Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert december 2022

Wat is er gebeurd?

Een gemeente is een Europese aanbestedingsprocedure gestart voor de herontwikkeling van “het Maasterras”. De opdracht is gegund aan een partij nadat verificatievragen zijn gesteld over niet-ingevulde ‘gele vlakken’ in het prijzenblad. Het antwoord van deze partij dat zij met het leeglaten van enkele vlakken bedoeld heeft een nultarief in te voeren, is door de gemeente geaccepteerd. De partij die als tweede is geëindigd stelt echter dat de inschrijving van deze partij als ongeldig moet worden aangemerkt en moet worden uitgesloten, omdat een gebrekkige inschrijving is ingediend door enkele vlakken niet in te vullen. Hiermee wordt niet voldaan aan de eisen die worden gesteld in de aanbestedingsstukken. Omdat hier de sanctie van uitsluiting op staat, heeft de gemeente ten onterechte herstel toegestaan.

Het resultaat

Relatie tot de praktijk

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen officieel gestart

Op 24 november is het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2022-2025 van start gegaan. Het manifest kent 64 deelnemers. Zij besteden vanaf nu meer aandacht aan de maatschappelijke impact van hun inkoopbeleid en opdrachtgeverschap. Deelnemers zijn alle ministeries, 5 provincies en ruim 40 gemeenten. Ook doen alle waterschappen mee. Belangrijke thema’s zijn bijvoorbeeld diversiteit en inclusie, energieverbruik en circulariteit. Deze zijn gekoppeld aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (VN).

Staatssecretaris
Het Manifest werd officieel afgetrapt door staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat). Zij benadrukte het enorme bedrag dat overheden jaarlijks uitgeven: zo’n 85 miljard euro. Door bij de uitgaven meer aandacht te hebben voor specifieke thema’s kan de overheid het verschil maken, meent zij.

Ambities
De ondertekenaars stellen binnen nu en een jaar elk een MVOI actieplan op waarin zij ambitieniveaus vastleggen, welke acties daarbij horen en welke planning en budgettering.

Bron: Rijksoverheid

Partner van Aanbestedingscafé:

Hulp bij accountantscontrole van aanbestedingen

In 2021 had ruim 87 procent van de gemeenten een goedkeurende verklaring op rechtmatigheid. De accountant gaf in totaal 302 gemeenten een goedkeurend oordeel en in elk geval 6 een afkeurend oordeel. De meest voorkomende oorzaak van een niet-goedkeurende verklaring op rechtmatigheid is al een aantal jaar het niet naleven van aanbestedingsregels. Vorig jaar ging ruim 10 procent van de gemeenten daarmee in de fout.

Voorkom onrechtmatigheden
Per 1 januari 2023 moeten decentrale overheden zelf een rechtmatigheidsverantwoording in hun jaarrekening opnemen. De accountant controleert het geheel. Onderdeel van de controle zijn ook aanbestedingen. Met het programma Beter Aanbesteden kunnen gemeenten en andere organisaties adviezen en modeldocumenten vinden om onrechtmatigheden te voorkomen.

Stappen accountant
De accountant toetst op de voorbereidingsfase van de aanbesteding, de overeenkomst en de spendanalyse. Beter Aanbesteden biedt een overzicht van de stappen die de accountant doorloopt en maatregelen die onrechtmatigheden in het aanbestedingsproces kunnen helpen voorkomen.

Beter Aanbesteden
De 4 regiomanagers van programma Beter Aanbesteden verbinden organisaties die de aanbestedingspraktijk willen verbeteren. Beter Aanbesteden loopt 4 jaar. Het is een programma van Economische Zaken en Klimaat (EZK), VNG, VNO-NCW/MKB-Nederland en PIANOo. Het programma heeft 4 regiomanagers als aanspreekpunt. Als ‘kennismakelaars’ verbinden zij organisaties die de aanbestedingspraktijk willen verbeteren.

Bron: Binnenlands Bestuur

Partner van Aanbestedingscafé:

Verspilling van tendercapaciteit

Het gebrek aan techneuten is inmiddels niet alleen een probleem bij de uitvoering van (bouw)projecten, maar ook bij het binnenhalen van nieuwe opdrachten. In de Cobouw stond recent een opiniestuk waarin het verspillen van ingenieurscapaciteit – terecht – ter discussie werd gesteld. Dit is echter een veel breder probleem, want verspilling van capaciteit als gevolg van onhandig opgezette aanbestedingsprocedures vindt niet alleen plaats bij ingenieursbureaus. Vraag een architectenbureau wat hij gemiddeld uitgeeft aan tenderkosten (tijd en geld) en je schikt je rot. Aannemers zullen een gelijksoortig verhaal vertellen: alle aannemers worstelen om de kennis van werkvoorbereiders, uitvoerders en projectleiders die dagelijks bezig zijn op de bouwprojecten, op een efficiënte manier te ontsluiten bij het opstellen van nieuwe aanbiedingen. Al wordt dat stiekem wel verwacht van aanbestedende diensten. Het uitwerken van optimalisaties – een eufemisme voor kostenbesparingen – als onderdeel van de aanbieding, is regelmatig een beoordelingscriterium.

Toch wringt ergens de schoen in deze oproep. Veel ingenieursbureaus zijn namelijk ook als adviseur of gedelegeerd organisator betrokken bij aanbestedingsprocedures. Dus waar de ingenieursbureaus zelf last van hebben als ze een aanbieding in moeten dienen, komt regelmatig terug in de aanbestedingsprocedures die zij organiseren om bijvoorbeeld een aannemer te contracteren. De EMVI-plannen die [quote] “in negentig procent van de gevallen kwalitatief sterk vergelijkbaar zijn”, moeten ook door aannemers ingediend worden. Daarbij geldt dat dezelfde ingenieurs- en adviesbureaus hun opdrachtgevers ook adviseren over de contractfase (de fase na de aanbestedingsprocedure) en deze adviezen lijken niet altijd in het belang van de betreffende opdrachtgever en/of de aannemer. Een op de UAV-gc gebaseerde overeenkomst is dikwijls leuk voor juristen en adviseurs maar levert vaak extra kosten op voor opdrachtgever en lagere marges voor aannemers.

Verspilling van ingenieurscapaciteit vindt derhalve niet alleen plaats tijdens aanbestedingsprocedures. Ook de ontwerp- en realisatiefase kunnen op dat gebied een efficiëntieslag gebruiken.

Bouwend Nederland agendeerde eerder dit jaar – ook terecht – het recht op het indexeren van de bouwkosten. Dit naar aanleidingen van oorlog in Oekraïne en de navolgende stijgende bouwkosten. Bouwend Nederland vergat echter haar achterban aan te manen meer transparantie te bieden bij meer en minder werk en prijsstijgingen. Het recht om te indexeren gaat immers hand in hand met de plicht tot het bieden van transparantie en de prijsstijgingen zo veel mogelijk te beperken.  
In feite kent de oproep in voornoemde opiniestuk om beter gebruik te maken van [quote] “de ruimte die binnen de aanbestedingswetgeving is om effectiever aan te besteden” een gelijke strekking: er is een maatschappelijk probleem dat terecht wordt benoemd, maar de oplossing wordt elders gezocht. Dat is jammer want zo komen we niet veel verder. Een oplossing dient in eerste plaats binnen de eigen gelederen gevonden te worden. Eerder werd op deze plaats gepleit voor hogere tarieven voor ingenieurs. Wellicht is dat dan toch de oplossing om de in het opiniestuk genoemde verspilling van ingenieurscapaciteit te doen afnemen? Wat kostbaar is, wordt immers niet verspild.

Er is voldoende ruimte binnen de huidige aanbestedingswet om arbeidsextensief aan te besteden en de tenderkosten voor alle betrokkenen laag te houden. De adviseurs- en ingenieursbureaus zijn de eerste partij om hierin te bewegen. Zij zitten namelijk in het begin van een bouwproject aan tafel bij de opdrachtgevers. Ook vindt tussen deze bureaus en de aanbestedende diensten (opdrachtgevers) vaker kennisuitwisseling plaats dan tussen opdrachtgevers en aannemers. Juist in een informele en lerende setting kan deze oproep tot matiging worden verkondigd. Maar laten we vooral niet, net als in de milieuwetgeving, zoeken naar juridische olifantenpaadjes. Veel rechterlijke uitspraken hebben immers aangetoond dat olifantenpaadjes uiteindelijk niet werken en bij aanbestedingen is dat voorlopig ook niet nodig.

Partner van Aanbestedingscafé:

Buyer groups belangrijk bij stimuleren duurzaamheidswinst

Door het organiseren van buyer groups in 2020 begon het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) met het bevorderen van maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI). Doordat de Rijksoverheid, provincies en gemeenten zoveel producten en diensten inkopen, kan veel duurzaamheidswinst worden behaald.

Positief voor het klimaat
De krachtenbundeling moet een positief effect hebben op klimaatverandering en een circulaire economie stimuleren. Een gezamenlijke marktvisie en inkoopstrategie vertaald naar concrete aanbestedingen moeten resulteren in minder belasting van het klimaat en meer besparing van grondstoffen.

Minder uitstoot
Er begonnen in totaal 13 buyer groups voor verschillende productgroepen. Het RIVM heeft nu de eerste resultaten van deze groepen geanalyseerd. Bijna de helft, namelijk 6 buyer groups, konden inschatten hoeveel minder broeikasgassen er worden uitgestoten door de gezamenlijke manier van aanbesteden: net zoveel als de directe uitstoot van zo’n 19.000 huishoudens.

Te weinig informatie
De andere 7 buyer groups hadden nog niet alle informatie beschikbaar om de mogelijke duurzaamheidswinst van MVI te kunnen berekenen. Bovendien bleek het ingewikkelder om de winst voor circulaire economie te berekenen dan voor het klimaat.

Conclusies
Uit de resultaten concludeert het RIVM dat buyer groups belangrijke initiatieven zijn. Door samenwerking kunnen publieke inkopers, marktpartijen en andere belanghebbenden immers hun duurzaamheidswinst met MVI vergroten. Door deze winst concreet in getallen uit te drukken, ontstaat inzicht in hoeverre een MVI-strategie bijdraagt aan de gestelde duurzaamheidsdoelen.

Bron: RIVM

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat start aanbesteding vernieuwing Van Brienenoordbrug ondanks stikstofcrisis

Rijkswaterstaat is begonnen met de aanbesteding voor het vernieuwen van de Van Brienenoordbrug. Ondanks de onzekerheden rondom de stikstofcrisis, besloot Rijkswaterstaat de opdracht voor vervanging en vernieuwing van 2 vaste boogbruggen en de beweegbare delen van de oostelijke brug in de markt te zetten. Verwachte definitieve gunning staat gepland voor begin 2024.

Onderzoek
Rijkswaterstaat ging er tot voor kort vanuit wat stikstof betreft gebruik te kunnen maken van de bouwvrijstelling tijdens de werkzaamheden. Nu deze is komen te vervallen, wordt onderzocht of en zo ja, in hoeverre, er sprake is van stikstofdepositie en welke maatregelen er nodig zijn. Desondanks koos Rijkswaterstaat ervoor de aanbesteding al wel te publiceren. De urgentie van de vernieuwing is te groot, meent Rijkswaterstaat.

Circulair
De aanpak bij de vernieuwing van de Van Brienenoordbrug moet niet alleen verkeershinder zoveel mogelijk beperken, ook is circulariteit een belangrijk aspect van de aanbesteding. Uiteindelijk moet er zo’n 3.000 ton staal worden bespaard.

Bron: Rijkswaterstaat

Partner van Aanbestedingscafé:

Analyse TenderNed van wijzigingen in aanbestedingen

TenderNed heeft de uitgezette opdrachten op het platform van de afgelopen vijf jaar onder de loep genomen. Een van de opties die aanbestedende diensten hebben bij het publiceren van hun opdracht, is het doorvoeren van een niet-wezenlijke wijziging. Dit formulier komt van pas wanneer tijdens de aanbesteding of tijdens de looptijd van een aanbesteed contract een wijziging in de oorspronkelijke opdracht plaatsvindt. Is er een wezenlijke wijziging, dan moet de gehele aanbesteding opnieuw.

In totaal zijn er zo’n 40 aanbestedingen per jaar waar een wijziging bij gepubliceerd wordt. Tot en met het derde kwartaal van 2022 ligt dat aantal hoger, zo rond de 50. Dat komt onder meer door onvoorzien werk, de coronacrisis en hogere prijzen van gas en grondstoffen.

Opvallend aan de data die TenderNed analyseerde, is dat maar liefst 43% van de wijzigingen in de categorie bouwwerkzaamheden plaatsvindt. Rijkswaterstaat blijkt het vaakst een gewijzigde opdracht te publiceren, het gaat om 42% van het totaal aantal wijzigingen. Daarbij is Rijkswaterstaat ook de aanbestedende dienst met gemiddeld de meeste wijzigingen per aanbesteding.

Bron: Tenderned

Partner van Aanbestedingscafé:

De NS en de overheid: het spoor bijster

Deze maand besloot de Tweede Kamer vrijwel unaniem dat het een slecht idee is om een aanbesteding uit te zetten voor ons nationale treinvervoer. Nog meer marktwerking zou namelijk leiden tot “versnippering, uitholling van de dienstverlening en trajecten die slecht op elkaar aansluiten”. Nee, laten we het komende jaren gewoon weer fijn aan de NS gunnen.

Overduidelijk dat geen van de Kamerleden recent een trein van binnen heeft gezien. Want wie het afgelopen maanden wel aandurfde weet waar ik het over heb. Alternatief vervoer op talloze trajecten, oplopende vertragingen en (ook buiten de spits) volgepropte treinen. Het openbaar vervoer voelt chaotischer dan ooit, en wie aan strakke tijden is gebonden vertrouwt liever op de auto.

Sardientjes in een geelblauwe koker

In de herfstvakantie stonden we bijvoorbeeld met z’n allen in de trein van Utrecht Centraal te wachten. Samengepropt, als geduldige sardientjes in een geelblauwe koker. Tot er werd omgeroepen dat iedereen de trein moest verlaten. Hij was te vol en zou daarom helemaal niet meer vertrekken. Problemen voor je uitschuiven, briljante oplossing. Want een trein die niet vertrekt heeft geen vertraging. Zo kom je wel aan je KPI’s ja.

Als oorzaak van deze chaos wijst de NS naar het personeelstekort. Corona betekende een kaalslag in iedere branche, en het is lastig om voldoende machinisten te vinden. Wat de NS dan even vergeet is dat ze er twee jaar geleden zelf voor koos om 2300 banen te schrappen. Geen kwestie van overmacht dus, maar van een slechte vooruitziende blik en mismanagement.

Ik weet het, klagen over de NS is een volkstraditie ouder dan de zwartepietendiscussie. Maar we zitten nu juist in een transitiefase. Met de gas-/energieprijzen en de toenemende uitstoot lijkt de auto geen toekomstbestendig model, en is duurzaam vervoer steeds meer nodig. Dan is het frustrerend dat we een vervoerder hebben die niet klaar lijkt voor deze transitie. En nog frustrerender dat we op dezelfde voet doorgaan als het aan de Kamer ligt.

Van een andere planeet

Aanbestedingsprocedures zijn in het leven geroepen om leveranciers scherp te houden. Door iedere paar jaar de opdracht opnieuw in de markt te zetten worden partijen uitgedaagd om na te denken over innovatie en efficiëntie. Zo hebben overheden instrumenten in handen om de kwaliteit, de prijs en de duurzaamheid van de dienstverlening te sturen.

Op dit moment werk ik aan een aanbesteding voor een schilder- en onderhoudsbedrijf, dat is dichtgetimmerd met wensen en voor twee derde bestaat uit sociale en duurzame gunningscriteria. Waarom eisen we zoveel van iets specifieks als schilderwerk, en doen we zo lichtzinnig over ons nationale vervoer?

Je moet wel van een andere planeet komen om te pleiten voor verdere liberalisering’, aldus de Kamer. Volgens mij is het precies andersom. Je moet wel van een andere planeet komen om te denken dat monopolisering een werkbare en gerechtvaardigde oplossing is. De Europese Commissie beschuldigt de Nederlandse overheid er nu zelfs van dat ze de Europese regels schenden door het spoornet onderhands aan de NS te gunnen. Concurrerende vervoersbedrijven hebben een kort geding aangespannen tegen de overheid. Benieuwd van welke planeet de rechter komt.

Kamerleden in de trein

Natuurlijk snap ik dat we te maken hebben met een vaste infrastructuur, en dat zestig verschillende vervoerders op één en hetzelfde netwerk weer andere problemen met zich meebrengt. Maar dat wisten we al toen we besloten om de spoorwegen te privatiseren. Dat al dit gedoe erachter wegkomt hadden we van tevoren kunnen zien aankomen.

In plaats van klagen over de aanbestedingsplicht zou dit een aanleiding moeten zijn om een toekomstbestendig plan te laten schrijven door vervoersbedrijven. Met schone treinen, voldoende personeel en betrouwbare dienstregelingen als gevolg. Wie weet zien we over een paar jaar dan ook wat Kamerleden in de trein.

Partner van Aanbestedingscafé:

S3E5: Minder rechtszaken en nieuwe rol CvAE

Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onze gast van deze podcast is Geke Werkman. Geke is zelfstandig juriste en lid van de commissie van aanbestedingsexperts. Deze zomer nam zij de voorzittershamer van de genoemde commissie over. Uiteraard stellen wij in deze podcast een aantal vragen wat Geke zo leuk vindt aan het aanbestedingsrecht en over haar werk voor de commissie van aanbestedingsexperts.

Ook tafelheer Theo van der Linden weer aanwezig, eigenaar van VdlC dat al ruim 20 jaar trainingen en cursussen verzorgt over aanbestedingen.

Links uit de aflevering:

S3E4: Commissie van Aanbestedingsexperts over de uitspraak van de Hoge Raad
Bonusaflevering: Podcast met Mona Keijzer
Commissie van Aanbestedingsexperts

Algemeen:
Vragen of in contact treden met de redactie? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Kleine bouwers kritisch op aanbesteding bouw 2.000 flexwoningen

Snelheid, met een goede prijs en kwaliteit, dat is wat het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) vraagt in de aanbesteding van 2.000 flexwoningen. Deze moeten volgend jaar zomer zijn gerealiseerd. Kleine bouwbedrijven trekken aan de bel over de aanbesteding. Zij vinden deze oneerlijk.

Eisen
Het Rijk wil zo snel mogelijk 2.000 flexwoningen gereed hebben om mensen met urgentie zo snel mogelijk een woning te kunnen bieden. Het is de bedoeling dat de flexwoningen in 4 verschillende formaten worden aangeboden, dat ze stapelbaar zijn en verplaatsbaar en voor minimale percentages bestaan uit hergebruikte en bio-based materialen.

Geen concurrentie
Kleinere bouwers en producenten van flexwoningen voelen zich buitenspel gezet bij de uitgeschreven aanbesteding. Zij hebben moeite met de uitvraag waarin fikse referenties worden gevraagd en een flink bedrag per perceel wordt vereist. De concurrentie is hiermee uit de aanbesteding, zo verwachten een aantal bouwbedrijven.

Kritiek
Naast de eisen in de aanbesteding, is ook de snelheid ervan punt van kritiek. Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) erkent dat het Rijk een risico neemt. Vooralsnog zijn er immers geen locaties bekend voor de flexwoningen die er over ruim een half jaar allemaal moeten staan. Opvallend is dat het RVB op vragen antwoordt dat het kwaliteitsaspect van de aanbesteding de snelste levertijd is en niet esthetische kwaliteit.

Focus op snelheid
Het RVB is van mening dat ook kleinere ondernemers kans maken op gunning. Zij kunnen samenwerkingsverbanden sluiten. Bouwers zien dit in de praktijk niet gebeuren. Ruimte voor innovatie ziet het RVB ook, al blijft zij benadrukken dat de primaire focus op de snelheid ligt.

Bron: Cobouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Duitsland nationaliseert Gazprom

Nederlandse gemeenten hoeven hun contracten met het Russische Gazprom niet meer stop te zetten. De Duitse regering heeft de Europese dochter van het Russische staatsbedrijf genationaliseerd. Daarmee valt het bedrijf buiten de regels van de Europese sanctiepakketten.

Nederlandse gemeenten
Sefe, de Duitse dochter van Gazprom, heeft nu op papier ook geen Russische eigenaren meer. Dat betekent voor veel Nederlandse gemeenten dat zij hun lopende contracten niet op hoeven te zeggen. Minister van Klimaat en Energie Rob Jetten eiste dat gemeenten dit zouden doen, om tegemoet te komen aan de Europese sanctiepakketten. Voor gemeenten was dit een groot probleem. De nieuwe contracten die zij af wilden sluiten waren vele malen duurder dan hun lopende contracten.

Vervolg
Gemeenten en publieke instellingen die hun contract al hadden opgezegd, worden gecompenseerd. Partijen met aflopende contracten kunnen deze verlengen nu de Duitse staat eigenaar is van het energiebedrijf. Jetten verleende eerder al uitstel aan gemeenten, omdat nieuwe aanbieders moeilijk waren te vinden.

Bron: Fd

Partner van Aanbestedingscafé:

Inschrijving Circular Awards geopend

De inschrijving voor de zogenoemde Circular Awards zijn weer geopend. Deze awards zetten innovatieve projecten, producten en diensten op gebied van circulaire economie in de schijnwerpers. Ook personen die een bijzondere bijdrage leverden aan de circulaire transitie van Nederland dingen mee naar een prijs. Er valt winst te behalen in verschillende categorieën. Zo worden er awards uitgereikt voor grote bedrijven, kleine bedrijven en (semi)-publieke projecten. Ook personen kunnen erkenning krijgen met een award.

Inschrijven kan nog tot en met 9 december dit jaar. Op 16 december wordt de shortlist bekend. De finalisten worden vervolgens op 25 januari 2023 bekend gemaakt waarna de finale en uitreiking voor februari gepland staan tijdens de Nationale Conferentie Circulaire Economie.

Bron: PIANOo

Partner van Aanbestedingscafé:

Publieke inkoop in tijden van crisis: wat kunnen we leren van corona?

Esmee Peters, buitenpromovendus aan de Universiteit Twente was te gast in podcast De Gunningsfactor. Zij vertelde Sander van den Broek en Fredo Schotanus over haar promotieonderzoek naar ‘Publieke Inkoop in tijden van crisis’. Peters is tevens verbonden aan het PPRC, het Public Procurement Research Centre, waar ze hoofdonderzoeker is van het MASSC-project, waarbij MASSC staat voor MAterial Supply Strategies in a Crisis.

Voor haar onderzoek naar publieke inkoop tijdens de coronacrisis interviewde Peters aan het begin van en een aantal keer tijdens de coronacrisis verschillende overheidsinstanties, ziekenhuizen en andere zorginstellingen in binnen- en buitenland. Haar conclusies: we zien elke crisis weer als een nieuwe crisis en leggen niet de link met eerdere crises.

“In crisisinkoop onderscheid ik twee aspecten. Aan de ene kant de strategiekant: moeten we niet meer leveranciers hebben of producten in Nederland laten maken? Aan de andere kant is er de relationele kant: hoe kunnen overheden, leveranciers en (zorg)instellingen beter met elkaar samenwerken? Ik vind dat er nog te veel focus ligt op de strategische kant. We zouden publieke inkoop moeten zien als één groot netwerk om gezamenlijk beter voorbereid te zijn op een volgende crisis.”

Nu de coronacrisis teneinde lijkt te zijn, is dit het moment om te leren voor volgende crises. Hierbij onderscheidt Peters twee typen: snel opkomende en zichtbare crisis zoals corona en langdurige en minder zichtbare crises zoals de klimaatverandering. “Vooral met een langdurige crisis kunnen we moeilijk omgaan. Daarom moeten we nu de tijd en de rust nemen om dat relationele aspect aan te pakken, want daar valt veel te winnen. Met wie zou je in tijden van crisis willen samenwerken? Leg nu de connecties, breng vaardigheden in kaart en bouw aan vertrouwen. Door nu uit te vinden welke partij sterk is op welk vlak, kun je dan straks veel sneller schakelen.”

‘Er is geen aanbesteden in tijden van crisis’

Uit het onderzoek van Peters blijkt wel dat aanbesteden in tijden van crisis totaal anders is. “Aanbesteden lijkt een langdurig en ingewikkeld proces. Daar is in crises geen tijd voor. We zagen dan alle landen hier anders mee omgingen. Zo legden sommige landen de regels helemaal terzijde, hielden andere landen zich er wel aan en bijvoorbeeld Nederland zat er een beetje tussenin. Er is eigenlijk geen aanbesteden in tijden van crisis. Ik heb maar een paar voorbeelden gevonden waar het wel goed ging. Dat verschil in aanpak zorgde ook voor problemen: landen die zich aan de regels hielden, waren niet flexibel en landen die de regels loslieten, hebben nog jaren te maken met de gevolgen daarvan.”

Eigenlijk zijn in elk land veel zaken misgegaan. Werd aan het begin nog gedacht dat landen als de UK, de VS en Nederland goed voorbereid waren op een pandemie, achteraf bleken dat juist de landen waar veel misging. “Wat mij opvalt als je dan vraagt wat partijen ervan hebben geleerd, is dat er een verschil zit in de oorzaak van de problemen en de bedachte oplossing. Vaak wordt er gezegd dat het misging in de samenwerking met de overheid. Maar de oplossing wordt dan gezocht in het aanleggen van meer voorraden of werken met meer lokale leveranciers. Terwijl sommige landen juist veel te veel voorraad hadden. België heeft bijvoorbeeld miljoenen mondkapjes weggegooid. Ook ontkom je er niet aan dat sommige partijen misbruik zullen maken van de situatie.”

Mocht er een nieuwe crisis ontstaan, zijn we dan nu wel voorbereid? “Op inkoopgebied wel voor een crisis zoals corona. We hebben nu ook voldoende producten op voorraad. Maar komt er een andere pandemie, waarvoor andere spullen nodig zijn, dan is het een ander verhaal. Mensen zijn nu eenmaal hardleers.”

Wat Peters na haar onderzoek vooral opvalt is dat we nog te veel kijken naar inkoop als een eilandje. “We zouden juist moeten kijken hoe het in elkaar zit en hoe complex het is. Dat proberen te begrijpen, is belangrijk voor sluipende crises. De onderliggende problemen waren er altijd al, maar bij een crisis zie je dan wat er misgaat. Het feit dat je nog niet weet waar de fouten in het systeem zitten, is de reden dat het misgaat. Juist daar kunnen we van leren.”

Partner van Aanbestedingscafé:

Fictieve opdrachtwaarde bouwprojecten aan de orde van de dag

Inkopers bij gemeenten, Rijkswaterstaat en ProRail werken, ondanks meerdere waarschuwingen van de Europese Commissie, niet altijd volgens de regels. Cobouw onderzocht gunningen van bouwprojecten uit 2021 op TenderNed. Bij 92 daarvan was de fictieve opdrachtwaarde op TenderNed 1 euro of minder. Mogelijk ligt het werkelijke aantal onjuiste aanneemsommen zelfs nog hoger.

Gangbaar
Ondanks wetgeving voor het registreren van aanbestedingen en uitslagen is het gangbare praktijk om een opdrachtwaarde van 1 euro in te voeren. Volgens PIANOo is het alleen mogelijk af te wijken van de gegevens op het standaardformulier als publicatie van de aanneemsom in strijd is met het openbaar belang of wanneer het commerciële belangen van ondernemers schaadt. Situaties die zich volgens PIANOo niet snel voordoen.

Reactie inkopers
Uit onderzoek van Cobouw blijkt dat inkopers verschillende redenen hebben om 1 euro als opdrachtwaarde in te voeren. Soms is het de wens van de opdrachtgever, soms van de inkoper zelf. Terugkerend argument is dat de opdrachtwaarde pas bekend is bij oplevering en dus niet genoemd kan worden. Bovendien vinden inkopers het soms irrelevant, omdat projecten soms juist worden gegund op andere aspecten, bijvoorbeeld kwaliteit en duurzaamheid.

Verplichting
Hoogleraar Publieke Inkoop aan de Universiteit Utrecht Fredo Schotanus vindt de 1-euro-gunning in geen enkel geval goed te praten. Hij noemt de verplichting van het vastleggen van dit soort informatie. Schotanus zegt dat het in TenderNed gewoon mogelijk is in de beschrijving van de aanbesteding te vermelden dat het bedrag bij de opdrachtwaarde een schatting is. Dat zou het 1-euro fenomeen overbodig maken.

PIANOo
PIANOo geeft geen antwoord van vragen van Cobouw om het fenomeen aan te pakken. Zij verwijst terug naar de wetgever om eventueel de term ‘totale waarde van de opdracht’ in TenderNed aan te passen.

Bron: Cobouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Veel nieuwkomers in top 25 duurzaamste publieke aanbesteders

Het Aanbestedingsinstituut heeft de jaarlijkse analyse van alle openbare aanbestedingen van de afgelopen 2 jaar gepubliceerd. Hieruit is een lijst van 25 duurzaamste aanbestedende diensten gerold. Deze 25 organisaties dagen marktpartijen het meest uit op het gebied van duurzaamheid. Aanvoerder van de lijst is voor de vierde keer op rij de provincie Noord-Brabant met 9 duurzame gunningen op een totaal van 14 aanbestedingen. Nummer 2 is voor het hoogheemraadschap van Rijnland en op de derde plaats staat de gemeente Groningen.

Veel nieuwkomers
In de lijst zijn maar liefst 13 nieuwkomers te vinden, terwijl er slechts 1 (gemeente Assen) organisatie uit viel. Opvallend is dat alle aanbestedende diensten hoger scoren dan voorheen. Duurzaam aanbesteden lijkt daarmee een vlucht te nemen. Onderhandse procedures zijn niet in de lijst meegenomen. Zou dat wel zijn gebeurd, dan zou ProRail ook in de lijst staan: op plaats 13.

Uitleg over totstandkoming van de scores en de complete lijst zijn te vinden bij Bouwend Nederland.

Bron: Bouwend Nederland

Partner van Aanbestedingscafé:

Moet aanbesteder geldigheid winnende inschrijving motiveren?

Op aanbesteders rusten vele motiveringsplicht; van de beslissing om twee of meer opdrachten samen te voegen tot de keuze voor een langere looptijd van een raamovereenkomst dan 4 jaar. En van de keuze voor de aanbestedingsprocedure tot de gunningsbeslissing. Deze motiveringsplichten hebben één ding gemeen: zij zijn expliciet in de Aanbestedingswet vastgelegd. Soms is een motiveringsplicht moeilijker te zien aankomen. Een mooi voorbeeld hiervan biedt een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.

Twijfel aan geldigheid winnende inschrijving

De zaak ging over een Europese niet-openbare procedure voor onderhoud en beheer van wegen. In de aanbestedingsstukken was bepaald dat alle tarieven reëel moeten zijn. De tarieven moesten met andere woorden de kosten voor de uit te voeren werkzaamheden en materialen ‘redelijkerwijs afdekken’. Verder was bepaald dat de opgegeven prijzen realistisch, herleidbaar, redelijk en marktconform moeten zijn.

Bij voorlopige gunning bleek dat de inschrijfprijs van de winnaar fors lager lag dan die van de opvolgend inschrijver en het gemiddelde van de inschrijfprijzen (51%). Een van de afgewezen inschrijvers maakte bezwaar tegen de gunningsbeslissing. Volgens hem voldeed de winnende inschrijving niet aan de gestelde eisen en moest deze worden afgewezen. De aanbesteder zou op zijn minst gedegen onderzoek moeten doen naar de inschrijfprijs van de voorlopige winnaar.

Aanbesteder verricht onderzoek

De aanbesteder stelde dat hij – onverplicht – gedegen onderzoek had verricht naar de inschrijfprijs van de winnende inschrijving. Hij was tot de conclusie gekomen dat de winnende inschrijving, realistisch, herleidbaar, redelijk en marktconform was en dat er geen sprake was van een abnormaal lage of irreële inschrijving. Hij had de afgewezen inschrijver hiervan al vóór het kort geding in reactie op een schriftelijk bezwaar op de hoogte gebracht. Hij meende dat hiermee de kous af was.

Aanbesteder moet beoordeling geldigheid motiveren

De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Hij vindt nader onderzoek naar de winnende inschrijving te ver gaan. Dat geldt ook voor afwijzing. Hoewel er voldoende reden is om aan de juistheid van de winnende inschrijving te twijfelen, kan in het kort geding namelijk niet worden vastgesteld dat deze inschrijving ongeldig is. De voorzieningenrechter vindt wel dat de aanbesteder zijn oordeel over de geldigheid van de winnende inschrijver moet motiveren. De aanbesteder heeft volgens de voorzieningenrechter alleen in zeer algemene bewoordingen het proces van de beoordeling van de geldigheid van de winnende inschrijving toegelicht. Hij heeft geen informatie verstrekt waarmee de afgewezen inschrijver (en de voorzieningenrechter) in staat zijn gesteld om het verschil tussen de inschrijfprijzen beter te begrijpen en te begrijpen waarom de gekozen inschrijving, zoals de aanbesteder zelf stelt, realistisch, herleidbaar, redelijk en marktconform is.

Dat de aanbesteder geen bedrijfsvertrouwelijke informatie mag prijsgeven is geen excuus. De aanbesteder moet in staat worden geacht in neutrale bewoordingen inzicht in de kenmerken van de winnende inschrijving te verschaffen, aldus de voorzieningenrechter

Conclusie

Een motiveringsplicht kan uit onverwachte hoek komen. Hoewel de voorzieningenrechter dit niet met zoveel woorden zegt, lijkt hij de motiveringsplicht af te leiden uit artikel 2.130 van de Aanbestedingswet, waarin de motiveringsplicht voor de gunningsbeslissing is neergelegd. Hoewel de uitspraak in mijn ogen nuttig is voor de aanbestedingspraktijk, kunnen hieruit niet al te verstrekkende conclusies worden getrokken. Aanbesteders hoeven echt niet in iedere aanbestedingsprocedure te motiveren waarom zij vinden dat uitgekozen inschrijving geldig is. Maar wanneer op basis van objectieve gegevens reden is aan de geldigheid van de winnende inschrijving te twijfelen, kan een aanbesteder niet de kaken op elkaar houden.

Bron: Uitspraken Rechtspraak

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijdrage Nederlands bedrijfsleven niet vereist voor bouw onderzeeboten

Het kabinet stelt in de aanbesteding voor 4 nieuwe onderzeeboten geen eisen aan de herkomst van de uiteindelijke bouwer. Ze stelt het ‘wenselijk’ te vinden dat het Nederlandse bedrijfsleven deelneemt aan de ontwikkeling, maar stelt dit niet als harde eis vast. De Tweede Kamer nam eerder juist moties aan waarin een bijdrage van het Nederlandse bedrijfsleven werd vereist.

Reactie staatssecretaris
Staatssecretaris Van der Maat (Defensie) schrijft dat het wenselijk is de Nederlandse defensie-industrie bij de bouw te betrekken, omdat dit de defensietechnologische industriële basis van Nederland versterkt. Desondanks is Nederlandse deelname geen vereiste in het licht van het nationaal veiligheidsbelang.

Keuzes
VNO-NCW en FME vroegen expliciet om Nederlandse deelname aan ontwikkeling, bouw en instandhouding van de 4 onderzeeërs op te nemen in de gunningsvoorwaarden. Van der Maat reageert daarop door te schrijven dat de winnende werf verantwoordelijk is voor het ontwerp en bijbehorende keuzes, daar bemoeit Defensie zich niet mee.

Kleine kans
Momenteel zijn nog 3 buitenlandse werven in de race voor de aanbesteding. Defensieminister Ollongren acht de kans klein dat Nederlandse bedrijven deelnemen in de bouw. Minister-president Mark Rutte kan als voorzitter van de Ministeriële Commissie Onderzeeboot Vervanging wél besluiten de opdracht aan een andere partij te gunnen na winst van een deelnemende werf in de aanbesteding.

Bron: fd

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe is het als om te werken als inkoper bij de Overheid?

Bekijk de video!

Partner van Aanbestedingscafé:

S3E4: Aanbesteden? Gebruik het juiste instrument!


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onze gast: Gerrieke de Jong-Bouwman promoveerde op 29 september jongstleden aan het Centre for Public Procurement aan de Universiteit Utrecht. Centraal in haar onderzoek stonden de instrumenten voor het uitbesteden van diensten in het sociale domein. Omdat we bij de redactie het 400-pagina dikke proefschrift met waarschijnlijk stevige wetenschappelijke juristentaal iets te veel van het goede vonden, leek het een verstandig plan om haar uit te nodigen voor deze podcast.

Links uit de aflevering:

Relatieve methode
SER-advies Jeugdzorg

Algemeen:
Vragen of in contact treden met de redactie? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Zebra-initiatief onderzoekt uitvoering V&R via batch-aanbestedingen

Een groep van 10 opdrachtgevers, bouwers en kennisinstellingen onderzoekt of de flinke vervangings- en renovatie-opgave (V&R-opgave) voor kunstwerken mogelijk in batches aan te besteden is. Door verouderde kunstwerken van verschillende opdrachtgevers in 1 pakket aan te besteden, zijn verduurzaming, vereenvoudiging en kostenbesparing mogelijk makkelijker te realiseren. Zebra begint het onderzoek met de vervanging en renovatie van viaducten.

Viaducten
Zebra kijkt of de seriematige aanpak uit de woningbouw mogelijk ook voor de V&R-opgave van viaducten geschikt is. Door de kennis van opdrachtgever en opdrachtnemer te bundelen, kunnen onderhoudsprojecten mogelijk beter en minder arbeidsintensief worden opgepakt. Naar verwachting begint de landelijke piek voor V&R van viaducten over vijf à tien jaar. Het gaat waarschijnlijk om zo’n 2.000 viaducten die in de jaren ’60 tot ’80 zijn aangelegd.

Standaardisering
De initiatiefnemers van Zebra benadrukken dat de techniek niet zozeer van belang is. Het gaat meer om een organisatorische ingreep: eenvoudiger contracten, lagere transactiekosten, een duurzamere werkwijze. Het is de bedoeling dat iedereen het te ontwerpen systeem in de toekomst kan gebruiken. Naar verwachting levert de gestandaardiseerde aanpak uiteindelijk een verlaging van tenderkosten met zo’n 15 procent op.

Bron: Cobouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Sociale impact helder inzichtelijk maken met nieuwe handreiking

PIANOo heeft het onderzoeksrapport Zicht op Sociale Impact met bijbehorende handreiking uitgebracht. Hiermee leren organisaties hoe zij de sociale impact in de inkoopfase en tijdens de uitvoeringsfase kunnen monitoren. Hoewel deskundigen weten dat inkoop en aanbesteden zeer geschikt zijn om sociale impact te realiseren, is er vaak onvoldoende inzicht in de impact hiervan, ondanks verschillende beschikbare tools. Het onderzoeksrapport en bijbehorende handreiking helpen specialisten sociale impact te concretiseren.

Gebruikers vinden in het rapport een overzicht van de verschillende meet- en monitoringsinstrumenten, keurmerken en methoden. Daarnaast zien zij hoe en wanneer ze tools kunnen inzetten om sociale impact inzichtelijk te krijgen en er meer grip op te krijgen. Het rapport en de handreiking zijn te downloaden via de website van PIANOo.

Bron: PIANOo

Partner van Aanbestedingscafé:

Minister erkent gebrekkige procedure rondom gunning veilige videovergaderomgeving

Minister Hanke Bruins Slot van Binnenlandse Zaken erkent dat de gunning voor een veilige videovergaderomgeving voor het Rijk onzorgvuldig is verlopen. Dat antwoordt zij op Kamervragen rondom de opdracht voor de ontwikkeling van het systeem. De stichting New Trust Foundation (NTF) zou de videovergaderomgeving ontwikkelen als alternatief voor het Amerikaanse WebEx. NTF kreeg de opdracht hiervoor van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR).

Belangenverstrengeling
Bruins Slot stelt: “De gang van zaken rondom stichting NTF riep de schijn van belangenverstrengeling op.” De stichting werd voorgezeten door een ambtenaar van de UBR en ook de secretaris van de stichting kwam uit die organisatie. De financiering voor de stichting NTF werd mogelijk gemaakt door UBR. Omdat er haast was een veilig alternatief voor WebEx te vinden doordat de coronapandemie uitbrak, werd besloten het project niet aan te besteden, maar 1 op 1 te gunnen. “Breder laten adviseren en meenemen van de resultaten hiervan, hadden kunnen leiden tot een betere kwaliteit van de besluitvorming over de opdrachtverlening”, aldus de minister.

Audit
Bruins Slot benadrukt dat de Auditdienst Rijk (ADR) geen onregelmatigheden heeft geconstateerd bij de besteding van de middelen door NTF.

Bron: AG Connect

Partner van Aanbestedingscafé:

Vervoersbedrijven spannen kort geding tegen kabinet aan

De openbaar vervoersbedrijven, verenigd in de Federatie van Mobiliteitsbedrijven (FNM) dagen het kabinet voor de rechter. Dit doen zij om te voorkomen dat het kabinet de spoorconcessie voor de periode 2025-2035 onderhands aan de NS toewijst.

Hoofdrailnet
De FNM is bang dat de NS het grootste deel van het Nederlandse spoornetwerk vergund krijgt. Het gaat om de zogenoemde concessie Hoofdrailnet. Daarin zitten de spoorwegen waar intercitytreinen rijden, lijnen met vele stoptreinen en de internationale treinen naar Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Bodemprocedure
Het kabinet heeft geen andere vervoersbedrijven dan de NS gevraagd het Hoofdrailnet te exploiteren. De bodemprocedure die de FNM hierover startte, dient in maart 2023. Om te voorkomen dat het kabinet in de tussentijd onomkeerbare besluiten neemt, heeft de FNM nu besloten de gang naar de rechter te maken.

Europese Hof
De concessie Hoofdrailnet is goed voor een omzet van 20 miljard euro. Het kabinet heeft het voornemen uitgesproken de vergunning aan de NS te verlenen. Andere vervoersbedrijven willen ook graag meedingen naar het contract. Ook de Europese Commissie vindt dat het kabinet verder moet kijken. Zij vindt dat er eerst een marktanalyse moet plaatsvinden. De Europese Commissie dreigt naar het Europese Hof te stappen als het kabinet zonder verder onderzoek vasthoudt aan de voorgenomen onderhandse aanbesteding.

Bron: FD

Partner van Aanbestedingscafé:

De overheid heeft recht op spetterende seks en een goede bassist

Op het moment dat ik dit schrijf wordt in de media en aan de talkshowtafels de discussie gevoerd of Nederland de koning en/of andere hoogwaardigheidsbekleders moet afvaardigen naar het WK-voetbal in Qatar. Ik kijk daar altijd met een zekere meewarigheid naar, omdat dit soort problemen in de aanbestedingscommunity veel beter opgelost worden.

Het is heel simpel. In een land gebeurt iets waar je het moreel mee oneens bent (onderdrukking lhbtq-ers, uitbuiting van werknemers, etc etc). Je kunt dan besluiten dat je dat land voortaan boycot (begrijpelijke beslissing). Maar, het kan zo zijn dat je dat land hard nodig hebt de komende jaren voor grondstoffen, energie of whatever. Dan kun je dus ook besluiten om dat land niet te boycotten (een begrijpelijke beslissing). Blijkbaar is er een soort grens. Rusland boycotten voor de inval in Oekraïne was duidelijk, over Qatar is discussie.

In de aanbestedingswereld hebben we dagelijks zulke afwegingen. Het ene plan van aanpak is heel goed op het gebied van duurzaamheid, het andere plan van aanpak bevat een geweldig risicoplan. Wat doen wij? We laten deskundige beoordelaars de plannen lezen, die beoordelen onafhankelijk van elkaar en uiteindelijk komt er een winnaar uit (voor de goede orde: consensusvergaderingen zijn vanaf nu verboden, lees de artikelen van Richard Lennartz en mij over het werk van Daniel Kahneman).

Als je goed nadenkt zou het in de landspolitiek ongeveer hetzelfde moeten gaan. We kiezen als burgers kamerleden en een meerderheid vormt een beoordelingscommissie (een kabinet) die uiteindelijk met instemming van de Kamer beslist welk element het belangrijkst is (een hoogwaardig moreel standpunt of een pragmatistisch standpunt).

Hier in Nederland hebben wij een mooi voordeel boven allerlei andere landen. Wij hebben geen corruptiecultuur. Mij persoonlijk lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat Rutte stemt voor het sturen van de koning omdat hem een leuk appartement in Qatar is aangeboden.

Als je dit soort keuze moet maken kun je niet beide partijen tevreden stellen. Soms is een compromis mogelijk (we sturen een onbeduidende minister naar Qatar) maar vaak kan dat niet. Er blijft dus normaal gesproken altijd een ontevreden groep over. Wij in de aanbestedingscommunity snappen dat al van oudsher, maar het lijkt wel of dat in de politiek maar niet wil doordringen.

Toch hebben we in de aanbestedingscommunity ook een item waarbij een bepaalde bedrijfsblindheid aan het optreden is en dat is inkopen met impact (circulair, duurzaam, inclusie, social return, etc etc). Sinds een jaar of tien hebben we ons losgemaakt van het inkopen op laagste prijs. Als overheidsopdrachten alleen maar gewonnen worden door partijen die extreem laag inschrijven dan kun je wachten op problemen en uitwassen bij de uitvoering. Het loont bijvoorbeeld om mensen ver weg minder te betalen. Daar moet je als overheid niet verantwoordelijk voor willen zijn. En laagste prijs heeft nog een ander risico. Kent iemand de term ‘meerwerk’?

In de Aanbestedingswet is de mogelijkheid opgenomen om in te schrijven op basis van levenscyclus. Dat is gebaseerd op Richtlijn 2014/24. Het vervelende hiervan is dat dat idee al opgenomen stond in eerdere conceptversies uit 2012 en dus op dit moment al tien jaar oud is en weinig meer te maken heeft met de huidige inzichten. Een van de achterhaalde ideeën is bijvoorbeeld dat gunningscriteria over levenscyclus berekend moeten worden op basis van een algemene methode en niet een die per aanbesteding gemaakt wordt.

Een groter probleem vind ik dat sommige mensen beweren dat overheden verplicht zouden moeten worden om duurzaamheidscriteria op te nemen.

Dat druist in tegen alles wat ik onder goed inkopen versta. Ik zal het uitleggen.

Als je iets koopt, aanschaft of anderszins tot je neemt, is dat eigenlijk altijd al een soort aanbesteding, of het nu om een auto of een relatie gaat. Bij een relatie kun je denken aan gunningscriteria als inkomen, uiterlijk, afstand, kledingstijl etc, maar als de seks spettert zoals je nog nooit meegemaakt hebt, dan gaan alle andere gunningscriteria gelijk de prullenmand in.

Dat geldt voor alles. Mijn bandje had een nieuwe bassist nodig. Dan kun je wel aan allerlei criteria denken (heeft diegene een eigen installatie? Een auto? Is het een man of vrouw? Van kleur of niet?) maar uiteindelijk weet je na twee minuten spelen in een oefenruimte of er een muzikale klik is. Iedereen die muziek maakt zal dit herkennen.

Mijn punt is nu dat door zo nadrukkelijk te stellen dat we moeten kopen met impact het net lijkt alsof de ‘gewone’ kwaliteitscriteria er niet meer toe doen. Bij een grote schoonmaakaanbesteding hadden 70% van de gunningscriteria niets met schoonmaken te maken. Wat ik bedoel te zeggen is dit; de overheid, beheerder van ons belastinggeld, heeft ook recht op spetterende seks en de best mogelijke bassist.

Ik ben erg voor de praktische oplossing die Fredo Schotanus hiervoor aandraagt. Hij zegt: begin bij het nadenken over een nieuwe aanbesteding altijd met 33,3% prijs, 33,3% ‘gewone’ kwaliteit en 33,3% impactcriteria. Ga dan nadenken over wat realistisch is en betrek de markt daarbij. Je kunt geweldige dingen bedenken over inclusie maar in sommige branches is überhaupt geen personeel te krijgen, laat het dan weg en verander de verhouding naar een die past bij die aanbesteding. (40/40/20 of 20/20/60)

Denk ook na of de impactcriteria wel onderscheidend zijn, en of bedrijven hier wel verschillend op kunnen scoren, zo niet, neem ze dan op als eisen en baseer de gunning op de ‘gewone’ kwaliteitscriteria.

Als iedereen dit nu eens bij elke aanbesteding zou gaan doen dan hoeven er ook geen beleidsplannen over duurzaamheid meer te worden geschreven.

En of de koning naar Qatar moet? Ik wens het kabinet veel wijsheid toe.

Theo van der Linden

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert november 2022

Wat is er gebeurd?

Een voorlopige gunningsbeslissing is door een aanbestedende dienst ingetrokken nadat de partij aan wie de opdracht voorlopig is gegund, niet blijkt te voldoen aan de geschiktheidseisen. Deze partij beschikt namelijk (nog) niet over de vereiste certificaten of gelijkwaardige certificaten. Vervolgens is de aanbestedende dienst een mededingingsprocedure met onderhandeling gestart met de andere inschrijver. Deze inschrijver is uitgesloten van de aanbestedingsprocedure vanwege een niet-besteksconforme inschrijving door het onvoldoende scoren op de gunningscriteria. Hier kan de inschrijver, aan wie de opdracht oorspronkelijk was gegund, zich niet in vinden. De inschrijver stelt onder meer dat de aanbestedende dienst de mededingingsprocedure met onderhandeling niet had mogen starten met de andere partij, en had moeten heraanbesteden. Deze partij heeft namelijk een onregelmatige inschrijving gedaan, en voldoet niet aan de formele eisen van de aanbestedingsprocedure als bedoeld in artikel 2.30 in samenhang met artikel 2.28 Aanbestedingswet 2012.

Het resultaat

Relatie tot de praktijk

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Jetten verlengt ontheffing gascontracten Gazprom

In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Jetten van Klimaat en Energie aangekondigde een ontheffing te verlenen aan aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die verzoeken meer tijd te krijgen voor het opzeggen van contracten met SEFE Energy Ltd. De ontheffing gold in eerste instantie tot 10 oktober 2022 en is nu verlengd tot en met 31 maart 2023. SEFE Energy Ltd is het voormalig Gazprom uit Rusland.

Duidelijkheid
Uit het vijfde sanctiepakket van de Europese Unie vloeide voort dat alle aanbestedende diensten en speciale-sector bedrijven hun contracten met Russische partijen op moesten zeggen voor 10 oktober 2022. Jetten verleent nu ontheffing op de categorie gas. Het ministerie heeft inmiddels ruim 30 aanvragen van meer dan 300 partijen behandeld en grotendeels toegekend. Om duidelijkheid te scheppen is de ontheffing voor opzegging nu algemeen verlengd tot 31 maart 2023.

Meerkosten
Naast de verleende ontheffing is er ook een tegemoetkoming ingesteld voor de periode 10 oktober 2022 tot en met 31 december 2022 voor partijen die hun contract opzegden terwijl ze in eerste instantie tot 31 december 2022 een lopend contract hadden. Deze partijen voelen zich benadeeld, omdat zij nu duurdere contracten hebben dan ze met Gazprom hadden. De meerkosten die zij nu maken worden door de overheid vergoed. Met partijen die contracten hadden tot ná 1 januari 2023 gaat het ministerie in gesprek om te onderzoeken of zij een tegemoetkoming nodig hebben of met verruiming van de ontheffingsmogelijkheid tot en met 31 maart 2023 zijn geholpen. 

Partner van Aanbestedingscafé:

TenderNed opnieuw gecertificeerd voor ISO27001

TenderNed heeft een hercertificering voor ISO27001 gekregen na een externe audit eerder deze maand. Dat betekent dat de informatiebeveiliging voor het tiende jaar op rij van hoog niveau is. In een persbericht zegt TenderNed trots te zijn het certificaat te mogen behouden. “Zo weten onze gebruikers dat we voldoen aan deze strikte internationale norm en goed omgaan met de beveiliging van privacygevoelige informatie en informatie over aanbestedingen.”

ISO27001 biedt een kader voor waarborging van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie in een organisatie.

Bron: Tenderned

Partner van Aanbestedingscafé:

Wetswijziging maakt Bibob toepasbaar bij open-house inkoop

Door wijzigingen in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is deze sinds 1 oktober ook geschikt om te gebruiken bij open-house inkoopprocedures. Open-house wordt voornamelijk toegepast bij inkoop binnen de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Zorgaanbieders die hun diensten aan inwoners van een gemeente willen aanbieden kunnen in een open-house procedure worden toegelaten. Dat werd voorheen niet als formele aanbesteding gezien, omdat er meerdere aanbieders worden geselecteerd binnen zo’n procedure. Zij sluiten leveringsovereenkomsten met gemeenten waarna ze hun diensten aan individuele gebruikers kunnen leveren.

Om misbruik van zorggelden in het sociaal domein tegen te gaan, is de Wet Bibob nu ook inzetbaar voor open-house procedures. Gemeenten kunnen hiermee voorkomen dat zij bijdragen aan het faciliteren van criminele activiteiten.

Bron: Sociaalweb

Partner van Aanbestedingscafé:

S3E3: Inkopen en aanbesteden tijdens een crisis - UK slechtste


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onze gast in deze podcast is Esmee Peters, buitenpromovendus aan de Universiteit Twente. Centraal onderwerp daarbij is ‘Publieke Inkoop in tijden van crisis’. Ook is zij verbonden aan het PPRC, het Public Procurement Research Centre, waar ze hoofdonderzoeker is van het MASSC-project, waarbij MASSC staat voor MAterial Supply Strategies in a Crisis. Kortom, onze gast weet alles van het inkopen van schaarse materialen in tijden van crisis. Samen met tafelheer Fredo Schotanus vragen we haar wat er anders is aan het inkopen en het doen van aanbestedingen in crisistijden.

Links:

Algemeen:
Vragen of in contact treden met de redactie? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Subjectiviteit bij het toepassen van nadere (BPKV-)criteria

Bij het voorbereiden van aanbestedingen komt regelmatig de vraag naar voren of de nadere criteria niet te subjectief zijn en of dat geen problemen oplevert tijdens de aanbesteding. In deze blog ga ik in op in hoeverre subjectiviteit is toegestaan bij het toepassen van nadere criteria en onder welke voorwaarden.

Inleiding

Er zijn drie mogelijke gunningscriteria om de economisch meest voordelige inschrijving bij een aanbesteding vast te stellen. Gunnen op basis van:

  1. beste prijs-kwaliteitverhouding (hierna: BPKV)
  2. laagste kosten, of
  3. laagste prijs

Een aanbestedende dienst moet in beginsel gunnen op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding (artikel 2.114 lid 3 AW), tenzij gemotiveerd kan worden dat gunnen op laagste prijs of kosten beter past in het specifieke geval. 

Als wordt gegund op basis van BPKV, moeten er nadere criteria (hierna: BPKV-criteria) worden gesteld die bekend worden gemaakt bij de aankondiging van de aanbesteding. De Aanbestedingswet biedt een aanbestedende dienst een ruime mate van vrijheid bij het opstellen van BPKV-criteria. De criteria moeten zich wel uitsluitend richten op de kenmerken van de inschrijving (dus niet van de inschrijver) en betrekking hebben op het voorwerp van de opdracht. Daarnaast moeten de criteria transparant, proportioneel, niet-discriminerend en eenduidig zijn.

Kwalitatieve BPKV-criteria

Er zijn drie typen BPKV-criteria te onderscheiden: 1) prestatiecriteria, 2) prijscriteria en 3) kwaliteitscriteria.

Bij een prestatiecriterium is de kwaliteit te kwantificeren (in de vorm van een prestatie-eenheid) en de kwaliteitswaarde blijkt direct uit de inschrijving (bijvoorbeeld: aantal wegafsluitingen, eerdere levering dan geëist, langere levensduur, etc.). Omdat de gekwantificeerde waarde direct is af te leiden uit de inschrijving, hoeft er geen nadere kwaliteitsbeoordeling meer plaats te vinden. De kwaliteitswaarde wordt bepaald door de prestatie-eenheid te vermenigvuldigen met een prestatie-eenheidswaarde.

Voorbeeld

Iedere dag (prestatie-eenheid) dat het werk eerder wordt opgeleverd, krijgt een inschrijver een fictieve korting van €20.000 (prestatie-eenheidswaarde). Uit de inschrijving blijkt dat het werk 5 dagen eerder wordt opgeleverd dan de geëiste opleverdatum. Derhalve krijgt de inschrijver voor dit prestatiecriterium een fictieve korting van 5 x €20.000 = €100.000. 

Een prijscriterium betreft het prijselement in BPKV en behoeft ook geen nadere kwaliteitsbeoordeling (behoudens op abnormaal lage inschrijving e.d.).

Een kwaliteitscriterium kan alleen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie die scores toekend op basis van de inschrijving (bijvoorbeeld: esthetische kwaliteit, gebruiksgemak, risicobeheersing, etc.). De kwaliteitswaarde wordt bepaald op basis van de score.

Voorbeeld

Voor het BPKV-criterium ‘Gebruiksgemak’ is in de aanbestedingsleidraad opgenomen dat een inschrijver 40 punten krijgt bij een score van 10, 30 punten, bij een score van 8, 20 punten, bij een score van 6, enz. De beoordelingscommissie heeft vervolgens in consensus geoordeeld dat een inschrijving op dit criterium een score krijgt van 6. Aan dit kwaliteitscriterium wordt dan een kwaliteitswaarde van 20 punten toegekend.

Bij kwaliteitscriteria doemt vaak de vraag op of die (te) subjectief zijn en in hoeverre dat mag. De kwaliteit is immers niet volledig objectief en zonder oordeel van één of meerdere personen vast te stellen. Uit de Aanbestedingswet, vaste jurisprudentie en adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts blijkt dat een zekere mate van subjectiviteit is toegestaan. Wel moeten daarbij een aantal zaken in acht worden genomen waarop ik hieronder in zal gaan.

Toepassen van subjectieve BPKV-criteria

Zoals gezegd heeft een aanbestedende dienst een grote mate van vrijheid bij het optellen van BPKV-criteria, en wordt bovendien niet verwacht dat exact wordt omschreven hoe de inschrijver een bepaald kwaliteitscriterium moet invullen om een maximale score te kunnen behalen (want dan zou elke concurrentie en inventiviteit uit de markt worden gehaald). Dit biedt dus veel ruimte om kwalitatieve criteria te formuleren die een zekere mate van subjectiviteit bevatten.

Daarnaast is het zo dat de aanbestedende dienst ook een grote mate van vrijheid heeft bij het beoordelen en toekennen van scores aan dergelijke criteria. Bij een gerechtelijke procedure over een gunningsbeslissing toetst een rechter slechts marginaal. Dit omdat deze niet op de stoel van de aanbestedende dienst wil gaan zitten en bovendien niet beschikt over de benodigde expertise om inschrijvingen te (her)beoordelen. Een rechter zal dus doorgaans uitsluitend een rechtmatigheidstoets doen. Hierbij zijn de volgende drie zaken van belang: 1) duidelijkheid van de kwaliteitseisen, 2) objectief beoordelingssysteem en 3) de motivering van de gunningsbeslissing.

1. Volstrekte duidelijkheid kwaliteitseisen

In de eerste plaats is het vereist dat op het moment van inschrijven volstrekt duidelijk is aan welke kwaliteitseisen de inschrijving moet voldoen en wat er van inschrijver wordt verwacht. Alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers moeten in staat zijn de criteria op dezelfde wijze te interpreteren.

2. Objectief beoordelingssysteem

In de tweede plaats moet er sprake zijn van een zo objectief mogelijk beoordelingssysteem. Dit houdt concreet in dat:

  1. Er sprake moet zijn van zoveel mogelijk objectivering bij de formulering van de BPKV-criteria en beoordelingsaspecten;
  2. De inschrijvingen door meerdere deskundige beoordelaars worden beoordeeld; en
  3. De beoordelingssystematiek op gelijke wijze wordt toegepast op alle inschrijvingen.

Chen (2015)* omschrijft het zo “…een systeem dat, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, in redelijkheid voldoende objectief is om een betrouwbaar onderscheid te kunnen maken tussen de ingediende inschrijvingen.”

3. Goede motiveringsbeslissing

Tot slot is het bij kwalitatieve BPKV-criteria extra van belang dat de gunningsbeslissing uitvoerig wordt gemotiveerd. De inschrijver moet de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden kunnen toetsen en kunnen controleren of de beoordeling de gunningsbeslissing rechtvaardigt.  Op grond van artikel 2.130 AW is het verplicht om de relevante redenen voor die beslissing te omschrijven en in ieder geval de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde.

Conclusie

Als volstrekt duidelijk is wat er van de inschrijving en inschrijvers wordt verwacht, het beoordelingssysteem zo objectief mogelijk is gemaakt en op alle partijen gelijk wordt toegepast, is een subjectief BPKV-criterium voldoende geobjectiveerd. Als vervolgens de motivering in de gunningsbeslissing zodanig is dat partijen goed kunnen bepalen hoe het oordeel tot stand is gekomen, zal de toepassing van een subjectief BPKV-criterium een rechtmatigheidstoets doorstaan.

* Chen, T.H. (2015). Beoordeling van kwaliteit: wat is een zo objectief mogelijk systeem? Tijdschrift Aanbestedingsrecht, nr. 6 (91).

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijksvastgoedbedrijf verwacht 1,5 miljard aan aanbestedingen

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) verwacht de komende 2 jaar zo’n 1,5 miljard aan bouwprojecten en onderhoud in de markt te zetten. De ‘Inkoopplanning Oktober 2022’ biedt zicht op de aankomende projecten. Met name Defensie gaat veel geld uitgeven: zo’n 600 miljoen euro.

Grote aanbestedingen
Ondanks de onzekere tijden, investeert het RVB in verschillende bouwprojecten en onderhoud. De planning opent met een klimaatneutraal boekenmagazijn voor de Koninklijke Bibliotheek in Midden-Delfland. Ook de nieuwbouw van het Justitieel Complex Vlissingen met een waarde van meer dan 100 miljoen euro valt op.

Defensie
In de categorie 50 tot 100 miljoen euro zijn de onderhoudscontracten voor de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde en voor vliegbasis Gilze-Rijen interessante opdrachten. Het gaat om een integraal, tienjarig onderhoudscontract met per locatie 1 hoofdaannemer. Deze nieuwe aanpak moet planning en uitvoering van het onderhoud verbeteren en verstoring voor het werk van Defensie verminderen. Defensie gaat daarnaast op verschillende locaties nieuwbouwen.

Duurzaamheid en circulariteit
Het RVB zet in op duurzaamheid en circulariteit. Daarom bevat iedere aanbesteding vanaf januari 2023 minimale circulariteitseisen. Uiteindelijk moet het aandeel niet-duurzame materialen in aanbestedingen halveren. Hiervoor in de plaats moeten hergebruikte en biobased materialen worden gebruikt. Ook aan de bouwplaats worden vanaf 2023 contracteisen gesteld, deze moet emissiearm zijn door bijvoorbeeld elektrische machines te gebruiken en bouwmateriaal zo schoon mogelijk aan te voeren.

Planning
De huidige inkoopplanning is de tweede van dit jaar. Voorheen lag de grens bij projecten van minimaal 5 miljoen euro. Dat is nu verlaagd naar 1,5 miljoen euro zodat ook architecten-, ontwerp- en adviesbureau inzicht in de planning hebben. De volgende inkoopplanning staat voor maart 2023 op de agenda.

Bron: Rijksvastgoedbedrijf

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoogleraar Fredo Schotanus bepleit verder te kijken dan minimale eisen

Hoogleraar Fredo Schotanus, die op 1 juli zijn oratie aan de Universiteit Utrecht hield, pleit in magazine Deal! voor een beloning wanneer marktpartijen meer doen dan de minimale eisen in een aanbesteding. Door enkel te voldoen aan de minimale eisen waaraan producten of diensten moeten voldoen, wordt er te weinig geïnnoveerd, vindt Schotanus. Hij zou graag zien dat marktpartijen die meer willen doen dan wordt gevraagd een beloning krijgen, bijvoorbeeld via de gunningscriteria. De prikkel om te innoveren moet hiermee groter worden.

Schotanus meent dat de meeste inschrijvers best willen innoveren, maar daartoe nu simpelweg niet gestimuleerd worden. Inkopers moeten niet doorslaan en het allerhoogste eisen. Wel kan het bijvoorbeeld zinnig zijn te eisen dat niet alles, maar een bepaald percentage van een product gerecycled kan worden. Zo worden innovatieve partijen in de markt gestimuleerd betaalbare en goede oplossing te realiseren.

Bron: Facto

Partner van Aanbestedingscafé:

‘Zet maatschappelijke impact centraal bij aanbestedingen’

Sociaal ondernemer Jack Stuifbergen is directeur-eigenaar van schoonmaakbedrijf Breedweer Facilitaire Diensten. Hij vertelt in gesprek met Sander van den Broek en Fredo Schotanus in Podcast De Gunningsfactor hoe hij als sociaal ondernemer omgaat met aanbestedingen: ‘Maatschappelijk rendement zou moeten meewegen in elk aanbestedingstraject.’

Het bedrijf van Stuifbergen verkoopt geen diensten, maar impact. In 2009 won de ondernemer zijn eerste Europese aanbesteding, waardoor hij wel moest nadenken over zijn bedrijfsmodel. “Op dat moment kon ik geen mensen vinden die enthousiast waren over het schoonmaakvak. Toen las ik in een advertentie van het UWV dat 30.000 WaJong’ers op zoek waren naar een werkgever. Ik dacht: “kat in het bakkie.” Eén van de kandidaten die de ondernemer via het UWV op gesprek kreeg, was Linda. Stuifbergen bood haar een opleiding aan en was zelf aanwezig bij haar diploma-uitreiking. “Ze kwam naar me toe om me te bedanken. Ze zei: ‘bij mij thuis zeiden ze dat ik het niet zou kunnen, dat ik te dom ben. Nu kan ik laten zien dat ik het wel kan.’ Dat heeft mij doen besluiten mijn bedrijf te veranderen in een bedrijf dat kansen biedt aan mensen die aan de zijlijn staan. Ik wil zo veel mogelijk kwetsbare doelgroepen een plek bieden waarin ze zichzelf zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien.”

Impact first

Onder het motto ‘impact first’ werd het hele bedrijfsmodel aangepast. De dienstverlening wordt gebruikt om maatschappelijke impact te maken. Stuifbergen wil hiermee zo veel mogelijk kwetsbare groepen bestaansrecht geven, opleiden en ontwikkelen. Concreet betekent dit dat Breedweer bij elke opdracht minimaal 30% mensen uit een kwetsbare positie inzet. “Als je impact wil maken, moet je daar ook de ruimte voor krijgen. Daarom richten wij ons op de wat grotere opdrachtgevers, zoals de Rijksoverheid, overheid, semi-overheid, maar ook corporate bedrijven. Dankzij overheidsopdrachten kun je een grote onderneming worden die veel impact maakt. Maar ook de corporates kloppen steeds vaker bij ons aan, ook omdat zij vanaf 2024 moeten gaan rapporteren over hun maatschappelijke impact. Wij maken voor hen inzichtelijk en controleerbaar wat het maatschappelijk rendement is. Door deze aankomende rapportageverplichting hebben sociaal ondernemers goud in handen.” Breedweer is zelf een mooi voorbeeld van zo’n succesverhaal: het is inmiddels één van de vijf snelst groeiende bedrijven van Nederland volgens Erasmus University of Entrepeneurship.

Als sociaal ondernemer ontvang je vergoedingen en subsidies van de overheid. Stuifbergen: “Ik ben eigenlijk wars van subsidies, want ons doel is het creëren van maatschappelijk rendement. Subsidie hebben we wel nodig, maar dat noemen we outputgerichte compensatie. Iemand met een verminderd arbeidsvermogen is ook minder productief. Dus hebben we die compensatie nodig om een duurzaam businessmodel in stand te kunnen houden.”

Participeren met gemeenschapsgeld

De ondernemer heeft nog wel wat tips voor zowel ondernemers die sociaal willen ondernemen, als de aanbestedende diensten: “Inschrijvers moeten goed de stukken lezen en onderzoek doen naar de vraag achter de vraag. Wat drijft de overheidsinstelling ertoe de aanbesteding op deze manier uit te schrijven? En de aanbestedende diensten die schoonmaak aanbesteden, stellen vooral eisen aan de schoonmaak zelf: welk doekje er gebruikt wordt en welke boete je krijgt als er niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Zij zouden juist meer eisen moeten stellen aan maatschappelijk rendement. En dan niet met een bepaald percentage, zoals 5% social return. Laat de inschrijver maar aantonen wat hij kan bereiken. Daarnaast wordt de inschrijving nog te vaak beoordeeld door iemand die niet goed begrijpt wat wij hebben neergezet. Dat te lage kennisniveau is één van mijn grote frustraties.”

Tot zijn klantenkring mag Stuifbergen inmiddels ook defensie rekenen. “Daar zouden met name decentrale overheden, basisscholen, scholengemeenschappen een voorbeeld aan kunnen nemen. Ze vergeten wel eens dat ze participeren met gemeenschapsgeld. Maak maatschappelijk rendement onderdeel van je uitvraag. Dit zou moeten meewegen in ieder aanbestedingstraject.”

klik hier om de podcast te beluisteren.

Partner van Aanbestedingscafé:

Europese Commissie eist nieuwe regels bij aanbesteding hoofdrailnet

De Europese Commissie tikt de Nederlandse overheid op de vingers bij de aanbesteding van het hoofdrailnet. Vanaf 2025 geldt er nieuwe regelgeving die de concurrentie – en daarmee de marktwerking – in het Europese openbaar vervoer vergroot. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil eind volgend jaar het spoornet voor 10 jaar onderhands aan de Nederlandse Spoorwegen (NS) gunnen. De gunning zou ingaan in 2025 en daarmee duren tot 2035.

Complex
De overheid redeneert dat het openbaar vervoer op het Nederlandse spoorwegnetwerk te complex is om aan te besteden. De Europese Commissie gaat niet akkoord met de oplossing om het net voor 10 jaar te gunnen aan de NS. De Commissie vindt dat de nieuwe regels moeten worden aangehouden, omdat de gunning eind volgend jaar gaat over treinen die in 2025 gaan rijden.

Juridische procedure
Voorlopig blijft het ministerie bij het besluit om de gunning onderhands exclusief aan de NS te gunnen. De Europese Commissaris voor Transport is een juridische procedure begonnen over de kwestie. De commissaris bleek al in juli een brief te hebben gestuurd aan staatssecretaris Heijnen over de aanbesteding van dit spoorcontract.

Vroege aanbesteding
De NS claimt dat 1 samenhangend netwerk van intercity’s en sprinters het beste is voor de dienstverlening. Daardoor hoeft 80 procent van de reizigers niet over te stappen. De eurocommissaris eist nu in elk geval een marktanalyse van het ministerie om te inventariseren of er andere gegadigden dan de NS zijn voor de aanbesteding. Het ministerie wil daarin niet meegaan en wijst op een uitzondering in de Europese regels. Deze vervalt echter eind 2023. Het kabinet wil de concessie die in 2025 ingaat daarom vóór kerst 2023 aan de NS gunnen.

Discussie
Overige partijen in de markt noemen de onderhandse gunning ‘oneerlijk’ en ‘in strijd met Europese regels voor marktwerking op het spoor’. Zij maken al langere tijd bezwaar tegen de procedure. Het kwam al eens tot een rechtszaak waarin de rechter het ministerie uiteindelijk opriep informatie bij de Europese Commissie in te winnen. De antwoorden uit Brussel wilde het ministerie lange tijd niet openbaar maken. Nu dat wel is gebeurd, staat de hele procedure alsnog ter discussie.

Bron: NRC, BNR

Partner van Aanbestedingscafé:

De laagste kwaliteit voor de hoogste prijs

Torenhoge energieprijzen en schokkende inflatie; we zitten in een tijd waarin we ieder dubbeltje moeten omdraaien. Maar wonder boven wonder: het kabinet verkondigde trots dat de staatskas al die tijd dik gevuld was! Na alle steunpakketten van de afgelopen crisisjaren bleek er zelfs een potje van 16 miljard (!) beschikbaar voor alle lage en middeninkomens. Duizend euro per Nederlander. Dachten we het moeilijk te hebben, blijkt alles opgepot.

Hier zit precies de grote denkfout van het kabinet. Potjes zijn geen oplossing. Potjes zijn datgene wat je nodig hebt zodra je een oplossing hebt bedacht.

Geween en getandenknars

Als domineeszoon moest ik denken aan de parabel van de talenten. Een man die op reis gaat vertrouwt z’n muntstukken (“talenten”) toe aan zijn drie dienaars. De ene krijgt vijf talenten, de tweede twee en de derde één. De eerste twee zetten hun muntstukken gelijk in, met de hoop er meer mee te verdienen. Maar de derde begraaft z’n ene muntstuk veilig in een gat in de grond.

Toen de man terugkwam ging hij z’n drie dienaars langs. De eerste toverde door hard werken geen vijf, maar tien talenten tevoorschijn. De meester was tevreden over z’n bekwaamheid, nodigde hem uit voor een feestmaal en stelde hem naast die tien talenten verantwoordelijk over een veel groter bedrag. Ook de tweede had zijn inleg verdubbeld, en daarmee een feestmaal en een grotere verantwoordelijkheid verdiend.

De derde dienaar vertelde dat hij het muntstuk had verborgen en weer veilig had opgegraven. De meester was woest, en zei dat hij bij de bank al meer rente had kunnen krijgen dan hij nu had verdiend. Hij pakte de dienaar zijn ene muntstuk af, gaf het aan de dienaar met tien talenten en stuurde de falende knecht in de duisternis met zijn “geween en getandenknars”.

Diepe broekzakken

In plaats van trots vertellen hoe diep de broekzakken wel niet zijn, zou het schaamrood het kabinet op de kaken moeten staan. Want die asiel-, woon-, zorg-, klimaat-, stikstof-, corona- en koopkrachtcrisis komen allemaal niet uit de lucht vallen. Voor een groot deel is dat juist een gevolg van die jarenlange bezuinigingen. Terwijl er dus blijkbaar voldoende geld beschikbaar was, is er al die tijd beknibbeld op begeleiders en opvanglocaties, worden leraren permanent onderbetaald en belasten we zorgpersoneel met een voortdurende administratiedruk. Het voelt letterlijk als het begraven van onze nationale talenten.

Laagste kwaliteit voor de hoogste prijs

Dat is deels ook een gevolg van EMVI-aanbestedingen. Want jarenlang hebben we geschreven en gegund op basis van de beste kwaliteit en de laagste prijs. Beiden hebben we proberen te objectiveren. Kwaliteit in een aantal gunningscriteria, en prijs in uurtarieven, productprijzen en opslagpercentages. Hier op Aanbestedingscafé hebben we veel gesteggeld over hoe objectief die gunningscriteria wel of niet zijn, en hoe moeilijk het is om kwaliteit te meten.

Maar is het juist niet de prijs die we al die tijd verkeerd hebben gemeten? Want iedere aanbesteding die vraagt om prijzen voor de komende paar jaar vergeet de belangrijkste kosten mee te nemen: de kosten voor de lange termijn. En dat is waar we nu de prijs voor betalen. De stijgende prijzen zijn de eerste tekenen van de werkelijke kosten die schuil gaan achter onze jarenlang vanzelfsprekende grondstoffen. Boze boeren, families die hun energierekeningen niet kunnen betalen; het is het resultaat van jarenlang de werkelijke kosten negeren.

Achterstallig onderhoud

En dat is pas het begin. Willen we een comfortabele toekomst zullen we achterstallig onderhoud moeten gaan plegen. En dat betekent geld uitgeven aan de juiste maatregelen, eerlijk zijn over de kosten die dat op de korte termijn betekent en transparant zijn over de besparingen en de meerwaarde op de lange termijn. Voor inschrijvers betekent dat innovatieve plannen schrijven voor een bestendige toekomst. En voor beoordelaars betekent het dat ze zich beseffen dat de beste kwaliteit voor de laagste prijs hopeloos verouderd is.

Partner van Aanbestedingscafé:

Columnisten gezocht!

Heb je een pittige mening? Iets bijzonders waargenomen? Of iets dat inkoopland niet mag missen? Dat komt goed uit! De redactie van AanbestedingsCafe zoekt namelijk columnisten.

Vind je het leuk om te schrijven en kun je je committeren aan een frequentie van 4 tot 6 keer per jaar? Neem dan contact op met de redactie ([email protected]).

Wie weet staat jouw column dan binnenkort in de spotlight voor het grootste Nederlandse aanbestedende publiek!

Partner van Aanbestedingscafé:

Stoppen bij geel

In artikel 68 van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 staat onder meer dat je “bij geel licht moet stoppen” tenzij “de bestuurder het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is”. In dat geval “mag de bestuurder doorrijden”. Mijn kinderen hadden dus gelijk toen ik laatst extra gas gaf om niet te hoeven stoppen voor rood. Wat ik deed was niet toegestaan. Wel kan ik ze de volgende keer uitleggen dat het verkeerslicht niet oranje is, maar geel. Minor detail, maar leuk gespreksonderwerp om met de achterbank te voeren.

Vermoedelijk zullen de meeste weggebruikers het “stoppen als het redelijkerwijs niet mogelijk is” zo veel mogelijk oprekken. Zoals alle wetten en regelingen zo veel mogelijk in het eigen voordeel worden opgerekt. Veel maatschappelijke verontwaardiging over misstanden gaan dan ook niet over of iets wel of niet mag, maar of het moreel gezien kan. Zijn de regels niet te ver opgerekt? Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de discussie rond belastingontwijking: het is, in tegenstelling tot belastingontduiking, toegestaan. Of het gewenst is, is een tweede. Zeker als aan de ene kant de mogelijkheden om te ontwijken maximaal worden uitgepond en aan de andere kant subsidies en publieke steun wordt gevraagd. Voer voor ethici, rechtsfilosofen en moraalridders.

Als wordt gekeken naar het aanbestedingsrecht, kan de vraag worden gesteld of publieke opdrachtgevers bij geel moeten stoppen of juist extra gas mogen geven? De richtlijn voor een stoplicht is dat deze 3,5 seconden op geel staat. Een aanbestedingsprocedure kent gelukkig een iets langere doorlooptijd. De vraag of “stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is” lijkt in deze eenvoudig te beantwoorden: ja, stoppen is (bijna) altijd mogelijk! Zeker omdat de Aanbestedingswet voldoende ruimte biedt voor spoedeisende gevallen zoals hulpdiensten die door rood mogen rijden tijdens noodsituaties.

Als het uitgangspunt is dat het oprekken van aanbestedingsregels leidt tot extra werk, meer kans op fouten en hogere kosten, kan worden gesteld dat “roomser zijn dan de paus” geen slecht startpunt is voor publieke aanbestedingsprocedures. Wanneer “roomser zijn dan de paus” wellicht te veel gevraagd is, kan “even rooms zijn als de paus” al een mooi streven zijn. Dus niet alleen binnen de regels maar ook binnen de geest van de wet blijven! Waar in de openbare ruimte corrigerende maatregelen worden genomen als de geldende verkeersregels veelvuldig worden overtreden (drempels, flitspalen et cetera), is het afwijken op het eigen inkoopbeleid of het aanbestedingsrechtelijke equivalent van belastingontwijking minder vatbaar voor correcties. Evaluaties als wordt afgeweken van het inkoopbeleid of na afronding van een noodverband-aanbesteding, vinden zelden plaats doordat de waan van de dag blijft regeren. En zoals in heel arbeidsland, zijn ook in aanbestedingsland de nodige tekorten en capaciteitsproblemen. De waan van de dag is daardoor waanzinnig geworden.

Stoppen bij geel zou daarom een mooi startpunt zijn.

Met stoppen voor geel ontstaat een tweede voordeel. De interne discussies tussen de afdeling inkoop enerzijds en de operatie en de (politieke) leiding anderzijds zouden minder complex moeten zijn. Iets kan wel of iets kan niet, geen ingewikkelde maatwerkconstructies omdat “juist deze aanbesteding zo uniek is”. De kans is namelijk reëel dat binnen een maand een nieuwe unieke aanbestedingsprocedure moet worden opgestart. Uniek is een rekbaar begrip waardoor de waan van de dag een dwingend keurslijf wordt met unieke uitdagingen. De uniciteit van veel aanbestedingen komt echter voort uit verkeerde (of te late) beslissingen in het voortraject. Lees: buiten de invloedsfeer van de inkopende afdeling. Als de inkopende afdeling vervolgens té klantgericht of té flexibel is, wordt de procedure niet alleen onnodig complex, maar worden ook de collega’s in het voortraject de prikkel ontnomen het de volgende keer anders te doen. Af en toe “nee” zeggen draagt bij aan het verbeteren van de eigen organisatie: een lagere werkdruk en een lerende organisatie, meer win-win is bijna niet mogelijk. Met een schuin oog kijkend naar HRM, zien we dat de mensen die geen nee kunnen zeggen, meer vatbaar zijn voor een burn-out. Zeker als deze eigenschap wordt gecombineerd met perfectionisme. De veelomvattendheid en juridische complexiteit van een aanbestedingsprocedure zijn an sich al een uitdaging voor perfectionisten. Laat staan als ook nog wordt afgeweken van de bestaande paden. Stoppen met geel is daardoor niet alleen goed voor een organisatie, maar ook voor haar medewerkers. Of het zinvol is om voornoemde aanbestedingsproblematiek met de achterbank te bespreken, betwijfel ik. De vraag of het verkeerslicht geel of oranje is, zal voorlopig voldoende diepgang bieden.

Partner van Aanbestedingscafé:

Douane ziet geen veiligheidsrisico in gebruik Chinese scanners

De Nederlandse douane blijft scanners van de Chinese producent Nuctech gebruiken. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van veiligheidsexperts over spionagegevaar, blijft de douane de scanners gebruiken voor controles op Schiphol en de Rotterdamse haven. Nuctech wordt vooralsnog niet uitgesloten van deelname aan aanbestedingen.

Onderzoeken en aanbevelingen
De Chinese staat is deels eigenaar van Nuctech. Daardoor is de kans reëel dat de scanners worden gebruikt voor spionage of dat data gemanipuleerd of misbruikt wordt. Door de kritiek van experts kwamen er aanvullende onderzoeken naar de genoemde risico’s. De aanbevelingen omtrent eventuele kwetsbaarheden in de beveiliging van de scanners worden doorgevoerd, zegt de directeur van de douane in Rotterdam. Wat de aanbevelingen precies zijn en wat de aanpassingen zijn, is niet bekend. De rapporten zijn aangemerkt als staatsgeheim.

Lange relatie
Nuctech kan voorlopig blijven meedoen met de aanbestedingen. Volgens de Rotterdamse douanedirecteur kunnen er geen data uit de scanners naar China worden verzonden. Nuctech en de douane hebben een lange relatie. Het bedrijf levert al 20 jaar producten aan de douane, momenteel zijn er 80 scanners van het bedrijf in gebruik. In totaal gebruikt de overheid 100 veiligheidsscanners om goederen op illegale waar te controleren.

Aanpassingen
Ook Nuctech heeft aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van PwC doorgevoerd. De Nederlandse plaatsvervangend ceo stelt dat het gaat om maatregelen omtrent wachtwoorden en software updates. Hij benadrukt dat producenten uit andere landen eveneens aanpassingen hebben moeten doen.

Aanbestedingen
De aanbestedingen zijn door het voornoemde onderzoek veranderd. De eisen op het gebied van cybersecurity zijn vanaf nu gewaarborgd doordat ze zijn toegevoegd aan de tenders. Daarnaast is er op verzoek van de douane een tweede onderzoek gestart naar de risico’s van scan- en detectieapparatuur.

Politiek
Politici blijven wantrouwend over het gebruik van Chinese apparatuur. Het Europees parlement nam onlangs een strategisch rapport aan voor een Europees industriebeleid. Zo moet de afhankelijkheid van China worden verminderd. De Europese commissie werkt eraan om bij publieke aanbestedingen niet alleen naar de prijs te kijken. De strategische component moet een belangrijker rol gaan spelen.

Bron: fd

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingen Rijkswaterstaat onder de loep genomen

Een onderzoeksrapport over ruim tachtig infraprojecten van Rijkswaterstaat (RWS) tonen aan dat er veel mis is bij de organisatie. Onderzoeksbureaus AT Osborne, PWC en Horvat & Partners analyseerden tientallen projecten in opdracht van minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat. Alle projecten kwamen tussen 2010 en 2019 op de markt. Nadat het onderzoek in juli werd afgerond, ontving de Tweede Kamer de resultaten eind september.

Hogere kosten
De onderzoekers constateren dat Rijkswaterstaat na gunning van projecten snel vervalt in discussies over risico’s die ze eerder niet aan zag komen. Mede hierdoor zijn projecten gemiddeld vijftien tot zestien procent duurder dan in eerste instantie werd aangenomen. Dit patroon van stijgende kosten en overschrijding van begrotingen ontstaat doorgaans ná aanbesteding.

Conclusies
Opvallend is dat er vaak zwakke aannames worden gedaan bij begrotingen van projecten. Daarnaast worden onzekerheden regelmatig vooruitgeschoven, waardoor ze in latere projectfasen alsnog voor moeilijkheden zorgen. Ook schuift RWS aanbestedingsmeevallers heen en weer om zo andere projecten te kunnen financieren. Dat leidt uiteindelijk tot problemen. Daarnaast grijpt RWS soms te laat in als zaken daadwerkelijk mis dreigen te gaan.

Interne problemen
Intern is er voor RWS ook het nodige te winnen. Zo constateren de onderzoekers dat de cultuur moet veranderen, zodat transparantie over onzekerheden beter wordt gecommuniceerd. Ook het bemannen van goede projectteams kan beter, waardoor technische oplossingen van marktpartijen beter kunnen worden beoordeeld.

Verbetertrajecten
Minister Harbers verwacht dat de onzekerheden in grote infraprojecten van alle tijden zullen zijn. De vraag is wat hem betreft vooral hoe daarmee om wordt gegaan. Hij kondigt vooralsnog geen nieuwe maatregelen aan, maar wijst wel op twee verbetertrajecten die lopen binnen het ministerie. Die hebben als doel onzekerheden en oorzaken voor kostenstijgingen eerder te signaleren. Daarnaast moeten er nieuwe afspraken komen over het versoberen van projecten, de verdeelsleutel tussen partijen bij tegenvallers en het gefaseerd uitwerken en realiseren van het project.

Constateringen minister
De minister constateert dat de technische kennis bij RWS de laatste jaren is verslechterd waardoor bij grote projecten te veel risico’s bij marktpartijen terecht kwamen. Daarnaast was er tot 2018 geen eigen ontwerpafdeling waardoor de staat van het eigen areaal niet goed in beeld was.

Complex
Het is de bedoeling nieuwe contract- en aanbestedingsvormen te gebruiken om de relatie tussen RWS en de markt te verbeteren. Harbers vindt dat prijzen realistischer moeten worden en dat risico’s beter beheerst en verdeeld moeten worden. Wel benadrukt hij dat grote infraprojecten complex en onvoorspelbaar blijven.

Bron: https://www.cobouw.nl/307909/onkunde-opportunisme-en-struisvogelpolitiek-breken-rws-op-bij-aanbestedingen

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe onderzeeboten duurder dan gepland

Staatssecretaris van Defensie Christophe van der Maat verwacht meer geld nodig te hebben voor de aanschaf van vier nieuwe onderzeeërs. Half november wordt het programma van eisen bekend, dan kunnen de drie fabrikanten die nog meedingen naar de opdracht de offerteaanvraag tegemoet zien. Hoeveel geld er precies extra nodig is, blijft vooralsnog onduidelijk.

Budgetoverschrijding
De staatssecretaris wil ‘de werven uitdagen de beste boten tegen de beste prijs te leveren’. Het bekende budget van 3,5 miljard euro wordt in elk geval wel overschreden. Volgens de staatssecretaris moeten Nederland en de NAVO op de unieke capaciteit van de belangrijke strategische wapensystemen van onderzeeboten kunnen rekenen en is de budgetoverschrijding daarmee gerechtvaardigd.

Samenwerking
Op dit moment zijn er nog drie scheepswerven die meedingen naar de opdracht. Alle drie zijn buitenlandse bedrijven: het Zweedse Saab, het Franse Naval en het Duitse ThyssenKrupp Marine Systems. Zij moeten na eventuele gunning verplicht samenwerken met de Nederlandse industrie voor bijvoorbeeld onderhoud. Dit wordt geformaliseerd in een industriële samenwerkingsovereenkomst met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Op die manier wordt Damen betrokken als Saab de aanbesteding wint en komt IHC in beeld als Naval als beste uit de bus komt.

Extra kosten
In het voorjaar werd al bekend dat de aanschaf van de onderzeeërs meer zou gaan kosten dan verwacht. De kosten vallen nu vermoedelijk nóg hoger uit door onder meer de hoge inflatie en hogere prijzen voor bouwmaterialen. De extra kosten worden deels betaald door Defensie. Dit ministerie krijgt er tot en met 2025 sowieso 14,8 miljard euro bij.

Bron: https://fd.nl/politiek/1453629/miljardenorder-nieuwe-onderzeeers-valt-duurder-uit-ucj2caxYxpjV

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert september 2022

Wat is er gebeurd?
Een ondernemer klaagt dat een aanbesteder, een specialesectorbedrijf, over de periode van 13 juni 2018 tot 11 februari 2022 verschillende aankopen heeft verricht als potentiële leverancier zonder daarvoor enige aanbestedingsprocedure te hebben gevolgd. Hierdoor heeft de klager niet kunnen meedingen naar deze opdrachten, terwijl deze herhaaldelijk zijn interesse in een opdracht heeft geuit. De klager maakt uit de jaarverslagen op dat de aankopen Europees aanbesteed hadden moeten worden. Ook weigert de aanbesteder informatie te verstrekken over de wijze van aankoop. Door dit te weigeren, handelt de aanbesteder volgens klager in strijd met het transparantiebeginsel. De aanbesteder stelt dat van handelen in strijd met enig beginsel geen sprake is en dat de keuze voor de contractuele wederpartij voor de aankopen steeds is gebaseerd op objectieve criteria.

Het resultaat

Relatie tot de praktijk

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Derde trede safety culture ladder vanaf 2025 verplicht bij veiligheid in aanbesteding

Ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) stellen vanaf 1 januari 2025 trede 3 van de Safety Culture Ladder (SCL) verplicht bij Veiligheid in Aanbesteding (ViA). Doordat de SCL-methodiek is gewijzigd, is deze ingangsdatum nu vastgelegd. Vanaf nu zijn certificaten of statements niet meer 1 jaar geldig, maar 3 jaar. Daarbij geldt wel een hercontrole in jaar 2 en 3.

Bedrijven die meedoen in een aanbesteding moeten met ViA aantonen minimaal op trede 2 van de SCL staan. Het uiteindelijke doel van ViA is om veilig gedrag in de hele keten te stimuleren. Door van trede 2 naar trede 3 te gaan, moet de hele keten mee in het realiseren van meer veiligheid.

Vanaf 1 januari 2025, als de nieuwe eis ingaat, is het Approved Self Assessment niet meer mogelijk. Er wordt nog gezocht naar een oplossing voor de proportionaliteit die door het vervallen van dit niveau van bewijsmiddelen ter discussie komt te staan. Ondertekenaars van de GCVB zoeken samenwerking met de sector en brancheorganisaties om dit probleem op te lossen.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/09/veiligheid-in-aanbesteding-vanaf-2025-trede-3-safety-culture-ladder-vereist

Partner van Aanbestedingscafé:

Het Urker syndroom in de architectuur

Het Urker Syndroom (officieel de “ziekte van Van Buchem”) is een aandoening die voornamelijk op Urk voorkomt. Toen Urk nog een eiland was (dus voor de aanleg van de Noordoostpolder), was het immers lastig om een partner te vinden als gevolg van de kleine populatie van potentiële partners. Doordat deze zoektocht soms dicht bij huis eindigde, ontstonden uiteindelijk weeffouten in de genen. Een gesloten systeem vergroot de saamhorigheid, maar heeft dus ook nadelen. Een meer open systeem heeft ook nadelen, maar zorgt wel voor nieuwe inzichten en contacten. Hetgeen soms weer verfrissend kan zijn.

Wat voor nog niet ingepolderde eilanden of voor andere afgesloten samenlevingen geldt, geldt ook voor de dienstensector. Als iets te lang is afgesloten van de buitenwereld, gaat het wat muf ruiken. Soms is de oorzaak een geografische ligging en het ontbreken van een verbinding, in andere situaties is het de interpretatie van de wettelijke kaders. In dit geval de Aanbestedingswet.

De Aanbestedingswet is van kracht sinds 2012 en op 1 november van dit jaar vieren we haar tiende verjaardag. Inmiddels zijn er wijzigen doorgevoerd maar de basis uit 2012 staat nog steeds.

In artikel 2.93 van deze wet staat dat “een ondernemer zijn technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid aantoont op een of meer manieren” hetgeen “afhankelijk is van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten”. Bij het aantonen van deze bekwaamheid geldt dat een referentie niet ouder mag zijn dan vijf jaar (werken) of drie jaar (diensten en leveringen).

De leeftijd van de aanbestedingswet is inmiddels twee of ruim drie keer ouder dan de termijn waarbinnen een referentie mag worden aangeleverd. Kijken we naar het ontwerpen van scholen of ziekenhuizen, dan zien we bij aanbestedingen vaak dezelfde architecten voorbijkomen. Iedereen die in deze sectoren werkt, kan een lijst van architecten opstellen en waarschijnlijk overlapt deze lijst voor 90% met de lijst van een andere ervaringsdeskundige. Heeft een architectenbureau geen ervaring met een school dan kan men niet meer inschrijven. Soms wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen een basisschool en een middelbare school waardoor de ene ervaring niet mag worden ingezet voor het andere project.

Aanbestedende Diensten spelen meestal graag op safe en willen voor een schoolgebouw een architect die al eerder een schoolgebouw heeft ontworpen. Hierdoor is geleidelijk het Urker Syndroom in de architectuur geslopen. Dit is jammer omdat deze dienst juist de aanjager zou moeten zijn voor creatieve en verfrissende ontwerpoplossingen.

Dit is niet alleen jammer, maar ook onnodig.

Is, als het huisvestingsplan en het Programma van Eisen goed zijn uitgewerkt, het echt noodzakelijk om de ervaring van een gelijkwaardig project te hebben? Of kan deze referentie-eis worden verbreed? Als een Aanbestedende Dienst een eis stelt, moet deze voldoen aan het hiervoor genoemde artikel. Maar nergens in deze wet staat dat de eis niet ruimer geformuleerd mag worden. Een bedrijfsverzamelgebouw een zorgcomplex van gelijke omvang zouden ook een goede referentie kunnen zijn voor een schoolgebouw. Een niet te enge referentie-eis sluit daarnaast ook aan bij voorschrift 3.5 F van de Gids Proportionaliteit.

De Aanbestedingswet biedt meer ruimte dan het lijkt en door deze ruimte ook te gebruiken, gaan aanbestedingsresultaten vanzelf minder muf ruiken. Minder muffe aanbestedingsresultaten zijn een mooi cadeau voor deze jubilaris en geven deze wet meteen een goede basis voor het volgende decennium.

Partner van Aanbestedingscafé:

S3E2: geen diensten, maar impact (tafelheer Schotanus)


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Onze gast in deze podcast is Jack Stuifbergen. Hij is directeur eigenaar van schoonmaakbedrijf Breedweer. Op de website van dit bedrijf lezen we dat het geen diensten verkoopt, maar impact. Samen met tafelheer Fredo Schotanus vragen we hem hoe het is om als sociaal ondernemer om te gaan met aanbestedingen.

Links:

Algemeen:
Vragen of in contact treden met de redactie? Mail naar [email protected]

Partner van Aanbestedingscafé:

Innovatiepartnerschap als aanjager innovatiegerichte inkoop nauwelijks gebruikt

Een onderzoek van TenderNed toont aan dat het innovatiepartnerschap nauwelijks wordt gebruikt in aanbestedingen. Twee jaar na de introductie in 2016 werd de procedure 12 keer gebruikt. Na dat hoogtepunt verdween het innovatiepartnerschap langzaam van de radar. Vorig jaar werd het nog slechts 3 keer gebruikt.

Innovatiepartnerschap
Innovatiepartnerschap werd in 2016 in het leven geroepen om innovatiegericht inkopen aantrekkelijker te maken. Ondernemingen liepen niet meer het risico een innovatie te ontwikkelen die ze zelf vervolgens niet uit konden voeren. Het innovatiepartnerschap is bedoeld om een samenwerking te faciliteren tussen aanbestedende diensten en ondernemingen. In de samenwerking is dan opgenomen dat na de ontwikkelfase ook over wordt gegaan tot inkoop van de innovatie. De pre-commerciële en commerciële fase komen hierin samen.

Verwachte voordelen
Het was de bedoeling de administratieve last te verlagen door het innovatiepartnerschap te introduceren. De gedachte was dat een prototype dat tijdens een samenwerking werd ontwikkeld niet meer in een afzonderlijke aanbesteding ingekocht hoefde te worden. De vraag is of dit in de praktijk ook zo uitpakt.

Nadelen uit de praktijk
Nadelen van het innovatiepartnerschap zijn onder meer de lange looptijd en arbeidsintensiviteit. Innovatie kan ook gemakkelijk meegenomen worden in een aanbesteding door functioneel specificeren. Daarnaast willen inkopers in de commerciële fase soms verder kijken dan de bedrijven die deelnamen aan de ontwikkelfase. Door het innovatiepartnerschap is het voor aanbestedende diensten niet mogelijk oplossingen van andere bedrijven in te kopen als zij al een partnerschap zijn aangegaan met specifieke partijen.

Onderzoek
De werkgroep innovatiegericht inkopen buigt zich over de knelpunten bij innovatiegericht inkopen. Eind 2022 informeert minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer over de resultaten en mogelijke vervolgstappen.

Bron: https://www.tenderned.nl/cms/nieuws/innovatiepartnerschap-wordt-nauwelijks-gebruikt

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoeksrapport Deloitte over mondkapjesdeal openbaar

Onderzoeksbureau Deloitte heeft het eerste deel van het onderzoek naar de mondkapjesdeal met Relief Goods Alliance (RGA) naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit het rapport blijkt dat de samenwerking met RGA van onder meer Sywert van Lienden onder grote druk tot stand is gekomen. Wie eindverantwoordelijk is voor het sluiten van de overeenkomst blijft vooralsnog onduidelijk.

Druk vanuit VWS
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) sloot een deal met RGA om zoveel mogelijk mondkapjes in te kopen. Op het moment van de deal was al geen sprake meer van een tekort. Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) raadde de deal om die reden ook af. Onder grote druk vanuit het ministerie werd de overeenkomst toch gesloten. Nog altijd is onduidelijk wie de exacte verantwoordelijkheid heeft. Ook op de vraag wie verantwoordelijk was voor de prijsbeoordeling van de overeenkomst blijft het antwoord vooralsnog uit.

Reactie minister
Minister Helder (VWS) erkent dat er fouten zijn gemaakt bij het sluiten van de deal. Tegelijkertijd wijst zij op de moeilijke omstandigheden in die periode. Ze erkent dat er lessen moeten worden getrokken om in volgende crises duidelijkheid te hebben over rollen en verantwoordelijkheden.

Vervolg
Het nu gedeelde onderzoek is het eerste deel van een reeks van drie onderzoeken. De twee deelonderzoeken zullen later volgen. Een vergelijking tussen verschillende deals is daarna aan de orde. Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/09/16/onderzoeksrapport-deloitte-naar-tweede-kamer

Partner van Aanbestedingscafé:

De rechtbank Den Haag is op de hand van de aanbestedende diensten! 

Begin augustus werd op rechtspraak.nl het vonnis gepubliceerd van een rechtszaak die was aangespannen tegen de Gemeenten Hardenberg en Ommen. Het ging over een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor de reparatie en renovatie van de riolering in de Gemeenten. Opvallend daarbij was dat de uitspraak was gedaan door de rechtbank in Den Haag. Blijkbaar hadden de gemeenten aangegeven dat een eventueel kort geding daar moest dienen. 

Een paar dagen later luisterde ik (tijdens het uitlaten van de honden, ik kan het iedereen aanraden) naar de podcast van Peter Streefkerk en Octavia Siertsema. Zij hadden het over een aantal Limburgse gemeenten die hun rechtszaken over aanbestedingen ook lieten voorkomen in Den Haag. 

Hoe komt dat en waarom is dat? Ik ben bang dat ik daar verantwoordelijk voor ben. Ik zal het uitleggen. 

Een aantal jaren geleden had ik regelmatig stageplekken voor studenten van de Haagse Hogeschool. Een voordeel van stagiaires is dat je ze af en toe in kunt zetten voor klusjes waar je zelf geen zin in hebt. Omdat ik elk half jaar met Suzanne Brackmann een marathon over aanbestedingsrechtszaken organiseerde leek het mij wel aardig om eens te (laten) tellen in hoeveel gevallen de aanbestedende diensten wonnen, en in hoeveel gevallen de inschrijvers wonnen. 

De uitkomst was opmerkelijk. Ik had al eens hetzelfde laten doen voor de adviezen van de commissie van aanbestedingsexperts en daar was de verhouding ongeveer 50/50 geweest. In de helft van de adviezen werd de klacht als gegrond beschouwd, in de andere helft als niet gegrond. 

Bij de rechtbanken was dat echter niet zo. Ik heb het voor verschillende jaren laten tellen en telkens kwam het uit op een verhouding 70/30. In 70% van de gevallen won de aanbestedende dienst, in 30% van de gevallen won de inschrijver. Maar er was in ieder jaar een uitzondering en dat was de rechtbank Den Haag. Daar lag de verhouding op 80/20. 

Ik vond dat interessante informatie dus ik vertelde dat op cursussen, ik heb er volgens mij ook wel eens een blog op linkedin aan gewijd, kortom, het 80/20 verhaal is van mij afkomstig. 

Uiteraard ga je nadenken hoe dat kan komen. Een eerste verklaring die in mij opkwam was dat de rechtbank in Den Haag de regels beter zou kennen, omdat ze nu eenmaal meer zaken deden dan de andere rechtbanken. In die tijd, ik praat nu over zo’n acht jaar geleden, waren er zo’n 200 rechtszaken per jaar en ongeveer 80 daarvan dienden er in Den Haag. (dat is trouwens nu nog steeds zo). Het was dus logisch dat de Haagse rechters er meer verstand van hadden dan een rechter in Overijssel die twee aanbestedingszaken per jaar doet. Toch verklaarde dat niet waarom aanbestedende diensten vaker wonnen. Ergens meer verstand van hebben betekent niet per se dat de overheid in het voordeel is. 

Ook de mogelijkheden van een old-boys-network of vriendjespolitiek kunnen m.i. uitgesloten worden. Aanbestedingsrechters in Nederland zijn volstrekt onafhankelijk en ik ben er 100% van overtuigd dat rechters in Nederland op basis van de feiten proberen een goed oordeel te vellen. Dat ik het soms niet met zo’n oordeel eens ben is een andere zaak, maar de eerlijkheid van Nederlandse rechters staat volgens mij niet ter discussie.  

Maar wat kan dan wel de oorzaak zijn van het verschil tussen Den Haag en de andere rechtbanken? Ik heb geen 100% bevredigend antwoord maar ik heb inmiddels wel een idee.  

Mijn klantenkring bestond tien jaar geleden voor het grootste deel uit lagere overheden (gemeenten, waterschappen, provincies) en inschrijvers (bedrijven). Vanaf 2012 is ook de Rijksoverheid belangrijk geworden en ging ik meer cursussen geven voor ministeries. Mijn cursisten zijn dan meestal inkopers, projectleiders en juristen. Op een gegeven moment viel het mij op dat ik een bepaald verhaal steeds vaker hoorde. Een inschrijver had na de gunning een klacht en dreigde met een kort geding. Het ministerie riep dan de hulp in van de Landsadvocaat die beoordeelde of de klacht terecht was of niet, en hoe groot de kans was dat een eventueel kort geding verloren zou kunnen worden.  

En nu komt het: ik heb diverse malen, van verschillende inkopers en juristen gehoord dat zij vonden dat de Landsadvocaat in hun ogen te snel koos om de aanbesteding, dan maar in te trekken omdat er een behoorlijke kans was dat het kort geding verloren zou worden. Op zich is dit natuurlijk voor een advocaat een uitstekend advies, maar inkopers klaagden vaak, dat ze ook wel nieuwsgierig waren of wat zij bedacht hadden door de rechter goedgekeurd zou worden. 

Toen ik hierover ging nadenken leek dit mij wel een redelijk plausibele verklaring voor het feit dat de rechtbank Den Haag vaker in het voordeel van de aanbestedende dienst beslist. Als je moeilijke zaken vaker intrekt gaat je win-percentage omhoog.  

Ik weet overigens niet of de verhouding in Den Haag nog steeds 80/20 is, ik heb het al jaren niet meer laten tellen, en mijn conclusie is ook geen wetenschappelijk onderbouwde verklaring, maar tot nog toe de enige die voor mij enig hout snijdt. Ik houd me aanbevolen voor andere verklaringen. 

Mijn advies aan aanbestedende diensten in het land, ga lekker naar een rechtbank in de buurt.  

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbesteding 2.000 flexwoningen van start

In de strijd tegen krapte op de woningmarkt heeft minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening opdracht gegeven om 2.000 flexwoningen aan te schaffen. Tegelijkertijd wordt er vanuit de corporatiesector een grotere aanbesteding voorbereid. Hiermee moet de bouwcapaciteit groter en sneller worden, zodat ook komende jaren de bouw door kan gaan.

De aanbesteding van de flexwoningen door het Rijksvastgoedbedrijf valt samen met het aandragen van locaties door gemeenten en corporaties. Hiermee moet het proces van daadwerkelijke realisatie sneller gaan. Ook zorgt grootschalige inkoop via 1 vastgoedorganisatie met inkoopexpertise voor standaardisering en daarmee voor een verkorting van levertijden.

Het is de bedoeling dat in de periode 2022-2024 in totaal 37.500 flexwoningen worden gerealiseerd. Dit jaar nog 7.500 en de 2 daaropvolgende jaren steeds 15.000. Het ministerie heeft een Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting opgetuigd om gemeenten, provincies en corporaties te ondersteunen bij versnelde realisatie van mogelijkheden die zij zien. Het Rijk werkt nog aan een garantstelling om financiële risico’s van projecten op te vangen.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/09/07/het-rijk-versnelt-bouwen-flexwoningen-aanbesteding-voor-2000-woningen-gestart

Partner van Aanbestedingscafé:

Top 10 innovatievriendelijke inkopers in publieke sector

Universiteit Utrecht, TenderNed en PIANOo stelden over 2021 een lijst op van de 10 meest innovatievriendelijke inkopers in de publieke sector. Bovenaan de lijst prijkt de Nederlandse Gasunie. Deze organisatie kocht naar verhouding het meest innovatievriendelijk in. Opvallend in de cijfers is dat innovatievriendelijkheid van aanbestedingen af is genomen ten opzichte van 2019.

Organisaties kregen in de analyse punten voor het gebruik van ‘innovatievriendelijke’ inkoopinstrumenten. Elk instrument kreeg een eigen score. Innovatiepartnerschap, prijsvragen, alle instrumenten werden verschillend beoordeeld. Uit de totale analyse kwam Nederlandse Gasunie met een score van gemiddeld 18,9 punten als beste uit de bus. Op nummer 2 prijkt de NS Groep met 11,5 punten en op nummer 3 het Havenbedrijf in Rotterdam met 11,4 punten. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat sluit de gelederen met een score van 7,7 punten.

Opvallend is dat de innovatievriendelijkheid in Nederland afneemt van 3,2% in 2019 naar 2,7% in 2021.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/gasunie-meest-innovatievriendelijke-publieke-inkoper-2021

Partner van Aanbestedingscafé:

Actieplan Ministerie IenW voor creëren maatschappelijke impact

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een actieplan opgesteld om via het inkoopproces maatschappelijke impact te creëren. Het zogenoemde Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) actieplan is opgesteld voor de periode 2022-2025 en bevat ambities, doelen en acties die verschillende partijen met elkaar afspreken, bespreken en monitoren.

De Rijksinkoopstrategie ‘Inkopen met impact’ krijgt met het actieplan concreter vorm op het Ministerie IenW. Tegelijkertijd is besloten om duurzaamheid in de organisatie te verankeren. Daarmee krijgt het MVI-actieplan inhoud, onder het motto ‘Maatschappelijk Verantwoord Inkopen begint met duurzaam opdrachtgeverschap’.

In aanwezigheid van staatssecretaris Heijnen, die het actieplan eerder al ondertekende, vindt de feestelijke ondertekening op 13 oktober plaats. Die datum markeert de gezamenlijke start met maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven én inkopen voor bestuurders van toetredende partijen. Alle partijen die zich bij het manifest aansluiten, stellen een actieplan MVOI op. Al deze actieplannen worden op PIANOo gepubliceerd en dienen als inspiratie. Zo kunnen alle overheden doelbewust inkoopkracht inzetten om meer duurzame en sociale keuzes te maken.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/eerste-actieplan-mvoi-2022-2025-gepubliceerd

Partner van Aanbestedingscafé:

S3E1: Ruis en Publieke inkoop (tafelheren Schotanus en Van der Linden)


Of beluister de podcast op je favoriete podcastplatform:

Spotify

Apple Podcasts

Google Podcasts

Alweer het derde seizoen van podcast de Gunningsfactor. Dit seizoen met een iets andere opzet. Iedere aflevering is een er deskundige gast die door host Sander van den Broek het hemd van het lijf wordt gevraagd. Als er een vraag onbeantwoord blijft, grijpt een van de tafelheren in. In deze aflevering trappen we af met het voorstellen van de tafelheren: Theo van der Linden (eigenaar VdlC publishing) en Fredo Schotanus (hoogleraar Publieke Inkoop).

Op vrijdag 1 juli jongstleden aanvaarde Schotanus de leerstoel ‘Publieke Inkoop’ aan de faculteit ‘Recht, Economie, Bestuur en organisatie’ van de Universiteit Utrecht. In deze podcast spreken we over zijn oratie ‘Een betere wereld begint bij publieke inkoop’.

Het tweede onderwerp betreft een serie artikelen die van der Linden schreef samen met Richard Lennartz, directeur van de Haagse Inkoopsamenwerking. Deze artikelen behandelen een groot deel van het boek Ruis van Daniel Kahneman. Deze Israëlische psycholoog werkt op het grensvlak tussen economie en psychologie. In 2002 kreeg hij de Nobelprijs voor de economie voor het integreren van psychologische inzichten met de economische wetenschap. Zijn werk heeft veel oog voor het menselijk beoordelingsvermogen en besluitvorming onder onzekerheid.

Links:

Artikelen over het boek ‘Ruis’ van Daniel Kahneman:

Podcast Napoleon
https://open.spotify.com/show/0j5tgUrj6Uoq1C6tl13VWm

Partner van Aanbestedingscafé:

Schiphol koerst op uitbreiding

Uit een marktconsultatie gepubliceerd op TenderNed blijkt dat luchthaven Schiphol voornemens is een eerder uitgestelde uitbreiding alsnog uit te voeren. De aanbesteding voor een nieuwe terminal, de zogenoemde Terminal Zuid, werd in 2020 tijdens de coronacrisis opgeschort. Nu bereidt Schiphol de aanbesteding alsnog voor.

Noodzakelijke uitbreiding
Ondanks de aangekondigde krimp van de luchthaven van 500.000 naar 440.000 vliegbewegingen, is de nieuwbouw volgens Schiphol wel degelijk nodig. Onder meer capaciteitsproblemen moeten ermee worden opgelost en renovatie op andere plekken opgevangen.

Stikstof
De impact van onder meer stikstofneerslag in de regio is nog onduidelijk. Het ministerie van Landbouw had aanvullende vragen waardoor Schiphol een tweede aanvraag voor een natuurvergunning heeft gedaan. Deze gaat echter nog uit van 500.000 vliegbewegingen dus Schiphol bereidt opnieuw een aanvraag voor.

Overige projecten
Naast het grote contract voor de nieuwe terminal, heeft de luchthaven ook andere bouwprojecten op stapel staan. De sterk verouderde C-pier moet bijvoorbeeld vernieuwd en uitgebreid naar 2 verdiepingen om ruimte te maken voor grotere toestellen, zitplaatsen en doorstroming van passagiers.

Planning
De aanbestedingen zijn gepland voor 2024, de input uit de huidige marktconsultaties wordt gebruikt voor het definitieve ontwerp van de terminal. Verwacht wordt dat de winnaar van de aanbesteding in 2026 kan gaan bouwen zodat in 2032 100.000 vierkante meter vloeroppervlakte kan worden geopend. De marktconsultatie loopt nog tot en met 9 september.

Conflict
Tegelijkertijd speelt er rondom de A-pier op Schiphol een juridisch conflict. De bouwkosten rijzen de pan uit en intussen is BAM Bouw en Techniek als nieuwe aannemer aangesteld. Inmiddels staan Schiphol en de oorspronkelijke aannemerscombinatie Ballast Nedam met het Turkse TAV lijnrecht tegenover elkaar in een strijd om miljoenen euro’s.

Bron: https://fd.nl/bedrijfsleven/1450410/schiphol-gaat-uitbreiden-met-nieuwe-terminal-nei2cavleJZr en https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/05/minder-vluchten-en-toch-nieuwbouw-a4140806

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe vorm energie-inkoop Noord-Holland

In totaal 7 gemeenten in Noord-Holland kopen vanaf 2023 hun stroom zoveel mogelijk groen en lokaal in. De gemeenten Haarlem, Zandvoort, Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel werken vanaf volgend jaar via de Groendus Energiemarktplaats. Ook de gemeentelijke onderhoudspartner Spaarnelanden, het Noord-Hollands Archief en het Frans Hals Museum sluiten zich aan.

Begin september startte de aanbesteding van de gemeenten via TenderNed. Zij bieden via de Energiemarktplaats toegang aan producenten die aan gestelde criteria voldoen. Het is mogelijk prijsafspraken voor lange termijn te maken zonder gebonden te zijn aan een traditionele energieleverancier. Opvallend in de uitgezette aanbesteding is de toeslag op basis van afstand. Deze fictieve toeslag moet lokale opwek en afname extra stimuleren.

Bron: https://www.solar365.nl/nieuws/noord-hollandse-gemeenten-gaan-vanaf-2023-vooral-lokaal-stroom-inkopen-64ACB2AD.html

Partner van Aanbestedingscafé:

Internationaal Aanbestedingsinstrument in werking getreden

Om te zorgen dat Europese bedrijven die buiten de Europese Unie overheidsopdrachten willen uitvoeren beter toegang krijgen tot die aanbestedingen, is het Internationaal Aanbestedingsinstrument in werking getreden. Hiermee moeten bedrijven binnen en buiten de EU evenveel kans maken op een opdracht.

Maatregelen
Landen buiten de EU, zogenoemde derde landen, kunnen rekenen op maatregelen als zij EU-bedrijven beperkingen opleggen bij aanbestedingen. Wanneer bedrijven uit zo’n land binnen de EU meedingen naar een aanbesteding, wordt hun prijs automatisch verhoogd. Daarmee wordt hun aanbod onaantrekkelijker dan dat van EU-bedrijven die inschrijven. In enkele gevallen kunnen bedrijven uit derde landen zelf worden uitgesloten van aanbestedingen.

Gelijk speelveld
Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat en minister Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beschouwen het aanbestedingsinstrument als stevige stok achter de deur om een gelijk internationaal speelveld te creëren.

Wijziging Aanbestedingswet
Toepassing van het aanbestedingsinstrument wordt verplicht voor aanbestedende diensten. De Aanbestedingswet wordt op technische gronden gewijzigd. Daarnaast volgt er voorlichtingsmateriaal vanuit de overheid om aanbestedende diensten en inschrijvende ondernemers op de hoogte te brengen van de exacte voorwaarden.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/08/29/nederlandse-bedrijven-meer-kans-op-overheidsopdrachten-buiten-eu

Partner van Aanbestedingscafé:

Lancering Leidraad Vertraging & Verstoring in de Bouw aanstaande

Tijdens het congres van Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) in Den Haag op 30 augustus wordt de Leidraad Vertraging & Verstoring in de bouw gepresenteerd. De leidraad is bedoeld om langdurige processen over meerkosten en wijzigingen bij bouwprojecten te voorkomen. Het is onder meer een hulpmiddel tijdens het opstellen van contracten. De eerste exemplaren van de Leidraad worden uitgereikt aan Maxime Verhagen en Doekle Terpstra, voorzitters van respectievelijk Bouwend Nederland en Techniek Nederland.

Bron: https://www.cobouw.nl/307275/juristen-zijn-bouwgeschillen-zat-en-lanceren-anti-ruzie-leidraad-trek-eerder-aan-de-bel en https://www.dutcharbitrationassociation.nl/events/seminar-vertraging-verstoring-in-de-bouw

Partner van Aanbestedingscafé:

Ieder jaar 25 ton CO2 bespaard met de logistieke Haagse Hub

Strategisch contractmanager Peter van Boven van het ministerie van Financiën stond aan de wieg van het aanbestedingsproject De Haagse Hub. Een project met impact, want de logistieke hub aan de rand van Den Haag scheelt 90% leveringen in de binnenstad per dag.

‘In Den Haag zijn veel kantoorpanden en overheidsgebouwen dicht bij elkaar’, zegt Peter. ‘Voor elke bestelling bij een leverancier ging een aparte bestelbus de stad in. Dat zorgde voor veel verkeersbewegingen, en daardoor luchtvervuiling. In 2015 is de Rijksoverheid samen met gemeente Den Haag een project gestart om te onderzoeken hoe bevoorrading slimmer en duurzamer kon. Dat project is uitgemond in een aanbesteding voor een logistieke hub. Een bijzonder complexe aanbesteding, omdat ik als contractmanager niet alleen te maken had met de contractant, maar ook met leveranciers voor wie de werkwijze veranderde.’

Vol busje
Het concept van de hub is niet nieuw, zegt Peter. ‘Supermarktketens werken ook met distributiecentra om hun supermarkten in de steden te bevoorraden. Vanuit de logistieke hub aan de rand van de stad worden leveringen gebundeld de binnenstad in vervoerd. Dus in plaats van dat er een halfleeg busje met alleen papier naar de Turfmarkt rijdt, is dat zero emissie busje nu ook gevuld met koffie en wc-papier. Dat geeft meer rust voor leveranciers, die alles bij de hub afleveren en niet zelf de binnenstad in hoeven, maar ook voor de expeditieruimtes in de kantoren waar niet om de zoveel minuten een volgende levering voor de deur staat.’

Stadslogistiek
Gekozen is voor een partij die zowel de opslag in de logistieke hub als het transport naar de binnenstad op zich neemt. Peter: ‘Zo’n organisatie bestond nog niet, en Stadslogistiek Den Haag is dan ook specifiek voor deze aanbesteding opgericht, als dochteronderneming van PostNL. Met gemeente Den Haag en het Rijk als opdrachtgever heeft Stadslogistiek Den Haag een gegarandeerd volume zodat de investeringen snel worden terugverdiend. Bijzonder aan deze aanbesteding is dat we dus in zee zijn gegaan met een partij die vanaf nul moest beginnen.’

25 ton CO2
Op 1 januari 2020 ging de dienstverlening van start. Wat is er tot nu toe bereikt? Peter: ‘Als contractmanager denk ik mee over hoe we de lat qua duurzaamheid steeds wat hoger kunnen leggen. We begonnen met 200 leveringen in de week, nu zijn dat er 1.400. Elke levering bespaart meerdere ritten. Ieder jaar kan de hub 25 ton CO2 besparen, wat gelijkstaat aan 175 keer vliegen van Amsterdam naar Parijs.’ Met de hub is een landelijke beweging in gang gezet. Peter: ‘Dit project heeft landelijk een enorme boost gegeven aan slimmere logistiek. Stadslogistiek is flink gegroeid en is nu met hubs bezig in 70 steden. Daar hebben ook rijksorganisaties met landelijke dekking veel profijt van.’

Circulair
Peter ziet volop kansen om binnen dit contract tot nog mooiere resultaten te komen. ‘Het Rijk streeft naar 100% circulair: niet bezitten, maar gebruiken. Het zou mooi zijn als de hub op den duur niet alleen goederen levert, maar ook weer inzamelt. Dan wordt er dus altijd gereden met een volle wagen, wat natuurlijk nog milieuvriendelijker is.’ Dat Stadslogistiek meer hubs ontwikkelt, vindt hij een goede zaak. ‘In de toekomst brengt een leverancier zijn goederen bij een hub dichtbij, en die vervoert het vervolgens weer naar een hub in de buurt van de klant.’

Ambassadeur
Contractmanagement is veel meer dan leveranciers aan hun afspraken houden, zegt Peter. ‘Dat is nog weleens het beeld, dat wij alleen maar contracten nalopen. In deze rol ben ik juist veel meer bezig met de relatie en samenwerking. Ik ben echt een ambassadeur van de Haagse Hub en probeer zowel rijksorganisaties als leveranciers ‘aan boord’ te krijgen. Sommige hebben koudwatervrees, dan is het mijn taak ze te overtuigen van de impact. Hoe groter de uitdaging, hoe leuker ik het vind.’

Meer weten over Peters werk als contractmanager in dit project? Bekijk dan het webinar.

Wil je ook bijdragen aan een eerlijke, duurzame maatschappij door in te kopen met impact? Meld je dan aan voor updates over inkoop bij het Rijk.

Partner van Aanbestedingscafé:

PIANOo herhaalt webinar Inkoop en de jaarlijkse accountantscontrole

Op het PIANOo-congres in juni werd een presentatie gegeven over het proces van controle op rechtmatig inkopen. Dit webinar Inkoop en de jaarlijkse accountantscontrole wordt op 29 september herhaald. Om controle achteraf te vereenvoudigen en voorbereid te zijn op de komende wetswijziging, is dit webinar nuttig voor iedereen die bij het inkoopproces betrokken is.

Tijdens het webinar legt Christa van Lent van Baker Tilly meer uit over de denkwijze van de accountant, risico’s in aanbestedingen en de aankomende wetswijziging. Daarnaast krijgen deelnemers veel concrete hulpmiddelen om rechtmatig in te kopen. Denk aan handvatten over de organisatie en spendanalyse. Na het webinar is ruim de tijd voor het behandelen van vragen.

Meer informatie en de mogelijkheid tot aanmelden is te vinden via de website van PIANOo.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/meld-je-aan-voor-het-webinar-inkoop-en-de-jaarlijkse-accountantscontrole

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Augustus 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst is een aanbestedingsprocedure gestart voor ‘Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp’. De aanbestedende dienst heeft aangekondigd dat zij voornemens is een inschrijver uit te sluiten van de aanbesteding in verband met een ernstige fout in de uitoefening in de beroepsuitoefening (artikel 2.87 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012 (Aw)), omdat zij op basis van anonieme fraudemeldingen bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) ernstige risico-indicatoren ziet in het kader van integriteit van de inschrijver. De inschrijver kan zich hier niet in vinden en vindt het niet terecht dat zij op basis van anonieme meldingen bij het IKZ wordt uitgesloten zonder dat de melding verder is onderzocht.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanbestedende dienst de inschrijver niet had mogen uitsluiten van de aanbesteding, omdat de aanbestedende dienst niet meer heeft dan vermoedens. Niet gebleken is dat die vermoedens nader zijn onderzocht, en zij kunnen dan ook niet leiden tot de conclusie dat de aanbestedende dienst aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ernstige fout in de beroepsuitoefening. Ook is de inschrijver onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zij voldoende maatregelen heeft genomen om haar betrouwbaarheid te bewijzen (artikel 2.87a lid 1 Aw).

Betekenis voor de praktijk
Zorg dat je vermoedens van een ernstige fout ook aannemelijk kunt maken, je alleen fouten betrekt die zich in de drie jaar voorafgaand aan de inschrijving hebben voorgedaan (artikel 2.87 lid 1 sub c Aw) en dat je de inschrijver in de gelegenheid stelt om te bewijzen dat voldoende maatregelen zijn genomen om de betrouwbaarheid aan te tonen

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Den Haag vraagt ontheffing voor gebruik Gazprom gas

Gemeente Den Haag kan geen nieuwe gasleverancier vinden. Zij vraagt daarom ontheffing om tot 1 januari gas van Gazprom te kunnen blijven gebruiken. Uiterlijk 10 oktober moeten alle ruim honderd contracten van Nederlandse gemeenten met het Russische Gazprom zijn opgezegd, zo volgt uit Europese sancties. Den Haag heeft een aanbesteding gedaan, maar krijgt vooralsnog geen nieuwe aanbieder aan zich gebonden.

De gemeente vraagt nu om een ontheffing van de sancties. Zij verwacht dat Rijksoverheid deze verleent zodat Gazprom tot 1 januari gas kan blijven leveren.

Ondertussen gaat de gemeente Den Haag onderhandelen met mogelijke leveranciers over een contract dat begin 2023 in moet gaan. Verwacht wordt dat de kosten veel hoger zullen worden dan momenteel het geval is.

Bron: https://nos.nl/artikel/2442047-den-haag-vindt-na-gazprom-geen-gasleverancier-gemeente-wil-ontheffing

Partner van Aanbestedingscafé:

Rijkswaterstaat deelt gegevens met ACM

Rijkswaterstaat en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) hebben hun samenwerking aangepast. Rijkswaterstaat is als publieke opdrachtgever verplicht alle gegevens over hun aanbestedingen te delen met de ACM. Dat ging in het verleden op verzoek, vanaf nu verloopt dit proces rechtstreeks. Opdrachten die Rijkswaterstaat via TenderNed publiceert gebruikt de ACM als bron om te controleren of Rijkswaterstaat de Mededingingswet naleeft.

Aan inschrijvers die bezwaar hebben tegen het delen van gegevens adviseert Rijkswaterstaat om niet in te schrijven op hun aanbestedingen.

De aanbestedingen van Rijkswaterstaat zijn jaarlijks goed voor zo’n 3 tot 4 miljard euro. Om de markt te informeren over voorgenomen projecten en relevante ontwikkelingen, publiceert Rijkswaterstaat regelmatig een inkoopplanning. Wanneer opdrachten daadwerkelijk worden aanbesteed, verschijnen zij op TenderNed. Daarvandaan haalt de ACM gegevens op.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/08/alle-gegevens-over-aanbestedingen-rijkswaterstaat-gedeeld-met-acm

Partner van Aanbestedingscafé:

Esthetiek en aanbesteden, een lastige combinatie

De inzet van leden van een ontwerpteam in bouwprojecten is voorafgaand aan een ontwerpproces lastig in te schatten. Enerzijds omdat de doorlooptijd in veel gevallen meerdere jaren omvat. Anderzijds omdat gaandeweg veel verandert en er heel (heel) veel beslissingen genomen worden die weer invloed hebben op het onderdeel waarop de aanbieding is gedaan. Ook de volgordelijkheid van het verkrijgen van informatie speelt mee. In beginsel wordt eerst een (esthetisch) ontwerp gemaakt en wordt daarna pas gekeken hoe dit ontwerp constructief en bouwfysisch realiseerbaar is.

Een wispelturige opdrachtgever of een opdrachtgever waarbij budget en ambities niet op één lijn zitten, is in deze een extra complicerende factor. Als dan de welstandscommissie ook nog “moeilijk gaat doen”, begin je als lid van het ontwerpteam te twijfelen of het accepteren van de betreffende opdracht wel zo verstandig is geweest.

Vanuit bestuurskundig oogpunt blijft de welstandscommissie en publieke invloed op esthetiek een interessant fenomeen. Enkele jaren geleden had een stadsarchitect van naam (en derhalve met een visie op esthetiek) aanzienlijke invloed op bouwproject van een andere architect. Laatstgenoemde architect, ook geen onbekende, had echter een conflicterende visie op esthetiek. Het eindresultaat was diverse wijzigingen op het ontwerp en een langer en intensiever – maar vooral ook erg stroef– ontwerpproces.  Botsende karakters sluiten niet aan bij de zo genoemde “algemene beginselen van behoorlijk bestuur”.

Het wordt helemaal lastig als een ontwerp aangepast moet worden en daarom “opnieuw” langs de welstandscommissie moet. Sommige wijzigen lijken in de ogen van een niet-estheticus futiel, maar leveren genoeg basis voor veel discussie en gedoe en daarom meerkosten. De zichtbaarheid van installaties is bijvoorbeeld een van de pijnpunten die vaak terugkomt, omdat deze nooit in de eerste renders (waarheidsgetrouwe visualisaties van een ontwerp) zijn opgenomen, maar er wel moeten komen omdat het gebouw anders niet gebruikt kan worden.

Interessant hierbij is de wisselwerking tussen architect en de welstandscommissie waarbij deze commissie soms als alibi wordt gebruikt om juist niet te veel aan het ontwerp te veranderen. Dit is lastig als het project budgettair uit de pas loopt, een fenomeen dat ook vaak voorkomt. Een minder mooi gebouw, maar binnen budget gerealiseerd of een mooi ontwerp dat op de tekentafel blijft liggen: Salomon zou zijn zwaard erbij moeten pakken om tot een oordeel te komen.

Onder het mom van “wij willen geen Belgische toestanden” waarbij wordt verwezen naar het soms dubieuze straatbeeld bij onze zuiderburen, heeft de welstandscommissie best veel invloed gekregen. Maar waar bijvoorbeeld de rechtspraak de afgelopen jaren stappen heeft gezet met het publiekelijk verantwoorden van haar uitspraken, blijft de welstandscommissie toch vaak een black box. Hoewel gemeentelijk beleid hieromtrent wordt vastgesteld, blijft er toch altijd veel discretionaire ruimte over voor deze commissie.

Bestuurskundig onwenselijk en voor aanbestedingen in de bouw- en vastgoed erg lastig. Als vooraf niet duidelijk is wat de gewenste inzet is van het ontwerpteam en ook niet duidelijk is wat de uiteindelijke bouwkosten zijn, begint een bouwontwikkeling toch net iets minder lekker. Zeker bij binnenstedelijke en renovatieprojecten die steeds vaker voorkomen of bij verduurzamingsvraagstukken die bijna onmogelijk zijn omdat het betreffende gebouw in een beschermd stadsgezicht staat of een gemeentelijk monument is.

Partner van Aanbestedingscafé:

Uitvoeringsbudget Sportakkoord aangepast voor inclusieve speeltuinen

Gemeenten die uitvoeringsbudget aanvroegen en toegekend kregen onder de Regeling Sportakkoord en Leefstijlinterventies 2020-2022 mogen dat geld nu ook gebruiken om speeltuinen toegankelijker te maken. Voor 1 januari 2024 moet het budget besteed en verantwoord zijn. Een bestedingsdoel kan dus nu ook het toegankelijker maken van speeltuinen zijn.

Speeltuinen zijn nu vaak gericht op kinderen zonder beperking. Door het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is er nu extra budget voor het inclusiever maken van deze publieke ruimte. Alle kinderen in de buurt moeten samen kunnen spelen, toegankelijker speeltuinen kunnen hieraan bijdragen.

Bron: https://vng.nl/nieuws/regeling-sportakkoord-verruimd-voor-inclusieve-speeltuinen

Partner van Aanbestedingscafé:

Extra subsidie voor vullen gasopslagen

Om te zorgen dat er deze winter voldoende gas voorhanden is, wil het kabinet de gasberging Bergermeer in Noord-Holland verder vullen. In eerste instantie was het de bedoeling de opslag tot 68 procent te vullen. Dat gaat nu omhoog naar 90 procent. Om dit doel te bereiken, stelt minister Jetten 210 miljoen euro extra subsidie beschikbaar.

Energiebedrijven zijn tot nu toe niet erg happig op het vullen van de gasopslagen. Zij willen niet het risico lopen in de wintermaanden met verlies hun voorraden te moeten verkopen. Om dit probleem te ondervangen, stelde het kabinet eerder al een subsidie beschikbaar om de gasbergingen toch gevuld te krijgen. Van die regeling bleef echter een bedrag van 200 miljoen euro over. Dat bedrag komt nu met nog eens 10 miljoen extra opnieuw beschikbaar.

Uiteindelijk betalen de gebruikers van gas via een extra heffing voor de subsidieregeling. Met name de industrie gebruikt het gas dat wordt opgeslagen in Bergermeer.

Om te zorgen dat de opslag in Norg nog verder dan de huidige 80 procent wordt gevuld, werkt het kabinet aan een regeling. Het oorspronkelijke doel voor de opslagcapaciteit is hier behaald. Het kabinet hoopt op een verdere vulling.

Bron: Trouw, zaterdag 20 augustus 2022.

Partner van Aanbestedingscafé:

Meeste gemeenten onderdeel van inkoopsamenwerking

Meer dan de helft van de 345 Nederlandse gemeenten neemt deel  aan een inkoopsamenwerking. PIANOo publiceerde een nieuw overzicht met gemeentelijke inkoopsamenwerkingen. Deze variëren van kennisdeling tot operationele inkoop. Gemeenten kiezen soms voor enkel structurele overleggen waarbij eventueel  gezamenlijk inkoopbeleid wordt opgesteld. Soms valt de keus op operationele inkoop als onderdeel van de inkoopsamenwerking. Een ambtelijke fusie kan de reden zijn voor samenwerking in inkoop.

Typen samenwerkingen
De kaart van PIANOo kent 3 typen samenwerkingen. De algemene samenwerking is een samenwerkingsverband van gemeenten die op meerdere inkoopgebieden met elkaar samenwerking. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke samenwerkingen binnen het sociaal domein en afvalverwerking.

Minder inkoopsamenwerkingen
Opvallend is dat er ten opzichte van 2018 veel minder algemene inkoopsamenwerkingen zijn: 35 in plaats van 50. Dat wordt deels veroorzaakt doordat ambtelijke fusies zijn verworden tot bestuurlijke fusies waarbij 1 gemeente is ontstaan. Daarnaast zijn een aantal samenwerkingsverbanden gefuseerd. Tenslotte zijn een aantal samenwerkingsverbanden gestopt en gemeentelijke fusies opgeheven.

Kaart
Door de kaart met een overzicht van gemeentelijke inkoopsamenwerkingen kunnen aanbestedende diensten beter bepalen of zij ergens bij aan willen sluiten. Ook ondernemers die in willen schrijven op aanbestedingen kunnen meer helderheid krijgen. De kaart is te bekijken via de website van PIANOo.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/ruim-helft-gemeenten-aangesloten-bij-inkoopsamenwerking

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking inkoop hulpmiddelen geactualiseerd

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten actualiseert  na 4 jaar de Handreiking inkoop hulpmiddelen. De handreiking is bedoeld om bij te dragen aan een goede inkoop van hulpmiddelen door gemeenten. In samenwerking met Firevaned, Ieder(in), Per Saldo en het Ketenbureau i-Sociaal Domein is de handreiking weer helemaal up-to-date gebracht. Het strategisch en tactisch inkoopproces wordt hiermee nog beter ondersteund, van voorbereidingsfase tot inkoop en uitvoering van het contract.

Bron: https://vng.nl/nieuws/herziene-handreiking-inkoop-hulpmiddelen?utm_medium=email

Partner van Aanbestedingscafé:

Willem Janssen komende 4 jaar voorzitter adviescommissie Gids Proportionaliteit

Minister Jetten van Economische Zaken en Klimaat heeft mr. dr. Willem Janssen benoemd tot voorzitter van de adviescommissie Gids Proportionaliteit. Vanaf 1 september brengt Janssen met zijn commissie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het ministerie over wettelijke wijzigingen in de Gids. Janssen is nu hoofddocent en onderzoeker in het Europees en Nederlands aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Hij ziet zijn benoeming als uitgelezen kans om het aanbestedingsrecht en daarmee de Nederlandse praktijk te verbeteren.

De benoeming van Willem Janssen is voor 4 jaar. De commissie bestaat verder uit vertegenwoordigers van alle relevante partijen in de aanbestedingspraktijk. Zowel markt als overheid neemt deel aan de commissie waardoor de belangen uit de praktijk leiden tot een effectievere aanbestedingsregulering.

Bron: https://www.uu.nl/nieuws/willem-janssen-benoemd-tot-voorzitter-adviescommissie-gids-proportionaliteit

Partner van Aanbestedingscafé:

De voorwaarden voor het wijzigen van een gunningscriterium

In de praktijk wordt er door inkopers van een wezenlijke wijziging gesproken als een aanbestedende dienst gedurende de looptijd van de aanbesteding een selectie- of gunningscriterium wijzigt of laat vervallen tijdens een lopende aanbesteding. De gedachte hierachter is dat het wijzigen of laten vervallen van een selectie- of gunningscriterium tijdens de aanbestedingsprocedure niet is toegestaan. Mag een aanbestedende dienst onder geen beding een selectie- of gunningscriterium wijzigen of laten vervallen?  Op basis van enkele rechterlijke uitspraken kan worden geconcludeerd dat er onder bepaalde voorwaarden van deze hoofdregel mag worden afgeweken. Wat zijn de voorwaarden voor deze uitzondering en hoe kan de aanbestedende dienst hier het beste mee omgaan? Zijn er mogelijkheden voor een inschrijver om zich tegen een wezenlijke wijziging te verzetten?

Is er sprake van een wezenlijke wijziging?
Artikelen 2.163a tot en met  2.163g Aanbestedingswet 2012 regelt wanneer de overheidsopdracht mag worden gewijzigd nadat ze zijn gegund. Laten we voorop stellen dat het aanbestedingsrecht eigenlijk zegt: gij zult niet wijzigen. Vervolgens heeft de Aanbestedingswet een aantal artikelen die wijzingen wel mogelijk maken, mits deze niet wezenlijk zijn. In voornoemde artikelen worden overwegingen uit het Pressetext arrest[1] gecodificeerd. Bepalingen over het wijzigen van het voorwerp of voorwaarden van de opdracht tijdens de aanbestedingsprocedure zijn echter amper terug te vinden in de Aanbestedingswet. Centrale vraag in deze discussie is of een wijziging van een selectie- of gunningscriterium nimmer is toegestaan en daarom onrechtmatig. Daarom concentreren wij ons in dit artikel met name op artikel 2.163g Aw 2012 en laten de andere artikelen m.b.t. de wezenlijke wijziging in deze blog achterwege.

Het antwoord op deze vraag zal doorgaans luiden: een wijziging is niet meer toegestaan indien de wijziging wezenlijk is. Er wordt gesproken van een wezenlijke wijziging als de wijziging van de opdracht ertoe leidt dat de opdracht materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht (artikel 2.163g lid 2 Aw 2012). Een concretere uitwerking van deze bepaling is wanneer de wijziging van de opdracht zou kunnen leiden tot meer belangstelling van inschrijvers of tot andere inschrijvingen (artikel 2.163g lid 3 sub a Aw 2012). Hiernaar refereert men als er gesproken wordt over het veranderen van de kring der potentiële gegadigden die belangstelling hebben voor de opdracht.

Wij komen nu bij de vraag of de voornoemde regeling met betrekking tot de wijziging van de overeenkomst in zijn algemeenheid analoog kan worden geïnterpreteerd op de situatie van een lopende aanbesteding. Het wijzigen van het gunningscriterium zal in principe leiden tot een opdracht die materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht. Vanuit de jurisprudentie heerst dan ook de opvatting dat het wijzigen van bijvoorbeeld het selectie- of gunningscriterium in beginsel niet is toegestaan (Wienstroom arrest)[2]. Het gevolg hiervan zou dan zijn dat bij het wijzigen van modaliteiten als een selectie- of gunningscriterium  men de procedure dient af te breken en de gewijzigde opdracht dient aan te besteden (heraanbesteden). Er wordt ook in dit kader onderscheid gemaakt tussen een wezenlijke wijziging voor het verstrijken van de uiterste termijn en erna waarbij gedacht wordt dat een rectificatie, enkel in het geval van vóór het verstrijken van de termijnen, mogelijk is[3].


[1]ECLI:EU:C:2008:351
[2] Zaak C-448/01 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:62001CJ0448)
[3] https://www.pianoo.nl/nl/inkoopproces/fase-2-doorlopen-aanbestedingsprocedure/aankondigen/niet-wezenlijke-wijziging; https://www.aanbestedingscafe.nl/wiki/rectificatie/


In deze discussie zijn er twee interessante uitspraken die besproken zullen worden. De voorzieningenrechters in Utrecht[1] en in Gelderland[2] hebben in verschillende situaties bepaald dat het wijzigen van de voorwaarden en het gunningscriterium weliswaar een wezenlijke wijziging oplevert, maar dat laat onverlet dat de aanbestedingsprocedure niet hoefde te worden stopgezet. In de eerste zaak heeft het Waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) een Europese aanbesteding gehouden voor het verlenen van technische adviesdiensten. Bij de publicatie van de Nota van Inlichtingen heeft HDSR het verzoek van een van de inschrijvers ingewilligd om het maximaal te behalen aantal punten op kwaliteit te verhogen van 200 punten naar 300 punten. IV-Water, die tijdens de aanbesteding door een ongeldige inschrijving ter zijde is gelegd, heeft in kort geding een heraanbesteding gevorderd[3]. Het gunningscriterium kwaliteit is volgens IV-Water ernstig verzwaard. In rechtsoverweging 4.12 motiveert de voorzieningenrechter waarom deze niet meegaat in de stelling van IV-Water. Kortgezegd komt de motivatie hierop neer:  het aanpassen van het puntenaantal levert een wezenlijke wijziging op. Echter, “het is in beginsel mogelijk om vóór het verstrijken van de termijn van inschrijving de in het bestek bekendgemaakte gunningscriteria nog te wijzigen. Een voorwaarde hiervoor is wel, dat de wijziging tijdig aan alle potentiële inschrijvers bekend is gemaakt, zodat zij hun inschrijving hierop hebben kunnen aanpassen”. Een tijdige[4] bekendmaking van de wijziging waarbij alle potentiële inschrijvers ervan op de hoogte is blijkt voldoende te zijn om van een heraanbesteding af te zien.

In de procedure bij de voorzieningenrechter Gelderland betrof het een aanbesteding die georganiseerd werd door de publiekrechtelijke rechtspersoon “BVO DRAN” (een samenwerking van achttien gemeente in de regio Arnhem-Nijmegen). Ten aanzien van de gunning golden er een aantal spelregels. De aanbesteding was onderverdeeld in negen percelen (A t/m I). Een inschrijver mocht in principe maximaal drie percelen verwerven. Met betrekking tot percelen E, H en I was er sprake van een zogenaamde ‘combinatiebeperking’. Vanwege de omvang van deze percelen mocht een inschrijver maximaal één van deze grote percelen gegund krijgen in combinatie met slechts één van de kleinere percelen. De combinatiebeperking bleek uiteindelijk in de weg te staan voor het gunnen van perceel I. Van de drie inschrijvers op dat perceel moest er één ongeldig worden verklaard. De overige twee kwamen door de combinatiebeperking niet in aanmerking voor gunning. BVO DRAN besloot hierdoor de combinatiebeperking te laten vervallen om het gunnen van het perceel mogelijk te maken. De inschrijver waarvan zijn inschrijving ongeldig was verklaard, maakte hiertegen bezwaar en vorderde intrekking van de gunningsbeslissing. Een belangrijke vraag hierbij was of er sprake was van een wezenlijke wijziging. De voorzieningenrechter gaat niet mee in de stelling dat er sprake is van een wezenlijke wijziging. Voor zover er sprake is van een wezenlijke wijziging is deze slechts theoretisch en dat is niet voldoende om een heraanbesteding te eisen. “De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bij deze stand van zaken niet zo kan zijn dat enkel op basis van deze theoretische kans BVO DRAN kan worden gedwongen tot heraanbesteding van perceel I over te gaan”. Verder is niet vast komen te staan dat de potentiele kring der gegadigden is veranderd. “In een dergelijk geval mag van een ongeldig verklaarde inschrijver in ieder geval worden verlangd dat hij concreet en onderbouwd duidelijk maakt dat er een gerede kans is dat anders zou zijn ingeschreven indien de later vervallen eis van meet af aan helemaal niet was gesteld”. De bewijslast voor het aantonen van een wezenlijke wijziging lag dus bij de ongeldig verklaarde inschrijver.


[1] ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3469
[2] ECLI:NL:RBGEL:2020:1630
[3] De vordering tot heraanbesteding was feitelijk een subsidiaire vordering. De primaire vordering was het alsnog (laten) beoordelen van de inschrijving van IV-Water
[4] In dit geval is de wijziging 10 september 2012 gepubliceerd en de termijn voor ontvangst inschrijving was 21 september 2012. De bekendmaking wijziging werd als tijdig beschouwd. M.i. moet er bij een wezenlijke wijziging een ruimere termijn worden aangehouden dat de wettelijke minimumtermijn.


Verder valt uit rechtsoverweging 4.11 op te maken dat BVO DRAN in de aanbestedingsstukken heeft willen voorzien in de situatie waarin de combinatiebeperking gunning van de opdracht in de weg zou staan. Zij hadden zich voorgenomen om in een dergelijk geval de  onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking te volgen (artikel 2.32 Aw 2012). Aan de voorwaarden van artikel 2.32 Aw 2012 werd in deze casus niet voldaan maar uit het voorbehoud is op te maken dat BVO DRAN niet koste wat kost aan de combinatiebeperking wilde vasthouden. Goed beschouwd had BVO DRAN het voorbehoud in de aanbestedingsstukken ondubbelzinnig en transparant moeten regelen.

Conclusie
Indien een aanbestedende dienst tijdens een lopende aanbestedingsprocedure voornemens is een selectie- of gunningscriterium te wijzigen zal dat getoetst moeten worden aan het leerstuk van de wezenlijke wijziging. In beginsel wordt aangenomen dat het wijzigen of het laten vervallen van dergelijke criterium tijdens een aanbesteding een wezenlijke wijziging oplevert. De invloed van de wijzing moet wel reëel zijn aangezien de theoretische kans op een wezenlijke wijziging onvoldoende zou kunnen zijn om een heraanbesteding te vorderen. De inschrijver die een beroep doet op de (theoretische) wezenlijke wijziging moet derhalve goed onderbouwen dat de wijziging hem daadwerkelijk anders heeft doen inschrijven. De aanbestedende dienst die een wezenlijke wijziging wil doorvoeren voor de uiterlijke termijn van inschrijving dient deze tijdig te doen en moet ervoor zorgen dat alle potentiële inschrijvers van de wijziging op de hoogte zijn. Een goed middel hiervoor is de rectificatie. Hierbij dient dan wel voldoende extra tijd in de aanbesteding te worden meegenomen om het voor een potentiele inschrijver mogelijk te maken om bij zijn inschrijving rekening te houden met de consequenties van deze wijziging. Echter is mijns inziens het gevolg van een wezenlijke wijziging, ongeachte de fase in de aanbesteding, het afbreken van de procedure en de gewijzigde opdracht in de markt zetten. Dit is denk ik een logische conclusie als er uitgegaan wordt van een analoog toepassing de van artikelen 2.163a t/m  2.163g Aw 2012.

Het helpt als de aanbestedende dienst een voorbehoud heeft vastgelegd in de aanbestedingsstukken om te ruimte te creëren voor een wezenlijke wijziging. Dan is het vooraf transparant wanneer en wat er wezenlijk gewijzigd gaat worden. Inschrijvers kunnen dan tijdens de aanbesteding hiermee rekening houden. Er dergelijk voorbehoud moet dan wel duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn. Hierbij valt ook te denken aan de herzieningsclausule.

Adjust is hét consultancybureau op het gebied van inkoop en contractmanagement. Wilt u als overheidsorganisatie uw inkoopbehoefte verkennen of het clusteren van uw opdracht(en) onderzoeken? Onze experts inkoop publieke domein helpen u graag!

Partner van Aanbestedingscafé:

Netverlies weegt mee bij vaststelling energietarieven 2023

Om te voorkomen dat netbeheerders van elektriciteit minder kunnen investeren in projecten voor energietransitie, wil de Autoriteit Consument & Markt  (ACM) een voorschot voor de hoge kosten voor netverliezen geven.  Het gaat daarbij om zowel regionale netbeheerders als landelijk netbeheerder TenneT. De inkoop van energieverliezen valt onverwacht hoog uit vanwege de hoge energieprijzen.

Netverlies is de term voor energie die verloren gaat bij het transport van elektriciteit. Deze verliezen kopen netbeheerders in waarna zij ze via transporttarieven bij eindgebruikers in rekening brengen. Normaal gesproken wordt dit verlies via nacalculatie 2 jaar later vergoed aan netbeheerders. ACM wil de kosten nu al na 1 jaar vergoeden. Landelijk netbeheerder TenneT gaf in overleg aan dat een voorschot niet gewenst is, de ACM onderzoekt welke oplossing voor TenneT passender is.

Bij het bepalen van de tarieven van regionale netbeheerders elektriciteit weegt de ACM voor 2023 de hoge kosten voor netverlies mee. Voor landelijk beheerder TenneT wordt nu gezocht naar een passende oplossing die een stabiel tariefverloop waarborgt. Onderwerp van onderzoek is de vraag hoe inkoopkosten van energie en vermogen in de toekomst sneller verrekend kunnen worden in de tarieven. In oktober publiceert de ACM de tariefvoorstellen, in november worden de tarieven voor volgend jaar bekend.

Bron: https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-houdt-bij-vaststelling-tarieven-2023-rekening-met-hogere-kosten-voor-netverliezen-als-gevolg-van-hoge-energieprijzen

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Juli 2022

Wat is er gebeurd?
Na een ontoereikende beoordeling van een Proof of Concept (POC) van de voorgenomen nummer 1 heeft een aanbestedende dienst deze partij uitgesloten en de opdracht voorlopig gegund aan de nummer 2. De nummer 1 heeft bezwaar tegen deze beslissing gemaakt, omdat zij niet tijdig is uitgenodigd voor de POC en maar een halve dag heeft gehad om de POC voor te bereiden. De aanbestedende dienst onderschrijft dit bezwaar. Daarom heeft de aanbestedende dienst de oorspronkelijke nummer 1 toegezegd dat zij opnieuw een POC mocht houden zonder dit te delen met andere inschrijvers. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee in strijd is gehandeld met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. De aanbestedende dienst moet daarom een nieuwe aanbestedingsprocedure uitschrijven.

Het resultaat
De aanbestedende dienst is het niet eens met het oordeel van de voorzieningenrechter en is in hoger beroep gegaan. Het hof is van oordeel dat de gebrekkigheid in communicatie geen grond biedt voor intrekking van de aanbestedingsprocedure. De aanbestedende dienst heeft gehandeld zoals zij op grond van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel diende te handelen, omdat zij verplicht was de tekortkoming van het niet tijdig uitnodigen van de voorgenomen nummer 1 voor de POC te herstellen. Voor het intrekken van de gunningsbeslissing voorafgaande aan de POC die opnieuw mocht worden gedaan was nog geen aanleiding.

Betekenis voor de praktijk
Wees je ervan bewust dat je als aanbestedende dienst gehouden bent
tekortkomingen te herstellen en zorg dat je hierbij zorgvuldig handelt. Ook in de
communicatie richting de andere inschrijvers.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Beoordelaars baseren hun oordelen vaak op irrelevante informatie

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het zesde deel uit die reeks.

Statistiek is beter dan intuïtie
Hoe goed is het menselijk beoordelingsvermogen vergeleken met een formule? Kahneman haalt in zijn boek Ruis onderzoeken aan waaruit met overtuigend bewijs bleek dat simpele mechanische modellen in het algemeen superieur waren aan menselijke oordelen. Een simpel mechanisch model is feitelijk de regel van een beoordelaar gevat in een formule. De belangrijkste eigenschap van zo’n model is dat een en dezelfde regel op alle gevallen loslaat. Elke voorspeller heeft een gewicht, en dat gewicht is voor alle gevallen gelijk. U zou nu kunnen denken dat dit beperkend is voor een goede voorspelling. `Dat is niet zo. Wij mensen’ halen er namelijk allerlei nuances bij als we beslissingen nemen, houden rekening met zaken als context en moment. Feitelijk maken we allerlei aanvullende beslisregels. In de praktijk blijken die aanvullende beslisregels niet te kloppen, of zaken als ons gemoed of het weer beïnvloeden de inschattingen van de context – onterecht. Denk hierbij ook aan de invloed van het halo-effect: als je iets of iemand op een bepaald aspect positief beoordeelt, je die ook op andere aspecten positief beoordeelt. Het horn-effect is het tegenovergestelde.

Neil Young
Een voorbeeld: je hebt voor € 200,- een kaartje voor het Neil Young-concert in Brussel gekocht. Je vriend Bob wilde ook een kaartje kopen maar had geluk. Hij kreeg een gratis kaartje van een andere vriend die toch niet bleek te kunnen. De dag voor het concert wordt er een sneeuwstorm aangekondigd en zware verkeersoverlast voorspeld. Wie van de twee zal gemakkelijker besluiten om niet te gaan? Iedereen voelt aan dat dat vriend Bob is. Toch is dat, als je er goed over nadenkt, raar. De echte beslissing is hoe veilig is het op de weg, hoe groot is het risico dat ik in een ongeluk terechtkom etc. Het feit of je voor het kaartje betaald hebt of niet zou eigenlijk irrelevant moeten zijn, maar dat is het niet.

Complexiteit levert geen accurate voorspellingen op
In zijn eerste boek ‘Ons feilbare denken’ geeft Kahneman tientallen voorbeelden waarbij mensen hun beslissing baseren op feiten die eigenlijk niet relevant zijn. Kahneman noemt dat de validiteitsillusie. Complexiteit en een overvloedige hoeveelheid informatie leveren door de bank genomen geen accurate voorspellingen op. We zien die validiteitsillusie vaak bij voorspellende beoordelingen. De oorzaak is het onvermogen om onderscheid te maken tussen enerzijds het beoordelen en wegen van beschikbaar bewijs, en anderzijds het voorspellen van de concrete uitkomst. Mechanische modellen, aldus Kahneman, doen het vrijwel altijd beter dan mensen.

Algoritmen
De onderzoeken waar Kaheman naar verwijst zijn redelijk oud, maar zeker niet gedateerd. De uitkomsten gelden nog steeds. Tegenwoordig noemen we die mechanische modellen algoritmen. Met de huidige stand van de ICT zijn die algortimen vele malen geavanceerder te maken dan de mechanische modellen waar Kahneman naar verwijst. Maar zelfs de mechanische benaderingen van bijna lachwekkende regels doen het doorgaans beter dan de mens. Dat dringt ook op alle fronten door in de samenleving. Er wordt geen voetballer meer gekocht zonder dat er een indrukwekkende hoeveelheid statistische gegevens aan te pas komt.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkooppraktijk werken we vaak al met formules die eigenlijk mechanische modellen zijn. Zo bepalen we welke elementen we belangrijk vinden, kennen een gewicht toe aan die elementen en als de offertes binnen zijn, dan scoren we op die elementen. Vervolgens zetten we de scores in de formule die we vooraf hebben opgesteld, en de uitkomst bepaalt de winnaar. De inkoper werkt dus al met een mechanisch model, zou je kunnen denken. Ja en nee.

Ja: de inkoper stopt de cijfers in een model en er komt een cijfer uit

Nee: de cijfers zelf komen vaak niet tot stand door een mechanische formule, maar door persoonlijke voorspellende oordelen. Om het Plan van Aanpak nog maar eens als voorbeeld te nemen: alle elementen overziend, geven beoordelaars het een cijfer. Expliciet en impliciet nemen ze daarbij allemaal zaken mee die ook minder relevant zijn als voorspellende waarden. De beoordelaars geven mogelijk aan enkele elementen in het Plan van Aanpak een expliciet cijfer, maar aan een groot aantal elementen impliciet. Vervolgens wegen ze dat onderling, en die weging gebeurt bij elk Plan van Aanpak geheel in lijn met de validiteitsillusie. En zo krijgt het ene Plan van Aanpak een 7 en het andere een 9. Hoezo mechanische formule?

Wat zijn goede voorspellers?
In de boordeling van dit soort zaken zou je precies moeten aangeven welke elementen je belangrijk vindt: wat zijn goede voorspellers voor de toekomst. Vervolgens beoordeel je elk element in elk Plan van Aanpak afzonderlijk, en geeft ze afzonderlijk een cijfer. Het eindcijfer voor een Plan van Aanpak is vervolgens enkel en uitsluitend een formule met daarin die cijfers verwerkt. Die formule is: alle cijfers opgeteld gedeeld door het aantal cijfers. Oftewel: gewoon het gemiddelde.

Nog meer eenvoud: simpele regels
Spaarzame modellen zijn modellen van de werkelijkheid die er belachelijk simplistisch uitzien, als rekensommetjes op een bierviltje. Maar in bepaalde settings kunnen ze verrassend goede voorspellingen opleveren. In zijn boek Ruis haalt Kahneman onderzoeken aan op justitieel gebied: recidive en vrijlating op borg. Deskundigen gebruikten een groot aantal variabelen – tot 137 toe – om te bepalen of iemand op borgtocht vrij mocht komen of dat er sprake zou kunnen zijn van recidive. Onderzoekers ontdekten dat het werken met slechts enkele variabelen, leidde tot betere uitkomsten.

Werken met simpele `spaarzame’ modellen verdient dus de voorkeur boven modellen met talloze variabelen. Zelflerende modellen (artificial intelligence) zijn echter nog een stuk beter

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Stop met het zoeken naar grote aantallen indicatoren die moeten helpen bepalen of een aanbieder een goede dienstverlener gaat zijn. Zoek naar die paar indicatoren, die paar voorspellers, en zet die in en dan ook alleen die. Welke dat in het algemeen zijn, of welke dat specifiek zijn voor bepaalde goederen, diensten of werken is onderwerp van nader onderzoek. Onderzoek op weg naar vereenvoudiging en weg van de validiteitsillusie.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Vergelijkingsoordelen, keuze van de schaal en geforceerde classificatie

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het vijfde deel uit die reeks.

Maximaal zeven waarden op onderlinge intensiteit vergelijken
Stel er zijn vier touwtjes van verschillende lengte. Ze zijn allevier tussen de 5 en 10 centimeter lang. De lengteverschillen zijn echter gelijk. U krijgt steeds één touwtje te zien en u moet dan een getal van 1 tot 4 noemen, waarbij 1 voor het kortste stukje staat en 4 voor het langste. Niet moeilijk. Stel nu dat het om vijf touwtjes gaat. Ook nu moet u telkens een getal noemen, in dit geval van 1 tot en met 5. Nog steeds niet moeilijk. Wanneer begint u fouten te maken? Dat is rond het magische getal van zeven touwtjes. Verrassend genoeg hangt dit aantal nauwelijks af van het bereik van de lengtes: als die tussen 5 en 15 centimeter zouden variëren, zou u nog steeds na ongeveer zeven touwtjes de mist in gaan. Een test met in luidheid variërende tonen of kleuren van verschillende helderheid zou vergelijkbare uitkomsten laten zien.

Er zit een duidelijk constante grens aan het vermogen van mensen om aparte labels te plakken op stimuli in een bepaalde dimensie. Die grens ligt rond de zeven labels. Deze grens is van groot belang: we kunnen niet beter presteren dan dat ons vermogen is.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
We zijn volgens de lessen van Kahneman prima in staat om aan aanbiedingen van vier leveranciers waardeoordelen te geven en daarbij het onderlinge onderscheid goed tot uitdrukking te brengen. Dat geldt ook voor aanbiedingen van vijf leveranciers en van zes leveranciers. Hebben we aanbestedingen waar we aanbiedingen van zeven of meer leveranciers hebben? Dan is ons vermogen om een goed onderscheid te maken eenvoudigweg niet meer toereikend. Het komt met name bij openbare aanbestedingen voor dat er zeven of meer aanbiedingen zijn. De les uit Kahneman is dat we die dan niet goed kunnen beoordelen en leveranciers dus ongewild en onbedoeld tekortdoen. (Hoe vaak komt het bij jullie voor dat je zeven of meer aanbiedingen hebt….?)

Als we deze les vertalen naar de inkooppraktijk, dan betekent dat dat we moeten zorgen dat we minder dan zeven te beoordelen inschrijvingen hebben. Bij een aanbesteding kan dat door te werken met een preselectie en er op basis van goede selectiecriteria voor te zorgen dat maximaal zes leveranciers een offerte mogen uitbrengen. De Gids Proportionaliteit stelt dat wanneer je meer dan tien inschrijvers verwacht, je de niet-openbare procedure zou moeten kiezen. Op basis van Kahneman zou je dat al bij meer dan zeven verwachte inschrijvingen moeten doen.

Gebruik vergelijkingen in plaats van labels
Ons vermogen dingen te vergelijken is veel groter dan ons vermogen ze een plek op een schaal te geven. Wat zou u doen als u een gedetailleerde schaal moest gebruiken bijvoorbeeld om de kwaliteit van een restaurant op aan te geven? Een vijfsterrenschaal zou goed te doen zijn, maar het is onmogelijk elke waarde van een 10-puntschaal met afronding 1 cijfer achter de komma op een betrouwbare manier te gebruiken. De oplossing voor dit probleem is simpel, al kost ze wel wat tijd.

Kahneman illustreert dat aan de hand van de beoordeling van restaurants. Geef een restaurant eerst een waarde op basis van 1 tot en met 5 sterren. Feitelijk deelt u ze dan in een van de vijf categorieën. Daarna stelt u binnen de categorie de rangorde vast. Wat meestal prima te doen is: uw weet waarschijnlijk heel goed of u Joe’s Pizza beter vindt dan Fred’s Burger, of elk ander restaurant. De psychologie van deze exercitie is simpel. Bij expliciete vergelijkingen tussen te beoordelen zaken is kun je een veel verfijnder onderscheidend maken dan als je iets rechtstreeks moet beoordelen met een score. In feite is dit een vorm van relatief beoordelen, wat niet verward moet worden met de relatieve rekenmethode (met risico op rank reversal).

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkoop zou je met het toepassen van vergelijkingen in plaats van labels, dus wél veel leveranciers op een goede manier kunnen beoordelen. In het restaurant-voorbeeld uit Ruis gebruikt Kahneman het sterrenmodel. Bij beoordelen van kwaliteit van bijvoorbeeld (elementen van) een Plan van Aanpak kun je iets vergelijkbaars doen. Je kunt de aanbiedingen eerst grofweg indelen in categorieën als slecht, voldoende, goed of uitstekend. Vervolgens ga je binnen elke categorie de aanbiedingen onderling vergelijken en in volgorde plaatsen. Je wist al in welke categorie ze vallen (slecht etc.). Je hebt vooraf al de bandbreedte van elk categorie bepaald (slecht loopt bijvoorbeeld van 1 tot 6, voldoende van 6 tot 7,5, goed van 7,5 tot 9, en uitstekend is 9 of hoger. Je kent al de volgorde van de aanbiedingen binnen elke categorie, en het toekennen van op een cijfer achter de komma afgeronde score is dan goed te doen.

Schalen anders interpreteren
Kahneman beschrijft een analyse van strafzaken waarbij de juryleden zich moeten uitspreken over straffen. De hypothese was dat juryleden het er over het algemeen wel over eens zijn hoe streng ze de gedaagde willen straffen. Ze kwamen echter tot sterk uiteenlopende bedragen komen als ze die `strengheid’ in Dollars moesten uitdrukken.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
In de inkooppraktijk hebben we in de regel templates met daarin een model voor het scoren van de aanbiedingen van leveranciers. Zo’n model bestaat dan uit de verbale labels zoals: slecht – onvoldoende – voldoende – goed – uitstekend. En als we geen model in een template hebben die we voor alle aanbestedingen gebruiken, dan hebben we in de regel binnen één aanbesteding wel een model dat we voor alle te scoren elementen gebruiken.

Onze veronderstelling was altijd dat zo’n model helder en duidelijk is. En door consequent hetzelfde model te hanteren, scoren we ook consequent op dezelfde wijze. De les uit Ruis is dat we deze veronderstelling maar gauw overboord moeten zetten. De duidelijkheid van eenzelfde schaal verschilt per te beoordelen element. We moeten bij aanbestedingen daarom op zoek naar modellen die passen bij de te beoordelen elementen. Dat kan (zal) betekenen dat we voor een communicatieplan een volstrekt ander scoremodel zullen hebben als voor een planning, een duurzaamheidsplan of een plan voor de inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Gezien de hoeveelheid ruis die optreedt bij de illustratieve onderzoeken van Kahneman, moeten we die scoremodellen ook nog eens heel precies uitwerken om ruis zoveel mogelijk te elimineren. Als de ruis bij aanbestedingen net zo groot is als bij de strafzaken uit het onderzoek van Kahneman, is het tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van ruis om te beginnen al een uitdagende ambitie.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

De Delphi-methode

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het vierde uit die reeks.

Hiërarchie in beoordelingscommissies
In onze vorige bijdrage zijn we ingegaan op de hiërarchie die er in veel beoordelingscommissies zit. Dat kan gaan om de respect-expert ten opzichte van de ‘gewone’ expert, de directeur ten opzichte van zijn of haar ondergeschikte of een extravert persoon ten opzichte van een introvert persoon. Als de dominante persoon ook als eerste aan het woord komt (het openingsbod) dan is er eigenlijk geen sprake meer van een goed functionerende beoordelingscommissie.

In dit artikel gaan we nog een stapje verder. Moet je, met de kennis van Kahneman in je achterhoofd überhaupt nog wel werken met een beoordelingscommissie die in consensus tot een beslissing komt.

Het beoordelen van een plan van aanpak is feitelijk voorspellen
Bij aanbestedingen gaat het erom welke prijs je betaalt en wat je daarvoor krijgt. In veel gevallen: gáát krijgen want diensten komen niet kant en klaar van de plank, maar produceert de leverancier op het moment dat er behoefte aan is, met de mensen die hij er op dat moment voor beschikbaar stelt. Het beoordelen van inschrijvingen gaat dus in veel gevallen feitelijk ook om het voorspellen van toekomstige gebeurtenissen:

Delphi-methode vermindert ruis
Kahneman zet dus grote vraagtekens bij de mogelijkheid om met een groep mensen in een discussie (consensusbijeenkomst) tot een eerlijk oordeel te komen. Een alternatief om met een groep mensen tot een gezamenlijk oordeel te komen is volgens Kahneman de Delphi-methode. Volgens de klassieke methode zijn er meerdere rondes. Bij de eerste ronde dienen deelnemers anoniem schattingen of meningen in bij een moderator. Bij elke volgende ronde geven de deelnemers opnieuw hun schattingen en meningen, en geven daarbij ook hun redenen mee. Dat gebeurt nog steeds anoniem. De bedoeling is dat de schattingen beter worden en daardoor dichter bij elkaar komen te liggen. Na een x-aantal vooraf vastgestelde rondes en eerder als er geen bijstellingen van scores meer zijn, neem je het gemiddelde als zijnde de consensus score.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Er vindt geen consensusbespreking plaats waarbij de beoordelaars hun scores delen en toelichten, om vervolgens toe te werken naar een consensus score. De inkoopadviseur deelt eerst de toegekende scores anoniem en vraagt iedereen om op basis van het totaaloverzicht een eventueel bijgestelde score in te dienen, aangevuld met redenen voor die score. De inkoopadviseur verspreidt dat weer onder de beoordelaars, allemaal in een keer en zodanig dat er niet een eerste en een laatste beoordeling is. Na enkele vooraf bepaalde rondes rekent de inkoopadviseur de gemiddelde score uit. Dat is tevens de consensus score.

Met deze aanpak is de consensus score ontdaan van elementen als de macht van het openingsbod, de macht van de manipulatie en de macht van de hiërarchie. De informatie cascade elimineer je hiermee ook.

En nu we toch steeds meer gewend zijn aan werken op afstand: je hoeft er niet fysiek voor bij elkaar te komen in een gezamenlijke bijeenkomst. Voor de rondes hoeven de beoordelaars zelfs niet eens precies tegelijk beschikbaar te zijn. Beschikbaarheid in een time window is voldoende. Deze manier ondersteunt daarmee het in opmars zijnde tijd- en plaatsonafhankelijk werken.

Eenvoudige versie
De Delphi-methode met meerdere rondes kan voor een eenvoudige kleine opdracht te omslachtig zijn. Een simpele variant zou kunnen zijn dat de deelnemers eerst schriftelijk een eerste score en een motivering geven die door de moderator/inkoper/procesbegeleider anoniem gedeeld worden onder de deelnemers. De deelnemers geven schriftelijk commentaar op in hun ogen ‘vreemde’ cijfers of beoordelingen. Dat deelt de inkoopadviseur weer met alle deelnemers die op basis daarvan hun punten mogen (niet: moeten) aanpassen. Het gemiddelde cijfer is de uiteindelijke score en uit de schriftelijk gemaakte opmerkingen destilleert de inkoper de tekst voor de motivering.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Drie gulden regels voor inkopen met impact 

Vorige week was ik aanwezig bij de aansprekende en inspirerende oratie van prof. dr. ing. Fredo Schotanus met als titel ‘een betere wereld begint bij publieke inkoop’. Ik wil uiteraard graag mijn steentje bijdragen en ik heb daarom bedacht: “Drie gulden regels voor inkopen met impact”.  

Ik sluit daarbij qua opzet aan bij Schotanus. Hij zegt: er zijn drie elementen, de prijs, de ‘gewone’ kwaliteit en de impactdoelen. Het onderscheidende element is dat de impactdoelen geen rechtstreeks effect hebben op de kwaliteit, maar wel reuze belangrijk zijn. Als je kantoorstoelen koopt hebben de ‘gewone’ gunningscriteria rechtstreeks effect op de stoel (zit hij lekker, mooie kleur, snel geleverd etc etc). De impactdoelen hebben geen rechtstreeks effect. Een stoel zit niet lekkerder omdat hij van circulaire materialen gemaakt is, na afloop hergebruikt kan worden, of in elkaar geknutseld is door een genderqueer van kleur met een wahjong-uitkering). 
Daarom is het goed om realistische doelen te stellen.  

Gulden regel 1 : Bepaal de impactdoelen vooraf en samen met de markt 
Ga ruim voor de aanbesteding in gesprek met de markt om te bepalen welke ‘impactdoelen’ er bij deze opdracht passen. Noem het nog geen marktconsultatie maar noem het een marktoriëntatie. Bepaal samen met de markt welke doelen haalbaar zijn. Circulariteit? Diversiteit en inclusie? Hergebruik of tweedehands? CO2-footprint? Social return? Realiseer je daarbij dat iedere aanbesteding maatwerk is. De impactdoelen voor scootmobiels zullen heel andere zijn dan die voor een bouwproject. De gemeente Almere besloot om gebruikte scootmobiels te reviseren en opnieuw in te zetten. Een slim en duurzaam idee maar ze moesten zich wel voor de rechter verantwoorden omdat een klant vond dat de vering van een gebruikte scootmobiel toch echt minder was dan die van een nieuwe. De gemeente won de rechtszaak overigens wel. Ook criteria met betrekking tot diversiteit en inclusie zijn in sommige branches volstrekt onzinnig. Wie de situatie op de arbeidsmarkt een beetje kent zal beseffen dat je in sommige branches soms al dol blij moet zijn met een oudere witte man.  

Gulden regel 2: Leg een bedrijf geen irreële voorwaarden op. 
Gaan we de impactdoelen meenemen in de selectie (geschiktheidseisen of selectiecriteria?) of bij de gunning (eisen of wensen?) 
Bij de selectie gaat het om impact op bedrijfsniveau. Bij de gunning gaat het om impact bij de uitvoering van de opdracht 
Als je Impactdoelen bij de selectie wilt toepassen moet je je heel goed afvragen hoe ver je juridisch wilt en kunt gaan. Denk maar eens aan de volgende vragen: 
Hoeveel mensen van kleur heeft u in dienst en in welke posities? (mag dit? Privacy?) 
Hoeveel voertuigen binnen uw totale wagenpark zijn elektrisch? (is dit proportioneel?) 
Hoeveel medewerkers eten vegan? (privacy?)  
Is uw kantine vegan? (werken de arbeiders dan beter?) 
We zien nu een hausse aan certificaatjes, maar ik vind dat je daar grote vraagtekens bij moet zetten. De bekendste is de CO2-prestatieladder. Op het eerste gezicht een sympathiek initiatief, maar het is een bedrijfscertificaat. Hoe proportioneel is het dat een kleine gemeente van heel groot bouwbedrijf mag eisen dat alle onderdelen van dat bedrijf op het hoogste CO2-niveau zitten. Gelukkig heeft de rechtbank in Den Haag Rijkswaterstaat gelijk gegeven in een zaak waarin de opdracht door de winnaar van de aanbesteding uitgevoerd zou gaan worden op niveau 5 terwijl deze inschrijver een certificaat op bedrijfsniveau niveau 3 had. De rechter vond dat terecht geen probleem. Onthoud: leg een bedrijf geen irreële voorwaarden op. 

Gulden regel 3 : Een aanbesteding op laagste prijs kan het meest duurzaam zijn. 
Houd altijd in je achterhoofd: een aanbesteding op laagste prijs kan tien keer zoveel impact hebben als een aanbesteding op levenscycluskosten of BPKV. Het is een enorm misverstand dat alle duurzaamheids- en MVO-criteria altijd een gunningscriterium (waarop je kunt scoren) moeten zijn. Het zal in veel gevallen veel praktischer zijn om (na de marktoriëntatie!) gewoon de meest duurzame oplossing voor te schrijven. Je hoort altijd zeggen dat aanbestedende diensten de kennis van de markt moeten benutten. Zeker, niks mis mee, maar dat kan ook voorafgaand aan de aanbesteding. We komen er steeds meer achter dat aanbestedingsprocedures waarin samen met inschrijvers aan de oplossing gewerkt wordt, niet altijd succesvol zijn. Vraag maar aan Rijkswaterstaat hoe de concurrentiegerichte dialoog heeft gewerkt bij de renovatie van de Afsluitdijk?  

Partner van Aanbestedingscafé:

Nieuwe inkoopplanning Rijkswaterstaat gepubliceerd

De nieuwe inkoopplanning van Rijkswaterstaat is gepubliceerd. Hierin staan voorgenomen opdrachten die nog niet zijn aanbesteed. Door voor 40 GWW-projecten factsheets te publiceren met kerninformatie hebben inschrijvers informatie om beter af te kunnen wegen welke projecten voor hen interessant zijn.

Extra middelen
De vorige inkoopplanning dateert van maart 2022. Sindsdien is voor meerdere werken een marktbenadering gestart. Daarnaast is in het coalitieakkoord structureel 1,5 miljard euro aan extra middelen toegevoegd. Dit bedrag is bedoeld voor instandhouding van bestaande infrastructuur via het Mobiliteitsfonds (1,25 miljard) en het Deltafonds (0,5 miljard). De exacte verdeling van de gelden volgt later.

Onzekerheid en vertraging
De stikstofproblematiek blijft voor onzekerheid zorgen bij een aantal projecten. Uitbreidings- en aanlegprojecten lopen hierdoor vertraging op. De geplande datum voor de start van de marktbenadering is bij deze projecten vooralsnog niet bekend. In de volgende inkoopplanning, november 2022, is hierover mogelijk meer duidelijk.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/06/rijkswaterstaat-publiceert-nieuwe-inkoopplanning-juni-2022

Partner van Aanbestedingscafé:

Bijna een kwart minder CO2-uitstoot gemeenten door inzet CO2-prestatieladder

De CO2-uitstoot van gemeenten die de CO2-prestatieladder gebruiken is in 2 jaar tijd met gemiddeld 23,9 procent gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO).

Uitstoot in beeld
Met de CO2-prestatieladder kunnen overheden en bedrijven hun eigen CO2-uitstoot meten en verlagen. Bovendien kunnen ze de uitstoot in de hele keten in beeld brengen. Zo kunnen overheidsinstanties bij aanbestedingen eenvoudig beoordelen of inschrijvers serieus bezig zijn met het verminderen van hun CO2-uitstoot. Bedrijven die aan kunnen tonen dat zij hun uitstoot verminderen, krijgen vervolgens voorrang bij de inschrijving.

Lokale energietransitie
De deelnemende gemeenten blijken concrete doelen te stellen en zich daar ook goed aan te houden. De lokale energietransitie wordt daarmee geloofwaardiger voor burgers die ook hun steentje bij moeten dragen. Doordat het systeem duidelijk maakt waar CO2-reductie behaald kan worden, zijn efficiënte maatregelen te nemen.

Deelnemers
Er maken inmiddels ongeveer 150 organisaties gebruik van de prestatieladder, onder meer alle provincies, tientallen gemeenten en een aantal ministeries, waterschappen en gemeentelijke regelingen.

Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/gemeenten-met-prestatieladder-verminderen-co2-uitstoot-met-een-kwart

Partner van Aanbestedingscafé:

De macht van het openingsbod

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het derde uit die reeks.

Het beïnvloeden van de keuze
We denken altijd dat in een goed geleide consensusbespreking alle beoordelaars even veel invloed hebben. Kahneman geeft in zijn boek RUIS echter vele voorbeelden hoe mensen (onbewust) beïnvloed worden en wat de macht is van het ‘openingsbod’.

In zijn boek haalt Kahneman een grootschalig onderzoek aan van Sagalnik e.a. met muziek. Proefpersonen konden uit 72 nieuwe nummers kiezen welke ze zo goed vonden dat ze die zouden downloaden. Als de onderzoekers de nummers neutraal presenteerden, kozen de duizenden proefpersonen uiteindelijk de beste nummers. De beste kwamen bovenaan, en de slechte bungelden onderaan. Als er bij een nummer al een getal stond van het aantal downloads, dan was dat bepalend voor het uiteindelijke aantal downloads. Nummers met een toevallig vroege download, werden daarna vaker gedownload. En omgekeerd. De beste nummers kwamen nooit helemaal onderaan en de slechte nummers nooit helemaal bovenaan, maar voor de rest was de volgorde tamelijk willekeurig.

Ze hebben het onderzoek daarna uitgebreid waarbij ze de aantallen downloads manipuleerden. Ze jokten over de aantallen downloads en zetten een hoog aantal bij de minst goede nummers, en een laag aantal bij de beste nummers. Dit drukte de uitkomst in hoge mate. De volgorde was namelijk niet meer tamelijk willekeurig zoals in het vorige experiment, maar de slechtere nummers stonden vooral bovenaan en de betere nummers onderaan. Dus een openingsbod, zelfs als het gemanipuleerd is, is in hoge mate bepalend voor de uiteindelijke uitkomst.

Informatiecascade
Ook op kleinere schaal kan het openingsbod doorslaggevend zijn. We noemen dit een informatiecascade. In het onderzoek van Sagalnik zagen de proefpersonen alleen maar een cijfer staan. Je kunt nog een stap verder gaan, namelijk door ook toe te lichten waarom je een bepaalde keuze beter vindt. Karel, Sophie en Petra zijn kandidaat voor een belangrijke functie. Tien collega’s moeten bepalen wie van de drie het wordt. Elke collega brengt zijn mening naar voren en onderbouwt die mening met argumenten. Arthur begint en Sophie is volgens hem de beste kandidaat. Barbara weet nu hoe Arthur erover denkt. Het ligt voor de hand dat ze zich bij Arthur aansluit als ze zelf ook enthousiast is. Maar stel dat ze er nog niet uit is. Slaat ze Arthurs mening hoog aan, dan is de kans groot dat ze Arthurs mening overneemt. Peter geeft als derde zijn mening. Arthur en Barbara hebben gezegd dat Sophie het moet worden, maar Peter ziet dat anders. Op basis van de beperkte informatie vindt hij Karel beter. Toch kan hij zich aansluiten bij Arthur en Barbara. Dat doet hij niet omdat hij laf is, maar omdat hij open staat voor andere meningen. Hij denkt misschien dat Arthur en Barbara gegronde redenen hebben om zo enthousiast over Sophie te zijn. Tenzij nummer vier, David, denkt over echt betere informatie te beschikken dan zijn voorgangers, zal hij zijn voorgangers waarschijnlijk volgen. Als hij dat doet dan zit hij vast in een zogenoemde informatie cascade en als een mak schaap volgen. De kans dat de rest de eerste mening volgt is groot, ook al hebben ze een goede reden aan te nemen dat een andere kandidaat de betere is. Pas als de groeiende consensus de plank helemaal misslaat gaan ze er misschien nog tegenin. Zo niet, dan eindigt de stemming unaniem voor Sophie. Vanwege het openingsbod van Arthur.

Les vertaald naar de inkooppraktijk
Wie mag bij een bespreking van de individuele scores als eerste een toelichting geven? Die keuze zou net als bij het muziekexperiment bepalend kunnen zijn voor het vervolg van de bespreking en daarmee van de scores die individuen uiteindelijk geven. Je moet je dus altijd goed afvragen wie het openingsbod van een bespreking doet, waarom diegene dat zou moeten zijn, en hoe je de bespreking vervolgens zodanig inricht dat je de macht van het openingsbod vermindert of nog beter: elimineert.

Wie geef je het openingsbod?
Inkopers denken vaak dat een individu de uitkomst van een consensusbespreking niet kan manipuleren als we met een consensusscore werken: iedereen is immers onderdeel van de bespreking. De les uit Ruis vertaald naar de inkooppraktijk is dat dat weleens een illusie kan zijn. Iemand die een bepaalde uitkomst wil hebben, de daarbij passende scores geeft én die scores als openingsbod mag uitbrengen, zou weleens in hoge mate bepalend kunnen zijn voor de uitkomst. We zagen dat je al moet nadenken over wie je waarom het openingsbod zou moeten geven. Je zou je met de kennis van dit manipulatie experiment ook moeten afvragen wie je het openingsbod juist niet wilt laten geven, en ook waarom niet.  

Drie soorten hiërarchie
Er zijn drie soorten hiërarchie waar je als inkoper op moet letten. Ten eerste de respect-expert ten opzichte van de ‘gewone’ expert. Er is altijd een expert die meer gepubliceerd heeft, meer ervaring heeft of om een andere reden alom gerespecteerd wordt. Het is verstandig om diegene niet als eerste het woord te geven omdat zijn mening die van de anderen zal beïnvloeden. Ten tweede is er de hiërarchie in rang. Als de directeur of de manager in de beoordelingscommissie zit moet ook hij of zij als laatste aan het woord komen. En tenslotte hebben we nog het verschil tussen introverte en extraverte mensen. Een inkoper/procesbegeleider moet ervoor zorgen dat ook de beoordelaars die zich niet graag in een groep op de voorgrond zetten hun inbreng hebben. Laten we de groupthink dat ongewenste beïnvloeding eigenlijk niet kan plaatsvinden, voor de zekerheid maar gauw verlaten.

Het openingsbod is dus van groot belang. In het volgende artikel zullen we zien dat Kahneman überhaupt niet veel wil weten van consensusbeoordelingen.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Voor herstel vatbare vormfouten

Fouten maken is menselijk en het komt regelmatig voor dat Aanbestedende diensten zaken moet aanpassen of rectificeren gedurende de aanbestedingsprocedure. Het maken van fouten is echter niet beperkt tot de zijde van Aanbestedende diensten. Inschrijvende ondernemingen maken om allerlei redenen ook fouten. De vraag die dan rijst is in hoeverre kans moet worden geboden om de fouten te herstellen zonder dat aan de beginselen van het aanbestedingsrecht geweld wordt gedaan. In deze blog zullen we het vraagstuk van het herstellen van (vorm)fouten, die worden gemaakt door inschrijvende ondernemingen, bespreken. Wij gaan verkennen aan welke voorwaarde voldaan moet worden om de mogelijkheid tot herstel van (vorm)fouten te geven. We zullen ook nagaan in welke situaties het herstel van vormfouten indruist tegen het aanbestedingsrecht en derhalve onrechtmatig is.

Het SAG- en Manova arrest

In het SAG-arrest ging het om een geding tussen het Úrad  (Bureau voor openbare aanbestedingen) en ondernemingen, waaronder SAG, zijn uitgesloten van een in de loop van het jaar 2007 uitgeschreven aanbestedingsprocedure, met het oog op de verrichting van diensten op het gebied van de inning van tolgelden op autosnelwegen en op bepaalde wegen. De uitsluiting volgde nadat SAG en de andere inschrijvende onderneming  een nadere toelichting hadden gegeven over hun abnormale lage inschrijving. De reden hiervoor was dat SAG niet voldoende had geantwoord op het verzoek om toelichting bij de abnormaal lage prijzen bij hun inschrijving. Voorts voldeed de inschrijving van SAG niet aan bepaalde in het bestek vastgelegde voorwaarden. De vraag die dan rijst is of de uitsluiting gerechtvaardigd was of is de uitsluiting disproportioneel en had SAG in staat moeten worden gesteld om die fouten te herstellen?

Doorgaans wordt er uitgegaan van het beginsel dat er geen kans op herstel mag worden geboden. Bij de beoordeling van een inschrijving moet worden uitgegaan van de inschrijving zoals die bij het sluiten van de inschrijftermijn zijn ontvangen. Het beginsel van gelijke behandeling en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult  tenzij het gaat om een (kleine) aanvulling of verbetering. Dit heeft het Hof later bevestigd in het Manova-arrest. In dit arrest wordt uitgelegd dat herstel wordt geboden als het voornamelijk gaat om het rechtzetten van kennelijk materiële fouten of klaarblijkelijk een eenvoudige precisering die er niet toe mag leiden dat een nieuwe inschrijving wordt gedaan. Voorts kan de verbetering alleen betrekking hebben op gegevens die waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor einde van de inschrijvingstermijn.

Wat houden de begrippen ” rechtzetten van kennelijk materiële fouten” en ” klaarblijkelijk eenvoudige precisering” in en worden ze in de rechtspraak of literatuur verder gedefinieerd? Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn de begrippen niet concreet gedefinieerd maar er is legio  rechtspraak waaruit geconcludeerd mag worden dat het hier moet gaan om onder de omstandigheden van het geval  heel geringe fout of omissie die evident is. Hieronder volgt er een samenvatting van drie rechterlijke uitspraken die deze conclusie illustreert.

  1. De voorzieningenrechter in Amsterdam oordeelde dat het niet opsturen van het UEA van de onderaannemer bij de inschrijving van de hoofdaannemer voor herstel vatbaar was[1]. Het was bij de inschrijving van de hoofdaannemer (blijkens het UEA) duidelijk dat een beroep werd gedaan op de draagkracht van de betreffende onderaannemer. Door de omstandigheden van het geval kon worden opgemaakt dat de fout door de hoofaannemer evident is en voor een eenvoudig herstel vatbaar blijkt.
  2. De rechtbank Gelderland meende dat het wijzigen of aanvullen van een opgegeven referent na de inschrijvingstermijn rechtens niet meer toelaatbaar was. De eerdere opgegeven referent kon niet bevestigen dat de inschrijver in de afgelopen drie jaar aan ten minste vijf cliënten van de referent specialistische ggz zorg heeft verleend. In de aanbestedingsstukken is verwoord dat inschrijvers na het verstrijken van de inschrijvingstermijn in hun inschrijving geen (inhoudelijke) wijzigingen mogen aanbrengen. In dat kader is het de inschrijver na inschrijving, waarin de inschrijver een bepaalde referent voor een bepaald type ggz heeft opgegeven, niet toegestaan de inschrijving te wijzigen door een andere referent in de regio op te geven. Zelfs niet na vaststellen van het feit dat in de geschiktheidseis in beginsel geen geografische beperking zijn gesteld[2]. In mijn beleving heeft de rechtbank geen herstel geboden omdat de fout redelijk eenvoudig te voorkomen was en ook niet per ongeluk is gemaakt.
  3. De rechtbank Den Haag overwoog dat het onbeantwoord laten van een vraag over een facultatieve uitsluitingsgrond in het UEA niet  als een kennelijke fout mocht worden gezien en daarom niet voor herstel vatbaar was. Ook hierin was m.i. de omstandigheden van het geval bepalend. Het was vast komen te staan dat een combinant een ander versie UEA had gebruikt bij hun inschrijving dan zulks door Aanbestedende dienst is verstrekt. De ongeldigheid van de inschrijving zat niet zozeer in het gebruik van het afwijkend UEA. Het gebruik van een afwijkend UEA vergroot echter wel de kans op fouten bij de invulling ervan. De combinant is hierdoor vergeten de facultatieve uitsluitingsgronden aan te vinken en de daarbij behorende vraag te beantwoorden. Deze omstandigheden wegen ook zwaar omdat in de aanbestedingsleidraad specifiek aandacht was gevraagd voor het invullen van het UEA[3]. Door goed de aanbestedingsstukken te lezen en op te letten bij het invullen van het UEA had de fout voorkomen kunnen worden is mijn inschatting. Zulke fouten komen blijkbaar niet voor herstel in aanmerking


Aanbestedingsleidraad: kan bepaling

De discussie of er wel of geen herstelmogelijkheid moet worden geboden kan worden beslecht door de formulering in de aanbestedingsleidraad. Als er in de aanbestedingsleidraad een uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie is opgenomen is “het rechtzetten van kennelijk materiële fouten” of het aanbrengen van “klaarblijkelijk een eenvoudige precisering” niet toegestaan. Dit volgt eveneens uit het Manova-arrest en andere rechtspraak[4]. Aanbestedende diensten moeten zich immers houden aan hun eigen vastgestelde (spel)regels anders handelt men in strijd met het transparantiebeginsel van het aanbestedingsrecht. Aanbestedende diensten doen er dus goed aan bij het formuleren van de uitsluitingsclausule of ongeldigheidssanctie ruimte te maken om te beoordelen of de omstandigheden van het geval een herstelmogelijkheid toelaat. Dit kan door middel van de zogenaamde kan-bepaling. Het enkele feit dat er een vormfout wordt ontdekt in de inschrijving leidt dan niet zonder meer tot het uitsluiten van de desbetreffende inschrijver.


[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6753

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:375

[3]https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7599

[4] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62012CJ0336;    https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7169

Partner van Aanbestedingscafé:

Handreiking Aanbesteden Zero Emissie gepubliceerd

De Buyer Group Zero Emissie Bouwmaterieel (ZEB) heeft de eerste documenten die ze heeft opgesteld openbaar gemaakt. Pieter Litjens, directeur CROW en gezicht van het Netwerk Duurzaam GWW, nam de Handreiking Aanbesteden Zero Emissie Bouwmaterieel  in ontvangst. Hiermee kunnen publieke opdrachtgevers beter en sneller emissieloos bouwmaterieel uitvragen bij aanbestedingen van GWW-projecten.

De Buyer Group ZEB is bedoeld om duurzame inkoop te stimuleren zodat emissieloos bouwmaterieel sneller de norm wordt. De handreiking ondersteunt in die ambitie met inspiratie en kennis voor inkopers. Alle informatie staat er overzichtelijk bij elkaar. Meer informatie over de duurzaamheidswinst van zero emissie bouwmaterieel en tips om hier op uit te vragen in aanbestedingen, zijn te vinden bij de Buyer Group.

Bron: https://www.pianoo.nl/nl/actueel/nieuws/handreiking-voor-versneld-aanbesteden-met-zero-emissie-bouwmaterieel

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Juni 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht ‘Harmonisatie doelgroepenvervoer’. Inschrijvers is gevraagd om een directe kilometerprijs per vervoersstroom in te dienen. In de minimumeisen is opgenomen dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs dienen aan te bieden. Een van de inschrijvers is bericht dat de door haar opgegeven prijEen aanbestedende dienst heeft een aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht ‘Harmonisatie doelgroepenvervoer’. Inschrijvers is gevraagd om een directe kilometerprijs per vervoersstroom in te dienen. In de minimumeisen is opgenomen dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs dienen aan te bieden. Een van de inschrijvers is bericht dat de door haar opgegeven prijzen onder kostprijs zijn of abnormaal laag en dat een of meer kostencomponenten zijn verwerkt in andere vervoersstromen. Dit maakt de inschrijving ongeldig. Vervolgens zijn een aantal inschrijvers in de gelegenheid gesteld hun prijzen aan te passen naar een voor alle vijf de vervoersstromen marktconform en exploitabel niveau, onder de voorwaarde dat het gewogen gemiddelde in het prijzenblad niet wijzigt. Hiertoe zijn twee inschrijvers niet bereid, omdat zij van mening zijn dat op basis van synergieën en schaalvoordelen tot een realistische prijs per vervoersstroom is gekomen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de eis dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs aan dienen te bieden onvoldoende duidelijk en voor meerdere uitleg vatbaar is. Het gevolg hiervan is dat de inschrijvingen onderling niet goed vergelijkbaar zijn. Dit gebrek in de aanbestedingsprocedure kan enkel worden hersteld met een heraanbesteding.

Betekenis voor de praktijk
Zorg dat eisen voldoende duidelijk zijn en niet voor meerdere uitleg vatbaar zodat inschrijvingen onderling goed vergelijkbaar zijn. Consulteer bij twijfel de markt, bijvoorbeeld met een (mini-)marktconsultatie per e-mail over de betreffende eis.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Partner van Aanbestedingscafé:

Chinese bedrijven geweerd in aanbestedingen windparken op zee

TenneT, landelijk netbeheerder, kan bij toekomstige aanbestedingen makkelijker Chinese bedrijven uitsluiten. Vanwege potentiële veiligheidsrisico’s mogen Chinese partijen in de toekomst niet meer inschrijven op aanbestedingen van TenneT voor vitale delen van het elektriciteitsnetwerk. Minister Rob Jetten vindt de risico’s voor de staatsveiligheid te groot, daarom wil hij een wijziging in de elektriciteitswet aanbrengen. Hierdoor kan TenneT risicovol geachte bedrijven makkelijker weren.

Duidelijkheid
TenneT verklaart zelf te hebben gevraagd om meer duidelijkheid over hoe om te gaan met Chinese partijen. Zij schrijven in bij aanbestedingen voor vitale infrastructuur, zoals de opdracht voor twee hoogspanningsstations en transformatorplatforms op zee, ook wel ‘stopcontacten op zee’ genoemd. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat legde vorig jaar de aanbesteding voor één van die twee projecten stil vanwege de veiligheidsrisico’s.

Nationale veiligheid
De voorgestelde wetswijziging moet de toenemende zorgen over de nationale veiligheid enigszins sussen. Jetten stelt zich bewust te zijn van de risico’s van mogelijke Chinese inmenging in de Europese energie-infrastructuur. Tegelijk benadrukt hij dat alleen Chinese afkomst niet voldoende is om als bedreigend aangemerkt te worden.

Extra eisen
Uit een veiligheidsanalyse bij TenneT die het ministerie in 2020 deed, bleek dat de veiligheid beter gewaarborgd zou kunnen worden. Door dit nieuwe beleid worden er nu extra eisen aan partijen gesteld bij aanbestedingen. Chinese bedrijven kunnen nu geweerd worden. Zij nemen een steeds prominentere plaats in bij aanbestedingen in het Europese net, ook bij TenneT in Duitsland en Nederland wonnen zij recent grote opdrachten.

Aanbesteding heropend
De eerdere, stilgelegde aanbesteding van de twee ‘stopcontacten op zee’ wordt volgens de nieuwe regels geopend. De criteria voor een Europese aanbesteding worden gebruikt, maar ze worden zó opgesteld dat Chinese bedrijven niet in kunnen schrijven.

Geen kans
Daarnaast verandert het aanbestedingsproces van TenneT in de basis. Alle geplande aansluitingen tot 2030 worden nu als geheel aanbesteed. Dat betekent met een bedrag van € 30 miljard een van de grootste publieke aanbestedingen in ons land. Vereiste is dat inschrijvers een bewezen trackrecord hebben in de bewuste technologie in Europa. Concreet betekent dit dat Chinese bedrijven geen kans maken.

Nieuwe ambities
De samenwerkingsovereenkomst wordt voor maximaal acht jaar afgesloten. Zo moet de doelstelling van de landen rond de Noordzee worden gehaald. Zij hebben recent de ambities voor windparken op zee naar boven bijgesteld. Leveranciers hebben door de langere samenwerkingsovereenkomsten een grotere leveringszekerheid en kunnen nu beter productiecapaciteit vast gaan leggen.

Bron: https://fd.nl/bedrijfsleven/1443061/chinezen-verbannen-bij-aanleg-cruciale-delen-stroomnet-nwf2caxz5AlF

Partner van Aanbestedingscafé:

The wisdom of the crowd

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het tweede uit die reeks.

Zonnig weer? Je academische titel is minder waard…
Iedereen heeft last van wat Kahneman gelegenheidsruis noemt. Een onderzoek naar 700.000 huisartsconsulten liet bijvoorbeeld zien dat artsen aan het eind van een lange dag significant vaker opiaten voorschreven. Zelfs het weer heeft een meetbare invloed op professionele beoordelingen.

Uri Simonsson toonde aan dat toelatingsbureaus van universiteiten als het bewolkt is meer gewicht toekennen aan de academische prestaties van een kandidaat, en als de zon schijnt meer aan andere aspecten van zijn of haar CV. De titel van zijn artikel hierover was: ‘Clouds make nerds look good’. Oftewel: toevallige externe factoren bepalen hoe wij beoordelen. En laten de uitkomsten van aanbestedingen nu in hoge mate van beoordelingen af laten hangen….

Simpele oplossing kan uitkomst bieden
Een heel eenvoudige oplossing om dit soort ruis te verminderen is volgens Kahneman door simpelweg meer beoordelaars in te zetten. Hij geeft daar echter gelijk de kanttekening bij, dat dat in veel gevallen gewoonweg te kostbaar zal zijn. In zijn boek geeft hij het voorbeeld van een docent die opstellen van leerlingen uit de derde klas moet nakijken. Als hij dat gewoon alleen zelf doet kunnen er allerlei zaken zijn die het eerlijk beoordelen beïnvloeden (ruzie met zijn echtgenote, zijn nieuwe auto net aangereden, net een prijs gewonnen ect).

Hij kan het proces dus wat zuiverder maken door bijvoorbeeld een collega te vragen de opstellen ook na te kijken. Hij zou de relatief complexe beoordelingstaak kunnen structureren, of de opstellen vaker kunnen lezen en dan in een andere volgorde. Een gedetailleerde scorerichtlijn als checklist zou ook kunnen helpen en hij zou ook elk opstel op hetzelfde tijdstip van de dag kunnen lezen om gelegenheidsruis te vermijden.

Wisdom of the crowd: niet nieuw, nog wel steeds actueel
Het beoordelen met meerdere personen noemt Kahneman ‘the wisdom of the crowd’. Al in 1907 vroeg Francis Galton, een veelzijdig geleerde en een neef van Darwin, 787 bezoekers van een jaarmarkt het gewicht van een grote prijs-os te schatten. Geen van de bezoekers noemde het juiste gewicht, 1198 pond, maar het gemiddelde van de schattingen was 1200 en zat er dus maar 2 pond naast.

Tijdens het live experiment bij het PIANOocongres hebben we dat ook zelf aangetoond. We hadden een pot met 297 Napoleons erin en ruim 150 mensen hebben geschat hoeveel erin zaten. Niemand had het juiste antwoord, maar het gemiddelde van de massa zat er slechts 3 naast.

Wisdom of the crowd werkt uitstekend als je een antwoord in de goede richting zoekt
Kahneman brengt bij wisdom of the crowd een nuance aan. Als het gaat om een complexe zaak met veel verschillende elementen, waarvoor specialistische kennis nodig is, zal een beoordelingscommissie van 100 personen eerder meer dan minder ruis geven. Ook bij zeer complexe zaken werkt besluitvorming in grote groepen eerder polariserend en dus ruisversterkend. Men beweegt mee met een expert en versterkt elkaar in die richting. Of beweegt mee met het openingsbod. Of met een hiërarchisch hoger geplaatst persoon.

Maar… als je een antwoord op een vraag zoekt waarbij het gaat om inschattingen en inzichten, dan heeft de crowd veel wisdom. Het kan dus nut hebben om bij aanbestedingen met meer – lees: veel meer –  beoordelaars te werken.

En bij aanbestedingen zoeken we ook vaak dat soort antwoorden
Denk bijvoorbeeld aan de  nieuwe kleur voor de aan te schaffen leerlingenvervoerbusjes. Dan is het mogelijk en misschien zelfs wenslijk om de ouders of zelfs de kinderen mee te laten beslissen. Er is geen technische kennis voor nodig om te bepalen welke kleur je het mooist vindt.

En nog vaker voorkomend bij aanbestedingen: het beoordelen van Plannen van Aanpak. Daarbij proberen we dan objectief in te schatten hoe groot de kans is dat een bepaald Plan van Aanpak tot succes leidt. Hierbij gaat het immers om inschattingen en inzichten.

Praktische bezwaren oplossen leidt mogelijk zelfs tot betere aanbestedingen
Een argument tegen ‘the wisdom of the crowd’ bij aanbestedingen zou kunnen zijn dat als 100 beoordelaars kennis nemen van de plannen van aanpak van inschrijvers, er geen sprake meer is van de bescherming van bedrijfsgevoelige informatie. Dit is prima oplosbaar. Je kunt dat bijvoorbeeld oplossen door niet een uitgebreid plan van aanpak te laten schrijven, maar de inschrijvers korte stukjes per onderwerp te laten schrijven die niet herleidbaar zijn tot de inschrijver. Die stukjes zou je dan bijvoorbeeld zelfs met multiple choice vragen door de 100 beoordelaars kunnen laten beoordelen.

De aanbesteding wordt er mogelijk zelfs stukken beter van: je dwingt de aanbieders zich op de kern te richten, en vraagt ze niet om lange lappen proza op te leveren.

Let wel op! Ook bij een groep moet je een duidelijk beoordelingskader hebben
Bij aanbestedingen is het gebruik van een beoordelingscommissie volstrekt ingeburgerd. Toch was dat niet altijd zo. Pijnacker Hordijk (Aanbestedingsrecht, vierde druk 2009), zei hier nog het volgende over: “Een in de praktijk steeds vaker opkomende vraag is of de beoordeling van de inschrijvingen door een team van beoordelaars voldoende objectief en transparant is. Op zichzelf doet het er niets toe of de beoordeling plaatsvindt door één beoordelaar of een team van beoordelaars, omdat een beoordeling hoe dan ook dient plaats te vinden aan de hand van duidelijke, precieze en ondubbelzinnige criteria en dienovereenkomstig ook aan de hand van die criteria toetsbaar dient te zijn. Het is derhalve een misvatting dat een subjectieve beoordeling door een aantal beoordelaars alsnog objectief en transparant wordt door die beoordelingen te middelen.”

Goede balans zoeken zijn we aan onze stand verplicht
Kahneman geeft aan dat er een grens zit aan een investering in ruisreductie. Het lijkt echter vanzelfsprekend om juist bij aanbestedingen, waarbij het gaat om het uitgeven van belastinggeld, te proberen de ruis zo laag mogelijk te houden. Je zou wel kunnen redeneren dat er bij een Europese aanbesteding van € 20.000.000,- meer aan ruisreductie gedaan moet worden dan bij een meervoudig onderhandse aanbesteding voor € 50.000,-.

De impact van beoordelingen van kwaliteit is bij aanbestedingen groot, en nu we steeds minder op prijs inkoper zelfs steeds groter en daarmee vaak zelfs doorslaggevend. We zijn het aan onze stand verplicht om goed na te denken of we méér moeten doen om uitkomsten minder/niet van toevalligheden af te laten hangen.  

Clouds make nerds look good … laten wij ervoor zorgen dat zoiets niet geldt voor onze aanbestedingen!

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

De visafslag voor aannemers

Soms is een bijeenkomst met vakidioten nuttig. Deze mensen hoeven elkaar niets uit te leggen, iedereen heeft meer dan basiskennis van de materie, kent de afkortingen en – bij aanbestedingen – de jurisprudentie en de geschiedenis van de aanbestedingswet. Een onderwerp kan direct de diepte in gaan.

Een samenzijn (lees: borrel) met slimme mensen zonder of met heel weinig kennis van de materie kan daarentegen ook nuttig zijn. Zo ook de inzichten van een kind die, niet geremd door enige juridische kennis, vragen stelt over de dikte van een overeenkomst.

Net als over de prestaties van het nationale voetbalelftal en hun coach, de politici in Den Haag (of nog erger: Brussel) en het weer, zijn over aanbesteden ook heel veel meningen. Te ingewikkeld, niet eerlijk, te duur, geen goede start van de samenwerking et cetera, et cetera. Op zich zijn al meerdere columns te vullen met alleen de kritieken op het aanbesteden. Nadeel is wel dat het zulke zure stukjes worden…

Nadat de betreffende borrel verder vorderde, werd de aanbestedingswet voor de bouwsector aan de kant geschoven en vervangen door een visafslag.

In de bouw wordt wel eens gekscherend gezegd dat de aannemer die het werk wordt gegund, de meeste fouten heeft gemaakt in zijn begroting. Het goed afprijzen van een bestek (technisch ontwerp [1]) van een groot werk, is dan ook een helse klus met een grote kans op fouten. Met vaak gedoe over meer en minderwerk als het werk eenmaal is gegund. De bouwteam-, tweefasen- en verificatiemodellen zijn er onder meer om de ervoor te zorgen dat de aannemer een correcte en volledige prijs kan indienen. Blijkbaar is een reguliere aanbestedingsprocedure daarvoor niet altijd de eigenlijke manier.

Terug naar de visafslag.

Als een bouwbegroting wordt platgeslagen, bestaat deze uit Directe Bouwkosten, de Algemene Bouwplaatskosten en opslagen (percentages) voor de Algemene Kosten, Winst en Risico, CAR-verzekering en soms Coördinatie.

De Directe Bouwkosten en de Algemene Bouwplaatskosten zijn een broedplaats voor fouten. Zeker als tijdens de aanbestedingsprocedure contractueel risico’s ten aanzien van de volledigheid van de begroting naar de aannemer worden geschreven.

Het enige contractmodel waarover – disclaimer: n=1 – de opdrachtgever en de aannemer een positief verhaal vertelden, was het Ronde Tafel model [2]. Hierbij werden met een open begroting en met vaste opslagen een bouwproject uitgevoerd. Deze open begroting werd niet alleen beoordeeld op basis van de blauwe ogen van de aannemer maar ook met een (accountant) controle op kantoor van de aannemer. Hoewel vertrouwen goed is, blijkt controle toch soms nodig. Door deze controle verkleint de zorg van veel opdrachtgevers dat een open begroting minder open is dan wordt voorgespiegeld door de aannemer.

In een (omgekeerde) visafslag, waarin een oplopende klok de hoogte van de opslagen aangeeft, kunnen Inschrijvers op een knop drukken als ze de betreffende opslagen (marges) accepteren. De Inschrijver die het eerst drukt, wordt het werk gegund. Heel eerlijk en weinig tenderkosten.

Als deze bouwafslag-aanbesteding middels een niet-openbare procedure wordt georganiseerd, is de Aanbestedende Dienst er ook nog van verzekerd dat de Inschrijver die op de knop drukt, in staat is het werk te maken. Deze controle wordt immers uitgevoerd in de eerste fase van de niet-openbare procedure.

Lage tenderkosten, geen gedoe meer over indexeren (er wordt immers ingekocht tegen de dan geldende prijzen) en een duidelijk kader waarbinnen meer en minderwerk wordt gerekend. Welke aannemer wil dit nu niet? Nu nog zorgen voor weinig bouwfouten en de marges zullen omhoogschieten.

Naast het feit dat de Opdrachtgever vooraf een goede directieraming moet maken, zullen er vast meer haken en ogen zitten aan deze aanbestedingsvorm. Maar als oplossing voor heel veel nadelen van aanbesteden, lijkt het een mooi alternatief om verder uit te werken.

****
Ad 1: betreft een ontwerp dat zeer nauwkeurig is uitgewerkt door het ontwerpteam.
Ad 2: zoek op YouTube “Ronde tafel” en een naam van een grote aannemer.

Partner van Aanbestedingscafé:

Taxi- en zorgvervoer met steeds betere kwaliteit aanbesteed

Aanbestedingen in taxi- en zorgvervoer zijn van steeds hogere kwaliteit. Dat is de conclusie die Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) trekt in het jaarverslag 2021. Er is een toename van kwaliteitseisen in de bestekken en de aandacht voor ondergrenstarieven groeit.

Minder aanbestedingen
AIM beoordeelt aanbestedingen jaarlijks op zo’n vijftig criteria. In 2021 waren dit dertig aanbestedingen. Door corona konden de aantallen van voorgaande jaren niet worden gehaald. De verwachting is dat dit in 2022 en daarna weer bijtrekt door een inhaalslag van uitgestelde aanbestedingen die alsnog op de markt komen.

Looptijden
Opvallend is dat de aanbevelingen van het AIM niet altijd gelijk worden opgenomen in een bestek. Toch blijken ze bij latere aanbestedingen alsnog een rol te spelen. Een van de aanbevelingen uit eerdere jaren was de looptijd van contracten. In 2021 valt eindelijk op dat looptijden van contracten langer zijn. Dat betekent dat arbeidscontracten voor onbepaalde tijd ook vaker tot de mogelijkheden behoren. De inzet van zero emissie voertuigen is inmiddels bijna standaard een gunningscriterium. Naast de grotere aandacht voor duurzaamheid, is de toename van kwaliteitseisen, de cao-verklaring en aandacht voor ondergrenstarieven ook goed nieuws uit de sector.

Aandachtspunten
Het AIM adviseert om bij inkoop alsnog rekening te houden met corona. Bovendien spelen de stijgende brandstofprijzen een grote rol in de vervoerskosten. Beide zaken verdienen aandacht van de sector. Bron: https://www.taxipro.nl/contractvervoer/2022/06/21/kwaliteit-aanbestedingen-taxi-en-zorgvervoer-gaat-omhoog/?gdpr=accept

Partner van Aanbestedingscafé:

Intensieve samenwerking Rijkswaterstaat en markt verloopt positief

Rijkswaterstaat en de markt intensiveren hun samenwerking in het transitieprogramma ‘Op weg naar een vitale infrasector’. De samenwerking begint steeds meer vorm te krijgen met nieuwe vormen van aanbesteden en projectuitvoering die gangbaarder worden. Doel is een innovatieve, duurzame sector te realiseren met projecten die voorspelbaar en met een goede risicobeheersing verlopen.

Transitieaanpak
Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat informeerde de Tweede Kamer over de monitoring en doorontwikkeling van de transitieaanpak. Hieruit blijkt dat het programma werkt en positief wordt ervaren door de markt. Inmiddels zijn er meer dan 10 projecten waarin het twee-fasen contract wordt gebruikt, bijvoorbeeld de verbreding van de snelweg A27 Houten-Hooipolder, de renovatie van de IJsselbruggen in de A12 en de renovatie van de tunnels in de snelweg A73. Ook de portfolio-aanpak wordt soms gebruikt, bijvoorbeeld bij de renovatie van de Haringvlietbrug en de Papendrechtsebrug.

Taskforce Infra
Daarnaast zijn een aantal onderhoudscontracten aanbesteed met verbeteringen, zoals een langere doorlooptijd en meer oog voor de samenwerking. Deze is sinds 2020 geïntensiveerd met behulp van de nieuw opgerichte Taskforce Infra. Hierin nemen Rijkswaterstaat en een brede infracoalitie deel met als doel de transitie aan te jagen.

Blijvende verandering
De transitieaanpak wordt in het komende jaar doorgezet met een steeds groter accent op borgen van resultaten in het marktbeleid van Rijkswaterstaat. Hiermee moet een blijvende verandering worden gerealiseerd en bestendigd. Ook de houding en het gedrag van infrawerkers maakt deel uit van de nieuwe aanpak, net als een intensievere kennisuitwisseling met vergelijkbare programma’s en initiatieven bij andere opdrachtgevers. In een volgende monitor komt meer aandacht voor de effecten van de nieuwe samenwerkingsvormen en de (financiële) beheersing van projecten.

Bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/archief/2022/06/samenwerking-rws-en-markt-verder-geintensiveerd-transitie-naar-vitale-infrasector-op-stoom

Partner van Aanbestedingscafé:

Nederlandse bedrijven profiteren van aanbestedingsmarkt

Vooral Nederlandse bedrijven profiteren van de contracten die de Nederlandse overheid aanbesteedt. Dat blijkt uit onderzoek van Cobouw. In de top 25 van bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren, voerden in 2021 infrabouwers de boventoon. Met afstand de grootste opdracht was die voor renovatie van de Amsterdamse kademuren, een contract ter waarde van 750 miljoen euro.

Nederlandse bedrijven profiteren
Cobouw analyseerde bijna 400 aanbestedingen die in 2021 via TenderNet werden gepubliceerd. In totaal was met al deze opdrachten 3,4 miljard euro gemoeid. Daarmee is de investering 400 miljoen euro hoger dan het jaar ervoor. Hoewel iets meer dan de helft van de contracten Europees is aanbesteed, zijn het vooral de Nederlandse bedrijven die profiteren van alle uitgezette opdrachten. Daarmee zet de dalende trend van buitenlandse bouwers op de inframarkt zich voort.

Top 3 contracten
Het contract in Amsterdam voor vervanging van de kademuren is het grootste gegunde contract in 2021. Het werk aan de openbaarvervoerterminal in Amsterdam-Zuid staat met een waarde van ruim 3 miljoen euro op een tweede plek. De derde in de ranglijst van opdrachten naar waarde is met ruim 126 miljoen voor de reconstructie van de N65 tussen Vught en Haaren.

Opdrachten
Gekeken naar het aantal tenders komen Heijman Infra en Strukton Rail met ieder 15 binnengesleepte contracten als beste uit de bus. Rijkswaterstaat is met 41 aanbestedingen de grootste opdrachtgever, direct gevolgd door gemeente Amsterdam, ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf. Na Amsterdam is van de decentrale overheden provincie Brabant de grootste aanbesteder.

Criteria en procedures
Het belangrijkste criterium in aanbestedingen is die van de prijs-kwaliteitverhouding. Zo’n 86 procent van de contracten werd op deze grond gegund. In 14 procent van de contracten gaf de laagste prijs van de inschrijvers de doorslag. De meeste tenders, 145, werden in 2021 niet-openbaar aanbesteed. De openbare procedure werd in 138 gevallen toegepast gevolgd door onderhandse gunning voor 40 aanbestedingen.

Bron: https://www.cobouw.nl/305788/gunningenonderzoek-2021-kadebouwers-floreren-steeds-minder-buitenlanders-op-markt

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingen windparken op zee voor vergunningverlening op de markt

In 2030 moet Nederland 21 gigawatt aan energie op zee opwekken. Dat is zo’n 75% van het landelijke energieverbruik. De ministerraad heeft definitief vastgesteld waar de windparken op zee komen. Ook is de planning van het hele ontwikkeltraject nu helder, in totaal wordt er zo’n 16 miljard euro geïnvesteerd. De aanbesteding voor de windparken opent vanaf 2025

Minister Jetten voor Klimaat en Energie stelt dat de Noordzee de grootste, groene energiebron van het land moet worden. De windparken moeten zo snel mogelijk gereed zijn om de doelen voor 2030 te halen. TenneT gaat contracten voor fabricage van platforms, kabels en apparatuur gunnen voordat definitieve vergunningen rond zijn. Op die manier hoopt de netbeheerder de aanleg volgens planning te kunnen realiseren.

Nederland legde recent vast samen met Denemarken, Duitsland en België om vóór 2050 150 gigwatt aan energie op te wekken in de Noordzee. Hiervan moet 65 gigawatt in 2030 gerealiseerd zijn.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/10/planning-windenergie-op-zee-2030-gereed

Partner van Aanbestedingscafé:

Hoe deskundig zijn de beoordelaars?

Op 16 juni gaven Richard Lennartz (MinBZK/HIS) en Theo van der Linden (VdLC) op het PIANOo-congres een presentatie over het boek RUIS van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman werkt op het snijvlak van psychologie en economie: dat is ook het snijvlak van belangrijke elementen van aanbestedingen. Lennartz en Van der Linden zijn ervan overtuigd dat de ideeën van Kahneman grote invloed gaan hebben op de wijze waarop beoordelingscommissies tot hun oordeel komen. Deze zomer plaatsen ze hierover elke week op aanbestedingscafe een artikel. Dit is het eerste uit die reeks.

In zijn boek gaat Kahneman uitgebreid in op de kwaliteit van beoordelaars. Het zal geen verrassing zijn dat ook hij vindt dat hoe deskundiger de beoordelaars zijn, hoe beter het eindoordeel zal zijn. Bij zeer vakkundige beoordelaars is er sprake van minder ruis en ook van minder bias. Maar Kahneman is kritisch over het vaststellen van die kwaliteit. De superioriteit van de echte experts ten opzichte van anderen is in zijn ogen alleen verifieerbaar als we de beschikbaarheid hebben over de uitkomst van hun oordelen/voorspellingen. Maar daar ontbreekt het vaak aan. 

In zijn boek werkt Kahneman twee voorbeelden heel uitgebreid uit. Een heel zakelijk voorbeeld is het vaststellen van verzekeringspremies, iets waarbij je zou vermoeden dat de experts redelijk dicht bij elkaar zouden eindigen, wat in de praktijk echter niet zo is. Het tweede voorbeeld is het bepalen van de strafmaat door rechters. Kahneman erkent dat de rol van een rechter juist is om een oordeel te nuanceren. Als er iemand doodgereden wordt, dan maakt het voor de strafmaat uit of het door een dronken chauffeur met diverse waarschuwingen gebeurt, of door een man die met zijn hoogzwangere vrouw op weg naar het ziekenhuis is. Maar het vergrijp blijft hetzelfde, en het vonnis zou binnen bepaalde marges moeten blijven. De uitkomsten die Kahneman echter vond door vonnissen te vergelijken gaan echter veel verder dan dat. Hij schrijft:  

“In een groot onderzoek uit 1981 kregen 208 federale rechters allemaal dezelfde zestien hypothetische zaken voorgelegd. De bevindingen waren schokkend. In slechts drie van de zestien zaken was er unanimiteit wat betreft het opleggen van een gevangenisstraf. Zelfs als de meest rechters het erover eens waren dat een gevangenisstraf gepast was, was er grote variatie in de duur daarvan. In een fraudezaak met als gemiddelde straf van 8,5 jaar was de zwaarste straf levenslang. In een ander geval was de gemiddelde straf 1,1 jaar, maar de zwaarste 15 jaar.” 

In feite is wat een beoordelingscommissie bij een aanbesteding doet, het voorspellen van de beste aanpak. De experts lezen vijf plannen van aanpak en proberen te voorspellen welk plan van aanpak in de praktijk het beste zal werken. Met de inzichten van Kahneman moeten we hier grote vraagtekens bij zetten.  

Op de eerste plaats betwijfelt Kahneman de haalbaarheid van perfecte voorspellingen. Hij noemt dat de ‘ontkenning van onwetendheid’. Het probleem is volgens hem dat mensen geloven in de voorspelbaarheid van gebeurtenissen die in feite onvoorspelbaar zijn, waarmee ze impliciet ontkennen dat er een grens is aan wat je kunt voorzien. Als je naar moderne aanbestedingen kijktdan is het op zijn plaats om vraagtekens te zetten bij gunningscriteria als ‘flexibiliteit’ en ‘samenwerking’. Dit zijn zulke veelomvattende en feitelijk vage begrippen dat je jezelf de vraag moet stellen of een tekstje in een plan van aanpak überhaupt wel een indicatie is van hoe de komende samenwerking gaat verlopen of hoe flexibel de opdrachtnemer zal blijken te zijn. Dat neemt niet weg dat je een goede samenwerking en een flexibele werkhouding gedurende de uitvoering wel kunt belonen met bijvoorbeeld een bonus- of malussysteem, maar als gunningscriterium bij de aanbesteding hoort het niet thuis. 

Op de tweede plaats stelt Kahneman dat je je steeds moet afvragen hoe deskundig de experts in werkelijkheid zijn. Als het om eenvoudige of meetbare taken gaat is het gemakkelijk om vast te stellen of een aanpak succesvol was of niet: de WC is gerepareerd, er is een bepaald bedrag aan omzet gehaald, er zijn 100 facturen verstuurd etc. Bij aanbestedingen die wat ingewikkelder zijn, is het veel moeilijker om toekomstig succes vast te stellen. Er kunnen vaak tientallen redenen zijn waarom een leverdatum niet gehaald wordt of waarom er toch meerkosten zijn. Het menselijk brein is volgens Kahneman over het algemeen niet goed in staat grote aantallen factoren ook nog eens in onderlinge samenhang goed te beoordelen. Er zijn volgens Kahneman beoordelaars die dat wel goed kunnen. De deskundigheid van beoordelaars is volgens Kahneman te meten, maar dat is niet eenvoudig en vereist analyses over een langere termijn. Beoordelaars bij een aanbesteding worden eigenlijk nooit onderworpen aan een evaluatie van de juistheid van hun oordeel. Dat zou, op lange termijn wel een indicatie van hun deskundigheid geven. Het vertrouwen dat we nu hebben in bepaalde experts is meestal gebaseerd op het respect dat ze onder hun collega’s genieten. Kahneman noemt dat respect-experts. Training, ervaring en (zelf)vertrouwen zorgen ervoor dat respect-experts geloof in hun inzicht weten af te dwingen. Maar zegt Kahneman, deze zaken vormen geen garantie voor de kwaliteit van hun oordelen. Hij gaat hier heel erg ver in. Hij zegt:  
“Zijn we nagegaan of de experts die wij vertrouwen het beter doen dan pijltjesgooiende chimpansees?” 

Dit is het eerste artikel uit de reeks naar aanleiding van het boek ‘Ruis’ van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman.

Dit artikel is onderdeel van een groep artikelen. Hieronder een overzicht van alle artikelen:

Partner van Aanbestedingscafé:

Let's talk about it

‘Dialoogprocedures’, zoals de mededingingsprocedure met onderhandeling en concurrentiegerichte dialoog, zie ik, in navolging van de grond-, weg- en waterbouwaanbestedingen, ook in ‘mijn’ branche (de ICT-dienstverlening) steeds vaker terug. Ik ben wel een fan moet ik zeggen. Dialooggesprekken zijn een beetje als daten: je bent aan het onderzoeken ‘wat voor vlees je in kuip hebt’, of er een goede match is. Mits goed uitgevoerd zou je het ook kunnen zien als preventieve relatietherapie. Door wederzijds een beter begrip te creëren, ontstaat een meer open en transparante relatie en voorkom je een ‘huwelijkscrisis’ tijdens de uitvoering.

Win-win

‘Dialoogprocedures’ brengen de interactie tussen opdrachtgever en potentiële opdrachtnemers naar een hoger niveau. De gesprekken geven beide kanten veel meer informatie over elkaars achtergronden, doelstellingen, (informatie)behoeften, overwegingen, belangen en prioriteiten. Elkaar zaken écht kunnen uitleggen, in plaats van de, vaak wat geforceerde, schriftelijke wijze van communicatie middels de nota’s van inlichtingen, zorgt voor wederzijds begrip.

Daarnaast starten deze procedures nagenoeg altijd met een selectiefase. Dit betekent voor ons als Inschrijver een grotere winkans als wij tot de geselecteerden behoren. Bovendien zijn we in staat een kwalitatief betere inschrijving te doen, die beter aansluit bij de daadwerkelijke behoeften.

Nog wel de nodige uitdagingen

Daarentegen zijn ‘dialoogprocedures’ ook duur en tijdrovend. Het moet het dan ook echt wel waard zijn. In ons geval is dat bijvoorbeeld als de gevraagde ICT-oplossing uit meerdere technologieën c.q. standaardoplossingen bestaat, de scope, specificaties en/of het technisch ontwerp nog niet (geheel) vastliggen en/of sprake is van innovatieve technologie. Ook moet de contractwaarde groter dan gemiddeld zijn om de investering te rechtvaardigen. Qua bidkosten gaat het immers snel om een factor twee van de kosten van een reguliere niet-openbare procedure.

Cruciaal voor het succes zijn een goede voorbereiding en uitvoering … van beide kanten! Dus geen agenda’s die de dag ervoor pas worden rondgestuurd, onvoldoende visie op de oplossing, alleen maar eenzijdig zenden of alleen informatie ophalen, geen ruimte voor additionele agendapunten, een door juristen gedreven gesprek, de kaarten tegen de borst houden, aanwezigheid van ‘angst’ om ongewild een partij te bevoordelen, niet een USP van één partij met de concurrentie delen, een onlogische volgorde in de dialooggesprekken (als gevolg van vakanties), het tweede dialooggesprek dat het eerste tegenspreekt of deelnemers van dezelfde partij die elkaar tijdens een dialoog tegenspreken, belangrijke eisen die tijdens of zelfs na het laatste dialooggesprek wijzigen … We hebben dit allemaal meegemaakt.

Een andere complicerende factor is de onbalans in het stadium waarin beide zich bevinden: waar voor de opdrachtgever de gesprekken vooral bedoeld zijn om de vraag duidelijker te specificeren, willen de opdrachtnemers graag hun oplossingsideeën toetsen. Oftewel, wij zijn al een fase verder. Het is voor ons dan ook zaak de flexibiliteit te behouden om in een aanpassing van de vraag mee te kunnen gaan.

Tot slot, laat die 2500 euro onkostenvergoeding voor de niet-winnaars maar zitten … dat voelt als een alimentatie van 15 euro in de maand. Dat bedankt-etentje voor het bidteam voor hun langdurige inzet, reizen naar de dialooglocatie en additionele werk voor de voorbereiding van de dialoogrondes betalen we dan ook wel zelf.

‘Nee’ is ook een antwoord

Ondanks dat zowel opdrachtgevers op ICT-gebied als wij als opdrachtnemer nog veel te leren hebben, ervaren wij de ‘dialoogprocedures’ toch vooral als positief. De sfeer is eigenlijk altijd constructief en eerlijk. Het begin is een beetje aftasten, maar als iedereen eenmaal ontdooid is, is het vaak nog best gezellig ook. En ‘nee’ is ook een prima antwoord als een van beide een vraag niet kan beantwoorden. Door de dialogen zie je de partijen gedurende procedure meer naar elkaar toe bewegen … of juist niet. Ook dat laatste is prima en voor ons als een van de gegadigden hét moment om ons terug te trekken. Beter niet trouwen, dan een echtscheiding!

Partner van Aanbestedingscafé:

Jaarrapportage Commissie van Aanbestedingsexperts uitgebracht

De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) presenteerde haar 9e jaarrapportage. Ditmaal een verslag over een periode van 10 maanden, te weten 1 maart 2021 tot en met 31 december 2021. Vanaf nu brengt de Commissie per kalenderjaar een verslag uit.

Aangepaste rol
De Commissie krijgt een aangepaste rol waarbij zij zich richt op klachten die eerder in het aanbestedingsproces opkomen. Bovendien zal de Commissie sneller advies uitbrengen en krijgen de adviezen meer gewicht. Enkel klachten over het ontwerp van de aanbesteding (designklachten) worden in behandeling genomen. Hierover volgt binnen 2 weken advies. Gedurende die periode wordt de aanbestedingsprocedure opgeschort tenzij aanbestedende diensten deugdelijk gemotiveerd van het advies kunnen afwijken.

Reactie minister
Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat schrijft enthousiast te zijn over de jaarrapportage van de CvAE. Ze roemt de commissie voor haar betrokkenheid, deskundigheid en grote inzet. De rol van de CvAE acht zij belangrijk voor de aanbestedingspraktijk. De minister zegt voornemens te zijn de rol van de Commissie verder te versterken zodat deze een waarborg kan vormen voor effectieve rechtsbescherming bij aanbesteden.

Bron: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/actueel/nieuws/2022/06/08/9e-periodieke-rapportage-van-de-commissie-van-aanbestedingsexperts

Partner van Aanbestedingscafé:

Onderzoek crisisinkoop beveelt meer balans en duidelijke prioriteiten aan

Het onderzoek naar Material Supply Strategies in a Crisis (MaSSC) van het Public Procurement Research Centre (PPRC) in Utrecht brengt de inkoop van schaarse middelen in een crisis. Het onderzoek bestaat uit 3 delen: het eerste deel ging voornamelijk over de Nederlandse problematiek en bijbehorende aanpak. Het tweede deel keek naar diezelfde vraag over de grens, in 33 landen op 5 continenten. De bevindingen zijn nu samengebracht in een slotakkoord.

Aanpak
Om te zorgen dat de wereld beter voorbereid is op een toekomstige crisis, werden internationaal 45 lokale experts op het gebied van publieke inkoop en crisisrespons geïnterviewd. De geleerde lessen beschrijft het MaSSC-onderzoeksteam aan de hand van 5 thema’s die naar voren kwamen: bestuur en organisatiestructuren, wet- en regelgeving, leveringsproblematiek, inkoopexpertise en IT-systemen.

Centrale en professionele inkoop
Een gecentraliseerde of decentrale inrichting van het zorgstelsel, blijkt niet uit te maken voor de ontstane problemen bij inkoop tijdens de crisis. Belangrijker blijkt centralisatie van inkoop tijdens een crisis. Daarbij zijn factoren als vertrouwen in een centrale inkooporganisatie en goede inkoopexpertise van doorslaggevend belang. Professionals zoeken een betere balans tussen het optimaal benutten van inkoopprofessionaliteit en het volgen van de regels. Meer transparantie is het doel van alle geïnterviewden, omdat alle partijen de reguliere aanbestedingsregels als belemmerend ervoeren.

Politieke keuzes
Over maatregelen om tekorten te vermijden zijn experts wereldwijd het eens: noodvoorraden, lokalere productie, raamcontracten en sourcen via meerdere ketens worden door hen allemaal genoemd. Er zijn politieke keuzes nodig om tekorten in toekomstige crises te voorkomen. De vraag is of landen duurdere maatregelen nemen en bijvoorbeeld voorraden aan gaan houden als het mogelijk nog jaren duurt voor een volgende pandemie de kop opsteekt.

Nederland
De inkoopkennis is in ons land op niveau, maar deze werd onvoldoende benut door beperkte voorbereiding en moeizame coördinatie in de opstartfase. Door vast te leggen welke expertises wanneer nodig zijn en waar deze zich bevinden kan dit in een volgende crisis beter gaan.

Aanbestedingsregels beperken
Uit het MaSSC-onderzoek zijn 3 belangrijke conclusies te trekken. Ten eerste is de balans tussen inkoopprofessionaliteit en regelgeving een belangrijk punt. Ondanks de beperkingen van aanbestedingsregels blijken ad hoc organisatie en inkoop geen goede keuze. Transparantie en accountability komen hierbij in het gedrang. Strak vasthouden aan aanbestedingsregels leverde weer beperkingen op bij het gebruikmaken van aanwezige inkoopprofessionaliteit, innovatie en flexibiliteit.

Kennis en macht in balans
Vervolgens is de balans tussen kennis en macht iets om rekening mee te houden. Mogelijk levert het voordelen op wanneer relevante experts worden geïnventariseerd en gelokaliseerd zodat deze in korte tijd opgeroepen kunnen worden voor een beroep op hun expertise in crisistijd.

Prioriteiten
Tenslotte is het belangrijk prioriteiten te stellen. De onderzoekers adviseren inkoop ondersteunende IT in basis op orde te brengen, voordat landen geavanceerde systemen optuigen. De basis beschouwen zij als crisisstructuren die ook rondom inkoop en distributie ingezet kunnen worden. Landen kunnen best een stip op de horizon zetten, maar ambities moeten wel realistisch zijn en er moeten geen stappen worden overgeslagen op weg naar het doel.

Bron: https://www.pprc.eu/internationaal-onderzoek-naar-crisis-inkoop-in-de-deal-zorgen-voor-de-juiste-kennis-op-de-juiste-plaats/

Partner van Aanbestedingscafé:

VNG verplicht digitale specificaties bij opvragen basisgegevens

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verklaart vanaf oktober 4 specificaties voor het opvragen van basisgegevens verplicht voor overheidsorganisaties. Gemeenten moeten in gesprek gaan met softwareleveranciers over de implementatie van deze maatregel. De vastgestelde specificaties moeten daarna vast onderdeel worden van aanbestedingen.

Lokale kopie vermijden
Gemeenten moeten de standaarden gebruiken om basisgegevens direct bij de bron op te vragen. Wanneer zij dit niet kunnen of willen doen, zijn ze verplicht dit toe te lichten. De maatregel van de VNG is bedoeld om lokale kopieën van de basisregistratie te vermijden. Deze kopieën kunnen verouderd zijn waardoor fouten in de dienstverlening ontstaan. Bovendien is het duur en technisch ingewikkeld om aan te sluiten op lokale kopieën.

Inkopers aan zet
De 4 specificaties voor applicaties, zogenoemde API’s, hebben betrekking op het Kadaster, de WOZ, BRP en BAG. Het is nu aan de gemeentelijke ICT- en inkoopafdelingen om het gesprek met leveranciers aan te gaan. Alleen zo kunnen nieuwe aanbestedingen volgens de nieuwe regels worden uitgeschreven.

Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/vng-verklaart-api-specificaties-tot-standaard

Partner van Aanbestedingscafé:

Voorzitter Anne Fischer-Braams verlaat Commissie van Aanbestedingsexperts

Op dinsdag 31 mei verliet Anne Fischer-Braams de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) als voorzitter. Ze bekleedde de functie de afgelopen 5 jaar. De CvAE roemt Fischer-Braams om haar enorme kennis van en ervaring met aanbestedingsrecht. De commissie zegt haar erkentelijk te zijn voor haar bijdrage aan een betere aanbestedingspraktijk en rechtspositie van ondernemers.

De CvAE zal zich verder doorontwikkelen. De opvolging van Fischer-Braams loopt nog. Tegelijkertijd zijn er meerdere parttime secretarisfuncties vacant.

Bron: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/actueel/nieuws/2022/06/03/vertrek-anne-fischer-braams-als-voorzitter-cvae

Partner van Aanbestedingscafé:

Oratie Fredo Schotanus: Duurzaam inkopen als nieuwe norm

Fredo Schotanus aanvaardt op vrijdag 1 juli zijn benoeming in het vakgebied ‘Pubieke inkoop’ bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht. De oratie van prof. dr. ir. Schotanus is getiteld ‘Een betere wereld begint bij publieke inkoop’.

Leidende rol
Schotanus pleit er in zijn oratie voor meer oog te hebben voor milieu en mens. Hij constateert dat veel overheden duurzamer in kunnen kopen. De overheid investeert jaarlijks zo’n 100 miljard euro. Dat betekent dat de overheid uitstekend een leidende rol kan nemen in het aanjagen van duurzaam inkopen.

Suggesties
Tot op heden is niet inzichtelijk wanneer welke concrete inhoudelijke onderwerpen effectief zijn om duurzaam inkoopbeleid te realiseren. Schotanus doet hiervoor een aantal suggesties. Het zou bijvoorbeeld een optie kunnen zijn een motiveringsplicht in te voeren wanneer niet-duurzaam wordt ingekocht. Keurmerken of duurzame gunningscriteria zijn misschien niet gelijk de oplossing. Selectie aan de voorkant en het hanteren van duurzame eisen voortkomend uit marktconsultaties zijn wellicht kansrijker. Andere inkoopmodellen en toegankelijker aanbestedingen zouden ook meer aandacht moeten krijgen.

Versnelling
Schotanus hoopt vanuit zijn leerstoel samen met zijn team van onderzoekers bij te dragen aan de versnelling van de trend om steeds duurzamer in te kopen. Hij wil meer inzicht geven in inkoopgedrag en met metingen aantonen welke duurzame inkoopmaatregelen meer en minder effectief zijn. De vrijblijvendheid moet er volgens Schotanus in elk geval sowieso vanaf. Voor álle overheden. Duurzaam inkopen zou de nieuwe norm moeten zijn.

Bron: https://www.uu.nl/agenda/oratie-fredo-schotanus-een-betere-wereld-begint-bij-publieke-inkoop

Partner van Aanbestedingscafé:

Bouwsector enthousiast over verduurzamingsplannen De Jonge

Bouwend Nederland is blij met het beleidsprogramma ‘Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’ dat minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op 1 juni presenteerde. Er ontstaan duidelijkheid en perspectief voor zowel de sector als burgers.

De energietransitie krijgt een boost door het programma zodat innovatiever en duurzamer bouwen en verbouwen meer ruimte kunnen krijgen. Om een versnelling te bereiken is het van belang dat duurzaamheid een grotere rol krijgt in aanbestedingen. Momenteel speelt duurzaamheid in 37,2% van de openbare aanbestedingen een rol in de gunning.

Duurzame woningen moeten op termijn voor iedereen mogelijk zijn. Die ambitie wil minister De Jonge realiseren zonder mensen voor hoge kosten te stellen. Door de publiek-private samenwerking te zoeken, hoopt De Jonge alle duurzaamheidsambities te kunnen halen. Bouwend Nederland werkt samen met het Rijk en andere partners om uitvoering van programmalijnen te versnellen en op te schalen.

https://www.bouwendnederland.nl/actueel/nieuws/27096/verduurzamingsplannen-de-jonge-geven-bouwsector-handelingsperspectief

Partner van Aanbestedingscafé:

Intentieverklaring bouw en Rijk om bouwproductie op gang te houden

In de intentieverklaring ‘Samen Doorbouwen In Onzekere Tijden’ hebben Rijk en brancheverenigingen uit de bouw afspraken gemaakt over leveringsproblemen en hogere materiaalprijzen. Onder meer de ministeries van Volkshuisvesting en Infrastructuur en Waterstaat hebben hun handtekening onder deze afspraken gezet. Doel is de bouwproductie op gang te houden.

Door de oorlog in Oekraïne zijn leveringsproblemen aan de orde van de dag. Ook kostenstijgingen zorgen voor problemen in bouwprojecten. Belanghebbenden zijn nu overeengekomen dat opdrachtnemers en opdrachtgevers in goed overleg risico’s moeten spreiden. De intentie was er bij verschillende partijen al langer, door de verklaring is deze nu ook geformaliseerd.

Voor bestaande contracten moeten partijen ook met elkaar in gesprek. Ondertekenaars verklaren bovendien dat zij in goed vertrouwen samenwerken zodat bouwstromen niet zullen haperen.

De intentieverklaring is een algemene richtlijn. Per programma en branche zal een nadere  uitwerking moeten komen. Bouwend Nederland werkt daar momenteel aan.

Bron: https://www.cobouw.nl/305461/bouw-en-rijk-tekenen-intentieverklaring-rond-kostenstijgingen  

Partner van Aanbestedingscafé:

Open aanbestedingen jeugdzorg jagen kosten op

Sinds de Jeugdwet in 2015 inging is de jeugdzorg zo’n 50 procent duurder geworden. Tegelijkertijd is de kwaliteit in diezelfde periode achteruit gegaan. Staatssecretaris Van Ooijen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bericht hierover aan de Tweede Kamer.

Hogere kosten, lagere kwaliteit
ABN Amro deed onderzoek naar de status van de jeugdzorg in Nederland sinds invoering van de Jeugdwet. Volgens de bank is deze snel ingevoerd, wat de kwaliteit van jeugdzorg in het gedrang heeft gebracht. Doordat nu vaker open aanbestedingen uit worden geschreven, wordt meer onnodige en langdurige zorg verleend aan kinderen. Daardoor zijn de kosten veel hoger dan voor de wet inging.

Specialistische jeugdzorg
Specialistische jeugdzorg wordt sinds invoering van de wet nauwelijks meer verleend. De wachtlijsten in deze sector zijn desondanks opgelopen terwijl de kwaliteit laag is. De jeugdzorgorganisaties die deze specialistische zorg verlenen krijgen te weinig geld en kunnen kwetsbare kinderen daardoor niet de dure zorg verlenen die zij nodig hebben.

Oplossingen
ABN Amro ziet twee oplossingen voor de huidige status van de jeugdzorg. Allereerst moet afgekaderd worden welke zorg echt nodig is op kosten van de overheid. Daarnaast moet er een toezichthouder komen die controleert waaraan het geld wordt uitgegeven.

Bron: https://www.bnr.nl/nieuws/gezondheid/10476579/kosten-jeugdzorg-sinds-decentralisatie-met-50-procent-gestegen

Partner van Aanbestedingscafé:

Opnieuw aanbesteden renovatie Afsluitdijk moet financieel debacle oplossen

Het renovatiewerk aan de Afsluitdijk loopt verder vertraging op. De kosten rijzen ondertussen de pan uit. Doordat Rijkswaterstaat onjuiste berekeningen gebruikte, valt de renovatie van de spuisluizen in de Afsluitdijk honderden miljoenen euro’s duurder uit. Voorlopig ligt het werk stil en wordt de opdracht opnieuw aanbesteed.

Extra kosten
Vorig jaar bleek dat het werk twee jaar langer zou gaan duren en 120 miljoen euro extra zou kosten. Daar komt nu nog eens 238 miljoen bij. Daarnaast zijn de kosten voor nieuwe spuisluizen ongeveer 100 miljoen euro. Hoeveel dit exact zal zijn, moet blijken nadat een nieuwe aanbesteding is uitgeschreven. Het totale budget voor de renovatie gecombineerd met het onderhoud voor 25 jaar daarna is nu opgehoogd naar 2 miljard euro. In de oorspronkelijke berekeningen in 2018 was dit 921 miljoen.

Patroon
Regeringspartij CDA stelt dat de overheid in een patroon lijkt te vervallen. Bij het opstellen van het programma van eisen en bij de aanbesteding van grote infrastructurele projecten worden grote fouten gemaakt. Bouwers profiteren hiervan, maar de belastingbetaler draait op voor de kosten. D66 sluit zich hierbij aan.

Geschil
Over een bedrag van 87 miljoen euro rondom de renovatie bestaat nog steeds een geschil. Hierover neemt een Commissie van Deskundiger vermoedelijk pas volgend jaar een besluit.

Bronnen: https://nos.nl/l/2429620 en https://www.volkskrant.nl/es-b06ef8e1

Partner van Aanbestedingscafé:

Altijd weer die Raad

Nu de eerste aanbestedingsresultaten bekend worden met aanbiedingen waarin de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zijn verwerkt, is de stemming in aanbestedingsland snel omgeslagen. Installatieprijzen 20-30% hoger dan gebudgetteerd (en soms wel meer) en 15-25% prijsstijgingen in de bouwbegrotingen (en soms wel meer). De eerste bouwprojecten worden al on hold gezet omdat het budget niet toereikend is. Aanbiedingen worden onder voorbehoud ingediend.

Over prijsstijgingen binnen bestaande overeenkomsten (afgesloten voor oorlog) is al genoeg gezegd en geschreven. Voor de nog te sluiten overeenkomsten is indexeren de nieuwe mantra. Al is geen enkele index volledig dekkend voor een specifiek project en blijft discussie ontstaan welk risico redelijkerwijs wel bij de aannemer kan blijven.     

Toch is dit maar de helft van het verhaal.

De relatie opdrachtgever – aannemer kan wel geïndexeerd zijn, al dan niet aangevuld met vooropdrachten en/of andere betalingstermijnen, de betreffende opdrachtgever heeft wel een project dat duurder is dan begroot. Wat nu?

Als een gemeenteraad één, twee jaar geleden goedkeuring heeft gegeven voor de financiering van een bouwproject dat op dat moment nog ontworpen moet worden, zal dat project in een geheel andere wereld op de markt komen als het uiteindelijk wordt gebouwd. Het budget dat toentertijd door de Raad is goedgekeurd, vaak als resultaat van (politieke) onderhandelingen en aannames omdat het nog ontworpen moet worden, is daardoor in de meeste gevallen niet meer toereikend.  

In een normale wereld zijn het in toom houden van het ontwerpteam, bewonersparticipatie, het niet wijzigen van het Programma van Eisen en het inschatten van nieuwe ontwikkelingen al erg lastig. Laat staan als er boten dwarsliggen, Corona de wereld over gaat en er oorlog is in Oekraïne. De begrotingspost om dergelijke tegenvallers op te vangen kan zonder veel pijn worden verlaagd zolang er niets misgaat. Risico gestuurd ontwerpen en begroten blijft helaas iets voor academische fijnproevers.

Degenen die bekend zijn met gemeentelijke besluitvormingsprocessen, weten ook dat het krijgen van goedkeuring op budgetten een hell of a job is, zeker rondom de verkiezingen. Nog interessanter wordt het als na deze verkiezingen de verhoudingen in de Raad aanzienlijk zijn gewijzigd. Probeer dan maar eens terug te komen op eerdere afspraken.

Maar terug naar het project dat duurder is dan begroot.

Als het startpunt is dat een gemeenteraad alleen financiering goedkeurt voor bouwprojecten die echt nodig zijn, dan zou sec de indexering geen budgettaire problemen mogen opleveren. In die zin dat extra budget als gevolg van indexering als besluit een hamerslag moet zijn. Ook als de verhoudingen in de Raad zijn gewijzigd. Materieel verandert er namelijk niets en de betrokken partijen mogen in dit kader een bepaalde rechtszekerheid verwachten van publieke organisaties. En laten we eerlijk wezen, er is nog steeds heel veel geld beschikbaar in Nederland.

Net als dat van aannemers mag worden verwacht dat zij transparant zijn ten aanzien van de opbouw van de bouwkosten waardoor alleen geïndexeerd wordt wat geïndexeerd mag worden, kan hetzelfde worden verwacht ten aanzien van interne verantwoording van een bouwproject.

De gemeenteraad zou de meerkosten – mits deze het gevolg zijn van indexering – zonder politiek gekonkel moeten goedkeuren. Als gedurende het ontwerpproces ook programmatische wijzigingen zijn doorgevoerd waardoor wordt afgeweken van de grondslag van de eerst goedkeuring, kan hierover wel een debat worden gevoerd. Nog beter is om vooraf een ruimer budget aan te vragen zodat er meer ruimte is voor de genoemde uitdagingen tussen besluit en oplevering.

Partner van Aanbestedingscafé:

Timmermans pleit voor gezamenlijke gasinkoop Europa

Eurocommissaris Frans Timmermans roept EU-lidstaten op gezamenlijk gas in te gaan kopen. Alleen zo kan onafhankelijkheid van Rusland zo snel mogelijk worden gerealiseerd. Landen moeten niet onderling in concurrentiestrijd vervallen, vindt Timmermans. Hij wil dat Brussel de mogelijkheid krijgt voor het hele landenblok gezamenlijk te onderhandelen en in te kopen.

Eerder werd afgesproken dat EU-landen vrijwillig kunnen deelnemen aan gezamenlijke inkoop. Nu blijkt dat landen elkaar overbieden bij de inkoop waardoor een Europese interne concurrentiestrijd gaande is. Nederland is geen uitgesproken voorstander van gezamenlijke inkoop van gas. Er zijn risico’s op de mondiale gasmarkt die het een complex vraagstuk maken. Timmermans verwacht dat Brussel binnenkort alsnog het mandaat krijgt voor gezamenlijke inkoop, zoals dat ook bij inkoop van coronavaccins gebeurde.

Bron: https://www.telegraaf.nl/nieuws/372098157/timmermans-eu-moet-aardgas-gezamenlijk-inkopen-voor-de-lidstaten

Partner van Aanbestedingscafé:

Aanbestedingsalert Mei 2022

Wat is er gebeurd?
Een aanbestedende dienst heeft een aankondiging gepubliceerd voor de Europese aanbesteding voor het beheer en de exploitatie van een zwembad. De inkoper heeft geconstateerd en medegedeeld aan een van de inschrijvers dat de inschrijfsom door aanpassingen van inschrijver in het inschrijfformulier dermate hoog is dat een gunning op beste prijs/kwaliteit onwaarschijnlijk is. De inschrijver reageert dat een fout is geslopen in het formulier, maar de aanbestedende dienst geeft aan dat de fout niet mag worden gecorrigeerd. De inschrijver stelt zich vervolgens op het standpunt dat de aanbestedende dienst de beoordelingssystematiek heeft geschonden door over de prijs te oordelen voordat de beoordelingscommissie de inschrijving heeft kunnen bekijken, terwijl in de aanbestedingsdocumenten wordt beschreven dat eerst de kwaliteit wordt beoordeeld en dan pas de prijs. Door van deze volgorde af te wijken wordt gehandeld in strijd met de aanbestedingsbeginselen.

Het resultaat
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanbestedende dienst is afgeweken van de door haar gekozen beoordelingssystematiek. Dit levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter schending op van de aanbestedingsbeginselen. Dit leidt ertoe dat de aanbesteding op deze wijze geen doorgang meer kan vinden en een nieuwe aanbesteding gestart moet worden.

Betekenis voor de praktijk
Houd je aan de vastgestelde beoordelingssystematiek en gebruik een absolute beoordelingsmethode voor de prijs zodat de inschrijver voorafgaand aan het inschrijven kan zien of de prijsberekening incorrect is.

Significant Synergy is Premium Partner van Aanbestedingscafe.nl.

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres

Ontvang ons gratis e-book!

Ontvang nu het e-book 'Ruis: de ideeën van Kahneman en de aanbestedingspraktijk' en blijf wekelijks op de hoogte van het laatste aanbestedingsnieuws.
close-link