Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Het abrupte einde van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht

Iedere subcultuur kent zijn eigen elite. In aanbestedingsland is er een groepje advocaten en hoogleraren die ‘boven het maaiveld uitsteken’ (om maar even in BVP-termen te blijven). Je ziet ook altijd dezelfde namen terugkomen als het ministerie van EZ deskundigen raadpleegt.

Deze aanbestedingselite werd in het verleden aangevoerd door de samenstellers van het boek ‘Aanbestedingsrecht’ waarvan de laatste druk in 2009 verscheen. Vooral het voorwoord is geweldige lectuur. Bij de laatste druk vergelijken de auteurs het verschijnen van het boek met de geboorte van een kind : “Dit is met afstand het beste exemplaar dat zij ooit hebben voortgebracht. Het weegt weer heel wat meer dan het vorige product (ondanks dat er flink in is gesneden) en ziet er blakend van gezondheid uit. Het is buitengewoon compleet en uitstekend gestructureerd, al zeggen we het zelf. Misschien heeft dat te maken met de hoge kwaliteit van de wijn (“tres bien structuré”) die tijdens de langdurige conceptie werd genuttigd om de weeën te verzachten.”
Heerlijke taal, ik waan me terug in de jaren vijftig, waar heren in driedelig kostuum onder het genot van een sigaartje de wereld bestuurden.

Het clubblad van de aanbestedingselite is het Tijdschrift Aanbestedingsrecht. Kenmerkend voor dat blad is dat de artikelen zonder uitzondering wollig geschreven zijn en het ‘probleem’ van alle zijden belichten, wat vrijwel altijd leidt tot moeilijk leesbare veel te lange artikelen. Enerzijds dit, anderzijds dat, en de conclusie is altijd dat hier ‘het laatste woord nog niet over gezegd is’. Desondanks mag ik die artikelen graag lezen.

Als je belangstelling hebt voor een onderwerp dan blijft het geweldig om de ‘echte’ specialisten aan het werk te zien. Zo ben ik bijvoorbeeld ook abonnee van het tijdschrift van de Bowie-fanclub waarin je interessante beschouwingen kunt lezen over de effect-apparatuur die Adrian Belew gebruikt bij de live-uitvoering van Station to station. Die is namelijk weer anders dan die van Earl Slick op de studioversie.

Godfried Bomans kon zich uiterst vrolijk maken over de uitgaven van het Dickens-fellowship waar (voornamelijk) Britse Dickenskenners zich te buiten gingen aan betogen over het aantal knopen dat de jas van Sam Weller aan de achterzijde had. Datzelfde gevoel bekruipt mij wel eens als ik het Tijdschrift aanbestedingsrecht lees.

Een voorwaarde daarbij is echter dat de elite zich ook blijft gedragen als een elite. Dat is nu ineens met een grote klap doorbroken. In het laatste nummer van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht voorspelt Frederic van Nouhuys het abrupte einde van bestuurlijk aanbesteden, omdat die werkwijze niet verenigbaar zou zijn met Richtlijn 2014/24 en de nieuwe Aanbestedingswet.

Hoewel het betoog mij inhoudelijk niet sterk lijkt, is dat niet mijn grootste probleem. Het punt is dat hij een concrete voorspelling doet. Hij zegt dat het gaat stoppen na 18 april 2016, en hij denkt dat zijn artikel daartoe de aanzet is. En niet alleen gewoon stoppen, nee, er komt een abrupt einde aan bestuurlijk aanbesteden.

Het vervelende is natuurlijk dat dat helemaal niet gaat gebeuren. Niet iedereen leest dat blaadje, heel veel gemeenten zijn tevreden over bestuurlijk aanbesteden en het is echt ondenkbaar dat er vanwege dit artikel paniek gaat uitbreken onder de gebruikers van bestuurlijk aanbesteden.

Op zich is het natuurlijk heel goed om kritisch naar nieuwe aanbestedingsinitiatieven te kijken. Persoonlijk mag ik graag wat plaagstootjes uitdelen in de richting van Best Value Procurement, maar ik heb niet de indruk heb dat Dean (down! down!) Kashiwagi zich tijdens het tellen van zijn geld ook maar een moment druk maakt over mijn kritiek.

Het is gewoon niet handig om het einde te voorspellen van een manier van aanbesteden die door meer dan 100 gemeenten gebruikt wordt, en waarvan de voorzitter van de CVAE zegt dat het nog kan onder de nieuwe Aanbestedingswet.

Het doet mij nog het meest denken aan de leden van religieuze sekten die het einde van de wereld voorspellen, zich op de betreffende dag op een berg verzamelen om Gods toorn te ondergaan, en dan ’s avonds bedremmeld weer naar beneden komen omdat de wereld toch niet vergaan is.

Mijn advies aan de redactie van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht is om Frederic van Nouhuys hier ernstig op aan te spreken. Het is veel verstandiger om vrijblijvend alle kanten van een zaak te belichten dan om concrete voorspellingen te doen. Die willen nog wel eens niet uitkomen en dat komt de geloofwaardigheid van uw blad niet ten goede. Kiest u toch voor deze koers dan voorspel ik een abrupt einde van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht.

Graag bedank ik de uitbater van Le bistro Auguste te Den Haag (Zuid-Holland) die mij voor het schrijven van deze column een verrassend lekkere maaltijd en de dubbele tegenwaarde in wijn serveerde.

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties (1)

Dolf Bruins 22 februari 2016 17:44 uur

Beste Theo, Ik ben niet zo van het reageren, maar dan toch maar een keertje. Ik ben namelijk abonnee van dit ‘blaadje’…. Frederik van Nouhuys zet in dit artikel gewoon helder uiteen waarom hij van mening is dat bestuurlijk aanbesteden straks mogelijk niet meer in lijn zijn met de verdragsbeginselen. Dit alles geïllustreerd met een praktijkvoorbeeld en inhoudelijke argumenten (drempelwaarde 750.000 euro, vervallen onderscheid 2A/2B) Inhoudelijk gaf je al aan dat het je niet veel kan schelen. Dit blijkt ook wel het enige argument waarmee je schermt, namelijk het feit dat veel gemeenten naar tevredenheid bestuurlijk aanbesteden en dat het ook mag van de voorzitter CVAE (ja, let wel, die bevoegd is uitbrengen van niet-bindende adviezen). Je kunt er anders over denken natuurlijk, maar wat je nu schrijft slaat natuurlijk helemaal nergens op. Vanwaar termen als ‘aanbestedingselite’ (wie zijn dat dan?) en zelfs een vergelijk met een religieuze sekte? Schei nou toch uit man…. Groet, Dolf Bruins

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres