Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
31
10
16
Tim Robbe
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Tim Robbe
Dossier: Column
Soort:

Wat recht is, is recht

Wat recht is, is recht

Op 5 oktober 2016 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in een kort geding tussen de gemeenten Alphen aan den Rijn en de Kaag en Braasem enerzijds en een consortium van zorgaanbieders anderzijds. Ik schreef al eerder over de “Alphense” aanbesteding voor jeugdhulp op AanbestedingsCafe.nl. En waarom ik het vormgeven van een aanbesteding op die manier niet zo slim vind. De rechter geeft nu specifiek aan waarom volgens hem de aanbesteding, althans zoals ingericht door deze gemeenten, juridisch niet door de bocht kan. Inmiddels stelden de gemeenten hoger beroep in.

Kort gezegd concludeert de rechter dat de gemeenten het proportionaliteitsbeginsel schenden. Voorschrift 3-9A uit de Gids Proportionaliteit schrijft allocatie van risico’s voor daar waar deze het beste zijn te dragen. In de aanbesteding waren echter alle risico’s afgeschoven op de zorgorganisaties. Deze krijgen één budget waar zij de hele Jeugdwet van moeten uitvoeren, inclusief bijvoorbeeld de financiering en organisatie van PGB’s. Daarnaast mogen zij geen wachtlijsten laten ontstaan, ook niet als er onvoldoende capaciteit is. Tot slot is de zorgorganisaties geen realistische ontsnappingsmogelijkheid geboden als budgetten niet toereikend blijken, waarbij vraagtekens waren gerezen over het realiteitsgehalte van die budgetten.

Ook concludeert de rechter dat voorschrift 3-9D uit de Gids is geschonden. De gemeenten weken in hun aanbesteding af van het wettelijke aansprakelijkheidsregime. In bepaalde situaties zouden zorgorganisaties echter volledige aansprakelijk zijn. Dat is nu juist een afwijking die de gemeenten moeten motiveren. Dat lieten zij achterwege. En daarmee overtreden zij volgens de rechter artikel 10 lid 4 van de Aanbestedingswet.

Inmiddels lieten de bestuurders van de gemeenten weten in hoger beroep te gaan. Dat staat iedereen vrij, we leven in een rechtstaat. In Binnenlands Bestuur liet de wethouder van Alphen aan den Rijn nog eens weten waarom de gemeenten de aanbesteding hadden opgetuigd zoals gedaan. Wat volgde waren holle frasen en politieke en beleidsmatige vaagtaal: samenwerking, efficiënter werken, meer klantgericht. De redenering van de wethouder geldt echter altijd. Dus ook bij bestuurlijk aanbesteden, best value procurement, klassiek aanbesteden, subsidiëren, et cetera. Het enige bijzondere aan de aanbesteding in Alpen aan den Rijn was dat gemeenten een doelstelling wilden behalen op een manier die in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel. En bovendien, maar dat is mijn mening, op een niet zo slimme manier.

We leven in bijzondere tijden. Iedere keer als een rechter een uitspraak doet die de beleidsvrijheid van gemeenten (bestuurders?) beperkt, dan horen we hetzelfde. De rechter begrijpt het niet. In documenten van de VNG lazen we zelfs dat ambtenaren en bestuurders menen, naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 18 mei 2016, dat de rechter een beweging maakte die haaks staat op de “ingezette kanteling”. In die uitspraken concludeerde de hoogste bestuursrechter van Nederland dat een gemeente heel duidelijk in zijn beschikkingen moet aangeven op welke zorg een burger recht heeft. En bovendien dat elke burger die dat nodig heeft ook eigen zorg behoort te krijgen. In aanbestedingszaken zijn de reacties van bestuurders niet anders.

Ik vertrouw op de rechters als hoeders van onze rechtstaat. Onlangs bleek dat Nederland weer de beste rechtspraak kent van de wereld. Van de wereld, ik zeg het nog maar een keer. Je hoeft het niet eens te zijn met een uitspraak, maar als rechters in Nederland aangeven dat iets niet in de haak zit, dan is dat zeker voor bestuurders een signaal om zich achter de oren te krabben.

Tim Robbe
Door Tim Robbe
mr. drs. Tim H.G. Robbe, partner bij Victor Advocaten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.