Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
04
07
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
1
Door Theo van der Linden
Categorie: Column
Soort:

Wie moet Mathijs Huizing opvolgen?

Wie moet Mathijs Huizing opvolgen?

Mathijs Huizing, de ‘aanjager’ van het project Beter Aanbesteden is op 14 juni benoemd als wethouder in de gemeente Oegstgeest. Hij stopt dus met ‘aanjagen’.
Toen hij net benoemd was heb ik daar nogal scherp op gereageerd. Ik vond het dubieus dat minister Kamp een partijgenoot, die geen enkele kennis van aanbesteden had, naar voren schoof voor deze functie. Aanbesteden gaat juist om het bestrijden van vriendjespolitiek en favoritisme en daar past niet bij, dat er in het good old boys-netwerk iemand aan een baantje geholpen wordt.

Dat gezegd hebbende, heeft Mathijs Huizing zijn taak voortvarend aangepakt. Alleen het doorlezen van het plan ‘Beter Aanbesteden’ is al een hele toer. Wat mij het meest aansprak in zijn plannen was dat aanbestedende diensten en bedrijven met elkaar in gesprek moeten, zonder de druk van een concrete aanbesteding. Het uitwisselen van kennis, en begrip voor elkaars positie, kan absoluut helpen bij het verbeteren van de aanbestedingspraktijk.

Wie moet zijn opvolger worden? Ik klink een beetje als prof. dr. ing. Akkermans, maar ik word genoemd. Weliswaar maar door één persoon op Linkedin (bedankt Alfred), maar zo gek vind ik het idee niet. Toch wil ik daar gelijk een kanttekening bij maken. Als we iets niet moeten willen is dat er weer een volstrekt willekeurige benoeming plaatsvindt. Daarom wil ik de staatsecretaris van Economische Zaken en klimaat graag helpen. Laten we deze benoeming nu eens doen op basis van de grondbeginselen van het aanbesteden (transparantie, objectieve beoordeling en non-discriminatie).

Laten we eerst eens kijken of we goede gunningscriteria kunnen formuleren. Ik zou zeggen dat de kandidaat een grondige kennis van de aanbestedingswetgeving moet hebben. Dat criterium telt voor 30%. Bovendien moet de kandidaat zowel ervaring aan de inkoopkant als aan de inschrijfkant hebben. Ik acht dit criterium 20% waard. Hij of zij moet sociaal vaardig zijn, een vlotte pen hebben en in staat zijn om zijn of haar ideeën in presentaties en andere voordrachten over het voetlicht te brengen. Dat telt ook voor 20% mee. Een uitgebreid netwerk in aanbestedingsland is onontbeerlijk en ik zou hiervoor 15% willen reserveren. Ook kennis over de aanbestedingsjurisprudentie lijkt mij belangrijk en telt voor 10% mee. De prijs lijkt mij minder relevant. Voor die absolute topper moeten we wat geld overhebben. Ik zou zeggen dat de prijs voor 5% meetelt.

We hebben dus de volgende gunningscriteria:
Kennis van de wetgeving 30%
Ervaring beide kanten 20%
Communicatievaardigheden 20%
Uitgebreid netwerk 15%
Kennis over aanbestedingsjurisprudentie 10%
Prijs 5%

Hoe gaan we de procedure inrichten? Net als bij een ‘echte’ aanbesteding zullen de inschrijvers op papier moeten aangeven in welke mate zij voldoen aan de gevraagde criteria. Laten we de kandidaten voor ieder criterium één A4-tje geven, lettertype arial 12 pnt, regelafstand enkel, marges 2 cm links, rechts, onder, boven.

De inschrijvingen zullen beoordeeld worden door een deskundige beoordelingscommissie waarin de volgende deskundigheden aanwezig moeten zijn: juridische kennis, commerciële kennis, inkoopdeskundigheid, communicatievaardigheid en psychologische kennis. Ik denk dat we het wel aan de staatssecretaris over kunnen laten om een goede beoordelingscommissie samen te stellen.

Nu Jan Telgen afscheid genomen heeft zouden we zonder direct gevaar de relatieve methode wel weer kunnen kiezen, maar ik raad dat toch af. Stel dat er na de beoordeling uitkomt dat de beoogde kandidaat op een klein maar pijnlijk vergrijp betrapt is, dan zouden we wel eens geconfronteerd kunnen worden met een rangordeparadox. Ik stel dus voor om te kiezen voor gunnen op waarde (fictieve kortingen). Social return lijkt mij bij deze aanbesteding ook niet heel relevant, hoewel ik een geschikte wah-jonger zeker adviseer in te schrijven. Duurzaamheid kunnen we opnemen door als eis te stellen dat de aanjager zich alleen per fiets en openbaar vervoer verplaatst en vegetariër is. Vrouwen hoeven we niet te bevoordelen want die rukken toch al onweerstaanbaar op in aanbestedingsland.

Hoe geven we ruchtbaarheid aan deze ‘aanbesteding’? Ik zou zeggen gewoon publiceren op Tenderned, de Pianoo-website en de Staatscourant. Een beetje aanjager raadpleegt alle drie met enige regelmaat, lijkt mij.

Even serieus. Ik ben heel benieuwd wat mr. drs. M.C.G. Keijzer gaat doen. Wordt het een vriendje/vriendinnetje? Of gaan we in alle openheid door middel van een normale sollicitatieprocedure op zoek naar een geschikte kandidaat? Het woord is aan de Staatssecretaris

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Reacties:

  • Hans Kuiper | 04-07-2018 om 20:55

    Leuke column, Theo. Maar je maakt er wel een rommeltje van want GOW kent helemaal geen gewicht voor prijs.
    Zolang de wet en regelgeving niet als een sta in de weg wordt gezien verwacht ik niet veel van dit project, wie de nieuwe aanjager ook zal worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.