Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
16
10
Jon Jonoski
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Jon Jonoski
Dossier: Aanbesteden
Soort: ,

Kan ontwikkelovereenkomst samenwerking stimuleren?

Kan ontwikkelovereenkomst samenwerking stimuleren?

“De overheid is een slechte opdrachtgever, deels omdat wij niet weten wat wij wel en niet goed doen.” Zo stelt Frederieke Roetering, die als contractmanager bij de gemeente Venlo de decentralisatie van het sociaal domein van dichtbij meemaakte. Zorgregio Noord-Limburg experimenteerde destijds met zogeheten ontwikkelovereenkomsten die voor meer en betere samenwerking tussen de overheid en aanbieders moesten zorgen. Tijdens de ‘Kennis en praktijkweek: contracteren in het sociaal domein’ bespreekt Roetering hoe en waarom deze ontwikkelovereenkomsten zijn ontstaan, welke resultaten dit experiment heeft opgeleverd, en de lessen die hiervan geleerd zijn.

De decentralisatie van het sociaal domein betekende dat Zorgregio Noord-Limburg op een innovatieve manier over haar opdrachtgeverschap moest nadenken. Dat leidde tot een marktconsulatie waaruit het concludeerde dat het in haar aanbestedingen lossere beschrijven moest hanteren, meer ruimte moest openlaten voor samenwerking en samenwerking meer moest stimuleren. Dit leidde uiteindelijk volgens Roetering tot de centrale vraag van de aanbestedingsprocedure: “Hoe zorgen we dat we gedurende de looptijd van de contracten in gesprek kunnen blijven met de aanbieders?”

Twee contracten
De juristen van de zorgregio boden uiteindelijk uitkomst, legt Roetering uit. “Zij stelden voor om twee contracten te sluiten met de aanbieders. Ten eerste, een ‘gewoon’ contract waarin afspraken worden gemaakt over producten. Ten tweede een ontwikkelovereenkomst, waarin vastgelegd wordt hoe je met elkaar in gesprek blijft. Zo konden we een soort variant op bestuurlijk aanbesteden creëren, waarbij we tegelijkertijd zorgden voor vastigheid voor aanbieders, maar ook continue met hen in gesprek konden blijven. We wisten niet of aanbieders hierin mee zouden gaan, maar tijdens de markconsultatie bleek dat zij ook meer wilden samenwerken. Zowel met elkaar als met ons.”

Dialoog
Uiteindelijk werd besloten dat wie in Noord-Limburg zorg wilde leveren een ontwikkelovereenkomst moest tekenen. En, zo benadrukt Roetering, “als je een ontwikkelovereenkomst tekende, betekende dat ook dat je op de een of andere manier mee moest doen aan de dialoog. Of je in ieder geval verbond aan de resultaten van de dialoog. Aanbieders die het oneens waren over de resultaten konden reageren, ofwel via de website, ofwel door met ons aan tafel te zitten. Ze konden alleen niet achteraf klagen dat ze niet gehoord waren. Dat zou niet werken, zeker niet bij een open house aanbesteding met meer dan 300 aanbieders.”

Voordelen
Volgens Roetering werd al snel duidelijk dat een ontwikkelovereenkomst enkele grote voordelen biedt. “Je kunt gestructureerd overleg voeren zonder dat het gelijk overkomt alsof je in een contractonderhandeling bent terechtgekomen. Zo krijg je een goed beeld van wat je met elkaar wil bereiken en kun je makkelijker contracten tussentijds aanpassen. Door in dialoog te blijven krijg je bovendien een beter overzicht van de relevante ontwikkelingen in de zorg, kun je elkaar meer beïnvloeden en neemt het wederzijds vertrouwen toe.”

Vertrouwen
Dat vertrouwen is in het bijzonder belangrijk voor Roetering. “Het gebrek aan wederzijds vertrouwen is het grootste obstakel bij de samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Gemeenten vertrouwen aanbieders minder dan omgekeerd, terwijl wij niet altijd een betrouwbare partner zijn. Als het goed gaat hoor je de gemeente amper, maar als het even slecht gaat is zij de eerste die vraagt of een contract misschien net even aangepast kan worden. Tegelijkertijd moeten aanbieders ook veel sneller en duidelijker aangeven waar ze last hebben. Deze problemen kunnen allen opgelost worden door met elkaar in gesprek te blijven. Ontwikkelovereenkomsten kunnen hier aan bijdragen.”

Bureaucratisch circus
Tegelijkertijd benadrukt Roetering dat ontwikkelovereenkomsten ook grote uitdagingen met zich meebrengen. “Met 300 aanbieders blijft het lastig om de diepte in te gaan. Je moet dus bereid zijn thema’s breed te houden en veel door te vragen. Bovendien moet je een strak overlegproces hebben die de dialoog zo veel mogelijk faciliteert. Je kunt niet met meer dan 20 aanbieders aan tafel zitten, wat leidt tot een opsplitsing in veel verschillende werkgroepen en overlegtafels. Dit betekent een enorm bureaucratisch circus. Tot slot vergt het discipline om precies te monitoren of de besproken ideeën daadwerkelijk geïmplementeerd worden. Uiteindelijk draait het om implementatie en dat vindt niet plaats op de overlegtafel, maar op de werkvloer.”

Papierwerk
Uiteindelijk hebben de ontwikkelovereenkomsten tot veel meer kennis over de zorg geleid, maar tot heel weinig aangepaste contracten. Dat komt volgens Roetering ook doordat uit de gesprekken is gebleken dat veel zaken simpelweg niet vast te leggen zijn in een contract. Roetering vindt dat een belangrijk inzicht. “In het sociaal domein voeren we nu teveel een politieke strijd over het administratief proces, over de inrichting van het papierwerk. We negeren potentiële oplossingen, omdat ze niet passen bij een bepaalde bedrijfsvoering. Op deze manier slaan we vaak de creativiteit van aanbieders neer. En dat is heel erg jammer.”

Jon Jonoski
Door Jon Jonoski
Jon Jonoski is een enthousiaste journalist die zich graag verdiept in de wereld van inkoop en aanbestedingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.