Magnifying glass Close

Open House: wel blijven nadenken natuurlijk

Op 1 maart 2018 zorgde het Tirkkonen arrest van het Hof van Justitie EU voor flink wat reuring. Het Hof bepaalde namelijk, tegen alle verwachtingen in, dat wat wij in Nederland het “Zeeuws model” noemen al “open house” is. Zolang een aanbestedende dienst geen gunningscriteria gebruikt en dus geen offertes kwalitatief vergelijkt om tot een opdrachtnemer te komen, is de Aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing. Dit betekent dat meer dan de helft van de inkoop in het sociaal domein volgens het Hof geen aanbesteding is en dus ook meer zeer beperkt valt onder de reikwijdte van de Aanbestedingswet 2012.

Deze korte bijdrage gaat niet over de kansen die deze uitspraak biedt. Ook gaat deze korte bijdrage niet over de wenselijkheid van de uitspraak of welke regels dan wel van toepassing zijn. De waarschuwing die ik wil geven is: blijf wel nadenken.

De “open house” benadering is nu een formeel stuk gereedschap van inkopers in het publieke domein. Veel inkopers in het publieke domein krijgen te maken met beleidsmakers en bestuurders die eigenlijk liever niet aanbesteden. Althans, die liever niet aanbesteden binnen de als rigide ervaren kaders van de Aanbestedingswet 2012. Voor die positie zijn goede argumenten te verzinnen, maar ook dat is niet mijn punt (in deze bijdrage).

Mijn kernopvatting is dat publiek opdrachtgeverschap dienend is aan een democratisch politiek proces. Als de uitkomsten van dat proces passen binnen het juridisch kader, dan dient de inkoper deze uit te voeren. Dat betekent bijvoorbeeld dat als een bestuur bepaalt dat zij opdrachten niet wil aanbesteden, en het juridisch kader biedt de mogelijkheid, dat je als inkoper dan dus niet aanbesteedt. Ben je het daar niet mee eens, dan moet je zorgen dat je in het bestuur komt. Als uitvoerend inkoper kun je de eigen ideologie niet verwarren met een correcte taakuitvoering.

Het is duidelijk waar ik heenga. Het is aan bestuurders en beleidsmakers om na formeel zorgvuldig onderzoek duidelijk te motiveren waarom zij bepaalde schaarse middelen willen verdelen binnen een “open house” procedure. Dat betekent dat zij moeten motiveren waarom zij alle aanbieders die aan bepaalde criteria voldoen de mogelijkheid willen geven tot het uitvoeren van concrete opdrachten. Overwegingen kunnen (vooral) zijn gelegen in het in positie willen brengen van de eindgebruikers van diensten en producten bij de keuze voor een dienstverlener of leverancier.

Bestuurders en beleidsmakers hoeven niet te motiveren waarom zij géén gebruik maken van een aanbestedingsprocedure (DAS, sociale en specifieke diensten procedure, wat dan ook).

De rol van de inkoopadviseur is de bestuurder en de beleidsmaker te bevragen over wat hij wil bereiken, met wie, hoe, waarom en wanneer. Op basis van de uitkomsten van die vragen moet hij een advies geven: enkelvoudig, aanbesteden of open house. Er moet een weldoordachte keuze liggen aan het toepassen van welk inkoopinstrument dan ook. Dat “open house” nu formeel mogelijk is en de randvoorwaarden voor toepassing wel duidelijk zijn, ontslaat de aanbestedende dienst niet van zijn plicht ook de keuze voor deze procedure eerst goed te onderzoeken en te motiveren.

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres