Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
04
09
18
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Theo van der Linden
Dossier: Column
Soort:

Moeten vrouwen geweerd worden uit beoordelingscommissies?

Moeten vrouwen geweerd worden uit beoordelingscommissies?

Stichting VU heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering van een roosterapplicatie. Naar aanleiding van de aanbesteding zijn er drie inschrijvingen ontvangen. Op 8 maart 2018 ontving Advitrae het bericht dat zij na beoordeling van de inschrijvingen als tweede is geëindigd. Ook staat in deze brief dat Stichting VU voornemens is om de opdracht aan Semestry te gunnen. Op 16 en 27 maart 2018 heeft Advitrae diverse vragen gesteld aan Stichting VU, omdat zij vond dat de motivering van dit besluit op onderdelen niet volledig was en op andere onderdelen zelfs onbegrijpelijk.

Stichting VU heeft op 21 en 29 maart 2018 een nadere toelichting gegeven van de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden en de punten zijn toegekend. Advitrae was het er niet mee eens en stapte naar de rechter.

De rechtszaak zelf bevat het gebruikelijke geneuzel over het al dan niet toe kennen van een bepaalde score en wat er mee mag wegen of niet: "Het feit dat tijdens het interview is gebleken dat de IT specialist geen kennis en ervaring met MyTimetable heeft, mag dan meewegen bij de beoordeling van de mate waarin hij de opdracht goed zou kunnen doorgronden". Wanneer zouden aanbestedende diensten doorkrijgen dat het beter is om de gunningscriteria wat concreter te houden? Maar dit terzijde.

Tijdens het lezen van de zaak stuitte ik op een opvallende passage:
"Advitrae heeft aangevoerd dat tijdens de Proof of Concept (POC) een vrouwelijk lid van de beoordelingscommissie zou hebben meegedeeld dat ‘gisteren Semestry op bezoek is geweest en de applicatie de load aan data niet aankon en er meerdere keren uitklapte’. Om met een kwinkslag te vervolgen: ‘Dat gaan we ook met jullie proberen, want dat vind ik leuk’.

Stichting VU heeft echter gesteld dat dit niet klopt. Haar is bij navraag immers gebleken dat deze uitlating niet is gedaan, en dat de applicatie van Semestry niet is vastgelopen, in tegenstelling overigens tot die van Advitrae.

Wat mij in de eerste plaats fascineert is waarom in dit geval het geslacht van het lid van de beoordelingscommissie erbij gehaald is. Het was voldoende geweest om te zeggen dat een lid van de beoordelingscommissie de betreffende uitlating had gedaan. Wat voegt de toevoeging 'vrouwelijk' toe aan dit betoog. Ik mag toch niet hopen dat dit inspeelt op een onderbuikgevoel dat vrouwen vaker uit de school klappen, loslippiger zijn en het minder nauw met de regels nemen? Toch vond Advitrae het nodig om aan te geven dat het om een vrouw ging.

De VU zegt dat de uitlating niet gedaan is en de rechter volgt dat. Toch is het een merkwaardig gedetailleerde uitspraak: 'Dat gaan we ook met jullie proberen, want dat vind ik leuk’. Persoonlijk denk ik dat het letterlijk zo gezegd is en ik zal uitleggen waarom.

Het verleidingsspel tussen inkopers en verkopers is een eeuwenoude paringsdans die teruggaat tot zo'n 11.000 jaar geleden, toen de mens evolueerde van jager/verzamelaar tot landbouwer/handelaar. Sinds die tijd zien verkopers inkopers als een prooi die verleid moet worden hun product aan te schaffen. Professionele inkopers weten dat natuurlijk ook, en dat maakt dit spel ook heden ten dage tot een van de mooiste rituelen in onze samenleving.

Voordat een verkoper 'losgelaten' wordt op een klant, heeft hij minimaal tien verkooptrainingen gevolgd. Het belangrijkst hierbij is goed observeren waar de kansen liggen. Wat voor persoon is de inkoper, hoe kleedt hij of zij zich, welke persoonlijke elementen zie je in de inrichting van zijn of haar kamer, is er sprake van een accent, zo ja uit welke streek, kun je iets over muziekvoorkeur of reisbestemmingen afleiden, het zijn allemaal relevante zaken die ergens in het proces van pas kunnen komen. (Ik hoorde pas van een tekstschrijver dat ze bij een BVP-inschrijving in de risico-analyse een aantal vergelijkingen met zeilen hadden opgenomen, omdat ze via Facebook wisten dat twee van de beoordelaars fanatieke zeilers waren).

Ook leren verkopers belangrijke vaardigheden als het herkennen van het beslismoment. Wanneer moet je proberen de verkoop erdoor te drukken en wanneer moet je juist de inkoper nog wat ruimte geven. Het zijn allemaal zaken die getraind worden. Bij al dit soort zaken is er één grote gemene deler: let goed op wat de klant doet en zegt. Dat zit in het DNA van iedere getrainde verkoper, salesmanager, vertegenwoordiger of marktkoopman. Dus ook in dat van de twee mensen van Advitrae die de applicatie kwamen demonstreren. Om die reden denk ik dat die mevrouw die zin dus wel degelijk gebezigd heeft. Op het moment dat zoiets gezegd wordt staat iedere verkoper gelijk op scherp.

Er is nog een ander argument. Hoe kom je als bedrijf op het idee om dit te verzinnen? Als het salesteam na de verloren aanbesteding bijeenkomt, en gaat brainstormen over wat ze nog kunnen doen, zou iemand dus gezegd moeten hebben: 'jongens, laten we verzinnen dat iemand van de aanbestedende dienst gezegd heeft dat de applicatie van Semestry was vastgelopen'. Een ander zou dan op het idee moeten komen om het door een vrouw te laten zeggen (!?) en weer een ander moet dan het moment verzinnen dat het gezegd zou zijn. Ik vind het onwaarschijnlijk.

Daarmee kom ik op het antwoord op de vraag in de titel. Natuurlijk moeten vrouwen niet geweerd worden uit beoordelingscommissies. Loslippige vrouwen wel, loslippige mannen ook trouwens…

 

 

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.