Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
23
08
17
Tim Robbe
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
1
Door Tim Robbe
Dossier: Column
Soort:

De “relatie”

Afgelopen maandag kwam ik terug van mijn zomervakantie. Volledig uitgerust zetelde ik mij achter mijn laptop. Ik had maar liefst 12(!) aanvragen voor een kort geding in mijn mailbox zitten. Allemaal zorg- en welzijnsinstellingen die het niet eens waren met een voorlopige gunningsbeslissing, in hun geval natuurlijk een afwijzingsbeslissing.

Twee vragen stelden deze instellingen mij het meest: 1) wat kost het en 2) wat zijn de kansen? De kosten vielen uiteraard mee. De kansen waren wisselend per instelling. Een aantal instellingen adviseerde ik niet door te zetten, omdat ik hun casus toch wel als kansloos beoordeelde. Het niet overleggen van een referentie zoals voorgeschreven is een knock-out; daar kan zelfs een doorgewinterde aanbestedingsjurist weinig meer van maken.

Maar een aantal instellingen had naar mijn mening wel een zaak. Uiteraard zijn nooit garanties te geven. Maar een paar instellingen kon ik echt wel aanbevelen een kort geding te starten.

Toch gaven een aantal instellingen niet direct het groene licht, ondanks de kosten en de kansen. Een veel gehoord woord in de gesprekken met bestuurders van deze instellingen was de “relatie”. De bestuurders waren bang met procederen bekend te komen staan als verveeloren. En dat zou de relatie met de gemeente (en zijn bestuurders?) niet ten goede komen.

Ik snap deze redenering. Zeker als personen elkaar vaker tegenkomen in verschillende gremia, dan is het prettig een goede relatie te hebben met elkaar. Dat komt ook ten goede aan de instelling die profijt heeft van soepelere besluitvorming. Wij moeten bij deze redenering wel een kanttekening plaatsen.

Gemeenten zijn niet verplicht om zorg en welzijn aan te besteden. Inmiddels is dit ook het formele standpunt van PIANOo en de staatssecretaris VWS. Als een gemeente er dan toch voor kiest om aan te besteden, dan kan één aspect in ieder geval géén rol meer spelen in de uit te voeren procedure: bestaande relaties.

Ook al heeft de instelling nog zo’n goede zorg geleverd de afgelopen jaren en is de relatie tussen wethouder en bestuurder nog zo goed, dan nog leidt het niet voldoen aan bepaalde eisen tot uitsluiting van de instelling. De aanbestedingsprocedure, welke dan ook, werkt onverbiddelijk.

Als de gemeente c.q. wethouder waar de instelling zo’n goede relatie mee heeft ervoor kiest om een procedure te volgen waarin die relatie geen rol kan en mag spelen, waarom zou de instelling c.q. de bestuurder die relatie dan wel een rol laten spelen in zijn afwegingen voor het voeren van een kort geding? Juist als sprake is van een goede relatie, dan moet de gemeente c.q. de wethouder begrijpen dat de instelling, zeker als deze in zijn recht staat, via de door de gemeente zelf voorgeschreven procedure zijn recht zoekt.

Met andere woorden: procederen in een aanbestedingsprocedure tegen een overheidsinstelling waarmee je een goede relatie hebt als instelling is naar mijn mening juist dé lakmoesproef voor de kwaliteit van die relatie.

Tim Robbe
Door Tim Robbe
mr. drs. Tim H.G. Robbe, partner bij Victor Advocaten

Reacties:

  • Ongeloofijk | 23-08-2017 om 15:51

    Wij van WC eend adviseren veel wc eend

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.