Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
14
04
Nancy van Bemmel
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Nancy van Bemmel
Categorie: Aanbesteden
Soort:

Geen big bang in spoor-concessies

‘Beperk de concurrentie op het spoor niet drastisch, maar breid het ook niet uit’, adviseren Hans van der Vlist en Peter van den Berg van ABDTOPConsult, naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Het huidige hybride model, waarbij de hoofdlijnen aan NS worden gegund en de regiolijnen worden aanbesteed, functioneert goed. ‘Kom nu met stapsgewijze wijzigingen in de ordening van het spoor en beslis in 2019 of het spoor richting meer concurrentie of decentralisatie moet’, adviseren de onderzoekers.

In het onderzoek ‘Kiezen voor een goed spoor’ staat de vraag centraal of de reiziger gebaat is bij meer concurrentie tussen vervoersbedrijven. Tot 2025 heeft NS het recht om het hoofrailnet te exploiteren. Alleen op de lijnen buiten de randstad geldt marktwerking. De enquêtecommissie Fyra concludeerde dat de positie van de NS de reden is voor de problemen en adviseerde de mogelijkheden in kaart te brengen tot invulling van de vervoersconcessie op het hoofdrailnet na 2024.

Van der Vlist en Van den Berg hebben drie modellen ontwikkeld:

  1. Nationale vervoerder
    Hierbij zou NS als nationaal vervoerder optreden en het gehele spoorvervoer in Nederland verzorgen op basis van onderhandse gunning. Dit model heeft schaal-, scope- en netwerkvoordelen. ProRail en NS kunnen onder één paraplu worden ondergebracht, waarbij taken als de capaciteitsverdeling en de heffing van de gebruiksvergoeding in een andere organisatie moeten worden ondergebracht, om te kunnen voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Het gebrek aan concurrentie brengt wel het risico mee van lagere kwaliteit van spoorvervoer of hoge kosten.

  2. Concurrentiemodel
    In dit model wordt in verschillende concessies het gehele nationale spoorvervoer openbaar aanbesteed. NS wordt een vervoerder zoals alle andere vervoerders. ProRail en NS kunnen in dit geval absoluut niet onder één paraplu worden ondergebracht, omdat dit kan leiden tot een ongelijk speelveld. De stations kunnen niet langer eigendom zijn van één van de vervoerders, en moeten daarom ondergebracht worden bij een nieuwe organisatie.

    Bij dit model wordt optimaal gebruik gemaakt van marktwerking, wat kan zorgen voor een lagere prijs en een hogere kwaliteit van het spoorvervoer. Efficiëntieslagen kunnen gemaakt worden op het gebied van overheadkosten, personeelsinzet, arbeidsvoorwaarden en materieel. Een nadeel van dit model is dat het uitdagender wordt om de vereiste afstemming te bereiken, naarmate er meer partijen actief zijn op het spoor.

  3. Hybride model
    Het hybride model komt het dichtst bij de huidige situatie. Hierbij wordt het model ‘Nationale vervoerder’ toegepast op het, al dan niet verkleinde, hoofdrailnet. Het ‘Concurrentiemodel’ wordt toegepast op de decentrale lijnen, waar de baten van integratie lager zijn dan de opbrengsten van concurrentie. 

De onderzoekers zien dat model 1 en 2 voor aanzienlijke transitierisico’s en -kosten zorgen. Bij de verkaveling in regio’s is sprake van eenmalige hoge kosten, omdat er een aanpassing nodig is van de spoorinfrastructuur en stations. Aan model 1 zitten ook juridische risico’s verbonden. De mogelijkheden om vervoersconcessies onderhands te gunnen worden namelijk beperkt door het Vierde Spoorwegpakket. Een besluit om het gehele spoornet onderhands te gunnen aan NS moet onderbouwd worden. De onderzoekers verwachten niet dat dit standhoudt bij de (Europese) rechter.

In plaats van te kiezen voor een big bang, raden de onderzoekers aan om stapsgewijze wijzigingen in het spoorvervoer aan te brengen. Dat biedt ruimte voor een lerende aanpak en maakt het mogelijk om transitierisico’s en kosten in te perken. In 2019 is er meer informatie beschikbaar om te kiezen voor een spoor richting meer concurrentie of richting het model van nationale vervoerder. In 2019 moeten dan ook de prestaties van NS geëvalueerd zijn en onderzocht zijn in hoeverre het operationeel tot problemen leidt wanneer meerdere personenvervoerders hetzelfde spoor en stations gebruiken. Als in 2019 politieke besluitvorming plaatsvindt over één van deze modellen, is er voldoende tijd om richting 2025 de benodigde aanpassingen door te voeren, concluderen Van der Vlist en Van den Berg.

Nancy van Bemmel
Door Nancy van Bemmel
Nancy van Bemmel is een gedreven journalist. Voor AanbestedingsCafe.nl zet ze zich graag in om inkopers snel van het allerlaatste nieuws te voorzien. Heeft u tips voor Nancy? U kunt haar mailen via: nancy@aanbestedings-cafe.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.