Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgkantoren in beroep tegen uitspraak inkoopbeleid Wlz

De vijf zorgkantoren die begin deze maand te horen kregen dat zij niet voldeden aan de aanbestedingsrichtlijnen gaan in hoger beroep. De manier waarop ze de kortingspercentages moeten onderbouwen is volgens hen onuitvoerbaar.

Op 1 oktober j.l. deed de rechter uitspraak in een rechtszaak die 68 zorgaanbieders hadden aangespannen tegen vijf zorgkantoren. De zorgaanbieders vonden de gehanteerde tarieven niet reëel. De rechter stelde hen in het gelijk en oordeelde dat de zorgkantoren de tarieven onvoldoende onderbouwd hadden. Ook handelden de zorgkantoren daarmee volgens de rechtbank niet volgens de geldende aanbestedingsbeginselen. De zorgkantoren mogen gestarte inkoopprocedures niet voortzetten en moeten de tarieven voor 2020 aanhouden, tenzij ze kunnen aantonen dat de gehanteerde tarieven voldoen aan geldende eisen.

Wettelijk kader
De zorgkantoren willen dat de rechter het vonnis verduidelijkt. In een reactie schrijven de betrokken zorgkantoren: “Zorgkantoren willen uiteraard ook graag werken met reële en goed onderbouwde tarieven, maar zijn van mening dat zij niet kunnen voldoen aan de gestelde eisen voor de onderbouwing. Ze hopen met een hoger beroep tot een werkwijze te komen die voor hen wel uitvoerbaar is. De maatschappelijke opgave voor een goede, betaalbare en beschikbare langdurige zorg is te groot om stil te staan en op oude voet door te gaan. Zorgkantoren vinden het daarom van essentieel belang dat de rechter hen duidelijkheid biedt over de kaders die worden gesteld aan de werkwijze waarbinnen zorgkantoren hun wettelijke taak kunnen uitvoeren.”  

Bron: Skipr.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Coulance RWS bij inschrijving wordt inschrijver na 3 keer fataal

Een deelnemer van een raamovereenkomst mag drie keer een ‘natte handtekening’ inleveren in plaats van een elektronische handtekening. Kan hij dan, als hij het een vierde keer doet, uitgesloten worden?  

Deze vraag stond centraal in een rechtszaak [EJEA 20-100] in juli dit jaar.

Wat voorafging
Na een Europese aanbestedingsprocedure is een Combinatie geselecteerd voor de percelen 3 en 5 van de Raamovereenkomst ‘Projectbeheersing’. Op grond van de Raamovereenkomst wordt de Combinatie, samen met de overige gecontracteerde partijen, door Rijkswaterstaat uitgenodigd om in minicompetities mee te dingen naar andere overeenkomsten. De Combinatie heeft ingeschreven op verschillende minicompetities binnen de Raamovereenkomst.

Kort voor de uiterste inschrijvingstermijn van een minicompetitie, constateerde een van de combinanten dat de autorisatie voor de vereiste digitale handtekening was verlopen. De Combinatie heeft daarop toestemming gekregen van Rijkswaterstaat om, naast het tijdig uploaden van de aanbestedingsdocumenten, de originele inschrijving met ‘natte’ handtekeningen fysiek af te geven bij Rijkswaterstaat. De Combinatie heeft die minicompetitie vervolgens gewonnen.

Hierna heeft de Combinatie nog twee keer op dezelfde wijze ingeschreven op een minicompetitie binnen de Raamovereenkomst. Deze inschrijvingen zijn als geldig aangemerkt.

Toen ging het mis 
Op 10 december 2019 is de Combinatie door Rijkswaterstaat uitgenodigd om in te schrijven op de minicompetitie voor het project ‘inrichting van en beheersen van financieel en capaciteitsmanagement’.

De Combinatie heeft daarop ingeschreven door, net als de vorige keren, de aanbestedingsstukken te uploaden in TenderNed en fysiek de originele inschrijving, met natte handtekeningen, in te leveren bij Rijkswaterstaat tegen afgifte van een ontvangstbevestiging.

Maar toen kreeg de Combinatie op 12 februari 2020 het volgende bericht:

“Met betrekking tot uw inschrijving delen wij u mede dat uw inschrijving ongeldig is verklaard om de volgende reden(en): De ondertekening van uw inschrijving voldoet niet aan de eisen die Rijkswaterstaat hieraan stelt. Conform het gestelde in de Uitnodiging tot Inschrijving dienen Inschrijvingen ondertekend te worden met een gekwalificeerde elektronische handtekening conform Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014. Ik heb derhalve uw inschrijving ter zijde gelegd.”  

Op 18 februari 2020 heeft de Combinatie bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van de inschrijving en verzocht om een herstelmogelijkheid. Rijkswaterstaat heeft dat bezwaar op 20 februari 2020 ongegrond verklaard.

De rechtszaak
De Combinatie stapte vervolgens naar de rechter om de Staat te gebieden de ongeldigheid van de inschrijving in te trekken.

De rechter geeft in haar oordeel aan dat de toestemming voor een natte handtekening in 2019 afgegeven was, omdat het een noodsituatie betrof. Gelet op het gelijkheidsbeginsel was Rijkswaterstaat niet eens verplicht om zich zo coulant op te stellen. De Combinatie had zich dit moeten realiseren.

Volgens Rijkswaterstaat betrof het een eenmalige toestemming vanwege de noodsituatie. De Combinatie brengt hier tegenin dat er sprake was van een algemene toestemming, omdat zij ook tijdens volgende minicompetities onder de Raamovereenkomst op die wijze mocht inschrijven. Hiervoor kan de Combinatie echter geen stukken overleggen die de juistheid van de stelling onderbouwen.

Volgens de rechter lag aan de toegestane uitzondering een concrete noodsituatie ten grondslag. Waarom zou de Combinatie ook een uitzonderingspositie in mogen nemen bij afwezigheid van zo’n situatie? Zeker nu de Combinatie heeft aangegeven dat het vrij simpel is om een nieuwe autorisatie voor de vereiste handtekening te verkrijgen en dat zij daarover inmiddels weer beschikt. De door de Combinatie gestelde algemene toezegging zou, ten opzichte van de andere inschrijvers, ook in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel.  

Rekening houdend met het essentiële belang van het gelijkheidsbeginsel in het aanbestedingsrecht, waarmee de Combinatie bekend moet zijn geweest, mocht de Combinatie er niet op vertrouwen dat zij ook in deze minicompetitie mocht inschrijven op een afwijkende wijze. Ook niet nadat de inschrijvingen in de twee eerdere minicompetities, waarbij ook een natte handtekening was gebruikt, niet ongelding waren verklaard. Volgens de rechter moet ervan uitgegaan worden dat dit laatste het gevolg was van onachtzaamheid van Rijkswaterstaat. De aanbestedende dienst heeft de inschrijving van de Combinatie dus op goede gronden als ongeldig aangemerkt.

Kennis van het aanbestedingsrecht opfrissen?

Deze case is één van de rechtszaken die Theo van der Linden gaat behandelen tijdens de kennissessie ‘Actuele aanbestedingsjurisprudentie’ op 21 oktober 2020. Op een speelse wijze zal Van der Linden de belangrijkste rechtszaken van het afgelopen half jaar behandelen.

TenderSuceces is partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Beleid vijf zorgkantoren voor inkoop langdurige zorg onrechtmatig

Het beleid dat vijf zorgkantoren hebben vormgegeven voor de inkoop van langdurige zorg, is als onrechtmatig bestempeld voor het jaar 2021. De zorgkantoren mogen gestarte inkoopprocedures niet voortzetten en moeten de tarieven voor 2020 aanhouden, tenzij ze kunnen aantonen dat de gehanteerde tarieven voldoen aan geldende eisen. Dat oordeelde de rechtbank Den Haag vorige week.

De rechtszaak tegen de vijf zorgkantoren was door 68 instanties aangespannen, waaronder instanties actief in de GGZ en gehandicaptenzorg. Zij vonden dat de geboden tarieven niet kostendekkend en reëel waren. De zorgkantoren stelden dat de tarieven wel degelijk rechtmatig waren, voldoende voor het leveren van goede zorg. De rechter stelde daarop dat de zorgkantoren de gehanteerde tarieven niet voldoende gemotiveerd hebben. Zij zouden wel degelijk reële tarieven moeten bieden, omdat ze gebonden zijn aan aanbestedingsbeginselen.

Volgens de voorzieningenrechter hadden de vijf zorgkantoren per sector moeten bekijken wat haalbaar is qua tariefstelling of tenminste een onderzoek moeten instellen. Dat hebben de zorgkantoren nagelaten.

Bron: rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Is de proportionaliteitstoets bij inschrijvingsgebreken op zijn retour?

Over de ruimte voor het herstel van een gebrek in een inschrijving is in de afgelopen decennia veel rechtspraak verschenen. Belangrijke mijlpalen vormen het SAG ELV Slovensko-arrest en het Manova-arrest van het Hof van Justitie EU. In het SAG ELV Slovensko-arrest formuleerde het Hof van Justitie een juridisch kader voor de bevoegdheid om een herstelmogelijkheid te bieden. In het Manova-arrest voegde het Hof van Justitie een element toe aan dit juridisch kader: als in de aanbestedingsstukken is vermeld dat bepaalde informatie of een bepaald stuk op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt, is herstel van een gebrek niet toegestaan.

Het SAG ELV Slovensko-arrest en het Manova-arrest hebben gezorgd voor een meer eenduidige beoordeling van gebreken in een inschrijving in de Nederlandse rechtspraak. Vóór deze arresten hielden veel voorzieningenrechters er hun eigen juridisch kader op na. Zo woog de ene voorzieningenrechter mee of de aanbesteder een verwijt kon worden gemaakt van het gebrek, terwijl andere voorzieningenrechters deze omstandigheid buiten beschouwing lieten. Aan deze praktijk hebben het SAG ELV Slovensko-arrest en het Manova-arrest dus een einde gemaakt. Maar wie denkt dat de rechtspraak is uitgekristalliseerd, komt bedrogen uit.

In juni 2015 deed het hof Den Haag een opmerkelijk uitspraak. Hoewel in deze zaak de formulering van de aanbestedingsstukken in de weg stonden aan het bieden van een herstelmogelijkheid, moest de aanbesteder herstel van een gebrek toch toestaan. Het proportionaliteitsbeginsel noopte de aanbesteder daartoe, aldus het hof Den Haag.

Op deze proportionaliteitstoets is in de jaren daarop veelvuldig een beroep gedaan door onfortuinlijke inschrijvers. Inschrijvers boekten daarmee weliswaar niet veel succes, maar de proportionaliteitstoets als zodanig werd wel als uitzondering op de regel uit het Manova-arrest (geen herstel wanneer informatie of stuk op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt) geaccepteerd.

In latere rechtspraak raakte de proportionaliteitstoets uit beeld. Rechters grepen terug op het Manova-arrest. Als bepaalde informatie of een bepaald stuk op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt, is een herstelmogelijkheid niet aan de orde. Punt uit. Er is dan geen ruimte voor een proportionaliteitstoets. Aanleiding voor deze rechtspraak is het Connexxion-arrest van het Hof van Justitie.

Deze lijn wordt ook gevolgd in een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank overweegt dat het document dat door de klagende inschrijver is ingediend en een gebrek bevat op basis van de aanbestedingsstukken op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt. Het Manova-arrest dwingt de aanbesteder de inschrijving terzijde te leggen. Ruimte voor een proportionaliteitstoets is er niet, aldus de rechtbank.

Vervolgens zet de rechtbank de deur toch op een (klein) kiertje voor een proportionaliteitstoets. De klagende inschrijver deed een beroep op het eerder genoemde arrest van het hof Den Haag uit 2015. Zij betoogde dat het onthouden van een herstelmogelijkheid in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel. De rechtbank verwerpt weliswaar dit betoog, maar niet omdat het hof Den Haag een onjuist beoordelingskader zou hebben gehanteerd. De rechtbank vind eenvoudigweg dat de feiten in die kwestie te veel afweken.

Bestaat er ruimte voor een proportionaliteitstoets, als de aanbestedingsstukken het verstrekken van bepaalde informatie of een bepaald document op straffe van uitsluiting voorschrijven? Het laatste woord hierover is waarschijnlijk nog niet gezegd of geschreven.   

Bekijk de uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgverzekeraars beboet om onvoldoende transparantie over inkoop

De Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) legt vier zorgverzekeraars elk een boete van 25.000 euro op omdat zij onvoldoende transparant zijn geweest over hun inkoopbeleid. Wijzigingen in het inkoopbeleid en in de procedure van zorginkoop zijn niet volgens de regels bekend gemaakt. Dat is nadelig voor zorgaanbieders, stelt de Nza.

Het gaat om VGZ, Univé, UMC en IZA, die vallen onder de vlag van Coöperatie VGZ. Met hun werkwijze overtraden zij de Regeling transparantie zorginkoopproces Zvw. De Nza kreeg in 2019 een melding over mogelijke overtredingen bij het zorginkoopproces en deed onderzoek. Daaruit bleek dat VGZ publicatiedata van conceptovereenkomsten wijzigde zonder die tijdig aan te kondigen. Daarnaast verlengde de verzekeraar de tekentermijn van de inkoop van farmaceutische zorg en protheses, ook zonder dit op tijd en op de juiste manier te melden.

Een transparant zorginkoopproces is van belang om te komen tot goede afspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Overtreding van regels die deze transparantie borgen, kan in het nadeel zijn van zorgaanbieders. Het is daarnaast, zoals ook blijkt uit onze jaarlijkse monitors over de contractering, een bron van ergernis voor zorgaanbieders”, schrijft de Nza.

Bron: Nza.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Zijn rechters te veel op de hand van de aanbestedende dienst?

In juridische kringen is veel discussie over (het gebrek aan) rechtsbescherming van inschrijvers. Het best geïllustreerd wordt dit m.i. door mr. J.F. van Nouhuys in het Tijdschrift Aanbestedingsrecht:  

“Hoe kan het dat als in drie instanties wordt geconcludeerd dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd, de inschrijver die daarover terecht klaagt, toch met lege handen staat en ruim €38.000,- proceskosten moet vergoeden?” Beter kan het volgens mij niet weergegeven worden.  

Mij valt ook op dat rechters vaak heel streng zijn voor inschrijvers (één kleine vergissing, terecht uitgesloten) terwijl ze soepel omgaan met aanbestedende diensten die fouten maken. Ik zal een zestal voorbeelden noemen.  

Zo zegt de rechtbank Gelderland het volgende over hoe een criterium begrepen moet worden:  

“Bij enigszins oppervlakkige beschouwing zou gemeend kunnen worden dat daaronder alle materialen vallen en dus ook materialen die niet kunnen worden hergebruikt, maar alleen vernietigd, zoals EPR-afval. Bij nauwkeuriger beschouwing is dat niet een voor de hand liggende lezing.” In mijn ogen moet het ook bij een eerste beschouwing gewoon volstrekt duidelijk zijn.  

Succhi di Frutta zegt: “Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze.” Kortom, ook bij een enigszins oppervlakkige beschouwing moet duidelijk zijn wat er bedoeld wordt. Als er überhaupt een ‘nauwkeuriger lezing’ nodig is, is er iets mis.  

Een ander voorbeeld: door een aantal bezwaren zijn er maar liefst vier gunningsbeslissingen. Bij de eerste drie is de inschrijving van een bedrijf gewoon geldig, maar bij de vierde gunningsbeslissing is er ineens sprake van een ongeldige inschrijving.  

“Anders dan [eiseres] meent levert de enkele omstandigheid dat Enexis c.s. bij drie eerdere beoordelingen geen aanleiding zag om de inschrijving van [eiseres] ongeldig te verklaren respectievelijk [eiseres] uit ter sluiten van de procedure echter nog geen grond op om te oordelen dat Enexis c.s. bij de vierde beoordeling het recht moet worden ontzegd om [eiseres] uit te sluiten respectievelijk haar inschrijving ongeldig te verklaren.”  

Waarom wordt een aanbestedende dienst niet gehouden aan de eerste beoordeling? Aanbestedende diensten moeten hun werk toch ook gewoon goed doen? Bedrijven mogen vrijwel nooit een foutje herstellen, waarom aanbestedende diensten dan wel?  

En waarom zijn rechters zo soepel over gunningscriteria die evident onzinnig en oncontroleerbaar zijn. De rechtbank Den Haag vindt het geen enkel probleem dat bij een aanbesteding van bushokjes (!?) de ‘verfijnheid van het ontwerp’ en de ‘kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers’ meegewogen wordt in de beoordeling. Als je deze rechtszaak leest denk je dat je naar een uitzending van Monty Python kijkt. (“Your honor, the exquisite design of the ashtrays, provided by my client, are of the upmost importance for the quality-experience of the travellers and visitors”).  

Sowieso humor dat de aanbestedende dienst in de motivering spreekt over de kwaliteitsbeleving van de reizigers en de bezoekers. Gaat u wel eens op bezoek in een bushokje?  

Een vierde voorbeeld gaat over aanbestedende diensten die een raamovereenkomst afsluiten maar daarna individuele medewerkers buiten die raamovereenkomst laten inkopen. Dat heet Maverick-buying en is erg vervelend voor de bedrijven die die aanbesteding gewonnen hebben. Bij een aanbesteding voor hotelboekingen en vergaderaccommodaties, kwam de winnaar erachter dat er veel buiten haar om plaatsvond. Die partij had zich volgens de rechter gelijk bij de staat moeten beklagen over het feit dat er sprake was van een tekortkoming en/of een rechtmatige daad. Dat kan wel zijn, maar de rechter gaat er gemakshalve aan voorbij dat je als leverancier een zekere remming voelt om je klant al te streng en formeel aan te pakken. Ik zou hier wat meer begrip voor verwachten.  

De vijfde zaak gaat over het meteen gunnen van een opdracht na een door de aanbestedende dienst gewonnen kort geding. Daarbij geldt dat uit het Xafax-arrest volgt dat elke vordering waarmee wordt beoogd ‘de overeenkomst te beëindigen of de uitvoering daarvan te verhinderen wegens strijd met aanbestedingsregels alleen kan worden toegewezen op de gronden vermeld in artikel 4.15 lid 1 Aw.’  

Nu heeft de Rechtbank Gelderland geoordeeld dat dit ook van toepassing is op een meervoudig onderhandse aanbesteding. Maar artikel 4.15 gaat alleen over de publicatieplicht en de termijnen. Daar is helemaal geen sprake van bij een meervoudig onderhandse aanbesteding! 

Het zesde voorbeeld is van de rechtbank Overijssel. Een gemeente heeft een aanbesteding in de markt gezet waarvoor ze maar liefst 54 beoordelingsaspecten hanteren. Dan zou ik zeggen dat inschrijvers er recht op hebben om te weten hoe de beoordeling van al die aspecten is. Ieder aspect heeft immers invloed op de totale score en kan het verschil maken tussen winnen en verliezen. Maar wat zegt de rechter: “Het gaat in dat kader te ver om van de Gemeente te verlangen dat zij in de voorlopige gunningsbeslissing aandacht schenkt aan alle (maar liefst 54) beoordelingsaspecten en dat zij per individueel beoordelingsaspect motiveert waarom er al dan niet aan is voldaan.” Ik zou echt niet weten waarom niet. Ze hebben toch zelf bedacht dat ze 54 beoordelingsaspecten willen hanteren.  

Juridisch zal het allemaal wel kloppen, maar het voelt onrechtvaardig. Rechters zouden best wat strenger voor aanbestedende diensten mogen zijn. Dat zou de kwaliteit van aanbestedingen enorm ten goede komen.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Defensie trekt voorlopige gunning aanbesteding gevechtspakken weer in

Het ministerie van Defensie trekt een voorlopige gunning voor de levering van gevechtspakken in het project Defensie Operationeel Kledings Systeem (DOKS) weer in. Een afgewezen potentiële leverancier spande in mei van dit jaar een kort geding aan tegen het ministerie omdat deze het niet eens was met de afwijzing. Defensie wacht de uitkomst van de rechtszaak niet af en trekt de gunning nu al in.

Defensie constateert zelf dat de aanbestedingsdocumentatie niet helder genoeg is. Staatssecretaris Visser schrijft in een brief aan de Tweede Kamer: “Naar aanleiding van de dagvaarding heeft Defensie geconstateerd dat de aanbestedingsstukken op onderdelen onduidelijk en voor meerdere uitleg vatbaar zijn.” Vijf bedrijven die in het voorjaar van 2019 al waren geselecteerd door het ministerie, worden opnieuw uitgenodigd een inschrijving te doen. “In een nieuwe gunningsfase kunnen onduidelijkheden worden gecorrigeerd en worden de lessen uit de eerdere fase van de gunning toegepast”, stelt Visser.

Overbrugging
Het project krijgt door het intrekken van de gunning een jaar vertraging. Militairen krijgen naar verwachting medio 2023 de kleding die door het project DOKS verstrekt moet worden. Ter overbrugging krijgen alle militairen een aangepaste versie van het gevechtspak dat nu wordt gedragen door het Korps Mariniers.

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Rechtspraak over herstelmogelijkheid werkt willekeur in de hand

De aanbesteder moet bij de beoordeling van een inschrijving uitgaan van de stukken die hij heeft ontvangen. Volgens de rechtspraak is het herstel van een gebrek alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Het verbeteren of aanvullen van een inschrijving kan namelijk tot willekeur leiden, iets wat de beginselen van gelijke behandeling en transparantie beogen uit te bannen. Naar mijn mening werkt de rechtspraak over het herstel van inschrijvingsgebreken willekeur juist in de hand.

Lot in handen van aanbesteder
Voor die willekeur zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Omwille van de ruimte behandel ik er op deze plaats één: de strikte lijn die in de rechtspraak wordt gehanteerd. Naar mijn mening is de rechtspraak in het algemeen erg streng. Herstel mag natuurlijk niet neerkomen op een wijziging van de aanbieding zelf, maar bij gebreken in bewijsmiddelen past naar mijn mening meer coulance dan nu het geval is.

Waarom is strenge rechtspraak een probleem? Dat leg ik uit.

Soms stellen aanbesteders zich coulant op bij het bieden van een herstelmogelijkheid. Inschrijvers hebben meestal geen weet van een herstelmogelijkheid die een ander is geboden, want de communicatie met individuele inschrijvers is niet openbaar. Als een aanbesteder een herstelmogelijkheid biedt, komt de kwestie dus meestal niet voor de rechter.

Soms zijn aanbesteders juist erg streng. Als de inschrijver die een fout heeft gemaakt zich niet bij terzijdelegging van zijn inschrijving neerlegt, komt de kwestie wel voor de rechter. Als de rechter een strikte lijn hanteert, wat vaak het geval is, is de kans groot dat een vordering gericht op het krijgen van een herstelmogelijkheid wordt afgewezen.

Het gevolg van de gang van zaken is dat een inschrijver voor zijn kans op een herstelmogelijkheid in belangrijke mate is aangewezen op de wijze waarop de aanbesteder omgaat met het gebrek in de inschrijving.   

Uitspraak rechtbank Den Haag: een ondertekeningsgebrek
Een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag illustreert het dilemma. Uit dit vonnis blijkt dat een aanbesteder in 2019 bij een minicompetitie een ondertekeningsgebrek door de vingers heeft gezien. Hoewel op basis van de aanbestedingsstukken een digitale handtekening was vereist, nam de aanbesteder genoegen met een ‘natte’ handtekening. Er zou namelijk sprake zijn geweest van een “acute noodsituatie”, omdat – houd u vast – een van de combinanten zeer kort vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn had ontdekt dat haar autorisatie voor de vereiste digitale handtekening was verlopen, terwijl er onvoldoende tijd resteerde om (tijdig) een nieuwe autorisatie te verkrijgen. Bij een volgende minicompetitie kon de betreffende inschrijver opeens niet meer op coulance rekening en werd haar inschrijving vanwege hetzelfde ondertekeningsgebrek zonder pardon ongeldig verklaard.

Waarom was aanbesteder de eerste keer (te?) coulant en een volgende keer onverbiddelijk? Hiervoor kan ik in het vonnis geen goede verklaring vinden. Misschien vond de aanbesteder dat er niet langer sprake was van een “acute noodsituatie”, maar deze omstandigheid kon de eerste keer ook al geen rol spelen. Het tijdig verkrijgen van autorisatie voor een digitale handtekening valt namelijk in de risicosfeer van de inschrijver. Als de aanbesteder al bij de eerste minicompetitie de inschrijving vanwege het ondertekeningsgebrek had afgewezen, dan had deze beslissing waarschijnlijk wel standgehouden in een eventueel kort geding. Kortom: de beslissing van de aanbesteder om al dan niet een herstelmogelijkheid te bieden lijkt in deze kwestie erg grote invloed te hebben gehad op het lot van de inschrijver.

Oplossing?
Een allesomvattende oplossing voor dit probleem heb ik niet. Willekeur bij het bieden van een herstelmogelijkheid is naar mijn mening in elk geval terug te dringen door een minder strikte benadering in de rechtspraak, uiteraard binnen de kaders van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. Als rechters milder gaan oordelen over inschrijvingsgebreken, zal een herstelmogelijkheid minder vaak zijn voorbehouden aan inschrijvers die simpelweg het geluk hebben door de aanbesteder in de gelegenheid zijn gesteld hun inschrijving te verbeteren.

Bekijk de gehele uitspraak hier: rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Kan vendor lock-in beroep op ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ rechtvaardigen?

Als klant kun je afhankelijk worden van een bepaalde leverancier; overstappen op een andere leverancier is niet mogelijk of zeer kostbaar. Dit heet een ‘vendor lock-in’. Een vendor lock-in is in het algemeen erg vervelend, maar als aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kun je van de nood een deugd maken. Een vendor lock-in kan er namelijk toe leiden dat de opdracht maar door één bepaalde leverancier kan worden uitgevoerd. Dan heeft aanbesteden geen zin en komt de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ (lees: onderhands gunnen) in beeld.

Auteursrechten op broncode
Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De kwestie ging over een diagnosesysteem van treinen: een systeem dat – kort gezegd – het functioneren van verschillende onderdelen van een trein, zoals de aandrijving, remmen en airco, in de gaten houdt. De aanbesteder, een speciale-sectorbedrijf, wilde het diagnosesysteem van treinen die in de periode 1995-2008 waren geleverd, aanpassen. Daarvoor moesten onder meer onderdelen worden vervangen en de software geüpgraded.

De auteursrechten op de broncode van de software van het diagnosesysteem berustten bij de oorspronkelijke leverancier. Zonder die broncodes was het volgens de aanbesteder niet mogelijk de gevraagde aanpassingen van het diagnosesysteem te realiseren. De aanbesteder meende dat de opdracht maar aan één bepaalde ondernemer kon worden gegund, de oorspronkelijke leverancier die rechthebbende was op die auteursrechten.

Bescherming uitsluitende rechten
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf mag de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toepassen, wanneer uitsluitende rechten moeten worden beschermd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat. Onder ‘uitsluitende rechten’ vallen intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten. Wanneer auteursrechten in de weg staan aan gunning van een opdracht aan een ander dan de rechthebbende op die auteursrechten, kan dit dus reden zijn om de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toe te passen.

Bewijslast
Het is aan de aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf om te bewijzen dat aan de voorwaarden voor toepassing van de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ is voldaan. De rechtbank onderstreept dit in haar vonnis. Zij geeft ook aan dat een marktconsultatie niet de enige manier is om het noodzakelijke bewijs te leveren, zoals de klagende leverancier stelde.

In dit specifieke geval beriep de aanbesteder zich op een rapport dat een adviesbureau in zijn opdracht had opgesteld. De rechtbank wijst klachten over onafhankelijkheid van het rapport van de hand. Zij vindt bovendien dat het rapport voldoende steun biedt voor het standpunt van de aanbesteder, dat de broncodes noodzakelijk waren om de opdracht uit te voeren. Daar had de klagende leverancier volgens de rechtbank onvoldoende tegenover gesteld.

De rechtbank vindt het verder aannemelijk dat alleen de oorspronkelijke leverancier over de auteursrechten beschikt. De rechtbank concludeert dat de opdracht maar door één bepaalde ondernemer kan worden uitgevoerd, de oorspronkelijke leverancier.

Redelijk alternatief of substituut
Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan zich niet beroepen op de bescherming van uitsluitende rechten, wanneer er een redelijk alternatief of substituut bestaat (waarvoor meerdere aanbieders bestaan).

De klagende leverancier meende dat de aanbesteder het diagnosesysteem volledig kon laten vervangen. Dit is volgens de rechtbank geen alternatief, laat staan een redelijk alternatief. Dit zou namelijk tot een wezenlijk andere, veel duurdere opdracht leiden. Bovendien zou vervanging van het diagnosesysteem een risico vormen voor de bedrijfsvoering van de aanbesteder.  

Conclusie: de aanbesteder mocht de ‘onderhandelingsprocedure zonder aankondiging’ toepassen.

De volledige uitspraak is hier te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtsverwerking en het nut van de 'meeliftbepaling'

In de SDU nieuwsbrief Vind Inkoop & aanbesteding van 26 mei jl. stond een ‘vraag van de maand’ over de mogelijkheid van inschrijvers om mee te liften op vragen die andere potentiële inschrijvers stellen over de aanbestedingsstukken. Het gegeven antwoord op deze vraag kwam er in hoofdlijnen op neer dat inschrijvers volgens de auteur kunnen meeliften op vragen van andere inschrijvers en dat een bepaling waarin expliciet is opgenomen dat meeliften niet is toegestaan, mogelijk als disproportioneel zal worden aangemerkt.

In de praktijk nemen aanbestedende diensten vaak een dergelijke ‘meeliftbepaling’ op. Op grond van deze bepaling kunnen inschrijvers na gunning niet klagen over zaken waarover niet door henzelf, maar alleen door andere gegadigden vóór inschrijving is geklaagd. Ik ben van mening dat een dergelijke bepaling niet disproportioneel is en het nog steeds nuttig is deze in de aanbestedingsdocumenten op te nemen.

Laat ik voorop stellen dat een door de aanbestedende dienst gegeven antwoord – ongeacht de vraag of een meeliftbepaling is opgenomen – voor alle inschrijvers op gelijke wijze geldt. Het is dus niet nodig om vragen die bijvoorbeeld gericht zijn op verduidelijking van teksten in de aanbestedingsdocumenten nogmaals te stellen, als een andere gegadigde de betreffende vraag reeds heeft gesteld en de aanbestedende dienst die vraag heeft beantwoord.

Dat neemt niet weg dat het onder omstandigheden van een gegadigde wel verlangd mag worden dat hij zelf kenbaar maakt bezwaren te hebben over bepalingen in de aanbestedingsdocumenten. Ik zal een (fictief) voorbeeld schetsen:

Gegadigde A is een kleine aannemer die inschrijft op een calamiteitenbestek van een wegbeheerder. In de gunningsmethodiek is bepaald dat een hogere score kan worden verkregen wanneer de aannemer aantoont in staat te zijn, om meerdere calamiteiten gelijktijdig af te wikkelen. Ook kunnen punten worden verdiend voor “de beschrijving van de aard en omvang van de voor de opdracht beschikbare bedrijfsmiddelen”.

Gegadigde A, meent dat deze gunningscriteria grote marktpartijen een voorsprong geven. De aanbestedende dienst antwoordt in de NvI dat zij niet bereid is om de gunningsmethodiek aan te passen aangezien zij objectieve gronden heeft om deze gunningsmethodiek te hanteren. Zij heeft er daarbij op gewezen dat het in het verleden regelmatig is voorgekomen dat zich gelijktijdig meerdere verkeersincidenten voordeden en dat het daarom van belang is dat de opdrachtnemer, mede gelet op de omvang van het wegareaal van de wegbeheerder, in staat is op een goede wijze met een dergelijke situatie om te gaan. Meerdere gegadigde schrijven in. Gegadigde B, een grote onderneming, doet de winnende inschrijving. Gegadigde C, een MKB bedrijf, eindigt als tweede. Gegadigde C spant een kort geding aan en stelt dat zij als MKB bedrijf geen eerlijke kans heeft gehad op de opdracht.

In dit geval loopt gegadigde C mijn inziens wel degelijk een reëel risico om aan te lopen tegen het Grossmann-verweer als zij zich eerst in het kader van het Kort Geding verzet tegen de gehanteerde gunningsmethodiek. C heeft zich niet eerder over de gunningsmethodiek beklaagd en deze methodiek vormde voor haar als zodanig kennelijk ook geen beletsel om te inschrijven. Van C kon worden verwacht dat zij, wanneer zij – al dan niet n.a.v. het door de Aanbestedende Dienst gegeven antwoord – meende dat de aanbesteding zodanig gebrekkig was dat deze niet kon worden voortgezet en zij ook bereid was dit standpunt in rechte af te dwingen, dit voor inschrijving zelfstandig aan de aanbestedende dienst kenbaar zou maken en dit niet pas aan te kaarten als komt vast te staan dat zij niet de winnende inschrijving heeft gedaan. Zie in dit verband ook rechtsoverweging 9 van ECLI:NL:GHDHA:2015:2944. Dit geldt te meer als de aanbestedende dienst de zogeheten meeliftbepaling in de aanbestedingsstukken had opgenomen.

Een meeliftbepaling is naar onze mening in geval als hiervoor geschetst ook niet disproportioneel. De aanbestedende dienst heeft er belang bij om tijdig te weten of en zo ja welke bezwaren potentiële gegadigden hebben tegen de aanbestedingsdocumenten zodat de aanbestedende dienst tijdig bij kan sturen. Daarbij is ook van belang om te weten ‘hoe breed’ een bezwaar leeft. Als meerdere gegadigden zich beklagen over het effect van de gunningsmethodiek – zal een aanbestedende dienst mogelijk eerder geneigd zijn om haar methodiek in heroverweging te nemen. Zo zou in het geschetste voorbeeld de aanbestedende dienst mogelijk een opdeling in percelen hebben willen overwegen. Als C echter eerst na het gunningsbesluit met bezwaren komt, handelt zij onvoldoende pro actief en lijkt het erop dat zij eerst na afwijzing, het argument van A aangrijpt om zodoende te proberen een heraanbesteding af te dwingen.

Wellicht denkt u hier anders over. Wij zijn benieuwd naar uw visie! Vindt u dat C te laat is met haar klacht over de gunningsmethodiek?

Wij constateren overigens dat in de rechtspraak een tendens zichtbaar is dat een beroep op het Grossmann-verweer minder vaak slaagt. Wij verwijzen u in dit verband graag naar onze eerdere nieuwbrief hierover.

Rechters lijken meer indringend te toetsen of er voldoende redenen zijn om rechtsverwerking aan ten nemen. De rechtbank Oost Brabant overwoog recentelijk:

Als uitgangspunt geldt dat van rechtsverwerking slechts sprake kan zijn als de schuldeiser, in dit geval [eiseres] , zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende, maar is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden vereist als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar, in dit geval [gedaagde] , het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de schuldenaar zijn aanspraak niet (meer) geldend zou maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Bij de beoordeling van de vraag of stilzitten aan de zijde van [gedaagde] redelijkerwijs onaanvaardbaar is, dient mede in aanmerking te worden genomen of [gedaagde] voldoende duidelijk heeft gemaakt dat stilzitten tot rechtsverwerking zou kunnen leiden.

Wanneer in de aanbestedingsstukken derhalve een duidelijke rechtsverwerkingsclausule en een meeliftbepaling is opgenomen, zal een gegadigde die zich niet (zelf) vóór inschrijving over de aanbestedingsstukken heeft beklaagd sneller tegen het Grossmann-verweer aanlopen!

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Welkom bij de aanbestedingstombola!

Ik geef altijd met veel plezier cursussen, maar ik haal ook heel veel voldoening uit het grasduinen in jurisprudentie, en uitzoeken wat ik wel en niet in mijn cursussen zal gebruiken. Ik maak hiervoor van elke rechtszaak over aanbestedingen een korte samenvatting. Dat doe ik altijd op de volgende manier. Ik maak eerst een opsomming van de feitelijke gebeurtenissen (wie, wat, waar, wanneer, waarom). Dan weet ik waar het over gaat, en daarna probeer ik te voorspellen wie er zal winnen, de aanbestedende dienst of de inschrijver (welke filosoof zei toch, dat mannen in hun hart altijd kinderen blijven?).

Sommige zaken zijn volstrekt duidelijk, maar heel vaak kan het beide kanten op. Dat is ook wel logisch, want niemand begint een rechtszaak, wanneer hij geen kans denkt te hebben om te winnen. Ik vind dat wij in Nederland kundige rechters hebben en in het merendeel van de zaken over aanbestedingen volgt er een weloverwogen oordeel. Toch zijn er altijd zaken waarbij ik verrast word en de uitkomst heel anders is dan ik had vermoed.

Ik heb een klein quizje voor jullie gemaakt met tien stellingen over rechtszaken. Onderaan de bladzijde geef ik de goede antwoorden. Als je er meer dan vijf goed hebt, dan ben je een heuse kenner.

1. Mag een aanbestedende dienst er bij de vierde gunningsbeslissing (!?) achter komen dat een inschrijving ongeldig blijkt te zijn? Ja of nee

2. Er is twijfel over de geloofwaardigheid van een inschrijving. Vindt de rechter het een argument voor de geloofwaardigheid dat de inschrijver akkoord gaat met een malus-regeling? Ja of nee

3. Een aanbestedende dienst vraagt bij een aanbesteding voor externe communicatie-uitingen: “Ervaring met het doorvertalen van een merkpositionering naar een meerjarig merkidee en vervolgens op basis hiervan het ontwikkelen van een merkcampagneconcept. Een merkidee is een overkoepelende gedachte voor creatie van merkcommunicatie en onder een merkpositionering wordt verstaan ‘het merkwiel bestaande uit o.a. de elementen brand role, brand personality, brand belief optellend naar een brand promise.’” De rechter vindt dit geen transparant selectiecriterium. Waar of niet waar?

4. De zittende dienstverlener vraagt in een vergadering of er een gezamenlijk aanvalsplan bestaat om meerjarig te bouwen aan het welzijn van de doelgroep die te maken heeft met huiselijk geweld. Mag dat of loopt dit al vooruit op de nieuwe aanbesteding?

5. Bij een relatieve beoordeling blijkt uit de tabel met punten voor een criterium, dat BoitenLuhrs en Flanderijn en Bouwman nul punten en Bazuin vierhonderd punten scoorden. De rechter vindt dit absurd en stelt dat er niet gegund mag worden. Waar of niet?

6. Een uitsluitingsgrond hoeft niet van toepassing te worden verklaard als er sprake is van vertrouwenwekkende of zelfreinigende maatregelen. De rechter zegt echter dat  het bedrijf ook spijt moet hebben van zijn ‘fouten’? Waar of niet?

7. Bij een aanbesteding voor bushokjes krijgt een inschrijver minder punten om de volgende reden: “U heeft hier ‘voldoende’ gescoord. U zou hier een hogere score hebben ontvangen wanneer u meer maatregelen beschreven zou hebben die de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers écht verhogen.” Als de rechter uitgelachen is over de ‘kwaliteitsbeleving van de reizigers’ stelt hij vast dat deze motivering onvoldoende is. Waar of niet?

8. Is het feit dat inschrijvers kennis hebben kunnen nemen van de identiteit van de andere inschrijvers een reden om een aanbesteding te staken? Ja of nee?

9. De beoordelingscommissie bestaat uit een intern team van zeven personen, bestaande uit beleidsadviseurs en relatiemanagers. Vindt de rechter dit voldoende transparantie verschaffen? Ja of nee?

10. Voor de transformatie van beschermd wonen naar thuiswonen-plus staat zes maanden. De rechter zegt dat dat een jaar moet worden. Waar of niet?

Zoals gezegd, petje af als je er meer dan vijf goed hebt. Heb je ze alle tien goed, dan heb je gespiekt en volsta ik met een berisping. Heb je ze allemaal fout dan ga ik graag, als de coronacrisis weer afgelopen is, een cappuccino met je drinken.

 

De goede antwoorden: 1. Ja 2. Ja 3. Niet waar, de rechter vindt het prima 4. Loopt vooruit en mag dus niet 5. Niet waar 6. Waar 7. Niet waar, rechter heeft geen enkel probleem met dit geleuter 8. Ja 9. Ja 10. Waar

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Mag aanbesteder onderaanneming beperken?

Mijn inspiratie voor columns haal ik vaak uit rechtspraak. De coronacrisis treft vrijwel alle facetten van de maatschappij, dus ook de rechtspraak. Vermoedelijk zijn hierdoor in de afgelopen weken weinig uitspraken verschenen in aanbestedingsgeschillen. Daarom bespreek ik in deze column twee uitspraken van het Hof van Justitie van de EU van eind vorig jaar. Het HvJ EU had in deze zaken de vraag te beantwoorden of een aanbesteder het percentage van de opdracht dat in onderaanneming wordt gegeven mag beperken.

Recht van beroep op onderaanneming
In beide zaken ging het om een Italiaanse nationale regel die het gedeelte van de opdracht dat de inschrijver aan derden in onderaanneming mag uitbesteden, beperkt tot dertig procent van de opdrachtsom. Het doel van deze regeling is het bestrijden van infiltratie van de georganiseerde misdaad in de markt voor overheidsopdrachten.

Het Hof van Justitie zet in zijn arresten het recht van inschrijvers om zich voor de uitvoering van de opdracht te beroepen op onderaanneming voorop. De aanbesteder mag het beroep op onderaanneming in principe alleen verbieden, wanneer hij de capaciteiten van de betreffende onderaannemer niet kan toetsen.

Beperking van beroep op onderaanneming
Mag het beroep op onderaanneming verder worden beperkt? Het antwoord op deze vraag is ja, maar alleen onder strenge voorwaarden.

Het Hof van Justitie herinnert eraan dat lidstaten maatregelen mogen treffen om de openbare zedelijkheid, de openbare orde of veiligheid te beschermen, mits deze maatregelen in overeenstemming zijn met de Europese verdragen, waaronder de beginselen van het vrije verkeer van diensten en de vrijheid van vestiging. Bovendien hebben lidstaten een zekere beoordelingsmarge bij het vaststellen van maatregelen ter waarborging van de nakoming van de ‘transparantieverplichting’. Elke lidstaat is namelijk zelf het best in staat om in het licht van zijn specifieke historische, juridische, economische of sociale omstandigheden te bepalen welke situaties gedragingen in de hand werken die inbreuken op deze verplichting zouden kunnen meebrengen.

Het bestrijden van infiltratie van de georganiseerde misdaad in de markt voor overheidsopdrachten is een legitiem doel om het recht op onderaanneming te beperken, aldus het Hof van Justitie. Maar daar houdt het goede nieuws voor de gedaagde Italiaanse aanbesteders op.

Maatregelen die het beroep op onderaanneming beperken, moeten namelijk evenredig (proportioneel) zijn. Dat betekent onder meer dat de maatregelen niet verder mogen gaan dan nodig is om het nagestreefde doel te bereiken. Dat deed de bestreden Italiaanse nationale regel wel. De regel was namelijk algemeen en abstract. Hij hield geen rekening met de specifieke sector en andere concrete omstandigheden van het geval.

Betekenis voor Nederlandse aanbestedingspraktijk
In Nederland kennen we geen regels die het beroep van inschrijvers op onderaanneming verder beperken dan de aanbestedingsrichtlijnen. Individuele aanbesteders die het nodig vinden het beroep op onderaanneming te beperken, zouden daarvoor mogelijk steun kunnen vinden in de besproken arresten. Maar daarvoor moeten zij in elk geval erg goede redenen hebben. Bovendien mag het nagestreefde doel niet met minder vergaande maatregelen zijn te bereiken. Het Hof van Justitie werpt grote drempels op voor beperking van onderaanneming. De betekenis van de besproken arresten voor de Nederlandse aanbestedingspraktijk lijkt dan ook beperkt.

Een optie om het beroep op onderaanneming te beperken die mogelijk interessanter is voor aanbesteders, is te vinden in artikel 63 lid 2 van Richtlijn 2014/24/EU. Deze bepaling, die in de besproken arresten overigens niet aan de orde komt, is omgezet in artikel 2.95 lid 2 van de Aanbestedingswet. De bepaling biedt de mogelijkheid bij opdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn en bij opdrachten voor diensten en werken voor te schrijven dat bepaalde ‘kritieke taken’ door de inschrijver zelf worden uitgevoerd. Of wanneer de inschrijver een samenwerkingsverband van ondernemers is, door een deelnemer aan dat samenwerkingsverband.

HvJ EU 27 november 2019, zaak C-402/18

HvJ EU 26 september 2019, zaak C-63/18

Partner van Aanbestedingscafé:

Column: Wat zijn ‘vertrouwenwekkende’ maatregelen?

In de Aanbestedingswet staat dat overheden kunnen besluiten om een uitsluitingsgrond niet van toepassing te verklaren, omdat het betreffende bedrijf maatregelen heeft getroffen om het vergrijp in de toekomst te voorkomen. In de eerste versie van de aanbestedingswet in 2012 stond in de memorie van toelichting dat ondernemingen ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ konden nemen waardoor uitsluiting onredelijk was:

“Ondernemingen kunnen vertrouwenwekkende maatregelen nemen, waardoor het onredelijk wordt om de desbetreffende onderneming uit te sluiten.”

En:

“Gezien de diversiteit aan overtredingen en de te nemen vertrouwenwekkende maatregelen is het onmogelijk om centraal vast te leggen welke maatregelen in het concrete geval voldoende zijn om alsnog te worden toegelaten tot een overheidsopdracht. De vertrouwenwekkende maatregel moet er in ieder geval wel op gericht zijn om redelijkerwijs herhaling van het delict te kunnen voorkomen.”

Let hier vooral op de formulering. De maatregel moet redelijkerwijs herhaling van het delict kunnen voorkomen.

Bij de wijziging van de wet in 2016 werd inschrijvers ook de mogelijkheid geboden om op eigen initiatief aan te tonen dat ze ‘schoon schip’ gemaakt hadden. In de memorie van toelichting stond dat als volgt geformuleerd:

“Ondernemingen krijgen in dit wetsvoorstel de mogelijkheid om op eigen initiatief hun betrouwbaarheid aan te tonen bij de aanbestedende dienst in de gevallen dat zij schade hebben vergoed of actief hebben meegewerkt met de onderzoekende autoriteiten en maatregelen hebben genomen om verdere fouten te voorkomen. Indien de aanbestedende dienst van oordeel is dat de maatregelen voldoende zijn, hoeft de ondernemer niet uitgesloten te worden. Momenteel ligt het initiatief om van uitsluiting af te zien alleen bij de aanbestedende dienst.”

Onlangs was er voor het eerst een rechtszaak waarbij de aanbestedende dienst moest beoordelen of de door het bedrijf genomen maatregelen inderdaad wel vertrouwenwekkend waren.

In eerste instantie vindt de aanbestedende dienst de inschrijver echter niet berouwvol genoeg:

Uw weergave dat de oorzaken enkel te wijten zijn aan het onvoldoende beschikken over kennis en kunde van het toepasselijke aanbestedingsrecht en onjuiste externe advisering geven geen volledig beeld van de feiten en omstandigheden die ten grondslag hebben gelegen aan de onrechtmatige gedragingen van de ernstige beroepsfout. Daarmee worden de oorzaken van de ontstane situatie nog steeds onvoldoende erkend en geadresseerd en lijken zelfs door u te worden gebagatelliseerd.”

Dit lijkt mij erg subjectief. Natuurlijk zal het bedrijf de overtreding enigszins trachten te bagatelliseren. Maar het gaat toch om de maatregelen die ze nemen en niet om de mate van schuldgevoel. Het gaat nog verder. De aanbestedende dienst schrijft:

“Volledigheidshalve merk ik op dat de beschreven maatregelen op zich zelf in veel gevallen te prematuur zijn om de effectieve werking daarvan te kunnen beoordelen en zijn vele maatregelen benoemd die SQL (…) voornemens is te treffen. Om de betrouwbaarheid van SQL (…) te kunnen aantonen moeten de passende maatregelen reeds zijn geïmplementeerd om de preventieve werking en effectiviteit te kunnen beoordelen. Alles overziend kom ik tot de conclusie dat de maatregelen op dit moment onvoldoende de betrouwbaarheid van SQL (…) aantonen. Uw inschrijving wordt derhalve niet toegelaten tot de (…) aanbesteding (…)”

Wat zou SQL dan wel moeten doen? Je zou zeggen dat, als de aanbestedende dienst zo goed weet wat er zou moeten gebeuren, dat ze prima kunnen aangeven wat er wel voldoende is. Maar daar beginnen ze niet aan:

“Zoals in ons gesprek op 3 juli 2019 benoemd, zullen wij niet aangeven welke concrete maatregelen SQL (…) zou moeten nemen. Het is aan SQL (…) om te bepalen welke maatregelen zij wil nemen en passend acht.”

Waarom eigenlijk niet? Waarom niet gewoon duidelijk zijn over wat je verlangt? Het is toch geen inhoudelijke vraag over een aanbesteding?

Later schrijft de aanbestedende dienst ook nog:

“Wij moeten helaas concluderen dat de maatregelen zoals beschreven in de (concept) verklaring van SQL (…) nog onvoldoende toereikend zijn. SQL (…) lijkt de oorzaken van de ontstane situatie te marginaliseren of onvoldoende te erkennen en adresseren. Oorzaken lijken volgens ons ‘geïnstitutionaliseerd’ in de organisatie en structureler van aard te zijn.”

Van hard bewijs dat het is ‘geïnstitutionaliseerd’ is enkele sprake. SQL ‘lijkt’ de oorzaak te marginaliseren, de oorzaken ‘lijken’ geïnstitutionaliseerd. Een uitsluiting kan heel vergaande gevolgen voor een bedrijf hebben. Ik vind het allemaal erg gratuit. Een aanbestedende dienst zou dit soort zaken toch veel beter moeten onderbouwen.

SQL stapt naar de rechter, maar die maakt het alleen nog maar erger voor ze. In zijn vonnis zegt hij:

“Overigens tekent de voorzieningenrechter daarbij nog aan dat de voorgestelde maatregelen lang niet allemaal al zijn geïmplementeerd en dus ook nog niet kunnen worden gecontroleerd, dan wel op effectiviteit kunnen worden beoordeeld. De vorderingen van SQL dienen dan ook te worden afgewezen.”

Wat betreft de implementatie heeft de rechter een punt, maar het beoordelen op effectiviteit slaat nergens op. Deze redenering betekent dat het dus niet alleen zou gaan om ‘vertrouwenwekkende maatregelen’, maar om de effectiviteit van de vertrouwenwekkende maatregelen. Tel dan rustig nog maar twee of drie jaar op bij de uitsluiting.

Dit kan toch nooit de bedoeling van de wetgever zijn. Het idee achter de ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ is dat bedrijven een tweede kans verdienen als ze maatregelen nemen die de betreffende uitsluitingsgrond ‘redelijkerwijs’ kunnen voorkomen. Dat gevoel had ik bij deze zaak helemaal niet.

Naschrift: Vlak voordat ik deze column wilde insturen werd het hoger beroep gepubliceerd. Het hof zegt o.a.: “Hoewel dus niet kan worden gezegd dat de Staat in redelijkheid op 23 september 2019 niet kon oordelen dat de (voor)genomen maatregelen op dat moment onvoldoende de betrouwbaarheid van SQL aantoonden, wenst het hof op te merken dat de situatie voor een volgende aanbesteding kan veranderen indien de door SQL voorgestelde maatregelen succesvol worden geïmplementeerd. Een erkenning van de directeur van SQL van kwaad opzet kan in redelijkheid niet worden gevergd, ook al niet omdat die directeur in ieder geval tijdens dit geding in eerste aanleg en in hoger beroep nader doordrongen lijkt te zijn geraakt van de ernst van de situatie en van zijn eigen tekortkoming daarin. De Staat dient een en ander in aanmerking te nemen bij een volgende aanbesteding.”

Wordt vervolgd!

Partner van Aanbestedingscafé:

The Learning Network spant vierde rechtszaak aan over aanbesteding schoolboeken

Schoolboekendistributeur The Learning Network (TLN) spant na drie verlopen zaken nogmaals een rechtszaak aan tegen scholenkoepel stichting Carmel. TLN is het niet eens met de aanbesteding voor schoolboeken, die te specifiek zou zijn en hen zou uitsluiten van deelname. Dat meldt de Volkskrant.

Voor TLN staat er veel op het spel. De uitkomst van de rechtszaak kan de wijze waarop scholen hun studieboeken inkopen flink veranderen. Op dit moment kopen scholen hun boeken in via distributeurs zoals TLN. Als de rechter oordeelt dat TLN de zaak opnieuw verliest, kunnen scholen hun boeken en licenties voortaan rechtstreeks inkopen.

Digitalisering
TLN treedt op als tussenpersoon en regelt onder meer het sorteren en vervoer van boeken. Door toenemende digitalisering is dat lang niet altijd nodig, en wordt de rol van TLN steeds minder belangrijk. Voor scholen levert het aanschaffen van digitale licenties juist meer op. Leerlingen kunnen zo meerdere lesmethoden gebruiken.

Europees recht
TLN spant de rechtszaak aan omdat de distributeur vindt dat de aanbesteding in strijd is met Europese regels. Dat is in eerdere zaken nog niet aan bod gekomen.

Stichting Carmel vertrouwt erop dat de scholengemeenschap ook in deze vierde zaak aan het langste eind trekt.

Partner van Aanbestedingscafé:

Uitsluitingsgronden en zelfreinigende maatregelen

Fouten kun je maar beter ruiterlijk toegeven. Dat geldt niet alleen voor onjuiste tweets over beweerdelijk wangedrag van bepaalde bevolkingsgroepen, maar ook voor fouten die hebben geleid tot uitsluiting van deelname aan een aanbestedingsprocedure. Een inschrijver die vanwege een ‘ernstige beroepsfout’ van deelname aan een aanbestedingsprocedure was uitgesloten, kan hierover meepraten, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

Ernstige beroepsfout
Artikel 2.87 lid 1 sub c van de Aanbestedingswet bepaalt dat de aanbestedende dienst een ondernemer kan uitsluiten die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken. Een ‘ernstige beroepsfout’ is geen vastomlijnd begrip. Volgens de rechtspraak omvat een ‘ernstige beroepsfout’ elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de ondernemer.

Terugkijkperiode
Bij de toepassing van de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ betrekt de aanbestedende dienst alleen ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van aanmelding of inschrijving hebben voorgedaan (art 2.87 lid 2 sub b Aanbestedingswet). Een ‘ernstige beroepsfout’ kan een ondernemer dus een behoorlijke periode achtervolgen.

Zelfreinigende maatregelen
Er is een manier voor ondernemers om te ontkomen aan uitsluiting van deelname aan aanbestedingsprocedures gedurende de terugkijktermijn. Artikel 2.87a van de Aanbestedingswet bepaalt namelijk dat de aanbestedende dienst de ondernemer waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is, in de gelegenheid stelt te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Bij deze zogenaamde ‘zelfreinigende maatregelen’ valt te denken aan (art. 2.87a lid 2 Aanbestedingswet):

Als de aanbestedende dienst de ‘zelfreinigende maatregelen’ toereikend acht, wordt de betrokken ondernemer niet uitgesloten.

De rechtbank Den Haag
In de zaak bij de rechtbank Den Haag had de ondernemer in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument aangegeven dat op hem de uitsluitingsgrond ‘ernstige beroepsfout’ van toepassing is. Hij had toegelicht welke ‘zelfreinigende maatregelen’ hij had genomen en nog van plan was te nemen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De ondernemer gaf ook aan dat de verweten gedragingen waren veroorzaakt door onvoldoende kennis van het aanbestedingsrecht en onjuist juridisch advies.

Die opmerkingen vielen niet in goede aarde bij de aanbestedende dienst. De aanbestedende dienst vond de opmerkingen ongeloofwaardig en meende dat de ondernemer onvoldoende verantwoordelijkheid nam en de feiten bagatelliseerde. Daar dacht de rechter hetzelfde over. Van de ondernemer mocht worden verwacht dat hij het boetekleed zou aantrekken. Dat liet hij na.

De ondernemer was er niet in geslaagd zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De aanbestedende dienst mocht de ondernemer uitsluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure. Zo blijft de ‘ernstige beroepsfout’ de betrokken ondernemer achtervolgen.

Zie ook de uitspraak op: rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter: DJI moet tarieven forensische zorg heroverwegen

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) moet opnieuw naar de gehanteerde tarieven voor forensische zorg kijken. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in Den Haag op 28 januari j.l., nadat acht zorgaanbieders een zaak tegen de DJI hadden aangespannen.

De zorgverleners maakten bezwaar tegen de maximumtarieven die de DJI hanteert. De DJI past op dit moment niet-verplichte kortingen toe op de door de Nederlandse Zorg Autoriteit vastgestelde dagtarieven voor forensische zorg. Daaronder valt bijvoorbeeld tbs-gerelateerde zorg. Door de werkwijze van de DJI ontvangen de zorgverleners te weinig geld voor de geleverde diensten. Toen de zorgverleners daarop aangaven in gesprek te willen over de tarieven, gaf de DJI niet thuis.

De rechter deelt de bewaren van de zorgverleners. De DJI moet niet alleen de gehanteerde tarieven beter onderbouwen en heroverwegen, maar dient ook de zorgverleners de mogelijkheid te bieden in gesprek te gaan over een opslag op het maximumtarief.

Bron: www.rechtspraak.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Grossmann! Wat nu?

Grossmann staat onder druk. Er zijn nu al vier rechters geweest die expliciet gezegd gezegd hebben dat het Grossmann-verweer niet van toepassing was. Wat betekent dat voor de praktijk? Laat ik eerst eens een beknopt overzicht van Grossmann geven.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Infradam terecht uitgesloten van aanbesteding Amsterdam

Nadat de gemeente Amsterdam een aanbesteding voor de herinrichting van de Frederik Hendrikstraat in de markt zette, kwam Infradam als winnaar uit de bus. Vanwege het verleden van het gww-bedrijf besloot de gemeente echter om Infradam uit te sluiten van de aanbesteding. De rechter heeft nu Amsterdam in het gelijk gesteld.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

ProRail gunt onderhoudscontract te voorbarig

Bij de aanbesteding van een onderhoudscontract weigerde ProRail de inschrijving van VolkerRail, omdat de aannemer tegen een abnormaal lage prijs zou hebben ingeschreven. Laatstgenoemde spande daarop een kort geding aan en is nu door de voorzieningsrechter in het gelijk gesteld. De rechter oordeelt dat ProRail de opdracht te voorbarig heeft gegund aan Asset Rail, zo meldt branchemedium SpoorPro.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

ProRail moet aanbesteding sensoren intrekken

ProRail moet een aanbesteding voor twee nieuwe typen sensoren opnieuw in de markt moet zetten. Strukton had een kort geding aangespannen, omdat het vond dat de opdracht onterecht aan VolkerRail was gegund. De voorzieningenrechter heeft de aannemer nu (gedeeltelijk) in het gelijk gesteld.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Huawei klaagt VS aan

Huawei is een rechtszaak begonnen tegen de Amerikaanse staat. Aanleiding daarvoor is het besluit van de Amerikaanse overheid om federale organisaties te verbieden producten en diensten van de Chinese telecomreus in te kopen. Volgens het bedrijf zelf is dit verbod ongrondwettelijk.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Transferium verliest kort geding

Jeugdzorginstelling Transferium heeft haar rechtszaak tegen de 18 gemeenten in zorgregio Noord-Holland-Noord verloren. Daardoor gaat de gunning voor het verlenen van jeugdzorg in de regio definitief naar Horizon. Deze aanbieder komt uit Rotterdam, maar heeft verzekerd dat de kwetsbare jongeren niet naar Zuid-Holland hoeven verhuizen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Carmel kan doorgaan

Distributeurs Iddink en TLN hebben hun kort geding tegen het Carmelcollege verloren. Dat betekent dat de scholenkoepel haar onconventionele aanbesteding kan doorzetten. Carmel wil digitale lesmaterialen rechtstreeks inkopen bij de uitgevers en zo distributeurs als tussenpartij passeren. Ook wil het niet meer het gehele materiaal in een keer inkopen, maar het per vak opknippen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten betreuren kort geding zorgaanbieder Parlan

Nadat zorgregio Noord-Holland-Noord een aanbesteding voor gesloten jeugdzorg gunde aan het Zuid-Hollandse Horizon, stapte zorgaanbieder Parlan naar de rechter. De aanbieder vreest, samen met de ouders, dat een deel van de kwetsbare jongeren hierdoor naar Zuid-Holland zal moeten verhuizen. In een reactie hebben de gemeenten laten weten dat ze het kort geding betreuren, omdat het de verhoudingen op scherp stelt. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Kort geding om aanbesteding Carmelcollege

Schoolboekenleveranciers Iddink en The Learning Network (TLN) zijn in de rechtbank in Den Haag een kort geding begonnen tegen het Carmelcollege. Zij kunnen zich niet vinden in het besluit van de scholenkoepel om lesmateriaal op een nieuwe manier aan te besteden. De scholenkoepel wil onder meer niet het gehele materiaal in een pakket inkopen, maar het per vak opknippen in specifieke lesmethodes. De leveranciers voelen zich hierdoor buitenspel gezet. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

VDL Groep vangt bot bij rechter

De VDL Group heeft een kort geding tegen het ministerie van Defensie verloren. Het Financieel Dagblad (FD) bericht dat het Eindhovense bedrijf naar de rechter was gestapt nadat het naast een order voor de levering van 1400 mobiele containers greep. De aanbesteding werd gewonnen door het Britse Marshall Aerospace, dat volgens het Brabantse concern “onvoldoende rekening hield met de gestelde eisen aan de shelters.” (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter Zegt: Zijn levertijden in de inschrijving irreëel en manipulatief?

De gemeenten Rheden, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum en Rozendaal hebben een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd met betrekking tot de levering van trapliften. Meerdere partijen schrijven zich in, waaronder de eiser in deze zaak en een andere inschrijver. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: definitieve gunning ondanks lopend kort geding

Op 12 mei 2017 hebben de gemeenten een vooraankondiging van de Europese openbare aanbesteding ‘Openbare aanbesteding INK012 ambulante Wmo en Jeugdhulp 2018-2021’ gepubliceerd. Iedere inschrijver die voldoende scoort op de gunningscriteria en aan de overige vereisten voldoet, komt in aanmerking voor een raamovereenkomst. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter Zegt: Wanneer is er sprake van grensoverschrijdend belang?

In 2010 houdt Stichting Eindhoven Marketing (SEM) een meervoudige onderhandse aanbesteding voor de exploitatie van buitenreclame op het grondgebied van Eindhoven. De opdracht wordt onder andere gegund aan JCDecaux voor perceel 4 voor de periode 1 mei 2011 – 30 april 2021. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

VUmc wint ook in hoger beroep zaak prijsplafonds

VUmc heeft in hoger beroep een rechtszaak over een aanbesteding voor implanteerbare defibrillators gewonnen. Medtronic stapte naar de rechter, omdat het vond dat het academisch ziekenhuis niet zowel een plafondprijs als de hoogste kwaliteit defibrillators kon eisen. De rechter oordeelde echter dat deze combinatie transparant en objectief is, (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Moet het strooizout ook zonder heraanbesteding worden afgenomen?

Rijkswaterstaat heeft in april 2017 een openbare Europese aanbestedingsprocedure gehouden voor de levering van wegenzout, opgedeeld in twee percelen. Volgens de eisen van de aanbesteding moest het te leveren zout voldoen aan een bepaalde korrelverdeling. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Het belang van correct inschrijven namens iemand anders

Stichting Bezinn is een zorgorganisatie die als verantwoordelijke partij de gezamenlijke inkooptrajecten doet voor haar trajectuitvoerders, de Zorgboeren. Stichting Bezinn levert zelf geen zorg, de 120 door Bezinn ondersteunde Zorgboerderijen wel. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Is het ‘topsegmentenmodel’ strijdig met de aanbestedingswet?

Verschillende ziekenhuizen hebben een aanbestedingsprocedure gedaan betreffende de inkoop van ICD’s (Implanteerbare Cardioverter Defibrillatoren), Pacemakers, Leads & remote monitoring. Onderdeel van deze aanbestedingsprocedure is een zogenaamd ‘topsegmentmodel‘. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Abusievelijke inschrijving onder verkeerde naam kan hersteld worden

In deze zaak moet het Hof oordelen over de vraag of CZ Zorgverzekeraar heeft moeten toelaten dat, na de sluiting van de inschrijvingstermijn, de inschrijving door HVP Zorg B.V. voor een overeenkomst wijkverpleging 2015 zou worden vervangen door een inschrijving van Stichting HVP. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: geen ernstige integriteitsschending en level playing field

In de laatste zaak gaat het om een geschil tussen het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) en Siemens versus Beckman Coulter. Het UMCU heeft een Europese aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de aanschaf van een nieuwe laboratoriumstraat (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: tenderbeslissing herzien

De Staat heeft in deze zaak een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd ten behoeve van een opdracht tot het verzorgen van het technisch onderhoud van de ambassade in Bejing. Er wordt een tender uitgeschreven waar meerdere partijen aan deelnemen (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Verplichting oud opdrachtnemer tot migreren naar volgende opdrachtgever

Deze zaak is een kortgedingprocedure tussen een aantal gemeenten uit Twente en Randstad. Centraal staat een Europese aanbesteding, uitgeschreven door genoemde gemeenten in 2012, die bestaat uit de inhuur van uitzendkrachten en payrollmedewerkers. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Niet voldaan aan eisen: ongeldige inschrijving

Onduidelijkheden in de aanbestedingsprocedure, ze komen met regelmaat voor.

In deze zaak is de Gemeente Den Haag een aanbestedingsprocedure gestart voor de uitgifte van grond in erfpacht voor nieuwbouw van een bedrijvengebouw. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Vijf ambtenaren en ex-medewerker Pon veroordeeld voor fraude dienstauto’s

Vijf ambtenaren en een voormalig manager van auto-importeur Pon zijn veroordeeld in de fraudezaak van dienstauto’s. de straffen variëren van taakstraffen tot een gevangenisstraf van één jaar voor hoofdverdachte Jacques H. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Motiveringsverplichting Staat

Het CJIB heeft op TenderNed de huidige Europese aanbestedingsprocedure aangekondigd. Deze aanbesteding wordt uitgevoerd conform het Europese regime voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in artikel 2.38 Aw. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Is er sprake van aanbestedingsplichtige opdracht?

Voor een concessie voor energievoorziening heeft een gemeente geen aanbestedingsprocedure gevolgd. Eteck is het hier niet mee eens en vordert dat het de gemeente verboden wordt om de Opdracht aan DNWG (voorlopig) te gunnen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Nakoming gesloten overeenkomst

Stichting Keender heeft in een niet openbare aanbestedingsprocedure twee partijen, waaronder [A], uitgenodigd om een inschrijving te doen aan de hand van een vraagspecificatie. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Heeft de gemeente ten onrechte geweigerd informatie te verschaffen?

In een Europese aanbesteding komt partij A voor 2 percelen voor gunning in aanmerking. Partij B verzoekt om inzage te geven in de door partij A ingediende bewijsstukken. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Contact in strijd met het aanbestedingsdocument: uitsluiting van de procedure?

De gemeente Boxmeer heeft een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de digitalisering van de planning- en controlecyclus. De gemeente Boxmeer is voornemens de overeenkomst te gunnen aan Pepperflow. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: ongeldige inschrijving van combinatie

Het is mogelijk om met meerdere partijen tezamen in te schrijven op een opdracht. Naar aanleiding van een uitnodiging van Rijkswaterstaat hebben twee partijen ingeschreven op de opdracht, Antea en de Combinatie. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Eneco zat fout bij aanbesteding windpark

Eneco heeft fouten gemaakt tijdens de aanbestedingsprocedure van onderhoudswerk aan windpark Prinses Amalia in 2013. Het energiebedrijf moet staalbedrijf Tecmacon daarvoor schadeloos stellen. Dat heeft de Rotterdamse rechtbank op 13 december bepaald,  (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Alle verdachten vrijgesproken van fraude NS

Alle zes verdachten van fraude bij de OV-aanbesteding in Limburg zijn door de rechtbank vrijgesproken van de verdenkingen. Ook het bedrijf NS is vrijgesproken. Het vonnis is een grote nederlaag voor het Openbaar Ministerie (OM) (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Zijn voorgeschreven inkooptarieven zorginkoop redelijk?

Zijn de door de gemeente voorgeschreven inkooptarieven voor zorginkoop redelijk? Het is een vraag waar de rechter zich de afgelopen periode meermaals over heeft gebogen. De volgende drie uitspraken zijn de moeite waard om nader te bestuderen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Advocaat De Beer: Ov-fraude NS is geen strafrechtelijke zaak

De zaak over de aanbestedingsfraude in Limburg heeft veel aandacht in de media gekregen. Volgens de advocaat van voormalig Veolia-directeur René de Beer zou dat nooit gebeurd zijn als NS hier niks mee te maken had gehad. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderlinge afspraken tijdens Friese aanbesteding mocht

Zelfs als de taxibedrijven VMNN en Taxi Dorenbos tijdens de aanbesteding onderling afspraken hadden gemaakt, kunnen ze gewoon hun deel krijgen van het doelgroepenvervoer in Noordoost-Fryslân. Dat zeiden gemeenten uit Noordoost-Friesland (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

De Beer verdedigt zich in Limburg-zaak

René de Beer, voormalig Veolia-directeur en verdacht van het lekken van vertrouwelijke documenten aan de NS bij de aanbesteding in Limburg, staat vandaag terecht. De Beer wordt samen met vier andere oud-directeuren van de NS en NS-dochterbedrijven verdacht (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Tilburg hanteert te lage tarieven jeugdhulp

Opnieuw heeft een GGZ-instelling een kort geding aangespannen tegen een gemeente. Dit keer is het GGZ Breburg, een gespecialiseerde kliniek voor jongeren met zware psychische problemen. Zij spanden een kort geding aan tegen Tilburg (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Terechte gunning aanbesteding Blankenburgtunnel

De aanbesteding van de bouw van de Blankenburgtunnel hoeft niet opnieuw te worden gedaan. Dat heeft de rechtbank in Den Haag bepaald. De bouwers BAM en VolkerWessels en baggeraar Boskalis waren het niet eens met de gunning en spande een kort geding aan. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter eens met gunningsbesluit Rijkswaterstaat

Tebezo heeft ook volgens de rechter het contract voor het onderhoud van de vaarwegen in Zuid-Holland gewonnen. Volgens de verliezende partij Van Oord zou opdrachtgever Rijkswaterstaat bouwers geen gelijke kansen bieden (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Geschiktheidseisen, onjuiste beoordeling, gebreken en Grossman-verweer

In een aanbestedingsprocedure is Gemeente Rotterdam voornemens de opdracht aan Trevvel te gunnen. RMC heeft, als verliezende inschrijver, onder meer gevorderd de gunningsbeslissing in te trekken en heeft een reeks van gronden aan haar vorderingen ten grondslag gelegd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijk wint conflict aanbesteding kantoormeubilair

De rijksoverheid heeft geen fout gemaakt met de Europese aanbesteding van duurzaam geproduceerd kantoormeubilair. Dat concludeert de rechtbank Den Haag na een kort geding, aangespannen door Drentea Kantoormeubelen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Speciale-sector bedrijf: beroep op 3.25 Aw

Cure is een gemeenschappelijke regeling, waarin verschillende gemeenten zijn verenigd. Cure is 100% eigendom van deze gemeenten. In 2016 is Cure een samenwerking aangegaan met DONG en ten behoeve van de door hen gewenste samenwerking hebben Cure en DONG een Joint Venture opgericht. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Gunning Blankenburgverbinding mogelijk niet eerlijk

Rijkswaterstaat heeft volgens de bouwers BAM, VolkersWessels, Boskalis en TBI Holdings verscheidende fouten gemaakt bij de aanbesteding van de Blankenburgverbinding. Volgens de bouwers is het project ten onrechte voorlopig gegund aan het consortium BAAK. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Schadevergoeding vanwege publiceren vertrouwelijke informatie?

Gemeenten hebben een aanbesteding georganiseerd voor vervoerswerkzaamheden. ZCN was op dat moment de dienstverlener en contracterende partij voor dit vervoer. Het contract was met de provincie Noord¬-Holland gesloten. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Strijd met plicht om een openbare aanbestedingsprocedure te volgen?

Na een openbare aanbesteding is GOM een overeenkomst aangegaan. De overeenkomst is met ingang van 1 december 2014 voor onbepaalde tijd verlengd met een opzegtermijn van 2 maanden. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Rechtsverwerking en strijd met artikel 2.57, 2.54 lid 1 en/of 2.130 Aw?

In een aanbestedingsprocedure gepubliceerd door WUR wordt de opdracht niet aan Eiseres gegund en is de winnende inschrijving gedaan door Asito. Eiseres wendt zich daarop tot de voorzieningenrechter (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Compensatieplicht voor de provincie vanwege afname vervoersvolume?

Naar aanleiding van een aanbestedingsprocedure heeft de Provincie een callcenterovereenkomst gesloten met RVC met een looptijd van drie jaar. Het gaat in deze zaak om de vraag of de Provincie tekortschiet in de nakoming van haar verplichting tot overleg over compensatie als bedoeld in het bestek. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Kan-bepaling voor meerdere uitleg vatbaar

In aanbesteding aangekondigd door de gemeente is de inschrijving van Bouma ongeldig verklaard met als reden dat onder de minimumtarieven is ingeschreven. Bouma is van mening dat de gemeente haar ten onrechte heeft uitgesloten. De gemeente voert verweer. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Bezwaar tegen motivering en beoordeling gunning

In een aanbestedingsprocedure heeft het CJIB bericht aan de diverse vennootschappen/combinaties, waaruit [eiseressen] bestaat, dat de eindscore van de inschrijving van [eiseressen] niet hoog genoeg was om in aanmerking te komen (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Inschrijving ten onrechte ongeldig verklaard

In een Europese aanbesteding van de AIVD is de inschrijving van Protinus als eerste in de rangorde geëindigd en is de AIVD voornemens de opdracht aan Protinus te gunnen. De AIVD besluit naderhand echter de inschrijving van Protinus als ongeldig terzijde te leggen en te gunnen aan Comparex. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Aanbesteder aansprakelijk voor door opdrachtnemer gestelde schade?

In een Europese openbare aanbestedingsprocedure heeft de Provincie vier percelen gegund aan appellante. Nadat appellante was gestart met de uitvoering van de opdracht, is gebleken dat de in de praktijk gerealiseerde vervoersvolumes sterk achterbleven bij de prognoses. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechter zegt: Uitleg aanbestedingsstukken en raamovereenkomst

In een Europese aanbesteding heeft de UvA perceel 5 aan JBM gegund en is er een Raamovereenkomst tot stand gekomen. JBM vordert in deze procedure van de UvA schadevergoeding wegens het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de uit hoofde van de Raamovereenkomst op de UvA rustende verbintenissen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Deurwaarders verliezen aanbestedingsstrijd met CJIB

Gerechtsdeurwaarders vrezen fors omzetverlies, doordat de overheid minder kantoren in gaat schakelen voor zijn incasso’s. Afgelopen maandag ondertekende het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) contracten met 34 deurwaarderskantoren (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Grote ruzie bij aanbesteding rijksmeubilair

De nieuwe bureaus, stoelen, tafels en kasten van rijksambtenaren moeten voldoen aan de hoogste milieueisen. Dit was te lezen in de aanbesteding van Rijkswaterstaat, welke nu is uitgelopen op een enorme ruzie. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Geen boete voor ex-topmannen NS

De voormalige NS-bestuurders Timo Huges en Engelhardt Robbe krijgen geen boete voor hun betrokkenheid bij de aanbestedingsfraude in Limburg. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daar namelijk niet genoeg bewijs voor kunnen verzamelen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

CJIB alweer voor de rechter gesleept

CJIB, het grootste incassokantoor van de overheid, is door deurwaarderskantoren opnieuw voor de rechter gesleept. Ze vinden dat CJIB tijdens de, inmiddels al drie jaar durende, aanbesteding de fout in is gegaan. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Schoonmaakbedrijven slepen Staat voor de rechter

Negen schoonmaakbedrijven slepen de Nederlandse staat voor de rechter. Zij vinden dat zij als private partijen mee moeten kunnen dingen naar opdrachten van het Rijk. De rijksoverheid besloot in 2015 om de schoonmaak van zijn gebouwen in te besteden. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtszaak Politie versus Microsoft roept vragen op

Ook inkoop kent zijn wonderlijke verhalen, waarbij je in de lach schiet en denkt bij jezelf: “Dit kan niet waar zijn”. Twee weken geleden kwam er zo’n situatie in de publiciteit over het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) die via een rechtszaak circa € 3 miljoen terugvordert van Microsoft voor niet geleverde software licenties. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding jeugdzorg disproportioneel

De voorwaarden die de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem stelden aan instellingen voor het leveren van jeugdzorg zijn ‘disproportioneel’. Dit oordeelt het gerechtshof afgelopen dinsdag in Den Haag. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Concessie hoofdrailnet en HSL terecht gegund aan NS

De concessie van het hoofdrailnet (waaronder HSL-Zuid) is terecht onderhands gegund aan de Nationale Spoorwegen (NS). Dat bepaalt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in de zaak die de regionale vervoerders Arriva, Connexxion, Syntus en Veolia hebben aangespannen (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Bewijslast conflict bij aanbestedende dienst

Wanneer een inschrijver naar de rechter stapt, moet de aanbestedende dienst bewijslast aanleveren dat de aanbesteding eerlijk is verlopen. Dit is de uitspraak van het Europese Hof over een zaak uit Litouwen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Tennet is in een juridisch geschil verwikkeld

Tennet is in een juridisch geschil verwikkeld rond de aanbesteding van de twee transformatorstations voor de Borssele-windparken. Vanaf een transformatorstation wordt windenergie naar het land getransporteerd. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Politie betaalde bijna 3 miljoen euro te veel aan Microsoft

De politie heeft in 2008 per ongeluk bijna 3 miljoen euro te veel betaald aan Microsoft. Het gaat hierbij om het softwarepakket Office dat helemaal niet gebruikt is. De administratieblunder werd pas opgemerkt toen het bedrag al was overgemaakt aan Microsoft. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Miljardenclaim tegen Petrobras door corruptieschandaal

Het corruptieschandaal van het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobras krijgt een vervolg. De Nederlandse Stichting Petrobras Compensation Foundation start namelijk vandaag een zaak bij de rechtbank Rotterdam. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Risico proof of concept ligt bij inschrijver

Bij een definitieve gunning hoeven ondernemers meestal niet aan te tonen dat zij daadwerkelijk in staat zijn de opdracht volgens de gestelde eisen uit te voeren. Als de aanbesteder dit wel wil weten (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding OV Haarlem definitief

De aanbesteding van het verzorgen van het openbaar vervoer in Haarlem – IJmond is, na twee jaar vertraging, definitief aan Connexxion gegund. De concessie zal in september van start gaan en heeft een duur van tien jaar. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Munckhof mag van de rechter Nachtmobiel uitvoeren

De Amsterdamse stadsvervoerder GVB heeft de aanbesteding over het nachtelijk vervoer van zijn personeel gegund aan Munckhof. De partij die als tweede eindigde maakte bezwaar tegen die uitkomst (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

NS ontkent fraude bij Limburgse aanbesteding

De NS heeft de oud-directeur van Veolia niet omgekocht ten tijde van de Limburgse aanbesteding. Dat melden de advocaten voor de rechtbank in Den Bosch bij aanvang van het strafproces tegen NS, voormalig president-directeur Timo Huges en vijf andere betrokkenen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgaanbieder begint vóór inschrijving rechtszaak

“Nog voordat de aanbesteding voor thuiszorg goed en wel op dreef was, werd er al een kort geding tegen ons aangespannen”, vertelt Marco van der Spek-Stikkelorum, inkoopstrateeg en contractmanager sociaal domein bij Regio Gooi en Vechtstreek. De zorgaanbieder was het niet eens met de vaste prijs voor de zorg en trok daarom vóór de nota van inlichtingen al aan de bel.

Regio Gooi en Vechtstreek contracteert iedere zorgaanbieder die aan de minimumeisen voldoet. De gemeente heeft daarnaast de prijs vastgezet. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

RET teruggefloten om onrechtmatige overeenkomst

De Rotterdamse vervoersmaatschappij RET mag een onderhands gesloten concessieovereenkomst met buitenreclame-exploitant Exterion niet uitvoeren. De overeenkomst, die in maart dit jaar gesloten is, zou 1 januari 2017 ingaan. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het RET nog lukt om voor het einde van het jaar een aanbestedingsprocedure af te ronden. Daardoor zullen Rotterdamse trams en abri’s in de eerste maanden van het nieuwe jaar reclameloos blijven en zal het vervoersbedrijf veel inkomsten mislopen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Twee gemeenten besteden Jeugdzorg disproportioneel aan

De rechter heeft Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem op de vingers getikt, vanwege het disproportioneel aanbesteden van jeugdzorg. Eén van de verwijten luidt dat de gemeenten alle financiële risico’s willen afwentelen op de zorginstellingen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Syntus verliest rechtszaak over gunning busvervoer

Vervoersbedrijf Syntus heeft geen gelijk gekregen in zijn beroep tegen de aanbesteding van het busvervoer in de regio Haarlem-IJmond. Dat maakt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bekend. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

ProRail verklaarde inschrijving Strukton Rail terecht ongeldig

De inschrijving van Strukton Rail op de aanbesteding van een onderhoudsgebied in Limburg is terecht ongeldig verklaard door ProRail. Dit oordeelde de rechter op basis van een kort geding dat door Strukton Rail was aangespannen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

OM vervolgt NS om aanbesteding OV Limburg

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat spoorbedrijf NS en meerdere voormalige toplieden van NS en zusterbedrijven vervolgen voor de omstreden aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

CBb: NS overtrad Spoorwegwet niet

Spoorvervoerder Veolia trekt aan het kortste eind bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in een zaak waarin de vervoerder NS ‘tegenwerking’ verweet. Voor de aanbesteding van het treinverkeer in Limburg vroeg Veolia NS om treinstellen in gebruik te mogen nemen. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Terechte uitsluiting van aanbesteding Regiotaxi

De inschrijving van Connexxion Taxi Services is terecht ongeldig verklaard. Dat heeft de rechter bepaald in een kort geding dat de vervoerder had aangespannen tegen de veertien Twentse gemeenten die samenwerken in de Regiotaxi Twente. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Onrechtmatig handelende specialist moet half miljoen betalen

ICT specialist Peter J. mag 490.000 euro schadevergoeding betalen aan de Drechtsteden. De rechter heeft bepaald dat de man bij een aanbesteding van computerservers onrechtmatig heeft gehandeld. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Intrekken aanbesteding bij vermoeden concurrentievervalsing

In aanbestedingen mag de inschrijver vaak niemand anders dan de aangewezen contactpersoon benaderen voor informatie over de tender. Als hij dit wel doet, volgt mogelijk een uitsluiting van deelname aan de aanbesteding (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Siemens naar de rechter vanwege aanbesteding intercity’s

Siemens spant een kort geding aan tegen NS. Hiermee wil het bedrijf de gunning van de bouw van de Intercity Next Generation aan de Franse treinbouwer Alstom tegenhouden. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

KPN uitgesloten vanwege verzwegen ACM-boetes

De Belastingdienst heeft de gunning aan KPN voor de aanbesteding Lancat2015 ingetrokken, omdat het ICT-bedrijf bij de inschrijving niet meldde dat het was beboet door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Douwe Egberts verliest rechtszaak om mega-aanbesteding

Douwe Egberts heeft de rechtszaak tegen het UWV verloren. Het UWV is bezig met een gecombineerde aanbesteding van alle facilitaire diensten voor een periode van acht jaar. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

ICT-bedrijven vechten aanbesteding aan vanwege prijsschieten

Twee ICT-partijen willen de voorlopige gunning van de eerste Rijksoverheid Aanbesteding Datacentermiddelen (ROAD2016) tegenhouden. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Behandel bezwaren marktpartijen serieus

Aanbestedende diensten die onvoldoende doen met bezwaren van afgewezen marktpartijen, kunnen alsnog een schadevergoeding verwachten. Dat blijkt uit een rechtszaak over de aanbesteding van wegwerpkaarten door het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB) Amsterdam. (meer…)

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres