Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Aanbesteden is volstrekt zinloos

Van alle zinloze initiatieven over aanbesteden met impact is het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Aanbesteden in mijn ogen verreweg het meest zinloze.  

Kijk, we weten al dat we in Nederland op inkoopgebied niet altijd even kritisch zijn. Nederland was niet voor niets het enige land in de wereld waar Dean Kashiwagi voet aan de grond kreeg voor zijn flinterdunne Best Value Procurement. Inmiddels is het goddank weer verdwenen, maar het blijft opmerkelijk dat BVP alleen in Nederland aansloeg. (Oh ja, het schijnt ook in Botswana, Finland en Canada af en toe toegepast te zijn) 

Waarom vind ik het Manifest Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen geen zin hebben? Ik zal dat uitleggen. De vrijwel vergeten schrijver Godfried Bomans schreef ooit het volgende: “Als wij Nederlanders geconfronteerd worden met een probleem, dan zijn wij niet geneigd dat probleem op te lossen, nee, wij formeren terstond een commissie, en deze commissie, ook niet lui, formeert terstond een subcommissie en dan gaan allen naar bed in het besef dat er heel wat gebeurd is.”  

Zo’n gevoel heb ik bij dit manifest. Al minstens tien jaar zijn we aan het praten over duurzaamheid, circulariteit, maatschappelijk waarde en verzin het maar. Als je echter naar de aanbestedingen van de afgelopen tien jaar kijkt dan is het aantal aanbestedingen waarmee echt impact gemaakt wordt minimaal.

En laat mij u nu eens uitleggen waarom dat is. Dat komt omdat het verdomd lastig is om de balans te vinden tussen gewone kwaliteitscriteria en impactcriteria. Dat is ook de reden dat in al die visiedocumenten, beleidsstukken en actieplannen over MVOI nooit een concreet voorbeeld staat. Al die mensen die om het hardst roepen hoe belangrijk MVI of MVOI is, doen altijd net of de ‘gewone’ kwaliteit en de prijs er volstrekt niet toe doen en of het heel gemakkelijk is om in te kopen met impact. 

Eigenlijk gaat de impactdiscussie over de volgende vraag: welke verpleegkundige gaat je schoonmoeder in bed helpen? Die ervaren meelevende mevrouw op die milieuvervuilende scooter, of die veganistische ongeïnteresseerde blaag op zijn groene fiets? Ik heb een voorkeur voor die ervaren meelevende mevrouw. Maar ik hoor u denken: die Van der Linden snapt er niks van. Dit is precies de reden dat je moet inzetten op MVOI: zodat we juist uiteindelijk wel die ervaren meelevende mevrouw krijgen, maar dan ook nog op een groene fiets. We moeten er door aanbestedingen voor zorgen dat die mevrouw afscheid neemt van haar scooter, een groene fiets koopt en vegan gaat eten. Wereld gered, schoonmoeder in bed. 

Het punt is echter, dat dat betekent dat we dan eerst moeten accepteren dat de ‘gewone’ kwaliteit achteruit kan gaan. Want zolang die ervaren vriendelijke mevrouw nog geen groene fiets heeft, en af en toe een hamburgertje eet, verliest ze de aanbesteding, omdat een toekomstbewuste inkoper de gunningscriteria ‘vervoer naar de werkplek’ en ‘algehele houding ten opzichte van voeding’ op 40% heeft gezet (alles voor een betere wereld!). Voorlopig wint ze dus geen aanbestedingen en als ze niet meer werkt kan ze die groene fiets misschien wel nooit kopen. 

Bij een aanbesteding voor veegmachines telde de prijs qua percentage zo hoog mee dat de een duurzame veegmachine (accu of waterstof) nooit kon winnen. Een duurzame veegmachine is namelijk nu nog ca 2,5 keer zo duur als een gewone. Een inschrijver voerde in de rechtszaak nog aan dat de gemeente in de aanbestedingsstukken nog had opgeschreven dat ze streefden naar koploperschap op het gebied van duurzaamheid, maar dat door de opzet van de aanbesteding feitelijk onmogelijk maakte. De rechter had daar helaas geen boodschap aan. Persoonlijk zou ik het wel interessant vinden om te kijken welke overheid zijn woorden echt waarmaakt. Theo Maassen zei het pas heel mooi in een interview in het AD: ‘je kunt niet alleen maar principieel zijn als het comfortabel is’.  

De ‘gewone’ kwaliteit is de kwaliteit die we ervaren en dat is ook de reden dat we al jaren niet meer op laagste prijs aanbesteden. We willen de beste medische apparaten, stoplichten die goed afgesteld staan, schone WC’s op onze scholen, een ingenieur die een goede overkapping over de snelweg ontwerpt (Zoetermeer!), een kundige, ervaren consultant, een aannemer die doet wat hij belooft en een ICT-bedrijf dat ervoor zorgt dat het project niet twee keer zo duur wordt en twee keer zo lang duurt. Okay, dat laatste is niet realistisch, maar jullie begrijpen wat ik bedoel.  

Ik wil graag dat ons belastinggeld goed besteed wordt. Het is raar om net te doen of de ‘gewone’ kwaliteit niet belangrijk is bij de zaken die de overheid inkoopt. Neem nou innovatie, je hoort steeds vaker zeggen dat de overheid de ‘launching customer’ moet zijn, dat wil zeggen de eerste klant en dus degene bij wie van alles mis gaat. Dat wil ik helemaal niet! Laat de markt lekker zelf innoveren. Wat is er mis met gewoon waar voor je geld en beproefde technologieën? Hebben we geld over of zo? 

Het allergrootste probleem bij het formuleren van manifesten, beleid, visies of actieplannen over MVOI heb ik nog niet eens genoemd. Het is namelijk ondoenlijk. We slaan elkaar om de oren met de 85 miljard die de overheid jaarlijks inkoopt, maar we vergeten daarbij dat iedere aanbesteding uniek is. Aanbesteden is maatwerk. Zelfs als het over hetzelfde onderwerp gaat, kan de aanbesteding per regio een totaal andere invulling nodig hebben. En dan hebben we ook inhoudelijk nog eens honderden verschillende zaken die we aanbesteden. Bij iedere aanbesteding kunnen er totaal verschillende impactcriteria zijn. Beleid hiervoor proberen vast te stellen is schier onmogelijk en tijdverspilling. 

Maar er is ook goed nieuws. Er is een heel eenvoudige goed werkende oplossing en die is aangedragen door Fredo Schotanus in zijn oratie over Publieke Inkoop. Ik heb het al eens eerder in een column hier gezegd, maar ik kan er niet genoeg op hameren. 

Hij zegt: begin bij het nadenken over iedere (!) nieuwe aanbesteding (onderhands, nationaal of Europees) altijd met 33,3% prijs, 33,3% ‘gewone’ kwaliteit en 33,3% impactcriteria. Ga dan nadenken over wat realistisch is en betrek de markt daarbij. Je kunt geweldige dingen bedenken over inclusie maar in sommige branches is überhaupt geen personeel te krijgen, laat het dan weg en verander de verhouding naar een die past bij die aanbesteding. (40/40/20 of 20/20/60) 

Denk ook na of de impactcriteria voldoende onderscheidend zijn, en of bedrijven hier wel verschillend op kunnen scoren, zo niet, neem ze dan op als eisen en baseer de gunning op de ‘gewone’ kwaliteitscriteria.  

Als iedereen dit nu vanaf morgen eens bij elke aanbesteding gewoon gaat doen, dan kan dat manifest de prullenbak in, en zijn we echt op weg naar inkopen met impact. Ik weet dat de aanbestedingscommunity een beetje elitair is en zich niet zo verhoudt tot de volkssport voetbal, maar in dit verband wil ik graag eens wijzen op het clublied van een van onze mooiste voetbalclubs: “Geen woorden, maar daden”.  

Partner van Aanbestedingscafé:
Partner van Aanbestedingscafé:

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé:
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres

Ontvang ons gratis e-book!

Ontvang nu het e-book 'Ruis: de ideeën van Kahneman en de aanbestedingspraktijk' en blijf wekelijks op de hoogte van het laatste aanbestedingsnieuws.
close-link