Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Corona in sociaal domein: “We denken pas na over alternatieven als het niet anders kan”

Het coronavirus drukte de afgelopen maanden een stempel op het sociaal domein. Zorg moest razendsnel anders georganiseerd worden. Gemeenten kampten als gevolg van de coronacrisis met hogere kosten en klopten aan bij de overheid voor steun. Ook Marco van der Spek-Stikkelorum, inkoopdeskundige binnen het sociaal domein, merkte welke gevolgen het coronavirus had voor de regionale afdeling inkoop en contractbeheer.

Van der Spek-Stikkelorum is inkoopstrateeg en contractmanager binnen het sociaal domein voor acht gemeenten in de regio Gooi- en Vechtstreek. Hij en zijn collega’s moesten net als de rest van Nederland vaker werken op afstand. In het sociaal domein is dat een grotere uitdaging dan in andere sectoren. “Bij het sociaal domein kun je, ten opzichte van andere zaken die je inkoopt, niet zonder samenwerking. En als je start met inkoop is dat doorgaans een mooi moment om weer met aanbieders te spreken, gewoon live. De afgelopen tijd moesten we dat anders doen”, vertelt hij.

Marco van der Spek-Stikkelorum, inkoopstrateeg en contractmanager regio Gooi- en Vechtstreek

Veerkrachtige organisaties en cliënten
Door het coronavirus ontkwamen cliënten niet aan een gewijzigde invulling van hun zorg. Soms viel de dagbesteding weg, in andere gevallen moesten organisaties overstappen op individuele begeleiding. Samenkomen in groepen kon immers niet. De Wmo gaat uit van zogeheten uitstelbare zorg. Van der Spek-Stikkelorum zag dat dat veel impact had op cliënten. “Dat wat uitstelbare zorg wordt genoemd, is dat in een aantal gevallen echt niet. En zeker niet als je kijkt naar de persoonlijke impact op het leven van de inwoners met een ondersteuningsbehoefte. Huishoudelijke hulp kun je één à twee weken uitstellen, maar na drie weken wordt het wel anders.” Toch ziet Van der Spek-Stikkelorum ook dat organisaties en cliënten de veranderende omstandigheden zo goed mogelijk oppakten. Cliënten die niet meer naar een dagbesteding konden, gingen zelf een blokje om. “Dat is niet te vergelijken met elkaar. Maar een hoop mensen kunnen ineens wél zonder de dingen waar ze altijd aan gewend waren. En dat geldt ook voor het sociaal domein in het algemeen: we denken pas na over alternatieven als het niet anders kan.”

Stijgende zorgkosten
Maar hoe zit het dan met die stijgende zorgkosten waar gemeenten tegenaan lopen? Volgens Van der Spek-Stikkelorum draagt het coronavirus zeker bij aan die hogere kosten, maar is dat ook een fenomeen dat sowieso al jaren speelt. Volgens hem draagt een aantal zaken daaraan bij. “Als je kijkt naar wat de maatschappij van iemand verwacht, dan zie je dat die lat steeds hoger wordt gelegd. En het sociaal domein heeft te maken met een open-einde-regeling, met op een aantal vlakken slechte of soms zelfs geen normering. En dat maakt zorg automatisch duur.” De open-einde-regeling bepaalt dat iedereen in Nederland de juiste zorg moet krijgen. “Als iemand aan mijn bureau staat die mij vertelt dat een inwoner hulp nodig heeft, dan kan ik niet zeggen dat dat niet kan. Maar tegelijkertijd is het geld niet oneindig. En die twee dingen verhouding zich niet goed tot elkaar.”

Ook een gebrek aan inzicht in zorgkosten drijft die kosten omhoog. Als voorbeeld geeft hij de Wmo: “Op dit moment is het zo, ongeacht hoeveel zorg je krijgt, dat je een eigen bijdrage van negentien euro per maand betaalt. Dat betekent dat er ook aan die kant helemaal geen rem zit.” Het toepassen van normering, en meer inzicht in en openheid over die kosten is volgens hem dan ook hard nodig omdat de samenleving de almaar stijgende kosten anders niet meer kan dragen. “Als we niet normeren, dan gaan we failliet. Dan worden we ingehaald door de werkelijkheid. Ik denk dat we dan als samenleving niet meer op orde krijgen.” Meer en beter normeren, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, leidt er volgens Van der Spek-Stikkelorum toe dat onnodige kosten vermeden kunnen worden, zodat er geen ‘onzinnige’ zaken gedeclareerd worden als zorgkosten. 

Gewoon doorgaan
Waar de gemeente Eindhoven er onlangs voor koos zorginkoop tijdelijk stop te zetten, denkt Van der Spek-Stikkelorum daar niet aan. De regio Gooi- en Vechtstreek koos niet voor verlenging van bestaande contracten, maar voor nieuwe inkoopopdrachten. Volgens hem zijn er altijd wel omstandigheden die het lastig maken. “Nu hebben we corona, volgende week is het weer iets anders.” Ook onzekere voorwaarden hoeven geen belemmering te zijn bij zorginkoop. “De wereld draait gewoon door, ongeacht wat er in een contract staat. Ondanks al die beperkingen en eisen, kun je best met elkaar tot de conclusie komen dat het een bijzondere tijd is en afspreken hoe je daarmee om gaat. Je moet ook gewoon flexibel zijn.”

Daarbij is het volgens hem ook een moment om te evalueren en eens na te gaan of het ook anders kan, zegt hij. Hij pleit ervoor om na te gaan wat echt nodig is en daar het gesprek over aan te gaan. “We moeten hiervan leren en zeggen, een aantal dingen gaan we ook gewoon echt niet meer doen. Die gaan we terugbrengen naar daar waar het hoort, naar de eigen kracht van mensen. Dat stelt gemeenten misschien financieel gezien tot iets in staat, maar veel belangrijker is dat mensen tot iets in staat zijn. Dat mensen zich weer gewaardeerd voelen over zichzelf. Dat ze inzien: ‘Hé, ik kan veel meer dan gedacht’.”

Hervormingen in de jeugdzorg
Ook los van het coronavirus is het sociaal domein in beweging. Zo kondigden minister De Jonge en Dekker in maart van dit jaar aan de jeugdzorg te willen hervormen. Gemeenten moeten onder andere bovenregionaal gaan samenwerken om uniforme zorg te kunnen bieden. “Samenwerking bevorder je niet door het af te dwingen”, zegt Van der Spek-Stikkelorum in een reactie daarop. “Dat werkt alleen als je je er goed bij voelt.” Hij merkt dat het in zijn regio soms lastig is om met acht gemeenten tot besluiten te komen. “Als je bovenregionaal gaat samenwerken krijg je een groter probleem, want wethouders kunnen geen andere gemeente vertegenwoordigen. Maar je kunt ook niet met veertig man gaan zitten, dat schiet niet op.”

Hij vindt dat het in het voorstel vooral over het systeem gaat. “Men wil van een bepaald systeem af, maar uiteindelijk draait het daar niet om. Het gaat om datgene wat we ermee kunnen bereiken. En ik denk dat we met de hervormingen zoals die er nu in staan, aan de achterkant vrij weinig mee bereiken.” In plaats daarvan zou hij liever zien dat er een richtlijn komt voor samenwerking in het hele inkoopproces. “Partijen werken samen op de inkoop, maar op contractmanagement laten ze elkaar weer los. Dan zeg ik, beste overheid, maak dáár dan een richtlijn van. Als u samen iets doet, doet u dat van A tot Z.”

Partner van Aanbestedingscafé:
Partner van Aanbestedingscafé:

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé:
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres