Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
06
12
18
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
3
Door Theo van der Linden
Dossier: Column
Soort:

De aanbestedende dienst 'strikes back'!

De aanbestedende dienst 'strikes back'!

Aan het eind van het jaar leek het mij wel aardig om eens wat trends in de aanbestedingsjurisprudentie te formuleren. In mijn optiek zijn er vijf ontwikkelingen die onderscheiden kunnen worden. Op de eerste plaats neemt het aantal rechtszaken over de kwalitatieve beoordeling van inschrijvingen enorm toe. Simpel gezegd, een bedrijf heeft een zes gekregen voor het plan van aanpak, maar vindt dat ze recht op een acht hebben. Dit soort rechtszaken bewijzen stuk voor stuk, dat inschrijven zonder tekstschrijvers eigenlijk niet meer loont.

De gemeente Zaanstad vroeg onlangs bij een aanbesteding voor wijkteams, o.a. een strategie die partnerschap en die doorontwikkeling goed weet te verwoorden op een wijze dat de beste bijdrage aan de doelstellingen geleverd wordt (1), een beschrijving hoe uw organisatie denkt de collectieve verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling in te vullen (2), een analyse van de problemen en kansen in de wijk en het formuleren van prioriteiten, het concretiseren hoe bovenstaande aanpak bijdraagt aan het betaalbaar houden van het zorgsysteem (3), een visie op het versterken van de beweging van tweede naar eerstelijns ondersteuning naar preventie, collectieve voorzieningen en eigen kracht van inwoners en het betaalbaar houden van het zorgsysteem (4), het concretiseren van de uitwerking van de vier pijlers per wijk, preventie, eigen verantwoordelijkheid, integraliteit en vangnet (5), een beschrijving hoe u de noodzakelijke overlegvormen intern en met de ketenpartners wilt organiseren (6), een werkwijze waarin u aangeeft hoe u adequaat omgaat met crisissituaties met inwoners (7).
Voor de zekerheid is er ook nog een presentatie waarbij 'uw beoogde teamleider beoordeeld wordt op toepassing van kennis en kunde, communicatie, samenwerking, lerend- en probleemoplossend vermogen, proactieve houding.' Het verbaast mij niets dat dit soort aanbestedingen tot rechtszaken leiden.

Een tweede trend is dat de beoordelingscommissies meer onder vuur komen te liggen. De meest opmerkelijke zaak is die van Nidos. De rechter zegt: "Leden van een beoordelingscommissie worden verondersteld deskundig te zijn. Maar een directeur financiën en een adviseur met betrekking tot methodiekontwikkeling zijn niet op het eerst gezicht door hun functie deskundig op het gebied waarop de aanbestedingsprocedure ziet, namelijk de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen" De rechter vindt dat de beoordeling opnieuw moet, maar nu door een wel deskundige commissie.

Dit leidt tot allerlei ongewenste ontwikkelingen. Wil een bedrijf klagen over de deskundigheid van de beoordelingscommissie, dan zullen ze dit (Grossmann!) tijdig moeten doen. Bedrijven zullen dus de volgende vraag standaard gaan stellen: "kunt u aangeven hoe de deskundigheid van de beoordelingscommissie gegarandeerd wordt?" Aanbestedende diensten zullen dan enig inzicht moeten geven in de samenstelling en ervaring van de beoordelaars. Slimme inschrijvers zullen daar weer uit kunnen opmaken wie de beoordelaars zijn. Bovendien, gaat dit leiden tot eindeloze discussies over het al dan niet deskundig zijn van beoordelaars.

Op de derde plaats zie je dat er over allerlei zaken tegenstrijdige jurisprudentie komt. Een tijdje geleden heeft Arthur van Heeswijck op aanbestedingscafe een uitstekende column geschreven over tegenstrijdigheden in de jurisprudentie met betrekking tot het herstel van kleine fouten. Dat is typisch zo'n voorbeeld waarbij je door de bomen het bos niet meer ziet. Rechters hebben daar volgens mij zelf ook wat moeite mee. Wanneer advocaten naar jurisprudentie verwijzen die hun standpunt lijkt te ondersteunen, maar de rechter toch de andere kant op wil, lees je steeds vaker dat er sprake is van een niet vergelijkbaar feitencomplex. De rechtbank Den Haag zei onlangs: "Het beroep van de Combinatie op het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:11209), waarin vanwege zeer bijzondere zaakspecifieke omstandigheden op voormelde regel een uitzondering is aanvaard, kan haar niet baten, nu – zoals RWS terecht heeft opgemerkt – in de onderhavige procedure sprake is van een niet-vergelijkbaar feitencomplex.”

Nummer vier is dat de als tweede geëindigde inschrijver de uitvoering van de opdracht blijft volgen om te kijken of er wel conform de aanbesteding geleverd wordt. Dat kan natuurlijk alleen als het gaat om iets wat van buitenaf zichtbaar is (thuiszorg, leerlingen vervoer, GWW etc). Het beste voorbeeld is de soap rond het aan RWS geleverde zout voor gladheidsbestrijding. Eurosalt volgde het nauwlettend en spande een rechtszaak aan. We zien dit ook op kleinere schaal bij projecten bij gemeenten.

De vijfde constatering tenslotte, is die ik in de titel heb aangegeven, en dat is dat aanbestedende diensten steeds vaker inschrijvers aan hun inschrijving houden. Er waren dit najaar twee rechtszaken waarbij inschrijvers (te?) laag hadden ingeschreven en van de opdracht af wilden. In deze zaken hielden de gemeenten voet bij stuk en in beide gevallen werden de inschrijvers aan hun offerte gehouden.

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Reacties:

  • Hans Kuiper | 07-12-2018 om 12:40

    Mooie column Theo!
    Verontrustend dat inschrijvers tekstschijvers of BVP-adviseurs nodig hebben om te winnen.
    Is het verdwijnen van materiedeskundigheid bij de opdrachtgever ook niet een oorzaak van problemen? De trend is: de markt weet het beter. Dan wordt het moeilijk een goed beoordelingskader te maken. Laat staan daarbinnen deskundig te oordelen. Er moet m.i. in een beoordelingskader ook ruimte zijn voor verrassingen, die zich vooraf niet laten beschrijven.

  • Sanne van Kamp | 08-12-2018 om 19:43

    Het is jammer dat de feiten in dit artikel niet geheel correct zijn. Zo had de aangehaalde Zaanse aanbesteding slechts 4 ipv 7 gunningscriteria en zijn de argumenten van de aanbestedingsadvocaten niet enkel procedureel maar ook inhoudelijk van tafel geveegd. Het kan een trend zijn dat aanbestedingen onnodig ingewikkeld gemaakt worden, maar in het aangehaalde voorbeeld is daar juist volgens de rechter geen sprake van.

    • Theo van der Linden | 08-12-2018 om 22:05

      De door mij geciteerde zinnen komen uit de offerteleidraad van 4 april 2018, en staan in de criteria G1 t/m G3.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.