Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Leve de braveriken en muggenzifters!

Ik wil graag een lans breken voor braafheid en starheid bij het aanbesteden. Godfried Bomans (Google maar wie dat is) schreef ooit: “De braafheid wordt zelden briljant verdedigd”, maar ik ga toch mijn best doen om een impopulair en evident burgerlijk en saai standpunt te verdedigen.

Het gaat om een arrest van het hof over een aanbesteding van Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat heeft op 11 juni 2014 een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor een opdracht voor ingenieursdiensten. Rijkswaterstaat heeft ten behoeve van de aanbesteding een Inschrijvings- en Beoordelingsdocument, gepubliceerd, waarin o.a. staat:

“De inschrijving dient te bestaan uit één origineel exemplaar van alle in te dienen bescheiden. Van al deze originele bescheiden dient een digitale kopie in pdf-format te worden verstrekt (bij voorkeur op USB).”

“De inschrijving dient ook te geschieden via TenderNed.”

“Indien er verschil is tussen een digitaal en schriftelijk aangeleverd document, dan is het digitaal aangeleverde document leidend.”

Een inschrijver moet dus op drie manieren inschrijven: via TenderNed, op een USB-stick en op papier. Laten we er geen doekjes om winden: dit is geen goed idee van Rijkswaterstaat. Dit is een vorm van werkverschaffing die in algemene zin af te raden valt.

Bij een van de inschrijvingen gaat er iets mis waardoor het uploaden van de offerte bij TenderNed niet op tijd lukt. Rijkswaterstaat sluit ze uit. Ze gaan naar de rechter.

De voorzieningenrechter gebiedt Rijkswaterstaat de inschrijvingen te (her)beoordelen en met inachtneming daarvan de gunningsbeslissing te herzien. De voorzieningenrechter vindt namelijk dat de gevolgen die Rijkswaterstaat aan het ontbreken van een inschrijving via TenderNed heeft verbonden in dit geval als disproportioneel moeten worden aangemerkt.

Ik hoor u in gedachten al applaudisseren. Eindelijk een rechter die afrekent met die muggenzifters die om een zinloos detail een partij proberen uit te sluiten. (“Het wordt tijd dat het aanbesteden weer op gewoon zakendoen gaat lijken, weg met die aanbestedingspoppenkast!”)

Rijkswaterstaat gaat in beroep maar verliest opnieuw. Het hof zegt namelijk:
“Het hof is met Rijkswaterstaat van oordeel dat voor een normaal oplettend en redelijk geïnformeerde inschrijver duidelijk moet zijn geweest wat hiermee is bedoeld, namelijk dat een inschrijving niet (verder) in behandeling wordt genomen indien de inschrijving niet op (alle) voorgeschreven manieren wordt gedaan.”

“Een van de (andere) algemene beginselen van aanbestedingsrecht is echter het evenredigheidsbeginsel. Dit beginsel geldt voor alle fasen van de aanbestedingsprocedure en brengt onder meer mee dat de reactie van de aanbestedende dienst op een verzuim van een inschrijver in verhouding tot dat verzuim dient te staan. Het gaat daarbij in dit geval niet om de disproportionaliteit van een gestelde eis als zodanig, maar om de toepassing van die eis in een concreet geval.”

“Onder al deze omstandigheden deelt het hof de visie van de voorzieningenrechter dat in dit specifieke geval, dat erdoor gekenmerkt wordt dat de inschrijving op twee van de drie voorgeschreven manieren wel tijdig en juist bij de aanbestedende dienst terecht is gekomen, maar op één manier, namelijk via TenderNed niet, maar waarin vaststaat dat de documenten die tijdig in TenderNed zijn geüpload (i) na de inschrijvingstermijn niet meer konden worden gewijzigd, (ii) in zoverre uit de macht van de inschrijver waren en (iii) identiek blijken te zijn aan de inschrijving als hard-copy en op USB-stick, het terzijde leggen van de inschrijving van Haskoning disproportioneel is.”

Wederom applaus van het in groten getale opgekomen publiek. In een discussie op Linkedin is vooral bijval te vinden voor het hof, dat het gezond verstand heeft laten prevaleren boven het suf toepassen van de regeltjes. Ook Rijkswaterstaat krijgt ervan langs: waarom drie manieren van inschrijven?

Ik lees op Linkedin in een discussie over deze zaak:
“Is het heel simpelweg gezegd ook niet flauw om op basis van het niet digitaal indienen een partij uit te sluiten? De bewijsstukken (hard copy) zijn immers al in bezit en later indienen via TenderNed geeft niet de mogelijkheid om de aanbieding aan te passen.”

“Hard-copy, op USB-stick en via TenderNed indienen. Waarom? Die drievoudige indiening maakt overigens ook meteen dat deze uitspraak m.i. niet van heel veel waarde is. Juist doordat de inschrijving wel tijdig hard-copy en op USB-stick was ingediend was de incorrecte indiening via TenderNed niet fataal.”

Nu komt mijn punt (ik had al gezegd dat de braafheid zelden briljant verdedigd wordt):
Ik vind dat als je zegt “het moet zo en zo”, dat het dan ook “zo en zo moet”. Het is evident dat drie vormen van inschrijven teveel van het goede is, maar het staat er nu eenmaal.

Op het moment dat een aanbestedende dienst zegt: we kijken niet naar wat er in de stukken staat, maar we gaan beoordelen of het redelijk is of niet, wat het hof en de voorzieningenrechter beide doen, dan kom je op het grijze gebied van de persoonlijke mening, interpretatie en willekeur.

Dat is bij aanbestedingen geen goed idee. De uitvraag van Rijkswaterstaat was wellicht overdreven of ondoordacht, maar wel volstrekt duidelijk.

Het hof heeft de aanbestedingspraktijk een hele slechte dienst bewezen. Want waarom zou deze redenering alleen hierbij toegepast kunnen worden? Vanaf nu kan een klagende partij bij ieder geschil inbrengen dat de ze weliswaar niet gedaan hebben wat de aanbestedende dienst vroeg, maar dat de vraag van de aanbestedende dienst nu eenmaal ‘onevenredig’ was.

Partner van Aanbestedingscafé:
Partner van Aanbestedingscafé:

Reacties (6)

aanbestedingscafe gebruiker 7 augustus 2015 09:32 uur

Prima, gaat de rechter ook zijn gezond verstand gebruiken als de AD bij een aanbesteding voor leerlingenvervoer vindt dat de busjes niet ouder dan twee jaar mogen zijn? Zegt de rechter dan ook (redelijkheid en billijkheid) dat die kinderen best in een busje van drie jaar oud vervoerd kunnen worden? Theo van der Linden

aanbestedingscafe gebruiker 7 augustus 2015 09:29 uur

Niet gedacht dat ik ooit Houllebecq nog zou tegenkomen bij een verhaal over aanbesteden. De kaart en het gebied vond ik echt een geweldig boek. Wat een oorspronkelijke geest! Theo van der Linden

aanbestedingscafe gebruiker 27 juli 2015 10:10 uur

Eens. Iedereen die zich met aanbestedingen bezig houdt, zou elke dag weer wakker moeten worden met Houllebecq (vrij vertaald): Zodra ik wakker word, voel ik me meegenomen, naar een and're wereld, met een ragfijn grid. Ik ken het leven goed, zijn vormen en symptomen, 't is als een enquête, hokjes: zwart en wit. Zolang we niet begrijpen dat de onverbiddelijkheid van dat ragfijne grid de essentie van het aanbestedingsrecht is, althans moet zijn, begeven we ons op een weg die geplaveid is met goede bedoelingen, maar doodloopt in de hel.

aanbestedingscafe gebruiker 24 juli 2015 14:49 uur

Er is ook nog iets dat gezond verstand heet. Het ging hier om disproportionaliteit. De rechter heeft daarbij (gelukkig) redelijkheid en billijkheid laten prevaleren.

aanbestedingscafe gebruiker 20 juli 2015 10:42 uur

Aan de ene kant begrijp ik het standpunt van RWS. Er is gevraagd naar die drie methoden van inschrijven en daaraan moet de inschrijver voldoen. Dat heeft hij niet gedaan en in het kader van transparantie, objectiviteit en non-discriminatie heeft RWS de partij uitgesloten. Aan de andere kant snap ik ook de marktpartij die dit aanvecht voor een rechter en opkomt voor zijn belangen. (Voor beiden kan ik dus vanuit hun zichtveld begrip opbrengen. Als ik kijk naar de rechter dan kan ik hier ook vanuit meerdere gezichtvelden naar de uitspraken kijken. Een rechter die naar redelijkheid en billijkheid kijkt zal de uitspraak doen zoals die gedaan is, maar een rechter die naar de procesgang kijkt zou mogelijk anders gereageerd hebben of moeten hebben. Immers, door het doen van een inschrijving heeft inschrijver ingestemd met het feit dat hij op 3 manieren moet inschrijven. Een van een goed geinformeerde oplettende marktpartij/inschrijver ma/moet verwacht worden dat hij zich pro-actief opstelt en had het op zijn weg gelegen om daar in de nota van inlichtingen vragen over te stellen. Nu hij dat niet gedaan heeft had het op de weg van de rechter gelegen om te zeggen dat hij zijn beurt/kans voorbij heeft laten gaan en nu geen recht meer heeft om daar tegen op te komen. Die rechter zou dan ook het beroep ongegrond hebben moeten verklaren. Vraag me af in hoeverre de advocaat van RWS dit heeft ingebracht? Maar overal kun je wel stellen dat het niet handig is geweest van RWS om van een inschrijvende partij 3 manieren van inschrijven te eisen. Door enkel een digitale inschrijving te vragen, kan RWS alsnog zelf aan zijn eigen gestelde eisen voldoen door die inschrijving te kopieren naar een USB-stick en die zelf af te drukken. Zal er in ieder geval geen discussie ontstaan over eventuele tegenstrijdigheden tussen de documenten.

aanbestedingscafe gebruiker 16 juli 2015 23:27 uur

Je hebt een punt: het is onzinnig en afspraak is afspraak, zeker bij een aanbesteding. Toch ben ik blij dat jij geen inkoper bent. :)

Partner van Aanbestedingscafé:
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres