Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
21
06
18
Jon Jonoski
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Jon Jonoski
Dossier: Wetgeving
Soort:

Onvoldoende rechtsbescherming in aanbestedingszaken

Onvoldoende rechtsbescherming in aanbestedingszaken

Hoogleraren aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza en Chris Jansen stellen dat de rechtsbescherming bij aanbestedingszaken niet op orde is. Zij pleiten daarom onder meer voor een onafhankelijke autoriteit die toezicht houdt op het gedrag van aanbesteders. Deze moet de rol van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aanvullen.

Jansen en Manunza houden hun pleidooi in een artikel voor nieuwsplatform SC Online. Zij stellen daarin dat de grenzen waarbinnen aanbesteders beslissingen mogen nemen ruim zijn, terwijl inschrijvers terughoudend zijn om potentiële opdrachtgevers “in rechte aan te spreken.” Vanwege het gebrek van een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit hebben inschrijvers bovendien te weinig waarborgen om zich tegen ongewenste praktijken te verweren. Ze zijn slechts afhankelijk van de rechtsbescherming, en die is volgens de hoogleraren niet effectief genoeg.

Kort geding

Jansen en Manunza identificeren meerdere problemen. Ten eerste worden aanbestedingsgeschillen voornamelijk met een kort geding afgedaan. Daarnaast worden beslissingen in de meeste gevallen slechts marginaal getoetst, wat in strijd is met de rechtsbeschermingslijn van de Europese Unie. Dat blijkt volgens hen ook uit de Connexion Taxi Services zaak, die in 2016 voor het Europese Hof van Justitie kwam.

Spoedappèl

De statistieken wijzen uit dat de rechter vaker in het nadeel van de inschrijver beslist, waarna de aanbesteder het contract kan tekenen met de winnaar van de aanbesteding. Inschrijvers hebben dan niet meer de mogelijkheid om via een spoedappèl de uitvoering van het contract te laten stopzetten. Volgens Jansen en Manunza is dat vooral zuur “in die gevallen waarin de juistheid van het vonnis van de kortgedingrechter in eerste (en enige) aanleg zou kunnen worden betwijfeld.” Bovendien benadrukken de hoogleraren dat de overheid wél het recht heeft om in appèl te gaan tegen een voor haar nadelig vonnis van de kortgedingrechter.

Jon Jonoski
Door Jon Jonoski
Jon Jonoski is een enthousiaste journalist die zich graag verdiept in de wereld van inkoop en aanbestedingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.