Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
18
09
17
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Theo van der Linden
Dossier: Column
Soort:

“Er is niet geoordeeld volgens de regelen des rechts, maar als goede mannen naar billijkheid”

Een van de leukste onderdelen van mijn werk is het voorbereiden van de cursussen. Ik zit dan in mijn werkkamer, muziekje op, grote mok koffie bij de hand en kies dan welke informatie ik in mijn cursussen ga gebruiken. De afgelopen week ben ik bijvoorbeeld bezig geweest met de voorbereidingen voor de jurisprudentiemarathon die ik dit najaar samen met Suzanne Brackmann organiseer. Op zo’n dag behandelen we ca. 40 rechtszaken over aanbestedingen.

Als je al die rechtszaken achter elkaar doorleest, vallen een paar zaken op. Ten eerste is het onderhand wel duidelijk dat BVP, op zijn zachtst gezegd, niet echt geschikt is voor overheidsopdrachten. Rechters formuleren het nog wat voorzichtig maar de boodschap is duidelijk. De rechtbank Midden-Nederland zegt bijvoorbeeld: “Dit roept de vraag op of de keuze van IKNL voor BVP als aanbestedingsprocedure zonder het formuleren van concrete wensen of oplossingen wel de meest passende keuze was.”
Erg grappig (hoewel niet voor de betrokkenen) is een zaak over een BVP-aanbesteding, waarbij aan de orde komt of er met beide sleutelfiguren apart gesproken moest worden of dat ze samen geïnterviewd mochten worden. In de aanbestedingsstukken staat: “Met beide sleutelfunctionarissen wordt een gesprek van maximaal 60 minuten gevoerd.” en “In een proces-verbaal van het interview van de sleutelfunctionarissen zullen de bestandsnamen van de twee geluidsbestanden worden vastgesteld.” De klagende partij stelt, niet onbegrijpelijk, dat als er twee geluidsopnamen zijn, er ook twee gesprekken moeten zijn. En wat vindt de rechter hiervan?: “Denkbaar is dat twee opnames van hetzelfde gesprek worden gemaakt.” (Natuurlijk, er kan maar een geluidsopname zoek raken…)

Het tweede wat opvalt, is dat steeds meer zaken over de interpretatie van de aanbestedingsstukken gaan. Als er in het bestek staat dat ad-hoc verzoeken binnen 24 uur moeten worden uitgevoerd, wordt er dan bedoeld binnen 24 uur of wordt een werkdag bedoeld? En degene die in het bestek schreef dat ‘de afstand van de Markt 1 in Geleen tot aan de overslag- en / of verwerkingslocatie maximaal 20 kilometer mag bedragen’, heeft er waarschijnlijk geen seconde bij stilgestaan dat er maanden later in een rechtszaal gesteggeld zou worden over de vraag of dit over de weg of hemelsbreed is.

Een derde trend is dat verliezende partijen steeds verder gaan om aan te tonen dat er iets mis is met de gunning aan de winnende inschrijver. Zo was er pas een verliezende partij die stelde dat twee winnende inschrijvers blijkens hun LinkedIn-profiel al werden ingehuurd door de aanbestedende dienst. Wie had een paar jaar geleden gedacht dat Linkedin-contacten gebruikt zouden worden om vermeende belangenverstrengeling aan te tonen? En een andere partij windt er geen doekjes om door te stellen dat “een op voorhand gewenst aanbestedingsresultaat (wellicht) is ingegeven door de omstandigheid dat de inschrijver in het verleden steeds succesvol is opgekomen tegen eerdere beslissingen van de aanbestedende dienst, als gevolg waarvan zij op de 'strafbank' terecht zijn gekomen.”

Tenslotte valt het mij op dat rechtszaken steeds vaker om een detail gaan. Zo had ik in eerste instantie mijn twijfels over een zaak waarbij in de stukken die de beoordelaars kregen, de belangrijke passages met een marker ‘ge-highlight’ waren. Is er dan sprake van een poging om de beoordelaars te beïnvloeden of wordt er alleen maar tijd bespaard door aan te geven welke passages relevant zijn? Het leek mij in eerste instantie overdreven, maar als je er goed over nadenkt is het niet onbegrijpelijk. In de reclame doen leveranciers niet anders dan met typografische en visuele middelen mensen proberen te overreden hun product te kopen. Bepaalde passages accentueren kan wel degelijk sturend zijn.

Ook iets eenvoudigs als vervanging kan tot misverstanden leiden. Ik zou in eerste instantie zeggen dat de vervanging van een contactpersoon vanzelfsprekend is. Er is geen bedrijf in de wereld dat geen contact met zijn klanten zal onderhouden, omdat de aangewezen contactpersoon (tijdelijk?) niet beschikbaar is. Een aanbestedende dienst stelt echter dat zij uit de inschrijving heeft begrepen dat de accountstructuur gericht is op één persoon en dat er niet expliciet wordt gesproken over een eventuele back-up van de vaste contactpersoon. Die inschrijver kreeg minder punten. Mij leek dat onzin, maar een bevriende inkoper zei me dat het toch wel heel prettig is als ergens op papier staat hoe de vervanging geregeld is.

De mooiste zin die ik de afgelopen dagen gelezen heb, is die, die boven dit artikel staat: “Er is niet is geoordeeld volgens de regelen des rechts maar als goede mannen naar billijkheid.” Een inschrijver beweerde dit over een uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de bouw. Toch mooi dat in deze tijd van gender-emancipatie en politieke correctheid, er ook nog ruimte is voor dit soort bloemrijk taalgebruik.

Uw dienaar, ook een goede man die graag naar billijkheid oordeelt,

Theo van der Linden

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.