Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
05
09
Theo van der Linden
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Theo van der Linden
Categorie: Column
Soort:

Subjectiviteit bestaat niet!

Subjectiviteit bestaat niet!

Er wordt wel altijd zo ingewikkeld gedaan over EMVI, maar vrijwel iedere aankoop die een mens in zijn leven doet is gebaseerd op de beste prijs/kwaliteit verhouding. In de supermarkt kies je toch maar de huismerkmayonaise, want die is 40% goedkoper. In de gitaarwinkel koop ik niet de Gibson Les Paul, die ik eigenlijk wil, want die kan ik niet betalen. Maar bij de slijter koop ik juist wel weer de duurdere Chardonnay Wolf Blas voor een tientje in plaats van de weekaanbieding van € 4,99. Er is eigenlijk maar één uitzondering op deze regel, en dat is als mijn vrouw schoenen koopt, dan lijkt de prijs niet mee te tellen, sterker nog, ik heb wel eens het idee dat de schoenen naarmate ze duurder zijn, meer aantrekkingskracht krijgen.

Er wordt altijd gedacht dat aanbesteden een ‘overheids-dingetje’ is, maar dat is niet zo. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd er in het bedrijfsleven al aanbesteed op basis van de beste prijs/kwaliteit verhouding. Shell werkte bijvoorbeeld toen al met de methode van Kepner en Tregoe (wat wij nu de relatieve methode noemen). Om vast te stellen welk bedrijf de beste kwaliteit zal gaan leveren is het belangrijk om ‘eerlijk’ (transparant, objectieve beoordeling, niet discrimineren) aan te besteden.

De reden dat bedrijven willen dat er eerlijk wordt ingekocht, heeft dus niet te maken met een groot nobel moreel besef, maar met winstmaximalisatie. Vriendjespolitiek en favoritisme leiden nu eenmaal niet tot het beste inkoopresultaat.

(Om dat besef door te laten dringen bij interne klanten, politici en bestuurders. is voor een inkoper bij de overheid over het algemeen een hels karwei. Immers, zijn interne klanten gaan uit van het in hun ogen volstrekt normale idee dat je ‘wel aanvoelt welke partij de beste is’, simpelweg omdat ze dat privé ook doen en mogen doen! De grootste uitdaging voor inkopers is volgens mij om uit te leggen dat het een echt beroep is)

Laten we nu eens naar een moderne overheidsaanbesteding kijken. De prijs geeft geen problemen, die is te vergelijken door middel van een rekenmodel. De moeilijkheid zit hem in het vergelijken van de kwaliteit. Op het moment dat er kwaliteitscriteria in een aanbesteding opgenomen worden moeten we een onderscheid maken tussen drie soorten kwaliteit:

  1. Kwaliteit die meetbaar is
    Denk bijvoorbeeld aan de garantietermijn (drie jaar? vier jaar?), de leverdatum of de responstijd. Een partij die langer garantie geeft krijgt meer punten, een partij die eerder levert krijgt meer punten etc.
    Deze criteria zijn prima te vergelijken en in een rekenmodel te zetten, maar de aanbestedende dienst moet een sanctie inbouwen voor het geval de inschrijver de zaken wat te rooskleurig heeft voorgesteld (een boetebeding). Dat is niet alleen in het belang van de opdrachtgever, maar het doet ook recht aan de inschrijvers, die het niet geworden zijn, omdat de winnaar gewoon gejokt heeft.

  2. Kwaliteit die volstrekt subjectief is
    Je kunt er lang en breed over praten, maar er bestaat geen objectief beoordelingskader voor mooi en lelijk. De enige manier om een subjectieve keuze te objectiveren, is door het met meer mensen te doen, dus een beoordelingscommissie. Feitelijk is de uitslag hiervan ook niet te motiveren. Het enige dat een aanbestedende dienst kan doen, is aan de partijen die niet gewonnen hebben, goed uitleggen hoe het protocol is geweest, en dat het eerlijk is gegaan. Maar uiteindelijk komt het erop neer dat het panel het ontwerp van de winnaar gewoon het mooiste vond.

  3. Kwaliteit die enigszins subjectief is.
    Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan de beoordeling van plannen van aanpak. Daar zit zeker een subjectief element in, maar het is mogelijk om de beoordelaars van te voren een beoordelingskader te geven. Je zegt bijvoorbeeld dat ze bij het beoordelen moeten letten op de planning, het milieu, de veiligheid, etc etc. De beoordeling blijft deels subjectief, maar de keuze van de winnaar kan later bij de motivering aan de verliezers onderbouwd worden. (Let op, er mag niet geciteerd worden uit het plan van aanpak van de winnaar). 

Bij rechtszaken over beoordelingscommissies volgt de rechter over het algemeen (niet altijd) het oordeel van die commissie. De rechtbank in Haarlem heeft ooit mooi samengevat waar een beoordelingscommissie in ieder geval aan moet voldoen.
“Hieraan heeft de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldaan door de instelling van een beoordelingscommissie bestaande uit onafhankelijke deskundigen die het criterium kwaliteit aan de hand van de gunningleidraad ieder afzonderlijk hebben beoordeeld, waarna de individueel toegekende scores zijn gemiddeld. Deze deskundigen zijn bovendien niet betrokken geweest bij de beoordeling van de overige subgunningcriteria en waren niet op de hoogte van de aan die overige criteria toegekende scores, zodat zij geen (directe) invloed hebben gehad op de bepaling van de eindscore en de beslissing aan wie de opdracht zou worden gegund.”

Steeds vaker zien we interviews en presentaties een rol spelen bij aanbestedingen. Hierbij moet je onderscheid maken tussen presentaties en interviews waarbij het puur om de keuze voor een persoon gaat ( het inhuren van een projectleider, arbo-arts etc) en presentaties en interviews waarbij de presentator inhoudelijk iets aan de offerte gaat toevoegen of de offerte gaat toelichten.

Als het gaat om de eerste optie, dan moet dat sowieso met een beoordelingscommissie. De ervaring, deskundigheid en opleiding van de geïnterviewde zijn dan, als het goed is, al geverifieerd, en het gesprek is eigenlijk alleen bedoeld om te kijken of er een ‘klik’ is. Probleem bij dit soort gesprekken is dat een inschrijver niet kan garanderen dat diegene nog steeds in dienst is of beschikbaar is, als er gegund wordt. Bedrijven willen nog wel eens een geweldige kandidaat sturen, terwijl ze al weten dat hij of zij de klus nooit zal gaan doen.

Als het gaat om de tweede optie, dan is het eigenlijk alleen maar verwarrend om die persoon ook in levende lijve te zien. Uiterlijke kenmerken (foute snor, lelijk vest, slechtzittend pak, raar haar, spraakgebrek etc) mogen eigenlijk geen rol spelen. Het gaat toch om wat er gezegd wordt, niet hoe en door wie. Dat onderscheid is voor veel mensen heel moeilijk te maken.

Uit wetenschappelijk onderzoek (ik meen van de Viva) blijkt dat vrouwen binnen 30 seconden beslissen of de man die ze zojuist ontmoet hebben, een potentiële sekspartner is. Een geruit overhemd, een accent, een buik en een bril kunnen een man bij voorbaat kansloos maken bij zijn avances. Nu doen wij mannen dat niet (in beginsel beschouwen wij elke vrouw zonder onderscheid als een potentiële sekspartner), maar ook mannen oordelen vaak op basis van uiterlijke kenmerken.

Een aanbesteding is natuurlijk iets anders dan speed-daten, maar het uiterlijk van de sleutelfiguur kan een eerlijke beoordeling behoorlijk in de weg zitten. Daarom was ik zo blij met de briljante suggestie die een cursist vorige week deed en die ik graag hier met u deel: “waarom laten we de sleutelfiguren niet allemaal in een boerka presenteren?”

Theo van der Linden
Door Theo van der Linden
Theo van der Linden is een van de meest gevraagde, zoniet de meest gevraagde, spreker over Europees aanbesteden in Nederland. De afgelopen jaren gaf hij meer dan 1000 trainingen, voordrachten en lezingen over aanbesteden bij zowel aanbestedende diensten als bedrijven. Hij is de samensteller van de bundel 'Aanbestedingsjurisprudentie in de praktijk' waarin hij commentaar geeft op ca 300 rechtszaken. Meer informatie over hem en zijn bedrijf VdLC vindt u op www.aanbesteding.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.