Magnifying glass Close

Inzetten op duurzaamheid en het Grossmann-dilemma

Ik woon in een multiculturele wijk in Den Haag waar diversiteit de normaalste zaak van de wereld is. Vorige week had ik een afspraak bij mijn huisarts. Niets ernstigs, maakt u zich geen zorgen. We raakten aan de praat over de communicatie met patiënten die slecht Nederlands spreken. Hij vertelde me dat dat erg mee viel tegenwoordig, en dat er heel af en toe, bij een ouder iemand, een kind ‘ingezet’ werd om te vertalen. Hij besloot met de conclusie dat ‘alles beter was dan in Wassenaar te zitten discussiëren met patiënten met internet-uitdraaien’.

Het was schertsend bedoeld, want ik weet zeker dat hij dat soort gesprekken glimlachend zou voeren, maar voor mijn gevoel raakte hij wel een kern met deze opmerking. Internet is ook voor mij volstrekt onmisbaar geworden, maar het is tevens een bron van gekleurde, ongenuanceerde, overgesimplificeerde en soms ook gewoon onjuiste informatie.

Ook aanbesteden ontkomt daar helaas niet aan. Het vervelende van internet is dat de domste stemmen vaak het hardste klinken. Bij aanbestedingen zijn dat vaak de stemmen van politici. Als ik minister Hugo de Jonge hoor beweren dat we niet zitten te wachten op een zorgverlener uit Portugal of Polen, en hij daarom Europese aanbestedingen in de zorg wil afschaffen, dan val ik bijna van mijn stoel over zoveel onbenulligheid (Europees aanbesteden in de zorg is namelijk helemaal niet verplicht). Ook als ik politici weer eens hoor roepen dat we bij aanbestedingen moeten ‘inzetten op duurzaamheid’ dan vraag ik me af waar zo iemand de afgelopen tien jaar geweest is. De praktijkmensen zijn namelijk al jaren bezig met duurzaamheid.

Ik heb de afgelopen jaren veel trainingen gegeven bij waterschappen en gemeenten, en het valt me altijd weer op dat daar zo praktisch naar aanbestedingen gekeken wordt, waarbij duurzaamheid een vanzelfsprekend onderwerp is. Maar, er wordt door inkopers en projectleiders eveneens gekeken naar wat realistisch, haalbaar en vooral verstandig is. Duurzaamheid is maar één van de criteria. De andere kwaliteitscriteria zijn toch echt ook belangrijk.

Een (door mij bedacht) voorbeeld: stel, er bestaan kunstheupen die onbeperkt gerecycled kunnen worden. Als iemand overlijdt, wordt de kunstheup ‘er weer uit gehaald’, gesteriliseerd en weer in een andere patiënt geplaatst. Volgens de fabrikant kan dit oneindig herhaald worden. Ze gaan zo minimaal 1000 jaar mee. Erg duurzaam dus, en de levenscycluskosten van deze kunstheup zijn relatief laag. Het nadeel van deze circulaire kunstheup is echter dat de gebruikers minder soepel kunnen lopen, meer pijn hebben, en dat de operatie om hem te plaatsen langer duurt en meer risico’s van infectie met zich meebrengt. Wat zou u als patiënt kiezen? Moet het ziekenhuis ‘inzetten op duurzaamheid’ of gewoon de minst pijnlijke kunstheup kopen? Ik zou zeggen, laten we politici de circulaire kunstheup geven en ons gewone burgers de kunstheup waarmee we het minste pijn hebben.

In plaats van kretologie over duurzaamheid hebben we behoefte aan genuanceerde onderbouwde meningen van deskundigen. Willem Janssen, Universitair Docent bij de Universiteit Utrecht is gestart met een aanbestedingspodcast (www.aanbestedingspodcast.nl), een echte aanrader. In de eerste aflevering komt Daan Versteeg aan het woord. Het is een verademing om eens iemand over duurzaamheid te horen praten, die niet zomaar wat roept, maar weet waarover hij het heeft, en dat ook nog eens in normaal Nederlands kan uitleggen. Terecht constateert hij dat we juist bij het onderwerp duurzaamheid niet moeten vertrouwen op al dan niet deskundige beoordelingscommissies, maar dat we rekenmodellen moeten ontwikkelen om tot een eerlijke vergelijking van de inschrijvingen te komen.

Ook Chris Jansen en Elisabetta Manunza stellen in hun column in de Staatscourant vast dat de Nederlandse wetgever, als die wil stimuleren om op levenscyclus aan te besteden, eerst de tekst van de wet hierover eens aan moet passen. Met name artikel 2.114 van de Aanbestedingswet zegt dat aanbesteden op levenscycluskosten nog steeds een uitzondering is, waarbij de aanbestedende dienst zelfs vooraf moet motiveren waarom ze dit gunningscriterium willen toepassen. Niet echt beleid dat het aanbesteden op levenscyclus stimuleert.

Een ander voorbeeld: op dit moment kan iedereen zijn mening geven over rechtsbescherming bij aanbesteden. Je kunt een uitgebreide enquete invullen en dan zal de KWINK-groep daar een gedegen rapport over schrijven. Ik zal de uitkomst alvast aankondigen. Ondernemers vinden de rechtsbescherming onvoldoende en aanbestedende diensten vinden het wel meevallen. Dit soort grootschalige onderzoeken levert zelden iets bijzonders op.Bovendien zijn de echte experts op dit gebied, rechters, allang bezig om hierover na te denken.Terwijl er in Den Haag geleuterd wordt en dure onderzoeken aangekondigd worden, zie je allerlei signalen dat rechters nu al proberen de rechten van de inschrijvers beter te beschermen.

Zo zegt de rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2019:1045): “Voor de voorzieningenrechter weegt daarnaast zwaar dat in aanbestedingsprocedures, die vaak tamelijk ingewikkeld zijn en uiterst formeel worden ingestoken, door de rechter wel enige rechtsbescherming moet worden geboden aan de inschrijvers. Natuurlijk behoren formele fouten in rechte consequenties te hebben, maar indien het niet evident is dat daarvan sprake is, verdient een inhoudelijke argumentatie uit een oogpunt van goede rechtsbedeling toch vaak de voorkeur boven een strikt formele afdoening. [A] meent dat haar onrecht wordt aangedaan en wil daarover een oordeel.”
Een opvatting die navolging verdient!

En ook de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:1354) nam de inschrijvers in bescherming door korte metten te maken met een gemeente die onduidelijk was bij het beantwoorden van vragen in de nota van inlichtingen: “Er zijn echter grenzen aan de verwarring die een aanbesteder met foute antwoorden mag zaaien”. Hulde, rechtbank Amsterdam.

Het grootste probleem bij de rechtsbescherming wordt niet opgelost door een onderzoek. Dat is namelijk wat wij het Grossmann-verweer noemen. Een inschrijver moet pro-actief zijn en naar de rechter stappen op het moment dat hij ziet dat er in de aanbesteding iets niet klopt. Doet hij dat niet, dan verspeelt hij zijn rechten. Als je dit tot in het absurde doortrekt, kan dus een aanbestedende dienst de slechtste aanbesteding ooit in de markt zetten: de termijnen kloppen niet, de gunningscriteria worden tussentijds gewijzigd, de beoordelingscommissie is bevooroordeeld en niet deskundig, er zit een fout in de rekenmethode, het bijgeleverde excell-spreadsheet klopt niet, er worden interviews met sleutelfiguren gevraagd en de beoordelingssystematiek van de referenties is onjuist. Kortom, het is een aanbesteding die volstrekt in strijd is met de Aanbestedingswet. Als de als tweede geëindigde partij na de voorgenomen gunning echter klaagt, zal de aanbestedende dienst zeggen dat die inschrijver dat eerder hadden moeten doen, en de rechter zal dat, als hij Grossmann als uitgangspunt neemt, volgen.

Toch voelt dat niet goed. Er wordt dan belastinggeld uitgegeven op basis van een slechte aanbesteding, waarbij vriendjespolitiek en favoritisme hoogtij vieren, en die bovendien gewoon in strijd met de wet is. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn. Als iemand het Grossmann-dilemma kan oplossen zou de rechtsbescherming er ineens een stuk beter uitzien en hebben we geen grote onderzoeken nodig.

Zal ik eens een klein voorzetje doen? Hoewel er pas na de voorgenomen gunning een kort geding aanhangig is gemaakt, zou de rechter in zijn uitspraak het volgende kunnen zeggen: “Ondanks het feit dat eiseres niet eerder geklaagd heeft over gebreken in de aanbestedingsprocedure, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie, dat de onderliggende aanbesteding op zoveel punten in strijd is met de in de Aanbestedingswet opgenomen beginselen van transparantie, non-discriminatie en objectiviteit, dat er met deze aanbesteding geen sprake kan zijn van het creëren van maatschappelijke waarde en dat deze aanbesteding in deze vorm daarom niet kan leiden tot een rechtmatige gunning.”

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties (2)

27 maart 2019 17:11 uur

Sinds wanneer is duurzaamheid en persoonlijk gemak een keuze? Duurzaamheid komt bovenop alle bestaande eisen en wensen. Net als de eisen aan de veiligheid van een oplossing.

26 maart 2019 14:18 uur

Theo, Mooie voorzet, maar hoe denk je dat de beoogd winnaar van de aanbesteding zal reageren? Die zal beargumenteren dat het in zijn ogen wel allemaal conform de beginselen van transparantie, non-discriminatie en objectiviteit is verlopen. Hij heeft op dat moment immers een ander belang dan de afgewezen partij(en). En hoe gaat dat mooie spreekwoord dan ook weer: 2 honden (partijen) vechten om een been (hun gelijk) en de derde (de beoogd opdrachtnemer) loopt er mee heen.

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres