Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
23
04
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Theo van der Linden
Categorie: Column
Soort:

"De accountmanager moet een lekker wijf zijn"

Afgelopen week was ik alweer druk bezig met de voorbereidingen voor de jurisprudentiemarathon aanbestedingsrecht, die ik samen met Suzanne Brackmann geef. Hiervoor bestudeer ik alle rechtszaken van het afgelopen half jaar om een selectie van de meest boeiende te maken. Soms stuit je daarbij op zaken die juridisch misschien niet eens zo interessant zijn, maar die om een andere reden je aandacht trekken. 

Een van die zaken gaat over een meervoudig onderhandse aanbesteding van de gemeente Etten-Leur voor theateradvies bij de planontwikkeling van het multifunctionele cultuurcentrum ‘de Nieuwe Nobelaer’. Er waren drie partijen uitgenodigd om een offerte uit te brengen. 

Sinds de invoering van de Aanbestedingswet 2012 is er iets veranderd bij de selectie van ondernemers voor een meervoudig onderhandse aanbesteding. Voor die tijd was daar niets over geregeld. De Aanbestedingswet 2012 zegt echter dat de selectie plaats moet vinden op basis van objectieve criteria. De memorie van toelichting noemt als voorbeeld van objectieve criteria ervaring in de desbetreffende sector, omvang en infrastructuur van de onderneming, technische en professionele vaardigheden of andere elementen. De grap is natuurlijk dat dit allesbehalve objectieve (= meetbare) criteria zijn.  

Bovendien kwamen slimme gemeenten erachter dat ze lokale partijen konden bevoordelen. In de wet staat in artikel 1.15: "Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf behandelt de inschrijvers op gelijke wijze". Omdat daar niet staat dat de 'ondernemers' gelijk behandeld hoeven te worden, maar alleen de geselecteerde inschrijvers, kwamen een aantal gemeenten op het idee van het passer-principe. Je trekt met een passer een cirkel van 10 km om je stadhuis en je selecteert alleen bedrijven die daar binnen gevestigd zijn. Dit heeft natuurlijk niets met verstandig aanbesteden te maken, maar tot op de dag van vandaag wordt deze methode tot genoegen van de plaatselijke politiek, regelmatig toegepast.  

Je zou denken dat het 'wegwuiven' van het gelijkheidsbeginsel een vergissing was, maar dat is niet zo. In de memorie van toelichting bij de Aanbestedingswet 2012 is daarover vermeld (Kamerstukken II 2009-2010, 32 440, nr. 3, p. 15):  “Bij de vrijwillige nationale aanbestedingsprocedure ziet het gelijkheidsbegrip niet alleen toe op de (uitgenodigde) inschrijvers, maar ook op andere potentiële aanbieders. Bij meervoudig onderhandse procedures ziet het alleen op ondernemers die zijn uitgenodigd een inschrijving te doen. Op deze manier wordt voorkomen dat een ondernemer die niet door de aanbestedende dienst en speciale-sectorbedrijf is uitgenodigd een inschrijving te doen in het kader van een meervoudig onderhandse procedure, dit recht met een beroep op gelijke behandeling alsnog kan verwerven." Het is dus bewust zo geformuleerd, zodat niemand kan protesteren als hij niet uitgekozen is! 

In de bovengenoemde zaak van Etten-Leur ging het om het volgende. De gemeente stelde dat ze alleen maar partijen had uitgenodigd waarmee ze al gewerkt had. Ze motiveren dit als volgt: "Ter zitting motiveert de gemeente haar selectie aldus dat zij niet zomaar iets heeft gedaan. Zij stelt dat zij een voorkeur had voor ondernemers die al eerder voor haar hebben gewerkt." Het objectieve criterium was dus of je al eerder voor de gemeente hebt gewerkt. En eerlijk is eerlijk, dat is objectief, lees meetbaar. Je hebt wel of niet voor een gemeente gewerkt.  

Het zegt echter niets over de kwaliteit van de inschrijver. De rechter constateert dat ook maar hij maakt er geen punt van: "Of dat criterium garandeert dat de geselecteerde ondernemers beschikken over voldoende kennis en ervaring om de opdracht met succes te kunnen vervullen, doet niet ter zake." 

We zijn dus op een heikel punt beland. De kwaliteit van de inschrijver doet helemaal niet ter zake! Het maakt niet uit wat een bedrijf wel of niet kan. Als het criterium maar objectief is! Het is nog maar een kwestie van tijd totdat we de volgende objectieve (meetbare) criteria tegenkomen als selectiecriterium bij meervoudig onderhandse aanbestedingen: 

  • Er moeten minimaal drie personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de directie van de inschrijver zitten.
  • De inschrijver moet voor minimaal € 10.000,- per jaar de plaatselijke voetbalclub sponsoren.
  • De directeur van de inschrijvende partij moet minimaal maandelijks een keer golfen met de burgemeester.
  • De accountmanager die de opdracht begeleidt moet een lekker wijf zijn.

In gedachten zie ik dan voor me dat er in de toekomst een rechtszaak gevoerd wordt over de objectiviteit van het criterium 'een lekker wijf' (spreek uit 'lekkah wef'). Ik hoor de advocaat van de inschrijver al betogen dat het begrip 'een lekker wijf' niet alleen discriminerend en denigrerend is, maar ook volstrekt subjectief en dus ongeldig. Bij zijn betoog laat hij foto's zien van wat in zijn ogen wel of geen 'lekkere wijven' zijn. Als er in de zaal rumoer en zelfs een handgemeen ontstaat over een getoonde foto van Naomi Kromowidjojo laat de rechter de rechtszaal ontruimen. 

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.