Magnifying glass Close

“Als je te laag inschrijft, moet je op de blaren zitten”

“Als je inschrijft voor een te laag bedrag, dan moet je ook op de blaren zitten. Het is dan aan de aannemer om te laten zien wat hij waard is”, stelt Joost Fijneman, Hoofd Bouwend Nederland Advies op het Nationaal Congres Aanbesteden en Contracteren van CROW. Op het congres werd de problematiek van vechtcontracten en prijsduiken nogmaals besproken. Waardoor komt het en welke oplossingen zijn er denkbaar?

Vechtcontracten in de bouw is niets nieuws meer. Bij vele grote contracten, schrijven aannemers extreem laag in en zitten opdrachtgevers met de handen in het haar. De Botlekbrug is één van de vele projecten die uitliep op een financieel drama. De bouwers Ballast Nedam, Strukton en Strabag hebben gezamenlijk 318 miljoen euro verlies geleden. “Het bijzondere is dat ze voor de gunning al op het matje werden geroepen bij Rijkswaterstaat. Ze werden gewezen op hun extreem lage inschrijving, maar de partijen zijn hier toch mee doorgegaan. De arbitrage heeft tot eind vorig jaar gelopen en nog steeds lopen de onderhandelingen over de verliezen”, vertelt Ingrid Koenen, journaliste Cobouw op het congres.

Bouwfraude
Koenen stelt dat prijsvechten een gevolg is van het ontdekken van de bouwfraude. “Die bouwfraude was eigenlijk hartstikke duidelijk. De partijen spraken gewoon af wie de klus kreeg. Dit was ineens afgelopen door de aflevering van Zembla en toen moesten zij gaan concurreren. Ze wisten vervolgens niets anders te verzinnen dan elkaar dood te concurreren.”

Zeesluis IJmuiden
Dat een lage inschrijving niet direct hoeft te wijzen op een vechtcontract illustreert de journaliste met de aanbesteding van de zeesluis in IJmuiden. “Dit leek een schoolvoorbeeld van een vechtcontract. BAM en Volkerwessels schreven 100 miljoen euro lager in dan geraamd. Hoewel de eerste schop nog de grond in moet, lijkt het erop dat ze voor minder geld konden inschrijven, omdat ze een oplossing hebben gevonden, waarbij ze kunnen bouwen met een sluisdeur minder.”

Oorzaken vechtcontracten
Vechtcontracten zijn het gevolg van de crisis, weinig opdrachten en overcapaciteit. Er kan maar één bedrijf winnen bij een aanbesteding en de rest staat met lege handen. “De infra-markt heeft weinig afnemers en dat worden er steeds minder”, vertelt Fijneman. “Als je als mkb-ondernemer ziet dat een aantal gemeenten gezamenlijk het onderhoud van het buitengebied gaan aanbesteden voor het tijdsbestek van vier jaar, dan zouden ze kunnen denken: als ik nu niet handel, zit ik vier jaar aan de kant. Daar zit veel emotie in. Dat maakt het voor veel ondernemers moeilijk om niet op het scherpst van de snede in een aanbesteding te gaan zitten.”

Marktvisie
Jan-Hendrik Dronkers, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat, gaf begin vorig jaar aan het helemaal beu te zijn. Sindsdien is er wel wat veranderd. Er is een Marktvisie geïntroduceerd, die moet zorgen voor een einde aan het prijsduiken en het begin voor een gelijkwaardige samenwerking en een gezonde bedrijfstak. De intentie bestaat om met de Visie de bouw voor 2020 in een rendabele sector met redelijke marges en risico’s te veranderen. Onlangs werd dit concreet gemaakt met het project DOEN. In dit project onderzoekt Rijkswaterstaat samen met marktpartijen op welke manier er beter samengewerkt kan worden. Minder regels en betere samenwerking moeten leiden tot minimale verspilling van tijd en geld. Dit zal uiteindelijk waargemaakt moeten worden in de aanbesteding en uitvoering van de renovatie van de Nijkerkerbrug. Koenen zet hier nog wel wat vraagtekens bij. “Rijkswaterstaat wil hogere marges voor bouwers, maar ze moeten wel blijven concurreren. Niemand heeft zin om teveel te betalen”, stelt zij.

‘Nee’ zeggen
“Waarom zegt Rijkswaterstaat bij te lage inschrijvingen niet gewoon nee?”, is een vraag uit het publiek. Volgens Koenen is dit vrijwel onmogelijk. “Cees Brandsen en ProRail hebben allebei een keer geprobeerd een vechtcontract niet te gunnen. Beide keren is dit via de rechter gegaan en heeft de opdrachtgever verloren. De rechter ziet dit als een gebrek aan vertrouwen naar de opdrachtnemer toe. Hij beweert toch dat hij het waar kan maken?”

Koek verdelen
Fijneman geeft aan dat er mogelijkheden zijn om op een leuke manier met de problematiek om te gaan. “Een aantal energiebedrijven wilden voor vier jaar het onderhoud van kabels aanbesteden. We hebben vervolgens de opdracht in stukken geknipt, zodat niet één partij, maar drie partijen de opdracht konden winnen. Dan haal je al wat druk van de ketel. Op het moment dat je drie partijen op die klus hebt, kun je hen in eerste instantie 1/3 van de koek geven. Na een jaar bekijken de opdrachtgevers wie goed presteert en wie minder goed presteert. Op die manier wordt het aandeel in de koek gewijzigd. Op het moment dat je er als prijsvechter instapt, weet je dat je dit één jaar kan volhouden, maar vanaf jaar 2 tot 4 werkt dit niet meer. Bij de energiebedrijven werkt deze methode erg goed. Dit is een voorbeeld van een oplossing, waarbij de opdrachtgever laat zien dat hij begrijpt hoe de markt in elkaar zit en dat hij weet dat er veel emotie bij speelt”, concludeert Fijneman.

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties (1)

27 april 2016 17:55 uur

Dames en heren, Het is belangrijk, dat de opdrachtgever en diens adviseurs, de inschrijvingen beter, als men tenminste de kennis in huis hebben, leren te analyseren. Het blijkt telkens weer, dat, vooral bij aanbestedingen, waarbij de EMVI de hoofdrol speelt, de uitslagen van de onderzoeken en behandelingen van de stukken, veel vragen opwekken en dan vooral aangaande de zuiverheid van inschrijfdocumenten . Het blijkt altijd weer, dat de opdrachtgever gaat voor de laagste prijs en niet voor de kwaliteit. Men schrijft een mooi verhaal en houdt zich er meestal niet aan.

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen

of met e-mailadres