Magnifying glass Close

Gele kaart voor minister Kamp?

Mijn vader vertelde op familiefeestjes altijd dezelfde mop. Twee mannen vinden een briefje van 25 gulden. De een zegt tegen de ander: “laten we voor 24 gulden jenever kopen en voor een gulden brood”, Waarop de ander zegt “wat moeten we met al dat brood doen”.

Toen ik onlangs in Soest op vakantie was (ja, ik ben een echte wereldreiziger), deed ik boodschappen bij de plaatselijke grootgrutter. Terwijl mijn boodschappen op de rolband bij de kassa lagen, begon achter mij een man, type neanderthaler, een enorme hoeveelheid halve liters huismerkbier op de band te zetten en één pak chocomel. Indachtig de mop van mijn vader vroeg ik: “wat moet je met al die chocomel?” Hij kon het niet waarderen en ik was bijna op dinsdagochtend aan het matten in de Hoogvliet in Soest.

Waarom vertel ik dit? Ook in deze columns mag ik graag wat plagen. Ik vergelijk BVP met Reiki, ik doe sarcastisch over inkooponomie, en ik voorspel het abrupte einde van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht. Milde spot waar niemand zich verder druk over maakt. Dean Kashiwagi weet niet eens dat ik besta, Wouter Stolwijk heeft het te druk met de inkoopdag en Frederik van Nouhuys is zo’n beetje de Harvey Spectre van het aanbestedingsrecht, dus die zal het helemaal worst zijn wat ik schrijf.

Maar dit keer ben ik oprecht verontrust. Dus geen milde spot, geen grappige vergelijkingen in deze column. Wat er momenteel gebeurt rond de implementatie van de nieuwe Richtlijnen baart mij zorgen. Ik schrijf er met enige schroom over, want minister Kamp maakte op mij een prima indruk in het debat met de Tweede Kamer. Eindelijk een politicus die hardop uitspreekt dat de prijs toch ook wel van invloed is op de keuze van de opdrachtnemer.

Maar de recente ontwikkelingen zaaien bij mij toch wat twijfel. Ik zal het uitleggen. Op 13 mei heeft de minister antwoord gegeven op de vragen van de Eerste Kamer. De leden van de VVD-fractie vroegen welke bepalingen van de richtlijnen rechtstreekse werking hebben als gevolg van te late implementatie en welke rechten en plichten inschrijvers en aanbesteders daaraan kunnen ontlenen. Een heel redelijke vraag lijkt mij en een goede gelegenheid voor de minister om duidelijkheid te scheppen.

Minister Kamp die de beschikking heeft over een flink ambtelijk apparaat, die gebruik kan maken van het expertisecentrum aanbesteden en die, als die er niet uitkomen, te rade kan gaan bij de landsadvocaat geeft het volgende antwoord: “Een lijst van alle bepalingen welke rechtstreekse werking hebben, kan dan ook niet worden gegeven. Het is uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen welke bepalingen aan deze voorwaarden voldoen. Het expertisecentrum aanbesteden, PIANOo, heeft hierover extra informatie opgenomen op de website.”

Op de website van PIANOo staat echter alleen hetzelfde: “Een uitputtend overzicht van bepalingen die in de periode vanaf 18 april 2016 tot de datum van inwerkingtreding van de wet rechtstreekse werking hebben, kan PIANOo noch de wetgever geven. Het is uiteindelijk aan de (Europese) rechter om in voorkomend geval te beoordelen of onderdelen van de richtlijn rechtstreekse werking hebben.”

Het enige dat PIANOo verder nog hierover zegt, is dat zowel de oude Eigen verklaring als het nieuwe Uniforme Europese Aanbestedingsdocument gebruikt mogen worden, wat mij dan weer onjuist lijkt.
(Verordening 2016/7, Artikel 1 Met ingang van het moment waarop de nationale maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2014/24/EU van kracht worden, en uiterlijk met ingang van 18 april 2016 wordt het in bijlage 2 bij deze verordening opgenomen standaardformulier gebruikt voor het opstellen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument als bedoeld in artikel 59 van Richtlijn 2014/24/EU.)

Het is toch heel raar. Als de minister, wiens verantwoordelijkheid het is dat we in deze situatie zijn terechtgekomen, het niet weet, hoe moeten de bedrijven en aanbestedende diensten er dan mee omgaan?

En laten we wel zijn, het is toch absurd dat het zo lang geduurd heeft. Lees even mee waarom dat volgens minister Kamp is:
“De leden van de VVD-fractie stelden de vraag waarom er anderhalf jaar tussen inwerkingtreding van de drie richtlijnen en de indiening in de Tweede Kamer zit. Ik kan daarop een kort overzicht geven van de stappen die zijn gezet tussen april 2014 en 30 oktober 2015. De drie richtlijnen bevatten een zeer omvangrijk samenstel aan voorschriften ter implementatie. De bepalingen uit de drie richtlijnen interfereren daarnaast ook met elkaar. Voor een zorgvuldige implementatie is telkens op detailniveau per voorschrift bezien of de Aanbestedingswet 2012 daarin reeds voorziet dan wel een wijziging van die wet vereist is. Een overzicht op hoofdlijnen is, zoals gebruikelijk, als implementatieplan geagendeerd in de ICER-I (ambtelijke commissie ter bespreking van implementatievoorstellen). In mei 2014 is met het inhoudelijke schrijven aan de artikelen gestart. Tijdens dit proces zijn soms onduidelijkheden en vertaalproblemen vastgesteld waarover regelmatig contact met de Europese Commissie is gezocht. Daarnaast heeft de Europese Commissie expertsessies belegd om verschillende deelonderwerpen waarbij implementatievragen rezen of zouden kunnen rijzen te bespreken. Tegelijkertijd zijn in Nederland de onderwerpen binnen de richtlijnen geanalyseerd waarop een zekere mate van beleidsruimte bestond. Op de onderwerpen in de richtlijnen waarop beleidsruimte bestond, is het gesprek aangegaan met aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven, VNO-NCW en andere koepelorganisaties, belangenorganisaties en vertegenwoordigers uit de wetenschap. Volgend op die discussies zijn beleidsmatige keuzes gemaakt die in de wetsteksten zijn vervat.”

Commentaar lijkt me overbodig. Wat een geleuter (“Tegelijkertijd zijn in Nederland de onderwerpen binnen de richtlijnen geanalyseerd waarop een zekere mate van beleidsruimte bestond”). Alle vooroordelen over ambtenaren die weinig uitvoeren en maar wat aan vergaderen, worden in bovenstaande tekst bevestigd. Die concepttekst had toch gewoon in twee à drie maanden aan de Tweede Kamer aangeboden moeten zijn, dan was dit allemaal niet nodig geweest. En dan te bedenken dat de nieuwe Richtlijnen volgens velen, waaronder ikzelf, een verbetering zijn ten opzichte van de oude!

Dagelijks krijg ik vragen over wat er nu wel en niet mag in deze periode. Een paar, willekeurige voorbeelden:

  • Een aanbestedende dienst vraagt of ze de kortere termijnen (die wij niet overnemen) uit de richtlijnen wel in deze tussenliggende periode mogen gebruiken?
  • Een ROC vraagt of losse scholen nu al zelfstandig mogen aanbesteden als ze een ‘operationele eenheid’ zijn?
  • Mag een aanbestedende dienst nu al de mededingingsprocedure met onderhandeling en het innovatiepartnerschap gebruiken of moet er gewacht worden tot na 1 juli ?
  • Een bedrijf vraagt of een aanbestedende dienst nu al geen ISO-9001 of de CO2-prestatieladder meer mag vragen of dat dat pas mag na de implementatie? (De nieuwe Richtlijn zegt immers dat alleen maar keurmerken of certificaten gevraagd mogen worden die verband houden met het voorwerp van de opdracht, dat is niet zo bij een bedrijfskeurmerk dat ook zaken vraagt die niets met de opdracht te maken hebben)
  •  Vanaf wanneer geldt, dat social return alleen toegestaan is bij het voorwerp van de opdracht? (pas gehoord bij een bedrijf: “Wij hebben één wahjonger op de administratie die nu al bij tien aanbestedingen ingezet is”)

Het lag voor de hand dat EZ op dit soort vragen een antwoord zou geven, maar wat zegt minister Kamp: ik heb geen idee wat er wel en niet mag, ga allemaal je gang maar, en als het mis gaat, horen we wel wat de rechter er van vindt. Dat is toch te gek voor woorden.

En dat is niet het enige. Ik ben volstrekt niet onder de indruk van het plan ‘beter aanbesteden’ dat voornamelijk bestaat uit het benoemen van een ‘aanjager’. Als je de goede man google’t vind je genoeg interessante dingen, maar uit niets blijkt dat hij iets van aanbesteden weet. Waarom is er niet gewoon een advertentie gezet? Aanbesteden is juist bedacht om favoritisme en vriendjespolitiek te voorkomen. Ik vind het eerlijk gezegd niets voor Kamp, maar het lijkt wel of een VVD-vriendje een baantje bezorgd moest worden.

Ik hoop oprecht dat iemand een eind aan mijn twijfel maakt en duidelijk maakt dat er wel een zorgvuldige procedure is voorafgegaan aan de benoeming van de aanjager. En misschien staat er volgende week wel een lijstje op de PIANOo-site wat wel en niet mag in deze periode.
Daarom nu nog met een vraagteken: gele kaart voor minister Kamp?

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres