Magnifying glass Close

Het wij/zij denken versus de wij/zij realiteit

Mr. drs. M.C.G. Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft in een brief aan de Tweede Kamer geschreven wat volgens haar de maatregelen zijn die genomen moeten worden om te komen tot een betere rechtsbescherming bij aanbestedingen. Sommige daarvan zijn zinnig, bij een aantal andere heb ik mijn twijfels.

Wat mij zeer verbaast is dat er nergens over gerept wordt om één rechtbank te kiezen, waar alle aanbestedingsgedingen behandeld worden. Dat zou helpen bij het voorkomen van allerlei tegenstrijdige jurisprudentie, waar rechters zich vaak erg ongemakkelijk uit moeten redden (“er is hier echter sprake van een ander feitencomplex”).

Eén maatregel wil ik er graag uitlichten, en dat is wat de staatssecretaris het probleem van het ‘wij/zij-denken’ noemt. Onder het kopje Maatregel 1: verdere professionalisering aanbestedingspraktijk, geeft de staatssecretaris aan hoe zij dit denkt op te lossen. Ik lees:

“Een aanbestedende dienst die zich professioneel opstelt zorgt ervoor dat er constructieve interactie tussen hem en ondernemers is voorafgaand aan het starten van een aanbestedingsprocedure Dit kan bijdragen aan het overbruggen van het gevoel van wij/zij-denken.” En later schrijft ze ook: “De bestrijding van het wij/zij-denken zal worden meegenomen in de uitwerking van dit vervolg.”

Ik heb hier wel wat opmerkingen bij. Het ‘wij/zij-denken’ is volgens mij namelijk geen probleem, maar juist een prima basis voor een helder inkoopproces.

Ondernemers willen graag zo veel mogelijk verdienen. Ondernemers die dat het beste doen noemen we ‘succesvol’. Hoe afhankelijker een klant is van een leverancier, hoe meer winst een leverancier zal maken. In de Volkskrant van vorige week stond een artikel van Daphne van Paassen die de lezer deelgenoot maakt van haar zoektocht om haar huis te verduurzamen. Zij schrijft het volgende over aannemers: “Na ruim een jaar verduurzamen begonnen zich enkele constanten af te tekenen: 1. Bouwbedrijven lieten opvallend vaak niets van zich horen als je offertes aanvroeg. 2. Als ze langskwamen adviseerden ze allemaal iets anders. 3. De oplossing die je in gedachten had bleek ‘helaas’ zelden te kunnen. 4. Een alternatief was er niet of kostte het veelvoudige of bracht (vooral in een oud huis) een bak aan nieuwe problemen met zich mee.”

Het grappige is dat iedereen het bovenstaande herkent, maar dat we, als het gaat over aanbestedingen van miljoenen euro’s, ineens vinden dat ‘samenwerking’ een gunningscriterium kan zijn.

Een goede scheidslijn tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is heel gezond, ook al omdat het bij de overheid gaat om ‘ons’ belastinggeld. Gelukkig merk je dat inkopers steeds kritischer worden en dat contractmanagement steeds normaler wordt. Ook stappen overheden steeds vaker naar de rechter om af te dwingen dat een overeenkomst nagekomen wordt. Als een taxibedrijf bij een aanbesteding leerlingenvervoer inschrijft voor 4 euro per rit en erachter komt dat dat te weinig is, dan is dat hun eigen verantwoordelijkheid.

Zijn alle ondernemers dan geldwolven en potentiële oplichters? Natuurlijk niet en gelukkig niet. Maar juist om de goede oprechte ondernemers een eerlijke kans te geven dient de overheid strikt met de aanbestedingsregels om te gaan, en ervoor te zorgen dat er een zekere afstand bestaat, zodat vriendjespolitiek en favoritisme ver gehouden worden. 

Wij/zij-denken is een prima uitgangspunt bij aanbestedingen.

Partner van Aanbestedingscafé

Wil je alles weten over je mogelijkheden als inkoper bij ?

Ontdek het nu!
Partner van Aanbestedingscafé

Wil je alles weten over je mogelijkheden als inkoper bij ?

Ontdek het nu!

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé

Wil je alles weten over je mogelijkheden als inkoper bij ?

Ontdek het nu!
Sluiten

Inloggen

of met e-mailadres