Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
12
12
17
Niels Hoppenbrouwers
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
1
Door Niels Hoppenbrouwers
Dossier: Wetgeving
Soort:

Woningcorporaties aanbestedingsplichtig!?

De Europese Commissie heeft op 8 december jl. aangekondigd een inbreukprocedure te starten tegen de Nederlandse Staat. De Commissie is namelijk van mening dat woningcorporaties op grond van de Europese richtlijnen moeten worden aangemerkt als aanbestedende dienst. In feite geeft de Commissie dus een brede invulling aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’. Hoe zit het nu precies en wat staat er de komende tijd allemaal te gebeuren? AevesBenefit legt uit.

Wat is een inbreukprocedure?
De Nederlandse staat is gehouden de nakoming van het EU-recht te verzekeren. Concreet komt dit erop neer dat de EU-regels, waaronder die gericht op aanbesteden, moeten worden nageleefd en gehandhaafd. Wanneer de Commissie van mening is dat een lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen, kan een formele inbreukprocedure worden gestart. Dat heeft de Commissie dus nu richting Nederland aangekondigd.

De inbreukprocedure kent een administratieve fase en een contentieuze fase. Tijdens de administratieve fase vraagt de Commissie Nederland in eerste instantie schriftelijk om duidelijkheid, om vervolgens Nederland aan te manen de situatie te herstellen, waarna een met redenen omkleed advies wordt uitgebracht. Tijdens de contentieuze fase verzoekt de Commissie het Hof van Justitie Nederland te veroordelen wegens niet nakoming van zijn verplichtingen. De inbreukprocedure die op 8 december is aangekondigd, bevindt zich vanzelfsprekend nog in de administratieve fase.

Wanneer is sprake van een publiekrechtelijke instelling?
De vraag of een woningcorporatie dient te worden gekwalificeerd als een aanbestedende dienst is een vraag over de reikwijdte van het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’, zoals gedefinieerd in artikel 1.1. Aanbestedingswet. De wetgever heeft in dit kader bepaald dat het begrip ruim en functioneel moet worden uitgelegd.

Er is sprake van een publiekrechtelijke instelling wanneer, in het kort, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Een instelling met rechtspersoonlijkheid die specifiek voorziet in de behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard, en waarvan:
a) de activiteiten in hoofdzaak door de overheid worden gefinancierd;
b) het beheer is onderworpen aan toezicht door de overheid of
c) de leden van het bestuur voor meer dan de helft door de overheid zijn aangewezen.

Een woningcorporatie voldoet aan al deze voorwaarden, al is er sinds de herziening van de Woningwet (in 2015) discussie over sub b. Voor de inwerkintreding van de Woningwet was de heersende gedachte dat de mate dat het beheer van woningcorporaties is onderworpen aan toezicht door de overheid, in ieder geval niet afdoende was om te kwalificeren als publiekrechtelijke instelling.

Sinds genoemde herziening heeft de overheid echter nieuwe instrumenten in handen om door middel van toezicht invloed uit te oefenen op woningcorporaties. Zo kan de status als toegelaten instelling worden ingetrokken en dienen niet DAEB-activiteiten ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Minister. Ook worden corporaties op grond van de herziene Woningwet voortaan iedere vier jaar gevisiteerd door een onafhankelijk bureau, aangewezen door de Stichting Visitatie Woningcorporaties.

Met de beschikbaarheid over deze instrumenten wordt de mate dat het beheer is onderworpen aan toezicht door de overheid, uitgebreid. Hiermee lijkt inderdaad, zoals de Commissie ook stelt, te worden voldaan aan het laatste criterium van voornoemde definitie.

Standpunt Nederlandse Staat
De Nederlandse staat, in de persoon van Minister van Binnenlands Zaken Ollongren, is het niet eens met het standpunt van de Commissie, en wordt hierbij gesteund door de Vereniging van Woningcorporaties, Aedes. Het standpunt van Aedes is dat de aanbestedingsplicht principieel niet aansluit bij het Nederlandse stelsel van Volkshuisvesting. Tevens stelt Aedes dat een verplichting tot Europees aanbesteden woningcorporaties onnodig veel administratie, tijd en geld zullen kosten, waarbij een eerste schatting een kostenpost van 30 miljoen euro per jaar laat zien.

Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat het Europese Hof van Justitie gevoelig is voor het eerste argument. Sterker nog: zij zal de Nederlandse staat erop wijzen dat een beroep doen op strijdigheid met nationale wetgeving als primaire argument om te stellen dat geen aanbestedingsplicht (vanuit Europese wetgeving) bestaat, niet houdbaar is.

Het tweede argument, dat aanbesteden duur zou zijn en veel tijd kost, hangt sterk af van de wijze waarop je aanbestedingsprocedures vormgeeft. Er zijn immers talloze manieren om op een succesvolle wijze doelmatig en rechtmatig in te kopen, binnen de kaders van de aanbestedingswet.

Sterker nog: je kan stellen, en zo zit Europa natuurlijk in de wedstrijd, dat Europees aanbesteden tot nieuwe kansen leidt. De professionalisering van de inkoopfunctie krijgt hierdoor een flinke boost en wezenlijke elementen als contractbeheer en contractmanagement worden veel sneller in je organisatie ingebed.

Hoe nu verder?
De Nederlandse Staat heeft 2 maanden de tijd om te reageren op het oordeel van de Commissie. Minister Ollongren heeft de Kamer toegezegd de overwegingen van de Commissie te gaan bestuderen en de Kamer te informeren over haar reactie en over het besluit dat de Commissie naar aanleiding daarvan neemt.

Moeten woningcorporaties zich zorgen maken? Dat valt volgens ons wel mee, want zoals Aedes het aangeeft hebben woningcorporaties de afgelopen jaren forse stappen gezet op gebied van professioneel opdrachtgeverschap en aanbesteden. In dat geval is de stap naar een aanbestedingsverplichting op grond van de Aanbestedingswet, zeker niet onoverbrugbaar. Maar zover is het dus nog (lang) niet. Wordt vervolgd!

Niels Hoppenbrouwers
Door Niels Hoppenbrouwers
Aanbestedingsjurist bij AevesBenefit

Reacties:

  • Rick de Rooij | 20-12-2017 om 12:45

    Voor alle duidelijkheid: om te kwalificeren als publiekrechtelijke instelling is voldoende als naast de verplichte rechtspersoonlijkheid en het verplichte voorzien in behoeften van algemeen belang (wonen), slechts aan één van de (als a, b en c) genoemde voorwaarden is voldaan. Ik vermoed, maar weet dat niet zeker, dat van overwegende overheidsfinanciering (voorwaarde a) en het benoemen van de meerderheid van bestuursleden (voorwaarde c) geen of onvoldoende sprake is, waardoor het toezicht (voorwaarde b) overblijft. Nu dat toezicht is aangescherpt, komt ook de kwalificatie als publiekrechtelijke instelling, en daarmee de plicht tot aanbesteden, nadrukkelijker in beeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.