Magnifying glass Close

"Ons land is klein, dat weet eenieder"

Vorige week heeft het hof in Den Haag geoordeeld dat Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. (Waddenzee) niet door het Rijksvastgoedbedrijf had mogen worden uitgesloten bij een openbare biedprocedure met betrekking tot het recht op het winnen van schelpen in de Waddenzee, de Noordzeekustzone, de Westerschelde en de Voordelta.

De zaak ging erom dat Waddenzee geen bankgarantie had ingeleverd. De voorzieningenrechter vond de uitsluiting terecht: “In ieder geval kan uit dit document niet worden afgeleid dat ABN ten tijde van het indienen van de inschrijving tot het stellen van een bankgarantie bereid was.”

Er volgde een hoger beroep en het hof was het niet met de voorzieningenrechter eens: “Aan de hand van deze documenten kon dus objectief worden vastgesteld dat Waddenzee hoogstwaarschijnlijk over een bereidverklaring beschikte die voldeed aan de gestelde vereisten, maar abusievelijk had nagelaten deze bij haar inschrijving te voegen.”

In deze zin staan een paar rare dingen. Allereerst is ‘objectief vaststellen’ in flagrante tegenspraak met de toevoeging ‘hoogstwaarschijnlijk’. Als iets objectief is vastgesteld is het zeker. Dan moet de toevoeging ‘hoogstwaarschijnlijk’ wegblijven. Omdat daar ‘hoogstwaarschijnlijk’ staat is het dus blijkbaar niet helemaal zeker, wat pleit voor het oordeel van de voorzieningenrechter.

Ook vreemd is het gemak, waarmee het hof heenstapt over het feit dat Waddenzee de bereidverklaring ‘abusievelijk’ niet had toegevoegd bij de inschrijving. Ik wist niet dat dat een geldig argument was: ‘sorry, we hebben abusievelijk het plan van aanpak niet ge-upload’.

Maar het hof doet nog iets en dat is bij mijn weten nog nooit vertoond in de aanbestedingsrechtspraak. Het hof laat namelijk de belangen van de betrokkenen meewegen in zijn oordeel. Ik lees: “In het kader van dit kort geding kunnen de gevolgen van uitsluiting van de onderhavige inschrijving voor Waddenzee (Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V.) niet precies worden vastgesteld. Het is echter voorshands aannemelijk dat die uitsluiting ernstige gevolgen voor Waddenzee zal hebben. Waddenzee beschikt over één schip dat is toegerust op schelpenwinning in de gebieden waarop deze inschrijving van toepassing is, en maakt haar bedrijf van schelpenwinning in deze gebieden. Die activiteit komt stil te liggen als Waddenzee van deze inschrijving wordt uitgesloten.”

Mag dat een argument zijn? Het lijkt mij niet. Ieder bedrijf dat een aanbesteding verliest kan daar nadelige gevolgen van ondervinden. Maar mag dat meespelen bij het bepalen of een kleine fout hersteld mag worden? Wie gaat dan bepalen wanneer de gevolgen ernstig genoeg zijn? Is dat bij twee ontslagen? Bij vier? Of alleen bij een dreigend faillissement? In mijn ogen begeven we ons dan op een hellend vlak.

Het hof maakt zelfs ook nog wel even uit, dat het voor de eerdere winnaars niet zo erg is: “Deze inschrijvers hebben echter daarnaast ook andere kavels verkregen, zodat voorshands aannemelijk is dat zij niet in hun voortbestaan worden bedreigd als Waddenzee een herstelmogelijkheid wordt geboden.” Je moet je eens voorstellen dat dit bij een groot bouwproject gezegd wordt: “Heijmans en Dura Vermeer hebben echter daarnaast ook andere kavels verkregen, zodat voorshands aannemelijk is dat zij niet in hun voortbestaan worden bedreigd als de BAM een herstelmogelijkheid wordt geboden.”

Het is op het eerste gezicht heel begrijpelijk, en ook wel sympathiek, dat het hof wil voorkomen dat een bedrijf failliet gaat door het niet inleveren van één document, maar hiermee wordt een enorm grijs gebied gecreëerd. Aanbesteden is bedacht om willekeur en vriendjespolitiek te bestrijden. Als we dit soort redeneringen toestaan, komen beide via de achterdeur weer gewoon naar binnen. Er zijn in het leven drie zaken waarbij je consequent en rechtlijnig moet zijn: het opvoeden van kinderen, het africhten van een hond en het beoordelen van inschrijvingen.

Blijven er twee vragen over: wie haalt het in zijn hoofd om een bankgarantie te vragen bij een aanbesteding voor het winnen van schelpen? En wat heeft de winning van schelpen met rijksvastgoed te maken?

Naschrift: De titel van deze column is afgeleid van een lied over de Wadden van Freek de Jonge en Bram Vermeulen (Neerlands Hoop in bange dagen)

“Ons land is klein dat weet eenieder

dat hebben we op school gehad

maar het kan groot zijn in zijn schoonheid,

ik denk hierbij speciaal aan het Wad.

De Zeeuwse wateren zijn ook prachtig

zoals in alle folders staat,

maar ze missen net dat wat het Wad heeft

en wat zich niet beschrijven laat.”

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen

of met e-mailadres