Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
24
10
17
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
3
Door Theo van der Linden
Dossier: Column
Soort:

Aanbestedende dienst zoekt game-changer met can-do-mentaliteit

"Ik weet niet wanneer het is misgegaan, waar en waarom, maar ergens op een tweesprong in de geschiedenis van de wereld vond iemand het nodig het woord 'kwaliteit' te introduceren op kantoor. Iedereen reageerde stomverbaasd. Want tot die tijd deed iedereen gewoon zijn best om het zo goed mogelijk te doen, of juist niet natuurlijk. In elke geval stond niemand erbij stil dat er iets 'kwaliteit' genoemd moest worden."

Bovenstaande passage komt uit het boekje 'Uitrollen is het nieuwe doorpakken, de ergste jeukwoorden op kantoor' van Japke-d.Bouma, een boekje dat ik iedereen kan aanraden.

Ook in de aanbestedingswereld wordt er geen woord zo misbruikt als 'kwaliteit'. Sinds de aanbestedingswet uit 2012 verordonneerde dat aanbesteden op laagste prijs alleen nog maar toegestaan was, als er gemotiveerd zou worden waarom het niet anders kon, zijn wij een land geworden waar de aanbestedingswereld gedomineerd wordt door een zoektocht naar de hoogste Kwaliteit (de hoofdletter is geen vergissing).

Het grappige is dat de uitdrukkingen die Japke-d.Bouma in haar boekje als cliché opvoert, in de aanbestedingswereld nog volop zijn terug te vinden. Ik denk dan met name aan de plannen van aanpak die inschrijvers steeds vaker moeten schrijven. Inschrijvers moeten inschatten wie het plan van aanpak gaat lezen. Daar moeten ze de inhoud van het plan en het gehanteerde taalgebruik aan aanpassen. Volgens mij is het belangrijkste punt hierbij niet geslacht of opleiding van de beoordelaars, maar de leeftijd.

Onlangs hoorde ik iemand beweren dat er een enorme kloof is tussen mensen boven de veertig en onder de veertig. Zij zei dat mensen onder de veertig, ongeacht hun opleiding, niet in staat zijn om drie zinnen op te schrijven zonder daarin een taalfout te maken. Volgens haar was ergens in de jaren negentig het Nederlands op school afgeschaft, om plaats te maken voor 'creatieve zelfontplooiingsbijeenkomsten, waarin je op vrijwillige basis leerde om heel dicht bij je zelf te komen'.

Laten we voor het gemak eens aannemen dat er zo'n scheiding bestaat. Wat heeft dat voor gevolgen voor aanbestedingen? Als degene die de inschrijving verzorgd zelf onder de veertig is, en de beoordelaars ook, dan is er geen probleem. Dan hebben beiden niet door dat 'verzorgd' in de vorige zin niet correct is en 'verzorgt' zou moeten zijn.

Ook het gebruik van bepaalde woorden wordt anders ervaren. Als iemand van onder de veertig leest dat de beoogde projectmanager 'een doortastende performance-expert' is, dan zal hij of zij dat als positief waarderen. Als de beoordelaar wat ouder is zal hij of zij onmiddellijk overgaan tot het aftrekken van punten. Er schijnt een al wat oudere inkoper te zijn, die in de aanbestedingsstukken opneemt dat het in de inschrijving gebruiken van het woord 'ontzorgen' leidt tot uitsluiting.

Het aardige van het boekje van Japke-d.Bouma is dat inschrijvers het prima als bron kunnen gebruiken voor inschrijvingen, waarbij je zeker weet, dat hij door jonge mensen beoordeeld wordt. Die zien geen enkel probleem in een 'creatieve teamplayer met een hands-on-mentaliteit', 'een constante dialoog', 'mensen die in hun kracht blijven' of 'inschrijvers die het in fases aanvliegen'. Sterker nog, het moderne woordgebruik klinkt dynamisch, maakt indruk en verhoogt de kansen op de gunning van de opdracht. Is de gemiddelde leeftijd van de beoordelingscommissie boven de veertig, dan lijkt het verstandiger om dit soort woorden weg te laten en gewoon in normaal Nederlands op te schrijven wat er bedoeld wordt.

Ook aanbestedende diensten hebben steeds minder moeite met het introduceren van lege begrippen bij aanbestedingen. Onlangs kwam ik de volgende zinnen tegen in een afwijzingsbrief:
"In vergelijking met de andere partijen heeft u een minder proactieve houding laten zien ten aanzien van het werken binnen een bepaald budget."
"In vergelijking met de andere partijen heeft u minder duidelijk geschetst hoe de samenwerking met de toegang vormgegeven moet worden."
"In vergelijking met de andere partijen heeft u een minder proactieve houding laten zien ten aanzien van het werken binnen een bepaald budget."
Laten we hopen dat de afgewezen inschrijver ook een minder proactieve houding laat zien als hij verhaal komt halen voor dit soort geleuter.

De NS heeft eens een aanbesteding gepubliceerd waarin stond: “Voor NS bestaat het aan te bieden Toiletconcept uit minimaal onderstaande onderdelen: een aantrekkelijk, duurzaam, gastvrij, betaalbaar, herkenbaar en vindbaar toiletconcept voor 22 locaties op 21 stations, waarbij gastheerschap en hygiëne een integraal onderdeel zijn.” Dat moet zijn bedacht door iemand onder de veertig. Mensen boven de veertig weten dat een toilet op een station een beetje smoezelig moet zijn, dat de toiletjuffrouw rookt, ronduit korzelig is, en je, in het ter plekke geldende dialect naroept, als je het verschuldigde bedrag niet op het schoteltje hebt gedeponeerd.

Sinds ik dit werk doe (ongeveer twintig jaar) wordt er voortdurend geroepen dat de overheidsinkoop 'geprofessionaliseerd' moet worden. Wat dit inhoudt weet niemand. Persoonlijk kom ik regelmatig bij aanbestedende diensten waarbij ik onder de indruk ben van de deskundigheid, de toewijding en het enthousiasme van de inkopers. Toch weet je, dat als er een adviesbureau gaat kijken naar het functioneren van de afdeling inkoop, dat eruit zal komen dat er 'geprofessionaliseerd' moet worden. Inkopers moeten uit hun 'comfortzone' komen en 'de target moet komen te liggen op volledig maatschappelijk verantwoord inkopen'. De consultants die dit proces voor een leuk bedrag willen gaan begeleiden, zeggen dat ze er 'voor de volle 200% voor zullen gaan'. Dat zal vast wel goedkomen want op hun website staat dat het echte 'gamechangers met een can-do-mentaliteit' zijn.

Bronvermelding: De voorbeelden van de 'jeukwoorden' hierboven, komen uit het in de inleiding genoemde boekje 'Uitrollen is het nieuwe doorpakken' isbn 978 94 004 0503 5.

 

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Reacties:

  • Ellen van Bennekom | 24-10-2017 om 14:09

    Ha, ha Theo, op papier net zo scherp als bij het geven van je cursussen. Waarvan ik er een aantal heb gevolgd, maar dit terzijde. Hoe maak ik duidelijk naar inschrijvers dat deze inkoopadviseur van 62 (ja je leest het goed) zich vaak jonger van geest voelt dan de jongere collega’s, zeg onder de veertig? En ik mijn vernieuwende ideeën over inkopen niet ‘verkocht’ krijg? Naar aanleiding van jouw collumn begrijp ik het. Heb wel de geest van iemand onder de veertig, maar spreek niet hun taal. Een idee om daar eens een (taal)cursus voor op te zetten? ☺

  • Maarten rooderkerk | 24-10-2017 om 18:41

    Nou Ellen, als inkoop- aanbestedingsadviseur van 63 begrijp ik wat je bedoelt; onlangs gaf ik het nog aan in een motivatie bij het indienen van een aanbieding ( gelukkig een raamovereenkomst en geen DAS, Huib): het omhulsel wordt wat ouder, de geest blijft jong. Maar het hedendaagse taalgebruik weet ik me eigen te maken, dankzij mijn kleinkinderen!

  • Tobias van der Hoeven | 10-04-2018 om 16:06

    Ik waan mij terstond een oude ziel die ietwat vervreemd door de vormeloze ruimte doolt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.