Magnifying glass Close

In het sociale domein geldt: één aanbieder is géén aanbieder!

Onlangs las ik dat de gemeente Alphen aan den Rijn op dit moment jeugdhulp wil contracteren bij één aanbieder. U lees het goed: één. De gemeente verwacht wel dat er sprake is van hoofd en onderaannemers. Niettemin: de gemeente sluit één contract met één aanbieder. Om mij heen zie ik meer gemeenten met het idee spelen het aantal aanbieders van zorg te beperken. De jeugdhulp is enorm gecompliceerd: veel verschillende cliënten, veel verschillende expertise, moeilijke wetgeving, grote veranderingen, et cetera. Een actuele vraag is of een gemeente als Alphen aan den Rijn dan wel zo slim handelt. Ik denk, met alle respect, van niet. Gezien de context van jeugdhulp kan ik daar in ieder geval twee argumenten voor geven:

  1. een contract sluiten met één leverancier leidt tot onacceptabele afhankelijkheid; en
  2. het beperken van keuzevrijheid van cliënten beïnvloedt hun leven en zorg nadelig.

De jeugdhulp draait om (soms hele) kwetsbare jongeren en hun ouders. Jeugdhulp kun je alleen daarom al niet vergelijken met bijvoorbeeld het bouwen van een weg of het installeren van een gemeentebreed ICT netwerk. Dat kun je prima doen met maar één aanbieder. Niet voor niets is bij het VN Verdrag voor de rechten van het kind en in de Jeugdwet geregeld dat deze jongeren en hun ouders recht hebben op voorzieningen. Voorzieningen die de gemeente op basis van de Jeugdwet moet organiseren. Normaal gesproken koopt de gemeente die voorzieningen in bij particuliere aanbieders.

Doordat op gemeenten een wettelijke zorgplicht rust moet zij altijd voldoende voorzieningen beschikbaar hebben. Op het moment dat ik als gemeente met maar één aanbieder een contract sluit en deze aanbieder stopt om wat voor reden dan ook met leveren, dan kan ik niet meer aan (internationale) juridische verplichtingen voldoen. En nog belangrijker: jongeren en ouderen zitten zonder zorg. De gemeente beschikt namelijk in de geschetste situatie niet over (voldoende) alternatieven.

Stel je voor dat net die ene aanbieder het lot is beschoren dat TSN is overkomen. In wat voor moeilijke bochten moeten gemeenten zich wringen voor overnames zonder dat personeel en cliënten er last van hebben? Dat moet je niet willen als gemeente voor je jeugdhulp. Eén contract sluiten met maar één leverancier zorgt gezien voorgaande voor een grote (en onacceptabele) afhankelijkheid.

De jongeren en ouders waar ik over schrijf zijn “echte” mensen. Ik krijg in de beleidsnota’s en inkoopdocumenten wel eens het idee dat bestuurders en beleidsmakers dat gaandeweg vergeten. Waarmee ik hun intrinsieke motivatie om “iets goeds” te doen overigens niet wil bagatelliseren. Zo is het argument van Alphen aan den Rijn om met één aanbieder een contract te sluiten onder andere dat cliënten niet meer van de ene naar de andere aanbieder hoeven voor zorg. Een nobel streven, maar geen goed argument. Ook die ene aanbieder kán simpelweg niet alle jeugdhulp bieden die nodig of wenselijk is binnen de gemeente.

Het is onoverkomelijk dat bij complexe hulpvragen meer aanbieders betrokken zijn en de cliënt dus meerdere gezichten zal zien. In zowel de complexe als de niet complexe gevallen wil de cliënt bovendien vaak hulp van één specifieke aanbieder of een groep van specifieke aanbieders. Of wil deze juist géén zorg van een specifieke aanbieder. Eén contract sluiten met één aanbieder betekent per definitie dat de gemeente niet kan aansluiten op de wensen van veel cliënten.

Dit terwijl er een alternatief is dat hetzelfde resultaat heeft als de gemeente zegt te willen bereiken. De gemeente moet alle aanbieders die aan strikte kwaliteitseisen voldoen contracteren. Daarna moet de gemeente het keuzeproces in de toegang goed regelen (daar zit de crux!). En uiteindelijk zien cliënten dan uiteindelijk nog maar één (groep) aanbieder(s): de aanbieder(s) die zij zelf kiezen!

Een cliënt wil altijd goede zorg. Het feit dat cliënten goede zorg willen staat daarom los van het feit dat zij ook wat te kiezen willen hebben. Juist in een zeer kwetsbare relatie als die met zorgverleners speelt zelfbeschikking een grote rol in de ervaren kwaliteit van een zorgverleningsproces. Bij zelfbeschikking hoort keuzevrijheid. Daar hoort bij zelf invloed uit te kunnen oefenen op hoe het zorgverleningsproces verloopt en wie dat uitvoert. Gemeenten spelen in de wijze waarop zij hun inkoop vormgeven en hun toegang vormgeven een cruciale rol in de wijze waarop cliënten met hun zorg kunnen en mogen omgaan. Ik denk dat het beperken van keuzevrijheid, wat Alphen aan den Rijn doet, de (ervaren) kwaliteit van zorg uiteindelijk negatief beïnvloedt. Het is makkelijk te managen voor de gemeente, maar moeilijk te verkroppen voor de meer mondige cliënten (en die komen er steeds meer).

Gemeenten die uit het oogpunt van beheersbaarheid en “strategische partnerschappen” het aantal aanbieders dat zij contracteren voor jeugdhulp willen beperken, doen hun kwetsbare jongeren en ouders tekort. Wie werkelijk denkt vanuit meerwaarde voor deze doelgroep moet uitgaan van (het recht op) zelfbeschikking van de individuele mens. Het is dan onmogelijk maatwerk te leveren als de gemeente met maar één aanbieder één overeenkomst sluit voor alle jeugdzorg. Het is bovendien onmogelijk zorg te garanderen als de gemeente zicht te afhankelijk maakt van één aanbieder. Een garantie die de doelgroep niet alleen mag verwachten, maar waar deze ook recht op heeft. Mijn oproep aan gemeenten is andere oplossingsrichtingen te bedenken voor problemen die zij blijkbaar ervaren met de complexiteit van het sociaal domein dan de oplossing van Alphen aan den Rijn. Alternatieven zijn er genoeg!

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen

of met e-mailadres