Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
05
12
17
Tim Robbe
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Tim Robbe
Dossier: Column
Soort:

Overleg

De rechter draagt de gemeente Tilburg en omliggende gemeenten op om overleg te voeren over tarieven voor specialistische jeugdhulp. Dat overleg moeten zij voeren met zorginstellingen die een bijzondere positie innemen in de lokale zorginfrastructuur. Zonder dit overleg is een onderzoek naar tarieven onzorgvuldig. Gemeenten zijn verplicht dit onderzoek te doen om uitvoering te kunnen geven aan artikel 2.11 Jeugdwet: de gemeente waarborgt een redelijke verhouding tussen prijs en kwaliteit van voorzieningen. Wil je dit waarborgen, dan zal je onderzoek moeten doen.

De VNG, maar ook verschillende adviesbureaus publiceren de laatste maanden veel informatie over het berekenen van kostprijzen. Door de bank genomen is steeds sprake van dezelfde methode: de functiegerichte kostprijsberekening per uur. Dit is een gedegen methode waar wij al vanaf 2007 gebruik van maken in bestuurlijke aanbestedingen en onderhandelingen. Eerst met aanbieders van hulp bij het huishouden, daarna met aanbieders van andere diensten Wmo 2015 en Jeugdwet. De methode stond ook niet voor niets centraal in de eerder voor de Wmo 2015 verschenen Code Verantwoord Marktgedrag.

De methodiek en het berekenen van een kostprijs zijn niet zo spannend. Het door de rechter opgedragen overleg daarover des te meer.

Ten eerste zullen gemeenten aannames doen. Zorginstellingen dienen dan informatie aan te leveren om die aannames te testen. Anders is een overleg niet mogelijk. De rechtbank Noord-Holland bepaalde in een tussenvonnis dat het aan de gemeente is deze informatiedeling “veilig” te maken. Zorginstellingen moeten ervanuit kunnen gaan dat gemeenten de gedeelde informatie niet verder delen met andere partijen. Ook moeten zij ervanuit gaan dat gemeenten de informatie werkelijk gebruiken om aannames te toetsen. Een simpel “overhead is te hoog” kan niet meer.

Daar zit het tweede moeilijke punt: het inhoudelijk gesprek over de onderdelen van de kostprijs. Gemeenten moeten normen vaststellen die op onderdelen van de kostprijs (en dus de kostprijs in zijn geheel) bepalen wat “redelijk” is. Die normen moet de gemeente motiveren. En vervolgens moet zij motiveren waarom zij afwijkingen op de norm van bepaalde aanbieders wel of niet accepteert.

Juridisch kan het dan allemaal vervolgens kloppen, maar inhoudelijk is er nog een derde stap. Ga je als gemeenten en aanbieders afspraken maken als de kostprijs (op onderdelen) van de aanbieders boven de norm zit? Beleidsmatig kan het voor partijen heel interessant zijn om tijdelijke of overbruggingsafspraken te maken. Het (op juridisch juiste gronden) niet accepteren van een tarief van bepaalde aanbieders kan significante gevolgen hebben voor een lokale zorginfrastructuur. Personeel en cliënten zijn dan in ieder geval voor bepaalde tijd niet beter af; de tijd die de infrastructuur nodig heeft zich weer “te settelen”. Willen partijen afspraken maken, dan moet men deze weer juridisch toetsen.

Gemeenten die denken dat een simpele marktconsultatie in het sociaal domein volstaat, komen bedrogen uit. Het toont aan dat het sociaal domein toch echt een andere, bepalende context kent dan veel andere overheidsinkoop.

Tim Robbe
Door Tim Robbe
mr. drs. Tim H.G. Robbe, partner bij Victor Advocaten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.