Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Onderhoud Groene Draeck zelf doen of uitbesteden

Verwondering. Ja, ik denk dat dit woord het best past bij de berichtgeving over het onderhoud op de Groene Draeck in de diverse media. De Groene Draeck, voor wie het niet weet, was het geschenk van de Nederlandse bevolking aan kroonprinses Beatrix ter gelegenheid van haar 18e verjaardag in 1956. In aanvulling op dat geschenk zegde de Staat toe dat zij het onderhoud, voor zolang de Groene Draeck in gebruik zou zijn, voor haar rekening zou nemen. Het onderhoud dat sindsdien wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marine.

Much ado about nothing (or a little)
Laat ik bij mijn eerste moment van verwondering beginnen. Dat was een aantal maanden geleden in oktober 2015. Bij de behandeling van de begroting van het Ministerie van Defensie ontstond heel veel opschudding in de 2e Kamer over het onderhoud aan de Groene Draeck. Op jaarbasis werd daar inclusief verhoging een bedrag van 95.000 euro aan uitgegeven. Zonder enige kennis van zaken vonden de Kamerleden en vervolgens de publieke opinie dat veel te veel. Absurd en totaal onacceptabel waren daarbij onder andere de woorden die gebruikt werden.

Hoewel het bedrag gebaseerd was op het advies van een extern bureau, werd er om een second opinion van een tweede extern bureau gevraagd. Op een begroting van ruim 8 miljard euro stelde de 2e Kamer dus vragen over een bedrag van nog geen 100.000 euro, minder dan 0,00125 procent. De relevantie en het belang van de vraag ontgingen me en een sterker staaltje van het bedrijven van symboolpolitiek moet ik nog tegen komen.

Actie klopt maar argumentatie niet
Het tweede moment van verwondering kwam twee weken geleden bij de presentatie van de resultaten van de second opinion in de 2e Kamer door premier Rutte. Uit het onderzoek bleek dat het onderhoud inderdaad goedkoper en waarschijnlijk ook beter kon worden uitgevoerd door een marktpartij. Op jaarbasis scheelde dat circa 8.000 euro, niet echt een verschil dat totaal onacceptabel of absurd te noemen is. Conform zijn eerdere toezegging verlaagde premier Rutte het onderhoudsbudget met eenzelfde bedrag.

Tot zover kon ik het nog volgen, al mag je je misschien afvragen waarom de onderhoudsdienst van de marine nu onder haar eigen opgegeven onderhoudsprijs moet gaan werken. Nee, de echte verwondering en toch wel lichte verbijstering kwam naar boven bij het lezen van de argumentatie die premier Rutte gebruikte in zijn antwoord: “Op deze manier bespaar ik de kosten van een Europese aanbesteding en wordt de continuïteit van het onderhoud geborgd tegen een marktconforme prijs.”

Hoezo Europees aanbesteden?
Laat ik voorop stellen dat het aan de Staat is bepaalde werkzaamheden zelf uit te voeren of uit te besteden aan de markt. Als de Staat er voor kiest de activiteit in dit specifieke geval zelf uit te voeren conform de belofte uit 1956, is er in het geheel geen sprake van een verplichting tot Europees aanbesteden. Dit argument van premier Rutte in zijn reactie was derhalve niet relevant. Rutte wekte hiermee daarnaast op zijn minst de indruk dat de kosten van een Europese aanbesteding van invloed zijn op het wel of niet kunnen en/of willen uitbesteden van overheidstaken. Tussen de regels door gaf hij daarmee tevens het signaal af dat hij met het niet Europees aanbesteden de Staat geld bespaarde. Technisch gezien misschien juist, maar voor de beeldvorming over Europees aanbesteden niet echt een handige opmerking.

Reguliere toetsing marktconformiteit kan geen kwaad
Vraagtekens kun je wel zetten bij het feit dat het onderhoud nu al meer dan zestig jaar wordt uitgevoerd door een en dezelfde partij. Het second opinion rapport geeft aan dat deze partij niet gespecialiseerd is in dit onderhoud, waarschijnlijk daardoor duurder is en minder kwaliteit levert. Dit laatste zou ook nog eens voor onvoorzien hogere kosten in de toekomst kunnen zorgen. Als premier Rutte het dan heeft over borging van de continuïteit, zijn dit nu niet bepaald sterke argumenten voor de keuze om het onderhoud bij de onderhoudsdienst van de marine te laten.

Gedane zaken nemen echter geen keer, maar je zou naar aanleiding van dit rapport best eens kritisch mogen kijken naar de toetsing van de marktconformiteit van het onderhoud. Als je uitgaat van een te hoog kostenbedrag van 8.000 euro op jaarbasis, praten we namelijk in theorie over een aanzienlijk bedrag als je rekent met een periode van zestig jaar. De overheid kent voor zover ik weet echter geen mechanisme, waarbij zij één keer in de zoveel jaar automatisch controleert of de taken die zij als overheid uitvoert wel of niet marktconform plaats vinden.

Benchmarking biedt overheid kansen
De reguliere toepassing van benchmarking bij een deel van de taken die de overheid uitvoert zou de discussies over wel of niet uitbesteden van die taken een stuk inzichtelijker maken. Het liefst dien je de benchmarking dan wel proactief uit te voeren in plaats van reactief naar aanleiding van Kamervragen. Het zou de besluitvorming kunnen vergemakkelijken en de overheid wel eens veel geld kunnen besparen. De vraag is dan hoe je deze benchmarking uitvoert, want dergelijke activiteiten kosten natuurlijk geld.

Het benchmarken kun je bijvoorbeeld doen via een Europese aanbesteding. Daarbij laat je in dit specifieke geval de markt concurreren met de onderhoudsdienst van de marine. Op zich een transparante en eerlijke manier van vergelijken, maar wel een die aardig wat kosten met zich meebrengt. Daarnaast heb je de mogelijkheid van het uitvoeren van een second opinion door het intern of extern (laten) opstellen van een goede business case.

Mits goed uitgevoerd verdient deze laatste oplossing de voorkeur, omdat je de markt in eerste instantie niet belast met het leveren van een inspanning voor een Europese aanbesteding. Indien blijkt dat de business case voor de uitbesteding van bepaalde taken klopt, kan je vervolgens kiezen voor een Europese aanbesteding. Daarbij kun je de kennis uit de eerste fase zeer goed gebruiken voor het opstellen van een passend en op de markt aansluitend programma van eisen. Dit laatste zal de kwaliteit van de aanbesteding zeker naar een hoger niveau tillen. Een win-win situatie voor zowel de overheid als de markt.

Partner van Aanbestedingscafé:
Partner van Aanbestedingscafé:

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé:
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres