Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
27
06
16
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
1
Door Theo van der Linden
Dossier: Column
Soort:

Kamp, meervoudig onderhands, keurmerken en Brexit

Kamp, meervoudig onderhands, keurmerken en Brexit

In een vorige column was ik wat kritisch over minister Kamp maar ik wil hem hier graag ook een complimentje geven. Bij de behandeling van de nieuwe Aanbestedingswet in de Eerste Kamer stelde de PvdA zo’n beetje de domste vraag die ik ooit gehoord heb over aanbesteden: “Kan de regering aangeven in hoeverre het wetsvoorstel en het daarbij behorende EMVI-principe zekerheid biedt dat de laagste prijs uiteindelijk niet doorslaggevend zal zijn?” Dan begrijp je er echt niet veel van.
Wat ik echter heel sympathiek van Kamp vind, is dat hij deze vragenstellers toch in hun waarde laat en een serieus antwoord formuleert. Mijn moeder was onderwijzeres en die deed dat ook bij de wat dommere kinderen. Dan herformuleerde ze de vraag zodat het toch nog wat leek, en gaf daarna het antwoord. Chapeau, Henk Kamp.

Wat wordt de belangrijkste verandering in de nieuwe Aanbestedingswet 2016? Over de introductie van de Aanbestedingswet 2012 kunnen we met terugwerkende kracht wel vaststellen wat het meest ingrijpend is geweest. Een enorme verandering is zonder meer veroorzaakt door één zin uit de Gids Proportionaliteit: “Tot de Europese drempel voor leveringen en diensten en tot een bedrag van € 1.500.000 voor werken wordt een meervoudig onderhandse procedure proportioneel geacht.”

In een mum van tijd veranderden vrijwel alle Nederlandse gemeenten, waterschappen en provincies hun beleid over meervoudig onderhands aanbesteden. Werden er in de periode voor de Aanbestedingswet 2012 soms al werken (nationaal) openbaar aanbesteed bij €100.000 of €200.000, nu ging iedereen over op € 1.500.000,- waardoor er veel meer onderhands werd aanbesteed. Bij leveringen en diensten is de nationale aanbesteding zelfs vrijwel verdwenen. We gaan rechtstreeks van onderhands naar Europees. (zou er nog wel eens iemand naar die kleurenschemaatjes kijken?)

Uiteraard gingen hierdoor de lasten omlaag, maar het kwam de transparantie en eerlijkheid natuurlijk niet ten goede. U kent de definitie die een wijs man ooit gaf voor meervoudig onderhands aanbesteden? Die luidt: “Meervoudig onderhands aanbesteden is de opdracht gunnen aan het bedrijf van je broer en voor de vorm twee offertes opvragen waarvan je weet dat ze altijd te duur zijn”.

Toch ben ik geneigd om een andere verandering nog belangrijker te vinden en dat is de mogelijkheid om te discrimineren bij meervoudig onderhandse aanbestedingen. Ja, u leest het goed.

Slimme gemeenten in het oosten van het land kwamen er achter dat de Aanbestedingswet in artikel 1.15 zegt: “de aanbestedende dienst behandelt de inschrijvers op gelijke wijze”. Door het gebruik van het woord ‘inschrijver’ zou je kunnen concluderen dat je de ondernemers (de groep waaruit je de inschrijvers kiest) dus wel wel ongelijk zou mogen behandelen. Gemeenten die dit gingen toepassen noemden dit de passer-methode. Ze zetten een passerpunt op hun gemeentehuis, trokken een cirkel van 10 km en selecteerden alleen bedrijven binnen deze cirkel. Een discriminerend maar wel objectief criterium. Deze werkwijze oogstte veel lof bij de plaatselijke politici, want die hebben een sterke voorkeur voor lokale bedrijven.

De Hoge Raad vindt dat blijkbaar ook. In het arrest over de kadasterzaak (ECLI:NL:HR:2016:503) staat:

“Onderdeel 2.2 betoogt dat het hof, indien en voor zover het met zijn oordeel over de onrechtmatigheid toepassing beoogde te geven aan het gelijkheidsbeginsel, heeft miskend dat de verplichting tot gelijke behandeling bij een meervoudige onderhandse aanbesteding uitsluitend ziet op partijen die door de aanbestedende dienst zijn uitgenodigd om voor een bepaalde opdracht een inschrijving in te dienen (geselecteerde potentiële aanbieders) en/of een inschrijving hebben ingediend (inschrijvers), en niet kan leiden tot een verplichting van de aanbestedende dienst om bepaalde partijen uit te nodigen of gelegenheid te bieden een inschrijving in te dienen, ook niet onder de door het hof genoemde bijzondere omstandigheden. Ook uit enig ander beginsel van behoorlijk bestuur, enig beginsel of uitgangspunt van aanbestedingsrecht of de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid vloeit dat volgens het onderdeel voor een geval als het onderhavige niet voort.”

De Hoge Raad concludeert: “Onderdeel 2.1 stelt, gelet op hetgeen hiervoor in 4.2.3 is overwogen, terecht voorop dat een aanbesteder, wanneer hij kiest voor een meervoudige onderhandse aanbesteding, vrij is zelf de partijen te selecteren die hij tot die procedure wenst toe te laten. Anders dan het onderdeel betoogt, brengt dat echter niet mee dat het niet onrechtmatig kan zijn een bepaalde partij niet uit te nodigen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie brengen immers mee dat de aanbesteder zijn selectie moet baseren op objectieve criteria. Doet hij dit niet, dan kan het niet uitnodigen van een of meer partijen onrechtmatig zijn.”

Aangezien een afstandscriterium zeer objectief is (binnen de 10km van ons stadhuis) zou je kunnen concluderen dat de Hoge Raad hiermee zijn zegen geeft aan de passer-methode.

Persoonlijk heb ik het niet zo op die voorkeur voor plaatselijke partijen. Ik woon zelf in Den Haag op de Laan van Meerdervoort en de Randstadrail loopt langs mijn huis. Dat ding maakt een enorme bak herrie en op een dag kreeg ik een brief van de gemeente dat zo’n 250 huizen vanwege de geluidsoverlast in aanmerking kwamen voor dubbel glas. Snel de formulieren ingevuld en inderdaad kreeg ik dubbel glas. De opdracht was aanbesteed en gewonnen door een Fries bedrijf. Ik heb nog nooit zo’n geweldige aannemer meegemaakt. De voorman kwam zich voorstellen, gaf zijn 06-nummer, afspraken werden perfect nagekomen, de communicatie over de planning was voortreffelijk en toen de ramen geplaatst waren en beschermvloer werd verwijderd hebben twee jongens van het bouwbedrijf nog drie kwartier staan stofzuigen in mijn huis om alles weer netjes achter te laten. Dat laatste is volgens mij onmogelijk bij een Haags bedrijf. (“nah, mefrawh, weh gaon weer plête, bedank foor de koffie!”)

De grote vraag is nu wat de belangrijkste verandering wordt bij de invoering van de Aanbestedingswet 2016. Ik houd het op het gebruik van keurmerken en certificaten. Omdat een keurmerk betrekking moet hebben op het voorwerp van de opdracht vallen bedrijfskeurmerken af.
Bovendien mag je alleen keurmerken gebruiken die zijn “vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, waaronder overheidsinstanties, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en niet-gouvernementele organisaties, kunnen deelnemen”.
Mijn voorspelling is dat er een enorme ravage wordt aangericht onder de bestaande keurmerken en certificaten, en dat we in de komende jaren heel anders met keurmerken om zullen moeten gaan. We zullen zien, de tijd zal het leren.

Tenslotte nog dit. Als je zo lang in de aanbestedingen zit als ik, denk je voortdurend na over de eerlijkheid van reken- en gunningsmethodieken. Bij het referendum voor het Brexit dacht ik gelijk al dat dat niet deugde. Je moet de stem van jonge mensen natuurlijk veel zwaarder laten meetellen, die hebben er veel meer last van. Wat blijkt: vanochtend hoorde ik op de radio dat maar liefst 75% van de Britten tussen de 18 en 24 voor in de EU blijven heeft gestemd. Die balen nu als een stekker. (F**cked by babyboomers!).

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Gerelateerde berichten:

Reacties:

  • M.J. | 28-06-2016 om 10:54

    Theo,

    Mooie weergave, maar als het mag toch nog een kanttekening bij je laatste alinea’s.
    Het kan goed zijn dat 75% van de jongeren gestemd heeft voor verblijf binnen de EU. Maar dat zegt natuurlijk nog niet veel. Hoeveel procent van de jongeren heeft gestemd en hoeveel procent van de babyboomers. Je kunt dan wel zeggen dat je daar een wegingsfactor op los moet laten, maar je moet ook kijken naar het opkomst% van deze groep. De derde dimensie. Pas als je weet hoeveel % van de jeugdigen en van de babyboomers is gaan stemmen kun je daar iets zinnigs over zeggen.
    Bovendien mis ik je motivatie waarom de jeugdigen meer last hebben van een brexit dan de ouderen. Is dat enkel op de korte termijn of ook op de lange termijn? Ik lees net op een andere forum dat de PVV onderzoek heeft laten doen naar een NEXIT en dat uit dat onderzoek blijkt dat de Nederlander er 10.000 euro op vooruit gaat, maar daarvoor wel eerst door een nieuwe crisis moet. Ik doe geen uitspraak over hoe goed of slecht dat onderzoek is, net zo min als dat ik een uitspraak doe over jou opmerking over de last van jongeren bij de BREXIT.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.