Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
21
11
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
2
Door Theo van der Linden
Categorie: Column
Soort:

Een warm pleidooi voor de relatieve methode

Een warm pleidooi voor de relatieve methode

Beste Chris,

Ik was eindelijk in de gelegenheid om je annotatie bij de HR 9 mei 2014 (Nederlandse Jurisprudentie (NJ) 2016/342) over de relatieve methode te lezen. Ik denk dat je, strikt genomen, gelijk hebt met je betoog, maar ik hoop desondanks vurig dat je geen gelijk krijgt, en dat de relatieve methode tot in lengte van dagen zijn nut zal bewijzen.

Ik zal uitleggen waarom ik dat vind. In punt 5 betoog je dat de relatieve methode het risico in zich draagt dat er niet gegund wordt aan de inschrijver die de beste prijs kwaliteit verhouding biedt. Daar zit wat in. Het heeft iets vreemds dat inschrijver A beter scoort dan inschrijver B, als inschrijver C wel meegerekend wordt, en lager scoort als inschrijver C niet meegerekend wordt.

Dat is ook moeilijk uit leggen. Je schrijft terecht over de berekening in de zaak RICOH/Utrecht dat die ‘de indruk wekt dat B (Xerox) in eerste instantie in vergelijking tot C (RICOH) de beste prijs kwaliteit verhouding geboden heeft’. Als dat later niet zo blijkt te zijn is dat inderdaad verwarrend en wat lastig uit te leggen aan B (Xerox). Toch lijkt het mij beter dan een ongeldige inschrijving meetellen bij de beoordeling.

Wat is er nu echt misgegaan? In de zaak RICOH/Utrecht waren er maar drie inschrijvers en de relatieve methodiek die gekozen was, ging uit van een schaal van 1 tot 10 (10 punten voor de beste,1 punt voor de slechtste en de rest zit er tussenin). In deze branche (multifunctionals) zijn de verschillen klein, aangezien de inschrijvers elkaar kennen, en qua bedrijfsgrootte en kennis niet veel van elkaar verschillen. Ze zullen dus qua prijs en inhoud vergelijkbaar inschrijven. Dat is niet echt geschikt voor de relatieve methode. Een klein verschil tussen de offertes kan dus tot een groot puntenverschil leiden. Toen Océ wegviel had dat tot gevolg dat de als tweede geëindigde (Xerox) weer als tweede eindigde, maar nu achter RICOH. Ik zou voor deze aanbesteding en in deze branche nooit de relatieve methode aanraden.

Als er echter een partij wegvalt in een openbare procedure met tien inschrijvers, die redelijk ver uit elkaar kunnen scoren, dan is het effect veel kleiner. Sterker nog, ik blijf betogen dat de kans op de ‘rangorde-paradox’ bij een normale aanbesteding heel, heel klein is. Ik weet zeker dat Jan Telgen voor zijn voorbeeld in de Tender Nieuwsbrief waarbij nummer 4 na het wegvallen van nummer 1 toch als eerste eindigt, flink heeft moeten puzzelen.

In de zaak RICOH/Utrecht was het m.i. ook nodeloos gecompliceerd, omdat de gemeente in de offerteaanvraag het volgende schreef: “Blijkt tijdens de besprekingen met de inschrijver dat in de inschrijving onjuiste informatie is verstrekt of dat op andere punten onoverkomelijke bezwaren bestaan, dan zal de betreffende inschrijver alsnog afvallen. In gevallen als deze zal in de regel besloten worden een bespreking met de als tweede geëindigde inschrijver te beleggen, dan wel de gehele procedure opnieuw te starten.”

Dat is natuurlijk niet slim. Als ze de laatste zin hadden weggelaten, hadden ze gewoon de ongeldige inschrijving uit kunnen sluiten (ongeldige inschrijving wordt niet geacht te zijn gedaan) en opnieuw gaan rekenen, waarbij het inderdaad frustrerend voor Xerox is dat ze dan weer als tweede eindigen, maar dat is uit te leggen. Het gerechtshof viel bij het hoger beroep ook over de toevoeging 'in de regel'.

Jij schrijft dat als er een herberekening plaatsvindt van de scores en de volgorde daardoor verandert, men niet ‘met overtuiging kan beweren dat de toegepaste systematiek de aanbestedende dienst in staat heeft gesteld die ene aanbieding te identificeren die daadwerkelijk de beste prijs-kwaliteit verhouding biedt’.

Dat ben ik niet met je eens. Als je maar consequent stelt dat een ongeldige inschrijving niet meetelt, ongeacht of je dat voor of na de eerste berekening vaststelt, dan is er feitelijk geen enkel probleem. We tellen toch ook geen inschrijvingen mee van bedrijven die op het laatste moment hebben afgezien van een inschrijving, of bedrijven die voor de berekening ongeldig verklaard zijn? Ik zou zeggen: ongeldige inschrijvingen tellen nooit mee en als er eens een rangorde-paradox optreedt leggen we dat netjes uit. En laten we wel zijn, een aanbestedende dienst moet toch voordat ze gaan rekenen vaststellen of een inschrijving geldig is! Ik kan me indenken dat een volstrekt onverwacht faillissement roet in het eten kan gooien maar als de aanbestedende dienst gewoon goed controleert, wordt men toch vrijwel nooit met een onverwachte ongeldigheid geconfronteerd.

Jij gaat er in je annotatie niet uitgebreid op in maar ik vind het raar dat de A-G stelt dat een ongeldige inschrijving überhaupt kan meetellen bij de beoordeling. Mijn probleem daarbij is het volgende. Stel: een aanbestedende dienst heeft vijf inschrijvers, waarbij er bij twee twijfel is of ze moeten worden uitgesloten. Er klopt iets niet, maar uitsluiting zou weleens in strijd met het ‘evenredigheidsbeginsel’ kunnen zijn. (nog bedankt, gerechtshof Den Haag). Wat de aanbestedende dienst nu kan doen is verschillende rekensommetjes maken en kijken bij welk sommetje hun favoriet wint. Als iemand later klaagt kunnen ze zich beroepen op de uitspraak van de A-G dat niet valt in te zien ‘waarom het gelijkheidsbeginsel zou worden geschonden, indien een alsnog ongeldig verklaarde inschrijving uit de rangorde wordt verwijderd (en de betrokken inschrijver van gunning van de opdracht wordt uitgesloten), maar de mede aan de hand van die inschrijving bepaalde onderlinge rangorde van de resterende inschrijvers in stand wordt gelaten.’

Ik durf te beweren dat de rangorde-paradox een probleem is dat zo klein is en zo weinig voorkomt, dat het risico erop te verwaarlozen is. Het grote voordeel van de relatieve methode is dat hij heel eenvoudig uit te leggen en te snappen is (ik doe er precies tien minuten over in mijn cursussen) en dat een aanbestedende dienst niet van tevoren over de uitersten hoeft na te denken, wat erg handig is in een markt waarbij bijvoorbeeld grote prijsverschillen kunnen optreden.

Daarom hoop ik oprecht dat je geen gelijk krijgt. Ik zou het erg jammer vinden als de relatieve methode verboden wordt. Is er niet een oude uitdrukking over ‘het kind met het badwater weggooien’?

Nou ja, we zien wel. Ik zie je zondag 4 december bij ADO-FC Utrecht. Ik denk dat we blij mogen zijn met een gelijkspelletje.

Vriendelijke groet,

Theo

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Reacties:

  • Jan Telgen | 22-11-2016 om 17:09

    Beste Theo,
    Ik moet je toch uit je droom helpen en dat doe ik graag.
    Vooropgesteld: er zijn heel veel relatieve methoden en niet allemaal zijn ze even slecht. Degene waar jij ongetwijfeld naar verwijst is de methode waarbij de beste aanbieder op het onderdeel prijs het maximum aantal te behalen punten krijgt voor dat gunningscriterium en de andere scores worden daarvan afgeleid volgende de formule score = (Max punten) * (beste prijs/deze prijs). Ik heb een student laten tellen en deze komt in ca. 2/3 van alle aanbestedingen in 2015 voor.
    Heel veel van die aanbestedingen lopen af zonder problemen. Bekend is weliswaar dat deze methode als kenmerk heeft dat aanbieder A wint als C meedoet en aanbieder B wint als C niet mee doet (rank reversal). Maar daar merk je in de praktijk weinig van: je ziet het pas als C zich terug gaat trekken en het opnieuw uitrekent. En dat terug trekken van C komt niet zo veel voor …
    Maar je bent slim genoeg om ook andersom te kunne redeneren. C zit te dubben om wel of niet mee te doen. Hij weet dat hij waarschijnlijk toch geen kans maakt (A en B zijn waarschijnlijk beter), maar hij kan wel of niet een poging wagen …….
    De beslissing van C om al dan niet mee te doen bepaalt of A dan wel B zal winnen. En in hoeveel van de aanbestedingen met een relatieve score zal aanbieder C besloten hebben om wel of niet mee te doen (al dan niet gestimuleerd door degene die er profijt van heeft …)? Dat effect valt niet te zien uit de uitslag…….

    Hoe vaak het voorkomt: Ik heb een student een begin laten maken met tellen in 19 aanbestedingen (ik moet alle biedingen hebben om te kunnen controleren en we hadden er toen niet meer). Daaruit blijkt:
    – geen van de aanbestedingen zou een andere winnaar hebben als er een aanbieding uit werd weggehaald
    – in ruim 10% van de aanbestedingen kan er een extra inschrijving worden toegevoegd die zelf niet wint, maar wel er voor zorgt dat er een andere winnaar is.

    Dit zijn natuurlijk maar voorlopige resultaten, maar ze laten wel zien dat het niet alleen maar een theoretisch probleem is.

    Groet
    Jan

  • Hans Kuiper | 03-02-2017 om 22:29

    Een relatieve beoordeling moet je niet willen.
    Beoordeel liever de inschrijvingen langs de meetlat van je eigen verwachtingen.
    Misschien zijn die 10 minuten toch wat kort om door te hebben dat je verkeerd bezig bent.
    Wie van deze 3 vind je de beste actrice? Brigitte B, Sophia L of Claudia C?
    Het zorgvuldig gewogen oordeel: Sophia wint, als tweede Brigitte, als derde Claudia
    En wie van deze 2 vind je de beste actrice? BB of CC?
    Het zorgvuldig gewogen oordeel volgens de zelfde spelregels: Claudia wint , als tweede Brigitte!
    Neem jezelf serieus en oordeel niet relatief.
    Spoel maar weg dat kind!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.