Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
24
07
Arthur van Heeswijck
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Arthur van Heeswijck
Categorie: Aanbesteden
Soort:

BVP, is dat wel een goed idee?

BVP, is dat wel een goed idee?

Best Value Procurement (BVP) is een inkoopmethodiek die aanbesteders de kans biedt de expertise van inschrijvers optimaal te benutten. Door de opdracht functioneel te omschrijven en het aantal randvoorwaarden te beperken, krijgen inschrijvers ruimte om zich op kwaliteit van hun concurrenten te onderscheiden. Toch is BVP niet altijd een verstandige keuze. Een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland illustreert dit.

Verborgen wensenlijstje

De zaak ging over een Europese aanbesteding van ICT-dienstverlening. Nadat de aanbesteder de concretiseringsfase met de inschrijver die in eerste instantie als beste uit de bus was gekomen succesvol had afgerond en de opdracht voorlopig aan hem had gegund, bleek dat een rekenfout was gemaakt. De aanbesteder trok daarom de gunningsbeslissing in en startte de concretiseringsfase met de inschrijver die in werkelijkheid de beste aanbieding had gedaan.

Die concretiseringsfase verliep stroef, zo valt uit de uitspraak van de rechtbank op te maken. De aanbesteder vond onder meer dat de inschrijver te lang deed over het concretiseren van zijn aanbieding en er ontstond discussie over meerwerk. Uiteindelijk brak de aanbesteder de concretiseringsfase af. Daar maakte de inschrijver bezwaar tegen en dat mondde uit in een kort geding.

De rechtbank moest beoordelen of de inschrijver in de concretiseringsfase had aangetoond dat hij zijn aanbieding gestand kon doen. Die beoordeling moest plaatsvinden aan de hand van de opdrachtdoelstelling. Die opdrachtdoelstelling was in de aanbestedingsstukken globaal omschreven. Uiteindelijk bleek dat de aanbesteder toch over een concrete wensenlijst beschikte. Eigenlijk wilde hij gewoon de bestaande functionaliteiten behouden. Met die wensenlijst waren inschrijvers echter niet bekend. In de aanbestedingsstukken was nota bene aangegeven dat de beschrijving van de bestaande situatie niet voorschrijvend bedoeld was.

De rechtbank oordeelde – terecht – dat de verborgen wensenlijst zich slecht verdroeg met een beoordeling op basis van een globaal omschreven opdrachtdoelstelling. De rechtbank vroeg zich zelfs openlijk af of de keuze voor een BVP aanbesteding zonder concrete wensen of oplossingen te formuleren wel een passende keuze was. Uiteindelijk trok de inschrijver toch aan het kortste eind in de kortgedingprocedure, omdat hij – kort samengevat – er niet tijdig in was geslaagd aan te tonen dat hij zijn aanbieding gestand kon doen. Aan het eind van de concretiseringsfase waren er nog ‘losse eindjes’, dat moest ook de inschrijver toegeven.

Voor de aanbesteder liep de zaak dus met een sisser af. Maar een volgende keer zal hij (hopelijk) voor een andere inkoopmethodiek dan BVP kiezen óf BVP consequent toepassen, ook in de concretiseringsfase.

Rechtbank Midden-Nederland 14 juni 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3099

Arthur van Heeswijck
Door Arthur van Heeswijck
Arthur van Heeswijck is zelfstandig advocaat en gespecialiseerd in aanbestedingsrecht. Door te adviseren en procederen helpt hij overheden en bedrijven problemen bij aanbesteden te voorkomen en zo nodig op te lossen. In 2014 is hij aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd op het onderwerp rechtsbescherming bij aanbestedingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.