Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

'Innovatie WMO komt nog niet van de grond'

Bij de inkoop van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) komt bij grotere samenwerkingsverbanden innovatie moeilijk van de grond.[slide] Dat blijkt uit onderzoek van consultant Niels Uenk en hoogleraar inkoopmanagement Jan Telgen (Universiteit Twente). Zij onderzochten op verzoek van Binnenlands Bestuur de inkoopcontracten voor de WMO van 2015. In dit (deel)onderzoek is de inkoop van de functie begeleiding, waarvoor gemeenten sinds 1 januari verantwoordelijk zijn, onder de loep genomen.

71 procent van alle gemeenten werken bij de inkoop van de zorg samen met minimaal vijf gemeenten. Gemeenten die in kleiner verband samenwerken, doen het qua innovatie beter dan de grotere samenwerkingsverbanden. Kleine inkoopcoalities kiezen veel vaker voor innovatieve bekostiging, zo schrijft Binnenlands Bestuur. 

Populatiebekostiging
“We zien in de praktijk dat er nog veel wordt afgerekend op het aantal uren dat zorg wordt verleend. Voor innovatieve bekostiging, zoals resultaat- of populatiebekostiging, wordt veel minder gekozen”’, aldus Uenk en Telgen. Bij resultaatbekostiging wordt afgerekend op het te bereiken resultaat; bijvoorbeeld vergroten van de zelfredzaamheid bij ouderen. Bij populatiebekostiging krijgt een wijk of buurt een vooraf vastgesteld budget waarmee bijvoorbeeld het wijkteam het moet zien te rooien. Als zorgaanbieders worden afgerekend volgens het principe ‘uurtje-factuurtje’ (inputbekostiging) is er geen prikkel tot vernieuwing.

Dat wreekt zich
Inkoopkennis wordt niet in het sociaal domein niet binnen de eigen organisatie opgebouwd. De verminderde autonomie (90 procent van de gemeenten werkt samen) is het grootste nadeel volgens Telgen en Uenk. De gemeenten in de inkoopcoalitie moeten eenzelfde benadering van de decentralisaties hebben, anders kunnen ze niet gezamenlijk inkopen. Gevolg is dat gemeenten voor de transformatie afhankelijk worden van anderen. Dat wreekt zich vooral in grote samenwerkingsverbanden, zo is uit het onderzoek naar voren gekomen. Het voornaamste voordeel van gezamenlijk inkopen zou het behalen van proces-efficiëntie zijn.

Tijdnood bij eenlingen
Gemeenten die helemaal alleen inkopen, zijn bijna net zo traditioneel als de grote samenwerkingsverbanden: daar hanteert 59 procent de inputbekostiging en 31 procent een vorm van innovatieve bekostiging. Tijdnood is volgens de onderzoekers bij de kleinere ‘eenlingen’ en mogelijk ook bij de grote samenwerkingsverbanden een belangrijke reden geweest om (nog) niet te innoveren. Dergelijke gemeenten en inkoopcoalities ‘kozen op een gegeven moment voor de ‘veilige’ weg’.

Partner van Aanbestedingscafé:
Partner van Aanbestedingscafé:

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé:
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres