Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: geschiktheid aantonen met vragenlijst

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus waaruit volgt dat inschrijver haar geschiktheid kon aantonen met een vragenlijst.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst publiceerde een aankondiging voor een Europese openbare aanbestedingsprocedure. Het betrof de opdracht ‘Drukken Havenkrant en Kantoor gerelateerd drukwerk’. De partij die als tweede is geëindigd (eiseres) maakte bezwaar tegen de gunningsbeslissing en vorderde dat de inschrijving van de partij aan wie de opdracht voorlopig is gegund (gedaagde) ongeldig werd verklaard. Gedaagde beschikt namelijk niet over een ISO 27001-certificaat, terwijl dit verplicht zou zijn gesteld.

Daarnaast stelt eiseres zich op het standpunt dat haar inschrijving op G2, G3 en G4 onjuist is beoordeeld. Zij had op deze drie criteria een ‘uitmuntend’ moeten scoren. De verbeterpunten zijn onterecht aangevoerd door de aanbestedende dienst.

Het resultaat
• De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat inschrijvers hun geschiktheid konden aantonen op het gebied van informatieveiligheid door het invullen van een vragenlijst of door het overleggen van het ISO 270001-certificaat. Het is niet gebleken dat het overleggen van het certificaat verplicht is gesteld. Het feit dat de gedaagde op dit moment niet over het ISO certificaat beschikt kan dus geen reden zijn om haar inschrijving ongeldig te verklaren.

• De voorzieningenrechter merkt op dat de beoordelingsruimte voor het verschil tussen een ‘goed’ en ‘uitstekend’ beperkt is. Voor een ‘uitstekend’ gaat het om de vraag of de inschrijving ‘toegevoegde waarde’ heeft. Dat de verbeterpunten ‘standaardisatie’ en ‘samenwerking’ geen meerwaarde opleveren, is volgens de rechter niet onbegrijpelijk.

• Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat is afgeweken van de aanbestedingsstukken. De motivering van de beoordeling van G2, 3 en G4 sluit aan bij uitwerking daarvan in de inschrijvingsleidraad. Dat eiseres zich met die beoordeling niet kan verenigen, is in dit verband niet van belang. De vorderingen van eiseres worden afgewezen.

Bron: ECLI:NL:RBROT:2021:5834, Rechtbank Rotterdam. Datum uitspraak: 16 juni 2021.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer - deel 3

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns van het afgelopen half jaar voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Het inkoopbeleid van Nederlandse gemeenten is vaak sterk verouderd

Uit onderzoek van Sofia Campfens en Melissa Timpen, studenten aan de Hanzehogeschool Groningen, blijkt dat twee derde van de Nederlandse gemeenten inkoopbeleid van voor 2019 hanteert. Bij sommige gemeenten ontbreekt überhaupt een inkoopbeleidsstuk, terwijl andere gemeenten weinig tot geen aandacht besteden aan duurzaamheid en social return.

CVAE – Hoge Raad 7-0

Columnist Theo van der Linden is maar wat blij met advies 504 van de Commissie van Aanbestedingsexperts. “Al enige jaren betoog ik dat het zogenaamde Ricoh/Xerox-arrest van de Hoge Raad uit 2014 een van de domste rechtelijke uitspraken is van het afgelopen decennium. Het geeft een heel prettig gevoel dat de commissie van aanbestedingsexperts en de zes ingeschakelde experts dit nu ook vinden.”

‘20% zorgvraag veroorzaakt door leveranciers’

In deze aflevering van podcast De Gunningsfactor gaat bijzonder hoogleraar publieke inkoop Fredo Schotanus onder andere in op de laatste ontwikkelingen binnen het sociaal domen. Hij vertelt over onderzoek van Olivier van Noort, promovendus bij Jan Telgen. Van Noort concludeert dat een vijfde van de zorgvraag in de thuiszorg veroorzaakt wordt door leveranciers zelf en niet door cliënten. Aanbieders zoeken volop naar nieuwe manieren om cliënten aan te trekken en te behouden. Schotanus pleit daarom voor meer aandacht voor het contractmanagementproces, de relatie met aanbieders en minder nadruk op het inkoopproces.

Open house leidt tot grote stijging zorgaanbieders

Sinds de invoering van het open-housemodel in 2014 is het aantal zorgaanbieders explosief gestegen, ontdekte onderzoeksplatform Follow the Money. In de provincie Gelderland vertienvoudigde het aantal aanbieders zelfs. Is de drempel voor nieuwe aanbieders te laag of ligt het aan open house?

‘Er is helaas veel wantrouwen bij aanbesteders’

Aanbestedingscafe.nl ging in gesprek met topadvocaat Frederik van Nouhuys. Hoe kwam hij bij het aanbestedingsrecht uit? Waarom is er sprake van wantrouwen bij aanbesteders? Hoe kunnen de verhoudingen tussen aanbestedende dienst en inschrijver verbeterd worden? En hoe ziet de ideale aanbestedingspraktijk eruit?

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Mondzorg voor de DJI

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengt CTM Solution iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: Mondzorg voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

Wat wordt er ingekocht?

Mondzorg

Wie koopt het in?

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Wat wordt er aanbesteed?

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van justitiabelen of gedetineerden. In deze aanbesteding wordt specifiek gevraagd naar mondzorg, ondersteuning- en spoedmondzorg. De verdeling van dertig percelen betreft de verschillende Justitiële Inrichtingen (JI) door het land. Dit zijn instellingen zoals:

Omdat iedereen recht heeft op gezondheidszorg komen de medische kosten voor een persoon die wordt ingesloten in een justitiële inrichting ten laste van DJI. De bestaande zorgverzekering wordt gedurende de detentie opgeschort. DJI biedt zorg die kwalitatief gezien equivalent is aan de zorg in de maatschappij. Binnen het gesloten karakter van de JI kan de zorgvrager niet zelfstandig zorgverleners opzoeken. Hiervoor is de zorg op maat georganiseerd.

De Mondzorg binnen DJI is niet eerder Europees aanbesteed. Als gevolg van de gewijzigde aanbestedingswet valt mondzorg (net als alle andere zorgsoorten) onder het regime voor Europees aanbesteden (categorie Sociale en Andere Specifieke diensten).

Uitdaging voor de inkoper bij zo’n aanbesteding

Edgar Smit, senior aanbestedingsadviseur Divisie Forzo/JJI;

 “DJI besteedt de mondzorg landelijk aan. Daarbij geldt wel dat elke JI een afzonderlijke organisatorische eenheid is met eigen specifieke wensen. Om die reden is elke JI ook als een afzonderlijk perceel opgenomen. Dit maakt het een aanbesteding die veel vergt qua voorbereiding en organisatie.”

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer - deel 2

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns van het afgelopen half jaar voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Podcast De Gunningsfactor: ‘Hier kan ik me echt boos over maken’

In deze podcast spreken we aanbestedingsadvocaat Suzanne Brackmann over het onderwerp rechtsbescherming. Rechtsbescherming is natuurlijk een breed onderwerp. Dat maakt het ook zo interessant. We hebben het onder meer over rechtsbescherming als de aanbesteding in volle gang is: onderzoeksplicht en rechtsverwerkingsclausules. Ook praten we over het kort geding dat mogelijk volgt: moet een klager of rechter niet inzicht krijgen in de inschrijvingen van de tegenpartij? Tot slot komt ook rechtsbescherming na een gesloten contract aan bod: wat als dan blijkt dat de winnaar zich niet aan de eisen houdt, kan je daar als marktpartij nog iets mee?

Relatief scoren en Cambuur uit: altijd lastig

In deze dubbelcolumn wisselen Theo van der Linden en Fredo Schotanus van gedachten over het probleem van rank reversal bij de relatieve beoordelingsmethode. Uiteraard lukt het Theo van der Linden een passende vergelijking te maken met de eredivisie. “De voetbalcompetitie is een geweldig voorbeeld (dat ik bij dezen van je jat voor mijn cursussen), maar volgens mij juist om aan te tonen dat rank reversal geen probleem is.”

Nederland profiteert onevenredig veel van Europese aanbestedingen

Uit onderzoek van Tsjechische academici blijkt dat de Nederlandse economie enorm profiteert van Europese aanbestedingen. Dat komt onder andere door het gunstige Nederlandse belastingklimaat. In verhouding gaan veel Europese aanbestedingen naar bedrijven die zich vanwege het gunstige belastingklimaat in Nederland hebben gevestigd. Tegelijkertijd gaat slechts een marginaal deel van Nederlandse aanbestedingen naar Europese landen. In andere woorden, Nederland blijkt een van de grootste ‘Tenderhavens’ te zijn.  

Topadvocaat Versteeg: ‘In mijn eerste aanbestedingszaak vroeg de inschrijver om een rode kaart’

In de interviewserie met topadvocaten sprak Aanbestedingscafe.nl onder andere met Daan Versteeg. Over de kansen voor ondernemers die het niet eens zijn met een beoordeling, over de machtspositie van marktpartijen en wat er zo leuk is aan het aanbestedingsrecht. “Je moet beide kanten van het spel kennen. Toch gaat er een lichte voorkeur uit naar procederen voor inschrijvende partijen. Zij zijn de underdog en dan is het een extra grote uitdaging om te winnen.”

Is aanbestedingsrecht nog formaliteitenrecht?

Aanbestedingsadvocaat Arthur van Heeswijck ziet dat de rechtspraak langzaam richter een minder formalistische benadering beweegt. Wat hem betreft is dat meer dan een nuanceverschil. Wat voor gevolgen heeft dat? En zet deze trend zich door?

Partner van Aanbestedingscafé:

Nevi en Significant Synergy zoeken respondenten onderzoek publieke inkoop

Ontwikkelingen in de publieke inkoop volgen elkaar snel op. Nevi en Significant Synergy volgen deze op de voet en doen hier tweejaarlijks onderzoek naar. Zij zijn benieuwd hoe inkoopprofessionals tegen de stand van zaken binnen de eigen inkooporganisatie aankijken.

Om dit te weten te komen kunnen ze de hulp van inkoopprofessionals in de publieke sector goed gebruiken. Meedoen kan door de enquête in te vullen. Dit kan geheel anoniem en duurt ongeveer tien minuten. Deelnemers hebben tot en met 23 juli de tijd en naar verwachting volgen de resultaten van het onderzoek in september.

Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek? Ontvang deze in je mailbox door na het invullen van de enquête een mailadres achter te laten.

Significant Synergy en Nevi zijn Premium Partners van Inkoperscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Duurdere techneuten, betere aanbestedingen

Een van de basisgedachten in de klassieke economie is dat vraag en aanbod de prijs bepalen. Als er minder aanbod is, gaat de prijs omhoog en vice versa. Een van de eigenaardigheden in de bouw- en vastgoedsector is dat dat een zeer ervaren specialistische ingenieur (met inhoudelijke eindverantwoordelijkheid) vaak een lager uurtarief heeft dan een beginnende bouwrecht- of aanbestedingsadvocaat (zonder eindverantwoordelijkheid). Hoewel de vraag naar goede ingenieurs al jaren hoog is, stijgt het betreffende uurtarief maar langzaam en heeft dit tarief de uurtarieven van een beginnende advocaat nog lang niet ingehaald.

Er is al veel geschreven over het niet goed verlopen van (bouw- en vastgoedgerelateerde) aanbestedingsprocedures. De realisatiefase van een bouwproject komt echter even vaak, zo niet vaker negatief in het nieuws. Denk aan ongelukken (bijvoorbeeld de omgevallen hijskraan in Alphen aan de Rijn en het instorten van een parkeergarage in Eindhoven), onvoorziene kostenoverschrijdingen en vertragingen (voorbeelden zijn oneindig). Zowel de aanbesteding als de contractfase blijken dus lastige hordes bij het realiseren van een gebouw of kunstwerk.

Genoeg kennis en kunde?

Ligt de oorzaak van voornoemde ongelukken bij te weinig of te lage kwaliteit juridische kennis of bij een slecht uitgewerkt ontwerp? Ik vermoed het laatste. Simpel gesteld, de techneut kan meer dan een constructie doorrekenen of een bouwtekening maken. Risicobeheersing van een project, begint met het bepalen van adequate maatregelen, zoals een goede planning of bouwkostenbegroting. Hiervoor is een solide kennis van de techniek nodig.

Daarbij geldt dat een goede aanbesteding begint bij het formuleren van een goede vraag waarvoor verstand van zaken en in de bouw een goed ontwerp nodig zijn.

Beter salaris, meer opleidingsuren

In de juridische wereld zijn opleidingsverplichtingen geïnstitutionaliseerd. Daarnaast worden de in eerste drie jaar als advocaat werk en opleiding gecombineerd onder de verantwoordelijkheid van een patroon. Hoeveel ingenieurs krijgen zo’n solide start van hun carrière? Misschien moeten ingenieurs daarom een gelijksoortig systeem opzetten? Beginnen bij een dertig procent hoger uurtarief waarbij de helft van deze meeropbrengst wordt gestopt in hogere salarissen en de andere helft in verplichte opleidingsuren. Een gewaagde stelling: na een paar jaar zijn dan de problemen bij bouw en vastgoedgerelateerde projecten en aanbestedingsprocedures met dertig procent afgenomen.

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Niet aanbesteden vakantietesten slechte keuze’

Aanbestedingsexperts denken dat het aanbesteden van coronatesten voor vakantiegangers veel goedkoper was uitgevallen dan inkoop via de directe gunning waar het kabinet onlangs voor koos. De overheid heeft 249 miljoen euro gereserveerd voor gratis coronatesten voor vakantiegangers, in juli en augustus.

Dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de bedrijven niet heeft laten concurreren op prijs, is volgens diverse aanbestedingsexperts een gemiste kans. ‘Bij een aanbesteding kun je partijen laten concurreren op kwaliteit en prijs. Nu niet. Financieel en doelmatig vind ik dat een slechte keuze”, zegt hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza.

Ken de markt

De door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ingehuurde testbedrijven moeten in de zomermaanden 3,5 miljoen testen kunnen uitvoeren. Daarvoor ontvangen ze een vergoeding per test: €64,25 voor een PCR-test en €19,25 voor een antigeentest. “Als je de vergoeding per test vastzet, moet je als minister de markt wel heel goed kennen”, zegt hoogleraar aanbestedingsrecht Huib van Romburgh.

Spoedprocedure

Manunza vindt de gang van zaken verontrustend. De ministeries hadden kunnen kiezen voor een spoedprocedure, maar hebben nu een mogelijk onrechtmatig contract gesloten. “Daarmee wekken zij onterecht de indruk dat de regels in de weg staan, of heel ingewikkeld zijn. Dat is heel zorgelijk.”

In de kamerbrief die demissionair ministers Van Nieuwenhuizen (IenW) en De Jonge (VWS) onlangs naar de Tweede Kamer stuurden, gaven ze zelf ook al aan dat de huidige werkwijze mogelijk onrechtmatig is.

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Circulaire aanbesteding winnen - 'Ze willen heel graag'


In de vorige aflevering bespraken we wat je kunt doen als een aanbesteding circulair moet zijn. Ivo Bonajo van het ministerie van BZK adviseerde om meer tijd uit te trekken voor duurzame aanbestedingen. Die tijd heb je volgens hem nodig om te onderzoeken wat er mogelijk is en hoe je het traject succesvol kan maken. 

In deze aflevering zoomen we in op hoe je kunt meten en weten in welke mate een aanbesteding duurzaam is. Of omgedraaid: hoe weet je als inschrijver dat jouw aanbod veel punten scoort op de gestelde duurzaamheidscriteria. In gunningsprocedures is het belangrijk om dat zo objectief mogelijk te maken. Maar zijn er eigenlijk zekerheden als je over duurzaamheid praat? Of blijft de scheidslijn tussen echt groen en greenwashing flinterdun? Deze en andere vragen leggen we voor aan onze gasten: Lex de Bruijn (bestuurder MVO Register), Roy Vercoulen (CEO Circular IQ) en René Meertens (Gunstrateeg Corus Advies).

Nieuws:

Kabinet koopt nog meer testcapaciteit in ondanks onbenutte teststraten

e-Learning aanbesteden sociaal domein beschikbaar voor aanbieders

Brussel wil dat Nederlandse woningcorporaties gaan aanbesteden

Events:

Circulair inkopen, the next step

Jurisprudentiemarathon Commissie van Aanbestedingsexperts

Reactie, vraag of opmerkingen?

Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te liken en te delen en je te abonneren. Heb je een vraag of opmerkingen, stuur dan een mail naar: podcast@aanbestedingscafe.nl. De leukste reactie belonen we met een verrassingspakket.

Informatie over partnering met podcast de Gunningsfactor?

Er zijn ook mogelijkheden om je product, dienst of bedrijf te promoten. Interesse? Stuur dan een mail naar: partner@aanbestedingscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Van feiten naar framing: blufpoker in aanbestedingen

Vroeger had je als betrouwbare dienstverlener genoeg aan een goede inschrijving om een opdracht binnen te halen. Daarna kwam een tijd waarin je vooral zo concreet en realistisch mogelijk moest zijn voor een onweerstaanbare inschrijving. Maar wie vandaag de dag nog steeds gelooft dat SMART de manier is om aanbestedingen te winnen heeft te weinig beoordelingen gelezen. We leven in het post-truth tijdperk, en ook Aanbestedende Diensten zitten er tot hun ellebogen in. Niet de feiten, maar de framing doet ertoe.

Blufpokercharme van de nieuwkomer

Steeds vaker zien we grote partijen aanbestedingen winnen van de ervaren dienstverleners. Wat die grote partijen missen in praktijkervaring en lokale kennis, verhullen ze met veranderprocessen, efficiëntiemaatregelen en vernieuwingsslagen. En die managementbeloftes, daar zijn gemeenten gevoelig voor.

Een gebied waar dit heel sterk speelt is het sociaal domein. In een artikel van Follow the Money is te lezen hoe nieuwkomer Incluzio als enige hoofdaannemer verantwoordelijk werd voor alle zorg in de gemeente Hollands Kroon. Datzelfde Incluzio won het zonder enige expertise ook in Utrecht van de veertig jaar straathoekwerk van de zittende partij. De blufpokercharme van een nieuwkomer, noemde De Groene Amsterdammer dit eerder al.

Blufpoker. Mooie beeldspraak. Want de gemiddelde pokeraar kent het gevaar van nieuwkomers aan tafel. Ze onderschatten de tegenstander, overschatten hun eigen hand en gaan in iedere ronde mee. Bovendien gooien ze het spel nog eens extra in de war door eens in de zoveel tijd all-in te gaan. Beginnersgeluk is dan ook een bekende term in het poker: de strategische systemen van ervaren spelers zijn niet opgewassen tegen de willekeurige overmoed van een rookie.

En dat is wat je ziet gebeuren in aanbestedingen: overmoedige nieuwkomers onderschatten het werk en overschatten hun eigen capaciteiten. Het artikel van Follow the Money is onderdeel van hun groeiende dossier over de ontwrichtende werking van aanbestedingen op de jeugdzorg. De aanpak van de grote partijen pakt in de praktijk desastreus uit: lokale kennis verdwijnt, bewoners blijven langer zorgcliënt en de dienstverlening scoort slechter op kwaliteit. En de efficiëntie? Ieder jaar moet er bij Incluzio weer geld bij vanuit de overheid.

Ontzorgende toiletbrillen

Ook bij andere aanbestedingen zien we steeds vaker dat er een potje blufpoker nodig is om opdrachten te winnen. Van toiletbrilleveranciers tot onderhoudsschilders: het feit dat je jarenlang trouw binnen een uur op de stoep staat zodra de gemeente belt doet er niet meer toe. Het gaat er nu om dat je na kunt denken over processen, en vertelt hoe je een ‘partner’ wordt die op een ‘basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid’ zorgt dat je gemeentes ‘ontzorgt’ in hun dienstverlening.

Ergens is die voorliefde voor managersjargon te verklaren. Overheden moeten steeds meer uitbesteden, en processen lijken dan de enige manier waarop ze nog enige grip kunnen houden over de dienstverlening. Maar als de ontwikkelingen in de jeugdzorg iets laten zien is het wel dat die processen alleen maar de schijn van controle geven. De resultaten uit de praktijk laten zien dat mensen, telefoonnummers en jarenlang vakwerk veel meer garantie bieden dan welk proces dan ook. Helaas blijven gemeentes toch altijd weer gevoelig voor de grote nieuwkomer, die landelijk daarmee veel aanbestedingen binnenhaalt. Vertrouwd is verdacht, de buitenstaander een belofte.

Is er nog een weg terug? Gaan we ooit weer naar de tijd waarin resultaten, expertise en lokale kennis ertoe doen? De ervaren speler weet: poker is een spel van de lange adem. Wie vertrouwt op z’n eigen hand en niet meegaat in het roekeloze blufgedrag ziet vanzelf hoe de nieuweling zichzelf uiteindelijk kapot speelt. Maar met de huidige kaarten kan dat nog eens een lang potje gaan worden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Social media Werkgeversaanpak

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengt CTM Solution iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: social media Werkgeversaanpak.

Wat wordt er ingekocht?

Social Media Werkgeversaanpak

Wie koopt het in?

Provincie Overijssel

Wat wordt er aanbesteed?

Het programma ‘Werkgeversaanpak Veilig, Slim en Duurzaam’ heeft als opdracht werkgevers en werknemers aan te zetten tot duurzaam en veilig mobiliteitsgedrag. Enerzijds wordt dit bewerkstelligd door kennisdeling met werkgevers, anderzijds door werknemersacties. In beide gevallen zet de provincie Overijssel social media in voor de informatieverspreiding. Inmiddels zijn meer dan 250 werkgevers als partner bij de werkgeversaanpak aangesloten. Naast de inzet van drie mobiliteitsmakelaars worden deze partners vooral via social media (LinkedIn, Twitter, mailings en websites) betrokken. En ze worden geïnformeerd over acties die de mogelijkheden voor de transitie naar een duurzamer en veiliger mobiliteitsbeleid ondersteunen. 

Werknemers vormen een belangrijk onderdeel in deze transitie. Voor de verspreiding van informatie en promotie van acties onder werknemers, gebruikt de provincie zoveel mogelijk socialmedia-uitingen. Via “Tim” in Twente en “Sofie” in West-Overijssel wordt informatie actief gepost en gedeeld op bijvoorbeeld Facebook en Instagram. De websites Twente Mobiel en regio Zwolle Mobiel zijn belangrijk voor het informeren en delen van kennis rondom de werkgeversaanpak. Omdat social media zeer doeltreffend blijkt voor de verspreiding van informatie, verbindt de provincie deze aanpak steeds meer als campagne aan de werkgeversaanpak. Het vormt de ruggengraat van alle communicatie uitingen en de mobiliteitsacties die de provincie Overijssel jaarlijks richting werkgevers uitzet.

De uitdaging bij deze aanbesteding

Mark Slagter, communicatieadviseur bij provincie Overijssel;
“De provincie wil met dit programma werkgevers helpen om hun mobiliteit veiliger, slimmer en duurzamer te maken. Communicatie via sociale media is hierbij een belangrijk middel. Bij mobiliteit kun je bijvoorbeeld denken aan het thuiswerken. Dat is nu een hot item. Wij coördineren het programma en voor het beheer van onze socialmediakanalen worden we ondersteund door een extern bureau. De opdracht voor deze ondersteuning moeten wij nu opnieuw aanbesteden. Voor ons zit de uitdaging erin dat bureaus die affiniteit hebben met overheidscommunicatie, en ook met mobiliteit, zich inschrijven op de aanbesteding.”

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Kabinet koopt nog meer testcapaciteit in ondanks onbenutte teststraten

Hoewel de capaciteit van de huidige Testen voor Toegang-teststraten maar voor tien procent wordt benut, trekt het kabinet 249 miljoen euro uit voor het opzetten van extra teststraten voor het testen van vakantiegangers. De opdracht wordt bovendien opnieuw rechtstreeks aan Stichting Open Nederland gegund. De betrokken ministers noemen de gang van zaken nu al ‘mogelijk onrechtmatig’.

De huidige teststraten kunnen niet worden ingezet voor het testen van vakantiegangers omdat die doelstelling niet is opgenomen in de aanbesteding voor de teststraten voor Testen voor Toegang. De overheid vreest dat aanbieders juridische procedures starten als de teststraten alsnog ingezet worden voor het testen van vakantiegangers. Aanbieders konden namelijk niet weten dat de teststraten later voor dit doeleinde zouden worden gebruikt.

Onrechtmatige opdrachtverlening
Het kabinet kiest er bovendien opnieuw voor Stichting Open Nederland (SON) direct opdracht te verlenen voor het opzetten van de extra teststraten. Dat gebeurde eerder ook al bij het verlenen van de opdracht tot het organiseren van de zogeheten testsamenleving, waar Testen voor Toegang uit voortkwam. Daar kwam veel kritiek op. Het direct verlenen van de opdracht aan SON was volgens aanbestedingsexperts onrechtmatig.

De verklaring die demissionair minister Van Nieuwenhuizen van I&W en demissionair minister van VWS, Hugo de Jonge geven over de aanpak is opvallend. “Hierbij is vanwege het zeer korte tijdpad direct een opdracht aan SON verstrekt zonder daarvoor een aanbesteding te doen. Dit deel van de opdrachtverlening is daarmee mogelijk onrechtmatig”, schrijven zij in een kamerbrief aan de Tweede Kamer.

Bron: Het Parool

Partner van Aanbestedingscafé:

De raad wil circulair? 'Neem de tijd!'


In de raadsvergadering is besloten dat de aanbesteding circulair moet. Maar wat is dat precies en hoe pak je dat aan? In deze aflevering staan aanbestedingen centraal die duurzaam moeten. Niemand is tegen een beter milieu, toch? Waar moet je dan op letten? Is het alleen een kwestie van meer geld, of komt er meer bij kijken? We praten met Ivo Bonajo (Ministerie van BZK) en Koen Spekreijse (Significant Synergy) over de beren op de weg. Hoe schiet je die? Waar haal je kennis vandaan en wat moet je zeker niet doen?

Verder in deze aflevering het laatste aanbestedingsnieuws en een overzicht van de leukste events die – ondanks corona – gewoon doorgaan.

Linkjes:
Inkopen met Impact – https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/10/28/inkopen-met-impact

Events:
NEVI’s CPO debat: https://nevi.nl/evenementen/nevi-cpo-debat
Aanbesteden in 10 dagen: https://www.supplyvalue.nl/product/aanbesteding-in-10-dagen/

Reactie, vraag of opmerkingen?
Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te liken en te delen en je te abonneren. Heb je een vraag of opmerkingen, stuur dan een mail naar: podcast@aanbestedingscafe.nl. De leukste reactie belonen we met een verrassingspakket.

Informatie over partnering met podcast de Gunningsfactor?
Er zijn ook mogelijkheden om je product, dienst of bedrijf te promoten. Interesse? Stuur dan een mail naar: partner@aanbestedingscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Een goede inkoper wil niet ontzorgd worden

Vriendjespolitiek en favoritisme. Het zijn twee woorden die vaak terugkomen in het boek ‘Een goede inkoper wil niet ‘ontzorgd’ worden’ van Theo van der Linden. Net als het woord ‘ontzorgd’, maar daarover later meer. Waarom nu juist die twee woorden zo belangrijk zijn? Dat legt Theo van der Linden haarfijn uit in de inleiding. Het boek bestaat uit een groot aantal van zijn blogs op Aanbestedingscafé.nl en columns uit vakblad GWW-Totaal.

Bestrijder van vriendjespolitiek en favoritisme

Het zijn blogs (45 stuks) en columns (22 stuks) over de alledaagse praktijk van het aanbesteden, gebaseerd op uitspraken van rechters en CVAE over aanbestedingszaken. Maar wel minder juridisch dan in zijn jaarlijks verschijnende boeken met aanbestedingsjurisprudentie. Aan het slot van zijn inleiding geeft Theo van der Linden duidelijk aan wat hij met deze blogs en columns (zoals hij ze zelf steevast noemt) wil bereiken: een steentje bijdragen aan het bestrijden van vriendjespolitiek en favoritisme bij het gunnen van overheidsopdrachten. Ontstaan vanuit oprechte verontwaardiging doet hij dat altijd mild en beschaafd, maar wel met een bedoeling zoals hij zelf stelt. Een lovenswaardig en nobel streven.           

In begrijpelijk Nederlands je mening verkondigen

Je kunt dus veel van Theo van der Linden zeggen, maar niet dat hij zijn mening onder stoelen of banken steekt. Dat hij daar een podium voor krijgt op Aanbestedingscafé.nl en in het blad GWW-totaal is niet meer dan terecht. Helemaal omdat hij dat altijd doet in begrijpelijk Nederlands. Niets ten nadele van de juridisch geschoolde aanbestedingsexperts, maar nagenoeg het grootst deel van de mensen die zich beroepsmatig met aanbesteden bezig houdt is niet juridisch geschoold. Dat zijn blogs en columns een groot en trouw lezerspubliek trekken, wekt dus geen verwondering. Voor al die trouwe lezers is er dit boek waarin een groot aantal van die blogs, van nieuw naar oud, terugkomen.

Het wonder van het aanbesteden

Er is één uitzondering, namelijk de eerste bijdrage met de titel ‘Het wonder van het aanbesteden’. Daarin legt Theo van der Linden uit waarom hij van aanbesteden houdt, ook al noemt hij het zelf ‘een warm hart toedragen’. Hij gaat daarmee lijnrecht in tegen de vele mensen die een hekel hebben aan het aanbesteden of het zelfs hartgrondig haten. Theo van der Linden is daarom een verfrissende oase van positiviteit in die woestijn van zure en negatieve meningen. En dat ondanks de kritiek die hij, veelal voorzien van een of meerdere argumenten, helder toelicht. Dat het zo positief overkomt, komt omdat hij in veel gevallen oplossingen aandraagt. Eerlijkgezegd zouden meer mensen in aanbestedingsland dat mogen doen. 

C’est le ton qui fait la musique

Wat verder opvalt is dat Theo van der Linden met zijn blogs en columns niet over één nacht ijs gaat en niet zomaar iets de openbaarheid inslingert. Onderbouwd met juridische teksten, quotes en feiten bouwt hij zijn teksten zorgvuldig op en geeft hij zijn mening. Dat hij daarbij geregeld privésituaties aanhaalt en op zijn tijd humor en zelfs ironie verwerkt in zijn bijdragen, maakt het boek zeer goed leesbaar. Wat heet, je zit soms met een glimlach op je gezicht te lezen. Voor een boek over aanbesteden is dat heel bijzonder. C’est le ton qui fait la musique. Als je het goed bekijkt levert dit boek ook een duidelijke meerwaarde als het gaat over beter aanbesteden. Je zou demissionair Staatssecretaris voor Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer van harte aanbevelen om eens met Theo van der Linden in gesprek te gaan.

Ontzorgen nu echt in de categorie jeukwoorden

Origineel kwam het gebruik van het woord ‘ontzorgen’ in zwang door de advertenties van Achmea. Zoals dat echter wel vaker bij zo’n reclameuiting gebeurt, gaat het woord een eigen leven leiden en werd het nadien te pas en te onpas gebruikt. Voor je het weet komt het dan ook nog heel vaak in aanbestedingsdocumenten terecht. Waarvan Theo van der Linden vervolgens de voorbeelden in zijn columns uit zijn mouw schudt. Resultaat: je kunt het woord ontzorgen aan het eind van het boek niet meer horen of zien. Waarschijnlijk is daarmee zijn geheime missie geslaagd om het woord nooit meer in aanbestedingsdocumenten te gebruiken en hoort het nu definitief thuis in de categorie jeukwoorden. Daarmee is echter nog niet verklaard waarom de aanhalingstekens bij ontzorgd in de titel voorkomen.

Aanbestedingscowboys

Dat je als aanbestedingsdeskundige nooit bent uitgeleerd, dwingt je eigenlijk om jezelf continu op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van aanbesteden. Dat is op zich wel een uitdaging. Neem alleen al e vele wijzigingen zoals de nieuwe Gids Proportionaliteit, de stroom aan gerechtelijk uitspraken en nieuwe inzichten van deskundigen uit de praktijk. Met dit boek van Theo van der Linden heb je in ieder geval een aantal van die praktische inzichten overzichtelijk bij elkaar en kun je er met collega’s over in gesprek gaan. Zoals over hoe je om dient te gaan met de aanbestedingscowboys in inkoopland. Het precieze hoe en waarom lees je terug in een van de laatste hoofdstukken van het boek.

Eindoordeel

Het boek ‘Een goede inkoper wil niet ‘ontzorgd’ worden’ is uniek in zijn soort. Het is in tegenstelling tot nagenoeg alle andere boeken over aanbesteden inclusief de eigen boeken van Theo van der Linden geen omvangrijk boekwerk. Het is geschreven in begrijpelijk Nederlands en lekker concreet. Je hoeft het niet met alles eens te zijn, maar Theo van der Linden zet je zeker aan tot nadenken. Daarbij gaat hij relevante en zinvolle discussies zeker niet uit de weg, zoals een recente e-mailwisseling met Fredo Schotanus over de relatieve beoordelingsmethode bewees. Zonder (de boeken van) Theo van der Linden, en in het bijzonder dit boek, zou het aanbestedingslandschap in Nederland er een stuk saaier uitzien.

Beoordeling
Aanvullende literatuur
Boekgegevens

Auteur:

Theo van der Linden is directeur van VdLC. Met zijn aanstekelijke presentatie en vele praktijkvoorbeelden weet hij de lesstof altijd duidelijk en eenvoudig uit te leggen. Hij publiceerde de afgelopen jaren in GWW-totaal, de Tender nieuwsbrief en hij heeft een veelbesproken column op www.aanbestedingscafe.nl. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1.000 altijd zeer gewaardeerde incompany-trainingen bij zowel overheid als bedrijfsleven. Daarmee is hij een van de meest gevraagde, zo niet de meest gevraagde cursusleider op het gebied van aanbesteden. Het leukste compliment dat hij ooit kreeg was: “Ik dacht dat aanbesteden saai was, maar u vertelt het als een spannend jongensboek”. Op zijn vijftigste heeft hij besloten om nooit meer een stropdas te dragen en die belofte houdt hij nog steeds vol.

Nederlandstalig | Paperback | 223 blz.

VdLC publishers/consultants B.V. | 1e druk, 2020

Het boek ‘Een inkoper wil niet ‘ontzorgd’ worden’ is in eigen beheer uitgegeven, verkrijgbaar via www.aanbesteding.nl of via e-mail vdlc@bart.nl en kost € 29,95 inclusief BTW, exclusief verzendkosten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kabinet gaat inkoop persoonlijke beschermingsmiddelen onderzoeken

Het kabinet stelt een onderzoek in naar de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden en de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronacrisis in het algemeen. Daarnaast komt er een loket waar betrokkenen mogelijke onrechtmatigheden bij inkoop van beschermingsmiddelen kunnen melden. Dat laat demissionair minister voor Medische Zorg, Tamara van Ark, weten aan de Tweede Kamer.

Van Ark schrijft dat er op dit moment al een onderzoek loopt naar de mondkapjesdeal die het ministerie van Volksgezondheid vorig jaar sloot met Sywert van Lienden. Ze wil dat er volledige openheid komt over de gang van zaken. Van Ark verwacht dat ze de resultaten van het onderzoek, dat uitgevoerd wordt door een forensisch accountant, op korte termijn bekend kan maken, nog voor het zomerreces van de Tweede Kamer.

Loket voor onrechtmatigheden

Daarna volgt er een breder onderzoek naar de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronacrisis. Daarbij draait het om “ieders rol en verantwoordelijkheid daarin”. Een externe, onafhankelijke partij met forensische, inkoop-, fiscale- en data-expertise zal dat onderzoek uitvoeren. Deze partij is ook belast met het opzetten van een loket waar medewerkers van het ministerie van VWS en andere betrokkenen mogelijke onrechtmatigheden bij de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen melden. Die informatie moet inzichtelijk maken hoe de inkoop is verlopen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Opdrachtraming bij regelmatig terugkerende opdrachten

De raming van overheidsopdrachten zorgt weleens voor interessante discussies. Het is goed om vooraf vast te stellen dat het belangrijkste doel van een raming het bepalen van de juiste aanbestedingsprocedure is. Met een verkeerde raming neemt het risico toe dat de verkeerde procedure wordt gevolgd. De kernbepaling voor de raming is artikel 2.15 Aw 2012. Hierin is bepaald dat de waarde van een overheidsopdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van de verzending van de aankondiging van die overheidsopdracht. Dit artikel is van toepassing op alle typen overheidsopdrachten: werken, leveringen en diensten. Doorgaans wordt bij het ramen van de opdrachtwaarde hardnekkig gesproken over vermenigvuldigen met 48 maanden (oftewel). Het vermenigvuldigen met 48 maanden volgt uit artikel 2.17 Aw201211 die betrekking heeft op overheidsopdrachten voor diensten2. In datzelfde artikel onder d en e wordt bepaald: waarin geen totale prijs is vermeld. Te denken valt aan bijvoorbeeld een werktarief per uur of per dag. Wanneer hiervan sprake is en de opdracht is van onbepaalde duur of een looptijd langer dan 48 maanden dan zal op grond van artikel 2.17 Aw 2012 het maandelijks te betalen bedrag moeten worden vermenigvuldigd met 48.

Vermoedelijk is de 48 maanden bij menig inkoper blijven hangen vanwege art 2.140 lid 3 Aw 2012. In dat artikel wordt bepaald dat de duur van een raamovereenkomst maximaal vier jaar is tenzij er objectieve redenen zijn voor een langere periode. Maar let wel, deze bepaling gaat feitelijk niet over de raming van de opdracht maar over de duur van een raamovereenkomst. Een ‘normale’ overeenkomst kan worden afgesloten voor hoe lang men noodzakelijk vindt. Dit kan variëren van één jaar tot en met onbepaalde duur. Een overeenkomst voor onbepaalde duur wordt vaak niet wenselijk geacht met het oog op vrije marktwerking en het zal daarom waarschijnlijk niet rechtmatig zijn. Mocht een overeenkomst voor onbepaalde duur toch nodig zijn dan zal dat deugdelijk gemotiveerd moeten worden. Hierbij zal voor de raming het maandelijks te betalen bedrag moeten worden vermenigvuldigd met 48. Doorgaans zal dit resulteren in een Europese aanbestedingsprocedure. En hoe zit dat met de termijn van twaalf maanden voor opdrachten met een zekere regelmaat? Daar wordt ook wel eens over gesproken. Echter, wat de wetgever heeft bedoeld met de zin ‘opdrachten die met een zekere regelmaat worden verricht’, is geenszins duidelijk3. Ook de jurisprudentie en literatuur laat op dit punt de inkooppraktijk nog in het ongewisse4.

Artikel 2.21 Aw 2012: hoe zit dat?
Artikel 2.21 Aw 2012 is van toepassing bij specifieke waardeberekening voor opdrachten voor zowel leveringen en diensten die met zekere regelmaat worden verstrekt dan wel gedurende een bepaalde periode worden hernieuwd. Men spreekt ook vaak over opdrachten met een repeterende karakter. In artikel 2.21 Aw 2012 wordt gesproken over berekenen van de waarde van de opdracht met behulp van het voorafgaand boekjaar. Ik heb het idee dat dit artikel in de praktijk wel eens te pas en onpas wordt gebruikt (Zo heb ik bijvoorbeeld ooit eens gehoord dat art. 2.21 Aw 2012 van toepassing zou zijn op een opdracht voor schadeherstel aan grote en kleine voertuigen, die voor komende jaren bijna maandelijks worden uitgevoerd. Dit bleek achteraf echter niet juist). Te meer omdat de strekking van het artikel voor de praktijk vaag blijft. Met deze blog zal ik trachten de bepaling in deze wetsartikel te verhelderen.

Zekere regelmaat
De moeilijkheid in deze bepaling zit in de uitleg van de zinsnede ‘opdrachten die met een zekere regelmaat worden verricht’. In de literatuur en de juridische praktijk zijn er twee denkrichtingen. Aan de ene kant zijn er inkopers en aanbestedingsjuristen die menen dat Artikel 2.21 Aw ziet op leveringen en dienstenopdrachten met een regelmatig terugkerende karakter en stellen daarom voor een waardebepalingstermijn van één jaar. Dit zijn bijvoorbeeld de jaarlijkse terugkerende onderhoudswerkzaamheden. Gezien de letter van de wet en een grammaticale uitleg is dit goed verdedigbaar. Aan de andere kant heb je juristen/advocaten waaronder Pijnacker Hordijk5 die stellen dat het in deze bepaling juist niet gaat om het verstrekken van voorspelbare regelmatige opdrachten. Het argument is dat leveringen of dienstverleningen die op basis van een vaste jaarlijkse afname worden verstrekt of verlengd moeten worden beschouwd als opdrachten van onbepaalde duur. Zulke opdrachten vallen dan onder de werking van artikel 2.17 sub d en e jo 2.20 sub b Aw 2012.



Hoe regelmatig is regelmaat?
In mijn beleving gaat de eerste groep juristen uit van de letter van de wet waarbij met regelmaat wordt bedoeld: een voorspelbaar, terugkerende patroon. De tweede groep juristen probeert mijns inziens meer naar de geest van de wetgever te interpreteren. Ze gaan ervanuit uit dat de Wetgever een voorspelbare dienstenopdracht op basis van een jaar raming het niet zo heeft bedoeld. Het mag wel duidelijk zijn dat afhankelijk van de denkrichting de keuze voor een aanbestedingsprocedure enorm kan verschillen.

De geest uit de fles?
Naar mijn mening is de denkrichting van de tweede groep juristen de enige juiste6. Opdrachten die jaarlijks worden verstrekt zijn doorgaans aansluitend. Ze zijn dan te typeren als ‘vaste prik’ en dan ontbreekt de onzekerheid uit de zin “een zekere regelmaat”. Als er vooraf sprake is van zekerheid over het verstrekken van deze repeterende opdrachten dient artikel 2.17 Aw te worden toegepast. De tweede denkrichting houdt, naast de geest of vermeende bedoeling van de Wetgever, rekening met deze (on)zekerheid. In dit geval zijn opdrachten die met een zekere regelmaat worden verricht, maar niet aansluitend aan elkaar worden verstrekt, leveringen- en dienstopdrachten die bij gelegenheid voor één jaar worden verstrekt. Met andere woorden: opdrachten verstrekt in jaar 1, vervolgens in het vijfde jaar en opnieuw het achtste jaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan repeterende drukwerk dat incidenteel wordt ingekocht.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.


  1. Zie voor leveringen artikel 2.20 sub d die dezelfde termijn hanteert
  2. De bepaling van overheidsopdrachten voor werken staat beschreven in art. 2.16 Aw 2012
  3. Te denken valt aan inzamelen huisafval, repeterend drukwerk. Zie https://www.pianoo.nl/nl/visie-ramen-van-een-opdracht
  4. Er is weinig tot geen rechterlijke uitspraak te vinden over het uitleg van de zinsnede ‘opdrachten met een zekere regelmaat. Van der Horst behandelt in zijn boek kort het artikel maar hij gaat niet in op de uitleg van de zin. H van der Horst, M-A. Schenk, Aanbesteden doe je zo, Praktisch handboek voor Aanbesteders en Inschrijvers, Den Haag 2010, pag. 145-146; De klacht in advies 298 van de Commissie van Aanbestedingsexperts gaat in op artikel 2.21 Aw 2012. De klacht ziet op de homogeniteit van de te leveren bomen, planten en hagen en niet zo zeer over de uitleg van de zin “zekere regelmaat”. De Commissie van Aanbestedingsexperts oordeelt vervolgens dat sprake is van een dynamisch aankoopsysteem conform artikel 2.22 Aanbestedingswet, en gaat niet verder in op de regelmatig terugkerende opdracht uit artikel 2.21 Aanbestedingswet
  5. E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Bend en J.F. Nouhuys, Aanbestedingsrecht, Handboek van het Europese en het Nederlandse Aanbestedingsrecht, Den Haag: 2009 (Handboek Aanbestedingsrecht), paragraaf 5
  6. PIANOo deelt dezelfde mening. Zie eerder aangehaalde link: https://www.pianoo.nl/nl/visie-ramen-van-een-opdracht
Partner van Aanbestedingscafé:

Onweerstaanbaar inschrijven doe je zo

In de meest recente aflevering van podcast De Gunningsfactor zaten we op de stoel van de inschrijver. Waar moet je als inschrijver op letten om een aanbesteding binnen te halen? En hoe schrijf je een winnende offerte? Tenderexpert Marco Visser en offertedeskundige Natasja Hoogenboom geven tips. Op tijd beginnen, goed lezen, je verdiepen in de klant en chaos voorkomen zijn essentieel.

“Organisaties worstelen vooral met het vertalen van hun brede kennis en expertise, om die terug te brengen naar de essentie van de eisen en wensen van de aanbestedende dienst”, zegt Visser. Hij is mededirecteur van TenderSucces, dat bedrijven bij Europese, nationale en commerciële aanbestedingen begeleidt. Hij raadt inschrijvers aan de uitvraag goed te doorgronden. Het is zaak de vraag achter de vraag te vinden, de uitvraag vervolgens zo SMART mogelijk op papier te krijgen en te onderbouwen. “Als je dat goed of excellent doet, dan haal je ook de hoog mogelijkste score.”

Start op tijd

Op tijd beginnen is volgens Visser ook verstandig, net als de in te dienen documenten goed controleren en zorgen voor een tegenlezer. Door documenten te dubbelchecken en het vierogenprincipe toe te passen, kun je uitsluiting voorkomen. “Pak de aanbesteding gelijk op zodra de aanbesteding wordt gepubliceerd. Zo ben je altijd op tijd om vragen te stellen. In de praktijk start men pas als de vragenronde voorbij is en dan ben je niet meer in staat om de vragen die je hebt beantwoord te krijgen en zo ben je ook niet in staat om de beste inschrijving te doen.” Dat ziet ook Natasja Hoogenboom. Zij helpt bedrijven goede offertes op te stellen en schreef het boek Experttips voor onweerstaanbare offertes. “Veel mensen beginnen te laat met lezen. Dan is de eerste vragenronde al voorbij. Begin dus echt in de week na publicatie met goed lezen.”

Proportionele uitvraag

Tegelijkertijd kan een aanbestedende dienst ook bijdragen aan een goede aanbesteding. Volgens Visser staan er vaak tegenstrijdigheden in aanbestedingsdocumenten. “Wat een aanbestedende dienst kan doen om inschrijvers te helpen, is de aanbestedingsdocumenten met aandacht samen te stellen.” Ook is de uitvraag lang niet altijd proportioneel. “Dat levert heel veel frustraties op. Dat komt de aanbestedende dienst niet ten goede omdat de kans bestaat dat de beste partij afhaakt of niet goed weet hoe ze de vraag moeten beantwoorden terwijl ze de beste oplossing hebben.”

SMART inschrijven

Hoogenboom ziet dat inschrijvers vaak zo snel mogelijk willen starten met schrijven. Ze raadt inschrijvers aan zich eerst goed te verdiepen in de wensen van de aanbestedende dienst. “Het is handig om je vooraf goed te verdiepen in de klant. Wat zijn hun doelstellingen? Wat moet er gebeuren?” Daarnaast is het slim om uniforme documenten paraat te hebben, zoals een implementatieplan of klachtenprocedure. Zo hoef je het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden. En de offerte zal onweerstaanbaar moeten zijn. SMART inschrijven draait volgens Hoogenboom daarom vooral om het maken van een aantrekkelijke en realistische offerte. “Dat is voor mij SMART inschrijven op aanbestedingen: zorgen dat het duidelijk en helder, maar ook aantrekkelijk is.”

Er zijn meer dingen die volgens Hoogenboom beter kunnen. Zo heeft lang niet iedere organisatie door dat contracten in het komende jaar aflopen. “Dat is hét moment om langs te gaan en te kijken wat er speelt.” En als je dan eenmaal start met schrijven is het verstandig voldoende aandacht te schenken aan het begin van de offerte en de vormgeving. Klanten waarderen een mooie vormgeving en een beeldende manier van schrijven in een offerte. “We denken in aanbestedingsteksten vaak dat we zakelijk moeten zijn, maar in sommige onderdelen kun je best storytelling verwerken. De lezer ziet meteen voor zich wat er geleverd gaat worden.” Hoogenboom ziet veel offertes voorbijkomen die starten met een weinig inspirerende zin of alinea. “Aan het begin kun je de klant in de ja-modus zetten. Laat dáár al zien dat je begrijpt wat er nodig is.”

Een helder hoofd

Ten slotte heeft Hoogenboom nog een verrassende tip. “Zorg goed voor jezelf als inschrijver. Ik merk dat ik aan een offerte kan zien dat het chaos is in het hoofd is van de inschrijver. Chaos in de offerte is chaos in het hoofd. Met een helder hoofd schrijf je veel betere teksten.”

Luister de hele aflevering hieronder terug. Andere afleveringen terugluisteren? Dat kan hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

‘CDA wist van constructie mondkapjesdeal’

Volgens Sywert van Lienden wist het CDA dat hij een BV had opgericht waar hij de winst van de omstreden mondkapjesdeal met het ministerie van VWS in heeft ondergebracht. Dat zei hij in een uitzending van tv-programma Buitenhof, waar hij voor het eerst reageerde op de ophef rondom de deal.

Van Lienden stelt dat hij in het najaar van 2020 de integriteitscommissie van het CDA heeft ingelicht over de winst die hij maakte bij de deal met het ministerie. Daarnaast vermoedt hij dat het feit dat hij over een commerciële BV beschikte ‘over tafel is gegaan’ in gesprekken met de politiek assistent van demissionair minister De Jonge.

Puinzooi

Presentator Twan Huys vroeg Van Lienden waarom hij niet eerder open is geweest over het bestaan van de BV. Van Lienden stelde vorig jaar steeds dat hij belangeloos mondkapjes regelde via de Stichting Hulptroepen Alliantie, terwijl hij in de aanloop naar de zomer al wist dat er geld over zou blijven. In eerste instantie waren dat tonnen, later werden dat miljoenen. Van Lienden zei daarop dat het vermengen van de stichting en de BV tot een ‘puinzooi’ heeft geleid. “Ik had net zo hard van de daken moeten schreeuwen dat er een BV was met winstoogmerk als dat er een stichting was zonder winstoogmerk”, zegt hij.

Rendement naar goede doelen

Van Lienden zegt spijt te hebben van het gebrek aan transparantie rondom de BV en de Stichting Hulptroepen Alliantie. Hij is van plan het rendement op zijn aandeel van de winst, 9 miljoen euro, te doneren aan goede doelen. De oorspronkelijke winst blijft voorlopig in een stichting zitten waarvan Van Lienden zelf de voorzitter is.

Het CDA meldde na de uitzending dat de partij een onderzoek instelt. De integriteitscommissie heeft naar eigen zeggen geen melding gehad van Van Lienden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Na vervoer, bouw en infra, nu ook de Europese waterbouw “Made in China”!?

Er zijn steeds vaker bezwaren te horen over Chinese bedrijven die meedingen in Europese aanbestedingen. In dit artikel schreef het FD over Europese baggeraars, waaronder Van Oord en Boskalis, die protesteren tegen de deelname van Chinese concurrenten aan aanbestedingen in Europa. Het artikel was ook de aanleiding voor kamervragen in het Europees Parlement en in Nederland aan minister Kaag. In haar antwoord erkent minister Kaag de ervaren problemen door Chinese baggeraars. In 2019 waren dergelijke geluiden ook al te horen in het openbaar vervoer, bijv. bij de Chinese elektrische bussen voor de provincie Overijssel.

Deze Chinese concurrenten schrijven, door subsidies van de Chinese overheid, maar ook door lagere lonen en andere omstandigheden, vaak met veel lagere prijzen in op aanbestedingen dan hun Europese concurrenten. Hierdoor kunnen deze Chinese bedrijven hun Europese concurrenten de markt uit duwen. En andersom? Andersom blijft de Chinese markt volledig gesloten voor Europese bedrijven…

Het probleem is niet nieuw. De oplossing voor de lange termijn ook niet. In het FD-artikel en door de minister wordt voorzichtig gewezen op een hoopvol Europees-Chinees Investeringsverdrag CIA waardoor Europese baggeraars in de toekomst in beginsel ook welkom zouden zijn op de Chinese markt.

Maar wat is dan de oplossing voor de oneerlijke concurrentie die nu gaande is tussen Europese bedrijven enerzijds en Chinese ondernemingen anderzijds in Europese aanbestedingen?

Wat mij betreft wordt ten onrechte met de vinger gewezen naar Europa en China. Ja, een bilateraal verdrag kan op de lange termijn een bestendige mogelijke oplossing bieden om alle marktpartijen gelijke kansen op beide markten te bieden, maar dat lost het oneerlijke speelveld van vandaag de dag niet op. Een Nederlandse baggeraar kan op dit moment in een Europese aanbesteding niet opbieden tegen een zwaar gesubsidieerde Chinese concurrent. De oplossing ligt naar mijn mening dichter bij huis (lees: Europa).

Europese aanbesteders hebben namelijk op dit moment al verschillende juridische mogelijkheden om Chinese bedrijven uit te sluiten bij aanbestedingen. Een eerste mogelijkheid volgt uit de Government Procurement Agreement (GPA) van de World Trade Organisation. Aangezien China niet is aangesloten bij de GPA, mogen Europese aanbesteders inschrijvers uit China uitsluiten. Verder kunnen aanbesteders zogenaamde abnormaal lage inschrijvingen ook uitsluiten van een aanbesteding. Tot slot moet een aanbesteder een inschrijver uitsluiten als zij niet voldoet aan de Europese sociale, milieu- en arbeidsnormen.

Met andere woorden: Europese inschrijvers zouden wat mij betreft dan ook hun hoop niet moeten vestigen op een traag en onzeker bilateraal proces tussen Brussel en Peking, maar in het hier en nu kritische vragen moeten stellen en waar nodig bezwaren moeten opwerpen tegen de Europese aanbesteders: Hoe zit het met de naleving van de regels als het gaat om het sociaal-, milieu- of arbeidsrecht? En hoe zit het met staatssteun? Is er sprake van een opvallend lage aanbieding? Is er wel sprake van een gelijk speelveld? Aanbesteders hebben, gelet op de huidige regelgeving, namelijk mogelijkheden en soms zelfs de verplichting om bepaalde (Chinese) inschrijvers uit te sluiten.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: inschrijving conform bestek?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over het niet conform het bestek inschrijven.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een Europese openbare aanbesteding in de markt gezet betreffende ICT-hardware en additionele dienstverlening. De aanbestedende dienst heeft besloten om de inschrijving van één van de aanbieders als niet geldig te kwalificeren, omdat de inschrijving niet conform het bestek is.

Bij de offerte van de toeleverancier ontbreekt een verklaring van de toeleverancier waarin staat dat de inkoopvoorwaarden van inschrijver van toepassing zijn op de offerte. Daarom voldoet de inschrijving volgens de aanbestedende dienst niet aan de eis die is gesteld in artikel 15 van het Programma van Eisen. Inschrijver is het niet eens met de genomen beslissing en vordert de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken.

Omdat de inschrijving niet voldoet aan eis 15 van het Programma van Eisen, werkt deze bepaling als een knock-out-eis. Dit betekent dat de inschrijving als ongeldig wordt beoordeeld en buiten de verdere (inhoudelijke) beoordeling mag worden gehouden. Kortom, er is niet conform het bestek ingeschreven en de aanbestedende dienst heeft daarop de passende beslissing genomen.

Bron: ECLI:NL:RBLIM:2021:3874, Rechtbank Limburg, Datum uitspraak 4 mei 2021

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederland profiteert onevenredig veel van Europese aanbestedingen

Tsjechische onderzoekers concluderen dat bedrijven die zijn gevestigd in belastingparadijzen relatief vaak profiteren van Europese aanbestedingen. Dat geldt ook voor Nederland. In verhouding gaan veel Europese aanbestedingen naar bedrijven die zich vanwege het gunstige belastingklimaat in Nederland hebben gevestigd. Daartegenover staat dat slechts 10,3% van de Nederlandse (Europese) aanbestedingen naar bedrijven buiten Nederland gaat.

Onderzoekers van de Charles University in Praag onderzochten hoe de geldstromen die verbonden zijn aan Europese aanbestedingen lopen. Ze keken onder andere naar de landen die de meeste aanbestedingen in de wacht slepen. De gegevens, gebaseerd op data verzameld tussen 2011 en 2018, zijn de te vinden op de website TenderHaven.eu. Opvallend is dat veel bedrijven die aanbestedingen winnen gelieerd zijn aan of gevestigd zijn in belastingparadijzen, waardoor er bijzonder weinig transparantie over publieke geldstromen is. Dat geldt bijvoorbeeld voor Frankrijk. 7,3% van alle Franse Europese aanbestedingen wordt gewonnen door bedrijven die zijn gevestigd op de Kaaimaneilanden. En twee derde van alle aanbestedingen die Litouwen uitschrijft, wordt gewonnen door bedrijven die een link hebben met Zwitserland.

BBP vs. aanbestedingen
Nederland is een van de vier uitschieters onder landen die niet officieel aangemerkt zijn als belastingparadijs, concluderen de onderzoekers. Er wordt voor een groot bedrag aan aanbestedingen binnengehaald ondanks het de relatief kleine Nederlandse economie. Hetzelfde geldt voor Luxemburg, Zwitserland en Cyprus, landen waar het voor buitenlandse bedrijven belastingtechnisch voordelig is zich te vestigen. De onderzoekers noemen deze landen ook wel ‘TenderHavens’. Nederland steekt er met kop en schouders bovenuit. Om dat te kunnen zien is het Bruto Binnenlands Product (BBP) van belang, de totale waarde van alle in een land geproduceerd goederen en diensten, doorgaans per jaar gerekend. Met een BBP van 0,77 (triljoen US dollar) haalt Nederland voor 87.500 miljoen euro aan tenders binnen. In vergelijking: Duitsland doet dat voor een bedrag van 72.000 miljoen euro en de Verenigde Staten voor 76.416 miljoen euro. Beide landen hebben een BBP dat vijf tot zelfs 25 keer groter is dan dat van Nederland.

Ook buiten Europa profiteren bedrijven in bepaalde landen onevenredig veel van aanbestedingen. Zwitserland voert de lijst aan, gevolgd door Bermuda en de Verenigde Arabische Emiraten. Alleen Canada komt nog in de buurt. Dat land heeft echter een veel groter BBP dan voorgenoemde landen.

Waar gaat het geld heen?
Uit de data blijkt ook dat minder dan een kwart van de Europese aanbestedingen naar landen buiten het herkomstland gaat. In Nederland gaat slechts 10,3% van alle tenders naar andere landen, terwijl relatief veel buitenlandse Europese aanbestedingen naar in Nederland gevestigde bedrijven gaat. Van het totaal aantal Nederlandse tenders gaat slechts 6,8% naar bedrijven binnen Europa, 3,5% gaat naar bedrijven in landen buiten Europa.

Van de Nederlandse aanbestedingen die door buitenlandse bedrijven worden binnengehaald gaan de meeste naar Duitsland (16,6%) en Frankrijk (15,3%), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (13,2%) en België (10,1%). China staat op de vijfde plaats, met 7,7%. Wie echter kijkt welke relatie er bestaat tussen multinationals die aanbestedingen winnen en vestigingsland, ziet in de top vijftien ook bekende belastingparadijzen staan, zoals Bermuda, Qatar en Zwitserland.

Meer transparantie
Er is op dit moment geen sprake is van één Europese markt, stellen de onderzoekers. Om die gelijkwaardige markt toch te creëren, waarbij publieke inkoop plaatsvindt op basis van de beste papieren – en niet de meest voordelige vestigingsplaats – moet de EU een aantal maatregelen nemen. Zo zou de drempel voor het publiceren van aanbestedingen op TED verlaagd moeten worden zodat meer bedrijven toegang hebben tot Europese aanbestedingen. Daarnaast zou informatie over wie écht profiteert van aanbestedingen, openbaar moeten worden gemaakt. De onderzoekers relateren de financiële geheimhouding die bedrijven in belastingparadijzen genieten aan criminele activiteiten. Meer transparantie over geldstromen moet die activiteiten ondermijnen. Daarnaast zou elk bedrijf moeten voldoen aan dezelfde voorwaarden met betrekking tot transparantie over geldstromen om een gelijk speelveld te creëren. Verder onderzoek moet uitwijzen of het vermoeden dat sommige aanbestedingen frauduleus zijn, klopt.

Verantwoording
De data zijn verzameld via Datlab en Opentender.eu. Opentender.eu biedt informatie over aanbestedingen van 28 EU-lidstaten, de EU-instituten en Georgië, IJsland, Noorwegen, en Zwitserland. Datlab geeft toegang tot informatie uit Tender Electronic Daily (TED), het verplichte Europese tenderplatform. Informatie over de herkomst van inschrijvers werd uit een private database gehaald (Orbis).

De data werden geanalyseerd door onderzoekers van de Charles University in Praag, Tsjechië: Peter Janský, econoom gespecialiseerd in belastingparadijzen, Miroslav Palanský, econoom gespecialiseerd in multinationals en Jiri Skuhrovec, econoom gespecialiseerd in publieke inkoop. De onderzoekers benadrukken dat er niet voor elk land betrouwbare data voorhanden zijn en dat een gebrek aan data een vertekend beeld kan opleveren. Achtergrondinformatie over methode en dataverzameling is hier te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Relatief scoren en Cambuur-uit: altijd lastig

Beste Fredo,

Ik zag op LinkedIn jouw presentatie over rank reversal bij relatieve scoremethodes. Je schrijft daar: “We find that after adding fictional losing bids to a large dataset with tenders that use relative scoring methods, there is in 1 out of 5 (!) tenders the possibility of rank reversal”. Ik lees dat wel vaker en ik begrijp er niks van. Waarom zou je verzonnen verliezende inschrijvingen toevoegen? Bij de aanbesteding waar advies 504 over gaat beweert de klager ook dat de uitkomst beïnvloed kan worden door een stroman in te zetten. Ik lees: “Bijvoorbeeld zou een (eventueel buitenlands) bedrijf als ‘stroman’ gevraagd kunnen worden om 100% emissievrij te bieden, met als gevolg dat waarschijnlijk veel of alle andere inschrijvers zeer laag scoren op dit gunningscriterium (de stroman krijgt 50 punten en wie 25 punten of minder scoort krijgt 0 punten volgens de formule).” Ik heb dit argument wel vaker gehoord en laat ik er maar eens rond voor uitkomen, ik geloof er niks van. Zeker, achteraf kun je vaststellen dat, als een stroman had ingeschreven met bijvoorbeeld een waanzinnig slecht plan van aanpak (0 punten), de andere deelnemers bij een relatieve methode in de beoordeling dichter bij elkaar zouden eindigen. Maar is het ook mogelijk om (van tevoren!) een model te bedenken waarbij twee bedrijven samenspannen om een van de twee te laten winnen? Ikzelf word overigens heel vrolijk van de verder zinloze toevoeging dat de stroman eventueel een buitenlands bedrijf zou kunnen zijn. Dat klinkt toch een beetje naar een operatie van de CIA.

Vriendelijke groet,
Theo

Fredo Schotanus, bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop aan de UU en principal consultant bij Significant Synergy.

Beste Theo,

Het punt dat wij willen maken in de volledige paper is niet zozeer gericht op stromannen, al dan niet van de CIA. Het gaat ons vooral om het principe. We tonen aan dat je als inschrijver in veel tenders met relatieve scoremethodes afhankelijk bent van (1) de wijze waarop een deelnemende niet-competitieve inschrijver (die dus niet wint) inschrijft en (2) het wel of niet deelnemen van een andere niet-competitieve inschrijver.

In de paper tonen we verder aan dat het rank reversal probleem minder groot is bij tenders met weinig deelnemers. Lees: voor meervoudig onderhands. Maar ook dan nog speelt het probleem.

Hoe dan ook: in alle situaties  wringt het principe. Je kunt winnen of verliezen afhankelijk van hoe een niet-competitieve inschrijver inschrijft. Een beetje een loterij dus.

Vriendelijke groet,
Fredo

Beste Fredo,

Het kwartje is nog steeds niet gevallen. Misschien gaat het nooit vallen, maar ik wil je toch mijn gedachtegang nog voorleggen, ook om te verifiëren of ik het wel goed begrepen heb. 

Er is een openbare Europese aanbesteding met vijf inschrijvers. Degene die het beste scoort op de BPKV (bedrijf A) wint. Niks aan de hand.

Nu zeg jij: er kan een inschrijver 6 zijn, die twijfelt, maar toch meedoet met een flutinschrijving. Inschrijver zes wint weliswaar niet, maar door zijn deelname verandert de volgorde en wint niet bedrijf A maar bedrijf B. Dat voelt raar.

Mijn punt is nu dat er misschien ook een inschrijver 7 is, die net wel of net niet op tijd is, en een inschrijver acht, die net in die periode wel of niet voldoende capaciteit heeft om in te schrijven. Voor allemaal kan gelden, dat de volgorde kan veranderen, als ze al dan niet meedoen. 

Maar waarom zou dat relevant zijn? Bij een aanbesteding hebben we toch een duidelijk moment van inschrijven, daarna wordt er gekeken of er inschrijvingen vanwege ongeldigheid afvallen, en van de overige inschrijvingen wordt op basis van een rekenmodel een volgorde bepaald. 

Er is toch maar één realiteit. Waarom zou je je bezighouden met de vraag ‘stel dat bedrijf X met inschrijving Y ook had ingeschreven’. Dat is toch gewoon niet zo. Bedrijf X heeft niet ingeschreven. Er is toch een duidelijk moment waarop de geldige inschrijvingen vastgesteld worden. En die moet je beoordelen.
Wat mis ik? 

Vriendelijke groet,
Theo

Theo,

Ik snap jouw denkwijze zeker. En voor die denkwijze gelden de resultaten uit het tweede deel van ons onderzoek. Uit de paper: “We tonen onder andere aan dat tenders met kromme relatieve scoremethodes ongeveer eens in de 25 keer rank reversal kunnen hebben (gegeven gemiddelde condities). Als er vrij veel prijsspreiding in een markt is, dan wordt die kans groter: eens in de 15 keer. Dit betekent dat eens in de 15 tenders er een verliezende inschrijving is die invloed kan hebben op welke andere inschrijver de tender wint.”

Voor wat betreft het eerste deel van ons onderzoek. Dat gaat ook om het principe, want je hebt natuurlijk gelijk dat er maar één realiteit is. Wij proberen hier aan te geven dat de uitkomst van een tender een beetje een loterij is. Een inschrijver had kunnen winnen (of verliezen) alleen maar omdat een niet-competitieve inschrijver 6 wel/niet deelneemt. Om het nog eens anders proberen te zeggen: “Wat jammer dat NAC niet meedoet met de eredivisie, want anders had PSV de competitie gewonnen en niet Ajax”. 

Groeten,

Fredo

Theo van der Linden, aanbestedingsexpert en samensteller van de bundel ‘Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk

Hé Fredo, 

De voetbalcompetitie is een geweldig voorbeeld (dat ik bij dezen van je jat voor mijn cursussen), maar volgens mij juist om aan te tonen dat rank reversal geen probleem is. 

De afgelopen eredivisie begon met FC Den Haag en RKC (die waarschijnlijk zouden degraderen) en niet met Cambuur en De Graafschap (die waarschijnlijk zouden promoveren). Dat kan effect hebben gehad op de stand (“Cambuur-uit, altijd lastig voor Ajax”), maar belangrijk is dat achteraf niet. De achttien clubs die begonnen zijn de deelnemers, klaar uit, basta. 

Maar wat nu, als er tijdens de competitie een club failliet gaat. Dat is in de afgelopen jaren in de eerste divisie een paar keer gebeurd (Haarlem en Veendam, zeg ik uit mijn hoofd). In de reglementen stond dan dat de resultaten die de andere clubs tegen die tegenstanders geboekt hadden, werden geschrapt. Hierdoor kon de stand ingrijpend veranderen. Als nummer 1 bijvoorbeeld twee keer tegen die failliete club gewonnen had, en nummer 2 toevallig twee keer verloren. De stand kon dan behoorlijk door elkaar gehusseld worden. Sommige clubs baalden daar wel van, maar iedereen begreep dat dit de enige eerlijke oplossing was. 

Ik zie geen enkel verschil met een aanbesteding, waarbij je ook van tevoren al aangeeft dat als er een inschrijver tijdens de aanbesteding afvalt, er opnieuw gerekend gaat worden met de overgebleven inschrijvers, en ja, hierdoor kan de volgorde veranderen, maar dat is goed uit te leggen (zeker met dit voorbeeld van de voetbalcompetitie). 

vrgr
Theo

Beste Theo,

Haha, je geeft een mooi voorbeeld van hoe je om moet gaan met het wegvallen van een leverancier. Maar dit is nu nog niet helemaal vergelijkbaar. Je zou dan allereerst moeten stellen dat aan het eind van het seizoen nadat alle wedstrijden zijn gespeeld er een voetbalclub wegvalt wegens bijvoorbeeld stelselmatig dopinggebruik, gokgedrag van spelers op wedstrijden of wegens onrechtmatige staatssteun uit een oliestaat (uiteraard allemaal fictieve voorbeelden). En daarnaast mag niemand punten hebben gescoord tegen de club, want het moet gaan om een niet-competitieve club. De club deed voor spek en bonen mee. Als deze club wegvalt en als gevolg daarvan verandert de rangorde: dat lijkt mij toch niet OK.

Vriendelijke groet.
Fredo

Hé Fredo,

Weer even terug van de eredivisie naar het aanbesteden. Er zijn toch geen niet-competitieve inschrijvers die voor ‘spek en bonen’ meedoen. Inschrijven op aanbestedingen is een hele klus. Ik word zelf al spontaan moe als ik eraan denk dat ik een UEA zou moeten invullen (dat hoef ik gelukkig nooit).

De eredivisie begint met 18 clubs, een aanbesteding begint met alle geldige inschrijvingen. Ik denk trouwens dat het in het voetbal ook goed te verdedigen is, dat een club waarbij achteraf vastgesteld wordt dat er doping gebruikt is, gegokt is op eigen wedstrijden of dubieus geld gebruikt is, dat die club uit de rangschikking verwijderd wordt en dat de resultaten tegen die club dan niet meer meetellen.

In het wielrennen en de atletiek is dat ook zo. Lance Armstrong en Ben Johnson raakten ook hun eerste plaatsen (jaren later zelfs) kwijt door dopinggebruik. Ik geef toe dat er een verschil is omdat iedereen dan alleen maar een plaatsje omhoog schuift en de volgorde niet verandert, maar de uitslag wordt toch anders en iedereen snapt waarom.

Vrgr
Theo

Theo,

Je hebt uiteraard gelijk dat inschrijven een hele klus is en UEA’s vreselijke documenten zijn, maar in tenders heb je toch wel echt inschrijvingen die niet meedoen voor de winst: lage score op kwaliteit met de laagste prijs. Dat bedoelen wij met ‘niet-competitief’, maar deze term is niet helemaal duidelijk besef ik.

Voor wat betreft het verwijderen van de winnaars: als Lance of Ben verwijderd worden uit de uitslag (en je haalt daarna alle andere doopzondaars ook consistent weg), dan zou ik het eerlijk vinden als de eerste die overblijft (als die er is?) ook wint. Dat zou dan bijvoorbeeld nummer 80 zijn. Ik zou het oneerlijk vinden als nummer 85 zou winnen in plaats van de oorspronkelijke nummer 80 als gevolg van rank reversal.

Jij bent als ik het me goed herinner niet zo’n PIANOo congres bezoeker, maar zou je het leuk vinden om daar dit debat nog eens over te doen (als PIANOo ervoor open staat)? Of anders eens in de vorm van een gezamenlijke column?

vrgr
Fredo

Beste Fredo,

Een gezamenlijke column lijkt me een leuk idee.

vrgr

Theo

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Drilling Rigs

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht.

Wat wordt er aanbesteed?
Europese Aanbesteding Drilling Rigs

Door wie wordt er aanbesteed?
HVC

Geothermie
Op zoek naar aardwarmte in het Westland heeft HVC een Europese aanbesteding gepubliceerd gericht op het boren van putten in Maasdijk, om 3 geothermische doubletten te realiseren. Geothermie is aardwarmte (een duurzame warmtebron) en wordt gebruikt om woningen, kassen en gebouwen te verwarmen. De werkzaamheden voor de doubletten moeten van start gaan in het eerste kwartaal van 2022. Naast de werkzaamheden in Maasdijk, is HVC van plan om ook een doublet te realiseren voor de aardwarmteprojecten Polanen (locatie Monster) en Wippolderlaan (locatie Wateringen). Leveranciers wordt daarom gevraagd of ze hier ook inzet kunnen leveren.


Wat is een doublet?
Voor het gebruik van aardwarmte zijn 2 putten nodig, ook wel een doublet genoemd. Bij de ene put wordt water omhoog gepompt, waarbij een warmtewisselaar de warmte eruit haalt, en via de andere put gaat het afgekoelde water weer terug de grond in.

HVC is mede-initiatiefnemer van het geothermische project Trias Westland. Trias Westland is een aardwarmtebedrijf van en voor de ondernemers in de Westlandse glastuinbouw. Naast HVC maken Capturam, Royal FloraHolland en een grote groep glastuinbouwondernemers onderdeel uit van Trias Westland. Deze partners hechten groot belang aan duurzaamheid en zien aardwarmte als een belangrijk alternatief voor aardgas.


Uitdaging voor de inkoper bij deze aanbesteding
Eric Schouten, inkoopmanager HVC:  ‘Deze aanbesteding is een uitstekend voorbeeld hoe we met inkoop kunnen bijdragen aan onze 3 kernwaarden Duurzaam, Publiek, en Daadkracht. De Aanbesteding ademt duurzaamheid vanwege de aard van de werkzaamheden. Voor deze aanbesteding is onze échte uitdaging Publiek en Daadkracht.

Energie Transitie Partners B.V. (gezamenlijke onderneming van HVC en Capturam) ontwikkelt het project (zie Aardwarmte in Monster en Maasdijk | HVC Groep). Het is geen lineaire project aanpak waar na projectontwikkeling de voorbereiding (lees inkoop) en realisatie volgt. Ontwikkeling en voorbereiding gaan hand in hand. Dat is soms spannend binnen het Aanbestedingskader.

We hebben een voorpublicatie gedaan waardoor we de verkorte tijdslijnen hanteren, wat helpt in de planning. Daarnaast hebben de technische experts het ontwerp zo opgesteld waarin in een tijdsbestek van circa 2 jaar maximaal 5 doubletten opvolgend geboord kunnen worden. Binnen scenario’s is dit transparant gemaakt voor inschrijvers om voor zowel HVC als de inschrijvers continuïteit te bieden, kosteneffectief te werken en de wederzijdse risico’s te reduceren. Een mooi voorbeeld van daadkracht van onze engineers en inkopers.’

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging.

Partner van Aanbestedingscafé:

Antea Group en Significant starten samenwerking voor duurzaam inkopen en aanbesteden

Antea Group en Significant slaan de handen ineen voor duurzaam inkopen en aanbesteden. Hiervoor ondertekenden beide partijen onlangs een intentieovereenkomst. Samen willen ze (semi)publieke organisaties nog beter helpen hun maatschappelijke ambities te realiseren op het gebied van milieu, infrastructuur, stedenbouw en water.

Antea Group en Significant behoren tot de top van hun markt en vullen elkaar perfect aan. Als internationaal ingenieurs- en adviesbureau is Antea Group de kennispartner voor duurzaamheid, innovatie en circulariteit, terwijl Significant thuis is in onder andere aanbesteden, contract- en leveranciersmanagement en duurzaam inkopen. Met de nieuwe samenwerking willen beide organisaties meer duurzame impact realiseren, wat in lijn ligt met de inkoopstrategie van de rijksoverheid: Inkopen met impact.

Meer impact, breder inzetbaar
“Samen kunnen wij de impact groter maken dan alleen. De ‘magie van synergie’ noemen wij dat”, vertelt Rinke Meijer, partner bij Significant. “Door samenwerking kunnen we potentiële opdrachten passend invullen, meer klanten bedienen, breder inzetbaar zijn en van elkaar leren.” Ook Joris Vergouwen, adviesgroepmanager Contracten bij Antea Group, kijkt uit naar die wisselwerking. “We versterken elkaar in kennis en expertise, en vooral op terreinen waar het ertoe doet. Dat maakt deze samenwerking juist zo krachtig.”

Bewezen samenwerking
Dat gaat verder dan kennis en ervaring uitwisselen over maatschappelijke, duurzame en innovatieve topics, wat wel een belangrijke pijler van de samenwerking vormt. Zo zullen beide partijen samen inschrijven op opdrachten met maatschappelijke ambities. Of juist gezamenlijk een aanbesteding begeleiden en elkaar inschakelen. Dat die samenwerking ook echt werkt, ontdekten ze onder andere in 2018 al. In opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en vanuit de klimaatenvelop, ondersteunden Antea Group en Significant diverse duurzame projecten bij gemeenten en waterschappen.



Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Versteeg: 'In mijn eerste aanbestedingszaak vroeg de inschrijver om een rode kaart'

“In mijn eerste zaak in het aanbestedingsrecht vroeg de winnende partij om uitsluiting. Overbodig om te zeggen dat dit niet vaak voorkomt”, vertelt Daan Versteeg, Partner bij Rozemond Advocaten. “Ik stond aan de kant van de aanbestedende dienst. De winnende partij had zich verrekend, maar kon uiteraard niet zomaar het aanbod intrekken.”

“In de zaak beriep de marktpartij zich erop dat ze een verklaring vergeten waren in te dienen. ‘Je had ons ongeldig moeten verklaren’, stelde de partij. Heel bijzonder, want meestal wordt er juist geprocedeerd om een fout te mogen herstellen. Het was alsof een voetballer zelf om een rode kaart vroeg. Uiteindelijk werd deze partij veroordeeld om het prijsverschil met nummer 2 te betalen.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Dat was eigenlijk stom toeval. Ik ben begonnen binnen bestuursrecht bij Stibbe en dit bleek ik – eufemistisch gezegd – minder leuk te vinden dan ik dacht. Dus na een jaar zei ik: ‘haal me hier weg!’. Civiel bouwrecht leek mij wel interessant. Bij bouwrecht bleek ook aanbestedingsrecht te horen. Aan de universiteit krijg je dit nauwelijks, dus ik wist nog niet goed wat daarbij kwam kijken.”

“Ik stapte dus over naar bouwrecht en toen kreeg ik op dag één direct die bijzondere zaak op mijn bureau. Dit bleek mij goed te liggen. Daardoor ben ik bouwrecht en aanbestedingsrecht gaan combineren. Bij Rozemond advocaten, wat echt een bouwrechtkantoor is, zien een aantal kantoorgenoten het aanbestedingsrecht als een noodzakelijk kwaad. Voor mij is het echter een grote passie. Daarom doe ik ook veel zaken buiten de bouw, dus over leveringen en diensten. ‘Ga je weer vreemd?’ grappen ze dan.”

In je eerste zaak stond je aan de kant van de aanbestedende partij. Vind je dit ook het leukst?
“Bij Stibbe stonden we vooral overheidspartijen bij, maar bij Rozemond Advocaten juist weer veel ondernemers. Rozemond is echt een aannemerskantoor. Dus bij werken sta ik vooral inschrijvers bij, maar bij leveringen en diensten juist weer meer aanbesteders. Daardoor ontstaat er een balans en dat vind ik ook leuk. Je moet beide kanten van het spel kennen. Toch gaat er een lichte voorkeur uit naar procederen voor inschrijvende partijen. Zij zijn de underdog en dan is het een extra grote uitdaging om te winnen.”

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak aan?
“Minstens de helft van de ondernemers zegt: ik wil een kort geding starten, want ik ben het niet eens met de beoordeling. Dit soort zaken zijn in veel gevallen kansloos en dat zeg ik dan ook eerlijk. Ik denk dat een goede aanbestedingsadvocaat een inschrijver moet behoeden om vanuit emotie een zaak te starten.”


Toch gaat er een lichte voorkeur uit naar procederen voor inschrijvende partijen. Zij zijn de underdog en dan is het een extra grote uitdaging om te winnen.

Daan Versteeg, advocaat Rozemond Advocaten

Waar komt het door dat het meestal kansloos is?
“De rechter zal nooit de beoordeling aanpassen. Hooguit komt er een herbeoordeling als je echt kan aantonen dat de aanbestedende dienst zich niet aan het beoordelingssysteem heeft gehouden. Maar zelfs als er dingen niet goed zijn gegaan en de rechter een herbeoordeling beveelt, dan heb je natuurlijk de opdracht nog niet binnen. Die herbeoordeling kan nog steeds betekenen dat je verliest, maar dan met een betere motivering.”

Maakt een inschrijver die een procedure start bij een herbeoordeling ook minder kans?
“Dat zou natuurlijk niet zo mogen zijn.”

Daan Versteeg, advocaat Rozemond Advocaten

Misschien officieel niet.
“Klanten van mij zijn er inderdaad wel bang voor. Bij grote professionele aanbesteders, zoals Rijkswaterstaat, schaad je de relatie niet. Bij kleine gemeenten en waterschappen is het wel zorgwekkend. Daar hebben ze een dubbele macht. Het gaat namelijk vaak om meervoudig onderhandse tenders. Zij bepalen zelf wie op de shortlist komt en überhaupt een inschrijving mag doen. Dat moet natuurlijk heel objectief gaan, maar dat lijkt niet altijd het geval te zijn. Ik ken een voorbeeld waarbij een inkoper tegen een aannemer zei: ‘als je nu dat kort geding niet intrekt, dan krijg je de komende vijf jaar geen uitnodiging’. Dat is gewoon onrechtmatige powerplay. Maar toch zwichten veel marktpartijen daarvoor.”

Welke zaken maken op jou de meeste indruk?
“Ik moet bekennen dat ik als advocaat wel opga in het wedstrijdelement. Dus procedures voor de rechter maken meer indruk dan advieszaken. Vervolgens wordt het spannender als het belang groter is. Natuurlijk is elke zaak interessant en uitdagend op de inhoud, maar als ik over een miljard procedeer, dan trillen mijn handjes toch nog net iets meer.”

“Een advocaat wil altijd winnen, dat is het aard van het beestje. En een kort geding is die zin nóg spannender, omdat het veel sneller gaat en er van te voren veel minder op papier staat. Alles wat je zegt in de zitting, dat doet er echt toe. Het is net debatteren. Een slimme opmerking óf juist een uitglijder maken direct verschil.”


Natuurlijk is elke zaak interessant en uitdagend op de inhoud, maar als ik over een miljard procedeer, dan trillen mijn handjes toch nog net iets meer.

Daan Versteeg, advocaat Rozemond Advocaten

Is het ook wenselijk dat je zo afhankelijk bent van één moment?
“Ja en nee. Ja, want het heeft spoed en de aanbestedingsregels gelden voor iedereen. Wat ik wel een tekort in de rechtsbescherming vind, is dat de motiveringsplicht voor de aanbesteder redelijk beperkt is, terwijl je als schrijver zelden voldoende bewijs kan verzamelen. Je krijgt bijvoorbeeld te horen dat je verloren hebt. Je belt de aanbesteder: ‘dit kan nooit’. Dan krijg je als antwoord: ‘het kan wel en het klopt’. Er wordt niet gereageerd op jouw twijfels en er wordt al zeker geen inzage gegeven. Dit scharen aanbesteders allemaal onder de noemer ‘bedrijfsvertrouwelijk’. De rechter zegt op zijn beurt: bewijs maar dat het niet kan. Dit is een onmogelijke bewijslast en dus echt een gebrek in de rechtsbescherming.”

Wat zijn jouw tips voor aanbesteders?
“Onthoud steeds dat aanbestedingsrecht een middel is. Het doel is zoveel mogelijk concurrentie bewerkstelligen en de beste offerte binnenhalen. Veel inkopers stellen aan mij de vraag: wat moeten we doen? Moeten we die partij uitsluiten? Dan stel ik de vraag: wat wil je doen? Wil je die partij aan boord houden of uitsluiten? Waarbij aan boord houden wat mij betreft het uitgangspunt moet zijn, want dat levert de meeste marktwerking op. Soms moet je daarvoor een beetje scherp aan de wind zeilen, maar er is veel mogelijk binnen de Aanbestedingswet. Partijen uitsluiten omdat het de makkelijkste weg is, is echt een verkeerde instelling. Dat maakt dat sommige mensen een hekel hebben aan aanbestedingsrecht.”

“Een aanvullende tip: zie de inschrijver niet als je tegenstander. Als wantrouwen je grondhouding is, dan vergroot dat juist de kans op een procedure. Dus als jij begint met tal van vervaltermijnen, direct nee zegt op een vraag van een marktpartij en vervolgens niet toe wil lichten waarom ze hebben verloren, dan vraag je als aanbesteder bijna om een kort geding.”

“Ga er vanuit dat een partij juist de beste aanbieding wil doen en hard voor jou wil werken. Sta open voor zijn suggesties. Dan zal je zien dat je daar zelf ook beter van wordt.”


Partijen uitsluiten omdat het de makkelijkste weg is, is echt een verkeerde instelling.

Daan Versteeg, advocaat Rozemond Advocaten

Ook tips voor inschrijvers?
“Voor de inschrijver zou ik bijna het omgekeerde willen zeggen. Laat af en toe wél je tanden zien. Inschrijvers stellen vaak een beetje halfslachtig iets aan de orde. Vervolgens pakken ze niet door en zeggen later: ja, er waren veel onredelijke eisen.”

“Dan kun je soms zelfs beter niets zeggen. Nu zegt de rechter: je hebt gepiept, maar niet doorgepakt. Dus kennelijk heb je genoegen genomen met het antwoord. Als je het ergens mee oneens bent: ga dan ook hard bezwaar maken. Schuw niet om een keer naar de rechter te gaan. Waar je niet over klaagt, dat slik je.”

“Dit advies neemt overigens niet weg dat je je tanden op verschillende manieren kan laten zien. Je moet dat natuurlijk wel op de inhoud en buitengewoon hoffelijk doen. Heel cliché: hard op de inhoud, zacht op de relatie.”

Partner van Aanbestedingscafé:

De Gordiaanse GOKIT knoop

Tijdens het vaststellen van een aanbestedings- en contracteringsstrategie in de bouwsector komt regelmatig de Gordiaanse GOKIT knoop op tafel. GOKIT is een acroniem voor de belangrijkste aspecten van een project. Het wordt een Gordiaanse knoop als alles belangrijk wordt bevonden:

[G – Geld] De aanbieding moet – uiteraard – zo  goedkoop mogelijk zijn.
[O – Organisatie] Er wordt ontzorging en flexibiliteit verwacht, een opdrachtnemer die zich met zijn organisatie volledig schikt naar de wensen en belangen van de opdrachtgever.
[K – Kwaliteit] De aanbieding moet voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn uitgevraagd, liefst meer en als deze eisen voor onderdelen nog niet volledig zijn uitgewerkt, dan gelden de hoogste die er zijn.
[I – Informatie] Volledige transparantie gevraagd en
[T – Tijd] Opleveren binnen de gestelde planning, ook als de voorgaande werkzaamheden langer duren.

Vaak wordt bij dit acroniem de “R” toegevoegd voor risico’s die gemakshalve ook zo veel mogelijk worden overgedragen aan de opdrachtnemer. Papier is immers geduldig en risico’s zijn eenvoudig weg te schrijven in een overeenkomst.

De reclame van Royal Club Ginger Ale dringt zich op: CHOOSE!!

De Gordiaanse GOKIT knoop losmaken is één van de interessante aspecten van aanbestedingen. Enerzijds omdat het opdrachtgevers dwingt om daadwerkelijk te bepalen wat de belangrijkste aspecten van een project zijn en dat dus niet alles mogelijk is. Anderzijds omdat veel aanbieders – als in het sprookje van Hans Christian Andersen “De nieuwe kleren van de keizer” – lang meegaan in het bevestigen van de Knoop. Zeker als de markt voor de aanbieders slechter is, kan er veel voor de laagste prijs.  

Als een aanbestedingsprocedure een startpunt is van een onderhandeling (bij private procedures mag dat!) kan het ook juist een bewuste tactiek zijn. Alles vragen en al naar gelang de antwoorden en kosten, in een later stadium bepalen welk aspect van G(R)OKIT komt te vervallen. De ratio hierachter zou kunnen zijn dat de belangrijkste aspecten pas worden vastgesteld op het moment dat de consequenties bekend zijn. Ik vraag me echter af of dit altijd zo bewust gebeurt.

Voor een cursus Tendermanagement die ik aan opzetten ben met een oud-collega, ben ik er nog niet uit wat de beste strategie is bij overvragende aanbestedende organisaties. In een ideale wereld worden hierover tijdens de aanbestedingsprocedure vragen gesteld zodat duidelijk wordt wat de opdrachtgever echt wil. Maar ook voor de gegadigde kan het toneelstukje van Hans Christian Andersen een bewuste strategie zijn. Als de opdrachtgever niet weet wat hij wil hebben, dan is alles wat je aanbiedt, in beginsel goed. Zaak is de aspecten die weg worden gegeven tijdens de onderhandelingen, zorgvuldig af te prijzen.

Misschien is een fase waarin de opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk het project doornemen voordat de definitieve overeenkomst wordt getekend (zoals een bouwteam) toch een betere manier om de beste prijs-kwaliteitverhouding te realiseren. Gezamenlijk bekijken welke aspecten van een project het meeste waarde opleveren voor de opdrachtgever. Als daarover duidelijkheid is, kom je er meestal ook wel uit met de kosten. Sprookjes kunnen we dan thuis laten, om ze voor te lezen aan de kinderen.   

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijzonder hoogleraar Schotanus: ‘Open house kan tot circa 20% meer zorgvraag leiden’

In de markt van thuiszorg kan circa twintig procent van de vraag veroorzaakt worden door leveranciers. Een flink percentage. Dit komt doordat veel zorgaanbieders gecontracteerd worden, wat kan zorgen voor prikkels om cliënten langer aan te houden, meer of andere diensten aan te bieden of meer cliënten aan te trekken. Dat vertelt Fredo Schotanus in de podcast van De Gunningsfactor.

Fredo Schotanus is sinds 1 december 2019 bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop aan de Universiteit Utrecht en daarnaast principal consultant bij Significant Synergy. Samen met promovendi startte hij in 2020 drie onderzoeken. In 2021 komt er nog een vierde onderzoek bij. De onderzoeken gaan over duurzaam en sociaal inkopen, transparantie en effectiviteit en Jeugdzorg.

Open house zorgt voor meer kosten
Reden dat Fredo het in de podcast over de opvallende resultaten in de thuiszorg heeft, is een onderzoek van Olivier van Noort, die momenteel promoveert bij Jan Telgen (Universiteit Twente), Joris van de Klundert (Erasmus) en Fredo zelf. Over open house zegt Fredo dat het als aanbesteder zeker in je toolkit moet zitten.

Het is alleen lang niet altijd de geschikte methode. Volgens de hoogleraar is het te makkelijk om te zeggen: ‘als we veel partijen contracteren, dan zal een deel niet worden gebruikt’. Zo simpel is het niet. Uit het onderzoek van Olivier naar wijkverpleging en persoonlijke verzorging blijkt dat meer zorgaanbod in onderzochte regio’s leidt tot circa twintig procent extra vraag en extra kosten. Volgens Fredo zou ook in open-house systemen van gemeenten een dergelijke zorgtoename kunnen ontstaan door het toegenomen aanbod. 

Bovendien is het veel moeilijker om de zorgaanbieders te sturen en beheersen als er honderden gecontracteerd zijn. Fredo signaleert dat er veel verloop is bij contractmanagers in de zorg. Dit heeft mogelijk als reden dat zij overvraagd worden. De hoogleraar stelt dat er in de zorg meer aandacht moet komen voor het contractmanagementproces en de relatie met aanbieders en minder voor het inkoopproces.

Promovenda Madelon Wind gaat nu bij Louise Knight (Universiteit Twente) en Fredo onderzoek doen naar de stand van zaken binnen de Jeugdzorg.

Aanbesteders: wees transparant en deel data
Het onderzoek van promovendus Jakub Supera, dat wordt begeleid door Vita Titl en Fredo, gaat over transparanter en effectiever inkopen. Transparantie in de publieke inkoop kan volgens Fredo nog beter. Zeker als het gaat om het delen van data. Nederlandse aanbesteders maken bijvoorbeeld zelden de prijs bekend van de winnaar, terwijl dit verplicht is. Als data netjes zou worden gedeeld, zou dit aantonen waar publiek geld heen gaat, onderzoek vergemakkelijken én kunnen andere overheden zien waar soortgelijke aankopen worden gedaan.

Vanuit de Rijksoverheid wordt er nu ook gewerkt aan een verplichting om te rapporteren op duurzaamheid. Als het aan Fredo lag, dan zouden álle kwaliteitsscores gedeeld worden van de winnaar. Denk bijvoorbeeld aan de score op kwaliteit, duurzaamheid, innovatie, circulariteit en sociale aspecten.

Duurzaam inkopen is nog geen common practice
Het derde onderzoek dat in gang is gezet gaat over duurzaam en sociaal inkopen. Promovendus voor dit onderzoek is Ruben Nicolas, die wordt begeleid door Helen Toxopeus, Willem Janssen en Fredo. Afgelopen jaar is er ook een onderzoek gedaan door studente Kim Gaaikema naar de aandacht voor circulariteit binnen aanbestedingen. Die bleek heel beperkt te zijn. De term circulair (ook gerelateerde termen zoals recyclen en hergebruik) komen heel weinig terug. Fredo stelt dat er een aantal mooie best practices zijn, maar een common practice is er nog niet.

Fredo Schotanus, bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop en principal consultant bij Significant Synergy.

De redenen voor het ontbreken van een common practice zijn divers. Er is onder andere nog niet altijd commitment in het bestuur en bij opdrachtgevers. Soms is er voor duurzaam of circulair inkopen meer budget nodig. Op lange termijn levert het geld op voor de maatschappij, maar het heeft wel impact op de begroting van morgen. Ook is er een impact op risico’s: het is nieuw en dus kunnen er meer fouten in sluipen. En uit onderzoek van student Jacco van Berkel volgt dat een ambitieus plan, zoals Inkopen met Impact, ook significant effect heeft.

Daarnaast is er volgens Fredo capaciteit en kennis nodig. Inkopers moeten getraind worden en er moeten best practices gebruikt kunnen worden. Hier zien we de link met het onderzoek naar transparantie, want Fredo zou het liefst zien dat geslaagde tenders (ook tijdens de contractduur) gelabeld worden in TenderNed. Dan kun je de best practices ook makkelijker terugvinden.

Winactie podcast
We zijn benieuwd naar jou als lezer en luisteraar. Stel ons jouw vraag, stuur je opmerking of verhaal. Wellicht nemen we die mee in een volgende podcast of blog. Mail naar podcast@aanbestedingscafe.nl. De leukste inzendingen krijgen inkoopstripboeken opgestuurd.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: beroep op Grossman slaagt deze keer niet

Significant deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een situatie waarin een beroep op het Grossman-verweer niet slaagt.

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een Europese aanbesteding gehouden voor asfaltwerken. Slechts een kleine groep gegadigden kan inschrijven doordat gebruik is gemaakt van een regeling die bepaalt dat slechts erkende ondernemingen mogen deelnemen, terwijl de aard van de werkzaamheden dit niet noodzakelijk maakt. De gunningsbeslissing moet daarom worden ingetrokken, aldus één van de inschrijvers.

De aanbestedende dienst beroept zich op het ‘Grosmann-verweer’. Dit betekent, kortweg, dat de inschrijver zich tijdens de aanbestedingsprocedure dient te melden met dergelijke bezwaren en niet na de gunning. Anders verspeelt de inschrijver zijn rechten.

Het resultaat
Opmerkelijk is wat de rechter zegt over het Grossmann-verweer: “Dit beroep slaagt, gelet op de stand van de huidige jurisprudentie, niet. Er is sprake van een serieuze en niet-gerechtvaardigde beperking van het aantal gegadigden in strijd met wezenlijke uitgangspunten van het aanbestedingsrecht. Dat is tegenover alle (potentiële) gegadigden onrechtmatig en moet dan ook hersteld worden.’

Een beroep op het Grosmann-verweer slaagt dus niet in alle gevallen. Zeker niet als de rechter van oordeel is dat een aanbestedende dienst in strijd met wezenlijke uitgangspunten van het aanbestedingsrecht heeft gehandeld.

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor: Hoogleraar Schotanus: '20% zorgvraag veroorzaakt door leveranciers'


In deze podcast spreken we Fredo Schotanus, adviseur bij Significant Synergy en sinds eind 2019 hoogleraar publieke inkoop bij de Universiteit van Utrecht en opvolger van Jan Telgen. Hij heeft een gekke start gehad als hoogleraar in coronatijd. Hoe is hem dat vergaan en welke onderzoeken zijn er gestart? Daarover voelen we hem aan de tand.

Over die onderzoeken kunnen we alvast een tipje van de sluier oplichten: dit zijn er drie. Over duurzaam en sociaal inkopen, transparantie en effectiviteit én Jeugdzorg.

Op basis van deze drie onderzoeken, leggen we Fredo een aantal pittige stellingen voor:

  1. Aanbestedende diensten vinden circulair of duurzaam inkopen maar gedoe
  2. De huidige manier van zorg inkopen zorgt niet voor de beste prijs-kwaliteit
  3. Aanbestedend Nederland koopt niet transparant in 

Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te delen en je te abonneren.

Wil je kans maken op de inkoopstripboeken? Laat ons dan weten wat je van de podcast vindt en welke onderwerpen we zeker nog moeten behandelen. Of vertel ons jouw verhaal. Stuur dit naar: podcast@aanbestedingscafe.nl.

Andere interessante linkjes naar aanleiding van de podcast: 

Partner van Aanbestedingscafé:

Kan in hoger beroep toch worden ingegrepen in overeenkomst?

Een inschrijver die het niet eens is met de gunningsbeslissing kan daartegen in kort geding bezwaar maken. Als binnen de wettelijke opschortende termijn van twintig kalenderdagen een kort geding aanhangig is gemaakt, moet de aanbestedende dienst wachten met het sluiten van de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Anders is de overeenkomst vernietigbaar. Als de voorzieningenrechter in het voordeel van de aanbestedende dienst beslist, mag de aanbestedende dienst de overeenkomst sluiten. Hij hoeft dan niet te vrezen dat de rechter in hoger beroep in die overeenkomst zal ingrijpen, ook niet als de afgewezen inschrijver alsnog in het gelijk wordt gesteld, tenminste zo besliste de Hoge Raad in 2016 in het Xafax/UU-arrest.

Dat is een geruststellende gedachte voor aanbestedende diensten. Aanbestedende diensten zullen dan ook niet blij zijn met het arrest dat het gerechtshof Den Haag vorige week heeft gewezen.

Wat was er aan de hand?
De aanbestedende dienst had op een maandag de mededeling van de gunningsbeslissing verzonden. De opschortende termijn van twintig kalenderdagen zou daardoor in principe op een zondag aflopen. Op grond van de Algemene Termijnenwet wordt de opschortende termijn in zo’n geval verlengd tot het einde van de eerstvolgende werkdag, maandag dus.

Een afgewezen inschrijver startte op de 21ste dag na de mededeling van de gunningsbeslissing een kort geding. Op tijd, want de opschortende termijn was immers door toepassing van de Algemene termijnenwet automatisch met één dag verlengd. De aanbestedende dienst had in de aanbestedingsleidraad bepaald dat de opschortende termijn ook een (contractuele) vervaltermijn is. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op contractuele termijnen. De aanbestedende dienst meende dat de vervaltermijn daarom niet was verlengd en dat de afgewezen inschrijver dus te laat was met het starten van een kort geding.

De voorzieningenrechter volgde het betoog van de aanbestedende dienst. Omdat de afgewezen inschrijver te laat was het starten van een kort geding, kwam de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren.

De aanbestedende dienst gunde de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst. Maar de afgewezen inschrijver liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.

De aanbestedende dienst meende gebeiteld te zitten. Wat kon hem gebeuren? De Hoge Raad heeft in het Xafax/UU-arrest immers uitgemaakt dat de rechter in hoger beroep niet kan ingrijpen in een overeenkomst, als de aanbestedende dienst de opschortende termijn in acht heeft genomen. En dat had hij gedaan.

Overeenkomst toch aantastbaar
De aanbestedende dienst kwam van koude kermis thuis. Om te beginnen oordeelt het gerechtshof dat de aanbestedingsleidraad zo begrepen moet worden dat de contractuele vervaltermijn op hetzelfde tijdstip eindigt als de wettelijke opschortende termijn. De afgewezen inschrijver was dus op tijd met het maken van bezwaar tegen de gunningsbeslissing.

Vervolgens krijgt de inschrijver gelijk op de inhoudelijke punten gelijk. De inschrijving van de afgewezen inschrijver was ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Als het gerechtshof de regel uit het Xafax/UU-arrest had toegepast, was de zaak geëindigd in een pyrrusoverwinning voor de afgewezen inschrijver. De door de voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling zou weliswaar worden teruggedraaid, maar het gerechtshof zou niet aan de door de aanbestedende dienst gesloten overeenkomst zijn komen.  

Het gerechtshof komt echter met een verrassend oordeel. Hij overweegt dat de regel uit het Xafax/UU-arrest niet van toepassing is, omdat – kort samengevat – de voorzieningenrechter de bezwaren niet inhoudelijk heeft beoordeeld, terwijl hij ten onrechte heeft aangenomen dat de afgewezen inschrijver te laat was met het starten van een kort geding. De aanbestedende dienst moet de inschrijving van de afgewezen inschrijver alsnog beoordelen en zo nodig een nieuwe gunningsbeslissing nemen. Intussen moet hij de uitvoering van de gesloten overeenkomst opschorten.

Vervolg?
Ik ben benieuwd hoe de rechtspraak zich gaat op dit punt gaat ontwikkelen. De zaak bij het gerechtshof ziet op een bijzonder feitencomplex, dat zich niet snel opnieuw zal voordoen. Maar de betekenis van het arrest van het gerechtshof Den Haag is mogelijk veel groter. Zo komt het regelmatig voor dat de voorzieningenrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van bezwaren, omdat de afgewezen inschrijver zijn recht om over de aanbestedingsprocedure te klagen zou hebben verwerkt. Wat als het gerechtshof in hoger beroep het rechtsverwerkingsverweer alsnog verwerpt? Kan hij het Xafax/UU-arrest in dat geval ook buiten beschouwing laten? Daarnaast is het maar de vraag of Hoge Raad de uitspraak van het gerechtshof Den Haag in stand zal laten, als daartegen cassatie wordt ingesteld. Wordt vervolgd. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Het DNA van Significant Synergy: kwaliteit en samenwerken

Significant Synergy is een bekende naam in de wereld van inkoop en aanbesteden. Wat onderscheidt dit adviesbureau van andere in de branche? Merle Olvers en Rémon van Buuren, beiden consultant bij Significant Synergy, bieden een inkijkje.

Significant Synergy richt zich als inkoopadviesbureau voornamelijk op de publieke sector. Dat is precies wat Merle en Rémon trok toen ze beiden 3,5 jaar geleden bij Significant Synergy startten. Merle was net klaar met haar studie Facility Management, pas 20 jaar oud toen ze begon als junior consultant. Inmiddels is Merle doorgegroeid tot medior consultant. Ze houdt zich bezig met het begeleiden van aanbestedingen, inkoopprofessionaliseringstrajecten en ze maakt deel uit van het expertiseteam ‘Externe Inhuur’, dat geleid wordt door Rémon.

Met hem werkte ze ook aan een van haar eerste klussen voor Significant Synergy: het begeleiden van een aanbesteding. “Als je net binnenkomt is die samenwerking cruciaal. Stap-voor-stap uitleg krijgen, aan de hand meegenomen worden, dat heeft me heel erg geholpen. Je kunt natuurlijk wel handvatten krijgen in een training maar in de praktijk zie je dat je toch andere dingen tegen kunt komen dan wat je is verteld.”

Altijd samen
De focus op samenwerking is een belangrijk speerpunt voor Significant Synergy. Consultants werken altijd in een team van twee of meer aan een opdracht. Niemand werkt op detacheringsbasis bij een klant. Collega’s met meer ervaring begeleiden junioren zonder dat er sprake is van hiërarchie. Ook junior consultants krijgen snel verantwoordelijkheid. Zowel Merle als Rémon zijn enthousiast over die aanpak. “Er staat altijd een collega naast je die meekijkt op de kritische momenten. We moeten de kwaliteit voor onze klanten immers waarborgen. En het is toch prettig om een sparringspartner te hebben als je voor het eerst zelfstandig een aanbesteding gaat doen”, vertelt Merle. Voor Rémon was de rol van mentor een van de redenen om 3,5 jaar geleden voor een functie bij Significant Synergy te kiezen. “Je krijgt echt een rol bij het opleiden van junioren, starters of collega’s met wat ervaring. Dat kenmerkt Significant Synergy.”


Onze collega’s maken het verschil. We hebben een heel leuk, enthousiast en ambitieus team van collega’s die samen de schouders eronder zetten, om het beste resultaat te behalen voor de klant.

Merle Olvers, medior consultant Significant Synergy

Kwaliteit is een ander kernwoord dat bij de organisatie past, vertelt Rémon. “Ik ken de organisatie in beginsel echt als een expert in aanbesteden met een hoog kwaliteitsniveau. Dat sprak me heel erg aan”, vertelt hij. Significant Synergy weet goed wat er speelt in de markt van opdrachtgevers en leveranciers. Verder richt de organisatie zich ook steeds meer op bijdragen aan maatschappelijke impact. Dit omdat de organisatie dit een belangrijk thema vindt en omdat het realiseren van die maatschappelijke impact in de nabije toekomst dé uitdaging voor de Nederlandse overheid is.

Interessante opdrachten
Rémon werkte zes jaar als bidmanager bij Randstad en kwam bij Significant Synergy terecht toen hij zich bezon op een volgende stap in zijn carrière. Het inkoopvak sprak hem aan, vooral het domein van aanbesteden. “Ik kende Significant Synergy al vanuit mijn rol als bidmanager. Ik had toen veel contact met inkoopadviesbureaus. Significant stond toen al bovenaan mijn lijstje.” Significant Synergy werkt volgens hem niet alleen vanuit de rol van inkoop maar heeft ook aandacht voor de markt. “Dus als je een bepaalde vraag stelt, wat betekent dat voor die markt? Voor die marktpartijen?”


Ik ken de organisatie in beginsel echt als een expert in aanbesteden met een hoog kwaliteitsniveau. Dat sprak me heel erg aan

Rémon van Buuren, senior consultant

Toen hij stopte als bidmanager en begon in de rol van consultant was dat wel even wennen. “In het begin kreeg ik te horen: doe vooral wat je leuk vindt. Maar dan is de vraag, wat vind je leuk?” Rémon draaide mee in verschillende projecten en kreeg alle ruimte om te ontdekken waar hij energie van kreeg. “Ik wilde graag naar buiten, meer van de wereld zien. En dat doe ik nu zeker. Je krijgt echt een kijkje in de keuken, bij de centrale en decentrale overheid, het onderwijs, de zorg, noem maar op. Dus dat is heel interessant.”

Rémon houdt zich voornamelijk bezig met adviestrajecten voor de organisatie van inhuur binnen een organisatie en het begeleiden van aanbestedingen en implementatietrajecten. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de doorontwikkeling van de propositie ‘Externe Inhuur’ bij Significant Synergy. Dat vakgebied is volop in beweging. “Er is sprake van continu opvolgende wetgeving op arbeid. Dat leidt tot onrust en onzekerheid bij onze opdrachtgevers.” Ook de diversiteit aan mogelijkheden voor het (rechtmatig) organiseren van inhuur roept vragen op bij klanten. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt tot nieuwe vormen van inhuur en toename van het aantal zzp’ers. Dat vraagt om een andere benadering van de markt. Daar ondersteunen we onze klanten bij.”

Zijn leukste klus tot nu toe? Die vond plaats bij de Sociale Verzekeringsbank. “Daar zat ik met drie petten op aan tafel. Als projectleider, om het allemaal intern te organiseren, als inkoopadviseur en als specialist op het gebied van inhuur. Dus dat was een stevige rol binnen een grote en complexe organisatie. Een mooie ervaring, ook nog eens met een mooi resultaat. Daar heb ik veel van geleerd.”


Je krijgt echt een kijkje in de keuken, centrale overheid, decentraal, onderwijs, waterschappen, noem maar op.

Rémon van Buuren, senior consultant Significant Synergy

Werken op afstand
Het hoofdkantoor van de Significant Groep bevindt zich in Utrecht. Normaal gesproken werken daar circa honderd consultants, waarvan er veertig actief zijn voor Significant Synergy. Door de coronacrisis werken Merle, Rémon en hun collega’s vanzelfsprekend al maanden thuis. Merle vindt het geen probleem om vanuit huis te werken, hoewel ze de interactie tijdens brown paper sessies die ze met klanten houdt, wel mist. “Digitaal communiceren is gewoon anders. Het is minder persoonlijk. Je kunt minder elkaars non-verbale houding lezen. Dat vind ik af en toe wel lastig.” Goed doorvragen en persoonlijke interesse tonen tijdens digitale sessies helpt, vertelt ze. En onderling houden collega’s ook contact, door af en toe bij te praten via de telefoon of door een sociale activiteit via Zoom te organiseren. “Laatst is er bijvoorbeeld digitaal muffins gebakken. Alle kinderen van alle collega’s stonden lekker voor de camera te bakken”, vertelt ze lachend. “En afgelopen vrijdag hadden collega’s een muziekbingo georganiseerd. Dat past ook wel bij de collega’s. We houden wel van gezelligheid!”

Kopje koffie
Significant Synergy is altijd op zoek naar talent. Er stromen regelmatig junioren in, net als Merle, direct vanuit de schoolbanken. Daarvoor onderhoudt Significant goed contact met verschillende onderwijsinstellingen. Bij de sollicitatieprocedure maken kandidaten altijd eerst kennis met het team om te kijken of het klikt. De persoonlijke benadering staat voorop. “De eerste contacten zijn heel warm en persoonlijk. Tijdens mijn sollicitatiegesprek voelde ik me heel erg op mijn gemak”, herinnert ze zich.

Het werven van medior en senior consultants is lastiger. Rémon: “De senior inkopers die wij graag aan ons bedrijf willen binden liggen niet voor het oprapen.” Zelf liep hij ooit een borrel van Significant Synergy binnen, gewoon om eens kennis te maken. Stel dat een ervaren inkoper toch de sprong wil wagen naar een inkoopadviesbureau als Significant? “Een borrel binnenlopen is op dit moment een beetje lastig”, zegt hij lachend. “Maar kom vooral eens een kop koffie drinken”, zegt hij. “Niet per se voor een sollicitatie, maar gewoon met een van onze adviseurs. Zo kom je op een laagdrempelige manier te weten hoe wij ons werk doen en wat werken bij Significant betekent. Er zijn genoeg mensen die daar tijd voor willen maken!”

Significant is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Wat kunnen aanbesteders verwachten naar aanleiding van de verkiezingen?

Met de verkiezingen achter de rug zitten we in de aanloop naar de vorming van een nieuwe coalitie. Bijzonder spannend, gezien alle ontwikkelingen. Of misschien toch niet? De kans op een voortzetting van de huidige coalitie lijkt immers groot, eventueel met een andere premier en een kleine aanpassing links of rechts. De vraag is of doorgaan met deze coalitie ook leidt tot voortzetting van het huidige beleid, of dat er mogelijk toch zaken zullen veranderen. Ik was benieuwd en heb me verdiept in de verkiezingsprogramma’s van VVD, D66 en CDA om te kijken of er voorspellingen kunnen worden gedaan voor de publieke inkoop.

Het eerste wat opvalt zijn de verschillen. In het programma van de VVD wordt nauwelijks iets gezegd over de aanbestedingspraktijk, terwijl D66 op meerdere plaatsen haar ideeën ventileert met betrekking tot de wijze waarop de overheid aanbestedingen zou moeten vormgeven. Er wordt zelfs gesproken over het aanpassen van de aanbestedingswet en de Europese regelgeving. Dit is overigens niet gedreven vanuit een onvrede met de huidige wet- en regelgeving. Maar daarover later meer…

Zijn er dan helemaal geen overeenkomsten tussen de ideeën van deze drie partijen? Zeker wel, maar daarvoor moeten we eerst wat meer afstand nemen. Als je de verkiezingsprogramma’s naast elkaar legt en door de oogharen bekijkt, dan zijn er wel degelijk onderwerpen die overeen komen.

Eigen economie eerst
Zo is voor alle drie de partijen de versterking van onze economie en de bescherming tegen oneerlijke concurrentie een thema. VVD stelt bijvoorbeeld dat buitenlandse bedrijven benadeeld of uitgesloten moeten worden bij aanbestedingen als ze staatssteun ontvangen. Hetzelfde zou moeten gelden voor Europese bedrijven die dergelijke leveranciers en daardoor een oneerlijk concurrentievoordeel hebben. D66 komt met nagenoeg hetzelfde voorstel, terwijl CDA een stapje verder gaat en een versoepeling wil van de aanbestedingsregels, waardoor aanbestedende diensten makkelijker aan Nederlandse of Europese bedrijven kunnen gunnen.

Duurzaamheid via de aanbestedingswet
Ook duurzaamheid is een gemeenschappelijk onderwerp. Wat het CDA betreft gaan klimaatbeleid en industriebeleid hand in hand onder de noemer ‘Rentmeesterschap in duurzaamheid en klimaat’, waarbij waar nodig aanbestedings- en mededingingsregels worden aangepast. Ook in het programma van de VVD is ruime aandacht voor de transitie naar een duurzame economie. En hoewel er geen directe link wordt gelegd met de aanbestedingspraktijk, mag je verwachten dat er ruimte is om mee te gaan met voorstellen van andere partijen op het gebied van duurzaamheid en aanbesteden. Waarschijnlijk zullen die voorstellen van D66 komen. Zij hebben namelijk nogal wat te zeggen over duurzaamheid en aanbesteden.

Dat begint al met de stelling dat de overheid voor al haar uitgaven de impact op het klimaat en milieu actief moet verlagen en circulaire principes mee moet nemen bij alle aanbestedingen in de bouw en infrastructuur. Ook stelt D66 onder de kop ‘Nederland circulair in 2050’, dat circulaire principes moeten worden meegenomen in alle aanbestedingen van fysieke producten. Opvallend: de partij belooft de Aanbestedingswet aan te passen om sterker te sturen op het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Zouden we dan een nieuw gunningscriterium gaan krijgen?

Uitsluiten op basis van OESO-richtlijnen
Het aanpassen van de wet om meer te kunnen sturen op maatschappelijke doelstellingen heeft overigens niet alleen betrekking op duurzaamheid, maar ook op het stimuleren van sociale meerwaarde. De aanpassing van de aanbestedingswet is er volgens D66 namelijk mede op gericht om het sociaal ondernemers makkelijker te maken om mee kunnen doen aan aanbestedingen (ik neem dan aan dat er niet ‘meedoen’ wordt bedoeld, maar ‘winnen’). CDA denkt in dezelfde richting en wil het mogelijk maken om maatschappelijke ondernemingen voorrang te geven bij overheidsaanbestedingen.

Een ander interessant idee is het voorstel van D66 om bedrijven van aanbestedingen te kunnen uitsluiten indien ze niet voldoen aan de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen. Ik ben benieuwd of dit betekent dat men nieuwe uitsluitingsgronden wil toevoegen.

Stoppen met aanbesteden van de zorg
Alle drie de partijen lijken het eens te zijn dat er minder marktwerking in de zorg moet zijn. Zo heeft de VVD het over het “aanpakken van problemen als gevolg van doorgeschoten marktwerking en doorgeschoten bureaucratie, zoals toegenomen regeldruk…” (overigens zonder dat daar consequenties voor de aanbestedingspraktijk aan worden verbonden). CDA gaat verder en wil af van “ingewikkelde aanbestedingen” onder het credo “de zorg is geen markt, maar mensenwerk”. D66 is nog explicieter en zegt eventueel de Europese regels aan te willen passen om ervoor te zorgen dat gemeenten geen Wmo-aanbestedingen meer hoeven te doen als dit geen toegevoegde waarde heeft.

Dus, wat kunnen we nu verwachten?
Er zouden dus best eens veranderingen voor de aanbestedingspraktijk kunnen komen. De kans is immers groot dat VVD, D66 en CDA elkaar opnieuw vinden in een nieuwe coalitie. Mocht dat gebeuren, dan zal men -als we de partijprogramma’s moeten geloven – vrijwel zeker inzetten op nieuwe uitsluitingsgronden om productieketens uit met name Aziatische landen te kunnen weren. Ik ben wel benieuwd hoe dat er in praktijk uit zou moeten zien. Ik kan me voorstellen dat men het over de boeg van de OESO-richtlijnen gooit, gezien de landen die bij de OESO zijn aangesloten. Twee vliegen in één klap voor D66.

Als het om aanbesteden gaat, dan zullen gemeenten met name uitkijken naar de plannen met Wmo-aanbestedingen. De Nederlandse overheid dringt natuurlijk al langer aan op verandering bij de Europese Commissie en de aanbestedingsplicht wordt al een tijdje op grote schaal omzeild met bijvoorbeeld open house constructies. Grote veranderingen hoeven we dus niet te verwachten, maar ik kan me voorstellen dat bestuurders en inkopers toch een klein dansje zullen doen als er daadwerkelijk veranderingen komen.

Zelf ben ik erg benieuwd naar de kansen voor een gunningscriterium ‘maatschappelijke waarde’ of ‘meest groene oplossing’. Natuurlijk begrijp ik dat je deze waarden ook op een andere manier in aanbestedingen kunt meenemen. Maar als je er een gunningscriterium van maakt, dan kun je het als overheid vervolgens ook verplichten. Of dat ook gaat gebeuren? Om eerlijk te zijn: ik denk het niet. Maar dromen mag altijd…

Partner van Aanbestedingscafé:

Bonusaflevering De Gunningsfactor: 'aanbestedende dienst: ga in gesprek met inschrijver'

Op 12 februari 2021 zond staatssecretaris Mona Keijzer twee brieven aan de Tweede Kamer waarin ze maatregelen aankondigt om de rechtsbescherming voor inschrijvers op aanbestedingen te verbeteren. Deels zet ze deze gelijk in werking. Zo dient ze gelijktijdig ook een gewijzigde Gids Proportionaliteit in. 

Rob en Daan van Rozemond advocaten bespreken de maatregelen. Welke problemen moeten worden opgelost en in hoeverre gaat dat met deze maatregelen lukken? Dat gesprek leidt ook tot nodige vragen, zoals over de reikwijdte van de nieuwe vernietigingsgrond ‘grove schending van het aanbestedingsrecht’. 

“Ik kom zelf uit een ondernemersdorp, dus ik weet hoe belangrijk je volgende opdracht is. In loondienst ga je ’s ochtends naar je werk en weet je dat je betaald wordt. Als ondernemer weet je dat wanneer je opdracht afgelopen is, er een volgende opdracht klaar moet staan. Geen opdracht in je portefeuille betekent dat er geen geld binnenkomt”, aldus Mona Keijzer.

“Als jij als aanbestedende dienst denkt dat je niet met de markt in gesprek mag om te kijken wat oplossingen zijn voor je probleem, dan kan het zomaar zo zijn dat jouw aanbesteding dat probleem ook niet gaat oplossen. En dat is vanuit het algemeen belang natuurlijk ook dramatisch.”

“Dus het gaat om die combinatie: zorgen dat wat je aanbesteed ook leidt tot een goede oplossing én tot een redelijke prijs voor ondernemers.”

Nieuwsgierig geworden? Luister de hele podcast.

De brief van de Staatssecretaris met de nieuwe maatregelen is onder meer te vinden via deze link. De brief met de nieuwe Gids Proportionaliteit tref je hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheidsopdrachten: wel of niet clusteren?

Inkopen is keuzes maken. Als overheidsinkoper heb je te maken met verschillende, soms zelfs conflicterende belangen. Wat kies je? Welk belang weegt zwaarder? En hoe bepaal je dat? Deze vragen spelen bijvoorbeeld een rol bij het clusteren of splitsen van overheidsopdrachten. Door de vele klachten en procedures over clusteren, lijkt het in de basis een juridische kwestie. In dit blog laat ik zien dat de keuze toch vooral een inkooptechnische vraag is. Niet alleen rechtmatigheid, maar juist doelmatigheid is bepalend.

Clusteren: hoe zit dat?
Clusteren is het samenvoegen van twee of meer opdrachten om deze als één aanbesteding in de markt te zetten. De Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) stelt hier een aantal voorwaarden aan. Zo mogen opdrachten niet ‘onnodig’ worden samengevoegd (1). Door de vele rechterlijke uitspraken en adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts hierover, lijkt het vooral een juridische kwestie. Toch is dat niet zo. Eigenlijk moet de discussie beginnen met de vraag of er überhaupt sprake is van meerdere opdrachten. Is dat niet het geval? Dan is er ook geen sprake van clustering.

Is het één opdracht?
Het is dus belangrijk om vooraf te onderzoeken of er sprake is van één of meerdere opdracht(en). Dat lijkt simpel, maar in de praktijk blijkt het een stuk complexer. Er is bijvoorbeeld geen wetsartikel dat bepaalt welke verschillende producten of diensten gelijksoortig zijn. In de inkoopwereld zijn er wel indelingen gemaakt die de mate van homogeniteit tussen verschillende productgroepen of diensten aangeven. Bovendien hebben gelijksoortige producten of diensten vaak dezelfde begincijfers in de toegekende CPV-codes. Daarnaast zijn er andere manieren om de homogeniteit van een product of dienst te bepalen. Je kunt dit ook bepalen aan de hand van een aantal vragen.

Vragen die je kunt stellen:
• Hebben de diensten of producten dezelfde functie of dienen ze hetzelfde doel? Met andere woorden: zijn ze qua inhoud soortgelijk en is er sprake van een samenhangende opdracht?
• Wordt in de inkoopbehoefte voorzien door dezelfde leverancier?
• Is er sprake van één kostensoort en/of vallen ze in dezelfde productcategorie?
• Vertonen de afnemers van de diensten of gebruikers van het product veel overeenkomsten?
• Vallen de producten in dezelfde kwadrant binnen de Kraljic matrix?

Is het antwoord op de meeste vragen ‘ja’? Dan kun je spreken over één opdracht. De opdracht kan dan via één aanbestedingsprocedure in de markt worden gezet. De discussie over een clusterverbod vervalt daarmee automatisch. De praktijk leert bovendien dat juridische toetsing van art. 1.5 Aw 2012 meestal achterwege blijft als vooraf duidelijk is dat het om één opdracht gaat (2). Is het antwoord op de meeste vragen ‘nee’? Dan gaat het om twee of meer opdrachten.

Wat is de inkoopbehoefte?
De korte vragenlijst hierboven geeft een goede eerste indruk. Voor nader onderzoek, kijk je ook naar de inkoopbehoefte. Is dat wat wordt ingekocht voor de hele organisatie bestemd, maar met verschillend gebruik per afdeling? Denk bijvoorbeeld aan een ICT-oplossing die op verschillende manieren wordt ingezet. Dan kan het toch gaan om een ongelijksoortige opdracht. Wordt er juist ingekocht voor één specifieke afdeling? Dan is de kans groot dat het gaat om een gelijksoortige opdracht.

Wat zegt de markt?
Tot slot kijken we naar de markt. Is de inkoopbehoefte reëel? En kan deze worden voorzien door één leverancier? Als er intern genoeg kennis in huis is, is deskresearch voldoende. In de praktijk wordt er vaak gekozen voor een combinatie van desk- en fieldresearch. De gedachte is dat de markt beter op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Na de interne analyse én de marktconsultatie heb je voldoende kennis om te bepalen of het om één of meerdere opdrachten gaat. Bovendien kun je hierna beter onderbouwen waarom ervoor is gekozen om de opdrachten samen te voegen (3). De beslissingsboom hieronder geeft een weergave van de homogeniteitsvraag, waarbij geldt hoe meer vragen met ja kunnen worden beantwoord hoe waarschijnlijker het is dat er sprake is van homogeniteit.

De inkoopbehoefte bepaalt
Onnodige samenvoeging komt regelmatig voor. Een overheidsorganisatie zet een opdracht geclusterd in de markt, maar na toetsing blijkt het om twee of meer opdrachten te gaan. Er is dan onterecht geconcludeerd dat de inkoopbehoefte homogeen is. Om ingewikkelde procedures te voorkomen, is het belangrijk om gedegen vooronderzoek te doen. Daarbij wordt gekeken naar de interne behoefte en het karakter van de markt. De uitkomst van het onderzoek bepaalt de keuze om wel of niet te clusteren. Hierdoor is clusteren niet zozeer een juridisch vraagstuk, maar vooral een inkoopaangelegenheid.

Voetnoten:
1. Aanbestedingswet 2012, artikel 1.5 lid 1.
2. Zie onder meer de uitspraken Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden 13 januari 2015; Gerechtshof Den Haag 9 juni 2015; Gerechtshof Den Bosch 1 december 2015.
3. Aanbestedingswet 2012, artikel 1.5 lid 2.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: Rank reversal

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een klacht rondom de beoordelingsmethode ‘rank reversal’.

Wat is er gebeurd?
Een aanbesteder heeft op 15 augustus 2019 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten. De aanbesteder wenst raamovereenkomsten te sluiten met meerdere ondernemers voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten. De opdracht is verdeeld in drie percelen.

Als gunningscriterium hanteert de aanbestedende dienst de ‘beste prijs-kwaliteit verhouding’, waarbij voor kwaliteit een wegingsfactor van tachtig procent en voor prijs een wegingsfactor van twintig procent geldt. Wat betreft de weging van de prijs past de aanbestedende dienst ‘rank reversal’ als beoordelingsmethode toe. Het maximaal aantal te behalen punten (200 punten) wordt toegekend aan de inschrijving met het laagst gewogen gemiddelde bedrijfstarief.

De overgebleven inschrijvingen krijgen vervolgens in rangorde van hoog naar laag tarief 15 punten in mindering toegekend. Een en ander leidt tot een klacht bij de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE).

De klacht
De klacht ziet erop dat de (relatieve) beoordelingsmethode bij het financiële subgunningscriterium het risico in zich bergt dat de inschrijver die als winnaar uit de bus komt niet steeds de partij is die – per saldo – de beste prijs-kwaliteitverhouding aanbiedt en verder in strijd is met de beginselen van gelijkheid en transparantie.

Het resultaat
De CvAE acht de klacht gegrond. Het toepassen van een relatieve beoordelingsmethode bij een gunningscriterium voor prijs in de vorm van ‘rank reversal’ kan leiden tot een situatie dat een winnende inschrijver niet de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft aangeboden. Dit is in strijd met artikel 2.115 lid 4 en lid 5 van de Aanbestedingswet 2012.

Bekijk advies 554 van de CvAE hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

MVI: Top-down sturen of juist andersom?

PIANOo publiceerde onlangs de resultaten van een onderzoek naar de rollen en sturingsmechanismen die een rol spelen bij intern opdrachtgeverschap op het gebied van MVI. Belangrijkste conclusie: er zijn al veel langetermijndoelen gesteld, maar om tot concrete resultaten te komen is er meer bestuurlijke druk nodig. Helder, dat zeker, maar ik vraag me af of de druk niet juist vanuit de organisatie moet komen.

Onderzocht is op welke wijze duurzaamheidsambities bij enkele decentrale overheden in hun rol als publiek opdrachtgever worden vertaald naar de uitvoeringspraktijk. Wat blijkt? Alle onderzochte partijen zijn hiermee bezig. Op zich niet verwonderlijk. MVI is een breed gedragen maatschappelijk thema en overal om ons heen zien we organisaties worstelen met het in praktijk brengen van MVI. Het is daarom mooi om te zien dat uit het onderzoek ook blijkt dat er in alle lagen van de organisaties een grote gedrevenheid is om de duurzaamheidsambities te realiseren.

Dit begint al bij de top. Een positieve constatering uit het onderzoek is dat er in alle gevallen op bestuurlijk niveau ambitieuze doelstellingen zijn vastgelegd. Echter: daarna gaat het vaak mis. Er wordt in praktijk namelijk niet hard op deze doelstellingen gestuurd. Andere, op een kortere termijn gerichte ambities krijgen meer bestuurlijke aandacht. Daarnaast ontbreekt het vaak aan concrete tussendoelen. Er is een stip op de horizon voor in de verre toekomst, maar mijlpalen ernaartoe zijn niet vastgelegd, waardoor sturen en bewaken lastig wordt.

Ik denk dat we deze situatie allemaal herkennen. We zijn het er meestal wel over eens dat duurzaamheid belangrijk is en ook vanuit bestuur en management komt een dergelijk signaal. De boodschap is dan bijvoorbeeld dat er bij alle inkooptrajecten aandacht moet zijn voor duurzaamheid. Maar wat vaak ontbreekt zijn de meetbare doelstellingen en de nulmeting: waar staan we nu? De boodschap uit het onderzoek is dan ook dat er concrete tussendoelen met KPI’s nodig zijn, vertaald naar een sluitend programma, gevolgd door monitoren van en sturen op deze KPI’s.

Terug naar de kop van dit artikel. Volgens PIANOo is meer bestuurlijke druk noodzakelijk voor succes. Zeker, bestuurlijke druk kan geen kwaad, maar waarom draaien we het niet om? Er is een stip op de horizon, een ambitie gedragen door een bestuurder. En we weten dat duurzaamheid leeft in alle lagen van de organisatie. Waarom dan niet de druk vanuit de professionals laten komen? Mijn boodschap: als MVI je aan het hart gaat, neem initiatief, zoek je collega’s op en formuleer samen die tussendoelen en KPI’s. Maak een plan en leg dat bij die bestuurder. Niks maakt bestuurders zo blij als een organisatie die met ze meedenkt. Bestuurder blij, wij blij…

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: extern adviseur betrokken bij beoordeling

Significant deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over betrokkenheid van een externe adviseur bij de kwalitatieve beoordeling van inschrijvingen.

Wat is er gebeurd?
Een gemeente heeft een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de opdracht ‘Visiteregeling parkeren’. De gemeente liet zich bij de aanbesteding adviseren door een adviesbureau. Een inschrijver diende op deze aanbesteding een inschrijving in, maar omdat zij als tweede in de rangorde eindigde werd de opdracht niet aan hem gegund.

Het bezwaar
De afgewezen inschrijver gaat in bezwaar en richt zich daarbij tegen de samenstelling van het beoordelingsteam voor een van de gunningscriteria en de daarop door beoordelaars toegekende scores. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat zij erop mocht vertrouwen dat het beoordelingsteam zou bestaan uit ‘onbevangen medewerkers van de gemeente’ die verder niet bij de aanbesteding betrokken zijn of zijn geweest. Achteraf blijkt dat niet enkel medewerkers van de gemeente, maar eveneens medewerkers van het adviesbureau deelnamen aan de beoordelingsprocedure.

Het resultaat
• De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Uit de aanbestedingsrechtelijke beginselen blijkt niet dat bij de aanbesteding betrokken personen niet mogen deelnemen aan het beoordelingsteam;
• Het feit dat de betrokkenheid van het adviesbureau bij de aanbesteding
specialistische/marktkennis meebrengt, maakt niet dat een eerlijke en objectieve beoordeling onmogelijk is. Dit leidt dus niet automatisch tot
belangenverstrengeling en willekeur.

Uitspraak: Rechtbank Rotterdam, 28-12-2020, ECLI:NL:RBROT:12356.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Digitalisering en verduurzaming bij de Raad

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: digitalisering en verduurzaming bij de Raad voor de rechtspraak.

Voor wie?
De Raad voor de rechtspraak (de Raad)

Wat wordt er aanbesteed?
Kantoorbenodigdheden t.b.v. de Raad.

Uitdaging voor de inkoper bij de aanbesteding
Bij de Raad werken meer dan tienduizend mensen dagelijks in een kantooromgeving. Deze medewerkers hebben behoefte aan allerlei kantoorbenodigdheden. Binnen de Raad vindt stap voor stap een digitaliseringsslag van het administratieve proces plaats. Hierdoor zal de komende jaren de behoefte aan kantoorbenodigdheden verder afnemen. Door de coronapandemie zijn de cijfers van 2020 lager, vandaar dat als uitgangspunt 2019 is opgenomen. Deze digitalisering staat echter nog maar aan het begin en het totale proces zal naar verwachting nog enkele jaren in beslag nemen. Vanwege de breedte van het assortiment valt niet nauwkeurig af te bakenen wat wel en niet tot de opdracht behoort.

De uitdaging zit in het verduurzamen van de kantoorartikelen. De Raad streeft naar een efficiënte duurzame bedrijfsvoering, en heeft hiervoor ook kwaliteitscriteria opgenomen. Denk hierbij aan verminderde milieulast van de verpakkingsmaterialen en vergroening van het assortiment.

De aanbestedende dienst gunt de inschrijver de exclusieve levering van het basisassortiment. Als de volledige digitalisering voltooid is, wordt er nauwelijks nog gebruik gemaakt van papieren dossiers. Vanaf dat moment zal er dus geen of minimaal behoefte zijn aan artikelen die worden gebruikt in een papieren dossieromgeving. Naar verwachting is die situatie niet binnen vier jaar bereikt.

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging

Partner van Aanbestedingscafé:

Onduidelijkheid rondom onderhandse procedure coronatestlijn

De aanbestedingsdocumenten van de aanbesteding van de coronatestlijn zijn onduidelijk en onvolledig. Er staat niet in waarom de GGD GHOR voor een onderhandse procedure koos. Ook is niet goed na te gaan of de keuze voor Teleperformance de beste is, zegt Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees aanbestedingsrecht tegen Trouw.

De opdracht voor het aanbieden van diensten ten behoeve van de coronatestlijn is miljoenen euro’s waard, ruim boven de drempelwaarde. De opdracht had daarom normaal gesproken Europees aanbesteed moeten worden. De verantwoording voor de keuze voor de onderhandse procedure ontbreekt in de aanbestedingsdocumenten. Na navraag door Trouw geeft de GGD aan dat de onderhandse procedure de voorkeur had vanwege grote haast. Bovendien was Teleperformance al bekend met de systemen die de GGD’en gebruikten, wat volgens de GGD GHOR ook pleitte voor deze aanbieder.

Versnelde procedure
De GGD koos dus niet voor die andere mogelijkheid: de versnelde openbare procedure. Hiermee kunnen overheidsinstanties binnen vijftien dagen een openbare aanbesteding organiseren. De koepelorganisatie van de GGD heeft wel navraag gedaan bij diverse andere aanbieders, maar het blijft onduidelijk waarom die potentiële opdrachtnemers afvielen. Volgens Maurice Essers, aanbestedingsadvocaat, is het van belang dat de GGD alsnog openheid van zaken geeft. Anders kunnen de concurrenten die nu buiten de boot vielen, de beslissing niet aanvechten via een rechtszaak.

Nadelig voor burgers
Manunza stelt dat de gang van zaken niet alleen bedrijven maar ook burgers dupeert. “Het heeft direct effect op de bestrijding van het virus. Datalekken bij de GGD, een vaccinatieprogramma dat lang duurt, het hangt allemaal samen met hoe iets georganiseerd en aanbesteed is.” 

Partner van Aanbestedingscafé:

Negometrix overgenomen door Mercell

Negometrix wordt overgenomen door Mercell, een Noorse aanbieder van publieke aanbestedingsdiensten. Dat maakt Mercell vandaag bekend.

Mercell biedt e-aanbestedingssoftware aan die veelvuldig wordt gebruikt, zowel in Scandinavië als daarbuiten. De overname van Negometrix is voor Mercell een volgende stap op e-procurement en contractmanagement marktleider te worden, stelt het Noorse bedrijf. Mercell heeft na de overname circa vijfhonderd werknemers en een klantenbestand van ongeveer 29.000 klanten in vijftien landen. In 2020 nam Mercell Visma Commerce al over.

Negometrix is het grootste aanbestedingsplatform in Nederland. Voor 33 procent van alle aanbestedingen wordt dit platform gebruikt. Daarnaast is Negometrix actief in Bulgarije en de Verenigde Staten. Het bedrijf kon vorig jaar op een omzet van circa zes miljoen euro rekenen.

Zowel CEO Sander de Vocht als oprichter Jan Siderius blijven hun huidige rol bij Negometrix vervullen.

Bron: Negometrix.com

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer onderzoek nodig naar inzet intermediairs bij aanbestedingen

De inzet van intermediairs bij aanbestedingen pakt lang niet altijd voordelig uit voor aanbestedende diensten en vereist nader onderzoek. Dat blijkt uit een vooronderzoek dat het Public Procurement Research Centre (PPRC) uitvoerde in opdracht van de Haagse Inkoopsamenwerking (HIS). Het onderzoek is uitgevoerd omdat er twijfels bestaan over de toegevoegde waarde van intermediairs, die een tussenpositie innemen tussen aanbestedende diensten en leveranciers.

Intermediairs brengen kennis en kunde mee, zowel op het vlak van (Europees) aanbesteden als binnen een bepaalde sector. Dit is een van de voordelen van de inzet van intermediairs, wijst het onderzoek uit. Voorwaarde is wel dat intermediairs maatwerk leveren, afgestemd op de behoeften van de aanbestedende dienst. Intermediairs brengen echter ook partijdigheid en een te hoge mate van standaardisatie mee. Sommige aanbieders schatten hun winkans bij bepaalde intermediairs bij voorbaat erg laag in en wijten dit aan persoonlijke voorkeuren van inkopers. Dit is voor aanbieders echter geen reden om af te zien van inschrijving. Door hoge standaardisatie binnen het dienstverleningsmodel van intermediairs wordt de markt onvoldoende uitgedaagd en worden eisen en wensen van opdrachtgevers vaak onvoldoende beschreven. Het is daardoor voor opdrachtnemers onduidelijk wat de opdrachtgever wil. Bij aanbestedingen zonder intermediairs kan een aanbieder vaak op creatievere inschrijven, waardoor de winkans hoger is.

Hoge kosten
Het onderzoek wijst daarnaast uit dat intermediairs vaak extra (verplichte) diensten aanbieden waar de aanbestedende dienst voor moet betalen. Dit leidt tot hogere kosten. Bij de inzet van partijen die zelf leveranciers contracteren bestaat bovendien het risico dat prijzen over de kop gaan. Aanbestedende diensten geven aan dat zij geen zicht hebben op tarieven. Intemediairs die totaalpakketten aanbieden en bijvoorbeeld ook contractmanagement voor hun rekening nemen, ondermijnen volgens de onderzoekers de vakkennis van werknemers van een aanbestedende dienst.

Vorig jaar protesteerden tolken nog tegen de inzet van intermediairs voor het aanbesteden van vertaaldiensten voor overheidsorganisaties. Zij vreesden dat de kwaliteit van tolkdiensten omlaag zou gaan en dat intermediairs te weinig zouden betalen.

Significante afwijkingen
De resultaten komen naar voren uit twaalf interviews en een analyse van meer dan tweehonderd aanbestedingen. Het onderzoek richt zich op intermediairs in de publieke sector waarbij drie soorten intermediairs worden onderscheiden: partijen die gecontracteerd worden om opdrachten uit te zetten bij leveranciers of zzp’ers, intermediairs die een aanbesteding uitvoeren voor een aanbestedende dienst of die de aanbesteding uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor leveranciersselectie en contractmanagement.

De onderzoekers verwachten dat de resultaten ook van belang zijn voor de inzet van intermediairs in de private sector omdat dezelfde problematiek daar ook optreedt. Uit oriënterende statistische analyses komen al significante afwijkingen naar voren. Nader onderzoek is daarom gewenst, concluderen de onderzoekers.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Is een benaderverbod in aanbestedingsstukken toelaatbaar?

In bijna in iedere aanbestedingsleidraad kom je hem tegen: het benaderverbod. Ondernemers mogen met vragen of opmerkingen over de aanbesteding alleen contact opnemen met de in de aanbestedingsleidraad genoemde persoon. Benaderen zij toch iemand anders, dan volgt uitsluiting van deelname aan de procedure. Je komt het benaderverbod zo vaak tegen, dat je er misschien nooit over hebt nagedacht: mogen aanbesteders wel een benaderverbod opnemen in hun aanbestedingsstukken? Die vraag kreeg het Hof Den Haag onlangs te beantwoorden.

Facultatieve uitsluitingsgrond ‘onrechtmatige beïnvloeding’
De vraag naar de toelaatbaarheid van het benaderverbod komt voort uit de in artikel 2.87 lid 1 onderdeel i van de Aanbestedingswet bedoelde uitsluitingsgrond. De aanbesteder kan een ondernemer uitsluiten die heeft geprobeerd om het besluitvormingsproces van de aanbesteder onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de aanbestedingsprocedure kan bezorgen of door nalatigheid misleidende informatie heeft verstrekt die een belangrijke invloed kan hebben op besluiten over uitsluiting, selectie en gunning. Een benaderverbod strekt er ook toe onrechtmatige beïnvloeding van de aanbestedingsprocedure en bevoordeling van ondernemers te voorkomen. Er bestaan dus overeenkomsten tussen het benaderverbod en de artikel 2.87 lid 1 onderdeel i van de Aanbestedingswet bedoelde uitsluitingsgrond.

Volgens de rechtspraak zijn de in de Aanbestedingswet opgenomen facultatieve uitsluitingsgronden limitatief. Dit betekent dat lidstaten (en aanbesteders) buiten de in de Aanbestedingswet geregelde gevallen geen andere uitsluitingsgronden mogen toepassen, tenminste voor zover deze zien op de professionele kwaliteiten van ondernemers, zoals integriteit, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid. Lidstaten (en aanbesteders) mogen wel daarnaast uitsluitingsmaatregelen vaststellen die beogen te waarborgen dat het beginsel van gelijke behandeling en het transparantiebeginsel in acht worden genomen. Dit onderscheid blinkt niet uit in helderheid.

Contactverbod beoogt gelijke behandeling te waarborgen
Ziet een benaderverbod op de professionele kwaliteiten van ondernemers of beoogt hij de gelijke behandeling van ondernemers en transparantie te waarborgen? Het Hof Den Haag meent het laatste. Een benaderverbod strekt er volgens hem toe de gelijke behandeling van inschrijvers te waarborgen en te voorkomen dat inschrijvers op een niet transparante manier contact hebben met de aanbesteder. Een aanbesteder mag dus een benaderverbod opnemen in de aanbestedingsstukken.

In het oordeel van het hof lijkt ook een rol te spelen dat bij het toepassen van facultatieve uitsluitingsgronden alleen gedragingen voorafgaand aan inschrijving kunnen worden betrokken, terwijl een benaderverbod ook in de fase ná inschrijving, de beoordelingsfase, van belang is. Die redenering is op zich goed te volgen, maar de in de tijd beperkte werking van de facultatieve uitsluitingsgronden, berust op een ongelukkige implementatie van de aanbestedingsrichtlijn (2014/24/EU) door de Nederlandse wetgever. Artikel 57 lid 5 van de aanbestedingsrichtlijn bepaalt dat de aanbesteder op ieder moment tijdens een aanbestedingsprocedure een ondernemer waarop een facultatieve uitsluitingsgrond van toepassing is, kan uitsluiten. De Nederlandse wetgever heeft in artikel 2.87 lid 2 van de Aanbestedingswet de gedragingen die de aanbesteder in aanmerking mag nemen bij het toepassen van facultatieve uitsluitingsgronden, beperkt tot gedragingen die zich voor inschrijving hebben voorgedaan.

Bekijk de uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

OV-sector onderzoekt alternatieve aanbestedingsvormen

Vanwege de aanhoudende onzekerheid voor OV-bedrijven zoekt de OV-sector naar alternatieve manieren van aanbesteden. Kennisplatform CROW en het samenwerkingsverband van decentrale OV-autoriteiten (DOVA) ondervroegen vijf vervoerders over de huidige stand van zaken en gewenste aanpassingen.

Volgens CROW heeft aanbesteden op korte termijn geen zin. Door de coronacrisis kampen vervoerders met onzekere reizigersaantallen. Vervoerders kunnen daardoor het risico van de opbrengsten bij een doorsnee aanbesteding niet dragen. Dat leidde vorig jaar al tot minimale animo voor concessies, zoals bij de Valleilijn. Overheden kiezen daardoor voor noodconcessies met een kortere looptijd, zoals bij de concessie Rijn-Waal.

Uit de marktverkenning komen twee alternatieve scenario’s naar voren: een ‘blauw’ en ‘rood’ pakket. In het blauwe scenario is de overheid verantwoordelijk voor de ontwikkelfunctie en de opbrengsten. De vervoerders verzorgen de bestelde diensten, dragen het kostenrisico, maar zijn niet opbrengstverantwoordelijk. Het rode pakket houdt vast aan de huidige aanbestedingsmethoden maar introduceert meer dialoog. Het opbrengstrisico ligt (tijdelijk) deels of geheel bij de overheid, en er komen afspraken over risicoverdeling en een uitgebreidere financieringsregeling voor materieel. 

Op- en afschalen
Vervoerders pleiten daarnaast voor een aantal andere aanpassingen. Zo willen ze tijdens de duur van de concessie het vervoersaanbod kunnen op- en afschalen. Ook willen ze een andere verdeling van de financieringslasten van het materieel en geven aan wat de een optimale grootte van een concessie is: een omzet van tussen de 40 en 80 miljoen euro per jaar.

Bron: CROW.nl, OVpro.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Podcast De Gunningsfactor: Zo gaat het met de infra-sector en het sociaal domein

Afgelopen maand waren er veel nieuwtjes over infra aanbestedingen en op het vlak van sociaal domein. Hier praten we je in 20 minuten doorheen. 

Links:

In de volgende podcast zullen we nader ingaan op de vraag: wel of niet aanbesteden in het sociaal domein. Abonneer je op De Gunningsfactor om op de hoogte te blijven!

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: te laat ingediende gedragsverklaring

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een te laat ingediende gedragsverklaring aanbesteden.

De provincie heeft een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd om een contract te kunnen sluiten voor het onderhoud van de glasvezelinfrastructuur ten behoeve van bruggen en sluizen. Op de
aanbestedingsprocedure zijn de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) en het
Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) van toepassing. De
onderneming R. heeft na een uitnodiging daartoe een inschrijving ingediend. Zij heeft bij de inschrijving echter geen gedragsverklaring aanbesteden (GVA) ingediend, waar de provincie wel om heeft gevraagd. Om deze reden heeft de provincie de inschrijving van R. als ongeldig terzijde gelegd.

R. is het niet eens met de uitsluiting. Zij stelt dat de wijze waarop zij de
aanbestedingsstukken heeft begrepen in lijn is met artikel 7.10.2 ARW 2016
Daarin is bepaald dat de aanbesteder niet verlangt dat een onderneming bij
haar inschrijving gegevens en inlichtingen op een andere wijze verstrekt, als deze gegevens en inlichtingen in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) kunnen worden gevraagd. R. stelt dat de GVA is bedoeld als bewijs dat geen van de door de provincie gehanteerde uitsluitingsgronden op haar van toepassing zijn. Dit verklaart R. ook in het UEA. De GVA geeft dus inlichtingen die de provincie ook uit het UEA kan verkrijgen. Als uitgangspunt geldt daarom dat de provincie in de inschrijving genoegen moet nemen met het UEA en alleen van de inschrijver die in aanmerking komt voor gunning een GVA mag verlangen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter oordeelt dat:
• Op grond van artikel 1.22 Aw 2012 mag een aanbestedende dienst gemotiveerd afwijken van voorschriften uit het ARW 2016. De provincie heeft in dit geval gemotiveerd waarom zij al bij inschrijving over de GVA wilde beschikken. Zij voldoet daarmee aan artikel 1.22 Aw 2012.

In relatie tot de praktijk
• Als je een inschrijver bent, zorg dan dat je alle gevraagde documenten op tijd aanlevert. Als je niet zeker weet of/hoe een bepaald document moet worden aangeleverd, vraag dit dan in het kader van de nota van inlichtingen.
• Als je een aanbesteder bent die gebruikmaakt van het ARW 2016 maar afwijkt van een of meer bepalingen daarin, motiveer dit dan goed!

Aanbesteders mogen gemotiveerd afwijken van de voorschriften uit
het ARW 2016. Dit vloeit voort uit artikel 1.22 van de Aanbestedingswet 2012.

Bron: Rechtbank Den Haag 27 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8792

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Het succes van Aanbesteden in 10 dagen

Voorbereidingen treffen voor een Europese aanbesteding, de uitvraag specificeren en alle benodigde documentatie opstellen, dat proces duurt soms maanden. “Kan dat niet veel sneller, zoals we dat ook in de private sector doen?”, dacht men bij Supply Value. Dat kan inderdaad, want met de Supply Value-methode ‘Aanbesteden in 10 dagen’ lukt het organisaties een complexe aanbesteding binnen tien of soms zelfs vijf dagen compleet voorbereid te hebben. 

De techniek werd eigenlijk geboren uit frustratie, vertelt Menno van Drunen, oprichter van Supply Value. “Klanten zeggen vaak dat ze Europese aanbestedingen erg ingewikkeld vinden, dat het zo lang duurt. Mijn stelling is dat het helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, als je maar weet wat je wilt kopen en de juiste mensen weet samen te brengen.”

Het is niet vreemd dat juist Supply Value deze methode heeft ontwikkeld. De organisatie begeleidt bedrijven al meer dan tien jaar bij het stroomlijnen en verbeteren van hun inkoopproces en het opstellen en uitvoeren van sourcingstrategie. Daarnaast levert het adviesbureau diensten op het gebied van supply chain & operations en digitale netwerksamenwerking. De ervaring met inkoop en aanbesteden, efficiënt werken in teams en Agile sprinttechnieken is nu gebundeld in de tool ‘Aanbesteden in 10 dagen’. Een uniek instrument waarmee het aanbestedingsproces een stuk sneller, goedkoper en beter verloopt.

Tien dagen intensief samenwerken
Bijzonder aan de methode is dat iedereen die bijdraagt aan het voorbereiden van de aanbesteding en de publicatie, tien dagen vrij moet maken in de agenda. Best een opgave voor drukbezette opdrachtgevers, materiedeskundigen en inkopers, maar deze toewijding levert ook veel op. Omdat tijdens die tien dagen de focus (vrijwel) volledig op de aanbesteding ligt, wordt er veel efficiënter gewerkt. Daarnaast is het ook leuker, zegt Van Drunen. “Op deze manier werken geeft meer energie, de kwaliteit van de aanbesteding verbetert en uiteindelijk zijn de kosten ook lager”, vertelt van Drunen.

“Europees aanbesteden hoeft niet ingewikkeld te zijn, als je maar weet wat je wilt kopen en de juiste mensen weet samen te brengen.”

Menno van Drunen, oprichter Supply Value

Supply Value integreert bij Aanbesteden in 10 dagen ook aspecten van Agile werken, Design Thinking en de Value Sprint Methodiek, en inspireert het team met opdrachten die de creativiteit en samenwerking bevorderen. Dat kan zowel op kantoor als online. Elke dag stelt het team met behulp van de experts van Supply Value doelen, met duidelijke deliverables. Aan het einde van de dag wordt er geëvalueerd. Waar staat het team? Wat kan er beter? Op die manier kan het team gedurende de tien dagen blijven verbeteren.

Inkoopproces in kaart brengen
Toewijding is een belangrijke factor bij Aanbesteden in 10 dagen, maar inzicht in het inkoopproces en de besluitvorming net zo goed. Vaak blijft een aanbesteding hangen op sleutelfiguren binnen een bedrijf, de drukste personen op wiens handtekening de inkoper wacht. Door deze personen op een centraal beslismoment bij elkaar te brengen lossen die knelpunten vanzelf op. Dat betekent dat alle expertises betrokken worden, inhoudsdeskundigen, de afdeling finance, inkoop en juridische experts.

De Value Sprint Methode in zes stappen (klik voor vergroting)

Door gebruik te maken van de door Supply Value ontwikkelde Value Sprint Methode kunnen de wensen van de organisatie snel in kaart worden gebracht en wordt continu gevalideerd of de voorbereide aanbesteding aansluit bij deze wensen. Naast deze methode heeft Supply Value ook een set van 120 andere tools waarmee zij meer waarde levert in minder tijd. Afhankelijk van de aard van de aanbesteding kunnen teams bij Aanbesteden in 10 dagen ook gebruik maken van deze instrumenten, zoals het (IT) Value Sourcing Model voor de inkoop van IT-oplossingen, of het Value Contract Management model dat compleet inzicht geeft in het inkoopproces van de organisatie.

Succes in de praktijk
Sinds het begin van dit jaar biedt Supply Value Aanbesteden in 10 dagen aan. De techniek werd de afgelopen maanden al succesvol toegepast bij het UWV en het ministerie van BZK, VWS en SZW. Deelnemers zijn enthousiast over het werken in een multidisciplinair team, waarbij alle benodigde kennis en expertise direct voorhanden is. De snelle besluitvorming draagt niet alleen bij aan een effectieve werkwijze, maar motiveert ook om samen aan de aanbesteding te werken. Aan het einde van de rit ligt er een publicatie, het concrete resultaat van tien dagen hard werken.

Is ‘Aanbesteden in 10 dagen’ vanaf nu dan altijd de heilige graal bij het aanbesteden? “Als je technisch compleet kunt specificeren misschien niet, maar bij het inkopen van complexe dienstverlening of software is deze techniek heel erg geschikt”, zegt van Drunen. “Als je met deze focus werkt, kun je heel snel meters maken en meer kwaliteit leveren tegen lagere kosten.”

Supply Value is Premium Partner van Inkoperscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Grossmann: de strijd tussen de rechtbank Den Haag en de rechtbank Midden-Nederland

Tot voor kort gingen alle rechtbanken in Nederland ervan uit dat het Grossmann-arrest inhield dat het niet voldoende was om vragen te stellen. Er moest ook een kort geding aanhangig gemaakt worden.  

Dat vond de Rechtbank Midden-Nederland in 2016 ook nog (ECLI:NL:RBMNE:2016:1480): “Voor zover Krämer meent dat zij door het stellen van haar vraag in Negometrix tijdig haar bezwaar tegen de wijziging heeft geuit, volgt de voorzieningenrechter haar daarin niet. Zoals het gerechtshof Den Haag in genoemd arrest heeft overwogen, en zoals IJbouw in dit verband terecht heeft aangevoerd, kan het stellen van een vraag niet gelijk worden gesteld aan het maken van bezwaar.”  

Vorig jaar hebben echter drie (nieuwe?) rechters van de rechtbank Midden-Nederland gevonnist dat vragen stellen wel voldoende was, en dat een inschrijver zijn rechten niet verspeelde als hij geen kort geding aanhangig maakte.  

ECLI:NL:RBMNE:2019:5093 Rechtbank Midden-Nederland: “Voor zover Provincie Utrecht en DOVA en Strukton vinden dat van een proactief inschrijver ook kan worden verlangd dat hij een kort geding opstart onmiddellijk nadat het aan hem duidelijk wordt dat de aanbestedende dienst zijn bezwaren verwerpt dan gaat dit standpunt niet op. Uit het Grossmann-arrest kan dit niet worden opgemaakt. De strekking van dat arrest is dat er geklaagd moet worden op een moment dat de aanbestedende dienst er nog wat aan kan doen, en dat is hier gebeurd.”  

Voor de goede orde, dit is onjuist. Wie ook de andere taalversies van Grossmann leest, kan niet anders dan concluderen dat er een kort geding aanhangig dient te worden gemaakt. Grossmann gaat wel degelijk uit van een beroepsprocedure bij een door de lidstaat vastgestelde instantie. (“challenges it before the body responsible”, “attaquer celle-ci devant l’instance responsable” en “vor der zuständigen Stelle anzufechten”).  

Het mag duidelijk zijn dat dit tot verwarring gaat leiden. In een zaak bij de rechtbank Den Haag (over een aanbesteding met een geraamde waarde van €242.500.000), werd er door de advocaat van de klagende partij fijntjes op gewezen dat Grossmann volgens de rechtbank Midden-Nederland niet inhield dat er een kort geding aanhangig moest worden gemaakt. Zijn cliënt had namelijk in de twee vragenrondes haar bezwaren tegen de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure aangekaart, en dat was volgens hem voldoende.  

De reactie van de rechtbank Den Haag is opmerkelijk: “Het beroep van Protinus op twee vonnissen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland gaat niet op, aangezien die uitspraken een andere situatie betreffen. Daarin was immers geen sprake van een rechtsverwerkingsclausule zoals aan de orde in de onderhavige aanbesteding, waarbij al vóór de bekendmaking van de gunningbeslissing in kort geding diende te worden opgekomen tegen de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure.”  

Dit suggereert dat er dus een rechtsverwerkingsclausule moet zijn opgenomen. Dit lijkt mij echter totaal niet relevant. Ook zonder rechtsverwerkingsclausule geldt Grossmann gewoon.  

Er is bij deze rechtszaak nog iets aan de hand. De staat krijgt een uitbrander van de rechter omdat ze geen beroep doet op Grossmann: “De Staat heeft aangevoerd op die clausule geen beroep te doen. Op zichzelf is de Staat – anders dan Protinus – weliswaar van oordeel dat de (aangepaste) rechtsbeschermingsclausule toelaatbaar is, maar hij prefereert een inhoudelijke rechterlijke toetsing met betrekking tot de opzet/systematiek van de aanbestedingsprocedure. Kennelijk stelt de Staat hier zijn eigen belang voorop, wat niet goed valt te rijmen met het karakter van een aanbestedingsprocedure, waarin de Staat ook rekening dient te houden met de gerechtvaardigde belangen van alle inschrijvers en in het bijzonder de ‘winnaars’. Van de Staat had dan ook mogen worden verwacht dat hij zich op de – volgens hem dus rechtmatige – rechtsbeschermingsclausule had beroepen indien Protinus deze – ook volgens hem – niet in acht heeft genomen. Indien een beroep op een dergelijke clausule zou mogen worden overgelaten aan de discretie van de aanbestedende dienst kan dat leiden tot favoritisme en/of willekeur, welk risico hoe dan ook moet worden uitgesloten.”  

Dat gaat wel heel ver. De rechter wil bepalen welke verdediging de staat zou moeten voeren. Dat is best vreemd. Bovendien kan ik me indenken dat de staat over zo’n grote aanbesteding ‘een inhoudelijke rechterlijke toetsing’ wil. Het gaat om een kwart miljard! Dan verdienen inschrijvers toch juist een inhoudelijk oordeel.  

De vraag die mij het meeste bezighoudt is waarom de rechtbank Den Haag niet gewoon zegt dat Midden-Nederland ernaast zit. Het lijkt alsof ze de rechtbank Midden-Nederland in bescherming nemen, door te zeggen dat er bij deze aanbesteding nu eenmaal een rechtsverwerkingsclausule is, waardoor er sprake is van ‘een andere situatie’. Maar hiermee creëer je in feite weer nieuwe onduidelijkheid. Dit suggereert namelijk dat Grossmann niet opgaat als er geen rechtsverwerkingsclausule is!  

Hoe werkt dat tussen rechtbanken? Het is toch heel vreemd dat de ene rechtbank structureel anders over Grossmann oordeelt dan de andere? Nogmaals, het ging hier om een aanbesteding met een geraamde waarde van €242.500.000. Dan kan het toch niet zo zijn dat het uitmaakt waar het kort geding dient?  

Partner van Aanbestedingscafé:

SCP: overheid moet knelpunten Sociaal Domein aanpakken

Vijf jaar na de decentralisatie van de zorg concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat de resultaten van het nieuwe beleid achterblijven. Zwakke sociale groepen kunnen minder op steun uit hun omgeving rekenen dan gedacht. Het Rijk moet terug naar de tekentafel om structurele problemen op te lossen.

In 2015 werden de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet ingevoerd. De gedachte was dat gemeenten beter maatwerk konden leveren en efficiënter konden werken dan het Rijk. Door eerder lichte hulp te bieden zou doorstromen naar zwaardere vormen van hulpverlening niet nodig zijn. Daarbij moesten gemeenten ook gebruik maken van de eigen kracht van mensen en hun sociaal vangnet.

Nu ziet het SCP dat de deelname van mensen met een beperking aan de samenleving niet is toegenomen, dat er nog steeds knelpunten in de jeugdzorg zijn en de kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking nauwelijks zijn verbeterd. In het rapport ‘Sociaal Domein Op Koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’ schrijft het SCP dat de verwachtingen van het decentrale beleid te hoog gespannen waren. Gemeenten behalen vooralsnog geen betere resultaten dan het Rijk.

Herbezinnen en bijsturen
Vlak na de invoering van de Wmo en Participatiewet was er ook al kritiek. De toenmalige moeilijkheden werden toen geweten aan opstartproblemen. Vijf jaar na dato stelt het SCP dat de betrokken ministeries aan zet zijn. De overheid moet ‘herbezinnen en bijsturen’ om knelpunten op te lossen. Zo zouden kwetsbare groepen meer prioriteit moeten krijgen, zou de regelgeving minder complex moeten worden en moet de overheid de verwachtingen over de Participatiesamenleving bijstellen.

Het huidige stelsel aanpassen is volgens het SCP geen voor de hand liggende keuze. Er is nog ruimte voor verbetering. “Niets doen is in onze ogen géén optie. Hoewel een grote transformatie als die in het sociaal domein een zaak van lange adem is, vragen knelpunten die na vijf jaar nog bestaan wel degelijk om actie, in het belang van de kwetsbare burgers om wie het gaat”, is te lezen in het rapport.

Bron: Volkskrant.nl, SCP.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Gemeenten zetten minder infra-opdrachten in de markt door corona

De coronacrisis zorgt ervoor dat gemeenten steeds minder opdrachten voor de infrasector geven. Gemeenten zijn voorzichtiger geworden met hun uitgaven, onder andere door stijgende kosten in het sociaal domein. Infrabouwers zien hun orderportefeuille hierdoor nog verder slinken.

Nederlandse gemeenten zijn volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) verantwoordelijk voor dertig procent van alle infra-opdrachten. Omdat er steeds minder opdrachten zijn, dingen er per opdracht meer bouwers mee. De prijzen dalen tot onder de kostprijs, zijn volgens bouwers inmiddels ‘onverantwoord laag’. Ook grote partijen doen vaker mee in de race om kleine opdrachten.

De opdrogende stroom opdrachten is een extra klap voor de sector, die het aantal infraprojecten al sterk af zag nemen door de stikstofproblematiek. Een deel van de infrabedrijven in Nederland verwacht in 2021 een omzetdaling van meer dan vijftig procent.

Bron: FD.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderen aflevering 2: speelt u mee?

De tweede aflevering van Tenderen, de meest verwarrende aanbestedingsshow van Nederland, is nu te zien via Aanbestedingscafe.nl! Speel het spel Raad de Staat en maak kans op het CTM Solution pakket, het alternatief voor TenderNed. Een volledig gratis versie met alles wat u van een aanbestedingsplatform mag verwachten. Aanbesteden zal nooit meer hetzelfde zijn!

Heeft u de eerste aflevering gemist? Speel Wheel of Workflows alsnog via www.tenderengemist.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsdata ontleed: weinig oog voor circulair inkopen bij Nederlandse gemeenten

In deze rubriek licht Significant Synergy periodiek een specifiek thema door op basis van openbare aanbestedingsdata. Daarvoor gebruiken wij ons Tenderdashboard. Het Tenderdashboard verzamelt informatie over alle openbare aanbestedingen. Onze klanten helpen wij daarmee marktverkenningen uit te voeren, actuele thema’s te onderzoeken en data gedreven tot een passende aanbestedingsstrategie te komen. Verkregen marktinformatie en inzichten delen wij hier. Doe er je voordeel mee!

Circulair inkopen, de media staan er al een geruime tijd vol mee. Inkoop kan namelijk een bijdrage leveren aan een circulaire economie, een thema met zeer grote impact op het leefklimaat en op een duurzame wereld. Dat is nog eens wat anders dan als inkoper impact leveren op de kosten van je organisatie of op het voorkomen van rechtmatigheidsissues. Bijdragen aan strategische en maatschappelijke belangen, dat is waar ik zelf al vijftien jaar als inkoopprofessional warm voor draai.

Al sinds het akkoord van Parijs in 2015 en de daaruit door Nederland vertaalde doelstellingen ten aanzien van CO2-reductie en circulariteit, zet Nederland deze doelen door naar haar decentrale overheden. In 2050 zal de CO2-emissie 95 procent mogen zijn van de emissie in 1990 en zullen provincies, gemeenten en waterschappen honderd procent circulair moeten inkopen. Deze doelen lijken ver weg, maar er is tegelijkertijd veel aandacht voor. Zo richt Stichting Urgenda zich stevig en kritisch op de Nederlandse resultaten en inspanningen ten aanzien van de CO2-reductie, waar duidelijke stappen nog achterwege lijken te blijven. Maar hoe zit het met de stappen op het vlak van circulair inkopen? We slaan ons Tenderdashboard daar eens op na.

Gemeenten

Figuur 2: 47 gemeenten die het afgelopen jaar circulair aanbesteedden

Slechts veertien procent van de Nederlandse gemeenten koopt actief circulair in
We schrikken nogal van dit getal. Ongeveer vijftig gemeenten hebben in de afgelopen jaren aanbestedingen gepubliceerd met een duidelijke circulaire doelstelling. Gelukkig zien we wel dat de afgelopen jaren het aantal gemeenten dat actief circulair inkoopt iets verbetert. Zo waren dit in 2017 nog maar acht gemeenten en in 2019 waren het er 25. Wat ook een zichtbaar positieve beweging is, is dat het aantal aanbestedingen met een circulaire doelstelling de afgelopen jaren stevig toeneemt. Zo waren het er in 2017 nog maar tien. In 2019 groeide dat aantal naar meer dan vijftig (inclusief vooraankondigingen). Maar met een tussenstand van 33 aanbestedingen in 2020 lijkt deze exponentieel stijgende lijn zich vooralsnog niet door te zetten. In absolute getallen valt het circulair inkopen bij gemeenten ons tegen. We concluderen voorzichtig dat gemeenten nog worstelen met de aanpak van dergelijke aanbestedingen.

Positief: veel dialoog met de markt
Dat gemeenten worstelen met dit thema blijkt ook uit de vele marktconsultaties die worden uitgevoerd. Het vaker toepassen van de marktconsultatie zien we overigens als een positieve ontwikkeling. Het helpt om de inkoopvraag op de mogelijkheden van de markt af te stemmen, maar ook om de wijze van beoordelen vast te stellen. Omdat het meten van de mate van circulariteit in de praktijk nog heel lastig is, is die afstemming over de wijze van beoordelen erg belangrijk. Het borgt de transparantie en objectiviteit die de aanbestedingsregels vereisen.

In absolute getallen valt het circulair inkopen bij gemeenten ons tegen. We concluderen voorzichtig dat gemeenten nog worstelen met de aanpak van dergelijke aanbestedingen.

Het verschil in aantal marktconsultaties is overduidelijk. Bij aanbestedingen met een circulaire doelstellingen wordt in dertig procent van de gevallen een marktconsultatie toegepast. Over het geheel van aanbestedingen is dat maar negen procent. Deze ontwikkeling sluit goed aan op de aanbevelingen van onder andere PIANOo en Nevi. En het laat zien dat actief naar samenwerking wordt gezocht tussen inkopers en de markt om impact op dit thema te bereiken.

Bouwen, wegen, inrichten en…koffie
Bij deze analyse van ons Tenderdashboard verwachtten we dat gemeenten zich vooral op de vanuit circulair perspectief impactrijke grond-, weg- en waterbouw zouden richten bij hun aanbestedingen. Toch zien tussen de circulaire aanbestedingen van gemeenten steeds vaker bedrijfsvoeringsthema’s als de warme drankenvoorziening terug. We vinden inmiddels dus mooie voorbeelden op dit vlak. Het is mooi om te zien dat gemeenten hun warme drankenvoorziening circulair maken. Dat betekent namelijk dat zij de circulaire ambities ook echt de organisatie in brengen. De impact van zo’n inkooppakket als koffie mag dan geringer zijn dan die van grootschalige projecten in de openbare ruimte, het draagt zeker bij aan het begrip en draagvlak voor complexere circulaire aanbestedingen. Die vragen namelijk best wat van het aanpassingsvermogen van een organisatie.

Gemeenten besteden zaken als de kantoorinrichting, sanitaire middelen, kleding en drukwerk inmiddels ook circulair aan. Hier liggen dus kansen om de pionierende gemeenten op dit vlak te volgen. Ons advies: leer van elkaar en zoek elkaar op. En laten we de pionierende gemeenten aanmoedigen hun aandacht te verschuiven naar de impactrijke thema’s in de bouw en GWW vanuit de laagdrempeliger ervaringen die ze bij het inkopen van bijvoorbeeld koffie of sanitaire middelen reeds opdeden.

Niets boven intrinsieke motivatie
Vanuit onze ervaringen met circulaire aanbestedingen durven we wel te stellen dat de beperkt concrete doelstellingen op circulair inkopen zoals deze worden opgelegd niet echt richting geven aan de uitvoering van aanbestedingen. ‘100% circulair in 2050’, dat is best vaag en ver weg. Laat staan dat er al veel honderd procent circulaire oplossingen zijn voor de inkoopvraagstukken die wij in het hier en nu formuleren. Circulair inkopen vraagt dus om pionieren en om intrinsieke motivatie. Maar ook om doelstellingen op de lange termijn naar het hier en nu te vertalen. En om behaalde resultaten te vieren en te delen. Ondersteund door die intrinsieke motivatie geef je zo het enthousiasme de ruimte. Ook als de resultaten nog niet zo fors zijn, versterken ze het vliegwiel dat circulariteit aandrijft.

Wat betreft die intrinsieke motivatie en pioniersgeest valt het op dat de politieke stromingen de ambitie van gemeenten om circulair in te kopen beïnvloeden. Want bij de gemeenten die op basis van dit Tenderdashboard pionieren op het gebied van circulair inkopen staat duurzaamheid toch net hoger op de politieke agenda. Dit zorgt dus mede voor de juiste wind en motivatie in die organisaties.

Koen Spekreijse, Senior Adviseur bij Significant Synergy.

Eerste stap in circulair inkopen
De mooie voorbeelden van deze pioniers en de lessen die ze leren, effenen het pad voor de organisaties waar duurzaamheidsambities nog wat meer vorm moeten krijgen. In ieder geval op de onderwerpen waar nu de voorbeelden ontstaan, hoeven zij de uitdagingen van het circulair inkopen niet langer uit de weg te gaan. Organisaties kunnen Tenderned of het Tenderdashboard goed gebruiken om kansen te herkennen op de gebieden waar zij circulair kunnen inkopen. En om vervolgens logischerwijs de dialoog te zoeken met de markt en met collega’s. Zo is een eerste stap in het circulair inkopen eenvoudig gezet.

Koen Spekreijse is Senior Adviseur bij Significant Synergy en is daar onder andere verantwoordelijk voor het thema MVI. Wil je meer weten over circulair of maatschappelijk verantwoord inkopen en de impact voor jouw organisatie? Neem dan gerust contact met hem op.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Jeugdzorgaanbieder onder vuur na onthulling misstanden

De verlenging van het contract met jeugdzorgaanbieder Horizon ligt in verschillende gemeenten in Noord-Holland onder vuur, onder meer naar aanleiding van het onthullende boek van Hélène van Beek, over de aanbesteding van jeugdzorg in 2018. Een grote meerderheid van de colleges van B&W heeft de verlenging al goedgekeurd. De gemeenteraden proberen de verlenging nu van tafel te krijgen.

Onderzoeksjournalist Hélène van Beek stelt in het boek ‘Kinderen van de Staat. Jeugdzorg in ademnood’ dat de aanbesteding van jeugdhulp in 2018 onrechtmatig is verlopen. Het contract voor jeugdhulp werd gegund aan aanbieder Horizon, ondanks geluiden dat deze aanbieder niet de juiste zorg bood op andere locaties in Nederland. Daarbij stuurde de gemeente Hollands Kroon sterk op gunning aan Horizon, terwijl deze gemeente al zakendeed met een sterk aan Horizon gelieerde instantie.

Zorgen over kwaliteit
Diverse gemeenteraden willen nu dat er een onderzoek wordt ingesteld naar Horizon, om na te gaan of de aanbesteding daadwerkelijk onrechtmatig verlopen is en of de jeugdzorgaanbieder wel in staat is de juiste zorg te verlenen. Er zijn sinds 2018 zorgen geuit over de kwaliteit van jeugdzorg. Cliënten worden geacht dicht bij hun leefomgeving opgevangen te worden. Toch worden jongeren die niet kunnen aarden op de locatie in Bakkum overgeplaatst naar Harreveld, in de provincie Gelderland. “Er lopen iedere week kinderen weg, en er stroomt niemand door naar fase twee van de behandeling, terwijl die volgens Horizon wel geboden zou worden”, zegt SP-fractievoorzitter Keesman van de gemeenteraad in Enkhuizen.

Desondanks keurden zeventien colleges in de provincie de verlenging van het contract van Horizon al goed. De gemeenteraden in de provincies werken deze weken samen om in elke gemeente een motie in te dienen zodat de verlenging van het contract met Horizon niet doorgaat.

Bron: NHnieuws.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Bidmanager van het jaar: ‘vak wordt ondergewaardeerd’

“Bidmanagement kwam heel toevallig op mijn pad”, vertelt Leontien Navest, bidmanager bij Capgemini. “Ik vond altijd heel veel dingen leuk, behalve sales. En toch ben ik daarin terecht gekomen.” En dat niet alleen; op 1 september 2020 is Leontien verkozen tot bidmanager van het jaar. Het vak wordt alleen nog sterk ondergewaardeerd. Het is haar missie om bidmanagement beter op de kaart te zetten.

Wat is het carrièrepad van Leontien geweest? Wat is haar visie op het vak? En wat kan zij mede-bidmanagers adviseren? Daarover spreekt AanbestedingsCafe.nl haar.

Hoe ben je in bidmanagement terecht gekomen?
“Ik ben begonnen bij Ernst & Young Consulting, wat later overgenomen is door Capgemini. In mijn laatste jaren als consultant heb ik onder andere bijgedragen aan de Accelerated Solutions Environment. Dat is zowel een special ingerichte workshopomgeving als een methodiek voor grote groepsinterventies. Je brengt veel mensen bij elkaar en werkt razendsnel een strategie of plan van aanpak uit. Je doet als het ware het werk van drie maanden in drie dagen. 

De laatste jaren dat ik dat deed, klopten er steeds meer infrastructuur-leveranciers aan. Onder meer VolkerWessels, Heijmans en Imtech kwamen bij ons om voor hun tenders in zo’n groepssessie versneld na te denken over hun propositie voor Rijkswaterstaat. Toen ben ik enthousiast geworden over tenderen.

Bidmanagement bleek ook een functie te zijn binnen Capgemini. Dat wist ik niet. Toen gaf ik aan dat ik het wel heel leuk vond om die overstap te maken. Toevallig hadden ze net een vacature. En zo ben ik het vak ingerold.”

Leontien Navest, bidmanager bij Capgemini

Wat vind je zo leuk aan aanbestedingen?
“Ik vind het heerlijk dat je een probleem hebt dat je binnen een hele korte tijd moet oplossen. Je krijgt een bestek van driehonderd pagina’s en dat moet je helemaal doorgronden. Wat zijn de vragen en pijnpunten nu echt? Het komen tot een oplossing vergt bovendien creatieve denkkracht. Tekstschrijven is ook een van mijn hobby’s en dat kan ik hier ook in kwijt. Daarnaast vind ik het leuk om iedereen met elkaar te verbinden en te werken in teamverband. Binnen Capgemini krijgen bidmanagers de vrijheid om de functie zo in te vullen als zij zelf willen. Zolang we maar in staat zijn om de kans op het winnen van een offerte zo groot mogelijk te maken.”

Hoe ben je daarna gegroeid tot een goede bidmanager? 
“Dat is gewoon meters maken. Naarmate je langer bidmanager bent, word je ook een steeds betere bidmanager. Ik begon natuurlijk met de makkelijkere tenders, zoals inhuurmantels. Dit is ook goed te begrijpen als je geen ict-expert bent. Laatst kwam ik in een aanbesteding terecht die heel diepgaand over cybersecuritymanagement ging. Inmiddels vind ik dat ook heel interessant. Zo groei je door.”

Wat was je grootste leermoment in die eerste periode?
“Naast die inhuurmantels waar ik mee begon, had ik meteen ook een heel complex bid. Hierin speelden een Amerikaanse onderaannemer, zware eisen, aansprakelijkheid en grote boetes een rol. Dat juridische aspect, daar had ik in mijn vorige functies nog nooit mee te maken gehad.”

Wat is jouw visie op bidmanagement?
One size fits all voldoet niet. Je moet als bidmanager flexibel zijn in je aanpak. Persoonlijk vul ik iedere tender weer anders in. Ik kijk naar de uitvraag, wat we nodig hebben, wat de ervaring is van de experts, hoeveel tijd we hebben en hoeveel er geschreven moet worden. Op basis daarvan bepaal ik iedere keer hoe ik het bid aanpak.

Bidmanagement wordt binnen veel organisaties nog erg beschouwd als procesmanagement. Bidmanagers zorgen dat het interne proces doorlopen wordt, dat er netjes op tijd vragen gesteld worden, dat het interne goedkeuringsproces goed verloopt en dat er afspraken ingepland zijn. Mijn visie is dat bidmanagement veel breder is.”

Dat klinkt alsof bidmanagement ondergewaardeerd wordt.
“Klopt. Uiteraard is procesmanagement de basis. Dit moet op orde zijn, maar hiermee maak je niet het verschil als bidmanager. Hoewel Capgemini al behoorlijk professioneel bidmanagement heeft, is het bij velen onbekend wat een bidmanager allemaal doet en kan doen. Sales staat meestal op de voorgrond en de bijdrage van bidmanagement is redelijk onzichtbaar. Ik wil zorgen dat ook het belang van bidmanagement in de organisatie duidelijk wordt.”

Hoe maak je wel het verschil?
“Je maakt het verschil door enerzijds te zorgen voor de spirit in het team. Die energie zorgt dat het team de gedrevenheid krijgt om er met elkaar voor te gaan. Een andere rol van een bidmanager is het geven van sturing aan de inhoud, pricing en strategie. Zoals ik het zie is de bidmanager de ‘stuurman’ die samen met de Sales, die de ‘kapitein’ is, de koers van het bid bepaalt.”

Heb je een best case die jouw flexibele aanpak verduidelijkt?
“Ja, dat was een tender van het ministerie van Algemene Zaken voor het Platform Rijksoverheid Online. Dit was een opdracht voor het beheer, onderhoud en de doorontwikkeling van alle websites van Rijksoverheid.nl. Voor dit bid had ik veel experts nodig voor het beantwoorden van vragen. Deze experts waren echter fulltime bij klantopdrachten ingezet. Toen heb ik ‘braindumpsessies’ georganiseerd om toch alle benodigde informatie te verzamelen. Hier heb ik de group genius toegepast.”

Wat hielden deze sessies en group genius in?
“We hadden steeds sessies van 1,5 uur met groepen van zes tot tien experts. In deze tijd verzamelde ik alle kennis. Ik stelde de vragen en op basis van hun antwoorden heb ik uiteindelijk de beantwoording geschreven. Dat was een mooie manier om de schaarse tijd die de experts beschikbaar hadden zo effectief mogelijk te benutten. In die zin heb ik hen ontlast, maar heb ik toch precies gekregen wat ik nodig had om een goede offerte te maken. En het waren sessies die veel energie opleverden in het team.

De group genius komt uit de tijd van de Accelerated Solutions Environment. Daar maakten we gebruik van de kracht van de groep. Het idee: zet drie mensen bij elkaar en persoon 1 roept A, persoon 2 roept daarop B en dat is een trigger voor persoon 3 om C te roepen. En C is dan de perfecte oplossing. Tot C waren de drie personen los van elkaar niet gekomen. Dit is het ‘1+1=3’-effect.”

Nog een laatste tip voor andere bidmanagers?
“Zorg dat je gereedschapskist als bidmanager zo vol mogelijk zit met templates, methoden en tools, zodat je in staat bent om bij ieder bid voor de juiste aanpak te kiezen. Enerzijds maak je die koffer voller door zelf steeds nieuwe dingen te bedenken, maar ook intervisiegroepen kunnen waardevol zijn. Daarnaast leer je veel van het meelopen met collega-bidmanagers en door onderling ervaringen te delen.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Uitgelicht: Voorbereiden archiefmateriaal voor digitalisering

Op het CTM platform worden regelmatig bijzondere zaken ingekocht. In deze rubriek brengen wij iedere maand bijzondere aanbestedingen onder de aandacht. Dit keer: Voorbereiden Archiefmateriaal voor Digitalisering, uitgevoerd door Daniel Douma voor het Nationaal Archief (IUC-Noord). 

Wat is het?
Voorbereiden archiefmateriaal voor digitalisering.

Voor wie?
Daniel Douma voor het Nationaal Archief (IUC-Noord).

Wat wordt er aanbesteed?
Deze nationale openbare procedure is gericht op het voorbereiden van archiefmateriaal op digitalisering. Er moeten bepaalde handelingen verricht worden die eraan bijdragen dat materiaal gereed is. Soms is er ook wat herstelwerk nodig, of bijvoorbeeld het aanbrengen van barcodes, dergelijke handelingen.

Uitdaging voor de inkoper bij zo’n aanbesteding
Daniel Douma van IUC-Noord: “Dit is specialistisch werk, er zijn ook maar een paar bedrijven in Nederland die dit doen. Het is dan ook niet werk wat ik als inkoper elke dag tegen kom. In het begin is het de uitdaging om exact te snappen waar de opdracht over gaat. Wat moet er eigenlijk gebeuren?

Daarnaast willen wij als Rijk verduurzamen. Met verschillende thema’s waaronder klimaat, circulair en innovatie willen we impact creëren met de inkoop die we doen. Als inkoopadviseurs is het belangrijk om onze klant daarin mee te nemen. Hoe we duurzaamheid kunnen verwerken is per opdracht weer verschillend. Hiervoor kijk je als inkoopadviseur welk thema het beste past bij welk type opdracht, rekening houdend met de markt. In deze opdracht heeft zich dat concreet verwerkt in het opnemen van het criterium social return. We dagen inschrijvers uit om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt mee te nemen. Hierbij kun je onder meer denken aan het aanbieden van opleidingsplekken, werkplekken of stages. Door er echt gunningscriteria van te maken, vergroot je ook het bewustzijn bij inschrijvers.”

Meer weten? Klik hier voor de aankondiging.

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 5

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Samenwerken bij aanbestedingen: tips voor het UEA
De aanbestedingswet ziet een inschrijver als één ondernemer die een inschrijving heeft ingediend. De wetgever begrijpt echter ook dat dit niet altijd kan en dat je anderen nodig kan hebben om bijvoorbeeld te voldoen aan de eisen of om een goede propositie neer te zetten. Daarom zijn er mogelijkheden ingebouwd om samen met anderen mee te doen aan een aanbesteding. Aanbestedingsjurist Inge van Laarhoven geeft tips voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA).

Boekrecensie: Handboek Inschrijven op Aanbestedingen
Het klassieke Handboek Inschrijven op Aanbestedingen van Octavia Siertsema is herzien. Het boek is niet langer alleen voor leveranciers bedoeld, maar voor iedereen die te maken heeft met aanbestedingen. Peter Streefkerk recenseerde ook deze tweede versie: “Octavia Siertsema levert met dit compact en lezenswaardig naslagwerk wederom een meer dan nuttige bijdrage aan het efficiënter en gemakkelijker laten verlopen van aanbestedingsprocessen en -projecten.”

Column: Maatschappelijke waarde? Nepnieuws!
Wist u dat de term ‘maatschappelijke waarde’ eigenlijk in de Aanbestedingswet is opgenomen om kostenbesparing te realiseren? Een containerbegrip waar later nog flink over gebakkeleid zou worden. “Ik vind dat discussies over duurzaamheid en maatschappelijke waarde gevoerd moeten worden op basis van feiten en niet op basis van gevoel en vage termen”, stelt columnist Theo van der Linden.

De ingrediënten voor circulair aanbesteden: samenwerking, bewustwording en overtuigingskracht
Hoe is het eigenlijk om als leverancier van circulaire producten te leveren aan aanbestedende diensten? Welke obstakels komen bedrijven tegen en welke trends zijn er zichtbaar? Wat is er nodig om een circulaire aanbesteding te doen slagen? Circulair ondernemers aan het woord.

Column: wat zijn vertrouwenwekkende maatregelen?
“Het idee achter de ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ is dat bedrijven een tweede kans verdienen als ze maatregelen nemen die de betreffende uitsluitingsgrond ‘redelijkerwijs’ kunnen voorkomen.” Hoe pakt dat uit bij een rechtszaak waarbij aanbestedende dienst moest beoordelen of de door het bedrijf genomen maatregelen inderdaad wel vertrouwenwekkend waren?

Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 4

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

Aanbestedingscafe.nl heeft de meest interessante, tijdloze en best gelezen artikelen en columns voor je verzameld. De komende maand bieden we je elke week vijf artikelen aan.

Corona in Sociaal Domein: we denken pas na over alternatieven als het niet anders kan
In gesprek met Marco van der Spek-Stikkelorum over de invloed van het coronavirus op het sociaal domein. Huishoudelijke hulp kun je één à twee weken uitstellen, maar na drie weken wordt het wel anders.” Tegelijkertijd konden veel mensen ook wél zonder de dingen waar ze gewend aan waren, zag hij. Een pleidooi voor meer flexibiliteit, minder ‘onzinnige zorg’ en zelfredzaamheid.

Column: Welkom bij de Aanbestedingstombola!
Hoe goed voorspel jij de uitkomst van deze tien rechtszaken? Theo van der Linden stelde een quiz samen. Meer dan vijf goed? Dan ben je een heuse kenner.

Aanbestedingsdata ontleed: volop kansen op de markt van inhuur van derden
De experts van Significant Synergy legden aanbestedingsdata van de jaren 2018, 2019 en 2020 naast elkaar en maakte een overzichtelijk en zeer informatief Aanbestedingsdashboard. Wat blijkt? Op de markt van inhuur van derden zijn volop kansen voor de komende jaren.

Column: Ernstige twijfels rechtmatigheid aanbesteding corona-apps
De markt zag zelden zulke hoge spoed als bij de aanbesteding van de corona-app door het ministerie van VWS. Is deze snelheid terecht en geoorloofd, vraagt Inge van Laarhoven zich af. Had men het niet beter in bestaande contracten met leveranciers kunnen zoeken?

Stikstof: raamcontracten net zo belangrijk als duurzame gunningscriteria
Om de stikstofuitstoot in de bouw omlaag te krijgen is het net zo belangrijk om in te zetten op langetermijncontracten. Dat biedt bouwers zekerheid, stelt Programmamanager Aanbesteden bij CROW, Joost Fijneman. “Bouwers moeten zeker weten dat zij hun investering terugverdienen. Zodra die beweging is ingezet, zou die zich als een olievlek kunnen verspreiden.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouw in spagaat: tussen corona en stikstof

Hoewel de bouw in Nederland niet stil is komen te liggen door de coronacrisis zijn de vooruitzichten allerminst rooskleurig. Een door het coronavirus veroorzaakte recessie zou voor de hele bouw problemen op kunnen leveren en het aantal tenders voor de inframarkt neemt af. Ook een structurele oplossing voor de stikstof- en PFAS-problematiek is er vooralsnog niet.

Eerst stikstof, toen PFAS, nu corona. Het zit de Nederlandse bouwsector niet mee. Vooral de infrasector heeft te lijden onder de stikstofregels. Het coronavirus zorgt daarbij voor een economische neergang, die ook voor andere takken in de bouw gevolgen kan hebben. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voorspelde onlangs dat de grond-, weg- en waterbouw dit jaar met acht procent kan krimpen, in 2021 met 5,5 procent. Voor de nieuwbouw komt het EIB uit op tien procent voor beide jaren. In totaal zou de coronacrisis de gehele bouwsector 40.000 banen kunnen kosten.

In het gezamenlijk manifest ‘Samen doorbouwen aan Nederland’, stellen het Rijk, marktpartijen, provincies en gemeenten dat de bouw als motor van de economie aan de gang moet blijven. Rijkswaterstaat kondigde in het verlengde daarvan onlangs aan infraprojecten naar voren te halen om zo de bouwsector te steunen. Maar, daar komen de stikstofregels weer om de hoek kijken. Bouwers krijgen hoe dan ook te maken met ‘investeringsbeperkingen’, zegt Ruben Heezen van Bouwend Nederland. “Als je het hebt over de aanleg of verbreding van nieuwe wegen, dan krijg je te maken met extra stikstofdepositie in de gebruiksfase. Daar hebben we nog geen structurele oplossing voor.”

Niet alleen van infrabouwers, maar ook van partijen in de woning- en utiliteitsbouw krijgt Bouwend Nederland signalen over een teruglopend aantal aanvragen en krimpende orderportefeuilles. Heezen vreest vooral voor de middellange en lange termijn. “Bedrijven kunnen nu nog verder werken met een orderportefeuille van drie tot zes maanden, maar als er niets bij komt dan gaat het natuurlijk opdrogen. Daar zit de grootste uitdaging voor de komende tijd.” 

Gemeenten besteden minder aan
Ook al wil iedereen dat er doorgebouwd wordt, lang niet elke gemeente lukt het om opdrachten in de markt te zetten. Bouwend Nederland ziet dat vooral kleine gemeenten daar moeite mee hebben. “We krijgen veel signalen dat er wat speelt wat betreft onderhandse aanbestedingen. Dat daar heel weinig bij komt, vooral vanuit gemeenten”, zegt Heezen. Dat heeft volgens hem te maken met een tekort aan geld en mankracht. “Je ziet gemeenten niet voldoende middelen hebben om daarmee door te gaan. In crisissituaties hebben gemeenten de gaten die zijn ontstaan op het sociale domein, proberen te dichten met andere budgetten, zoals die voor groenonderhoud en infrastructuur.” Andere gemeenten hakken geen knopen door omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn.

Jan Michiel Hebly, hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht en aanbestedingsadvocaat, herkent dat beeld. “Er wordt heel verschillend gereageerd door aanbestedende diensten, of ze nou wel of niet doorgaan met aanbestedingen. Sommige gemeenten zie je bijna stilvallen en anderen kiezen ervoor om door te gaan en te kijken waar het schip strandt.”

Heezen vindt niet dat er alleen naar gemeenten gekeken moet worden. “Uiteindelijk heeft het Rijk ervoor gekozen om in hun steunpakketten een grote taak naar de gemeenten over te dragen, dus het zou logisch zijn extra middelen in het gemeentefonds te stoppen, bedoeld voor de infrastructuur.” Zo zouden gemeenten de portefeuilles op peil kunnen houden.

Vertrouwen in de markt
Bij een recessie speelt consumentenvertrouwen ook mee, vooral voor de woningbouw. Bedrijven geven nu al aan dat kopers zich terugtrekken uit (nieuw)bouwprojecten. Heezen is dan ook voorstander van het stimuleren van dat vertrouwen bij consumenten, door te kijken naar startersleningen, de Nationale Hypotheekgarantie en het afschaffen van de overdrachtsbelasting. Ook woningcorporaties zouden gesteund kunnen worden, door de verhuurdersheffing te verlagen. “Dat zijn maatregelen die je nu zou moeten gaan nemen, zodat dat effect zich resulteert in 2021.” Hij hoopt dat het kabinet concrete maatregelen aankondigt op Prinsjesdag.

Leren van de vorige crisis
In 2008 kreeg de bouw ook te kampen met een flinke crisis. Kunnen we daar iets van leren? “Zeker”, zegt Heezen. “Tijdens de vorige crisis zagen we dat de overheid zeker in het begin van de crisis vrij afwachtend heeft gereageerd. Er zijn geen forse steunpakketten al vrij snel tijdens de crisis gelanceerd, voor de sector. Er zijn wel een aantal maatregelen genomen maar die kwamen vrij laat op gang.” Hij vindt dat betrokken partijen er nu op tijd bij zijn, voor wat betreft de coronacrisis. “Wat daarbij wel echt een grote kanttekening is, met name voor de infra en aanbestedingen, is dat die stikstof en PFAS-problematiek opgelost moet worden.”
Ook als het Rijk en gemeenten meer gaan aanbesteden, blijven stikstof en PFAS een probleem. Bouwbedrijven proberen dat op te lossen door gebruik te maken van de ADC-toets. Aanbestedende diensten vragen vaker om emissieloos te bouwen. En er ontstaat ruimte door verlaging van de maximumsnelheid op wegen, maar niet overal. Zo heeft de gemeente Zaanstad grote moeite om aan de woningvraag te voldoen omdat in die regio ook de woningbouw geraakt wordt door de stikstofregels. Elders in het land is dat minder het geval. “Ruimte creëren kan bijvoorbeeld door het extern salderen van natuurherstel wat breder mogelijk te maken, maar hier is wel een structurele oplossing voor nodig en die hebben we op dit moment niet.”

“In feite moeten de kosten voor het schoonmaken van PFAS of het voorkomen van verdere PFAS-vervuiling door degenen die de vervuiling veroorzaken betaald worden, in the end is dat de consument”, volgens Hebly. Moet dat dan van belastinggeld? “Dat is niet ondenkbaar, zoals we ook met zijn allen de verduurzaming van het autopark moeten dragen omdat de overheid vindt dat er meer elektrisch gereden moet worden.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Erasmus MC bereidde zich in januari al voor op corona

Een uitbraak van een pandemie, hoe ga je daar als inkoper in een academisch ziekenhuis mee om? Vincent Suttorp, strategisch inkoper van geneesmiddelen van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, vertelt hoe zijn dagelijkse praktijk er de afgelopen maanden uitzag.

“We besloten eind januari al uitvraag te doen bij onze leveranciers. Op het moment dat er leveringsproblemen zouden ontstaan wilden we dat zij met ons in overleg traden. We wisten dat er iets op ons af kwam, maar niet hoe groot dat zou worden.” De inkoop van geneesmiddelen voor coronapatiënten is breed, maar draait bijvoorbeeld om het middel Propofol. Met dat middel wordt een patiënt in slaap gehouden, zodat deze op de intensive care beademd kan worden. “We waren dus al in contact met onze leveranciers voor de eerste coronapatiënt in Nederland opdook. Medio maart werd het écht serieus.”

Vincent Suttorp, strategisch Inkoper van geneesmiddelen van het Erasmus Medisch Centrum

“Op zondag 15 maart werd ik gebeld met de vraag of ik wilde komen helpen bij de inkoop van mondkapjes. Er was geen paniek, maar het was wel duidelijk dat we in actie moesten komen.”
Daarna werd er al snel op dagelijkse basis informatie uitgewisseld over voorraden en het aantal patiënten op de intensive care. Verschillende werkgroepen zetten zich in voor het op peil houden van voorraden medicijnen en hulpmiddelen, vanuit het landelijk coördinatiepunt geneesmiddelen. Samenwerking en korte lijnen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de inkoopcombinatie voor universitair medisch centra IZAAZ waren volgens Suttorp onmisbaar. “We concludeerden al snel: we moeten niet willen dat de één wel voldoende heeft en de ander niet.”

Uitbraak in Noord-Italië
Intussen brak het coronavirus in alle hevigheid uit in Noord-Italië. Dat had ook gevolgen voor de inkoop van geneesmiddelen door Nederlandse ziekenhuizen.Een van de eerste uitdagingen die er was, was naar aanleiding van de grote uitbraak in Noord-Italië. Daar zit een aantal distributiecentra en fabrieken die geneesmiddelen produceren, dus dat was gelijk een spannende tijd. Dat is allemaal goed gegaan, maar we hebben toen wel de voorraad in onze magazijnen verhoogd.” Daarnaast werden er ook alternatieve middelen ingekocht, zodat er voldoende buffer was.

Een proactieve houding was volgens Suttorp essentieel. “We waren natuurlijk enigszins op voorbereid door het Brexit-scenario dat we enkele maanden daarvoor hadden uitgerold. Dat heeft wel een iets andere inhoud, maar is ook toepasbaar op deze situatie. De eerste stap is heel proactief zijn richting je leveranciers: ‘Oké, hoe ga je dit aanpakken?’”

Iedereen is op zoek naar hetzelfde
Maar hoe koop je datgene in wat iedereen wil hebben? Suttorp: “Uiteraard zijn die geneesmiddelen ook in andere landen erg gewild, maar leveranciers kiezen voor betrouwbare afnemers. Je werkt op basis van je relatie en je gedrag. Een leverancier weet dat hij gezien is als hij hier tien keer een hogere prijs vraagt dan elders. Je zou het niet zeggen, maar de farmacie is qua ethiek ook wel een nette markt. Er wordt veel geld verdiend, maar afspraak is afspraak. Wat betreft mondkapjes zie je dat het voor Chinese leveranciers aantrekkelijk is om in Nederland te leveren.” Het bieden van vastigheid, in combinatie met de inkoop en verkoopethiek van de farmacie in Nederland, heeft er volgens hem aan bijgedragen dat men de crisis het hoofd heeft kunnen bieden.

Ondeugdelijke mondkapjes
De afgelopen maanden kwamen ingekochte en weer afgekeurde mondkapjes regelmatig in het nieuws. Zo werd een partij door de Nederlandse overheid ingekochte mondkapjes direct na aankomst afgekeurd. Suttorp kan zich voorstellen dat dat gebeurt. “Dit soort producten halen we voor een groot gedeelte allemaal uit China. De functie van een leverancier is dan niet meer dan een tussenhandelaar. Als je in de hectiek van corona een container binnenkrijgt ga je niet elk mondkapje controleren.” Volgens Suttorp zijn de kwaliteitsprocessen in het Erasmus Medisch Centrum goed geborgd. Alleen mondkapjes met een CE-markering worden ingekocht, en daarna getest door de afdeling infectiepreventie. Er zijn daardoor geen ondeugdelijke mondkapjes in het ziekenhuis terecht gekomen. “Maar”, zegt Suttorp, “dat neemt niet weg dat wij als Erasmus Medisch Centrum ook buiten onze standaardleverancier hebben moeten inkopen.”

Leverings(on)zekerheid
Suttorp en zijn collega’s blijven alert op de hoeveelheid medicijnen. “Propofol heeft nog wel onze aandacht, ook omdat het gebruikt wordt bij een patiënt die geopereerd wordt.” Hij verwacht later dit jaar leveringsproblemen voor het middel, maar plaatst meteen een kanttekening. Apothekers in de universitair medisch centra worden volgens Suttorp dagelijks geconfronteerd met leveringsproblemen door grondstoftekorten. “De logistieke chain van geneesmiddelen is zo uitgemolken, dat productiefaciliteiten 24 uur per dag draaien. Als er dan net een lijn klaar is wordt er al een andere opgestart. Als die een week later op kwaliteit wordt afgekeurd heb je meteen een probleem. Voor apothekers in de ziekenhuizen is dealen met zulke leveringsproblemen en daarop anticiperen business as usual.”

Dure geneesmiddelen
Suttorp denkt dat het ondanks de uitdagingen wel goed komt met de inkoop van corona-gerelateerde medicijnen. Hij ziet grotere uitdagingen, die vooralsnog weinig met het coronavirus te maken hebben. “Er komen extreem dure geneesmiddelen op ons af. Voor nieuwe therapieën, zoals stamceltherapieën. Het wordt een grote uitdaging, willen we voor iedereen de juiste zorg blijven leveren. Nu zijn er nog twee of drie van dat soort middelen, maar misschien zijn dat er over een paar jaar zijn tien of meer. Hoe ga je dan om met die kosten?”

Partner van Aanbestedingscafé:

Minister de Jonge pleit voor méér ellende in de zorg

Afgelopen maand pleitte Hugo de Jonge weer eens tegen aanbestedingen in het sociaal domein. “De zorg is geen markt, laat staan een Europese markt”. Soepeler procedures dus en een afschaffing van de aanbestedingsplicht, als het aan de minister van Volksgezondheid, Zonnebank en Schoenen ligt.

Klinkt mooi natuurlijk. Niemand houdt van plichten en iedereen houdt van vrijheid. Maar wie verder kijkt dan z’n neus lang is, ziet dat de schoen heel ergens anders wringt.

Want de aanbestedingsplicht is lang niet zo strikt als de minister doet voorkomen. Sterker nog, tot 750.000 bestaat er in het sociaal domein überhaupt geen aanbestedingsplicht. Kom je daarboven, dan biedt de zogenaamde SAS-procedure heel veel vrijheid om het proces zelf vorm te geven. Zo hoef je binnen de zorg en welzijn geen geschiktheidseisen, uitsluitingsgronden en selectiecriteria te hanteren, hoef je de regels voor gunningscriteria niet te volgen en kun je zelf een termijn bepalen voor de aanbesteding.

Wat een verademing, zoveel vrijheid in aanbesteden. Totdat je als gemeente een Wmo-aanbesteding in de markt gaat zetten. Op Pianoo.nl, het expertisecentrum voor aanbesteden, is een complete pagina gereserveerd voor aanbestedingen in het sociaal domein. Wie even doorklikt op de pagina, vindt naast tientallen handreikingen en protocollen, rapportages en een 10-staps-wegwijzer zelfs een complete metrokaart met 6 stations, 26 substations en 38 subsubstations. Met zoveel beschrijvingen, routes en afslagen wordt de kans dat je verdwaalt alleen maar groter.

En dat merk je in de praktijk. Waar aanbestedingen in ‘reguliere’ dienstverlening zoals de ICT, detachering of communicatie redelijk overzichtelijk en uniform zijn, is het in het sociaal domein altijd maar afwachten waar de Aanbestedende Dienst mee aankomt. De laatste Wmo-inschrijving waar ik bij ondersteunde, kwam met 30 bijlages maar liefst op 300 pagina’s in totaal. Dat was voor aanbieders zo onduidelijk dat er nog eens 600 vragen (!!!) bovenop kwamen.

Terwijl zorgverleners moeten beknibbelen op elke minuut die ze met hun cliënt hebben, laten overheden hen duimdikke dossiers doorploegen, vragen doorgronden en uitgebreide plannen schrijven.

Het afschaffen van de aanbestedingsplicht en het versoepelen van procedures klinkt misschien aanlokkelijk, maar aanbestedingen werken juist vanwége die strikte procedures. Ze zorgen dat overheden een duidelijke richtlijn hebben, en geven de markt de macht om in te grijpen waar het misgaat. Strikte spelregels houden de procedure voor beide partijen voorspelbaar, overzichtelijk en eerlijk.

De missie van Hugo de Jonge om aanbestedingen in het sociaal domein aan te pakken is absoluut toe te juichen. In de jungle van de aanbestedingen hebben we alleen geen behoefte aan eindeloze mogelijkheden, maar aan gebaande paden en een werkend kompas. 

Partner van Aanbestedingscafé:

Juridische verankering duurzaamheidseisen vraagt systeemverandering

Er is steeds meer aandacht voor de maatschappelijke potentie van aanbestedingen. In de praktijk lijkt deze echter onvoldoende benut te worden. Zo wordt in Europa nog altijd meer dan 60% van de opdrachten op laagste prijs aanbesteed, en ook in Nederland wordt kwaliteit (en daarmee duurzaamheid) nog te vaak verwaarloosd. Dr. Willem Janssen, universitair onderzoeker en docent Europees en Nederlands aanbestedingsrecht bij het Public Procurement Research Centre van de Universiteit Utrecht, stelt daarom dat we “kritisch moeten nadenken over het juridische systeem dat we nu hebben, dat volledig gericht is op mogelijkheden en gaan naar een systeem dat meer gericht is op verplichtingen.”

Janssen legt uit dat we aanbesteden nu vooral zien als “een middel om een interne markt te creëren en om belastinggeld effectief uit te geven. Aanbestedende diensten zijn gebonden aan procedurele regels op basis van transparantie, gelijkheid en proportionaliteit, maar binnen die regels hebben zij veel keuzeruimte. Individuele aanbestedende diensten mogen per aanbesteding kijken welke keuzes zij willen maken. Als we duurzaamheid belangrijk vinden en als de potentie van instrumentele aanbestedingen echt zo groot is dan zouden we ervoor moeten kiezen om die keuzevrijheid te beperken. Dat zou wel een systeemverandering vereisen. We zouden anders naar het aanbestedingsrecht moeten kijken dan we nu doen.”

Politieke wil
Volgens Janssen is er genoeg juridische ruimte voor een andere blik op het aanbestedingsrecht. “Nederland moet natuurlijk rekening houden met de Europees-rechterlijke kader. Zolang aanpassingen niet leiden tot een beperking van de interne markt lijkt het Europese recht geen remmende rol te spelen. Sterker nog, de Europese Commissie heeft zelf in 2010 voorgesteld om duurzame verplichtingen op te nemen in de huidige aanbestedingsregels. Dat voorstel is destijds neergesabeld door verschillende lidstaten en stakeholders. Het zou geen ruimte geven voor maatwerk. Fundamenteel onderzoek naar het juridische kader, en of dat op Europees of nationaal niveau geïntroduceerd moet worden, is zeker een vereiste om deze stap te kunnen maken.“

Zorgplicht aanbesteders
In Nederland lijkt nu wat politieke wil te ontstaan, stelt Janssen. “GroenLinks heeft recent een motie voorgesteld aan de Tweede Kamer waarin ze stellen dat duurzaamheid altijd een rol moet spelen bij aanbestedingen. Dat begint al een beetje te lijken op een verplichting, al stelt die motie nog niet voor dat gunnen op laagste prijs niet meer mag.” Nederland loopt bovendien ook in juridisch opzicht voor op de rest van Europa. “Artikel 1.4, lid 2 van de Aanbestedingswet vereist dat aanbestedende diensten zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen moeten creëren. Het probleem is dat dit een onduidelijke en niet effectieve verplichting is. Aanbestedende diensten kunnen er makkelijk omheen. Rechters die bijvoorbeeld moeten bepalen of aanbestedende diensten aan deze zorgplicht hebben voldaan, verwijzen vaak naar het gebruik van gunningscriteria. Wanneer je dus gunt op basis van gunningscriteria, heb je volgens de rechter aan je zorgplicht voldaan. Zo wordt  dit artikel tot symboolwetgeving gepromoveerd.”

Hiërarchie gunningscriteria
Om duurzame aanbestedingseisen in de praktijk juridisch te verankeren zijn dus andere maatregelen nodig. Zo zou je volgens Janssen kunnen werken aan de hiërarchie van gunningscriteria. “Nu stelt de wet dat je een motiveringsverplichting hebt, wanneer je op levenscycluskosten wil gunnen. Dat legt een drempel voor overheden om te gunnen op laagste levenscycluskosten. Terwijl dat volgens mij een hele goede manier is om from cradle to cradle producten te becijferen en op basis daarvan te gunnen. Met de strijd tegen klimaatverandering in je achterhoofd zou je kunnen kiezen om een motiveringsverplichting te eisen wanneer je niet gunt op laagste levenscycluskosten. Je draait daardoor de denkwijze van publieke inkopers om.” 

Sectorspecifieke regulering
Een andere mogelijkheid, stelt Janssen, is om wettelijke verplichtingen aan de producten zelf op te leggen. “Een voorbeeld daarvan op Europees niveau is het Clean Vehicle Directive, een voertuigenrichtlijn waarin, simpel gezegd, staat hoe een aanbestedende dienst moet beoordelen of een voertuig schoon is. Dergelijke sectorspecifieke regulering sluit dan goed aan bij bepaalde producten. Risico is dat zo een lappendeken van regulering ontstaat. Los daarvan, zou je ook kunnen bepalen dat de doelstelling van de aanbestedingsregels is om duurzame producten, diensten en werken in te kopen. Nu is het in Nederland zoeken naar de echte doelstellingen van de Aanbestedingswet. Tot slot zou je stevige targets kunnen introduceren die bepalen welk percentage van de aanbestedingen duurzaam moet zijn. Essentieel is dan de metingsmethode en de sanctie die staat op het niet halen van een target; een stok achter de deur.”

Dubbele bewijslast
Janssen benadrukt dat er dus meerdere manieren zijn om duurzaamheidseisen om een verandering van een systeem van mogelijkheden naar een systeem van verplichtingen teweeg te brengen. Hij stelt wel dat er nog veel onderzoek nodig is naar wat de meeste effectieve manier is. Duidelijk is wel dat zo een verandering gevolgen gaat hebben voor de rol van aanbesteders, inschrijvers en rechters. Hij wijst daarbij naar een advies van de Commissie van Aanbestedingsexperts, ten aanzien van Artikel 1.4, lid 2. “De Commissie concludeerde dat wanneer een inschrijvende partij stelt dat een aanbestedende dienst niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, de marktpartij dit moet bewijzen. Vervolgens moet de aanbestedende dienst bewijzen waarom zij wel zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor publieke middelen heeft gecreëerd. Dit zou een mooi startpunt zijn voor de discussie over een nieuw systeem .”

Private handhaving
Met dit advies in handen, zullen nog steeds veel vragen beantwoord moeten worden bij de vormgeving van het nieuwe systeem. “Wat is appellabel? Wat kun je voor de rechter brengen en wat niet? En welk bewijs moet je precies leveren, op basis van welke rechtsgronden op welk moment in de procedure?” Een uitdaging is bovendien dat je marktpartijen zo een belangrijkere rol geeft. Je zet ze aan de ene kant in een positie waarmee ze ervoor kunnen zorgen dat overheden wel duurzaam aanbesteden. Dit is een vorm van private handhaving, waar in andere rechtsgebieden positieve ervaringen mee zijn, maar aan de andere kant beperk je de discretionaire ruimte die overheden hebben om zelf beslissingen te maken. Er bestaat een gevaar dat je het helemaal dicht reguleert, waardoor je helemaal geen ruimte meer hebt voor maatwerk.  Daarnaast, wanneer je rechters wil laten beslissen over dit soort vraagstukken, moet je ze ook voorzien van meer kennis over duurzaamheid of andere beleidsdoelstellingen. Daarom zijn overigens ook de ontwikkelingen in de Urgenda zaak zo interessant. Gaat de rechter op de stoel van de inkoper zitten?”

Professionalisering inkoop
Ondanks deze potentiële dilemma’s vindt Janssen dat het nuttig is om een systeemverandering te verkennen. “We moeten niet zo halsstarrig vasthouden aan het systeem dat we nu hebben. Velen zeggen dat de professionalisering van aanbestedende diensten, ook betekent dat er duurzamer aanbesteed gaat worden. Dat zou goed kunnen, maar waarom zouden we achterblijven met het recht? Klimaatverandering is een urgent probleem en het kan effectief zijn om aanbestedingen een belangrijke rol te laten spelen in de bestrijding van dit probleem. Als juristen zouden we ons continu moeten afvragen: welke rol speelt of zou het recht moeten spelen in deze situatie? Hoe houden we het aanbestedingsrecht toekomst-proof?”

Partner van Aanbestedingscafé:

Top 10 best gelezen artikelen

Wederom sluiten we een mooi jaar af, bomvol interessante nieuwsmomenten. Van columns die je aan het denken zetten, tot de invloed van scoringsmethodiek bij aanbestedingen en het gebruik van raamovereenkomsten. Wat vond u dit jaar het meest interessant?

Voordat we het nieuwe decennium ingaan, delen wij graag de top 10 artikelen van het jaar dat we gaan afsluiten met u. Deze artikelen zijn het meest gelezen:

1. De uitvinden van het aanbesteden moet achter slot en grendel!

2. Hoe flexibel is de raamovereenkomst?

3. Scoringsmethodiek beïnvloedt kwaliteit aanbesteding

4. Boekrecensie – Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk, editie 2019

5. “Woningcorporaties moeten aanbesteden”

6. Relatief aanbesteden is brevet van onvermogen

7. Eenzijdige communicatie over Open House en aanbesteden  

8. Sneller en goedkoper aanbesteden met DAS

9. MKB-vriendelijk aanbesteden is een slecht idee

10. Aanbesteden is breikundig vreemd

Partner van Aanbestedingscafé:

Als inkoper bijdragen aan milieuvriendelijk wc-bezoek

De Rijksoverheid gaat voor een duurzamer Nederland. Daar hoort vanzelfsprekend een milieubewust inkoopbeleid bij, vinden Rozemarijn Everts en Sarah Rose van UBR|HIS van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties . En dus pakken zij hun aanbestedingstrajecten duurzaam aan. Zo drogen rijksmedewerkers vanaf volgend jaar hun handen na een toiletbezoek op de meest duurzame manier.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Drempelwaarden Europese aanbesteding voor het eerst in tien jaar omlaag

Vanaf 1 januari gelden er nieuwe drempelwaarden voor Europese aanbestedingen. Voor het eerst in tien jaar gaan deze iets omlaag, waardoor bedrijven eerder voor een Europese aanbesteding zullen moeten kiezen, meldt Binnenlands Bestuur.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Herwaardering van de integere inkoper

Vrijwel iedereen is momenteel bezig met ‘resultaat’, ‘outcome’ of ‘effect’. Ik zie dat in het sociaal domein, maar ook bij veiligheid en elders. Ook de functie inkoop heeft ermee te maken. De inkoopregels moeten vooral ‘instrumenteel’ zijn en de inkoper moet de focus leggen op te bereiken resultaten. Juist bij inkoop en aanbesteden zie je dit goed. Op dit moment zie ik de praktijk bijvoorbeeld vooral stoeien met resultaatgerichte aanbestedingen en bekostigingswijzen.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Strengere controle op gebruik CPV-codes

Vanaf 15 januari 2020 zal TED (Tenders Electronic Daily) streng controleren op het gebruik van de juiste hoofd CPV-codes. Met een Common Procurement Vocabulary (CPV) code geeft een aanbestedende dienst aan waar de opdracht over gaat. Voor zowel nieuwe als reeds lopende aanbestedingen kan dit consequenties hebben, zo meldt PIANOo.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Grossmann! Wat nu?

Grossmann staat onder druk. Er zijn nu al vier rechters geweest die expliciet gezegd gezegd hebben dat het Grossmann-verweer niet van toepassing was. Wat betekent dat voor de praktijk? Laat ik eerst eens een beknopt overzicht van Grossmann geven.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Fredo Schotanus over leerstoel Publieke Inkoop: met één been in de academie, met de andere in de praktijk

Als universitair docent aan de Universiteit Twente en adviseur bij Significant Synergy is Fredo Schotanus actief in de inkooppraktijk én onderzoek naar die praktijk. Afgelopen maand maakte Nevi bekend dat Fredo Schotanus de nieuwe leerstoel Publieke Inkoop aan de Universiteit van Utrecht zal gaan bekleden. Voor Aanbestedingscafé een mooie aanleiding om eens van gedachten te wisselen over academisch onderzoek naar inkoop en de relatie met de praktijk.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Hollands Kroon zet aanbesteding integraal gebouwbeheer uit na marktconsultatie

De gemeente Hollands Kroon is eigenaar van circa 80 panden. Het beheer daarvan is momenteel geregeld via heel veel kleine overeenkomsten met heel veel verschillende partijen. De gemeente is echter op zoek naar een structurele oplossing en is daarom van plan om de volledige verduurzaming, beheer en onderhoud van deze gebouwen aan te besteden en aan één marktpartij te gunnen. Dat besluit is genomen na een uitgebreide marktconsultatie, zo legt inkoopadviseur Thomas Philippo uit.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Inkooptopper: Johan Stolk

Deze week in de rubriek ‘Inkooptopper’ spreken we onze nieuwe columnist Johan Stolk. We spelen wel een beetje vals, want Johan is officieel helemaal geen inkoper. Hij werkt sinds 1,5 jaar wél in de wereld van aanbestedingen, als analytisch schrijver bij adviesbureau Corus in Groningen. Er zijn al twee columns van Johan verschenen, dus het werd tijd om kennis te maken.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Pionierend Significant levert in co-creatie met gemeente Hengelo inkoopinnovatie

De ontwikkeling van het inkoopvak betekent voor veel gemeenten dat ze hun inkoopfunctie moeten professionaliseren. Dat betekent onder andere een meer strategische rol van inkoop, met meer aandacht voor rechtmatigheid en doelmatigheid en meer inzicht in de uitgaven. Dat vraagt ook om betere ondersteuning, wat ook kansen biedt voor adviesbureaus om hun portfolio uit te breiden met nieuwe, ‘slimmere’ producten die kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van inkoop. Een voorbeeld daarvan is de In-Take app, ontwikkeld in samenwerking tussen Significant en de gemeente Hengelo.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Actieagenda Beter Aanbesteden afgerond: een goed begin is slechts het halve werk

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer heeft de Tweede Kamer geïnformeerd dat de Actieagenda Beter Aanbesteden is afgerond. Volgens Keijzer zijn alle 23 acties uit de agenda “afgerond of worden zij op korte termijn afgerond.” Tegelijkertijd stelt de staatssecretaris dat de “verbetering van de aanbestedingspraktijk een continue proces is dat aandacht nodig heeft.” Daarom werkt ze nu aan een vervolg op Beter Aanbesteden, samen met de betrokken ondernemersorganisaties en overheden.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Trend in stapel-opdrachten gaat onverminderd door

Ondanks het clusterverbod gaat het bundelen van bouwprojecten onverminderd door. Opdrachtgevers negeren massaal de regels om projecten samen te voegen. Meer dan 70 procent van de grijze en groene onderhoudscontracten was geclusterd, maar niet meer altijd ten koste van de kansen voor het MKB. Het is een trend dat onverminderd doorzet, zo blijkt uit de analyse van het Aanbestedingsinstituut van Bouwend Nederland, vermeld op Cobouw. Vorig jaar waren 486 aanbestedingen geclusterd, wat inmiddels 42 procent van het totaal is.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Uitstoot stikstof vraagt om aangepaste bouwaanbestedingen

Het Adviescollege Stikstofproblematiek pleit in haar rapport ‘Niet alles kan’ voor aangepaste gunnings- en aanbestedingsvoorwaarden in de bouwsector. Zo moeten bedrijven onder meer gestimuleerd worden om emissiearm te bouwen. Volgens het adviescollege, onder leiding van oud-minister Johan Remkes, zijn deze aanpassingen nodig om de stikstofuitstoot in de bouw te verlagen. 

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Arnhem wil overheid geen zorgtaken laten uitvoeren

Het Arnhemse college wil de marktwerking niet uit de zorg halen. Het stelt dat de zorg te ingewikkeld is en dat de overheid te weinig inhoudelijke deskundigheid heeft om zorgtaken zelf uit te voeren. Het college concludeert dit naar aanleiding van een onderzoek over de marktwerking bij beschermd wonen.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Vakantieleesvoer – deel 5

De vakantie is weer begonnen! Veel inkopers zullen deze zomer genieten van hun welverdiende rust. Natuurlijk is een mooie vakantie niet compleet zonder bijzonder leesvoer. Maar waar moet je beginnen?

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Wijziging Gids Proportionaliteit

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over een wijziging van de Gids Proportionaliteit. Die wijziging moet verduidelijken dat “het op voorhand uitsluiten van iedere vergoeding van inschrijfkosten in geval van een laattijdige intrekking van de aanbesteding disproportioneel is.” Met deze wijziging stelt de staatssecretaris invulling te geven aan een motie van Joba van den Berg (CDA) en Martin Wörsdorfer (VVD).

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Pijnlijke dossiers vragen om sterke vertrouwensrelaties

“Wanneer je na een lange vakantie weer over de Nederlandse infrastructuur rijdt, besef je hoe goed wij het hier allemaal geregeld hebben. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar is het niet. Voor een groot deel is het te danken aan een hele goede samenwerking tussen aannemers en opdrachtgevers. De meeste bouw- en infraprojecten gaan goed, maar wanneer je met pijnlijke dossiers te maken krijgt moet je er toch op de een of andere manier samen uitkomen.” Zo maakt Pieter Litjens, algemeen directeur van CROW, duidelijk tijdens het Nationaal Congres Aanbesteden en Contracteren.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteden is breinkundig vreemd

Waarom verloopt een samenwerking tussen opdrachtgever en aannemer soms zo moeizaam? Is het niet veel logischer om je neef te strikken voor een opdracht? En waarom moet je nooit meer in projectteams vergaderen? Tijdens het Nationaal Congres Aanbesteden en Contracteren geeft corporate antropoloog Danielle Braun antwoord op deze vragen. “Aanbesteden is vreemd voor ons brein. Het moet tijdens dit proces een volstrekt tegengestelde beweging maken.”

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Rijksinkoopbeleid zet in op hergebruik van meubilair

100.000 werkplekken bij de Rijksoverheid circulair maken. Met deze wens ging categoriemanager Sabien van der Leij de kantoorinrichtingsmarkt op. Inmiddels zijn de leveranciers om: circulair wordt steeds meer de norm. En ook al mag de teller van Sabien nog wel wat sneller lopen, de belangstelling groeit zowel binnen als buiten de Rijksoverheid.

(meer…)
Partner van Aanbestedingscafé:

Lelystad stopt aanbesteding onderwijscampus

Lelystad heeft noodgedwongen de aanbesteding voor de bouw van onderwijscampus Porteum stopgezet. De gemeente kon geen aannemer vinden nadat alle aanbiedingen hoger uitvielen dan het beschikbare budget. Volgens wethouder Ed Rentenaar heeft dit mede te maken door de snelle stijging van de bouwkosten in het afgelopen jaar. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Waarom een interview bij inhuur via DAS?

Er is het afgelopen jaar veel te doen geweest om het Dynamisch Aankoopsysteem (DAS). De mogelijkheden om een DAS te gebruiken zijn in de gewijzigde Aanbestedingswet (2016) verbreedt, terwijl 2B-diensten werden afgeschaft. Dit zorgde ervoor dat veel aanbestedende diensten zijn overgestapt van een inhuurmarktplaats naar een DAS. (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Eindejaarsgroet van AanbestedingsCafe en partners

Beste lezer,

We willen je alvast een smakelijke kerst en een gelukkig nieuwjaar wensen! We proosten wederom op een jaar met veel nieuws, goede deals en geweldige carrièrekansen.

We hopen je in 2018 terug te zien.

Groeten van AanbestedingsCafe, InkopersCafe en alle partners (meer…)

Partner van Aanbestedingscafé:

Algemene Rekenkamer onduidelijk over standpunt aanpassing Gids P

Begin deze zomer stuurt minister Plasterk (Binnenlandse Zaken), mede namens minister Kamp (Economische Zaken), een brief naar de Tweede Kamer, waarin zij bekendmaken dat zij eind 2016 een afsprakenpakket hebben vastgesteld met de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer. Hieronder valt de afspraak dat ‘kleine opdrachten voor leveringen en diensten tot 50.000 euro voortaan in beginsel onderhands kunnen worden gegund’. In de brief lijken de Auditdienst en Rekenkamer bij het besluit een vinger in de pap te hebben gehad. (meer…)

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres