Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
02
04
19
Douwe Sibma
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
3
Door Douwe Sibma
Dossier: Aanbesteden
Soort: ,

Eenzijdige communicatie over Open House en aanbesteden zorg

Eenzijdige communicatie over Open House en aanbesteden zorg

Minister Hugo de Jonge heeft aangegeven het aanbesteden van zorg te willen afschaffen, maar hij geeft niet aan op welke legitieme manier zorgaanbieders dan wel kunnen worden gecontracteerd. Deels is de verplichting al afgeschaft als de gemeente alle zorgaanbieders contracteert die voldoen aan de eisen. De minister lijkt echter ook niet gecharmeerd van Open House-contractering. De Jonge wil toe naar één team van wijkverpleegkundigen per wijk. De vraag is natuurlijk op basis van welke criteria dit team verkozen moet worden. Kan er binnen de huidige, al dan niet aan te passen, richtlijn een alternatieve contracteerwijze, anders dan aanbesteden, gevonden worden?

Wat een juiste beeldvorming over inkopen van zorg ook niet helpt, is de eenzijdige berichtgeving of zelfs uitleg van de bekende arresten van het Europese Hof van Justitie: Falk-Dak en Tirkkonen. Stellingen als “Aanbesteden hoeft niet meer in de zorg” of “Aanbesteden zorg is niet verplicht” zijn niet helemaal correct, want qua informatie onvolledig. Weliswaar is aanbesteden van zorg niet verplicht, maar dan moet je wel iedereen contracteren die aan de eisen voldoet via een Open House procedure. Als je een bepaald aantal zorgaanbieders gaat selecteren op gunningscriteria, dan zul je moeten aanbesteden. Deze toch robuuste voorwaarde als vrijstelling voor aanbesteden ontbreekt vaak in de artikelkoppen. Wat ook ontbreekt is hoe de beginselen van behoorlijk bestuur, precontractuele goede trouw, redelijkheid en billijkheid dan kunnen worden vertaald in concrete eisen én welke beoordelingsruimte een gemeente hierbij heeft.

Selectiefase Open House
Zowel een aanbesteding als een open house procedure kennen een selectiefase, met de uitsluitingsgronden en geschiktheidscriteria; ik zie niet in dat de invulling daarvan wezenlijk gaat verschillen van de tijden dat het Zeeuws model nog wel onder de (verlichte) aanbestedingsregelgeving viel. Tenzij je in Open House veel minder uitsluitingsgronden en geschiktheidscriteria stelt, maar dan is de vraag wat voor gevolgen dat heeft voor conformiteit aan de kwaliteitsvoorschriften uit de sociale wetgeving én ook veiligheid van cliënten. Zoals bekend gaan klachten en rechtszaken niet alleen over gunningscriteria en motivering van voornemens tot gunning, maar ook in forse mate over uitsluitingsgronden, geschiktheids- en selectiecriteria. Niet in te zien is waarom er bij Open house ook niet zulke geschillen zullen gaan voorkomen. Wat zou er aan in de weg staan dat een rechter bij zulke geschillen wel aanhaakt op de parallelle aanbestedingsregeling?

Rol mededinging
Ook de wel gehoorde stelling “Bij een Open House procedure speelt de mededinging geen rol” lijkt niet helemaal correct. Weliswaar speelt concurrentie/mededinging en dus ook mededingingsrecht een veel grotere rol bij selectieve aanbestedingen. Maar dat betekent niet dat er bij Open House helemaal geen mededingings- en aanbestedingsrechtelijke aspecten kunnen voorkomen; als de gemeente de uitsluitingsgronden en de geschiktheidscriteria te hoog zou stellen, dan worden bonafide aanbieders vanwege disproportionaliteit aan de kant gezet. Of, wanneer de gemeente bij nader inzien inschrijvers die niet voldoen aan de gestelde eisen, toch contracteert. Bijvoorbeeld omdat deze in een vorig of huidig contract wel goede ondersteuning heeft geboden, Hiermee zouden de aanbieders worden benadeeld die wel keurig aan de eisen voldeden, immers de koek is en blijft even groot. Zo wordt personeel aannemen en investeren niet eenvoudiger.

Schaarse rechten
Het argument dat er bij een Open House-inkoop geen verdeling is van schaarse rechten, lijkt ook voor discussie vatbaar. Onder schaarse publieke rechten vallen naast overheidsopdrachten ook schaarse vergunningen en subsidies, waarbij de hoeveelheid beschikbare middelen is beperkt. Veel gemeenten worden geplaagd door grote tekorten op het sociaal domein. De budgetten zijn begrensd en de omvang van ondersteuningsbehoeftigen (vergrijzing en toename aantal cliënten) stijgt. Het aantal af te sluiten overeenkomsten staat vooraf niet vast, maar hangt af van het aantal “geschikte” inschrijvers. Bij een Open House-procedure zijn er altijd inschrijvers die niet voldoen, derhalve kan gesteld worden dat het aantal aanvragen het aantal af te sluiten overeenkomsten overtreft. Ook hier lijkt sprake van schaarste. Ook omdat zeker de grote(re) zorgaanbieders in beginsel gebaat zijn bij zo weinig mogelijk andere contractanten.

Hellend beoordelingsvlak
Een gemeente die gestelde geschiktheidseisen niet volledig gaat handhaven of de eigen ervaringen van de eigen gemeente of andere gemeenten mee gaat wegen in de geschiktheidsbeoordeling zal al doende uitkomen op een hellend beoordelingsvlak. Los van de vraag hoe zoiets zich verhoudt tot het gelijkheidsbeginsel en ook hoeveel extra fte-capaciteit dit vergt om dit soort onderzoeken te doen, is dan ook de vraag hoe diep en breed én objectief zo’n onderzoek(je) kan en moet zijn. De invulling van bovengenoemde beginselen worden mijns inziens dan wel erg ver opgerekt; het hellend vlak wordt een glijbaan naar willekeur, favoritisme en vriendjespolitiek.

Gelijke kansen
Het is dan ook de vraag hoeveel extra ruimte de gemeente daadwerkelijk heeft ten opzichte van de aanbestedingsregelgeving bij de invulling van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, precontractuele goede trouw, redelijkheid en billijkheid. Ervan uitgaande dat er in zekere mate sprake is van mededinging en schaarse rechten, zullen deze beginselen zullen moeten worden omgezet in concrete duidelijke, precieze en ondubbelzinnige eisen/criteria/verdeelregels en tijdig en adequaat gecommuniceerd zodat elke potentiële gegadigde hier kennis van kan nemen.

Teveel keuze?
Wellicht ten overvloede; elk model heeft voor- en nadelen. Bij een bestand van vaak tientallen of zelfs honderden gecontracteerde zorgaanbieders: zien de cliënten en gebiedsteammedewerkers door de bomen nog het bos? Werkt teveel keuze niet verlammend op de keuzemakers? Kan de gemeente nog een strategische relatie opbouwen met haar zorgaanbieders? Kan de gemeente nog wel goed zicht houden op de geleverde kwaliteit? Contractmanagement beperkt zich vaak tot de pakweg 10 grootste aanbieders en de rest op basis van het piepsysteem. Is er voldoende omzet- en investeringszekerheid voor de aanbieders?

Gemeentelijke beleidsvrijheid
Overigens wat keuzevrijheid betreft; ook met bijvoorbeeld 3, 10, 20 of […] aanbieders is er keuzevrijheid, nergens staat voorgeschreven dat een cliënt de keuze moet hebben uit minimaal x of een onbeperkt aantal aanbieders. Dat er nu gemeenten zijn die na een weging van de voor- en nadelen van Open House overstappen naar veel minder contractanten via een selectieve aanbesteding, lijkt mij gemeentelijke beleidsvrijheid.

Andere verbeteropties
In plaats van de aanbesteding voor de zorg volledig te willen afschaffen of het Open House-model te willen verplichten, lijkt het zinvoller dat de overheid nadere regels stelt over geschiktheids- en uitvoeringseisen, ter verkrijging van veel meer uniformiteit: “pas toe of leg uit”. Dat de gemeenten extra inspanningen doen om professioneel in te kopen en dat inschrijvers leren om beter in te schrijven. Daarnaast zou het de moeite waard zijn om te onderzoeken of de relatie cliënt-zorgverlener nog beter kan worden geborgd in de regelgeving; zeker voor wat betreft de meest kwetsbare cliënten. Waarbij de zorgverlener bij een wisseling van aanbieder, verplicht wordt overgenomen door de nieuwe aanbieder. Uiteraard alleen als dit ook de wens is van de hulpverlener en cliënt(en). Plus een verruiming van de PGB-optie voor deze groep cliënten, bijvoorbeeld een hoger PGB wanneer een zorgaanbieder wordt gekozen met bijvoorbeeld een bewezen staat van dienst (wat dan uiteraard nader moet worden gedefinieerd als een kwaliteitsnorm). Want daar zit vaak de meeste pijn en aversie tegen aanbesteden in het Sociaal Domein; als de vertrouwde hulp wordt vervangen door een hulp van de nieuwe contractant.

Dit artikel is op strikt persoonlijke titel geschreven en bevat derhalve op geen enkele manier een stellingname, voornemen of advies van genoemde gemeente, vakgroep of commissie

Douwe Sibma
Door Douwe Sibma
Douwe Sibma is werkzaam als senior inkoopadviseur bij de gemeente Súdwest-Fryslân. Daarnaast is hij lid van de vakgroep Sociaal Domein van PIANOo en is hij als branche-expert Wmo/zorg/re-integratie betrokken bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. Sibma schrijft geheel op eigen titel.

Reacties:

  • Marco van der Spek-Stikkelorum | 02-04-2019 om 13:27

    Scherpe reactie en m.i. een prima nuance. Gelukkig herken ik in de dagelijkse praktijk maar een paar van de argumenten. Zoals ik in eerder commentaren op verschillende fora heb aangegeven is het met het nieuwe Trikkonen arrest mogelijk om een aantal nadelen uit OpenHouse te halen. Daarnaast zijn er bij een goede inrichting ook oplossingen te vinden voor de financiële issues. de verruimming van de PGB kan ik niet plaatsen. Ik stel doorgaans dat PGB het onvermogen van een inkoopprofessional aantoont. Dat is wellicht te kort door de bocht maar in essentie zou je als inkoopprofessional dan geen zorg in kunnen kopen die een inwoner wel kan inkopen. V.w.b. de verplichte overname van hulpverleners. Binnen het Openhouse systeem is de belangrijkste trigger voor inwoners om van zorgaanbieder te wisselen de beleving van de kwaliteit door de hulpverlener.

  • Tim Robbe | 02-04-2019 om 14:01

    Ik zie dat de masterclass met Chris Jansen goed is bijgebleven. :-). Slechts twee kanttekeningen:

    1) verdelingsrecht en schaarste gaat niet over schaarse middelen, maar schaarse rechten. Dat de middelen beperkt zijn aan de zijde van gemeenten staat vast. Maar dat is niet relevant. De vraag is of het krijgen van een overeenkomst schaars is (zoals de vergunning of subsidie dat kan zijn). Dat is bij open house niet zo omdat iedereen die voldoet een overeenkomst kan krijgen. Overigens is ook discutabel of gemeentelijke middelen werkelijk schaars zijn. Immers de sociale domein wetgeving zijn open einde regelingen.
    2) gemeenten hebben geen beleidsvrijheid bij het uitvoeren van sociale domein wetgeving, maar beleidsruimte. Die ruimte wordt beperkt door het recht. Gezien de sociale domein wetgeving, maar ook bijvoorbeeld normen in internationaal recht (denk aan EVRM en Verdrag Handicap) is het maar zeer de vraag of gemeenten keuzevrijheid van inwoners kunnen beperken. Ik weet dat Bas Wallage een proefschrift schrijft over de materie; zijn conclusie (die ik volg) is dat keuzevrijheid zorg (niet hulpverlener) een fundamenteel recht is waarvan gemeenten alleen bij hoge uitzondering kunnen afwijken. Dat is andere koek.

  • Gérard van Agtmaal | 02-04-2019 om 15:13

    beste Douwe,

    Foutje: het betrof Falk Pharma, niet Falk-Dak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.