Magnifying glass Close

Vooruitstrevende aanbesteding Rotterdamsebaan

Dat gemeenten ook vooruitstrevend kunnen zijn in het aanbesteden van grote projecten, blijkt wel uit de aanbesteding van de Rotterdamsebaan door de gemeente Den Haag. De opdracht die een goede verbinding in de Haagse regio moet garanderen, was de grootste aanbesteding ooit voor de gemeente en daarom een hele uitdaging. De aanbesteding was ingericht met zo min mogelijk EMVI-criteria, een Design Build & Maintain-contract en een concurrentiegerichte dialoog. Alles verliep naar eigen zeggen goed, tot de gunningsfase. Toen is er een kort geding aangespannen door de nummer twee, die heeft gezorgd voor drie maanden vertraging.

Vanwege de grootte en complexiteit van het project is Paul Janssen, directeur Ponton Bouwconsultancy, al in het voortraject bij de aanbesteding van de Rotterdamsebaan betrokken als projectdirecteur. “De gemeente is heel sterk in omgevingsmanagement, maar op het gebied van geïntegreerde contracten liep Den Haag niet voorop. De complexiteit van dit werk brengt echter wel met zich mee dat je veel kennis en ervaring van aannemers nodig hebt, anders wordt het een mislukking”, aldus Janssen op het aanbestedingscongres van CROW.

Concurrentiegerichte dialoog
Janssen heeft er vervolgens voor gezorgd dat de concurrentiegerichte dialoog werd ingevoerd. “We zijn met de gegadigden één op één in gesprek gegaan over hun ideeën. Zo kom je tot een oplossing die op hun kennis en ervaring gestoeld is. Die kennis hoeft vervolgens niet gedeeld te worden met de andere gegadigden. Het is daarom wel een vorm van aanbesteden die veel juridische aandacht behoeft. Partijen zeggen namelijk al snel dat zij bepaalde informatie niet hebben gekregen, die ze wel nodig hadden voor een goed aanbod. Het is een complex spel dat bij de Rotterdamsebaan een jaar heeft geduurd.”

Weinig criteria
In de aanbesteding waren slechts vier EMVI-criteria opgesteld. Een op het gebied van integraal werken, risico overdracht, overlast voor de omgeving en duurzaamheid. “Een valkuil met EMVI-criteria is dat aanbesteders het vaak zo willen specificeren dat het allemaal kwantificeerbaar is. Dan wordt het echter al snel een invuloefening, waarbij de kans op leuke, inspirerende en sprankelende ideeën heel klein wordt. We hebben het lef gehad om dingen kwalitatief te beoordelen”, vertelt Janssen.

Winnaar: BAM
Uiteindelijk heeft BAM de opdracht gewonnen voor een bedrag van ruim 300 miljoen euro. De contractvorm is een Design Build & Maintain-contract. Hierbij hoort 15 jaar onderhoud, waarin de aannemer ook de energierekening betaalt. Bij de gunning werd uitgegaan van de laagste prijs, na aftrek van een fictief bedrag dat de deelnemers tijdens de dialoog op de EMVI-criteria konden scoren. Bij de hoogste score konden de partijen een aftrek krijgen van 75 miljoen. Daarnaast was er ook een plafondbedrag meegegeven.

Kosten aanbestedingstraject
Hoeveel heeft het lange aanbestedingstraject de aannemer gekost? “Het kost vier miljoen euro om een mooie aanbieding te maken”, vertelt Michel Langhout, Projectdirecteur BAM Infra. 700 ton werd door de gemeente vergoed. “Het gat is groot, maar we kijken hier niet van op. In andere tenders, zoals de Zuidasdok in Amsterdam, gaan bedragen om die vier keer zo groot zijn.” Volgens Langhout zijn EMVI en de concurrentiegerichte dialoog goede middelen, maar het moet wel efficiënt worden ingezet, want het kost enorm veel tijd en geld voor de inschrijver.

Janssen ziet nog wel mogelijkheden om tenders te versimpelen, maar geeft ook aan dat wanneer er op kwaliteit gegund wordt, dit meer tijd kost. “Wat we niet willen bij dit soort complexe projecten is dat de laagste prijs doorslaggevend is. Dat doet afbreuk aan de kennis en kunde van de opdrachtnemers en één ding weet je zeker: het wordt een vechtcontract.”

Kort geding
Dat het doen van een goede aanbieding veel geld kost, maakt ook dat de belangen groot zijn. De teleurstelling bij de nummer twee, consortium COMOL (Mobilis/CFE/Vinci/Croon), was zo groot dat er een kort geding werd aangespannen. De combinatie schreef namelijk één miljoen euro lager in dan BAM, maar greep naast de opdracht door een lagere score op de kwaliteitsaspecten. Deze waren beoordeeld door een externe commissie.

“We hebben EMVI-criteria grotendeels kwalitatief beoordeeld. Daar zit natuurlijk altijd een mate van subjectiviteit in”, verklaart Janssen. “Uiteindelijk heeft de rechter geoordeeld dat het keurig volgens het boekje is gegaan. We hebben namelijk de objectiviteit geprobeerd te waarborgen door een externe beoordelingscommissie in te zetten, met mensen die niet betrokken zijn geweest bij de dialoogfase. Dit werkte goed en zouden we in een volgende grote aanbesteding zeker weer inzetten.”

Partner van Aanbestedingscafé
Partner van Aanbestedingscafé

Reacties

Partner van Aanbestedingscafé
Sluiten

Inloggen

of met e-mailadres