, maar dat er ook buitensporig veel geld gemoeid was met die inkoop. Het Commissariaat verantwoordde niet waarom het afweek van de geldende regels.

Extra aandacht
Slob schrijft aan de kamer: “Er is rond het Commissariaat een situatie ontstaan die extra aandacht en inspanningen vergt van zowel het Commissariaat als het ministerie. […] Naar aanleiding van dit onderzoek wordt met hoge prioriteit ingezet op het krijgen van meer inzicht in de eigen doelmatigheid bij het Commissariaat. Daar hoort bij dat er meer inzicht en transparantie komt in en over de verschillende componenten van eigen bedrijfsvoering, waaronder inkoop.”

Hij laat daarnaast weten dat hij de AuditDienstRijk (ADR) zal vragen toezicht te houden op de jaarrekening van het Commissariaat. Volgende maand volgt het resultaat van een onderzoek naar de governance van het Commissariaat.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat maakt fouten bij aanbesteding SAR

Rijkswaterstaat heeft bij de aanbesteding van helikopters voor de Search- and Rescue-dienst (SAR) in 2016 een onduidelijk programma van eisen neergelegd. Als gevolg daarvan kan bij een grote crisissituatie mogelijk niet de juiste hulp worden verleend. Dat is de uitkomst van een onderzoek naar de hulpverlening op zee. Het rapport werd vorige week gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Rijkswaterstaat schreef de aanbesteding in 2015 uit. Tot 2012 verzorgde Defensie de reddingsvluchten zelf, met eigen Lynx-helikopters. De opdracht werd gegund aan het Belgische Noordzee Helikopters Vlaanderen (NHV), op basis van de laagste prijs. Toen er twijfels rezen over het functioneren van de helikopters en de SAR in het algemeen, stelde minister Cora van Nieuwenhuizen een onderzoek in.

Onduidelijk Programma van Eisen
De onderzoekers concluderen nu dat Rijkswaterstaat onvoldoende kennis had om een duidelijk en onderbouwd programma van eisen neer te leggen. ”[Het] Programma van Eisen dat ten grondslag ligt aan de dienstverlening [is] zeer breed interpreteerbaar en moeilijk te handhaven. Dit heeft ertoe geleid dat er al sinds de gunning voortdurend discussie is of het bedrijf al dan niet voldoet aan de gestelde eisen”, zeggen de onderzoekers in het rapport. Het onderzoek werd uitgevoerd door veiligheidsdeskundigen van KLM en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

Geringe kennis
Het rapport looft de inzet van de bemanning en voorziet geen kritische veiligheidsproblemen als er op korte termijn maatregelen worden genomen. Wel zijn de onderzoekers kritisch op de rol van Rijkswaterstaat: “Rijkswaterstaat wordt in het contractbeheer gehinderd door geringe kennis van luchtvaart en SAR”. Ook het contractbeheer en audits zijn niet op orde. Bovendien, zeggen de onderzoekers, heeft Rijkswaterstaat niet adequaat gereageerd op zorgen en klachten van derden. In 2015 waren er al grote zorgen over de toereikendheid van de NHV-helikopters.

Daarom zal Defensie voortaan de aanbesteding van het materieel verzorgen. De volgende aanbesteding zal plaatsvinden in 2022. Van Nieuwenhuizen zal op korte termijn de contracteisen opnieuw bekijken en externe expertise inschakelen.

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Geef je mening en win €50,-

Deze vragenlijst is opgesteld voor een afstudeeronderzoek over Inkoperscafe.nl. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer 3 minuten en is anoniem. Bij de laatste vraag krijgt u de mogelijkheid om uw e-mailadres in te vullen om kans te maken op een waardebon van bol.com t.w.v. €50,-.

Alvast hartelijk dan voor uw deelname!

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek innovatiegericht inkopen EU

De Europese Commissie doet in 2018 onderzoek naar innovatiegericht inkopen in Europa. Het doel is om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de omvang daarvan. De gegevens worden daarnaast gebruikt om een helder beeld te vormen over de verdeling van innovatiegericht inkopen per sector in de Europese lidstaten. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeentelijke samenwerking zorgt voor meer uitgaven

Samenwerking tussen gemeenten verlaagt de uitgaven niet. Ook leidt samenwerking niet tot een meetbare verbetering van gemeentelijke voorzieningen. Dat terwijl het aantal samenwerkingen tussen gemeenten tussen 2005 en 2013 wel een enorme vlucht heeft genomen. In die periode verviervoudigden de uitgaven via gemeentelijke samenwerkingen tot ruim 8 miljard euro per jaar. Dat concluderen Maarten Allers en Tom de Greef van het Centrum voor onderzoek van de economie en lagere overheden (COELO), verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Vertrouwen lost bouwdrama’s op

Uit onderzoek blijkt dat bouwprojecten vaak later af zijn dan verwacht en meer kosten dan dat afgesproken is. Daardoor kan er onenigheid ontstaan. Volgens bouwadvocaat Arent van Wassenaer zijn de bouwdramas’s te voorkomen door onder andere meer vertrouwen in elkaar te hebben. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Samenwerking gemeente en jeugdzorgaanbieders nog niet goed

Uit een onderzoek van Q-Consult Zorg blijkt dat de samenwerking tussen gemeenten en jeugdzorgaanbieders nog niet goed verloopt. Door de administratieve lasten aan de kant van de aanbieder en de niet goed geformuleerde visie van de zorg aan de kant van de gemeente, ontstaan er slechte afspraken. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar drijfveren van publieke inkopers

Voor het vierde jaar op rij onderzoekt Aeves met een afstudeerder Facility Management van de Haagse Hogeschool inkoop in de publieke sector. Dit jaar staat het kernbegrip van Aeves “Whats your drive?” centraal. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Digitale aanbestedingen nemen toe

Sinds 2013 is het aantal digitale aanbestedingen in Nederland flink toegenomen. Hiermee heeft Nederland zich ontwikkeld van achterblijver tot volger in Europa. Dat blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Publieke inkoopafdelingen vergrijzen

De gemiddelde leeftijd van inkooppersoneel ligt tussen de 41 en 50 jaar, blijkt uit onderzoek van InQuest en In2Talent onder 133 inkoopprofessionals uit de publieke sector. Het onderzoek toont daarnaast aan dat 33% van de overheidsinkopers ouder is dan 50. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

MKB is niet positief over Aanbestedingswet 2012

Sinds de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt EMVI weliswaar vaker toegepast, maar daarin ligt meer nadruk op het criterium ‘prijs’ dan voorheen. In 2014 werd bij 43% van de aanbestedingen prijs voor meer dan 50% meegewogen bij het bepalen van de eindscore. In 2009 lag dit percentage op 27%. Dat blijkt uit het Eindrapport Evaluatie Aanbestedingswet van KWINK groep.

Uit de enquête blijkt dat het grootbedrijf aanzienlijk positiever is over het effect van EMVI op hun toegang tot overheidsopdrachten dan het MKB. 43% van het grootbedrijf geeft aan dat EMVI hun toegang tot overheidsopdrachten heeft verbeterd. 8% van het grootbedrijf is van mening dat EMVI een negatief effect heeft op de toegang van overheidsopdrachten. Daarentegen geeft 22% van de MKB’ers aan dat EMVI hun toegang heeft verbeterd. 30% van het MKB is van mening dat EMVI de toegang heeft verslechterd.

Toegang MKB
Het verbeteren van de toegang van het MKB is een van de doelstellingen van de Aanbestedingswet. De gunning van de overheidsopdrachten aan het MKB is echter nagenoeg gelijk gebleven, ten opzichte van de situatie vóór de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet. Het grootbedrijf wint relatief vaker opdrachten met een grotere waarde dan het MKB.

Proportionaliteit
De aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit hebben wat betreft het aantal en de zwaarte van geschiktheidseisen, de toepassing van het model Eigen verklaring en de lengte van de termijnen bijgedragen aan meer proportioneel aanbesteden. Op het gebied van het samenvoegen van opdrachten, het opdelen van opdrachten in percelen en de contractvoorwaarden heeft de wet niet of beperkt geleid tot een zichtbare verandering in de aanbestedingspraktijk, blijkt uit het rapport. Twee derde van de ondernemers vond de eisen in aanbestedingsprocedures in het afgelopen jaar soms of regelmatig niet proportioneel. Voor het MKB was dit vaker een reden om niet in te schrijven, dan voor het grootbedrijf.

Innovatie en duurzaamheid
Met de Aanbestedingswet is beoogd om meer ruimte te bieden voor innovatief en duurzaam inkopen. Hiermee wordt gedoeld op de mogelijkheid om via aanbestedingen beleidsdoelstellingen te bereiken op het gebied van milieu en sociale omstandigheden. De criteria ‘innovatie’ en ‘duurzaamheid’ worden niet vaker dan in 2009 gebruikt. De keren dat er in 2014 EMVI is toegepast, is bij minder dan 15% van de aanbestedingen ‘duurzaamheid’ meegenomen als criterium. Bij minder dan 5% van de aanbestedingen is ‘innovatie’ meegenomen als criterium.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vergrijst de publieke sector?

Nederlanders worden steeds ouder. Dat is een teken van toegenomen welvaart, maar stelt de samenleving ook voor een aantal uitdagingen. De bevolkingsprognose van het CPB toont aan dat het aantal 65-plussers in 2041 het hoogtepunt van 4,7 miljoen zal bereiken. InQuest is daarom een onderzoek gestart naar de consequenties hiervan voor inkopers en aanbesteders in de publieke sector.

Wat betekent de vergrijzing voor inkopers en aanbesteders in de publieke sector? Is de gemiddelde leeftijd van inkooppersoneel hetzelfde als de gemiddelde leeftijd van de ambtenaar? Spelen publieke inkooporganisaties in op het geschetste toekomstbeeld? Hoe denkt inkooppersoneel over vergrijzing en wat vinden ze van de manier van anticiperen door de inkooporganisatie? Zijn inkopers van plan om de rijksoverheid te verlaten?

Deelnemen
U kunt deelnemen aan het onderzoek door deze vragenlijst (10 minuten) in te vullen. Onder de deelnemers worden vier kaarten voor het evenement ‘Inkopers op de Golfbaan’ verloot! In september zullen de resultaten worden gedeeld.

Partner van Aanbestedingscafé:

Zeven medewerkers van NS gestraft om rol ‘Limburg’

Zeven medewerkers van NS zijn op non-actief gesteld of hebben een straf gekregen voor hun betrokkenheid bij de omstreden aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg. Dat blijkt uit een brief van minister Dijsselbloem van Financiën aan de Tweede Kamer.

Tegen de medewerkers zijn volgens de minister “arbeidsrechtelijke maatregelen” getroffen op grond van het onderzoek van advocatenkantoor De Brauw naar de aanbesteding. Dit onderzoek is nog niet definitief. NS-dochter Qbuzz maakte zich eerder schuldig aan spionage door via een schijnconstructie een medewerker van concurrent Veolia in te huren.

De Brauw
De objectiviteit en werkwijze van De Brauw als onderzoeker ligt na publicaties van Het Financieele Dagblad van vorige week ook onder vuur omdat hetzelfde kantoor NS bijstond bij het onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) naar klachten van concurrent Veolia over machtsmisbruik door NS bij de aanbesteding. Dat schrijft NRC.nl.

Onafhankelijkheid garanderen
De Brauw zorgde er met juridische procedures voor dat publicatie van het ACM-rapport maandenlang werd vertraagd, totdat Dijsselbloem hier een einde aan maakte. De tegenstrijdige belangen van De Brauw bij verschillende NS-klussen leiden nu tot een reeks van maatregelen om de onafhankelijkheid te garanderen, blijkt uit de brief van Dijsselbloem en een reactie van De Brauw.

Voor de zekerheid
Dijsselbloem schrijft aan de Kamer dat hij “geen reden heeft om de integriteit en de kritische houding van De Brauw in twijfel te trekken.” Voor de zekerheid laat hij toch een onafhankelijk onderzoeker kijken naar  het Limburg-onderzoek van De Brauw. Het advocatenkantoor zal in ieder geval geen onderzoek doen naar andere aanbestedingen waar NS of een NS-dochter aan deelneemt.

Reeks aan onderzoeken
De Brauw heeft zelf dan wel weer een onderzoeker aangesteld om te oordelen over de objectiviteit van het NS-onderzoek. Naast de onderzoeken naar De Brauw kondigt Dijsselbloem ook een grootschalig onderzoek naar integriteit en ethiek binnen NS aan naar aanleiding van de Limburgse fraude. Onderzoeksbureau Alvarez & Marsal analyseert alle procedures binnen NS  om “onregelmatigheden te voorkomen en integer gedrag te bevorderen.” De uitkomst wordt in september of oktober verwacht. En de reeks aan onderzoeken lijkt geen einde te kennen, want ook voor dat onderzoek van Alvarez & Marshal wordt voor de zekerheid door de minister weer een onafhankelijke onderzoeker naar het onderzoek aangesteld. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Innovatief inkopen wint terrein in publieke sector

De publieke sector richt zich steeds meer op het slim inkopen van producten en diensten. Een innovatieve manier van inkopen moet ervoor zorgen dat de overheid 6,14 miljoen euro kan bezuinigen in 2015. Aeves heeft 70 inkopers aan de tand gevoeld of, en op welke manier, er innovatief ingekocht wordt in de publieke sector.

Uit dit onderzoek blijkt dat innovatieve inkoopmethodes terrein aan het winnen zijn bij overheidsinstanties. 76% van de respondenten geeft aan al langer dan twee jaar innovatief in te kopen. Zij gebruiken EMVI criteria het meeste (91%), gevolgd door functioneel specificeren (73%), marktconsultatie (73%) en Best Value Procurement (62%). De voornaamste reden voor het gebruik van deze methoden is het behalen van ‘betere kwaliteit’, gevolgd door ‘kennis uit de markt halen’ en ‘kosten besparen’. 67% van de respondenten verwacht dat innovatief inkopen in de toekomst verder toeneemt.

Besef van nut
Uit de cijfers van het onderzoek wordt geconcludeerd dat het besef van nut van innovatief inkopen aanwezig is. “Benut de expertise en deskundigheid van de leverancier”, stellen de inkoopprofessionals. De leverancier is expert in zijn vakgebied en weet als geen ander wat de mogelijkheden zijn. De inkoper stelt daarbij de vraag: hoe kan er zoveel mogelijk ruimte worden gegeven om de beste kwaliteit te realiseren? Hij betrekt daarbij kennisinstituten en het bedrijfsleven om de meest innovatieve oplossingen te vinden.

Succesfactoren
In het onderzoek worden tevens een aantal factoren genoemd die essentieel zijn voor het succes van innovatief inkopen. Het is onder andere belangrijk dat er rugdekking vanuit de interne organisatie is. Inkopers moeten zich vrij voelen om voor een alternatieve methode te kiezen en te experimenteren. Daarnaast moet er voldoende tijd beschikbaar zijn om innovatief inkopen toe te passen. Zeker bij vormen zoals Best Value Procurement en concurrentiegerichte dialoog is er meer voorbereidingstijd voor het traject nodig. Het is daarnaast belangrijk dat er een divers team op de aanbesteding gezet wordt, welke zorgt voor meer creativiteit. Als laatste is goede communicatie met en vertrouwen in marktpartijen de sleutel tot innovatief inkopen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek: innovatief inkopen bij de overheid

Het economische klimaat in Nederland leidt tot ombuigingen in overheidsbestedingen. In 2015 moet de Rijksoverheid alleen al 6,14 miljard euro bezuinigen.[slide] Om deze bezuiniging te halen streeft het kabinet naar een compacte overheid die slim inkoopt. Hierbij wordt ingezet op innovatiegericht inkopen.

Innovaties (vernieuwingen van product, dienst of proces) zijn een voorwaarde om met minder middelen meer of hetzelfde resultaat te behalen. Deze efficiency sluit aan bij de besparingsambitie. Om leveranciers te stimuleren nog meer werk te maken van ‘innovatie’ heeft het kabinet besloten om 2,5% van de overheidsuitgaven aan innovaties te besteden. Dit moet een boost geven aan de innovatie in het bedrijfsleven.

Innovatie inkopen
De theorie zegt dat innovaties op een niet-traditionele manier moeten worden ingekocht. Aeves wil graag onderzoeken hoe dit in de praktijk werkt en heeft hiervoor een onderzoek opgesteld. Met dit onderzoek wil Aeves inzichtelijk maken in welke mate overheidsorganisaties innovatief inkopen succesvol toepassen en op welke inkoopcategorieën dit betrekking heeft.

Deelnemen
Het invullen van de vragenlijst kost ongeveer 10 minuten. Deze is te bereiken via deze link. De onderzoeksresultaten worden in mei op AanbestedingsCafe.nl gepubliceerd.

Partner van Aanbestedingscafé:

Integriteitsproblemen overheid geen incident

De helft van de inkopers bij de overheid heeft aanbestedingen meegemaakt waarbij van de wettelijke regels werd afgeweken. [slide]Een op de vier inkopers heeft vermoedens van fraude door ambtenaren of leveranciers.

Dit blijkt uit een onderzoek van Aeves, een adviesbureau voor inkoop, verkoop en marketing. Aeves-directeur Wim Nieland zegt, tegen de Volkskrant, dat de enquête onder inkopers laat zien dat integriteitproblemen bij politie en defensie ‘geen incidenten zijn, maar aan de lopende band gebeuren – bij tal van overheidsinstellingen’.

Lastig parket
‘De inkopers zitten in een lastig parket’, zegt Nieland. ‘Een tijdverslindende Europese aanbesteding is vaak een doorn in het oog, en kost ook nog eens veel geld. Intern krijgen inkopers te horen dat ze tempo moeten maken, en dat het goedkoper moet. Intussen staan leveranciers aan de deur te rammelen in de hoop de klus te krijgen.’ Nieland geeft daarnaast aan dat er onder de tafel enveloppen met geld of reisjes worden aangeboden. Tegelijkertijd zijn inkopers doodsbang om fouten te maken.

Onderlinge controle
Een kwart van de 217 geïnterviewde inkopers geeft aan dat zij aanbestedingen hebben meegemaakt waarbij de leveranciers proberen te frauderen, of waarbij ambtenaren gevoelig bleken voor avances vanuit de markt. Ondanks deze cijfers geeft driekwart van de ondervraagden aan dat de integriteit bij aanbestedingen de laatste jaren is gestegen, als gevolg van de onderlinge controle.

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres