Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Focus Rijksvastgoedbedrijf op energiebesparing, hergebruik en samenwerking

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gaat slimmer en duurzamer werken. Dat stelt Annuska Bloemert, hoofd inkoop van het RVB. Projecten worden samengevoegd tot programma’s zodat kennis en oplossingen uit de markt sneller en breder kunnen worden toegepast.

Energieneutraal
Het RVB zet via aanbestedingen jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro in de markt weg. Dat moet steeds duurzamer en innovatiever. Bij aanbestedingen voor onderhoud, verbouw en nieuwbouw is er steeds meer aandacht voor energiebesparing, hergebruik van bouwmaterialen en innovatieve samenwerkingen. Zo moet in een tijd van capaciteitstekorten, hoge energieprijzen en dure grondstoffen het beheer van RVB-gebouwen en terreinen in 2030 volledig circulair zijn. Het doel is om de gebouwen in 2050 energieneutraal te hebben.

Samen met de markt
Om die ambities te halen, moet het RVB slimmer werken. Zo worden projecten in grotere programma’s gebundeld en worden duurzamere bouwmethoden gebruikt. Om al deze ideeën vorm te geven, werkt het RVB nauw samen met de markt. Daarbij erkent het RVB dat er soms problemen ontstaan. Daarom besteedt het RVB veel aandacht aan een goede relatie met marktpartijen. Zo kunnen problemen constructief worden opgelost.

Contractvormen
Het gebruik van verschillende contractvormen wordt bovendien steeds gangbaarder. Het RVB ziet dat nieuwe ideeën dan meer ruimte krijgen. Ontwerp, bouw en optioneel onderhoud worden steeds vaker in één contract samengevoegd (DB of DBM). Het is daarbij van groot belang dat risico’s onderling goed worden besproken en verdeeld.

Maatwerk
Standaardcontracten zullen bij het RVB dagelijkse praktijk blijven. Wel merkt Bloemert als hoofd inkoop op dat er steeds maatwerk wordt geleverd: welke contractvorm past het best bij welk project? Er is steeds aandacht voor alternatieve manieren om zaken op te pakken. Contact met de markt blijft daarbij belangrijk, het RVB verbetert de werkwijze continu.

https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/actueel/nieuws/2022/04/14/sneller-slimmer-en-duurzamer-samenwerken

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo adviseert over prijsstijgingen bij overheidsopdrachten

Prijzen stijgen sterk doordat energie duurder is, net als grondstoffen. Tel daarbij de oorlog in Oekraïne op en het beeld is compleet. Er kunnen problemen ontstaan bij lopende opdrachten en bij de gunning van nieuwe opdrachten. PIANOo heeft op een rijtje gezet hoe opdrachtgevers hiermee om kunnen gaan. PIANOo adviseert de risico’s van prijsstijgingen in redelijkheid te verdelen.

Publieke opdrachtgevers hoeven het ondernemersrisico niet automatisch over te nemen. Het is van belang gemaakte afspraken onder de loep te nemen en te bekijken of risico’s evenwichtig zijn verdeeld.

Wanneer beide partijen besluiten prijsstijgingen door te voeren, kan dit het best voor een korte periode gebeuren. Daarnaast is het belangrijk bij zowel nieuwe aanbestedingen als wijzigingen van bestaande contracten heldere afspraken te maken over prijsstijgingen. Zo kunnen indexatiebepalingen, herzieningsclausules of risicoregelingen problemen in de toekomst ondervangen.

Een uitgebreid overzicht van juridische mogelijkheden en beperkingen bij prijsstijgingen heeft PIANOo samengevoegd op haar website.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/hoe-omgaan-met-prijsstijgingen-bij-overheidsopdrachten

Partner van Aanbestedingscafé:

Kort geding Damen Shipyards Group betekenisvol voor bouwindustrie

Wanneer leveringsproblemen ontstaan door de situatie in Oekraïne hoeven inschrijvers op aanbestedingen niet eenzijdig de risico’s te dragen. Tot dat oordeel komt de rechtbank Haarlem in een zaak die scheepsbouwer Damen aanspande.

Damen spande een zaak aan tegen onderzoeksinstituut NIOZ/NMF over een onderzoeksschip met een waarde van 62 miljoen euro. De aanbesteding hiervoor startte in 2020, Damen is één van de drie laatst overgebleven inschrijvers. Het bedrijf maakte al een miljoen euro aanbestedingskosten, maar kan nu geen definitieve inschrijving doen.

De kans dat materialen niet op tijd geleverd worden, is door de oorlog aanzienlijk gestegen. De voorzieningenrechter is het ermee eens dat een boete van 25.000 euro per dag bij overschrijding van de levertijd van 31 maanden onredelijk is. Dat risico hoeft Damen niet eenzijdig te dragen.

Ook bouwers in andere sectoren kunnen deze uitspraak in hun voordeel gebruiken. Het gesprek met opdrachtgevers over leveringstermijnen en contractbepalingen is hiermee opengebroken. Ook aansprakelijkheid is nu onderwerp van gesprek, omdat de rechter in hetzelfde vonnis oordeelde dat Damen niet als enige volledige aansprakelijkheid draagt.

Bron: https://www.cobouw.nl/304718/rechter-leveringsproblemen-door-oorlog-zijn-niet-alleen-risico-van-aannemer

Partner van Aanbestedingscafé:

Inschrijving European Innovation Procurement Awards geopend

De Europese Commissie reikt voor de tweede keer de European Innovation Procurement Awards uit. Toonaangevende publieke en private inkopers kunnen zich tot en met 22 juni 2022 aanmelden om kans te maken op deze prijs. De wedstrijd is bedoeld om te benadrukken hoe groot het belang is van een nauwe samenwerking tussen inkoper en leverancier in de zoektocht naar innovatieve oplossingen. De eerste editie werd gewonnen door Waterschapsbedrijf Limburg in de categorie ‘Facing societal challenges’.

Criteria
Een aantal criteria waaraan voldaan moet worden om kans te maken op de award zijn de mate van transformatie richting innovatiegericht inkopen, de innovatieve manieren voor efficiëntere en effectievere diensten, in hoeverre de kandidaat synergie en samenwerking en de maatschappelijke impact bevordert. De nadruk ligt bij die laatste op digitale transformatie en Green Deal.

Hoofdprijs
Deelnemers kunnen in 3 categorieën in de prijzen vallen: Innovation Procurement Strategy, Facing societal challenges en Procurement leadership. De winnaar in elke categorie krijgt 75.000 euro.

https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/european-innovation-procurement-awards-open-voor-inzendingen

Partner van Aanbestedingscafé:

VNG vraagt ministerie om hulp bij nieuwe gascontracten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gasleveranciers vraagt contracten aan gemeenten aan te bieden. Door het vijfde sanctiepakket tegen Rusland moeten contracten met Russische entiteiten voor 10 oktober 2022 opgezegd zijn. De overheid compenseert prijsstijgingen door het sluiten van nieuwe contracten niet.

Gezamenlijke aanbesteding
Op dit moment hebben zo’n 120 Nederlandse gemeenten een contract met het Russische Gazprom. De VNG wil voor al deze gemeenten een gezamenlijke aanbesteding organiseren, maar is bang dat na openstelling geen reacties zullen volgen. Het ministerie ziet het niet als haar taak om marktpartijen te beïnvloeden.

Ontheffing
Het is mogelijk ontheffing te krijgen voor beëindiging van bestaande contracten, maar energiecontracten worden vooralsnog niet generiek uitgesloten. Reden hiervoor is het feit dat generieke ontheffingen de effectiviteit van sancties teniet zullen doen. Voorwaarden voor ontheffing zijn nog in de maak, aanvragen worden individueel beoordeeld. Over boetes door vroegtijdige opzegging van contracten hoeven gemeenten zich volgens het ministerie geen zorgen te maken. die hoeven zij niet te betalen volgens de Europese sanctieverordening.

Circulaire
Het ministerie heeft de circulaire ‘Nieuw sanctiepakket Rusland heeft gevolgen voor overheidsaanbestedingen’ gepubliceerd. Hierin worden de gevolgen van het laatste sanctiepakket besproken en geeft het ministerie antwoord op specifieke vragen.

Bron: https://europadecentraal.nl/gevolgen-verbod-deelname-russische-entiteiten-aan-overheidsopdrachten/#more-79166

Bron: https://www.dvhn.nl/binnenland/Economische-Zaken-wil-gemeenten-niet-helpen-met-gascontracten-27646348.html

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar mogelijk kartel in wegmeubilair

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzoekt of bedrijven die wegmeubilair maken de concurrentieregels hebben overtreden. Eerder deze maand deed de ACM een inval om een mogelijk kartel tussen deze bedrijven nader te onderzoeken. Het vermoeden bestaat dat bedrijven onderling prijsafspraken maakten voor overheidsaanbestedingen van wegmeubilair. Concurrentie op zaken als prijs, kwaliteit en innovatie krijgt op die manier geen kans en de opdrachtgever krijgt niet het beste wat de markt te bieden heeft.

Als de ACM concludeert dat de regels inderdaad zijn overtreden, volgt er een boete.

https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-onderzoekt-mogelijk-kartel-wegmeubilair

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: april 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft met verschillende partijen een raamovereenkomst gesloten voor het verrichten van ontwerpdiensten. Onder deze raamovereenkomst heeft de aanbestedende dienst een opdracht uitgezet door middel van een mini-competitie. De partij die deze opdracht heeft verloren, kan zich niet vinden in de gunningsbeslissing. Reden hiervoor is dat de verliezende partij van mening is dat de opgegeven aspecten die volgens de aanbestedende dienst aandacht behoeven, onjuist zijn en niets te maken hebben met gunningscriterium (G3). Deze aspecten hebben in strijd met de aanbestedingsstukken tot een puntenaftrek geleid. Met het wegvallen van deze negatieve aspecten (kanttekeningen) verdient de verliezende partij de maximale score voor G3 en dient de opdracht aan deze partij gegund te worden.

Het resultaat
Ter zitting heeft de aanbestedende dienst onderkend dat de kanttekeningen in de motivering van de gunningsbeslissing enkel bedoeld zijn als aandachtspunten voor de uitvoeringsfase en niet zijn meegenomen in de beoordeling. De voorzieningenrechter gaat hierin mee. Daarom blijft enkel het ingenomen standpunt dat alleen het benoemen van positieve aspecten moet leiden tot de maximale score ‘uitstekend’ over. Dit standpunt wordt niet gevolgd door de voorzieningenrechter. De rechter stelt dat het goed onderbouwen en in kaart brengen van de belangrijkste aspecten in dit geval niet een automatische score van ‘uitstekend’ rechtvaardigt. De wijze van waardering sluit volgens de voorzieningenrechter aan bij de betekenis van ‘uitstekend’ in de Van Dale: “Zo bijzonder goed dat het opvalt, voortreffelijk”.

Relatie tot de praktijk
Wees je ervan bewust dat kanttekeningen niet thuishoren in de motivering en zorg dat waarderingstermen aansluiten bij de uitvraag en het beoordelingskader.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Kamer stemt in met eenvoudiger gemeentelijke zorginkoop

De aanbesteding van jeugdzorg wordt eenvoudiger. De Tweede Kamer ging akkoord met wijzigingen van zowel de Jeugdwet als Wmo. Deze vallen onder de Europese aanbestedingsrichtlijn. Contracten afsluiten is daardoor vaak ingewikkeld, kostbaar en tijdrovend. Omdat nog onduidelijk is of uitsluiting van de aanbestedingsrichtlijn mogelijk is, wordt nu gekozen voor een wetsvoorstel met bepalingen die de bestaande procedures versimpelen.

Vervallen emvi-criterium
Allereerst vervalt het emvi-criterium, ofwel gunning op basis van de goedkoopste inschrijving. Gemeenten kunnen door de wijziging vooraf kwaliteitseisen opstellen en een maximum tarief. Aanbieders kunnen vervolgens zelf beslissen of zij willen inschrijven.

Verplichtingen
Gemeenten kunnen in de nieuwe situatie ook verplicht worden reële prijzen af te spreken. Denk aan het meenemen van inflatie in de tarieven. Ook continuïteit van zorg krijgt een prominentere plek, gemeenten kunnen bijvoorbeeld gedwongen worden contracten met een vaststaande looptijd af te sluiten.

Vervolg
Wanneer de wijzigingen van kracht worden, is nog onduidelijk. De Eerste Kamer moet zich eerst nog buigen over de wetswijziging.

Bron: https://www.nji.nl/nieuws/kamer-stemt-in-met-vereenvoudiging-inkoop

Partner van Aanbestedingscafé:

Elisabetta Manunza pleit voor brede blik bij aanbestedingen

Hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza stelt dat Nederland laks omgaat met de fundamentele waarden van de rechtsstaat. In een interview met onderzoeksplatform Follow the Money vraagt de hoogleraar aan de Universiteit Utrecht zich af waarom de politiek bijvoorbeeld geen vragen stelde over het niet openbaar aanbesteden in de mondkapjesdeal. Uit de vrijgekomen informatie blijkt dat er geen enkele afweging over aanbestedingsregels is geweest. Manunza noemt dat ‘treurig én gevaarlijk’.

Nederlandse handelsgeest
Volgens Manunza is de handelsgeest in Nederland zo sterk dat we elke buitenlandse investering als handel zien, terwijl andere landen soms best vanuit andere ideologische belangen kunnen handelen. Ze vindt de winst van openbare aanbestedingen het voorkomen van vriendjespolitiek en corruptie. Manunza: “Via aanbestedingen kunnen we toezicht houden op de wijze waarop de overheid fundamentele zaken die het dagelijkse leven van burgers raken inricht.”

Brede blik
Manunza pleit ervoor dat de overheid de laagste prijs anders moet berekenen. Volgens haar moeten ook aspecten als bijvoorbeeld milieuvervuiling, sociale veiligheid en mensenrechten mee worden genomen in de afwegingen. Landen die de democratische rechtsorde ondermijnen komen dan niet meer als beste naar voren, ondanks hun wellicht lagere prijs.

Ethiek
Door een grotere rol voor ethiek in de economie toe te kennen en de bewustwording te vergroten, moet de mentaliteit rondom aanbestedingen kunnen veranderen, denkt Manunza. Geld mag niet de enige drijfveer zijn en de huidige regels bieden voldoende mogelijkheden om bij aanbestedingen beter te screenen dan nu gebeurt.

Bron: https://www.ftm.nl/artikelen/interview-elizabetta-manunza

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek naar effectief inkopen in tijden van crisis

De coronacrisis was niet alleen een gezondheidscrisis. Door de enorme vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) en beademingsapparatuur, ontstond ook een fikse inkoopcrisis. Het MaSSC (Material Supply Strategies in a Crisis) onderzocht deze crisis in Nederland en 33 andere landen wereldwijd. Wat waren de inkoopstrategieën en -structuren? Hoe moet het in een volgende crisis? Belangrijkste conclusie is dat een betere afstemming tussen de politieke macht en de concentratie van relevante inkoopkennis het meeste effect zullen hebben.

Prioriteiten stellen
Interviews met 45 internationale experts uit 33 landen liet zien dat de ambities momenteel erg hoog zijn. Het is de vraag hoe haalbaar alle plannen zijn. Overheden moeten balans vinden tussen verbeteringen op korte en lange termijn. Prioriteiten stellen is daarbij belangrijk.

Nederland valt op
De 33 landen werden in vijf clusters ingedeeld, afhankelijk van onder meer inkoopprofessionaliteit en aanwezige kennis. Opvallend is dat Nederland een grote inkoopprofessionaliteit heeft, maar een gebrekkige afstemming tussen betrokkenen hanteert.

Algemene lessen
De onderzoekers constateerden in veel landen een mismatch tussen politieke macht en de concentratie van relevante inkoopkennis. Deze moeten beter op elkaar afgestemd worden. Ook het in kaart brengen van de benodigde experts met hun werkplek en expertise helpt om een nieuwe crisis snel en effectief aan te pakken.

Groot onderzoek
Het beschreven onderzoek bestaat uit drie delen waarvan dit het tweede deel is. Het onderzoek is een samenwerking tussen PPRC (Public Procurement Research Centre), Universiteit Twente, Erasmus Universiteit Rotterdam en IRSPP (International Research Study of Public Procurement) en wordt gefinancierd door ZonMw als onderdeel van het COVID-19 programma.

Bron: https://www.pprc.eu/wereldwijde-crisisinkoop-hoe-kunnen-landen-effectiever-inkopen-in-een-volgende-crisis/

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking CROW-KpVV voor overname zero-emissiebussen

Met de publicatie van een nieuwe handreiking van CROW-KpVV over elektrische bussen krijgen vervoerders zekerheid over zero-emissiebussystemen. De aangescherpte handreiking helpt concessieverleners een overnameregeling te maken wanneer van vervoerder wordt gewisseld. De stap naar elektrische bussen en bijbehorende laadinfrastructuur wordt hiermee eenvoudiger.

Overname
De handreiking geeft de huidige vervoerder duidelijkheid over de voorwaarden waaronder de nieuwe vervoerder het zero-emissiebussyssteem over moet nemen. Tegelijkertijd weet de nieuwe vervoerder hoe het zero-emissiebussysteem dat ze overneemt inzetbaar is.

Concessieperiodes
Om te voorkomen dat zero-emissiebussen versneld moeten worden afgeschreven, verlengen sommige OV-autoriteiten de concessieperiode. Soms wordt juist gekozen de concessieduur te verkorten en te combineren met een overnameregeling van het zero-emissiebussysteem.

Gefaseerde instroom
Een gefaseerde instroom van elektrische bussen tijdens de concessieperiode is ook mogelijk. De overnameregeling voorkomt in zulke gevallen een versnelde afschrijving van bussen. Voor de beschikbare overheidsbijdrage kan bij verkorting van de concessieperiode meer en beter openbaar vervoer worden aangeboden of het vervoer kan goedkoper worden aangeboden.

https://www.ovpro.nl/bus/2022/04/11/crow-overnameregeling-zero-emissiebussen-geeft-vervoerders-zekerheid/

Partner van Aanbestedingscafé:

Voorwaarden zorginkoop belasten zorgorganisaties

Door tientallen verschillende contracteisen per zorgsoort op te stellen, leggen zorgverzekeraars onnodig veel administratieve druk op zorgorganisaties. Dat stelt branchevereniging ActiZ. De inkoopvoorwaarden van zorgverzekeraars voor de inkoop van thuiszorg, eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg en geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen moeten zaken als preventie, digitalisering en samenwerking tussen zorgverleners stimuleren. Het huidige systeem resulteert echter in een hoge administratieve last.

Ondermijnend systeem
ActiZ geeft aan dat het systeem van zorginkoop niet stimulerend, maar ondermijnend dreigt te werken. Ze stelt dat de minister van zorgverzekeraars een vereenvoudiging moet eisen. De brancheorganisatie ziet dat er meer zonder zorgcontracten gewerkt gaat worden. Omdat zorgorganisaties niet voldoende tijd en middelen hebben om voor elke zorgverzekeraar de administratie op orde te brengen, zullen ze niet met iedereen contracten willen sluiten. Dat beperkt uiteindelijk de keuzevrijheid voor cliënten.

Doorgeslagen
Volgens ActiZ is het inkoopsysteem doorgeslagen. Onder andere preventie, kwaliteit, goede arbeidsvoorwaarden en het stimuleren van passende zorg komen hierdoor in het gedrang. Minister Helder erkende het probleem in een Kamerdebat. Mogelijke oplossing kan zijn dat er één set voorwaarden per zorgsoort komt en dat er regionaal preferente zorgverzekeraars worden aangewezen op specifieke terreinen.

https://zorgkrant.nl/management-en-beleid/15281-administratieve-lasten-zorginkoop-moeten-lager

Partner van Aanbestedingscafé:

Tender Hacks

‘Tender Hacks’ als titel van een boek klinkt best wel spannend. Zeker als je weet dat hacks tegenwoordig redelijk vaak in het nieuws komen en dat de gevolgen van (computer)hacks ingrijpend kunnen zijn. De combinatie met het woord ‘tender’ is dan in eerste instantie misschien wat vergezocht, maar uitnodigend klinkt die titel zeker. Net als de opmaak van de titel overigens. Helemaal als je niets of niet zoveel weet van het inschrijven op aanbestedingen. Nieuwsgierig geworden naar dit boek van auteur Karel Koppens? Lees dan deze recensie en/of schaf het boek aan.      

Verplichte, interessante kost 

Nu zijn er al meer boeken geschreven over het inschrijven op aanbestedingen (zie ook de lijst onder deze recensie). Boeken die allemaal hun specifieke kwaliteiten hebben en het waard zijn om gelezen te worden. ‘Waarom zou je dit boek dan moeten aanschaffen?’, hoor ik je denken. In ieder geval zou dit boek verplichte kost moeten zijn voor mensen die niets of weinig weten van het inschrijven op aanbestedingen, maar daar als mogelijke inschrijver wel wat meer over te weten zouden willen komen. Daarnaast is het boek interessant voor beginnende tendermanagers of mensen die voor de keuze staan om in dit vak aan de slag te gaan.     

For tendermanagers only?

Betekent dit tegelijkertijd dat het boek alleen maar geschikt is voor mensen aan de inschrijvende kant en daar werkzaam zijn als tendermanager? Nee, niet direct, want als je bij een aanbestedende dienst werkt als inkoper of betrokken bent als projectlid bij een aanbesteding en ook nog eens beschikt over voldoende inlevingsvermogen in de andere kant van de tafel, vind je in dit boek voldoende interessant materiaal. In ieder geval om jezelf een beeld te vormen van hoe een inschrijving of offerte tot stand komt. Wat daar allemaal bij komt kijken en deels van invloed is op het beeld dat er van de inschrijver en zijn dienstverlening bij de beoordelaars overkomt.     

Enthousiasme werkt aanstekelijk  

Wat vanaf de inleiding opvalt aan dit boek is het aanstekelijke enthousiasme van auteur Karel Koppens over het inschrijven op aanbesteden. De ondertitel van die inleiding geeft daarbij al een indicatie: welkom in de wondere wereld van aanbestedingen. Want dat het aanbesteden naast de noodzakelijke en saaie regelgeving ook leuke en hilarische momenten oplevert is minder bekend. Hoewel, dat geldt niet voor mensen zoals Theo van der Linden, Suzanne Brackmann en Octavia Siertsema, die dat tijdens hun trainingen geregeld vermelden. Ook Karel Koppens weet met zijn relativerende schrijfstijl geregeld een glimlach op je gezicht te toveren. Bijvoorbeeld door het gebruik van onverwachte metaforen als die van een Formule 1 race en Doutzen Kroes, waar zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd is.               

Verwachtingsmanagement over de inhoud

Verwacht als lezer echter geen boek met een uitgebreide literatuurlijst of hoofdstukken vol met theoretische onderbouwingen. Het boek is super praktisch en goed leesbaar. De checklists zijn overzichtelijk, handig in gebruik en goed toepasbaar. Daardoor lees je het boek waarschijnlijk in het minder dan drie à 4 uur uit. Als je dan denkt dat je er bent, kom je bedrogen uit. Het echte werk moet dan nog beginnen, met het nadenken over wat Karel Koppens je heeft aangereikt. En vooral alles organiseren binnen je eigen organisatie. Daar zal absoluut veel meer tijd in gaan zitten dan je denkt. Dat zal ook gedurende langere tijd nodig zijn om een goed draaiend tendermanagementproces binnen je bedrijf te realiseren.         

Bidproces is ook projectmanagement

Wat in ieder geval blijft hangen zijn de onderdelen die zijn afgeleid van de projectmanagementtheorie, zoals een goede voorbereiding en uitgebreide kick-off met je projectteam. Een projectteam dat je zorgvuldig samenstelt en waarvoor je ook een goede rolverdeling afspreekt op basis van het RASCI-model. Iets waar in geen enkel boek over inschrijven op aanbestedingen tot nog toe aandacht aan was besteed. Net zo min als het woord stakeholderanalyse daarin terug te vinden was, maar uiteindelijk wel een belangrijk element vormt voor het al dan niet succesvol inschrijven op aanbestedingen. Iets wat als tendermanger toch je uiteindelijke doel zal en moet zijn, namelijk die offerteprocedure winnen.           

Eindoordeel

Het enthousiasme en de liefde voor het vak van tendermanagement (ook vaak bidmanagement genoemd) spatten ervan af in dit boek. Je zou ‘Tender Hacks’ met wat fantasie één grote salespitch voor het beroep van tender- of bidmanager kunnen noemen. Uiteraard naast de kennis die Karel Koppens deelt in dit 100 pagina’s tellende boek. Maar zoals gezegd kunnen inkopers en projectleden ook voldoende ‘lesmateriaal’ uit dit boek halen. Met het spiegelen van de delen over projectmanagement bijvoorbeeld. Of de specifieke hoofdstukken 15 (over het schrijfproces) en 16 (over de tekstscan) en ook daar het spiegelen toepassen. Met name de ondertitel van dat hoofdstuk 15, ‘Eerst denken en dan pas doen’, zou menig inkoper tot zelfreflectie moeten aanzetten.

Beoordeling
Aanvullende literatuur
Aanvullende informatie
Boekgegevens

Auteur Karel Koppens is aanbestedingsspecialist en ervaren senior commercieel manager. Verder is hij ook coach, trainer, interim professional en inspirator als het gaat om inschrijven op aanbestedingen en sales management. Karel haalt zijn energie uit het leiden, coachen en verbeteren van mensen, het optimaliseren van processen en het behalen van doelstellingen. Hij is ervaren in het managen van de volgende omgevingen: productie, administratie, marketing en sales. Karel heeft gewerkt in Nederland, Duitsland, Zwitserland en België.

Nederlandstalig | Paperback, 100 blz.

Tender Valley | 1e druk, 2022

EAN: 978-94-6437349-3

Het boek ‘Tender Hacks’ is verkrijgbaar via Bol.com en direct uit voorraad leverbaar. Klik hier om het boek te bestellen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Tenderman #9: Hardleerse politicus in aanbestedingsland


Dus Hugo de Jonge vond het ‘echt een goed idee’ om Sywert van Lienden mondkapjes te laten leveren. „Je kunt die Sywert beter inside pissing out hebben dan outside pissing in. <…> Hoop echt dat het lukt.” appte de Jonge aan topambtenaar Van Den Dungen.

Het lobbyen door De Jonge bij de geruchtmakende mondkapjesdeal is opmerkelijk. Ambtenaren van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen waren namelijk al huiverig voor een deal met Van Lienden. Zij waarschuwden de bewindslieden. Zijn aanbod leek simpelweg „too good to be true”, appte Van Den Dungen.

Hoogleraar public affairs Arco Timmermans van Universiteit Leiden ziet hier niet direct belangenverstrengeling in. Maar vindt het wel laakbaar dat De Jonge het advies van zijn eigen ambtenaren in de wind sloeg. Je zou uit het eerder geciteerde appje ook kunnen concluderen dat De Jonge met de deal een tegenstander en mede CDA-er in zijn armen sloot.

Maar wat als het op een succes wat uitgelopen? Hadden we er dan ook zo naar gekeken? Het is achteraf altijd makkelijk praten. En hoe zit het met de ambtenaren die de deal moesten vormgeven? De paniek moet enorm geweest zijn. Op een andere manier kun je dit geblunder niet verklaren. Als liefhebber van ons vakgebied doet het vooral pijn. Omdat je weet dat het eenvoudig voorkomen had kunnen worden.

Van een afstandje is het makkelijk oordelen over wat er in Den Haag gebeurt. Maar hoe zit dat op andere niveaus? Als een minister zijn deskundige ambtenaren opzij schuift omdat hij het beter denkt te weten. Hoe doet een wethouder dat in een gemeente dan? Schuift die met de beste intenties een bekende naar voren voor een onderhandse deal? Laat de inkoopafdeling van een academische ziekenhuis zich beïnvloeden door een goed bedoeld adviesje van een specialist met een netwerk?

Voor ieder die twijfelt hoe tegen deze situaties aan te kijken, het volgende. In aanbestedingsland zijn we soms tot grote frustratie gebonden aan wetgeving. Inschrijvers en aanbestedende diensten vervloeken regelmatig de regels. Maar onder aan de streep zijn zij en alle verstandige mensen in ons vakgebied het er over eens. De regels zijn grotendeels fair. En hoe meer alle betrokkenen de regels omarmen, hoe beter het zal gaan.

Politici en bestuurders hebben wat mij betreft niets te zoeken in aanbestedingsland. Laat het inkopen voor de maatschappij over aan specialisten. Juist in crisistijd moet je vertrouwen op de kennis en ervaring van professionals.

Een duidelijke les voor iedereen die met aanbestedingen te maken heeft. Negeer politici die – ongetwijfeld vanuit de allerbeste intenties – zich bemoeien met aanbestedingen. Vergeet nooit dat een politicus per definitie ook een andere agenda heeft. Andersom is het niet de rol van een politicus of bestuurder om op de stoel van de deskundige te gaan zitten. Het gaat namelijk niet om je intentie, maar om een verstandige en rechtmatige deal. Als je dat onderschat, kan het uitlopen op een flinke blamage.

En voor degene die denkt dat Hugo de Jonge inmiddels zijn les weg geleerd heeft. Op de vraag of hij nu dacht ‘had ik maar nooit contact opgenomen met Sywert van Lienden’? Antwoordde hij: „Zeker niet, alles is gedaan met de juiste intenties.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkooptrends 2022 volgens Supply Value

Supply Value onderzocht voor de tiende keer de inkooptrends voor het nieuwe jaar. Door inkoopprofessionals uit zowel (semi)publieke als private sectoren via een enquête te vragen hoeveel prioriteit zij verwachten te gaan geven aan vijftien actuele inkoopthema’s zijn de trends voor dit jaar in beeld gebracht.

Conclusies
Belangrijkste conclusie is dat contractmanagement dé inkooptrend zal worden. Ook partnerships met leveranciers en het alignen van inkoop met business en strategie scoren hoog.

Contractmanagement
Contractmanagement won flink aan prioriteit. De huidige onvoorspelbaarheid van prijzen en de onzekerheden in de toeleveringsketen maken dat goede afspraken belangrijk onderdeel van de inkoopfunctie zijn geworden. Proactief contractmanagement is hier een belangrijk onderdeel van.

Partnerships
Op de tweede plek staat de trend van partnerschappen met leveranciers. Daarmee zijn kwaliteit van diensten en leveringen zekerder en hebben leverancier en afnemer samen verantwoordelijkheid voor dezelfde doelstellingen.

Alignment
De derde trend is het alignen van inkoop met zowel business als strategie van een organisatie. Inkoop wordt steeds meer een strategische functie. Inkoopdoelstellingen kunnen beter worden afgestemd op bredere organisatiedoelstellingen. Zo worden keuzes van inkoop steeds meer genomen in het belang van de gehele organisatie en haar stakeholders.

Verwachtingen
Komende jaren is duurzaamheid naar verwachting een steeds belangrijker thema voor inkopers. Digitalisering en procesoptimalisatie van zowel de inkoopafdeling als de totale keten zullen ook een steeds grotere rol krijgen. Risicomanagement krijgt ook meer aandacht. Contract- en leveranciersmanagement behouden hun prominente rol, samen met partnerships.

Strategischer
Na tien jaar onderzoek concludeert Supply Value dat inkoop van een procesmatige naar een strategische functie is gegaan. De ontwikkelingen op het gebied van leveranciersmanagement, contractmanagement en procesoptimalisatie laten dit zien. De laagste prijs is niet meer het enige belangrijke, waarde krijgt een steeds belangrijkere plek. Dat uit zich in thema’s als innovatiegericht en duurzaam inkopen.

Thema’s
Inkoop wordt door de business ook steeds meer als strategisch toegevoegde waarde gezien. Digitalisering, klimaatverandering en grondstoffen schaarste spelen hierin een belangrijke rol. Digitalisering zorgde voor een verdere professionalisering en procesoptimalisatie. Klimaatverandering en grondstoffen schaarste zorgen dat inkopers anders zijn gaan inkopen. Partnerships dragen eraan bij dat de inkoop succesvol volgens nieuwe randvoorwaarden verloopt.

Bron: Facto

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E10: De negatieve kanten van Open House


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Onderzoek termijn Tenderned en IPI

Sinds 1 januari is de gids Proportionaliteit op een aantal vlakken aangepast. De meest in het oog springende veranderingen waren het verplicht instellen van een klachtenloket en de aanbevelingen ten aanzien van te stellen termijnen. Los daarvan was er afgelopen jaar de waarschuwing van Tenderned om rekening te houden met een extra 48 uur i.v.m. een wijziging in de wijze waarop aanbestedingen digitaal worden gepubliceerd. Hetzelfde Tenderned onderzocht nu of deze verlenging ook in de praktijk gehanteerd wordt. In 78,6% van de aanbestedingen is dat het geval.

Een ander nieuwtje kwam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na akkoord van de Europese Commissie bieden zijn nu het Internationaal Aanbestedingsinstrument aan. Nederlandse bedrijven kunnen deze zogenoemde IPI gebruiken als er extra beperkingen worden opgelegd door buitenlandse markten of organisaties.

Lees hier het bericht

Onderwerp 2: ‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Op Aanbestedingscafe.nl verscheen een interview met Elisabetta Manunza. Zij is hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Utrecht University. De aanleiding voor dat interview was een onderzoek dat zij met een aantal collega’s had uitgevoerd over de loterij-branche. Ze keek daarbij met name naar wet- en regelgeving rondom het toekennen van loterijdiensten door de overheid. In het interview noteerden we een aantal opvallende uitspraken, die ik met jullie wil doornemen.

Allereerst stelt zij aan de kaak, dat voor inkoop door overheden de aanbestedingswet geldt, maar dat we in Nederland afwijken van Europa door aan verkoop door de overheid lang niet altijd regels te stellen.

Daarnaast stelt Manunza in het interview dat aan het gebruik van Open House-methoden flink wat negatieve effecten hangen, omdat de gunningsfase ontbreekt. Zij zegt daarover “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot een betere prestatie.

Lees het interview hier

Onderwerp 3: Tenderman: Hardleerse politicus in aanbestedingsland

7. Afronding

We zijn al weer bij het slot van deze aflevering. Alle genoemde berichten zijn te lezen op Aanbestedingscafe.nl en je vindt ze in de shownotes. Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Heel hartelijk dank aan mijn gasten: Alfred de Weert, Marco van der Spek-Stikkelorum en Niels Uenk.

En uiteraard ook aan alle luisteraars. Vergeet je niet te abonneren op deze podcast in je favoriete podcast app. Dan word je automatische geïnformeerd als er een nieuwe aflevering te beluisteren is. De volgende aflevering wordt over twee weken gepubliceerd. Tot dan!

Partner van Aanbestedingscafé:

Twee kanten van een medaille, indexeren bouwkosten is één

Een prijsvaste aanbieding geeft duidelijkheid voor beide contractpartijen, ook in de bouwsector. Menig aannemingsovereenkomst kent daarom bepalingen die goed geformuleerd omschrijven dat (echt) alle kosten, ook de toekomstige prijsstijgingen, zijn opgenomen in de aanneemsom. In feite wordt met de prijsvaste aanbieding het risico op prijsstijgingen afgekocht. Als de werkelijke prijsstijgingen lager zijn dan ingeschat door de aannemer, heeft de aannemer een grotere marge en de opdrachtgever te veel betaald. En vice versa.

Voor de toekomstige prijsstijgingen wordt door beide contractpartijen in een glazen bol gekeken. Een glazen bol die helder is bij een evenwichtig economisch klimaat, maar troebel wordt als op het Europese continent oorlog uitbreekt. Als de prijsvaste aanbieding onderdeel is van een aanbestedingsprocedure, worden prijsstijgingen ingeschat in concurrentie waardoor sommige aannemers geneigd zijn hun glazen bol wat extra op te poetsen zodat deze nog helderder wordt: een scherpere prijs, voordeel voor de opdrachtgever!  

Omdat een evenwichtig economisch klimaat snel onevenwichtig kan worden, denk aan complexe financiële producten (2008-‘11), dwarsliggende boten (2018), nieuwe virussen (2019-heden), en nu een oorlog (2022-heden), zijn er juridische uitwegen voor als prijsstijgingen te extreem zijn.

De veel gebruikte UAV 2012 kent paragraaf 47 (Kostenverhogende omstandigheden) en in de UAV-GC komt een gelijkstrekkende bepaling voor in paragraaf 44. Boven dat alles (er zijn immers meer soorten aannemingsovereenkomsten) is er het Burgerlijk Wetboek met artikel 7:753 BW. Als de prijsstijgingen te extreem zijn (als vuistregel wordt hierbij 5% aangehouden), dan kan de aannemer in voorkomende gevallen bij een prijsvaste aannemingssom toch recht hebben op bijbetaling.

Contractpartijen kunnen echter voornoemde bepalingen contractueel uitsluiten: dus (toch) geen recht op bijbetaling. En de rechter kan vervolgens besluiten dat het uitsluiten van deze bepalingen niet proportioneel is: dus (toch weer) wel recht op bijbetaling. Een prijsvaste aanneemsom lijkt duidelijkheid te bieden, maar niet in alle situaties.

Tot zover de contractbepalingen.
Als aanbestedende organisatie wordt het pas echt lastig als aannemers geen noodzaak hebben om hun glazen bol op te poetsen (er is immers genoeg werk) of als aannemers zelfs weigeren in hun glazen bol te kijken omdat deze zo troebel is geworden als een kubel beton. Het inschatten van prijsstijgingen wordt dan simpelweg onmogelijk. Bouwend Nederland adviseert zijn achterban in een recente Aanwijzing dat de risicoregeling bij een troebele glazen bol uitkomst kan bieden. De risicoregeling houdt kort door de bocht in dat bouwkosten geïndexeerd worden tijdens de contractperiode.

Indexeren als het ei van Columbus tegen prijsstijgingen en prijsvaste aanbiedingen.
Bouwend Nederland vergeet echter de andere kant van de medaille: het bieden van transparantie over de opbouw van de bouwkosten. Als de staalprijzen stijgen, wil dat niet zeggen dat de arbeidskosten navenant meestijgen. Een totaalprijs voor een staalconstructie levert bij indexering een onredelijke prijsverhoging op omdat dan ook de arbeidskosten worden geïndexeerd. Klinkt logisch, de praktijk wijst vaak uit anders uit. Ook kan worden afgevraagd of onderaannemers en leveranciers evenredig meeprofiteren van het recht op indexeren. Anekdotes over creatief onderbouwde prijsstijgingen bij scopewijzigingen zijn er te over. Het gebrek aan transparantie als startpunt van een hogere winstmarge voor de hoofdaannemer.

Gezien het lijstje van crises in de derde alinea, lijkt het indexeren van de bouwkosten een betere default optie dan de prijsvaste aanbieding. De aannemingssom zou hierdoor in beginsel zelfs lager moeten zijn omdat hierin de risico-opslag voor prijsstijgingen niet meer is opgenomen. Om dit risico voor opdrachtgevers overzichtelijk te houden, moeten aannemers volledig transparant zijn over de opbouw van de kosten en hun inkoopproces. Een vaardigheid die in veel gevallen nog verder ontwikkeld moet worden.

De Aanwijzing van Bouwend Nederland over prijsstijgingen kan dus worden uitgebreid met een extra paragraaf over transparantie en samenwerken in de keten. Dan komt het allemaal wel goed.

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek mondkapjesdeal opnieuw vertraagd

Het onderzoek naar de mondkapjesdeal die het ministerie van Volksgezondheid sloot met Relief Goods Alliance bv (RGA) is opnieuw vertraagd. Minister voor Langdurige Zorg en Sport Conny Helder meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat de onderzoekers van Deloitte meer tijd nodig hebben om het onderzoek af te ronden. Een aantal afspraken kon zowel vanuit Deloitte als RGA niet doorgaan. Het is de bedoeling dat voor het zomerreces alsnog een eerste rapport op tafel komt.

Sywert van Lienden verkocht samen met twee zakenpartners mondkapjes aan het ministerie van Volksgezondheid. Van Lienden verklaarde dit belangeloos te doen. Later bleek dat er bruto zo’n 28 miljoen euro met de deal werd verdiend. Op dit moment loopt het strafrechtelijk onderzoek naar Van Lienden nog.

Het boek ‘Sywerts Miljoenen’ verscheen afgelopen donderdag 24 maart. Dit boek, van twee journalisten van Follow the Money, analyseert de hele deal aan de hand van gesprekken met insiders en onderzoek van interne documenten.

Bron: Skipr/ Rijksoverheid

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Optimaal gebruik aanbestedingsrecht? Kijk naar Europa.’

Wat heeft een onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel te maken met aanbesteden? Meer dan je denkt. Overheden verstrekken schaarse rechten aan kansspelaanbieders door ze vergunningen te verlenen. De uitgangspunten en omstandigheden die daarbij komen kijken, lijken sterk op die van het aanbesteden.

Het Utrecht University Center for Public Procurement (UUCePP) deed in opdracht van het ministerie van Justitie & Veiligheid onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel. Specifiek keek de onderzoeksgroep naar de conformiteit van beoogde hervormingen in het Nederlandse loterijenstelsel met het Europees recht. Daarbij ging het om de ruimte die de Nederlandse overheid heeft om nationaal beleid te voeren – zoals o.a. het goededoelenbeleid – en regulering aan te nemen zonder in strijd met het Europees recht te handelen.

Aanbestedingscafe.nl sprak prof. dr. Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht over het onderzoek. Daarin zijn meerdere interessante links met aanbesteden te vinden.

Duaal stelsel

Prof. mr. Elisabetta Manunza, prof. mr. Sybe de Vries, mr. dr. Willem Janssen en mr. Anouk van der Veer namen drie scenario’s onder de loep. Het huidige Nederlandse loterijenstelsel is een duaal stelsel, waarin ruimte is voor staatsloterijen – die een monopolie hebben – en andere loterijen, die alleen kunnen opereren via een vergunning (onder het meervergunningenstelsel). Aanbieders die de markt op gaan onder het meervergunningenstelsel moeten hun opbrengst deels afstaan aan een goed doel. De BankGiroLoterij en Vriendenloterij zijn hier voorbeelden van.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en internationaal aanbestedingsrecht Utrecht University

Uit het onderzoek van UUCePP blijkt dat het huidige duale stelsel juridisch toelaatbaar is. Wel zijn vereisten of verboden onrechtmatig wanneer deze gericht zijn op het verwezenlijken van economische doelstellingen of wanneer ze niet proportioneel zijn. Vanzelfsprekend mogen buitenlandse aanbieders niet worden uitgesloten. Dat is in strijd met de geldende Europese eisen. Het poolingverbod (het verbod op het vermengen van Nederlandse en buitenlandse loterijen) mag volgens de onderzoekers worden gerechtvaardigd. Pas als duidelijk aangetoond kan worden dat (verdere) doelstellingen van niet-economische aard, zoals consumentenbescherming, worden nagestreefd, zou het poolingverbod gerechtvaardigd kunnen worden. De Nederlandse overheid mag het poolingverbod dus niet inzetten om de eigen staatskas te spekken met eigen loterijen die onder het monopoliestelsel vallen.

Mede naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek constateerde voormalig minister van Rechtsbescherming Dekker al dat er geen noodzaak is tot herziening van het Nederlandse loterijenstelsel.

Coherent recht

Prof. mr. Elisabetta Manunza legt uit dat het van groot belang is dat de Nederlandse wet- en regelgeving aansluit op de Europese. Anders kunnen kansspelaanbieders zich tot de rechter wenden en een gerechtelijke procedure starten. Ze vindt coherentie als rechtsbeginsel in het algemeen, belangrijk. “Beslissingen van de overheid en geldende regelgeving moeten coherent zijn, ook met regelgeving waar deze onderdeel van is en andere relevante onderdelen van het recht en het rechtssysteem.” Manunza deed in 2016 ook al onderzoek naar de houdbaarheid van monopolies binnen het Nederlandse loterijenstelsel in opdracht van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de nationale wet- en regelgeving rondom kansspelen in de loop der jaren is verbeterd. Het stelsel is volgens haar steeds beter in lijn gebracht met het Europees recht.

Wetgeving omtrent overheidsaankopen en -verkopen

Er is nog een reden dat Manunza verheugd is over het onderzoek. “Hieruit blijkt opnieuw dat het aanbestedingsrecht andere belangrijke rechtsterreinen de laatste twintig jaar in grote mate heeft beïnvloed.”, vertelt ze. Het Europees aanbestedingsrecht, een relatief nieuw rechtsgebied, wordt volgens Manunza gekenmerkt door een sterke dynamiek. “Die heeft in de laatste vijftig jaar voor een flinke uitbreiding van dit rechtsgebied gezorgd. Steeds meer verschillende vormen waarmee de overheid de markt benadert, zijn gaandeweg aan competitieve toedelings- en verdelingssystemen onderworpen. Niet alleen dankzij regulering, zoals in geval van de overheidsáánkopen maar dankzij rechtsprocedures van marktpartijen nu ook schaarse vergunningen, zoals in het geval van kansspelen, verkoop van grond en gebouwen”, legt ze uit.

Manunza vertelt dat er in Nederland geen regulering bestaat die specifiek over de verkoop van onroerende zaken van de overheid gaat. In dat opzicht verschilt Nederland van andere lidstaten. Bij de kansspelen is dat anders. Hier is het EU-Verdrag wel van toepassing. Er bestaat echter geen secundaire regulering in de vorm van richtlijnen of verordeningen omdat de EU op het terrein van de kansspelen geen wetgevende bevoegdheden heeft. “Op het verkopen van eigendomsrechten is het EU Werkingsverdrag neutraal, door een bepaling die bepaalt dat het verdrag het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet laat. Door de afwezigheid van die regels is de rechtspositie van particulieren niet sterk.”

Manunza pleitte in diverse publicaties voor regelgeving rondom deze materie en was daarom verheugd dat de Hoge Raad onlangs oordeelde dat gemeenten gelijke kansen moeten bieden bij de verkoop van grond. De Hoge Raad baseert zijn beslissing niet op het verdrag of andere regulering maar op een van de oudste rechtsbeginselen: het gelijkheidsbeginsel.


Dat we wel regels hebben over het verwerven van eigendom, maar geen regels over het vervreemden daarvan, is niet coherent.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

“De vraag of je de schaarse rechten zoals bij kansspelen, of bij de verkoop van grond en gebouwen, moet verdelen in competitie – bijvoorbeeld met aanbestedingsprocedures – speelt al lang bij de rechter in Nederland”, vertelt Manunza. Waar bij overheidsopdrachten verregaande nationale en Europese wetgeving bestaat, is dat bij het verkopen of bezwaren van schaarse rechten niet in gelijke zin het geval. Europa laat de regulering van kansspelen bij de lidstaten en neemt een neutrale houding in bij de vervreemding van overheidseigendom. Wat dat laatste betreft, geldt dat de EU ‘indirect’ wel competitieve verkoop stimuleert. Als je namelijk niet tegen marktwaarde verkoopt, bestaat het vermoeden dat er staatsteun is verstrekt. Maar wat als er wel tegen marktwaarde wordt verkocht, maar niet via een competitieve procedure? Dan maken andere belangstellende burgers geen kans op het verkrijgen van dat onroerend goed. Volgens Manunza is dit niet alleen incoherent maar levert een ongelijke behandeling – vanuit dat perspectief – en dus onrechtmatigheid op. De uitspraak van de Hoge Raad is volgens haar een goede stap in de invulling van deze leemte. De wetgever is nu aan zet.

Vergelijkbaar met inbesteden

Meer vragen die bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel rezen, zijn direct te relateren aan de aanbestedingspraktijk. Zo zijn kansspelaanbieders die opereren onder het meervergunningenstelsel het lang niet altijd eens over de verplichte hoogte van de afdracht aan goede doelen. Manunza vergelijkt die afdracht met social return bij aanbestedingen. “Het gaat bij beide om het vrij verkeer van diensten en de vraag of beperkingen door de overheid wel of niet gerechtvaardigd kunnen worden”, legt ze uit.

Ook bij de kansspelen die vallen onder de monopolies, spelen aan aanbestedingsrecht gerelateerde zaken. Daarover is de afgelopen jaren al veel geprocedeerd. Manunza en haar collega’s toetsten het monopoliestelsel onder meer aan de toezichteisen die door het Hof van Justitie van de EU in inbestedingszaken zijn geformuleerd. “In het Europees recht geldt het coherentiebeginsel. Als het Hof van Justitie bij inbestedingszaken specifieke eisen aan het toezicht stelt, en een monopolie kenmerken vertoont van een inbestedingsconstructie, gelden die twee als ‘vergelijkbare’ terreinen. Dan dient er ook non-contradictie en coherentie te bestaan tussen de toezichtregels die in beide sectoren gelden.”, vertelt Manunza. “Als aan die eisen is voldaan, is één op één gunnen mogelijk. Ook daarbij is het dus belangrijk dat het nationaal recht en het Europees recht – dat voorrang heeft – coherent zijn.”

Zet die nationale bril af

Bij het onderzoek naar het Nederlandse loterijenstelsel ging het om de toets van nationaal recht aan het Europees recht. Manunza beklemtoont dat het aanbestedingsrecht in Nederland nog steeds door een nationaalrechtelijke bril wordt bekeken. En daar zitten risico’s – en dus nadelen – aan. “Als je dat doet, zie je niet alle mogelijkheden die er zijn. Veel kwesties hebben een Europees component, en dienen vanuit een Europeesrechtelijk perspectief te worden bestudeerd. Anders kom je tot de verkeerde conclusie. En als je het systeem van Europees recht in zijn geheel beheerst, kun je veel beter zien waarom zaken zo zijn of hoe je zaken kunt oplossen. Heel vaak laten we in Nederland oplossingen liggen omdat we dat systeem niet goed beheersen. Sommige zaken mogen en moeten soms zelfs in het nationaal recht worden ingevuld, en dat wordt onvoldoende gedaan.” Het is dus zaak dat juristen hun blik verbreden en over de landsgrenzen heen kijken, aldus Manunza.


Vaak laten we oplossingen liggen omdat we het Europese systeem niet goed kennen.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht 

Onterecht negatief over aanbesteden

Wat kunnen we nog meer uit dit onderzoek meenemen, als we kijken naar het aanbestedingsrecht? “In Nederland spreekt men nog veel te vaak in negatieve termen over aanbestedingen”, zegt Manunza. Ze wijst naar discussies over de rechtmatigheid van bestuurlijk aanbesteden. In Nederland is de zorg lang en vaak aan de hand hiervan ingekocht, met vaak negatieve gevolgen. “Dat laatste is een tijdje populair geweest, maar later moesten men ervan terugkomen. Met een kleine groep collega’s riepen we al langer dat het in strijd was met het Europees recht. Nu weten we dat zeker dankzij twee Europese rechtszaken over open house, ook een soort vergunningsstelsel. Door de verduidelijking die het Hof van Justitie daarin gaf, over open house, weten we nu dat open house mag, maar bestuurlijk aanbesteden niet.”

Volgens Manunza is men er zich alsnog onvoldoende van bewust dat het toepassen van open house negatieve effecten heeft, omdat de gunningfase ontbreekt. “De gunning – de vergelijking tussen de verschillende inschrijvingen – is essentieel om vast te stellen of de ene offerte beter is dan de andere. Die vergelijkingsfase ontbreekt waardoor de aanbesteder de markt niet kan uitdagen tot ‘meer’: meer innovatieve, duurzame of sociale inschrijvingen. Daardoor kan alle kracht die bij de markt ligt onvoldoende worden benut met gevolgen voor de kwaliteit van de ingekochte goederen.” Volgens Manunza is de gunning een essentieel element om creatieve, innovatieve oplossingen uit te lokken.


De gunning is essentieel om vast te stellen of het éne bod beter is dan het ander.

Elisabetta Manunza, hoogleraar Europees en Internationaal aanbestedingsrecht

“Vaak horen we zeggen dat aanbesteden ingewikkeld is. Dat komt omdat men niet eenvoudig kan uitleggen wat een aanbesteding is. Maar de essentie van aanbesteden is dat er aan een ieder gelijke kansen worden gegeven. Zo kun je laten zien dat je in die procedure de beste bent, zodat je een kans hebt om mooie dingen voor onze samenleving te doen. Het is een kwestie van rechtvaardigheid.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijzondere (vervolg)procedures

Bij het organiseren van een aanbesteding is het de bedoeling dat na afloop een overeenkomst wordt afgesloten met een inschrijver die zich met zijn inschrijving heeft onderscheiden als de Economische Meest Voordelige Inschrijving – op basis van prijs en/of  kwaliteit. Toch komt het wel regelmatig voor dat de inschrijvingen die worden ontvangen niet voldoen omdat ze ongeschikt, onregelmatig of onaanvaardbaar[1] zijn.

Met deze blog zullen we aan de hand van een casus de mogelijkheden verkennen welke vervolgprocedures gevolgd kunnen worden indien de situatie zich voordoet dat enkel inschrijvingen worden ontvangen die niet voldoen aan de eisen die geformuleerd zijn in de aanbestedingsdocumenten.

Casus mislukte aanbesteding

Na een lange voorbereiding wordt een Europese aanbesteding op de markt gepubliceerd. Er zijn aanvankelijk veel belangstellenden die via TenderNed de aanbestedingsdocumenten downloaden, maar de markt is overspannen en veel bedrijven worstelen met hun planning en capaciteit. Hoewel de gepubliceerde overheidsopdracht als interessant wordt beschouwd door de marktpartijen moeten ze toch een keuze maken op welke aanbesteding zij inschrijven. Uiteindelijk worden er drie inschrijvingen ontvangen na het openen van de kluis door de aanbestedende dienst. Na de initiële toets op compleetheid inschrijvingen, individuele en consensusbeoordeling is de conclusie dat alle drie inschrijvingen niet passend zijn. Twee van de drie inschrijvingen voldoen niet aan de vormvereiste en moeten uiteindelijk ter zijde worden gelegd, omdat ze niet over een geldige Gedragsverklaring Aanbesteden en Verklaring Belastingdienst beschikken ten tijde van het indienen van hun inschrijving. De verklaringen dateren van na de uiterste datum van inschrijving. De derde inschrijver blijkt, na het openen van de prijskluis, met een te hoge inschrijfsom te hebben ingeschreven. De prijs overschrijdt de vooraf opgemaakte directieraming met twintig procent. De aanbestedende dienst besluit om niet tot gunnen over te gaan en verklaart de aanbesteding als mislukt.

Gepaste vervolgprocedure

De aanbestedende dienst is voornemens de opdracht opnieuw in de markt te zetten zonder deze wezenlijk te wijzigen. Het is de bedoeling dat met dezelfde inschrijvers een vervolgprocedure wordt opgestart. Welke mogelijkheden biedt de Aanbestedingswet 2012, gezien de feiten uit onderhavige casus? Het antwoord dat regelmatig hierop gegeven wordt, is dat de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (art 2. 32 Aw 2012) een goede oplossing biedt voor de aanbestedende dienst. Desalniettemin is deze procedure niet de rechtmatige procedure die opgevolgd moet worden. Hieronder zal ik, door de casus en de relevante wetsartikelen uit de Aanbestedingswet 2012 te ontleden, proberen tot de juiste procedure te komen.

Artikel 2.32 lid 1 sub a schrijft voor dat de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan worden gevolgd indien:

Bij toepassing van de openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen of geen geschikte verzoeken tot deelneming zijn ingediend, de oorspronkelijke voorwaarden van de overheidsopdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en de Europese Commissie op haar verzoek een verslag van de oorspronkelijke procedure wordt overgelegd”.

Op basis van bovenstaande casus kan worden geconcludeerd dat er wel inschrijvingen zijn ontvangen, maar deze niet als passend worden beschouwd. Er moet dan worden vastgesteld of de inschrijvingen dan als ongeschikt kunnen worden gekwalificeerd.

Artikel 2.32 lid 2 sub a bevat een definitie van het begrip ‘ongeschikte inschrijving’. Dit zijn inschrijvingen die zonder ingrijpende wijzigingen niet relevant zijn voor de overheidsopdracht, omdat zij niet voorzien in de eisen die genoemd worden in de aanbestedingsstukken. In de oudere wetgeving was er kennelijk een discussie waarbij getracht werd het verschil tussen de begrippen onregelmatige, onaanvaardbare en ongeschikte inschrijvingen te duiden. Gedacht werd dat, zolang er inschrijvingen zijn die enigszins aansluiten bij de eisen van de aanbestedende dienst, er in ieder geval sprake is van een onaanvaardbare of onregelmatige inschrijving indien deze niet voor gunning in aanmerking kwam. In het geval dat de inschrijvingen absoluut niet aansluiten bij de eisen van de aanbestedende dienst, is sprake van ‘ongeschikte’ inschrijvingen. Deze uitleg is nu terug te lezen in het huidige wetsartikel. Voorbeelden van ongeschikte inschrijvingen/verzoeken tot deelname zijn inschrijvingen waarop de uitsluitingsgronden van toepassing zijn of inschrijvingen die niet voldoen aan de geschiktheidseisen.

Ongeschikt

Op basis van de casus kunnen de inschrijvingen dus niet worden gekwalificeerd als ongeschikt, omdat geen uitsluitingsgronden van toepassing worden verklaard en ze wel voldeden aan de geschiktheidseisen. Twee van de drie inschrijvingen kunnen worden gezien als onregelmatige inschrijvingen, omdat ze achteraf gebleken niet voldeden aan de geldende formaliteit: ze beschikten niet over de gevraagde verklaringen ten tijde van hun inschrijvingen. De derde inschrijving overschreed ruimschoots het budget en wordt daarmee gezien als een onaanvaardbare inschrijving. Aan de hand van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er niet aan de vereisten van artikel 2. 32 Aw 2012  wordt voldaan en daarom mag de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in casu niet worden toegepast.

De juiste procedure

De mededingingsprocedure met onderhandeling is gezien de kwalificatie van de inschrijvingen – als onregelmatig en onaanvaardbaar – de juiste vervolgprocedure[2]. De aanbestedende dienst moet de procedure met dezelfde inschrijvers uit de voorafgaande aanbesteding voortzetten en mag de voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk wijzigen. Onder de oude regelgeving was het de aanbestedende dienst niet toegestaan de overheidsopdracht wezenlijk te wijzigen bij het volgen van de mededingingsprocedure met onderhandeling. Dit kon worden herleid uit de oude artikelen 30 lid 1 sub a Richtlijn 2004/18/EG en artikel 2.30 lid 1 sub a Aanbestedingswet 2012. Binnen de huidige wetgeving is het verbod om de opdracht wezenlijk te wijzigen vastgelegd en opgenomen in artikel 2.28 lid 2 Aanbestedingswet 2012. Voorts kan de aankondiging die doorgaans wordt gedaan achterwege worden gelaten op grond van artikel 2.30 lid 2 jo. 2.28 lid 2 Aanbestedingswet 2012. Dit heeft eveneens te maken met het feit dat de onderhandelingen die de aanbestedende dienst gaat organiseren gevoerd worden met uitsluitend de inschrijvers die een onregelmatige danwel onaanvaardbare inschrijving hebben gedaan. Het feit dat met deze procedure gestart kan zonder aankondiging zorgt mogelijk voor de verwarring met de procedure onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Hoe zit het dan met de situatie waarin er geen inschrijving is ontvangen door Aanbestedende dienst? Dit hebben we hiervoor kort de revue laten passeren. Dan kun je de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking toepassen op grond van Artikel 2.32 lid 1 sub a Aanbestedingswet 2012.

Noten

[1] Zie artikelen 2.28 lid 3, 4 en artikel 2.32 lid 2 Aw 2012 voor een definitie van deze begrippen.

[2] De procedure van de concurrentiegerichte dialoog kan eveneens worden toegepast. Zie art. 2.28 lid 1 sub b.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Three Strikes Out


De ene pandemie is nog nauwelijks uitgeraasd of de volgende dient zich al weer aan. Oorlog. Deze keer niet veroorzaakt door een virus, maar door één rus. Oekraïne weert zich kranig, terwijl het westen angstvallig toekijkt. En hoewel iedere parallel met ons dagelijkse werk mank gaat, ga ik toch een poging doen.

Is deze oorlog een ver van je bed show of heb je voor jouw organisatie al in kaart gebracht wat de gevolgen op korte en lange termijn zijn? Wacht je tot je leidinggevende er opdracht toe geeft? Of laat je het aan een chique consultant over?

Met alle respect, aanbesteder, inschrijver of contractmanager. Het ligt juist nu wel erg voor de hand dat je al een sourcing analysis gemaakt hebt. Jouw leveranciers en hun toeleveranciers heb je vanzelfsprekend tegen het licht gehouden. Komen er producten of delen daarvan uit Oekraïne en Rusland? Worden er bedrijven in de ketens geraakt door de Swift-beslissingen? Of misschien door een van andere sancties?

Voor een goede professional moet het inmiddels een abc-tje zijn om dat in kaart te brengen. Tel maar na. Eerst had je te maken met Brexit, die potentieel gevolgen had voor de goederen en diensten die je inkocht. Daarna heeft Corona je heel duidelijk gemaakt dat toeleveringsketens flink verstoord kunnen raken. Als je dan nu nog loopt te wijfelen, dan is het echt Three Strikes Out. Zet maar een kruisje bij ‘Ongeschikt’.

Een geluk bij een ongeluk voor aanbesteders is, dat men doorgaans weinig te maken heeft met buitenlandse leveranciers. Het overgrote deel van de aanbestedingen wordt gegund aan Nederlandse leveranciers. Zelfs zoiets eenvoudigs als schoonmaak blijkt lastig te verkopen over de grens, werd al eens betoogd in deze podcast. Eigenlijk is dat een enorm gemiste kans. Er moeten een enorme hoeveelheid goede leveranciers in het buitenland zijn.

Nou ja, behalve de afgelopen jaren dan.

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijk vergoedt bouwers voor extra kosten Zeesluis IJmuiden

Bouwbedrijven BAM en VolkerWessels krijgen samen bijna 60 miljoen euro van het Rijk. De bouwers van ’s werelds grootste zeesluis gaven tientallen miljoenen euro’s meer uit dan begroot.

Deze opgelopen kosten zijn naar hun mening ook deels voor rekening van het Rijk als opdrachtgever. Een onafhankelijke geschillencommissie geeft hen gelijk in hun eis voor een vergoeding. Dat schrijft minister Mark Harbers van Infrastrucuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer.

Extra kosten

Rijkswaterstaat wijzigde contracten met de bouwbedrijven en moet daar nu 10,4 miljoen euro voor betalen. Ook is er 49,5 miljoen euro toegekend vanwege kosten die de bouwers moesten maken door allerlei vertragingen in het project. De totale kosten van Zeesluis IJmuiden vielen 112 miljoen hoger uit dan begroot. In een eerder stadium tekende het Rijk al voor tientallen miljoenen euro’s extra.

Tegenvallers

De bouw van de enorme zeesluis maakt het mogelijk dat grotere schepen de haven van Amsterdam kunnen bereiken. Vanaf het begin waren er tegenvallers in de bouw. Er lagen bijvoorbeeld meer kabels, leidingen en oude sluisdelen dan voorzien. Ook ondervonden de bouwers problemen met de constructie waarin de sluisdeuren moesten komen.

Bron: nu.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E9: Oekraïne, Beter Aanbesteden en het tweefasencontract


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Oorlog in Oekraïne

Ook in deze podcast kunnen we niet heen om de oorlog in Oekraïne heen. In Nederland ontstonden vragen bij decentrale overheden hoe om te gaan met deze oorlog. Zo hebben diverse gemeenten en waterschappen contracten met het Russische Gazprom. Kun je daar onderuit? En welke invloed heeft de oorlog op het aanbesteden?

https://www.aanbestedingscafe.nl/juridische-notitie-aanbestedingsvragen-russische-leveranciers-voor-decentrale-overheden/

https://www.aanbestedingscafe.nl/waterschappen-heroverwegen-contracten-gazprom/

Onderwerp 2: Tenderman

Ook Tenderman gaat niet voorbij aan de oorlog in Oekraïne. Want de echt inkoper is inmiddels wel voorbereid op een crisis, of toch niet?

Onderwerp 3:Tweefasencontract in de bouw wordt populairder

Bouwers als BAM en Heijmans schrijven zich niet langer in op grote Rijksaanbestedingen omdat die te risicovol zijn. Dat kan problemen opleveren voor de overheid. Tegelijkertijd wint het tweefasencontract, dat risico’s moet verminderen, aan populariteit. Is dat de oplossing?

https://www.aanbestedingscafe.nl/populariteit-twee-fasen-contract-groeit/

https://www.aanbestedingscafe.nl/bouwers-zien-af-van-grote-infraprojecten-rijk/

Onderwerp 4: Programma Beter Aanbesteden

Aanbestedingscafe.nl sprak met programmadirecteur Niels van Ommen over het programma Beter Aanbesteden. Is het volgens de gasten in de podcast zinvol om een nieuw programma op te starten?

https://www.aanbestedingscafe.nl/beter-aanbesteden-ken-de-kaders-zodat-je-elkaar-kunt-opzoeken-voor-echte-dialoog/

Met gasten Theo van der Linden, eigenaar van VDLC publishers, Richard Lennartz, directeur van UBR|HIS en Steven Oosterling, senior adviseur aanbesteden en contracteren bij 4Building.

Partner van Aanbestedingscafé:

Back to normal

Geen mondkapjes meer, geen anderhalve meter, (deels) terug naar kantoor… Nederland is weer open. Zelfs de drie zoenen lijken alweer razendsnel hun herintrede te doen – nee heren, zakelijk hoeft dat echt niet meer. Velen, waaronder ikzelf, vragen zich af hoe dit ‘nieuwe normaal’ eruit gaat zien. Wat heeft dit met aanbestedingen te doen? Nou, meer dan je denkt!

Vroegere tijden

Toen ik acht jaar geleden als bidmanager startte zaten we nog in het ‘oude regime’. Er waren weinig beperkingen. Aanbestedingen waren redelijk recht-toe-recht-aan: geen voorgeschreven lettertypes, regelafstand, marges en puntgroottes, niet anoniem en vooral generieke vragen die in een onbeperkt aantal pagina’s mochten worden beantwoord. Nu wil ik zeker niet terug naar dat laatste. Ik zie onze accountmanager nog naar zijn auto lopen met maar liefst zes dozen vol ringbanden, elk met meer dan honderdvijftig pagina’s (zes percelen, acht beoordelaars). Maar vragen als ‘hoe beoordeelt de inschrijver of de potentiële kandida(a)t(en) voldoe(t)(n) aan de gevraagde kennis, competenties en ervaring?’, ‘hoe handelt de inschrijver indien blijkt dat bepaald personeel slechts beperkt voor handen is, of als het matchingsproces niet tot het gewenste resultaat leidt?’ en ‘hoe zorgt de inschrijver dat hij van relevante ontwikkelingen in het vakgebied op de hoogte is?’ waren eenduidig en daarmee relatief eenvoudig te beantwoorden.

Aanbesteden voor gevorderden

Wat ik begrijp is dat dit soort vragen niet langer resulteren in discriminerende antwoorden. Ook is de markt veranderd en is er sprake van een chronisch tekort aan ICT-personeel. Logisch dat aanbestedende diensten op zijn minst bewijsmateriaal (prestatie-informatie) willen zien van dat de inschrijvers waarmaken wat ze beloven, dat het antwoord toetsbaar is. Maar vragen als ‘welke mechanismen onderkent u in zijn algemeenheid in een relatie voor levering ICT-resources tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer die zouden kunnen leiden tot het niet parallel lopen van de belangen van opdrachtnemer en opdrachtgever, welke mechanismen onderkent u in het bijzonder en als er verschillen tussen beide zijn, kunt u aangeven wat de oorzaak is?’ – waarbij de onderliggende doelstelling nog steeds is de best passende kandidaat aangeboden te krijgen –  schieten wat mij betreft het doel voorbij. En ook zinsneden als ‘voor opdrachtnemer geldt dat het paard wel naar de bron geleid kan worden, maar dat het paard niet gedwongen kan worden om te drinken. Hoe kan deze problematiek vermeden worden?’ – waar het gaat om kennisoverdracht – laten ons inschrijvers behoorlijk ‘puzzled’ achter. Als schrijver heb ik overigens wél enorm van deze prachtige metafoor genoten.

Het nieuwe normaal

Zojuist las ik in een bestek de volgende vragen: ‘welke maatregelen zal de inschrijver specifiek voor de opdrachtgever nemen om in deze krappe arbeidsmarkt toch steeds tijdig tijdelijke medewerkers met de juiste, schaarse kennis en competenties aan te kunnen bieden?’ en ‘hoe vult u het proces van behoud van kennis in met een werkbare rolverdeling tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en tijdelijke medewerker?’ Hè hè, ‘back to normal’, maar dan 2.0: specifieke, concrete vragen, toegesneden op de problematiek van de opdrachtgever, in een beperkt aantal pagina’s. Daar kunnen wij als inschrijver wat mee. Vasthouden dit nieuwe normaal!

Partner van Aanbestedingscafé:

Beter Aanbesteden: ‘Ken de kaders zodat je elkaar kunt opzoeken voor echte dialoog’

In een ideale wereld sluiten de behoeften van markt en inkoper perfect op elkaar aan en weet een inkoper zijn of haar uitvraag feilloos te formuleren. De marktpartij schrijft zich in op een aanbesteding, en weet hopelijk te winnen met een mooi aanbod. In de praktijk gaat het helaas lang niet altijd zo soepel. Het programma Beter Aanbesteden moet daar verandering in brengen.

Aanbestedingscafe.nl sprak met Niels van Ommen, programmamanager van het programma Beter Aanbesteden.

Om obstakels rondom het aanbesteden weg te nemen, startte het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in 2018 met de Actieagenda Beter Aanbesteden. Nu is het vervolg daar: het programma Beter Aanbesteden 2021-2024. “De deelnemende partijen waren nog niet klaar na het afronden van de Actieagenda Beter Aanbesteden”, vertelt van Ommen. “Er bestaan nog steeds knelpunten. VNG en VNO-NCW/MKB-Nederland gaven aan dat ze graag een vervolg wilden. Daarom is dit vierjarige vervolgprogramma opgezet samen met het ministerie en PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden.” Eén van de belangrijkste zaken die voortkwam uit de Actieagenda was het gebrek aan vertrouwen tussen aanbestedende dienst en ondernemer. “Je merkt dat ze vaak óver elkaar praten, maar niet met elkaar. Daar moeten we nog aan werken.” Van Ommen zou graag zien dat beide partijen afstappen van wij-zij-denken. “Ieder heeft zijn eigen belang, maar er is ook een gemeenschappelijk belang. Partijen zouden vanuit dat vertrekpunt moeten beginnen aan een aanbesteding.”

Toepassing vs. juridische instrumenten

Het programma Beter Aanbesteden zet expliciet in op ‘toepassingsbevordering’. Het is niet de bedoeling om nieuwe regels of juridische instrumenten te bedenken. “We hebben de Aanbestedingswet en die kaders zijn duidelijk. Maar het gebruikmaken van de Aanbestedingswet om die dialoog met elkaar aan te gaan, dat kan beter”, legt Van Ommen uit. “Wij zeggen: ken de kaders zodat je binnen die kaders het gesprek kunt opzoeken. Dat is de kern van Beter Aanbesteden.” Daarnaast blijft Beter Aanbesteden ook werken aan bewustzijn en kennis over de aanbestedingspraktijk bij aanbestedende diensten en de markt.

Stijgende lijn

Gedurende de tijd dat Van Ommen actief is in de aanbestedingswereld, ziet hij wel vooruitgang. “Ik begon toen de bouwfraude een actueel onderwerp was. Daardoor werd het vertrouwen in ondernemers met betrekking tot aanbestedingen flink geschaad.” Volgens Van Ommen werken partijen aan beide kanten de afgelopen jaren hard om dat vertrouwen te herstellen. Hij weet uit eigen ervaring dat samenwerken vanuit vertrouwen, waar het programma naar streeft, niet eenvoudig is. “Het begint met praten. Leer elkaar eens kennen. Wat zijn de wederzijdse belangen? Van daaruit ontstaat begrip, respect en vertrouwen. Ik snap dat jij een goede boterham wilt verdienen en jij snapt dat ik een maatschappelijke opgave te realiseren heb.”

Volgens Van Ommen snappen aanbestedende diensten tegenwoordig beter dat ze de markt sneller moeten betrekken, vooral als ze een innovatieve oplossing willen. Als aanbestedende diensten weten wat er kan en mag op dat gebied, zijn er veel mogelijkheden om partijen vroegtijdig te betrekken. “Vroeger schoten aanbestedende diensten echt in een kramp. Ze dachten: we mogen niet met ondernemers praten, want wie weet wat er dan gebeurt. Nu zie je dat die sfeer veel meer ontspannen is.”

In de regio

De afgelopen maanden organiseerde het programma Beter Aanbesteden al diverse meet-ups onder de noemer ‘Beter Aanbesteden met ambitie’. De komende jaren rolt het programma vier actielijnen uit: regiomanagers leggen contact met het bedrijfsleven en publieke opdrachtgevers in de regio. Om met ze te sparren of om de dialoog tussen beide partijen te stimuleren. Daarnaast organiseert Beter Aanbesteden bijeenkomsten om met elkaar in gesprek te gaan en om kennis over aanbesteden te verspreiden. Dan is er een aantal nationale projecten die het programma aanstuurt, zoals het onder de aandacht brengen en bevorderen van aanbesteden op 3A4. “Dat is door een aantal partijen in het land al uitgeprobeerd en het blijkt ook echt te werken. Zo kunnen we Europese aanbestedingen toegankelijker maken voor kleinere partijen die zich niet dagelijks inschrijven op grote aanbestedingen”, zegt Van Ommen.


“Ieder heeft zijn eigen belang, maar er is ook een gemeenschappelijk belang. Partijen zouden vanuit dat vertrekpunt moeten beginnen aan een aanbesteding.”

Niels van Ommen, programmamanager van het programma Beter Aanbesteden

Gemeentes en mkb-bedrijven die zelf een initiatief willen starten, kunnen vanaf dit voorjaar een beroep doen op subsidie die het programma Beter Aanbesteden beschikbaar stelt. Zo kunnen zij hun eigen verbeterproject voor het professionaliseren van de aanbestedingspraktijk opstarten en dat zelf financieren en aansturen. Is het met die focus op de regio niet lastig om de aanbestedingspraktijk op dezelfde manier te verbeteren, uniform in heel Nederland? “Nee”, zegt Van Ommen. “Soms zijn de accenten of behoeftes in de regio anders dan in een andere regio, maar aanbesteden is overal fundamenteel hetzelfde”, zegt Van Ommen. Als bepaalde behoeften in meerdere regio’s naar boven komen, zorgt het programma ervoor dat dit ook op nationaal niveau aandacht krijgt.

Inkopen in de praktijk

Bereikt het programma ook de inkoper in een kleine gemeente, die zijn organisatie moet zien te overtuigen van een nieuwe aanpak? “Met het programma helpen we partijen waar nodig op weg, maar uiteindelijk moeten de partijen het zelf doen”, zegt Van Ommen. “Het is niet zo dat wij het stokje van ze overnemen en een aanbestedingsleidraad voor hen gaan schrijven. Wij spelen de rol van rijinstructeur of voorlichter, die probeert de partij zelf in staat te stellen om op die bestemming te komen.”

Pilots en proeftuinen kunnen inkopers en ondernemers bijvoorbeeld helpen de ruimte binnen de aanbestedingsregels te vinden en optimaal toe te passen. “Zo kun je heel dicht op de praktijk gaan zitten zonder dat je het overneemt, want dat is niet onze rol”, zegt Van Ommen. Daarnaast betrekt het programma ook adviesbureaus, die zowel aanbestedende diensten als ondernemers ondersteunen bij aanbestedingen. “Zij kennen beide kanten van het spel. Daarom willen we hen ook vragen wat zij kunnen betekenen voor het programma.”


“Vroeger schoten aanbestedende diensten echt in een kramp. Nu zie je dat die sfeer veel meer ontspannen is, ook al zijn we er nog niet.”

Niels van Ommen, programmamanager van het programma Beter Aanbesteden

Betere Rijksaanbestedingen

De focus van het programma ligt voornamelijk op gemeenten en het mkb. Volgens de deelnemende partijen zit daar de grootste winst, omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor een derde van de publieke inkoop. Toch gaat er op nationaal niveau ook regelmatig wat mis. Moet het programma zijn pijlen dan niet ook daarop richten? Daarover zegt Van Ommen: “Aan de kant van de Rijksoverheid vallen wel stappen te maken. Ook daar wil men samenwerken met ondernemers maar bestaat er nog steeds wij-zij-denken.”

De afgelopen twee jaar werd de miljoenenopdracht voor het inrichten van een testsamenleving en de inkoop van mondkapjes tijdens de coronacrisis niet aanbesteed. Typisch een geval van een toepassingsfout, of niet? Van Ommen: “Het moet allemaal snel in een crisis. Als het dan niet snel genoeg gaat, zegt men: daar heb je de trage overheid. En als het dan te snel gaat, zegt men: is het wel eerlijk gebeurd? Het is een balans tussen tempo en zorgvuldigheid. Maar voorop staat dat het wel rechtmatig moet zijn. Daar moet elke aanbestedende dienst zich aan houden.”

Meer informatie over de Week van Beter Aanbesteden vind je hier. Meedoen? Geef je dan bijvoorbeeld op voor de online kick-off op 28 maart.

Partner van Aanbestedingscafé:

Populariteit twee-fasen contract groeit

Bij infrawerken en gemeentelijke opdrachtgevers wordt het twee-fasen-contract steeds populairder. De meest aanbestede contractvorm van het Rijk is met 63% vooralsnog het traditionele contract. Het aantal aanbestedingen bleef nagenoeg gelijk bij infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw. Bij bouwprojecten verschuift één en ander, zo blijkt uit onderzoek van Cobouw.

Het twee-fasen-contract damt risico’s bij grote complexe werken in, want pas na de eerste ontwerpfase in samenspraak met de opdrachtgever, komt de prijs voor de uitvoeringsfase op tafel. In bijna drie jaar tijd verzevenvoudigde de keus voor de twee-fasen contractvorm, zo blijkt uit cijfers van het Aanbestedingsinstituut Bouw en Infra. Het gaat om cijfers uit alle openbare Europese en Nederlandse aanbestedingen in de sectoren infrawerken, infradiensten en burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U).

Verdeling

De meeste twee-fasen-contracten zitten de afgelopen jaren niet bij gemeenten, Rijk of provincies. Voornamelijk speciale sectorbedrijven, scholen en universiteiten hebben deze contracten in portefeuille. Daarna volgen waterschappen en dan gemeenten.

Moderne contractvormen

Het twee-fasen-contract mag dan vaker voorkomen, het aantal ‘moderne’ contractvormen zakte tussen 2017 en 2020 juist, met name in de sectoren B&U en infradiensten. In de infrawerken is de daling van moderne contractvormen minder sterk. Binnen het Rijk geven Rijkswaterstaat en ProRail de meeste moderne contracten uit, met name Defensie houdt vast aan de traditionele vorm.

Meest aanbestede contractvorm

Wanneer de totale verdeling van contracten wordt bekeken, valt op dat het aandeel ‘traditionele’ contractvormen in de bouwsector gelijk blijft, ondanks de verschuivingen tussen twee-fasen-contracten en moderne contracten. Bij het Rijk blijft in 2021 de traditionele vorm met 63% de meest aanbestede contractvorm. In deze contractvorm beschrijft de opdrachtgever tot in detail wat de opdrachtnemer moet doen. Dit contract wordt wel in verschillende varianten gebruikt.

Krachtenbundeling

De markt bundelt kennis en krachten steeds meer, dat kan goed met twee-fasen-contracten. McKinsey noemde dit al in 2019 als één van de oplossingen voor risico’s die bij grote Rijkswaterstaat-projecten aan het licht kwamen.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Flinke stappen nodig om hoge verwachtingen publieke inkoopfunctie waar te maken

Uit verkennend onderzoek van Significant Synergy en Nevi naar de publieke inkoopfunctie in 2021 blijkt dat het inkoopveld sterk in beweging is. Er moeten nog flinke stappen worden gezet, met name in waardecreërende processen en ondersteunende infrastructuur. De verwachtingen van de publieke inkoopfunctie zijn hoog, zowel bij beleidsmakers als bij het bredere publiek.

Het onderzoek vindt elke twee jaar plaats. Dit keer vulden zo’n 150 respondenten een vragenlijst in. Dit waren bijvoorbeeld inkopers, contract- en leveranciersmanagers of consultants. De spreiding op basis van inkoopvolume was ruim: van organisaties met een spend lager dan 50 miljoen euro tot meer dan 250 miljoen euro. De resultaten van het onderzoek werden besproken met experts binnen het publieke inkoopdomein.

Inkoop en aansturing

Allereerst ging het onderzoek in op de randvoorwaarden om inkoopdoelstellingen te realiseren. De belangrijkste randvoorwaarde vinden respondenten met 63% beschikbare tijd en capaciteit van medewerkers. Daarna volgen actueel informatiemanagement (42%) en beschikbaarheid van systemen voor contract- en leveranciersmanagement (42%). Populairste oplossing bij ondersteuning van de inkoopfunctie blijkt het contractmanagementsysteem te zijn, maar liefst 49% van de respondenten zet deze tool in. Ook de spend-analysetool (42%) en aanbestedingssoftware (40%) zijn veelgebruikte hulpmiddelen. Het meest gebruikte besturingsmodel is het centrale model (34%), gevolgd door gecoördineerd (28%), hybride (22%) en decentraal (16%).

Thema’s bij inkoop

Het inkoopbeleid van organisaties wijzigde de afgelopen jaren door gewijzigde doelstellingen (45%), verouderd beleid (28%) en veranderde aanbestedingswetgeving (28%). Belangrijk is de maatschappelijke bijdrage van het inkoopbeleid. Bijna de helft van de respondenten vindt dat onderwerpen als social return, innovatie en betrekken van het MKB nu echt in het inkoopbeleid verankerd zijn. De onderzoekers concluderen dat het goed gaat, maar beter moet. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks 83 miljard euro. Daarmee kan publieke inkoop grote maatschappelijke impact hebben.

Innovatie

Smart contracting zou volgens 24% van de respondenten een bruikbare innovatieve ontwikkeling kunnen zijn. In de praktijk blijkt vaak dat innovatie niet verder gaat dan automatisering van inkoperstaken. Ongeveer een derde van de respondenten geeft aan niet precies te weten wat innovatie voor inkoop kan betekenen. Hier is dus mogelijk nog veel te winnen.

Contract- en leveranciersmanagement

Ook op gebied van aandacht voor contract- en leveranciersmanagement liggen nog veel kansen. Zeker respondenten van organisaties met een spend tot 250 miljoen gaven aan dat daar maar weinig aandacht voor is. Zo’n 40% van de respondenten zegt dat er geen onderscheid tussen typen leveranciers wordt gemaakt bij het management van leveranciers.

Gezamenlijke inkoop

Externe hulp inschakelen of inkoopsamenwerkingen aangaan kunnen aanbestedende diensten helpen hun inkoopbeleid naar een hoger niveau te tillen. Met name voor diensten met een volume tot 150 miljoen euro is hier winst te behalen. Zij blijken nu nog maar weinig bijzondere aanbestedingsprocedures in te zetten. Opvallend is echter dat inkoopsamenwerking binnen het publieke domein maar op beperkte schaal plaatsvindt. Tussen de 7% en 30% van het totale inkoopvolume wordt gezamenlijk ingekocht en dan vooral bij grotere inkooporganisaties.

Meer aandacht

Na afloop van het onderzoek gingen experts in op de resultaten. Zij merken op dat rechtmatigheid eigenlijk steeds minder een issue zou mogen zijn. Tegelijkertijd zou er meer aandacht mogen zijn voor verdere ontwikkeling van de competenties, inspelen op actuele thema’s en het verlagen van toeleveringsrisico’s.

Bron: Significant Synergy

Partner van Aanbestedingscafé:

De Nota, leuker kunnen we het niet maken…

Menig artikel en rechtszaak gaan in op het nut en de noodzaak van vragen stellen tijdens een aanbestedingsprocedure. Raakt een inschrijver zijn rechten kwijt als hij geen vragen stelt? Welke commercieel gevoelige informatie moet en mag je delen? Zelden wordt ingegaan op het proces rondom de nota van inlichtingen. En eerlijk is eerlijk, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dit een leuk onderdeel van aanbesteden vindt.

De aanbiedingen van een adviseur voor het deelnemen aan een ontwerpteam zijn meestal gebaseerd op de fasering van de Standaardtaakbeschrijving (STB): een post voor de VO-fase, DO-fase et cetera aangevuld met een urenstaat voor aanvullende werkzaamheden. In fase 07 van de STB komt echter “Prijs en Contractvorming” (PC) aan bod. Een onderdeel dat traditioneel na het afronden van de TO-fase plaats vindt, maar met alle hybride, tweefasen en innovatieve contractvormen op elk moment in het ontwerpproces kan worden ingepland.

Ik ben nog geen offerte van een architect of constructeur tegengekomen die naast de VO-, DO-, TO- en UO-fase ook een post voor de PC-fase heeft meegenomen. Wel esthetische begeleiding tijdens de uitvoeringsfase. Dus PC wordt bewust of onbewust overgeslagen.

Wat betekenen al die afkortingen? 

  • VO = Voorlopig Ontwerp of Voorontwerp
  • DO = Definitief Ontwerp
  • TO = Technisch Ontwerp
  • PC = Prijs en Contractvorming
  • UO = Uitvoeringsgereed Ontwerp

Als er geen uren voor gerekend worden, is er ook geen tijd voor en worden de betreffende werkzaamheden tussen alle andere werkzaamheden ingepland. En gezien de workload bij menig architect, constructeur en installatieadviesbureau, is er weinig ruimte om er iets tussendoor te doen.

Kortom, de Nota van Inlichtingen krijgt niet altijd de aandacht die het document verdient.

De factor tijd

Los van het feit dat het inschatten van het aantal uren dat nodig is voor een aanbestedingsprocedure erg lastig is. Krijg je tien of honderd vragen? Zijn er één of drie vragenrondes? Reken je alleen het beantwoorden van de vragen (het invullen van een Excel-bestand) of ook de afstemming met de ontwerpteamleden die hiervoor nodig is?

En zoals hiervoor al is genoemd, het beantwoorden van vragen is ook niet leuk. Zeker als er vragen binnenkomen die jou erop wijzen dat je een ontwerpfout hebt gemaakt. Dit betekent herstelwerkzaamheden (lees: extra uren!), vaak binnen de tijdspanne waarin de Nota gepubliceerd moet worden (lees: stress!).

Gewezen worden op fouten, er eigenlijk geen tijd voor hebben maar wel snel moeten handelen en de betreffende kosten niet kwijt kunnen. Als dit het recept was voor een maaltijd, dan zullen de gasten die je hebt uitgenodigd voor een diner, met buikpijn vertrekken. Kortom, ruimte voor verbetering.

Als we beginnen met de standaard adviseursopdrachten uitbreiden met een (stel)post voor de Nota van Inlichtingen. Dus ook een post PC meenemen!. Dan gaan de uren die hieraan worden besteed niet ten koste van de ontwerpwerkzaamheden en wordt de betreffende inzet gewoon vergoed.

Vra-mi-bo

Wellicht moet het beleid ook zijn dat er niet meer wordt gewerkt met vragenrondes, maar met de mogelijkheid om continu vragen te stellen. Dit is toegestaan en gebeurt ook regelmatig. Voordeel is dat de werkdruk ten aanzien van dit onderdeel gelijkmatiger wordt verspreid. Tweede voordeel is dat – mochten er grote fouten zijn gemaakt – het ontwerpteam hier eerder op gewezen kan worden.

Softwarematig zou het proces ook beter ondersteund kunnen worden. Het rondsturen en samenvoegen van Excel-bestanden is iets uit het tijdperk van Windows 95. Dit kan zeker beter!

Last but not least, plan naast de vrij-mi-bo ook een vra-mi-bo in. Bij elke vijftig vragen (en antwoorden) een borrel! Het mag weer, en het maakt vragen beantwoorden een gezellige bezigheid.

De Nota van Inlichtingen, we kunnen het leuker en makkelijker maken!

Partner van Aanbestedingscafé:

Waterschappen heroverwegen contracten Gazprom

Ook de waterschappen voelen de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Zij onderzoeken nu gezamenlijk of er alternatieven zijn voor de aardgaslevering door het Russische Gazprom.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft ongeveer de helft van de waterschappen een contract voor levering van Russisch aardgas. Samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat kijkt de Unie van Waterschappen wat de sancties tegen Rusland voor de huidige contracten betekenen. Ook onderzoeken zij samen welke alternatieven er zijn en wat die voor mogelijke consequenties hebben.

Juridische consequenties

Voor lopende contracten wordt momenteel juridisch advies ingewonnen. Waterschappen willen deze contracten graag beëindigen, maar beraden zich op de juridische consequenties hiervan. De contracten zijn via aanbestedingen tot stand gekomen op basis van prijs-kwaliteitverhoudingen. De waterschappen willen niet dat mogelijk schadevergoedingen moeten worden uitgekeerd aan Gazprom, dat zou juist financieel voordelig zijn voor het Russische staatsbedrijf.

Aardgas voor waterschappen

Waterschappen produceren zelf veel biogas door zuiveringsslib te vergisten. Ook is aquathermie in ontwikkeling. Daarbij wordt warmte of juist koude uit water gebruikt als alternatief voor aardgas. De aardgaslevering van Gazprom is mede door deze ontwikkelingen maar ongeveer 2 procent van de totale hoeveelheid aardgas die nodig is. De belangrijkste functie van aardgas voor de waterschappen is verwarming van gebouwen. De waterschappen zouden graag een snellere energietransitie van de grond zien komen.

Bron: Unie van Waterschappen

Partner van Aanbestedingscafé:

De Gunningsfactor: nog even geduld

Normaal gesproken zou je hier vandaag de nieuwste aflevering van podcast De Gunningsfactor verschijnen. Helaas kon de opname van deze week niet doorgaan.

Podcast de Gunningsfactor
Podcast de Gunningsfactor

Zat je met smart te wachten op een nieuwe aflevering van podcast De Gunningsfactor? Dan zul je nog heel even moeten wachten, want de volgende aflevering verschijnt over twee weken.

In de tussentijd kun je natuurlijk wel alle voorgaande afleveringen beluisteren. Dat doe je hier.

Stay tuned!

Partner van Aanbestedingscafé:

OM start strafrechtelijk onderzoek naar stichting Van Lienden

Het Openbaar Ministerie (OM) start een strafrechtelijk onderzoek naar de stichting van Sywert van Lienden. Het gaat om de Stichting Hulptroepen Alliantie, die in de coronacrisis betrokken was bij een mondkapjesdeal van de overheid. De fiscale opsporingsdienst FIOD heeft drie mensen aangehouden, waaronder Van Lienden zelf.

Van Lienden zegde bij de start van de coronacrisis in Nederland belangeloos hulp toe en regelde mondkapjes ter waarde van 100 miljoen euro voor de Nederlandse overheid. Nadien bleek dat de mondkapjes niet gebruik konden worden en dat Van Lienden en zijn compagnons miljoenen euro winst hadden gemaakt. Van Lienden erkende dit tijdens een uitzending van Buitenhof, maar zei wel dat het geld niet onrechtmatig was verkregen. Hij beloofde de winst een maatschappelijke bestemming te geven.

Oplichting

Uitzendbureau Randstad, dat kosteloos medewerkers inzette voor het project van Van Lienden, diende eind vorig jaar een aanklacht in tegen de stichting. Daarop is het OM een nu strafrechtelijk onderzoek gestart. “Justitie heeft nu kennelijk voldoende materiaal in handen voor een verdenking van oplichting”, zegt Randstad-advocaat Peter Plasman.

Volgens het OM zijn er mogelijk meer bedrijven betrokken geweest, op dezelfde manier als de stichting van Van Lienden. Daar doet het OM ook onderzoek naar.

Bron: NOS

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: gelijk speelveld?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over stroomlijning van een interview tijdens een aanbesteding.

Wat is er gebeurd?

Een aanbestedende dienst is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor het sluiten van een nieuwe raamovereenkomst met een vaste uitlener voor uitzendkrachten. De partij die niet voor gunning in aanmerking komt, heeft bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Zij stelt onder meer dat de interviewers de regie in handen hadden moeten houden door aan de hand van een lijst met vragen, die op gelijke wijze aan alle inschrijvers werd voorgelegd, een gelijk speelveld te creëren, zodat een objectieve beoordeling had kunnen plaatsvinden. Het wederzijds uitwisselen van goede en slechte ervaringen over de huidige dienstverlening mag daar geen onderdeel van uitmaken. Dit is volgens de partij ten onrechte wel gebeurd. De partij vordert dat de voorlopige gunning wordt ingetrokken.

Het resultaat

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen aanbestedingsrechtelijke regel is die dwingt tot een zo vergaande stroomlijning van een interview in een aanbestedingsprocedure. Dat zou de vrijheid van een beoordelingsteam om naar aanleiding van het verloop van het gesprek door te vragen ook te zeer inperken. Voor het verwijt dat de huidige samenwerking in negatieve zin is meegewogen in de beoordeling is geen steun te vinden in de voorlopige gunningsbeslissing en nadere motivering. De vordering van de partij wordt afgewezen.

Relatie tot de praktijk

Wees je bewust van de vrijheid van een beoordelingsteam om tijdens een interview door te vragen, maar zorg wel dat de vragen teruggevoerd kunnen worden naar de inschrijving. Een stroomlijning van een interview is niet noodzakelijk.

Bekijk de volledige uitspraak hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Meer inclusie en diversiteit door aanbestedingen (“Wij laten een non-binaire genderqueer de beoordeling doen”)

Soms denk ik dat ik in een ander universum leef. Als ik zo’n Joris Luyendijk hoor beweren dat de macht in dit land ligt bij ‘witte heteromannen met zeven vinkjes’ dan betwijfel ik of wij wel in hetzelfde land leven. In mijn Nederland word ik namelijk omringd door sterke en ter zake kundige vrouwen. Mijn huisarts is een vrouw, mijn notaris is een vrouw, mijn advocaat is een vrouw, mijn therapeut is een vrouw, mijn accountant is een vrouw, mijn minister van Financiën is een vrouw en op mijn vakgebied aanbesteden kom ik zowel aan de inkopende kant als aan de inschrijvende kant steeds meer super gemotiveerde en deskundige vrouwen tegen. Het is een kwestie van tijd totdat er net zo veel vrouwelijke als mannelijke CEO’s zijn. Ik geloof ook heel erg in het credo van de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb: ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’. Geef iedereen een goede start en gelijke kansen, en de talenten komen boven drijven, ongeacht afkomst, gender of kleur.  

Dat neemt niet weg dat het een goed idee is om bij aanbestedingen te kijken of diversiteit en inclusie een rol kunnen spelen bij bijvoorbeeld inhuur. We lopen daar wel tegen een rare afweging aan, want een van de grondbeginselen van het aanbesteden is het gelijkheidsbeginsel. Het bevoordelen (of benadelen) van bedrijven of mensen druist daar natuurlijk tegen in.  

Bij een grote aanbesteding voor assessment-diensten probeerde de aanbestedende dienst het als volgt op te lossen: “Inschrijver toont aan dat met de beschikbare instrumenten, vooroordelen tijdens het (pre) selectieproces zijn geminimaliseerd, zodat er Biasfree kan worden geselecteerd. Hiermee wordt Opdrachtgever in staat gesteld om Kandidaten te selecteren die mogelijk hinder ondervinden van een conventionele assessmentprocedure en manier van vraagstelling. Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.”  

Als ik dit soort teksten lees dan probeer ik me altijd in te denken wat de bedrijven gaan opschrijven. Er is ooit een onderzoek geweest dat aantoonde dat mannen hoger scoorden op intelligentietests, omdat die tests door mannen, en dus vanuit een mannelijk perspectief gemaakt waren. Maar dat hoorde ik twintig jaar geleden voor het eerst, dus je mag aannemen dat dat inmiddels verholpen is.  

Ik denk dat de inschrijvers zich nu uit zullen gaan putten in beschrijvingen over maatregelen om (ook onbewuste) voorkeuren te voorkomen: meerdere beoordelaars van verschillende pluimage, anonieme selectie, geen visueel contact als dat niet nodig is, illustraties en voorbeelden bij testen niet alleen gebaseerd op Westerse cultuur etc etc. Het zal voor de aanbestedende dienst overigens nog een heel probleem worden om de inschrijvingen te vergelijken. (Krijgt een psychologisch adviesbureau extra punten omdat er ook een non-binaire genderqueer in dienst is die de geschiktheid van kandidaten beoordeelt?)  

Het echte probleem zit in de laatste zin: “Een en ander dient vervolgens een positief effect te hebben op Diversiteit binnen de organisatie van Opdrachtgever.” Kijk, dat kan niet. Als je die zin letterlijk neemt dan zou het volgende antwoord de meeste punten op moeten leveren:  

“Als erkend psychologisch adviesbureau proberen wij een zo eerlijk en objectief mogelijk beeld van de geschiktheid van kandidaten voor een functie te geven. Ons hele beroep is er zelfs op gericht om onderbuikgevoelens uit te sluiten en kandidaten zo eerlijk en objectief mogelijk te beoordelen. Omdat uw voorkeur uitgaat naar diversiteit in het personeelsbestand zullen wij speciaal voor uw organisatie deze principes verloochenen en er voor zorgen dat er door lichte manipulatie van de testresultaten meer mensen van kleur, meer mensen met een lichte psychische stoornis, meer mensen met een fysieke handicap, meer mensen met een bijzondere genderidentiteit en meer ouderen (leeftijdsdiversificatie!) in aanmerking komen voor de betreffende functies. Alleen dat garandeert een optimaal positief effect op de diversiteit binnen uw organisatie. ”  

Dat lijkt mij niet de bedoeling. Hoe moet het dan wel? Ik zou als aanbestedende dienst vooraf gaan praten met een aantal assessmentbureaus en ze gewoon de vraag voorleggen hoe je het beste kunt garanderen dat er bij de selectie van kandidaten geen ruis ontstaat door verschillen in gender, afkomst, kleur etc. Dat levert een pakket aanbevelingen op, en daar maak je eisen van, die gewoon voor iedere inschrijver gelden. De aanbesteding wordt beslist op de prijs en eventueel de andere gunningscriteria.  

Verder denk ik aan het volgende. Zo’n dertig jaar geleden kwam je de volgende zin nog wel eens tegen: ‘bij gelijke geschiktheid wordt de voorkeur gegeven aan een vrouw’. Of en hoeveel die zin geholpen heeft zullen we nooit exact weten, maar hij paste in het tijdsbeeld. Ik stel voor dat we nu weer zo’n soort zin opnemen, die moet helpen bij het creëren van diversiteit en inclusie bij overheidsorganisaties. Mijn voorstel: ‘Bij vergelijkbare kwaliteit van de kandidaten zal de aanbestedende dienst de diversiteit binnen het team waarin de betrokkene gaat werken mee laten wegen bij de uiteindelijke keuze’.  

Niet ‘gelijke’ kwaliteit maar ‘vergelijkbare’ kwaliteit, omdat volgens mij twee mensen nooit exact dezelfde kwaliteiten hebben, en niet ‘organisatie’ maar ‘team’ omdat het team het niveau is waar de diversiteit een rol speelt. Het gaat er niet om dat vrijwel alle administratief medewerkers van een organisatie van kleur zijn, maar dat er ook in de directie iemand van kleur komt te zitten.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Niet aanbesteden ICT-project leidde tot beschuldiging fraude

Gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo beschuldigden ICT-bedrijven en een ambtenaar van fraude nadat ze een groot ICT-project verzuimden aan te besteden. Volgens de directeur van één van de betrokken ICT-bedrijven, beschuldigden de gemeenten de betrokken partijen van fraude om onder de gevolgen uit te komen.

De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo kopen samen in via werkverband BUCH. De gemeenten wilden gaan samenwerken op één platform en huurden daarvoor ICT-bedrijven in. Ook al ging het om een opdracht van 12 miljoen euro, verspreid over vijf jaar, de gemeenten besteedden de klus niet aan.

Zooitje

De inkoopafdeling verzocht de ICT-bedrijven na enige tijd hun facturen aan te passen. Jeroen Camijn, directeur van betrokken ICT-bedrijf CA-Mijn-IT: “Er mochten aanvankelijk geen namen op staan van ICT-specialisten, later moest dat juist weer wel. Ik heb begrepen dat dat te maken had met het feit dat de ICT-projecten niet Europees waren aanbesteed, terwijl dat wel had gemoeten. Daarom moesten we op een bepaalde manier factureren. De afdeling inkoop van de BUCH maakte er een zootje van.”

Fraude

Na verloop van tijd zette het werkverband het project stop. Bij aanvang van het project hadden de gemeenten de ICT-bedrijven gevraagd een kostenbesparing van 1,4 miljoen euro per jaar te realiseren. Toen bleek dat doel niet haalbaar was door het stoppen van het project, beschuldigde de BUCH een ambtenaar van fraude. “Ik denk dat de algemeen directeur dat later moest verantwoorden aan de gemeenteraden. Hij kon niet vertellen wanneer die besparingen dan wel zouden worden gehaald. Ik denk dat hij toen heeft gedacht: als ik de kaart ’fraude’ trek, hoef ik het niet uit te leggen aan de burgers en de gemeenteraden”, zegt Camijn.

Schadevergoeding

De betreffende ambtenaar heeft van de gemeente een schadevergoeding van €75.000 ontvangen. Volgens Camijn heeft de BUCH al een ton uitgegeven aan rechtszaken. De gemeenten proberen nog steeds €280.000 euro op de ICT-bedrijven te verhalen. De rechter wees een eerste eis af, maar de BUCH gaat in hoger beroep. Dat dient in mei.

“Wij als kleine ICT-bedrijven zijn er klaar mee. We hebben dat gegoochel met facturen omdat er geen Europese aanbesteding was geweest nooit willen vertellen, ook om de BUCH niet te schaden. Maar nu zijn we het zat. We gaan zelf schadevergoeding eisen, in totaal zo’n 2 miljoen euro”, aldus Camijn.

Bron: Noord-Hollands Dagblad

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E8: Hoge inhuurtarieven, misbruik zorggeld en dure opleidingen


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

https://www.aanbestedingscafe.nl/scholen-besteden-inhuur-aan-om-hoge-inhuurtarieven-tegen-te-gaan/

Onderwerp 2: Kamer wil misbruik zorggeld en excessieve winsten aanpakken

De Tweede Kamer wil dat misbruik van zorggeld en excessieve winsten worden aangepakt. Het toezicht op zorgaanbieders moet worden verscherpt, zodat malafide zorgaanbieders geen gebruik kunnen maken van zorgbudgetten. Minister van Langdurige Zorg Conny Helder, erkent dat het toezicht op zorgaanbieders bij sommige gemeenten nog niet optimaal is ingericht. Zij belooft gemeenten beter te gaan ondersteunen bij het opsporen van fraude.

https://www.aanbestedingscafe.nl/kamer-wil-misbruik-zorggeld-en-excessieve-winsten-aanpakken/

Onderwerp 3: Tenderman

Dit keer buigt Tenderman zich over het opleidingsaanbod voor aanbesteders. Want er valt veel te leren, maar cursussen zijn ook schrikbarend duur. Een ‘vol’ klasje van tien cursisten levert zomaar 12.000 euro of meer op. En wat krijg je daar eigenlijk voor terug?

Met gasten Niels Uenk, directeur Public Procurement Research Centre, Alfred de Weert, directeur Tendermanagement bij CSU en Frans Slingerland, directeur Publieke Sector bij Supply Value.

Partner van Aanbestedingscafé:

Elektrificatie Europese busvloot te traag, Nederland wel voorop

Uit een analyse van onderzoeksgroep en ngo Transport & Environment blijkt dat de transitie naar elektrische stadsbussen in Europa te traag verloopt. Nederland steekt wel met kop en schouders boven de andere landen uit. In 2020 betrof 81% van de ingekochte stadsbussen een elektrische variant. Andere landen blijven gemiddeld steken op 12%.

Nederland kocht in 2020 in totaal 550 bussen, het overgrote deel elektrisch aangedreven. Circa 10% betrof een hybride variant en de overige bussen rijden op diesel. Slechts 1% van de aangeschafte bussen rijdt nog op benzine. Luxemburg en Noorwegen volgen Nederland op de tweede en derde plek. Het aandeel elektrische bussen dat deze landen inkochten komt uit op 51% en 32%. België, Zwitserland, Oostenrijk en Spanje blijven steken op een elektrisch aandeel van 5%, terwijl Griekenland en Ierland in 2020 uitsluitend dieselbussen aanschaften.

100% zero-emissie in 2027

James Nix, vrachtmanager bij Transport & Environment, stelt dat de transitie naar zero-emissie openbaar vervoer te traag verloopt. Hoewel het aandeel zero-emissie voertuigen steeg ten opzichte van 2019, stijgt ook het percentage bussen dat op benzine rijdt. Dat is een zorgelijke ontwikkeling, aldus Nix. Volgens hem zou Europa ernaar moeten streven in 2027 een complete zero-emissie busvloot te hebben.

Bron: Transportenvironment.org

Partner van Aanbestedingscafé:

Stinkende idealen: van slagveld naar proeftuin

Eén van m’n oude schoolvrienden is tegenwoordig ‘groene investeerder’; hij gaat in gesprek met duurzame ondernemers en stopt zijn geld in de initiatieven waar hij vertrouwen in heeft. Bij onze laatste borrel kwam hij net terug van een tiny housing project dat was afgeketst. Terwijl het idee zo mooi was; landbouwgrond gebruiken voor een beheerderswoning, een paar kleine betaalbare woningen en als kers op de taart een prachtig voedselbos voor de bewoners. Maar helaas. Klassiek gevalletje not-in-my-backyard, vertelde hij.

Ironisch wel. Middenin een woningcrisis klagen over je achtertuin als mensen voorstellen om voor zichzelf de kleinst denkbare woonruimte te bouwen. Maar daarnaast lag vooral de achterdocht van omwonenden in de weg. “Onder het mom van duurzaamheid kan je tegenwoordig alles verkopen”, kopte de lokale krant zelfs.

Stinkende idealen

En dat is wat je steeds vaker ziet: duurzame ambities worden gewantrouwd. Want idealen van een commerciële partij? Die stinken. Daar móet wel iets achter zitten. De focus van overheden ligt niet op hoe de aanbesteding creativiteit van ondernemers kan stimuleren, maar op hoe de uitvraag greenwashing voorkomt. Die angst is zo diepgeworteld dat aanbestedingen volledig worden dichtgetimmerd, en de bewegingsruimte van welwillende ondernemers wordt ingeperkt tot een schamel SROI-percentage van 2%.

Een tijdje geleden zagen we datzelfde wantrouwen richting OmbudsMan Aanbesteding (OMA). OMA is een stichting zonder winstoogmerk, opgericht door marktpartijen die het slagveld tussen inkopers en inschrijvers niet meer aan konden zien. Gestart omdat beide partijen niet genoeg hebben aan de rechter of de Commissie van Aanbestedingsexperts, maar in een vroeg stadium gebaat zijn bij laagdrempelig advies.

Denk bijvoorbeeld aan al die keren dat een vraag niet of onduidelijk wordt beantwoord. Of die aanbesteding die toch écht niet te rijmen is met de klimaatdoelstellingen voor 2030. Je kunt als inschrijvende partij moeilijk gaan doen, maar dan loopt het vaak al snel uit op een rechtszaak of verstoorde relatie. Met toegankelijk en praktisch advies in het voortraject maak je de relatie tussen inkoper en inschrijver veel gelijkwaardiger.

Maar al snel werden de idealen van OMA in twijfel getrokken. Marktpartijen met idealen, dat kán gewoon niet kloppen. Er dook een anonieme Tenderman op die vrijelijk aannames en korte metten maakte met het initiatief. Een andere column suggereerde dat de voorbeeldadviezen op de website onrealistisch zijn, terwijl ze rechtstreeks uit de praktijk komen. En lezers vroegen zich hardop af “What’s in it voor de initiatiefnemers?”.

Van voedselbos naar proeftuin

Misschien komt het door het tiny housing project, maar deze situatie doet me denken aan een voedselbos. Waar nieuwe generaties aan het zaaien zijn, terwijl de oudere generaties achterdochtig over het hek leunen: “Waarom plukken ze niet meer dan ze op kunnen?”

De waarheid is: omdat we zien dat het bos verschraalt als we op dezelfde voet doorgaan. We moeten slim en doeltreffend te werk gaan als we willen dat er morgen überhaupt nog wat te plukken valt. Dan zou het helpen als we dat voedselbos gebruiken als proeftuin, waar ruimte is voor goede én slechte ideeën. En dan heb je weinig aan cynisme, maar des te meer aan meedenken over de bedoelingen van betrokkenen en hoe we de doelstellingen samen bereiken.

Want of het nu gaat om woonruimte voor iedereen of eerlijke aanbestedingsprocedures; we zien allemaal dat het beter kan en moet. De tijd lijkt rijp om te experimenteren. Nu alleen nog een geschikte achtertuin zien te vinden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Bredase aanbestedingen nog niet op orde

De gemeente Breda heeft in 2021 mogelijk voor 6 miljoen euro fouten gemaakt bij Europese aanbestedingen. De kans bestaat dat de jaarrekening wordt afgekeurd. Dat gebeurde in 2020 ook al, toen er voor 13 miljoen euro verkeerd werd aanbesteed. De gemeente werkt sindsdien aan het professionaliseren van de inkoop. 

De fouten komen voor bij uiteenlopende aanbestedingen, bijvoorbeeld voor de inkoop van smartphones, de uitbreiding van thuiswerkplekken, de bestrijding van de eikenprocessierups en de snelbalie bijzondere bijstand. Sinds het afkeuren van de jaarrekening over 2020 werkt de gemeente aan het doorvoeren van verbeteringen. De afdeling Control gaat alle lopende contracten na, op zoek naar fouten. Toch is CDA-raadslid Huib Jansen niet verbaasd over de fouten die nu aan het licht zijn gekomen. “Met het doorploegen van alle lopende contracten is het niet vreemd dat er nu weer 6 miljoen aan fouten is gevonden, maar goed is het niet. Als organisatie moet je jezelf achter de oren krabben.”

Jaarplanning

Wethouder Bedrijfsvoering Boaz Adank is tevreden over de voortgang van het verbeterproject. “Het verbeterplan is in volle uitvoering. Een belangrijke stap is het maken van een duidelijke jaarplanning. Hierdoor krijgen we meer overzicht in de te plannen aanbesteding en dat gaat ons enorm helpen. Daarnaast wordt het hele inkoop- en betalingsproces opnieuw ingericht en zijn er strenge controles. De impact van alle maatregelen op de teams inkoop en inhuur is echt groot.”

Bron: BN de Stem

Partner van Aanbestedingscafé:

Scholen besteden inhuur aan om hoge inhuurtarieven tegen te gaan

Om het lerarentekort tegen te gaan besteden steeds meer scholen de inhuur van flexibele krachten aan. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ze prijsafspraken kunnen maken met commerciële uitzendbureaus, waardoor scholen niet langer de hoofdprijs betalen.

De gezamenlijke aanbesteding van 29 schoolbesturen in de regio Rotterdam en Den Haag in 2020 is een voorbeeld van een dergelijke aanbesteding. De schoolbesturen zetten een aanbesteding van 116 miljoen euro in de markt, en contracteerden vier uitzendbureaus. Daardoor konden de scholen maximale prijzen afspreken met uitzendbureaus. De politiek maakt zich echter zorgen over de inhuur van externe bureaus. Door een tekort aan docenten, vooral voor exacte vakken, rijzen de tarieven voor inhuur de pan uit, waardoor er veel geld naar commerciële detacheerders gaat.

Korte termijn

Schoolbestuurders stellen dat het normaal is dergelijke bureaus in te huren. AOb-bestuurder Jelmer Evers is het daar niet mee eens. “De toename van tijdelijkheid, flex en uitzendconstructies voor onderwijzend personeel vind ik ontzettend problematisch. Ze maken die commerciële partijen steeds belangrijker en worden er alleen maar afhankelijker van. Het is een vorm van privatisering en commercialisering.” Volgens Evers maken scholen het probleem alleen maar groter door voor een kortetermijnoplossing te kiezen. Hij pleit voor het opzetten van invalpools en actie vanuit de overheid, om het lerarentekort structureel op te lossen.

Ronnie Geuzinge, hoofd bedrijfsvoering bij het Roelof van Echten College in Hoogeveen, erkent dat scholen de situatie in stand houden door te kiezen voor commerciële uitzendbureaus. Tegelijkertijd zitten scholen bij een tekort met de handen in het haar. “Moet je dan een vak niet laten geven omdat je niemand voor de klas hebt staan?” Het lerarentekort is in sommige regio’s zo groot dat ook detacheerders niet aan de vraag kunnen voldoen.

Bron: AOb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Rekenkamer


Arno Visser is een man met overzicht en visie. Als President van de Algemene Rekenkamer overziet hij de uitgaven van de overheid. De financiële resultaten van ons land verschijnen in zijn rapporten. Cijfers laten zien waar het goed gaat en waar het beter kan. Ook ziet hij verschillen tussen ogenschijnlijk vergelijkbare onderdelen en gebieden in ons land. Doordat hij op een afstand kijkt, ziet hij soms beter dan de direct betrokkenen waar het goed gaat en waar kansen liggen. En geloof het of niet. Volgens de rekenmeester ligt de oplossing bij aanbestedingen. Zag je die aankomen? Ik leg het uit.

Visser opende dit jaar traditiegetrouw met een essay in Elsevier Weekblad. Daarin stelde hij de investering in goede digitale systemen aan de kaak. Volgens hem gaat daar nog altijd veel mis. Het vernietigende rapport van parlementaire onderzoekerscommissie onder leiding van Ton Elias is inmiddels acht jaar oud. Maar we hebben sindsdien elementaire lessen nog niet geleerd.

Een van de pijnlijkste confrontaties daarmee zien we volgens de rekenmeester in de huidige pandemie. 25 lokale GGD’en, die op hun beurt weer samenwerkingsverbanden zijn tussen een kleine vierhonderd gemeenten, blijken IT-technisch op verschillende onderdelen eigen systemen aangekocht te hebben. Op zich geen probleem, maar deze systemen bleken nauwelijks op elkaar aan te sluiten door het ontbreken van gedeelde uitgangspunten. Voor de leek op IT-gebied, denk aan een datum die je op allerlei verschillende wijzen kunt opslaan. Als dat niet aansluit dan valt er weinig tussen systemen uit te wisselen. In een medische omgeving is een datum dan nog een eenvoudig voorbeeld. De GGD-systemen bleken zo slecht met elkaar te communiceren, dat een goede verdeling van medische hulpmiddelen over het land onmogelijk bleek. Met als gevolg: tekorten aan de ene kant van het land, overschotten aan de andere kant.

Volgens Visser begint een goed gedigitaliseerde overheid bij standaarden. Voordat je iets aanschaft moet daar overeenstemming over zijn. Als er niet voldoende standaarden zijn, dan stel je die op. De versnippering van overheidsdiensten, hogere en lagere overheden en uitvoeringsinstanties hoeft volgens Visser een goede uitvoering niet in de weg te staan. Als ieder onderdeel zich maar onderwerpt aan de gekozen standaard. Dat laatste lijkt een flinke drempel. Maar volgens de praeses van de Rekenkamer hebben alle overheden daar een uitermate geschikt middel voor. Inderdaad. Aanbestedingen!

Inderdaad, luisteraar. Aanbesteden als middel om een hoger doel te bereiken. Als dat geen bemoedigend begin is van het nieuwe jaar!

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E7: Rank reversal, slechte contracten en vergeten aan te besteden


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onderwerp 1: Rank reversal bij relatieve methodes

In de vorige podcast bespraken we een onderzoek naar relatieve scoremethodes. Onderzoekers bekeken een groot aantal Nederlandse aanbestedingen en ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat. Zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden, veranderde de volgorde in de uitslag.

Fredo Schotanus, één van de onderzoekers, is te gast in deze podcast. Hij vertelt uitgebreid over het onderzoek, waarna we met onze gasten ook in gaan op de praktijk.

https://www.aanbestedingscafe.nl/pas-methoden-die-rank-reversal-toestaan-niet-toe-bij-publieke-inkoop/

Onderwerp 2: Contracten in de bouw

Onlangs opende Koning Willem-Alexander de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Een combinatie van BAM en VolkerWessels haalde dankzij een veel lagere prijs dan de concurrenten de opdracht binnen. Deze lagere prijs zou gerechtvaardigd zijn, dankzij ‘inventieve methodes’. Maar bij de realisatie viel dat toch tegen en trok Rijkswaterstaat de portemonnee. Is Rijkswaterstaat naïef geweest? En zijn aannemers de dupe van slechte contractering, of zit het probleem ergens anders?

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/01/25/ook-na-opening-blijft-de-nieuwe-zeesluis-ijmuiden-een-splijtzwam-a4083206
https://www.aanbestedingscafe.nl/contracten-een-kind-kan-de-was-doen/

Onderwerp 3: Tenderman

Het oog van Tenderman viel op een essay van Arno Visser, President van de Algemene Rekenkamer. Die schreef in weekblad Elsevier over het versnipperde IT-landschap van de GGD’en. Een goed gedigitaliseerde overheid begint bij het creëren van standaarden en het naleven daarvan. En laat aanbesteden daar nou net hét middel voor zijn!

Onderwerp 4: Nieuw inkoopbeleid en vergeten aan te besteden

In Limburg heeft gedeputeerde Ad Roest een voorstel ingediend die zou moeten leiden tot meer marktwerking. Als het aan de provincie ligt, stapt de provincie over op meervoudig onderhandse aanbestedingen bij opdrachten met een waarde van 20.000 tot 50.000 euro. De Provinciale Staten zien echter niets in het voorstel, omdat er dan voor de ca. 200 aanbestedingen per jaar extra personeel nodig is. Wie heeft gelijk?

En deze week werd bekend dat het ministerie van Binnenlandse Zaken 9 ton uitgaf aan een videoplatform dat nooit in gebruik genomen is. Door tijdsdruk was het project niet aanbesteed. In Amsterdam ontstond ophef over het inhuren van een directeur voor een lustrumcommissie, die een goede bekende van de burgemeester bleek. Burgemeester Halsema noemde het een bedrijfsongelukje. Met de twee ton die de gemeente al heeft uitgegeven, zit Amsterdam net aan de goede kant van de streep.

https://www.aanbestedingscafe.nl/limburgse-politiek-ziet-aangepast-inkoopbeleid-niet-zitten/
https://www.aanbestedingscafe.nl/videobelplatform-overheid-van-886-000-euro-niet-aanbesteed-nooit-gebruikt/

Gasten: Richard Lennartz (UBR|HIS), Steven Oosterling (4Building) en Fredo Schotanus (UU, Significant Synergy).

Reageren op de podcast? Mail naar [email protected].

Partner van Aanbestedingscafé:

Contracten, een kind kan de was doen

Als “adviseur aanbesteden en contracteren” is het altijd lastig om aan je kinderen uit te leggen wat voor werk je hebt. In die zin had ik beter brandweerman of politieagent kunnen zijn (los van de vraag of ik daarvoor geschikt ben). Maar eerlijk is eerlijk, één van de voordelen van de coronamaatregelen van het afgelopen jaar, is dat kinderen meer inzicht krijgen in het werk van hun ouders: de hele dag achter een beeldscherm zitten en bellen. Voorheen was het altijd ver weg in een kantoor waar je dan een keer langs reed en zei: “Kijk, hier werk ik”.

Papa, wat is contracteren?

Uit het archief haalde ik twee overeenkomsten. Toevallig een klassieke UAV-2012 aannemingsovereenkomst en een ontwerpopdracht voor een architect op basis van de DNR-2014.

Ik moest mijzelf inhouden om niet vol enthousiasme te gaan oreren over de verschillen tussen de UAV-2012 en de UAV-gc en voor en nadelen van de DNR. Dit sluit niet echt aan bij de belevingswereld van een prepuber. Na tien seconden stilte kwam de vraag waarom het ene document zoveel dikker was dan het andere.

Toen was ik stil…

Waarom bestaat een gemiddelde ontwerpopdracht die aan een architect wordt gegeven (aan het begin van een ontwerpproces) uit enkele pagina’s en wordt, in veel gevallen, de DNR (bijna) volledig van toepassing verklaard? Dikwijls is dit zelfs de offerte die door de architect is opgesteld en ondertekend wordt door de opdrachtgever. De aannemingsovereenkomst is daarentegen in veel gevallen een lijvig stuk proza met de nodige uitsluitingen van UAV en als het een beetje mee zit ook nog eens wat extra ontwerprisico voor de aannemer.  

Het verschil in de mate waarin de UAV en de DNR ongewijzigd worden toegepast is extra bevreemdend als je bedenkt dat de UAV door de markt (paritair door opdrachtgevers en opdrachtnemers) is opgesteld en de DNR is opgesteld door de adviseurs zelf. De DNR is in de basis dus redelijk voordelig voor adviseurs.

Is het de omvang van de opdracht (de totale advieskosten zijn circa tien tot vijftien procent van de totale bouwkosten) of is het vertrouwen in de adviseur zo veel groter dan het vertrouwen in de aannemer? Hoe groter het wantrouwen, hoe dikker het contract? Wellicht een combinatie. Mogelijk wordt in de fase waarin de architect wordt gecontacteerd, nog niet nagedacht over de aanbestedings- en contracteringsstrategie. Een onderwerp dat eigenlijk integraal uitgewerkt moet zijn voordat enig contract of opdracht wordt aanbesteed.

Wat zou het effect zijn op het ontwerpproces als dezelfde effort die in een aannemingsovereenkomst wordt gestopt, ook wordt besteed aan de adviseursovereenkomst? Mogelijk wordt de kwaliteit van het ontwerp beter en zou daardoor de aannemingsovereenkomst wat dunner kunnen worden. Het laatste is sowieso een mooi streven voor 2022.

Partner van Aanbestedingscafé:

Videobelplatform overheid van 886.000 euro: niet aanbesteed, nooit gebruikt

Het ministerie van Binnenlandse Zaken liet een videobelplatform voor eigen gebruik ontwikkelen en betaalde daar 886.000 euro voor, maar besteedde het project vanwege tijdsdruk niet aan. De opdracht werd bovendien onderhands gegund, aan de stichting van een interne ambtenaar. Het platform is nooit in gebruik genomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

Kort nadat de coronapandemie uitbrak kreeg de stichting New Trust Foundation (NTF) de opdracht een eigen videobelplatform voor het ministerie te ontwikkelen. Bestaande opties werden als te onveilig beschouwd. Omwille van tijdsdruk werd niet gekozen voor een aanbesteding. De stichting werd beheerd door een ambtenaar van de Uitvoeringsdienst Bedrijfsvoering Rijk (UBR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Voorschotten

Om controle te houden over het project zette het ministerie twee andere ambtenaren in het bestuur van de stichting, waaronder specialist digitale zaken Arthur van Wees. Het bedrijf van Van Wees werd daarop voor 68.400 euro ingehuurd om het project te ondersteunen. In totaal ontving de stichting 886.000 euro aan voorschotten. De stichting huurde X-Systems in voor het ontwikkelen van het platform. Van de bijna 900 duizend euro kwam 440.000 euro bij dat bedrijf terecht, opnieuw zonder aanbesteding.

Ongelukkig

Uiteindelijk werd het platform niet in gebruik genomen omdat er sprake was van een lange ontwikkeltijd en onvoldoende gebruiksgemak, aldus een woordvoerder van het ministerie. Het ministerie heeft de banden met de stichting inmiddels verbroken. Een woordvoerder van het ministerie geeft toe dat de aanpak onjuist was. “Het is ongelukkig dat de stichting een overeenkomst is aangegaan met het bedrijf van een van haar eigen bestuursleden, ondanks dat dit enkel heeft geleid tot een prototype. De inhuur van deze ondernemer had aanbesteed moeten worden.”

Bron: de Volkskrant

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: goed geïnformeerd, of niet?

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus waarin discussie is over de uitleg van aanbestedingsdocumenten.

Wat is er gebeurd?

Een aanbestedende dienst heeft een meervoudig onderhandse aanbesteding in de markt gezet voor de levering, verplaatsing en reiniging van mobiele toiletten. De partij die de opdracht niet gegund heeft gekregen heeft haar prijs gebaseerd op twee spoelmomenten en twee verplaatsmomenten. Zij stelt dat de prijs van de winnende partij niet voldoet aan de aanbestedingsleidraad, omdat het niet mogelijk is om voor die prijs te voldoen aan de eisen. De aanbestedende dienst heeft de partij die de opdracht niet gegund heeft gekregen laten weten dat haar inschrijving berust op een onjuiste lezing van de aanbestedingsdocumenten. Zij wijst erop dat in de Nota van Inlichtingen is aangegeven dat er slechts één schoonmaakronde per week wordt uitgevraagd en dat er twee verplaatsmomenten worden uitgevraagd. Als dit onduidelijk was geweest voor deze partij, dan had zij hierover vragen moeten stellen.

Het resultaat

• De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver, binnen de context van het totaal van de aanbestedingsstukken, een en ander zo redelijkerwijs had moeten én kunnen begrijpen dat er slechts één schoonmaakronde en twee verplaatsmomenten worden uitgevraagd. De vordering van de partij aan wie de opdracht niet is gegund om de gunningsbeslissing in te trekken, moet daarom worden afgewezen.

Relatie tot de praktijk

• Formuleer de aanbestedingsdocumenten, waaronder de Nota van Inlichtingen, op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze zodat deze op dezelfde manier geïnterpreteerd worden door inschrijvers.

Bekijk de complete uitspraak van 18 januari hier.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Experts vrezen voor overvloed ov-aanbestedingen

In 2024 loopt een groot aantal noodconcessies af. Omdat er de komende jaren veel ov-aanbestedingen plaats zullen vinden, kan dat leiden tot problemen bij decentrale overheden. Zij lopen het risico dat aanbieders minder interessante concessies links laten liggen, stellen ov-experts.

“Bij een te groot aantal aanbestedingen lopen overheden de kans dat concessies met een lagere kostendekkingsgraad, minder ontwikkelmogelijkheden of grotere risico’s minder succesvol worden dan anderen”, stelt Henk Meurs, bijzonder hoogleraar Mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling aan de Radboud Universiteit. Daarom werken decentrale overheden aan een aangepaste aanbestedingskalender. Dat moet leiden tot een beperkt aantal aanbestedingen per jaar, zegt Nico van Paridon, adjunct-directeur van de Vervoerregio Amsterdam. “Als we hier niets aan doen, moeten vervoerders straks kiezen op welke concessies ze wel en niet gaan bieden – met alle ellende van dien. Zij krijgen met overbelasting van de biedingscapaciteit te maken en dat betekent een strijd tussen decentrale overheden.”

Langere concessies

Naast een groot aantal aankomende aanbestedingen, zien de ov-experts nog meer uitdagingen voor de sector. Concessies worden steeds langer, waardoor nieuwe ov-bedrijven zich niet of nauwelijks kunnen inschrijven. Bij aanbestedingen wordt vaak om jarenlange ervaring gevraagd, en moeten vervoerders flink investeren in elektrisch vervoer. Ook timmeren overheden aanbestedingen nog te vaak dicht, waardoor ov-bedrijven verbetermogelijkheden niet door kunnen voeren.

Daar staat tegenover dat er ook veel positieve veranderingen zichtbaar zijn geworden. Vervoerders en overheden zijn de afgelopen jaren beter gaan samenwerken, er is meer vertrouwen ontstaan tussen partijen en het inkoopproces is geprofessionaliseerd. Sinds de introductie van marktwerking binnen het ov is de sector bovendien veel efficiënter gaan werken.

Bron: ov-magazine.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

S2E6: Politie teruggefloten, waterstof en rank reversal


Of beluister de podcast in je favoriete podcast app:

Spotify
https://open.spotify.com/show/0wshAqwFYaDstBOYf5lJCN

Apple Podcasts
https://podcasts.apple.com/nl/podcast/de-gunningsfactor/id1542748108

Google Podcast
https://podcasts.google.com/feed/aHR0cHM6Ly9mZWVkcy5idXp6c3Byb3V0LmNvbS8xNDM4NDA4LnJzcw

 

Onderwerp 1: Waterstof

Voor de jaarwisseling hadden we in deze podcast al aandacht voor de commotie die in Den Haag ontstaan was rondom de aanbesteding van doelgroepenvervoer. De gemeente besloot om waterstof-aangedreven voertuigen uit te sluiten omdat waterstof als brandstof niet voldoende groen opgewekt zou kunnen worden. OrangeGas, een van de exploitanten van het waterstoftankstation in Den Haag, stapte daarop naar de rechter. De rechter besloot echter dat de gemeente in haar recht stond. 

Goed waterstofnieuws kwam er deze week uit Groningen. Daar wil de provincie voor deze zomer nog een aanbesteding afronden voor de inzet van waterstoftreinen, ter vervanging van vervuilende dieseltreinen. Arriva zou eigenaar worden van deze waterstoftreinen. Na het aflopen van de concessie zou de nieuwe uitvoerder van de lijn dan de treinen overnemen. 

  1. Arriva laat concessie liggen vanwege onbetrouwbare Chinese bussen 
  2. Groningen wil waterstoftreinen aanbesteden voor zomer 2022
  3. Rechter keurt uitsluiting Haagse waterstoftaxi’s goed
Onderwerp 2: ‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Onder meer hoogleraar Fredo Schotanus en emeritor professor Jan Telgen onderzochten een flink aantal Nederlandse aanbestedingen. Ze ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat bij toepassing van een veelgebruikte relatieve scoremethode, zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden. De uitkomst is strijdig met de huidige opvatting dat rank reversal bijna niet voorkomt. De onderzoekers stellen dat relatieve methoden die rank reversal mogelijk maken niet bij publieke inkoop gebruikt zouden moeten worden. Het is volgens hen in strijd met de principes van publieke inkoop. 

‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Onderwerp 3. Tenderman

Tenderman geniet nog in de sneeuw van een verlengde feestdagenvakantie. Daarom deze keer geen column maar een kleine reflectie op het onlangs gepresenteerde coalitieakkoord. Hoe vaak denken de gasten dat aanbesteding of een afgeleid woord voorkwam in het 50 pagina’s tellende akkoord?

Antwoord: 1 keer: “Voor deze coalitie is het mkb belangrijk.  Het groei- en innovatief vermogen van mkbondernemers en bedrijven wordt versterkt en ondernemerschap wordt gestimuleerd. Dat betekent onder meer een betere positie van ondernemers en een meer strategische benutting van overheidsaanbestedingen.”

Onderwerp 4. ‘Voortzetten politie-aanbesteding na advies CVAE is onzorgvuldig’

Onlangs schreef de Commissie van Aanbestedingsexperts op haar website dat de rechtbank Den Haag geoordeeld had dat het onzorgvuldig is om na een advies, waarin meerdere bezwaren gegrond zijn verklaard, zonder nadere toelichting en/of zonder verlenging van de inschrijftermijn de aanbestedingsprocedure voort te zetten. Dit overkwam de politie in een rechtszaak die door een van de inschrijvers was aangespannen.

‘Voortzetten politie-aanbesteding na advies CVAE is onzorgvuldig’

Gasten: Claire Lombert (Clairfort advocaten), Menno van Drunen (Supply Value), Theo van der Linden (VDLC publishers).

Reageren op de aflevering? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

De samenleving kan veel leren van de aanbestedingswereld (en waarom Pieter Omtzigt geen held is)

Op de dag dat het nieuwe kabinet beëdigd werd, heb ik een avondje zitten zappen tussen de programma’s waarin de nieuwe ministers en staatssecretarissen aan mochten schuiven. Wat daarbij opvalt is de zuurgraad waarmee de journalisten en politieke duiders deze mensen benaderen. ‘Is er nog wel vertrouwen in de politiek?’, ‘Hoe kan een coalitie met dezelfde partijen nu voor een andere bestuurscultuur zorgen?’, ‘Mijnheer Rutte, bent u wel de geschikte man om 10 jaar wanbeleid ongedaan te maken?’.  

Het lijkt wel of er een deken van collectieve verbittering over de samenleving is gegooid waar geen enkele ruimte meer is voor hoop of positiviteit. Alles wat misgegaan is of misgaat wordt in grote bewoordingen uitgemeten, terwijl wat goed gaat amper aandacht krijgt. Ook lijkt het wel of het volstrekt onacceptabel is dat sommige beslissingen voor een bepaalde groep negatieve gevolgen heeft.  

Neem nou de coronamaatregelen. We hebben een clubje deskundigen (het OMT) die met modellen probeert te berekenen wat de gevolgen zijn van bepaalde maatregelen. Ik stel me zo voor dat zij zeggen: basisscholen dicht 100 besmettingen per dag minder, horeca dicht 50 besmettingen per dag minder, ’s avonds binnenblijven 75 besmettingen per dag minder, iedereen een mondkapje 30 besmettingen per dag binnen etc. Die informatie gaat naar het kabinet en die moeten vervolgens de knoop doorhakken. Kiezen ze voor de scholen, dan is de horeca ontevreden, kiezen ze voor de sportscholen dan zijn de theaters ontevreden, enzovoort. Toch moet er iemand kiezen en in ons land is dat gelukkig een democratisch gekozen regering die verantwoording hierover aflegt aan de volksvertegenwoordiging. Ook ik zet weleens vraagtekens bij de keuzes, maar één ding is zeker, we hoeven in Nederland niet bang te zijn dat de sportscholen tegen alle verwachtingen in toch open mogen blijven omdat de broer van Mark Rutte een sportschool heeft. Als een sector gedupeerd is dan mag een vertegenwoordiger van die sector bij Op1 of Jinek komen zeggen ‘dat het niet meer uit te leggen is’, waarna de presentator instemmend knikt.  

Ik denk vaak dat de samenleving een voorbeeld zou kunnen nemen aan de aanbestedingswereld. Wij hebben al sinds jaar en dag het probleem van de moeilijke keuzes. Vroeger noemden we dat EMVI (Economisch meest voordelige inschrijving) en tegenwoordig heet het Beste Prijs Kwaliteit Verhouding (BPKV). Ook deze methodiek wordt gekenmerkt door het feit dat we keuzes moeten maken. Bij een aanbesteding voor leerlingenvervoer is er een inschrijver die heel goed is in het begeleiden en coachen van de chauffeurs, er is een inschrijver die auto’s met heel veilig sluitende deuren heeft (geen vingers ertussen), er is een inschrijver die een app levert waarbij je met GPS precies kunt zien waar je kind zich bevindt, er is een heel flexibele inschrijver waarbij je tot het einde van de schooltijd het afleveradres kunt veranderen (niet thuis maar bij oma), er is een inschrijver die alleen maar elektrische auto’s heeft en dus heel duurzaam is, en er is een inschrijver die heel erg goedkoop is. Ga er maar aanstaan om dat te vergelijken en te wegen.  

Bovendien moeten wij bij aanbestedingen vooraf al bepalen hoe zwaar we ieder criterium meewegen. Ook dat is verdomd lastig. Als we bij een aanbesteding van bureaustoelen circulariteit het belangrijkste criterium maken dan kan het zo zijn dat we uitkomen op een stoel die ergonomisch minder verantwoord is en gaat leiden tot rugklachten bij 10% van de gebruikers. Aanbesteden is voortdurend dit soort afwegingen maken en daarin keuzes maken.  

Het mooie is dat de aanbestedingscommunity (zowel inkopers als inschrijvers) hier op een realistische en volwassen manier mee omgaat. Wij zijn het regelmatig niet met elkaar eens, maar teleurgestelde bedrijven staan niet met een fakkel op de stoep van het gemeentehuis als ze het net niet gewonnen hebben. Ze maken wel gebruik van hun recht om een klacht in te dienen bij de aanbestedende dienst of de Commissie van Aanbestedingsexperts, en soms beginnen ze zelfs een rechtszaak. Ook dat laatste is een teken van volwassenheid. Je begint toch een rechtszaak tegen je potentiële en beoogde klant. In het ‘normale’ leven zou dat de verhoudingen erg op scherp zetten, in de aanbestedingswereld is het een geaccepteerd verschijnsel. Vrijwel iedereen begrijpt dat we bij onenigheid onafhankelijke rechters een oordeel kunnen laten vellen. Een mooie ontwikkeling.  

Wat mij persoonlijk erg bevalt aan de aanbestedingswereld is dat we geen helden hebben. Iemand als Kashiwagi die beweerde dat zijn methode als een soort zwaartekrachtwet tot de juiste leverancier leidt, wordt welwillend aangehoord, maar we blijven kritisch, en proberen het positieve in de methode te blijven zien. De echte helden zijn de duizenden mensen, inkopers en bidmanagers, op de werkvloer die iets proberen op te lossen en het steeds iets beter te doen. Pieter Omtzigt is een uitstekend kamerlid en hij verdient alle lof voor het feit dat hij de toeslagenaffaire aan het licht heeft gebracht. Een held zou hij zijn als hij staatssecretaris van Financiën was geworden en had gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat er over twee jaar nooit meer zo iets dergelijks zou kunnen gebeuren.  

Wij, hier in de aanbestedingscommunity, zijn wel helden, kleine helden. We weten dat de wereld niet in een dag veranderd kan worden, maar we proberen met de middelen die ons ter beschikking staan zo goed en zo eerlijk mogelijk zaken te doen. Het gaat met vallen en opstaan, maar we blijven doorgaan.  

Iedereen een heel gelukkig 2022!  

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Pas methoden die rank reversal toestaan niet toe bij publieke inkoop’

Methoden voor het selecteren van leveranciers die rank reversal mogelijk maken, zouden niet moeten worden toegepast bij publieke inkoop. Dat betogen Fredo Schotanus, Gijsbert van den Engh, Yoran Nijenhuis en Jan Telgen in hun onderzoek naar rank reversal in gunningsmodellen die gebruik maken van relatieve scoremethoden.

De wetenschappers onderzochten 303 Nederlandse aanbestedingen. Ze ontdekten dat er bij 1 op de 5 aanbestedingen rank reversal ontstaat bij toepassing van een veelgebruikte relatieve scoremethode, zodra de onderzoekers een fictieve, niet-winnende inschrijving toevoegden. De uitkomst is strijdig met de huidige opvatting dat rank reversal bijna niet voorkomt. Volgens de onderzoekers is dat een vaak geopperd argument vóór het gebruik van deze methoden.

Rank reversal slaat op de wijze waarop inschrijvingen gerangschikt worden. Wanneer er een niet-winnende inschrijving wordt toegevoegd of verwijderd, kan er door rank reversal een nieuwe winnende inschrijving ontstaan. Het toevoegen of verwijderen van een niet-winnende inschrijving kan dus invloed hebben op de uiteindelijke gunning.

In strijd met principes

De vier concluderen dat relatieve methoden die rank reversal mogelijk maken niet bij publieke inkoop gebruikt zouden moeten worden, uitzonderingen daargelaten. Het is volgens hen in strijd met de principes van publieke inkoop. Ook zou het in het algemeen leiden tot een minder goede prijs-kwaliteit verhouding van de inschrijvingen.

Bron: Sciencedirect.com

Partner van Aanbestedingscafé:

Zorgverzekeraars weer onvoldoende transparant over zorginkoop

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft vier zorgverzekeraars een boete opgelegd omdat zij onvoldoende transparant zijn geweest over wijzigingen omtrent het inkoopproces voor logopedie. Vorig jaar kregen dezelfde verzekeraars ook al een boete vanwege een niet-transparante werkwijze.

Verzekeraars VGZ, Univé, IZA en UMC hebben volgens de NZa wijzigingen rondom de inkoop van logopedie niet op tijd gepubliceerd. Elke zorgverzekeraar krijgt daarom een boete van 9.500 euro. De NZa hecht grote waarde aan transparantie bij zorginkoop. Als die onvoldoende geborgd is, kan dat de positie van zorgverleners ondermijnen. Alleen als zorgverzekeraars wijzigingen rondom een inkoopproces tijdig bekendmaken, kan een zorgaanbieder daar adequaat op inspelen, aldus de NZa.

In 2020 kregen VGZ, Univé, IZA en UMC elk een boete van 25.000 euro voor het overtreden van de regels rondom zorginkoop van mondzorg, farmaceutische zorg en hulpmiddelen.

Bron: Nationalezorggids.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Mutsaers: ‘Aanvullende wetgeving is een goede ontwikkeling’

Ondernemers in Nederland hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming tekortschiet. “Je kunt op dit moment eigenlijk maar één keer beroep aantekenen in een aanbestedingszaak, een hoger beroep is haast onmogelijk”, zegt Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman en gespecialiseerd in het Europese en Nederlandse aanbestedingsrecht. “Binnenkort komt de wetgever met aanvullende wetgeving. Dat lijkt mij een prima ontwikkeling.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Matthijs Mutsaers, advocaat Hekkelman Advocaten

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
“Na mijn studie privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen ging ik als advocaat aan de slag in de algemene overheidspraktijk. Mijn toenmalige patroon betrok mij in haar onteigeningspraktijk, maar dat rechtsgebied bleek mij minder goed te liggen. Zij stelde voor dat ik me eens zou verdiepen in aanbestedingsrecht. Daar heb je veel actie, veel kort gedingen en niet al te lang lopende dossiers, zo gaf ze aan. Dat bleek een schot in de roos. Het kantoor waar ik toen werkte, deed veel in aanbestedingsrecht en die zaken kwamen op mijn bordje terecht. Er was toen nog niet zoveel Nederlandse regelgeving over aanbesteden; er waren feitelijk alleen Europese richtlijnen. Die puzzel sprak me aan. Ook de enorme variëteit in zaken, van het inkopen van kogelwerende vesten voor de NAVO-troepenmacht tot de bouw van een hoofdkantoor van een nutsbedrijf, maakte het ontzettend leuk.”  

Wat vind je nog meer leuk aan aanbestedingsrecht?
“De afwisseling en de juridische uitdaging: de wisselwerking tussen Europees en Nederlands recht, maar ook met subsidierecht. Het levert een interessante puzzel op om die systemen allemaal in elkaar te passen, afhankelijk van de materie die wordt ingekocht. De manier waarop Nederland de Europese aanbestedingsregels in nationale wetgeving heeft omgezet, is niet altijd even duidelijk. Dit levert interessante vraagstukken op.”

Sta je meestal aan de kant van de aanbesteders of van de inschrijvers en wat heeft je voorkeur?
“In de meeste gevallen sta ik aanbesteders bij. Hekkelman heeft een stevige overheidspraktijk en aanbestedende diensten vinden het fijn als je hun taal spreekt. Ik heb zelf niet per se een voorkeur. De overheidspraktijk past mij wel goed, ook door de maatschappelijke en politieke component. Die maakt het extra uitdagend en leuk om te doen.”

“Ik zie de rechtszaal regelmatig vanbinnen als vertegenwoordiger van aanbesteders. Bijvoorbeeld als een inschrijver die op de tweede plaats is geëindigd, het niet eens is met de waardering van zijn inschrijving, omdat die volgens hem te laag is. Dan moeten wij de rechter uitleggen waarom die waardering wél juist is en dat het ook wettelijk deugt. Soms wordt ook beweerd dat de nummer 1 van de inschrijving niet voldoet aan de eisen of dat er sprake is van manipulatieve inschrijving. Er kunnen allerlei soorten leuke zaken op je bord komen.”

“Als ik voor inschrijvers optreed, zie ik de andere kant van de medaille. Dat is goed, omdat je zo meer begrip krijgt voor beide kanten. Ik vind het heel waardevol om beide kanten op een goede manier te kunnen bedienen en bij te staan. En met mijn kennis van aanbestedende diensten kan ik ook aan inschrijvers uitleggen wat aanbesteders belangrijk vinden en hoe de inschrijving daarop is af te stemmen.”


De manier waarop Nederland de Europese aanbestedingsregels in nationale wetgeving heeft omgezet, is niet altijd even duidelijk. Dit levert interessante vraagstukken op.

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak aan?
“Ondernemers die willen deelnemen aan een aanbestedingsprocedure komen regelmatig al met vragen voordat zij inschrijven op de aanbesteding. Ze willen dan bijvoorbeeld weten of bepaalde eisen proportioneel zijn. Of ze zijn op zoek naar de beste manier om als samenwerkingsverband in te schrijven. Maar er komen ook vragen langs over uitsluitingsgronden en aanbestedingsdocumenten. In veel gevallen kun je dan al op strategisch niveau meedenken met inschrijvers. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat hun positie verzwakt door het stellen van bepaalde vragen, of door te adviseren zo vroeg mogelijk bezwaar te maken tegen bepaalde eisen. Zeer diverse vragen dus.”

Welke zaken maken op jou de meeste indruk?
“De zaken waarin een onervaren inschrijver terzijde wordt gelegd vanwege een vormfout. Als ik de aanbestedende dienst daarover moet adviseren, leidt dat soms tot onbevredigende situaties. Dat zijn pijnlijke zaken en dat doet ook wel iets met je rechtsgevoel. Het is dan misschien juridisch wel de juiste uitkomst, maar geen bevredigende. Je wil natuurlijk op inhoud beoordelen, dus het is zonde als je daar door formaliteiten niet aan toekomt. Wat ook indruk maakt, is als de zittende dienstverlener zijn contract kwijtraakt aan een concurrent. Dit heeft dan grote gevolgen voor die ondernemer en zijn personeel. Maar er zijn natuurlijk ook zaken die in positieve zin indruk maken: een zwaar bevochten overwinning in de rechtszaal of een baanbrekende rechterlijke uitspraak.”

Welk moment in je carrière staat je het meest bij?
“Ik heb allerlei mooie en interessante zaken meegemaakt. Er sprong er voor mij één in het bijzonder uit: een zaak waarin ik een aanbestedende dienst vertegenwoordigde. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU: zij wilde weten of het Nederlandse systeem van rechtsbescherming in aanbestedingszaken voldeed aan de Europese regels op dat vlak. Ik mocht die zaak schriftelijk bepleiten, samen met vertegenwoordigers van de Nederlandse Staat. Wij hebben toen bepleit dat het Nederlands systeem wel degelijk voldoet aan Europese eisen en voorwaarden en het Hof van Justitie is daarin meegegaan. Dit was de eerste prejudiciële procedure die ik meemaakte.
Het is ook nog steeds een actueel onderwerp. Ondernemers hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming in aanbestedingszaken in Nederland tekortschiet. Uit een arrest van de Hoge Raad van een aantal jaren geleden volgt dat een afgewezen inschrijver eigenlijk maar één keer beroep kan aantekenen tegen een gunningsbeslissing en dat een hoger beroep op aanbestedingsrechtelijke gronden praktisch haast onmogelijk is. Binnenkort komt de wetgever daarom met aanvullende wetgeving. Dat lijkt mij een prima ontwikkeling.”


Ondernemers hebben vaak het gevoel dat hun rechtsbescherming in aanbestedingszaken in Nederland tekortschiet

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?
“Dat is een moeilijke vraag, want het is maar waar je naar kijkt. Als ik het beperk tot mijn eigen praktijk, zie ik dat de wil van aanbesteders er is om het zo goed en zorgvuldig mogelijk te doen. Natuurlijk gaat er soms wat mis. Maar in de rechtspraak zie je dat in de meeste gevallen de aanbestedende dienst in het gelijk wordt gesteld door de Nederlandse rechters. En dat Nederlandse zaken niet zo vaak bij het Europese Hof van Justitie terechtkomen. Daaruit zou je kunnen concluderen dat Nederlandse aanbestedende diensten het best goed doen.”

Zijn er verbeterpunten?
“Altijd. Zo kan de wetgeving op onderdelen duidelijker worden geformuleerd. Het ligt op de weg van de wetgever en de Eerste en Tweede Kamer om daar kritisch naar te kijken. Worden Europese regels wel goed vertaald naar Nederlandse regels? En op sommige punten is aanvullende wetgeving nodig.”

“Daarnaast kunnen sommige aanbestedende diensten nog verbeteren qua professionaliteit. Leef én lees je goed in in de branche van de aanbesteding. Weet wat gebruikelijk is in die branche en wat wel en niet haalbaar is. Ook bij bepaalde contractuele voorwaarden moet je weten of dat gebruikelijke eisen zijn en of inschrijvers daar wel aan kunnen voldoen. Als de aanbesteding al loopt, zijn zulke zaken moeilijk aan te passen, dus verdiep je daar vooraf in.”

“Van inschrijvers kun je eigenlijk hetzelfde zeggen: ook zij moeten zich goed verdiepen in de wensen en verwachtingen van de aanbestedende dienst en hun aanbieding daarop aanpassen. Stel in een zo vroeg mogelijk stadium kritische vragen en wacht niet tot het laatste moment. Voor beide partijen geldt dus: lees en leef je in elkaars positie in. Daar voorkom je een hoop ellende en rechtszaken mee.”


Te veel regels maken het aanbestedingsproces ook erg complex. Hier heb ik gemengde gevoelens bij.

Matthijs Mutsaers, advocaat bij Hekkelman Advocaten

Welke ontwikkeling valt je op sinds de start van je carrière?
“Ik zie een enorme toename in het aantal aanbestedingsregels. De huidige aanbestedingswet is een zeer lijvig document. Dat is misschien ook wel onvermijdelijk. Als je de aanbestedingsprocedure en – voorwaarden slechts op hoofdlijnen beschrijft, is dat voer voor rechtszaken. Hieruit volgt jurisprudentie, die later vaak wordt vertaald in een wet. Dat leidt dus vanzelf tot meer, gedetailleerdere regels. Maar te veel regels maken het aanbestedingsproces ook erg complex. Dus hier heb ik gemengde gevoelens bij.”

“Daarnaast zijn er steeds meer actoren actief in aanbestedingsrecht, zoals de accountant die meekijkt of contracten op de juiste manier tot stand zijn gekomen. Ook is er de Commissie van Aanbestedingsexperts en een klachtenregeling bijgekomen. Dat leidt ook weer tot nieuwe dynamiek.”  

“Daarnaast dijt de werking van het aanbestedingsrecht steeds verder uit. En het groeit mee met de maatschappelijke ontwikkelingen. Op dit moment zijn verduurzaming en circulariteit belangrijk. Hoe kan het aanbestedingsrecht daar een bijdrage aan leveren? Het aanbestedingsrecht is een levend instrument. Never a dull moment.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouwtenders vragen vanaf 2022 om veiligheidscertificaat

Vanaf 1 januari ziet een deel van de bouwtenders er anders uit. In aanbestedingen van de ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) moeten inschrijvers voortaan beschikken over trede twee van de Safety Culture Ladder.

De NEN Safety Culture Ladder, voorheen de Veiligheidsladder, moet het veiligheidsbewustzijn in de bouw verhogen. Daardoor moet het aantal ongevallen in de bouw verminderen. Elke partij die zich inschrijft op de aanbesteding moet beschikken over een bewijsmiddel van trede twee op de SCL, ook opdrachtgevers, architecten en ingenieursbureaus.

Veiligheid in aanbestedingen

Bouwbedrijven zijn sinds 2017 bezig met de Veiligheidsladder. Het complete initiatief draagt de naam ViA: Veiligheid in Aanbestedingen. Wat een bedrijf moet doen om trede twee op de SCL te halen ligt aan de bedrijfsgrootte, risico’s van het werk en de contractgrootte. Partijen die hoger scoren dan trede twee behalen daar geen voordeel mee. De SCL wordt niet gebruikt als gunningscriterium.

In 2023 wordt de huidige werkwijze geëvalueerd. Vanaf 1 januari 2024 moeten bouwbedrijven kunnen aantonen dat ze zich op trede drie van de SCL bevinden.

Bron: GC-veiligheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Dit was aanbestedingsjaar 2021


In deze aflevering blikken we terug op het aanbestedingsjaar. In de (virtuele) studio praat Sander van den Broek met Eline Lagendijk uit de redactie van Aanbestedingscafe.nl. Veel van de besproken nieuwsfeiten zijn terug te vinden in het artikel op Aanbestedingscafe.nl met daarin lijstjes met best gelezen berichten:

Dit zijn de beste artikelen van 2021

Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected] 

Partner van Aanbestedingscafé:

Dit zijn de beste artikelen van 2021

Het nieuwe jaar breekt bijna aan. Tijd om nog één keer terug te blikken op 2021. Dit zijn de best gelezen artikelen, nieuwsberichten en columns van 2021 op Aanbestedingscafe.nl.

Artikelen

  1. Topadvocaat Versteeg: ‘In mijn eerste aanbestedingszaak vroeg de inschrijver om een rode kaart’
  2. Het inkoopbeleid van Nederlandse gemeenten is vaak sterk verouderd
  3. Topadvocaat Van Nouhuys: ‘Er is helaas veel wantrouwen bij aanbesteders’
  4. Topadvocaat Stellingwerff Beintema: ‘Beperkte rechtsbescherming voor inschrijvers’
  5. Topadvocaat Verberne: ‘Transparantie moet voorop staan’
  6. ‘Inhuur van personeel is niet alleen een inkoopfeestje’
  7. Topadvocaat Essers: ‘Beter aanbesteden is een missie’
  8. Aanbestedingsdata ontleed: in hoeverre koopt het Rijk in met impact?
  9. Aanbestedingsalert: verkeerde naam in tendermodule, uitsluiting?
  10. Overheidsopdrachten: wel of niet clusteren?

Aanbestedingsnieuws

  1. Verdacht patroon zichtbaar bij inzet intermediairs
  2. Nieuwe aanbestedingsvormen voor versterkingsoperatie Groningen
  3. Omvang overheidsinkoop twee keer groter dan gedacht
  4. Kabinet koopt nog meer testcapaciteit in ondanks onbenutte teststraten
  5. Almelo beschuldigt afvalverwerker van ontduiken aanbesteding
  6. Niet aanbesteden opdracht snelteststichting mogelijk onrechtmatig
  7. Aankondigingen vanaf medio april pas na 48 uur op TenderNed
  8. CvAE acht klacht relatieve beoordelingsmethode gegrond
  9. Gemeente Amsterdam stopt deel aanbestedingen sociaal domein
  10. Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen

Columns en podcasts

  1. Aanbesteding inkoopdiensten: de staat heeft lak aan de aanbestedingswet
  2. To hell with consensus!
  3. Stichting Ombudsman Aanbesteding
  4. De eerste voorbeeldadviezen van de ombudsman aanbesteden (OMA)
  5. Relatief scoren en Cambuur-uit: altijd lastig
  6. Podcast De Gunningsfactor met Richard Lennartz: ‘Intermediair bood product voor 100K meer aan’
  7. CvAE – Hoge Raad 7-0
  8. Covid-19 en aanbesteden (“Ik hoef Diederik Gommers niet bij Op1 te zien zitten”)
  9. Aanbesteding winnen? ‘Lezen, lezen, lezen!’
  10. Podcast De Gunningsfactor: Hoogleraar Schotanus: ‘20% zorgvraag veroorzaakt door leveranciers’
Partner van Aanbestedingscafé:

Dit is het meest gelezen artikel van 2021

Elk jaar kijken we in de laatste week van het jaar terug. Wat vonden jullie de meest interessante artikelen op Aanbestedingscafe.nl?

Dit jaar sprak Aanbestedingscafe.nl diverse topadvocaten uit de aanbestedingspraktijk. Het interview met aanbestedingsadvocaat Daan Versteeg lazen jullie het meest. Dat artikel werd maar liefst 2750 keer gelezen! Daarmee liet het de column van Theo van der Linden Aanbesteding inkoopdiensten: ‘De staat heeft lak aan de aanbestedingswet’ (2610 views) nèt voor. Ons populairste nieuwsbericht ging over verdachte patronen bij de inzet van intermediairs, naar aanleiding van onderzoek door het Public Procurement Research Centre.

Wil je nog één keer terugblikken op afgelopen jaar? Lees dan het overzicht van de tien best gelezen artikelen, columns en nieuwsberichten dat we aanstaande woensdag publiceren. Op naar een nieuw, interessant aanbestedingsjaar in 2022!

Partner van Aanbestedingscafé:

Inkoop Rijksoverheid vanaf 2022 online in te zien

De Rijksoverheid maakt informatie over de eigen inkoop openbaar op een online platform. Vanaf 2022 kan iedereen inzien waar overheidsgeld aan is uitgegeven en wat de Rijksoverheid wil bereiken met de inkoop. Met bekendmaking van rijksbrede inkoopplannen wil de rijksoverheid dat het bedrijfsleven zich beter kan voorbereiden op zakendoen met de overheid.

Op dit moment is op de website van de Rijksoverheid ook al informatie te vinden over rijksbrede inkoop, zoals aanbestedingen en contracten. Het nieuwe platform moet die informatie straks beter en duidelijker weergeven. Bovendien kunnen gebruikers ook de rijksbrede inkoopplannen inzien. De inkoopplannen worden begin 2022 bekendgemaakt. Bedrijven kunnen daarin terugvinden welk duurzaam, sociaal of innovatief aanbod – per bedrijfstak – wordt verwacht. Daarnaast zullen evaluaties over de rijksinkoop en best practices op het platform te vinden zijn. Ook kunnen gebruikers vragen stellen over de beschikbaar gestelde informatie.

Alleen als het vrijgeven van informatie omwille van juridische of veiligheidsredenen niet kan, worden de details van inkooptrajecten of aanbestedingen niet openbaar gemaakt. De overheid zal dan wel toelichten waarom dit niet kan.

Digitaal transparant

Om de data zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van bedrijven, werkt de Rijksoverheid bij de ontwikkeling van het online platform samen met de Open State Foundation (OSF). OSF – een onafhankelijke stichting die zich richt op een digitaal transparantie overheid – deed dit jaar onderzoek naar de informatiebehoefte van het bedrijfsleven. De overheid neemt een deel van de gedane suggesties over en ontwikkelt het platform met behulp van EU-subsidie.

Bron: Rijksoverheid.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Met Telgen de bananenrepubliek uit

Toen ik het wereldje van aanbesteden betrad, onderzocht de consultancy-tak van Price Waterhouse Coopers jaarlijs de stand van aanbesteden in Europa. Ieder land kreeg een score op basis van transparantie, opvolgen van de Europese aanbestedingsregels en aanverwante onderdelen. Ik was redelijk geschokt over ons eigen landje. Nederland bungelde onderaan het lijstje. We bakten er niks van. Bananenrepubliek!

Doen we het vandaag de dag beter? Als je onze overheid moet geloven dan is dat zonder enige twijfel het geval. Sterker nog, de mensen die daar de voorhoede vormen waarschuwen regelmatig dat we niet het beste jongetje in de klas moeten willen zijn. De realiteit is echter dat 15 jaar later we nog niet verder zijn dan een matige middenmoter. En dat WE het sowieso zover geschopt hebben, is vooral de verdienste van enkele individuen.

Bij de eerder genoemde business unit van PWC had emeritus professor Jan Telgen een dikke vinger in de pap. Telgen had er zelf alle belang bij dat we in Nederland meer oog zouden krijgen voor aanbesteden. Meer aandacht betekent namelijk meer geld. Meer geld voor zijn onderzoekswerk via de Universiteit en het eerder genoemde consultancybureau.

Maar wie in deze zinnen enig cynisme hoort, moet ik teleurstellen. Het is juist die aanpak geweest die onze aanbestedingspraktijk enorm vooruit geholpen heeft. Ik zal dat toelichten.

Als je iets op de goede wijze wilt doen, dan moet je weten hoe je dat aanpakt. Net als met de meeste dingen in het leven is dat met aanbesteden niet anders. Je onderzoekt of je wel op de goede weg zit. Bij Telgen staat buiten kijf dat hij een grote bijdrage leverde aan onderzoek naar aanbestedingen. Maar het is niet alleen zijn academische werk waar ik op doel. Telgen initieerde veel aanvullend onderzoek. Motiveerde hogere en lagere overheden om hetzelfde te doen. Hij was nauw betrokken bij PIA. Dat staat voor Professioneel Inkopen en Aanbesteden, het succesvolle initiatief van de overheid om aanbesteden naar een professioneler niveau te brengen. Vandaag is daarvan nog veel te herkennen op de website van Pianoo.

Aanbesteden is mensenwerk. Naast kennis heb je ook veel vaardige mensen nodig. Via de opleidingen aan Universiteit Twente interesseerde hij veel studenten voor het inkoopvak. Telgen stond met één been in de wetenschap en met het andere in het commerciële bedrijfsleven. Daardoor hielp hij overheden met goed opgeleide professionals en jonge mensen met oefenterrein voor hun net opgedane kennis. Telgen wist op formidabele wijze academische kennis te combineren met het pragmatisme dat nodig is in aanbestedingsland. Met een enorme schare aan geïnteresseerden, wetenschappers, onderzoekers en professionals tot gevolg.

Ik weet het. Telgen heeft ons niet in zijn eentje uit de bananenrepubliek geleid. Er moest veel water door de Rijn voordat we ons ontworstelden aan de kelder van de ranglijst. En we zijn er lang niet. Uitdagingen genoeg. Maar aan het eind zal het zijn zoals met onze vaccinatieprogramma’s. We starten in de achterhoede en roepen dat we niet het beste jongetje hoeven te zijn. Maar eenmaal op stoom, stellen we een toppositie veilig. Mede dankzij emeritus professor Jan Telgen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Friesland wil miljoenenopdracht onderhands gunnen

De provincie Friesland wil dat aannemers BAM en Van Oord de aanleg van de geplande vismigratierivier tussen de Waddenzee en het IJsselmeer voor hun rekening nemen. Het project kost 40 miljoen euro, maar de provincie denkt dat een onderhandse gunning mogelijk is.

De vismigratierivier wordt aangelegd onder de Afsluitdijk. Daar zijn BAM en Van Oord momenteel ook bezig met werkzaamheden. Zij zouden nu al kunnen starten met de aanleg, zonder dat de provincie eerst een Europese aanbestedingsprocedure hoeft te starten. Wanneer een andere aannemer de klus moet klaren, zou die volgens de provincie moeten wachten tot BAM en Van Oord klaar zijn. In het geval van uitstel houdt de provincie rekening met 9,7 miljoen aan extra kosten.

Juridisch houdbaar

Gedeputeerde Avine Fokkens erkent wel dat andere partijen een rechtszaak kunnen aanspannen als de provincie over gaat tot een onderhandse gunning. Volgens Fokkens is een onderhandse gunning ‘juridisch houdbaar’.

Bron: LC.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheid verkoopt mondkapjes aan buitenlandse investeerders

De Nederlandse overheid verkoopt mondkapjes die over de datum dreigen te gaan aan buitenlandse investeerders. Opkopers betalen mogelijk 25 tot 50 keer zo weinig voor de mondkapjes dan de overheid zelf, bij de initiële aankoop. De investeerders brengen de mondkapjes vervolgens opnieuw op de Nederlandse markt. Dat blijkt uit onderzoek van Nieuwsuur.

300 miljoen van de 700 miljoen mondkapjes die de overheid als noodvoorraad aanhoudt, dreigen volgend jaar over de datum te raken. Daarom wil men er snel van af. Diverse Nederlandse mondmaskerfabrikanten bevestigen tegenover Nieuwsuur dat hun mondkapjes aan buitenlandse opkopers worden verkocht. Volgens fabrikant De Mondkapjesfabriek, kocht de overheid mondkapjes in voor een prijs tussen de 15 en 30 euro per doos van vijftig stuks. Buitenlandse opkopers zeggen dat zij deze dozen voor 64 cent van de Nederlandse overheid hebben overgekocht. Het ministerie van VWS wil dit niet bevestigen en stelt dat de mondkapjes voor een marktconforme prijs worden verkocht.

Marktpositie

Nederlandse fabrikanten pleiten ervoor de mondmaskers gratis te verstrekken aan Nederlandse ziekenhuizen. Die moeten hun mondkapjes nu bij dezelfde fabrikanten bestellen. Ziekenhuizen mogen nu alleen een beroep doen op de noodvoorraad mondkapjes als reguliere leveranciers niet langer kunnen leveren. Het ministerie van VWS is daar echter op tegen omdat dit de marktpositie van Nederlandse fabrikanten negatief zou beïnvloeden. Ook wil het ministerie niets kwijt over de verkoopprijzen van de mondkapjes, omdat dat negatief zou kunnen uitpakken voor het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH).

Opnieuw opladen

Mondkapjesleveranciers wijzen erop dat mondkapjes die over de datum zijn, eenvoudig hersteld kunnen worden. De middelste laag van het mondkapje kan opnieuw statisch geladen worden met een ioniseerstaaf. Het ministerie van VWS erkent dat dit mogelijk is, maar stelt ook dat het opladen een negatief effect kan hebben op de kwaliteit. De elastieken van het masker kunnen erdoor verslappen.  

Bron: NOS.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Telgen, Open House, Gids P en opschudding in vastgoed


Nieuws in deze aflevering:

Herziening Gids Proportionaliteit (per 1 januari 2022)
‘Tijd dringt voor Zuidasdok’
Overheden moeten gelijke kansen bieden bij grondverkoop vastgoedprojecten
Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen


De gasten in deze aflevering:

Wil je reageren op een van de onderwerpen of op de podcast in het algemeen, zoek dan even de aflevering op Aanbestedingscafe.nl en reageer daar. Via de mail kan ook, mail dan naar [email protected]. Over twee weken volgt de laatste aflevering van dit jaar, waarin we terugblikken op dit aanbestedingsjaar.

Partner van Aanbestedingscafé:

Overheden moeten gelijke kansen bieden bij grondverkoop vastgoedprojecten

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat gemeenten niet onderhands grond mogen toewijzen aan een projectontwikkelaar of bouwer. Andere partijen moeten mee kunnen dingen naar een grondpositie als daar serieuze belangstelling voor is. Dat heeft grote gevolgen voor de Nederlandse woningbouw, denken experts.

De Nederlandse overheid wil de komende tien jaar minstens één miljoen woningen bouwen. Met de uitspraak van de Hoge Raad, die volgt uit een zaak tussen drie Didamse supermarkten, komt die ambitie in het geding. Volgens Paul Heijnsbroek van Straatman Koster Advocaten is de uitspraak van de Hoge Raad ingeslagen ‘als een bom’.

Het nieuwe arrest gaat in tegen alle voorgaande uitspraken. Bij tientallen vastgoedprojecten moet nu beoordeeld worden of de toewijzing van grond op de juiste manier is verlopen. Mogelijk volgen er schadeclaims van partijen die niet mee konden dingen bij lopende projecten. In de toekomst moet een gemeente bovendien steeds beoordelen of er mogelijk meerdere partijen zijn die grond willen kopen. Dat brengt vertraging met zich mee, denken verschillende advocaten.

Supermarktoorlog

De Hoge Raad oordeelde naar aanleiding van een onderhandse transactie tussen de gemeente Montferland en een vastgoedontwikkelaar. Supermarktketen Coop wilde een nieuwe vestiging openen in het centrum van het Gelderse Didam, en kon daarvoor aanspraak maken op een aanbouw van het Didamse gemeentehuis. De lokale Albert-Heijn-franchisenemer had ook interesse, maar kon niet meedingen naar de locatie. De rechter stelt dat die onderhandse transactie in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank van Den Bosch moet zich, met de uitspraak van de Hoge Raad, opnieuw buigen over de zaak.

Bron: FD.nl  

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Tijd dringt voor Zuidasdok’

Als er niet snel besluiten worden genomen over het Zuidasdok, loopt het project vast. Daarvoor waarschuwt projectbureau Zuidasdok. Bovendien moet het kabinet niet 700 miljoen euro, maar 1,2 miljard euro extra beschikbaar stellen voor het project.

Het projectbureau Zuidasdok trekt aan de bel in een nieuwe voortgangsrapportage over het Zuidasdok. Het project moet een ondertunnelde A10 en een uitgebreid station Amsterdam Zuid opleveren. Vorig jaar werd het infraproject, na advies van de commissie Dekker, opgedeeld in zeven percelen. Diezelfde commissie schatte in dat er 700 miljoen euro extra nodig was om het project te voltooien. Nu gaat het om 1,2 miljard euro.

Nieuw kabinet

De lange formatie zit het Zuidasdok in de weg. Voormalig minister van Infrastructuur, Cora van Nieuwenhuizen, liet het aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over het Zuidasdok. Nu dat nieuwe kabinet nog niet gevormd is, komt het project volgens het projectbureau Zuidasdok in gevaar. “Er heeft in de afgelopen periode geen voortgang in de besluitvorming over de toekenning van het gevraagde aanvullende budget plaatsgevonden. Er is ook nog geen zicht op wanneer besluitvorming zal plaatsvinden”, valt te lezen in de voortgangsrapportage. Als er voor maart 2022 geen besluit is genomen over de planning en het budget, loopt het project helemaal vast, waarschuwt het projectbureau.  

Thuiswerken

Ook de coronapandemie gooit roet in het eten. Het is nog maar de vraag of het Zuidasdok in 2036, volgens de laatste planning, af is. Dat komt door het vele thuiswerken sinds het begin van de coronacrisis. Door hogere onvoorziene kosten en stijgende materiaalprijzen moet het totale budget van 3,245 miljard euro bovendien met 145 miljoen verhoogd worden.

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

VWS plaatste miljoenenorder mondkapjes na conflict met DSM

Het ministerie van VWS bestelde begin 2021 extra mondkapjes bij chemieconcern DSM, terwijl er op dat moment ruim voldoende mondkapjes op voorraad lagen. De order werd niet aanbesteed, hoewel er – zoals het ministerie destijds beweerde – geen sprake leek te zijn van ‘dwingende spoed’. Ook compenseerde VWS DSM voor de investering in productiemiddelen voor mondkapjes. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

DSM kocht in juni 2020 een machine in voor de productie van PP MB, de filterstof die in medische mondkapjes zit. Volgens DSM zegde de overheid op dat moment toe financieel garant te staan voor de investering. Het ministerie van Economische Zaken krabbelde echter terug en weigerde DSM financieel te ondersteunen.

Toen VWS terugkwam op de toegezegde steun ontstond er een conflict, waarna ambtenaren op zoek gingen naar een manier om DSM ‘comfort te bieden’. Dat blijkt uit stukken die de Volkskrant via een wob-verzoek in handen kreeg. Er ging 7,1 miljoen euro naar DSM, ter compensatie van de investering in de productiecapaciteit. Daarnaast plaatste VWS een extra order van 11,6 miljoen euro aan mondkapjes bij de joint venture, die DSM inmiddels met VDL was aangegaan.

Een berg mondkapjes

Op dat moment kon Nederland zo’n achttien jaar voorruit met veertig miljoen mondkapjes die toen op voorraad lagen. Bovendien werden ziekenhuizen op dat moment weer bevoorraad door eigen, vaste leveranciers. Volgens het ministerie was er echter sprake van ‘dwingende spoed’, dus werd de order niet aanbesteed. Ook ambtenaren zagen dat er wel degelijk voldoende beschermingsmiddelen waren. “Er is veel ingekocht. Je kunt er vanaf skiën”, stelt een ambtenaar in interne stukken, die in handen zijn van de Volkskrant.

Geen verband

Volgens het ministerie is er geen verband tussen de verstrekte compensatie en het bestellen van de mondkapjes. Andere bedrijven die om steun vroegen bij de investering in productiecapaciteit met betrekking tot mondkapjes, zijn verbolgen. Zij kregen van VWS te horen dat er geen financiële ondersteuning voor de investering in productiecapaciteit mogelijk was. Ook was speciaal coronagezant Feike Sijbesma, voormalig CEO van DSM, zowel volgens hemzelf als DSM, niet betrokken bij de deal tussen VWS en het bedrijf.

De joint venture van DSM en VDL blijft tot april 2022 mondkapjes leveren, ook al liggen er momenteel 47 miljoen mondkapjes op de plank bij VWS. Volgens DSM is de productie nog steeds verliesgevend.

Bron: de Volkskrant

Partner van Aanbestedingscafé:

Soft skills zijn keihard


En dan nu over jouw zachte kant. Steeds vaker blijkt dat een harde werkelijkheid. Ik zal uitleggen wat ik daarmee bedoel.

Je hebt het deze week vast al meegemaakt dat je een collega mailde. Het antwoord laat op zich wachten. En je weet het eigenlijk ook wel. Bij deze collega hoef je geen antwoord te verwachten. Althans niet de eerste 72 uur. En ook daarna is het onduidelijk wat je mag verwachten. Misschien krijg je helemaal geen reactie.

Stel je daarbij dan eens de volgende vragen. Heb je nog wel eens vergaderingen met meer dan vier mensen? Duren meetings of zoom-sessies langer dan een uur? Wordt er in jouw organisatie geklaagd over e-mailterreur? Is er binnen jouw organisatie sprake van een duidelijke communicatie cultuur? Of gebruik je Teams voor grote vergaderingen, Zoom voor internationale gesprekken, Slack voor je eigen afdeling, Discord voor dat hippe innovatieteam en Whatsapp voor als het echt belangrijk is?

Ik ken maar weinig organisaties waarbij niet een van deze vragen met ja beantwoord moet worden. Vaak ligt de nadruk op het gebruik van een tool. Maar zelden is er aandacht voor de vaardigheden van de professional.

Maar terug naar jou. Een nieuwe werkdag breekt aan. Je hebt je voorgenomen om aan dat lastige project te gaan werken. Op weg naar je werk schiet je nog te binnen dat je vergeten bent de projectmanager te informeren. Op dat moment begint er een onbekend lampje te branden op het dashboard van je auto. Op kantoor aangekomen vind je een opvallende enveloppe bij de post en er ligt een mapje op je bureau met een briefje van een collega. En dan heb je nog niet eens je e-mailbox geopend.

Wat zou jij als eerste doen?

Ken je van die collega’s met mailboxen die op een soort archief lijken? Honderden berichten zonder enige vorm van logica. Tot je er een opmerking over maakt. Dan moet je wel goed begrijpen dat ze alles precies weten te vinden. Hun bureau ligt vol met stapels papier. Ook daarvan moet je niet aan de kaak stellen of ze het overzicht goed bewaren. Want het is volstrekt duidelijk waar dat ene velletje is gebleven. Maar wacht, waar lag dat nou ook al weer?

Ik haal deze voor de hand liggende zaken aan om twee redenen. Allereerst is de staat van iemands bureau – virtueel of fysiek – een weerspiegeling van zijn of haar vaardigheden informatie te ordenen. Kort gezegd, stapels papier en overvolle inboxen zijn bergen onverwerkte informatie. De eigenaar heeft er nog geen beslissing over genomen en bewaart het uit een soort controle-reflex. Een duidelijk signaal dat de persoon in kwestie niet is opgewassen tegen de enorme hoeveelheid informatie die vandaag de dag op je afkomt.

De tweede reden gaat over hoe we persoonlijke vaardigheden benaderen. Juist door de zachtheid ervan, zijn ze lastig te meten. En dus ook niet te vergelijken. En ze liggen nogal dicht tegen zijn of haar persoonlijkheid aan. Als een rommelig bureau iets zegt over de georganiseerdheid van een professional, dan wordt het al snel persoonlijk als je de productiviteit van die persoon aankaart. Of het wordt als betutteling gezien.

Inkopers zijn kenniswerkers pur sang. Honderden mails en documenten per dag zou een koud kunstje voor ons moeten zijn. Toch hebben alleen de toppers echt aandacht gehad voor hun zachte kant. Namelijk de vaardigheden die je nodig hebt om te zorgen dat de impulsen die op je pad komen je niet afleiden van het gemaakte plan. In ons voorbeeld dat belangrijke project en niet het lampje op het dashboard.

Zeg eens eerlijk. Hoeveel berichten heb jij op dit moment in je mailbox? En als je moet scrollen om het antwoord te geven: vind je echt dat je overzicht hebt? En hoelang moeten collega’s wachten op je antwoord? Kortom, hoe zit het jouw zachte kant?

Soft skills is dé buzzterm van deze jaren als je recruiters en detacheerders moet geloven. Een uit het Engels geleende term voor de vaardigheden die je nodig hebt om je werk goed te kunnen doen. Onder de term soft skills vallen vaardigheden als werkethiek, betrouwbaarheid, communicatie, teamspeler, flexibiliteit. Zucht, ik weet het. Allemaal typische jeuktermen uit een gemiddelde vacaturetekst. Maar het zijn wel de vaardigheden die in grote mate bepalen hoe goed of effectief je je werk doet.

Het is opvallend dat er maar weinig inkoopopleidingen zijn die hier aandacht aan besteden. Neem de inhoud van een gemiddelde jaargang, training of cursus maar eens door. De opleidingen staan vol met kenniselementen, maar besteden nauwelijks aandacht aan de vaardigheden die nodig zijn om die kennis toe te passen. Als inkooprecruiters ons vertellen dat daar een enorme behoefte ligt, dan zou het niet meer dan logisch zijn dat onze opleidingen daaraan tegemoet komen.

En niet alleen de opleidingen. Juist wij zelf! Hoeveel tijd besteed jij aan het trainen van je vaardigheden?

Gelukkig is het nooit te laat om aan onszelf te werken. Log morgen eens niet in en stap eens niet in de auto. Maar pak een vel papier en maak een plannetje hoe jij je soft skills gaat verbeteren. En reserveer daar per week minimaal een vol uur de tijd voor. Niet vrijdagmiddag als er nog tijd overblijft. Maar aan het begin van de werkdag. Want je eigen ontwikkeling is het belangrijkste wat er is. Uw columnist wenst u veel succes!

Deze column is ook te beluisteren in de nieuwste aflevering van podcast De Gunningsfactor. Of beluister de laatste aflevering“Open house of toch maar niet?”.

Partner van Aanbestedingscafé:

Herziening Gids Proportionaliteit (per 1 januari 2022)

Met ingang van 1 januari 2022 wordt de nieuwe (derde) herziene druk van de Gids Proportionaliteit van kracht. De herziening is onderdeel van een maatregelenpakket ter verbetering van de rechtsbescherming van inschrijvers bij (Europese) aanbestedingen dat op initiatief van voormalig staatsecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer in gang is gezet. De herziening Gids Proportionaliteit heeft voornamelijk betrekking op rechtsverwerkingsclausules en geeft daarbij concrete handvatten voor de proportionele toepassing ervan. In deze blog zal per fase in de aanbestedingsprocedure worden beschreven welke gevolgen de herziening heeft.

Vragenronde

Met de gewijzigde Gids Proportionaliteit wordt een constructieve interactie tijdens de vragenronde van de aanbesteding gestimuleerd. Zowel de aanbestedende dienst als de potentiële inschrijver/gegadigde heeft er belang bij om in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijkheid te scheppen over de (scope) van de opdracht en de contractdocumenten. Hierbij dient acht te worden geslagen op het evenwicht tussen enerzijds het aannemen van een proactieve houding door vroegtijdig vragen te stellen door potentiële inschrijvers/gegadigden en anderzijds een gepaste houding door de aanbestedende dienst als het gaat om rechtsverwerking. De aanbestedende dienst moet redelijke termijnen aanhouden voor het stellen van vragen en met name bij complexe overheidsopdrachten is het verantwoord om meerdere vragenronden te organiseren.

Onder omstandigheden kan het verstandig zijn om vragen in behandeling te nemen ook al is de termijn voor het stellen van vragen verstreken. In dit verband geeft de Gids Proportionaliteit als voorbeeld de situatie waarbij het antwoord op een vraag tot een wezenlijke wijziging van de opdracht zou leiden. Als de termijn voor inschrijving nog niet is verstreken en er is sprake van een wezenlijke wijziging, kan er rectificatie plaatsvinden. Indien na de termijn van inschrijving, sprake is van een wezenlijke wijziging, dan kan er geen rectificatie plaatsvinden en zal er heraanbesteding moeten plaatsvinden. Het verdient wel de aanbeveling om de beslissing tot heraanbesteding alsnog via de Nota van Inlichtingen kenbaar te maken, ook na het verstrijken van de termijn, met name op grond van het proportionaliteitsbeginsel.

Inschrijvingsfase

Doorgaans stelt de aanbestedende dienst eisen aan de wijze en vorm van de inschrijving om uniformiteit in de beoordeling te waarborgen. Desalniettemin kleven er nadelen aan het al te rigide vasthouden aan vormvereisten. Er worden in dit verband drie redenen dan wel voorbeelden gegeven:

  1. Te weinig inschrijvingen omdat de vormvereisten te hoog zijn opgeschroefd;
  2. De kans op fouten in de inschrijving neemt toe omdat de lat om aan de vormvereisten te voldoen te hoog ligt;
  3. Vormvereisten worden te belangrijk en leiden af van de inhoud.

Bovenstaande situaties schieten het doel van vormvereisten voorbij en staan eveneens op gespannen voet met het proportionaliteitsbeginsel. Mijns inziens is het vragen van een aanvullende UEA van onderaannemers van de inschrijvende ondernemer eveneens een disproportionele vormvereiste. Bij een beroep op een onderaannemer voor het uitvoeren van een deel van de opdracht blijft de inschrijvende ondernemer evenwel verantwoordelijk voor het uitgevoerde werk. Aangezien de inschrijvende ondernemer hoofdelijke aansprakelijk en verantwoordelijk is voor de uitgevoerde werkzaamheden, zal alleen hij hoeven te verklaren dat de (facultatieve) uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn.

Alcateltermijn

Het hanteren van een bezwaartermijn bij een Europese aanbestedingsprocedure levert weinig discussies aangezien deze in de Aanbestedingswet 2012 is vastgelegd. Wat weleens tot discussies leidt is de vraag of bij onderhandse procedures eveneens een termijn voor het indienen van bezwaren door afgewezen inschrijvers moet worden aangehouden. Dit leek mij meer dan logisch aangezien afgewezen inschrijvers in de gelegenheid moeten worden gesteld om op te komen tegen de gunningsbeslissing. De herziene Gids Proportionaliteit maakt een eind aan deze discussie. Direct gunnen is strijdig met het proportionaliteitsbeginsel. Het is verstandig om een termijn van minimaal zeven kalenderdagen aan te houden.

Rechtsbescherming en Klachtafhandeling

Potentiële inschrijvers/gegadigden worden aangespoord niet alleen om een proactieve houding aan te nemen bij het stellen van vragen maar eveneens bij het aan de kaak stellen van onjuistheden. Het moet duidelijk zijn dat het een klacht betreft en het moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden ingediend bij de aanbestedende dienst. Van de aanbestedende dienst wordt ook een actieve opstelling verwacht. Zij dient inhoudelijk in te gaan op de relevante bezwaren die zijn gemaakt en deze te voorzien van een duidelijk en onderbouwd antwoord. Het op voorhand uitsluiten van de opschortende werking van een bezwaar is disproportioneel en is niet toegestaan.

Onder omstandigheden is het proportioneel om – nadat de voorlopige gunning heeft plaatsgevonden – bezwaren in behandeling te nemen die betrekking hebben op informatie die pas bij het voornemen tot gunning is verkregen. Verder wordt in de Gids Proportionaliteit aandacht gevraagd voor een het instellen van een “klachtenloket” in het kader van professionele aanbesteding. In de huidige klachtenregeling is het instellen van een klachtenloket op basis van de Aanbestedingswet 2012 facultatief. In een wetsvoorstel dat noopt tot aanpassing van deze wet zal het instellen van een onafhankelijk klachtenloket worden verplicht.

Adjust is Partner van Aanbestedingscafe.nl.

 

Partner van Aanbestedingscafé:

Onjuist toepassen aanbestedingsregels blijft hoofdoorzaak van afgekeurde jaarrekeningen

Het niet correct toepassen van de Europese aanbestedingsregels blijft net als voorgaande jaren de grootste oorzaak van afgekeurde jaarrekeningen bij gemeenten. Er is wel een positieve trend zichtbaar. De accountant keurde dit jaar wel meer jaarrekeningen goed dan in 2020.

Uit het Onderzoek verantwoording gemeenten, dat elk jaar wordt gehouden door het ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt dat 90,1% van de jaarrekeningen is goedgekeurd. In 2019 was dat nog 85,3%. 7,1% van de jaarrekeningen over 2020 werd goedgekeurd met een beperking (7,1%), terwijl 2,5% werd afgekeurd op rechtmatigheid. Van de gemeente Hof van Twente ontbreekt de jaarrekening. Deze gemeente werd vorig jaar getroffen door een cyberaanval.

In 2020 was het onjuist toepassen van de Europese aanbestedingsregels in 8,8% van de gevallen de oorzaak van het goedkeuren met beperking, of het afkeuren van de jaarrekening, tegenover 11% het jaar ervoor. Waar in 2019 nog in 2% van de gevallen een jaarrekening werd afgekeurd op fouten met betrekking tot het sociaal domein, was dat in 2020 nog maar 0,3% – slechts één gemeente. In 2015, het jaar waarin de decentralisatie van het sociaal domein plaatsvond, werd minder dan de helft van de gemeentelijke jaarrekeningen direct goedgekeurd.

Coronacrsisis

De coronacrisis lijkt weinig invloed te hebben gehad op de jaarrekeningen: bij slechts negen gemeenten rechtmatigheidsfouten vanwege het overschrijden van investeringskredieten of de begroting, zonder dat de raad hier toestemming voor had gegeven. “Dit kan mogelijk te maken hebben met de noodzaak van snel handelen tijdens de coronacrisis”, schrijft Kajsa Ollongren, demissionair minister van Binnenlandse Zaken, aan de Tweede Kamer.

Drentse gemeenten

Gemeenten in de provincie Drenthe krijgen het vaakst te horen dat de jaarrekening niet voldoet. De accountant keurde 41% van alle ingediende jaarrekeningen van Drentse gemeenten goed met een beperking, of helemaal af. Kleine gemeenten met minder dan 10.000 inwoners kregen hier het vaakst mee te maken.

Bron: CMweb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Open house of toch maar niet?


Nieuws dat voorbij komt in deze aflevering:

De gasten in deze aflevering:

Daarnaast in de podcast een nieuwe column van Tenderman. Vraag of een opmerking? Mail naar [email protected].

Presentatie: Sander van den Broek

Partner van Aanbestedingscafé:

Forse kritiek op inkoop jeugdzorg Groningse gemeenten

Groningse gemeenten hebben het aan zichzelf te wijten dat zij de grip op jeugdzorg kwijt zijn. Dat is de conclusie van het onderzoek dat Tim Robbe en Niels Uenk uitvoerden naar de inkoop van jeugdzorg, in opdracht van de gemeenten zelf. Instellingen dreigen failliet te gaan en aanbieders van buiten staan te trappelen om taken over te nemen van instanties die al jaren goed functioneren. De beoogde nieuwe inkoopmethode van de gemeenten zorgt bovendien voor nog meer risico’s.

Robbe en Uenk, experts op het gebied van inkoop binnen het sociaal domein, schrijven onder meer dat zij vermoeden dat gemeenten het eigen beleid niet consistent uitvoeren. Ook de organisatie en aansturing van het huidige stelsel zijn niet optimaal, net als de reflectie op het eigen beleid. Dat heeft volgens de experts bijgedragen aan het ‘ervaren van gebrek aan grip en zicht op kwaliteit’. Ze adviseren de gemeenten om zich bij te laten scholen.

Nieuwe inkoopmethode

De gemeente Groningen, Midden-Groningen en Veendam willen jeugdzorg in de toekomst anders in gaan kopen. Het is de bedoeling een beperkt aantal hoofdaannemers te selecteren, die vervolgens zaken moeten doen met onderaannemers. Op dit moment kopen de gemeenten nog in via het samenwerkingsverband Regionale Inkoop Groninger Gemeenten, onder leiding van de Groningse GroenLinks-wethouder Isabelle Diks.

De onderzoekers zetten echter vraagtekens bij de beoogde nieuwe werkwijze. Die moet leiden tot kostenbesparingen, efficiënter werken en betere samenwerking tussen hulpinstanties. “Deze verwachtingen klinken ons bekend in de oren. Andere gemeenten die eerder overstapten naar vergelijkbare modellen spraken dezelfde verwachtingen uit. Deze verwachtingen zijn nog nergens uitgekomen”, schrijven ze. Daarnaast kan de nieuwe werkwijze ertoe leiden dat kinderen zonder de benodigde zorg komen te zitten.

Daarentegen kleven er volgens Robbe en Uenk ook nadelen aan het huidige inkoopsysteem, waarbij iedere zorgaanbieder die zich kwalificeert, een contract met de gemeente kan afsluiten. Jeugdhulpverleners hebben er daardoor baat bij ‘zoveel mogelijk jeugdigen zoveel mogelijk hulp te bieden.’

Decentralisatie

Peter Verschuren, woordvoerder van de gemeente Groningen, erkent dat ‘niet alles goed is gegaan’ in de communicatie met jeudgzorgaanbieders. “Maar dat is ook onmogelijk als je ziet waarmee we in 2015 begonnen zijn toen de jeugdhulp van het rijk overging naar de gemeenten”, zegt hij. De gemeenten willen in gesprek met de zorgverleners om te zorgen voor betere samenwerking.  

Het rapport is nog niet openbaar gemaakt. Ook de gemeenteraad van de gemeente Groningen heeft nog geen inzage gehad. Wethouder Diks liet eerder weten dat het openbaar maken van het rapport de positie van de gemeente ten opzichte van aanbieders zou verslechteren. Het rapport kwam na een WOB-verzoek van een journalist in handen van Dagblad van het Noorden. Zowel aanbieders als fracties in de gemeenteraad zeggen zich overvallen te voelen door het nieuws dat de gemeenten willen overstappen op een nieuwe wijze van inkopen.

Bron: dvhn.nl, OOGTV

Partner van Aanbestedingscafé:

De eerste voorbeeldadviezen van de ombudsman aanbesteden (OMA)

De stichting OMA (Ombudsman aanbesteden) heeft een website. Ik weet dat omdat Menno Karres bij berichten op LinkedIn over OMA steeds #Theo van der Linden opneemt (net als trouwens heel veel meer namen). Ik heb hem gevraagd daarmee te stoppen, omdat ik niks te maken heb met OMA, maar dat dringt niet goed door. Gelukkig maar, denk ik achteraf, want dan had ik geen kennis kunnen nemen van de nieuwe website van de stichting. Op de website staan namelijk wat voorbeeldadviezen die beslist aandacht verdienen.  

Boekingssysteem  

Het eerste advies gaat over een nieuw boekingssysteem voor hotel- en vergaderlocaties, dat volgens de klagende partij vanwege COVID een jaar uitgesteld moet worden. OMA verzoekt in haar advies om de aanbesteding met een jaar uit te stellen en de aanbestedende dienst gaat daar zonder problemen dankbaar in mee. OMA ziet er ook nog een positieve kant aan: “Dit jaar kunt u gebruiken om te onderzoeken hoe de behoefte naar hotel- en vergaderlocaties zich ontwikkelt in de markt én binnen uw eigen organisatie. In de tussentijd voorziet de huidige leverancier u van de dienstverlening die u van hen gewend bent.” Hier staat dus dat je als aanbestedende dienst, als de overeenkomst afgelopen is, gewoon nog een jaartje zonder problemen door mag gaan. Hier zullen veel overheden blij mee zijn. Persoonlijk zou ik denken dat er dan gekeken moet worden of zo’n korte tijdelijke opdracht dan misschien onderhands aanbesteed moet worden, maar de experts van OMA hebben daar blijkbaar geen moeite mee. Mooie zin ook: “In de tussentijd voorziet de huidige leverancier u van de dienstverlening die u van hen gewend bent.”  

Niet inschrijven  

In het tweede voorbeeldadvies stelt een aanbestedende dienst onevenredig hoge eisen. Het advies van OMA is briljant in zijn eenvoud: “We adviseren opdrachtnemer dan ook om niet in te schrijven als de aanbesteding onveranderd blijft.” Wat een vondst! Een dergelijk advies stijgt wat mij betreft ver uit boven de € 250,- die ervoor betaald moet worden. Als ik de klagende inschrijver was zou ik het bedrag verdubbelen en een grote taart laten bezorgen bij OMA thuis (Oma’s appeltaart?).  

Heraanbesteding afdwingen  

Ook het derde voorbeeldadvies mag er zijn. Ik lees: “De Rijksoverheid is via een Europese aanbesteding op zoek naar dienstverleners die adviesdiensten aanbieden. De gevraagde adviesdiensten gaan van eenvoudig (uitvoerend niveau) tot zeer complex (strategisch advies). Ook gaan ze over zeer veel verschillende departementen. Ondanks dat worden deze diensten samengevoegd in slechts twee percelen. Een inschrijver vraagt zich af of dit wel mag.”  

Het advies is wederom zeer doordacht: “De Ombudsman Aanbesteding adviseert inschrijver om heraanbesteding af te dwingen. De samenvoeging van zulke verschillende adviesdiensten is namelijk niet te rechtvaardigen.” Zo dan! Daar zullen ze van schrikken bij de Rijksoverheid, een inschrijver die heraanbesteding gaat afdwingen! Maar zie, in het parallelle universum van OMA volgt een officieel bericht dat de aanbesteding wordt stilgelegd, en enkele maanden later volgt een herziene aanbesteding in diverse percelen in plaats van slechts twee.  

Sympathiek

Er zijn bijzonder kundige mensen betrokken bij de oprichting van OMA, waarvan ik er een aantal persoonlijk ken en zeer respecteer om hun vakmanschap, Menno Karres voorop. Het zou mooi zijn als OMA een waardevolle aanvulling wordt op de beroepsmogelijkheden die er al zijn, maar ik heb er een hard hoofd in. Ik lees wel eens een rechtszaak of een advies van de CVAE, en dan valt me altijd op dat voor de standpunten van beide partijen wel wat te zeggen valt. Het is zelden volstrekt duidelijk wie er gelijk en wie er ongelijk heeft. Bovendien zijn de belangen altijd groot, het gaat bij Europese aanbestedingen vaak om veel geld, en je hebt ook een gedegen kennis van de jurisprudentie nodig om tot een goed doordacht advies te komen. Het idee dat drie experts (voor een vergoeding van € 50,- ieder) zich binnen 72 uur zullen inlezen in de zaak, om daarna virtueel bij elkaar te gaan zitten om tot een weloverwogen oplossing komen, en die ook nog in een advies op te schrijven, is sympathiek, maar ik denk dat het niet gaat werken. Ik hoop oprecht dat ik ongelijk heb.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe aanbestedingsvormen voor versterkingsoperatie Groningen

Het ministerie van BZK gaat experimenteren met nieuwe aanbestedingsvormen om de versterkingsopgave in Groningen een boost te geven. De komende jaren worden complete dorpen, wijken en buurten ‘als opdracht verstrekt’. Ook kleine bouwers kunnen aanhaken door gebruik te maken van het Groninger Model.

Het ministerie hoopt voldoende bouwcapaciteit vrij te maken door in te zetten op de nieuwe aanbestedingsvormen. Die capaciteit is essentieel om de beoogde planning voor het versterken van woningen in de provincie Groningen te halen. De woningen hebben versterking nodig omdat er regelmatig aardbevingen plaatsvinden. In 2023 moeten alle huiseigenaren in de regio weten of hun woning versterking nodig heeft. In 2028 moet de complete versterkingsoperatie zijn afgerond. Naar schatting zullen 13.700 van de 27.000 woningen versterkt moeten worden.

Groninger Model

Het ‘Groninger Model’ is ontwikkeld door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Het model voorziet in kortere opdrachten waardoor ook kleine bouwers kunnen aanhaken, schrijft demissionair minister Kajsa Ollongren aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat aannemers steeds het complete versterkingsproces voor hun rekening nemen, van opname tot de versterking zelf.

Meerjarenversterkingsplan

Bouwbedrijven geven aan behoefte te hebben aan eenvoudiger procedures rondom contracten en lagere administratieve lasten, inzake de versterkingsoperatie in Groningen. Ook geven ze aan graag in bouwteams te werken. Daarover blijft de NCG met hen in gesprek. Het idee te experimenteren met nieuwe aanbestedingsvormen maakt deel uit van het Meerjarenversterkingsplan (MJVP), dat afgelopen maand werd vastgelegd.  

Bron: Cobouw.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

'Ik mocht' is gewoon je werk doen

Jaren geleden bezocht ik een relatiedag van een inkoopadviesbureau. Hoog in de Euromast was ik te gast samen met andere inkopers. Om de gasten te vermaken had men Jan Kuitenbrouwer uitgenodigd. Voor de oudere luisteraar, je weet wel, die van Turbotaal. Voor de jongere luisteraar, zeg maar een soort Paulien Cornelisse.

Kuitenbrouwer is een komische taalpurist. Hij nam het gemiddelde taalgebruik van inkopers onder de loep. En we kwamen er niet best vanaf. Aan de hand van een gemiddelde vacaturetekst fileerde hij ons profiel. Hij begon over de volgens hem volstrekt zinloze functie-eis ‘proactief”. Volgens hem was dat een zinloze eis. Krankjorum zelfs. Want zo stelde hij ‘Actief’ zijn betekent dat je beweegt. Dat je iets doet. Maar in een voornamelijk zittend beroep kun je niet telkens actief zijn. Waar het ‘pro’ vandaan kwam snapte hij niet. Volgens hem maakte de betekenis van ‘pro’ het nóg onduidelijker. ‘Pro’ betekent namelijk voor of ervoor. Dat zou dus inhouden, dat de kandidaat ervoor al moet bewegen. Of er vóór moet gaan bewegen. Naast wat kolderieke situaties kon Kuitenbrouwer maar weinig voorstellen van wat van ons werd verlangd. Kuitenbrouwer stelde dat er initiatief nemen bedoeld zou kunnen zijn. Dat de kandidaat initiatiefrijk zou moeten zijn. Maar waartoe er initiatief genomen zou moeten worden, bleef hem onduidelijk.

Kuitenbrouwer had ook naar websites van inkoopadviseurs gekeken. Een groot inkoopadviesbureau maakte toen furore met de slogan ‘Boardroom Alignment’. Inkoop zou meer moeten doen aan ‘Boardroom alignment’. Kuitenbrouwer ging hier dieper op in en stelde dat de betekenis hiervan zou zijn dat inkoop en haar beleid in één lijn met het beoogde beleid van de directie zou moeten zijn. Komisch als hij was, vatte hij het krachtig samen als: doen wat de baas zegt. Alsof je daar een adviesbureau voor nodig had.

Ik haal deze herinneringen naar boven omdat taalgebruik alleen maar belangrijker is geworden. Zeker we nu allemaal toegang hebben tot kanalen om snel veel andere mensen te bereiken. Dat heeft de kwaliteit helaas niet veel goeds gedaan. Zelf stoor ik me regelmatig aan allerlei uitingen op LinkedIn. Regelmatig verspil ik mijn tijd aan onbegrijpelijke teksten. Het geplaatste bericht is vaak niet eens ontdaan van irritante typfouten. Foutloos Nederlands blijkt voor maar enkelen weggelegd. Leestekens worden standaard overgeslagen. Als ik mijn tijd steek in het lezen van jouw bericht, dan hoop je toch dat de boodschap overkomt?

Het hoogtepunt vind ik de mensen die hun posts starten met ‘Ik mocht’. Herman mocht ergens aanwezig zijn. Marieke mocht een vergadering leiden, Henk mocht een contract tekenen en Ingrid is nog opgewonden want ze mocht haar zieke collega vervangen.

Wie heeft ooit verzonnen dat jij dat mócht? Mocht het eerst niet dan? Had je de vrije keuze om ook iets anders te gaan doen, maar koos je toch hiervoor? Of moest het gewoon van je werk? Of erger, van je baas? Wat het echt een eer? Of plaats je het bericht om te laten zien hoe sympathiek je zelf bent? Misschien ben je dat wel. Maar moet je dat nou zelf vertellen?

De berichten beginnen ook meestal met ‘IK mocht’. Ik dus. IK. Ikke. Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. Net als die collega van Ingrid blijkbaar. Je weet wel, zij mocht haar zieke collega vervangen. Nou, ik begrijp wel waarom die collega ziek is, Ingrid!

Oei, daar werd ik even cynisch. Maar, luisteraar, ‘ik mocht’ is ook cynisch. Als je jezelf voorop stelt, doet de boodschap er wat mij betreft niet meer toe. En als je het echt een eer vond, leg dan eens uit dat die ander alle aandacht waard was. En laat je eigen rol erbuiten. Als dat tenminste mocht… want ‘ik mocht’ is meestal… gewoon je werk doen.

En hoe het met die collega van Ingrid is afgelopen? Ik denk dat we binnenkort kunnen lezen dat ze een fruitschaaltje mocht ontvangen!

Deze column is ook te beluisteren in de nieuwste aflevering van podcast De Gunningsfactor. Of beluister de laatste aflevering over het besluit van het kabinet om de gunning van het analyseren van coronatesten twee maanden op te schorten en de klimaattop in Glasgow. Met Fredo Schotanus, Menno van Drunen en Alfred de Weert.

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Essers: ‘Beter aanbesteden is een missie’

“Een aanbestedende dienst die een rechtszaak hoe dan ook wil winnen, is niet goed bezig”, stelt Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten. Hij is gespecialiseerd in aanbestedings- en mededingingsrecht. “Alles beter dan een heraanbesteding of intrekking van een voorlopige gunning, zo lijkt het soms. Ik zou graag meer ambtenaren zien die zich hiertegen verzetten.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?
Maurice van Essen, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

“Dat was in 1990, tijdens mijn stage bij Shell waar ik mijn afstudeerscriptie schreef. De Richtlijn Nutssectoren was op dat moment in voorbereiding en dat was het onderwerp van mijn scriptie. Wil Wedekind, één van de eerste docenten aan de Nederlandse universiteiten die zich specifiek richtte op het aanbestedingsrecht, begeleidde mijn scriptie. Daarna liep ik stage bij Van Doorne, waar ik een advocate ondersteunde bij het schrijven van een rapport over de EU-aanbestedingsrechtspraak. “

“Na mijn afstuderen begon ik als advocaat bij Van Benthem & Keulen met als specialisatie het aanbestedings- en mededingingsrecht. Dat was daar toen nieuw. Er was ook nog geen www.rechtspraak.nl. Omdat een goede kennis van de rechtspraak cruciaal was in kort gedingen en vonnissen nauwelijks gepubliceerd werden, besloot ik hier iets mee te doen. Ik vroeg de andere aanbestedingsadvocaten om mij regelmatig de bij hen bekende vonnissen toe te sturen. Die bundelde ik en verspreidde ik weer onder de advocaten. Dat was ook het begin van de samenwerking met Gert Wim van de Meent. Dit resulteerde in het ontstaan van de Kennisbank VIND van SDU en het Handboek Aanbestedingsrecht.“

Wat vind je er leuk aan?

“De aanbestedingsrecht-community, van de mensen bij aanbestedende diensten en inschrijvers tot de consultants: iedereen die bezig is met het aanbestedingsrecht probeert samen tot beter aanbesteden te komen. Beter aanbesteden is een missie. Daarom heb ik het Handboek Aanbestedingsrecht ook als ondertitel gegeven: Naar een verantwoord aanbestedingsbeleid.

Daarnaast spreekt het raakvlak van mededinging en aanbesteding mij aan en de Europese dimensie waarin dit speelt. Ook vind ik de combinatie van adviseren en procederen leuk. Dat levert een dynamische praktijk op waarin mijn ervaring een toegevoegde waarde heeft. Je kunt voor ondernemingen belangrijke resultaten boeken als je een zaak op de juiste wijze insteekt. Maar soms moet je cliënten juist afremmen, bijvoorbeeld als ze hun verlies in een aanbesteding om emotionele redenen niet kunnen accepteren.

Tot slot is het interessant om je te kunnen verdiepen in de producten of diensten van een onderneming. Je leert bedrijven en markten kennen. Dat is ook wat ik het leuke vind aan het mededingingsrecht, mijn tweede tak van sport: dat je zo via je werk de economie leert kennen.”

Sta je meestal aan de kant van de aanbesteders of van de inschrijvers?

“Ik sta meestal aan de kant van de inschrijvers. Na mijn periode bij Van Benthem & Keulen ging ik naar Loeff Claeys Verbeke, later Loyens & Loeff, dat maar weinig overheden tot haar klanten kon rekenen. Dat is zo gebleven sinds ik in 2017 voor mezelf en later voor Clairfort ging werken. Dat neemt niet weg dat ik ook weleens voor overheden optreed. Dat is in de praktijk geen probleem. De standpunten van de aanbesteders verdedig je bijvoorbeeld ook als je voor een inschrijver tussenkomt. Je moet beide kanten dus kunnen verdedigen.”

Wat heeft je voorkeur?

“Ik heb geen voorkeur. Ik denk wel dat het optreden voor een overheid een andere instelling vergt. Als advocaat van een inschrijver wil je natuurlijk in de eerste plaats de zaak voor je cliënt winnen. Bij een overheid spelen, als het goed is, ook overwegingen van algemeen belang en van eerlijke mededinging mee. Als een klager gelijk heeft, dan moet een aanbesteder een voorlopige gunning herroepen. Het gaat dan niet om winnen of verliezen, maar om het beste contract. Een aanbestedende dienst of een advocaat van een aanbestedende dienst die hoe dan ook een rechtszaak wil winnen, is niet goed bezig.”

“Helaas zie ik steeds vaker dat aanbestedende diensten er zo niet inzitten. Ze willen vooral winnen en houden zo nodig zelfs informatie achter of traineren het verstrekken van informatie. Alles beter dan een heraanbesteding of intrekking van een voorlopige gunning, zo lijkt het soms. Misschien heeft het te maken met de heersende bestuurscultuur waarin aanbestedende diensten over het algemeen met dergelijk gedrag weg kunnen komen omdat een adequaat intern of extern toezicht ontbreekt. Ik zou graag meer ambtenaren zien die zich hiertegen verzetten. Daarbij speelt mee dat de rechtsbescherming gebrekkig is. Van de rechter heeft de aanbesteder meestal niets te vrezen.”


Een aanbestedende dienst of een advocaat van een aanbestedende dienst die hoe dan ook een rechtszaak wil winnen, is niet goed bezig.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak aan?

“Je wordt meestal gebeld kort nadat een afwijzingsbrief op de deurmat is gevallen. Dan is een snelle analyse nodig over proceskansen. Soms kun je in die fase met een brief een rechtszaak voorkomen. Een aanbestedende dienst zit immers niet per se te wachten op een kort geding. Dat is natuurlijk het mooiste, dat een rechtszaak voorkomen wordt. Ook zijn er steeds meer vragen over wijziging van overeenkomsten gedurende de uitvoering van een opdracht. Dat heeft misschien mede met corona te maken.”

“Ook zie je wel dat inschrijvers in hun offerte gouden bergen beloven die ze vervolgens niet kunnen waarmaken. In zo’n situatie loop je weer tegen de rol van de overheid aan. Die zal bij dreigende wanprestatie eerder geneigd zijn om een oogje dicht te knijpen of om de overeenkomst aan te passen, dan dat ze de opdracht intrekt en overgaat tot een heraanbesteding. Zo wordt het opportunistisch inschrijven echter beloond. Dit ondermijnt het doel van een gunning van een opdracht aan de economische meest voordelige inschrijver door een aanbestedende dienst.”

Welke zaken maken op jou de meeste indruk?

“De momenten in de rechtszaal waren het meest spannend. Ik heb er heel wat gezien. In Luxemburg voor prejudiciële beslissingen, bij de voorzieningenrechters in de arrondissementen, bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven voor aanbestedingen in het openbaar vervoer. Daar moet het gebeuren en daar kun je verschil maken voor een cliënt. Ik kan me wel opwinden over ongeïnteresseerde rechters. Daar kun je dan tijdens de zitting niet veel van laten merken. Maar dan sta je na een uur weer buiten en voel je een plaatsvervangende schaamte voor de rechterlijke macht tegenover jouw cliënt, een ondernemer die met het volste vertrouwen in de rechtstaat naar de zitting kwam. Ik zou graag aan de hand van camerabeelden een keer een beoordelingsgesprek met zo’n rechter willen houden.”


Ik kan me wel opwinden over ongeïnteresseerde rechters. Dan sta je na een uur weer buiten en voel je een plaatsvervangende schaamte voor de rechterlijke macht tegenover jouw cliënt.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Als je naar de aanbestedingspraktijk in Nederland kijkt, hoe doen we het dan?

“Ik kom gelukkig aan beide kanten veel mensen tegen die wel ambitie hebben en die het hart wel op de juiste plaats hebben en zo bijdragen aan de missie om het aanbesteden in Nederland te verbeteren. In de praktijk denken we in Nederland al snel dat we het goed doen, terwijl in het buitenland sprake is van vriendjespolitiek. Of dat echt zo is, valt moeilijk te meten, denk ik.”

“Ik vraag me ook weleens af: hoe zou dat bij de inkoop van medische hulpmiddelen tijdens het begin van de coronacrisis zijn gegaan? Hebben de verantwoordelijke politici gedacht: laten we transparant en non-discriminatoir inkopen, want dat kan best snel en levert de beste resultaten op? Of hebben ze gedacht: voor aanbesteden hebben we nu even geen tijd. We moeten snel inkopen en pakken wat we pakken kunnen. Ik kan me voorstellen dat in dat soort situaties toch al snel wordt afgezien van een aanbesteding omdat het vertrouwen hierin ontbreekt. Dat is niet terecht. Het is niet alleen in strijd met alles waarvoor de interne markt en het aanbestedingsrecht staan, maar het leidt ook tot miskopen. De politiek zou dan beter naar ervaren inkopers moeten luisteren.”

Zijn er verbeterpunten?

“Ja, voortdurend. Producten en diensten ontwikkelen zich snel en dus moeten ook aanbestedingsprocedures continu worden aangepast. Je moet telkens weer eerst een zorgvuldige marktverkenning doen en aan de hand daarvan bepalen welke inkoopmethode de beste is. Ik zie veel innovatiekracht bij de aanbestedende diensten en geloof in een voortdurende verbetering van het aanbestedings- en inkoopbeleid. Dat is iets wat de aanbestedende diensten niet aan inkoopconsultants kunnen overlaten, maar wat ze samen met hen moeten doen.”

“Een goed voorbeeld is de inkoop in het sociale domein. Daarin moeten gemeenten reële tarieven hanteren, die aan de hand van een marktonderzoek en een prijsconsultatie moeten worden vastgesteld. En dat binnen de context van financiële tekorten van gemeenten op dit gebied en zogenaamde zorgcowboys die misbruik proberen te maken van het systeem. Om hierin op de juiste manier de beschikbare rekentools en modellen te hanteren, is voor gemeenten topsport. Zij hebben toegewijde inkopers nodig, die binnen de gemeente de nodige dekking om de gewenste resultaten te boeken.”

“Ook aan de zijde van de rechtsbescherming en de rechterlijke macht is er nog veel ruimte voor verbetering. Het gebeurt nog te vaak dat aanbestedende diensten wegkomen met een onrechtmatige gunningsbeslissing of een onrechtmatige wijziging van een contract, omdat een rechter voor de gemakkelijke weg kiest. Meestal is dat het gunningsresultaat en de aanbesteding in stand laten. En omdat een hoger beroep vaak niet zinvol is, omdat het contract al definitief wordt gegund na een uitspraak in eerste aanleg, komen de voorzieningenrechters daarmee weg. Dit zou wat mij betreft eens goed mogen worden onderzocht.  


Dat is natuurlijk het mooiste, dat een rechtszaak voorkomen wordt.

Maurice Essers, advocaat en partner bij Clairfort advocaten

Gevolg van deze gang van zaken is dat advocaten in hun advisering over proceskansen er al rekening mee moeten houden welke rechtbank bevoegd is en zelfs wie de voorzieningenrechter is. Het is niet fraai, maar bij sommige rechters weet je vooraf al dat je met bepaalde eisen niet aan hoeft te komen.”

Heb je tips voor aanbesteders en inschrijvers?

“Voor aanbestedende diensten: zie het aanbesteden als een missie, als een sport om zo goed mogelijke inkoopresultaten te realiseren. Een succesvolle aanbesteding is niet een aanbesteding die een rechterlijke toets doorstaat, maar juist een aanbesteding die tot een economische voordelige en duurzame inkoop leidt. Daag jezelf uit om in die sport de gouden medaille te halen.”

“Voor inschrijvers: zorg dat je kennis van het aanbestedingsrecht up-to-date is. Dat is gewoon nodig om succesvol op een aanbestedingsmarkt te kunnen opereren. Zowel om de beste inschrijving in te kunnen dienen als om geen kansen te missen na een voorlopige gunning. Doe dat samen met anderen, bijvoorbeeld via een platform als Aanbestedingscafé. Dat maakt het extra leuk.”

Welke ontwikkeling valt je op sinds de start van je carrière?

 “Naast de al genoemde ontwikkelingen, zie ik dat het onderwijs aan de universiteiten in het aanbestedingsrecht achterblijft. Nog steeds schrijven meer studenten een scriptie over het mededingingsrecht dan over het aanbestedingsrecht. In de advocatuur en bij het bedrijfsleven en de overheid is de vraag naar aanbestedingsjuristen juist veel groter. In de praktijk blijkt dat advocaat-stagiaires de aanbestedingspraktijk erg leuk vinden. Vaak is het tijdens hun studie niet genoeg aan bod gekomen. Een goede ontwikkeling is dat steeds meer advocatenkantoren beschikken over een advocaat met een specialisatie in het aanbestedingsrecht. Daar zit veel talent bij en dat helpt weer bij de verdere ontwikkeling van het aanbestedingsrecht en de aanbestedingspraktijk. Ook komen steeds meer fora om ervaringen en best practices uit te wisselen en is er een actieve vereniging voor aanbestedingsrecht. Dat zijn allemaal goede ontwikkelingen!”

Partner van Aanbestedingscafé:

Plucheplakkers en greenwashers: een potje moddergooien

Laatst zat ik in een coupé met twee scholieren die net terugkwamen van een lesje maatschappijleer. De ene legde de ander het verschil uit tussen links en rechts in de politiek, en illustreerde dat met een paar standpunten.

En wat er toen gebeurde was vrij bijzonder. De ander gebruikte de standpunten niet om te ontdekken of hij zelf links of rechts was, maar vond van zichzelf al dat hij rechts was en besloot daarmee wat hij van de standpunten vond.

“Ons overheidsgeld is niet bedoeld om buitenlandse vluchtelingen op te vangen”

“Is dat links of rechts?”

“Rechts”

“Oké helemaal mee eens”

Het is ontzettend moeilijk om niet in kampen te denken. En hoe complexer onze samenleving wordt, hoe meer modder we lijken te gooien. Links of rechts, wappie of schaap, reaguurder of gutmensch; bij gebrek aan tijd, interesse en aandacht slaan we iedere discussie het liefste dood met een makkelijk label.

Volgens mij is het juist een van de grootste uitdagingen als mens om die labels uit te schakelen. Want die labels maken het voeren van een echte discussie onmogelijk.

Voordat je publiekelijk het nut van vaccinaties of coronapassen aan de kaak stelt, moet je tegenwoordig eerst vertellen dat je zelf wel gevaccineerd bent en niet gelooft in een complot van Bill Gates. We willen eerst horen in welk kamp iemand zit voordat we bereid zijn om te luisteren naar de argumenten. En dat is precies de verkeerde volgorde.

Dit hokjesdenken wordt nog verder versterkt als we anoniem zijn voor elkaar. Enerzijds omdat we de ander niet kennen, en dus zelf aannames doen waarmee een makkelijk karikatuur kunnen vormen. En anderzijds omdat de ander ons niet ziet, zodat we alles kunnen roepen zonder bang te zijn voor de consequenties.

Bij aanbestedingen heb je alle ingrediënten voor een potje moddergooien. De overheid en de markt staan recht tegenover elkaar en doen alle communicatie anoniem via papier. En dan worden inkopers al snel luie plucheplakkers die niets van het bedrijfsleven snappen, en inschrijvers onbetrouwbare greenwashers die alleen maar geld willen verdienen. Pak er een willekeurige NvI bij, en tussen de regels door lees je de vooroordelen en het wantrouwen beide kanten op.

Zelfs op dit platform doen we eraan mee. Inkoperscafé.nl is er voor de inkopers en Aanbestedingscafé.nl voor de inschrijvers. Van nieuwsberichten tot kennisbanken en columns; we houden de werelden van overheid en markt strikt gescheiden. En dan vertrek je vanuit karikaturen. Eerlijk is eerlijk, ik doe daar als columnist iedere maand vrolijk aan mee.

Wat mij betreft wordt het tijd voor een aanbestedingscafé voor inkopers en inschrijvers. Waar we hetzelfde nieuws krijgen, dezelfde columns lezen en het gesprek kunnen voeren voorbij de labels, aannames en vooroordelen. We hebben dezelfde uitdaging. Laten we eens proberen om minder over, en meer met elkaar te praten. Want wie met modder gooit, verliest onvermijdelijk grond.

Partner van Aanbestedingscafé:

'Tenderned als goksite'


Met drie gasten bespraken we twee actuele onderwerpen in aanbestedingsland. Allereerst, de beslissing van het ministerie van VWS om de gunning van het analyseren van coronatesten twee maanden op te schorten. Daarnaast speelt op het wereldtoneel de klimaattop in Glasgow een belangrijke rol op dit moment. Moet duurzaam aanbesteden verplicht worden?

Presentatie: Sander van den Broek

Nieuws dat voorbij komt in deze aflevering:

De gasten in deze aflevering:

Daarnaast in de podcast een nieuwe column van Tenderman. Vraag of een opmerking? Mail naar [email protected].

Partner van Aanbestedingscafé:

VWS keurt voor 300 miljoen euro aan beschermingsmiddelen af

Het ministerie van VWS heeft stilzwijgend voor ruim 300 miljoen euro ingekochte mondmaskers, brillen, jassen en schorten afgekeurd. Daarvan was de Tweede Kamer niet op de hoogte.

In totaal keurde het ministerie voor 308,5 miljoen euro aan beschermingsmiddelen af. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. De beschermingsmiddelen behoorden tot de zogeheten ‘niet-vrije voorraad’. Ook nu wachten nog altijd beschermingsmiddelen ter waarde van 105 miljoen euro op goedkeuring, voor ze verdeeld en gebruikt kunnen worden.

Het grootste deel van de afgekeurde spullen bestaat uit mondkapjes. “De afkeuringen kunnen allerlei redenen hebben. Dat kan een slechte pasvorm zijn, maar ook de verandering van regelgeving”, laat het ministerie weten. Er is in totaal voor 283 miljoen euro aan mondkapjes afgekeurd.

Niet geïnformeerd

Eind april meldde het ministerie van VWS nog dat er voor 27 miljoen euro aan ingekochte beschermingsmiddelen was afgekeurd. In totaal kocht het ministerie voor 2,5 miljard euro beschermingsmiddelen in. Daarvan is dus meer dan 10% inmiddels afgekeurd. Dat het aantal afgekeurde beschermingsmiddelen zo hoog is opgelopen, heeft het ministerie nooit aan de Tweede Kamer gemeld.

Het grote aantal afgekeurde mondkapjes heeft geen nadelige gevolgen voor de zorg. Ziekenhuizen worden sinds enige tijd weer bevoorraad door eigen leveranciers. In totaal ligt er nog voor 1,45 miljard euro aan goedgekeurde mondkapjes en andere beschermingsmiddelen op de plank.

Bron: de Volkskrant

Partner van Aanbestedingscafé:

346 elektrische leasefietsen zo duurzaam mogelijk inkopen

Even op pad naar een ander kantoor voor een werkafspraak. Voorheen pakten medewerkers van de Belastingdienst dan het openbaar vervoer, dienstauto of leenfiets. Dat gaat veranderen, als het contract is getekend met een partij die 346 elektrische leasefietsen levert voor medewerkers van de Belastingdienst, het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat. Senior inkoper bij het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) van de Belastingdienst Daphne Biervliet regelt het.

In beweging

‘Eerst wilden we gewone fietsen aanbesteden voor onze medewerkers’, zegt Daphne. “Gaandeweg is dat plan veranderd. We willen fietsen aantrekkelijker maken dan de dienstauto of het OV. Vooral om de gezondheid en beweging van medewerkers te stimuleren. Ook als je krap in je tijd zit, kun je met een elektrische fiets snel van het ene naar het andere kantoor voor een afspraak. Bovendien is de elektrische fiets goedkoper dan de dienstauto of met het OV.” De verwachting is dat een op de dertig medewerkers gebruikmaakt van een elektrische leasefiets. Daphne: “Onze visie is dat de fiets alleen maar een populairder vervoersmiddel gaat worden. Door corona gaan mensen toch niet zo graag meer het openbaar vervoer in.”

Daphne Biervliet, senior inkoper Belastingdienst
Pechhulp

Daphne: “Momenteel staan er bij elk pand leenfietsen en dienstauto’s. Die zijn in ons bezit. Nadeel is dat de fietsen van verschillende merken zijn en het onderhoud is belegd bij verschillende partijen. Inkooptechnisch is dat best onhandig.” Het voordeel van leasen is volgens Daphne dat één partij straks niet alleen fietsen levert, maar ook onderhoud, reparatie en pechhulp langs het fietspad. ‘Straks is één partij voor drie jaar lang verantwoordelijk voor kwalitatief hoogwaardige elektrische fietsen die op elk moment te gebruiken zijn.”

Marktconsultatie

Belangrijke voorwaarde voor deze aanbesteding was: zo duurzaam mogelijk. Daphne: “Het liefst kopen we 100% circulaire elektrische fietsen in. Maar je hebt een markt nodig die aan die wens kan voldoen. Daarom heb ik eerst een marktconsultatie gehouden. Er zijn circulaire varianten te krijgen, maar die zijn heel duur en van slechtere kwaliteit. Op twee marktpartijen na maken alle leveranciers hun elektrische fietsen van nieuwe materialen. Enorm jammer, want normale fietsen kunnen tegenwoordig wel 100% circulair én kwalitatief worden geproduceerd.”


De markt voor elektrische fietsen kan niet achterblijven als het aankomt op circulariteit.

Daphne Biervliet, Senior Inkoper IUC Belastingdienst

Gerecyclede materialen

De markt voor elektrische fietsen is dus nog niet rijp voor 100% circulair. Daphne: “Dan heeft het ook geen zin om die eis te stellen. En dus hebben we onze eis omgezet in een wens: we vragen marktpartijen wat ze dan wél kunnen doen op circulair gebied. Bijvoorbeeld fietsaccessoires leveren van gerecyclede materialen. Of alle onderdelen van de fiets na de levensduur hergebruiken. De aanbesteding is nu gepubliceerd. We zijn heel benieuwd hoe marktpartijen circulariteit tot uiting willen laten komen in productie, onderhoud, reparatie en de terugname van de fietsen na het leasecontract.”

Gezamenlijk inkopen

De elektrische leasefietsen worden ingekocht voor drie organisaties: de Belastingdienst, het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat. Daphne: “Ik vond het uitdagend om met drie partijen alle wensen te stroomlijnen. De een gaat liever voor circulaire normale fietsen, de ander voor minder circulaire maar dan wel elektrische fietsen. Daarbij was de aanbesteding best technisch. Ik wist niets van elektrische fietsen. We hebben veel onderzoek gedaan en informatie opgehaald bij onder meer de ANWB. En de politie heeft ons geholpen, zij hebben recent een soortgelijke aanbesteding in de markt gezet.”


We zijn heel benieuwd hoe marktpartijen circulariteit tot uiting willen laten komen.

Daphne Biervliet, Senior Inkoper IUC Belastingdienst

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

Zelf handelt Daphne zo duurzaam mogelijk. “Als ik iets koop, kijk ik altijd eerst naar het labeltje. Waar is het gemaakt? Welke grondstoffen zijn gebruikt? Rijksinkopers hebben de verantwoordelijkheid via inkoop iets terug te doen voor de maatschappij en de planeet, vind ik. Vanuit die gedachte heb ik ook met een projectteam het Ambitieweb geïmplementeerd binnen ons IUC. Dat is een tool om helder te krijgen hoe de opdrachtgever een aanbesteding wil verduurzamen, bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit of social return. Sinds januari is elke inkoper van ons IUC verplicht om via dit Ambitieweb in te kopen en dus een zo duurzaam mogelijk resultaat te bereiken. De meest duurzame inkoper wint de MVI-bokaal.”


Als wij als Rijkoverheid onze wensen kenbaar maken, is de kans groot dat er op den duur iets verandert in het productieproces.

Daphne Biervliet, Senior Inkoper IUC Belastingdienst

Hergebruikt

Elke circulaire stap vooruit is er één, vindt Daphne. “De markt voor elektrische fietsen kan niet achterblijven als het aankomt op circulariteit. Als wij als Rijkoverheid onze wensen kenbaar maken, is de kans groot dat er op den duur iets verandert in het productieproces.” Mooi nieuws is dat de ‘oude’ leenfietsen niet zomaar worden weggegooid. Daphne: “De huidige fietsen voeren we af en we gaan op zoek naar een mooie bestemming met maatschappelijke waarde. De fietsen komen bijvoorbeeld terecht bij de Dienst Justitiële Instellingen of, opgeknapt en wel, bij mensen die zich anders geen fiets kunnen veroorloven.”

Meld je aan voor meer informatie over Inkoop bij de Rijksoverheid

De Rijksoverheid is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Gunning coronalabs uitgesteld na ophef over winnende Belgische inschrijving

De Nederlandse overheid gaat voorlopig nog niet over tot definitieve gunning bij de aanbesteding voor het analyseren van coronatesten. Het ministerie van VWS stelt het besluit uit tot december. Vorige week schreef de Volkskrant dat de gunning – op basis van loting – naar Belgisch laboratorium was gegaan. Dat leidde tot ophef onder Nederlandse laboratoria, die vorig jaar juist opschaalden op verzoek van het ministerie van VWS.

Volgens bronnen van de Volkskrant krijgt het Belgische Synlab de opdracht voor het analyseren van een groot deel van de Nederlandse coronatesten. Het ministerie van VWS schreef afgelopen zomer een aanbesteding uit voor de analyse van coronatesten. Aanbieders konden meedingen naar een regionale rol of een landelijke rol. Die laatste omvat een capaciteit van 92.000 tests per dag. Het Nederlandse laboratorium Unilabs behaalde bij de aanbesteding dezelfde score als Synlab, maar door loting kwam de Belgische inschrijver toch als winnaar uit de bus. Dat leidde tot ophef onder Nederlandse grote laboratoria.

Gunningscriterium

“Als Nederland belang had gehecht aan de Nederlandse hoogvolumelaboratoria had bijvoorbeeld afstand tot de teststraten een criterium kunnen zijn”, zegt Unilabs-bestuurder Ester Talboom-Kamps. De laboratoria zijn verbolgen over het feit dat een groot deel van de coronatesten in het buitenland geanalyseerd wordt. Unilabs liet vorige week weten een kort geding aan te spannen. Inmiddels hebben meerdere laboratoria zich daarbij aangesloten. Het ministerie wil niet zeggen hoeveel dat er zijn.

Capaciteit in Nederland

Ook coronalab Salto noemt het merkwaardig dat de gunning naar een Belgisch lab gaat. “Bij de opening van het Hudsonlab, dat wij op verzoek van de minister hebben gebouwd, heeft de minister gezegd: mede dankzij een uitbreiding als deze beschikken we ook in Nederland over voldoende laboratoria om snel en uitgebreid te testen. Het beleid was om in Nederland capaciteit op te bouwen. Dan is het heel merkwaardig om het een Belgisch lab te gunnen”, zegt persvoorlichter Wim Knol.

Ook het Nederlandse LabMicta, een samenwerkingsverband van meerdere kleine laboratoria, zou als winnaar uit de bus komen. Als Synlab en LabMicta de opdracht definitief gegund krijgen, gaat 60% van het totaal aantal coronatests naar deze labs. Volgens het ministerie van VWS komt het analyseren van coronatests door de uitgestelde gunning niet in gevaar.

Bron: RTV Utrecht, de Volkskrant

Partner van Aanbestedingscafé:

Stichting Ombudsman Aanbesteding

Onlangs circuleerde op LinkedIn een aantal berichten over een heuse aanbestedingsombudsman. In de berichten komt naar voren dat deze ombudsman een loket wil zijn voor als je een klacht hebt bij een lopende aanbestedingsprocedure.  Als je een klacht indient bij de ombudsman, zal een groep personen advies uitbrengen over je situatie.

Door de jaren heen heb ik heel wat meldpunten gezien. Voor een adviesbureau of detacheerder kan het commercieel interessant zijn om zo’n meldpunt te hebben. Want iemand met een probleem, is een potentiële klant. In ruil voor een bescheiden adviesje kun je daarom een klant binnenhalen. So far, niets nieuws onder de zon.

Last resort

Het gebruik van de term ‘ombudsman’ wekt het gevoel dat dit anders is. Hoewel er meerdere ombudsmannen zijn, is er maar één Nationale Ombudsman. Die is door de overheid ingesteld als ‘last resort’ voor als je als burger nergens meer heen kunt. De ombudsman heeft geen macht om beslissingen van de overheid te veranderen. Maar het instituut heeft wel budget om klachten te onderzoeken. En omdat het door de overheid zelf is ingesteld, heeft het ook gezag. Een oordeel van de ombudsman doet er toe in conflicten tussen burgers en de overheid.

Hoe zit het nu met deze Aanbestedingsombudsman? In het bericht staat een link naar een website. Deze link brengt me naar een website waar een tekst is te lezen over Stichting Ombudsman Aanbesteden. Gek genoeg wordt hier de afkorting OMA gebruikt. Als je Stichting Ombudsman Aanbesteden afkort, krijg je een heel andere afkorting, namelijk: SOA. Ook de website zelf wekt verwarring. Het oogt schreeuwerig. De informatie is weinig gestructureerd en het lijkt eerder op een promotiepraatje.

De website verwart nog verder. Allereerst is de website niet versleuteld. Dat is een soort basisbeveiliging. Bij een ‘last resort’ verwacht je dat alles in het werk is gesteld om de klager te beschermen. Dat gaat hier in de basis dus al niet goed.  Daarnaast is het internetadres, in jargon het domein, vreemd: de website staat op een subdomein van Karres.nl. Volgende de SIDN, de stichting die over .nl-domeinen waakt, is dit domein eigendom van Metaregistrar B.V. in Gouda. Even Googlen levert weinig concrete informatie op. Een belletje naar het vermeldde 088-nummer levert niets op. Er wordt niet opgenomen. Dan maar verder zoeken op de website. Als ik doorklik, kom ik de gegevens van Karres BV tegen. Dat klinkt logisch gezien de naam van het domein en omdat een van de initiatiefnemers zo heet. Maar wat heeft dat dan met deze stichting te maken?

Beter aanbesteden?

Hoe meer ik rondklik, hoe vreemder het me allemaal voorkomt. Is dit de plek voor mijn aanbestedingsklacht? Verder lezend op de website lees ik het doel van OMA, de afkorting voor Stichting Ombudsman Aanbesteden. OMA is van mening dat aanbesteden beter moet omdat de overheid per jaar maar liefst 140 miljard euro uitgeeft aan diensten en producten. OMA is blijkbaar een beetje in de war, want in werkelijkheid gaat het om ongeveer de helft. En wat OMA precies bedoelt met beter aanbesteden, wordt me niet duidelijk.

Verder lezend blijkt dat ik voor 250 euro een advies krijg van drie erkende experts. De experts zouden uit een verder niet toegelichte ‘community’ komen. Wat onder erkend verstaan wordt, wordt ook niet uitgelegd. Maar voor zover ik weet, bestaat er geen officiële erkenning of register van experts. Wel moeten we goed begrijpen dat de stichting onafhankelijk is. Dat wordt zo vaak gemeld dat ik er ongemakkelijk van wordt.

Ombudsman of adviesbureau?

Ik had mezelf een hoop tijd bespaard als ik eerder in het register van de Kamer van Koophandel had gekeken. De stichting heeft zichzelf namelijk ingedeeld bij adviesbureaus. Er wordt dus gewoon een betaald adviesje aangeboden. Waarom dat wordt vertroebeld met de term ombudsman en een vaag web namen, claims en toelichtingen is mij onduidelijk. Ik voel mij een beetje bedonderd omdat rond de term ‘ombudsman’ een zweem hangt van ‘je recht halen’, ‘er wordt geluisterd naar mijn klacht’.

Je snapt mijn punt. Predikaten als ‘ombudsman’, ‘expert’,  ‘deskundig’, ‘onafhankelijk’ moet je verdienen. En als je ze verdiend hebt, dan ga je daar zorgvuldig mee om. Als je ze klakkeloos gebruikt om een dienst te verkopen, zeg dat dan gewoon. Probeer je niet anders voor te doen dan je bent.

Deze columnist weet genoeg. Dit loket laat ik aan mijn neus voorbij gegaan. Ik wens de zelfbenoemde ombudsmannen en ombudsvrouwen veel succes.

Deze column is ook te beluisteren in de nieuwste aflevering van podcast De Gunningsfactor. Of beluister de laatste aflevering over de nieuwe Gids Proportionaliteit, met o.a. Theo van der Linden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: overeenkomst ontbonden

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over ontbinding van de overeenkomst bij schending van verplichtingen uit de aanbestedingsdocumenten.

Wat is er gebeurd?

De gemeente Veldhoven heeft op 30 november 2017 een Europese aanbesteding georganiseerd voor het selecteren van een dienstverlener voor het verrichten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2018 – 2019 e.v. Op 9 april 2018 hebben de gemeente en Van Gerwen een overeenkomst inzake leerlingenvervoer gesloten. De gemeente heeft de overeenkomst op 19 maart 2019 ontbonden en stelt zich op het standpunt dat Van Gerwen een aantal verplichtingen uit de aanbestedingsdocumenten niet of niet voldoende is nagekomen. In deze procedure is aan de orde de vraag of de gemeente terecht in 2019 tot ontbinding van de overeenkomst is overgegaan en als dat niet het geval is of Van Gerwen in dat geval schade heeft geleden die door de gemeente vergoed dient te worden.

Het resultaat

• De rechtbank is van oordeel dat Van Gerwen op een aantal punten toerekenbaar tekort is geschoten en de gemeente in dit geval terecht tot ontbinding is overgegaan.

• De rechtbank neemt hierbij met name in acht dat de ‘doelgroep’ waar het hier om gaat zeer kwetsbare kinderen betreft, waar zeer zorgvuldig mee omgegaan dient te worden. Met name het feit dat de reistijd van enkele kinderen in sommige gevallen niet voldeed aan de reistijd genoemd in het aanbestedingsdocument vindt de rechtbank zwaarwegend genoeg om de ontbinding te rechtvaardigen.

Relatie tot de praktijk

• Wees je bewust van de invloed van aanbestedingsdocumenten op de gehele uitvoeringsfase van een overeenkomst en het belang van contractmanagement. Goed contractmanagement kan je helpen in dergelijke situaties.

Bekijk de hele uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

'Geen verwachting van politiek'


Een nieuw seizoen, een nieuw format. Iedere twee weken nemen we met een aantal experts uit het veld het laatste aanbestedingsnieuws door. Gasten in de aflevering:

Theo van der Linden
De eerste gast van vandaag is eigenaar van VDLC publishers, columnist op Aanbestedingscafe en schrijver van de boeken ‘Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk’. Daarnaast is hij een van de meest gevraagde sprekers op het gebied van aanbestedingen in Nederland. Hij weet als geen ander om op een vlotte manier ingewikkelde vraagstukken tot de essentie terug te brengen. Doe daar een portie humor bij en je begrijp dat hij niet mag ontbreken in deze podcast.

Eline Lagendijk
De tweede gast van vandaag is freelance journalist en eigenaar van Bureau Gember. Menig aanbestedingsexpert werd al onderworpen aan haar kritische vragen. Wie haar nog niet kent, moet vaker Aanbestedingscafe bezoeken. Want het laatste aanbestedingsnieuws is daar dankzij haar dagelijks te lezen.

In deze aflevering praten we over:

Nieuws:
https://www.aanbestedingscafe.nl/nieuwe-gids-proportionaliteit-gepubliceerd/

https://www.inkoperscafe.nl/handreikingen-verantwoordelijk-marktgedrag-bij-inkopen-diensten/

Reactie, vraag of opmerkingen?

Vond je dit een leuke podcast? Vergeet de podcast niet te liken en te delen en je te abonneren. Heb je een vraag of opmerkingen, stuur dan een mail naar: [email protected]

Informatie over partnering met podcast de Gunningsfactor?

Er zijn ook mogelijkheden om je product, dienst of bedrijf te promoten. Interesse? Stuur dan een mail naar: [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederland had geen plan voor inkoop mondkapjes

Uit een reconstructie van De Correspondent blijkt dat de Nederlandse overheid allesbehalve voorbereid was op het tekort aan mondkapjes dat ontstond aan het begin van de coronapandemie.

Hoewel Ernst Kuipers eind februari 2020 nog meldde dat Nederland beschikte over een jaarvoorraad mondkapjes, kwamen ziekenhuizen in het zuiden van het land al snel zonder te zitten. De situatie was medio maart ronduit nijpend. René Dullaart, hoofd Inkoop van het Erasmus UMC, vertelt aan De Correspondent hoe hij wekenlang probeerde mondkapjes in te kopen in Europa. In eerste instantie zouden de GGD’s dit doen, maar de opdracht belandde bij Dullaart en Gerwin Meijer, hoofd van de inkoopsamenwerking van de vereniging van academische ziekenhuizen.

Deal of geen deal?

De overheid wilde mondkapjes inkopen via aanbestedingen, maar Dullaart schat in dat dat te lang duurt en spreekt zich daarover uit. Dullaart wordt al snel verantwoordelijk voor de inkoop van mondkapjes die op zeer korte termijn nodig waren. Hij krijgt van alle kanten aanbiedingen, leads die vaak nergens op uitlopen. Hij sluit een deal met het Belgische Pharmasimple, via tussenpersonen. Het beursgenoteerde bedrijf zou ook aan de Belgische overheid leveren. Uiteindelijk komt de deal niet tot stand. De tussenpersoon via wie Dullaart inkoopt, blijkt opgelicht te zijn. Daarna benadert Dullaart een kennis in China. Via die weg weet hij wel mondkapjes in te slaan, waarvan een deel later alsnog wordt afgekeurd.

Onvoorbereid

Aan de start van de coronapandemie stond Nederland volgens Amerikaanse onderzoekers in de top-3 van best voorbereide landen. Dat kwam met name door de aanwezigheid van het RIVM en de GGD’s. Dullaart concludeert desondanks dat Nederland niet goed was voorbereid op het tekort aan mondkapjes. Hij uit zowel kritiek op zichzelf als op de overheid. Er was geen plan. “Dat is misschien wel een puntje van aandacht voor het vervolg”, zegt hij.

Onderzoek afwachten

Het ministerie van VWS stelt in een reactie: “Het is goed dat alles boven water komt nu de crisis grotendeels achter ons lijkt te liggen. Daar kunnen we alleen maar van leren.” Het ministerie heeft Deloitte gevraagd onderzoek te doen naar de gang van zaken rondom de inkoop van mondkapjes. Dat wil het ministerie eerst afwachten, als bevestiging op het verhaal van De Correspondent.

Bron: De Correspondent

Partner van Aanbestedingscafé:

Rechtbanken Midden-Nederland, Limburg en Den Haag komen op voor het bedrijfsleven

Terwijl het kabinet nog tobt over een betere rechtsbescherming voor inschrijvers zijn drie Nederlandse rechtbanken (Midden-Nederland, Limburg en Den Haag) hier op eigen houtje alvast mee begonnen. Uit een aantal recente uitspraken blijkt heel duidelijk dat er bij deze rechtbanken meer begrip is voor de positie van de ondernemers. Lees mee.

De Rechtbank Midden-Nederland vindt een onvolledig UEA geen probleem: de inschrijver heeft het UEA ondertekend en tijdig ingediend, maar heeft deel IIIB niet ingevuld. De rechter zegt dat de gemeente naar aanleiding van deze kennelijke vergissing navraag moest doen, en de inschrijver in de gelegenheid stellen het UEA te herstellen, en mocht zij de inschrijving niet uitsluiten zonder dat te hebben gedaan.  

Het Gerechtshof Den Haag vindt dat van het MKB niet gevergd kan worden dat zij voor inschrijving een kort geding aanhangig maakt: bij een aanbesteding die betrekking heeft op een opdracht met een beperkte waarde waarop wordt ingeschreven door inschrijvers die behoren tot het midden- en kleinbedrijf, zal niet gevergd kunnen worden dat zij al vóór inschrijving hun bezwaren tegen een aanbesteding aan de rechter in kort geding voorleggen. Bij een grote opdracht waarop wordt ingeschreven door bedrijven met een zekere omvang zal een dergelijke eis echter eerder te rechtvaardigen zijn.  

De Rechtbank Limburg vindt dat een aanbestedende dienst niet mag terugkomen op de gunningsbeslissing: de voorzieningenrechter stelt vast dat in de gunningbeslissing geen enkele opmerking is gemaakt inzake de rechtsgeldigheid van de ondertekening van het UEA en de compleetheid van de stukken. Dan mag het later (als de inschrijver te lastig wordt?) ook niet meer.  

Te laat?

Het Gerechtshof Den Haag is het er niet mee eens dat er na een gewonnen kort geding gelijk gegund wordt. Ondanks het feit dat de aanbestedende dienst het kort geding gewonnen heeft (en de opdracht gegund heeft) zegt het hof dat de uitvoering van de opdracht moet worden opgeschort, omdat er geen doelmatige en effectieve rechtsbescherming heeft plaatsgevonden.  

De Rechtbank Limburg vindt te laat inleveren niet erg als er een goede reden voor is: een inschrijving die te laat is gedaan, kan verder beoordeeld worden als voor het overschrijden van de termijn aantoonbaar een goede reden is, dan wel als sprake is van een gerechtvaardigd belang, dat de gevolgen van te laat inschrijven teniet doet. (Dit was overigens niet bij een Europese aanbesteding.)  

Rechtbank Den Haag zegt dat er alsnog een geldig GVA mag worden ingediend: de aanbestedende dienst zegt dat hij geen mogelijkheid tot herstel mocht bieden omdat in het Beschrijvend Document aan het niet indienen van een GVA die niet voldoet, de sanctie van uitsluiting is verbonden. De voorzieningenrechter volgt dat niet, omdat deze sanctie in de omstandigheden van dit specifieke geval in strijd met de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt geacht.  

De Rechtbank Limburg vindt dat het formalistisch is als een kleine fout niet hersteld mag worden: in ieder geval geldt dat Gemeente een en ander eenvoudig had kunnen vaststellen door navraag te doen, waartoe zij op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel ook was gehouden. Onder die omstandigheid getuigt het van formalisme om een inschrijver niet de gelegenheid te geven de inschrijving te herstellen.  

De Rechtbank Midden-Nederland vindt dat inschrijvers alleen ‘grote’ gebreken hoeven op te merken: de voorzieningenrechter is van oordeel dat het proactief handelen van de gegadigde/potentiële inschrijver niet verder reikt dan dat hij evidente en in het oog springende gebreken behoort op te merken en dat hij daarvan dan onmiddellijk melding maakt. Het is niet aan de gegadigde/potentiële inschrijver om te controleren of de aanbestedingsprocedure in overeenstemming is met de regels en de beginselen van het aanbestedingsrecht.  

Positieve trend

De Rechtbank Den Haag zegt dat je nooit een inschrijver zonder een proportionaliteitstoets mag uitsluiten: tevens is een aanbestedende dienst gehouden om een proportionaliteitstoets uit te voeren bij de beoordeling of een inschrijver bij toepassing van een uitsluitingsgrond ook daadwerkelijk moet worden uitgesloten.  

De Rechtbank Midden-Nederland vindt dat een inschrijver recht heeft op de prijs van de winnaar: de voorlopige gunningsbeslissing vermeldt alleen dat [eiseres] het niet is geworden omdat zij niet met de laagste prijs heeft ingeschreven en [naam tussenkomende partij] wel. De prijs waarmee [naam tussenkomende partij] heeft ingeschreven wordt niet vermeld. De rechtspraak is verdeeld over de vraag of de prijs moet worden vermeld of niet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit gelet op het bepaalde in artikel 2.130 Aw 2012 moet worden gedaan. Het gaat te ver om de aanbestedende dienst te vertrouwen als hij zegt dat de winnaar met de laagste prijs heeft ingeschreven.  

Er is dus duidelijk een trend zichtbaar, die positief is voor de inschrijvers. De vraag is nu of die zal doorzetten en of andere rechtbanken zullen volgen.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe Gids Proportionaliteit gepubliceerd

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de nieuwe Gids Proportionaliteit gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe versie van kracht. De wijzigingen in de Gids moeten bijdragen aan betere rechtsbescherming bij aanbesteden.

In februari van dit jaar stuurde Mona Keijzer, destijds staatssecretaris van Economische Zaken, een ontwerp van een gewijzigd Aanbestedingsbesluit met een aanpassing van de Gids Proportionaliteit. Daarover vroeg Keijzer in november 2019 al advies aan de Adviescommissie Gids Proportionaliteit. Volgens Keijzer passen sommige publieke opdrachtgevers rechtsverwerkingsclausules te strikt toe. “Dit leidt tot rechtsverwerking in gevallen waarin dat onredelijk is en resulteert in een gevoel van onrechtvaardigheid bij opdrachtnemers”, schreef ze aan de Tweede Kamer. Ondernemers ervaren de toepassing van dergelijke clausules als ‘doorgeslagen’.

De wijzigingen in de Gids Proportionaliteit moeten de buitensporige toepassing van rechtsverwerkingsclausules beperken en goede klachtafhandeling bevorderen. Voornamelijk hoofdstuk 4, Aanbestedingsfase, is aangepast. De exacte aanpassingen vind je hier.

Bron: PIANOo.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Topadvocaat Verberne: ‘Transparantie moet voorop staan’

“Begin met het einde”, tipt Gijs Verberne, advocaat en partner bij Van Doorne. “Begin een te starten aanbesteding met het formuleren van de te bereiken doelstellingen.”

Verberne adviseert deze doelen vast te leggen in een conceptovereenkomst, inclusief de zorgen die zich kunnen voordoen (gunningscriteria). “Vraag je bij de selectiecriteria vervolgens af of een inschrijver die zorgen eerder succesvol heeft opgelost en doe dan pas een aankondiging. Veel aanbestedingen zijn niet altijd goed doordacht, niet afgestemd met contractbeheerders of eindgebruikers. Aanbesteden is een middel, geen doel op zich.”

Iedere maand interviewt AanbestedingsCafe.nl een vooraanstaande aanbestedingsadvocaat over zijn/haar carrière, visie en ervaringen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het aanbestedingsrecht?

“Professor Wedekind, de eerste Nederlandse hoogleraar in het Europees en nationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, inspireerde mij als collega met zijn ‘heilige vuur’ voor dit rechtsgebied. Toen dit rechtsgebied nog in de kinderschoenen stond, werkte ik met hem samen bij Van Doorne, kantoor van de Rijksadvocaat, voor met name overheden. Daarnaast ben ik les blijven geven aan universiteit en later ook aan de Hogeschool van Utrecht.”

Gijs Verberne, advocaat en partner bij Van Doorne Advocaten
Je staat meestal aan de kant van de aanbesteders?

“Ja. We begeleiden bijvoorbeeld veel overheden bij complexe publieks-privaatrechtelijke samenwerkingen, zoals bij te realiseren infrastructuur, energietransitie en te verrichten openbaar vervoer.  Een ander deel van het werk is het voeren van rechtszaken, bijvoorbeeld het voeren van verweer namens een aanbestedende dienst in kort geding tegen een afgewezen inschrijver. Die afwisseling is interessant. De praktijk voer ik samen met een fantastisch en gedegen team dat presteert op hoog niveau. Een prettige groep mensen om mee samen te werken.”

Inmiddels ben je partner bij Van Doorne.

“Ja, al sinds 2006. Ik heb na mijn studie allerlei richtingen uitgeprobeerd en heb zo Van Doorne leren kennen.”  

Wat vind je zo leuk aan het aanbestedingsrecht?

“Ten eerste: het omvangrijke rechtsgebied: het beslaat internationaal, Europees, nationaal recht (zowel civiel als bestuursrecht). Ook is het met name bij procederen interessant zuiver en zorgvuldig te blijven redeneren. Daarbij geldt ook dat regressief redeneren voorkomen moet worden: een rechter kiest dan gevoelsmatig en intuïtief en gaat die keuze vervolgens onderbouwen. Dit is mijns inziens zuiver noch zorgvuldig. Immers, feiten maken het recht en niet andersom.”

“Een ander mooi aspect is de menselijke kant, de beleving. Van zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver. Het is dan wel een zakelijk geschil, maar je moet ook als mensen met elkaar blijven praten. Het is het spel. Je mag je verzetten tegen een uitslag, maar kunt buiten de rechtszaal wel gewoon op een prettige manier met elkaar omgaan.”

“Ook het rechtsgebied zelf spreekt me aan: de techniek, de internationale regels waaraan je moet voldoen. Er zijn zo veel aspecten die een aanbesteding kunnen beïnvloeden.. Aanbestedingsrecht is en blijft enorm in ontwikkeling. Dat maakt het heel afwisselend en ontzettend leuk. Daarnaast is het ook maatschappelijk relevant om een bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld de energietransitie of het openbaar vervoer.”

Als je kijkt naar de aanbestedingspraktijk in Nederland, hoe doen we het dan?

“Goed, absoluut. Maar het kan natuurlijk altijd beter. Er is de afgelopen jaren al veel geprofessionaliseerd. Wat beter zou kunnen, is contractbeheer. Vaak mist er structuur in contracten, vooral over hoe je met elkaar in contact blijft. Daar zijn nu ook opleidingen voor, met aandacht voor communicatie: hoe voer je een gesprek, hoe stel ik de juiste vragen, hoe stem ik zaken af? Het kan enorm helpen in de samenwerking te luisteren, open vragen te stellen en rekening te houden met de persoon/persoonlijkheid tegenover je. Als die communicatie verbetert, krijg je een professionelere relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Er is altijd wisselwerking, het is een illusie dat je een opdrachtnemer kunt managen of directief aansturen.”

Communicatie is dus belangrijk. Hoe zit dat bij het procederen?

“In een civielrechtelijk kort geding is het voor de rechter soms lastig te controleren of wat er beweerd wordt, ook klopt. De rechter moet het in beginsel doen met de documenten die zijn overgelegd. Daaruit volgt feitelijk een systeem van ‘marginale’ toetsing. De aanbestedende dienst heeft de inhoudelijke kennis, de rechter toetst veelal alleen of het proces goed is verlopen Bij het bestuursrecht vindt naar mijn oordeel veelal een grondiger toets plaats, omdat de rechter dan over alle op het besluit betrekking hebbende documenten beschikt.”

 
“In de meeste aanbestedingsrechtelijke geschillen oordeelt de burgerlijke voorzieningenrechter. De rechter zit daar in zijn eentje en zijn beslissing kan vrij grote gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk dat de aanbestedende diensten transparant en met respect communiceren met inschrijvers. Ze moeten hun beslissingen goed motiveren en niet te angstig zijn in hun uitleg. Dus niet alleen het juridische afdekken, maar ook rekening houden met emoties. Soms wordt een rechtszaak puur gevoerd op emoties. De inschrijvende partij heeft hart en ziel gestoken in zijn plan en dan krijgt hij een onduidelijke of slecht geformuleerde afwijzing.”

Met welke vragen kloppen inschrijvende partijen vaak bij jou aan?

“Dat varieert. Soms krijgen we vooraf al vragen: Klopt het bestek? Mag dit? Hoe moeten we de vraag formuleren? Zijn we proactief genoeg? Moeten we nu al procederen? Dat laatste bijvoorbeeld als er wordt toegeschreven naar één partij. Van aanbesteders krijg je weer andere vragen, bijvoorbeeld: mogen we op door ons gewenste wijze de aanbesteding vormgeven, gaat dit goed? Dan kijken we met ons team vanuit verschillende disciplines hoe je dat vormgeeft. Dat doe ik niet alleen, dat doen we samen vanuit allerlei perspectieven, zoals ook techniek of wijze van inkoop en financieel.”

Welk moment in je carrière heeft de meeste indruk gemaakt?

“Dat is niet per se één moment. Ik vind het altijd mooi als je juridisch scherper kunt zijn dan de ander zodat een cliënt het gewenste einddoel haalt, zoals een succesvolle aanbesteding of gewonnen rechtszaak.  Ik krijg elke keer energie uit de samenwerking met cliënten en met het team. Samen tot een goed resultaat komen, dus dat het doel is bereikt. Dat zijn de mooie momenten.”

Heb je tips voor aanbesteders?

“Ik heb nog wel een praktische tip: benoem per gunningscriterium het te bereiken doel: wat wil je bereiken? Wat is de gewenste eindsituatie? Wanneer ben je er blij mee als aanbestedende dienst? Dan kan de inschrijver hier zijn eigen invulling aan geven. Dus geen algemene plannen van aanpak of visie vragen, zonder dat de aanbestedende dienst enige functionele richting geeft.”  

Je geeft zelf les, dus opleiden vind je ook belangrijk?

“Zeker, daarom heb ik ook veel lesgegeven aan de Universiteit en Hogeschool van Utrecht en veel gepubliceerd. Dat vind ik ook erg leuk om te doen. En voor de wethouders hebben we samen met de Nederlandse Vereniging van Wethouders en de Universiteit Tilburg een opleiding voor bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen opgezet. Veel van mijn Van Doorne-collega’s dragen daaraan bij. Er worden zowel juridische als managementvakken gegeven, zodat wethouders en bestuurders in de publieke sector ook hun vak goed kunnen uitoefenen.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Tweets verleidden VWS tot omstreden mondkapjesdeal

Door grote politieke druk was het ministerie van Volksgezondheid vatbaar voor de kritische tweets die Sywert van Lienden dit voorjaar verstuurde. Hij wist het ministerie over te halen tot het sluiten van een omstreden mondkapjesdeal, ter waarde van 100 miljoen euro. Dat concludeert onderzoeksplatform Follow the Money (FTM).

Ambtenaren van VWS bevestigen de theorie van FTM. Van Lienden verstuurde de tweets op 10 april 2020. Op 12 april had hij contact met het ministerie, een dag later was de commerciële bv opgericht van waaruit de mondkapjes verkocht zouden worden. Volgens juridische experts die FTM raadpleegde, is dat bijzonder snel. FTM stelt dan ook dat Van Lienden de tweets met voorbedachten rade heeft verstuurd, om het ministerie tot een overeenkomst te bewegen.

Een whatsapp-bericht van Van Lienden zou dat onderschrijven. Volgens FTM appte hij op de dag dat hij de tweets verstuurde: “Ik heb even een noodkreet op twitter geslingerd om politiek deurtje te openen.” Het is niet duidelijk naar wie hij het bericht stuurde. Ook registreerde een zakenpartner van Van Lienden een dag voor hij de tweets verstuurde, domeinnamen van de stichting Hulptroepen Alliantie en de commerciële bv.

Verwijten

“Hij was zeer aanwezig in het publieke debat hierover, zowel online als op tv.’ VWS was in deze fase van de coronacrisis zeer beducht voor verwijten over tekortschietende inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder mondkapjes. ‘Aanbiedingen die niet opgepakt werden, zouden potentieel terug kunnen komen in debatten, zegt een bron tegen FTM over Van Lienden. Van Lienden wil niet reageren op de conclusies van FTM. Hij zegt onderzoek van het ministerie van VWS af te wachten.

Aanklacht

Vorige week liet advocaat Peter Plasman weten dat hij aangifte gaat doen tegen Van Lienden en zijn zakenpartners omdat zij zich volgens hem schuldig hebben gemaakt aan oplichting. Dat doet hij vermoedelijk in naam van vrijwilligers die zich in hebben gezet voor stichting Hulptroepen Alliantie. Van Lienden deed voorkomen alsof hij niets verdiende aan de mondkapjesdeal met VWS, maar streek zelf 9 miljoen euro op. Nadat FTM dit onthulde zei hij dat hij dat bedrag aan goede doelen zal doneren.

Bron: FTM.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Inhuur van personeel is niet alleen een inkoopfeestje’

Het bedrijfsleven maakt er al volop gebruik van: de Managed Service Provider (MSP). Door het werven en contracteren van personeel uit te besteden kan een organisatie tijd en geld besparen. De publieke sector zet de MSP echter veel minder vaak in. Daar liggen kansen, dachten Marijn de Leeuw, Mercell Nederland, en Remco Worst, Senior Supplier Manager bij TAPFIN, de MSP van ManpowerGroup Talent Solutions. Zij introduceerden afgelopen maand een combinatie van een MSP en het Dynamisch Aankoop Systeem (DAS), dat inhuur van personeel bij overheidsinstanties gemakkelijker, goedkoper en rechtmatiger moet maken.

Waarom overheidsorganisaties nog maar weinig gebruik maken van een MSP is De Leeuw, ondanks de ervaring en contacten met de publieke markt, een raadsel. “Wie het weet, mag het zeggen”, zegt hij lachend. De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) vormt daarop een uitzondering. Die wilde wél een MSP en schreef daar vorig jaar een aanbesteding voor uit. “Wij dachten al langer na over een samenwerking tussen Mercell Nederland en Manpower, over een combinatie van het DAS en de MSP”, zegt De Leeuw. “Toen kwam die aanbesteding, en die wonnen we.”

Rechtmatig inkopen

Veel organisaties worstelen volgens De Leeuw en Worst met de inhuur van flexibel personeel. “Er is een gebrek aan capaciteit omdat instellingen vaak niet zijn ingericht op het organiseren van inhuur. Zij zijn vooral bezig met de eigen taken en verantwoordelijkheden. Die zijn de afgelopen jaren steeds groter geworden”, zegt Worst. Hij ziet dat de expertise om inhuur goed te regelen vaak ontbreekt. “Dat komt door complexe wet- en regelgeving in Nederland. Voor het inregelen van tijdelijk personeel bestaat er wet- en regelgeving. Denk aan de wet DBA en de onlangs ingevoerde WAB, de inlenersbeloning die stelt dat ingehuurd personeel recht heeft op dezelfde voorwaarden als medewerkers die in vaste dienst werken. Er zijn allerlei zaken waar je rekening mee moet houden.”

Voor overheidsinstanties geldt daarbij ook nog dat zij rechtmatig in moeten kopen. De Leeuw: “Bij de inhuur van personeel gaat het al snel om heel veel geld, dus is een instantie al snel aanbestedingsplichtig. In het begin denkt men vaak: we kunnen dit wel onderhands aanbesteden, we hebben deze persoon maar een paar weken nodig. Dan blijkt dat toch anders te zijn en dan komt de rechtmatigheid in het geding.” Dat is ook het geval wanneer een organisatie graag verder wil met een ingehuurde medewerker en het contract daarom steeds verlengd wordt. “Eigenlijk zou je dan opnieuw moeten gaan aanbesteden. Maar dat gebeurt niet. Mensen willen nu eenmaal graag werken met mensen die ze kennen.” Bovendien is de inhuur van personeel volgens De Leeuw veelal niet centraal geregeld. “De inhuur van personeel is niet alleen een inkoopfeestje, ook HR is daarbij betrokken.” Dat leidt er vaak toe dat een organisatie weinig tot geen overzicht heeft over de flexibele schil. “De grip op inhuur ontbreekt”, aldus De Leeuw.


“Er zijn allerlei zaken waar je rekening mee moet houden. Je ziet dat de capaciteit en expertise om daar goed op in te spelen, ontbreken.”

Remco Worst, Senior Supplier Manager TAPFIN

Ten slotte komen er vaak hoge kosten kijken bij de inhuur van flexibel personeel. “Wie personeel inhuurt via een raamovereenkomst moet alle inhuurvolumes bij elkaar optellen, inschatten wat er de komende jaren nodig is op het gebied van inhuur en als gevolg daarvan allerlei risico’s afdekken. Dan kan er nog maar een beperkt aantal leveranciers meedoen”, zegt De Leeuw. Als gevolg daarvan, en van doorleenconstructies, betalen organisaties vaak hogere tarieven dan nodig is.  


Wat is een DAS?

Het Dynamisch Aankoop Systeem is een Europese aanbestedingsprocedure voor het doen van gangbare aankopen van werken, leveringen of diensten. Het moet gedurende zijn gehele looptijd openstaan voor toetreding door nieuwe ondernemers die aan de eisen voor toelating tot het systeem voldoen. Het aantal ondernemers in een DAS kan niet beperkt worden door selectiecriteria toe te passen. Wel is het mogelijk uitsluitingsgronden en passende geschiktheidscriteria stellen aan de ondernemers.


MSP + DAS

De samenwerking tussen Mercell Nederland en TAPFIN moet een oplossing bieden voor de obstakels die de inhuur van personeel nu met zich meebrengt, specifiek voor de publieke sector. Daarvoor stemden Mercell Nederland en TAPFIN hun bestaande DAS-omgeving en MSP-omgeving op elkaar af. Inkopen via een DAS biedt organisaties de mogelijkheid om doorlopend personeel in te huren, volgens De Leeuw één van de grote voordelen van deze procedure. Iedereen die aan de vereisten voldoet, mag meedoen. Een soort open-houseprocedure, maar dan voor inhuur. “Het is allemaal veel lichter, makkelijker en flexibeler”, legt hij uit. Bovendien voldoet een organisatie die gebruikmaakt van het DAS gewoon aan de aanbestedingsregels, het is een manier om rechtmatig in te kopen. Inkopen via DAS is immers een Europese aanbestedingsprocedure. Een MSP neemt organisaties traditiegetrouw veel werk uit handen, met zaken als het aanvraagproces, contractmanagement, urenregistratie en facturatie. Door beiden te combineren ontzorgt het systeem zowel de Inkoop- als de HR-afdeling.

Inhuurdesk: hulp bij inhuur

Een belangrijk onderdeel van de gecombineerde oplossing is de Inhuurdesk. Organisaties die gebruik maken van de gecombineerde oplossing van Mercell Nederland en TAPFIN kunnen een beroep doen op deze pool van experts, die hen op verschillende vlakken ondersteunt. De Inhuurdesk helpt inhurende managers en organisaties een profiel op te stellen aan de hand van hun wensen en eisen. Dat profiel wordt in het DAS gezet, waarna iedereen die voldoet aan de eisen een offerte kan indienen, ook de zzp’er. Dat de Inhuurdesk helpt bij het opstellen van het profiel helpt niet alleen de inhurende organisatie, maar ook de leverancier. “Als je een te generieke uitvraag in de markt zet, belast je de markt onnodig”, zegt De Leeuw. Daarom streeft de Inhuurdesk ernaar het profiel zo scherp mogelijk te maken.

De MSP zet daarna alle binnengekomen offertes op een rijtje en maakt een ranking op basis van objectieve criteria: prijs en kwaliteit. De Inhuurdesk nodigt vervolgens – samen met de inhurend manager – de top-3 kandidaten uit voor een gesprek, waarna de beste kandidaat wordt gecontracteerd. Ook dat wordt afgehandeld door de Inhuurdesk, wat de HR-afdeling werk uit handen neemt. Ten slotte kan een organisatie ervoor kiezen verschillende modules af te nemen, waarin urenregistratie en facturatie via self-billing geregeld worden.

“Het mooie aan dit systeem is dat je altijd een actuele match van vraag en aanbod hebt”, zegt De Leeuw.Voor leveranciers, de markt, de zzp’ers zijn de voordelen dat ze direct zaken kunnen doen met de overheid. De Inhuurdesk zorgt er daarbij voor dat gunning en afwijzing gemotiveerd worden. “Vaak gehoorde kritiek op het DAS is dat gemotiveerde gunning of afwijzing maar beperkt plaatsvindt. En die kritiek is wat mij betreft ook terecht, want vaak wordt dat ook te beperkt gedaan. De Inhuurdesk zorgt ervoor dat dat in dit systeem wel goed gebeurt. De ranking vindt plaats op basis van harde criteria, zodat je een afwijzing goed kunt motiveren.”


Het mooie aan dit systeem is dat je altijd een actuele match van vraag en aanbod hebt.

Marijn de Leeuw, Mercell Nederland

Grip op inhuur en kosten

Naast de ondersteuning door de Inhuurdesk zorgt het systeem ook voor grip op inhuur door te voorzien in de juiste data en rapportages. Inkoop en HR kunnen een beroep doen op de data die in het systeem verzameld worden. “Dat is een bron van data waar we gericht en op maat de juiste rapportages uit kunnen halen”, zegt Worst. Beide afdelingen kunnen daarnaast gebruik maken van de data die ManpowerGroup in huis heeft, waarmee tarieven worden gebenchmarkt. “Stel, een inhurend manager neemt contact op met de Inhuurdesk omdat hij iemand nodig heeft. Hij vraagt wat daar een redelijk en vooral marktconform tarief voor zou zijn. Hij schat in dat dat zeventig euro is, maar de Inhuurdesk kan dan zeggen – op basis van beschikbare gegevens, het aanbod en de regio – dat het tarief een stuk lager uitvalt: zo’n 57 euro. Zo bespaar je dus direct op je inhuur”, legt Worst uit. Het gebruik van uniforme processen, vaste sjablonen en directe inhuur verlagen de kosten verder.


Wat is een MSP?

Een Managed Service Provider neemt de taken die een organisatie uit wil besteden, over. Het gaat daarbij vaak om onboarding en administratieve processen, zoals urenregistratie en facturatie.


In de markt

De afgelopen maanden zette Mercell Nederland, samen met TAPFIN, een MSP op voor de ODRU. De tijd is rijp om de rest van de publieke sector kennis te laten maken met DAS- en MSP-combinatie. “Samen met de ODRU hebben we onze ervaring verder opgebouwd en hebben we ontdekt dat dit eigenlijk fantastisch is. De klant is er ontzettend blij mee”, zegt De Leeuw. Inmiddels hebben zich meer overheidsorganisaties gemeld voor de oplossing. Voor elke organisatie stemmen Mercell en TAPFIN het systeem af op de wensen van de klant. De combinatie van DAS en MSP kan al binnen een maand operationeel zijn. Worst: “Het concept staat voor tachtig procent vast. De overige twintig procent is maatwerk, dat maken we klant specifiek. Iedere klant heeft toch zijn eigen behoeften.”

Meer weten over MSP en DAS voor publieke organisaties? Bekijk het webinar dat Mercell Nederland onlangs samen met ManpowerGroup gaf of neem contact op met Marijn de Leeuw en Remco Worst.

Mercell Nederland is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Supply Value gaat ICT-advies leveren aan Belastingdienst

Samen met een consortium van bedrijven onder leiding van Flex Value, is Supply Value door de Belastingdienst geselecteerd als voorkeursleverancier van ICT professionals. Supply Value zal de komende vier jaar advies en implementatiekracht leveren op het gebied van het plannen, mogelijk maken en sturen van de informatie voorziening van de Belastingdienst.

Supply Value zal betrokken zijn op een groot aantal gebieden. Daaronder vallen architectuur, informatiebeleid, innovatiemanagement, business en data analyse, informatiebeveiliging, producteigendom, scrum masters, programma- en projectmanagers, IT-control en kwaliteitsmanagement. Andere partijen in het consortium vullen (technologie) specifieke rollen in op het gebied van bijvoorbeeld cloud computing, systeembeheer, softwareontwikkeling en testen.

Vereenvoudigen en vernieuwen

Menno van Drunen, Managing Partner bij Supply Value: “Ik ben er trots op dat wij vanuit onze expertise komende jaren een bijdrage kunnen leveren aan de digitaliseringsdoelstellingen van de Belastingdienst en zo impact kunnen maken op het vereenvoudigen en vernieuwen van de dienstverlening van de Belastingdienst aan burgers, bedrijven en ketenpartners.”

Supply Value is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Extra geld jeugdzorg gebruikt voor andere kosten

Een deel van de Nederlandse gemeenten gebruikt extra geld, bedoeld voor de jeugdzorg, voor het aanvullen van tekorten binnen andere domeinen. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS.

Dit jaar zegde het Rijk gemeenten 1,3 miljard euro toe voor het indammen van financiële tekorten binnen de jeugdzorg. Een derde van de gemeenten waar de NOS contact mee had, zegt het geld uit te geven aan andere zaken. 3 procent van alle ondervraagde gemeenten zegt de middelen zelfs helemaal niet te gebruiken voor jeugdzorg.

In totaal reageerden 187 van de 352 gemeenten (53 procent) op vragen van de NOS. Deze gemeenten ontvangen gezamenlijk 760 miljoen euro. De gemeenten die het geld helemaal niet aan jeugdzorg besteden, ontvangen gezamenlijk 21 miljoen euro.

Tekorten

De afgelopen jaren ontstonden er door de decentralisatie in 2015 bij veel gemeenten steeds grotere tekorten in de jeugdzorg. De situatie verergerde door de coronacrisis. Gemeenten hadden, bijvoorbeeld door uitblijvend toerisme, minder inkomsten. Ook moesten ze zorg anders – kleinschalig of op afstand – organiseren. De gemeenten spanden dit jaar daarom een arbitragezaak aan, nadat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Rijk het niet eens werden over een extra bijdrage voor gemeenten. Die kwam er toch, nadat de arbitragecommissie oordeelde dat gemeenten wel degelijk extra middelen nodig hadden om de jeugdzorg te organiseren. Ze moeten in ruil daarvoor wel voor ruim 200 miljoen euro bezuinigen.

Bron: NOS.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

To hell with consensus!

“De definitieve score wordt door de beoordelingscommissie in consensus bepaald.” Je ziet het regelmatig in de leidraad staan. Wat een goed woord is dat toch. Consensus staat voor verbinding, eensgezindheid en gladstrijken van verschillen. Zachte waarden, die we in deze tijd maar al te goed kunnen gebruiken. Maar onder warme en wollige dekens zit vaak een wolf verscholen.

12 Angry Men

Gunningsmotivaties komen om de haverklap bij de rechter terecht. Want het is nogal een uitdaging om subjectiviteit volledig uit te bannen. Daarom zoeken aanbestedende diensten graag naar de meest objectieve beoordelingsmethode. Vroeger kozen ze daarbij vaak voor de meest voor de hand liggende optie: je telt de individuele scores bij elkaar op en berekent het gemiddelde. Zo bepaal je eenvoudig de kwaliteitsscores tot op twee cijfers na de komma.

Maar tegenwoordig kiezen ze dus steeds vaker voor de consensusmethode. Hier geeft nog steeds iedereen een individueel cijfer, maar is de rekensom vervangen door een plenaire bespreking. De hele commissie gaat dan met elkaar aan tafel om de individuele scores te bespreken en gezamenlijk te komen tot een definitieve score.

Op papier klinkt dat als een topplan. Goed ingelichte mensen die met elkaar bespreken wat ze van ieder onderdeel vinden, en bereid zijn om te luisteren naar elkaars argumenten. Ik zie dan direct het legendarische 12 Angry Men voor me, waarin één man elf nukkige juryleden in anderhalf uur weet te overtuigen om de verdachte vrij te pleiten.

Het recht van de sterkste

Maar het ware leven is geen rechtbankdrama, om Def P te parafraseren. Uit talloze onderzoeken blijkt dat consensus wordt beïnvloed door de leider(s) van een groep, en dan niet door zijn inhoudelijke (of zelfs retorische) argumenten. Te vaak bepalen gender, karakter en status of er naar je geluisterd wordt. En op bijvoorbeeld een gemeentekantoor speelt daarnaast hiërarchie en senioriteit natuurlijk nog een grote rol. Je moet vrij stevig in je schoenen staan om als nieuwe collega tegen je senior in te gaan.

Consensus is in de praktijk dan dus niets meer dan het recht van de sterkste. En daarmee precies het tegenovergestelde van consensus.

The road to hell…

Maar wat nou als het in bepaalde gemeentes wél werkt? Als de organisatiestructuur horizontaal is, er naar iedereen geluisterd wordt en werkelijk een score komt waar de hele commissie zich in kan vinden? Dan moeten we ons pas écht zorgen gaan maken.

Wat je dan namelijk ziet gebeuren is dat kwaliteit minder belangrijk wordt. In consensus worden niet zo gauw tienen uitgedeeld, maar is iedereen het wel snel eens over een ‘voldoende’ of ‘goed’. En dan loont het niet om een radicaal plan in te dienen, maar vooral een veilige inschrijving te doen.

Het betekent daarmee ook dat prijs meer de doorslag geeft. En dat is de doodsteek voor innovatie. Duurzame en innovatieve oplossingen zijn namelijk zelden de goedkoopste optie. Elektrische wagenparken, nieuwe productieketens of een revolutionaire applicatie; oplossingen voor de lange termijn vragen om investeringen op de korte termijn.

Consensus is een prima oplossing in tijden van voorspoed. Het Nederlandse poldermodel gedijde dan ook goed in de welvarende jaren negentig. Als alles voortkabbelt kun je mooi in het midden blijven zitten. Maar als er een koerswijziging nodig is slaat consensus iedere vorm van verandering dood.

De periode van voorspoed ligt al een tijdje achter ons. Inmiddels zitten we opgescheept met een woning-, corona-, vluchtelingen- en klimaatcrisis, om er maar een paar te noemen. Daar gaan we in consensus nooit uitkomen. Wie wacht tot iedereen het met elkaar eens is komt altijd te laat. De weg naar de hel is geplaveid met goede beoordelingen.

Partner van Aanbestedingscafé:

Problemen bij inkoop medische producten in crisistijd lastig op te lossen

Het is niet eenvoudig de problemen die zich tijdens de coronacrisis voordeden bij de inkoop van medische materialen op te lossen. Dat stelt het Public Procurement Research Centre (PPRC) in het eerste deel van het onderzoek naar ‘Material Supply Strategy in a Crisis’ (MaSSC). In totaal presenteert het PPRC zes oplossingsrichtingen. Alleen door deze te combineren, kan er bij een volgende crisis beter worden ingespeeld op de vraag naar medische producten.

Sinds de start van de coronapandemie doet het PPRC onderzoek naar de inkoop van schaarse medische materialen. Er deden zich grote pieken voor in de vraag naar medische producten, zoals mondmaskers en beademingsapparatuur en toeleveringsketens raakten verstoord.

Oplossingen

Onderzoeksleider Niels Uenk noemt de belangrijkste oplossingsrichtingen: “Eén daarvan is het beperken van afhankelijkheid van buitenlandse producenten door opzetten van productiefaciliteiten dichterbij huis, of door middel van een ijzeren voorraad. Het bundelen van inkoopmacht (tijdens crises) en het professionaliseren van de inkoop, zijn twee anderen.” Het PPRC keek ook naar bestuurlijke aspecten, zoals het opzetten van een crisisprotocol en informatiesystemen. “Door de inzichten van verschillende betrokkenen te bundelen kunnen we nu nadenken over de strategieën tijdens een eventuele volgende pandemie.” Kiezen voor categoriemanagement en meer centrale inkoopkracht zouden ook kunnen bijdragen aan de inkoop van medische materialen tijdens een crisis zoals de coronapandemie.

Volgens onderzoeker Esmee Peters is het lastig een voorspelling te doen over toekomstige maatregelen. “We weten bijvoorbeeld van tevoren niet precies welke producten bij een volgende crisis nodig zijn, laat staan wanneer en waar. Voorraden aanhouden is ook duur en producten hebben een houdbaarheidsdatum. Moeten we de eindproducten opslaan, of de grondstoffen waarmee snel een grotere verscheidenheid aan producten kan worden geproduceerd?”

Onderliggende systemen

Louise Knight, hoogleraar Public Sector & Healthcare Procurement aan de Universiteit Twente stelt dat het ook van belang is naar onderliggende systemen te kijken. “Een belangrijke les uit ons onderzoek is dat we moeten kijken naar het onderliggende inkoopsysteem; niet naar één organisatie of één mogelijke oplossing.” Ze noemt de zes oplossingsrichtingen bouwstenen voor de ontwikkeling van ‘een coherenter systeem’. Dat moet in de toekomst leiden tot een betere aanpak tijdens crises zoals de coronapandemie.

Opzet

Voor het onderzoek interviewde het PPRC betrokkenen uit organisaties op landelijk niveau en uit de care en cure sector. Begin 2022 volgt deel II van het onderzoek, waarin het PPRC de internationale situatie onder de loep neemt. Voor het complete onderzoek werkt PPRC samen met de Universiteit Twente, de Erasmus Universiteit Rotterdam en IRSPP (International Research Study of Public Procurement).

Bron: PPRC.eu

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert: uitsluiting niet proportioneel

Significant Synergy deelt regelmatig interessante jurisprudentie op het gebied van aanbesteden. Deze keer een casus over een uitsluiting die niet proportioneel wordt geacht.

Wat is er gebeurd?

Het ministerie van Defensie (hierna: Defensie) heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure gehouden voor de levering van kogel- en steekwerende veiligheidsvesten. Het verzoek tot deelname aan de aanbesteding van één van de partijen (hierna: eiseres) is ongeldig verklaard, omdat zij het bij de aanbestedingsstukken gevoegde formulier “Model Referentieopdracht” heeft gewijzigd en onderdelen daarvan heeft vertaald. Dit moet volgens Defensie tot uitsluiting leiden. Volgens eiseres is de door haar in het Engels opgenomen tekst identiek aan de Nederlandse tabel en is het (al dan niet in het Engels) vermelden van die tabel op het formulier niet van enig belang voor de beoordeling. Eiseres acht uitsluiting onder de gegeven omstandigheden disproportioneel en wenst zo nodig in de gelegenheid te worden gesteld tot herstel.  

Het resultaat

De voorzieningenrechter oordeelt dat het in het midden kan blijven of de ‘vertaling’ van de tabel naar het Engels volledig juist was. Het uitsluiten van een inschrijver vanwege de mogelijke schending van een eis die geen enkel redelijk doel dient, althans waarvan de hier aan de orde zijnde (eventuele) schending geen enkele relevantie heeft, acht de voorzieningenrechter namelijk niet proportioneel. Door eiseres niet uit te sluiten wordt volgens de rechter geen enkel aanbestedingsrechtelijk beginsel geschonden.

Relatie tot de praktijk

Neem in de beslissing om een verzoek tot deelname uit te sluiten, naast hetgeen beschreven in de aanbestedingsdocumenten, ook mee of de schending een redelijk doel dient en proportioneel is. 

ECLI:NL: RBDHA: 2021:9203, Rechtbank Den Haag, Datum uitspraak 17 augustus 2021 

Partner van Aanbestedingscafé:

Marco van Dongen (HEYDAY) verkozen tot Tendermanager van het jaar 2021

Marco van Dongen, Tendermanager bij HEYDAY Facility Management, is vorige week verkozen tot Tendermanager van het jaar. Hij won zowel de vakjuryprijs als publieksjuryprijs en liet medefinalisten Stephen Pittau (Strukton) en Erwin Matthijsse (Dura Vermeer) achter zich.

De jury noemt Van Dongen een ‘owner van de deal’. Hij gaat volgens hen altijd op zoek naar het win-gevoel en heeft een duidelijke visie op de toekomst van het vak van Tendermanager. Zo vindt Van Dongen dat er meer ruimte moet zijn voor ‘flirten’ tussen aanbestedende dienst en aanbieder, omdat volgens hem de beste resultaten volgen uit verbinding. Met zijn best practise – succesvol binnenhalen van het één van grootste facility deals in Nederland – liet hij zien in de huid van de klant te kunnen kruipen om de beste passende oplossing te creëren.

Finalisten Matthijsse, Marco van Dongen, Stephen Pittau, Initiator Rick Uringa en Juryvoorzitter Yvette Naaijkens

Aandacht voor het vak

De verkiezing voor Tendermanager van het jaar wordt sinds drie jaar georganiseerd. De verkiezing moet leiden tot meer zichtbaarheid van het vak van tendermanager. Vorig jaar won Leontien Navest, Tendermanager bij Capgemini. Zij maakte dit jaar ook deel uit van de vakjury.

Bron: Cinfield.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

De wegingscoëfficiënten van subgunningscritria: toch vóóraf bekendmaken?

Van aanbestedende diensten wordt verwacht dat zij de gunningscriteria op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze in de aanbestedingsstukken formuleren. Toch bieden de (Europese) aanbestedingsregels -blijkens de rechtspraak van het HvJ EU – ruimte om de wegingscoëfficiënten van subgunningscriteria na het verstrijken van de inschrijvingstermijn vast te stellen en bekend te maken. Een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam laat zien dat bekendmaking van de wegingscoëfficiënten na het verstrijken van de inschrijvingstermijn vragen om problemen is.

Wat was er aan de hand?

De zaak betrof een Europese niet-openbare procedure voor het leasen van personen- en bestelauto’s. Het gunningscriterium was de ‘beste-prijs-kwaliteitverhouding’. Voor het gunningscriterium ‘prijs’ moesten inschrijvers voor vijftien voertuigen een tarief opgeven. Een inschrijver meende uit de aanbestedingsstukken te mogen opmaken dat alle vijftien voertuigen even zwaar zouden meewegen bij de bepaling van de eindscore op het gunningscriterium ‘prijs’, maar dit bleek dus niet het geval zijn. De aanbesteder, een speciale-sectorbedrijf, had de vijftien voertuigen in vijf categorieën ingedeeld. De ene categorie woog zwaarder dan de andere. De wegingscoëfficiënten waren overigens al wel voor het verstrijken van de inschrijvingstermijn vastgesteld, maar pas in de mededeling van de gunningsbeslissing ter kennis gebracht van inschrijvers.

Mocht de aanbesteder op deze wijze te werk gaan?

Wat zegt de rechter?

De rechter oordeelt dat uit de aanbestedingsstukken niet valt op te maken dat alle vijftien voertuigen even zwaar zouden meewegen in de beoordeling. De werkwijze van de aanbesteder is ook niet af te leiden uit de aanbestedingsstukken. De rechter meent daarom dat de werkwijze van de aanbesteder moet worden getoetst aan de voorwaarden voor het vaststellen van wegingscoëfficiënten na het verstrijken van de inschrijvingstermijn. Op grond van de rechtspraak van het HvJ EU (HvJ EU 14 juli 2016, zaak C-6/15 (TNS Dimarso) mag de aanbesteder na het verstrijken van de inschrijvingstermijn wegingscoëfficiënten voor de subgunningscriteria vaststellen, mits hij daarbij drie voorwaarden in acht neemt:

  1. De wegingscoëfficiënten brengen geen wijziging in de gunningscriteria die in de aanbestedingsstukken of de aankondiging van de opdracht zijn vermeld.
  2. De wegingscoëfficiënten bevatten geen elementen die, indien zij bij de voorbereiding van de inschrijvingen bekend waren geweest, de voorbereiding hadden kunnen beïnvloeden.
  3. Bij de vaststelling van de wegingscoëfficiënten zijn geen elementen in aanmerking genomen die discriminerend kunnen werken jegens een van de inschrijvers.

Bij toetsing van de werkwijze van de aanbesteder aan de tweede voorwaarde gaat het mis. De klagende inschrijver betoogde dat zij scherper zou hebben ingeschreven, als zij bekend zou zijn geweest met de verdeling van het gewicht van de verschillende categorieën voertuigen, omdat zij dan geweten zou hebben van welke type auto meer volume werd gevraagd. De rechter volgt dit betoog. Hij veroordeelt de aanbesteder de gunningsbeslissing in te trekken.

Conclusie

Bekendmaking van de wegingscoëfficiënten van subgunningscriteria na het verstrijken van de inschrijvingstermijn is bepaald niet zonder risico. De vraag is ook waarom een aanbesteder de wegingscoëfficiënten niet bekend zou maken. Misschien uit angst dat inschrijvers hun inschrijving hierop afstemmen? Dat inschrijvers zich bij het opstellen van hun inschrijving richten op het behalen van de maximale score is niet meer dan logisch en in principe toegestaan. Als de aanbesteder meent dat dit een ongewenst resultaat kan opleveren, is het achterhouden van wegingscoëfficiënten niet meer dan symptoombestrijding. Beter is het om de beoordelingssystematiek goed uit te denken.

Bekijk de uitspraak hier.

Partner van Aanbestedingscafé:

FTM legt geldstromen in jeugdzorg bloot

Gemiddeld gaat driekwart van een gemeentelijk budget voor jeugdzorg naar de tien grootste aanbieders in de regio. De zestig grootste jeugdzorgaanbieders en veertien jeugdzorgorganisaties strijken het meest op. Stichtingen verdienen veruit het best, maar de grootste stichtingen lijden structureel verlies. Het zijn enkele bevindingen van platform voor onderzoeksjournalistiek Follow the Money (FTM), dat grootschalig onderzoek deed naar geldstromen binnen de jeugdzorg.

Sinds januari 2020 onderzoekt FTM jeugdzorgdata. Het platform voor onderzoeksjournalistiek benaderde alle 352 Nederlandse gemeenten, bekeek jaarrekeningen en vroeg de grootste aanbieders om tekst en uitleg bij hun jaarcijfers. Zeventig gemeenten werkten mee en gaven inzage in de cijfers, dertig gemeenten wilden geen namen van aanbieders prijsgeven.

Uit de cijfers blijkt waar gemeentebudget voor jeugdzorg heen gaat en welke organisaties het meest verdienen. Opvallend is dat het meeste geld naar stichtingen gaat. Zij zijn verantwoordelijk voor 73% van de omzet van de ruim 1400 onderzochte jeugdzorgaanbieders. Daarnaast maken dyslexie- en onderwijszorgbedrijven veel winst, groeien bv’s harder dan stichtingen en worden grote jeugdzorgbv’s ondersteund door grote investeringsmaatschappijen. Omdat veel bedrijven gebruik maken van ‘een kerstboom’ aan financiële constructies is het volgens FTM lastig vast te stellen of een verlieslijdende organisatie ook echt verlies maakt.

Bezuinigen

Emeritus hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg Richard Janssen stelt dat wie wil bezuinigen op jeugdzorg, vooral naar stichtingen moet kijken. Die hebben een hogere overhead, een minder flexibele cultuur en meer (duur) vastgoed. Volgens experts is het belangrijk dat jeugdzorgorganisaties voldoende solvabiliteit hebben, om tekorten op te vangen. Langduriger contracten zouden volgens hen kunnen helpen om de sector meer rust te geven.

Bron: Follow the Money

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding Friese jeugdzorg moet opnieuw

Sociaal Domein Fryslân (SDF), een regionaal samenwerkingsverband dat zorginkoop in Friesland verzorgt, moet specialistische jeugdzorg voor achttien Friese gemeenten opnieuw aanbesteden. De rechter oordeelde dat kleine zorgaanbieders zijn benadeeld nadat deze een kort geding aanspanden.

Om in aanmerking te komen voor gunning dienden zorgaanbieders de afgelopen drie jaar ten minste vijftien jongeren hulp geboden te hebben. De kleine zorgaanbieders vonden dat zij hierdoor benadeeld werden, en de rechter ging daarin mee. Deze noemt het gunningscriterium ‘discriminatoir’. “Dat brengt grote aanbieders in het voordeel, zonder dat hiervoor een redelijke rechtvaardiging bestaat”, aldus de rechter.

SDF maakt zich zorgen over de kwaliteit van de zorg bij kleine zorgaanbieders. Bovendien wil het inkoopcollectief het aantal zorgaanbieders, nu nog 300, in 2022 terugbrengen naar honderd.

Bron: Omrop Fryslân, Friesch Dagblad

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe was je vakantie?

We schrijven woensdag 1 september 2021. Zomaar een virtuele – want we werken nog steeds vanuit huis – koffie-afspraak tussen een inkoper en accountmanager. Accountmanager: “Hoe was je vakantie?” Inkoper: “Heerlijk, het was natuurlijk spannend of we de testresultaten op tijd zouden krijgen en we zijn voor de zekerheid maar met de auto gegaan. Maar we hebben met de tent in Frankrijk rondgetrokken en ik ben weer vol energie. En hoe was jouw vakantie?” Accountmanager: “Nou, die kon helaas niet doorgaan, vanwege die aanbesteding die jullie op 12 juli gepubliceerd hebben en waarvoor we ons afgelopen maandag 30 augustus vóór 12:00 uur moesten inschrijven.”

Oudjaarsavond

Dit is natuurlijk geen waargebeurd verhaal. Wat wél echt gebeurd is, is die Nota van Inlichtingen die de vrijdagavond voor de kerstvakantie om 21:00 uur werd gepubliceerd en waarvan de deadline voor vragen voor de tweede NvI 2 januari 10:00 uur was. Dat uitstel dat niet gegeven kon worden, omdat de aanbestedende dienst echt geen rekening kon houden met de vakantiespreiding in Nederland. Dat uitstel dat niet gegeven kon worden, omdat de dialoogsessies precies rondom de vakantie van de inkoper waren gepland. Wel jammer dat vergeten was met de zomervakanties van de collega’s uit het aanbestedingsteam rekening te houden, waardoor bij beide dialoogsessies andere aanwezigen waren en dialoogsessie 2 hierdoor een volledige herhaling van sessie 1 werd. Dat uitstel dat opeens wél mogelijk was toen de leveranciers veel complexe juridische vragen stelden en de jurist van de aanbestedende dienst op vakantie bleek. Dat uitstel van vijf kalenderdagen na substantiële aanpassingen in de aanbesteding van indiening de dag voor Hemelvaart naar de maandagmorgen na het Hemelvaartweekend – wettelijk juist, maar aangezien de vrijdag na Hemelvaart bij veel organisaties een verplichte vrije dag is en daarmee de uitgelezen mogelijkheid voor een lang weekend weg, nauwelijks als uitstel te betitelen. Die aanbesteding waaraan we in juli en augustus van dit jaar hebben gewerkt en waarvan de uitslag pas in januari 2022 komt. En tot slot die collega-bidmanager die op oudjaarsavond aan het werk was, omdat de opdrachtgever het contract persé dat jaar rond wilde hebben. Beneden een huis vol visite in feestelijke kleding, waar, toen zij om 22:30 uur eindelijk kon aansluiten –  in joggingbroek, want ze had geen puf meer zich om te kleden – haar kids inmiddels in slaap waren gevallen en zij doodop en nuchter moeilijk in feeststemming kon komen…

De tijd vliegt

Ik kan niet voor alle leveranciers spreken, maar de aanbestedingen waarbij ik betrokken ben, zijn allemaal maatwerk. Voor iedere opdrachtgever ontwerpen wij met een team van experts de best passende oplossing. Dit kost veel tijd. Niet alleen uren, maar ook doorlooptijd. Een kwalitatief hoogwaardige aanbieding kenmerkt zich door vele iteraties. Je bedenkt met elkaar iets, laat het even liggen, kauwt er nog eens op, krijgt nieuwe inzichten en slijpt bij totdat het perfect is. De beste oplossing is het resultaat van teamwork: collega 1 zegt A, collega 2 bedenkt daarop B en B brengt collega 3 op het lumineuze idee C. Het is geen ingewikkelde rekensom dat dit lastig te realiseren is als je acht weken hebt – en ja dat is in onze branche twee weken langer dan gemiddeld – waarin binnen een periode van zes weken voortdurend de helft van je bidteam drie weken weg is. En dan ga ik nog voorbij aan het feit dat degenen die er wel zijn ook het werk van collega’s die op vakantie zijn moeten opvangen. Neem alleen al een referentie. Tegenwoordig vaak zeer specifiek en dan moet hij ook nog worden voorzien van een door de klant getekende tevredenheidsverklaring. Worst case scenario is dat eerst de inhoudelijk expert die alle details van de opdracht kent drie weken op vakantie is, vervolgens de accountmanager die de klant goedkeuring voor de concepttekst moet vragen drie weken, en vervolgens de tekenbevoegd contactpersoon bij de klant drie weken.

Lose-lose

Zo’n zomer was het dus. Het resultaat is dat we ons drie slagen in de rondte hebben gewerkt, maar helaas toch op een aantal aanbestedingen niet met die kwaliteit hebben kunnen inschrijven als dat we normaliter doen. Ook hebben we aanbestedingen moeten laten gaan, omdat we het binnen de resterende weken niet meer voor elkaar kregen een compliant en volledige inschrijving te doen. Wat mij betreft een ‘lose-lose’, voor ons én de aanbestedende diensten – ook al voelt het wellicht wel effectief om als beoordelingsteam direct na de vakanties de kluis met inschrijvingen te kunnen openen. Nog maar voorbijgaande aan wat het op mensniveau doet. Wij leveranciers zijn ook maar gewoon mensen, die net als veel Nederlanders op hun tandvlees liepen na anderhalf jaar ‘corona’. We kijken uit naar de kerstvakantie!

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Gooi inkoopbeleid sociaal domein niet zomaar om’

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) heeft het aantal gecontracteerde aanbieders geen invloed op het aantal kinderen dat jeugdzorg krijgt. Een belangrijke conclusie, stelt PPRC-onderzoeker Niels Uenk. Volgens Uenk vormt de aanname dat een grote hoeveelheid aanbieders tot meer zorg, meer cliënten en meer kosten leidt, de basis voor inkoopbeleid bij gemeenten. Gooi dat beleid niet zomaar om, maar houd vast aan een langetermijnvisie en ontwikkel daarin door, betoogt hij. Zo bereiken gemeenten de beste resultaten.

Onderzoeksplatform Follow the Money schreef eerder dit jaar nog over de hausse aan aanbieders in diverse regio’s. De provincie Gelderland stak er met kop en schouders bovenuit. Hier vertienvoudigde het aantal aanbieders in een periode van zeven jaar. Inkopen via Open House zou tot die enorme groei hebben geleid. Volgens Uenk stappen steeds meer gemeenten af van inkopen via Open House, om het aantal aanbieders – en daarmee ook de kosten – te drukken.

Koersvast

Uenk vraagt zich af of het rigoureus overstappen naar een nieuwe inkoopsystematiek wel de juiste aanpak is. “De nieuwe plannen zijn vaak doorspekt met wensdenken en aannames gemaakt met een roze bril op. Het ontbreekt nogal eens aan een kritische blik en gedegen vooronderzoek. Sommige gemeenten gaan simpelweg af op mooie verhalen van een andere gemeente”, schrijft hij.

Uenk pleit daarom voor gedegen onderzoek bij het aanpakken van problemen binnen het sociaal domein en wijst daarbij naar het onderzoek van het CPB, dat op 9 september werd gepubliceerd. Volgens het CPB bestaat er geen relatie tussen het aantal aanbieders en cliënten. Ook het toepassen van inkoop via Open House zorgt niet voor een stijging in het aantal cliënten. “Een zorgvolume-opdrijvend effect door meer aanbieders te contracteren blijkt in de jeugdzorg dus niet aanwezig”, concludeert Uenk.

Geen verband

Het CPB ziet wel dat het type hulp verschilt, afhankelijk van de inkoopmethode die gemeenten hanteren. In gemeenten die inkopen via ‘lichte selectie’, bijvoorbeeld Open House, krijgen cliënten vaker tweedelijnszorg. Past een gemeente ‘strenge selectie’ toe, waarbij één hoofdaanbieder andere zorgverleners contracteert, dan is er vaker sprake van eerstelijnszorg. Er is echter geen verschil te zien in het totaal aantal kinderen dat jeugdzorg krijgt. “Mogelijk hangt het verschil in het gebruik van tweedelijnsjeugdhulp samen met een breder beleidspakket van gemeenten om jeugdhulp te verplaatsen van de tweede naar de eerste lijn, en niet zozeer met het aantal aanbieders van jeugdhulp in een gemeente”, stelt het CPB.

Kritische houding gewenst

Open house heeft voor- en nadelen, stelt Uenk, maar dat geldt volgens hem voor alle inkoopsystematieken. Gemeenten doen er daarom goed aan alle beschikbare manieren van inkoop kritisch tegen het licht te houden. Hij voegt eraan toe dat gemeenten die vasthouden aan een langetermijnbeleid en daarbinnen continu doorontwikkelen, het best presteren op het vlak van kwaliteit en kosten. Stap-voor-stap verbeteren verdient de voorkeur boven een snelle transformatie binnen het sociaal domein.

Bron: sociaalweb.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Westland zet contractmanagement in tegen tekorten sociaal domein

Met behulp van onderbouwd en concreet contractmanagement probeert de gemeente Westland de tekorten in het sociaal domein tegen te gaan. Met data en gespreksleidraden kunnen ambtenaren beter sturen op de kosten, terwijl de relatie met de leverancier goed blijft.

De tekorten in het sociaal domein bij de gemeente Westland ontstonden in 2018, waarna een extern bureau constateerde dat de gemeente te weinig grip op kosten en kwaliteit had. Daarop zette de gemeente samen met het adviesbureau in op het ontsluiten van data, het maken van dashboards en handleidingen. De gemeente heeft nu inzicht in het aantal inwoners dat na een hulpvraag opnieuw aanklopt voor ondersteuning, en of de aanbieder de juiste zorgvorm kiest.

Grip op de kosten

“Bij afzonderlijke aanbieders kunnen we de kosten inmiddels onderbouwd naar beneden krijgen”, zegt Lucia van den Brande, strategisch regisseur sociaal domein van Westland. Meer controle en inzicht krijgen is volgens haar een belangrijke stap in het oplossen van financiële problemen binnen het sociale domein. “Als je grip hebt, heb je het financiële probleem niet opgelost, maar je moet wel grip hebben om de problemen te kunnen gaan oplossen.”

De gemeente Westland is niet de enige gemeente waarin de kosten voor het sociaal de afgelopen jaren fors stegen. In veel gemeenten is er sprake van een (groot) tekort binnen het sociaal domein, dat werd verergerd door de coronacrisis. De komende jaren gaat er daarom extra geld naar decentrale overheden, in 2022 zo’n 1,3 miljard euro.

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Kwart XL-testpaviljoens sluit weer

Twee van de huidige acht XL-testpaviljoens sluiten weer omdat de Testen voor Toegang-testcapaciteit door het uitblijven van grote evenementen niet langer nodig is. In de testpaviljoens in Zwolle en Den Bosch, die ieder naar schatting 1 miljoen euro hebben gekost, is geen enkele test afgenomen.

De testlocaties stonden drie maanden klaar. Alles was aanwezig, alleen personeel ontbrak nog. De overheid gaf Stichting Open Nederland te opdracht te zorgen voor het openen van de paviljoens voor Testen voor Toegang, waar festivalgangers en andere evenementenbezoekers zich preventief konden laten testen. Naar schatting betaalde de overheid 300.000 tot 350.000 euro per maand voor elk paviljoen, in totaal ongeveer 1 miljoen euro per locatie. Er ontstond veel ophef over de werkwijze van het Rijk en Stichting Open Nederland, omdat grote opdrachten zonder aanbesteding werden vergeven. Aanbestedingsexperts stelden grote vraagtekens bij de aanpak en noemden deze begin dit jaar onrechtmatig.

Gemaakte kosten

Het ministerie is niet ontevreden over de gemaakte kosten voor de testlocaties die nu weer dichtgaan. Het was de bedoeling voldoende testcapaciteit op te zetten, maar het volgens VWS onverwachte sluiten van de horeca en het afgelasten van festivals zorgde ervoor dat de berekende testcapaciteit toch niet nodig was. De andere XL-testpaviljoens blijven vooralsnog wel staan.  

Bron: Tubantia.nl

Partner van Aanbestedingscafé:

Een slechte aanbesteding, de huizenkoper in opstand!

Vorige week was luchtvaartmaatschappij Transavia in het nieuws met vertragingen en de zogenoemde “kofferchaos” aldaar. Twitter en Facebook waren een mooie uitlaatklep voor gefrustreerde klanten die dachten onbezorgd op reis te kunnen gaan. Hetgeen, zeker in tijden van corona, geen overbodige luxe is. In een van de nieuwsberichten hierover werd de frase “goedkoop is duurkoop” genoemd. Een goedkoop ingekochte dienstverlener zonder ervaring op Schiphol (bonus voor de betreffende inkoper?) leverde problemen op voor de operatie en in dit geval ook voor de klanten. Een fenomeen dat helaas vaker voorkomt.

Hoewel de bouwsector ten aanzien van de woningbouw, ook voor een deel business-to-consumer is, verschillen de karakteristieken van deze sectoren aanzienlijk. Een consumentenprotest als bij Transavia zou in de bouwsector niet snel plaatsvinden. Waar – de klimaatcrisis ten spijt – de gemiddelde vliegreiziger waarschijnlijk volgend jaar weer in het vliegtuig stapt (alleen niet meer bij Transavia), zal de gemiddelde huizenkoper niet na een jaar weer een nieuw huis kopen. Sterker nog, de vraag is of een gemiddelde koper van een nieuwbouwhuis weet wie de aannemer en onderaannemers van hun toekomstige huis zijn en wat hun trackrecord is ten aanzien van bouwfouten en slechte prestaties. En als het bekend is, wat kun je er als consument aan doen? Op de krappe huizenmarkt zullen geen huizen worden afgewezen omdat deze zijn gebouwd door BAM, VolkerWessels of Dura Vermeer.

Nieuwe EMVI-criteria

De faalkosten in de bouw zijn aanzienlijk en lopen in de miljarden. Ondanks dat deze kosten direct (een negatieve) invloed hebben op de winstmarges in de bouwsector, lukt het nauwelijks hier wat aan te doen. Wellicht is het exemplarisch voor de klantgerichtheid van de bouwsector dat faalkosten voornamelijk als kostenpost worden gezien, maar dat de overlast voor de betreffende gebruiker als gevolg hiervan minder vaak wordt genoemd. Een ontwikkelaar zou faalkosten eigenlijk niet als “risico aannemer” moeten zien, maar als een probleem voor zijn klanten: de koper of huurder. Bij het aanbesteden van een werk zouden bouwfouten en klachten van de eindgebruiker onderdeel moeten zijn van de gunningscriteria. In dit geval EMVI-criteria waar beide contractpartijen echt wat aan hebben!


Bij het aanbesteden van een werk zouden bouwfouten en klachten van de eindgebruiker onderdeel moeten zijn van de gunningscriteria.


Een consumentenprotest in de bouwsector zou dus wel interessant zijn. Al is het alleen maar om de overlast voor de eindgebruiker onder de aandacht te brengen. Feit blijft echter dat er bij een vertraging op een vliegveld echter genoeg tijd is om te twitteren. Aanzienlijk meer tijd dan wanneer je net de sleutels van je nieuwe huis hebt gekregen en je deze verder moet gaan inrichten. Dan toch maar beter inkopen zodat het aantal bouwfouten tot het minimum wordt beperkt.

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Maak duurzaam inkopen minder vrijblijvend’

Duurzaam inkopen moet veel minder vrijblijvend worden voor overheidsinstanties, stellen Mark Hillen, Fredo Schotanus en Jeroen Wegkamp. Alleen zo kunnen de duurzaamheidsdoelen de komende decennia gehaald worden. Samen met aanbestedende diensten en ondernemers willen de drie inkoop- en duurzaamheidsexperts een Gids Duurzaam en Sociaal Inkopen opstellen, waarmee er binnen drie jaar een verplichte standaard werkwijze voor duurzaam aanbesteden kan liggen.

Overheden moeten een voorbeeldrol aannemen en de markt stimuleren duurzamer te leveren. De drie experts stellen dat een minder vrijblijvende aanpak en concrete doelen op de korte termijn noodzakelijk zijn om duurzaamheidsdoelen te behalen. “Bijvoorbeeld door te stellen dat elke overheid in 2022 ten minste tien procent van haar inkoopvolume volledig of grotendeels gunt op basis van het maximaliseren van maatschappelijke waarde. Met daarbij de ambitie om het percentage uit te bouwen naar ten minste vijftig in 2025.”

Beoordeel ook op duurzaamheid

Aanbestedende diensten zouden bovendien niet alleen op rechtmatigheid, maar ook op duurzaamheid bij inkoop getoetst moeten worden. Inkopende overheidsorganisaties zouden uitsluitend offertes bij duurzame of sociale ondernemingen op kunnen vragen, of duurzaamheidscriteria veel zwaarder kunnen laten wegen bij aanbestedingen.

Met de Gids Duurzaam en Sociaal Inkopen zou er binnen drie jaar een standaard werkwijze kunnen liggen voor inkopen op prijs-kwaliteit-maatschappelijke waarde, die zelfs verplicht zou kunnen worden voor alle aanbestedingen. “Bij elke aanbesteding waarbij geen of onvoldoende expliciete aandacht wordt gegeven aan het gestelde in de Gids Duurzaam en Sociaal Inkopen, moet in de aanbestedingsstukken worden gemotiveerd waarom dat het geval is. Als er bijvoorbeeld geen gunningscriteria zijn die gericht worden op maatschappelijke waarde, moet dit worden gemotiveerd.”

Bron: Binnenlands Bestuur

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres